25ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 1ste Linieregiment
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 3de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel H. Vreux
Standplaats Versterkte Positie Luik
PFLII Lijn
Ondersector Fléron-Chaudfontaine
Commandopost te Beyne-Heuset
Samenstelling I Bataljon
(Majoor J. Fievet)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt L. Croissant)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Jardon)
3de Compagnie Fuseliers (OLt J. Vandecan)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt F. Vierset)
II Bataljon
(Majoor R. Crevecoeur)
5de Compagnie Fuseliers (Lt R. Letellier)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Lambiotte)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Tummers)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Poerters)
III Bataljon
(Kapitein-commandant C. Wilmet)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Tessier)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Comblen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt G. Pinsmaille)
12dte Compagnie Mitrailleurs (Lt M. Jacques
IV Bataljon
(Majoor J. Bolle)
13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt V. Dewez)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt G. Vanduyfhuys)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt C. Wiertz)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant G. Delandtsheer)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein M. Moreau)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Willy Aelens)

Tijdens de mobilisatie

De 3de Infanteriedivisie maakt op 10 mei deel uit van de Versterkte Positie Luik en staat samen met de 2de infanteriedivisie opgesteld in een grote boog op de oostelijke oever van de Maas. De eenheden bezetten er stellingen tussen de forten rondom de stad ten noorden van de Vesder aan de PFLII lijn.

Het 25Li ligt in het zuidwesten van deze verdedigingsring. De commandopost en het Iste bataljon staan opgesteld te Saive. Het Iste bataljon ligt niet in de frontlinie, maar is verantwoordelijk voor de verdediging van de Chartreuse kazerne. Het IIde bataljon bevindt zich in stellingen tussen het fort van Fléron en het dorp Magnée, zonder haar 7de compagnie. Deze vormt samen met de 10de compagnie van het IIIde bataljon de verdere frontlinie tussen Magnée en Henne. De rest van het III/25Li ligt in tweede linie nabij Chênée. Het peloton verkenners is afgedeeld bij het 1CyF om de grens te helpen bewaken ten oosten van Luik.

Het 25Li mist heel wat verlofgangers, maar is een plaatselijk regiment en moet gelukkig niet lang wachten vooraleer de eerste afwezigen toekomen bij hun eenheid.

Sinds de ochtend rapporteren de lichte troepen aan de grens voortdurend incidenten en stroomt ook het nieuws binnen van de aanval op de 7e Infanteriedivisie nabij Maastricht en de grensoverschreidingen in het oosten van het land. Doorheen de dag komen er groepjes lichte troepen aan die hun alarmposten aan de grens verlaten hebben.

Reeds om 20u00 vaardigt het Groot Hoofdkwartier een bevel uit om de Versterkte Positie Luik op te geven. Nu de Duitsers ten noorden van Luik het Albertkanaal overgestoken zijn en er de 7de Infanteriedivisie met het 2Gr, 2C en 18Li uit elkaar geslagen hebben, dreigt de omsingeling van het IIIde Legerkorps te Luik. Te Luik moet de 3de Infanteriedivisie naar de linkeroever van de Maas, terwijl de 2de Infanteriedivisie naar de K.W. Stelling gestuurd wordt.

De bataljons van het 25ste verlaten tijdens de nacht hun stellingen op de fortenlijn en trekken zich terug over de bruggen over de Maas naar de westelijke over.

De 3de Infanteriedivisie neemt een nieuwe defensieve stelling in op de linkeroever van de Maas. De divisie installeert zich op twee echelons:

  • het eerste echelon loopt van Chertal tot aan de samenvloeiing van de Maas en de Ourthe, met:
    • het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment van Herstal tot aan de brug van Wandre (inclusief)
    • het IIIde bataljon van het 12de Linieregiment van de brug van Wandre (exclusief) tot Marexhe
    • het Iste bataljon van het 12de Linieregiment van Marexhe tot de brug van Coronmeuse (exclusief)
    • het Iste bataljon van het 25ste Linieregiment van de brug van Coronmeuse (inclusief) tot Pont-Neuf; dit bataljon plaatst zijn commandopost in het treinstation Gare des Palais aan de Rue de Bruxelles.
    • het IIIde bataljon van het 25ste Linieregiment van de brug van Pont-Neuf tot Val-Benoit; dit bataljon heeft zijn nieuwe commandopost in het Hotel du Globe aan de Boulevard d’Avroy.
    • de commandopost van het 25ste Linieregiment wordt geïnstalleerd in een woning langsheen de Rue de Campine die Saint-Walburge met Luik verbindt; ook het peloton verkenners en de medische hulppost bevinden zich hier.
  • het tweede echelon loopt ten westen van deze linie op het plateau dat over de Maas uitkijkt, tussen Grâce-Berleur en Liers. Het tweede echelon komt onder het bevel van het 1ste Linieregiment te staan, dat zijn commandopost te Alleur opstelt. De bataljons staan als volgt opgesteld:
    • het IIde bataljon van het 25ste Linieregiment van Grâce-Berleur tot de baan van Luik naar Sint-Truiden (exclusief)
    • het IIde bataljon van het 12de Linieregiment van de baan van Luik naar Sint-Truiden (inclusief) tot de spoorwegoverweg ten zuidoosten van de kerk van Rocourt
    • het Iste bataljon van het 1ste Linieregiment van deze spoorwegoverweg tot het centrum van Rocourt
    • het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment van Rocourt tot Liers

Het Iste en het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment worden om 10u00 echter aan de divisie onttrokken om zich naar een door het IIIde Legerkorps bevolen dwarsstelling op het riviertje de Jeker te begeven en hier de groepering Flankwacht Noord te vervoegen. Zo blijven er nog zeven bataljons over voor de 3de Infanteriedivisie.

De bezetting van het plateau van Luik wordt overgelaten aan het II/25Li en het II/12Li. Na het vertrek van I/1Li en II/1Li worden de posities aangepast. Het II/25Li spreidt zich uit in de zone tussen Amon Delbrouck en de kerk van Liers richting zuiden, maar verplaatst zijn anti-tankgeschut om de invalswegen komende van uit het noordwesten te dekken.

Tijdens de late namiddag volgt het bevel tot de aftocht uit Luik. Volgens plannen opgesteld door het Groot Hoofdkwartier tijdens de mobilisatie zou de 3de Infanteriedivisie zich in westelijke richting moeten verplaatsen, maar deze marsrichting wordt bedreigd door de Duitse 4. Panzerdivision die in snel tempo in de richting van Hannuit vordert. Het IIIde Legerkorps duidt een andere route aan en stuurt de ganse 3de Infanteriedivisie naar het zuidwesten om zich achter de rivier de Méhaigne onder dekking van de Franse troepen te plaatsen.

De marsroute van de 3de Infanteriedivisie vormt één van vier door het IIIde Legerkorps uitgestippelde vluchtroutes uit de Versterkte Positie Luik. De route zal lopen over Oupeye, Les Awirs, Villers-le-Bouillet en Oteppe tot in Hannêche. Aan de colonnes van de zeven infanteriebataljons worden ook nog de volgende elementen toegevoegd:

  • alle divisietroepen die nog onder het commando van Luitenant-generaal Lozet staan
  • negen van de tien artilleriegroepen van het IIIde Legerkorps (de Iste tot en met IVde groep van 3A en de Iste tot en met Vde groep van 15A)
  • de 3de, 23ste en 32ste bataljons Genie, met uitzondering van de 2de compagnie van 23Gn en de 4de compagnie van 32Gn

Volgens het Reglement op den Velddienst uit 1939 hebben al deze elementen samen een gecombineerde colonnelengte van maar liefst 48Km. Het hoeft dan ook geen betoog dat het zo goed als onmogelijk is om al deze formaties over een enkele marsroute te sturen. De planning loopt dan ook al snel in het honderd. De diensten, transmissietroepen, genie en artillerie krijgen het vage bevel om tussen 21u00 en 00u00 de baan van Luik naar Sint-Truiden over te steken en er komt geen verdere coördinatie van het vertrek. Het 25Li krijgt de instructie om zijn bataljons om 02u00 te Mons te laten vertrekken, terwijl het 12Li en het II/1Li om 02u20 te Glain moeten passeren.

De staf van het regiment ontvangt zijn marsorders tussen 18u00 en 19u00. De bevelen worden per estafetten verspreid onder de bataljons en direct na hun vertrek sluit Kolonel Vreux zijn commandopost om zelf de aftocht te starten. De regimentsstaf is dan ook onbereikbaar wanneer het Iste bataljon een goed uur later naar de Rue de Campine belt ter bevestiging van zijn nieuwe instructies.

Kolonel Vreux en zijn stafgroep hebben onder dekking van het peloton verkenners de commandopost in alle haasten verlaten, nadat het gerucht opgevangen werd dat de vijand te Saint-Walburge zou zijn. Dit is niet correct. De dichtstbijzijnde Duitsers bevinden zich op zo’n 8Km afstand.

Ook het Iste bataljon raakt bevangen in de paniek rond de vermeende inname van Saint-Walburge. De vier compagnies verlaten hun stellingen in de grootse wanorde en slagen er niet in om een behoorlijke marscolonne te vormen te midden van de talrijke vluchtende burgers en militairen. De bataljonsstaf passeert bij de brug van Val-Benoit rondom 21u45 en wordt door een officier van de divisiestaf in de richting van Oteppe gestuurd.

Het IIIde bataljon is rondom 21u00 verstrikt geraakt in een onnoemelijke verkeersknoop te Fragnée, inde omgeving van het station Luik Guillemins. De bataljonscommandant kan slechts een 400 tot 500 manschappen met zich meenemen en laat naar het zuidwesten marcheren.

Het IIde bataljon tenslotte is reeds bij vertrek geheel uit elkaar gevallen. Majoor Crevecoeur vertrekt samen met de 7de en 8ste compagnies. De 5de en 6de compagnies trekken elk afzonderlijk weg.

Het peloton verkenners raakt onderweg afgescheiden van de staf en begeeft zich naar Hannuit waar rond middernacht samen met het enkele gemotoriseerde ambulancevoertuig van het regiment gezocht wordt naar de kolonel en zijn officieren. Hannuit zit propvol vluchtende militairen. Onderluitenant Aelens besluit niet te wachten en laat verder rijden naar Geldenaken.

Terwijl de Belgen en mislukte poging ondernemen langsheen de Jeker de vijand te blokkeren, start het gros van het 25Li zo snel mogelijk met de afmars naar zuidwesten. De situatie is gevaarlijk omdat er achter de 3de Infanteriedivisie een gat van zo’n 50 Km is ontstaan in de Belgische linies waardoor de vijandelijke eenheden Haspengouw binnenstromen. Bovendien zitten de wegen muurvast met vluchtende burgers en militairen.

Belgische militairen in hun mobilisatiekantonnement.

Het 25Li is volle aftocht langsheen een marsrichting die parallel met de Maas loopt. De diverse compagnies zijn verspreid over het ruime gebied ten noorden van de Méhaigne. De ganse dag door blijven groepjes militairen, die menen door de vijand gegrepen te zullen worden, zich overgeven aan de Duitse voorhoeden van de 4. Aufklaerungsabteilung en gaan heel wat manschappen en materieel verloren bij de chaotische aftocht. Daarenboven aarzelen de Franse cavalerietroepen die aankomen op hun stellingen langsheen de Méhaigne niet om de bruggen over deze rivier te vernielen.. De laatste Belgische zwemmen dan maar de 10m brede rivier over, en laten vele mitrailleurs, anti-tankkanonnen en ander zwaar tuig achter op de noordelijke oever.

De bevelhebber van het Iste bataljon kan samen met een deel van zijn troepen het dorp Oteppe bereiken omstreeks 07u30. Een tweede fractie van dit bataljon onder leiding van Commandant Vierset van de 4de compagnie marcheert even na 11u00 Landenne binnen.

Bij het IIde bataljon wordt Majoor Crevecoeur, zijn stafgroep en een deel van de 7de en 8ste compagnies ook omstreeks 07u30 te Malplaquet gevangen genomen door de vijand. Een deel van de beide compagnies kan ontkomen en zal aan het eind van de dag te Andenne kantonneren. De 5de compagnie kan in zijn geheel Namen bereiken. De 6de compagnie tenslotte wordt om 05u45 te Borgworm door de Duitsers ingehaald en ontwapend.

De 400 tot 500 manschappen van IIIde bataljon die enigszins coherent uit Luik wisten weg te trekken, bereiken Bierwart rondom 08u00. Commandant Wilmet weet niet waar de rest van zijn regiment zich bevindt en beslist om naar Namen te trekken.

Kolonel Vreux tenslotte zal samen met de regimentsstaf en een honderdtal manschappen Héron bereiken. Dit detachement overnacht ter plekke.

De commandopost van de 3de Infanteriedivisie komt die namiddag aan te Lavoir en krijgt daar het bevel de divisie te hergroeperen rond Flawinne ten westen van Namen.

De aftocht kost het regiment op 12 mei 6 dodelijke slachtoffers.

Het Belgische opperbevel beslist om de gehavende 3de infanteriedivisie tot in West-Vlaanderen terug te trekken en toe te voegen aan de reserve. De divisie heeft tijdens haar aftocht immers haar samenhang volledig verloren en is aan een dringende reorganisatie toe om ze opnieuw gevechtsklaar te maken. De aftocht zal via Charleroi gebeuren waar de divisie op transport zal worden gezet. Het divisiehoofdkwartier reist zo snel mogelijk vooruit en zal zich op 14 mei in het kasteel van Mevrouw De Roo-Jans in Doomkerke te Ruislede gaan vestigen.

Het 25Li wordt net zoals de rest van de 3de divisie naar Aalter doorgestuurd om zich daar te gaan hergroeperen. De tocht naar Vlaanderen zal via Bierwart, Flawinne en Fleurus verlopen.

Het 25Li wordt rond Charleroi op de trein richting Vlaanderen gezet.

Het 25Li reist naar Vlaanderen.

De 3de divisie wordt verplaatst naar het Afleidingskanaal van de Leie. Het divisiehoofdkwartier verhuist naar Ruislede. De regimenten van de 3de divisie zoeken kantonnementen in de omliggende dorpen op. Het 25Li wordt bij gebrek aan manschappen gereorganiseerd. Het IIde bataljon wordt ontbonden. De overgebleven manschappen worden gebruikt om de eenheden van het Iste en het IIde bataljon aan te dikken.

De 3de divisie blijft in reserve.

In samenspraak met de Britten zal een positiewissel aan de Bovenschelde uitgevoerd worden. Ten zuiden van de Oudenaarde zal de Britse 44ste infanteriedivisie afgelost worden door de Belgische 3de infanteriedivisie tussen Eine en Melden. De regimenten van de divisie zijn echter nog in volle reorganisatie en zijn niet niet marsvaardig. De verplaatsing zal daarom tot 22 mei uitgesteld worden. Het 12Li en het 1Li zullen vooruitgestuurd worden en moeten die avond vanaf 21u00 de mars van Wakken en Dentergem aanvatten om de tocht naar de Bovenschelde in te korten. Ook het divisiehoofdkwartier verhuist die nacht naar Wakken.

Het 25Li bijft voorlopig echter ter plekke.

Op de Conferentie van Ieper besluit het geallieerde opperbevel echter om na de Duitse doorbraak in Frankrijk de linies naar het westen te verplaatsen. De Belgen zullen de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde opgeven om zich terug te trekken naar het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Voor de 3de infanteriedivisie betekent dit dat de voorziene verplaatsing naar de Bovenschelde niet doorgaat en de troepen onmiddellijk afgeleid zullen worden naar de Leie.

Het regiment komt aan op de oevers van de Leie om er samen met de rest van zijn divisie een nieuwe verdedigingslijn uit te bouwen tussen het Kanaal van Roeselare naar de Leie in het noorden tot en met Kuurne in het zuiden. De infanteristen arriveren tegenover Desselgem en zetten vervolgens koers naar Bavikhove. Het regiment zal de centrale ondersector van de 3de infanteriedivisie bezetten. De beide bataljons worden opgesteld in het eerste echelon:

  • Het IIIde bataljon gaat op de linkerflank.
  • Het Iste bataljon neemt de rechterflank in en wordt de noorderbuur van het 12Li. De commandopost van dit bataljon wordt opgesteld nabij kilometerpaal 2 op de baan Kuurne-Bavikhove.
  • De staf van het regiment zoekt onderdak in een hoeve aan de zuidoost rand van Hulste.

Bij gebrek aan een derde bataljon kan het regiment geen tweede echelon vormen. De divisie wordt wel ondersteund door het 2CyF dat zich tussen Stokerijhoek en Hulste in reserve houdt om tussenbeide te komen in geval van een Duitse aanval.

De Belgische posities langsheen de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden bemant het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Ooigem-Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste divisie Ardeense Jagers en de 10de infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

Het 25Li heeft zijn beide bataljons opgesteld te Bavikhove. Duitse troepen stromen toe op de oostelijke oever. De vijand heeft ook haar eerste artilleriebatterijen in stelling gebracht en die middag worden de Belgische linies voor de eerste keer onder vuur genomen. Vanaf ongeveer 14u30 weerklinken de eerste geweerschoten langsheen de oever. Rondom 16u30 opent de vijandelijke artillerie het vuur. Het bombardement dikt al snel aan en even na 17u15 verlaten talkrijke soldaten van de 2de en 3de compagnies hun stellingen in eerste linie om halsoverkop een veiliger onderkomen op te zoeken. De vijand is duidelijk op zoek naar een opening in de linies van het 25Li.

De staf van de 3de divisie is bijzonder verontrust over het verlaten van de stellingen en vreest dat het gat in de linies door de Duitsers zal worden uitgebuit. Tot een vijandelijke oversteekpoging komt het gelukkig niet. De Belgen slagen er in om met twee pelotons van het 12Li en een detachement van het 2CyF het gat te dichten en de verbinding tussen het 25Li en het 12Li te herstellen. Het 25Li is zijn 2de compagnie echter volledig kwijtgespeeld.

Na de succesvolle aanval te Harelbeke slaan de Duitsers deze noodbrug om de verdere opmars te ondersteunen.

De vijand tracht op verschillende locaties de Leie over te steken en zal al snel succes boeken zowel ten zuiden als ten noorden van Kortrijk.

Ten zuiden van de stad wordt die dag een bruggenhoofd veroverd op ons 3Li tussen Kortrijk en Menen.

Ook te Harelbeke steken de Duitsers na een hevig artilleriebombardement die middag de rivier over in de ondersector van het 25Li en het naburige 12Li.

Kolonel Vreux, een oudgediende van ’14-’18, beveelt zijn regiment van in de loopgrachten in de eerste linie. De Belgen verdedigen het terrein met hand en tand, maar moeten toch langzaam prijs geven. Ook het naburige 12Li moet zich uiteindelijk gewonnen geven en dulden dat de vijand een bruggenhoofd uitbouwt op de linkeroever.

Vanaf 18u00 trekt het 3A zich terug na het verschieten van zijn laatste projectielen en even later volgen de infanteristen. Tegen 21u00 zijn de infanteriebataljons van de 3de Infanteriedivisie in volle aftocht van de oever en rond middernacht is een opening van zo’n 8 Km ontstaan in onze linies.

De restanten van 3de infanteriedivisie trekken die nacht terug achter het kanaal van Roeselare. Het 25Li heeft op 23 en 25 mei een totaal van 67 doden verloren in de gevechten.

De overgebleven militairen van het 25Li trekken zich terug in de algemene richting van Izegem en bereiken de noordelijke oever van het Kanaal van Roeselare via de brug van Evelgem. Die brug wordt rond 13u20 door de Belgische genie opgeblazen.

Het regiment is door de talrijke gevluchte en gevangen genomen militairen echter zo sterk verzwakt dat het niet langer in staat is als een georganiseerd geheel te functioneren. De campagne van het 25Li eindigt de facto op 25 mei.

De manschappen vertrekken in de loop van de avond naar Veldegem.

Het regiment verblijft te Veldegem.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei verplaatst het regiment zich naar de westrand van Tielt. De commandopost wordt te Pittem opgesteld. Tot een nieuwe inzet komt het echter niet meer en wanneer blijkt dat de Belgische linies zo dun en zwak zijn dat Duitse patrouilles zich binnen de eigen posities bevinden, komt het tot een algemene terugtocht.

Het regiment is onderweg naar Engel wanneer het nieuws van de overgave vernomen wordt.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen