11de Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 11de Regiment Artillerie | 11ème Régiment d’Artillerie | 11A
Type Artillerieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 5de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Edouard Ceressia
Adjudant-majoor Kapitein-commandant Désiré Heintz
Standplaats Regio Brussel
Samenstelling I Groep
(Majoor François Pieltain)
1ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt R. Daumerie)
2de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt H. Bridoux)
3de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Kapt P. Van Dievoet)
  II Groep
(Kapitein-commandant Marcel De Scheemaeker)
4de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt R. Foret)
5de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt H. Michel)
6de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt E. Lahousse)
  III Groep
(Kapitein-commandant F. Moreau)
7de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt P. Desmons)
8ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt L. Bouché)
9de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt Jean Prioux de Cambry de Baudimont)
  IV Groep
(Majoor Camille Francisse)
10de Batterij van 4 x Ob105GP houwitzers (Lt L. De Block)
11de Batterij van 4 x Ob105GP houwitzers (Cdt Alfred Peteau)
12de Batterij van 4 x Ob105GP houwitzers (Lt J. Cousin)
  Stafbatterij
(Onderluitenant R. Caron)
 

Tijdens de mobilisatie

Staf/11A
Het 11de Regiment Artillerie (11A) is een actief artillerieregiment dat reeds in vredestijd deel uitmaakt van de 5de Infanteriedivisie (5Div) als organieke artillerie-eenheid. Toentertijd was 11A deels gekazerneerd in Doornik en deels in Bergen. Als actief artillerieregiment wordt het 11A op 26 augustus gemobiliseerd bij afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan. Tijdens deze fase worden de militieklassen ‘36,’37 en ‘38 opgeroepen om de onder de wapens zijnde klas ’39 te versterken. De 5Div geeft op 28 augustus al het bevel aan zijn eenheden om hun vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de agglomeratie van hun garnizoenssteden. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moet 11A zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. Bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan op 1 september 1939, staat het 11A in voor de paraatstelling van het 10de Regiment Artillerie (10A). Het 10A, een artillerieregiment van Eerste Reserve, wordt samengesteld uit reservisten van 11A behorende tot de militieklassen ’32, ’33, ’34 en ’35. Ook een gedeelte van het actief kader van 11A wordt afgedeeld bij 10A. Na te zijn gemobiliseerd gaat het 10A over naar de 10de Infanteriedivisie (10Div) als organiek artillerieregiment. Wanneer eind september de mobilisatie van de 5Div is afgerond beschikt de divisie over twee actieve infanterieregimenten (het 1ste Regiment Jagers te Voet en het 2de Regiment Jagers te Voet), een infanterieregiment van Eerste Reserve (het 4de Regiment Jagers te Voet), een actief artillerieregiment (11A), een organiek geniebataljon (het 5de Bataljon Genie), een organiek transmissiebataljon (het 5de Bataljon Transmissietroepen) en een organiek verkenningseskadron (het Eskadron Wielrijders der 5Div).

Militairen van de 11de batterij van de klas 38 op oefenkamp te Beverlo. De meeste van deze manschappen zouden in mei 1940 nog steeds deel uitmaken van dezelfde batterij (foto: Benjamin Lebeau).

Militairen van de 11de Batterij van de klas 38 op oefenkamp te Beverlo. De meeste van deze manschappen zouden in mei 1940 nog steeds deel uitmaken van dezelfde batterij (foto: Benjamin Lebeau).

Op 08 november 39 wordt 11A samen met rest van de 5Div naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal tegenover Geel. Bij de start van de winter verblijft de 5Div nog steeds in de streek van Geel maar wordt later in december naar het Kamp van Beverlo gestuurd om er doorgedreven te oefenen. Na de trainingsperiode in Beverlo wordt 11A begin januari naar Zuidoost-Limburg gestuurd waar de 5Div de 4de Infanteriedivisie (4Div) aflost. 11A neemt de stellingen over van het 8ste Regiment Artillerie (8A), divisieartillerie van de 4Div. Op 29 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt de 7de Infanteriedivisie (7Div), een divisie van Eerste Reserve, naar het Albertkanaal gestuurd om de stellingen over te nemen van de 5Div. De 5Div neemt op zijn beurt de Sector Halle – Ninove van de dwarsstelling Bierges – Ninove over van de 7Div waar ze ingezet worden als algemene reserve van het leger. 11A wordt op 29 april afgelost door het 20ste Regiment Artillerie (20A) dat de stellingen van 11A overneemt om de 7Div van vuursteun te voorzien.

De 5Div bevindt zich aan de vooravond van de oorlog nog steeds ten zuidwesten van Brussel en heeft zijn hoofdkwartier in het kasteel Inkendael (ook gekend als kasteel Richir) te Vlezenbeek [1]. De commandopost van het 11A staat hier ook opgesteld. De groepen zijn als volgt gekantonneerd:

  • Iste Groep nabij Gaasbeek,
  • IIde Groep nabij Sint-Katharina-Lombeek in de buurt van Ternat,
  • IIIde Groep nabij Sint-Martens-Lennik, ten noorden van Lennik
  • IVde Groep nabij Sint-Kwintens-Lennik, ten zuiden van Lennik

V/11A wordt II/23A
De Vde Groep van 11A (V/11A) wordt op 26 augustus 1939 samen met de rest van 11A gemobiliseerd en aangevuld met reservisten van de klas ’38. V/11A wordt bij de reorganisatie van de artillerie op 15 januari 1940 aangeduid om over te gaan naar het 23ste Regiment Artillerie (23A). Dit regiment wordt eind januari  opgericht door de overheveling van Vde Groepen van het 10A en het 11A. Met deze reorganisatie wil de legerleiding de infanteriedivisies van Tweede reserve van een eigen artillerieregiment voorzien. V/11A vervoegt op 26 januari 1940 de 15de Infanteriedivisie (15Div) als II/23A.

Hof-ter-Rekem ook gekend als Kasteel Buken.

Staf/11A
De artilleristen worden rond 01u00 gealarmeerd. III/11A wordt om 02u00 al onder bevel geplaatst van de commandant van het IVde Bataljon van 2J voor het uitvoeren van een dekkingsopdracht.  Tijdens de voormiddag komt een bericht binnen op de Staf/11A met de mededeling dat de divisie naar de K.W Stelling zal verplaatst worden om er de sector Rijmenam – Wespelaar in te nemen. De infanteristen zullen met vrachtwagens en autobussen van de Legerautogroepering (LAuGpg) opgehaald worden. De installatieploegen van het 11A, die over motorvoertuigen beschikken, vertrekken eveneens naar de K.W. Stelling om de ontplooiing van de artillerie voor te bereiden. De verplaatsing van de rest van het regiment zal uitgevoerd worden tijdens de nacht van 10 op 11 mei om het risico op vijandelijke luchtaanvallen te beperken.  De paardenspannen van het 11A worden bij valavond klaargemaakt en het regiment vertrekt rond 21u00 richting Haacht, waar het zal opgesteld worden achter de infanterie. De marsroute heeft als eerste bestemming Peutie waar een korte halte zal gehouden worden.

III/11A
Om 02u00 uur wordt volgens plan een Groepering gevormd onder het bevel van Luitenant-kolonel Capel, commandant van IV/2J, met het EskCy 5Div, IV/2J en III/11A. Deze groepering moet klaar staan om tussenbeide te komen in geval van een vijandelijke luchtlandingsoperatie in de streek van Wolvertem en Merchtem. De groepering stelt zich rond 14u30 op te Brussegem. Rond 17u00 wordt de groepering Capel alweer ontbonden waarna de III/11A vertrekt naar Peutie waar ze de rest van het regiment opwachten. De groep van Kapitein-commandant Duren ontvangt vervolgens het bevel zich klaar te maken voor een verplaatsing naar Buken.

De imposante toren van de Remy-fabriek in het bruggenhoofd van de 1Cie van 4J te Wijgmaal domineert de ganse regio.

Staf/11A
De batterijen van 11A zijn de ganse nacht onderweg en passeren Peutie rond 11u00. In de namiddag komen de colonnes van het 11A eindelijk toe in de Sector van de 5Div op de K.W. Stelling. Wanneer het regiment toekomt in de divisiesector laat de Staf/5Div weten dat de divisiesector wordt gewijzigd en dat nu stelling genomen zal worden tussen Haacht en Wijgmaal [2] in plaats van de eerder voorziene sector Rijmenam – Wespelaar. In de nieuwe divisiesector wordt het front ten noorden van het Kanaal Leuven-Dijle (oftewel Leuvense Vaart) [3] gevormd door een anti-tankgracht versterkt met een IJzeren Muur van Cointet-elementen, gelegen op een kilometer ten oosten van Haacht en Wespelaar. Deze muur van Cointet-elementen, weliswaar zonder anti-tankgracht, loopt vanaf Wespelaar verder tot het station van Hambos. Ter hoogte van het station van Hambos kruist de K.W. Stelling het Kanaal Leuven-Dijle om vervolgens vanaf Tildonk-Sas de zuidelijke kanaaloever te volgen tot aan de Remy-fabriek te Wijgmaal. 2J en 4J zullen een ondersector in eerste lijn van de divisie innemen, 2J ten noorden van het kanaal, 4J ten zuiden van het kanaal. Het 4J ontplooid een compagnie aan de overkant van het kanaal in de Remy-fabriek waar een bruggenhoofd wordt ingericht. Het 1J wordt nu opgesteld in tweede echelon van de divisie, achter de twee regimenten in lijn. Door de wijziging van de divisiesector moeten nieuwe artilleriestellingen verkend worden waardoor pas rond 16u00 de definitieve posities worden toegewezen aan de groepen. De groepen vertrekken bij valavond naar hun nieuwe posities en starten na aankomst onmiddellijk met het opstellen van het geschut. In de loop van de nacht zijn de stukken klaar tot vuren.

I/11A en II/11A
De Iste Groep en de IIde Groep zullen algemene vuursteun leveren aan de divisie. I/11A gaat in stelling ten westen van Winksele-Delle. II/11A ten noorden van Hof-Ter-Rekem aan de Haachtstraat op zo’n kilometer ten zuiden van Buken.

III/11A
De IIIde Groep levert directe vuursteun aan het 2J vanuit stellingen ten noordwesten van Buken.

IV/11A
De IVde Groep van Majoor Francisse levert directe vuursteunt aan het 4J vanuit het gehucht Kastanjebos te Herent. De door de Staf/11A gekozen organisatie voor het gevecht wijkt eerder af van de standaard verdeling der vuren. Normaal wordt de IVde Groep, die beschikt over geschut met het zwaarst kaliber en de grootste dracht, centraal in de divisiesector opgesteld om algemene vuursteun aan de divisie te geven over de ganse breedte van de sector. Hier werd IV/11A achter één van de regimenten in lijn opgesteld en in directe vuursteun gegeven van dit regiment. De reden voor deze aanpassing ligt bij het feit dat alleen de dracht van de 105mm kanonnen van IV/11A voldoende groot was om vuursteun te kunnen geven aan het bruggenhoofd van Wijgmaal door de toegangswegen naar het bruggenhoofd onder vuur te houden. IV/11A installeert een waarnemingspost in de toren van de Remy-fabriek die zich aan de overkant van het kanaal Leuven-Dijle bevindt en het volledige landschap domineert. 

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Staf/11A
De ontplooiing van de 5Div op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Rechts van de 5Div staat de 10Div opgesteld, links bevindt zich de 2de Infanteriedivisie (2Div). Toch is de opstelling nog niet volledig geconsolideerd. Om 01u00 wordt Kolonel SBH Ceressia samen met zijn Adjudant-majoor voor een stafbriefing ontboden op het HK van de divisie.  Vooreerst wordt de situatie te Leuven besproken. De British Expeditionary Force (BEF) heeft zich bij de start van de Duitse aanval naar Leuven verplaatst om zoals overeengekomen de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven (exclusief) tot Waver. Er bestaat echter onenigheid binnen het geallieerde oppercommando over waar precies de scheidingslijn tussen de Belgische en Britse legerzone dient te lopen; ten noorden of ten zuiden van Leuven. De zaak zal eerstdaags uitgeklaard worden. Tenslotte wordt nog meegegeven dat de vijand zich ten oosten van Hasselt bevindt. Tussen de vijand en de stellingen van 4J heeft het Cavaleriekorps (CK) de Demer/Gete-stelling (lijn Kwaadmechelen – Diest – Tienen) defensief ingericht met het oog op het vertragen van de vijand tot de K.W. Stelling volledig bezet en ingericht is. Het 11A ontvangt te 03u20 de nodige instructies voor het nabije verdedigingsplan van zijn posities en werkt de ganse dag verder aan het opstellen van het vuurplan in samenspraak met de gesteunde eenheden. De IVde Groep van het 2de Regiment Legerartillerie (IV/2LA) arriveert rond 08u30 met zijn zware 220mm mortieren in de divisiesector. De 13de en de 14de Batterij worden opgesteld te Veltem, net ten noorden van de Brusselsesteenweg. De 15de Batterij neemt een positie in te Beisem.

Staf/11A
De beslissing omtrent de limiet tussen de Belgische en de Britse operatiezone is ondertussen genomen; de Britten zullen de sector van de 10Div overnemen en opgesteld worden ten zuiden van de 5div. De 10Div moet zijn stellingen rond Leuven verlaten en zich in reserve opstellen achter de 2Div en de 5Div. De aflossing van de 10Div door de 3(UK)Div wordt gepland tijdens de nacht van 13 op 14 mei en dient, gebruik makend van de duisternis, voltooid te zijn tegen 14 mei 03u00. Het 10A, divisieartillerie van de 10Div, wordt niet in reserve geplaatst maar in vuurversterking gegeven van 11A.  In de late namiddag breekt 10A zijn stellingen op in de sector van de 10Div en maakt zich, zoals voorzien in de orders, klaar voor een nachtelijke verplaatsing naar de sector van de 5Div. Hoewel de tocht slechts zo’n 15 km bedraagt, verloopt de verplaatsing bijzonder moeilijk door het drukke militaire verkeer. De Iste Groep van het 4de Regiment Legerartillerie (I/4LA), die zich sinds de ochtend van 12 mei te Bertem bevond en in vuurversterking van 10A gegeven werd, komt eveneens ter beschikking van 11A te staan. Omdat de 5Div op dat ogenblik reeds gesteund wordt door vier groepen van 11A, vier groepen van 10A en de IVde Groep van 2LA, alles samen maar liefst 110 stuks geschut, wordt I/4LA doorgestuurd naar de 2Div.

Operatiegebied van 11A van 12 tot 17 mei in de sector van de 5Div (vooroorlogse kaart [4])

De Staf/11A beslist naar aanleiding van de komst van 10A om de verdeling van de vuren in de sector van de 5Div als volgt te herschikken:

  • I/10A, II/10A en III/11A zullen samen een groepering vormen die onder bevel komt te staan van Majoor Roskam, groepscommandant van I/10A. Deze groepering zal directe vuursteun leveren aan 2J;
  • II/11A, IV/11A en III/10A vormen een groepering onder bevel van Majoor Francisse ten behoeve van het 4J;
  • I/11A, IV/10A en IV/2LA zullen een groepering vormen die onder bevel van Majoor Pieltain komt te staan voor het leveren van algemene vuursteun aan de 5Div.

De herverdeling van de middelen en de samenstelling van de groeperingen verloopt zo goed als naadloos gezien 10A een ontdubbelingsregiment is van 11A en nagenoeg alle kaderleden, actief en reserve, hun dienst deden bij 11A. 

Colonne 220mm kanonnen van 2LA onderweg

Colonne 220mm kanonnen van 2LA onderweg

Staf/11A
‘s avond maken Duitse verkenners contact met de Jagers te Voet in het bruggenhoofd van Wijgmaal en proberen met een aanval uit de opmars de posities van het I/4J te doorbreken. Er wordt beroep gedaan op 11A voor het afgeven van enkele afsluitingsvuren zoals voorzien in het vuurplan. Het zijn de eerste artillerievuren die het regiment levert sinds de start van de veldtocht.

IV/11A
Als voorbode voor de nakende aankomst van de vijand duiken rond 09u45 een vijftal bommenwerpers op boven de sector van de 5Div. Om 10u00 wordt de 10de Batterij door de Luftwaffe opgemerkt en kort aangevallen met brandbommen. Na het bombardement met brandstichtende bommen volgt een bombardement met brisante munitie. Er zijn weliswaar geen verliezen, maar de telefoonverbinding met de voorwaartse waarnemers wordt verbroken en moet hersteld worden. IV/11A komt voor een eerste keer in actie wanneer omstreeks 13u00 de waarnemers op het dak van de toren van de Remy-fabriek een vijandelijke colonne ontdekken op de Aarschotsesteenweg. De voertuigen worden prompt onder vuur genomen door IV/11A. De vuren worden gejusteerd door de twee voorwaartse waarnemers die zich in de toren van het fabriekscomplex hebben geïnstalleerd [5]. Pas tegen de avond wordt contact gemaakt met de vijandelijke voorhoede in het bruggenhoofd van Wijgmaal. Om 21u10 duiken gemotoriseerde voertuigen op in het park ten noordoosten van de Remy-fabriek. De 1Cie van I/4J vraagt het in het vuurplan voorziene afsluitingsvuur aan dat 10 minuten later geleverd wordt.  Wanneer tegen 22u00 ook vijand opduikt  ten westen van het bruggenhoofd is de volledige perimeter van het bruggenhoofd bereikt door de vijand. Om 22u30 worden de afsluitingsvuren A1, A2 en A9 van het vuurplan aangevraagd om de infiltrerende vijand rond het bruggenhoofd tot staan te brengen. De drie vuren worden om 22u38 met grote precisie afgeleverd [6]. Het bruggenhoofd houdt goed stand en kan de vijand mede door gericht artillerievuur, gedurende de rest van de nacht afhouden. Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de artilleriestukken te laten inschieten op elke formatie die het bruggenhoofd nadert zodat de schootselementen (inclinatie, azimut en lading) van de verschillende doelen vermeld op het vuurplan bepaald kunnen worden. Voor het inschieten wordt op 14 mei door de verschillende batterijen van IV/11A een duizendtal granaten gebruikt. Dit zal de precisie en snelheid van later uit te voeren vuren ten goede komen eens de Duitsers met meer troepen een methodische aanval tegen het bruggenhoofd inzetten. Voorts beslist de regimentscommandant van 4J om, in tegenstelling tot de in de reglementen voorziene procedure, de groepscommandant van IV/11A niet permanent op de CP van 4J te houden maar hem door een bekwame liaisonofficier te laten vertegenwoordigen. De aanwezigheid van de groepscommandant bij de batterijen van zijn groep, die bevolen worden door reserveofficieren met beperkte ervaring, werd noodzakelijker geacht. Bij de 11de Batterij vallen bij een ongeval met een voortijdig ontplofte obus zes gewonden onder de artilleristen. 

Staf/11A
De Duitsers tasten de posities van 2J en 4J op meerdere plaatsen langsheen K.W. Stelling af, maar slagen er niet in om in de sector van de 5Div de linies te doorbreken. Rond de middag brengt de Staf/5Div het regiment op de hoogte van de situatie bij de 3(UK)Div waar de vijand een doorbraak heeft kunnen forceren. De Britten hebben hun stellingen tussen de Dijle en het Kanaal Leuven – Dijle prijsgegeven en het Britse front is doorbroken rond Wilsele waar de vijand het kanaal heeft kunnen oversteken. Hierdoor komt het bruggenhoofd van Wijgmaal onder hevige vijandelijke druk te staan, zelfs in die mate dat de bataljonscommandant van I/4J de toelating vraagt om het bruggenhoofd terug te plooien op de bevriende kanaaloever. De Britten plannen echter een tegenaanval en vragen hierbij de nodige ondersteuning door de Belgische artillerie [7]. Uit voorzorg geeft de commandant van de 5Div de opdracht aan 1J om op de flank met de Britten een dwarsstelling (oftewel bretelle) in te richten. Om de Belgische zuidflank richting te Leuven te versterken voert IV/11A een frontwissel uit. De kanonnen worden naar het zuidwesten gericht om zo de eventuele stellingname van 1J te kunnen ondersteunen. Na de succesvolle tegenaanval van de Britten wordt de stellingname van 1J op de flank afgeblazen.

I/11A
In de ondersector van 4J bevindt zich, ter hoogte van het kasteel Keulenhof op de vijandelijke kanaaloever, een huis dat de defensieve stellingen van 4J domineert [8]. Een poging om het huis door een vernielingspoeg van het 5Gn tijdens de nacht van 14 op 15 mei op te blazen ging uiteindelijk niet door omdat de route naar het huis vanuit het bruggenhoofd al bezet was door de vijand. Het huis aan de overkant van het kanaal blijft de volgende ochtend echter parten spelen. Om 09u30 wordt door 4J een vuuraanvraag ingediend om het huis dat nu gebruikt wordt als Duitse observatiepost door de artillerie (met inzet van de 220mm mortieren van IV/2LA – TBC) te vernietigen. De Staf/11A weigert om de aangevraagde vuren uit te voeren omdat artilleriegranaten de dijk van het kanaal zouden beschadigen waardoor het achterliggend land zou overstromen en het waterpeil in het kanaal zou dalen. I/11A en IV/10 voeren talrijke interdictie- en tegenbatterij-vuren uit terwijl de zware mortieren van IV/2LA wel enkele vernielingsopdrachten uitvoeren in de buurt van Wijgmaal.

IV/11A
De waarnemers in de toren van de Remy-fabriek signaleren rond 12u00 drie gepantserde Duitse voertuigen bij kilometerpaal 5 op de Aarschotsesteenweg. Er zijn nog meer gepantserde voertuigen in aantocht, maar deze houden zich schuil langs de rand baan. De artilleriegroepering onder bevel van IV/11A neemt vervolgens het ganse baanvak tussen kilometerpaal 5 en 6 onder vuur [9]. De 12de Batterij slaagt er net na de middag in om een Duitse artillerieformatie in volle ontplooiing te raken en laat verschillende voltreffers neerkomen op de vijandelijke artillerieposities. Ook de Britse voorwaartse waarnemers staan nu, zoals eerder gevraagd, in contact met de Belgische artillerie en vragen na de middag een vuuropdracht aan op een Duits detachement dat een loopbrug over de Dijle heeft geworpen. De 11de Batterij opent het vuur. De Britten melden even later dat de loopbrug vernield is. Rond 14u00 wordt het bericht doorgegeven dat de Britten een geslaagde tegenaanval hebben uitgevoerd en dat het gebied tussen de Dijle en het Kanaal Leuven-Dijle volledig op de vijand heroverd is. 

Intussen duikt de vijand ook op langs de spoorweg Leuven-Mechelen op de limiet van 2J en 4J en lijkt zich te concentreren op de twee steunpunten van II/4J die staan opgesteld achter de muur van Cointet-hekkens tussen het station van Hambos en het Kanaal Leuven-Dijle. Om 14u55 vraagt II/4J een artillerievuur aan op de stelling van enkele Pak 36 anti-tankkanonnen die de steunpunten ter hoogte van het station van Hambos beschieten. Een artilleriesalvo van 24 schoten wordt om 15u20 afgevuurd op de Pak 36 anti-tankkanonnen. De Duitse infanterie probeert vervolgens een doorbraak te forceren ter hoogte van het station van Hambos. Een veertigtal Duitsers wordt er om 17u45 opgemerkt door de observatiepost van II/4J die zich ter hoogte van de sluis Nr1 van Tildonk-Sas bevindt. II/4J vraagt artillerievuur aan op de waargenomen vijand.

Staf/11A
De ganse voormiddag blijft het 11A in actie. Terwijl de vijand voorbereidingen treft voor een nieuwe aanval op het bruggenhoofd wordt door de artilleriewaarnemers in de Remy-toren om 12u37 een vijandelijke tankcolonne opgemerkt op de Aarschotsesteenweg te Putkapel. Het 11A neutraliseert in nauwelijks een kwartier tijd deze Duitse gemotoriseerde colonne door accuraat vuur. Ook nabij het station van Wijgmaal wordt de vijand rake klappen uitgedeeld. De artilleristen vuren op nauwelijks 150m voor de Belgische linies en slagen er in de vijand tot in de dorpskern van Wijgmaal terug te dringen. De door de Britse voorwaartse waarnemers opgemerkte voorbereidingen om op de vijandelijke oever rubberboten in stelling te brengen, worden verstoord door Belgisch artillerievuur. Iets na 17u20 wordt nog een bos beschoten voor de Britse sector ten noordoosten van Wijgmaal, nadat de Britse Forward Observation Officer (oftewel FOOer gepantserde voertuigen, voertuigen met brugonderdelen en infanterie opgemerkt had. Zes artilleriegroepen voeren een concentratievuur uit op de vijandelijke formatie waarna de waarnemers in de toren melden dat er alleen een massa verwrongen staal overbleef (of zoals vermeld in het velddagboek: “un amas de matériel ennemi bouleversé”). Duitse aanvallen om 19u00, 20u00 en 21u00 worden telkens afgeslagen door de 2/I/4J hierbij gesteund door spervuur van de artillerie. ‘s Avonds stelt men bij meerdere batterijen van 11A (o.m. de 6e, 8e en 9e Batterij) problemen vast met de kanonnen door het veelvuldig vuren. De gevechten hadden aan dit tempo niet langer door de divisieartillerie ondersteund kunnen worden. Anderzijds kan gesteld worden dat de verliezen bij de 5Div tijdens de gevechten te Wijgmaal beperkt gebleven zijn door de doeltreffende inzet van de Belgische artillerie. De door de Belgische artillerie veroorzaakte verliezen aan Duitse kant zijn moeilijk in te schatten maar dat ze tijdens de voorbereiding en de uitvoering van hun aanvallen op het Kanaal Leuven – Dijle weldegelijk hadden af te rekenen met de storende werking van de artillerie is een feit [10].

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse Général d’Armée Billotte) om verder westwaarts te trekken [11]. Zonder dat men de KW Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Rond 20u00 verneemt de 5Div dat het Belgisch leger K.W. Stelling zal ontruimen tijdens de nacht van 16 op 17 mei. De op de K.W. Stelling opgestelde divisies zullen teruggetrokken worden naar een nieuwe defensieve stelling die loopt van Terneuzen via Gent tot Oudenaarde. De aftocht zal in drie etappes gebeurden: tijdens de eerste nacht moet het Kanaal van Willebroek overschreden worden, tijdens de volgende nacht de Dender en tenslotte moet iedereen tijdens de laatste etappe over de Schelde. Om 20u00 krijgt de Adjudant-majoor, Kapitein-commandant Heintz, het bevel zich onmiddellijk naar het HK van de 5Div te begeven. Hij ontvangt er volgende orders: “De divisie zal zich tijdens de nacht van 16 op 17 mei verplaatsen naar de regio Vilvoorde-Merchtem. De 5Div krijgt de brug van Vilvoorde als enig overgangspunt over het Kanaal van Willebroek toegewezen.  Alle motorvoertuigen moeten zich zo snel als mogelijk naar het kanaal begeven.  De artillerie, het paardengerij van het Geneeskundig Korps en het Peloton voor Infanteriemunitie (PMI) zullen om 21u00 volgen. De infanterie te voet zal dan de K.W. Stelling verlaten vanaf 22u00.  De achterhoede en de elementen die nog in contact zijn met de vijand zullen nog een beperkte artilleriesteun krijgen van 11A. De aftocht zal gedekt worden door een mobiele achterhoede bestaande uit de drie Pelotons Verkenners van de infanterieregimenten en het Wielrijderseskadron.  Generaal-majoor Chardome leidt de achterhoede.”

Na ontvangst van de orders begint het 11A met de voorbereiding tot de aftocht. II/11A en de III/11A moeten elk twee batterijen aanduiden voor de artillerieondersteuning van de achterhoede. Deze batterijen moeten tot de 17de mei om 03u00 op post blijven. Alle overblijvende munitie moet daarbij verschoten worden. De rest van het regiment vertrekt bij valavond richting Steenokkerzeel. 4/II/11A en de 9/III/11A mogen samen met het gros vertrekken.

Staf/11A
Na een moeizame nachtelijke etappe komt de staf van het regiment om 08u00 aan te Breestraten nabij Merchtem. Twee uur later arriveert de Iste Groep te Steenhuffel. De IVde Groep bereikt Wolvertem. Na de middag komt ook de achterhoede aan: de IIde Groep houdt halt te De Haan nabij Steenhuffel en de IIIde Groep zoekt eveneens Breestraten op. De rest van de dag wordt gerust.

De 5Div vat ‘s avonds de tweede etappe van de aftocht aan. Het 11A moet Nieuwerkeren nabij Aalst bereiken. De colonnes zullen gesplitst worden. Tussen 20u00 en 21u00 vertrekt de Staf, de Iste en IIde Groep voor een tocht over Steenhuffel, Buggenhout, Lebbeke, Gijzegem en Hofstade. Om middernacht reizen de IIIde en IVde Groep af via Wolvertem, Merchtem, Baardegem, Moorsel en Aalst.

De etappe mondt uit in chaos. Door de vijandelijke overtocht van het Kanaal van Willebroek ten noorden Vilvoorde, heerst onder de Belgische colonnes die via Humbeek, Wolvertem en Merchtem marcheren een ware paniek. Bovendien zitten de wegen eivol zodat ettelijke gespannen en voertuigen van 11A de weg kwijt raken. De bevoorradingscolonne van de IIde Groep komt in Dendermonde terecht en wordt via Gent en Kortrijk richting Ieper en Frankrijk gestuurd. Een groep achterblijvers sukkelt Oudenaarde binnen en wordt daar door de plaatscommandant eveneens naar Frankrijk gezonden.

Staf/11A
De Staf, de Iste en de IIde Groep komen tijdens de ochtend aan te Nieuwerkerke. Ook de IIIde Groep komt daar rond de middag aan. De voorziene kantonnementsplaats van de IIIde Groep zit vol Britse soldaten die ter plaatse geplunderde alcoholische dranken uitdelen. Een ware braspartij breekt uit onder enkele manschappen en het commando van de groep moet radeloos toekijken hoe de soldaten zich te goed doen aan het geplunderde goed.

De IVde groep komt omstreeks 14u00 aan te Maal nabij Erembodegem. Terwijl het Belgisch leger verder wegtrekt naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde, wordt aan de 1ste Divisie Ardeense Jagers een afstoppingsopdracht langsheen de Dender opgedragen. De Iste en IVde Groep worden rond 17u30 toegewezen aan het 3de Regiment Ardeense Jagers (3ChA) voor de verdediging van de rivier rondom Aalst. De Iste Groep ontplooit tussen Nieuwerkerken en Maal. De IVde Groep gaat in stelling tussen Maal en de steenweg Aalst-Gent. Beide groepen worden niet ingezet en trekken later op de avond het regiment achterna.

De rest van 11A moet die nacht via Erpe, Burst, Borsbeke, Oombergen, Hundelgem, Dikkevenne, Gavere en Semmerzake naar de Scheldebrug te Eke. Op de westelijke oever wordt De Klosse opgezocht. De 5Div zal immers in stelling gaan langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent tussen Munte en Semmerzake.

Na opnieuw een nachtelijke tocht worden de groepen uitgestuurd naar hun nieuwe schootsstellingen:

  • I/11A en IV/11A leveren algemene vuursteun aan de divisie vanuit Landuit en Zevergem
  • II/11A werkt ten behoeve van het 1J van op stellingen te Zevergem-Zwijnaarde
  • III/11A ontplooit te Schelderode en steunt het 2J

Om 16u00 melden alle groepen klaar te zijn voor de actie. Dezelfde avond nog worden de eerste vuuropdrachten uitgevoerd. Daarbij worden de posities van de IIde Groep echter ontdekt en onder tegenvuur genomen door de Duitse artillerie.

Staf/11A
Het regiment maakt op 20 mei een bilan op van de geleden verliezen; sinds 10 mei zijn 7 officieren, 31 onderofficieren en 277 brigadiers en soldaten gedood, gewond of achtergebleven. Dit is ongeveer 13% van de effectieven. Bovendien zijn 65 paarden, 4 vrachtwagens, 5 bestelwagens, 1 sidecar, 1 bagagevoertuig en 8 munitiecaissons verloren gegaan, evenals 6 zware en 3 lichte mitrailleurs.

III/11A
De IIIde Groep die zich op de rechteroever van de Schelde bevindt ontvangt het bevel om alle achtergebleven burgers te ontruimen uit Schelderode. De nabijgelegen 4de Infanteriedivisie heeft echter dit bevel niet ontvangen, waardoor talrijke inwoners in de zone van de III/11A weigeren hun woningen achter te laten. Aan het eind van de dag meldt de IIIde Groep dat er heel wat gevluchte soldaten van het 15Li door hun stellingen trekken.

Staf/11A
De vijand begint met zijn aanval op het Bruggenhoofd Gent. De 5Div wordt gebombardeerd door de Luftwaffe en door de vijandelijke artillerie. Omdat ook het 1J rechtstreeks betrokken raakt in de gevechten wordt de Iste Groep vanaf 10u00 in rechtstreekse steun van dit regiment geplaatst. IV/14A wordt aangeduid om samen met de IV/11A de algemene vuursteun aan de divisie te verzekeren. Op de middag wordt de bevoorradingscolonne van de IVde Groep gebombardeerd.

Die dag besluit het geallieerde opperbevel op de Conferentie van Ieper dat de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde moet worden opgegeven door de Belgen. Ten zuiden van Oudenaarde zijn de Duitsers immers doorgebroken in de Britse sector en daarom moet het ganse front achteruit. De Belgen zullen zich in twee fasen terugtrekken tot achter het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf.

Staf/11A
Om 15u30 krijgt de 5de divisie te horen dat ze de volgende nacht moet hergroeperen tussen de Schelde en de Leie op de lijn Eke-Astene. Het 1J moet aan de Scheldeovergang te Eke de aftocht dekken. Een sectie van twee kanonnen van de Iste, IIde en IIIde groepen wordt aangeduid voor de achterhoede. De IVde groep levert een sectie voor de achterhoede van het 4J. De rest van het regiment maakt zich klaar voor de aftocht.

I/11A
In een tweede ongeval met een voortijdig ontplofte obus sneuvelt WM Gorez en valt er nog een gewonde te betreuren bij de Iste Groep.

Staf/11A
Even na middernacht komt de staf aan te De Pinte. De 5Div ontplooit zich nu op de westelijke Scheldeoever met drie regimenten in lijn. De Jagers te Voet moeten de zuidflank van de aftocht uit het Bruggenhoofd Gent dekken:

  • het 1J op de linkerflank te Eke ondersteund door de II/11A even ten zuidwesten van De Pinte
  • het 4J in het centrum rond Nazareth en Biezen ondersteund door de III/11A van op de Klapstraat te Biezen
  • het 2J op rechts rondom Astene met steun van de I/11A aan de Broekstraat te Deurle
  • de IVde groepen van het 11A en het 14A leveren nog steeds de algemene vuursteun

Om 10u00 staat iedereen vuurklaar op post. De IIde Groep is vrijwel de ganse middag in actie. De IIIde groep moet zwaar tegenvuur incasseren, zonder echter verliezen te lijden. De 10de Batterij wordt uit de lucht aangevallen. Ook de commandopost van het regiment krijgt een bombardement te verwerken. Rond 18u30 volgen de instructies voor de laatste etappe van de terugtocht uit Gent. De divisie wordt naar het Afleidingskanaal van de Leie gezonden. Rondom 22u00 gaan de colonnes de baan op. Via de brug van Nevele wordt het kanaal overgestoken. Het 11A heeft het bevel ontvangen om bij dageraad klaar tot vuren te zijn en tracht dan ook zo snel mogelijk nieuwe posities in te nemen.

III/11A
De IIIde Groep vervoegt om 02u00 de westelijke oever van de Schelde via de noordbrug te Teirlink. De genieofficier van dienst weigert de doorgang aan de vrachtwagen van de medische sectie van de IIIde Groep omdat gevreesd wordt dat dit voertuig te zwaar is voor de brug. De camion wordt achtergelaten.

Staf/11A
De 5Div wordt verantwoordelijk voor een sector vanaf de brug van Nevele in het zuiden tot de spoorlijn Brussel-Oostende in het noorden. De drie infanterieregimenten gaan opnieuw in lijn. De Iste, IIde en IIIde Groep ondersteunen respectievelijk het 4J, 2J en 1J. De IV/11A vormt samen met de I/4LA het algemeen steunelement. De staf opent zijn commandopost net ten noorden van Lotenhulle. Om 06u00 hoort de Kolonel dat het regiment klaar is voor de actie. De ganse dag lang wordt er gewacht op eventuele vuuropdrachten.

Staf/11A
De vijand lanceert verschillende zware aanvallen op de nieuwe Belgische posities. Aan de samenloop van de Leie en het Afleidingskanaal komt het zwaartepunt te liggen bij de 4de Infanteriedivisie waar het 15de Linieregiment (15Li) helemaal weggeveegd wordt en een belangrijk bruggenhoofd ten nadele van de Belgen ontstaat.

De voorwaartse waarnemers van de IIIde Groep melden dat nu ook het 7Li zich terugtrekt. Het 1J werpt daarom een naar het zuiden gerichte dwarsstelling op vanuit Nevele. De IIIde Groep verplaatst zich en verandert ook van front. De nieuwe waakrichting loopt naar het zuiden. Rondom 18u00 is de groep opnieuw inzetbaar. Ook de posities van de IVde Groep worden aangepast: de 12de Batterij moet zich opstellen om de ondersector van het gevluchte 15Li te bestrijken. Om 20u00 wordt ook de IIde Groep naar het zuiden gericht. Deze detachementen bestoken nu allen het Duitse bruggenhoofd.

De Iste Groep blijft naar het oosten gericht en zal tot 27 mei ettelijke vuuropdrachten uitvoeren in die richting.

Nadat de Jagers te Voet langsheen de Poekesbeek hun naar het zuiden gerichte dwarsstelling uitbouwden, wordt de artilleriesteun herverdeeld. De I/11A blijft nog steeds oostwaarts gericht. De II/11A richt zich op de nieuwe bocht in de Belgische stellingen te Nevele. De III/11A wordt verantwoordelijk voor de dwarsstelling langs de Poekesbeek. De IVde Groep wordt tenslotte opnieuw toegewezen aan het algemeen steunelement.

De Duitsers rukken die dag al snel op naar Poesele waardoor de posities van de 5Div met omsingelen worden bedreigd. De bevoorradingscolonnes van de IVde Groep worden in alle haasten verplaatst. De artillerie voert verschillende vuuropdrachten uit om de vijand de toegang tot Poesele te ontzeggen. De IIde Groep raakt even in de problemen wanneer ze langs drie zijden ingesloten wordt door de oprukkende Duitsers.

De Luftwaffe ondersteunt op bijzonder agressieve wijze de verdere uitbouw van het Duitse bruggenhoofd. De IVde Groep wordt ontdekt en zwaar aangevallen en even voor 11u00 moet ook de IIde Groep een zware luchtaanval incasseren. Intussen is de vijand rond Vinkt in een bijzonder hevige strijd verwikkeld met de Ardeense Jagers. Op het middaguur wordt de artillerie van de 5Div bevolen zich naar Vinkt te richten om de Belgische troepen te ondersteunen, maar nog geen twee uur later volgt een bevel tot aftocht. De ganse 5Div moet achteruit en zal het Afleidingskanaal opgeven.

Majoor Pieltain krijgt het bevel over de Iste en IIde Groep die deel zal uitmaken van de achterhoede. De beide groepen worden rondom 19u30 naar Loveld en Veldhoek nabij Lotenhulle verplaatst. Samen met het eskadron wielrijders, het I/1J, een deel van het III/1J en het II/4J zullen zij de Duitsers tegenhouden tot dat de rest van de divisie zijn stellingen verlaten heeft om zich op te stellen op een nieuwe linie tussen Sterrewijk en Ruiselede.

Terwijl de IIIde en IVde Groep en de rest van de Jagers zich vanaf 19u30 klaarmaken om er van door trekken, laten de achtergebleven batterijen zoveel mogelijk granaten neerkomen op de Duitse linies. De IIIde Groep zal in enkele uren tijd 1.500 schoten lossen. Tussen 22u00 en 23u00 verlaten de IIIde en IVde Groep de ondersector. Ook de Jagers te voet marcheren van de Poekebeek en het Alfleidingskanaal weg.

Staf/11A
Om 01u00 vuren de Iste en IIde Groep de laatste schoten en gaan er vervolgens eveneens van door. De nieuwe posities worden aangeduid:

  • de commandopost van het regiment moet naar de steenweg Brugge-Kortrijk om zich in de Lakebossen op te stellen
  • I/11A zal worden opgesteld te Klaphulle en IV/11A te Ruiselede leveren het algemeen steunelement
  • II/11A zal van het 1J vanuit Ruiselede vuren
  • III/11A zal nabij Doomkerke ontplooien ten behoeve van het 2J

De positie Sterrewijk-Ruiselede blijkt al snel onhoudbaar en de eenheden zijn nauwelijks aangekomen of worden alweer doorgestuurd. De korpscommandant van het 4J zendt de Iste Groep naar Beernem en verneemt daar de capitulatie. De IIde Groep komt om 05u20 aan te Ruiselede en wordt daar verder gestuurd richting Brugge. De groep zit om 13u00 nog steeds vast in een verkeersopstopping te Oostkamp wanneer ook daar eindelijk het nieuws van de overgave aankomt. De IIIde Groep ontplooit bij dageraad te Doomkerke en verneemt er onmiddellijk het slechte nieuws. De groep wordt rond 09u00 naar Ruddervoorde gezonden. De IVde Groep tenslotte kan eveneens op zijn nieuwe stellingen ontplooien en komt te Ruiselede terecht in de vlucht van het IV/1J. De kanonniers krijgen het bevel om zich eveneens naar Oostkamp te verplaatsen.

Om 08u40 tenslotte schrijft de staf van het VIde Legerkorps in zijn velddagboek dat Kolonel Ceressia de standaard van het regiment ingeleverd heeft en verdere instructies voor de ontwapening afwacht.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
10/IVARNOUTJulien, C.E.SdtMil2826.06.1908Wijtschate28.05.1940Brugge
OnbekendBLONDIAUXJeanSdt04.12.1913Bouffioulx13.07.1940Delmenhorst (D)Krijgsgevangene
10/IVCULOTMaurice, E.E.WMMil3814.08.1917Strépy27.05.1940Oostkamp
11/IVDE PILLECYNHenri, H.SdtMil3821.05.1918Dampremy18.05.1940De Pinte
8/IIIDROPSYPalmyreOLtAct31.08.1911Rance12.04.1945Prenzlau (D)Als krijgsgevangen omgekomen in luchtbombardement
3/IEQUETERRené, E.D.WMMil3505.07.1914Beloeil24.05.1940Gravelines (F)Was niet meer bij zijn eenheid
2/IGLINEURMauriceSdtMil4012.02.1921Dour17.06.1940Le Touquet (F)
1/IGOREZOmer, P.E.WMMil3828.04.1917Houdeng-Aimeries22.05.1940Eke
OnbekendMASSARTRaoul, A.BrigMil3113.04.1911Anderlues28.05.1940Klemskerke
10/IVNOELHuguesSdtMil3720.06.1917Erbisoeul27.05.1940Bellem
OnbekendPHILIPPARTEdgardOLtRes27.07.1909Bléharies20.07.1940PéruwelzOverleden aan verwondingen
OnbekendVAN MALDERFlorent, O.SdtMil3716.02.1918Varennes-sur-Allier (FR)27.05.1940Koolskamp

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij kasteel Inkendael [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/40677 [Laatst geraadpleegd 20 mei 2023].
  2. De 2de Infanteriedivisie (2Div), die niet langer nodig is voor de verdediging van de Versterkte Positie Luik, moet terugplooien op de K.W. Stelling. De 2Div komt onder bevel van het VIde Legerkorps te staan en krijgt een sector toegewezen tussen Rijmenam en Haacht (exclusief) ten noorden van de 5Div. Hierdoor moet de 5Div opschuiven naar het zuiden en een gedeelte van de sector van de 10Div overnemen. De oorspronkelijke divisiesector Rijmenam – Wespelaar wordt nu de sector Wespelaar – Wijgmaal.
  3. Het Kanaal Leuven – Dijle fungeert als lateraal kanaal van de Dijle. Het kanaal vertrekt aan de Vaartkom in Leuven en eindigt in de samenvloeiing Zenne-Dijle te Mechelen. Tijdens de achttiendaagse veldtocht werd deze waterweg Leuvense Vaart genoemd. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Leuven-Dijle [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kanaal_Leuven-Dijle [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  4. Om het verloop van de gebeurtenissen bij een bepaald regiment beter te kunnen  inschatten is het noodzakelijk om ze te situeren op een kaart die uit dezelfde periode stamt. Ter ondersteuning van de tekst  werd ingezoomd op de Ondersector van 4J gekopieerd van een digitale versie van een stafkaart van het Duitse leger uit 1941. [On Line beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=511/511_0635_000/511_0635_000_00633_000/511_0635_000_00633_000_0_0006.jp2   [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  5. After Action Report van de 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards, The National Archives, Kew (Londen), UK. Appendix II van het verslag bevat een gedetailleerde beschrijving van de acties van het 3de Peloton van het B Squadron in het bataljosvak van I/4J van 12 tot 15 mei. Het document werd opgesteld door 2Lt W. R. I. Turner, pelotonscommandant van het 3de Peloton dat stond opgesteld bij de vernielde brug van Wijgmaal. 2Lt Turner beschrijft onder meer de uitwerking van de drie afsluitingsvuren die door IV/11A werden uitgevoerd in de avond van 14 mei. Ook al meent hij dat het gaat om de uitwerking van de Britse artillerie, hij blijft een belangrijke ooggetuige [quote]: “Then, at about 23u30 hours, came our first real experience of war when our artillery put down a barrage well across the canal. The shells had to pass straight over our heads and, for the first ten minutes, we felt very queer but as everyone was well protected I had no qualms about the safety of the men…then our artillery really did its stuff. A colossal barrage started and landed very near the opposite bank and slowly working further away, pushing the germans with it, and they never fired another shot that night.” [unquote].
  6. Infanterie und Panzer-Grenadier Regiment 74, Erinnerungen an den Weg des Regiments durch Polen, Holland, Belgien, Frankreich und Rußland 1939-1945”, van Adalbert Wasner, uitgegeven door Hrsg. Kameradschaft 74, Hannover 1970. Tegenover de 5Div en de 7(UK)Bde stond op 14, 15, 16 en 17 mei het 74(DEU)IR behorende tot de 19(DEU)ID. In het hoofdstuk “Tagebuchaufzeignungen – 12.5.1940: Die erste Feindberührung im Westfeldzug der 3.I.R.74” (Blz 56), wordt een passage gewijd aan de Belgische artilleriebeschietingen van 14 mei. Volgend fragment uit het boek werd vertaald uit het Duits: “14 mei: …Een nieuw bevel wordt gegeven. De Dijlestelling zou volgens luchtverkenningen niet bezet zijn. Het IIde Bataljon van het 74(DEU)IR  moet zo snel mogelijk via Aarschot en Leuven naar Brussel oprukken. In de namiddag wordt de opmars ingezet. De voorhoede en alles wat in de divisie gemotoriseerd is wordt onder leiding van het 74(DEU)IR naar voor gestuurd. De marsroute verloopt van Aarschot via Wezemaal en Putkapel naar Leuven. Het laatste deel van de marsroute passeert langs de Dijlestelling. De stelling blijkt toch bezet te zijn. De voorhoede valt onder hevig vuur, vooral artillerievuur. De 5Cie en de 6Cie vallen aan uit de opmars. Zeer snel beseffen we dat we Leuven noch de Dijlestelling op een drafje zullen kunnen innemen. De aanval hier zal zwaar uitvallen, moet gepland worden en gesteund worden door de nodige artillerievoorbereidingen. In Putkapel heeft het IIde Bataljon ernstige verliezen geleden, ook de commandopost van het regiment werd getroffen. Het is noodzakelijk dat II/74(DEU)IR de komst van de andere bataljons van het regiment afwacht “. Deze getuigenis bevestigd dat de Duitse aanval uit de opmars slecht voorbereid was en steunde op foute inlichtingen. 
  7. Velddagboek 2nd Medium Royal Artillery Regiment, The National Archives, Kew (Londen). Normaal gezien komt de Belgische artillerie niet tussenbeide tijdens gevechten in de divisiesector van de 3(UK)Div, tenzij op expliciete vraag van de Britten. In de paragraaf “Allotment of OP Area’s” van het operatieorder uitgegeven door het 2nd Medium Royal Artillery Regiment op 12 mei wordt de 8/12 Battery opgelegd om een voorwaartse waarnemer te installeren in de toren van de Remy fabriek (het was de Britten ook niet ontgaan dat de toren een unieke waarnemingssector bood). Dit wordt bevestigd door het verslag van 2Lt Turner die schrijft dat er zich een Britse voorwaartse waarnemer (oftewel Forward Observation Officer – FOO) in de Remy-toren bevond. Het voertuig van de Britse voorwaartse waarnemer van 8/12Bty, een cwt8 truck, stond namelijk in de buurt van de CP van 2Lt Turner geparkeerd. De Belgische en Britse artilleriewaarnemers werkten vermoedelijk vanaf dezelfde waarnemingspost op het dak van de toren. Dit heeft het mogelijk gemaakt dat vuuraanvragen van Britse eenheden via de Britse voorwaartse waarnemers werden doorgegeven aan de Belgische artilleriewaarnemers die dan op hun beurt de vuren justeren van de Belgische artillerie op de door de Britten aangevraagd doelen in hun sector. Dit voorbeeld van interoperabiliteit heeft blijkbaar gewerkt. Het valt ook op te merken dat bij de Britten de voorwaartse waarnemers officieren waren hetgeen bij de Belgische artillerie niet het geval was. 
  8. Het huis gelegen tegenover het witgeverfde kasteel Keulenhof langs het kanaal aan de T-splitsing van de Hambosstraat en de Vaartdijk staat er nog steeds. [On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.9309691,4.6791306,3a,75y,298.6h,89.11t/data=!3m6!1e1!3m4!1spFJ4dfbO56NT8mAAqdOrVQ!2e0!7i16384!8i8192  [Laatst geraadpleegd 21 maart 2023].
  9. Een tijdens de veldtocht (niet nader genoemde) krijgsgevangen officier van 11A werd naar Duitsland getransporteerd via de Aarschotsesteenweg. Op dat ogenblik waren de wrakken van de door de artillerie vernielde voertuigen nog steeds niet opgeruimd, de verwrongen stalen karkassen werden aan de kant van de baan geschoven en achtergelaten. De officier bracht later in gevangenschap Majoor Francisse op de hoogte van zijn vaststellingen. Dit feit wordt gerapporteerd in het hieronder vermeld verslag van Kol SBH Dengis.
  10. Volgens een ooggetuige verslag van Korporaal Dehon van 4J, die in het bruggenhoofd van Wijgmaal gewond raakte en werd krijgsgevangen genomen, waren de Duitse verliezen hoog. Op zijn tocht van Duitse medische hulpppost naar Duitse medische hulppost bemerkte Kpl Dehon dat de Duitsers hun gesneuvelden aan het bergen waren. Hij telde aanzienlijke hoeveelheden gesneuvelde Duitse militairen. Deze verklaring wordt min of meer bevestigd door de lijsten met aantallen gesneuvelden van de regimenten die deelnamen aan de gevechten op en rond Wijgmaal. Deze documenten bleven fragmentarisch bewaard in het Russisch-Duits project voor de digitalisering van Duitse documenten in de archieven van de Russische Federatie te Moskou. 
  11. Générale d’Armée Gaston Billotte was de bevelhebber van de 1ste Franse Legergroep die vanaf 12 mei de oorlog in België leidde. Het betreft de coördinatie van de operaties van het 1ste Franse Leger, het 7de Franse Leger, de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische Leger. Op 16 mei werd duidelijk dat deze Legergroep dreigde omsingeld te worden na de Duitse opmars van Sedan richting Franse kust. Achtergrondinformatie bij Generaal Billotte [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Gaston_Billotte [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  12. Beugnier, M., 1972, Historique des 10 et 11 A 1939-1940, Doornik: Fraternelle des Anciens Combattants des 10e et 11e Regiments d’Artillerie 1940-1945.
  13. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans op 30 maart 1946 door Kolonel SBH Dengis, regimentscommandant van 4J. Het verslag beschrijft de periode van 1 september 1939 tot 29 mei 1940. Van 1 september 1939 tot 16 mei 1940 is het verslag gebaseerd op de velddagboeken van 4J die na de oorlog gerecupereerd zijn. De velddagboeken vanaf 16 mei zijn verloren gegaan. In zijn verslag schenkt Kol SBH Dengis bijzondere aandacht aan de samenwerking met de artillerie in het algemeen en aan de samenwerking met IV/11A in het bijzonder. De artillerie werd gedurende de gevechten te Wijgmaal van 14 tot 16 mei zeer accuraat ingezet waardoor de verliezen aan Belgische kant beperkt bleven. Het verslag bevindt zich in het dossier van 4J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.