1ste Regiment Speciale Vestingseenheden

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden |1SVE
1er Régiment Unités Spéciales de Forteresse | 1USF
Type Vestingsinfanterie
Ontdubbeld van 5de Linieregiment: 1ste, 2de en 3de Compagnie
6de Linieregiment: 4de, 5de en 6de Compagnie
9de Linieregiment: 7de, 8ste en 9de Compagnie
2de Linieregiment: 10de, 11de en 12de Compagnie
3de Linieregiment: 13de, 14de en 15de Compagnie
4de Linieregiment: 16de en 17de Compagnie
8ste Linieregiment: 18de en 19de Compagnie
7de Linieregiment: 20ste, 21ste en 22ste Compagnie
1ste Regiment Grenadiers: 23ste, 24ste en 27ste Compagnie
1ste Regiment Carabiniers: 25ste en 26ste Compagnie
Onderdeel van Administratief: Militaire Circonscripties
Tactisch: Infanteriedivisies en Legerkorpsen
Bevelhebber Kolonel Res L. Slagmolen
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen (VPA)
Versterkte Positie Luik (oftewel Position Fortifiée de Liège –  PFL)
Versterkte Positie Namen (oftewel Position Fortifiée de Namur – PFN)
Samenstelling  1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (-)
    Iste Bataljon 1ste Compagnie (Schans Berendrecht) (Cdt C. Moorkens)
    (Cdt F. De Wachter) 2de Compagnie (Fort Stabroek) (Lt F. Van Mol)
      3de Compagnie (Schans Smoutakker) (Lt E. Swinnen)
      4de Compagnie (Fort Ertbrand) (Lt E. Champy)
    IIde Bataljon 5de Compagnie (Schans Kapellen) (Lt J. Luyckx)
    (LtKol J. Verschueren) 6de Compagnie (Fort Brasschaat) (Lt L. Vermeire)
      7de Compagnie (Schans Drijhoek) (Kapt L. Henry de la Lindi)
      8ste Compagnie (Fort Schoten) (Kapt L. Flamand)
    IIIde Bataljon 9de Compagnie (Schans Oudaan) (Lt M. Janssens)
    (LtKol E. Pirson) 10de Compagnie (Fort ‘s-Gravenwezel) (OLt E. Tahon)
      11de Compagnie (Schans Schilde) (Lt Albert Rijckaert)
      12de Compagnie (Fort Oelegem) (Kapt J. Wambeke)
      13de Compagnie (Schans Massenhoven) (Kapt E. Michaux)
      14de Compagnie (Fort Broechem) (Lt L. Van Sevenant)
      15de Compagnie (Fort Kessel) (Lt A. De Middeleer)
      16de Compagnie (Fort Lier) (Cdt J. Vande Walle)
    IVde Bataljon 17de Compagnie (Schans Tallaart) (Lt A. Jacques)
    (Maj R. De Saeyer) 18de Compagnie (Fort Koningshooikt) (Cdt A. Beaufays)
      19de Compagnie (Schans Bosbeek) (Lt F. Menschaert)
      20ste Compagnie (Schans Dorpveld) (Lt V. Croquet)
      21ste Compagnie (Fort Sint-Katelijne-Waver) (Lt A. Detaille)
      22ste Compagnie (Fort Walem) (Cdt C. Van Den Berghe)
    Vde Bataljon
(Cdt A. Depraetere)
23ste Compagnie (Voertuigtunnel Antwerpen)
(Lt F. Watterinckx)
      24ste Compagnie (Voetgangerstunnel Antwerpen)
(Lt R. De Schmidt)
      25ste Compagnie (Bruggen Hoboken en Hemiksem)
(Lt R. Rombouts)
      26ste Compagnie (Fort Steendorp en brug Temse)
(Cdt G. Burgun)
      27ste Compagnie (Fort Bornem, Schans Letterheide, Fort Liezele, Schans Puurs en Fort Breendonk)
(Lt R. Mathieu)
    Batterij van 4 x C120L De Bange kanonnen (Lt C. De Brouwer)
    Stafcompagnie
  VIde Bataljon Namen (Maj André Listray) -> afgedeeld bij PFN
  VIIde Bataljon Luik (LtKol J. De Clerck) -> afgedeeld bij PFL

Gezien het 1ste Regiment Speciale Vestingeenheden (-), het VIde Bn Namen en het VIIde Bataljon Luik elk op een ander front ingezet zijn, wordt het verloop van de veldtocht voor de drie eenheden dan ook afzonderlijk uitgewerkt.

Tijdens de mobilisatie

Staf/1SVE
Het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE) staat in voor de bijkomende beveiliging van de drie zogenaamde Versterkte Posities die deel uitmaakten van het verdedigingsplan van ons land: de Versterkte Positie Antwerpen (VPA), de Versterkte Positie Luik (VPL) en de Versterkte Positie Namen (VPN). De hoofdmoot van het 1SVE wordt ingezet bij de verdediging van de VPA. Daarenboven heeft het 1SVE telkens één bataljon van vier compagnies gedetacheerd naar de VPL en de VPN. Administratief staat het 1SVE onder bevel van de 2de Militaire Circoncriptie, één van de vier grote territoriale commando’s. Na de ontplooiing van de legerkorpsen komt het 1SVE(-) dat zich te Antwerpen bevindt, gedeeltelijk onder bevel van het Vde Legerkorps (V/LK) en gedeeltelijk onder bevel van het IVde Legerkorps (IV/LK). Het VIde Bataljon van 1SVE dat zich te Namen bevindt (VIde Bataljon Namen) komt onder bevel van het VIIde Legerkorps (VII/LK) terwijl het VIIde Bataljon van 1SVE dat zich te Luik bevindt (VIIde Bataljon Luik) onder bevel komt van het IIIde Legerkorps (III/LK).

Het 1SVE is een eenheid van tweede reserve en werd in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de klassen ’28, ’29, ’30 en ’31 die hun legerdienst deden in infanterieregimenten. De fuseliers van tweede reserve zijn uitgerust met oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden (FM15/27).

De noordoostelijke bolwerken van de tweede fortengordel om Antwerpen vormden de basis voor de frontlinie van de Versterkte Positie Antwerpen.

Te Namen en Luik zijn de oude fortengordels gemoderniseerd en de meeste forten opnieuw van bewapening voorzien. Rondom Luik werden bovendien vijf moderne ondergrondse forten gebouwd. Al deze vestingen worden bemand door de artilleristen van de vestingsartillerie. De verdediging van de tussen de forten gelegen gebieden is toevertrouwd aan troepen van het veldleger, aangevuld met het VIde Bataljon SVE te Namen en het VIIde Bataljon SVE te Luik.

Te Antwerpen is de situatie enigszins anders. Hier zijn de oude forten niet herbewapend, maar ingericht tot infanteriesteunpunten. De geschutskoepels van de vestingen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter van hun kanonnen ontdaan. Vanaf 1937 liet de 2de Directie der Genie en Versterkingen in de forten een aantal bunkers voor mitrailleurs en soms ook voor klein anti-tankgeschut bouwen. Eerst werden de lege koepelfunderingen van de forten voorzien  van nieuwe ronde betonnen koepels; de “Abris Tourelles” voor de zware mitrailleurs en de “Abris Elémentaires” voor de lichte mitrailleurs. De schietgaten van de traditore batterijen en capponières werden eveneens aangepast voor lichte mitrailleurs. Vervolgens werden de meeste schansen uitgerust met twee flankeringsbunkers (oftewel ‘Abris Conjugués’) op hun hoofdfront. In deze bunkers is er plaats voor één zware mitrailleur (type Maxim) en één lichte mitrailleur (type Chauchat FM15/27) [17].

“Abri Tourelle” van het Fort van Walem. In deze geschutskoepel konden drie zware mitrailleurs worden geïnstalleerd. (Foto Jean Rijlant)

Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden toegewezen. De compagnies die de forten bezetten bestaan doorgaans uit een honderdtal militairen uitgerust met 8 zware en 12 lichte mitrailleurs. De compagnies die de schansen bezetten zijn iets kleiner en beschikken slechts over 2 zware en 6 lichte mitrailleurs.  Sommige forten en schansen beschikken ook nog over een of meerdere loopgraafmortieren van het type MVD (oftewel Mortier Van Deuren) [22].  Deze wapens dateren ook uit het vorige conflict en bestaan uit een schietbuis die met een vaste hoek op een zware basisplaat gemonteerd is.  Deze mortieren zouden door militairen van de artillerie moeten bediend worden, maar dit was bij de VPA door personeelstekort niet geheel het geval.  De wapens zouden op de meeste locaties bemand worden door de troepen van de Speciale Vestingseenheden.  In het Fort van Kapellen en het Fort van Schoten moest de 13de Infanteriedivisie voor de stuksbemanningen zorgen.  Volgens een document van de staf van het Vde Legerkorps van 23 april 1940 is de verdeling als volgt:

  • Schans van Berendrecht: 4 mortieren
  • Fort van Stabroek: 2 mortieren
  • Schans van Smoutakker: 2 mortieren
  • Fort Ertbrand: 4 mortieren
  • Fort van Brasschaat: 3 mortieren
  • Fort van Kapellen: 4 mortieren
  • Fort van Schoten: 4 mortieren

De dracht van de MVD werd ingesteld door regeling van de grootte van de kamer en keuze van de lading.

Enkele compagnies van het regiment worden ingezet bij de bewaking van de overgangen over de Schelde. Ten noorden van Antwerpen, tussen de Schelde en het Albertkanaal zijn de ingenomen steunpunten verbonden met een anti-tankgracht. Achter deze anti-tankhindernis nemen de verschillende regimenten van de 12de, 13de en 17de Infanteriedivisie stelling. Het graven van de anti-tankgracht werd gestart in 1939 en voltooid in mei 1940. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Tussen de forten en schansen werd waar mogelijk gebruik gemaakt van Duitse bunkers uit de Eerste Wereldoorlog (zogenaamde Nordabschnitt van de Stellung Antwerpen) en waar nodig werden nieuwe bunkers gebouwd [16]. Waar hoofdwegen de anti-tankgracht kruisen is de gracht onderbroken door een dam die kon worden afgesloten met Cointet-elementen. De secundaire wegen die de gracht kruisen lopen over wegneembare militaire bruggen.

De Versterkte Positie Antwerpen was niet zonder belang voor de verdediging van het land. De VPA vormt het scharnierpunt voor de Alarmstelling langs de Belgisch Nederlandse grens, de Vooruitgeschoven Stelling achter het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal en de Weerstandsstelling langs de lijn Koningshooikt – Waver.

Opstellingsschets voor 12 lichte en 8 zware mitrailleurs in een fort van het type van het Fort  van Ertbrandt

Opstellingsschets voor 12 lichte en 8 zware mitrailleurs in een fort van het type Ertbrand

Tijdens de mobilisatie hebben de verschillende bataljons van het 1SVE hard gewerkt om de forten gevechtsklaar te maken. De vuurplannen voor de mitrailleurs waren zo opgesteld dat een ganse reeks belangrijke doorgangen onder direct vuur van de bolwerken vielen. De vuren kunnen worden ontketend op eigen initiatief of op vraag van de infanterieregimenten die zich tussen de forten hebben opgesteld. Voor de communicatie met de eenheden van het veldleger wordt beroep gedaan op vaste telefoonlijnen en op optische seinmiddelen. De forten en schansen zelf kunnen ook op vuursteun rekenen van de infanterie en van de artillerie voor de nabije verdediging. Met name de Mortieren Van Deuren van de IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie (IV/3LAA) zijn toegewezen aan deze taak. Wat de precieze operationele opdracht is van de Staf van het 1SVE, is veel minder duidelijk. Zo zijn er bijvoorbeeld geen evacuatieplannen voor een eventuele aftocht uit Antwerpen en is er ook niets vastgelegd voor het blijven verdedigen van de steunpunten bij een mogelijke aftocht van het veldleger.

Daar waar tijdens de mobilisatie de divisies van het veldleger die de VPA moesten verdedigen regelmatig werden afgelost bleven de bataljons van het 1SVE, die de verschillende forten en schansen bemannen, de enige constante.

Steunpunten van het Iste en het IIde Bataljon ten noorden van Antwerpen

Steunpunten van het Iste en het IIde Bataljon ten noorden van Antwerpen

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
Het Iste Bataljon bezet de meest noordelijke forten en schansen rond Antwerpen, van Berendrecht tot Ertbrand. Deze bolwerken liggen langs de anti-tankgracht die samenvalt met de voorste linie van de regimenten Jagers te Voet van de 17de Infanteriedivisie (17Div). Het Iste Bn, onder bevel van Kapitein-commandant De Wachter, beschikt hiervoor over vier compagnies.

1Cie/Iste Bn
De 1ste Compagnie (1Cie) bezet de Schans van Berendrecht en wordt bevolen door Kapitein-commandant Moorkens bijgestaan door drie officieren waaronder de Luitenanten Donck en Nollet. Deze schans, ook gekend als de ‘Redoute van Berendrecht’, is een ‘tussenfort’ dat zich tussen de forten van Lillo en Stabroek bevindt [5]. Op het schanseiland werden tijdens het interbellum twee flankeringsbunkers (Abris Conjugués) gebouwd voor het schansgebouw. In deze flankeringsbunkers, die elkaars spiegelbeeld zijn, bevindt zich één zware mitrailleur (type Maxim) die het interval tussen de forten en de schans moet verdedigen en één lichte mitrailleur (type Chauchat) voor de nabije verdediging van de schans. Links van de 1Cie bezet een element van de Groepering Verdediging Neder-Schelde het Fort van Lillo, rechts bezet de 2Cie het Fort van Stabroek. De 1Cie is geïntegreerd in het dispositief van het 9de Regiment Jagers te Voet (9J).

Schets van de sectoren voor de twee C47mm kanonnen van de 2Cie te Stabroek (document CHD).

Schets van de sectoren voor de twee C47mm kanonnen van de 2Cie te Stabroek (document CHD).

2Cie/Iste Bn
De 2de Compagnie (2Cie) bemant het Fort van Stabroek aan de Abtsdreef in Stabroek en beschikt naast zijn mitrailleurs ook nog over twee C47 anti-tankkanonnen, die vanuit de traditore batterij scherend vuur kunnen afgeven over de anti-tankgracht. Eén van de kanonnen houdt de twee overgangen over de anti-tankgracht ten westen van het fort onder schot. Daarnaast beschikt het bolwerk over twee Abris Tourelles en drie Abris Elémentaires. De 2Cie staat onder bevel van Luitenant Van Mol en is geïntegreerd in de stellingen van het IIde Bataljon van het 7de Regiment Jagers te Voet (II/7J).

In de ruïne van de Schans van Smoutakker werden in 1917 door de Duitse bezetter bunkers gebouwd die tijdens het interbellum werd aangepast voor de mitrailleurs van de 3Cie

In de ruïne van de Schans van Smoutakker werden in 1917 door de Duitse bezetter twee bunkers gebouwd die tijdens het interbellum werden aangepast voor de mitrailleurs van de 3Cie.

3Cie/Iste Bn
De 3de Compagnie (3Cie) van Lt Swinnen bezet de Schans van Smoutakker. De 3Cie staat onder bevel van het IIIde Bataljon van 7J (III/7J) dat zijn loopgrachten heeft ten oosten van de schans. De Schans van Smoutakker ligt langs de weg Hoogeind. Deze schans, ook gekend als de ‘Redoute van Smoutakker’, is een ‘tussenfort’ dat zich tussen de forten van Stabroek en Ertbrand bevindt. De schans werd in oktober 1914 door het terugtrekkende Belgisch leger met explosieven vernield  om te beletten dat de Duitse bezetter er gebruik van zou maken. Op de ruïne werden in 1917 door de Duitsers twee nieuwe bunkers gebouwd, één met zicht op het westen, een tweede met zicht op het oosten. Tijdens het interbellum werden beide bunkers omgevormd tot dubbele mitrailleurposten. Hiertoe werden de oorspronkelijke schietgaten aangepast voor het gebruik van een Maxim mitrailleur op Chardôme affuit [8]. Door het vernietigen van de traditore batterij van de schans in 1914 is er voor de soldaten van de 3Cie geen mogelijkheid tot schuilen. Op 8 november 1939 besluit de legerleiding tot het oprichten van twee gasvrije schuilplaatsen op de schans van Smoutakker. De werken vangen aan op 20 november 1939 en de beide schuilbunkers worden uiteindelijk opgeleverd op 20 maart 1940.  Dit geeft een beeld van de sfeer die er moet geweest zijn op en rond de anti-tankgracht met enerzijds de 3Cie die zich verdekt heeft opgesteld wachtend op de vijand en anderzijds aannemers die midden de stelling nog bunkers aan het bouwen zijn waarvan helemaal niet zeker was dat de werken klaar zouden zijn voor de vijandelijke inval.

4Cie/Iste Bn
De 4de Compagnie (4Cie) van Luitenant Champy bemant het Fort van Ertbrand. Dit fort werd gebouwd in 1908 te Kapellen en is gelegen in de Oude Galgenstraat. Het heeft de vorm van een trapezium en beschikt over twee Abris Tourelles en twee Abris Elémentaires. Het geheel wordt omringd door een brede gracht van 40 à 50 meter. Het Fort van Ertbrand is geïntegreerd in de stellingen van het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) en staat tijdelijk onder bevel van deze eenheid [10].

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn

Het IIde Bataljon, bevolen door Luitenant-kolonel J. Verschueren, vervolledigt de linies naar het oosten toe en bemant de VPA van de Schans van Kapellen tot en met het Fort van Schoten. De commandopost van het bataljon staat opgesteld in het Fort van Merksem in de oude fortengordel. De versterkte steunpunten liggen in de sector van de 13de Infanteriedivisie (13Div).

5Cie/IIde Bn
De 5de Compagnie (5Cie), bevolen door Luitenant Luyckx, bezet de Schans van Kapellen (tijdens de Eerste Wereldoorlog nog Fort van Kapellen genoemd) die zich halfweg de Forten van Ertbrand en Brasschaat bevindt op een 800-tal meter van de anti-tankgracht. Het fort van Kapellen is gebouwd van 1887 tot 1897, ter verdediging van de belangrijke spoorweg Antwerpen – Roosendaal. Het is een hybride fort op een vrijwel vierhoekig forteiland. In de Eerste Wereldoorlog werden alle koepels van het fort door het zich terugtrekkende Belgische leger tot ontploffing gebracht. Tijdens het interbellum werd er op het hoofdfront van de ruïne van het fort een kleine mitrailleurbunker (oftewel Abris de Berme) met twee schietkamers gebouwd. Door de beperkte heruitrusting krijgt het fort de status van schans. De schans ligt langs de Fortsteenweg te Kapellen.

6Cie/IIde Bn
De 6de Compagnie (6Cie), bevolen door Luitenant L. Vermeire, bezet het Fort van Brasschaat dat zich aan de anti-tankgracht bevindt. Tijdens het interbellum werden vooral aanpassingen voor het gebruik van mitrailleurs uitgevoerd. Het betrof de bouw van twee “Abris Tourelles”  en drie “Abris Elémentaires“. Verder werden moderniseringen doorgevoerd als gasdichte lokalen, verbeterde verblijfsruimten en verbeterde communicatie.

Schans "Drijhoek" op het kruispunt van de Pauwelslei en de Bredeabaan bemand door de 7Cie.

Schans “Drijhoek” op het kruispunt van de Pauwelslei en de Bredeabaan bemand door de 7Cie.

7Cie/IIde Bn
De 7de Compagnie (7Cie) van Kapitein L. Henry de la Lindi telt aan de vooravond van de oorlog slechts 68 manschappen om de Schans van Drijhoek te bemannen. Dit bolwerk kijkt uit over de belangrijke baan van Antwerpen naar Breda en bevindt zich een 700-tal meter achter de anti-tankgracht. De 7de Compagnie beschikt er over 2 zware en 6 lichte mitrailleurs. Verder zijn er 144 Mills handgranaten en een zelfde hoeveelheid Vivien Bessières geweergranaten die kunnen afgeschoten worden met een aantal oude Lebel geweren door middel van een op de loop gemonteerde tromblon. Binnen de gracht van de schans worden telkens een zware en een lichte mitrailleur in de twee Abris Conjugués van het hoofdfront geplaatst, zodat deze wapens de stellingen van het 33Li met flankeringsvuur kunnen dekken. Deze mitrailleurposities vormen een peloton van twee secties onder leiding van Luitenant De Jonghe. De overige lichte mitrailleurs staan normaliter per twee opgesteld in de oude geschutruimte van de traditore batterij. Ook deze vier wapens vormen een peloton van twee secties en staan onder bevel van Luitenant Bongers. De vier lichte mitrailleurs worden tijdens de mobilisatie echter op het dak van de schans opgesteld in luchtafweerpositie. Elk van de zware wapens beschikt over een dotatie van 5.000 patronen. De commandopost van Henri de la Lindi is ondergebracht in een lokaal zonder vensters op de begane grond.

8Cie/IIde Bn
De 8ste Compagnie (8Cie) bezet het Fort van Schoten dat zich op de rechterflank van het het 34ste Linieregiment (34Li) bevindt. Het fort ligt ten oosten van het centrum van Brasschaat langs de Brechtsebaan en beschikt over vier Abris Elémentaires. Ten zuiden van het Fort van Schoten aan de andere kant van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [14] bemant de 9Cie van het IIIde Bataljon de Schans van Oudaan in de sector van de 12de Infanteriedivisie (12Div).

Dispositief van het IIIde Bataljon in steun van het IVde Legerkorps op de junctie van de K.W. Stelling en de VPA

Dispositief van het IIIde Bataljon in steun van het IVde Legerkorps op de junctie van de K.W. Stelling en de VPA

 

Abri conjugué van de Schans van Schilde bemand door de 11Cie van het 1SVE.

IIIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIIde Bn
Het IIIde Bataljon van LtKol Pirson bezet de schansen en forten ten oosten van de stad Antwerpen in de zone van het IVde Legerkorps. Het dispositief van het IIIde Bn strekt zich uit vanaf de Schans Oudaan te Schilde tot en met het Fort van Lier. Deze bolwerken liggen zowel ten noorden als ten zuiden van het Albertkanaal en zijn enkel ten noorden van het Albertkanaal nog verbonden met de anti-tankgracht. Deze defensieve gracht stopt op zo’n twee kilometer voorbij het Fort van Oelegem en maakt de junctie met het Albertkanaal ter hoogte van Massenhoven. Toch zijn de schansen en forten ten zuiden van het Albertkanaal niet helemaal onbeschermd. Een eerste voorbereid overstromingsgebied in de vallei van de Tappelbeek samen met een tweede overstromingsgebied tussen het Netekanaal en de Kleine Nete moeten ervoor zorgen dat de zone ten oosten van de Schans van Massenhoven en het Fort van Broechem moeilijk toegankelijk wordt voor gemotoriseerde voertuigen. Het Fort van Kessel ligt enigszins geïsoleerd aan de andere kant van het overstromingsgebied. Het IIIde Bataljon beschikt over acht compagnies om zijn opdracht uit te voeren. De versterkte steunpunten liggen onder meer in de sector van de 12de Infanteriedivisie (12Div) en de 15de Infanteriedivisie  (15Div) waar de bolwerken geïntegreerd worden in de stellingen van de verschillende linieregimenten van deze divisies. De 12Div staat opgesteld achter de anti-tankgracht tussen het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten en het Albertkanaal. De 15Div heeft postgevat op de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal van Massenhoven tot Herentals. Ten oosten van de anti-tankgracht houdt de 18de Infanteriedivisie (18Div), eveneens behorende tot het IVde Legerkorps, zich klaar om een vertragend manoeuvre uit te voeren tussen de Vooruitgeschoven stelling en de Dekkingsstelling.

9Cie/IIIde Bn
De 9Cie, onder bevel van Luitenant M. Janssens bezet de Schans van Oudaan [11]. De schans werd gebouwd tussen 1907 en 1908 uit baksteen en beton en ligt in de Moerstraat 57 te Schilde tussen het Fort van Schoten en het Fort van ’s-Gravenwezel. De schans ligt niet aan de anti-tankgracht maar een 800 meter meer naar het zuidwesten en beschikt over twee “Abris Conjugués“. De 9Cie komt onder tactisch bevel van het 22ste Linieregiment (22Li) te staan.

10Cie/IIIde Bn
De 10Cie van Onderluitenant Tahon heeft zijn intrek genomen in het Fort van ‘s-Gravenwezel. Het fort van ongeveer 22 hectare is gebouwd in 1909-1912 en werd in 1935 uitgerust met drie “Abris Tourelles” en twee “Abris Elémentaires“. Op het forteiland werd nog een extra flankeringsbunker met één mitrailleurkamer (bunker B5) gebouwd. De gebouwen van ongewapend beton staan op een trapeziumvormig forteiland gelegen langs de weg Karekiet 70 te Schilde. De gracht van het fort sluit aan bij de anti-tankgracht. Het fort ligt in de ondersector van het 2de Linieregiment (2Li). Majoor Milcamps, commandant van het IIde Bataljon van 2Li, zal dan ook de 10Cie van het fort van ‘s-Gravenwezel bevelen.

11Cie/IIIde Bn
De 11de Compagnie (11Cie) van Luitenant Rijckaer bezet de Schans van Schilde langs de anti-tankgracht. Deze bakstenen en betonnen schans bevindt zich aan de Schanslaan te Schilde  en werd gebouwd tussen het Fort van ’s-Gravenwezel en het Fort van Oelegem.  Toen op 9 oktober 1914 het Belgische leger zich terugtrok uit de schans werd de schans opgeblazen. Op het eivormig forteiland, voor de ruïne van de schans, werden midden de jaren dertig twee  Abris Conjugués gebouwd. Omdat de schans in 1914 dermate vernield werd is er voor de soldaten van de 11Cie geen mogelijkheid tot schuilen. Daarom beslist de legerleiding op 8 november 1939 om naast de twee Abris Conjugués nog twee mitrailleurbunkers (één met zicht op het noorden, een tweede met zicht op het zuiden) en twee gasvrije schuilbunkers te bouwen. De werken vatten aan op 20 november 1939 en de bunkers worden opgeleverd in het voorjaar van 1940. Majoor Lardinois, commandant van het Iste Bataljon van 2Li voert het tactisch bevel over de 11Cie van de Schans van Schilde.

Ingang van het Fort van Oelegem, bemand door de 12Cie van het IIIde Bn.

Ingang van het Fort van Oelegem, bemand door de 12Cie van het IIIde Bn.

12Cie/IIIde Bn
De manschappen van de 12de Compagnie (12Cie) onder bevel van Kapitein Wambeke bemannen het Fort van Oelegem aan de Goorstraat 19 te Ranst. De mitrailleurs opgesteld in de twee “Abris Tourelles” en twee “Abris Elémentaires” kunnen flankerend vuur afgeven op de anti-tankgracht die het fort aan de westelijke kant (dus achterkant) passeert. Het fort van ongeveer 20 hectare is gebouwd in 1909-1914. Het was nog niet voltooid bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. De gebouwen van ongewapend beton staan op een trapeziumvormig forteiland. Naast het fort kruist de beek Groot Schijn de anti-tankgracht. Via het aanwezige sluisje kon de beek de gracht van water voorzien. Tussen de twee wereldoorlogen werd een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo werd de bewapening vervangen en werden aanpassingen aan ventilatie en nooduitgangen doorgevoerd [12].

13Cie/IIIde Bn
De 13de Compagnie (13Cie) van Kapitein E. Michaux bezet de Schans van Massenhoven. Deze schans bevindt zich langs de Oelegemsesteenweg ten zuiden van het Albertkanaal en is niet meer beschermt door de anti-tankgracht die niet werd doorgetrokken ten zuiden van het Albertkanaal. De schans werd gebouwd tussen het Fort van Broechem en het Fort van Oelegem in 1909-1912. De Schans van Massenhoven heeft een langwerpige opbouw (gelijkaardig aan de andere schansen) met een totale breedte van ongeveer 65 m. De schans was omringd door een 15 m brede gracht. Het oppervlak bedroeg ruim 2 hectare. Tussen de twee Wereldoorlogen werd een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo werden er twee “Abris Conjugués” geplaatst voor mitrailleurs. Het 43ste Linieregiment (43Li) dat staat opgesteld achter het Albertkanaal tussen Oelegem en de samenvloeiing van het Netekanaal en het Albertkanaal nabij Viersel integreert de Schans van Massenhoven in zijn dispositief. Zo heeft het Iste Bataljon van 43Li zijn commandopost nabij de Schans van Massenhoven opgesteld.

14Cie/IIIde Bn
De 14de Compagnie (14Cie) richt, onder bevel van Luitenant L. Van Sevenant, een infanteriesteunpunt in op het forteiland van het Fort van Broechem. Het fort ligt langs de Steenweg op ’t Fort te Ranst en werd gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens het interbellum zijn aan het fort kleine aanpassingen uitgevoerd. Het fort werd herbewapend waarbij de oude geschutskoepel werden aangepast voor de plaatsing van lichte mitrailleurs. Een zestal ” Abris Elémentaires”, half cirkelvormige gepantserde bunkers zonder dakbedekking, werden aan het fort toegevoegd. Plaatselijk werd de bepantsering verbeterd door de storting van gewapend beton en het fort werd beveiligd tegen gasaanvallen door de installatie van een ventilatiesysteem en de inrichting van gasdichte lokalen. Evenals het infanteriesteunpunt van de 13Cie wordt het Fort van Broechem toegewezen aan de commandant van het 43Li. Het fort komt onder bevel te staan van Majoor Philippart, commandant van II/43Li die met zijn bataljon in tweede echelon van 43Li staat opgesteld.

Abri Elémentaire van het Fort van Walem. Deze open geschutskoepel bood plaats aan één lichte mitrailleur (foto Jean Rijlant)

Abri Elémentaire van het Fort van Walem. Deze open geschutskoepel bood plaats aan één lichte mitrailleur (foto Jean Rijlant)

15Cie/IIIde Bn
De 15de Compagnie (15Cie) van Luitenant De Middeleer bezet het Fort van Kessel waar ook de Staf van de 15de Infanteriedivisie (15Div) zijn intrek genomen heeft. Het fort, gelegen aan het einde van de Fortstraat te Nijlen, werd gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog op een driehoekig forteiland. Het fort kreeg het hard te verduren tijdens zijn belegering in oktober 1914 en werd dan ook zwaar beschadigd. In de vier daaropvolgende jaren maakten de Duitsers het fort opnieuw gebruiksklaar. Tijdens het interbellum werden er eveneens enkele Abris Elementaires gebouwd om er mitrailleurs in onder te brengen. Verder werden moderniseringen doorgevoerd, zoals gasdichte lokalen, verbeterde verblijfslokalen en verbeterde communicatie [13].

16Cie/IIIde Bn
Het Fort van Lier wordt bemand door de 16de Compagnie (16Cie) die bevolen wordt door Kapitein-commandant J. Vande Walle. Het fort is gelegen in de Fortweg 24 te Lier en werd gebouwd als Bruggenhoofdfort van 1873-1883 en later uitgebreid met een infanteriekazerne in 1890. Het betreft een trapeziumvormige constructie voorzien van een circa 50 meter brede omgrachting. Het fort werd gemoderniseerd in 1910 maar zwaar beschadigd tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1935 worden er nieuwe bunkers geplaatst op het forteiland en enkele onderdelen van het fort worden aangepast voor zijn gebruik als infanteriesteunpunt. Aan de vooravond van de oorlog is het hoofdkwartier van het IV/LK ondergebracht in het Fort van Lier.

Schets van een Abri Tourelle opgemaakt door de Duitsers tijdens de bezetting

Schets van een Abri Tourelle opgemaakt door de Duitsers tijdens de bezetting (bron Jean Rijlant [20])

IVde Bn/1SVE(-)
Staf/IVde Bn
Dit bataljon bezet een reeks forten en schansen ten zuidoosten van Antwerpen, op de scheiding tussen de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. Het fort van Koningshooikt en de schans van Tallaart zijn toegewezen aan de verdediging van de K.W. Stelling. De overige bolwerken vormen de zuidrand van de Versterkte Positie Antwerpen. Ook hier zullen de eenheden die de intervallen tussen de forten bezetten het tactisch bevel over de compagnies opnemen. Majoor De Saeyer wordt toegevoegd aan de staf van het IIde Legerkorps (II/LK) en krijgt een louter coördinerende functie. Het IVde Bn beschikt over zes compagnies.

17Cie/IVde Bn
De 17de Compagnie (17Cie) van Luitenant Jacques richt de Schans van Tallaart in als infanteriesteunpunt. Deze schans ligt in het Lierse gehucht Tallaart tussen het Fort van Koningshooikt en het Fort van Lier. De schans werd gebouwd tussen 1909 en 1912 uit beton en baksteen op een ovaalvormig forteiland. Bij het verlaten van het fort tijdens de Eerste Wereldoorlog blies het Belgische leger in oktober 1914 de schans op. Tijdens het interbellum wordt in de ruïne van de schans en in de omgeving een aantal bunkers van gewapend beton gebouwd die deel uitmaken van de K.W.-Stelling.

18Cie/IVde Bn
De 18de Compagnie (18Cie) bevolen door Kapitein-commandant A. Beaufays neemt stelling in het Fort van Koningshooikt. Het fort is gebouwd tussen 1907 en1908 en bestaat uit gebouwen van ongewapend beton op een trapeziumvormig forteiland omringd door een 40–50 m brede gracht. Tijdens het interbellum worden schootsstellingen aangebracht voor C47mm anti-tank kanonnen en wordt het fort geïntegreerd in de verdedigingslinies van de K.W. Stelling. Voor de mobilisatie werd het fort gelegen aan de Donderheide 3 te Lier, gebruikt als schaapskooi door een lokale herder.  De manschappen van de 18Cie dienden eerst het fort uit te mesten voordat ze zich konden installeren [2].

19Cie/IVde Bn
De 19de Compagnie (19Cie) van Luitenant F. Menschaert neemt zijn intrek in de Schans van Bosbeek gelegen op het einde van de Bosbeekweg te Sint-Katelijne-Waver. De dorpskern van Sint-Katelijne-Waver ligt in het midden tussen het Fort van Koningshooikt en het Fort van Sint-Katelijne-Waver exact op de plaats waar normalerwijze een tussenfort of schans zou worden gebouwd. Hierdoor werden er twee halve asymmetrische schansen gebouwd net ten oosten van de dorpskern; de schansen van Bosbeek en Dorpveld. Omdat de schans tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd werd worden tijdens het interbellum twee nieuwe bunkers op het forteiland gebouwd. Deze bunkers maken deel uit van het tweede echelon van de K.W. Stelling.

20Cie/IVde Bn
20ste Compagnie bezet de Schans Dorpveld in de Generaal Deschachtstraat te Sint-Katelijne-Waver, op enkele honderden meter van de Schans van Bosbeek. De 20Cie wordt bevolen door Luitenant V. Croquet. De schans ligt in het achtergebied van de K.W. Stelling.

21Cie/IVde Bn
De 21ste Compagnie van Luitenant Detaille heeft een infanteriesteunpunt ingericht in het Fort Sint-Katelijne-Waver langs de Vestinglaan in Sint-Katelijne-Waver. Het fort is gebouwd van 1906 tot 1914 in ongewapend beton op een trapeziumvormig forteiland. Het fort heeft een gedetacheerde reverscaponnière op een eilandje voor het fort. Het fort ligt iets achter de K.W. stelling en is niet geïntegreerd in het verdedigingsdispositief.

22Cie/IVde Bn
Als laatste in de rij bezet de 22ste Compagnie het Fort Walem gelegen langs de Koning Albertstraat te Mechelen.  Kapitein-commandant C. Van Den Berghe beveelt de 22Cie. Het fort van Walem, gebouwd tussen 1878 en 1883, vertoont bijgevolg een trapezoïdale constructie met een circa 50 meter brede omgrachting en binnenplein met kazerne. Het fort is geïntegreerd in de bunkergordel van het Bruggenhoofd Mechelen dat op 9 mei nog niet door het veldleger bezet is.

Militaire ferry te Hoboken nabij de werf van Cockerill bewaakt door de 25Cie

De militaire brug van het Bataljon Pontonniers te Hoboken nabij de werf van Cockerill wordt bewaakt door de 25Cie van het Vde Bataljon

Vde Bn/1SVE(-)
Staf/Vde Bn
Naast enkele minder belangrijke forten in het zuidwesten van de VPA, bewaakt dit bataljon de voor ons uiterst cruciale overgangen over de Schelde in de provincie Antwerpen. Deze omvatten de beide tunnels te Antwerpen, de reguliere bruggen te Temse en de beide militaire bruggen te Hoboken en Hemiksem.

23Cie/Vde Bn
De 23ste Compagnie (23Cie) bewaakt de beide uiteinden van de in 1933 geopende Waaslandtunnel (oftewel Imalsotunnel; in de volksmond de Konijnenpijp) onder de Schelde. de 23Cie staat onder bevel van Lt F. Watterinckx.

24Cie/Vde Bn
De 24ste Compagnie (24Cie) beveiligt de beide uiteinden van de voetgangerstunnel (oftewel Sint-Annatunnel) te Antwerpen. De compagnie wordt bevolen door Luitenant R. De Schmidt.

25Cie/Vde Bn
De 25ste Compagnie (25Cie) van Luitenant Rombouts telt zes officieren, 14 onderofficieren en 141 manschappen en beschikt over 8 zware en 12 lichte mitrailleurs.  Bij het begin van de mobilisatie bezet de 25Cie het Fort van Liezele maar na te zijn afgelost door het 2Pl van de 27Cie beveiligt de compagnie de twee noodbruggen die het Bataljon Pontonniers van de  Legergenie over de Schelde heeft gelegd. De eerste brug bevindt zich ter hoogte van de scheepswerf van Cockerill en verbindt Hoboken met Kruibeke, de tweede brug bevindt zich te Hemiksem. De noodbruggen moeten de beperkte capaciteit van de vaste Scheldeovergangen compenseren. De luchtverdediging van de brug te Hemiksem wordt verzekerd door de 3de Sectie van de 8ste Batterij C40/1DTCA.

26Cie/Vde Bn
De 26ste Compagnie (26Cie) van Kapitein-commandant G. Burgun bezet het Fort van Steendorp op de linkeroever en verdedigt zowel de spoorwegbrug als de wegbrug van Temse. In het Fort van Steendorp zijn ook de werkplaatsen (Atleliers de Matériel Anti-Gaz – AMAG) van de Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (ook gekend als Etablissements du Service de Protection contre les Gaz – Et SPG), ondergebracht.

Het fort van Breendonk voorziene oorlogslocatie voor het Groot Hoofdkwartier..

27Cie/Vde Bn
De 27ste Compagnie (27Cie) van Luitenant R. Mathieu levert de wachtdetachementen voor een reeks bolwerken in het zuiden van Antwerpen. De compagnie bezet het Fort van Bornem, de Schans van Letterheide, het Fort van Liezele, de Schans van Puurs en het Fort van Breendonk.  Alle bolwerken die de 27Cie bewaakt zijn tijdens de mobilisatie al uitverkoren als oorlogskantonnement voor het Groot Hoofdkwartier (GHK). Vanaf 23 januari 1940 start het Peloton Telegrafisten van het Groot Hoofdkwartier met het aanleggen van de militaire telefoonlijnen tussen de geplande oorlogslocaties van het GHK. Diverse verbindingen naar lokale civiele centrales zorgen voor de aansluiting op het burgernet. De militaire telefoonkabels dienen ondergronds aangelegd te worden. Hiervoor wordt het peloton versterkt met een compagnie van het 4de Bataljon Genie (4Gn), twee compagnies van de 2de Groepering Hulptroepen van het Leger (2Gpg HuTL) en verschillende detachementen werkkrachten. Het fort van Breendonk, als hoofdstandplaats van het GHK, vormt het knooppunt voor dit alles.

Het 2de Peloton van de 27Cie beveiligt het Fort van Liezele. Het peloton beschikt over 35 manschappen, 2 zware en 4 lichte Maxim mitrailleurs.

Staf/1SVE(-)
Na ontvangst van het alarm tijdens de nacht van 9 op 10 mei neemt het regiment zijn stellingen in. Om 02u00, onmiddellijk na de afkondiging van het alarm, wordt alarmstadium II van kracht voor de VPA. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm. Tijdens de voormiddag beveelt het Vde Legerkorps om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Ook mag worden overgegaan tot het ruimen van schoots- en waarnemingsvelden. Alleen de schietsectoren van de eenheden opgesteld in eerste echelon achter de anti-tankgracht mogen worden vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Dit om het schootsveld van de militairen te verbeteren en te beletten dat de vijand de stelling ongezien kan naderen. De verschillende bataljons werken hard om hun stellingen te verbeteren. Rondom 18u00 worden de eerste troepen van het Franse 7de Leger [7(FRA)Leger] gesignaleerd te Antwerpen. De Fransen rukken zoals voorzien op richting Noord-Brabant (Nederland) waar ze ter hoogte van Breda de zuidflank van de Nederlanders zullen verlengen tot aan de Belgische linies [9].

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
In de vroege ochtend, na ontketening van het algemeen alarm, bezetten de drie infanterieregimenten van de 17Div hun stellingen achter de anti-tankgracht. Rondom 18u00 passeren de eerste troepen van het 7(FRA)Leger tussen de Schans van Smoutakker en het Fort van Ertbrand via de N11 richting Putte. Het betreft verkenners van de Groepering Lestoquoi die de marsroute I2 openen voor de 25e Franse Division d’infanterie Motorisée [25 (FRA) DIM].
1Cie/Iste Bn
Na de afkondiging van het algemeen alarm bemant het 9J posities ten zuiden van Berendrecht tussen het Fort van Lillo aan de Schelde en het Fort van Stabroek (exclusief). Het II/9J en het III/9J bezetten het eerste echelon achter de anti-tankgracht. Het Peloton Verkenners van 9J wordt uitgestuurd naar Zandvliet om er een observatiepost in te richten en de voorziene wegvernielingen te bemannen tot de komst van de vijand.
2Cie/Iste Bn
Het 7J bezet de centrale ondersector van de 17Div ten noorden van Stabroek tussen de Schans van Berendrecht (exclusief) en de Schans van Smoutakker (inclusief). Het Fort van Stabroek is nu geïntegreerd in de stellingen van het II/7J dat het linker voorvak van 7J voor zijn rekening neemt. Bij afkondiging van alarmstadium III wordt te Stabroek een groot stuk land onder water gezet tussen de anti-tankgracht en de Nederlandse grens.
3Cie/Iste Bn
Het III/7J neemt stelling in het rechter voorvak van 7J en is verantwoordelijk voor de verdediging van de overgang van de N11 over de anti-tankgracht. De 3Cie/Iste Bn wordt opgenomen in het dispositief van dit bataljon. Voor de Schans van Smoutakker wordt het Peloton Verkenners van 7J (Pl Vknr/7J) uitgestuurd naar Putte en Zwartenheuvel nabij het station van Kalmthout om er observatieposten in te nemen.
4Cie/Iste Bn
Na afkondiging van het algemeen alarm bemant het 8J stellingen op de rechterflank van de 17Div, vanaf het Fort van Ertbrand (inclusief) tot aan de spoorlijn Essen-Kapellen. Het I/8J en het II/8J liggen in eerste lijn. Het Fort van Ertbrand wordt geïntegreerd in het dispositief van het linker voorvak. In de voormiddag stuurt  8J zijn PlVknr uit om de observatiepost te Zwartenheuvel over te nemen van 7J.

Integratie dispositief van het IIde Bn/1SVE in opstelling van de 13Div op 10 mei

Integratie dispositief van het IIde Bn/1SVE in opstelling van de 13Div op 10 mei

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn
De drie infanterieregimenten van de 13Div nemen hun stellingen in achter de anti-tankgracht na ontketening van het algemeen alarm. Van links naar rechts staan nu het 32Li, het 33Li en het 34Li opgesteld in lijn. Vanaf 18u00 rukken verkenners van de Franse Groepering Lestoquoi via de Bredabaan op richting Noord-Brabant (Nederland). Tijdens de nacht komt het Franse “121e Régiment d’Infanterie Motorisé” [121(FRA)RIM], als voorhoede van de 25 (FRA) DIM, aan te Brasschaat en doorschrijdt de linies van de 13Div via de Bredabaan.
5Cie/IIde Bn
De Schans van Kapellen en is geïntegreerd in het dispositief van het IIIde Bataljon van het 32Li (III/32Li). III/32Li bemant het tweede echelon van het dispositief van 32Li, vanaf de Schans van Kapellen, over Hoogboom tot aan het gehucht Hoge Kaart aan de rand van Brasschaat.
6Cie/IIde Bn
Het Fort van Brasschaat ligt in het midden van het rechter voorvak van het 32Li dat wordt ingenomen door het IIde Bataljon van dit regiment. Links van het fort staat 6/II/32Li opgesteld, rechts van het fort 5/II/32Li. De 7de Cie van II/32Li staat in diepte opgesteld achter het fort.
7Cie/IIde Bn
De Schans van Drijhoek ligt op de rechterflank van het kwartier van het IIIde Bataljon van het 33ste Linieregiment (III/33Li), op de limiet met het 34ste Linieregiment. Op de uiterste linkerflank van de ondersector van het 34Li, net ten oosten van de Schans van Drijhoek ligt de 6de Compagnie van het II/34Li. Het peloton van Luitenant Van Heule van de 6Cie bevindt zich het dichtst bij de schans. Er wordt een optische verbinding tot stand gebracht tussen het Peloton Van Heule en de mitrailleurschutters op het bolwerk. De beide seinposten worden verzekerd door telefonisten-seingevers van de schans.
8Cie/IIde Bn
Het Fort van Schoten bevindt zich op de rechterflank van het dispositief van het IIIde Bataljon van het 34ste Linieregiment (III/34Li). Het III/34Li staat in tweede echelon opgesteld op een 800-tal meter van de anti-tankgracht. Ten zuiden van het Fort van Schoten ligt het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, tevens de limiet tussen de 13Div van het V/LK en de 12Div van het IV/LK.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De Rijkswacht komt versterking leveren bij de bewaking van de Waaslandtunnel door ondermeer op de eerste oorlogsdag alle omwonende buitenlanders van vijandige naties te arresteren en weg te voeren [18]. Vanaf 15u30 rijden de eerste eenheden van het 7(FRA)Leger door de tunnel [21]. Rond 18u30 volgt een zware luchtaanval op de tunnelingang van de linkeroever. De ingang is een tijdje geblokkeerd en drie Franse militairen raken gewond. Tegen middernacht is de volledige 5(FRA)GRDI van de Groepering Lestoquoi de Scheldetunnel gepasseerd.
25Cie/Vde Bn
De noodbruggen van Hoboken en Hemiksem worden op 10 mei onder meer gebruik door het 7(FRA)Leger tijdens hun opmars naar Noord-Brabant in Nederland. Tot ergernis van de Fransen is de pontonbrug van Hemiksem niet permanent geopend. Op geregelde tijdstippen wordt brug onderbroken om het scheepvaartverkeer op de Schelde door te laten. 
27Cie/Vde Bn
Na de afkondiging van het algemeen alarm verlaat het GHK zijn vredesvoet kazerne aan de Kortenberglaan te Brussel en installeert zich zoals gepland in het Fort van Breendonk. Ook koning Leopold III vervoegt het GHK in Fort van Breendonk. Niet alle secties van het GHK  kunnen onderdak vinden in het Fort van Breendonk. Zo wordt het Commando van de Genie,  van de Transmissietroepen en van de Artillerie geïnstalleerd in het Fort van Liezenzele. De Schans van Letterheide op zijn beurt wordt de opstelplaats voor de Directie van de Diensten van het Leger die er op 10 mei  zijn intrek neemt. De 27Cie vangt aan met de beveiliging van het GHK en de verschillende stafsecties .

Recente luchtfoto Fort van Stabroek bezet door 2Cie van Iste Bn/1SVE.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
In de sector van de 17Div bij het Iste Bn krijgen de eenheden in lijn te maken met de eerste Nederlandse militairen die over de grens weggevlucht zijn voor het oorlogsgeweld en zich aanmelden bij de posities van de 17Div om zich binnen de VPA in relatieve veiligheid te stellen. De Nederlanders worden ontwapend en overgebracht naar verschillende verzamelpunten in de VPA.

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn
Rond 14u00 vindt een bijzonder hevige luchtaanval plaats op de militaire installaties van het kamp van Brasschaat. Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhoudt. Naast het fort worden ook het Remontedepot van het Leger, de Artillerieschool, en de Cavalerieschool (oftewel Ruiterijschool) gebombardeerd.
6Cie/IIde Bn
Het Fort van Brasschaat bemand door de 6Cie wordt geraakt tijdens het zware luchtbombardement van het Polygoon echter zonder grote gevolgen.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
Dag en nacht rijden Franse eenheden door de verkeerstunnel onder de Schelde.
26Cie/Vde Bn
In het fort van Steendorp waar Majoor IFM Liégeois is aangesteld als directeur van de Atleliers de Matériel Anti-Gaz – AMAG. die uit twee werkplaatsen (ateliers) bestaat. In de Werkplaats voor de samenstelling van gasmaskers (Atelier de Montage des Appareils Filtrant – AMAF) wordt druk gewerkt om de geassembleerde gasmaskerfilters naar de eenheden door te sturen. In het tweede atelier, waar munitie wordt samengesteld (Atelier de chargement des Obus Spéciaux – ACOS), wordt gewerkt aan het vervaardigen van fumigène 20, een rookontwikkelend product dat door onze artillerie gebruikt wordt in rookobussen. Voorts is men in Steendorp volop bezig met de voorbereiding van de evacuatie van de werkplaatsen.

Staf/1SVE(-)
Even voor 10u00 wordt het duidelijk dat de Franse troepen die twee dagen eerder met veel bravoure richting Breda oprukten om er in de tegenaanval te gaan, af te rekenen hebben met grote verliezen. Talrijke gewonden van het Franse leger worden afgevoerd naar hospitalen binnen de VPA. Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per infanterieregiment opgesteld achter de anti-tankgracht wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De markeringen rond de door de Belgische genie aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt. De bevestiging van het Franse debacle komt er rondom 18u00 wanneer de  Franse Generaal Sciard doorgeeft dat het 7(FRA)Leger terugplooit naar het zuidwesten.  Het V/LK reageert met een bevel aan zijn eenheden om alle vooruitgeschoven elementen terug te trekken achter de anti-tankgracht.   Bij de artillerie dienen de vooruitgeschoven batterijen klaar tot vuren te zijn en moeten alle andere formaties binnen het uur in actie kunnen komen.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
Druppelsgewijs komen fragmenten van Franse eenheden terug uit Nederland en melden zich bij de eenheden in lijn van de 17Div. Zo loopt een colonne van het 92ste Régiment d’Infantérie Motorisé, behorende tot de 25 (FRA) DIM, binnen bij het 7J ter hoogte van het Fort van Stabroek.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie bewaakt nog steeds de autotunnel onder de Schelde.

Staf/1SVE(-)
Om 09u30 wordt in de VPA overgegaan naar alarmstadium V, de hoogste staat van paraatheid. Gevluchte Franse militairen bevestigen tijdens de avond dat Breda inderdaad ingenomen is op 13 mei en dat het Franse leger in volle terugtocht is. In de nacht van 13 op 14 mei bereiken de Duitsers Roosendaal.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
De Belgische genie krijgt van het V/LK opdracht om een aantal voorbereidde vernielingen tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de anti-tankgracht tot ontploffing te brengen. Ook de kerktorens van Zandvliet en Berendrecht staan op de lijst, dit om te beletten dat ze door de vijand als observatiepost zouden kunnen gebruikt worden. Beide kerken worden met benzine en stro in brand gestoken.

IIIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIIde Bn
Tijdens de nacht van 13 op 14 mei zal de 15Div het Albertkanaal verlaten om zich achter de K.W. Stelling ten westen van de Nete terug te trekken. De 15Div vormt nu de verbinding tussen de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. De 12Div blijft zijn stellingen achter de anti-tankgracht verdedigen. Dit heeft vooral gevolgen voor de forten en schansen die ten zuiden van het Albertkanaal liggen.  Waar de meesten initieel zich in het achtergebied van de divisies in lijn bevonden komen ze nu in de frontlijn te liggen. Het Fort van Kessel bevindt zich nu zelfs op enkele kilometer voor de defensieve stelling.
15Cie/IIIde Bn
De staf van de 15Div verlaat het Fort van Kessel en installeert zich in het Fort 3 te Borsbeek. Door de herontplooiing van de 15Div achter de K.W. Stelling komt de 15Cie en het Fort van Kessel in het niemandsland voor de Belgische linies te liggen. Het fort blijft voorlopig bemand en wordt onderdeel van de voorposten van de 15Div tussen de Grote Nete en de Kleine Nete.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23ste Cie bewaakt nog steeds de autotunnel onder de Schelde.

Staf/1SVE(-)
De ontplooiing van de Belgische troepen op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Het V/LK verdedigd nog steeds de VPA met de 17Div en de 13Div. Ten oosten van Antwerpen staat het IV/LK opgesteld met de 12 Div achter de anti-tankgracht tussen het kanaal Dessel – Turnhout – Schoten en het Albertkanaal. De 15Div heeft een zwenkende beweging uitgevoerd en staat nu opgesteld achter de Tappelbeek en het Netekanaal vanaf het Albertkanaal tot Lier. Tussen Lier en Rijmenam staat het II/LK  opgesteld met de 6Div en de 11Div aan het front en de 9Div in reserve. Tussen Rijmenam en Leuven ligt het VI/LK met de 2Div en de 5de Div in eerste lijn en de 10Div in reserve.

Ten noorden van Antwerpen nemen de Fransen de 14 mei ’s morgens  een nieuwe defensieve stelling in. Deze stelling loopt van Berg-Op-Zoom, Korteven en Huijbergen tot Wildert om vervolgens  verlengd te worden via Achterbroek en Wuustwezel tot Brecht. Hiermee geeft het 7(FRA)Leger zijn poging op om de Nederlandse linies te verbinden met de Belgische en is het overgegaan tot de verdediging van Antwerpen. De Groepering Beauchesne en de 25(FRA)DIM zullen deze stelling tijdelijk verdedigen om de terugkeer van  het 7(FRA)Leger naar Frankrijk te beveiligen.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
Voor de forten van het Iste Bn neemt een Franse groepering onder bevel van Colonel Beauchesne stelling langs de lijn Berg-Op-Zoom, Korteven en Huijbergen. De Groepering Beauchesne moet kost wat kost de toegang tot het schiereiland Zuid-Beveland ontzeggen aan de vijand.  Elementen van de Groepering Beauchesne trekken zich tegen de avond terug richting VPA. Bij hun doortocht in het Nederlands gedeelte van Putte steken de Fransen de katholieke kerk in brand en laten ze de kerktoren springen. Het is een kwestie van tijd vooraleer de Duitsers de Belgisch-Nederlandse grens zullen bereiken.
2Cie/Iste Bn
De Groepering Beauchesne stelt zijn commandopost (CP) op in het Fort van Stabroek bij de 2Cie. De compagnie is nu ook verantwoordelijk voor de nabije verdediging van de CP van de Groepering Beauchesne.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23ste Cie bewaakt nog steeds de autotunnel onder de Schelde.

Staf/1SVE(-)
De Nederlandse capitulatie vindt plaats tijdens de nacht van woensdag 15 mei in het dorpje Rijsoord nabij Rotterdam. De Nederlandse capitulatie geldt enkel voor de Nederlandse krijgsmacht in Europa met uitzondering van Zeeland. Zeeland wordt tezamen met de Fransen verder verdedigd om deze laatsten toe te laten op een geordende manier terug te trekken [15].

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn
De invallers maken het eerst contact met de Versterkte Positie Antwerpen in de buurt van Brasschaat en maken gebruik van de baan Breda-Antwerpen om snel te vorderen. Op 15 mei blijft het contact beperkt tot enkele vijandelijke patrouilles.
7Cie/IIde Bn
Bij de 7de Cie worden de vier lichte Maxims die op het dak van de schans van Drijhoek opgesteld stonden in luchtafweerstelling binnen gehaald en opnieuw ondergebracht in hun normale schootsstellingen in de traditorebatterij (batterij opgesteld in de traditore kazemat om het achtergelegen terrein te bestrijken).

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
Bij de 23ste Cie komt de Franse genie aan om de eventuele vernietiging van de tunnel te bestuderen.

Staf/1SVE(-)
Na de val van Nederland kunnen de Duitsers bijzonder snel oprukken uit de provincie Noord-Brabant naar Antwerpen. Op 16 mei besluit het opperbevel om de K.W. Stelling en de Versterkte Positie Antwerpen op te geven en naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde terug te trekken tegen 19 mei. Dit zal in twee fasen gebeuren: tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt de K.W. Stelling ontruimd en tijdens de nacht van 17 op 18 mei zal Antwerpen verlaten worden. Concreet betekent dit dat het IVde Bataljon als eerste zal terugtrekken.

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn
De contacten met vijandelijke patrouilles nemen toe. De infanteriesteunpunten van het IIde Bn kunnen echter niet tussenbeide komen en de schermutselingen spelen zich net buiten het bereik van het geschut af. Het bataljon krijgt na de middag te horen dat de VPA zal ontruimd worden en het alle overtollige materieel dient af te voeren naar Nieuwkerken-Waas. Alleen de draagbare bewapening met nog 2.000 patronen per mitrailleur zullen achterblijven.
5Cie/IIde Bn
Na het vallen van de duisternis wordt omstreeks 22u45 de 5Cie, die de Schans van Kapellen bezet, door de vijandelijke artillerie gebombardeerd. De Duitse kanonnen hebben zich opgesteld op de Polygoon van Brasschaat ten noordoosten van de anti-tankgracht.
6Cie/IIde Bn
De 6Cie in het Fort van Brasschaat gaat iets na 23u15 in tactisch alarm. Waarnemers melden er troepenbewegingen langs de spoorweg en langs de hangars van de Polygoon.

IIIde Bn/1SVE(-)
15Cie/IIIde Bn
De 15Cie ontruimt het Fort Kessel.

IVde Bn/1SVE(-)
Staf/IVde Bn
Het IVde Bn krijgt het bevel om de forten te ontruimen samen met de eenheden van de intervaltroepen. Het ganse bataljon wordt naar Malderen doorgestuurd.
21Cie/IVde Bn
De 21Cie ontruimt het fort van Sint-Katelijne-Waver en kan tegen de verwachtingen in op twee vrachtwagens beroep doen om wapens en munitie mee te nemen.
22Cie/IVde Bn
De 22Cie verlaat het fort van Walem rond 21u00. De compagnie marcheert via Mechelen, Hombeek en Ramsdonk eveneens naar Malderen.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie krijgt het bevel om het gebruik van de autotunnel aan alle burgers te ontzeggen.

Kasteel van Clays-Bruuaert te Mariekerke, HK 2de Militaire Circonscriptie.

Staf/1SVE(-)
Het Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen verlaat de forten rond de stad op 17 mei 1940 wanneer de Belgen de sinjorenstad opgeven. Kolonel (Res) Slagmolen bereikt tijdens de vroege avond het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke waar de Staf van de 2de Militaire Circonscriptie (2MilCir) uit Antwerpen onderdak gevonden heeft. De zwaar aangeslagen regimentscommandant brengt verslag uit bij Luitenant-generaal Pouleur, commandant van 2MilCir, en brengt verslag uit over de chaotische evacuatie van zijn regiment. Slagmolen verhaalt hoe het merendeel van zijn compagnies zonder enige transportmiddelen een groot deel van hun mitrailleurs hebben moeten achterlaten in de forten rond de stad en hoe zijn troepen vervolgens overgeheveld werden naar de infanteriedivisies. De Staf/1VCE zal nu bij de Staf van de 2MilCir blijven.

Iste Bn/1SVE(-)
1Cie/Iste Bn
De Duitse troepen maken contact met de 1Cie bij de schans van Berendrecht en bestoken het fortje met mortiervuur. De schans wordt rond 21u00 geëvacueerd. Enkele mitrailleurstellingen bevinden zich buiten de wallen van de schans en het kost de 1ste Compagnie enige moeite om alle manschappen van het komende vertrek te verwittigen. Om 23u00 kan iedereen verzamelen aan de Kruisweg te Lillo. Met drie vrachtwagens worden de laatste militairen opgehaald en via de autotunnel onder de schelde naar het Waasland vervoerd. De compagnie moet zich naar Ertvelde begeven maar tijdens de doortocht van de Scheldetunnel raakt de compagnie verspreidt.
2Cie/Iste Bn
De 2Cie in het fort van Stabroek maakt rond 21u00 contact met de vijand en valt onder mitrailleurvuur van Duitse pantserwagens. De 3de Batterij van I/25A komt op vraag van de commandant van II/7J tussenbeide en vuurt enkele salvo’s af. Door een slechte vuurleiding komen enkele schoten op het fort terecht. De vesting wordt omstreeks 23u15 ontruimd en de manschappen marcheren te voet naar de autotunnel onder de Schelde. De mitrailleurs en munitievoorraden worden met drie vrachtwagens afgevoerd. De beide C47 anti-tankkanonnen worden onklaar gemaakt en alles wat niet kan meegenomen worden, wordt in de natte gracht geworpen. Na de doortocht onder de Schelde in de tweede helft van de nacht zal de compagnie net zoals de rest van het bataljon naar Beveren-Waas doorgestuurd worden.

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn
Het IIde Bataljon krijgt het bevel om aan het eind van de dag zijn compagnies uit Antwerpen terug te trekken en door te sturen naar Nieuwkerken-Waas. Het zware materieel en de mitrailleurs zullen bij elke compagnie opgehaald worden met een aantal vrachtwagens. Op het ogenblik dat de eenheden van de 13Div in volle voorbereiding zijn om de VPA te ontruimen start de vijand een methodische aanval tegen het Belgisch dispositief. Om 20u00 zet de vijandelijke artillerie een vuurvoorbereiding in die een uur zal duren. De artillerievuren worden verlengd in diepte door de vijandelijke luchtmacht. Na het beëindigen van de vuurvoorbereiding worden rond 21u00 verschillende pogingen ondernomen om de anti-tankgracht over te steken. Bij het 32Li kan slechts een klein bruggenhoofd gevormd worden maar zowel bij het 33Li als bij het 34Li kan de vijand een aanzienlijk bruggenhoofd slaan. Op het ogenblik van de start van de infanterieaanval zijn de bataljons die het tweede echelon bemannen van de regimenten in lijn echter al vertrokken. De bataljons in eerste echelon bieden nog weerstand tot 23u00, het afgesproken tijdstip om het gevecht af te breken. Een kleine achterhoede houdt de aanvaller nog op afstand tot 24u00 en vangt vervolgens op zijn beurt de terugtocht aan.

5Cie/IIde Bn
Het IIIde Bataljon van 32Li (III/32Li) dat stond opgesteld in tweede echelon krijgt om 20u15 opdracht om zijn stellingen te verlaten. Tegen 21u00 verlaat het III/32Li zoals bevolen zijn stellingen en verplaatst zich te voet via Merksem, het centrum van Antwerpen en Kiel naar de militaire bootbrug te Hoboken om er de Schelde over te steken. De 5de Compagnie vertrekt samen met het IIIde Bataljon. III/32Li vertrekt als eerste ondereenheid van 32Li en kan nog voor middernacht de zuidrand van Antwerpen bereiken. 
6Cie/IIde Bn
In de vroege ochtend van 17 mei wordt vanaf 03u30 de 6Cie in het Fort van Brasschaat nu ook gebombardeerd door kanonnen met groot kaliber. Om 09u30 verschansen Duitse mitrailleurposten zich in de huizen voor het Fort van Brasschaat. Om 17u00 wordt de zware bewapening en de overtollige munitie uit het fort geëvacueerd met het oog op de nakende ontruiming van de VPA. De 6Cie verlaat het fort om 23u00 wanneer ook het II/32Li zijn stellingen achter de anti-tankgracht opgeeft.
7Cie/IIde Bn
Rond de middag start de vijand met het aftasten van de verdedigingslinies van het 34Li. Ten oosten van de Schans van Drijhoek nadert de vijand de voorste linies waardoor onrust uitbreekt bij het peloton van Luitenant Van Heule van de 6Cie van II/34Li, de manschappen hijsen er de witte vlag. Wanneer Kapitein Henry de la Lindi via een melder laat weten dat hij het vuur zal laten openen indien de vlag niet snel verdwijnt, vinden de manschappen van Van Heule opnieuw de nodige moed om hun stellingen verder te blijven bezetten. In de namiddag worden de seingevers van de 7Cie die de optische verbinding met de 6Cie van het II/34Li onderhielden, teruggeroepen binnen de schans. Wanneer om 20u00, na een korte vuurvoorbereiding de Duitse infanterie de aanval inzet tegen de verdedigingslinies maakt de vijand opnieuw contact met de 6Cie. Van op de schans van Drijhoek kijken de mitrailleurschutters van de Speciale Vestingseenheden toe hoe het peloton Van Heule geen weerstand biedt. De vijand slaagt er in de Pauwelslei over te steken en de schans en de schans onder vuur te houden. Kapitein Henry de la Lindi blijft achter met zijn compagnie terwijl de rest van de VPA ontruimd wordt. De vijand kan rond 23u00 bij de aftocht van 33Li en 34Li al snel het fortje omsingelen.
8Cie/IIde Bn
Op de middag ondernemen de Duitsers langsheen Kanaal van Dessel-Turnhout-Schoten een schuchtere infiltratiepoging in de richting van Sluis Nr 5. Tot een aanval komt het hier echter niet, maar de vleesverwerkende fabriek van Zwan vat vuur bij de schermutselingen. Ook in de buurt van het Fort van Schoten breken vuurgevechten uit, maar hier slaagt het 34Li er in om de Duitse opmars tijdelijk af te stoppen. Nadat de initiële aanvalspoging werd afgeslagen blijft het relatief rustig voor de linies van I/34Li tot om 19u00 de Duitse artillerie de stellingen onder vuurt neemt gedurende een uur. Het betreft de vuurvoorbereiding voor een methodische aanval die om 20u00 ingezet wordt. Het 34Li moet enkele kleinere infiltraties toestaan. Samen met de rest van de 13de Infanteriedivisie wordt de sector ’s nachts ontruimd. De 8Cie vervoegt rond 22u00 het I/34Li voor de aftocht naar Vlaanderen.

IIIde Bn/1SVE(-)
9Cie/IIIde Bn
De 9Cie wordt toegevoegd aan het 22ste Linieregiment (22Li) voor de aftocht naar Vlaanderen. De lichte mitrailleurs gaan naar de 12de Cie van III/22Li en de zware naar de 15Cie van III/22Li. In tegenstelling tot de reguliere infanterie, beschikken de vestingstroepen niet over eigen transportmiddelen. Wanneer het 22Li tussen 18u00 en 19u00 de aftocht blaast, moeten de zware wapens dan ook met de hand meegedragen worden. Pas bij de brug van Wijnegem, na een flinke 6Km marcheren, kunnen de mitrailleurs op transport geladen worden. De 9Cie trekt samen met het 22 Li terug richting Schelde via Wijnegem, Wommegem, Borsbeek en Edegem. De 9Cie zal via de de militaire noodbrug van Hemiksem de Schelde oversteken voor de verdere terugtocht richting Vlaanderen.
11Cie/IIIde Bn
De 11Cie verlaat de schans van Schilde rond 19u00. Bij gebrek aan transport, worden de zware Maxims vernield achtergelaten. De munitie en het proviand worden in de natte gracht geworpen. De lichte Maxims worden door de manschappen meegedragen. De manschappen worden op weg gestuurd naar de Scheldebrug te Temse.
16Cie/IIIde Bn
De 16Cie ontruimt het fort van Lier aan het eind van de dag. De compagnie marcheert naar de Scheldebrug te Temse waar men zal trachten om aansluiting te vinden bij de rest van het IIIde Bataljon.

IVde Bn/1SVE(-)
Staf en 21Cie/IVde Bn
Het bataljon en de 21Cie bereiken Malderen tijdens de voormiddag en worden aan het eind van de dag doorgestuurd naar Sint-Gillis bij Dendermonde.
22Cie/IVde Bn
De 22Cie bereikt Malderen rond 05u30 en brengt zijn manschappen onder in diverse schuren, stallingen en andere bijgebouwen in het dorp. Overdag wordt gerust. Rond 19u00 komen twee Belgische motorrijders in het dorp aan met het bericht dat de Duitsers niet ver af zijn. Er breekt paniek uit onder de manschappen wanneer dit gerucht verspreid wordt. Een deel van de manschappen, waaronder de ordonnans van de compagniecommandant Soldaat Hollanders, gaan er op eigen houtje van door. De rest van de compagnie verlaat het dorp op geordende wijze rond 23u00.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie wordt aan de autotunnel afgelost door het 3de Eskadron van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie. Kapitein Massart en zijn manschappen richten een steunpunt in nabij de tunnelmond van de autotunnel. De 23Cie vordert vervolgens een aantal vrachtwagens op en verlaat de tunnel rond 22u00 met bestemming Eksaarde.
27Cie/Vde Bn
De 27Cie blijft bij de aftocht van het Groot Hoofdkwartier uit het Fort van Breendonk bij het oppercommando aangehecht voor de nabije verdediging.

Staf/1SVE(-)
Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke wordt ontruimd en de staf vertrekt samen met de Staf 2MilCir naar Brugge. Na heel wat zoekwerk wordt een nieuwe standplaats voor de staf gevonden in een grote villa aan de steenweg van Brugge naar Oostende te Snellegem.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf, 2Cie, 3Cie en 4Cie/Iste Bn
Het bataljon tracht om de 2de, 3de en 4de Cie samen te brengen te Beveren-Waas, maar alleen de 2de en de 3de Cie slagen hierin. De nachtmars heeft bij de ongeoefende militairen een bijzonder zware tol geëist. De 2Cie heeft maar liefst 140 militairen op het ziekenappel met blaren en bebloede voeten. De beide compagniecommandanten, de Luitenanten De Mol en Swinnen, plegen overleg en besluiten om te voet verder te marcheren naar Sint-Niklaas. De vrachtwagens worden rechtstreeks doorgestuurd naar Ertvelde, de nieuwe verzamelplaats van het bataljon. Te Sint-Niklaas kunnen beide compagnies aan boord geplaatst worden van een militaire trein die de troepen tot in Kaprijke vervoert. Te Kaprijke vinden de 2de en de 3de Cie opnieuw aansluiting bij de bataljonsstaf en de 4Cie. De meeste manschappen zijn aanwezig, maar er is een acuut tekort aan persoonlijke bewapening.
1Cie/Iste Bn
In de loop van de nacht van 17 op 18 mei kan de 1Cie hergroeperen tussen Zwijndrecht en Beveren-Waas. De 1Cie rijdt nu met de beschikbare vrachtwagens direct door naar het Kanaal Gent-Terneuzen en komt rond het middaguur aan te Ertvelde de hergroeperingszone van het Iste Bn. In Ertvelde is er echter van de rest van het bataljon geen spoor te vinden. Terwijl de manschappen tijdens de namiddag uitrusten neemt de compagniecommandant contact op met het Provinciecommando van West-Vlaanderen in een poging terug in verbinding te treden met zijn bataljon. Rond 19u00 volgt een bevel om naar Brugge door te trekken. Kapitein-commandant Moorkens samen met de Luitenanten Nollet en Donck en enkele andere militairen van de compagnie vertrekken op kop en en rijden in een bestelwagen direct naar Brugge. Cdt Moorkens neemt contact op met de Plaatscommandant van Brugge om een kantonnement toegewezen te krijgen maar die stuurt hem door naar Veurne. Het installatiepersoneel wacht de rest van de compagnie op en samen rijden ze door naar Veurne waar ze de nacht van 18 op 19 mei doorbrengen.

Duitse troepen bij de pas ingenomen Schans van Drijhoek. Voor de schans kregen acht gesneuvelde Duitse militairen een oorlogsgraf

IIde Bn/1SVE(-)
Staf/IIde Bn
Het IIde Bn wordt te Nieuwkerken-Waas verzameld in afwachting van een verdere aftocht naar Vlaanderen.
5Cie/IIde Bn
Na een geforceerde voetmars bereikt de 5Cie de Algrainbrug te Hoboken waar ze lang moeten aanschuiven om tot bij de brug te komen. Uiteindelijk kunnen ze om 04u30 de Schelde oversteken om vervolgens te Kruibeke voor de eerste keer halt te houden sinds ze hun stelling verlaten hebben. Na de rustpauze wordt verder gemarcheerd via Haasdonk en Sterreken naar Sint-Niklaas-Raap (buitenwijk van Sint-Niklaas) waar ze rond 10u00 toekomen om er samen met III/32Li te kantonneren.

7Cie/IIde Bn
De 7Cie is achtergebleven in de schans van Drijhoek en ontdekt na een bange nacht van aanhoudende schermutselingen met de vijand hoe de Duitsers tegen het eerste daglicht twee PAK37 anti-tankkanonnen aangevoerd hebben. Henry de la Lindi besluit dat iedere tegenstand zinloos is, en geeft zich rond 05u30 over. Bij de gevechten sneuvelen acht Duitse soldaten die worden begraven links van de toegangsweg naar de schans (zie foto).

IIIde Bn/1SVE(-)
9Cie/IIIde Bn
De 9Cie neemt samen met het 22Li een kantonnement in te Steendorp op de linkeroever tussen Hoboken en de samenvloeiing van de Durme en de Schelde. Om aan de aandacht van de Duitse luchtmacht te ontsnappen moeten de manschappen overdag zoveel mogelijk binnenshuis blijven.
11Cie/IIIde Bn
De 11Cie brengt de nacht van 18 op 19 mei door nabij de bruggen te Temse.
16Cie/IIIde Bn
Kapitein-commandant Vande Walle van de 16Cie kiest een andere marsroute naar Vlaanderen uit dan de route die hem in zijn orders werd opgedragen. De 16Cie zal het bataljon niet meer terugzien voor het eind van de veldtocht.

IVde Bn/1SVE(-)
22Cie/IVde Bn
De 22Cie marcheert via Buggenhout naar het westen en bereikt Sint-Gillis nabij Dendermonde rondom 06u30. Reeds om 08u30 wordt de mars verdergezet en even later wordt te Dendermonde de Schelde overgestoken. De manschappen houden halt in het gehucht Vogelenzang. De compagnie vertrekt om 11u30 en bereikt Overmeire rondom 16u00. Hier wordt anderhalf uur halt gehouden voor de maaltijd en vervolgens gaan de militairen opnieuw de baan op. Rondom 19u00 wordt Lochristi binnen gemarcheerd en houdt de eenheid halt voor de komende nacht.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie bivakkeert te Eksaarde. De mitrailleurs staan in luchtafweerpositie.
25Cie/Vde Bn
De compagnie blijft tot het einde van de aftocht uit Antwerpen bij de Algrainbruggen van Hemiksem en Hoboken. Beide bruggen worden in de namiddag van 18 mei door de genie tot ontploffing gebracht waarna de 25Cie wordt toegewezen aan het 39e Linieregiment (39Li). De 25Cie, die nog over zijn zware bewapening beschikt, zal een nieuwe compagnie luchtafweermitrailleurs vormen binnen de schoot van het 39Li.
26Cie/Vde Bn
De 26Cie wordt ontheven van de bewaking van de bruggen te Temse en wordt doorgestuurd om te Zele te gaan kantonneren.

Staf/1SVE(-)
De staf van het regiment bevindt zich nog steeds te Snellegem. Om nog onduidelijke redenen (kreeg hij hiertoe het bevel of handelde hij op eigen initiatief ?- TBC) vertrekt Kol Res Slagmolen met twee van zijn stafofficieren richting Frankrijk. (Was het de intentie om het 1SVE naar Frankrijk door te sturen en werd de regimentscommandant voorop gestuurd om de verplaatsing voor te bereiden?)

Iste Bn/1SVE(-)
Staf, 2Cie, 3Cie en 4Cie/Iste Bn
De 2de, 3de en 4de Compagnie rusten uit te Kaprijke en worden gereorganiseerd.
1Cie/Iste Bn
De 1Cie wordt de volgende ochtend door de plaatscommandant van Veurne doorgestuurd richting Duinkerke in Frankrijk. Eens aangekomen in Duinkerke worden ze geheroriënteerd naar Boulogne-sur-Mer. Uiteindelijk komt de 1Cie ’s nachts aan te Saint-Omer waar de nacht van 19 op 20 mei wordt doorgebracht.

IIIde Bn/1SVE(-)
11Cie/IIIde Bn
De 11Cie marcheert van Temse naar Lokeren omdat in deze laatste stad een militaire trein zou klaar gehouden worden voor de evacuatie naar Vlaanderen. Het rendez-vous met het spoortransport loop echter mis door de aanhoudende luchtaanvallen op Lokeren en de eenheid wordt samen met de rest van het 2de Linieregiment (2Li) te voet naar Vlaanderen gestuurd. De compagnie bereikt Evergem en brengt hier de nacht van 19 op 20 mei door.

IVde Bn/1SVE(-)
21Cie en 22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
Na een bijzonder korte nachtrust, vertrekken de militairen van de 21ste en 22ste Cie rond 02u00 via Oostakker en Langerbrugge naar Kluizen. Rond 04u00 kunnen de compagnies halt houden. De manschappen worden ingekwartierd en kunnen wat bijslapen. Omstreeks 14u00 wordt een nieuwe mars gestart. Dit keer gaat het naar Sleidinge waar de compagnies omstreeks 16u00 aankomen. De beide compagnies worden onder het bevel geplaatst van het 11de Bataljon Genie (11Gn) van de 11de Infanteriedivisie als hulptroepen.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie bereikt Bassevelde rond 18u00. De 26Cie verlaat tijdens de avond het dorp Zele om naar Destelbergen te marcheren.

Staf/1SVE(-)
Kolonel Res Slagmolen stuit in Noord-Frankrijk op het detachement van de 1Cie/Iste Bn. Intussen wordt Veldegem nabij Ruddervoorde aangeduid als nieuwe verzamelplaats voor het 1SVE. De staf 1SVE bereidt de verplaatsing naar Ruddervoorde voor.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf, 2Cie, 3Cie en 4Cie/Iste Bn
De 2de, 3de en 4de Compagnie rusten uit te Kaprijke en worden gereorganiseerd.
1Cie/Iste Bn in Frankrijk

De 1Cie verlaat Saint-Omer en trekt verder richting Boulogne. Onderweg botsen ze op de Regimentscommandant die de colonne van de 1Cie vervoegt. ’s Avonds bereiken ze Samer (ten zuidwesten van Boulogne) waar ze de nacht van 20 op 21 mei zullen doorbrengen.

IIIde Bn/1SVE(-)
11Cie/IIIde Bn
De 11Cie wordt naar Veldegem nabij Ruddervoorde gestuurd en verlaat het 2Li.

IVde Bn/1SVE(-)
21Cie en 22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
De 21ste en 22ste Compagnie blijven te Sleidinge en voeren diverse veldwerken uit aan het Kanaal Gent-Terneuzen ten voordele van het 11Gn. In hoofdzaak wordt struikgewas gekapt om het schootsveld vrij te maken. Te Sleidinge wordt ook een trein gelost die een hoeveelheid prikkeldraad aangevoerd heeft voor onder meer het 29ste Linieregiment. De 21ste Compagnie staat zijn 16 lichte mitrailleurs en 5 zware mitrailleurs af aan het 31ste en het 32ste Linieregiment.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie wordt doorgestuurd naar Kaprijke.
26Cie/Vde Bn
De 26Cie wordt aangehecht bij het 3de Regiment Karabiniers (3C). Alleen de lichte Maxim mitrailleurs blijven over. De wapens worden gebruikt tegen gronddoelen.

Staf/1SVE(-)
De regimentsstaf geeft de bataljons opdracht naar Veldegem te trekken waar zal getracht worden om zoveel mogelijk eenheden opnieuw samen te stellen. Deze opdracht wordt echter bemoeilijkt door de feitelijke aanhechting van vele detachementen bij de formaties van het veldleger die de verdediging van het Afleidingskanaal van de Leie voorbereiden. De regimentsstaf zal tot het eind van de veldtocht in Veldegem blijven.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
Het bataljon wordt verplaatst naar Aartrijke.
1Cie/Iste Bn in Frankrijk
De 1Cie trekt verder zuidwaarts richting Somme. Tegen de avond bereiken ze Rang-du-Fliers waar de nacht van 21 op 22 mei wordt doorgebracht. Ze zijn er zich niet van bewust dat de Duitsers reeds de monding van de Somme bereikt hebben.
2Cie, 3Cie en 4cie/Iste Bn
De 2de, 3de en 4de Compagnie rusten uit te Kaprijke en worden gereorganiseerd. Er is nu opnieuw voldoende bewapening om een aantal gevechtsgroepen en pelotons infanterie te vormen.

IIIde Bn/1SVE(-)
11Cie/IIIde Bn
Ook de 11Cie wordt doorgestuurd naar Veldegem. Bij aankomst is de compagnie van oorspronkelijk 80 militairen tot de helft herleid. De rest is onderweg verdwaald en heeft het contact met de eenheid verloren. Van de zes lichte Maxim mitrailleurs die uit de schans van Schilde meegenomen werden, blijven er nog drie over.

IVde Bn/1SVE(-)
22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
De 22Cie blijft te Sleidinge.

Vde Bn/1SVE(-)
23Cie/Vde Bn
De 23Cie wordt ontbonden en aangehecht bij de 17de Infanteriedivisie. De manschappen en middelen worden verdeeld onder het 8ste en 9de Regiment Jagers te Voet.
26Cie/Vde Bn
De 26Cie blijft te Destelbergen.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
Het gros van het bataljon bevindt zich nog steeds in Vlaanderen en wordt nu doorgestuurd naar nieuwe kantonnementen op de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie.
1Cie/Iste Bn in Frankrijk
De 1Cie trekt verder richting Saint-Valéry-sur-Somme om er de rivier over te steken. Ze botsen echter op een Duitse tankformatie en moeten op hun stappen terugkeren. Kolonel Res Slagmolen, Kapitein-commandant Moorkens, de Luitenanten Donck en Nollet en een deel van de effectieven van de 1ste Compagnie worden krijgsgevangen genomen nabij het stadje Rue ten noorden van Abbeville.

IVde Bn/1SVE(-)
22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
De 22Cie vertrekt omstreeks 21u00 naar het Afleidingskanaal van de Leie. Via Waarschoot, Ursel en Kleit wordt door de nacht richting Maldegem gemarcheerd.

Vde Bn/1SVE(-)
26Cie/Vde Bn
De 26Cie verblijft nog steeds te Destelbergen.

IIde Bn/1SVE
6Cie/IIde Bn afgedeeld bij het 32Li
De 6Cie die samen met II/32Li uit Antwerpen vertrok bevindt zich nog steeds bij dit bataljon en wordt ingezet bij de verdediging van het Kanaal Gent – Terneuzen. De compagnie beschikt nog over zijn zware en lichte mitrailleurs die verdeeld worden over de compagnies van II/32Li. II/32Li staat op 23 mei opgesteld in tweede echelon van de ondersector van 32Li tussen Rieme (exclusief) en Terdonk (exclusief) [23].

IIIde Bn/1SVE(-)
Luitenant-kolonel Pirson heeft uit zijn overgebleven troepen een aantal gevechtsgroepen en pelotons laten samenstellen die opnieuw bewapend worden en als één detachement naar de nieuwe verdedigingslinie aan de Leie zullen vertrekken. De militairen worden naar Hulste doorgestuurd.

IVde Bn/1SVE(-)
22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
De 22ste Compagnie bereikt rond 06u30 de hoeve Grote Burkel ten zuiden van Maldegem. Hier wordt tot 16u30 gerust en vervolgens gaan de militairen opnieuw de baan op naar het nabije Oostveld.

Vde Bn/1SVE(-)
26Cie/Vde Bn afgedeeld bij 3C
De 26Cie trekt samen met het 3C de Gentse binnenstad in. De troepen worden opnieuw voor de nabije luchtafweer gebruikt.

Iste Bn/1SVE(-)
Kapitein-commandant De Wachter duidt 6 officieren aan die als versterking toegevoegd worden aan de 17de Infanteriedivisie. Onder hen Luitenant Van Mol.

IVde Bn/1SVE(-)
Staf/IVde Bn
Het bataljon omvat nog steeds zes compagnies waarvan de grootte schommelt tussen 67 en 152 manschappen elk. De eenheid wordt hervormt tot een bataljon bestaande uit twee grote compagnies, onder de Kapitein-commandanten Beaufays en Van Den Berghen en ontvangt nieuwe bewapening met het oog op een inzet als gewone infanteristen ter versterking van de 18de Infanteriedivisie aan het noordelijke deel van het Afleidingskanaal van de Leie.
22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
De 22Cie kantonneert te Oostveld.

Vde Bn/1SVE(-)
Staf/Vde Bn
Kapitein-commandant Depraetere, bataljonscommandant van het Vde Bataljon laat weten dat hij zijn commandopost heeft opgesteld aan de Kortrijksebaan 143 te Oostkamp.
26Cie/Vde Bn afgedeeld bij 3C
De 26Cie kan in extremis uit Gent wegglippen na de massale overgaven bij de 18de Infanteriedivisie. Via een loopbrug aan de Nieuwe Wandeling kan het gros van de compagnie tijdens de nacht van 23 op 24 mei ontkomen. De compagnie komt aan te Nachtegaal en wacht hier de komende nacht af.

Iste Bn/1SVE(-)
Staf/Iste Bn
De gevechtsklare manschappen worden verdeeld in een drie detachementen ter aanvulling van het 7de, 8ste en 9de Jagers te Voet die als onderdeel van de 17de en de 18de Infanteriedivisie het eerste echelon van het front aan het Afleidingskanaal van de Leie ten noorden van Raverschoot bezetten. Kapitein-commandant De Wachter wordt later op de dag ziek afgevoerd. Luitenant Van Mol krijgt van hem de opdracht om alle manschappen die nog bij de bataljonsstaf overgebleven zijn te verzamelen in een enkele compagnie en deze geïmproviseerde eenheid naar Nieuwpoort over te brengen. Deze opdracht zal niet meer uitgevoerd worden, maar Van Mol zal er tegen 28 mei wel in slagen om een deel van zijn manschappen te herbewapenen.

IVde Bn/1SVE(-)
Staf/IVde Bn
Het hervormde bataljon wordt toegevoegd aan het 3de echelon van de stellingen van de 18de Infanteriedivisie langsheen het noordelijk deel van het Afleidingskanaal van de Leie. De troepen worden tijdens de nacht van 25 op 26 mei ontplooid rond het gehucht Kallestraat en worden aangevuld door het I/39Li in het noorden en de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie in het zuiden. Het 3de echelon staat onder het bevel van Kolonel Brouhier van het 3C.
22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
Ook de 22ste Compagnie wordt verplaatst naar de nieuwe stellingen van de 18de Infanteriedivisie. De manschappen graven zich tijdens de avond in te Kruipuit.

IVde Bn/1SVE(-)
Het bataljon ligt reeds zo’n 24 uur tussen Kallestraat en Kruipuit. Vanaf 07u00 kunnen de Duitsers een opening maken tussen de linies van het 7J en het 1C te Raverschoot. Ten gevolge van deze opmars moeten het 7J en het 1C achteruit trekken en rond 22u00 krijgt het bataljon te horen dat het 3de echelon zal dienen om de terugtocht te dekken. Vervolgens moet het bataljon zelf achteruit.

Staf/1SVE(-)
De elementen van het regiment die zich te Veldegem en Ruddervoorde bevinden, worden verder gestuurd naar nieuwe kantonnementen te Leke.

IVde Bn/1SVE(-)
Het bataljon trekt zich terug rond 02u45 van het 3de echelon tussen Kallestraat en Kruipuit en neemt omstreeks 05u00 nieuwe posities in rond Drongengoedbos, op het 2de echelon van een nieuwe verdedigingslinie die de Belgen in alle haasten trachten op te werpen. De Belgische troepen blijven echter onder druk staan en omstreeks 11u15 volgt een nieuw bevel tot terugtrekken. De militairen moeten nu achter de baan van Kleit naar Knesselare post vatten. Ook hier kunnen de Belgen niet langer stand houden en wanneer rond 17u00 troepen van het 1C door de linies van het bataljon terugtrekken, krijgt Majoor De Saeyer te horen dat hij zelf zo’n 600m verder achteruit moet. Bij de voorbereiding voor de verplaatsing worden een aantal detachementen van het bataljon overrompeld en gevangen genomen. Een deel van de 22ste Compagnie wordt ingehaald door de vijand en gaat verloren. De manschappen belanden uiteindelijk in de buurt van Burkel waar de chaos in de Belgische linies compleet is en niemand nog weet waar welke eenheid moet opgesteld worden.

IVde Bn/1SVE(-)
Tijdens de nacht trekken de laatste detachementen van het bataljon die nog enige cohesie vertonen richting Oedelem om van hier uit naar Oostkamp gezonden te worden. Majoor De Saeyer verneemt hier de overgave.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Getuigenis Louis Antonissen “Op 27 mei brak de hel los op de Bredabaan” [On Line beschikbaar]: http://het-kamp-van-brasschaat.be/DeGefusilleerden.html [Laatst geraadpleegd 1 juni 2016]
  2. Getuigenis Sdt Mil André Lescrauwaet, mitrailleurschutter van de 18Cie in het fort van Koningshooikt.
  3. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994 p.151
  4. Aan de vooravond van de oorlog staat de 17Div opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordelijke sector tussen Lillo aan de Schelde en de spoorlijn Essen-Kapellen. De drie infanterieregimenten van de divisie staan opgesteld in lijn achter de tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. Het 9de Regiment Jagers te Voet (9J) neemt de linkerflank van de divisiesector voor zijn rekening en bemant posities tussen Lillo in het zuiden en Berendrecht in het noorden, een relatief veilig geachte zone aan de noordrand van de Versterkte Positie Antwerpen. Het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) ligt in het centrum van de divisie rond Stabroek en het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) bemant stellingen op de rechterflank ten noorden van Kapellen.
  5. Vandaag zijn geen sporen meer terug te vinden van de Schans van Berendrecht, het bolwerk verdween bij de uitbreiding van de Antwerpse haven.
  6. Website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 4 februari 2019].
  7. Huidige toestand van de forten van de VPA [On line beschikbaar]: http://www.fortengordels.be/forten [Laatst geraadpleegd 4 februari 2019].
  8. Achtergrondinformatie bij de Schans van Smoutakker: Agentschap Onroerend Erfgoed 2018Duitse bunker [On line beschikbaar]: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306246 [Laatst geraadpleegd .
  9. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016].
  10. De restanten van de loopgrachten gegraven door het 8J en 32Li (eerste en tweede echelon) tussen het Fort van Ertbrand en het Fort van Brasschaat zijn nu nog zichtbaar in het Ertbrandbos. Ze werden ik kaart gebracht. [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/301948 [Laatst geraadpleegd 05 februari 2019].
  11. Achtergrondinformatie bij de Schans van Oudaan, Agentschap Onroerend Erfgoed 2017Schans d’Oudaen [On line beschikbaar], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200807 [Laatst geraadpleegd op ].
  12. Achtergrondinformatie bij en foto’s van het Fort van Oelegem [On Line beschikbaar]: fortoelegem.be/Het%20fort/index.html [Laatst geraadpleegd 07 februari 2019], gedetailleerde beschrijving van het fort vindt u op de site van het Agentschap Onroerend Erfgoed 2017Fort van Oelegem [On line beschikbaar], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/13951 [Laatst geraadpleegd op .
  13. Achtergrondinformatie bij het Fort van Kessel  door Agentschap Onroerend Erfgoed 2017Fort van Kessel [On Line beschikbaar]: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/3093 [Laatst geraadpleegd op .
  14. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].
  15. Achtergrondinformatie bij de Nederlandse capitulatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Duitse_aanval_op_Nederland_in_1940 [Laatst geraadpleegd 28 februari 2019].
  16. Gedetailleerde ligging van de bunkers van de NordabschnittStellung Antwerpen [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306184  [Laatst geraadpleegd 28 februari 2019].
  17. Gedetailleerde beschrijving van de bunkers langs de anti-tankgracht te noorden en oosten van de VPA [On line beschikbaar]: http://www.antitankgracht.be/index.php/de-bunkers [Laatst geraadpleegd 04 maart 2019]
  18. Het betreft hoofdzakelijk Duitsers die zich in Antwerpen bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moesten melden bij de verschillende politiebureaus te Antwerpen. Allen werden ze in hechtenis genomen (administratief geïnterneerd) en samengebracht in drie Antwerpse kazernes.
  19. Integratie van het Fort van Oelegem in de verdedigingslinie achter de anti-tankgracht [On Line beschikbaar]: http://www.niehorster.org/021_belgium/forts/_forts-part_02.htm [Laatst geraadpleegd 12 maart 2019]. 
  20. Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung“, 1941, Berlijn. Tijdens de oorlog door de Duitse bezetter uitgegeven document (Nur für Dienstgebrauch) met een nauwkeurige beschrijving van de verschillende vestingswerken in België. 
  21. Voor de opmars naar Nederland gebruikt het 7(FRA)Leger vijf marsroutes waarvan er drie  I2, I3 en I4 door de Versterkte Positie Antwerpen passeren. De vijf marsroutes zijn als volgt vastgelegd;
    Itinéraire 1 (I1): Marquise-Calais-Duinkerke-Adinkerke-Nieuwpoort-Oostende-Blankenberge-Westkapelle-Sluis-Schoondijk.
    Itinéraire 2 (I2): Bergues-Hondschote-Gistel-Brugge-Eeklo-Zelzate-Antwerpen (tunnel)-Kalmthout-Roosendaal-Breda
    Itinéraire 3 (I3): Waten-Zegerscappel-Oostcappel-Diksmuide-Torhout-Knesselare-Eeklo-Gent- Sint-Niklaas -Hemiksem (militaire pontonbrug) – Sint-Lenaarts – Baarle-Nassau
    Itinéraire 4 (I4): Boulogne-Arques-Cassel-Boezinge-Langemark-Lichtervelde-Tielt-Aarsele-Merelbeke-Zele-Dendermonde-Lier-Oostmalle-Turnhout
    Itinéraire 5 (I5): Thérouanne-Hazebroeck-Ieper-Moorsele-Izegem-Ingelmunster-Kruishoutem-Melle-Schoonaarde-Mechelen-Herentals-Retie.
  22. Het staat nog niet met zekerheid vast of het hier om de vuurmonden gaat van de 10de en de 11de Batterij van de IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie, dan wel over bijkomende vuurmonden. Een mogelijke herkomst van de mortieren zouden de onafhankelijke batterijen MVD van het Vestingsregiment van Luik (RFL) kunnen zijn. Deze mortieren verliet het RFL in april 40 maar werden toe nu toe nergens anders getraceerd. 
  23. Getypt gedetailleerd verslag in het Nederlands van de veldtocht van Kapitein Aercke, commandant van de 6Cie van II/32Li, opgesteld op 20 juli 1945. Het verslag maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.

Pagina bekijken