Algemene Directie van de Dienst der Mobilisatie van de Natie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Algemene Directie van de Dienst der Mobilisatie van de Natie | AD/DMN
Direction Générale du Service de Mobilisation de la Nation | DG/SMN
 
Type    
Ontdubbeld van n.v.t.  
Onderdeel van Ministerie van Landsverdediging  
Bevelhebber Luitenant-generaal Emile Theunis  
Standplaats Brussel  
Samenstelling Algemene Directie Staf (Majoor IMF René de Rest)
Dienst Bevoorradingen (LtKol SBH Raoul Beretzé)
Dienst Koloniale Bevoorradingen (Kol Gaston Heenen)
Dienst Scheikundige Bevoorradingen (Kol SBH Albert Nicaise)
  Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone  
  Secretariaat van de Permanente Mobilisatiecommissie (Kapitein-commandant Denis Spies)  
  Bevoorradingsbureau (Majoor Gatant Duwez)  

Tijdens de mobilisatie

De Algemene Directie van de Dienst der Mobilisatie van de Natie werd sinds september 1937 geleid door LtGen Emile Theunis.

De Algemene Directie van de Dienst der Mobilisatie van de Natie werd sinds september 1937 geleid door LtGen Emile Theunis.

DG/SMN
Een van de voornaamste directies binnen het Ministerie van Landsverdediging is de Algemene Directie van de Dienst der Mobilisatie van de Natie (oftewel Direction Générale du Service de Mobilisation de la Nation – DG/SMN). Deze directie heeft als taak om alle in het land aanwezige productiecapaciteit en voorraden optimaal in te zetten voor de noden van de krijgsmacht. DG/SMN inventariseert, coördineert en controleert de directie de civiele middelen die essentieel zijn bij de verdediging van het land, waaronder strategische voorraden aan materialen en levensmiddelen, transportcapaciteit, fabrieksinfrastructuur, enz. Deze directie wordt sinds september 1937 geleid door artillerieofficier Luitenant-generaal Emile Theunis. De directie slaat daarbij een belangrijke brug tussen de militaire en civiele aspecten van de paraatstelling van ons land. Zo is Emile Theunis vanaf 26 augustus 1939 ook voorzitter van de Steun- en Ravitailleringscommissie bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken [1]. Deze commissie moet vanaf de afkondiging van de algemene mobilisatie de controle overnemen op de ganse bevoorradingsketen aan levensmiddelen, zowel voor het leger als voor de bevolking. Bij de aanvang van de mobilisatie bestaat de DG/SMN uit een Algemene Directie, een Secretariaat van de Permanente Mobilisatiecommissie en een Bevoorradingsbureau.

Wanneer in januari 1940 de Generale Staf van het Leger omgevormd wordt tot het Groot Hoofdkwartier (GHK) komt een duidelijke splitsing van de bevoegdheden tot stand tussen dit nieuwe oppercommando en het Ministerie van Landsverdediging. Het GHK neemt de leiding van het veldleger op zich en controleert zijn operatiegebied dat aangeduid wordt met de term Legerzone (Zone de l’Armée). Het Ministerie van Landsverdediging (MLV) geleid door de Minister van Landsverdediging Luitenant-generaal Denis komt aan het hoofd te staan van alle territoriale troepen en voert de leiding over de zogenaamde ‘Achterwaartse Zone’ (Zone de l’Intérieure) waarbinnen de diverse territoriale steundiensten van de krijgsmacht zullen opereren. Vanaf nu stuurt de DG/SMN ook de militaire productiecapaciteit en logistieke keten in de achterwaartse zone aan. De logistieke diensten die worden overgenomen van de Generale Staf van het Leger worden gegroepeerd in de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (oftewel Direction des Ravitaillements et Evacuations de la Zone Intérieure – DREI) die onder rechtstreeks bevel staat van LtGen Theunis. Deze directie heeft een spiegeldirectie binnen het GHK; de Directie voor aan- en afvoer bij het Leger (oftewel Direction des Ravitaillements et Evacuations à l’Armée -DREA).

Aan de vooravond van de oorlog bestaat de DG/SMN uit vier stafsecties:

  • Algemene Directie
  • Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (DREI)
  • Secretariaat van de Permanente Mobilisatiecommissie
  • Bevoorradingsbureau

Algemene Directie van DG/SMN
De Algemene Directie omvat drie afdelingen die elk verantwoordelijk zijn voor het aankoopbeleid van het leger betreffende verschillende grondstoffen uit ons land of uit de Belgische kolonies. De grote groepen grondstoffen zijn brand- en smeerstoffen, non-ferrometalen, hout, scheikundige producten, textiel en leder. De Staf van de Algemene Directie wordt geleid door Majoor IMF de Rest en fungeert tevens als stafelement voor de DG/SMN.

DREI van DG/SMN
Het verloop van de veltocht van de verschillende diensten van de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone wordt op deze afzonderlijke pagina beschreven

Algemene Directie van DG/SMN
Op de eerste oorlogsdag worden de majoors Duwez en Brabant belast met de coördinatie van de productie en het transport van stadsgas binnen de Achterwaartse Zone. De majoors zijn verantwoordelijk voor het toezicht door het leger op de diverse cokes-installaties en de intercommunale gasleidingen voor het geval deze door oorlogsgebeurtenissen zouden beschadigd worden. Daarnaast is het MLV in het bezit van een vernielingsdossier voor deze infrastructuur. Tenslotte moeten de beide officieren zich bekommeren om de evacuatie van de voorraden aan benzeen, olie, en andere bijproducten van de cokesproductie.

Algemene Directie van DG/SMN
De Algemen Directie verlaat de hoofdstad. Maj IMF de Rest, Majoor Brabant en Kapitein Briffaux vormen de achterwacht te Brussel. Hun hoofdbekommernis blijft de evacuatie van alle strategische voorraden die nuttig kunnen zijn voor het leger naar het westen van het land. LtGen Theunis en de rest van de staf installeren zich te Middelkerke. De Algemene Directie wordt vervoegd door Luitenant Gonthier die op 10 mei gemobiliseerd was door het 1ste Legerdepot (1LD) en enkele dagen zonder opdracht te Dendermonde verbleef.

Algemene Directie van DG/SMN
Luitenant-generaal Denis beveelt de volledige evacuatie van met MLV naar Frankrijk. De diensten zullen zich te Le Havre moeten hergroeperen en krijgen Sainte-Adresse als voorlopige bestemming. In ons land zullen slechts een minimum aan militairen van het ministerie achterblijven. Kolonel SBH Gilbert laat twee echelons vormen. Hij zelf neemt de operationele leiding op zich van de elementen die in ons land zullen achterblijven, terwijl Luitenant-kolonel SBH Lambinon aan het hoofd van het transport naar Frankrijk komt te staan. Gilbert brengt zijn commandopost onder in het Provinciaal Hof te Brugge. LtGen Theunis verlaat Middelkerke rond het middaguur. Hij zal in eerste instantie niet naar het zuiden van Frankrijk afreizen, maar zal vanuit Parijs werken om nauw contact te kunnen houden met de equivalente diensten van het Franse leger.

Met hetzelfde oogmerk worden Kapitein-commandant René Boël en Kapitein-commandant Armand Grisar op missie gestuurd naar Londen. René Boël is een industrieel en volksvertegenwoordiger met een uitgebreid netwerk en moet in Londen de Belgische belangen veilig stellen bij het Franco-Brits Economisch Overlegcomité. Tevens moet hij de Belgian Shipping Advisory Committee oprichten dat belast wordt met het veilig stellen van alle cargo’s die op dat ogenblik onderweg zijn aan boord van Belgische schepen naar havens die door de oorlogsgebeurtenissen niet langer bereikbaar zijn. Hiervoor wordt hij bijgestaan door Kapitein-commandant Armand Grisard die als gedelegeerd bestuurder van de Compagnie Maritime Belge in de koopvaardij actief is. Boël zal al snel het Dalton Akkoord onderhandelen met de Britse regering, waarbij de lading van Belgische koopvaardijschepen door de Britten opgeëist kan worden in ruil voor leveringen aan ons land ten voordele van het leger.

Kolonel SBH Fauconnier wordt aan het hoofd geplaatst van de achterwacht (ArW) van de DG/SMN die in ons land zal achterblijven. Deze achterwacht dient de evacuatie van grondstoffen en energiereserves uit België te organiseren zodat ze niet in handen van de vijand zouden vallen. Voor de samenstelling van zijn staf kan hij beschikken over drie officieren van de Algemene Directie DG/SMN (waaronder Maj Brabant en Kapt Briffaux) , drie officieren van de Dienst Wagenpark en Brandstoffen/DREI en één officier van het Bevoorradingsbureau DG/SMN. Samen deze officieren zal hij leiding geven aan de Algemene Magazijnen van de Bevoorradingsbasis en de territoriale intendancekorpsen die eveneens in Vlaanderen zullen verder werken.  De kolonel installeert zich in de gebouwen van Drukkerij Sint-Augustinus aan de Houtkaai 22 te Brugge.

Algemene Directie van DG/SMN in Frankrijk
LtGen Theunis opent zijn nieuwe hoofdkwartier aan de Boulevard Houssmann 75 te Parijs. Het gros van het DREI verlaat ons land. De beschikbare troepen worden in een aantal detachementen verdeeld. Vooreerst wordt een colonne met motorvoertuigen samengesteld. Vervolgens worden drie compagnies gevormd met de ongeveer 1.200 manschappen van diverse diensten van de directie die over geen transportmiddel kunnen beschikken en per trein naar Frankrijk moeten trekken. Kapitein-commandant Lefèbvre van de Dienst Transportbegeleiding is verantwoordelijk voor de organisatie van het treintransport.

ArW Algemene Directie van DG/SMN in België
Luitenant Graré van het Marinekorps, havencommandant van de  Zeebrugse haven, krijgt het bevel van de ArW DG/SMN om alle uitgaande vaartuigen te laden met voorraden lood, zink en rijst die zich in de haven bevinden. Heel wat voorraden van Belgische bedrijven werden naar de havens gebracht om te beletten dat ze in Duitse handen zouden vallen. Deze voorraden worden nu met mondjesmaat overgebracht naar Engeland.

ArW Algemene Directie van DG/SMN in België
Maj Brabant en Kapt Briffaux worden door Kolonel SBH Gilbert belast met drie opdrachten. Ten eerste moeten alle nog beschikbare steenkoolreserves in het niet-bezette deel van het land in een inventaris opgenomen worden. Daarnaast moeten ook de benzeeninstallaties van de cokesfabrieken van Carcoke te Zeebrugge en de Union Chimique Belge te Zandvoorde ontmanteld worden. Tenslotte moeten de beide officieren ook het probleem van de drinkwaterbevoorrading onder de loep nemen.

ArW Algemene Directie van DG/SMN in België
Maj Brabant en Kapt Briffaux worden in de vroege ochtend door Kol SBH Gilbert te Brugge gesommeerd om er een bijzondere opdracht toevertrouwd te krijgen. Zij dienen twee schepen te zoeken en een bemanning te rekruteren om de vier in België achtergebleven ministers naar Frankrijk over te brengen. Beide officieren slagen erin om met behulp van Dhr Van Glabbeke, voormalig havenkapitein van de Oostendse haven, twee vissersschepen (de O54 Renaissance en de O97 Jacqueline) voor deze opdracht te vinden. Een bemanning wordt gerekruteerd en ondergebracht in een huis vlakbij de haven om indien nodig onmiddellijk te kunnen uitvaren. Bij het bombardement van de Oostendse haveninstallaties op 21 mei wordt hun verblijfplaats echter vernield. De bemanning verdwijnt en de twee schepen blijven onbeheerd achter. Kapt Briffaux onderneemt een poging om een bemanning te krijgen van het Marinekorps om de schepen te bemannen. Majoor Decarpenterie van het Marinekorps geeft er echter de voorkeur aan om de opdracht met zijn eigen schepen uit te voeren en stuurt één van zijn officieren naar de CP van Kol SBH Gilbert te Brugge om de opdracht te coördineren. Beide officieren van de Algemene Directie worden ontlast van hun opdracht.

Algemene Directie van DG/SMN in Frankrijk
De Franse regering laat weten dat ze overgaat tot de opeising van alle cargo’s die op dat ogenblik in Franse havens in behandeling zijn ten behoeve van het Belgische leger. LtGen Theunis en zijn staf zijn bijzonder misnoegd over deze eenzijdige beslissing, maar kunnen niet anders dan de ganse zaak te tolereren en toezien dat de door de Fransen aangeboden compensatiebedragen correct zijn. De Franse militaire overheden laten bij monde van Colonel Louchet weten dat de diensten van de DREI moeten kantonneren in het gebied tussen Laval (inclusief) en Angers (exclusief).

ArW Algemene Directie van DG/SMN in België
In uitvoering van de evacuatieopdrachten van de ArW DG/SMN wordt op 21 mei gestart met het laden van de s/s Sigurds Faulbaums, een door het Marinekorps in beslag genomen Lets vrachtschip. Het betreft een hoeveelheid lood van La Vieille Montagne dat tijdens de eerste dagen van de veldtocht naar de haven van Zeebrugge werd geëvacueerd. Het laden van het vrachtschip gebeurt door burgers, bijgestaan door militairen van het Marinekorps. Op 22 mei wordt het laden voortgezet tot 16u00, het schip heeft nu ongeveer 1.000 ton lood aan boord. Tegen de avond is het schip klaar om samen met het 2de Smaldeel van het Marinekorps te vertrekken uit Zeebrugge. Door motorpech dient het schip op sleeptouw genomen te worden. Op 23 mei vindt kort na het middaguur een geweldige explosie plaats. Het schip maakt water en vergaat met zijn lading lood [2]. De scheepsbemanning is er van overtuigd dat het vaartuig op een zeemijn gelopen is, maar later zal blijken dat de Duitse onderzeeboot U-9 het konvooi torpedeerde.

Algemene Directie van DG/SMN in Frankrijk
De diverse diensten werken nu vanop de volgende kantoren:

  • Algemene Directie, Secretariaat van de Permanente Mobilisatiecommissie, Bevoorradingsbureau: Boulevard Houssmann 75 te Parijs
  • Dienst Ravitailleringen en Productie van de Intendance, Dienst Geneeskundige en Farmaceutische Bevoorradingen, Dienst Bewapening, Dienst Wagenpark en Brandstoffen: Kamer van Koophandel, rue du Marché 35, Poitiers
  • Dienst Militaire Luchtvaart: Paris
  • Dienst Genie: Jongensschool, rue d’Oléron 6, Poitiers
  • Dienst Bewapening, Dienst Paardenartsenij en Remonte, Anti-Gasbeschermingsdienst: Saint-Julien-Lars
  • Dienst Ontvangsten: Lyceum, Rue du Lycée 1, Poitiers
  • Dienst Transportbegeleiding: Seminarie, Saint-Benoît

Luitenant-kolonel SBH Beretzé en de officieren van de Dienst Bevoorradingen blijven in Frankrijk op zoek naar de diverse voorraden en materialen die door Belgische ondernemingen uit ons land geëvacueerd werden. Zo wordt verder gezocht naar het lot van de s/s Westernland, s/s Henri Jaspar en s/s Emile Francqui die kort na de Duitse inval vertrokken zijn met aan boord onder meer een grote hoeveelheid vrachtwagens en onderdelen van de Brusselse voertuigbouwer Brossel. Hierbij is de DREI vooral begaan met de s/s Henri Jaspar die op 10 mei onderweg was naar Antwerpen met aan boord voldoende onderdelen voor enkele honderden chassis, Dit vaartuig zal uiteindelijk teruggevonden worden te La Pallice, de diepwaterhaven van La Rochelle. Ook wordt verder gezocht naar de locaties van de schepen van de Belgische tankervloot. Er worden onder meer verbindingsofficieren uitgestuurd naar de havens van Nantes, Bordeaux en Marseille. Van de Franse intendance blijven ook vragen binnenkomen om leveringen uit te voeren aan hun strijdkrachten. Zo wordt bijvoorbeeld om 10 miljoen geweerpatronen kaliber 7,65mm gevraagd.

ArW Algemene Directie van DG/SMN in België
LtGen Denis kent een nieuwe opdracht toe aan de ex-bevelhebber van het Iste Legerkorps, Luitenant-generaal Alexis Van der Veeken. Deze generaal werd op 16 mei uit zijn functie ontheven en zonder opdracht ter beschikking gesteld van het Groot Hoofdkwartier. Van der Veeken neemt de leiding over van de Steun- en Ravitailleringscommissie voor de Burgerlijke Bevolking die voorheen geleid werd door Binnenlandse Zaken. De ArW van DG/SMN onder leiding van Kol SBH Fauconnier, wordt onder bevel geplaatst van LtGen Van der Veeken. Te Oostende wordt een groepering samengesteld bestaande uit twee bataljons van de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen (XXVII/GVCE en XXXII/GVCE), een bataljon met ongeveer 1,500 gevluchte Nederlandse militairen, een aantal dokwerkers en 17 vrachtwagens. Deze arbeidskrachten zullen aangevoerd worden door Kapitein-commandant Landrieu van het XXVII/GVCE en zullen ingezet worden om schepen van de John Cockerill Line, die voedingswaren uit Engeland naar België brachten, uit te laden. Nadat de voedingswaren uit de schepen gelost zijn, worden de schepen geladen met uit België te evacueren grondstoffen. Een deel van het XXVII/GVCE blijft ook ingezet als brandpiket in de stad Oostende.

ArW Algemene Directie van DG/SMN in België
Alle overgebleven territoriale steuneenheden die zich nog in Vlaanderen en Noord-Frankrijk bevinden, zoals de Algemene Magazijnen van de Bevoorradingsbasis en de territoriale intendancekorpsen, gaan over van de DREI naar de Directie voor aan- en afvoer van het Leger (of in het Frans “Direction des Ravitaillements et Evacuations de l’Armée – DREA”).  De DREA wordt hiermee verantwoordelijk voor de ganse logistieke keten van het veldleger waardoor de opdracht van het DREI in België de facto ophoudt. De laatste officieren van de DG/SMN die zich nog in deze zone bevinden, worden geëvacueerd naar Engeland. Majoor Brabant en Cdt Briffaux zijn op dat ogenblik op zending en worden achtergelaten in ons land. Beide officieren begeven zich dan maar naar het GHK en worden bij het Commando van de Genie aangehecht. Deze staf kantonneert in het klooster van de Witte Paters te Varsenare.

Algemen Directie van DG/SMN  in Frankrijk
Op aangeven van Luitenant-kolonel SBH Beretzé gaat de Ministerraad akkoord met de oprichting van een Dienst voor Identificatie en Liquidatie van de Belgische Goederen. Deze dienst zal aangestuurd worden door enkele officieren van Beretzés Dienst Bevoorradingen en wordt gelast met het opsporen van de talrijke voorraden en materialen die uit ons land geëvacueerd werden en op Franse of Britse bodem aanbeland zijn. Deze goederen moeten niet alleen geïnventariseerd worden, maar vaak moet ook nog de betaling aan de eigenaars volgen.

DG/SMN in Frankrijk
LtGen Theunis en zijn staf verlaten Parijs en zullen zich te Saint-Gaultier installeren.

DG/SMN in Frankrijk
De Algemene Directie installeert zich te Saint-Gaultier.

DG/SMN in Frankrijk
Het Ministerie van Landsverdediging verwittigt de directie dat alle elementen zich klaar moeten maken voor een verdere verplaatsing naar het zuiden.

17 juni 1940

DG/SMN in Frankrijk
Op 17 juni om 13u30 richt Maréchal Pétain zich in een radiotoespraak tot de Franse bevolking om de nakende capitulatie van Frankrijk aan te kondigen. Het DREI dat zich noch steeds te Poitiers bevindt dient op bevel van de Fransen, Poitiers uiterlijk te verlaten voor 24u00. Er wordt in eerste instantie uitgeweken naar Sauveterre-de-Guyenne, een dorp met een 700-tal inwoners. De overrompeling is dermate groot dat de eenheden die afhangen van het DREI niet op de hoogte gebracht worden van de verhuis. LtGen Theunis en zijn staf vinden een nieuw onderkomen in Le Sauvetat.

DG/SMN in Frankrijk
LtGen Theunis en zijn staf verlaten Le Sauvetat en vinden een nieuw onderkomen in Boulogne-sur-Gesse.

22 juni 1940

DG/SMN in Frankrijk
De Algemene Directie werkt nu vanuit Boulogne-sur-Gesse. Het Franse opperbevel ondertekent een capitulatieovereenkomst met het Nazi regime. Luitenant-kolonel SBH Beretzé en een hele reeks andere officieren menen dat nu ook het Belgische leger snel huiswaarts zal gestuurd worden en zijn bezorgd om hun baan. Beretzé en zijn entourage vraagt aan het MLV om formeel over te gaan naar de Dienst voor Identificatie en Liquidatie van de Belgische Goederen in de hoop om zo aan de slag te kunnen blijven. Op 15 juni wordt Beretzé aangeduid als administrateur voor het niet-bezette deel van Frankrijk. De kolonel zal tot 1942 nog verschillende pogingen wagen om tot in het Verenigd Koninkrijk te komen, maar wordt door de regering te Londen opzij geschoven en in Frankrijk achtergelaten.

Algemen Directie van DG/SMN in Frankrijk
Het Ministerie van Landsverdediging haalt al de eenheden die zich in het deel van Frankrijk bevinden dat door de Duitsers bezet zal worden naar het onbezette deel van het land. De meeste eenheden die zich moeten verplaatsen, zullen op 29 juni vertrekken.

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Lang vóór de inval van de Duitsers in mei 1940 is de overheid bekommerd om de voedselvoorziening van de burgerbevolking en worden er maatregelen genomen om te rantsoeneren. Hiervoor wordt per provincie een Provinciaal Comité voor Steun en Ravitaillering opgericht. Deze Provinciale Comités worden aangestuurd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken die hiervoor een nationale Steun- en Ravitailleringscommissie heeft opgericht.
  2. Wrecksite. 2002. s/s Sigurds Faulbaums [+1940]. [On Line beschikbaar]: http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?13. [Laatst geraadpleegd 29  december 2025]. De berging van de lading, het lood van Vieille Montagne, heeft nog tot 1990 aanleiding gegeven tot een juridisch dispuut tussen duikers die het lood hebben geborgen en Vieille Montagne, de eigenaar van de lading.
  3. Gilbert, E. (1945) L’armée dans la nation. L’entre-deux-guerres en Belgique, Brussel: Editions Wellens-Pay.
  4. Jamart, J. (1994) L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.