7de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 7de Linieregiment | 7ème Régiment de Ligne | 7Li
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH M. Gondry
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Schoonbeek – Munsterbilzen
Commandopost in het Kasteel van Schoonbeek te Beverst
Samenstelling I Bataljon
(Majoor Eduard De Meyer)
1ste Compagnie Fuseliers (OLt P. T’Seyen)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Bosschaerts)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Rousseau)
4de Compagnie Mitrailleurs (OLt E. Ledocte)
II Bataljon
(Kapitein-commandant E. Van Wesemael)
5de Compagnie Fuseliers (Lt Steppe)
6de Compagnie Fuseliers (OLt F. De Groote)
7de Compagnie Fuseliers (OLt L. Cloquet)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt Valère De Meyer)
III Bataljon
(Majoor J. Vansighen)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Dejaegere)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Billiaert)
11de Compagnie Fuseliers (OLt I. Dubois)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Nailis)
IV Bataljon
(Luitenant-kolonel G. Deseck)
13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Van Winckel)
14de Compagnie Anti-tankkanonnen C47 (Kapt J. Kennes)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt F. Van Buggenhout)
Stafcompagnie (Luitenant I. Timmermans)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein V. Nees)
Peloton Verkenners (Onderluitenant A. Musing)

Tijdens de mobilisatie

Staf/7Li
Het 7de Linieregiment (7Li), een actief infanterieregiment van de 4de Infanteriedivisie (4Div), wordt op 26 augustus 1939, bij afkondiging van Fase A van de mobilisatie, gemobiliseerd in de Dossinkazerne te Mechelen. Tijdens Fase A van de mobilisatie worden de militieklassen ‘34, ‘35, ‘36,’37 en ‘38 opgeroepen. Gezien het 7Li een op vredesvoet bestaande eenheid is, wordt het regiment tijdens deze fase van de mobilisatie op oorlogsvoet gebracht.

De staf, het Iste, IIde en IIIde Bataljon bevonden zich op dat ogenblik in de Dossinkazerne, het IVde Bataljon was op oefening in het Kamp van Beverlo. Het regiment vertrekt enkele dagen later naar zijn oorlogskantonnement te Lanaken. Het 7Li wordt vanuit Lanaken onmiddellijk naar het oostelijke uiteinde van het Albertkanaal gestuurd waar ze tot begin januari 1940 zullen verblijven in de divisiesector tussen Lixhe en Eigenbilzen.

Bij de start van de mobilisatie bevond het 7Li zich in de Dossinkazerne te Mechelen.

Wanneer op 5 januari 1940 de 4Div aan het Albertkanaal wordt afgelost door de 5de Infanteriedivisie (5Div) neemt een regiment van de Jagers te Voet de stelling van het 7Li over. Een week later onderneemt het regiment een korte kampperiode te Beverlo, waarna vervolgens te Halen, Bunsbeek en Diest gekantonneerd wordt om eind januari 1940 opnieuw in Beverlo te eindigen. Wanneer op 30 maart 1940 de 6de Infanteriedivisie (6Div) aan het Albertkanaal door de 4Div wordt afgelost trekt het regiment opnieuw naar de zuidelijke oever van het Albertkanaal, ditmaal om stelling te nemen tussen Schoonbeek en Munsterbilzen. Het 7Li bezet de centrale ondersector binnen de sector van de 4Div.

De regimentsstaf had op 10 mei zijn onderkomen in het Kasteel Schoonbeek te Beverst.

Staf/7Li
Op 10 mei 1940 wordt de regimentsstaf, die zijn intrek genomen had in de waterburcht van Schoonbeek, net na middernacht gealarmeerd. De manschappen verlaten in de daarop volgende uren hun kantonnementen om de loopgrachten en bunkers aan de oevers van het Albertkanaal te gaan bemannen.

De drie bataljons van het 7Li nemen het centrale deel van de sector van de 4de Infanteriedivisie in ten noorden van lijn Schoonbeek-Munsterbilzen. I/7Li en II/7Li nemen stelling in eerste lijn aan het Albertkanaal, III/7Li staat opgesteld in tweede lijn. Op de rechterflank sluit de stelling aan op die van het 11Lien op de linkerflank wordt de stelling verlengd door het 15Li.

Om 06u30 verneemt het commando dat er in Nederland gevochten wordt. Er wordt dan ook vrij snel overgegaan tot het opblazen van de bruggen over de waterlopen die het dichtst bij de grens liggen. Op het Albertkanaal vliegen de bruggen van Gellik de lucht in en op de Zuid-Willemsvaart en het Verbindingskanaal Briegden – Neerharen ondergaan de bruggen te Vucht, Maasmechelen, Tournebride en Lanaken hetzelfde lot. Het regiment verneemt tegen de ochtend het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div) en het rampzalige verlies van de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven.

De rest van de dag wordt er gewerkt aan de stellingen en uitgekeken naar het verloop van de Duitse aanval in de sector van de aangrenzende 7Div. De onrust neemt toe naarmate meer onheilspellende berichten binnenstromen.

Pl Vknr/7Li
Het Peloton Verkenners wordt uitgestuurd naar de noordelijke oever van het Albertkanaal om te Zutendaal de Bilzerweg, de toegangsweg naar de brug van Munsterbilzen, te gaan bewaken.

Pivot van het 7Li naar de dwarstelling op 11 mei (CHD Evere).

Staf/7Li
De Duitsers hebben ‘s morgens de linies van de 7Div nagenoeg over de ganse lijn doorbroken en begeven zich op weg naar Tongeren om de stad in te nemen. In een poging om het tij te doen keren beveelt het Iste Legerkorps (ILK) om 04u00 om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het ILK over geen reserve beschikte diende deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div ontvangt de opdracht om de stelling voor te bereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen. Luitenant-generaal de Graeve, commandant van de 4Div, beslist dat III/7Li en I/7Li zullen pivoteren om een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen en dat het 11Li zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen moet opstellen van Bilzen tot Kleine Spouwen. Pas omstreeks 10u00 ontvangt Kolonel SBH Gontry, commandant van 7Li, de nieuwe orders van het Achterwaarts HK van de 4Div. Tussen 10u00 en 11u00 verlaten I/7Li en III/7Li hun goed voorbereide stellingen aan het kanaal om zich naar de nieuwe stelling te begeven. Het is weinig waarschijnlijk dat de eenheden in staat zullen zijn om in de morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten.

De rest van de morgen verloopt in complete chaos. Bovendien staat heel wat van de zware bewapening opgesteld in steunpunten en bunkers langsheen de oever van het Albertkanaal wat de infanteristen niet toelaat om snel naar het zuiden te zwenken om de onvoorziene dreiging het hoofd te bieden. Het plan om de dwarsstelling in te nemen loopt dan ook verkeerd door de aarzelende houding van de Belgische troepen en door de aanhoudende luchtaanvallen van de Luftwaffe. Wanneer I/7Li en III/7Li rond 11u00 goed en wel staan opgesteld wordt de dwarsstelling door het ILK al opgegeven. Door de verplaatsing van het HK van de 4Div wordt het order om de dwarsstelling te ontruimen niet ontvangen en het 7Li, die op haar stelling blijft, dreigt omsingeld te worden. De onrust bij de bataljons van het 7Li neemt dan ook hand over hand toe. Ten zuiden van het 11Li, in de sector van de 7Div, wordt de dwarsstelling doorbroken en rukken de Duitsers op richting Sint-Truiden, zij maken echter geen aanstalten om de Belgische eenheden die zich nog in het noorden bevinden op te rollen. Uiteindelijk geeft de 4Div pas om 19u30 het bevel aan 15Li, 7Li en 11Li om de dwarsstelling te verlaten. Gedekt door III/7Li verlaten de restanten van de 4de Infanteriedivisie het Albertkanaal.

II/7Li
Wanneer het 7Li omstreeks 19u30 het bevel ontvangt om de dwarsstelling te verlaten, bevindt de Duitse voorhoede zich reeds in Sint-Truiden. Het 7Li trekt zich dan ook hals over kop terug en laat daar heel wat zwaar materiaal achter, denkende dat de Duitse troepen elk moment kunnen opduiken. De bevelhebber van het II/7Li spoort daarbij zelfs zijn manschappen aan om alles achter te laten en ieder voor zich te vluchten. Het bataljon functioneert niet langer als georganiseerde eenheid. De meeste manschappen vluchten weg richting Kortessem.

De 4de Infanteriedivisie trekt tijdens de nacht van 11 op 12 mei terug naar het westen. De eenheden steken de Gete over en nemen kantonnementen in tussen Halen en Waanrode. Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zicht te blijven.

De eenheden slagen er in om de orde min of meer te herstellen, maar tot overmaat van ramp is de Belgische genie bijzonder vroeg overgegaan tot het vernielen van de bruggen over de Herk en de Gete zodat onderweg alweer een belangrijk aantal voertuigen en zware wapens moet achtergelaten worden. Ook het 7Li bezit slechts bijzonder weinig zwaar materiaal na de overtocht van de beide rivieren.

Het divisiehoofdkwartier is intussen naar Beauvechain verder gereden en heeft zich daar ontplooid om nieuwe orders op te maken voor de regimenten.

De divisie ontvangt vervolgens het bevel om door de K.W. Stelling te trekken en zich achter het Kanaal van Willebroek te gaan reorganiseren in de omgeving van Vilvoorde.

Manschappen van het 7Li tijdens de mobilisatie.

Na het vallen van de duisternis zet de divisie zich op nieuw op weg. Via Molenbeek-Wersbeek, Sint-Joris-Winge en Linden gaat het richting Leuven waar de eenheden tijdens de ochtend van 12 mei hun nieuwe kantonnementen tussen Kessel-Lo, Herent en Veltem-Beisem betrekken.

De 4de Infanteriedivisie wordt aangehecht bij het IIIde legerkorps.

De volgende nachtelijke etappe verloopt tot net over het Kanaal van Willebroek. De divisie steekt gedurende de nacht van 13 op 14 mei te Vilvoorde het kanaal over en kantonneert tussen Grimbergen en Strombeek-Wever. De troepen zullen hier halt houden tot de avond van 15 mei.

De 4Div wordt naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. De verdeling moet tijdens de komende dagen als volgt gebeuren:

  • 11Li – de sector Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de sector Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – Muntekouter tot en met Semmerzake.

Militairen van het 7Li op oefenkamp te Leopoldsburg.

Het 7Li komt tijdens de nacht aan in de streek van Muntekouter en vertrekt naar zijn posities vanaf 06u40. Omstreeks 10u30 komt het regiment aan te Schelderode. De commandopost wordt ingericht in het kasteel Stas De Richel. De commandopost van het IVde Bataljon wordt hier ook opgesteld. Het Iste Bataljon gaat naar Melsen en het IIde en IIIde Bataljon naar Merelbeke.

Het 7Li telt die dag nog 80 officieren (97 voorzien) en 2100 manschappen (3570 voorzien). De rest heeft tijdens de terugtocht afgehaakt en is ofwel gevangen genomen of gewoon achtergebleven en verloren gelopen.

Het I, II en III Bataljon bezetten de bunkers te Muntekouter. Er zijn echter te weinig mitrailleurs om alle bunkers te kunnen uitrusten. Zo probeert men eerst alleen de voorste linies van mitrailleurs te voorzien.

Te Semmerzake moet de commandant van het I Bataljon de hulp inroepen van de burgemeester om alle bunkers terug te vinden in zijn sector. Stellingen voor twee mitrailleurs worden bezet met één enkel wapen bij gebrek aan voldoende uitrusting. In de grote bunker Se9 ontdekt het 7Li een vast opgesteld C47 anti-tankkanon, inclusief een voorraad munitie. De zware bunkers voor grote veldkanonnen zijn niet allen bruikbaar omdat de schietgaten belemmerd worden door niet afgezaagde grote bomen.

Nog steeds te Semmerzake worden twee pelotons van de compagnie Rousseau weggetrokken om de drie bunkers tussen Rattepas en Asselkouter in Moortsele te bezetten. Hier wordt de bunker A26 (bunker vermomd als houten stal op de kop van het bos aan Rattepas) bezet met twee mitrailleurs. Achteraan wordt achter een wal van zandzakken een C47 anti-tankkanon opgesteld gericht op de ernaast lopende aardeweg. In de bunker A25 worden twee mitrailleurs opgesteld. In bunker AV5 wordt een C47 anti-tankkanon en een mitrailleur geïnstalleerd.

De sector Moortsele tot Muntekouter wordt nu volledig bezet door het 7Li. Het 15Li sluit aan vanaf het kasteel Rattepas.

De 2de Compagnie wordt ontbonden bij gebrek aan manschappen.

De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. Ons VIde legerkorps heeft het bevel overgenomen over de volledige zuidoostelijke zone van het Bruggenhoofd Gent op de boog tussen Semmerzake en Kwatrecht. Er worden drie divisies ontplooid in deze zone. Van west naar oost zal de opstelling er als volgt uitzien:

  • de 5de infanteriedivisie krijgt de sector Semmerzake-Munte toegewezen
  • de 4de infanteriedivisie wordt gecentraliseerd in de sector Munte-Betsberg
  • de 2de infanteriedivisie sluit de linies af door inname van de sector Betsberg-Kwatrecht

Deze ontplooiing betekent dat de regimenten van de reeds aanwezige 4de divisie dichter bij elkaar zullen opgesteld worden tussen Munte en Bottelare. Het 7Li en 15Li zullen de voorste linies innemen. Het 11Li zal het tweede echelon vormen. De nodige bevelen voor deze nieuwe verplaatsingen worden nog tijdens de late nacht van 18 op 19 mei verspreid.

Omstreeks 05u00 krijgt II/7Li het bevel zich van Melsen naar Bottelare te begeven om er in eerste lijn te gaan. Intussen graven te Bottelare de reeds aanwezige elementen van het 7Li bijkomende schuttersputjes en loopgrachten. Het IIde bataljon zal slechts om 14u00 kunnen vertrekken na de bunkers te Melsen te hebben overgedragen aan de Jagers te Voet van de 5de divisie.

De commandopost van het regiment wordt verschoven van Melden naar het Kasteel “Sint-Annabos” aan de noordwestrand van Bottelare.

Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 7de divisie tevreden met enkele artilleriebeschietingen. De commandopost van de divisie valt daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

Staf 7Li
In de sector van de 4de divisie wordt die dag sporadisch contact gemaakt met de vijand. De grote wachten van Scheldewindeke en Oosterzele raken in schermutselingen met de Duitsers betrokken.
Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen die nacht het Bruggenhoofd Gent opgeven en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Staf 7Li
Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4de Infanteriedivisie, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet. De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen. De Schelde moet overgestoken worden via de bruggen van Zwijnaarde en Schelderode en de divisie zal vervolgens achter de Leie in reserve geplaatst worden bij het VIde legerkorps.

Staf 7Li
De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en het 7Li komt tijdens de voormiddag aan op zijn nieuwe stelling achter het Afleidingskanaal van de Leie. Het 7Li bemant de noordelijke ondersector:* het IIde Bataljon wordt opgesteld in het noordelijke deel van Nevele

  • net ten zuiden neemt het Iste Bataljon plaats ter hoogte van de Molenkouter
  • het IIIde Bataljon vormt het tweede echelon tussen Nevele en Poesele
  • de commandopost van het regiment wordt te Poesele opgesteld

Staf 7Li
De 4de Infanteriedivisie heeft zijn zijn drie regimenten opgesteld tussen Deinze in het zuiden en Nevele in het noorden, op de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie. Het 7Li bezet de noordelijke ondersector, het 15Li de midden ondersector en het 11Li wordt in het zuiden opgesteld. Het 7Li heeft een problematische veldtocht achter de rug. Er zijn nog slechts 1.800 infanteristen in plaats van de normale 3.600 en de zware bewapening is herleid tot 8 mitrailleurs, 27 machinegeweren en 6 anti-tankkanonnen C47mm. De ganse dag wordt gewerkt aan de voorbereiding van het komende gevecht.

Krijgsgevangen Belgische militairen worden afgeleid door de vijand.

Staf 7Li
Aan het front ten noorden van Deinze ondernemen de Duitsers een poging om over het water te geraken. In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192ste infanterieregiment er in het Afleidingskanaal van de Leie ten zuiden van Meigem over te steken. De Duitsers ondervinden bijna geen tegenstand. Het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over.

De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de compagnie slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden.

Die dag verliezen 7Li, 11Li, 15Li en 8A samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie is niet meer.

Staf 7Li
De veldtocht zit er zo goed als op voor de mannen van het 7Li. Zij die bij de nederlaag aan het Afleidingskanaal van de Leie ontsnapt zijn, of reeds van lang tevoren van hun eenheid verdwaalden, lopen doelloos rond in het Belgische achtergebied en worden samen met de rest van het leger ontwapend op 28 mei.

Krijgsgevangenen/15Li
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de gevangen militairen via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen.

Krijgsgevangenen/7Li
Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een groot aantal van het 7Li. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 7Li telt 22 geïdentificeerde slachtoffers.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen