12de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 12de Regiment Jagers te Voet | 12J
12ème Régiment de Chasseurs à Pied | 12Ch
Type Versterkings- en Opleidingsregiment  
Ontdubbeld van 3de Regiment Jagers te Voet  
Taalstelsel Franstalig  
Onderdeel van 5de Versterkings- en Opleidingscentrum  
Bevelhebber Kolonel A. Gérard  
Adjudant-Majoor Luitenant L. Galand  
Standplaats Kazerne Generaal baron Ruquoy, Doornik  
Samenstelling Iste Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant Melchior Joris)
1ste Compagnie Fuseliers (Cdt P. Boon)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt Georges Roty)
3de Compagnie Fuseliers (Lt G. Degroote)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt A. Carptentier)
  IIde Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant René De Boever)
5de Compagnie Fuseliers (Lt J. Duvieusart)
6de Compagnie Fuseliers (Lt S. Decoster)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Raymond Petit)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt R. Francotte)
9de Compagnie Klein Geschut (Lt R. Thibaut)
  Compagnie Depot en Algemene Diensten
(Kapitein-commandant Victor Courtin)
 

Tijdens de mobilisatie

Staf/12J
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Omdat na afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. Om deze reden worden de dienstplichtigen die behoren tot de eerste helft van de klas ’40  (oftewel geboren tussen 1 januari en 30 juni 1920) samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s). Het 12de Regiment Jagers te Voet (12J) wordt bijgevolg in februari 1940 opgericht in de Kazerne Generaal baron Ruquoy [1] te Doornik als een van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC), een eenheid van niveau divisie. De  twee andere opleidingsregimenten van het 5VOC zijn het 10de Regiment Jagers te Voet (10J) en het 11de Regiment Jagers te Voet (11J). De staf van het 5VOC en het 10J bevinden zich eveneens in de Kazerne Generaal baron Ruquoy te Doornik. Het regiment staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 3de Regiment Jagers te Voet (3J) en zijn ontdubbelingsregimenten het 6de Regiment Jagers te Voet (6J en het 9de Regiment Jagers te Voet (9J). Net zoals de andere infanterieregimenten van het 5VOC beschikt het 12J op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas ’40 en een Compagnie Depot en Algemene Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oude beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

Kazerne Generaal baron Ruquoy in Doornik.

Ingangspoort van de Kazerne Generaal baron Ruquoy in Doornik, vredesvoet garnizoen van 3J en mobilisatie garnizoen van 12J.

I/12J
Het Iste Bataljon Instructie (I/12J) wordt bij de oprichting van het 12J in februari al geactiveerd en bestaat in hoofdzaak uit de rekruten van de klas ’40 van het 3J. Dit bataljon heeft als opdracht om de opleiding van de nieuwe miliciens te verzekeren. De bevelhebber is Kapitein-commandant Joris. De rekruten van het 3J zullen in het 12J hun basisopleiding ontvangen en het is de bedoeling dat de rekruten na het voltooien van hun opleiding doorgestuurd worden naar het 3J, 6J en 9J als versterkingen.

II/12J
Het IIde Bataljon Versterking (II/12J) dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestaat enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van de algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het IIde Bataljon Versterking op non-actief geplaatst.

CieDst/12J
De Compagnie Depot en Algemene Diensten (CieDst/12J) van Kapitein-commandant Courtin stond in voor de logistieke en administratieve ondersteuning van het regiment. De compagnie bestond uit drie officieren en 35 onderofficieren en soldaten.

Staf/12J, I/12J
De staf en het Iste Bataljon Instructie worden omstreeks middernacht gealarmeerd en vertrekken rond 05u00, nog voor dageraad, naar hun alarmkantonnementen nabij Warchin ten oosten van Doornik. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 5VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. Het vooraf verkende alarmkantonnement bevindt zich aan de rand van de agglomeratie van Doornik.

Oorlogskantonnementen van het 5VOC (geprojecteerd op na-oorlogse kaart).

Om 06u00 wordt naar aanleiding van de Duitse inval de algemene mobilisatie afgekondigd waardoor de oudere reservisten en vrijgestelden worden opgeroepen om het IIde Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elk Versterkings- en Opleidingsregiment bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 12J is Beveren-Waas en Kieldrecht ten westen van Antwerpen op de Belgisch-Nederlandse grens. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen.

II/12J
Het IIde Bataljon Versterking wordt in de inmiddels grotendeels ontruimde Kazerne Generaal baron Roquoy geactiveerd om de van mobilisatie vrijgestelde reservisten op te vangen. Door de regionale rekruteringspolitiek die ons leger in de jaren ’30 hanteerde, komen de meeste van manschappen bestemd voor het 12J uit de omgeving van Doornik zelf en dienen dan ook niet ver te reizen om hun eenheid te vervoegen. Het bataljon stuurt de toegekomen versterkingen onmiddellijk door naar Warchin en zal nog tot 12 mei in Warchin verblijven om vervolgens het regiment in Beveren te vervoegen. Lt Res Duvieusart komt over van de Compagnie Instructie Mortieren van het 5VOC om het bevel over de 5Cie op te nemen.

I/12J
Het Iste Bataljon verlaat om 06u00 het station van Doornik om zich per trein naar zijn oorlogskantonnement te Kieldrecht te begeven. Het instijgen vindt plaats in het goederenstation van de stad dat bij de plaatselijke inwoners beter bekend staat als “la gare margarine” oftewel “la margarine”. De staf en het I/12J nemen plaats aan boord van één van de twee klaarstaande treinstellen. Het andere treinstel wordt gebruikt door de onafhankelijke compagnies van het 5VOC.

De reisroute loopt over Leuze, Ath, Lessen, Geraardsbergen (waar gestopt wordt om de tenders van de locomotieven bij te vullen met water), Zottegem en Gent. Van hier uit gaat de tocht noordoostwaarts. In de buurt van Melle wordt de trein gemitrailleerd door de Duitse luchtmacht waarbij twee gewonden vallen. De manschappen stappen uit in het station van Beveren-Waas van waaruit ze verder marcheren naar Kieldrecht.

De tweede trein met de onafhankelijke compagnies van het 5VOC heeft minder geluk. Net voorbij het station van Lochristi, op zo’n 10 kilometer ten noordoosten van Gent, wordt de trein gebombardeerd door de Duitse luchtmacht waardoor de trein in twee breekt. Nadien worden de brokstukken nog eens vanuit de lucht gemitrailleerd. Bij de Schoolcompagnie vallen 12 doden en talrijke gewonden te betreuren. Vijf onder hen bezwijken nadien nog aan hun verwondingen.

II/12J
Het bataljon bevindt zich nog steeds te Warchin waar de toegekomen versterkingen van uitrusting worden voorzien en vervolgens toegewezen worden aan de verschillende compagnies.

I/12J
Het bataljon installeert zich in zijn kantonnement te Kieldrecht.

Staf/12J
Door de snelle opmars van de Duitsers werd het voor het GHK al snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. De rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid zullen bijgevolg naar Zuid-Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen op 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud [2] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

II/12J
Het IIde Bataljon komt toe te Beveren-Waas waar het bataljon de rest van het regiment vervoegt. Kapitein-commandant De Boever die overgekomen is van het Provinciecommando van Oost-Vlaanderen wordt aangesteld als bataljonscommandant van II/12J. Het bataljon zoekt kantonnementen op in Beveren-waas waar de regimentsstaf en de Staf/5VOC zich ook bevinden.

Staf/12J
In de voormiddag wordt Generaal-majoor Lecrique, commandant van 5VOC, in zijn HK te Beveren-Waas door de Fransen op de hoogte gebracht van de mislukking van de opdracht van het 7[FRA]Leger te Breda en hun snelle aftocht uit Nederland.  De Fransen wijzen erop dat er op de linker Scheldeoever vanaf de Belgisch-Nederlandse grens geen Belgische troepen staan opgesteld en drukken hun bezorgdheid uit over mogelijke vijandelijke infiltraties over de Schelde. Om te vermijden dat de kantonnementen van 5VOC bij verrassing aangevallen worden beslist Generaal-majoor Lecrique om de wacht bij de kantonnementen te verdubbelen en om een waakscherm op te stellen langs de Scheldeoever.

I/12J
Het Iste Bataljon wordt door de regimentscommandant van 12J aangeduid om stelling te nemen op de linker Scheldeoever. De manschappen van I/12J ontplooien langsheen de Schelde van de Belgisch-Nederlandse grens tot Fort Liefkenshoek. Hun stellingen worden door I/10J verlengd naar het zuiden. Het I/11J wordt in tweede echelon opgesteld achter de bataljons in lijn langs de Schelde. Tegen de avond blijkt dat deze stellingname voorbarig was en het bataljon keert terug naar zijn kantonnement om zijn vertrek naar Frankrijk voor te bereiden.

Staf/12J
Het 12J reist af naar Frankrijk en zal gebruik maken van de vier treinen van de Société Nationale des Chemins de Fer Français (SNCF) die klaar staan in het station van Beveren-Waas.  I/12J en II/12J kunnen nog op 15 mei vertrekken, de rest van het regiment maakt zich klaar om de volgende dag te vertrekken. Eén peloton van de 8Cie Mitrailleurs van II/12J gaat mee met de trein van de SchoolCie/5VOC om als luchtafweer ingezet te worden. 

I/12J
Het I/12J gaat aan boord van het tweede treinstel en vertrekt nog ‘s middags richting Bagnols-sur-Cèze in de Gard. Via Gent en Kortemark wordt bereiken ze tegen de avond Adinkerke waarna ze om 21u55 de Frans-Belgische grens passeren. Er wordt nog doorgereisd tot het station van Duinkerke waar de nacht van 15 op 16 mei wordt doorgebracht. Tijdens de nacht wordt Duinkerke hevig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht.

II/12J
Het II/12J dat niet deel nam aan de beveiligingsopdracht van de Schelde, is als eerste klaar en wordt een eerste trein toegewezen. Zij kunnen nog in de loop van de voormiddag vertrekken en passeren zonder probleem de Frans-Belgische grens en hebben ongeveer een halve dag voorsprong op I/12J.

CieDst/12J
De Compagnie Diensten (CieDst/12J) stijgt diezelfde avond nog in een derde treinstel dat gedeeld wordt met het 2de Legerdepot (2LD). Op deze trein worden ook het materieel, de voertuigen, de paarden en de bagage van het regiment geladen.

Pl Mi/8/II/12J
De Schoolcompagnie/5VOC, te samen met de Cie Instructie C47mm/5VOC en de Cie Instructie Mortieren/5VOC, stijgen in op een vierde treinstel dat staat te wachten in het station van Beveren-Waas. De trein met de drie onafhankelijke compagnies van 5VOC en het peloton mitrailleurs van 8/II/12J vertrekt om 19u00 nadat de duisternis ingevallen is. De trein rijdt tergend langzaam door Vlaanderen, zowel de nacht van 15 op 16 mei als de nacht van 16 op 17 mei worden in de trein doorgebracht.

Staf/12J
Nadat alle eenheden vertrokken zijn verlaat een colonne voertuigen behorende tot de staf van 5VOC en stafelementen van 12J eveneens Beveren-Waas en vertrekt in de vroege ochtend via de baan naar Frankrijk, richting Bagnols-sur-Cèze.

I/12J in Frankrijk
De trein van I/12J verlaat om 08u00 het station van Duinkerke en passeert achtereenvolgens Calais (14u10), Boulogne (17u30) en Etaples (18u40).

II/12J in Frankrijk
De trein van II/12J  kan zonder al te veel vertraging in meerdere dagetappes doorreizen tot Bagnols-sur-Sèze. Het bataljon verlaat in de vroege ochtend Duinkerke. Volgende stations worden achtereenvolgens gepasseerd: Calais, Boulogne, Abbeville, Rouen, Le Mans, Bordeaux, Dax, Tarbes, Toulouse, Carcassonne, Narbonne, Sète, Montpellier en Nîmes om uiteindelijk in Bagnols-sur-Sèze toe te komen.

CieDst/12J
De trein van de CieDst/12J en het 2LD verlaat Beveren-Waas en wordt aanvankelijk naar Duinkerke gestuurd. Het gaat niet vooruit, de tocht tot Duinkerke zal twee dagen duren. Aan het eind van de eerste dag wordt Gent bereikt. De manschappen zullen in de trein overnachten.

Staf/12J in Frankrijk
De kleine colonne van de staf komt op 17 mei toe te Angers (Maine-et-Loire) waar de voertuigen op bevel van de EM/TRI op de trein geladen worden. De reis wordt per spoor voortgezet tot Perpignan. Bij aankomst in Perpignan krijgen ze nieuwe orders om zich langs de weg naar Montpellier te begeven.

I/12J in Frankrijk
Het bataljon komt aan te Dieppe om 13u30 en wordt er een eerste keer bevoorraad sinds zijn vertrek uit Beveren-Waas. Van Dieppe wordt naar Rouen gespoord dat om 18u45 bereikt wordt en waar de nacht van 17 op 18 mei wordt doorgebracht.

CieDst/12J
Het treinstel kan verder rijden naar Brugge waar een tweede nacht in de trein doorgebracht wordt. Kostbare tijd gaat verloren.

Pl Mi/8/II/12J in Frankrijk
De trein van de SchoolCie bereikt om 05u00 het station van Adinkerke waar halt gehouden wordt tot 08u00. De treinreis vordert slechts langzaam en in de loop van de ochtend komen de drie onafhankelijke compagnies van het 5VOC toe in de Gare Maritime van Duinkerke. Onmiddellijk na aankomst in de Gare Maritime moet de trein ontladen worden en terug ter beschikking gesteld worden van het Franse leger. Het materieel blijft achter op laadkaai onder bewaking van Luitenant Tournay van de Cie Instructie Mortieren die met een detachement  achterblijft in het station. Het gros van de mannen niet belast met de bewaking van het materieel begeeft zich te voet naar Malo-les-Bains [3]. 

I/12J in Frankrijk
Van Rouen gaat het naar Lisieux (01u30), Alençon (07u00) en Le Mans (10u15) waar het bataljon door de Fransen opnieuw bevoorraad wordt.

CieDst/12J in Frankrijk
Het treinstel van de CieDst/12J bereikt Duinkerke, maar komt vast te zitten in de spoorbundel van het rangeerstation te midden van tientallen andere treinen van het Belgisch leger die allen een reispad naar het zuiden moeten krijgen. Er is voorlopig echter geen doorkomen aan.

I/12J in Frankrijk
De treinreis van I/12J gaat verder richting zuiden. Om 06u25 wordt Tours bereikt om vervolgen Poitiers (08u25), Angoulême (11u05) en Bordeaux (17u15) te passeren.

CieDst/12J in Frankrijk
De Soldaat Bayer komt in een niet nader beschreven incident om het leven te Duinkerke [4].

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/12J in Frankrijk
Na enkele dagen in Montpellier verbleven te zijn stuurt de Franse commandant van de “16e Région Militaire” de staf op 20 mei door naar Bagnols-sur-Cèze in de Gard. 

I/12J in Frankrijk
Vanuit Bordeaux gaat het naar Lourdes waar het bataljon om 02u30 toekomt om vervolgens door te rijden naar Tarbes (04u00), Toulouse (07u00) en Carcassonne (10u35). Te Carcassonne valt een soldaat van de 4Cie uit de trein waarbij zijn been verbrijzelt wordt [5]. Na dit incident gaat de treinreis verder naar Narbonne (12u00), Sète (16u00) en Montpellier (20u50).

CieDst/12J in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken een aantal eenheden van het 5VOC, waaronder de CieDst/12J en het 2LD, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden. De trein van de CieDst/12J komt definitief vast te zitten in Duinkerke wanneer de Duitsers Abbeville innemen en zo de geallieerde legers in het noorden omsingelen.

I/12J in Frankrijk
Het Iste Bataljon Instructie komt als eerste toe te Bagnols-sur-Cèze om 00u30 en wordt met autobussen overgebracht naar Goudargues waar kantonnementen opgezocht worden. De 4Cie installeert zich te Saint-André-de-Roqepertuis ten noorden van Goudargues.

CieDst/12J in Frankrijk
De Belgische plaatscommandant te Duinkerke kan bekomen dat de in Duinkerke gestrande Belgische eenheden naar België kunnen terugkeren met de naar ons land teruggestuurde treinstellen van de SNCF. Ook de trein van de CieDst/12J keert terug naar België en kan diezelfde dag nog Adinkerke bereiken. Hier stappen de manschappen uit en marcheren naar Koksijde waar ze inkwartieren voor de nacht. De CieDst/12J van Kapitein-commandant Courtin wordt onder bevel geplaatst van het VOC in België.

II/12J in Frankrijk
Twee dagen na de aankomst van I/12J komt het II/12J tijdens de nacht van 22 op 23 mei toe in Bagnols-sur-Cèze. Het bataljon installeert zich eveneens in Goudargues.

CieDst/12J
De compagnie kantonneert nog steeds te Koksijde.

CieDst/12J
De CieDst/12J wordt op bevel van het VOC in België van Koksijde doorgestuurd naar Leffinge ten Zuiden van Oostende.

Kantonnementen van 12J nabij Goudargues in Zuid-Frankrijk

Staf/12J in Frankrijk
Uiteindelijk is het regiment in het zuiden van Frankrijk geraakt met uitzondering van de Compagnie Depot en Algemene Diensten en een peloton mitrailleurs van de 8Cie. Het regiment wordt gereorganiseerd en installeert zich in kantonnementen in de buurt van Bagnols-sur-Cèze. De Staf/12J en II/12J installeren zich in Goudargues, I/12J installeert zich in Saint-Laurent-de-Carnols en Cornillon .

Staf/12J in Frankrijk
Te Goudargues verneemt het regiment de capitulatie van het Belgische leger in Vlaanderen. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden.

Staf/12J in Frankrijk
Onder druk van de Fransen stemt de Belgische regering in ballingschap op 29 mei in om de 7de Infanteriedivisie (7Div), die zich na de gevechten aan het Albertkanaal teruggetrokken heeft in Bretagne, terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt er aan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen. Het ligt in de bedoeling de regimenten van de Versterkings- en Opleidingstroepen hiervoor te gebruiken eens de rekruten van de klas ’40 opgeleid zijn. De 7Div zal als eerste van de nieuw uit te rusten Belgische divisies paraat gesteld worden.

Staf/12J in Frankrijk
Lt Res Floquet die samen met het Provinciecommando van Namen toekwam in Zuid-Frankrijk wordt overgeplaatst naar de Staf/12J. 

4 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI), nog steeds onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, heeft zich intussen verplaatst naar Montpellier in Zuid-Frankrijk. LtGen Wibier is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. De regimentscommandant, Kolonel Gérard duidt het II/12J aan om zich om te vormen tot een werkbataljon.

5 juni 1940

II/12J in Frankrijk
Cdt De Boever, bataljonscommandant van II/12J, krijgt van zijn regimentscommandant het bevel om zijn bataljon om te vormen tot een werkbataljon van drie compagnies van 250 ongewapende oudere soldaten. Dit bataljon zal nog versterkt worden door een vierde compagnie van 250 manschappen komende van het 10J. Het is de bedoeling dat dit werkbataljon een honderdtal kilometer achter de Franse frontlinie zal worden ingezet. Er is amper gereedschap ter beschikking, dit zal door de Fransen geleverd worden eens het bataljon zijn verplaatsing naar het noorden heeft uitgevoerd. De initiële bestemming voor het bataljon is Meaux langs de Marne ten oosten van Parijs. De slagorde van het bataljon ziet er als volgt uit:

  • Staf/II/12J: Cdt De Boever (bataljonscommandant), Lt Dewerse (officier adjunct), Lt Adm Hugé en Lt Med Dambrain;
  • 5Cie/II/12J: Lt Duvieusard (compagniecommandant), Lt Bernard, Lt Heuchamp en Lt Brunelle (pelotonscommandanten);
  • 6Cie/II/12: Cdt Glineur (compagniecommandant), Lt Havaux, Lt Ruelle en Lt Renard (pelotonscommandanten);
  • 7Cie/II/12J: Cdt Petit (compagniecommandant), Lt Tonneau, Lt Deloge en Lt Debauque (pelotonscommandanten);
  • 7Cie/II/10J: TBC

6 juni 1940.

Staf/12J in Frankrijk
Op 6 juni bevestigen de Fransen hun vraag om nog eens 20.000 militairen extra te leveren om veldwerken uit te voeren, waarvan 16.000 aan te duiden door het EM/TRI. Het EM/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. De Staf/12J krijgt van het 5VOC nu de opdracht om ook zijn Iste Bataljon Instructie om te vormen tot een werkbataljon van vier compagnies van 200 man. Cdt Joris wordt aangeduid als commandant van dit werkbataljon.

7 juni 1940

I/12J in Frankrijk
Cdt Joris gaat aan de slag om zijn werkbataljon samen te stellen. In tegenstelling tot het werkbataljon van II/12J wordt dit keer wel een beperkte bewapening meegenomen. Elke compagnie kan beschikken over één peloton uitgerust met een karabijn en voorzien van 60 patronen per karabijn. De gedeeltelijk slagorde van het bataljon ziet er als volgt uit (TBC) [6]:

  • Staf/I/12J: Cdt Res Joris (bataljonscommandant);
  • 1Cie/I/12J: Lt Res Magotteaux (compagniecommandant), Lt Res Floquet (pelotonscommandant);
  • 2Cie/I/12: Cdt Res Roty (compagniecommandant), Lt Goemare en Lt Gobert (pelotonscommandanten);
  • 3Cie/I/12J: Lt Res De Groote (compagniecommandant),  Lt Res Culot en Lt Res Coppée (pelotonscommandanten);
  • 4Cie/I/12J: Lt Res Carpentier (compagniecommandant), Lt Wart, Lt Res Renier (pelotonscommandanten).

II/12J in Frankrijk
Het werkbataljon van Cdt De Boever wordt met autobussen van Goudargues naar Bagnols-sur-Cèze gebracht om er rond 17u00 in te stappen op een trein die het bataljon naar Meaux zal brengen. De compagnie van 10J ontbreekt echter op het appel waardoor het werkbataljon uiteindelijk om 19u00 vertrekt met slechts drie compagnies. Dezelfde avond wordt nog het traject Bagnols-sur-Cèze, Pont-Saint-Esprit, Le Teil en Peyraud langs de Rhône afgelegd. Te Pont-Saint-Esprit stapt vermoedelijk ook het werkbataljon van het Iste Bataljon van het 7de Regiment Ardeense Jagers (I/7ChA), ter sterkte van twee compagnies, op de trein om eveneens tewerkgesteld te worden te Meaux (TBC).

8 juni 1940

Operatiegebied van II/12J op 9 en 10 juni 1940. Het bataljon marcheert langs de Loire van Boursault tot Dormans om dan naar Montmirail af te buigen (projectie op recente kaart).

II/12J in Frankrijk
De treinreis dwars door Frankrijk wordt voorgezet, om 07u20 bereiken ze Gilly-sur-Loire om vervolgens door te rijden naar Moulins, Nevers, Cosne-Cours-sur-Loire (13u20), Montargis, Corbeilles, Juvisy-sur-Orgues in de Parijse faubourg om uiteindelijk te Meaux toe te komen. Tot hun grote verbazing stopt de trein niet te Meaux maar wordt de treinreis tijdens de nacht van 8 op 9 juni doorgezet tot Epernay aan de Marne waar de trein tot stilstand komt.

9 juni 1940

I/12J in Frankrijk
Het werkbataljon van Cdt Joris bestaande uit vier compagnies rekruten verlaat het station van Bagnols-sur-Cèze met als initiële bestemming Vitry-le-François.

II/12J in Frankrijk
Bij zonsopgang stopt de trein van het werkbataljon in het station van Epernay, een 80 tal kilometer meer naar het oosten en een stuk dichter bij de Franse frontlijn dan geanticipeerd. Cdt De Boever slaagt erin telefonisch contact op te nemen met de Franse “commandant des troupes d’étappes” (verkeersregelingscommisaris) van Châlons-sur-Marne [7]. Het bataljon krijgt Damery, een achttal kilometer meer naar het noorden, als eindbestemming. Hier dient het bataljon contact op te nemen met de de Franse Colonel Morel, stafchef van het 7de Franse Legerkorps (7CA) die zich in Ville-en-Tardenois bevindt. Ook dient het bataljon kantonnementen op te zoeken in Boursault op de zuidelijke oever van de Marne. De trein met de manschappen van II/12J en I/7ChA spoort verder tot Damery. II/12J marcheert van Damery tot Boursault om er in te kwartieren. Eens geïnstalleerd in Boursault gaat Cdt De Boever op zoek naar het HK van het 7(FRA)CA. Hij vindt het HK uiteindelijk te Cuisles en krijgt er nieuwe orders, het bataljon moet zich te La-Ferté-sous-Jouarre ter beschikking stellen van de Franse Genie. La-Ferté-sous-Jouarre ligt 18 kilometer oostwaarts van Meaux en het bataljon moet twee nachtmarsen van 30 kilometer uitvoeren om er te geraken. Tijdens de nacht van 9 op 10 juni zal het bataljon een eerste marsetappe afleggen via Dormans tot Château-Thierry waar zal worden halt gehouden om uit te rusten voor de volgende nachtelijke mars.  Om 22u00 wordt de verplaatsing te voet naar Château-Thierry ingezet.

Frontlijn in Frankrijk ten oosten van Reims op 09 en 10 juni. I/12J opereerde in het achtergebied van het IVde Franse Leger.

I/12J in Frankrijk
Wanneer de trein toekomt in Vitry-le-François is daar is niemand op de hoogte van de komst van het Belgische bataljon. De trein wordt uiteindelijk doorgestuurd naar Verdun een vijfentachtig kilometer meer naar het noordoosten en een stuk dichter bij de Franse frontlijn dan overeengekomen met de Franse autoriteiten. Het werkbataljon van Cdt Joris is niet het enige Belgische werkbataljon dat naar Verdun werd doorgestuurd. Het werkbataljon Berns van het Xde Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen  (X/GVCE) dat werd uitgestuurd door het VOC ChA bevond zich al te Verdun en op 10 juni komt ook het werkbataljon Maréchal van Iste Bataljon van het 40ste Regiment Genie (I/40Gn) en het werkbataljon Prud’homme van het IVde Bataljon Spoorwegtroepen (IV SpT) aan in Verdun [8].

II/12J in Frankrijk
Het bataljon marcheert stroomafwaarts langs de Marne tot Dormans waar ze om 04u00 toekomen en in een bos halthouden om uit te rusten. Tijdens de rustpauze vernemen ze dat de vijandelijke voorhoede de Marne heeft bereikt bij Château-Thierry. De bataljonscommandant die het bericht niet kan verifiëren neemt het zekere voor het onzekere en beslist om de marsrichting onmiddellijk te wijzigen. Hij wil zo snel mogelijk Condé-en-Brie bereiken om vervolgens verder door te marcheren naar Montmirail via Viffort. Het bataljon bereikt Condé-en-Brie en zoekt een schuilplaats in la forêt d’Artonge. Alleen de 5Cie van Lt Duvieusard ontbreekt. Wanneer Cd De Boever de Franse Plaatscommandant van Montmirail contacteert weet die te melden dat de 5Cie Montmirail gepasseerd is en zich via Sézanne richting Nogent-sur-Seine begeeft. Om 22u00 vat de rest van het bataljon de mars opnieuw aan richting Montmirail dat twee uur later bereikt wordt. Er zijn veel achterblijvers

I/12J in Frankrijk
De Belgische werkbataljons die in Verdun zijn toegekomen krijgen kantonnementen toegewezen van het “Bureau de la Défense de Verdun” geleid door de Franse Général de Corps d’Armée Dubuisson, militair commandant van de versterkte positie Verdun. Nadat ze zich geïnstalleerd hebben zullen ze ook van hier uit hun opdrachten krijgen. Cdt Maréchal, commandant van het werkbataljon van I/40Gn blijft als Belgisch verbindingsofficier bij het “Bureau de la Défense de Verdun” . 

II/12J in Frankrijk
Bij het aanbreken van de dag kunnen de manschappen te Montmirail instijgen in bussen die hen tot Nogent-sur-Seine brengen. Het bataljon hergroepeert ten zuiden van Nogent in de “ferme de l’ Aulne” (TBC). Het bataljon beschikt nog over vier vijfden van zijn effectief, de 5Cie inbegrepen.

12 juni 1940

I/12J in Frankrijk
Het werkbataljon van Cdt Joris kantonneert in de buurt van Champneuville, een dorpje in een meander van de Maas een twaalftal kilometer ten noorden van Verdun. In zijn kantonnement krijgt Cdt Joris het bericht dat de opdracht van zijn bataljon op 13 juni bij dageraad beëindigt wordt en dat het bataljon zich zo snel mogelijk moet terugtrekken volgens een door de Fransen opgelegde marsroute. De vijand is namelijk opgerukt tot vlakbij Verdun.

II/12J in Frankrijk
De mars wordt hervat vanuit Nogent-sur-Seine. De 6Cie en de 7Cie marcheren richting Gélannes, de 5Cie neemt een andere meer zuidelijke marsroute richting Saint-Loup-de-Buffigny.

13 juni 1940

I/12J in Frankrijk
Het bataljon Joris verlaat Champneuville en marcheert af naar het zuidoosten richting Epinal via Rumont, Vézelise en Charmes.

II/12J in Frankrijk
Te Saint-Loup-de-Buffigny wordt de 5Cie staande gehouden door twee Franse genieofficieren. De compagnie krijgt de opdracht om terug te keren naar Nogent-sur-Seine om er op de Seineoever links en rechts van de brug over 5 Km draadversperringen aan te brengen. De 5Cie en kantonneert opnieuw in de ferme de l’Aulne en begint met de werkzaamheden om 16u00. De manschappen kunnen niet beschikken over gereedschap en ook de voorraad prikkeldraad is beperkt. Tijdens de nacht van 13 op 14 juni bereikt de vijand Nogent waarop de Franse genie de brug laat springen. Ondertussen marcheert de rest van het bataljon van Gélannes naar Villeneuve-l’Archevêque richting Sens. De 5Cie wordt door de Fransen per vrachtwagen naar Sens vervoerd en haalt de andere twee compagnies onderweg in.

Staf/12J in Frankrijk
Na het vertrek van het werkbataljon van I/12J kan geen instructie meer gegeven worden gezien het gering aantal rekruten van de klas ’40 dat achterbleef in Goudargues (vermoedelijk een zestal – TBC). Daarom beslist de Staf/5VOC om alle overblijvende rekruten van 11J en 12J samen te brengen in het Iste Bataljon Instructie van 10J (I/10).  De rekruten van 12J komen om 09u00 aan bij de 3Cie van I/10J en worden er in de getalsterkte opgenomen. Er worden geen officieren overgeplaatst naar 10J.

II/12J in Frankrijk
Te Villeneuve-l’Archevêque worden de 6cie en de 7Cie afgeleid naar Joigny via Cerisiers om de verkeersopstoppingen in Sens te vermijden. Door deze verandering van marsrichting wordt opnieuw contact verloren met de 5Cie. Tijdens de nachtelijke marsetappe van Villeneuve naar Joigny verliest het bataljon ook nog eens contact met de 7Cie die vanaf nu op eigen ritme zijn weg naar het zuiden zoekt. Wanneer de bataljonsstaf te Joigny toekomt krijgen ze bevel de Yonne over te steken en kantonnementen op te zoeken te Paroy-sur-Tholon om de volgende nacht af te wachten.

5/II/12J in Frankrijk
De 5Cie die alle verbinding met Cdt De Boever verloren heeft wacht in Sens de rest van het bataljon niet af. De compagnie weet transport (vermoedelijk per trein – TBC) te bemachtigen die hen via Joigny en Auxerre tot Nevers brengt waar ze de volgende dag toekomen.  

I/12J in Frankrijk
In de loop van de  dag passeert het werkbataljon van I/12J Rumont [9] waar zich ook het detachement van Lt Gobbe bevindt. Dit  detachement behoort tot van het werkbataljon van het X/GVCE dat werd uitgestuurd door het VOC ChA en dat volgens een gelijkaardige terugtochtweg naar het zuiden trekt. Het werkbataljon van Cdt Joris is op dit ogenblik nog grotendeels tezamen.

II/12J(-) in Frankrijk
Het bataljon zet zijn weg verder vanuit Paroy via Aillant-sur-Tholon, Toucy, Saint-Sauveur-en-Puisaye en Saint-Amand-en-Puisaye.

5/II/12J in Frankrijk
De 5Cie bevindt zich in Nevers, 50 kilometer meer naar het zuiden, stroomopwaarts van de Loire. Tegen de avond kan de compagnie instijgen in een trein die de 5Cie tijdens de nacht van 15 op 16 juni tot Moulins kan brengen.

Caserne Binot te Cosne-sur-Loire waar 12J op 16 juni hergroepeerde

Caserne Binot te Cosne-sur-Loire waar 12J op 16 juni hergroepeerde

 II/12J(-) in Frankrijk
Na een uiterst vermoeiende en pijnlijke mars met veel achterblijvers komt het sterk uitgedund bataljon uiteindelijk toe in Cosne-Cours-sur-Loire. Hier wordt in de “caserne Binot” onderdak gevonden en gehergroepeerd. Enkel de bataljonsstaf en de 6Cie zijn nog samen, de twee andere compagnies zetten hun terugtocht naar het zuiden geïsoleerd verder. In de loop van de dag wordt Cosne op bevel van de Franse militaire autoriteiten geëvacueerd en wordt het bataljon doorgestuurd naar Savigny-en-Sancerre aan de overkant van de Loire. Te Savigny-en-Sancerre neemt Cdt De Boever contact op met de bevelhebber van de 7de Franse Divisie die hem oplegt zich met zijn bataljon naar Les Rousseaux ten noorden van Bourges te begeven en er in het bos van Allogny kantonnementen in te nemen. In het kantonnement van Savigny-en-Sancerre wordt terwijl gewacht wordt op achterblijvers een verhoogde permanentie georganiseerd gezien de nabijheid van de vijandelijke voorhoede. Wat overblijft van het bataljon vertrekt om 15u30 en marcheert door tot La Chapelotte dat na een mars van 35 kilometer om 24u00 bereikt wordt.

5/II/12J in Frankrijk
De 5Cie komt ‘s morgens per spoor toe in Moulins en heeft gedurende de nacht een 60 tal kilometer per trein afgelegd. De compagnie slaagt erin om steeds meer afstand te nemen van de oprukkende vijand.

7/II/12J in Frankrijk
Cdt Petit van de 7Cie voert nu het bevel over een 280-tal manschappen, deels behorende tot zijn compagnie maar ook tot verschillende detachementen achterblijvers van andere regimenten die zich bij zijn compagnie hebben gevoegd. Dit groot detachement slaagt erin treintransport vast te krijgen tot Montpellier.

17 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en al snel moesten de werkbataljons teruggestuurd worden. De terugkeer van het werkbataljon van het 12J verliep niet van een leien dakje. Een gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Tijdens dit ganse manoeuvre beschikt de Staf van 12J over geen enkele informatie betreffende de toestand van zijn werkbataljons. Daarenboven richt Maréchal Pétain zich op 17 juni in een radiotoespraak tot de Franse bevolking waarin hij de nakende capitulatie van Frankrijk aankondigt. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet meer ver af. De Fransen zijn niet meer geneigd om de Belgische inspanningen om de strijd verder te zetten nog te steunen.

I/12J in Frankrijk
Het gros van het werkbataljon Joris met onder andere de 4Cie bereikt na een aantal dagen van uitputtende marsen Epinal en wordt er ondergebracht in de Franse kazerne “Couchy” (TBC). Hier wordt uitgerust en gereorganiseerd. De 2Cie geraakt afgezonderd en vervolgt zijn eigen weg naar het zuiden.

II/12J(-) in Frankrijk
Het bataljon verlaat La Chapelotte om 03u00 en begeeft zich op weg naar Les Rousseaux waar het om 16u00 toekomt na een nieuwe mars van 45 kilometer. Om 17u45 wordt Cdt De Boever door de Franse plaatscommandant van Bourges opgelegd om zich onmiddellijk naar de westelijke oever van de Cher te begeven. Om 19u00 trekt de bataljonscolonne zich opnieuw in gang en marcheert via Mehun-sur-Yèvre, Quincy en Lury-sur-Aron richting Chéry. 

5/II/12J in Frankrijk
Het gros van de 5Cie komt tegen de middag toe te Clermont-Ferrand. Lt Bertrand geraakt met zijn peloton zelfs tot Issoire.

II/12J(-) in Frankrijk
Het bataljon komt om 04u00 toe te Chéry en zoekt kantonnementen op om te rusten tot de volgende nacht. Iets later komt het bericht binnen dat de vijand op twee uur stappen van Chéry is aangekomen. Er moet onmiddellijk doorgemarcheerd worden zonder rusten. Onderweg worden de manschappen door Franse vrachtwagens opgepikt en naar Châteauroux gebracht. De vrachtwagens zullen ze op 19 juni verder transporteren tot Limoges.

I/12J in Frankrijk
Het gros van het werkbataljon Joris, inclusief de 4Cie, wordt krijgsgevangen genomen te Epinal. De 2Cie die te Darney wordt ingelopen door de vijand ondergaat hetzelfde lot. Te Darney komt bij een niet nader gedocumenteerd incident de Soldaat Derobertmasure om het leven [10]. Cdt Roty, Lt Goemare en Lt Gobert worden tezamen met de rest van de 2de Compagnie als krijgsgevangenen afgevoerd. Niemand van het werkbataljon Joris keert terug naar Bagnols-sur-Cèze.

II/12J(-) in Frankrijk
Cdt De Boever bereikt Limoges van waaruit detachementen behorende tot verschillende werkbataljons op twee treinen richting Toulouse worden gezet. Een eerste trein vertrekt om 14u00, gevolgd door een tweede om 19u30.

5/II/12J in Frankrijk
Lt Bernard van de 5Cie marcheert van Issoire naar Brioude. Hier kan hij met zijn peloton een trein nemen naar Montpellier via Nîmes. Hij komt op 20 juni aan te Montpellier en om 21 juni te Goudargues waar hij zijn compagniecommandant Lt Duvieusard en de rest van de 5Cie terugvindt.

7/I/12J in Frankrijk
Cdt Petit komt om 20u00 met zijn detachement, dat nog steeds 280 manschappen telt, als eerste uitgestuurde ondereenheid van 12 J aan te Montpelier. Samen met Cdt Petit keren ook Lt Tonneau en Lt Debauque terug naar Goudargues.

20 juni 1940

II/12J(-) in Frankrijk
Wanneer Cdt De Boever met zijn detachement aankomt in Toulouse worden ze door de regelingscommissie van het station van Toulouse om nog onduidelijke redenen van de trein gehaald die hen naar Montpellier zou brengen. Ze worden samen met nog andere geïsoleerde elementen van het 5VOC verzameld in het Palais des Sports van Toulouse. Bij het detachement van Cdt De Boever bevinden zich op dat ogenblik ook nog Cdt Glineur, Lt Havaux, Lt Ruelle, Lt Renard, Lt Deloge, Lt Dewerse, Lt Adm Hugé en Lt Med Dambrain. Het detachement blijft aangehecht bij 62Li tot begin juli en wordt dan doorgestuurd naar het 11J (het 12J was intussen al opgedoekt) waar het wordt omgevormd tot de 8Cie van het IIde Bataljon Versterking. De officieren worden verdeel over de staf en de ondereenheden van 11J.

22 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
Op 22 juni capituleren de Fransen en ondertekenen ze een wapenstilstandsverdrag met de Duitsers in Compiègne. Het Vichy regime is niet langer gemachtigd om de Belgische oorlogsinspanningen te steunen want in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbindt de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen die zich nog in Zuid-Frankrijk bevinden naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een de uitlevering van de Belgische militairen zullen nog een tijdje op zich laten wachten. Nog anderhalve maand blijven de gedemotiveerde Belgische eenheden doelloos rondhangen in Frankrijk vooraleer ze naar België gerepatrieerd worden.

II/12J(-) in Frankrijk
Cdt De Boever krijgt het bevel over alle geïsoleerde elementen van het 5VOC verzameld in het Palais des Sports van Toulouse. Het detachement is nu een 250 man sterk en wordt op 24 juni op een lokale trein gezet richting Grenade in de sector van het 3de Versterkings- en Opleidingscentrum (3VOC). Het volledige detachement met militairen behorende tot het 5VOC wordt als 5de Compagnie toegevoegd aan het IIde Bataljon Versterking van het 62ste Linieregiment (62Li). Cdt De Boever wordt aangeduid als compagniecommandant van deze nieuw gevormde compagnie. Naast het detachement met militairen van het 5VOC worden ook nog detachementen van het 7de Gemotoriseerd Regiment (550 man), van de genie van het veldleger (200 man), van het II/4Gr (550 man), II/4C (1.000 man), II/59Li (50 man) en II/7ChA (150 man) door de verkeersregelingscommissie van Toulouse naar de sector van het 3VOC doorgestuurd. Cdt De Boever zal zijn regiment in Bagnols-sur-Cèze niet meer vervoegen.

23 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
Het 5VOC wordt na de verliezen van de voorbije twee weken gereorganiseerd tot:

  • 10de Regiment Jagers te Voet
    • Iste Bataljon Instructie (vier compagnies)
    • IIde Bataljon Instructie (vier compagnies)
    • Schoolcompagnie
  • 11de Regiment Jagers te Voet
    • Iste Bataljon Versterking (vier compagnies)
    • IIde Bataljon Versterking (vier compagnies)
    • Compagnie algemene diensten
  • 4de Regiment Hulptroepen  (4HuT)
    • 15de Bataljon Hulptroepen (vier compagnies)
    • 16de Bataljon Hulptroepen (vier compagnies)

Het 12J en het 2de Legerdepot worden ontbonden op 23 juni 1940. De resterende officieren en manschappen van het 12de Regiment Jagers te Voet worden in de weken die volgen op de ontbinding verdeeld over de resterende eenheden.

Volgende officieren worden overgeplaatst naar:

  • 11J: Cdt Glineur (BnComd I/Bataljon Versterking), Cdt Petit (CieComd 3Cie), Cdt De Boever (CieComd 8Cie), Lt Med Dambrain, Lt Adm Hugé, Lt De Werse (8Cie), Lt Tonneau, Lt Ruelle, Lt Monseux, Lt Deloge Lt Duvieusart;
  • Staf 4HuT: Kol Res Gérard (RgtComd 4HuT), Lt Havaux, Lt Galand, Lt Taulet;
  • 15/4HuT: Lt Bernard (CieComd 4Cie), Lt Debauque;
  • 16/4HuT: Cdt Van Boquestal (Comd 7Cie), Lt Delcourt, Lt Duvivier.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendBAYERErnest, F.SdtMil4015.08.1920Marchienne-au-Pont19.05.1940Dunkerque (F)Cie M76
OnbekendBEELEGeorges, H.J.KplMil3917.06.1921Brussel11.05.1940DestelbergenSchool Cie/5VOC
OnbekendBRUNEELGeorges, H.KplMil3001.05.1910Hergnies (F)20.05.1940Maastricht (NL)School Cie/5VOC
StafDE RICKJean, E.M.KplMil3616.09.1916Tournai11.05.1940GentOverleden in Militair Hospitaal
2/IDEROBERTMASUREFernand, J.E.SdtMil4008.01.1920Lessines19.06.1940Darney (F)
OnbekendLANCSWEERTPaul, A.P.SdtMil3904.01.1915Etterbeek11.05.1940GentSchoolCie/5VOC
OnbekendRUELLEJules, J.SdtMil4008.04.1920Herchies28.05.1940Bordeaux (F)
9/IIVERMEERENAndréSdt22.02.192131.05.1940Dordrecht (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5. Overleden in hospitaal.
StafVLEMINCKXJosephSdtMil3308.11.1913Marchienne-au-Pont21.05.1940Carcassonne (F)Overleden aan zijn verwondingen in militair ziekenhuis van Carcassonne

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de kazerne Generaal baron L. Ruquoy [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/lijst-van-militair-vastgoed-met-specifiek-militair-gebruik-na-1830-alfabetisch-per-gemeente/doornik/doornik-kwartier-kazerne-generaal-baron-ruquoy/ [Laatst geraadpleegd 13 januari 2022].
  2. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  3. Vanaf hier zijn de bewegingen van het peloton mitrailleurs van de 8Cie van II/12J niet meer gedocumenteerd. Het is niet geweten of het peloton verder bij de SchoolCie/5VOC is gebleven of dat het peloton een andere reisweg heeft afgelegd.
  4. De Soldaat Ernest Bayer, rekruut van de lichting ’40 van 12J, sneuvelt op 19 mei 1940 te Duinkerke. Van 12J bevinden zich op dat moment enkel de CieDst/12J en het Peloton Mi/8/II/12J te Duinkerke. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen tot welke eenheid Sdt Bayer behoorde. De vermelding Cie Mor zou evenwel kunnen wijzen naar het feit dat hij zich op de trein bevond met de onafhankelijke compagnies van het 5VOC. In dit geval zou hij behoren tot het peloton mitrailleurs van de 8Cie (TBC).
  5. De Soldaat Vleminckx van de Staf/12J (volgens de gegevens van BWDR –  https://www.wardeadregister.be/nl/dead-person?idPersonne=60600) werd begraven op het militair ereveld van het kerkhof Saint-Michel in Carcassonne. Vermoedelijk werd Sdt Vleminckx opgenomen in het militair hospitaal van Carcassonne ten gevolge van een ongeval onderweg naar Bagnols-sur-Sèze. Het valt niet uit te sluiten dat Sdt Vlemincks de militair in kwestie is die uit de trein viel te Carcassonne en hierbij zijn been verbrijzelde. De aard van het ongeval, de plaats en het tijdstip van overlijden komen overeen met het in de dossiers vermelde ongeval. Meerdere Belgische militairen die overleden in het militair hospitaal van Carcassonne werden op het kerkhof van Saint-Michel begraven. Hij staat ook vermeld op de lijst gesneuvelden van de SchoolCie/5VOC alhoewel deze compagnie nooit in Carcassonne is gepasseerd. Verder onderzoek moet hier uitsluitsel brengen (TBC). 
  6. Over het werkbataljon van Cdt Joris zijn geen documenten te vinden bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. In het synthesedossier TRI is er in het hoofdstuk van 12J een alinea die verwijst naar het vertrek van dit bataljon op 9 juni naar Vitry-le-Francois om vervolgens doorgestuurd te worden naar Verdun. (sommige bronnen verwijzen naar dit werkbataljon als Batallion TA Nr 4 – TBC). Enkel de slagorde officieren van 12J levert iets meer informatie op betreffende officieren van 12J die in de Vogezen krijgsgevangen werden genomen en bijgevolg deel uitmaakten van dit werkbataljon. Aan de hand van deze informatie werd de slagorde van het werkbataljon gereconstrueerd.Verder onderzoek gebaseerd op bronnen buiten het archief van ADIV zouden hier meer informatie over kunnen leveren (TBD). 
  7. De huidige benaming voor Châlons-sur-Marne is Châlons-en-Champagne.
  8. Daar waar niet veel documentatie beschikbaar is over het werkbataljon van Cdt Joris zijn er wel uitgebreide verslagen beschikbaar over de gebeurtenissen bij het werkbataljon van X/GVCE,  I/40Gn en IV SpT. Aan de hand van deze verslagen kan men zich een beeld vormen van wat met het werkbataljon Joris is gebeurd. Het werkbataljon wordt trouwens ook vermeld in een van deze verslagen.
  9. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Pirnay, aangehecht aan de Cie Depot Hulptroepen van het 4de Legerdepot (4LD). Het verslag van Lt Pirnay is zeer summier over de veldtocht zelf maar beschrijft gedetailleerd de terugtocht van het werkbataljon van X/GVCE onder bevel van Cdt Berns. Het verslag komt in grote mate overeen met het relaas van X/GVCE in het hoofdstuk VOC/ChA van het synthesedossier TRI. Het verslag van Lt Pirnay bevindt zich in het dossier van het 4LD bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  10. Achtergrondinformatie bij Sdt Derobertmasure [On Line beschikbaar]: https://www.wardeadregister.be/nl/dead-person?idPersonne=56591 [Laatst geraadpleegd 30 januari 2020].
  11. Verslag betreffende 12J in het hoofdstuk 5VOC van het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  12. Slagorde officieren van 12J bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. 
  13. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994.