4de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Linieregiment | 4ème Régiment de Ligne | 4Li
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 1ste Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Arthur De Cae  
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant E. Fraeys  
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Diepenbeek
Commandopost te Diepenbeek
 
Samenstelling I Bataljon (Majoor Marcel Souka) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt P. Verhulst)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Meys)
3de Compagnie Fuseliers (OLt Jean Rousseau)
4de Compagnie Mitrailleurs (OLt A. Deckers)
  II Bataljon (Majoor T. Diepenrinck) 5de Compagnie Fuseliers (OLt Pierre Crabbé)
6de Compagnie Fuseliers (OLt M. Vandenbosch)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Maurissen)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. Maricaux)
  III Bataljon (Majoor F. Sohier) 9de Compagnie Fuseliers (Kapt Michel Verhaert)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Meys)
11de Compagnie Fuseliers (Lt M. Deledique)
12de Compagnie Mitrailleurs (OLt J. Abras)
  IV Bataljon
(Kapitein-commandant Julien Kervyn de Meerendré)
13de Compagnie Mitrailleurs (OLt J. Van Den Torren)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt Maurice Denaeghel)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt J. Raemaekers)
  Stafcompagnie (Onderluitenant L. Bienfait)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein A. Van Capellen)
Peloton Verkenners (Onderluitenant A. De Wolf)

Tijdens de mobilisatie

Staf/4Li
Het 4de Linieregiment (4Li)  werd op 26 augustus 1939 te Brugge gemobiliseerd. Het 4Li werd kort na de mobilisatie langsheen het kanaal van Brugge naar Gent ontplooid en nam hier stelling tot 2 september 1939.

Sinds 17 februari 1940 is het regiment ingekwartierd te Diepenbeek, met uitzondering van het Iste Bataljon dat de reserve macht van het Cavaleriekorps vormt en te Wimmertingen, Printhagen en Kortessem ondergebracht is.

Op 10 mei 1940 staan de 1ste en de 14de Infanteriedivisie onder het bevel van het Cavaleriekorps. Het cavaleriekorps dekt niet alleen het gedeelte van het Albertkanaal in Midden-Limburg, maar is ook verantwoordelijk voor het oostelijke deel van de Vooruitgeschoven Stelling op het Verbindingskanaal Maas-Schelde en voor de Demer/Gete-Stelling.

4Li (minus III/4Li)
Even na 01u15 wordt ook het 4Li per telefoon gealarmeerd. Vaandeldrager Onderluitenant Maroy is officier van wacht op de regimentsstaf te Diepenbeek en doet het nodige om de bataljons te verwittigen.  Binnen het uur verlaten de de eerste manschappen hun kantonnementen om de loopgraven en bunkers aan de oevers van het Albertkanaal te gaan bemannen. De drie bataljons van het 4Li bemannen de rechterflank van de sector van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) ten noordoosten van Hasselt.  Op links ligt het 3Li, en op rechts vervolgt het 15Li van de naburige 4de Infanteriedivisie.

De opstelling van de hoofdmoot van het regiment is dan als volgt:

  • De bagageechelons van het regiment worden te Printhagen ondegebracht.
  • Het IIde bataljon bezet het eerste echelon van de ondersector tussen Godsheide in het westen en de westrand van Sluis 2 op het Albertkanaal te Diepenbeek in het oosten.
  • Het IIIde bataljon vervolgt de bezetting van het eerste echelon en bemant het bruggenhoofd rondom Sluis 2 op het Albertkanaal. 
  • Elk van deze bataljons beschikt over een peloton Mortieren M76 van de 15de Compagnie.  De bataljonsstaf van het IVde Bataljon bevindt zich bij de staf van het IIIde Bataljon.
  • De beide bataljons beschikken eveneens elk over een peloton van vier C47 anti-tankkanonnen.  Het derde peloton van de 14de Compagnie bezet het anti-tankcentrum dat te Diepenbeek werd ingericht.  De compagnie beschikt slechts over elf van zijn twaalf kanonnen.  Een vuurmond is in herstelling te Luik.
  • Ten oosten van het 4Li start de sector van de 4de Infanteriedivisie met de stellingen van het Iide Bataljon van het 15Li.
4Li Sluis Diepenbeek

Dispositief van het III/4Li aan de sluis te Diepenbeek op 10 mei 1940

I/4Li – Dwarsstelling van Kortessem
Het Iste Bataljon staat onder direct gezag van het Cavaleriekorps en vormt de reserve macht van deze formatie, samen met de Compagnie T13 van de 1ste Infanteriedivisie.  Na het alarm wacht het bataljon verdere bevelen op te Wimmertingen (Staf, 2de Compagnie, Staf 4de Compagnie), Printhagen (1ste Compagnie) en Kortessem (3de Compagnie).

Omstreeks 02u50 bezet de bataljonsstaf zijn oorlogscommandopost te Wimmertingen.  In de loop van de voormiddag wordt de niet essentiële uitrusting afgevoerd naar het station van Hasselt waar een gesloten goederenwagon ter beschikking gesteld wordt.

Aan het eind van de namiddag komt Generaal-majoor Auguste De Droog aan te Wimmertingen.  De Droog is Commandant Infanterie van de 1ste Infanteriedivisie en is door het Cavaleriekorps aangeduid als bevelhebber van een tussen Diepenbeek en Wellen voorbereide tijdelijke dwarsstelling op het Albertkanaal om een eventuele terugtocht van het Cavaleriekorps naar de Demer/Gete-Stelling te dekken.  Deze dwarsstelling is beter gekend onder de naam Bretelle de Kortessem, en loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De defensieve waarde van de Mombeek wordt op de meeste plaatsen nog versterkt door overstromingen en door een netwerk van prikkeldraad.

De generaal neemt Majoor Souka mee naar de commandopost van het Cavaleriekorps in het kasteel de Menten de Horne op de baan van Sint-Truiden naar Herk-de-Stad.  De beide officieren krijgen hier het bevel om de Bretel de Kortessem tegen de ochtend van 11 mei te bezetten.

De miliciens van Leke van de Klas 39, met ook Korporaal Mahieu (links onder). Nog 89 dagen dienstplicht, maar toen brak de oorlog uit.

4Li (minus III/4Li)
Ten gevolge van de Duitse dioorbraak te Veldwezelt en Vroenhoven, trekt het Cavaleriekorps op bevel van het Groot Hoofdkwartier zijn troepen terug naar het westen. Daarbij zal de 1ste Infanteriedivisie teruggetrokken worden van het Albertkanaal naar de Demer/Gete-Stelling.  Het regiment ontvangt zijn marsorders in de loop van de vooravond.  Het IIde Bataljon moet een vaste achterhoede leveren, bestaande uit vijf fuselierspelotons en twee pelotons mitrailleurs, aangevuld met het peloton C47 anti-tankkanonnen van Adjudant Van De Walle.  Het IIIde Bataljon zal één peloton fuseliers leveren voor de achterhoede bij de sluis van Diepenbeek.  Deze troepen dienen ter plekke te blijven tot 02u30 tijdens de nacht van 11 op 12 mei.  De rest van de hoofdmoot van het regiment zal zijn stellingen verlaten net na het vallen van de duisternis om 21u30.

De aftocht van de hoofdmoot van het regiment loopt via Wimmertingen, Alken en Kortenbos richting Budingen.  Volgens de planning zou het regiment zijn gevechtsechelons te Wimmertingen klaar houden om de zware mitrailleurs en de bijbehorende munitie op te laden.  Bij de aankomst van de troepen in dit dorp zijn de caissons reeds vertrokken naar Budingen, zodat het gros van de Maxim mitrailleurs ter plekke achtergelaten wordt.

I/4Li – Dwarsstelling van Kortessem
Het I/4Li is toegewezen aan de dwarsstelling die aangeduid wordt met de benaming Bretelle de Kortessem.  Deze stelling zal in twee ondersectoren verdeeld worden, waarvan Majoor Souka de noordelijke helft zal bevelen.  Zijn noordelijke ondersector zal naast Iste Bataljon verdedigd worden door de Compagnie T13 en het Wielrijderseskadron van de 1Div.  De zuidelijke ondersector van de Bretel van Kortessem is voor rekening van de Groepering Ninitte en zal bezet worden door het 1JP in eerste echelon van Kerniel over Gors-Opleeuw en Guigoven tot Wintershoven. De kruispunten van Kortessem en van Wellen zullen in tweede echelon verdedigd worden door 2G en de GpCy 14Div.

Het bataljon verlaat zijn kantonnementen vanaf 01u00 en hoopt om twee uur later te kunnen starten met de inplaatsstelling van de troepen.  Door het drukke verkeer op de wegen komt de bataljonsstaf slechts om 04u00 aan op zijn nieuwe standplaats te Krijt.  De bagagewagens van het bataljon worden langsheen de Zavelstraat opgesteld.  Het levensmiddelenechelon wordt teruggetrokken naar Alken.  De troepen van het bataljon moeten opgesteld worden vanaf de noordrand vanaf de oever van het Albertkanaal te Diepenbeek in het noorden, over Krijt, tot aan Kasteel Jongenbos te Vliermaalroot.  Van noord naar zuid worden de 2de Compagnie, 3de Compagnie en 1ste Compagnie opgesteld.  Het scharnierpunt van de stelling te Diepenbeek krijgt zes mitrailleurs van de 4de Compagnie in steun.  De 3de Compagnie moet het met twee mitrailleurs stellen, terwijl de 1ste Compagnie de laatste sectie van vier mitrailleurs toebedeeld krijgt.

De uitvoering van deze taak verloopt echter niet zonder problemen.  Vooreerst ontbreken bij de Compagnie T13 1Div twee van de twaalf tankjagers.  Deze voertuigen staan in panne te Kortessem.  Daarnaast is Krijt bezet door een deel van de bevoorradingsechelons van het 15Li van de 4Div.  Tenslotte wordt een van de steunpunten van het I/4Li op de baan van Diepenbeek naar Beverst reeds bezet door de 2de Compagnie van het 11Li dat eveneens een onderdeel van de 4Div is.  De inplaatsstelling wordt dan ook slechts pas rond 07u00 voltooid met het aansluiten van de veldtelefoonlijnen naar de commandoposten van de compagnies.

De 2de Compagnie van het 11Li verlaat zijn steunpunten rondom 10u30, zodat Majoor Souka zijn bataljon eindelijk zoals voorzien kan opstellen.  De rest van de dag wordt druk gewerkt aan de diverse veldversterkingen.  Op alle wegen in de omgeving heerst de grootste chaos en trekken duizenden Belgische militairen voorbij.  Er worden troepen gesignaleerd van zowel de 4Div en de 7Div.  De terugtrekkende militairen trachten de manschappen van het bataljon ervan te overtuigen om eveneens naar het westen weg te vluchten.  De bevoorradingsechelons van het 15Li vervoegen de aftocht rondom 13u00, en laten hierbij een berg voorraden en materieel achter.

Generaal-majoor De Droog laat weten dat de noordelijke ondersector een duizendtal fietsen mag verwachten in de loop van de namiddag om een betere mobiliteit van de troepen te verzekeren.  Majoor Souka maakt in de loop van de avond zijn beklag over de aankomst van slechts twee rijwielen op de bataljonsstaf…  Voorts is hij ook bezorgd over het uitblijven van elke verbinding met de zuidelijke ondersector.

Omstreeks 21u30 wordt bij de 2de Compagnie een eerste keer contact gemaakt met de vijand.  Er wordt even over-en-weer geschoten met Duitse verkenners die niet verder aandringen.

Rond middernacht beveelt Generaal-majoor De Droog om de dwarsstelling te verlaten.  De troepen moeten om 02u00 terugtrekken richting Demer/Gete-Stelling trekken.  De marsroute voor de eerste etappe van het I/4Li zal via Diepenbeek, Hasselt, Kuringen, Herk-de-Stad, Halen en Diest naar Loksbergen leiden.

Kliek 4Li
Het regiment beschikt eveneens over een kliek met klaroenblazers en tamboers die nog steeds in het gemeentehuis van Diepenbeek ingekwartierd is.  Tamboer-majoor 1ste Sergeant-Majoor Rycland, Soldaat Vermeulen en Soldaat Vandoven krijgen in de late namiddag een vrachtwagen toegewezen door Onderluitenant Bienfait om manschappen en materieel over te brengen naar het kasteel van Nieuwenhoven op de grondgebied van het dorp Kortenbos.  De militairen moeten de vrachtwagen binnen de 3u terugbrengen op de regimentsstaf, maar keren niet terug van hun opdracht.  Ten gevolge van dit incident zal het 4Li zijn archief moeten achterlaten te Diepenbeek.

Militairen van het 4Li aan het Albertkanaal.

4Li (minus III/4Li)
Tijdens de mars naar Budingen dreigen de colonnes ingehaald te worden door de Duitse gemechaniseerde troepen die in alle vaart in zuidwestelijke richting oprukken.  Een vijandelijke pantserwagen maakt contact met de bevoorradingswagens van de 15de Compagnie.  In de korte schermutseling worden enkele tientallen Belgen krijgsgevangen gemaakt.   De colonne van het IIIde Bataljon omstreeks 10u00 tussen Kortenbos en Nieuwerkerken aangevallen door enkele Duitse vliegtuigen.  De schade blijft beperkt, maar het bataljon loopt vertraging op.

Het regiment bereikt Budingen tussen 11u45 en 13u00.  Hier wordt uitgerust tot ongeveer 20u00.

Met uitzondering van het 3Li dat aan de Demer/Gete-Stelling ontplooid ontplooid wordt, zal de 1ste Infanteriedivisie teruggetrokken worden ten westen van de K.W. Stelling.  Het 4Li zal in eerste instantie naar Ransberg doortrekken.  Deze etappe verloopt relatief vlot zodat de colonnes hier tussen 23u00 en 24u00 aankomen.

I/4Li – Dwarsstelling van Kortessem
Kort na middernacht duikt de vijand opnieuw op ter hoogte van de steunpunten van de 2de Compagnie.  De schermutselingen zijn ernstig genoeg om een tussenkomst te vragen van het geschut van de Iste Groep van het 19A.  De groep vuurt 180 granaten in het voorgebied van de compagnie.  Ook bij de 1ste Compagnie en de 3de Compagnie wordt nu contact gemaakt met de vijand.  De artillerie start echter om 01u00 met de afmars.  Majoor Souka heeft geen radioverbinding meer met zijn hogere echelon, noch met de staf van de 1ste Infanteriedivisie.

Majoor Souka kan het contact laten verbreken zonder grote incidenten en verzamelt zijn troepen te Diepenbeek op de Steenweg naar Hasselt.  Tegen 04u00 is de marscolonne gevormd, met voorop drie T13 tankjagers, gevolgd door de 2de, 3de en 1ste Compagnie en met als hekkensluiter een detachement van vier T13 voertuigen.  De vertraging is het gevolg van de late aankomst van de 1ste Compagnie die het erg moeilijk gehad heeft om het contact met de vijand te verbreken.  De Compagnie T13 meldt dat er twee pantserwagens op de dwarsstelling achtergebleven zijn.

De colonne vertrekt richting richting Hasselt.  Bij gebrek aan transportmiddelen worden de tien overgebleven zware mitrailleurs en de bijbehorende munitie van de 4de Compagnie met de hand meegedragen.  De manschappen recuperen enkele stootkarren en kruiwagens in de omgeving om het transportleed enigszins te verlichten.

De marscolonne trekt rondom 06u00 doorheen het centrum van Hasselt en trekt vervolgens naar Kuringen.  Majoor Souka en zijn troepen komen hier echter voor een dubbele wegversperring te staan wanneer ontdekt wordt dat het 24Li bij zijn aftocht de beide bruggen van de spoorlijn naar Genk heeft vernield met explosieven.  Souka laat zijn motorvoertuigen omrijden via de Runkstersteenweg richting Stevoort, terwijl de manschappen te voet over het puin van de beide vernielingen klauteren.  De majoor rijdt per fiets verder naar Kermt om hier na te gaan of de spoorwegoverweg nog intact is.

De colonne te voet wordt echter tijdens het overschrijden van de vernielingen van uit noordelijke en oostelijke richting onder vuur genomen.  De vijand had bij de doortocht van het bataljon te Hasselt reeds een groot deel van de stad in handen.  Majoor Souka laat onmiddellijk enkele mitrailleurs in stelling brengen om te riposteren, en kan eveneens twee T13 voertuigen laten terugkeren om tussenbeide te komen.  Het gros van de infanteristen gaat in dekking in de zuidelijke berm van de baan naar Kuringen.

Een van de T13 tankjagers wordt getroffen door een Duitse antitankgranaat, waarbij de wagenoverste Sergeant Tersyn gewond wordt.  Majoor Souka bemerkt dat zijn troepen omsingeld dreigen te worden, besluit zijn velddagboek te vernielen, en laat zijn manschappen vervolgens op eigen houtje wegvluchten.  Tengevolge van deze beslissing worden alle Maxim mitrailleurs te plekke achtergelaten.

Zelf kan de majoor met een klein detachement bestaande uit zijn persoonlijk voertuig en een T13 pantserwagen ontkomen in de richting van Kermt.  Hij bereikt het dorp omstreeks 07u15 en besluit onmiddellijk door te rijden naar Herk-de-Stad.  Het detachement kan de Gete oversteken te Halen en vervoegt enige tijd nadien in Kortenaken de commandopost van de 1ste Infanteriedivisie.

Majoor Souka brengt verslag uit bij Luitenant-generaal Coppens en wordt vervolgens doorgestuurd naar de staf van het Cavaleriekorps om ook bij Luitenant-generaal de Neve de Roden zijn verhaal te doen.  Hij vreest dat de korpscommandant hem het verlies van zijn bataljon ten laste zal leggen, maar dat gebeurt niet.  Tegen het middaguur keert hij zonder blaam terug naar Kortenaken.  Hier laat de divisiestaf weten dat inmiddels de 1ste Compagnie en het levensmiddelenechelon van het bataljon teruggevonden zijn en naar Budingen werden doorgestuurd. Dit detachement is kunnen ontkomen via Alken, Kortenbos, Nieuwerkerken, Binderveld en Budingen.

Majoor Souka vertrekt onmiddellijk om de restanten van zijn bataljon te vervoegen.  Wanneer hij hier aankomt, ontdekt hij dat tevens een deel van de 2de Compagnie het dorp Budingen heeft kunnen vervoegen.  De manschappen weten te vertellen dat de 3de Compagnie en de 4de Compagnie richting Halen zijn gevlucht en hier nabij de brug over de Gete zouden beschoten zijn door een detachement van het 24Li.  Dit zal later een vals gerucht blijken te zijn.  Wel is het zo dat de soldaten Deprez en Verstraete omkwamen bij de explosie van de springlading onder de brug over de Velpe.

De bataljonscommandant verzamelt te Budingen zoveel mogelijk van zijn militairen en laat dit detachement doormarcheren naar Ransberg nabij Kortenaken waar het regiment zal gehergroepeerd worden achter de Demer/Gete-Stelling.  Deze mars neemt de ganse middag in beslag.

Inmiddels zijn ook de restanten van de 3de Compagnie en 4de Compagnie te Ransberg aangekomen.  Er worden levensmiddelen aangekocht bij de burgerbevolking, maar heel wat inwoners van de gemeente staan erg argwanend tegenover de militairen en menen dat onze troepen niet van het Albertkanaal hadden moeten terugtrekken.

4Li (minus III/4Li)
De 1ste Infanteriedivisie krijgt kantonnementen toegewezen te Berg, Kampenhout en Elewijt.  Het 4Li zet zich om 05u00 op weg richting Berg.  Tussen Ransberg en Leuven zal het regiment langs drie parallelle marsroutes vorderen.  Het IIde Bataljon volgt de steenweg Tienen-Leuven.  Het IIIde Bataljon marcheert ten noorden van deze baan via Vissenaken en Kerkom, en het Iste Bataljon krijgt een route die net ten zuiden van de steenweg loopt.

Tegen 20u00 zijn de laatste detachementen aangekomen in Berg.

Het Groot Hoofdkwartier besluit om de opstelling van het veldleger langsheen de K.W. Stelling te dekken met een strategische reserve van drie divisies, onder het bevel van het IIIde Legerkorps:

  • De 1ste Infanteriedivisie zal in de zone rond Kapelle-op-den-Bos en Beigem ingekwartierd worden.
  • De 4de Infanteriedivisie krijgt de zone rond Grimbergen toegewezen.
  • De in de gevechten te Lummen zwaar getroffen 14de Infanteriedivisie zal tussen Kapelle-op-den-Bos en Breendonk ondergebracht worden.

Voor het 4Li betekent dit een nieuwe nachtmars die deze keer van Berg naar Beigem zal leiden.

I/4Li
Majoor Souka laat zijn bataljon om 02u00 wekken en verzamelt de manschappen om 03u45 voor de aanvang van de mars naar Leuven.  Ondertussen zijn nog enkele tientallen achterblijvers aangekomen, maar het bataljon is heel erg verzwakt.  Vooral bij de 3de Compagnie ontbreken heel wat militairen en het bataljon heeft geen enkele van zijn twaalf mitrailleurs meer.  Het detachement rust uit te Leuven tot 14u00 en vertrekt vervolgens via Erps-Kwerps en Nederokkerzeel naar Berg.  De troepen komen hier aan rondom 18u00 en worden langsheen de Haachtsesteenweg ingekwartierd.  Rondom 21u00 breekt even paniek uit in het kantonnement wanneer een auto voorbijraast met enkele Rijkswachters die ervan overtuigd zijn dat de Haacht een gasaanval aan de gang in.  Majoor Souka herstelt de rust.  Onmiddellijk nadien verneemt hij dat zijn detachement om 02u00 naar Beigem zal vertrekken.

4Li
Het regiment steekt het Kanaal van Willebroek over te Verbrande Brug en zoekt rondom 08u00 nieuwe kantonnementen op te Beigem.  De kantonnementszone van de 1ste Infanteriedivisie strekt zich uit over Nieuwenrode, Humbeeek, Eversem en Beigem.

4Li (minus 14de Compagnie)
Tijdens de namiddag krijgt de 1ste infanteriedivisie een nieuwe defensieve sector aangeduid aan het noordelijke uiteinde van het Kanaal van Willebroek.  Deze sector loopt vanaf de monding van de Rupel tot en met Sluis Nr 2 op het Kanaal van Willebroek in de gelijknamige gemeente.  Het divisiehoofdkwartier zal te Puurs ontplooid worden.

In deze nieuwe sector zal het 4Li op de noordflank opgesteld worden tussen Wintham en Klein Willebroek.  Het 24Li zal de centrale ondersector tussen Klein Willebroek en Willebroek innemen.  Het 3Li tenslotte wordt in de zuidelijke ondersector opgesteld rondom Willebroek.

Het Iste Bataljon, IVde Bataljon en de Regimentsstaf worden voorlopig ingekwartierd te Hingene.  Het IIde Bataljon en het IIIde Bataljon zullen te Wintam verblijven.

14/IV/4Li
De 14de Compagnie wordt afgesplitst van het bataljon en doorgestuurd naar de Versterkte Positie Antwerpen.  Het Vde Legerkorps dat de VPA verdedigt, splitst de compagnie in twee detachementen die respectievelijk worden toegevoegd aan de 13de Infanteriedivisie en de 17de Infanteriedivisie.  Deze divisies van tweede reserve hebben geen eigen anti-tankmiddelen.

4Li (minus 14de Compagnie)

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd oppercommando (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werden moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven.

De terugtocht zal in drie etappes gebeuren.  In een eerste etappe moeten de legerkorpsen van de K.W. Stelling het Kanaal van Willebroek oversteken.  Tijdens de tweede etappe zullen het IVde en Vde legerkorps de zone van de Versterkte Positie Antwerpen tot Lie ontruimen tijdens de nacht van 17 op 18 mei.  Het veldleger zal zo de nieuwe hoofdweerstandslinie Terneuzen-Gent-Oudenaarde bereiken tijdens de nacht van 18 op 19 mei.

De Rupel en het Kanaal van Willebroek zullen gebruikt worden als tussenlinie om de aftocht te dekken.   Vanaf de samenloop van de Schelde en de Rupel tot in Willebroek zal deze linie bewaakt worden door de 1ste infanteriedivisie.  Tussen Willebroek en Vilvoorde moet een samenraapsel van de brigade Grenswielrijders en eenheden van de Lichte Regimenten van de Rijkswacht het kanaal verdedigen.  Ten zuiden van Vilvoorde start de Britse legerzone.   De Belgische troepemacht zal door het IIIde Legerkorps bevolen worden:

  • De 1ste Infanteriedivisie verdedigt de sector noord, van de Rupel tot en met Willebroek.
    • Het 4de Linieregiment bezet ondersector noord van de monding van de Rupel tot Ruisbroek.
      • Het IIIde Bataljon wordt hiervoor verplaatst naar Kalfort.
      • Het IIde Bataljon wordt opgesteld in het gebied rond Heek en Wintam.
      • Het Iste Bataljon plaatst zijn 1ste Compagnie te Bornem, met een van de pelotons aan de zuidrand van de brug te Temse.  De 2de Compagnie wordt opgesteld rond het militaire vliegveld van Hingene, aangevuld door de mitrailleurs van de 13de Compagnie.  De 3de Compagnie bezet de Scheldeoever rondom Steendorp en de aanlegkade van het veer over de rivier te Rupelmonde.  De 4de Compagnie wordt als fuselierscompagnie ingezet ten westen van Hingene.
    • Het 24ste Linieregiment krijgt ondersector centrum tussen Ruisbroek en Klein Willebroek toegewezen.
    • Het 3de Linieregiment zal ondersector zuid van de brug van Klein Willebroek tot Willebroek verdedigen.
  • De beide regimenten van de grenswielrijders verdedigen sector zuid, van Tisselt tot Vilvoorde.
    • Het 1ste Regiment Grenswielrijders wordt verantwoordelijk voor de ondersector van Tisselt tot Sas.
    • Het 2de Regiment Grenswielrijders bestrijkt de ondersector van Verbrande Brug tot Vilvoorde.
    • Deze eenheden worden aangevuld door elementen van de beide Lichte Regimenten van de Rijkswacht.
  • Vanaf Vilvoorde start de Britse legerzone.

Overdag gebeurt er niets noemenswaardigs in de ondersector van het 4Li. Vanaf het vallen van de duisternis beginnen de eerste Belgische eenheden door de divisiesector te stromen, op weg naar het westen van het land.

14/IV/4Li
De 13de Infanteriedivisie maakt contact met de vijand op de Versterkte Positie Antwerpen.  Een C47 kanon dat bij het 34Li afgedeeld is, wordt getroffen door een vijandelijke granaat.  Hierbij sneuvelt Soldaat Marcel Vincke en raken de soldaten Van Massenhove en De Paepe gewond.

4Li (minus 14de Compagnie)
Om 01u00 verwittigt de commandant van de 1ste Infanteriedivisie alle gevechtseenheden en vraagt hen om vanaf 04u00 klaar te zijn voor de actie.  Bij het 4Li wordt het IVde Bataljon om 03u00 verantwoordelijk voor de verdediging van de zone tussen Bornem en Puurs.

De ganse nacht en ochtend trekken duizenden Belgische militairen door de sector van de divisie op weg van de K.W. Stelling naar het westen. De Duitsers vorderen langzaam en het blijft dan ook rustig tussen Rupelmonde en Willebroek.

Het peloton Buyens van het 1ste Bataljon neemt de wacht over aan de brug van Temse van het detachement van het 2de Karabiniers-Wierijders.

Kort na de middag krijgt het 4Li te horen dat de 1ste infanteriedivisie op post moet blijven totdat de 15de infanteriedivisie zich uit de Versterkte Positie Antwerpen heeft teruggetrokken en de Scheldebrug te Temse heeft overgestoken. De 1ste Infanteriedivisie zal vervolgens eveneens te Temse de Schelde oversteken.

Doorheen het Scheldegebied bevinden zich ook nog een gedeelte van de troepen van het Franse 7de Leger die eveneens in aftocht zijn.  De Fransen willen omstreeks 16u00 de brug te Temse laten opblazen/  Na hevige discussies kan deze voor de aftocht vitale brug toch nog open gehouden worden.

Vanaf 20u00 krijgt het 3Li rond Willebroek contact met de eerste elementen van de vijandelijke 56. Infanteriedivision. De vijand heeft eerder die middag rondom Verbrande Brug onze Grenswielrijders rake klappen toegebracht en is er in geslaagd het Kanaal van Willebroek over te steken.

Om de komende aftocht van het Kanaal van Willebroek te helpen dekken, worden het 4Li herschikt om een vijandelijke doorstoot naar de bruggen over de Schelde te Temse te vermijden.  Hierbij zullen de infanteristen zullen zo nodig op vuursteun van de II/1A en IV/1A kunnen rekenen.  In eerste instantie wordt het IIIde Bataljon ontplooid langsheen de zuid- en oostrand van Puurs en nabij het Fort van Liezele.

14/IV/4Li
De compagnie wordt teruggetrokken uit de Versterkte Positie Antwerpen als onderdeel van de eerste fase van de aftocht van het Vde Legerkorps naar het Kanaal Gent-Terneuzen.  De gevechten rond Antwerpen hebben de eenheid drie vuurmonden gekost, zodat er nu nog slechts acht kanonnen beschikbaar zijn.  De eenheid bereik Haasdonk en rust hier uit tot 24u00 tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

4Li (minus 14de Compagnie)
In eerste helft van de de nacht van 17 op 18 mei valt het Duitse 234. Infanterieregiment aan te Willebroek waar het 3Li opgesteld staat. De sluizen gaan kortstondig verloren maar worden heroverd door een tegenaanval. 

De 1ste Infanteriedivisie besluit om tussen Sauvegarde en Sint-Amands een dwarsstelling in te richten om een eventuele Duitse doorbraak te kunnen blokkeren.  Het IIIde Bataljon van het 4Li blijft opgesteld tussen Puurs en Liezele.  Het Iste Bataljon wordt samengebracht te Hingene en verlaat dit dorp om 02u00 om zich naar Oppuurs te begeven.  Van hieruit wordt de 1ste Compagnie uitgestuurd naar Sint-Amands om er achter de spoorlijn in stelling te gaan.  De 2de Compagnie vervolgt de nieuwe linie en ontplooit zich ten zuidwesten van Oppuurs,  De 3de Compagnie wordt ten zuiden van dit dorp opgesteld.  De 4de Compagnie bezet het gehucht Overheide en maakt de verbinding met het IIIde Bataljon nabij het Fort van Liezele.  Het IVde Bataljon en het IIde Bataljon van het 4Li worden respectievelijk ten westen en ten oosten van Bornem ontplooid om de aanlooproute naar Temse af te grendelen.  Het IIIde Bataljon van het 24Li blijft opgesteld tussen Kalfort en Sauvegarde en komt rondom 05u00 onder het bevel van het 4Li te staan.

Omstreeks 04u30 trekt het III/3Li zich terug nadat vernomen werd dat in het zuiden het Kanaal van Willebroek te Vilvoorde is overgestoken door Duitse eenheden. Rond 07u00 slaagt de vijand er in te infiltreren op de noordrand van de ondersector van het 3Li.  Het Wielrijderseskadron der 1ste Infanteriedivisie wordt naar de snelweg Antwerpen-Brussel gestuurd om de aftocht van het 3Li te dekken.  Bij de aftocht van het Kanaal van Willebroek verlaat het 3Li als laatste eenheid de kanaalzone. De eenheden van de divisie trekken zich terug naar de westelijke oever van de Schelde via de brug van Temse, gedekt door de mobiele achterhoede van het Wielrijderseskadron en de vaste achterhoede van het 4Li.

Het IIIde Bataljon raakt net voor de middag slaags met de vijandelijke voorhoede rond Puurs, maar het komt niet tot ernstige gevechten.  Ook bij de 4de Compagnie wordt over-en-weer geschoten met Duitse verkenners.  De Belgen verlaten de dwarsstelling rondom 15u00.  Vanaf Bornem loopt de aftocht bijzonder traag en is het druk aanschuiven naar de brug van Temse.  De colonnes worden regelmatig overvlogen door Duitse toestellen die tot ieders verbazing niet tot de aanval overgaan.  De 2de Compagnie wordt toegevoegd aan de verdediging rond Bornem en richt een steunpunt in op de Hingensesteenweg.

Bornem wordt opgegeven omstreeks 18u30, en een goed uur later wordt de overgang over de Schelde te Temse met explosieven vernield.

De 1ste Infanteriedivisie neemt nieuwe kantonnementen tussen Tielrode en Waasmunster.   Het 4Li brengt de nacht door te Elversele.

14/IV/4Li
Tijdens de tweede helft van de nacht van 17 op 19 mei verplaatst de compagnie zich via Sint-Gillis-Waas en Stekene naar Oostwinkel.

4Li (minus 14de Compagnie)
De 1ste Infanteriedivisie brengt de eerste helft van nacht door in het gebied tussen Temse, Tielrode en Waasmunster. De divisie wordt doorgestuurd naar Gent om er het 44Li te gaan aflossen en de verdediging van de stad te gaan versterken. De infanterieregimenten worden per trein vervoerd vanuit het station van Temse. De artillerie van de divisie, het 1A, zal langs de baan volgen.

De inscheping te Temse start rondom 02u00 met het Iste Bataljon.  De manschappen worden vervoerd in open kolenwagons.  De trein van het IIIde Bataljon raakt niet verder dan het station van Lokeren waar het spoor geblokkeerd is ten gevolge van de Duitse luchtaanvallen op de stad.  Het bataljon zal te voet verder trekken naar Gent, en wordt te Sint-Amandsberg opgewacht door vrachtwagens van de Legerautogroepering die de militairen omstreeks 18u00 opnieuw bij het regiment afleveren.

Het divisiehoofdkwartier wordt intussen ontplooid in de Alsberghe & Van Oost textielfabriek in Drongen en wordt beveiligd door het Wielrijderseskadron van de divisie. Het 24Li graaft zich in aan de zuidelijke rand van de stad, langs de Leie en Schelde. Het 3Li neemt de noordrand van Gent in. Het 4Li zal ten dele in de binnenstad geplaatst worden.

De regimentsstaf, het IIIde en het IVde Bataljon worden te Drongen ingekwartierd.  Het IIde Bataljon verblijft te Mariakerke.  Het Iste Bataljon stijgt uit in het station Gent-Dampoort en wordt in de binnenstad ondergebracht in een schoolgebouw aan de Acaciastraat.

I/4Li
Kort na de middag wordt het bataljon doorgestuurd naar Sint-Denijs-Westrem en Maalte, met als opdracht de verdediging van Maaltebrugge te gaan voorbereiden.  Het bataljon komt hier aan rondom 13u30.  De 1ste Compagnie wordt ingekwartierd tegenover het Don Boscointernaat.  De 2de Compagnie wordt in deze school ondergebracht.  De 2de en de 4de Compagnie krijgen onderdak langsheen de Kortrijksesteenweg.  De bataljonsstaf neemt intrek in het Maaltebruggekasteel.

Na de inname van de kantonnementen wordt een defensieve positie voorbereid waarbij de 1ste Compagnie en de 3de Compagnie een eerste echelon bezetten vanaf het militaire oefenplein van Sint-Denijs-Westrem, over de westrand van het Sterreplein tot aan de oude spoorlijn naar Kortrijk.  en de 2de Compagnie en 4de Compagnie een tweede echelon inrichten rondom Maaltebrugge.

II/4Li
Het IIde Bataljon wordt ingekwartierd te Mariakerke en moet nieuwe defensieve posities verkennen langsheen de Brugsevaart.

III/4Li en IV/4Li
Na aankomst en installatie te Drongen, starten de bataljons met de verkenning van een reeks steunpunten rondom deze Gemeente.

14/IV/4Li
De compagnie rust uit te Oostwinkel en verkent zijn nieuwe posities langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen.  De eenheid zal opnieuw in twee detachementen gesplitst worden voor inzet bij de 13Div en de 17Div.

4Li (minus 14de Compagnie)
Het 4Li blijft te Gent.

I/4Li
Het bataljon behoudt zijn posities rondom Maaltebrugge.  De divisiecommandant, Luitenant-generaal Coppens, inspecteert de diverse steunpunten.  In de avond wordt op bevel van Kolonel De Cae een peloton van de 2de Compagnie voorop gestuurd naar de spoorbrug over de Schelde aan de Bruggravenlaan om hier de tactische wacht over te nemen.

Kolonel De Cae ontvangt in de loop van de avond een bevel om het Iste Bataljon op te stellen langsheen de Schelde, tussen de Stropbrug in het noorden en het Kanaal van Zwijnaarde in het zuiden.  De verplaatsingen zullen in de vroege ochtend van 21 mei uitgevoerd worden.

14/IV/4Li
De compagnie wordt ontplooid bij de 13Div en de 17Div langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen.

4Li (minus 14de Compagnie)
Het regiment is nog steeds te Gent opgesteld, en heeft tijdens de vroege ochtend zijn Iste Bataljon verplaatst naar nieuwe posities langsheen de Schelde, tussen de Stropbrug in het noorden en het Kanaal van Zwijnaarde in het zuiden.

Het Iste Bataljon is opgesteld met de 1ste Compagnie op links, gevolgd door de 2de, 4de en 3de Compagnies.  De 4de Companie bezet hierbij de terreinen van de cellulosefabriek SIDAC (Société Industrielle de la Cellulose) aan de Ottergemsesteenweg.  Ten noorden van de Stropbrug sluit het 24Li aan.

Deze opstelling is nog maar net afgerond, of het Iste Bataljon wordt opnieuw verplaatst.  Het bataljon wordt nu teruggeroepen naar Sint-Pieters-Aalst om hier de Kortrijksesteenweg te beveiligen tussen het Sint-Pietersstation en de Sterre.  Tegelijkertijd moet het bataljon overgaan tot de opeising van 600 fietsen om nieuwe verplaatsingen te vergemakkelijken.  Er worden in de weide omgeving slechts een 150-tal rijwielen gevonden, zodat alleen de 1ste Compagnie kan uitgerust worden.

De Duitsers komen aan bij de rand van het Bruggenhoofd Gent, wat tot een toename van het aantal vluchtelingen in de stad leidt. Bovendien ontstaat er een conflict tussen Luitenant-Generaal Coppens van de 1ste infanteriedivisie en het Gentse stadsbestuur over het feit of de stad nu al dan niet open verklaard is. Coppens wil de verdedigingswerken verder laten uitbouwen en de bruggen laten ondermijnen. Het stadsbestuur wil dat de stad niet verdedigd wordt om de bevolking te sparen.

Die dag besluit het geallieerde opperbevel op de Conferentie van Ieper dat de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde moet worden opgegeven door de Belgen. Ten zuiden van Oudenaarde is de Duitse leger immers doorgebroken in de Britse sector en daarom moet het ganse front achteruit. De Belgen zullen zich terugtrekken tot achter het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Aanvankelijk zullen de Britten te Kortrijk te verdediging naar het zuiden overnemen, maar dan wordt aan de Belgen gevraagd ook de zone tussen Kortrijk en Menen voor hun rekening te nemen. Ons Groot Hoofdkwartier gaat op zoek naar troepen voor deze nieuwe sector en wijst de 1ste infanteriedivisie aan.

14/IV/4Li
De compagnie neemt deel aan de eerste gevechten aan het Kanaal Gent-Willebroek.  Om 22u00 verneemt Luitenant Denaeghel dat hij zijn eenheid moet verzamelen nabij het kruispunt van de Merelbekestraat en de Brusselsesteenweg te Melle voor een nieuwe inzet aan de oostrand van het Bruggenhoofd Gent.  De compagnie vertrekt volgens het voorziene tijdschema.

4Li (minus 14de Compagnie)
Met het oog op de nakende slag aan de Leie verlaat de 1ste infanteriedivisie in de namiddag het Bruggenhoofd Gent. De infanterieregimenten wordt met autobussen naar de Leie vervoerd.  Bij het 4Li worden de regimentsstaf, IIIde Bataljon en IVde Bataljon te Drongen opgeladen.  Het IIde Bataljon stijgt in te Mariakerke.  Het Iste Bataljon laat zijn 1ste Compagnie per fiets vertrekken en laadt de rest van het personeel in op het plein aan de kerk van Sint-Pieters-Aalst. De paardenvoertuigen krijgen twee dagen tijd om dezelfde verplaatsingen af te leggen.

Het 4Li krijgt de rechterflank van de divisie toegewezen vanaf Wevelgem in het noorden tot aan de noordrand van Menen in het zuiden:

  • Het IIIde Bataljon bezet de linker ondersector van het eerste echelon.  Deze ondersector start nabij het kruispunt van de Brugstraat en de Kortrijksesteenweg en leidt vervolgens naar de oever van de Leie om de einigen nabij het einde van de Visserijstraat.
    • De commandopost wordt ingericht op de hoek van de Lauwestraat en de Kortrijksesteenweg.
    • Van noord naar zuid worden de 9Cie, 10Cie en 12Cie opgesteld, gedekt door de 11 Cie.
  • Het IIde Bataljon zal afgezet worden te Kezelberg en dient hierop naar de oostrand van Menen op te rukken om van hieruit  de rechter ondersector van het eerste echelon te bezetten.
  • Het Iste Bataljon zal eveneens afgezet worden te Kezelberg en dient vervolgens richting Wevelgem te vorderen on het tweede echelon in te nemen.  Dit echelon beslaat de noord- en westrand van Wevelgem.
  • Het 19A arriveert om vuursteun te leveren aan de divisie in afwachting van de aankomst van het organieke regiment, het 1A.
  • De commandopost van het regiment zal te Moorsele opgesteld worden.

Het Wielrijderseskadron der 1ste infanteriedivisie is reeds eerder op de dag toegekomen en bewaakt de Leiebruggen tussen Kortrijk en Menen in afwachting van de aankomst van de Britten. Het reservebataljon van het 4Li lost om 22u45 het eskadron wielrijders af en neemt de bewaking over van de bruggen te Kortrijk, Bissegem en Wevelgem.

Het divisiehoofdkwartier is eerder op de dag ontplooid te Sint-Eloois-Winkel.

14/IV/4Li
De compagnie komt aan te Melle in de loop van de ochtend en verneemt dat de eenheid nu onder het bevel staat van het VIde Legerkorps.  Het komt echter niet tot een inzet.  Om 22u00 wordt de compagnie doorgestuurd naar Poesele.

4Li (minus 14de Compagnie)
De Belgische posities langsheen de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden bemant het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Wielsbeke – Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste divisie Ardeense Jagers en de 10de infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

Het 4Li ontvangt eindelijk nieuwe mitrailleurs ter compensatie van de verliezen geleden bij de aftocht van het Albertkanaal.  Het regiment wordt versterkt met een detachement van het IIIde Bataljon Speciale Vestingseenheden dat 24 lichte Maxim mitrailleurs bij zich heeft.

Om het gebrek aan anti-tankgeschut te verhelpen, krijgt het 4Li de steun van vijf T13 tankjagers van de divisietroepen.  Het regiment telt nu ongeveer 80 officieren 2.700 onderofficieren en manschappen, 85 FM30 machinegeweren, 31 mitrailleurs, 5 T13 voertuigen en 2 M76 mortieren.

Tijdens de namiddag komt het 1A toe in de zone van zijn 1ste Infanteriedivisie en vervangt er het 19A.

In de loop van de nacht van 23 op 24 mei trekken duizenden Britse militairen doorheen de sector van de 1ste Infanteriedivisie.  De colonnes volgen de baan van Kortrijk naar Menen en trekken weg richting zuidwesten.

I/4Li
Het Iste Bataljon bereikt Wevelgem bij dageraad en start met de inrichting van zijn steunpunten op het tweede echelon.  Het bataljon krijgt drie mitrailleurs van de 13Cie, 1 T13 tankjager en een half peloton met lichte Maxims van het IIIde Bataljon Speciale Vestingseenheden.

Het tweede echelon loopt van west naar oost van Kilometerpaal 2 van de spoorlijn Menen-Roeselare over de wijken Wezelhoek en Kijjkuithoek tot aan de noordelijke grens van Wevelgem.  De compagnies worden als volgt opgesteld:

  • De 3de Compagnie bezet het meest westelijke onderkwartier, aangevuld met een zware Maxim, een peloton lichte Maxims en de T13 pantserwagen.
  • De 1ste Compagnie bezet de Wezelhoek, aangevuld met twee lichte Maxims.
  • De 4de Compagnie neemt stelling achter de spoorlijn Menen-Roeselare ter hoogte van het het kerkhof en gemeentelijk park van Wevelgem, versterkt door een zware en twee lichte mitrailleurs.
  • De 2de Compagnie bezet de noordrand van Wevelgem, aangevuld door een zware en twee lichte mitrailleurs.

Na de middag krijgt Majoor Souka de opdracht om de verbindingspost met het Britse leger in te richten nabij de brug van Menen.  De taak wordt toegewezen aan het peloton van Onderluitenant Rousseau van de 3de Compagnie die zijn troepen opstelt bij het eerste steunpunt van de posities van het Britse 2nd Batallion The Royal Fuseliers.  Aan de brug van Menen verspringt het Britse front naar de zuidelijke oever van de Leie.  De linies van de BEF liggen haaks op de rivier en lopen vervolgens naar het zuidwesten.

II/4Li
Het bataljon bezet het rechter kwartier van het eerste echelon en stelt zijn commandopost op nabij Kilometerpaal 2 van de baan Menen-Kortijk, in de wijk Posthoornhoek.  In enkele van de grote boerderijen tussen de steenweg en de Leie ontdekken de troepen honderden vluchtelingen die het bataljon heel wat kopzorgen zullen geven.  Daarnaast merkt Majoor Diepenrinck ook op dat de Britse stellingen ten zuiden van de Leie naar het oosten gericht zijn, en vraagt hij zich af of de dreiging dan ook eerder uit deze richting mag verwacht worden.

Diepenrinck wil zich in eerste instantie ontdoen van de vluchtelingen in zijn kwartier en vraagt aan de burgermeester van Menen om de burgers over te brengen naar zijn stad.

III/4Li
Het IIIde bataljon installeert zijn compagnies in het linker kwartier van de ondersector van 4Li.  Het bataljon wordt versterkt door twee pelotons van de 13de Compagnie en door de overgebleven mortieren van de 15de Compagnie.  De beide vuurmonden worden in stelling gebracht in de tuin van de huishoudschool, en gericht op het zuidelijke landhoofd van de brug van Lauwe.  De commandopost van het bataljon wordt opgesteld bij de kerk van Wevelgem.

Opstelling van het IIIde Bataljon van het 4Li te Wevelgem.

Opstelling van het IIIde Bataljon van het 4Li te Wevelgem.

14/IV/4Li
De compagnie komt aan de Poesele tijdens de tweede helft van de nacht van 22 op 23 mei en kan uitrusten.

4Li (minus 14de Compagnie)
Ten noorden van de ondersector van het 4Li voeren de vijandelijke troepen een geslaagde aanval uit.  Na een kort maar hevig bombardement steken de Duitse infanteristen tegenover het 3Li de Leie over, wat er toe zal leiden dat de flanken van het 4Li en 24Li bedreigd zullen worden.

Posities van het IIde Bataljon van het 4Li op 24 mei.

Posities van het IIde Bataljon van het 4Li op 24 mei.

Het 4Li is aanvankelijk niet bij de gevechten betrokken.  Het IIIde Bataljon wordt een eerste keer onder vuur genomen door de vijandelijke artillerie tussen 11u00 en 12u30.  Een tweede beschieting volgt tussen 14u00 en 15u45.  Vanaf 17u00 zullen de Duitse artilleriegranaten met grote regelmaat aanhoudend toekomen.  In het voorgebied van het 4Li breken rond 14u00 eveneens de eerste schermutselingen uit.  Vijandelijke troepen worden gesignaleerd in de omgeving van de brug van Lauwe.  De M76 mortieren komen tussenbeide.

Eveneens rondom 14u00 worden Duitse troepen ontdekt nabij het vliegveld van Wevelgem en te Bissegem.  De bres is bij het 3Li is dan al zo’n 4 Km breed en 3 Km diep.  Het peloton op de flank van de 2de Compagnie wordt op zijn steunpunt tussen het station en de Gullegemstraat beschoten uit noordelijke richting.  Majoor Souka meldt het voorval aan Kolonel De Cae en laat zijn noordelijke flank versterken.  De Duitse aanval zal zich echter in de richting van de dorpskern ontwikkelen.

Vanaf 17u00 breken de eerste straatgevechten uit aan de noordrand van Wevelgem.  De vijandelijke druk vergroot hier snel en tegen 19u00 laat Majoor Sohier de dorpskern evacueren om zijn eenheden aan de westelijke rand te reorganiseren.  De commandopost van Sohier achter de kerk van Wevelgem kan echter niet tijdig verplaatst worden en valt korte tijd nadien in vijandelijke handen.  De majoor raakt gewond bij deze gevechten.  Kapitein-commandant Raemaekers slaagt er in om de restanten van de 11de Compagnie te hergroeperen ter hoogte van de spooroverweg aan de Moorselestraat.

Kolonel De Cae heeft ondertussen een bevel gestuurd naar het Iste Bataljon en het IIIde Bataljon om een naar het oosten gerichte dwarsstelling op de Leie te organiseren.  Bij het Iste Bataljon worden de 1ste Compagnie en 4de Compagnie naar het noorden gestuurd om aan te sluiten op de linkerflank van de 2de Compagnie en de linies te verlengen in de richting van Moorsele.  De 1ste Compagnie moet postvatten langsheen de Gullegemstraat, en de 4de Compagnie dient het gehucht Kloefhoek te bezetten.  Desondanks moet de 2de Compagnie ten dele wijken.

Verder naar het noorden toe werden omstreeks 17u00 het Wielrijderseskadron der 1ste Infanteriedivisie samen met het 1ste Licht Regiment in de bres geworpen.  Het Iste Bataljon van het 4Li in het gehucht Kapelhoek aansluiting maken met het Wielrijderseskadron dat eveneens over Kloefhoek en Schoonwater de Belgische linies verlengt. Hier neemt het 1LR de verdediging over in de richting van Gullegem.

De vijand blijft aandringen op de westrand van Wevelgem en binnen de posities van de 2de Compagnie.  Hierbij gaat de commandopost van de compagnie verloren.  Majoor Souka laat een tegenaanval uitvoeren met telkens een peloton van de 1ste Compagnie en de 2de Compagnie.  Deze actie kan een klein deel van het verloren gegane terrein opnieuw innemen, maar het succes kan niet uitgebuit worden.  De 3de Compagnie wordt opgesteld tussen de Kijkuithoek en de Kloefhoek.  De 4de Compagnie wordt ten noorden van de Kloefhoek geplaatst.  Bij de Kijkuithoek neemt de 15de Compagnie de verdediging over.

Rondom 20u00 besluit Kolonel De Cae om de commandopost van het regiment te verplaatsen naar het gehucht Wezelhoek.

14/IV/4Li
De compagnie bevindt zich in de bossen te Poesele en reorganiseert zich.  De eenheid beschikt nog over acht C47 kanonnen, negen Vickers Utility B trekkers, vier vrachtwagens en twee motoren.  Een tiental achterblijvers komen aan in de loop van de dag, zodat de effectieven weer aangroeien tot een 150-tal militairen.

Kastetiket van Korporaal Mahieu uit 1939. Roger Mahieu werd op 25 mei door artillerievuur tijdens een patrouille gedood (foto Jan Tanghe).

4Li (minus 14de Compagnie)
Omstreeks 04u00 meldt Adjudant Berré van de 2de Compagnie aan Majoor Souka dat de bevelhebber van het IIIde Bataljon, Majoor Sohier, gewond werd tijdens de aanval op zijn commandopost.  Souka, Berré en enkele vrijwilligers besluiten richting Wevelgem te trekken om de gewonde majoor terug te halen.  Zij slagen in deze opdracht en kunnen tevens een deel van het stafpersoneel van het IIIde Bataljon ontzetten.

In de vroege morgen van de Duitsers hun succes van de vorige dag verzilveren. Vanaf 07u00 valt de Duitse 31ste Infanteriedivisie nu in westelijke richting aan op de westrand van Wevelgem.  De 1ste en 2de Compagnies worden aanhoudend beschoten door de vijandelijke artillerie en er vallen heel wat slachtoffers, vooral dan onder het peloton van Onderluitenant Buyens.

De restanten van het IIIde Bataljon worden weggedrukt en de aanval op het Iste en IIde Bataljon wordt steeds duidelijker.  De linkerzijde van de posities van het Iste Bataljon lijken overvleugeld te worden.  Na overleg tussen Majoor Souka en Kolonel De Cae besluit deze laatste omstreeks 10u30 om het Iste Bataljon terug te trekken naar een dwarsstelling tussen Kilometerpaal 1,5 en 2,5 op de baan van Menen naar Roeselare.  Ten noorden van deze positie wordt het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers ontplooid langsheen de nu verdwenen spoorlijn Menen-Roeselare.  Nog verder naar het noorden wordt nog steeds het 1ste Licht Regiment ingezet voor Kezelberg.  Ten zuiden van de posities van het Iste Bataljon wordt het IIde Bataljon opgesteld vanaf Kilometerpaal 1,5 van de maan van Menen naar Roeselare tot aan de oever van de Leie.

Het Iste Bataljon heeft enige moeite om zijn nieuwe posities te bereiken.  De 1ste Compagnie verbreekt als eerste het contact met de vijand en maakt van zijn fietsen gebruik om zo snel mogelijk naar de baan Menen-Roeselare terug te trekken.  De compagniecommandant moet echter vaststellen dat een deel van zijn manschappen de situatie misbruikt om er met de fiets vandoor te gaan.  De 2de Compagnie raakt heel wat minder vlot weg en moet twee gevechtsgroepen van het peloton van Adjudant Berré achterlaten als krijgsgevangenen.  De 3de en de 4de Compagnie trekken terug zonder grote problemen.

Kort na aankomst wordt het Iste Bataljon omstreeks het middaguur naar het noorden verschoven om post te vatten tussen Kilometerpaal 2,5 en 4,2 de steenweg van Menen naar Roeselare.  Deze positie ligt rondom het dorp Kezelberg en wordt gedekt door het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers dat langsheen de spoorlijn van Menen naar Roeselare ontplooid is. 

Hierdoor wordt de verbinding met het IIde Bataljon en met de Britse troepen te Menen verbroken en ontstaat een gevaarlijke opening in de linies.  Bovendien trekken de laatste Britse voorposten zich terug naar de zuidelijke oever van de Leie en wordt in alle haasten de brug over de rivier opgeblazen.  De verbinding tussen het Belgische en het Britse leger is hiermee definitief verbroken.

De aanvaller stoot door in het gebied tussen Menen en Kezelberg in de richting van Geluwe.  Het Iste Bataljon wordt alzo overvleugeld en verliest heel wat van zijn manschappen die krijgsgevangen gemaakt worden.

Het IIde Bataljon te Menen wordt eveneens bedreigd met de omsingeling.  Majoor Diepenrinck laat met vier lichte Maxim mitrailleurs een beperkte dwarsstelling naar het noorden inrichten langsheen de spoorlijn naar Roeselare.  Hij vreest voor een vijandelijke doorstoot naar het stadscentrum, maar die komt er niet,  De inname van Menen is geen prioriteit voor de Duitse troepen.  Rond 19u00 besluit Diepenrinck de stad te verlaten en zijn troepen terug te trekken naar een nieuwe stelling tussen Menen en Geluwe,  Hier stuit hij op de troepen van de 2de Cavaleriedivisie die eerder op de middag gestart waren met hun ontplooiing tussen Dadizele en Geluwe om de Duitse doorbraak trachten op te vangen.  Het IIde Bataljon heeft dan nog het equivalent van anderhalve compagnie aan manschappen.  Deze restanten trekken zich terug in de richting van Wervik en zullen hier enige tijd halt houden.

Aan het eind van de dag bevindt de ganse 1ste Infanteriedivisie zich op nieuwe posities rondom Dadizele en Ledegem. De divisie moet toekijken hoe de Duitsers van de opening ten zuiden van hun posities gebruik maakt om verder naar het westen op te rukken.   De divisie krijgt het bevel om de frontlijn te verlaten en zal in de omgeving van Houthulst en Staden gereorganiseerd worden.

Kolonel De Cae en de staf zijn intussen in Terhand aangekomen en hebben hier contact met een aantal eenheden van het regiment.  Deze detachementen worden aanvankelijk naar Pilkem gedirigeerd.

14/IV/4Li
De compagnie kantonneert nog steeds te Poesele wanneer de vijand een geslaagde aanval uitvoert op het Afleidingskanaal van de Leie in de sector van de 4de Infanteriedivisie tussen Meigem en Nevele.  Om 09u30 wordt Luitenant Denaeghel opgetrommeld door Kolonel SBH Wanthy, stafchef van het VIde Legerkorps, om zijn geschut onmiddellijk te ontplooien langsheen de Poekebeek en hier de komst van het 1ste Jagers te Voet af te wachten.  Tijdens de opmars verdwijnt een van de anti-tankkanonnen uit het oog van de compagniecommandant.  De bemanning is er vermoedelijk van door gegaan.  Een tweede stuk wordt door enkele vijandelijk verkenners overrompeld, maar deze hebben niet de tijd noch de middelen om het buitgemaakte materieel af te voeren en verdwijnen weer uit het zicht.  De Belgische bemanning kan het stuk enige tijd later recupereren.

Omstreeks 09u30 bereiken de troepen van het IIIde Bataljon van het 1ste Jagers te Voet de hen aangeduide posities langsheen de Poekebeek.  In alle haasten wordt een defensieve stelling ingericht.  Een verdwaalde Luitenant Van Melloo van de 14de Compagnie van het 15Li biedt zijn diensten aan bij Luitenant Denaeghel en zal tot op 28 mei bij de eenheid blijven.

4Li (minus 14de Compagnie)
De 1ste Infanteriedivisie wordt van het front weggehaald om tussen Staden en Houthulst gereorganiseerd te worden.  Het 4Li aanvankelijk te Pilkem samengebracht worden.  Om 14u30 worden de elementen die hier aangekomen zijn doorgestuurd naar Staden.

In de loop van de avond bereiken de restanten van het regiment hun kantonnement te Staden.  Het Iste Bataljon meldt dat de getalsterkte herleid is tot ongeveer 180 militairen.

II/4Li
Majoor Diepenrinck  en de restanten van het IIde Bataljon zijn tijdens de eerste helft van de nacht van Menen naar Wervik getrokken.  Van hieruit keren de manschappen terug naar de Belgische linies.  Omstreeks 02u30 bereiken ze de posties van de Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie op de baan van Geluwe naar Wervik.  Diepenrinck en zijn manschappen vervoegen de linies bij de steunpunten van het 2de Esdkadron van deze eenheid.  Van hieruit wordt het detachement in alle haasten doorgestuurd naar het gehucht Artoishoek ten zuidwesten van Kezelberg waar gehoopt wordt om de commandopost van het 4Li terug te vinden.  Deze commandopost is al enkele tijd vertrokken uit deze locatie, zodat het detachement verder op zoek gaat naar regiment en van de frontlinie wegtrekt in de richting van Komen en Ieper.

14/IV/4Li
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei vlucht Sergeant Maene met zijn stuk en bemanning van de frontlijn weg.  De ploeg wordt niet meer teruggezien.  De Duitse artillerie vuurt aanhoudend op de posities.  Bij de beschieting van Poesele raken Sergeant Mojet en Soldaat Bentein gewond.  De C47 kanonnen nemen de eerste doelen onder vuur.

4Li (minus 14de Compagnie)
De eenheden van de 1ste Infanteriedivisie worden zijn aangekomen naar het gebied tussen Houthulst en Staden.  Kolonel De Cae krijgt een opdracht gekregen een infanteriebataljon samen te stellen met de overgebleven infanteristen van het 3Li, 4Li en 24Li.  De ganse dag door wordt te Staden gewerkt aan het samenstellen van het nieuwe bataljon dat uit vier fuselierscompagnies zal bestaan. Het 3Li levert een compagnie onder bevel van Kapitein-commandant Simon. Het 4Li stelt twee compagnies samen onder Kapitein-commandant Verhulst en Luitenant Van Den Bossche. Het 24Li tenslotte levert de laatste compagnie onder leiding van Kapitein Loncke. Het bataljon zal niet over zware wapens beschikken. Er is geen enkele Maxim zware mitrailleur meer overgebleven. Het bataljon moet het met drie FM30 machinegeweren stellen.

Tegen 17u30 is het bataljon min of meer volledig. Majoor Frans Goosdeel van het IV/3Li heeft het bevel over de formatie gekregen en verneemt dat hij zich bij de 6de Infanteriedivisie dient te voegen. Het bataljon zal tijdens de eerste helft van de nacht met vrachtwagens overgebracht worden naar Beveren bij Roeselare.

De rest van het regiment wordt omstreeks 16u30 doorgestuurd naar Vladslo om van daaruit te Ichtegem ingekwartierd te worden.

I/4Li
Het bataljon reorganiseert zich en rust uit.  Omstreeks 15u30 wordt uit de overgebleven manschappen een enkele fuselierscompagnie samengesteld die onder het bevel van Kapitein-commandant Verhulst wordt geplaatst.  De pelotonscommandanten worden Adjudant Vandenbroecke, Luitenant Van Hooreweder en Onderluitenant Rousseau.

De rest van het bataljon is niet langer inzetbaar en wordt omstreeks 16u30 doorgestuurd naar Vladslo.  Van hieruit wordt deze fractie naar Ichtegem gezonden, waar de manschappen rondom 22u00 zullen aankomen.

Niet alle overgebleven militairen zullen Vladslo en Ichtegem vervoegen.  Zo wordt een detachement onder Onderluitenant Millet van de 7de Compagnie in de verwarring door een officier van de divisiestaf naar Gistel gedirigeerd.  Dit detachement zal niet meer terugkeren naar het 4Li.

II/4Li
De restanten van het IIde Bataljon onder Majoor Diepenrinck  kunnen opnieuw aansluiting vinden bij het regiment te Staden.

14/IV/4Li
De compagnie behoudt zijn posities aan de Poekebeek.  Er komt geen infanterieaanval, maar de linies liggen onder aanhoudend Duits artillerievuur.  Onderluitenant Moreels krijgt een bevel om twee C47 kanonnen te verplaatsen in de omgeving van Poesele.  Wanneer Moreels de vuurmonden uit stelling laat halen, gaan de beide bemanningen er in alle haasten van door.  De aangeslagen officier keert terug naar Luitenant Denaeghel die hem verzekert dat er na de veldtocht een tuchtprocedure zal volgen.  Denaeghel zal in 1945 ook daadwerkelijk klacht indienen bij defensie.

Aan het eind van de dag wordt de compagnie teruggetrokken naar Ruiselede.

4Li (minus 14de Compagnie)
Het niet inzetbare deel van het regiment heeft de nacht doorgebracht te Ichtegem.  Om 04u00 laat Kolonel De Cae zijn regiment op weg zetten via Koekelare naar Klerken.  De colonne vertrekt omstreeks 05u00 en bereikt Klerken in de loop van de ochtend.  Hier wordt het nieuws van de capitulatie vernomen.  Omstreeks 14u00 krijgt het regiment een nieuw kantonnement aangeduid te Hoogkwartier.

14/IV/4Li
De compagnie capituleert na aankomst te Ruiselede.

Het regiment brengt de nacht door te Hoogkwartier.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenhNaamVoornaamFotoGraadStandKlas**++Nota
OnbekendBERTHJoseph, G.SdtMil01.03.1920Ronsele19.06.1940GentVerwond 25.05
Overleden in hospitaal.
2/IBIGLERRoger, G.A.SdtMil09.08.1918Brugge12.05.1940Kuringen
4/IBOUCKHUYTMarcel, G.SdtMil22.12.1918Meulebeke12.05.1940Hasselt
7/IIBOUVEHenri, L.SdtMil06.02.1919Vlamertinge12.05.1940Hasselt
1/IBUYENSFrans, A.L.OLtRes16.10.1915Lichtaart25.05.1940WevelgemOf + 24.05?
4/ICALLANTCyrielSdtMil04.04.1920Lovendegem12.05.1940Hasselt
10/IIICASTELAINGeorges, A.SdtMil26.02.1919Sint-Denijs24.05.1940Wevelgem
9/IIICASTELEYNAlbert, J.C.SdtMil09.12.1917Watou24.05.1940Wevelgem
OnbekendCATTRIJSELucienSdtMil3906.04.1919Aartrijke03.11.1940Stargard (D)
4/ICHRISTIAENSRaymond, A.KplMil3812.09.1918Brugge12.05.1940Hasselt
11/IIICOUDYSERAlbert, V.SdtMil04.04.1919Herseaux24.05.1940Wevelgem
11/IIIDE BACKERValèreSdtMil30.07.1917Ruddervoorde18.05.1940Liezele
2/IDE BRUYNEMaurits, C.SdtMil17.07.1916Eeklo12.05.1940Hasselt
3/IDE GEYTERAndréSdtMil29.01.1919Sint-Denijs20.05.1940Menen
8/IIDEDEYSTERJulien, F.SdtMil24.08.1919Kortemark28.05.1940Geluwe
12/IIIDELAPYNEAlbertSdtMil08.03.1917Dottignies25.05.1940WevelgemOf + 27/5?
3/IDELEUAlbert, L.SdtMil16.05.1917Oedelem12.05.1940Halen
4/IDEPREZAndré, V.SdtMil20.11.1919Ingelmunster12.05.1940HalenAccidenteel gedood bij de ontploffing van de brug over de Velpe te Halen
12/IIIDEPUYDTMarcel, E.SdtMil22.11.1917Douai (F)25.05.1940Wevelgem
3/IDESCHAMPSGentiel, A.SdtMil04.12.1918Ardooie13.05.1940Diest
StafDESTORDEURWilly, G.J.OLtRes25.10.1913Brugge25.05.1940Moorsele
10/IIIFULBIUSHarold, J.G.SgtMil3811.02.1915Sint-Gillis25.05.1940Wevelgem
5/IIGAYTANTAlbertSdtMil07.04.1919Wetteren25.05.1940Wevelgem
10/IIIGILLES DE PELICHYAndré, L.C.SgtMil3717.01.1914Wondelgem25.05.1940Wevelgem
11/IIIGRISARDAlbert, M.J.SdtMil17.08.1917Konstantynowka (PL)18.05.1940Lippelo
1/IHOEFFernand, H.KplMil12.01.1920Brugge12.05.1940Hasselt
2/IHOLVOETAlbertSdtMil19.08.1919Brugge25.05.1940Celles
15/IVJANSSENSProsper, A.F.SgtMil3701.09.1916Erps-Kwerps25.05.1940WevelgemGeschil
6/IILAVERGEGerard, A.KplMil3925.08.1920Deerlijk25.05.1940Wevelgem
OnbekendLEMAITREBenoni, A.SdtMil07.06.1919Oevel28.05.1940Celles
OnbekendLEZOENJules, A.SdtMil18.06.1918Aalst24.05.1940Wevelgem
2/IMAEZELEAlbert, J.SgtMil3709.04.1918Veurne27.05.1940BruggeKpl, gelijkgesteld Sgt
2/IMAHIEURoger, GérardKplMil3912.03.1920Leke25.05.1940WevelgemGedood door artillerievuur tijdens patrouille
OnbekendRAPSFréderic, G.C.SgtMil3824.03.1918Quinéville (F)12.05.1940Hasselt
OnbekendROSSIUSFrederic, L.J.KplMil3625.04.1916Bexleyheath (GB)18.05.1940Willebroek
2/ISCHAEPDRIJVERWilly, J.SgtMil3713.01.1918Oudenburg12.05.1940Hasselt
OnbekendVAN DEN BOSSCHERomainSdtMil19.05.1918Moeskroen26.05.1940Torhout
OnbekendVAN DER SPIEGELAchiel, M.SdtMil12.02.1909Wetteren26.05.1940Ieper
5/IIVAN GHELUWEPolydore, RogerSdtMil3912.02.1920Lauwe11.07.1940Rotenburg (D)
1/IVAN LOOCKERichard, H.KplMil3929.04.1920Lovendegem13.05.1940Hasselt
13/IVVAN MEIRHAEGHEAlbert, E.SdtMil09.03.1918Asper25.05.1940Wevelgem
13/IVVAN WIJMEERSCHAlbert, A.M.SdtMil27.04.1918Machelen24.05.1940Wevelgem
OnbekendVANCOMPERNOLLEJosephSdtMil03.04.1919Torhout12.05.1940Lummen
5/IIVANDEPUTTEJeroom, M.SdtMil03.10.1919Kortrijk26.05.1940Menen
11/IIIVANDERRITLouis, J.C.KplMil3806.06.1914Brussel18.05.1940Lippelo
5/IIVERHAEGHEFerdinand, F.SgtMil3818.08.1917Rouen (F)25.05.1940Wevelgem
14/IVVERLEEAugust, F.SgtMil3603.03.1916Zele26.05.1940WevelgemOf: + 29/5 Zarren?
3/IVERRAESTJoseph, G.SdtMil20.05.1918Lauwer25.05.1940Moorsele
4/IVERSTRAETEGerard, M.SdtMil02.08.1917Moerkerke12.05.1940Halen
14/IVVINCKEMarcel, H.A.KplMil3902.12.1919Sint-Kruis22.05.1940BrasschaatAfgedeeld bij 34Li. Dodelijk gewond te Schoten op 17/5.
10/IIIWATRYAlbertSdtMil28.03.1919Dadizele18.05.1940Willebroek
OnbekendZWAENEPOELGaston, C.G.SgtMil3224.10.1912Essen12.05.1940Lummen

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier 4Li, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie