25ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 1ste Linieregiment
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 3de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel Hector Vreux
Adjudant-majoor Kapitein-commandant Jacques Fievez
Standplaats Versterkte Positie Luik
PFLII Lijn
Ondersector Fléron-Chaudfontaine
Commandopost te Beyne-Heuset
Samenstelling I Bataljon
(Majoor Joseph Fievet)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt L. Croissant)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt Gérard Jardon)
3de Compagnie Fuseliers (OLt J. Vandecan)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Fernand Vierset)
  II Bataljon
(Majoor René Crevecoeur)
5de Compagnie Fuseliers (Lt Roger Letellier)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Lambiotte)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Jean Tummers)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Albert Poerters)
  III Bataljon
(Kapitein-commandant Cyrille Wilmet)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Tessier)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt Jean Comblen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt G. Pinsmaille)
12dte Compagnie Mitrailleurs (Lt Marcel Jacques)
  IV Bataljon
(Majoor Jules Bolle)
13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Victor Dewez)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt Gaston Vanduyfhuys)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt C. Wiertz)
  Stafcompagnie (Kapitein-commandant Gaston Delandtsheer)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein M. Moreau)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Willy Aelens)

Tijdens de mobilisatie

Staf/25Li
Het 25ste Linieregiment (25Li) werd gemobiliseerd op 28 augustus 1939 te Herstal.  Het mobilisatiebureau werd geïnstalleerd aan de Rue Elisa Dumonceau 69 en bestond uit Kolonel Vreaux, Kapitein-commandant Fievez, de 1ste Sergeanten Peeters en Poissinger en Sergeant Baudoin.  De activering van de eenheden duurde twee dagen.  Op 30 augustus vertrokken de bataljons naar hun eerste oorogskantonnementen op de rechteroever van de Maas.  Het I/25Li vertrok naar  Xhavée en werd toegevoegd aan de ondersector Saive onder bevel van het 1Li.  Het II/25Li verliet Herstal voor Beyne-Heusay en versterkte ondersector Retinne onder bevel van het 12Li.  Het III/25Li werd te Bois de Breux toegevoegd aan de reserve van het III/LK.  De staf van het IV/25Li verplaatste zich naar  Wandre.  De 11Cie trok naar Ougrée en kwam onder het bevel te staan van het 29Li.  De regimentsstaf werd verplaatst naar de wijk Robermont in oostelijke stadshelft.  Ook het Peloton Verkenners werd opgesplitst.  De wielrijdersgevechtsgroepen bleven bij het 25Li, terwijl de gevechtsgroep met motorwielen in steun geplaatst werd van het 1Li.

Het regiment wordt al snel geconfronteerd met de harde realiteit wanneer op 31 augustus 1939 bij een onweer de bliksem inslaat op de metalen spoorbrug van Ougrée en daarbij het elektrische compassement van de springinrichting activeert.  In een geweldige ontploffing stort de hele brug in elkaar, net op het ogenblik dat de sneltrein Luik-Luxemburg over het kunstwerk rijdt.  Naast een tachtigtal gewonden zijn er ook drie vermisten en zeventien doden [1].  Onder hen ook schildwacht Korporaal Georges Boulanger.  Deze ramp betekende het onmiddellijke einde van de exposition internationale de l’eau, een wereldtentoonstelling ter gelegenheid van de opening van het Albertkanaal.  Veel belangrijker echter was de beslissing van de legerleiding om uit voorzorg alle elektrische ontstekers weg te laten halen bij alle springinrichtingen doorheen het land, en deze alleen maar terug te laten plaatsen bij een daadwerkelijke Duitse aanval.  Deze beslissing zou belangrijke gevolgen hebben bij de aanval op de 7de Infanteriedivisie aan het Albertkanaal ten noorden van de Versterkte Positie Luik op 10 mei 1940.

Het ongeluk met de springinrichting van de brug van Val-Benoit zou leiden tot het verwijderen van de elektrische ontstekers van alle springinrichtingen doorheen het land.

De 3de Infanteriedivisie maakt aan de vooravond van 10 mei nog steeds deel uit van de Versterkte Positie Luik en staat samen met de 2de infanteriedivisie opgesteld in een grote boog op de oostelijke oever van de Maas. De eenheden bezetten er stellingen tussen de forten rondom de stad ten noorden van de Vesder aan de PFLII lijn.  Het 25Li ligt in het zuidwesten van deze verdedigingsring, in de Ondersector Fléron-Chaudfontaine.

De commandopost van het 25Li staat opgesteld te Saive. Het 25Li mist heel wat verlofgangers, maar is een plaatselijk regiment en moet gelukkig niet lang wachten vooraleer de eerste afwezigen toekomen bij hun eenheid. 

I/25Li
Het Iste Bataljon ligt niet in de frontlinie, maar is ingekwartierd in de Chartreusekazerne waar zich ook het HK van de 3Div bevindt.  Het bataljon vormt hier de kern van de reservemacht van de divisie die aangevoerd wordt door Majoor Dery van het IV/1Li.  

II/25Li(-)
Het IIde Bataljon bevindt zich op stellingen tussen het fort van Fléron en het dorp Magnée, zonder zijn 7de Compagnie. Deze vormt samen met de 10de Compagnie van het IIIde Bataljon de verdere frontlinie tussen Magnée en Henne.

III/25Li(-)
 De rest van het III/25Li ligt in tweede linie nabij Chênée.

Pl Vknr/25Li
Het peloton verkenners is sinds eind februari 1040 afgedeeld bij het 1CyF om de grens te helpen bewaken ten oosten van Luik.

Staf/25Li
Sinds de ochtend rapporteren de lichte troepen aan de grens voortdurend incidenten en stroomt ook het nieuws binnen van de aanval op de 7de Infanteriedivisie nabij Maastricht en de grensoverschrijdingen in het oosten van het land.  Na de ontvangst van het algemeen alarm verplaatst de staf van het regiment zich naar zijn oorlogslocatie op het Chateau de Neufcour te te Bayne-Heusay.  Doorheen de dag komen er groepjes lichte troepen aan die hun alarmposten aan de grens verlaten hebben.

Reeds om 20u00 vaardigt het Groot Hoofdkwartier een bevel uit om de Versterkte Positie Luik op te geven. Nu de Duitsers ten noorden van Luik het Albertkanaal overgestoken zijn en er de 7de Infanteriedivisie met het 2Gr, 2C en 18Li uit elkaar geslagen hebben, dreigt de omsingeling van het IIIde Legerkorps te Luik. Te Luik moet de 3de Infanteriedivisie naar de linkeroever van de Maas, terwijl de 2de Infanteriedivisie naar de K.W. Stelling gestuurd wordt.

Het 25Li wordt om 21u45 op preadvies geplaatst om tijdens de nacht van 10 op 11 mei een verplaatsing uit te voeren.  De eigenlijke marsorders volgen om 23u40.  De bataljons verlaten tijdens de nacht hun stellingen op de fortenlijn en trekken zich terug over de Pont de Fragnée en de Pont de la Boverie naar de westelijke over.  De verplaatsing zal vlot gebeuren, met uitzondering van het verlies van een paardengespan met een caisson voor Mi Maxim mitrailleurs.  Dit voertuig kantelt om in de berm van de weg en kan niet worden rechtgetrokken.

I/25Li
Het Iste Bataljon wordt even na 01u00 gealarmeerd.  Om 02u30 verlaten twee pelotons van de 1ste Compagnie de Chartreusekazerne om in de stad de bewaking te verzekeren van de oever van de Maas tussen de Pont de Fragnée en de Pont de la Boverie.  De rest van het bataljon vertrekt een uur later naar zijn oorlogskantonnementen te Sainte-Walburge.  Hier wordt de commandopost opgesteld in de gemeenteschool.

14/IV/25Li
Het anti-tankgeschut van de 14Cie is verdeeld onder de drie fuseliersbataljons van het regiment.  De compagniestaf wordt geleid door pelotonscommandant Onderluitenant Bonjean in afwezigheid van Kapitein-commandant Vanduyfhuys.  Deze laatste is tijdelijk gedetacheerd naar het opleidingscentrum voor reservekaders dat het III/LK op de Citadel van Luik georganiseerd heeft.  Vanduyfhuys leidt hier de school voor reserve-onderofficieren.  Deze school wordt ontbonden bij het algemeen alarm zodat hij omstreeks 09u00 het bevel terug opneemt over zijn compagnie.

Belgische militairen in hun mobilisatiekantonnement.

Staf/25Li
De 3de Infanteriedivisie heeft nu een nieuwe defensieve stelling ingenomen langsheen de linkeroever van de Maas:

  • het eerste echelon loopt van Chertal tot aan de samenvloeiing van de Maas en de Ourthe, met:
    • het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment van Herstal tot aan de brug van Wandre (inclusief)
    • het IIIde bataljon van het 12de Linieregiment van de brug van Wandre (exclusief) tot Marexhe
    • het Iste bataljon van het 12de Linieregiment van Marexhe tot de brug van Coronmeuse (exclusief)
    • het Iste bataljon van het 25ste Linieregiment van de brug van Coronmeuse (inclusief) tot Pont-Neuf; dit bataljon plaatst zijn commandopost in het treinstation Gare des Palais aan de Rue de Bruxelles.
    • het IIIde bataljon van het 25ste Linieregiment van de brug van Pont-Neuf tot Val-Benoit; dit bataljon heeft zijn nieuwe commandopost in het Hotel du Globe aan de Boulevard d’Avroy.
    • de commandopost van het 25ste Linieregiment wordt geïnstalleerd aan de Rue de Campine 309. De wielrijdersfractie van peloton verkenners en de stafcompagnie vinden onderdak in het huisnummer 391 van dezelfde straat die Saint-Walburge met Luik verbindt.
    • de medische hulppost wordt opgesteld in de Rue Sainte-Walburge 71.
  • het tweede echelon loopt ten westen van deze linie op het plateau dat over de Maas uitkijkt, tussen Grâce-Berleur en Liers. Het tweede echelon komt onder het bevel van het 1ste Linieregiment te staan, dat zijn commandopost te Alleur opstelt. De bataljons staan als volgt opgesteld:
    • het IIde bataljon van het 25ste Linieregiment van Grâce-Berleur tot de baan van Luik naar Sint-Truiden (exclusief)
    • het IIde bataljon van het 12de Linieregiment van de baan van Luik naar Sint-Truiden (inclusief) tot de spoorwegoverweg ten zuidoosten van de kerk van Rocourt
    • het Iste bataljon van het 1ste Linieregiment van deze spoorwegoverweg tot het centrum van Rocourt
    • het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment van Rocourt tot Liers

Het Iste en het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment worden om 10u00 echter aan de divisie onttrokken om zich naar een door het IIIde Legerkorps bevolen dwarsstelling op het riviertje de Jeker te begeven en hier de groepering Flankwacht Noord te vervoegen. Zo blijven er nog zeven bataljons over voor de 3de Infanteriedivisie.

De bezetting van het plateau van Luik wordt overgelaten aan het II/25Li en het II/12Li. Na het vertrek van I/1Li en II/1Li worden de posities aangepast. Het II/25Li krijgt de opdracht in stelling te gaan tussen de kerk van Liers in het noorden en het kruispunt ”Amon Delbroucq’ te Rocourt in het zuiden, met front richting Luik.  Hierbij worden de anti-tankkanonnen wel gebruikt om de noordflank van de nieuwe positie te dekken.  Deze stellingname zal heel moeizaam verlopen.  Enerzijds is het bijzonder druk op de uitvalswegen uit Luik en anderzijds is het geen sinecure om in het relatief dichtbebouwde gebied geschikte posities te verkennen.

Tijdens de late namiddag volgt het bevel tot de aftocht uit Luik. Volgens plannen opgesteld door het Groot Hoofdkwartier tijdens de mobilisatie zou de 3de Infanteriedivisie zich in westelijke richting moeten verplaatsen, maar deze marsrichting wordt bedreigd door de Duitse 4. Panzerdivision die in snel tempo in de richting van Hannuit vordert. Het IIIde Legerkorps duidt een andere route aan en stuurt de ganse 3de Infanteriedivisie naar het zuidwesten om zich achter de rivier de Méhaigne onder dekking van de Franse troepen te plaatsen.

De marsroute van de 3de Infanteriedivisie vormt één van vier door het IIIde Legerkorps uitgestippelde vluchtroutes uit de Versterkte Positie Luik. De route zal lopen over Oupeye, Les Awirs, Villers-le-Bouillet en Oteppe tot in Hannêche. Aan de colonnes van de zeven infanteriebataljons worden ook nog de volgende elementen toegevoegd:

  • alle divisietroepen die nog onder het commando van Luitenant-generaal Lozet staan
  • negen van de tien artilleriegroepen van het IIIde Legerkorps (de Iste tot en met IVde groep van 3A en de Iste tot en met Vde groep van 15A)
  • de 3de, 23ste en 32ste bataljons Genie, met uitzondering van de 2de compagnie van 23Gn en de 4de compagnie van 32Gn

Volgens het Reglement op den Velddienst uit 1939 hebben al deze elementen samen een gecombineerde colonnelengte van maar liefst 48Km. Het is echter zo goed als onmogelijk is om al deze formaties over een enkele marsroute te sturen. De planning loopt dan ook al snel in het honderd.  De divisiestaf geeft aan de diensten, transmissietroepen, genie en artillerie het vage bevel om tussen 21u00 en 00u00 de baan van Luik naar Sint-Truiden over te steken en er komt geen verdere coördinatie van het vertrek. Voor het 25Li worden orders opgesteld om de de bataljons om 02u00 te Mons te laten vertrekken, terwijl het 12Li en het II/1Li om 02u20 te Glain moeten passeren.

Ook bij het 25Li loopt de coördinatie van het vertrek fout.  Kolonel Vreux wordt om 17u30 verwittigd om zijn regiment klaar te maken voor een verplaatsing en wacht verdere orders af tot 20u00.  Wanneer die er niet komen, tracht hij te telefoneren naar de divisiestaf die dan al zijn commandopost verlaten heeft.  Vreux besluit hierop om de nodige bevel voor de afmars per estafetten te verspreiden onder zijn bataljons.  Omstreeks 20u50 sluit hij zijn commandopost om zelf de aftocht te starten. Kolonel Vreux en zijn stafgroep verlaten onder dekking van het peloton verkenners in alle haasten de Rue de Campine 309, nadat het gerucht opgevangen werd dat de vijand te Saint-Walburge zou zijn. Dit is niet correct. De dichtstbijzijnde Duitsers bevinden zich op zo’n 8Km afstand.

De regimentsstaf is dan ook onbereikbaar wanneer het Iste bataljon naar de Rue de Campine belt ter bevestiging van de nieuwe instructies.  Ook wordt het Iste bataljon geraakt door de geruchten van de vermeende inname van Saint-Walburge.  De vier compagnies verlaten hun stellingen in de grootse wanorde en slagen er niet in om een behoorlijke marscolonne te vormen te midden van de talrijke vluchtende burgers en militairen. De bataljonsstaf passeert bij de brug van Val-Benoit rondom 21u45 en wordt door een officier van de divisiestaf in de richting van Oteppe gestuurd.

Het IIIde bataljon is rondom 21u00 verstrikt geraakt in een onnoemelijke verkeersknoop te Fragnée, inde omgeving van het station Luik Guillemins. De bataljonscommandant kan slechts een 400 tot 500 manschappen met zich meenemen en laat naar het zuidwesten marcheren.

Het IIde bataljon verneemt kort na 20u00 het bericht van de regimentsstaf dat het zich moet klaarmaken op een aftocht naar het zuidwesten, maar heeft in dit bericht nog geen reisweg of eindbestemming gekregen.  Wanneer Majoor Crevecoeur om 22u00 nog geen nieuws heeft, stuurt hij een motorwielrijder naar de Rue de Campine die op dat ogeblik verlaten is door de regimentsstaf.  Crevecoeur beveelt om 22u15 de onmiddellijke aftocht van zijn bataljon.  De compagnies zijn op dat ogenblik nog verspreid op weg naar hun posities tussen Liers en Rocourt en de communicatie loopt mis.  Dit maakt dat het II/20Li in verschillende fracties zal terugtrekken.  Het grootste detachement omvat de bataljonsstaf, de 7Cie, en de 8Cie minus twee pelotons.  Dit detachement zal onderweg nog een peloton van de 3Cie oppikken.

Het peloton verkenners raakt onderweg afgescheiden van de staf en begeeft zich naar Hannuit waar rond middernacht samen met het enkele gemotoriseerde ambulancevoertuig van het regiment gezocht wordt naar de kolonel en zijn officieren. Hannuit zit propvol vluchtende militairen. Onderluitenant Aelens besluit niet te wachten en laat verder rijden naar Geldenaken.

Terwijl de Belgen en mislukte poging ondernemen langsheen de Jeker de vijand te blokkeren, start het gros van het 25Li zo snel mogelijk met de afmars naar zuidwesten. De situatie is gevaarlijk omdat er achter de 3de Infanteriedivisie een gat van zo’n 50 Km is ontstaan in de Belgische linies waardoor de vijandelijke eenheden Haspengouw binnenstromen. Bovendien zitten de wegen muurvast met vluchtende burgers en militairen.

14/IV/25Li
Tijdens de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei verneemt Kapitein-commandant Vanduyfhuys dat de 14Cie bij de terugtocht naar de linkeroever van de Maas zijn twaalf C47 anti-tankkanonnen moet herverdelen.   Vanduyfhuys geeft de nodige orders aan de pelotonscommandanten.  Zeven vuurmonden moeten ter aan de hoofdingang van de koolmijn Bonne Fortune ter beschikking gesteld worden van commandant 1Li.  De vijf overige stukken zijn voor de commandant 25Li en moeten naar de Pont de la Boverie.  Hij laat tevens de munitievrachtwagens van de pelotons na het opladen van alle munitie verzamelen nabij café Borzé te Beyne-Heusay om hierna door te rijden naar de andere oever.

Na het begeleiden van zijn geschut naar de nieuwe bestemmingen begeeft Kapitein-commandant Vanduyfhuys zich naar Grâce-Berleur waar hij zich onder het bevel stelt van Majoor Crevecoeur van het II/25Li.  De compagniecommandant moet de posities voor het anti-tankgeschut te Liers verkennen en dient zich vervolgens naar de Pont de la Boverie te begeven om de vijf vuurmonden die in steun gegeven werden van commandant 25Li te recupereren.  Ook Vanduyfhuys loopt bijzonder veel vertraging op bij de verplaatsing naar Liers zodat hij pas even na 20u00 in staat is om terug te keren naar de hem aangeduide brug.  Hij stuit kort na zijn vertrek uit Liers op Majoor Crevecoeur die hem in alle haasten vertelt om maar beter klaar te zijn voor de afmars uit Luik en er dan al even snel vandoor gaat.  Even verderop ontdekt hij de 6Cie die het bevel gekregen heeft aan het kruispunt ”Amon Delbroucq’ op instructies te wachten.

Staf/25Li
Het 25Li is volle aftocht langsheen een marsrichting die parallel met de Maas loopt. De diverse compagnies zijn verspreid over het ruime gebied ten noorden van de Méhaigne. De ganse dag door blijven groepjes militairen, die menen door de vijand gegrepen te zullen worden, zich overgeven aan de Duitse voorhoeden van de 4. Aufklaerungsabteilung en gaan heel wat manschappen en materieel verloren bij de chaotische aftocht. Daarenboven aarzelen de Franse cavalerietroepen die aankomen op hun stellingen langsheen de Méhaigne niet om de bruggen over deze rivier te vernielen. De laatste Belgische zwemmen dan maar de 10m brede rivier over, en laten vele mitrailleurs, anti-tankkanonnen en ander zwaar tuig achter op de noordelijke oever.

Kolonel Vreux tenslotte zal met de regimentsstaf en een honderdtal manschappen het dorp Héron bereiken. Dit detachement overnacht ter plekke.

De commandopost van de 3de Infanteriedivisie komt die namiddag aan te Lavoir en krijgt daar het bevel de divisie te hergroeperen rond Flawinne ten westen van Namen.

I/25Li
De bevelhebber van het Iste bataljon kan samen met een deel van zijn troepen het dorp Oteppe bereiken omstreeks 07u30.  Een tweede fractie van dit bataljon onder leiding van Commandant Vierset van de 4de compagnie marcheert even na 11u00 Landenne binnen.

Detachement Majoor Crevecoeur, II/25Li
Bij het IIde bataljon heeft het detachement van Majoor Crevecoeur (bataljonsstaf, 7Cie, 8Cie minus twee Pl, een Pl van de 3Cie) tijdens de tweede helft van de nacht halt gehouden te Fexhe-le-haut-Clocher voor het rustpauze.  Bij dageraad besluit Crevecoeur om verder te marcheren en een poging te wagen om naar het westen te ontkomen via Roloux, Jeneffe, Haneffe en Ville-en-Hesbaye.  Kort na het vertrek passeert het detachement het dorpje Malplaquet waar de chauffeur van Crevecoeur meldt dat de sidecar bijna zonder benzine zit.  De majoor laat haar het nabijgelegen Horion rijden waar nieuwe brandstof gevonden wordt.  Hier wordt de bataljonscommandant tussen 07u00 en 07u30 ingelopen en overmeesterd door de vijand.   Ook de rest van de colonne wordt gegrepen door de Duitse voorhoede.  Een deel van de beide compagnies kan ontkomen en zal aan het eind van de dag te Andenne kantonneren.

5Cie, II/25Li
De 5de compagnie kan in zijn geheel Namen bereiken.

6Cie, II/25Li
De 6de compagnie tenslotte wordt om 05u45 te Borgworm door de Duitsers ingehaald en ontwapend.

III/25Li
De 400 tot 500 manschappen van IIIde bataljon die enigszins coherent uit Luik wisten weg te trekken, bereiken Bierwart rondom 08u00. Commandant Wilmet weet niet waar de rest van zijn regiment zich bevindt en beslist om naar Namen te trekken.

De aftocht kost het regiment op 12 mei 6 dodelijke slachtoffers.

Het Belgische opperbevel beslist om de gehavende 3de infanteriedivisie tot in West-Vlaanderen terug te trekken en toe te voegen aan de reserve. De divisie heeft tijdens zijn aftocht immers zijn samenhang volledig verloren en is aan een dringende reorganisatie toe om ze opnieuw gevechtsklaar te maken. De aftocht zal via Charleroi gebeuren waar de divisie op transport zal worden gezet. Het divisiehoofdkwartier reist zo snel mogelijk vooruit en zal zich op 14 mei in het kasteel van Mevrouw De Roo-Jans in Doomkerke te Ruiselede gaan vestigen.

Staf/25Li
De regimentsstaf komt aan te Suarlée om 08u15 en verlaat deze locatie om 20u20 om zich vervolgens naar Ransart te begeven.  De etappe zal via via Bierwart, Flawinne en Fleurus verlopen.

Staf/25Li
Aan het eind van de dag wordt het 25Li te Ransart ingescheept in enkele treinstellen die het regiment naar Vlaanderen zullen brengen.  De 3Div zal rond Aalter gehergroepeerd worden.

Staf/25Li
Het 25Li wordt ingekwartierd te Lotenhulle.

De 3de divisie wordt verplaatst naar het Afleidingskanaal van de Leie. Het divisiehoofdkwartier verhuist naar Ruiselede. De regimenten van de 3de divisie zoeken kantonnementen in de omliggende dorpen op. 

De 3de divisie blijft in reserve.

Het 25Li telt nog 84 officieren, 276 onderofficieren en 2.088 korporaal en manschappen, en wordt bij gebrek aan manschappen gereorganiseerd. Het IIde bataljon wordt ontbonden. De overgebleven manschappen worden gebruikt om de eenheden van het Iste en het IIIde bataljon aan te dikken.  Deze beide bataljons omvatten 3 compagnies van elk 3 pelotons met 3 gevechtsgroepen en 1 mitrailleurcompagnie met 12 Mi Maxim.  Er is niet langer een compagnie mortieren en compagnie mitrailleurs op het niveau van het regiment.  De compagnie anti-tankkanonnen bestaat nog wel, maar is herleid tot 7 C47 vuurmonden.  Majoor Fievet beveelt het hervormde I/20Li en Majoor Bolle het III/20Li.

De hoofdweerstandslinie van het Belgische leger loopt sinds 19 mei van Terneuzen over het Bruggenhoofd Gent tot Oudenaarde.  Vanaf deze stad start de Britse legerzone.  In samenspraak met de Britten zal hier een positiewissel uitgevoerd worden. Het Groot Hoofdkwartier heeft zich bereid verklaard om ten zuiden van de Oudenaarde tussen Eine en Melden de Britse 44ste infanteriedivisie af te lossen door de Belgische 3de infanteriedivisie. De regimenten van de divisie zijn echter nog in volle reorganisatie en zijn niet niet marsvaardig.  De verplaatsing zal daarom tot 22 mei uitgesteld worden.  De 3Div wordt wel verplaatst naar nieuwe kantonnementen op de linkeroever van de Leie.  Het 1Li, 12Li en 25Li vertrekken aan het eind van de dag naar respectievelijk Dentergem, Waken en Markegem.  Ook het divisiehoofdkwartier verhuist naar Wakken.

Het 25Li verlaat Lotenhulle aan het eind van de dag en verplaatst zich naar Markegem.

Om 15u30 overlegt Luitenant-generaal Lozet dan ook met de bevelhebbers van zijn eenheden.  De 3de Infanteriedivisie zal inderdaad in de nacht van 21 op 22 mei oprukken naar het gebied tussen Ooike en Wortegem-Petegem.  Hier moet de divisie zich klaar houden om ter plekke in defensieve stelling te ontplooien of om doorgestuurd te worden naar de Schelde om de sector van de 44(UK)Div over te nemen.  De divisie zal voor deze opdracht versterkt worden met de overgebleven elementen van het 1ste Regiment Grenswielrijders en het 2de Regiment Grenswielrijders.  Het 1Li, 25Li en 12Li zullen van noord naar zuid opgesteld worden vanaf het gehucht Baltenshoek in het noorden, over de molen van Ooike en het gehucht Knok tot aan de Tjammelsbeek.  Langsheen deze beek zullen het 1CyF en het 2CyF de rechterflank dekken tot aan de Tjammelsvijvers.  De divisie zal twee groepen geschut van het 3A meenemen.

Eveneens in de late namiddag van 21 mei zal het geallieerde oppercommando echter tijdens de Conferentie van Ieper beslissen om de Schelde-linie op te geven.   Het Groot-Hoofdkwartier anticipeert deze beslissing en laat omstreeks 17u45 de verplaatsing van de 3Div afgelasten.  Dit bericht wordt nog voor 18u00 per telefoon verspreid onder de eenheden en zal bevestigd worden tijdens de tweede helft van de nacht van 21 op 22 mei.

Nu de ontplooiing van de 3de Infanteriedivisie in het gebied tussen de Leie en de Schelde is afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars volgen er om 02u30 nieuwe bevelen voor een ontplooiing langsheen de Leie. De 3de Infanteriedivisiekomt samen met de 1ste Infanteriedivisie en de 10de Infanteriedivisie onder het bevel van het IVde Legerkorps te staan.  Het korps plaatst de 3Div tussen het Kanaal van Roeselare naar de Leie en Kortrijk (exclusief), en de 1Div tussen Kortrijk (inclusief) en Menen (exclusief), en houdt de 10Div in reserve langsheen het Kanaal van Roeselare naar de Leie, tussen Roeselare en Izegem.

Opstelling van het Iste Bataljon van het 25Li langsheen de Bavikhoofsestraat.

Opstelling van het Iste Bataljon van het 25Li langsheen de Bavikhoofsestraat.

Het 25Li krijgt de centrale ondersector van de nieuwe positie van de 3Div toegewezen verplaatst zich naar de oever van de Leie.  De infanteristen arriveren tegenover Desselgem en zetten vervolgens koers naar Bavikhove waar de eerste elementen vanaf 09u00 toekomen.  De ondersector heeft een breedte van ongeveer 2,600m en strekt zich uit van Bavikhove in het noorden (inclusief) tot aan de brug van Harelbeke in het zuiden (exclusief):

  • De staf van het regiment installeert de commandopost in een hoeve aan de zuidoost rand van Hulste.
  • Het IIIde bataljon krijgt kwartier noord toegewezen.
    • De 10Cie en de 11Cie worden ontplooid op het eerste echelon langsheen de oever van de Leie met de 11Cie in het noorden en de 10Cie in het zuiden.  De 11Cie wordt versterkt met twee secties Mi Maxim, de 10Cie met twee secties Mi Maxim en twee C47 anti-tankkanonnen.
    • De 9Cie bezet het tweede echelon dat de dorpskom van Bavikhove omvat en naar noordwaarts loopt via de huidige Buyelstraat tot net aan de overzijde van de Hazelbeek.  Het klooster van de zusters van de Heilige Familie uit Ieper vormt het centrale punt van het tweede echelon.  Dit echelon wordt versterkt met twee secties Mi Maxim en een C47 anti-tankkanon.
    • De medische hulpplaats van het IIde Bataljon wordt opgesteld in een woning bij het bruggetje van de Vlietestraat over de Hazelbeek. 
  • Het Iste bataljon neemt kwartier zuid in.  De scheidingslijn tussen het IIIde en het Iste Bataljon ligt ongeveer ter hoogte van de hoeve ‘t Hoog Hemelrijk.
    • De 3Cie en de 2Cie bezetten het eerste echelon met de 3Cie in het noorden en de 2Cie in het zuiden.
    • De 1Cie krijgt het tweede echelon toegewezen waarvan het front gevormd wordt door de Bavikhoofsestraat.
    • De commandopost van dit bataljon wordt opgesteld in hoeve Te Swembeke, even ten westen van de Bavikhoofsestraat langsheen de Vaarnewijkbeek.
  • De Iste Groep van 3A wordt toegewezen aan het regiment als vuursteunelement.
  • Het ravitalleringsechelon van het 25Li zal na de stellingname doorgestuurd worden naar het Ingelmunsterbos ten noorden van het Kanaal van Roeselare naar de Leie.

Bij gebrek aan een derde bataljon kan het regiment geen tweede echelon vormen. De divisie wordt wel ondersteund door het 2CyF dat zich tussen Stokerijhoek en Hulste in reserve houdt om tussenbeide te komen in geval van een Duitse aanval.

De stellingname start onmiddellijk bij aankomst en duurt de ganse dag.  Het Peloton Verkenners vertrekt naar de oostelijke oever en bewaakt de wegen van Desselgem en Deerlijk naar de oostrand van Harelbeke.  Het peloton wordt om 22u00 teruggetrokken wanneer de regimentsstaf bevestigt dat het contact met de vijand verwacht mag worden voor de ochtend van 23 mei.  De laatste Britse troepen die zich nog in het gebied tussen de Leie en de Bovenschelde bevonden, trekking zich terug door de Belgische linies en rijden vervolgens verder naar de Britse legerzone.  In de ondersector van het 12Li wordt de brug van Harelbeke met explosieven vernield.  De Britse genie blaast eveneens de kerktoren op.

De Belgische posities langsheen de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden verdedigt het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps omvat enerzijds uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem bezet. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie.  De 1ste Divisie Ardeense Jagers vormt de reservemacht van het VII/LK.  Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Ooigem-Kuurne bezet. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen.  De 10de Infanteriedivisie vormt de reserve van het IV/LK.  Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies.

Tegenover de ondersector Bavikhove komen de eerste Duitse troepen aan. De vijand heeft ook zijn eerste artilleriebatterijen in stelling gebracht en nog voor de middag worden de posities van het 25Li onder vuur genomen.  De Belgische artillerie riposteert terwijl de troepen van het 25Li zo snel mogelijk trachten verder te werken aan hun veldversterkingen.  De collectieve wapens zijn goed ingegraven, maar voor de fuseliers zijn de individuele schuttersputjes vaak nog niet verbonden tot een loopgravenstelsel.

Het artilleriebombardement wordt heviger vanaf 14u00.  Op diverse locaties vallen de troepen ook onder mitrailleurvuur.  De vijandelijke bezetting van de oostelijke oever wordt steeds talrijker.  Het C47 anti-tankkanon dat bij de 2Cie naar de brug van Harelbeke gericht staat, krijgt een voltreffer en wordt uitgeschakeld.  Omstreeks 17u20 verneemt de Kolonel Vreux dat enkele gevluchte militairen van de 2Cie beweren dat de Duitsers in hun onderkwartier de Leie zouden overgestoken zijn.  De kolonel vraagt aan Majoor Fievet van het I/20Li om de zaak te onderzoeken, en besluit om vervolgens om samen met Luitenant Moubax de twee gevechtsgroepen wielrijders van het Peloton Verkenners zelf ter plekke te gaan.  De kolonel en zijn detachement kunnen door het erg dichte artillerievuur slechts met grote moeite vooruit komen.  De compagniecommandant, Luitenant Letellier, is bij de beschietingen gewond geraakt en is op zoek naar de medische hulppost van het bataljon.  Hij bevestigt dat de 2Cie nog steeds stand houdt.  Luitenant Moubax wordt alleen voorop gestuurd en kan om 20u40 bevestigen dat de linker oever nog steeds in Belgische handen is.

Luitenant Letellier is zwaargewond aan de borst en wordt geëvacueerd via de medische hulppost van de 3Div naar Roeselare.  Vervolgens wordt hij gehospitaliseerd te Tielt en in de Abdij Zevenkerken.

Na de succesvolle aanval te Harelbeke slaan de Duitsers deze noodbrug om de verdere opmars te ondersteunen.

Om 02u45 komt de 15Cie van het IIIde Bataljon van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden aan.  De drie pelotons met samen zes secties worden gelijk verdeeld over het I/20Li en III/20Li.  Bij het I/20Li stuurt Majoor Fievez alle mitrailleurs naar het onderkwartier van de 2Cie.

Van zodra het dag wordt, vallen de posities van het 20Li opnieuw onder vuur.  De vijandelijke waarnemers hebben het hierbij gemunt op de C47 anti-tankkanonnen en de Mi Maxim mitrailleurs.  Maar ook in het achterliggende terrein komen granaten neer.  De commandopost van het regiment wordt meermaals getroffen.  Het aantal slachtoffers loopt op.  Tegen het middaguur heeft de staf weet van 19 doden en 23 gewonden.  Vanaf 08u45 is ook de telefoonverbinding met de divisiestaf uitgevallen.

I/25Li
De vijand tracht op verschillende locaties de Leie over te steken en zal zowel ten zuiden als ten noorden van Kortrijk succes boeken.  Ten zuiden van de stad wordt een bruggenhoofd veroverd tussen Kortrijk en Menen koste van het 3Li.  Ten noorden van Kortrijk blijven de Duitsers druk uitoefenen op Harelbeke en de scheidingslijn tussen het 12Li en het 25Li.  Tussen 14u00 en 15u00 vallen de 2Cie en de 3Cie onder een dichte barrage die zich vervolgens naar achter verschuift.  Hierop steekt te vijand ter hoogte van de vernielde brug van Harelbeke de Leie over.  De Duitse troepen kunnen relatief makkelijk doorstoten in de richting van de Witte Molen en veroveren zo een 400-tal meter terrein ten koste van het I/12Li om alzo ook de 2Cie van het 20Li in de flank te bedreigen.  Deze aanval wordt gevolgd door een tweede stromlanding op de scheidingslijn tussen de 2Cie en 3Cie.  Deze aanval resulteert heel snel in een doorstoot naar Bavikhove.  Het dorp wordt al na een goed half uur bereikt door de eerste vijandelijke troepen.  Deze dubbelaanval creëert een onhoudbare situatie voor het I/20Li.

Het noordelijke peloton van de 1Cie op het eerste echelon wordt rond 17u30 gevangen genomen.  De commandopost van Majoor Fievez wordt nu direct bedreigd.  Terzelfder tijd stort ook de weerstand bij de 2Cie in elkaar waardoor de Duitsers nog geen kwartier later ook de 3Cie kunnen neutraliseren.  Wanneer vervolgens het centrale peloton van de 1Cie het dreigt te begeven, laat Majoor Fievez de aftocht blazen.  De elementen van het Iste Bataljon waarmee hij nog in contact staat, trekken zich terug naar Hulste en sluiten aan bij het 2de Regiment Grenswielrijders.  Een aantal troepen blijven ter plekke verder weerstand bieden.  Tegen 19u00 is de vijand echter heer en meester in het bataljonsvak van het I/20Li en is de strijd hier gestaakt.

III/25Li
Ook het III/25Li valt vanaf de voormiddag onder hevig artillerievuur.  De Duitsers kennen klaarblijkelijk de locatie van de commandopost van het bataljon, want deze wordt tussen 10u00 en 11u00 aanhoudend beschoten.  De veldtelefoonlijnen vallen een na een uit.  Ook de verbinding van de voorwaartse waarnemers van 3A functioneert niet langer.  Daarenboven worden de benzinetanks van de twee estafettemotoren van het bataljon geperforeerd door schrapnel.  Tegenover het III/25Li komt het aanvankelijk echter niet tot een stormaanval.  Het grootste gevaar voor het IIIde Bataljon komt uit het zuiden wanneer de eerste Duitse troepen tussen 17u30 en 18u00 in het bataljonsvak doorstoten vanuit het op het Iste Bataljon veroverde terrein.  De druk die alzo ontstaat op de flank van de 10Cie en de 11Cie is voldoende om de vijand een nieuwe oversteekpoging te laten uitvoeren.  Deze komt er ter hoogte van de scheidingslijn tussen I/25Li en III/25Li.  De vijand slaagt er hier ook in om relatief snel een PAK 36 anti-tankkanon naar de Belgische oever te brengen.  Even na 18u00 bevelen de beide compagniecommandanten aan de restanten van hun militairen om de oever te verlaten en in de richting van de commandopost van het bataljon terug te trekken.  Tegen 18u30 is het volledige eerste echelon in handen van de vijand, en is ook het meest zuidelijke peloton van de 9Cie overmeesterd.  Het centrale en het noordelijke peloton bieden nog weerstand, samen met de bataljonsstaf.  De 3Cie van het 1ste Regiment Grenswielrijders werd in steun gegeven van het bataljon, maar van deze compagnie kunnen slechts enkele elementen het noordelijke uiteinde van de posities van de 9Cie bereiken.

Vanuit de dorpskern van Bavikhove nemen de Duitsers de omgeving van de commandopost onder vuur met het PAK 36 kanon.  Bij de ingang van het klooster van de zusters van de Heilige Familie heeft de vijand ook een mitrailleur in stelling gebracht.  Een gevechtsgroep van de 9Cie wordt uitgestuurd om het wapen te neutraliseren, maar deze actie draait op niets uit.  Wanneer er tenslotte ook vijandelijke troepen naderen vanuit de naar het noorden gelegen ondersector van het 1Li, beseft Majoor Bolle dat het IIIde Bataljon kansloos is.  Rond 20u00 geeft de stafgroep van het bataljon zich over, samen met het centrale peloton van de 9Cie en de versterkingen van de Grenswielrijders.

Staf/25Li
Generaal-majoor Gits, commandant infanterie van de 3Div, heeft intussen reeds om 18u00 de aftocht bevolen aan Kolonel Vreux die zich samen met de restanten van zijn regiment in eerste instantie moet terugtrekken naar Kilometerpaal 38 van de Brugsesteenweg tusse Harelbeke en Ingelmunster.  Dit punt ligt halverwege de gehuchten Kat en Stokerijhoek.  Het detachement bereikt deze locatie rond 21u00.  Vervolgens rijdt Vreux per sidecar naar de divisiestaf voor verdere orders.  Luitenant-generaal Lozet laat het detachement zo snel mogelijk verder trekken naar het noorden met de intentie om te Ingelmunster het Kanaal van Roeselare naar de Leie over te steken.  Onderweg naar deze bestemming wordt de colonne nogmaals getroffen door de Duitse artillerie en vallen er nog een vijftal slachtoffers.

Detachement Kolonel Vreux/25Li
De restanten van het 25Li steken tijdens de nacht van 24 op 25 mei het Kanaal van Roeselare naar de Leie over te Ingelmunster.  Intussen heeft Kolonel Vreux het ravitalleringsechelon van het regiment teruggevonden in het Ingelmunsterbos.  Het regiment is door de talrijke gevluchte en gevangen genomen militairen echter zo sterk verzwakt dat het niet langer in staat is als een georganiseerd geheel te functioneren.  Kolonel Vreux verneemt aanvankelijk dat hij met zijn detachement naar Diksmuide zal gestuurd worden.

Deze bestemming wordt echter gewijzigd wanneer de kolonel omstreeks 05u00 contact maakt met het hoofdkwartier van het VIIde Legerkorps dat de restanten van het 25Li onder zijn bevel plaatst.  Het detachement wordt uitgestuurd van Ingelmunsterbos naar de brug van Emelgem nabij Izegem en moet hier in stelling gaan totdat de Belgische genie rond 13u20 het kunstwerk zal vernielen.

Vervolgens worden Kolonel Vreux en zijn militairen op weg gezet naar Ardooie en Zwevezele.  Omstreeks 18u00 ontvangt de kolonel een bevel om zijn troepen te Veldegem in te kwartieren.

Detachement Kolonel Vreux/25Li
Het nog georganiseerde deel van het regiment overnacht te Veldegem en krijgt tegen de ochtend een bevel om naar Oostkamp terug te trekken.

In de loop van de avond zal voor Kolonel Vreux een nieuwe opdracht bepaald worden op de staf van de 16de Infanteriedivisie die inmiddels deel uitmaakt van het VIIde Legerkorps.  Dit legerkorps dient een nieuw front te organiseren dat loopt van Aarsele in het noorden, via de spoorlijn Deinze-Tielt en de spoorlijn Ingelmunster-Tielt tot aan het Kanaal van Roeselare naar de Leie en de stad Roeselare in het zuiden.  De 16de Infanteriedivisie zal hierbij verantwoordelijk worden voor de centrale sector tussen kilometerpaal 13 op de spoorlijn Deinze-Tielt en kilometerpaal 7 op de spoorlijn Tielt-Ingelmunster.

De verdediging van de ondersector tussen kilometerpaal 10 en kilometerpaal 7 wordt aanvankelijk toegewezen aan het 18de Bataljon Genie, in afwachting van de komst van Kolonel Vreux, de restanten van het II/21Li en versterkingen van het I/3Gr.  De ondersector zal dan bezet worden door een formatie bestaande uit de 6Cie, 7Cie en 8 Cie (minus een peloton) van de II/21Li, de I/3Gr en de 2Cie van het 18Gn.

Gevluchte elementen/25Li
Daarnaast zijn heel wat groepjes militairen van het 25Li in westelijke richting gevlucht.  Zo belanden ongeveer 250 militairen en een aantal paardenwagens en motorvoertuigen te Diksmuide.  Deze stad wordt in de loop van de late namiddag vrij gemaakt van alle ronddolende soldaten door de provoostdienst van het IIIde Legerkorps.  Hierbij wordt Kapitein-commandant Jardon in dronken toestand gearresteerd.  De overige militairen verlaten na 19u00 de stad Diksmuide onder begeleiding van de Rijkswacht van Staden.

Detachement Kolonel Vreux/25Li
Kolonel Vreux ontvangt een bevel om zijn detachement van het 25Li tegen 01u15 over te brengen naar de overweg van de spoorlijn Tielt-Lichtervelde aan de Meulebeeksesteenweg ten zuidwesten van de stad Tielt.  Hier ontvangt hij om 04u30 de nodige orders voor de ontplooiing langsheen de spoorlijn Tielt-Ingelmunster tussen kilometerpaal 10 en kilometerpaal 7.  De ondersector dan bezet worden door een formatie bestaande uit de 6Cie, 7Cie en 8 Cie (minus een peloton) van het II/21Li en de 2Cie van het 18Gn.  Het I/3Gr is ook toegevoegd aan deze formatie maar is nog onderweg.  De kolonel zal ook kunnen beschikken over het detachement MVD-70. loopgraafmortieren van de 11de Batterij van het 3LA onder leiding van Luitenant Wouters.  De commandopost van Kolonel Vreux zal te Pittem opgesteld worden.

De inplaatsstelling van deze troepenmacht mislukt echter.  Vooreerst komen de artilleriemiddelen niet aan.  Het detachement van Luitenant Wouters start rond 05u30 met de stellingname nabij de baan van Tielt naar Pittem maar wordt vanaf 06u10 onder vuur genomen en vlucht weg.  Van de 2de Compagnie van het 18Gn arriveert het 1ste Peloton van Luitenant Slegers op de aangeduide posities maar kan de rest van de compagnie niet naar behoren ontplooien.  Het Iste Bataljon van het 3Gr heeft vertraging opgelopen en krijgt pas om10u30 een eerste keer contact met de commandopost van Kolonel Vreux.   Dit bataljon zal vast komen te zitten in de Duitse opmars en zal de spoorlijn niet kunnen bereiken.

Tegen het middaguur zal ook het II/21Li buiten strijd zijn en is de rol van Kolonel Vreux en zijn stafdetachement uitgespeeld.   De kolonel noteert in zijn verslag dat hij tegen 14u00 nog slechts in contact staat met een gevechtsgroep van het I/3Gr en zeven gevechtsgroepen van het  detachement van Majoor Rigal van het 12Li op de baan tussen Egem en Pittem.

Tegen 16u30 richten Majoor Rigal en Kolonel Vreux een voorlopige commandopost in op de Kasteeldreef ten westen van Egem.  De commandopost wordt verdedigd door het stafpeloton van het IIIde Bataljon.  Even later duiken Kapitein-commandant Gascard van de 9Cie en Luitenant Lejeune van de 10Cie op om te bevestigen dat hun troepen verloren gegaan zijn en de vijand uitbreekt in de richting van Egem.  Majoor Rigal laat zijn C47 anti-tankkanon post vatten nabij café De Peerdekens op de Turkeijensteenweg, en stuurt Gascard en Lejeune terug naar hun eenheden.

Om 18u30 laat Kolonel Vreux alle overgebleven troepen terugtrekken en post vatten rond het dorp Egem.  Het dorp wordt echter onverdedigbaar geacht en om 20u30, en een betere positie achter de Ringbeek op de Wingensesteenweg wordt uitgekozen.  Tegen 21u00 hebben de eenheden een front bezet langsheen deze beek over een lengte van zo’n 800m, met de 1Cie ten westen van de baan, en de 5Cie ten oosten.  Nabij deze positie wordt ook de 1ste Batterij van het 5de Regiment Artillerie teruggevonden.

Een goed uur later, om 22u15, besluiten Majoor Rigal en Kolonel Vreux om de aftocht te blazen naar Wingene en Oostkamp.  De 1Bij van het 5A zal voorop rijden, gevolgd door de groepering Rigal.  Kapitein-commandant Libert zal een achterhoede bevelen bestaande uit twee gevechtsgroepen en het C47 anti-tankkanon.

De restanten van het regiment zijn tijdens de nacht van 27 op 28 mei doorgestuurd naar het dorpje Engel nabij Ichtegem.  De troepen zijn nog onderweg wanneer het nieuws van de overgave vernomen wordt.  Kolonel Vreux wordt op de hoogte gebracht van deze locatie en zal de 16de Infanteriedivisie verlaten om het 25Li opnieuw te vervoegen.  Het regiment telt nog 35 officieren, 87 onderofficieren en 477 manschappen.

Na de capitulatie

Het 25Li wordt op 1 juni doorgestuurd van Engel naar Deinze.  Op 2 juni en 3 juni zullen de troepen te De Pinte verblijven, om op 4 juni doorgestuurd te worden naar Nazaret.   Hier worden de officieren afgescheiden en met vrachtwagens overgebracht naar de Leopoldkazerne te Gent.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendADAMSLéon, E.J.SdtMil27.02.1912Flémalle-Haute24.05.1940Bavikhove
OnbekendBAGNAYRobert, O.J.SdtMil11.02.1914Polleur24.05.1940Bavikhove
9/IIIBALSEAUFernand, J.F.SdtMil15.02.1911Maransart27.05.1940Meulebeke
2/IBASTINHenri, F.J.Kpl01.05.1912Spa24.05.1940Bavikhove
15/IVBLAMPAINRené, V.SdtMil21.12.1914Jumet24.05.1940Hulste
OnbekendBOULANGERGeorgesKplMil?/?/1910Saint-Gilles (Liège)31.08.1939OugréeOmgekomen bij explosie van de brug van Ougrée.
4/IBRANDTAlbert, J.H.KplMil3430.12.1914Bilstain24.05.1940Harelbeke
15/IVBRUSSELAERSRobert, C.SdtMil02.05.1915Schaarbeek12.05.1940Lens-Saint-Remy
5/IICHARLIERMarcel, A.E.SdtMil11.12.1911Amay24.05.1940Bavikhove
OnbekendCLAESSENFranz, P.D.SdtMil16.11.1914Dison24.05.1940Bavikhove
10/IIICOLETTEJoseph, R.A.Sgt03.01.1912Grâce-Berleur24.05.1940Bavikhove
13/IVCOLLARTArthur, L.G.SdtMil19.02.1915Mornimont24.05.1940Kuurne
2/ICOLLYNGrégoire, J.F.SdtMil03.04.1915Stembert28.05.1940Oudenaarde
12/IIIDE COSTERJean, J.Kpl11.10.1911Anderlecht13.05.1940Crehen
2/IDEFAUWESPascal, A.J.SgtMil3502.02.1915Ensival26.05.1940OudenaardeVerwond 24.05 te Bavikhove
OnbekendDELHAESJean, J.P.SgtMil3207.11.1909Herve24.05.1940Bavikhove
3/IDEMOULINLouis, P.H.Kpl12.05.1915Dison24.05.1940Harelbeke
11/IIIDEROUCKHenriSdtMil28.03.1915Schaarbeek24.05.1940Bavikhove
4/IDERUJoseph, J.P.SdtMil20.03.1913Polleur24.05.1940Bavikhove
StafDESSYJoseph, A.SdtMil01.11.1914Huy27.05.1940Slijpe
2/IDIEUHector, R.A.SgtMil3210.08.1912La Bouverie10.06.1940Maastricht (NL)Gewond te Bavikhove
10/IIIDOMBRETPaul, G.M.AdjtKROLt3729.10.1914Comblain-au-Pont24.05.1940Bavikhove
OnbekendDUBOISLucien, J.J.SdtMil19.02.1912Grand-Halleux24.05.1940Bavikhove
OnbekendDUCARMEFélicienSdtMil23/02/1889Jeumont (F)12.06.1940Berck-sur-Mer (F)
StafDUCARMERobert, J.J.Sgt09.01.1903Ecaussinnes-d'Enghien24.05.1940Hulste
OnbekendELOYFirmin, J.L.SdtMil14.04.1913Braine-l'Alleud24.05.1940Bavikhove
1/IFAGNANJules, L.SdtMil26.06.1913Andrimont25.05.1940Ronse
OnbekendFORTONGerardSdtMil21.05.1914St-Lambrechts-Woluwe24.05.1940Bavikhove
OnbekendFRANCKMarie, H.J.SdtMil10.08.1912Thimister24.05.1940Harelbeke
7/IIFUMIEREPierre, L.V.SdtMil28.03.1915Anderlues12.05.1940Saint-Georges-sur-Meuse
12/IIIGASONGeorges, M.J.Sgt10.03.1912Herve11.05.1940Engis
9/IIIGELLEEMathieu, H.J.SdtMil30.04.1912Oupeye24.05.1940Bavikhove
OnbekendGERARDSJoseph, FrançoisSdtMil3404.09.1914Teuven11.07.1940Halberstadt (D)
14/IVGRAVENMichel, J.E.Kpl27.08.1914Jemeppe-Sur-Meuse30.05.1940Brugge
OnbekendGUERRYAdmire, D.SdtMil26.04.1915Bouffioulx24.05.1940Bavikhove
9/IIIHALLEUXEmile, L.J.SdtMil05.09.1913Aubel27.05.1940Bavikhove
OnbekendHANSEmile, J.J.SdtMil04.02.1914Amay24.05.1940Bavikhove
OnbekendHANSENNEAlbert, H.A.Kpl01.02.1915Andrimont26.05.1940Ingelmunster
14/IVHEUSEClément, J.F.SdtMil25.02.1915Forêt24.05.1940Bavikhove
OnbekendHOUGARDYJean, A.J.SdtMil07.06.1912Trognée24.05.1940Bavikhove
4/IHUMBLETMarcel, A.J.Kpl27.07.1914Verviers24.05.1940Bavikhove
9/IIIJAMINGaston, L.D.SdtMil21.06.1913Braives24.05.1940Bavikhove
2/IJEANDRAINMax, C.C.LtRes14.09.1908Gembloux24.05.1940Harelbeke
2/IJOLISThéodore, P.F.SdtMil04.07.1912Wandre24.05.1940Bavikhove
StafJORISLambert, F.H.SdtMil11.12.1914Lambermont24.05.1940Hulste
9/IIIKEULENFrançois, J.L.SdtMil23.02.1913Liège24.05.1940Bavikhove
OnbekendKLENESEmile, C.J.SdtMil20.05.1911Vielsalm24.05.1940Bavikhove
OnbekendKLINGELSPierre, M.SdtMil05.07.1911Tilleur24.05.1940Bavikhove
OnbekendLEBAUXGeorges, A.SdtMil03.12.1914Limpsfield (GB)24.05.1940Bavikhove
10/IIILECLAIREAlbert, N.A.SdtMil09.02.1912Seraing24.05.1940Bavikhove
4/ILEMARCHANDFrançois, A.L.Sgt28.01.1915Hodimont24.05.1940Harelbeke
9/IIILEROUXAndré, F.J.SdtMil07.11.1919Clermont-sous-Huy24.05.1940Bavikhove
9/IIILURKINHubert, E.SdtMil25.05.1914Latinne24.05.1940Bavikhove
14/IVMAESGeorges, L.KplMil3414.12.1914Moeskroen24.05.1940Bavikhove
12/IIIMAESLucien, F.T.SdtMil26.08.1912Herseaux24.05.1940Bavikhove
9/IIIMAGISHenri, E.Kpl22.10.1914Ans24.05.1940Roeselare
2/IMALHERBEMaurice, Z.L.SgtMil3317.07.1913Ougrée24.05.1940Harelbeke
12/IIIMARYCharles, A.Kpl17.02.1914Ethe24.05.1940Bavikhove
OnbekendMEEWISAndré, J.L.SdtMil31.05.1912Liège24.05.1940Bavikhove
8/IIMELCHIORZéphirin, J.J.SdtMil27.03.1911Tavigny12.05.1940Braives
OnbekendMELONMarcel, J.J.SdtMil01.08.1914Liège24.05.1940Bavikhove
11/IIIMIGNOLETFrançois, H.J.LtRes09.01.1915Tihange24.05.1940Bavikhove
11/IIIMOUCHETJean, J.G.OLtAct25.10.1908Fontaine-l'Evêque24.05.1940Bavikhove
4/IMOUREAUMaurice, J.M.SdtMil02.04.1911Rouvreux24.05.1940Bavikhove
5/IINIHARDJoseph, H.L.SgtMil3124.06.1911Chênée24.05.1940Harelbeke
5/IIPAQUOTCamille, F.E.LtRes18.02.1908Tihange24.05.1940Harelbeke
OnbekendPARENTAbelSdtMil26.09.1911Villers-le-Bouillet24.05.1940Ronse
9/IIIPAULUSNicolas, E.J.SdtMil02.09.1914Vaux-et-Borset28.05.1940Brugge
4/IPETEEmile, G.SdtMil05.08.1911Namur27.05.1940Ronse
OnbekendPIERREJean, H.SdtMil14.12.1914Liège27.05.1940Slijpe
9/IIIPIOTAlphonse, G.J.SdtMil06.03.1914Couthuin20.06.1940Brussel
OnbekendPONDANTMarcel, F.SdtMil18.05.1913Chevron24.05.1940Bavikhove
3/IPOTHENErnest, H.A.Kpl21.01.1912Verviers24.05.1940Ingooigem
OnbekendPUTTAERTPierreSdtMil15.05.1914Brussel12.05.1940Petit-Hallet
OnbekendQUATRESOOZLéon, J.M.SdtMil3409.04.1912Flémalle-Grande(Onbekend)BavikhoveVermist
2/IQUOIDBACHJoseph, J.M.Kpl29.08.1915Verviers24.05.1940Harelbeke
OnbekendREGNIERMathieu, J.C.SdtMil01.09.1909Lambermont27.05.1940Passendale
1/IRENARDLéon, J.M.SdtMil06.05.1912Verviers24.05.1940Ardooie
OnbekendROBERTPaul, J.V.SdtMil24.10.1912Tienen24.05.1940Hulste
OnbekendSOETAERTHenri, F.J.SdtMil12.01.1915Lambermont12.05.1940Petit-Hallet
OnbekendTHOMASJean, J.SdtMil02.05.1913Flémalle-Haute24.05.1940Bavikhove
OnbekendTHOUMSINLéon, N.J.SdtMil13.06.1915Battice24.05.1940Hulste
OnbekendTIMMERMANSHenri, L.SdtMil25.07.1915Liège24.05.1940Harelbeke
3/ITOEBACAuguste, J.E.SdtMil3308.10.1913Neerheylissem25.05.1940Roeselare
OnbekendVAN THIENENGaston, E.J.SdtMil19.07.1914Couthuin24.05.1940Bavikhove
11/IIIVERBEKEGustave, E.SdtMil19.06.1915Elsene24.05.1940Bavikhove
9/IIIVEREECKEAlbert, E.V.SdtMil28.03.1915Leuven24.05.1940Bavikhove
14/IVVERLINDENJoannes, F.SdtMil23.05.1907Herselt24.05.1940Bavikhove
OnbekendWAASTLéon, G.R.KplMil19.02.1915Thieusies24.05.1940Bavikhove
OnbekendWEIBLERAimable, A.G.KplMil25.05.1914Les Avins24.05.1940Bavikhove
OnbekendWILLEMJoseph, H.E.SdtMil04.08.1911Visé24.05.1940Bavikhove
OnbekendWILLEMSPaul, H.J.SdtMil01.11.1912Sourbrodt24.05.1940Harelbeke

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de ontploffing van de spoorbrug te Ougrée [On Line beschikbaar]:  https://wallonica.org/blog/2021/04/29/marechal-lexplosion-du-pont-du-val-benoit-et-du-vieux-pont-dougree-chicc-1994/ [Laatst geraadpleegd 27 december 2022]. De website vermeld de namen van zes militairen die omkwamen bij de ontploffing van de brug, vier soldaten van piket in het wachtlokaal bij de brug en één sergeant in een voertuig dat net onder de brug passeerde op het ogenblik van de ontploffing. Drie van de vier schildwachten die zich op de brug bevonden raakten gewond en werden naar het militair ziekenhuis van Luik overgebracht. De vierde schildwacht, Korporaal George Boulanger kwam zwaar gewond in de Maas terecht en verdronk. Zijn lichaam werd op 3 september 1939 uit de Maas opgevist. Deze slachtoffers zijn niet geregistreerd op de site van het Belgian War Dead Register.