12de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 3de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Yvan Gerard
Standplaats Versterkte Positie Luik
PFLII Lijn
Ondersector Evergnée-Fléron
Commandopost te Queue-du-Bois
Samenstelling I Bataljon (Majoor E. Cassart) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt Dressen)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt Pierman)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt Collard)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Derasse)
II Bataljon (Majoor Gohy) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt Clossen)
6de Compagnie Fuseliers (Lt Schellings)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Franchioly)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Legrain)
III Bataljon (Majoor Rigal) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt Gascard)
10de Compagnie Fuseliers (Lt Lejeune)
11de Compagnie Fuseliers (Lt Noel)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Rucquoy)
IV Bataljon (Majoor Dombard) 13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Liebert)
14de Compagnie C47 (Cdt Loriaux)
15de Compagnie M76 (Cdt Decortis)
Stafcompagnie (Onderluitenant F. Herbillon)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein P. Féron)
Peloton Verkenners (Luitenant Léandre De Corte)

Tijdens de mobilisatie

De 3de Infanteriedivisie maakt op 10 mei deel uit van de Versterkte Positie Luik en staat samen met de 2de Infanteriedivisie opgesteld in een grote boog op de oostelijke oever van de Maas. De eenheden bezetten er stellingen tussen de forten rondom de stad ten noorden van de Vesder aan de zogenaamde PFLII lijn. Deze posities werden een laatste keer aangepast op 27 april:

  • De commandopost van het regiment staat opgesteld in het gemeentehuis van Queue-du-Bois.
  • Het IIde bataljon ligt in eerste lijn nabij Retinne.
  • Het IVde bataljon bemant eveneens de eerste linie rondom Evegnée
  • Het Iste bataljon vormt het tweede echelon en heeft zijn commandopost te Moulin-sous-Fléron. Van noord naar zuid liggen de 3de compagnie te Queue-du-Bois, de 1ste compagnie te Moulin-sous-Fléron en de 2de compagnie te La Neuville.
  • Het IIIde bataljon ligt op de linkeroever te Herstal en vormt er de reservemacht van de 3de divisie. De 9de en de 10de compagnie kantonneren op de terreinen van de Fabrique Nationale. De 11de compagnie vindt onderdak in de verlaten Sépulchre fabriek. Bij een alarm moet de 9de compagnie de oever van de Maas tussen de bruggen van Coronmeuse en Wandre bezetten. De overige fuselierscompagnies moeten post vatten op het Ile Monsin. De 12de compagnie verzorgt de luchtafweertaak nabij de staf van het IIIde legerkorps op de Citadel.
  • Het peloton verkenners is afgedeeld bij het 1CyF om de grens te helpen bewaken ten oosten van Luik.

Het regiment wordt om 00u30 gealarmeerd en verwittigt onmiddellijk de bataljons. Vervolgens trekt de staf van het regiment naar naar oorlogsstandplaats in de galerijen van de Quatre-Vents koolmijn.

Kolonel SBH Yvan Gerard.

Het IIIde bataljon wordt uit reserve gehaald en moet de 10de compagnie aangevuld met één peloton mitrailleurs van de 12de compagnie naar het Ile Mosinte Luik sturen. De staf en de twee overgebleven pelotons mitrailleurs van de 12de compagnie worden ontplooid op de citadel als onderdeel van de luchtafweer. De rest van het bataljon gaat naar La Préalle.

Het 12Li mist heel wat verlofgangers, maar is een plaatselijk regiment en moet gelukkig niet lang wachten vooraleer de eerste afwezigen toekomen bij hun eenheid.

Enkele van de de zware mitrailleurs van de 13de compagnie staan opgesteld op de hoogten bij de Chartreuse en worden aldaar eveneens gebruikt om de luchtafweer aan te dikken. Tijdens de ochtend is men daar getuige van het overvliegen van grote aantallen Duitse toestellen en kan men vanop de Luikse hoogten waarnemen hoe de Luftwaffe de forten aanvalt. Het 12Li beweert 4 Duitse toestellen te hebben neergehaald.

De rest van de dag verloopt relatief rustig. Het peloton verkenners keert tijdens de vroege ochtend terug van Eupen naar Verviers en Lambermont. Tijdens de namiddag komen de wielrijders aan bij het regiment te Luik. De eerste gevechtsgroep van het peloton is echter achtergebleven in de kazerne te Eupen en wordt er door de Duitsers gevangen genomen.

Reeds om 20u00 vaardigt het Groot Hoofdkwartier een bevel uit om de Versterkte Positie Luik op te geven. Nu de Duitsers ten noorden van Luik het Albertkanaal overgestoken zijn en er de 7de Infanteriedivisie met het 2Gr, 2C en 18Li uit elkaar geslagen hebben, dreigt de omsingeling van het IIIde Legerkorps te Luik. Te Luik moet de 3de Infanteriedivisie naar de linkeroever van de Maas, terwijl de 2de Infanteriedivisie naar de K.W. Stelling gestuurd wordt.

Het IIIde bataljon wordt opnieuw onder het directe bevel van het regiment geplaatst.

Reservisten te Luik, op weg naar hun eenheid.

Tijdens de nacht van 11 op 12 mei verlaten de laatste elementen van het Ist en IIde bataljon hun stellingen tussen de fortenlijn en trekken zich terug over de bruggen over de Maas naar de westelijke over. Alvorens te vertrekken worden in de zone van de PFL2 een reeks wegvernielingen uitgevoerd. Een deel van de 8ste compagnie heeft het bevel tot terugtrekken echter niet ontvangen en zal pas tegen de middag ontdekken dat de rest van het regiment uit de PFL2 verdwenen is. Dit detachement gaat er op eigen houtje van door en zal zijn compagnie bijbenen op 12 mei in de omgeving van Marche-les-Dames.

Staf, Iste, IIIde bataljon en IVde bataljon (onder bevel van Comd 12Li)
Het gros van 12Li neemt nieuwe posities is op de linkeroever vanaf de brug vanaf de brug van Wandre in het noorden (exclusief) tot aan de brug van Coronmeuse in het zuiden (inclusief). Het 1Li sluit aan in het noorden, vanaf de brug van Wandre. Het 25Li vervolgt de linie in het zuiden, vanaf de brug van Coronmeuse. De nieuwe opstelling is als volgt:

  • De regimentsstaf, de staf van het IVde bataljon en staf en een peloton mitrailleurs van de 13de compagnie installeren zich in het kasteel van Bouxthay
  • het IIIde bataljon heeft zijn commandopost in de fabrieken van F.N. te Herstal en gaat in stelling van de brug van Wandre (exclusief) tot de brug van Marexhe (exclusief):
    • De 11de compagnie (minus één peloton) vormt het eerste echelon en bezet de bunkers op het Ile Monsin.
    • Op het tweede echelon komt de 10de compagnie te liggen tussen de brug van Wandre en de noordelijke deuren van de sluis aan het Ile Monsin. Het overgebleven peloton van de 11de compagnie bewaakt de sluis. Vanaf de zuidelijke sluisdeuren tot de brug van Marexhe neemt de 9de compagnie plaats.
    • Het bataljon wordt versterkt door een peloton C47 anti-tankkanonnen en een peloton M76 mortieren
  • het Iste bataljon heeft zijn commandopost in het kasteel van Bernalmont en vervolgt de linies van de brug van Marexhe (inclusief) tot de brug van Coronmeuse (inclusief):
    • De 2de compagnie komt rond de brug van Marexhe te liggen.
    • De 1ste compagnie vervolgt de linies langsheen de Quai de Wallonie.
    • De 3de compagnie bewaakt de brug van van Coronmeuse.
    • Het bataljon ontvangt eveneens een peloton C47 anti-tankkanonnen en een peloton M76 mortieren maar krijgt ook twee pelotons mitrailleurs van de 13de compagnie in steun.

Buiten deze verplaatsing, verloopt de tweede oorlogsdag voor het Iste, IIIde en IVde bataljon zonder incidenten. De burgerbevolking van Luik is voor een groot deel vertrokken. Het Ile Monsin wordt kort na de middag geevacueerd door de 11de compagnie ter voorbereiding van de vernieling van de bruggen over de Maas. De compagnie gaat in rust op de wijk La Ruche.

De staf van het regiment ontvangt om 16u30 via Luitenant Materne, verbindingsofficier bij de 3de Infanteriedivisie, de opdracht om tot de evacuatie van Luik over te gaan. De divisiestaf geeft het foutieve bevel om tijdens de nacht van 11 op 12 mei terug te trekken over een afstand van 40Km in de richting van Hannuit en Tienen. Het IIIde Legerkorps bevestigt dat de marsrichting naar het zuidwesten dient te lopen en de eenheden in de richting van Namen moeten vertrekken, maar de staf van de 3de infanteriedivisie kan door het uitvallen van de telefoonlijnen op het fort van Lantin dit bericht niet overmaken aan het 12Li. Kolonel Gerard heeft bovendien zijn commandopost verlaten om de marsorders in eigen persoon over te maken aan zijn Iste en IIIde bataljon.

Gerard verspreid de nodige orders om zijn regiment te laten vertrekken via de Maas tot in Seraing om vervolgens af te buigen naar Les Awirs, Saint-Georges en Vinalmont tot in Hannuit. De vertrektijd wordt vastgelegd op 18u30 en de kolonel begeeft zich direct naar het vertrekpunt bij de brug van Coronmeuse om de afmars te aanschouwen. Onderluitenant Herbillon van het peloton verkenners zal om 18u45 op de hoogte gebracht worden van de correcte bestemming. De rest van het regiment ontvangt om 21u30 de juiste marsbevelen. Het startpunt voor de etappe wordt nu bepaald te Glain. De te volgen route loopt over Montegnée, Les Awirs, Stockay, Jehay-Bodegnée, Villers-le-Bouillet, Vinalmont en Moha naar Oteppe op de zuidelijke oever van de Méhaigne rivier. De nieuwe vertrektijd wordt 02u30.

Door deze vergissing is het regiment echter uit elkaar komen te vallen.

Op de regimentsstaf en de staf van het IVde bataljon vertrekt het administratief personeel en het verbindingspersoneel dat over een fiets beschikt vertrekt samen met de overgebleven wielrijdersgroep van het peloton verkenners en een deel van de voertuigen tussen 17u00 en 18u00 in de richting van Hannuit. Dit detachement zal in de loop van de avond nog dit stadje bereiken. Commandant Decortis van de 15de compagnie laat de manschappen inkwartieren.

De Onderluitenanten Van Craen, De Coune en Reuter worden samen met het regimentsvaandel in een personenwagen eveneens naar Hannuit gestuurd. Het drietal bereikt de stad om 20u00 en wordt door een stafofficier van het Iste Legerkorps naar Gembloers bevolen. De officieren zullen hun regiment terugvinden op 15 mei te Poeke.

Op bevel van Kolonel Gérard zal de rest van het 12Li de nieuwe vertrektijd van 02u30 niet afwachten. De kolonel is er zich immers van bewust dat het traject naar Oteppe zo’n 40Km lang is en een vertrek diep in de nacht zou betekenen dat slechts het eerste gedeelte onder dekking van de nachtelijke duisternis kan verlopen. De regimentscommandant wil het risico van een nieuwe luchtaanval zo veel mogelijk vermijden en laat de colonnes eerder vertrekken. In het kielzog van het 1Li passeert het 12Li aan de brug van Fragnée omstreeks 22u45. Het gros van de colonne gaat hier zoals voorzien rechtsaf naar het station van Luik-Guillemins, maar een detachement onder leiding van Commandant Gascard en bestaande uit de 9de compagnie, een peloton van de 12de compagnie, een peloton van de 13de compagnie en het geneeskundig peloton van het IIIde bataljon volgt het 1Li dat per abuis de oever van de Maas richting Hoei.

IIde bataljon (IIIde Legerkorps)
Het IIde bataljon tenslotte gaat in divisiereserve te Alleur waar het aangehecht wordt bij een tijdelijke groepering van vier infanteriebataljons onder commando van het 1ste Linieregiment. Deze groepering moet het tweede echelon van de nieuwe positie vormen op het plateau dat over de Maas uitkijkt, tussen Grâce-Berleur en Liers. De bataljons staan als volgt opgesteld:

  • het IIde bataljon van het 25ste Linieregiment van Grâce-Berleur tot de baan van Luik naar Sint-Truiden (exclusief)
  • het IIde bataljon van het 12de Linieregiment van de baan van Luik naar Sint-Truiden (inclusief) tot de spoorwegoverweg ten zuid-oosten van de kerk van Rocourt
  • het Iste bataljon van het 1ste Linieregiment van deze spoorwegoverweg tot het centrum van Rocourt
  • het IIIde bataljon van het 1ste Linieregiment van Rocourt tot Liers

De vernielde brug van Wandre.

Het IIIde Legerkorps ziet terecht dat zijn noordelijke flank steeds meer bedreigd wordt. Om de flankdekking te verzekeren, stuurt het IIIde Legerkorps om 10u00 het I/1Li, III/1Li en het III/1CyF onder bevel van Kolonel SBH L. Barthélemy van 1CyF ter versterking naar de noordflank om post te vatten langsheen de Jeker, tussen het dorp Glons en het gehucht Pierreux ten oosten van Bassenge. Het II/12Li wordt om 12u30 toegevoegd aan deze groepering en op pad gestuurd naar Voroux-lez-Liers.

Tussen 13u00 en 15u00 komt het IIde bataljon volledig vast te zitten tussen Lantin en het kerkhof van Voroux door aanhoudende acties van de Luftwaffe. Er vallen twee gewonden en een bestelwagen wordt vernield. Na nog een luchtaanval rondom 16u00 kan het bataljon niet meer vooruit komen. Om 21u00 gaat Majoor Rigal over tot een stellingname wanneer het bericht loopt dat Duitse tanks aanstormen uit de richting van Tongeren:

  • Op het eerste echelon bezet de 7de compagnie de Chaussée de Tongres tussen Lantin en Voroux en de 6de compagnie de noordrand van het dorp Voroux.
  • Op het tweede echelon wordt de 5de compagnie langsheen de Chaussée de Tongres geplaatst, met front naar het westen om een aanval in de flank te blokkeren.
  • Majoor Rigal beveelt deze stelling van uit een woning langsheen die zelfde steenweg.

Omstreeks 22u30 opent de 7de compagnie het vuur op de colonne van het 1ste Regiment Lansiers die uit de richting Tongeren komt aanrijden. In dit blue-on-blue incident vallen bij de lansiers twee doden, een dodelijk gewonde en twee lichtgewonden.

12de Compagnie (minus één peloton) (IIIde Legerkorps)
Het gros van de 12de compagnie blijft nog steeds de luchtafweer verzorgen op de Luikse citadel.

Detachement Decortis (administratief personeel en verbindingspersoneel regiment en IVde bataljon, wielrijdersgroep peloton verkenners)
Dit detachement heeft Hannuit bereikt waar het tijdens de ochtend van 12 mei ingehaald wordt door de vijand en de wapens neerlegt. Kapitein-commandant Decortis, de Onderluitenanten Herbillon, Bastin en Jansen en Aalmoezenier Van Zuylen worden samen met een honderdtal manschappen gevangen gemaakt. Het gros van het transmissiematerieel van het regiment gaat verloren. Van het peloton verkenners blijft nu alleen de gevechtsgroep met de motorfietsen over.

Staf 12Li
Met het IIIde bataljon op kop, trekt het 12Li zich uit het dal van de stad Luik. Tijdens de klim uit de vallei van de Maas rekken de colonnes zich verder uit en raken het IIIde en het Iste bataljon mekaar even kwijt. Bovendien worden de compagnies doorkruist door allerhande groepjes burgers en militairen die zo snel mogelijk weg willen. De tocht gaat bijzonder langzaam. Kolonel Gérard wacht te Les Awirs wanhopig zijn troepen op en vreest voor het ergste wanneer de colonne om 05u00 nog 3Km verder naar het noorden zit. Het regiment heeft dan reeds twee en een half uur vertraging op het oorspronkelijke schema en heeft het voordeel van zijn voortijdig vertrek volledig verspeeld. De kolonel haast zich samen met met Commandant Callens en Luitenant Delvaux naar het 13Km meer naar het zuiden gelegen Villers-le-Bouillet en wacht opnieuw enige tijd af. De drie officieren rijden vervolgens naar Oteppe via Longpré, op zoek naar hun regiment. Het stafgroepje komt uiteindelijk omstreeks 11u00 aan te Namen en zal het regiment slechts aan het eind van de dag terugzien. Kolonel Gérard installeert zijn nieuwe hoofdkwartier in Chateau des Balances te Salzinnes.

De colonnes van het 12Li vallen door die chaos op de wegen al snel uit elkaar. De bataljons verliezen hun compagnies en de compagnies raken hun pelotons zoek. Wat een georganiseerde aftocht had moeten worden, verandert al snel in een ellendige en verwarde vlucht uit Luik. Heel wat van de achterblijvers worden door de vijand ingehaald bij hun doortocht door Haspengouw. De ganse dag door blijven groepjes militairen zich overgeven aan de Duitse voorhoeden en gaan heel wat manschappen en materiaal verloren.

Het hoofdkwartier van de 3de infanteriedivisie komt tijdens de namiddag aan te Lavoir en krijgt daar het bevel van het VIIde Legerkorps om de divisie te hergroeperen in de zone tussen Temploux, Franière, Floreffe en Malonne ten westen van Namen. Het Belgische opperbevel beslist om de gehavende 3de infanteriedivisie tot in West-Vlaanderen terug te trekken en toe te voegen aan de reserve. De divisie heeft tijdens de aftocht immers alle samenhang volledig verloren en is aan een dringende reorganisatie toe om ze opnieuw gevechtsklaar te maken. De aftocht zal via Charleroi gebeuren waar de divisie op treintransport zal worden gezet. Het divisiehoofdkwartier reist zo snel mogelijk vooruit en zal zich op 14 mei in het kasteel van Mevrouw De Roo-Jans in Doomkerke te Ruislede gaan vestigen.

De eerste troepen van het 12Li die eveneens het Chateau des Balances te Salzinnes bereiken omvatten een gedeelte van de 12de compagnie en de geneeskundige troepen.

Iste Bataljon
Het Iste bataljon marcheert via Les Awirs en Stockay naar Warfusée en houdt hier omstreeks 09u00 halt in het park van het gelijknamige kasteel. De troepen blijven gedurende een tweetal uur ter plekke en er wordt besloten verder te marcheren na een beschieting door vijandelijke vliegtuigen. Het peloton C47 anti-tankkanonnen heeft dan reeds zijn geschut achtergelaten. Majoor Cassart besluit dat hij te ver naar het noorden zit en laat de oever van de Ampsin volgen tot aan de Maas. Het bataljon komt zo omstreeks 13u00 aan tegenover Hoei. Cassart laat hier opnieuw halt houden terwijl hij uitzoekt hoe zijn bataljon op de beste manier Oteppe kan vervoegen. Wanneer er om 19u00 nog steeds geen nieuwe plannen zijn en het steeds duidelijker wordt dat de Franse genie alle overgebleven bruggen over de Méhaigne gaat vernielen, besluit de majoor om Oteppe te vergeten en naar Namen verder te trekken. Het bataljon steekt de Méhaigne over via de brug van Statte. Met uitzondering van het verloren gegane anti-tankgeschut en achtergebleven individuele militairen is dit bataljon nog min of meer compleet.

Detachement Rigal (IIIde Bataljon)
Wanneer Majoor Rigal bij dageraad te Bierset passeert, rest hem nog de 11de compagnie, een peloton van de 13de compagnie en een sectie van de 14de compagnie. Alle andere eenheden bevinden zich elders. Daarentegen heeft hij onderweg wel enige verdwaalde militairen van de IIde en IVde bataljons kunnen recupereren. De majoor stippelt een route uit via Noville en de heirbaan van Tongeren naar Amay. Bij de doortocht te Voroux-Goreux kan nog een tweede peloton van 13de compagnie aanhaken. De kaarsrechte weg naar Amay wordt echter al snel verlaten om aan het zicht van de vijandelijke luchtmacht te ontkomen en Majoor Rigal raadpleegt zijn stafkaarten opnieuw: het bataljon dient via Haneffe, Verlaine, Fize-Fontaine, Warnant en Fumal naar Oteppe te marcheren.

Aan het bruggetje over de Yerne te Haneffe wordt de colonne ingelopen door vijf Duitse pantserwagens. De vijand laat de Belgen echter begaan en om 08u00 bereikt het detachement Fize-Fontaine. Hier vindt Majoor Rigal het detachement van Commandant Gascard terug. De samengevoegde colonnes willen zo snel mogelijk verder naar Warnant.

Nog geen 15 minuten later wordt het IIIde bataljon echter opnieuw aangevallen door de Luftwaffe en ingelopen door vijandelijke pantsers. Gedurende de volgende drie uur worden de compagnies zowel van uit de lucht als van op de grond beschoten. De marsroute naar Warnant is definitief geblokkeerd en Majoor Rigal stuurt zijn troepen naar het zuiden in de richting van Hoei. De Duitsers hebben geen interesse in de verdere achtervolging en willen alleen de flank van hun opmars naar het zuidwesten doorheen Haspengouw dekken. Het contact kan dan ook probleemloos verbroken worden en het IIIde bataljon ontsnapt aan de gevangenname. Het incident kost het leven aan vijf militairen en een twintigtal gewonden.

De colonne splits zich opnieuw in twee, ditmaal op aangeven van Rigal die koste wat kost een nieuwe aanval van de Luftwaffe wil vermijden.

IIde Bataljon
De aftocht van het IIde bataljon verloopt zo mogelijk nog moeilijker. Het bataljon marcheert slechts rond 08u00 door Les Awir en is het regiment nog steeds niet kunnen bijbenen. De 6de, 7de en 8ste compagnie zijn bovendien volledig uit elkaar geslagen zodat van het bataljon slechts de staf en de 5de compagnie overblijft. De overige manschappen trachtten zich tevergeefs een weg te banen uit de chaos en zullen die dag gevangen genomen worden. De 5de compagnie moet tot overmaat van ramp eveneens afhaken. Rond 14u30 kunnen te overblijvers het IIIde bataljon vervoegen te Halbosart. Rond 16u00 wordt Hoei gepasseerd.

De commandopost van het regiment bevindt zich aan het eind van de dag te Salzinnes nabij Namen. De meeste detachementen van de eenheden die nog samen zijn kunnen blijven zijn te Namêche verzameld kunnen worden. Verschillende compagnies bevinden zich verspreid op de wegen richting Namen.

Manschappen van het 12Li maken een souvenirfoto tijdens de herfst van 1939.

Staf
Tijdens de ochtend verplaatst het regimentscommando zich van Salzinnes naar het gemeentehuis van Malonne ten zuidwesten van Namen. Kolonel Gérard zal er zijn eenheden opwachten en het regiment trachten te verzamelen met het oog op een verdere aftocht.

Iste Bataljon
Majoor Cassart en zijn bataljon marcheren naar Namèche en worden kort voor 04u00 onderschept door Luitenant Willems de Ladersous die het bevel doorgeeft om onmiddellijk Suarlée te vervoegen. Cassart oordeelt echter dat zijn manschappen dringend aan rust toe zijn en laat halt houden te Namèche.

De overgebleven eenheden zetten zich na een korte rustperiode na de middag een na een opnieuw in beweging. De restanten van het IIIde bataljon verlaten Namêche rondom 13u00. Andere eenheden vangen in de komende uren opnieuw de vermoeiende mars naar het zuidwesten aan. De manschappen stappen in twee rijen, links en rechts aan de rand van de weg. Achteraan worden de bagagewagens en caissons met de mitrailleurs getrokken door paarden met een tussenruimte van ongeveer 50 meter. Op enkele cais­sons hebben de mannen een Maxim als luchtafweer geplaatst.

De Duitse vliegtuigen mitrailleren en bombarderen regelmatig de troepen en er vallen enkele bijkomende slachtoffers. Ook een aantal wagens moet vernield worden achtergelaten. Soldaten en paarden tonen tekenen van vermoeidheid. Sommige mannen werpen hinderende ballast zoals schopjes en andere voorwerpen van hun uitrusting van zich af. Anderen gebruiken achtergelaten fietsen, zelfs met lekke banden, om hun uitrusting verder mee te slepen.

Een na een komen de detachementen aan te Malonne. Het Iste bataljon is nog het meest intact en marcheert onder luid applaus van de plaatselijke bevolking en de Franse troepen door Namen. Het bataljon wil Malonne vervoegen maar wordt onderweg afgeleid naar Temploux zodat het 12Li alweer een kans moet laten voorbijgaan om zich te hergroeperen.

Aan het eind van de dag is de situatie als volgt:

  • de regimentsstaf bevindt zich te Malonne
  • het Iste bataljon en het medisch peloton van het IIIde bataljon zijn naar Temploux afgeleid
  • het IIde bataljon is herleid tot een fractie van de staf en de 7de compagnie en is te Malonne
  • het IIIde bataljon heeft onderweg een deel van de 13de en de 15de compagnie teruggevonden en is zelf verscheidene pelotons van de 10de en 12 compagnie verloren en is eveneens te Malonne

De dag wordt afgesloten met nieuwe marsbevelen voor 14 mei: het regiment moet naar Fleurus via Buzet, Fosses en Tamines.

De aftocht van de detachementen zet zich die nacht verder richting Charleroi. Bevoorrading is er niet en de enige maaltijd voor de ganse dag is vaak brood en corned beef en soms soep of koffie. Waar mogelijk wordt getracht een onderkomen voor de nacht te vinden in een hoeve, kasteel of een ander verlaten gebouw. De jacht op eten en drinken is de bijzonderste activiteit van vele manschappen. Indien alcoholische dranken ontdekt worden, zijn er steeds mannen die zich een stuk in de kraag drinken om de ellende te vergeten. Het 12Li verliest alweer belangrijke groepen achterblijvers.

Het detachement met het Iste bataljon en het medisch personeel van het IIIde bataljon komt aan te Fleurus om 04u30 en gaat onmiddellijk aan boord van een klaarstaande trein. Om 08u00 wordt het vertreksein gegeven

De rest van de detachementen uit Namen komen aan te Tamines rondom 10u00 en worden ook hier op transport gezet. Deze groep omvat de regimentsstaf, ongeveer 300 manschappen van het 2de bataljon en de overgebleven eenheden van het IIIde bataljon. Hun trein vertrekt even na 16u00.

Een laatste georganiseerde groep rond Commandant Marechal met manschappen van de 5de, 6de, 7de en 8ste compagnies bereikt die ochtend Lambusart ten noordoosten van Charleroi. ’s Morgens vroeg trekken de colonnes de gemeente binnen richting station om daar de trein te nemen. Te Lambusart er zopas Franse soldaten aangekomen en hun trein met materieel en munitie moet nog gelost worden. De Belgen duiken zo snel mogelijk huizen en kelders in wanneer er vijandelijke vliegtuigen opdagen. In een zeer korte tijd worden spoorwagens met hun lading ondersteboven gekeerd. Huizen en straten in de onmiddellijke omgeving krijgen het hard te verduren. Het detachement vertekt onmiddellijk uit het dorp omdat een tweede aanval verwacht wordt. De manschappen verstoppen hun in de omgeving en wachten af.

Het detachement rond het Iste bataljon komt om 08u00 aan te Beernem. De manschappen blijven de ganse dag ter plekke en overnachten in de omgeving.

De groep rond de regimentsstaf en het IIde en IIIde bataljon is tijdens de nacht van 15 op 16 mei vast te komen zitten in een treinongeval tussen Denderleeuw en Erembodegem. De trein is er ingereden op een tankwagen met brandstof en de brand heeft de locomotief vernield. De trein kan enkele uren later gered worden door een nieuwe stoomloc en rijdt rondom 18u00 Aalter binnen. De manschappen marcheren naar Ruiselede en zoeken hier kantonnementen op voor de nacht.

Het detachement van Commandant Marechal slaagt er in te vertrekken uit Lambusart en spoort richting Brussel.

De tocht per trein van Commandant Marechal en zijn manschappen verloopt erg langzaam doorheen de nacht. Tijdens de ochtend rijdt de trein door Brabant. In de gehuchten langs de spoorlijn waar de trein voorbij rijdt staan burgers die de infanteristen toewuiven. De trein vervoegt via Groot-Bijgaarden het spoor naar Gent en Brugge en komt tijdens de ochtend aan te Beernem. Van hieruit wordt te voet Ruiselede opgezocht.

De staf vindt onderdak in het Kasteel van Poeke. De manschappen worden verdeeld over Ruiselede en Poeke en rusten uit:

  • het Iste bataljon krijgt de zone tussen Ruiselede en Poeke toegewezen
  • het IIde en IIIde bataljon nemen kantonnementen in te Ruiselede
  • het divisiehoofdkwartier stelt zich op in Bellem

Te Poeke komt een grote groep achterblijvers aan onder leiding van Luitenant Collette. De manschappen hadden in Fleurus de trein gemist en zijn op eigen houtje naar Vlaanderen getrokken met opgeëiste fietsen.

Er ontbreken nog steeds heel wat mannen op het appel. Pelotons, secties en groepen worden herschikt en samengesteld. Het regiment wordt herschikt tot drie bataljons van telkens vier kleine compagnies. Elke nieuwe compagnie krijgt twee pelotons fuseliers, een peloton mitrailleurs, een antitankkanon c47 en een mortier m76 toegewezen. Het IVde bataljon wordt ontbonden.

Het regiment wordt herschikt tot twee bataljons infanterie en een derde bataljon zware wapens.

Het 12Li blijft in Ruiselede en Poeke. De ganse dag wordt doorgebracht met het hergroeperen van de manschappen en het verwerven van nieuwe uitrusting. Nog steeds blijven er groepjes militairen toekomen: een groep rond de 6de compagnie fietst tijdens de namiddag Poeke binnen na een lange tocht over Bergen, Oudenaarde en Deinze.

Het regiment verblijft nog steeds te Ruiselede en Poeke. Een laatste herschikking maakt van het regiment opnieuw een korps met drie bataljons infanterie en een bataljon zware wapens, maar de eenheden zijn wel een pak kleiner dan op 10 mei. Er wordt ook besloten om met de talrijke opgeëiste fietsen het peloton verkenners uit te bouwen tot een compagnie verkenners. Het regiment telt ongeveer 2,000 militairen (3,570 voorzien) en heeft slechts 24 zware mitrailleur (48 voorzien), 7 anti-tankkanonnen (12 voorzien) en 7 mortieren (8 voorzien). Het voor het vertrekt die dag worden in extremis nog een klein aantal bijkomende Maxim mitrailleurs ontvangen.

In samenspraak met de Britten zal een positiewissel aan de Bovenschelde uitgevoerd worden. Ten zuiden van de Oudenaarde zal de Britse 44ste infanteriedivisie afgelost worden door de Belgische 3de infanteriedivisie tussen Eine en Melden. De regimenten van de divisie zijn echter nog in volle reorganisatie en zijn niet niet marsvaardig. De verplaatsing zal daarom tot 22 mei uitgesteld worden. Het 12Li en het 1Li zullen vooruitgestuurd worden en moeten die avond vanaf 21u00 de mars van Wakken en Dentergem aanvatten om de tocht naar de Bovenschelde in te korten. Ook het divisiehoofdkwartier verhuist die nacht naar Wakken.

De Maxim MG08 zware mitrailleur werd op een door paarden getrokken affuit vervoerd.

De infanteristen belanden rond 01u00 in de regio Wakken – Markegem waar de rest van de nacht doorgebracht wordt. Aanvankelijk wordt gepland dat de eenheden de komende nacht de Leie zullen overschrijden en naar Wortegem zullen marcheren. Tijdens de halt in Wakken komen geheel onverwacht nog zo’n dertigtal te Namen achtergebleven militairen toe bij het 12Li.

Op de Conferentie van Ieper besluit het geallieerde opperbevel echter om na de Duitse doorbraak in Frankrijk de linies naar het westen te verplaatsen. De Belgen zullen de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde opgeven om zich terug te trekken naar het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Voor de 3de infanteriedivisie betekent dit dat de voorziene verplaatsing naar de Bovenschelde niet doorgaat en de troepen onmiddellijk afgeleid zullen worden naar de Leie.

Rond 02u00 ontvangt het regiment dan ook zijn nieuwe bevelen en wordt koers gezet naar de oever van de Leie. Nog tijdens de nacht vertrekt het 12Li van uit Wakken te voet naar Kuurne. Te 08u00 ’s morgens komen ze na een mars van 12 Km aan met de 2.000 overblijvende manschappen. De ganse 3de infanteriedivisie telt dan nog slechts zo’n 6.000 van de oorspronkelijk 11.000 militairen.

Soldaten van het 2de Regiment Grenswielrijders (2CyF) hebben al post gevat langs de Leie van Harelbeke tot aan de wijk de Leiehoek te Kuurne. De militairen van het 12Li zullen zich aansluitend ingraven langs de oever van de Leie, tot aan de grens met Kortrijk. Koortsachtig beginnen de soldaten schuttersputten en verschansingen te delven. De elementen van het 2CyF verlaten vervolgens de Kanaaloever om zich op het derde echelon op te stellen en er de reservemacht van de 3de divisie te vormen.

Het I/12 bevindt zich aan de oever bij Kuurne op links, terwijl het II/12 de rechtervleugel voor zijn rekening neemt. Het III/12 gaat in tweede lijn in Kuurne zelf. Ten noorden van het 12Li ligt het 25Li en ten zuiden neemt het 24Li over. Net tegenover de infanteristen van het 12Li situeert zich op de rechteroever van de Leie de stad Harelbeke. De agglomeratie strekt zich uit tot aan de rivieroever en biedt een uitstekende dekking aan de aanvaller.

Twee batterijen van 3A moeten vuursteun aan het 12Li verlenen met hun twaalf 75mm kanonnen.

Tijdens de nacht van 22 op 23 mei steken de laatste Britten het kanaal over en vernietigen de bruggen in de sector nabij Kuurne. De vernietigingen zijn niet compleet en tijdens de ochtend moet de Belgische genie het werk afmaken.

De Belgische posities langsheen de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden bemant het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Wielsbeke – Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste divisie Ardeense Jagers en de 10de infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

Het dorp Kuurne met zijn bijna 8.000 inwoners wordt bijna geheel geëvacueerd aangezien de dorpskern op slechts 400m van de oever van Leie gesitueerd is en de ganse bevolking midden in de vuurline zou vastzitten

Net na de middag duiken Duitse verkenners op te Harelbeke en kort daarna worden de Belgen onder vuur genomen. De vijand installeert zich met haar automatische wapens op de zolders van de huizen langs de Leie. Tegen 19u30 ’s avonds is het ganse II/12 in contact met de vijand. De vuurgevechten duren de ganse nacht voort.

Belgische krijgsgevangenen steken onder toezicht van de vijand de Leie over.

De vijand tracht op verschillende locaties de Leie over te steken. Die dag wordt een bruggenhoofd uitgebouwd tussen Kortrijk en Menen, ten koste van ons 3Li. Ook te Harelbeke wil de vijand een poging wagen. Tegen de ochtend zijn de Duitsers er aanwezig met vier infanterieregimenten: het 101ste, 11de, 30ste en 51ste; oftewel acht bataljons tegenover de overblijvers van het 12Li en het naburige 25Li. Deze regimenten worden ondersteund door een belangrijke artilleriegroep bestaande uit ongeveer 300 stukken veldgeschut.

Om 14u40 onderneemt de vijand ook te Kuurne een poging om de rivier over te steken. Het 12Li kan de aanval niet afslaan en moet omstreeks 16u00 de Duitsers de eerste straten van Kuurne laten binnentrekken. Rondom 18u30 overrompelen de invallers de eerste linie van de Belgen en een half uur later moeten de batterijen van 3A noodgedwongen het vuren staken omdat ze door hun munitievoorraad heen zitten. Het III/12 staat er nu alleen voor. Kolonel Gerard drukt de hoop uit dat het derde bataljon kan standhouden tot het vallen van de duisternis en zal uiteindelijk de terugtocht bevelen omstreeks 22u30.

De Belgische infanteristen slagen er in het contact te verbreken en trekken zich terug. De 9de compagnie levert de achterhoede en verlaat net voor middernacht als laatste het dorp Kuurne om een nachtmars van zo’n 20Km aan te vatten.

Het 12Li is de afgelopen 33 uur continu in actie geweest, en moet heel wat doden en krijgsgevangen achterlaten aan de Leie. Van de ongeveer 2.000 manschappen die twee dagen eerder in stelling gingen, blijven er na de terugtocht nog slechts zo’n 600 over. Er zijn 130 gesneuvelden en de rest werdt krijgsgevangen gemaakt of onderweg achtergelaten.

Na het vallen van de nacht druipen de ongeveer 600 overblijvers via de velden af in kleine groepjes tot ze over de Mandelbeek raken. Van enige organisatie is er dan geen sprake meer. De manschappen bedelen om voedsel en drinken bij de plaatselijke bevolking.

De restanten van 3de infanteriedivisie trekken die nacht terug achter het kanaal van Roeselare.

Tijdens de nacht trekken heel wat overblijvers via de oever van de Mandel tot in Roeselare in de hoop daar rust te vinden. Het commando van het regiment bereikt Lichtervelde en besluit daar een hergroepering uit te voeren. Vanuit de ganse streek bereiken detachementen van het 12Li het nieuwe verzamelpunt. De manschappen worden samengebracht op koer van het klooster de Lichtervelde en ingekwartierd in de bijgebouwen.

Tijdens de ochtend laat Kolonel Yvan Gerard het regiment verzamelen op de speelplaats van de aan het klooster aangehechte schooltje. Hij tracht de mannen moed in te spreken en licht hen in over de nieuwe plannen van het opperbevel om een verdedigingslinie op te werpen rond Roeselare en Tielt. Het 12Li is nog slechts een bataljon sterk en zal worden toegevoegd aan de overblijfselen van het 42Li en naar de buurt van Tielt optrekken.

Het 12Li wordt inopgeiste vrachtwagens geladen en zet zich in beweging maar wordt weldra aangevallen door de Luftwaffe.

Een onbekende luitenant van het 12Li in een Duits krijgsgevangenenkamp.

Het 12Li gaat in actie rond Tielt, maar de gevechten verlopen in de grootste verwarring en er wordt slechts sporadisch contact gemaakt met de Duitsers. De Duitsers trachten de Belgen te overtuigen zich over te geven door pamfletten uit te strooien over hun linies.

De resterende manschappen van het 12Li wordt na de capitulatie te Ichtegem ontwapend. Die ochtend zijn nog slechts 250 lignards aanwezig op het appel. Begin juni mogen de miliciens en reservisten naar huis. Het beroepskader wordt naar Duitsland afgevoerd om er aan een vijf jaar lange gevangenschap te beginnen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen