10de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 10de Regiment Jagers te Voet | 10J
10ème Régiment de Chasseurs à Pied | 10Ch
Type Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van 1ste Regiment Jagers te Voet
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 5de Versterkings- en Opleidingscentrum
Bevelhebber Luitenant-kolonel C. Wets
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant G. Lacoppe
Standplaats Kazerne Generaal baron Ruquoy, Doornik
Samenstelling I Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant E. Van Damme)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt J. Baurin)
2de Compagnie Fuseliers (Lt A. Cambier)
3de Compagnie Fuseliers (Lt H. Cordier)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt C. Pirot)
  II Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant A. Mary)
5de Compagnie Fuseliers (Kapt J. Michaux)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Renson)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Calberg)
8ste Compagnie Mitrailleurs (niet opgericht)
9de Compagnie Klein Geschut (niet opgericht)
  Compagnie Algemene Diensten
(Kapitein-commandant L. Segers)

Tijdens de mobilisatie

Staf/10J
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Omdat na afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. Om deze reden worden de dienstplichtigen die behoren tot de eerste helft van de klas ’40  (oftewel geboren voor 30 juni 1920) samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s). Het 10de Regiment Jagers te Voet (10J) wordt bijgevolg in februari 1940 opgericht in de Kazerne Generaal baron Ruquoy [1] te Doornik als een van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC), een eenheid van niveau divisie. De  twee andere opleidingsregimenten van het 5VOC zijn het 11de Regiment Jagers te Voet (11J) en het 12de Regiment Jagers te Voet (12J). De staf van het 5VOC bevindt zich eveneens in de Kazerne Generaal baron Ruquoy te Doornik. Het 10J staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) en zijn ontdubbelingsregimenten het 4de Regiment Jagers te Voet (4J) en het 7de Regiment Jagers te Voet (7J). Net zoals de andere infanterieregimenten van het 5VOC beschikt het regiment op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas 40 en een Compagnie Depot en Algemene Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oudere beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

Ingangspoort van de kazerne Generaal baron Ruquoy in Doornik.

Ingangspoort van de kazerne Generaal baron Ruquoy in Doornik.

I/10J
Het Iste Bataljon Instructie (I/10J) wordt bij de oprichting van het 10J in februari al geactiveerd en bestaat in hoofdzaak uit de rekruten van de klas ’40. Dit bataljon heeft als opdracht om de opleiding van de nieuwe miliciens te verzekeren. De bevelhebber is Kapitein-commandant Van Damme. De rekruten zullen er hun basisopleiding ontvangen en eens opgeleid is het de bedoeling dat ze als versterkingen zullen doorgestuurd worden naar het 1J, 4J en 7J.

II/10J
Het IIde Bataljon Versterking (II/10J) dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestond tijdens de mobilisatie enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van de algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het bataljon op non-actief geplaatst.

Oorlogskantonnementen van het 5VOC (geprojecteerd op na-oorlogse kaart).

Staf/10J
De staf en het Iste Bataljon worden omstreeks middernacht gealarmeerd en vertrekken tijdens de vroege ochtend naar hun alarmkantonnement te Vaulx-lez-Tournai ten zuidoosten van Doornik. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 5VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De vooraf verkende alarmkantonnementen bevonden zich aan de rand van de agglomeraties van de grote garnizoenssteden of in kleineren steden rond de bestaande kazerne.

Om 06u00 wordt naar aanleiding van de Duitse inval de algemene mobilisatie afgekondigd waardoor de oudere reservisten en vrijgestelden worden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om te zich te verplaatsen naar oorlogskantonnementen die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elk Versterkings- en Opleidingsregiment bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement ten westen van de Schelde, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 10J is Melsele ten westen van Antwerpen. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen.

I/10J
Onmiddellijk na ontvangst van het algemeen alarm maakt het I/10J zich klaar om zich te verplaatsen naar zijn alarmkantonnement te Vaulx-lez-Tournai. De 4Cie verlaat als eerste de kazerne om 03u47 gevolgd door de Compagnie Algemene Diensten en het Peloton TTr om 04u00, de1Cie om 04u01, de 2Cie om 04u07. De 3Cie verlaat als laatste de kazerne Generaal baron Ruquoy om 04u08. Na ontvangst van de afkondiging van de algemene mobilisatie begint de bataljonsstaf met de voorbereiding van de verplaatsing naar Melsele. Om 20u00 wordt het materieel van het bataljon al geladen op de voor I/10J gereserveerde trein in het station van Doornik.

II/10J
Het IIde Bataljon wordt geactiveerd om de van mobilisatie vrijgestelde reservisten op te vangen. De opgeroepen reservisten dienen zich niet aan te bieden in Doornik, maar moeten Bergen (oftewel Mons) vervoegen.  De Compagnie Mitrailleurs en de Compagnie Klein Geschut worden niet geactiveerd.  De beide bevelhebbers, Kapitein-commandanten Delhaye en Collard, worden in overtal geplaatst bij de bataljonsstaf.

Staf/10J, I/10J
De regimentsstaf en het Iste Bataljon vertrekken naar Melsele. De staf reist over de baan en vertrekt uit zijn alarmkantonnement te Vaulx om 06u05 en komt om 09u30 al aan in Melsele. In het station van Doornik staan drie treinen klaar. De trein met materieel die de avond voordien reeds geladen was vertrekt om 00u03. De trein met de manschappen van I/10J verlaat het station van Doornik om 06u30. Als laatste vertrekt de trein met aan boord de achterwacht om 09u04. De trein met het personeel reist van Doornik via Ath, Geraardsbergen, Gent Sint-Pieters,  Lokeren en Sint-Niklaas naar het station van Beveren-Waas. Om 14u30 wordt de trein ter hoogte van Lokeren gebombardeerd echter zonder hierbij verliezen te lijden. Na aankomst om 16u00 in het station van Beveren-Waas marcheren de manschappen van hier uit verder naar Melsele waar kantonnementen worden opgezocht. De 2Cie wordt gekazerneerd in de Pauwstraat.

II/10J
Het bataljon bevindt zich nog steeds te Bergen waar de toegekomen versterkingen van uitrusting worden voorzien en vervolgens toegewezen worden aan de verschillende compagnies.

Staf/10J, I/10J
De staf en het Iste Bataljon Instructie beginnen met de inrichting van hun kantonnement te Melsele

II/10J
Het IIde Bataljon is nu volledig en maakt zich klaar om zich van Bergen naar Melsele te begeven.

Staf/10J
De staf ontvangt van het 5VOC het bevel om zich klaar te maken voor de aftocht naar Frankrijk. De rekruten van de klas ’40 wiens opleiding nog niet voltooid is, zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud [2] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

II/10J
Het IIde Bataljon vervoegt die ochtend om 08u07 het regiment te Melsele.

Staf/10J
De Staf/10J krijgt te horen dat ze kunnen beschikken over drie treinen om de verplaatsing naar Frankrijk uit te voeren. In de voormiddag wordt Generaal-majoor Lecrique, commandant van 5VOC, in zijn HK te Beveren-Waas door de Fransen op de hoogte gebracht van de mislukking van de opdracht van het 7[FRA]Leger te Breda en hun snelle aftocht uit Nederland.  De Fransen wijzen erop dat er op de linker Scheldeoever vanaf de Belgisch-Nederlandse grens geen Belgische troepen staan opgesteld en drukken hun bezorgdheid uit over mogelijke vijandelijke infiltraties over de Schelde. Om te vermijden dat de kantonnementen van 5VOC bij verrassing aangevallen worden beslist Generaal-majoor Lecrique om de wacht bij de kantonnementen te verdubbelen en om een waakscherm op te stellen langs de Scheldeoever.

I/10J
Het Iste Bataljon wordt door de regimentscommandant van 10J aangeduid om stelling te nemen op de linker Scheldeoever. De manschappen van I/10J ontplooien langsheen de Schelde ten zuiden van het Fort Liefkenshoek. Hun stellingen worden door I/12J verlengd naar het noorden toe vanaf het Fort Liefkenshoek tot de Belgisch-Nederlandse grens. Tegen de avond blijkt dat deze stellingname voorbarig was en het bataljon keert terug naar zijn kantonnement om zijn vertrek naar Frankrijk voor te bereiden.

II/10J
Het Bataljon Versterking, dat niet betrokken is bij de beveiligingsopdracht van de Schelde krijgt als eerste opdracht om naar Frankrijk te vertrekken. Het bataljon begeeft zich naar het station van Beveren om er in te stijgen in de eerste van de drie klaarstaande trein van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF).

Cie AlgDst/10J
De Compagnie Algemene Diensten (CieAlgDst/10J) van Kapitein-commandant Segers wordt meegestuurd met de trein van II/10J en vertrekt eveneens naar Frankrijk met de eerste golf.

Staf/10J en I/10J
De rest van 10J reist met een dag vertraging eveneens af naar Frankrijk en zal gebruik maken van de twee resterende  treinen van de SNCF die zich in het station van Beveren-Waas bevinden. I/10J verlaat zijn kantonnement om 08u00 en scheept vanaf 09u00 in op een klaarstaande trein. De trein met het I/10J vertrekt uit het station van Beveren-Waas rondom 10u00. Even na de middag spoort de trein door Lochristi en botst daarbij op een reeks stilstaande wagons. Sergeant Recloux van de 4de Compagnie verliest bij dit ongeval het leven. Enkele andere Jagers raken licht gewond. Het ganse konvooi komt door het incident vast te zitten in afwachting van een vervanglocomotief. Het bataljon brengt noodgedwongen de nacht van 16 op 17 mei door in hun beschadigde trein.

Bagagetrein/10J
Omstreeks 15u30 vertrekt ook de derde trein, met aan boord de persoonlijke bagage van de militairen van het 10J uit Beveren-Waas. Het betreft de fameuze “blauwe zakken (sacs bleus)” linnen zakken vergelijkbaar met de Britse “kitbags” waarin de manschappen alle uitrustingsstukken en persoonlijk materieel konden wegbergen dat niet met de rugzak kon worden meegenomen. De officieren beschikten over koffers die eveneens op de trein werden geladen.

II/10J
De trein met II/10J die vertrok op 14 mei komt om 22u30 aan te Adinkerke. Tijdens de nacht van 15 op 16 mei steekt II/10J de Belgisch-Franse grens over te Adinkerke om vervolgens naar Duinkerke te sporen.

Staf/10J en I/10J
Omstreeks 08u00 kan het I/10J zijn tocht verderzetten nadat een nieuwe locomotief gevonden werd voor de trein. De trein passeert Gent om 11u00, Sint-Denijs-Westrem om 12u40 en bereikt vervolgens via Deinze, Tielt, Lichtervelde en Kortemark het station van Diksmuide tegen 16u15. Van Diksmuide gaat het naar Veurne, Adinkerke en Bray-Dunes in Frankrijk waar de trein toekomt omstreeks 20u15. Ongeveer een uur later rijdt het I/10J Duinkerke binnen.

II/10J in Frankrijk
In de komende dagen reist II/10J van Duinkerke via Abbeville, Rouen, Le Mans, Niort, Bordeaux en Carcassonne naar Bagnols-sur-Cèze.

Staf/10J en I/10J in Frankrijk
De trein van I/10J verlaat Duinkerke om 02u40 en passeert vervolgens Calais om 04u45, Frethon om 07u35, Boulogne om 11u15 om tenslotte Abbeville te bereiken tegen 20u30.

Bagagetrein/10J in Frankrijk
De bagagetrein is intussen aangekomen te Duinkerke maar wordt helaas verwoest bij een brand in het goederenstation.

Kazerne Talladier, verzamelpunt voor naar Frankrijk gevluchte Belgische militairen.

Staf/10J en I/10J in Frankrijk
Eens voorbij de Somme spoort de trein met het Iste Bataljon Instructie verder door richting Aumale en Abancourt waar ze om 09u10 toekomen. Hier verneemt Kapitein-commandant Lacoppe, de adjudant-majoor (oftewel officier operaties) van 10J zonder verdere uitleg dat zijn manschappen naar Rouen zullen gezonden worden. Eens toegekomen in Rouen moeten de mannen van I/10J uitstijgen en zich naar de Tallendierkazerne [3] in Petit-Quevilly ten zuiden van de Seine begeven. Deze kazerne werd aangeduid als verzamelpunt voor alle geïsoleerde Belgische militairen die erin geslaagd zijn op individuele basis de Somme over te steken. De kazerne werd ook gebruikt als verzamelpunt voor de jongeren van de Rekruteringsreserve die al dan niet onder begeleiding richting Frankrijk werden uitgestuurd. In de kazerne verneemt Cdt Lacoppe van de Franse militaire autoriteiten dat zijn eenheid zal worden ingezet voor het aanleggen van defensieve stellingen te voordele van het Franse leger en dat zij in extremis zelfs zullen moeten deelnemen aan de verdediging van de stad Rouen. Aangezien dit niet strookte met de orders die hij had gekregen bij zijn vertrek uit België probeert de adjudant-majoor zich in verbinding te stellen met de Staf van zijn regiment en met de EM/TRI. Het bataljon brengt de nacht van 18 op 19 mei door in de Tallendierkazerne.

Staf/10J en I/10J in Frankrijk
Om 10u00 krijgt Cdt Lacoppe antwoord op zijn vragen en krijgt de opdracht om zijn tocht naar het zuiden van Frankrijk verder te zetten. De manschappen verlaten om 12u00 de Tallandierkazerne en marcheren opnieuw naar het station van Rouen. Om 14u15 vertrekt de trein van het I/10J richting Bagnols-sur-Cèze in het Franse departement Gard. Van Rouen gaat het via Saint-Etienne-du-Rouvray en Saint-Aubin-lès-Elbeuf naar Elbeuf waar ze om 15u02 toekomen. De trein passeert Brionne om 16u40 en Lisieux om 20u30 waarna de tocht voortgezet wordt richting Le Mans.

Staf/10J en I/10J in Frankrijk
In de nacht van 19 op 20 mei komt I/10J toe te Le Mans waar ze opnieuw bevoorraad worden. Het station van Le Mans wordt verlaten om 04u45 om vervolgens door te sporen naar Arnage (09u05), Vivy (12u25), Saumur (14u00), Thouars (15u30), Saint-Varent (18u20) en Airvault (19u00).

Ondersector van 10J in Frankrijk

Ondersector van 10J in Frankrijk

Staf/10J en I/10J in Frankrijk
Het bataljon passeert Niort om 06u00 en Saint-Jean-d’Angély om 08u37 waarna doorgereisd wordt tot Saintes waar de manschappen om 09u00 bevoorraad worden. Saintes wordt verlaten  en via Saint-Germain-de-Lusignan (13u37), Jonzac (14u00), Saint-Mariens (15u15), Cavignac (16u10) en  Saint-André-de-Cubzac (18u00) wordt Bordeaux om 22u00 bereikt vanaf waar tijdens de nacht van 21 op 22 mei wordt doorgereisd naar het zuiden.

II/10J in Frankrijk
Het II/10J komt om 05u30 als eerste detachement van 10J aan te Bagnols-Sur-Cèze. Volgende kantonnementen worden ingenomen:

  • Staf/II/10J: Conneaux,
  • 1/II/10J: Caujac,
  • 2/II/10J: Cavillargue,
  • 3/II/10J: Conneaux,
  • 4/II/10J: Tresque

Cie AlgDst/10J in Frankrijk
De Cie AlgDst/10J die is meegereisd met de trein van II/10J installeert zich in  Saint-Pons-la-Calm in afwachting van de aankomst van de regimentsstaf.

I/10J in Frankrijk
Na een nachtelijke treinreis wordt Saint-Pé-de-Bigorre om 06u30 bereikt om van daar uit door te reizen naar het vlakbij gelegen Lourdes waar halt gehouden wordt tot 08u00. Van Lourdes gaat het naar Tarbes waar de trein om 09u25 toekomt en waar de manschappen opnieuw bevoorraad worden. Via Lannemezan (11u27), Saint-Gaudens (12u15), Boussens (12u45), Toulouse (15u00), Villefranche-de-Lauragais (18u15) en Castelnaudary wordt het station van Carcassonne bereikt rond 19u30. ’s Nachts wordt verder doorgereisd naar het oosten.

Saint-Pons-la-Calm nabij Bagnols-sur-Cèze waar de Staf/10J en de Cie AlgDst/10J hun intrek nemen.

Staf/10J in Frankrijk
Het I/10J komt aan te Bagnols-sur-Cèze waardoor het regiment nu weer volledig is, met uitzondering van de in Duinkerke verloren gegane persoonlijke bagage. De Staf/10J installeert zich in Saint-Pons-la-Calm waar zich reeds de Cie AlgDst bevond.

I/10J in Frankrijk
De trein van I/10J komt om 05u15 aan in het station van Bagnols-sur-Cèze. De manschappen stijgen uit en marcheren naar de verschillende kantonnementen die voor I/10J voorzien zijn. Tussen 10u00 en 13u00 worden de kantonnementen ingenomen. De staf en de compagnies worden ingekwartierd in volgende dorpjes:

  • Staf/I/10J: La Bastide-d’Engras,
  • 1/I/10J: Saint-Laurent-la-Vernède,
  • 2/I/10J: Fontarèche
  • 3/I/10J: La Bastide-d’Engras,
  • 4/I/10J: Le Pin. Het dorpje Le Pin bedraagt amper 6 km² en telt een honderdtal inwoners een kleiner aantal dan het aantal militairen dat er gehuisvest wordt.

Staf/10J in Frankrijk
Het Belgische leger capituleert in Vlaanderen. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden.

4 juni 1940

Staf/10J in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. De regimentscommandant duidt het II/10J van Cdt Mary aan om zich om te vormen tot een werkbataljon met vier compagnies. II/10J moet eveneens een extra compagnie paraat stellen als versterking van het werkbataljon van 12J onder bevel van Kapitein-commandant De Boever.

5 juni 1940

II/10J in Frankrijk
Cdt Mary start met de samenstelling van zijn werkbataljon dat uit vier compagnies van 250 man zal bestaan die hernummerd worden van 1 tot 4. De slagorde van het bataljon ziet er als volgt uit:

  • Staf/II/10J: Cdt Mary (bataljonscommandant), Lt Lambiotte en Lt Med Docly
  • 1Cie/II/10J: Cdt Calberg (compagniecommandant)
  • 2Cie/II/10J: Cdt Dulieu (compagniecommandant)
  • 3Cie/II/10J: TBC
  • 4Cie/II/10J: TBC

6 juni 1940.

Staf/10J in Frankrijk
Op 6 juni bevestigen de Fransen hun vraag om nog eens 20.000 militairen extra te leveren om veldwerken uit te voeren, waarvan 16.000 aan te duiden door het EM/TRI. Het EM/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. De Staf/10J krijgt van het 5VOC nu de opdracht om de mogelijkheid te onderzoeken om ook zijn Iste Bataljon Instructie om te vormen tot een werkbataljon van drie compagnies [4].

7 juni 1940

Staf/10J in Frankrijk
Normalerwijze zouden de VOC’s in het zuiden van Frankrijk niet bedreigd worden door de Duitse opmars. Bezorgd over de snelle Duitse voortgang in Frankrijk neemt Generaal-majoor Lecrique, groeperingscommandant van het 5VOC – VOC/ChA, toch het initiatief om de in- en uitgangen van de verschillende kantonnementen te laten bewaken door piketten van de respectievelijke bataljons. In opvolging van deze orders geeft LtKol Wets, regimentscommandant van 10J, het bevel aan I/10J om zijn 4Cie van Le Pin naar Bagnols-sur-Cèze over te brengen. De regimentsstaven moeten ook in hun commandoposten een versterkte permanentie organiseren. Op regelmatige tijdstippen worden de verbindingen getest.

II/10J in Frankrijk
Het werkbataljon van II/10J, onder bevel van Cdt Mary, bestaande uit vier compagnies vertrekt vanuit de kantonnementen van II/10J te Bagnols-sur-Cèze naar zijn initiële bestemming Mantes-la-Jolie ten westen van Parijs aan de Seine.

Staf/10J in Frankrijk
De verhoogde waakzaamheid wordt nog aangescherpt wanneer op 10 juni Italië de oorlog verklaart aan Frankrijk. Met de opening van een tweede front in de Franse Alpen komen de vijandelijkheden snel dichterbij voor het 5VOC en het VOC/ChA die zich respectievelijk in Bagnols-sur-Cèze en Point-Saint-Esprit bevinden.

Saint-Germain-en-Laye langs de Seine ten noorden van Versaille.

II/10J in Frankrijk
Het bataljon komt aan in Saint-Germain-en-Laye ten westen van Parijs. Hier wordt de trein opgehouden omdat het spoor naar Mantes-la-Jolie onderbroken is. De manschappen moeten het station onmiddellijk verlaten wegens het gevaar voor bombardementen. Saint-Germain-en-Laye ligt langs de Seine zo’n 10Km ten noorden van Versailles en is een relatief kleine stad met weinig reserves. Wanneer II/10J er toekomt bevinden zich ook het Iste Bataljon Instructie van het 57ste Linieregiment (I/57Li) onder bevel van Cdt Kortleven en het Iste Bataljon Instructie van het 51ste Linieregiment (I/51Li) onder bevel van Cdt Donnay zich te Saint-Germain-en-Laye. De drie Belgische werkbataljons kampen met een groot tekort aan bevoorrading en gaan naarstig op zoek naar voedsel en water. Rond 11u00 wordt Cdt Kortleven samen met Cdt Donnay ontboden bij de Franse plaatscommandant van Saint-Germain in de Caserne des Cuirassiers gelegen in de Rue de Paris. De Plaatscommandant, de Franse Lieutenantcolonel Bellomayre (schrijfwijze naam – TBC), bevelhebber van het 61e dépot de cavalerie motorisée (CMC61) [5], dat zich in Saint-Germain-en-Laye, bevindt, ontvangt beide bataljonscommandanten bijzonder koel na hen anderhalf uur te hebben laten wachten.  Ze krijgen geen bevelen waardoor de bataljons  de rest van de dag zonder opdracht ter plekke blijven. De drie bataljonscommandanten proberen elk afzonderlijk om contact op te nemen met het Franse opperbevel maar blijven door communicatiemoeilijkheden zonder duidelijke orders voor hun manschappen.

II/10J in Frankrijk
De manschappen blijven in hun kantonnementen. De Franse rekruten van het CMC61 verlaten intussen Saint-Germain en worden per bus naar Bordeaux geëvacueerd. De drie Belgische bataljons blijven alleen achter. Na een ganse dag wachten en ettelijke vruchteloze pogingen om nieuwe orders te verkrijgen verneemt Kapitein-commandant Mary omstreeks 19u00 van een Franse estafette dat de Belgen onmiddellijk moeten afmarcheren naar het zuidwesten en zich naar Etampes en vervolgens Méréville dienen te begeven.  Er wordt op zoek gegaan naar vervoer maar er zijn in Saint-Germain geen transportmiddelen meer voorhanden. Het bataljon wordt opgedeeld in drie detachementen die met  tussenpozen van 15 minuten te voet zullen afmarcheren vanaf het invallen van de duisternis. Er wordt flink doorgestapt, om het uur wordt een halte ingelast tijdens dewelke de mannen prompt in slaap vallen.

12 juni 1940

II/10J in Frankrijk
’s Morgens bereikt het werkbataljon van II/10J de stad Rambouillet na een nachtelijke mars van 38 kilometer. Hier houden ze halt aangezien overdag niet gemarcheerd mag worden omwille van de luchtbedreiging. Te Rambouillet ondergaat het kantonnement van II/10J een luchtbombardement waarbij Soldaat Bakkovens ernstig gewond raakt [6]. Bij het invallen van de duisternis wordt de volgende nachtmars aangevat richting Angersville.

13 juni 1940 

II/10J in Frankrijk
In de loop van de ochtend komt het werkbataljon toe te Angersville na een nieuwe nachtelijke mars van veertig kilometer. Er zijn veel achterblijvers. Cdt Marly weet de Staf/10J te contacteren en geeft door dat het werkbataljon van II/10J in Angersville is toegekomen, dat er bevoorradingsproblemen zijn en dat er geen transportmiddelen ter beschikking staan. Hij vraagt dringend om richtlijnen voor de rest van de terugtocht. Angersville wordt verlaten bij het invallen van de nacht.

II/10J in Frankrijk
Vanaf de nacht van 14 op 15 juni zal er niet meer in colonne gemarcheerd worden. Het bataljon zal in kleine groepjes zal proberen de Loire over te steken. Elke officier neemt nu het commando over een detachement en moet zijn weg afzonderlijk zien te vinden. Cdt Mary, Lt Lambiotte en Lt Med Docly blijven samen en zullen als eersten Bagnols-sur-Cèze bereiken op 17 juni.

17 juni 1940

Staf/10J in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en al snel moesten de werkbataljons teruggestuurd worden. De terugkeer van de werkbataljons van het 10J verliep niet van een leien dakje. Een gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Daarenboven kondigt Maréchal Pétain op 17 juni om 13u30 in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet meer ver af. 

22 juni 1940

Staf/10J in Frankrijk
Op 22 juni capituleren de Fransen en ondertekenen ze een wapenstilstandsverdrag met de Duitsers in Compiègne. Het Vichy regime is niet langer gemachtigd om de Belgische oorlogsinspanningen te steunen want in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbindt de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen die zich nog in Zuid-Frankrijk bevinden naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een de uitlevering van de Belgische militairen zullen nog een tijdje op zich laten wachten. Nog anderhalve maand blijven de gedemotiveerde Belgische eenheden doelloos rondhangen in Frankrijk vooraleer ze naar België gerepatrieerd worden.

23 juni 1940

Staf/10J in Frankrijk
Het 5VOC wordt na de verliezen van de voorbije twee weken gereorganiseerd. Het 10J krijgt alle instructiebataljons en de Schoolcompagnie van 5VOC onder zijn bevel maar moet zijn bataljon versterking afstaan aan 11J. Na de reorganisatie ziet de slagorde van 5VOC er als volgt uit:

  • 10de Regiment Jagers te Voet
    • Iste Bataljon Instructie (vier compagnies)
    • IIde Bataljon Instructie (vier compagnies)
    • Schoolcompagnie
  • 11de Regiment Jagers te Voet
    • Iste Bataljon Versterking (vier compagnies)
    • IIde Bataljon Versterking (vier compagnies)
    • Compagnie algemene diensten
  • Regiment Hulptroepen
    • 15de Bataljon Hulptroepen (vier compagnies)
    • 16de Bataljon Hulptroepen (vier compagnies)

Het 2de Legerdepot en het 12de Regiment Jagers te Voet worden ontbonden.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
4/IRECLOUXJules, V.SgtMil3407.04.1918Heerlen (NL)15.05.1940GentOverleden aan opgelopen verwondingen na treinongeval In Lochristi
OnbekendVIEUBLEDGustave, S.SdtMil3007.02.1910Ronquières27.05.1940Passendale

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de kazerne Generaal baron L. Ruquoy [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/lijst-van-militair-vastgoed-met-specifiek-militair-gebruik-na-1830-alfabetisch-per-gemeente/doornik/doornik-kwartier-kazerne-generaal-baron-ruquoy/ [Laatst geraadpleegd 13 januari 2022].
  2. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  3. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]  https://www.petit-quevilly.fr/decouvrir-la-ville/patrimoine-et-histoire/histoire/filature-la-foudre en https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 26 oktober 2021].
  4. Het werkbataljon dat I/10J moest samenstellen is vermoedelijke niet uitgestuurd maar in Bagnol-sur-Cèze gebleven. Verder onderzoek moet dit uitklaren, in het archief van de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie zijn er geen documenten die naar dit werkbataljon verwijzen.
  5. Het betreft het 61ste Centre Mobilisateur de Cavalerie (CMC61) dat in in Saint-Germain was gestationeerd en die de rekruten moet opleiden voor het 15GRDI (15e Groupement de reconnaissance de division d’infanterie), een verkenningseenheid van de 10de Franse Infanteriedivisie. [On line beschikbaar]: https://fr.wikipedia.org/wiki/Liste_des_groupes_de_reconnaissance_de_division_d%27infanterie [Laatst geraadpleegd 4 november 2021].
  6. Soldaat Bakkovens wordt de medaille van ridder in de Orde van Leopold II met palmen toegekend voor de opgelopen verwondingen te Rambouillet. Belgisch staatsblad [On Line Beschikbaar]: https://books.google.be/books?id=4USV1nX8NtQC&pg=PA895-IA1&lpg=PA895-IA1&dq=bataljon+travailleurs&source=bl&ots=DbCcV6Q4ZD&sig=ACfU3U0mZfKYTRr9PLcDLl0gRy8Rh4CkwQ&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwj57pK7y9zpAhUE66QKHUxuCdIQ6AEwBXoECAoQAQ#v=onepage&q=bataljon%20travailleurs&f=false [Laatst geraadpleegd 27 mei 2020].
  7. Verslag betreffende 10J in het hoofdstuk 5VOC van het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  8. Slagorde officieren 10J bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  9. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994.