12de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 12de Regiment Jagers te Voet | 12J
12ème Régiment de Chasseurs à Pied | 12Ch
Type Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van 3de Regiment Jagers te Voet
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 5de Versterkings- en Opleidingscentrum
Bevelhebber Kolonel Gerard
Standplaats Kazerne Baron Ruquoy, Doornik
Samenstelling Iste Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant M. Joris)
1ste Compagnie Fuseliers (Cdt P. Boon)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Roty)
3de Compagnie Fuseliers (Lt G. Degroote)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt A. Carptentier)
IIde Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant R. De Boeyer)
5de Compagnie Fuseliers (Lt J. Duvieusart)
6de Compagnie Fuseliers (Lt S. Decoster)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Petit)
8ste Compagnie Mitrailleurs
9de Compagnie Klein Geschut
Compagnie Diensten
(Kapitein-commandant Y. Courtin)

Tijdens de mobilisatie

Staf/12J
In normale omstandigheden stonden de verschillende regimenten en korpsen van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe miliciens. Omdat dit moeilijk lag voor de reeds gemobiliseerde regimenten, die zich zoals het 3J al op hun gevechtsstellingen bevonden, werd de laatst opgeroepen lichting dienstplichtigen samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s). De eerste miliciens van de klas 40 werden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegden de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. Het 12de Regiment Jagers te Voet (12J) wordt opgericht in februari 1940 te Doornik in de Kazerne Generaal baron Ruquoy als één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC). Het regiment staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 3J en zijn ontdubbelingsregimenten 6J en 9J. Net zoals de andere infanterieregimenten van het 5VOC beschikt het 12J op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas 40 en een Compagnie Depot en Algemene Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oude beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

Kazerne Generaal baron Ruquoy in Doornik.

Ingangspoort van de kazerne Generaal baron Ruquoy in Doornik.

De staf van het 5VOC en het 10J bevinden zich eveneens in Doornik

I/12J
Het Iste Bataljon Instructie (I/12J) wordt bij de oprichting van het 12J in februari al geactiveerd en bestaat in hoofdzaak uit de rekruten van de klas ’40 van het 3J. Dit bataljon heeft als opdracht om de opleiding van de nieuwe miliciens te verzekeren. De bevelhebber is Kapitein-commandant Joris. De rekruten van het 3J zullen in het 12J hun basisopleiding ontvangen en het is de bedoeling dat de rekruten na het voltooien van hun opleiding doorgestuurd worden naar het 3J, 6J en 9J als versterkingen.

II/12J
Het IIde Bataljon Versterking (II/12J) dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestond enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van de algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het bataljon op non-actief geplaatst.

CieDst/12J
De Compagnie Diensten (CieDst/12J) van Kapitein-commandant Courtin stond in voor de logistieke en administratieve ondersteuning van het regiment. De compagnie bestond uit drie officieren en 35 onderofficieren en soldaten.

Staf/12J, I/12J
De staf en het Iste Bataljon worden omstreeks middernacht gealarmeerd en vertrekken rond 05u00, in de vroege ochtend nog voor dageraad, naar hun alarmkantonnementen nabij Warchin ten oosten van Doornik. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 5VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De vooraf verkende alarmkantonnementen bevonden zich aan de rand van de agglomeraties van de grote garnizoenssteden of in kleineren steden rond de bestaande kazerne.

Oorlogskantonnementen van het 5VOC (geprojecteerd op na-oorlogse kaart).

Om 06u00 wordt naar aanleiding van de Duitse inval de algemene mobilisatie afgekondigd waardoor de oudere reservisten en vrijgestelden worden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elk Versterkings- en Opleidingsregiment bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 12J is Beveren-Waas en Kieldrecht ten westen van Antwerpen op de Belgisch-Nederlandse grens. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen.

II/12J
Het IIde Bataljon wordt in de kazerne Roquoy geactiveerd om de van mobilisatie vrijgestelde reservisten op te vangen. Door de regionale rekruteringspolitiek die ons leger in de jaren 30 hanteerde, komen de meeste van manschappen bestemd voor het 12J uit de omgeving van Doornik zelf en dienen dan ook niet ver te reizen om hun eenheid te vervoegen. Het bataljon stuurt de toegekomen versterkingen door naar Warchin en zal nog tot 12 mei in Warchin verblijven en vervolgens het regiment opnieuw vervoegen.

I/12J
Het Iste Bataljon verlaat om 06u00 het station van Doornik om zich per trein naar zijn oorlogskantonnement te Kieldrecht te begeven. Het instijgen vindt plaats in het goederenstation van de stad dat bij de plaatselijke inwoners beter bekend staat als “la gare margarine” oftewel “la margarine”. De staf en het Iste Bataljon nemen plaats aan boord van één van de twee klaarstaande treinstellen. Het andere treinstel wordt gebruikt door de onafhankelijke compagnies van het 5VOC.

De reisroute loopt over Leuze, Ath, Lessen, Geraardsbergen (waar gestopt wordt om de tenders van de locomotieven bij te vullen met water), Zottegem en Gent. Van hier uit gaat de tocht noordoost waarts. Onderweg in de buurt van Melle wordt de trein gemitrailleerd door de Duitse luchtmacht en er vallen twee gewonden. De manschappen ontschepen in het station van Beveren-Waas van waaruit ze verder marcheren naar Kieldrecht.

De tweede trein met de onafhankelijke compagnies van het 5VOC heeft minder geluk. Net voorbij het station van Lochristi, op zo’n 10 kilometer ten noordoosten van Gent, wordt de trein gebombardeerd door de Duitse luchtmacht waardoor de trein in twee breekt. Nadien worden de brokstukken nog eens vanuit de lucht gemitrailleerd. Bij de Schoolcompagnie vallen 12 doden en talrijke gewonden te betreuren. Vijf onder hen bezwijken nadien nog aan hun verwondingen.

II/12J
Het bataljon bevindt zich nog steeds te Warchin waar de toegekomen versterkingen van uitrusting worden voorzien en vervolgens toegewezen worden aan de verschillende compagnies.

Staf/12J
De rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van het HK/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud [1] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

II/12J
Het IIde Bataljon komt toe te Kieldrecht waar het bataljon die dag de rest van het regiment vervoegt.

Staf/12J
In de voormiddag wordt Generaal-majoor Lecrique, commandant van 5VOC, in zijn HK te Beveren-Waas door de Fransen op de hoogte gebracht van de mislukking van de opdracht van het 7[FRA]Leger te Breda en hun snelle aftocht uit Nederland.  De Fransen wijzen erop dat er op de linker Scheldeoever vanaf de Belgisch-Nederlandse grens geen Belgische troepen staan opgesteld en drukken hun bezorgdheid uit over mogelijke vijandelijke infiltraties over de Schelde. Om te vermijden dat de kantonnementen van 5VOC bij verrassing aangevallen worden beslist Generaal-majoor Lecrique om de wacht bij de kantonnementen te verdubbelen en om een waakscherm op te stellen langs de Scheldeoever.

I/12J
Het Iste Bataljon wordt door de regimentscommandant van 12J aangeduid om stelling te nemen op de linker Scheldeoever. De manschappen van I/12J ontplooien langsheen de Schelde van de Belgisch-Nederlandse grens tot Fort Liefkenshoek. Hun stellingen worden door I/10J verlengd naar het zuiden. Tegen de avond blijkt dat deze stellingname voorbarig was en het bataljon keert terug naar zijn kantonnement om zijn vertrek naar Frankrijk voor te bereiden.

Staf/12J
Het 12J reist af naar Frankrijk en zal gebruik maken van treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) die klaar staan in het station van Beveren-Waas. Het I/12J wordt een eerste trein toegewezen en het II/12J gaat aan boord van het tweede treinstel. Beide treinen vertrekken nog ’s avonds laat richting Bagnols-sur-Cèze in de Gard. De rest van het regiment maakt zich klaar om de volgende dag te vertrekken. Eén peloton van de 8Cie Mitrailleurs van II/12J gaat echter mee met de trein van de SchoolCie/5VOC om als luchtafweer ingezet te worden.

CieDst/12J
De Compagnie Diensten (CieDst/12J) stijgt diezelfde avond nog in een derde treinstel dat gedeeld wordt met het 2de Legerdepot (2LD). Op deze trein worden ook het materieel, de voertuigen, de paarden en de bagage van het regiment geladen.

CieDst/12J
De trein van de CieDst/12J en het 2LD verlaat Beveren-Waas en wordt aanvankelijk naar Duinkerke gestuurd. De tocht zal twee dagen duren. Aan het eind van de eerste dag wordt Gent bereikt. De manschappen zullen in de trein overnachten.

CieDst/12J
Het treinstel kan verder rijden naar Brugge waar een tweede nacht in de trein doorgebracht wordt. Kostbare tijd gaat verloren.

CieDst/12J in Frankrijk
Het treinstel van de CieDst/12J bereikt Duinkerke, maar komt vast te zitten in de spoorbundel van het rangeerstation te midden van tientallen andere treinen van het Belgisch leger die allen een reispad naar het zuiden moeten krijgen. Er is voorlopig echter geen doorkomen aan.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

CieDst/12J in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken een aantal eenheden van het 5VOC, waaronder het de CieDst/12J en het 2LD, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden. De trein van de CieDst/12J komt definitief vast te zitten in Duinkerke wanneer de Duitsers Abbeville innemen en alzo de geallieerde legers in het noorden omsingelen.

II/12J in Frankrijk
Het IIde Bataljon Versterking komt als eerste toe te Bagnols-sur-Cèze om 00u30.

CieDst/12J in Frankrijk
De Belgische plaatscommandant te Duinkerke kan bekomen dat een reeks treinstellen naar ons land teruggestuurd wordt. Ook de trein van de CieDst/12J keert terug naar België en kan diezelfde dag nog Adinkerke bereiken. Hier stappen de manschappen uit en marcheren naar Koksijde waar ze inkwartieren voor de nacht. De CieDst/12J van Kapitein-commandant Courtin wordt onder bevel geplaatst van het VOC in België.

I/12J in Frankrijk
Twee dagen na de aankomst van II/12J komt ook het I/12J in Bagnols-sur-Cèze toe

CieDst/12J
De compagnie kantonneert nog steeds te Koksijde.

CieDst/12J
De CieDst/12J wordt op bevel van het VOC in België van Koksijde doorgestuurd naar Leffinge ten Zuiden van Oostende.

4 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. De regimentscommandant duidt het II/12J aan om zich om te vormen tot een werkbataljon.

17 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en al snel moesten de werkbataljons teruggestuurd worden. De terugkeer van het werkbataljon van het 12J verliep niet van een leien dakje. Een gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Daarenboven kondigt Maréchal Pétin op 17 juni om 13u30 in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet meer ver af. De Fransen zijn niet meer geneigd om de Belgische inspanningen om de strijd verder te zetten nog te steunen.

22 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
Frankrijk ondertekent de onvoorwaardelijke wapenstilstand met Duitsland in Compiègne en komt met de Duitsers overeen om de nog aanwezige Belgen in het niet bezette deel van Frankrijk te ontwapenen en aan de Duitsers uit te leveren. Nog anderhalve maand blijven de gedemotiveerde Belgische eenheden doelloos rondhangen in Frankrijk.

23 juni 1940

Staf/12J in Frankrijk
Het 5VOC wordt na de verliezen van de voorbije twee weken gereorganiseerd tot:

  • 10de Regiment Jagers te Voet
    • Iste Bataljon Instructie (vier compagnies)
    • IIde Bataljon Instructie (vier compagnies)
    • Schoolcompagnie
  • 11de Regiment Jagers te Voet
    • Iste Bataljon Versterking (vier compagnies)
    • IIde Bataljon Versterking (vier compagnies)
    • Compagnie algemene diensten
  • Regiment Hulptroepen
    • 15de Bataljon Hulptroepen (vier compagnies)
    • 16de Bataljon Hulptroepen (vier compagnies)

De resterende manschappen van het 12de Regiment Jagers te Voet worden verdeeld over 10J en 11J, waarna 12J wordt ontbonden.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendBAYERErnest, F.SdtMil4015.08.1920Marchienne-au-Pont19.05.1940Dunkerque (F)Cie M76
OnbekendBEELEGeorges, H.J.KplMil3917.06.1921Brussel11.05.1940DestelbergenSchool Cie
OnbekendBRUNEELGeorges, H.KplMil3001.05.1910Hergnies (F)20.05.1940Maastricht (NL)School Cie
StafDE RICKJean, E.M.KplMil3616.09.1916Tournai11.05.1940GentOverleden in Militair Hospitaal
2/IDEROBERTMASUREFernand, J.E.SdtMil4008.01.1920Lessines19.06.1940Darney (F)
OnbekendLANCSWEERTPaul, A.P.SdtMil3904.01.1915Etterbeek11.05.1940GentSchoolCie
OnbekendRUELLEJules, J.SdtMil4008.04.1920Herchies28.05.1940Bordeaux (F)
9/IIVERMEERENAndréSdt22.02.192131.05.1940Dordrecht (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5. Overleden in hospitaal.

Bibliografie en Bronnen

  1. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  2. De Soldaat Vleminckx van de Staf/12J werd begraven op het militair ereveld van het kerkhof Saint-Michel in Carcassonne. Hij reisde vermoedelijk mee met de colonne wielvoertuigen van het 5VOC die op 17 mei te Angers toekwamen van waaruit de reis per trein werd voortgezet via Bordeaux, Toulouse, Carcassonne en Perpignan. Vermoedelijk werd Sdt Vleminckx  opgenomen in het militair hospitaal van Carcassonne ten gevolge van een incident onderweg of ziekte. Meerdere Belgische militairen die overleden in het militair hospitaal van Carcassonne werden op het kerkhof van Saint-Michel begraven.
  3. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994.