Speciale Vestingseenheden

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden |1SVE
1er Régiment Unités Spéciales de Forteresse | 1USF
Type Vestingsinfanterie
Ontdubbeld van 5de Linieregiment: 1ste, 2de en 3de Compagnie
6de Linieregiment: 4de, 5de en 6de Compagnie
9de Linieregiment: 7de, 8ste en 9de Compagnie
2de Linieregiment: 10de, 11de en 12de Compagnie
3de Linieregiment: 13de, 14de en 15de Compagnie
4de Linieregiment: 16de en 17de Compagnie
8ste Linieregiment: 18de en 19de Compagnie
7de Linieregiment: 20ste, 21ste en 22ste Compagnie
1ste Regiment Grenadiers: 23ste, 24ste en 27ste Compagnie
1ste Regiment Carabiniers: 25ste en 26ste Compagnie
Onderdeel van Administratief: Militaire Circonscripties
Tactisch: Infanteriedivisies en Legerkorpsen
Bevelhebber Kolonel Res L. Slagmolen
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen (VPA)
Versterkte Positie Luik (oftewel Position Fortifiée de Liège –  PFL)
Versterkte Positie Namen (oftewel Position Fortifiée de Namur – PFN)
Samenstelling  1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (-)
Iste Bataljon 1ste Compagnie (Schans Berendrecht) (Cdt C. Moorkens)
(Cdt F. De Wachter) 2de Compagnie (Fort Stabroek) (Lt F. Van Mol)
3de Compagnie (Schans Smoutakker) (Lt E. Swinnen)
4de Compagnie (Fort Ertbrand) (Lt E. Champy)
IIde Bataljon 5de Compagnie (Schans Kapellen) (Lt J. Luyckx)
(LtKol J. Verschueren) 6de Compagnie (Fort Brasschaat) (Lt L. Vermeire)
7de Compagnie (Schans Drijhoek) (Kapt L. Henry de la Lindi)
8ste Compagnie (Fort Schoten) (Kapt L. Flamand)
IIIde Bataljon 9de Compagnie (Schans Oudaan) (Lt M. Janssens)
(LtKol E. Pirson) 10de Compagnie (Fort ‘s-Gravenwezel) (OLt E. Tahon)
11de Compagnie (Schans Schilde) (Lt A. Rijckaert)
12de Compagnie (Fort Oelegem) (Kapt J. Wambeke)
13de Compagnie (Schans Massenhoven) (Kapt E. Michaux)
14de Compagnie (Fort Broechem) (Lt L. Van Sevenant)
15de Compagnie (Fort Kessel) (Lt A. De Middeleer)
16de Compagnie (Fort Lier) (Cdt J. Vande Walle)
IVde Bataljon 17de Compagnie (Schans Tallaart) (Lt A. Jacques)
(Maj R. De Saeyer) 18de Compagnie (Fort Koningshooikt) (Cdt A. Beaufays)
19de Compagnie (Schans Bosbeek) (Lt F. Menschaert)
20ste Compagnie (Schans Dorpveld) (Lt V. Croquet)
21ste Compagnie (Fort Sint-Katelijne-Waver) (Lt A. Detaille)
22ste Compagnie (Fort Walem) (Cdt C. Van Den Berghe)
Vde Bataljon
(Cdt A. Depraetere)
23ste Compagnie (Voertuigtunnel Antwerpen)
(Lt F. Watterinckx)
24ste Compagnie (Voetgangerstunnel Antwerpen)
(Lt R. De Schmidt)
25ste Compagnie (Bruggen Hoboken en Hemiksem)
(Lt R. Rombouts)
26ste Compagnie (Fort Steendorp en brug Temse)
(Cdt G. Burgun)
27ste Compagnie (Fort Bornem, Schans Letterheide, Fort Liezele, Schans Puurs en Fort Breendonk)
(Lt R. Mathieu)
Stafcompagnie
Batterij van 4 x C120L De Bange kanonnen (Lt C. De Brouwer)
VIIde Bataljon Luik  afgedeeld bij PFL (Lt-Kol J. De Clerck) 28ste Compagnie
(Lt M. Retif)
29ste Compagnie
(Kapt L. Hecq)
30ste Compagnie
(Lt A. de Ville de Goyet)
31ste Compagnie
(Lt J. Dawans)
VIde Bataljon Namen afgedeeld bij PFN (Maj André Listray) 32ste Compagnie
(Lt V. Heuskin)
33ste Compagnie
(Cdt A. Brisbois)
34ste Compagnie
(Lt F. Docquir)
35ste Compagnie
(Lt N. Givert)

Gezien het 1ste Regiment Speciale Vestingeenheden (-), het VIde Bn Namen en het VIIde Bataljon Luik elk op een ander front worden ingezet werd het verloop van de veldtocht voor de drie eenheden dan ook afzonderlijk uitgewerkt.

  • Tijdens de mobilisatie

    Staf/1SVE
    Het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE) staat in voor de bijkomende beveiliging van de drie zogenaamde Versterkte Posities die deel uitmaakten van het strategisch verdedigingsplan van ons land: de Versterkte Positie Antwerpen (VPA), de Versterkte Positie Luik (VPL) en de Versterkte Positie Namen (VPN). De hoofdmoot van het 1SVE staat in voor de verdediging van de VPA. Daarenboven heeft het 1SVE telkens één bataljon van vier compagnies gedetacheerd naar de VPL en de VPN. Administratief staat het 1SVE onder bevel van de 2de Militaire Circoncriptie. Na de ontplooiing van de legerkorpsen komt het gedeelte van het 1ste Regiment dat zich te Antwerpen bevindt onder bevel van het Vde Legerkorps (V/LK), het VIde Bataljon van 1SVE dat zich te Namen bevindt (VIde Bataljon Namen) onder bevel van het VIIde Legerkorps (VII/LK) en het VIIde Bataljon van 1SVE dat zich te Luik bevindt (VIIde Bataljon Luik) onder bevel van het IIIde Legerkorps (III/LK).

    De noordoostelijke bolwerken van de tweede fortengordel om Antwerpen vormden de basis voor de frontlinie van de Versterkte Positie Antwerpen.

    Te Namen en Luik zijn de oude fortengordels gemoderniseerd en de meeste forten opnieuw van bewapening voorzien. Rondom Luik werden bovendien vijf moderne ondergrondse forten gebouwd. Al deze vestigingen worden bemand door de artilleristen van de vestingsartillerie. De verdediging van de tussen de forten gelegen gebieden is toevertrouwd aan troepen van het veldleger, aangevuld met het VIde Bataljon SVE te Namen en het VIIde Bataljon SVE te Luik.

    Te Antwerpen is de situatie enigszins anders. Hier zijn de oude forten niet herbewapend, maar ingericht tot infanteriesteunpunten. De geschutskoepels, die nog tot in 1914 gebruikt werden, waren allen van hun kanonnen ontdaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vanaf het midden van de jaren ’30 werd in de forten een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden toegewezen. Deze compagnies bestaan doorgaans uit een honderdtal militairen uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. Enkele compagnies van het regiment worden ingezet bij de bewaking van de overgangen over de Schelde. Ten noorden van Antwerpen, tussen de Schelde en het Albertkanaal zijn de ingenomen steunpunten verbonden met een anti-tankgracht. Achter deze anti-tankhindernis nemen de verschillende regimenten van de 12de, 13de en 17de Infanteriedivisie stelling. Het graven van de anti-tankgracht werd gestart in 1936 en voltooid in mei 1940. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Tussen de forten en schansen werd waar mogelijk gebruik gemaakt van Duitse bunkers uit de Eerste Wereldoorlog (zogenaamde Nordabschnitt van de Stellung Antwerpen) en waar nodig werden nieuwe bunkers gebouwd. Waar hoofdwegen de anti-tankgracht kruisen is de gracht onderbroken door een dam die kon worden afgesloten met Cointet-elementen. De secundaire wegen die de gracht kruisen lopen over wegneembare militaire bruggen.

    Tijdens de mobilisatie hebben de verschillende bataljons van het 1SVE hard gewerkt om forten gevechtsklaar te maken en om de nodige vuurplannen voor hun mitrailleurs op te stellen. De idee is om via direct of indirect vuur vanuit elk bolwerk een ganse reeks belangrijke doorgangen onder vuur te kunnen nemen op eigen initiatief of op vraag van de infanterieregimenten die zich tussen de forten hebben opgesteld. Voor de communicatie met de eenheden van het veldleger wordt beroep gedaan op vaste telefoonlijnen en op optische seinmiddelen. De forten en schansen zelf kunnen ook op vuursteun rekenen van de infanterie en van de artillerie voor de nabije verdediging. Met name de Mortieren Van Deuren van de IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie (IV/3LAA) zijn toegewezen aan deze taak. Wat de precieze operationele opdracht is van de Staf van het 1SVE, is veel minder duidelijk. Zo zijn er bijvoorbeeld geen evacuatieplannen voor een eventuele aftocht uit Antwerpen en is er ook niets in bevelen vastgelegd voor het achterblijven van de Speciale Vestingseenheden bij een mogelijke aftocht van het veldleger.

    Daar waar tijdens de mobilisatie de divisies van het veldleger die de VPA moesten verdedigen regelmatig werden afgelost bleven de bataljons van het 1SVE, die de verschillende forten en schansen bemannen, de enige constante.

    Staf/1SVE(-)
    Na ontvangst van het alarm tijdens de nacht van 9 op 10 mei neemt het regiment zijn stellingen in. Om 02u00, onmiddellijk na de afkondiging van het alarm, wordt alarmstadium II van kracht voor de VPA. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm. Tijdens de voormiddag beveelt het Vde Legerkorps om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Alleen de schietsectoren van de eenheden opgesteld in eerste echelon achter de anti-tankgracht mogen worden vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Dit om het waarnemings- en schootsveld van de militairen te verbeteren en tevens te beletten dat de vijand de stelling ongezien kan naderen. De verschillende bataljons werken hard om hun stellingen te verbeteren.

    Schets van de sectoren voor de twee C47mm kanonnen van de 2Cie te Stabroek (document CHD).

    In de ruïne van de Schans van Smoutakker werden in 1917 door de Duitse bezetter bunkers gebouwd die tijdens het interbellum werd aangepast voor de mitrailleurs van de 3Cie

    In de ruïne van de Schans van Smoutakker werden in 1917 door de Duitse bezetter bunkers gebouwd die tijdens het interbellum werden aangepast voor de mitrailleurs van de 3Cie

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf/Iste Bn
    Het Iste Bataljon bezet de meest noordelijke forten en schansen rond Antwerpen, van Berendrecht tot Ertbrand. Deze bolwerken liggen langs de anti-tankgracht die samenvalt met de voorste linie van de regimenten Jagers te Voet van de 17de Infanteriedivisie (17Div). Het Iste Bn, onder bevel van Kapitein-commandant De Wachter, beschikt hiervoor over vier compagnies.
    1Cie/Iste Bn
    De 1ste Compagnie (1Cie) bezet de Schans van Berendrecht en wordt bevolen door Kapitein-commandant Moorkens bijgestaan door drie officieren waaronder de Luitenanten Donck en Nollet. Deze schans, ook gekend als de ‘Redoute van Berendrecht’, is een ‘tussenfort’ dat zich tussen de forten van Lillo en Stabroek bevindt [5]. Enkele mitrailleurs staan opgesteld buiten de wallen van de schans in flankeringsbunkers. Links van de 1Cie bezet een element van de Groepering Verdediging Neder-Schelde het Fort van Lillo, rechts bezet de 2Cie het Fort van Stabroek. De 1Cie is geïntegreerd in het dispositief van het 9de Regiment Jagers te Voet (9J).
    2Cie/Iste Bn
    De 2de Compagnie (2Cie) bemant het Fort van Stabroek aan de Abtsdreef in Stabroek en beschikt over twee C47 anti-tankkanonnen, die scherend vuur kunnen afgeven over de anti-tankgracht en de twee overgangen over de anti-tankgracht ten westen van het fort onder schot houden. De 2Cie staat onder bevel van Luitenant Van Mol. Het Fort van Stabroek is geïntegreerd in de stellingen van het IIde Bataljon van het 7de Regiment Jagers te Voet (II/7J) en is tijdelijk aangehecht bij deze eenheid. Bij afkondiging van alarmstadium III wordt te Stabroek een groot stuk land onder water gezet tussen de anti-tankgracht en de Nederlandse grens.
    3Cie/Iste Bn
    De 3de Compagnie (3Cie) van Lt Swinnen bezet de Schans van Smoutakker. De 3Cie staat onder bevel van het IIIde Bataljon van 7J dat zijn loopgrachten heeft ten oosten van de schans. De Schans van Smoutakker ligt langs de weg Hoogeind. Deze schans, ook gekend als de ‘Redoute van Smoutakker’, is een ‘tussenfort’ dat zich tussen de forten van Stabroek en Ertbrand bevindt. De schans werd in oktober 1914 door het terugtrekkende Belgisch leger met explosieven vernield  om te beletten dat de Duitse bezetter er gebruik van zou maken tijdens zijn opmars naar Antwerpen. Op de ruïne werden in 1917 door de Duitsers twee nieuwe bunkers gebouwd, één met zicht op het westen, een tweede met zicht op het oosten. Tijdens het interbellum werden beide bunkers omgevormd tot dubbele mitrailleurposten. Hiertoe werd in de binnenruimte een ander type affuit geplaatst. De oorspronkelijke schietgaten werden omgevormd voor het gebruik van een mitrailleur op een Chardôme affuit [8].
    4Cie/Iste Bn
    De 4de Compagnie (4Cie) van Luitenant Champy bemant het Fort van Ertbrand. Dit fort werd gebouwd in 1908 te Kapellen en is gelegen in de Oude Galgenstraat. Het heeft de vorm van een trapezium en bestaat uit drie delen: hoofdfront, keelfront en zijfronten. Het geheel wordt omringd door een brede gracht van 40 à 50 meter. Het Fort van Ertbrand is geïntegreerd in de stellingen van het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) en staat tijdelijk onder bevel van deze eenheid [10].

    Opstelling van de 13Div langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

    IIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIde Bn
    Het IIde Bataljon vervolledigt de linies naar het oosten toe en bemant de VPA van de Schans van Kapellen tot en met het Fort van Schoten. De commandopost van het bataljon staat opgesteld in het Fort van Merksem in de oude fortengordel. De versterkte steunpunten liggen in de sector van de 13de Infanteriedivisie (13Div). Rondom 18u00 worden de eerste troepen van het 7(FRA)Leger gesignaleerd in de VPA. De Fransen rijden via de Bredabaan doorheen de posities van de 13Div en rukken op richting Noord-Brabant (Nederland) waar ze ter hoogte van Breda de zuidflank van de Nederlanders zullen verlengen tot aan de Belgische linies [9].
    5Cie/IIde Bn
    De 5de Compagnie (5Cie), bevolen door Luitenant Luyckx, bezet de Schans van Kapellen die zich halfweg de Forten van Ertbrand en Brasschaat bevindt op een 800-tal meter van de anti-tankgracht. De Schans van Kapellen is gebouwd van 1887 tot 1897, ter verdediging van de belangrijke spoorweg Antwerpen – Roosendaal. Het is een hybride fort op een vrijwel vierhoekig forteiland, gebouwd met bakstenen muren en betonnen gewelven. Tijdens het interbellum werd er een kleine mitrailleurbunker met twee schietkamers gebouwd op het hoofdfront. De schans ligt langs de Fortsteenweg te Kapellen.
    6Cie/IIde Bn
    De 6de Compagnie (6Cie) bezet het Fort van Brasschaat dat zich midden in het dispositief van het IIde Bataljon van het 32ste Linieregiment (32Li) bevindt. Links van het fort staat 6/II/32Li opgesteld, rechts van het fort 5/II/32Li. De 7de Cie van II/32Li staat in diepte opgesteld achter het fort.
    7Cie/IIde Bn
    Bij de 7Cie schrijft Kapitein Henry de la Lindi dat zijn compagnie op de eerste oorlogsdag slechts 68 manschappen bevat om de Schans van Drijhoek te bemannen. Dit bolwerk kijkt uit over de belangrijke baan van Antwerpen naar Breda en bevindt zich een 700-tal meter achter de anti-tankgracht. De 7de Compagnie beschikt er over 2 zware en 6 lichte mitrailleurs. Verder zijn er 144 Mills handgranaten en een zelfde hoeveelheid Vivien Bessières geweergranaten die kunnen afgeschoten worden met een aantal oude Lebel geweren door middel van een op de loop gemonteerde tromblon. De schans ligt op de rechterflank van het kwartier van het IIIde Bataljon van het 33ste Linieregiment (III/33Li). De 6de Compagnie van het IIde Bataljon van het 34ste Linieregiment  (6/II/34Li), ligt op de uiterste linkerflank van de ondersector van het 34Li, net ten oosten van de Schans van Drijhoek. Het peloton van Luitenant Van Heule van 6/II/34Li bevindt zich hierbij het dichtst bij de schans. Er wordt een optische verbinding tot stand gebracht met de mitrailleurschutters op het bolwerk. De beide seinposten worden verzekerd door telefonisten-seingevers van de schans. Binnen het enkele gebouw van de schans staan telkens een zware en een lichte Maxim mitrailleur in de bunkers van het hoofdfront geplaatst zodat deze wapens de stellingen van het 33Li met flankeringsvuur kunnen dekken. Deze mitrailleurposities vormen een peloton van twee secties onder leiding van Luitenant De Jonghe. De overige lichte mitrailleurs staan normaltiter per twee opgesteld in de oude geschutsruimte van de traditorebatterij. Ook deze vier wapens vormen een peloton van twee secties en staan onder bevel van Luitenant Bongers. De vier lichte mitrailleurs werden tijdens de mobilisatie echter op het dak van de schans opgesteld in luchtafweerpositie. Elk van de zware wapens beschikt over een dotatie van 5.000 patronen. De commandopost van Henri de la Lindi is ondergebracht in een lokaal zonder vensters op de begane grond.
    8Cie/IIde Bn
    De 8ste Compagnie (8Cie) bezet het Fort van Schoten dat zich op de rechterflank van het dispositief van het IIIde Bataljon van het 34ste Linieregiment (III/34Li) bevindt. Het III/34Li staat in tweede echelon opgesteld op een 800-tal meter van de anti-tankgracht. Het fort ligt ten oosten van het centrum van Brasschaat langs de Brechtsebaan. Ten zuiden van het Fort van Schoten ligt het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [14], tevens de limiet tussen de 12de Infanteriedivisie (12Div) en de 13de Infanteriedivisie.

    Ingang van het Fort van Oelegem, bemand door de 12Cie van het IIIde Bn.

    Ingang van het Fort van Oelegem, bemand door de 12Cie van het IIIde Bn.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIIde Bn
    Het IIIde Bataljon, onder bevel van LtKol Pirson, bezet de schansen en forten ten oosten van de stad Antwerpen, vanaf de Schans Oudaan te Schilde tot en met het Fort van Lier. Deze bolwerken liggen zowel ten noorden als ten zuiden van het Albertkanaal en zijn enkel ten noorden van het Albertkanaal nog verbonden met de anti-tankgracht. Deze defensieve gracht stopt op zo’n twee kilometer voorbij het Fort van Oelegem en maakt de junctie met het Albertkanaal ter hoogte van Massenhoven. Het IIIde Bataljon beschikt over acht compagnies om zijn opdracht uit te voeren. De versterkte steunpunten liggen onder meer in de sector van de 12de Infanteriedivisie (12Div) en de 15de Infanteriedivisie  (15Div) waar de bolwerken geïntegreerd worden in de stellingen van de verschillende linieregimenten van deze divisies. De 12Div staat opgesteld achter de anti-tankgracht tussen het kanaal
    9Cie/IIIde Bn
    De 9Cie, onder bevel van Luitenant M. Janssens bezet de Schans van Oudaan [11]. De schans werd gebouwd tussen 1907 en 1908 uit baksteen en beton en ligt in de Moerstraat 57 te Schilde tussen het Fort van Schoten en het Fort van ’s-Gravenwezel. De schans ligt niet aan de anti-tankgracht maar een 800 meter meer naar het zuidwesten. De 9Cie komt onder tactisch bevel van het 22ste Linieregiment (22Li) te staan.
    10Cie/IIIde Bn
    De 10Cie van Onderluitenant Tahon heeft zijn intrek genomen in het Fort van ‘s-Gravenwezel. Het fort van ongeveer 22 hectare is gebouwd in 1909-1912. De gebouwen van ongewapend beton staan op een trapeziumvormig forteiland gelegen langs de weg Karekiet 70 te Schilde. De gracht van het fort sluit aan bij de anti-tankgracht. Het fort ligt in de ondersector van het 2de Linieregiment (2Li). Majoor Milcamps, commandant van het IIde Bataljon van 2Li, zal dan ook de 10Cie van het fort van ‘s-Gravenwezel bevelen.
    11Cie/IIIde Bn
    De 11Cie van Luitenant Rijckaer bezet de Schans van Schilde langs de anti-tankgracht en bevindt zich aan de Schanslaan te Schilde. Deze bakstenen en betonnen schans werd gebouwd tussen het Fort van ’s-Gravenwezel en het Fort van Oelegem.  Op 9 oktober 1914 trok het Belgische leger zich terug uit de schans en werd de schans opgeblazen. In de ruïne van de schans op het eivormig forteiland werden tijdens het interbellum twee betonnen flankeringsbunkers gebouwd. Majoor Lardinois, commandant van het Iste Bataljon van 2Li voert het bevel over de 11Cie van de schans van Schilde.
    12Cie/IIIde Bn
    De manschappen van de 12de Compagnie onder bevel van Kapitein Wambeke bemannen het Fort van Oelegem aan de Goorstraat 19 te Ranst. De mitrailleurs opgesteld in het fort kunnen flankerend vuur afgeven op de anti-tankgracht die het fort aan de westelijke kant (dus achterkant) passeert. De toegangsbrug naar het fort ligt over de anti-tankgracht. Het fort van ongeveer 20 hectare is gebouwd in 1909-1914. Het was nog niet voltooid bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. De gebouwen van ongewapend beton staan op een trapeziumvormig forteiland. Naast het fort kruist de beek Groot Schijn de Anti-tankgracht. Via het aanwezige sluisje kon de beek de gracht van water voorzien. Tussen de twee wereldoorlogen werd een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo werd de bewapening vervangen en werden aanpassingen aan ventilatie en nooduitgangen doorgevoerd [12].
    13Cie/IIIde Bn
    De 13de Compagnie (13Cie) van Kapitein E. Michaux bezet de Schans van Massenhoven. Deze schans bevindt zich langs de Oelegemsesteenweg ten zuiden van het Albertkanaal en is niet meer beschermt door de anti-tankgracht die niet werd doorgetrokken ten zuiden van het Albertkanaal. De schans werd gebouwd tussen het Fort van Broechem en het Fort van Oelegem in 1909-1912. De Schans van Massenhoven heeft een langwerpige opbouw (gelijkaardig aan de andere schansen) met een totale breedte van ongeveer 65 m. De schans was omringd door een 15 m brede gracht. Het oppervlak bedroeg ruim 2 hectare. Tussen de twee Wereldoorlogen werd een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo werden er werden twee abri conjugués geplaatst voor mitrailleurs. Het 43ste Linieregiment (43Li) dat staat opgesteld achter het Albertkanaal tussen Oelegem en de samenvloeiing van het Netekanaal en het Albertkanaal nabij Viersel integreert de Schans van Massenhoven in zijn dispositief. Zo heeft het Iste bataljon van 43Li zijn commandopost nabij de Schans van Massenhoven opgesteld.
    14Cie/IIIde Bn
    De 14de Compagnie (14Cie) richt, onder bevel van Luitenant L. Van Sevenant, een infanteriesteunpunt in op het forteiland van het Fort van Broechem. Het fort ligt langs de Steenweg op ’t Fort te Ranst en werd gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens het interbellum zijn aan het fort kleine aanpassingen uitgevoerd. Het fort werd herbewapend waarbij de oude geschutskoepel werden aangepast voor de plaatsing van lichte en zware mitrailleurs. Een zestal zogenaamde Abris Elementaires, half cirkelvormige gepantserde bunkers zonder dakbedekking, werden aan het fort toegevoegd. Plaatselijk werd de bepantsering verbeterd door de storting van gewapend beton en het fort werd beveiligd tegen gasaanvallen door de installatie van een ventilatiesysteem en de inrichting van gasdichte lokalen. Evenals het infanteriesteunpunt van de 13Cie wordt het Fort van Broechem toegewezen aan de commandant van het 43Li. Het fort komt onder bevel te staan van Majoor Philippart, commandant van II/43Li die met zijn bataljon in tweede echelon van 43Li staat opgesteld.
    15Cie/IIIde Bn
    De 15de Compagnie (15Cie) van Luitenant De Middeleer bezet het Fort van Kessel waar ook de Staf van de 15de Infanteriedivisie (15Div) zijn intrek genomen heeft. Het fort, gelegen aan het einde van de Fortstraat te Nijlen, werd gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog op een driehoekig forteiland. Het fort kreeg het hard te verduren tijdens zijn belegering in oktober 1914 en werd dan ook zwaar beschadigd. In de vier daaropvolgende jaren maakten de Duitsers het fort opnieuw gebruiksklaar. Tijdens het interbellum werden er eveneens enkele Abris Elementaires gebouwd om er mitrailleurs in onder te brengen. Verder werden moderniseringen doorgevoerd, zoals gasdichte lokalen, verbeterde verblijfslokalen en verbeterde communicatie [13].
    16Cie/IIIde Bn
    Het Fort van Lier wordt bemand door de 16de Compagnie (16Cie) die bevolen wordt door Kapitein-commandant J. Vande Walle. Het fort is gelegen in de Fortweg 24 te Lier en werd gebouwd als Bruggenhoofdfort van 1873-1883 en later uitgebreid met een infanteriekazerne in 1890. Het betreft een trapeziumvormige constructie voorzien van een circa 50 meter brede omgrachting. Het fort werd gemoderniseerd in 1910 maar zwaar beschadigd tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1935 worden er nieuwe bunkers geplaatst op het forteiland en enkele onderdelen van het fort worden aangepast voor zijn gebruik als infanteriesteunpunt.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Staf/IVde Bn
    Dit bataljon bezet een reeks forten en schansen ten zuidoosten van Antwerpen, op de scheiding tussen de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. Het fort van Koningshooikt en de schans van Tallaart zijn toegewezen aan de verdediging van de K.W. Stelling. De overige bolwerken vormen de zuidrand van de Versterkte Positie Antwerpen. Ook hier zullen de eenheden die de intervallen tussen de forten bezetten het tactisch bevel over de compagnies opnemen. Majoor De Saeyer wordt toegevoegd aan de staf van het IIde Legerkorps (II/LK) en krijgt een louter coördinerende functie. Het IVde Bn beschikt over zes compagnies.
    17Cie/IVde Bn
    De 17de Compagnie (17Cie) van Luitenant Jacques richt de Schans van Tallaart in als infanteriesteunpunt. Deze schans ligt in het Lierse gehucht Tallaart tussen het Fort van Koningshooikt en het Fort van Lier. De schans werd gebouwd tussen 1909 en 1912 uit beton en baksteen op een ovaalvormig forteiland. Bij het verlaten van het fort tijdens de Eerste Wereldoorlog blies het Belgische leger in oktober 1914 de schans op. Tijdens het interbellum wordt in de ruïne van de schans en in de omgeving een aantal bunkers van gewapend beton gebouwd die deel uitmaken van de K.W.-Stelling.
    18Cie/IVde Bn
    De 18de Compagnie (18Cie) bevolen door Kapitein-commandant A. Beaufays neemt stelling in het Fort van Koningshooikt. Het fort is gebouwd tussen 1907 en1908 en bestaat uit gebouwen van ongewapend beton op een trapeziumvormig forteiland omringd door een 40–50 m brede gracht. Tijdens het interbellum worden schootsstellingen aangebracht voor C47mm anti-tank kanonnen en wordt het fort geïntegreerd in de verdedigingslinies van de K.W. Stelling. Voor de mobilisatie werd het fort gelegen aan de Donderheide 3 te Lier, gebruikt als schaapskooi door een lokale herder.  De manschappen van de 18Cie dienden eerst het fort uit te mesten voordat ze zich konden installeren [2].
    19Cie/IVde Bn
    De 19de Compagnie (19Cie) van Luitenant F. Menschaert neemt zijn intrek in de Schans van Bosbeek gelegen op het einde van de Bosbeekweg te Sint-Katelijne-Waver. De dorpskern van Sint-Katelijne-Waver ligt in het midden tussen het Fort van Koningshooikt en het Fort van Sint-Katelijne-Waver exact op de plaats waar normalerwijze een tussenfort of schans zou worden gebouwd. Hierdoor werden er twee halve asymmetrische schansen gebouwd net ten oosten van de dorpskern; de schansen van Bosbeek en Dorpveld. Omdat de schans tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd werd worden tijdens het interbellum twee nieuwe bunkers op het forteiland gebouwd. Deze bunkers maken deel uit van het tweede echelon van de K.W. Stelling.
    20Cie/IVde Bn
    20ste Compagnie bezet de Schans Dorpveld in de Generaal Deschachtstraat te Sint-Katelijne-Waver, op enkele honderden meter van de Schans van Bosbeek. De 20Cie wordt bevolen door Luitenant V. Croquet. De schans ligt in het achtergebied van de K.W. Stelling.
    21Cie/IVde Bn
    De 21ste Compagnie van Luitenant Detaille heeft een infanteriesteunpunt ingericht in het Fort Sint-Katelijne-Waver langs de Vestinglaan in Sint-Katelijne-Waver. Het fort is gebouwd van 1906 tot 1914 in ongewapend beton op een trapeziumvormig forteiland. Het fort heeft een gedetacheerde reverscaponnière op een eilandje voor het fort. Het fort ligt iets achter de K.W. stelling en is niet geïntegreerd in het verdedigingsdispositief.
    22Cie/IVde Bn
    Als laatste in de rij bezet de 22ste Compagnie het Fort Walem gelegen langs de Koning Albertstraat te Mechelen.  Kapitein-commandant C. Van Den Berghe beveelt de 22Cie. Het fort van Walem, gebouwd tussen 1878 en 1883, vertoont bijgevolg een trapezoïdale constructie met een circa 50 meter brede omgrachting en binnenplein met kazerne. Het fort is geïntegreerd in de bunkergordel van het Bruggenhoofd Mechelen dat op 10 mei nog niet door het veldleger bezet is.

    Vde Bn/1SVE(-)
    Staf/Vde Bn
    Naast enkele minder belangrijke forten in het zuidwesten van de VPA, bewaakt dit bataljon de voor ons uiterst cruciale overgangen over de Schelde in de provincie Antwerpen. Deze omvatten de beide tunnels te Antwerpen, de reguliere bruggen te Temse en de beide militaire bruggen te Hoboken en Hemiksem.
    23Cie/Vde Bn
    De 23ste Compagnie (23Cie) bewaakt de beide uiteinden van de wegtunnel onder de Schelde. De Rijkswacht komt versterking leveren en op de eerste oorlogsdag worden alle omwonenden met vreemde nationaliteit gearresteerd en weggevoerd. Vanaf 15u30 rijden de eerste eenheden van het Franse 7de leger door de tunnel. Rond 18u30 volgt een zware luchtaanval op de tunnelingang op linkeroever. De ingang is een tijdje geblokkeerd. Drie Franse militairen raken gewond.
    25Cie/Vde Bn
    De 25ste Compagnie (25Cie) beveiligt de twee noodbruggen die de Legergenie over de Schelde had gelegd. De eerste brug bevond zich ter hoogte van de scheepswerf van Cockerill en verbond Hoboken met Kruibeke, de tweede brug bevond zich te Hemiksem. De noodbruggen moeten de beperkte capaciteit van de vaste Scheldeovergangen compenseren en worden onder meer gebruik door het 7de Franse Leger tijdens hun opmars naar Noord-Brabant in Nederland. De luchtverdediging van de brug te Hemiksem wordt verzekerd door de 3de Sectie van de 8ste Batterij C40/1DTCA.
    27Cie/Vde Bn
    Bij de 27ste Compagnie (27Cie) bevindt het 2de Peloton zich op het Fort van Liezele waar het Commando van de Genie,  van de Transmissietroepen en van de Artillerie, allen onderdeel van het Groot Hoofdkwartier zich ophouden. Het peloton beschikt over 35 manschappen, 2 zware en 4 lichte Maxim mitrailleurs.

    Recente luchtfoto Fort van Stabroek bezet door 2Cie van Iste Bn/1SVE.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf/Iste Bn
    In de sector van de 17Div bij het Iste Bn krijgen de eenheden in lijn te maken met de eerste Nederlandse militairen die over de grens weggevlucht zijn voor het oorlogsgeweld en zich aanmelden bij de posities van de 17Div om zich binnen de VPA in relatieve veiligheid te stellen. De Nederlanders worden ontwapend en overgebracht naar verschillende verzamelpunten in de VPA.

    IIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIde Bn
    Rond 14u00 vindt een bijzonder hevige luchtaanval plaats op de militaire installaties van het kamp van Brasschaat. Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhoudt. Naast het fort worden ook het Remontedepot van het Leger, de Artillerieschool, en de Cavalerieschool (oftewel Ruiterijschool) gebombardeerd.
    6Cie/IIde Bn
    Het Fort van Brasschaat bemand door de 6Cie worden geraakt tijdens het zware luchtbombardement van het Polygoon echter zonder grote gevolgen.

    Vde Bn/1SVE(-)
    Dag en nacht rijden Franse eenheden door de verkeerstunnel onder de Schelde.

    Staf/1SVE(-)
    Even voor 10u00 wordt het duidelijk dat de Franse troepen die twee dagen eerder met veel bravoure richting Breda oprukten om er in de tegenaanval te gaan, af te rekenen hebben met grote verliezen. Talrijke gewonden van het Franse leger worden afgevoerd naar hospitalen binnen de VPA.

    Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per infanterieregiment opgesteld achter de anti-tankgracht wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De markeringen rond de door de Belgische genie aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

    De bevestiging van het Franse debacle komt er rondom 18u00 wanneer de  Franse Generaal Sciard doorgeeft dat het 7(FRA)Leger terugplooit naar het zuidwesten.  Het V/LK reageert met een bevel aan zijn eenheden om alle vooruitgeschoven elementen terug te trekken achter de anti-tankgracht.   Bij de artillerie dienen de vooruitgeschoven batterijen klaar tot vuren te zijn en moeten alle andere formaties binnen het uur in actie kunnen komen.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie bewaakt nog steeds de autotunnel onder de Schelde.

    Staf/1SVE(-)
    Om 09u30 wordt overgegaan naar alarmstadium V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIIde Bn
    Tijdens de nacht van 13 op 14 mei zal de 15Div het Albertkanaal verlaten om zich achter de Nete terug te trekken en alzo de verbinding te vormen tussen de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. De 15Cie en het Fort Kessel komen hiermee in niemandsland te liggen. Het fort blijft voorlopig bemand en wordt onderdeel van de voorposten van de 15Div tussen de Grote Nete en de Kleine Nete.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23ste Cie bewaakt nog steeds de autotunnel onder de Schelde.

    Iste Bn/1SVE(-)
    2Cie/Iste Bn
    Bij de 2Cie wordt in het Fort van Stabroek de commandopost van een Franse groepering onder bevel van Colonel Beauchesne opgesteld. De Groepering Beauchesne, behoorde tot het 7de Franse Leger dat op dat ogenblik ontplooid is in Nederland. De groepering verdedigt de lijn Berg-Op-Zoom, Korteven, Huijbergen.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23ste Cie bewaakt nog steeds de autotunnel onder de Schelde.

    IIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIde Bn
    Na de val van Nederland kunnen de Duitsers bijzonder snel oprukken uit de provincie Noord-Brabant naar Antwerpen. De invallers maken het eerst contact met de Versterkte Positie Antwerpen in de buurt van Brasschaat en maken gebruik van de baan Breda-Antwerpen om snel te vorderen. Op 15 mei blijft het contact beperkt tot enkele vijandelijke patrouilles.
    7Cie/IIde Bn
    Bij de 7de Cie worden de vier lichte Maxims die op het dak van de schans van Drijhoek opgesteld stonden in luchtafweerstelling binnen gehaald en opnieuw ondergebracht in hun normale schootsstellingen in de traditorebatterij (batterij opgesteld in de traditore kazemat om het achtergelegen terrein te bestrijken).

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    Bij de 23ste Cie komt de Franse genie aan om de eventuele vernietiging van de tunnel te bestuderen.

    Staf/1SVE(-)
    Op 16 mei besluit het opperbevel om de K.W. Stelling en de Versterkte Positie Antwerpen op te geven en naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde terug te trekken tegen 19 mei. Dit zal in twee fasen gebeuren: tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt de K.W. Stelling ontruimd en tijdens de nacht van 17 op 18 mei zal Antwerpen verlaten worden. Concreet betekent dit dat het IVde Bataljon als eerste zal terugtrekken.

    IIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIde Bn
    De contacten met vijandelijke patrouilles nemen toe. De infanteriesteunpunten van het IIde Bn kunnen echter niet tussenbeide komen en de schermutselingen spelen zich net buiten het bereik van het geschut af. Het bataljon krijgt na de middag te horen dat de VPA zal ontruimd worden en het alle overtollige materieel dient af te voeren naar Nieuwkerken-Waas. Alleen de draagbare bewapening met nog 2.000 patronen per mitrailleur zullen achterblijven.
    5Cie/IIde Bn
    Na het vallen van de duisternis wordt omstreeks 22u45 de 5Cie, die de Schans van Kapellen bezet, door de vijandelijke artillerie gebombardeerd. De Duitse kanonnen hebben zich opgesteld op de Polygoon van Brasschaat ten noordoosten van de anti-tankgracht.
    6Cie/IIde Bn
    De 6Cie in het Fort van Brasschaat gaat iets na 23u15 in tactisch alarm. Waarnemers melden er troepenbewegingen langs de spoorweg en langs de hangars van de Polygoon.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    15Cie/IIIde Bn
    De 15Cie ontruimt het Fort Kessel.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Staf/IVde Bn
    Het IVde Bn krijgt het bevel om de forten te ontruimen samen met de eenheden van de intervaltroepen. Het ganse bataljon wordt naar Malderen doorgestuurd.
    21Cie/IVde Bn
    De 21Cie ontruimt het fort van Sint-Katelijne-Waver en kan tegen de verwachtingen in op twee vrachtwagens beroep doen om wapens en munitie mee te nemen.
    22Cie/IVde Bn
    De 22Cie verlaat het fort van Walem rond 21u00. De compagnie marcheert via Mechelen, Hombeek en Ramsdonk eveneens naar Malderen.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie krijgt het bevel om het gebruik van de autotunnel aan alle burgers te ontzeggen.

    Kasteel van Clays-Bruuaert te Mariekerke, HK 2de Militaire Circonscriptie.

    Staf/1SVE(-)
    Het Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen verlaat de forten rond de stad op 17 mei 1940 wanneer de Belgen de sinjorenstad opgeven. Kolonel (Res) Slagmolen bereikt tijdens de vroege avond het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke waar de Staf van de 2de Militaire Circonscriptie (2MilCir) uit Antwerpen onderdak gevonden heeft. De zwaar aangeslagen regimentscommandant brengt verslag uit bij Luitenant-generaal Pouleur, commandant van 2MilCir, en brengt verslag uit over de chaotische evacuatie van zijn regiment. Slagmolen verhaalt hoe het merendeel van zijn compagnies zonder enige transportmiddelen een groot deel van hun mitrailleurs hebben moeten achterlaten in de forten rond de stad en hoe zijn troepen vervolgens overgeheveld werden naar de infanteriedivisies. De Staf/1VCE zal nu bij de Staf van de 2MilCir blijven.

    Iste Bn/1SVE(-)
    1Cie/Iste Bn
    De Duitse troepen maken contact met de 1Cie bij de schans van Berendrecht en bestoken het fortje met mortiervuur. De schans wordt rond 21u00 geëvacueerd. Enkele mitrailleurstellingen bevinden zich buiten de wallen van de schans en het kost de 1ste Compagnie enige moeite om alle manschappen van het komende vertrek te verwittigen. Om 23u00 kan iedereen verzamelen aan de Kruisweg te Lillo. Met drie vrachtwagens worden de laatste militairen opgehaald en via de autotunnel onder de schelde naar het Waasland vervoerd. De compagnie moet zich naar Ertvelde begeven maar tijdens de doortocht van de Scheldetunnel raakt de compagnie verspreidt.
    2Cie/Iste Bn
    De 2Cie in het fort van Stabroek maakt rond 21u00 contact met de vijand en valt onder mitrailleurvuur van Duitse pantserwagens. De 3de Batterij van I/25A komt op vraag van de commandant van II/7J tussenbeide en vuurt enkele salvo’s af. Door een slechte vuurleiding komen enkele schoten op het fort terecht. De vesting wordt omstreeks 23u15 ontruimd en de manschappen marcheren te voet naar de autotunnel on de Schelde. De mitrailleurs en munitievoorraden worden met drie vrachtwagens afgevoerd. De beide C47 anti-tankkanonnen worden onklaar gemaakt en alles wat niet kan meegenomen worden, wordt in de natte gracht geworpen. Na de doortocht onder de Schelde in de tweede helft van de nacht zal de compagnie net zoals de rest van het bataljon naar Beveren-Waas doorgestuurd worden.

    Schans “Drijhoek” op het kruispunt van de Pauwelslei en de Bredeabaan bemand door de 7Cie.

    IIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIde Bn
    Het IIde Bataljon krijgt het bevel om aan het eind van de dag zijn compagnies uit Antwerpen terug te trekken en door te sturen naar Nieuwkerken-Waas. Het zware materieel en de mitrailleurs zullen bij elke compagnie opgehaald worden met een aantal vrachtwagens.
    6Cie/IIde Bn
    In de vroege ochtend van 17 mei wordt vanaf 03u30 de 6Cie in het Fort van Brasschaat nu ook gebombardeerd door kanonnen met groot kaliber. Om 09u30 verschansen Duitse mitrailleurposten zich in de huizen voor het Fort van Brasschaat.
    7Cie/IIde Bn
    Rond de middag start de vijand met het aftasten van de verdedigingslinies van het 34Li. Ten oosten van de Schans van Drijhoek nadert de vijand de voorste linies waardoor onrust uitbreekt bij het peloton van Luitenant Van Heule van de 6Cie van II/34Li, de manschappen hijsen er de witte vlag. Wanneer Kapitein Henry de la Lindi via een melder laat weten dat hij het vuur zal laten openen indien de vlag niet snel verdwijnt, vinden de manschappen van Van Heule opnieuw de nodige moed om hun stellingen verder te blijven bezetten. In de namiddag worden de seingevers van de 7Cie die de optische verbinding met de 6Cie van het II/34Li onderhielden, teruggeroepen binnen de schans. Wanneer om 20u00, na een korte vuurvoorbereiding de Duitse infanterie de aanval inzet tegen de verdedigingslinies maakt de vijand opnieuw contact met de 6Cie. Van op de schans van Drijhoek kijken de mitrailleurschutters van de Speciale Vestingseenheden toe hoe het peloton Van Heule geen weerstand biedt. De vijand slaagt er in de Pauwelslei over te steken en de schans en de schans onder vuur te houden. Kapitein Henry de la Lindi blijft achter met zijn compagnie terwijl de rest van de VPA ontruimd wordt. De vijand kan rond 23u00 bij de aftocht van 33Li en 34Li al snel het fortje omsingelen.
    8Cie/IIde Bn
    Op de middag ondernemen de Duitsers langsheen Kanaal van Dessel-Turnhout-Schoten een schuchtere infiltratiepoging in de richting van Sluis Nr 5. Tot een aanval komt het hier echter niet, maar de vleesverwerkende fabriek van Zwan vat vuur bij de schermutselingen. Ook in de buurt van het Fort van Schoten breken vuurgevechten uit, maar hier slaagt het 34Li er in om de Duitse opmars tijdelijk af te stoppen. Nadat de initiële aanvalspoging werd afgeslagen blijft het relatief rustig voor de linies van I/34Li tot om 19u00 de Duitse artillerie de stellingen onder vuurt neemt gedurende een uur. Het betreft de vuurvoorbereiding voor een methodische aanval die om 20u00 ingezet wordt. Het 34Li moet enkele kleinere infiltraties toestaan. Samen met de rest van de 13de Infanteriedivisie wordt de sector ’s nachts ontruimd. De 8Cie vervoegt rond 22u00 het I/34Li voor de aftocht naar Vlaanderen.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    9Cie/IIIde Bn
    De 9Cie wordt toegevoegd aan het 22ste Linieregiment (22Li) voor de aftocht naar Vlaanderen. De lichte mitrailleurs gaan naar de 12de Cie van III/22Li en de zware naar de 15Cie van III/22Li. In tegenstelling tot de reguliere infanterie, beschikken de vestingstroepen niet over eigen transportmiddelen. Wanneer het 22Li tussen 18u00 en 19u00 de aftocht blaast, moeten de zware wapens dan ook met de hand meegedragen worden. Pas bij de brug van Wijnegem, na een flinke 6Km marcheren, kunnen de mitrailleurs op transport geladen worden.
    11Cie/IIIde Bn
    De 11Cie verlaat de schans van Schilde rond 19u00. Bij gebrek aan transport, worden de zware Maxims vernield achtergelaten. De munitie en het proviand worden in de natte gracht geworpen. De lichte Maxims worden door de manschappen meegedragen. De manschappen worden op weg gestuurd naar de Scheldebrug te Temse.
    16Cie/IIIde Bn
    De 16Cie ontruimt het fort van Lier aan het eind van de dag. De compagnie marcheert naar de Scheldebrug te Temse waar men zal trachten om aansluiting te vinden bij de rest van het IIIde Bataljon.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Staf en 21Cie/IVde Bn
    Het bataljon en de 21Cie bereiken Malderen tijdens de voormiddag en worden aan het eind van de dag doorgestuurd naar Sint-Gillis bij Dendermonde.
    22Cie/IVde Bn
    De 22Cie bereikt Malderen rond 05u30 en brengt zijn manschappen onder in diverse schuren, stallingen en andere bijgebouwen in het dorp. Overdag wordt gerust. Rond 19u00 komen twee Belgische motorrijders in het dorp aan met het bericht dat de Duitsers niet ver af zijn. Er breekt paniek uit onder de manschappen wanneer dit gerucht verspreid wordt. Een deel van de manschappen, waaronder de ordonnans van de compagniecommandant Soldaat Hollanders, gaan er op eigen houtje van door. De rest van de compagnie verlaat het dorp op geordende wijze rond 23u00.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie wordt aan de autotunnel afgelost door het 3de Eskadron van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie. Kapitein Massart en zijn manschappen richten een steunpunt in nabij de tunnelmond van de autotunnel. De 23Cie vordert vervolgens een aantal vrachtwagens op en verlaat de tunnel rond 22u00 met bestemming Eksaarde.
    27Cie/Vde Bn
    De 27Cie blijft bij de aftocht van het Groot Hoofdkwartier uit het Fort van Breendonk bij het oppercommando aangehecht voor de nabije verdediging.

    Staf/1SVE(-)
    Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke wordt ontruimd en de staf vertrekt samen met de Staf 2MilCir naar Brugge. Na heel wat zoekwerk wordt een nieuwe standplaats voor de staf gevonden in een grote villa aan de steenweg van Brugge naar Oostende te Snellegem.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf, 2Cie, 3Cie en 4Cie/Iste Bn
    Het bataljon tracht om de 2de, 3de en 4de Cie samen te brengen te Beveren-Waas, maar alleen de 2de en de 3de Cie slagen hierin. De nachtmars heeft bij de ongeoefende militairen een bijzonder zware tol geëist. De 2Cie heeft maar liefst 140 militairen op het ziekenappel met blaren en bebloede voeten. De beide compagniecommandanten, de Luitenanten De Mol en Swinnen, plegen overleg en besluiten om te voet verder te marcheren naar Sint-Niklaas. De vrachtwagens worden rechtstreeks doorgestuurd naar Ertvelde, de nieuwe verzamelplaats van het bataljon. Te Sint-Niklaas kunnen beide compagnies aan boord geplaatst worden van een militaire trein die de troepen tot in Kaprijke vervoert. Te Kaprijke vinden de 2de en de 3de Cie opnieuw aansluiting bij de bataljonsstaf en de 4Cie. De meeste manschappen zijn aanwezig, maar er is een acuut tekort aan persoonlijke bewapening.
    1Cie/Iste Bn
    In de loop van de nacht van 17 op 18 mei kan de 1Cie hergroeperen tussen Zwijndrecht en Beveren-Waas. De 1Cie rijdt nu met de beschikbare vrachtwagens direct door naar het Kanaal Gent-Terneuzen en komt rond het middaguur aan te Ertvelde de hergroeperingszone van het Iste Bn. In Ertvelde is er echter van de rest van het bataljon geen spoor te vinden. Terwijl de manschappen tijdens de namiddag uitrusten neemt de compagniecommandant contact op met het Provinciecommando van West-Vlaanderen in een poging terug in verbinding te treden met zijn bataljon. Rond 19u00 volgt een bevel om naar Brugge door te trekken. Kapitein-commandant Moorkens samen met de Luitenanten Nollet en Donck en enkele andere militairen van de compagnie vertrekken op kop en en rijden in een bestelwagen direct naar Brugge. Cdt Moorkens neemt contact op met de Plaatscommandant van Brugge om een kantonnement toegewezen te krijgen maar die stuurt hem door naar Veurne. Het installatiepersoneel wacht de rest van de compagnie op en samen rijden ze door naar Veurne waar ze de nacht van 18 op 19 mei doorbrengen.

    Duitse troepen bij de pas ingenomen Schans van Drijhoek. Voor de schans kregen acht gesneuvelde Duitse militairen een oorlogsgraf

    IIde Bn/1SVE(-)
    Staf/IIde Bn
    Het IIde Bn wordt te Nieuwkerken-Waas verzameld in afwachting van een verdere aftocht naar Vlaanderen.
    7Cie/IIde Bn
    De 7Cie is achtergebleven in de schans van Drijhoek en ontdekt na een bange nacht van aanhoudende schermutselingen met de vijand hoe de Duitsers tegen het eerste daglicht twee PAK37 anti-tankkanonnen aangevoerd hebben. Henry de la Lindi besluit dat iedere tegenstand zinloos is, en geeft zich rond 05u30 over. Bij de gevechten sneuvelen acht Duitse soldaten die worden begraven links van de toegangsweg naar de schans (zie foto).

    IIIde Bn/1SVE(-)
    11Cie/IIIde Bn
    De 11Cie brengt de nacht van 18 op 19 mei door nabij de bruggen te Temse.
    16Cie/IIIde Bn
    Kapitein-commandant Vande Walle van de 16Cie kiest een andere marsroute naar Vlaanderen uit dan de route die hem in zijn orders werd opgedragen. De 16Cie zal het bataljon niet meer terugzien voor het eind van de veldtocht.

    IVde Bn/1SVE(-)
    22Cie/IVde Bn
    De 22Cie marcheert via Buggenhout naar het westen en bereikt Sint-Gillis nabij Dendermonde rondom 06u30. Reeds om 08u30 wordt de mars verdergezet en even later wordt te Dendermonde de Schelde overgestoken. De manschappen houden halt in het gehucht Vogelenzang. De compagnie vertrekt om 11u30 en bereikt Overmeire rondom 16u00. Hier wordt anderhalf uur halt gehouden voor de maaltijd en vervolgens gaan de militairen opnieuw de baan op. Rondom 19u00 wordt Lochristi binnen gemarcheerd en houdt de eenheid halt voor de komende nacht.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie bivakkeert te Eksaarde. De mitrailleurs staan in luchtafweerpositie.
    25Cie/Vde Bn
    De 25Cie wordt toegewezen aan het 39e Linieregiment (39Li). De compagnie bleef tot de aftocht uit Antwerpen bij de geniebruggen van Hemiksem en Hoboken. De 25Cie, die nog over zijn zware bewapening beschikt, zal een nieuwe compagnie luchtafweermitrailleurs vormen binnen de schoot van het 39Li.
    26Cie/Vde Bn
    De 26Cie wordt ontheven van de bewaking van de bruggen te Temse en wordt doorgestuurd om te Zele te gaan kantonneren.

    Staf/1SVE(-)
    De staf van het regiment bevindt zich nog steeds te Snellegem. Om nog onduidelijke redenen (kreeg hij hiertoe het bevel of handelde hij op eigen initiatief ?- TBC) vertrekt Kol Res Slagmolen met twee van zijn stafofficieren richting Frankrijk. (Was het de intentie om het 1SVE naar Frankrijk door te sturen en werd de regimentscommandant voorop gestuurd om de verplaatsing voor te bereiden?)

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf, 2Cie, 3Cie en 4Cie/Iste Bn
    De 2de, 3de en 4de Compagnie rusten uit te Kaprijke en worden gereorganiseerd.
    1Cie/Iste Bn
    De 1Cie wordt de volgende ochtend door de plaatscommandant van Veurne doorgestuurd richting Duinkerke in Frankrijk. Eens aangekomen in Duinkerke worden ze geheroriënteerd naar Boulogne-sur-Mer. Uiteindelijk komt de 1Cie ’s nachts aan te Saint-Omer waar de nacht van 19 op 20 mei wordt doorgebracht.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    11Cie/IIIde Bn
    De 11Cie marcheert van Temse naar Lokeren omdat in deze laatste stad een militaire trein zou klaar gehouden worden voor de evacuatie naar Vlaanderen. Het rendez-vous met het spoortransport loop echter mis door de aanhoudende luchtaanvallen op Lokeren en de eenheid wordt samen met de rest van het 2de Linieregiment (2Li) te voet naar Vlaanderen gestuurd. De compagnie bereikt Evergem en brengt hier de nacht van 19 op 20 mei door.

    IVde Bn/1SVE(-)
    21Cie en 22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    Na een bijzonder korte nachtrust, vertrekken de militairen van de 21ste en 22ste Cie rond 02u00 via Oostakker en Langerbrugge naar Kluizen. Rond 04u00 kunnen de compagnies halt houden. De manschappen worden ingekwartierd en kunnen wat bijslapen. Omstreeks 14u00 wordt een nieuwe mars gestart. Dit keer gaat het naar Sleidinge waar de compagnies omstreeks 16u00 aankomen. De beide compagnies worden onder het bevel geplaatst van het 11de Bataljon Genie (11Gn) van de 11de Infanteriedivisie als hulptroepen.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie bereikt Bassevelde rond 18u00. De 26Cie verlaat tijdens de avond het dorp Zele om naar Destelbergen te marcheren.

    Staf/1SVE(-)
    Kolonel Res Slagmolen stuit in Noord-Frankrijk op het detachement van de 1Cie/Iste Bn. Intussen wordt Veldegem nabij Ruddervoorde aangeduid als nieuwe verzamelplaats voor het 1SVE. De staf 1SVE bereidt de verplaatsing naar Ruddervoorde voor.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf, 2Cie, 3Cie en 4Cie/Iste Bn
    De 2de, 3de en 4de Compagnie rusten uit te Kaprijke en worden gereorganiseerd.
    1Cie/Iste Bn in Frankrijk

    De 1Cie verlaat Saint-Omer en trekt verder richting Boulogne. Onderweg botsen ze op de Regimentscommandant die de colonne van de 1Cie vervoegt. ’s Avonds bereiken ze Samer (ten zuidwesten van Boulogne) waar ze de nacht van 20 op 21 mei zullen doorbrengen.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    11Cie/IIIde Bn
    De 11Cie wordt naar Veldegem nabij Ruddervoorde gestuurd en verlaat het 2Li.

    IVde Bn/1SVE(-)
    21Cie en 22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    De 21ste en 22ste Compagnie blijven te Sleidinge en voeren diverse veldwerken uit aan het Kanaal Gent-Terneuzen ten voordele van het 11Gn. In hoofdzaak wordt struikgewas gekapt om het schootsveld vrij te maken. Te Sleidinge wordt ook een trein gelost die een hoeveelheid prikkeldraad aangevoerd heeft voor onder meer het 29ste Linieregiment. De 21ste Compagnie staat zijn 16 lichte mitrailleurs en 5 zware mitrailleurs af aan het 31ste en het 32ste Linieregiment.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie wordt doorgestuurd naar Kaprijke.
    26Cie/Vde Bn
    De 26Cie wordt aangehecht bij het 3de Regiment Karabiniers (3C). Alleen de lichte Maxim mitrailleurs blijven over. De wapens worden gebruikt tegen gronddoelen.

    Staf/1SVE(-)
    De regimentsstaf geeft de bataljons opdracht naar Veldegem te trekken waar zal getracht worden om zoveel mogelijk eenheden opnieuw samen te stellen. Deze opdracht wordt echter bemoeilijkt door de feitelijke aanhechting van vele detachementen bij de formaties van het veldleger die de verdediging van het Afleidingskanaal van de Leie voorbereiden. De regimentsstaf zal tot het eind van de veldtocht in Veldegem blijven.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf/Iste Bn
    Het bataljon wordt verplaatst naar Aartrijke.
    1Cie/Iste Bn in Frankrijk
    De 1Cie trekt verder zuidwaarts richting Somme. Tegen de avond bereiken ze Rang-du-Fliers waar de nacht van 21 op 22 mei wordt doorgebracht. Ze zijn er zich niet van bewust dat de Duitsers reeds de monding van de Somme bereikt hebben.
    2Cie, 3Cie en 4cie/Iste Bn
    De 2de, 3de en 4de Compagnie rusten uit te Kaprijke en worden gereorganiseerd. Er is nu opnieuw voldoende bewapening om een aantal gevechtsgroepen en pelotons infanterie te vormen.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    11Cie/IIIde Bn
    Ook de 11Cie wordt doorgestuurd naar Veldegem. Bij aankomst is de compagnie van oorspronkelijk 80 militairen tot de helft herleid. De rest is onderweg verdwaald en heeft het contact met de eenheid verloren. Van de zes lichte Maxim mitrailleurs die uit de schans van Schilde meegenomen werden, blijven er nog drie over.

    IVde Bn/1SVE(-)
    22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    De 22Cie blijft te Sleidinge.

    Vde Bn/1SVE(-)
    23Cie/Vde Bn
    De 23Cie wordt ontbonden en aangehecht bij de 17de Infanteriedivisie. De manschappen en middelen worden verdeeld onder het 8ste en 9de Regiment Jagers te Voet.
    26Cie/Vde Bn
    De 26Cie blijft te Destelbergen.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf/Iste Bn
    Het gros van het bataljon bevindt zich nog steeds in Vlaanderen en wordt nu doorgestuurd naar nieuwe kantonnementen op de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie.
    1Cie/Iste Bn in Frankrijk
    De 1Cie trekt verder richting Saint-Valéry-sur-Somme om er de rivier over te steken. Ze botsen echter op een Duitse tankformatie en moeten op hun stappen terugkeren. Kolonel Res Slagmolen, Kapitein-commandant Moorkens, de Luitenanten Donck en Nollet en een deel van de effectieven van de 1ste Compagnie worden krijgsgevangen genomen nabij het stadje Rue ten noorden van Abbeville.

    IVde Bn/1SVE(-)
    22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    De 22Cnie vertrekt omstreeks 21u00 naar het Afleidingskanaal van de Leie. Via Waarschoot, Ursel en Kleit wordt door de nacht richting Maldegem gemarcheerd.

    Vde Bn/1SVE(-)
    26Cie/Vde Bn
    De 26Cie verblijft nog steeds te Destelbergen.

    IIIde Bn/1SVE(-)
    Luitenant-kolonel Pirson heeft uit zijn overgebleven troepen een aantal gevechtsgroepen en pelotons laten samenstellen die opnieuw bewapend worden en als één detachement naar de nieuwe verdedigingslinie aan de Leie zullen vertrekken. De militairen worden naar Hulste doorgestuurd.

    IVde Bn/1SVE(-)
    22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    De 22ste Compagnie bereikt rond 06u30 de hoeve Grote Burkel ten zuiden van Maldegem. Hier wordt tot 16u30 gerust en vervolgens gaan de militairen opnieuw de baan op naar het nabije Oostveld.

    Vde Bn/1SVE(-)
    26Cie/Vde Bn afgedeeld bij 3C
    De 26Cie trekt samen met het 3C de Gentse binnenstad in. De troepen worden opnieuw voor de nabije luchtafweer gebruikt.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Kapitein-commandant De Wachter duidt 6 officieren aan die als versterking toegevoegd worden aan de 17de Infanteriedivisie. Onder hen Luitenant Van Mol.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Staf/IVde Bn
    Het bataljon omvat nog steeds zes compagnies waarvan de grootte schommelt tussen 67 en 152 manschappen elk. De eenheid wordt hervormt tot een bataljon bestaande uit twee grote compagnies, onder de Kapitein-commandanten Beaufays en Van Den Berghen en ontvangt nieuwe bewapening met het oog op een inzet als gewone infanteristen ter versterking van de 18de Infanteriedivisie aan het noordelijke deel van het Afleidingskanaal van de Leie.
    22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    De 22Cie kantonneert te Oostveld.

    Vde Bn/1SVE(-)
    Staf/Vde Bn
    Kapitein-commandant Depraetere, bataljonscommandant van het Vde Bataljon laat weten dat hij zijn commandopost heeft opgesteld aan de Kortrijksebaan 143 te Oostkamp.
    26Cie/Vde Bn afgedeeld bij 3C
    De 26Cie kan in extremis uit Gent wegglippen na de massale overgaven bij de 18de Infanteriedivisie. Via een loopbrug aan de Nieuwe Wandeling kan het gros van de compagnie tijdens de nacht van 23 op 24 mei ontkomen. De compagnie komt aan te Nachtegaal en wacht hier de komende nacht af.

    Iste Bn/1SVE(-)
    Staf/Iste Bn
    De gevechtsklare manschappen worden verdeeld in een drie detachementen ter aanvulling van het 7de, 8ste en 9de Jagers te Voet die als onderdeel van de 17de en de 18de Infanteriedivisie het eerste echelon van het front aan het Afleidingskanaal van de Leie ten noorden van Raverschoot bezetten. Kapitein-commandant De Wachter wordt later op de dag ziek afgevoerd. Luitenant Van Mol krijgt van hem de opdracht om alle manschappen die nog bij de bataljonsstaf overgebleven zijn te verzamelen in een enkele compagnie en deze geïmproviseerde eenheid naar Nieuwpoort over te brengen. Deze opdracht zal niet meer uitgevoerd worden, maar Van Mol zal er tegen 28 mei wel in slagen om een deel van zijn manschappen te herbewapenen.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Staf/IVde Bn
    Het hervormde bataljon wordt toegevoegd aan het 3de echelon van de stellingen van de 18de Infanteriedivisie langsheen het noordelijk deel van het Afleidingskanaal van de Leie. De troepen worden tijdens de nacht van 25 op 26 mei ontplooid rond het gehucht Kallestraat en worden aangevuld door het I/39Li in het noorden en de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie in het zuiden. Het 3de echelon staat onder het bevel van Kolonel Brouhier van het 3C.
    22Cie/IVde Bn afgedeeld bij het 11Gn
    Ook de 22ste Compagnie wordt verplaatst naar de nieuwe stellingen van de 18de Infanteriedivisie. De manschappen graven zich tijdens de avond in te Kruipuit.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Het bataljon ligt reeds zo’n 24 uur tussen Kallestraat en Kruipuit. Vanaf 07u00 kunnen de Duitsers een opening maken tussen de linies van het 7J en het 1C te Raverschoot. Ten gevolge van deze opmars moeten het 7J en het 1C achteruit trekken en rond 22u00 krijgt het bataljon te horen dat het 3de echelon zal dienen om de terugtocht te dekken. Vervolgens moet het bataljon zelf achteruit.

    Staf/1SVE(-)
    De elementen van het regiment die zich te Veldegem en Ruddervoorde bevinden, worden verder gestuurd naar nieuwe kantonnementen te Leke.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Het bataljon trekt zich terug rond 02u45 van het 3de echelon tussen Kallestraat en Kruipuit en neemt omstreeks 05u00 nieuwe posities in rond Drongengoedbos, op het 2de echelon van een nieuwe verdedigingslinie die de Belgen in alle haasten trachten op te werpen. De Belgische troepen blijven echter onder druk staan en omstreeks 11u15 volgt een nieuw bevel tot terugtrekken. De militairen moeten nu achter de baan van Kleit naar Knesselare post vatten. Ook hier kunnen de Belgen niet langer stand houden en wanneer rond 17u00 troepen van het 1C door de linies van het bataljon terugtrekken, krijgt Majoor De Saeyer te horen dat hij zelf zo’n 600m verder achteruit moet. Bij de voorbereiding voor de verplaatsing worden een aantal detachementen van het bataljon overrompeld en gevangen genomen. Een deel van de 22ste Compagnie wordt ingehaald door de vijand en gaat verloren. De manschappen belanden uiteindelijk in de buurt van Burkel waar de chaos in de Belgische linies compleet is en niemand nog weet waar welke eenheid moet opgesteld worden.

    IVde Bn/1SVE(-)
    Tijdens de nacht trekken de laatste detachementen van het bataljon die nog enige cohesie vertonen richting Oedelem om van hier uit naar Oostkamp gezonden te worden. Majoor De Saeyer verneemt hier de overgave.

    Na de capitulatie

    Slachtoffers

    Bibliografie en Bronnen

    1. Getuigenis Louis Antonissen “Op 27 mei brak de hel los op de Bredabaan” [On Line beschikbaar]: http://het-kamp-van-brasschaat.be/DeGefusilleerden.html [Laatst geraadpleegd 1 juni 2016]
    2. Getuigenis Sdt Mil André Lescrauwaet, mitrailleurschutter van de 18Cie in het fort van Koningshooikt.
    3. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994 p.151
    4. Aan de vooravond van de oorlog staat de 17Div opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordelijke sector tussen Lillo aan de Schelde en de spoorlijn Essen-Kapellen. De drie infanterieregimenten van de divisie staan opgesteld in lijn achter de tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. Het 9de Regiment Jagers te Voet (9J) neemt de linkerflank van de divisiesector voor zijn rekening en bemant posities tussen Lillo in het zuiden en Berendrecht in het noorden, een relatief veilig geachte zone aan de noordrand van de Versterkte Positie Antwerpen. Het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) ligt in het centrum van de divisie rond Stabroek en het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) bemant stellingen op de rechterflank ten noorden van Kapellen.
    5. Vandaag zijn geen sporen meer terug te vinden van de Schans van Berendrecht, het bolwerk verdween bij de uitbreiding van de Antwerpse haven.
    6. Website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 4 februari 2019].
    7. Huidige toestand van de forten van de VPA [On line beschikbaar]: http://www.fortengordels.be/forten [Laatst geraadpleegd 4 februari 2019].
    8. Achtergrondinformatie bij de Schans van Smoutakker: Agentschap Onroerend Erfgoed 2018Duitse bunker [On line beschikbaar]: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306246 [Laatst geraadpleegd .
    9. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016].
    10. De restanten van de loopgrachten gegraven door het 8J en 32Li (eerste en tweede echelon) tussen het Fort van Ertbrand en het Fort van Brasschaat zijn nu nog zichtbaar in het Ertbrandbos. Ze werden ik kaart gebracht. [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/301948 [Laatst geraadpleegd 05 februari 2019].
    11. Achtergrondinformatie bij de Schans van Oudaan, Agentschap Onroerend Erfgoed 2017Schans d’Oudaen [On line beschikbaar], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200807 [Laatst geraadpleegd op ].
    12. Achtergrondinformatie bij en foto’s van het Fort van Oelegem [On Line beschikbaar]: fortoelegem.be/Het%20fort/index.html [Laatst geraadpleegd 07 februari 2019], gedetailleerde beschrijving van het fort vindt u op de site van het Agentschap Onroerend Erfgoed 2017Fort van Oelegem [On line beschikbaar], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/13951 [Laatst geraadpleegd op .
    13. Achtergrondinformatie bij het Fort van Kessel  door Agentschap Onroerend Erfgoed 2017Fort van Kessel [On Line beschikbaar]: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/3093 [Laatst geraadpleegd op .
    14. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].

  • Tijdens de mobilisatie
    Staf/VIIde Bn Luik
    Het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE), waar het VIIde Bataljon deel van uitmaakt, staat in voor de bijkomende beveiliging van de drie zogenaamde Versterkte Posities die deel uitmaakten van het verdedigingsplan van ons land: de Versterkte Positie Antwerpen (VPA), de Versterkte Positie Luik (oftewel Position Fortifiée de Liège –  PFL) en de Versterkte Positie Namen (oftewel Position Fortifiée de Namur –  PFN). De hoofdmoot van het 1SVE staat in voor de verdediging van de VPA. Daarenboven heeft het 1SVE telkens één bataljon van vier compagnies afgedeeld naar de PFL en de PFN. Het VIIde Bataljon wordt afgedeeld naar Luik.

    Te Luik zijn de oude fortengordels gemoderniseerd en de meeste forten opnieuw van bewapening voorzien. Rondom Luik werden bovendien vier moderne ondergrondse forten gebouwd. Al deze vestigingen worden bemand door de artilleristen van het Vestingsartillerieregiment van Luik (RFL). De verdediging van de tussen de forten gelegen gebieden is toevertrouwd aan troepen van het veldleger, aangevuld met het VIIde Bataljon SVE te Luik. Aan de vooravond van de oorlog staat het VIIde Bn Luik onder bevel van het IIIde Legerkorps (III/LK). Het III/LK speelt een sleutelrol in de verdediging van de provincie Luik bij een mogelijke aanval van Duitsland. Luitenant-generaal de Krahe is bijgevolg niet alleen bevelhebber van het III/LK maar in cumul ook de commandant van de Versterkte Positie Luik en commandant van de 3de Militaire Circonscriptie.


    Staf/VIIde Bn Luik
    Het VIIde Bataljon van Luik (VIIde Bn Luik)  wordt ingezet als reguliere infanterie. Het VIIde Bn Luik is toegevoegd aan de Groepering Gits van het III/LK die naast dit bataljon ook nog het 2de Regiment Grenswielrijders (2CyF), het Iste Bataljon van het 6de Linieregiment (I/6Li), de Iste Groep van het 3de Artillerieregiment (I/3A) en de 2Cie van het 23ste Geniebataljon (2/23Gn) omvatte. Deze tijdelijke formatie verdedigde de SectorMeuse-Aval (Maas-stroomafwaarts) van de Versterkte Positie Luik en wordt bevolen door Generaal-majoor Gits, commandant van de infanterie van de 3de Infanteriedivisie (3Div). Het VIIde Bn Luik is geïnstalleerd op het tweede echelon van de Belgische linies aan het uiterste zuideinde van het Albertkanaal tussen Lixhe en Vivegnis. Het eerste echelon wordt bezet door de troepen van het 2CyF die de linker Maasoever beveiligen tussen Lixhe en Wandre. De commandopost bataljon bevindt zich aan de noordrand van Oupaye.

    31Cie/VIIde Bn Luik
    De 31ste Compagnie staat het meest naar het noorden opgesteld rond het dorp Hallembaye en sluit aan bij de posities van het 2de Regiment Grenadiers (2Gr) van de 7de Infanteriedivisie (7Div).

    30Cie/VIIde Bn Luik
    De 30ste Compagnie heeft zijn posities rond Haccourt.

    29Cie/VIIde Bn Luik
    De 29ste Compagnie staat opgesteld rond Oupaye.

    28Cie/VIIde Bn Luik
    De 28ste Compagnie heeft stelling genomen rond Vivegnis.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Bij valavond wordt de spoorbrug over het Albertkanaal te Hallembaye opgeblazen door de genie en om 22u15 krijgt het VIIde Bn Luik het bevel tot de aftocht. Het bataljon dient te hergroeperen in Waremme. Dit blijkt echter een onmogelijke taak te zijn aangezien de Duitsers alle toegangswegen richting Waremme reeds in handen hebben. Het bataljon beslist dan maar de aftocht van het IIIde Legerkorps (III/LK) naar Namen vervoegen en marcheert richting Ville-en-Hesbay.

    31Cie/VIIde Bn Luik
    De 31Cie meldt rond 13u00 dat ten noorden van hun stellingen de grenadiers weg vluchten richting Loen en de Duitsers er de Maas en het Albertkanaal zijn overgestoken. De grenswielrijders hebben contact met de vijand in de buurt van Lixhe. Rond 18u00 trekken de grenswachters zich terug uit het 1ste echelon. Enkele manschappen van de 31Cie lijken het voorbeeld van de vluchtende grenadiers te willen volgen en trachten weg te vluchten. Anderen gaan zich samen met een groep grenadiers verschuilen in de mergelgrotten van Hallembaye. Luitenant Pirnay, adjudant-majoor, en Luitenant Dome, pelotonscommandant bij de 30Cie, kunnen de ongeveer honderd manschappen terug naar hun posities sturen.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Het bataljon bereikt rond 08u00 Ville-en-Hesbaye en zal van hieruit de aftocht verder zetten via Vissoul naar Floreffe bij Namen waar de nacht van 12 op 13 mei wordt doorgebracht.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Het bataljon verlaat Floreffe om 05u00 en zet zich in beweging richting Bouffioux nabij Charleroi. Hier houden de troepen halt voor een rustpauze. Het merendeel van het bataljon is erin geslaagd te hergroeperen in Bouffioux.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Na heel wat over-en-weer rijden komt de staf van het bataljon te weten dat alle korpstroepen van het III/LK per trein richting Dendermonde zullen gestuurd worden. Door plaatsgebrek kunnen die avond echter slechts twee van de vier compagnies per trein naar Vlaanderen vertrekken, de twee andere compagnies zullen in vrachtwagens via de baan reizen.

    Detachement Lt Vandereydt/VIIde Bn Luik
    Een kleine achterwacht, onder leiding van Lt Vandereydt van de 30Cie, blijft te Bouffioux om achterblijvers op te vangen. Lt Vandereydt slaagt er nog in om een 30-tal manschappen te verzamelen. Dit klein detachement vertrekt westwaarts richting Kortrijk. Door de Plaatscommandant van Kortrijk wordt het detachement doorgestuurd naar Hazebrouck in Noord-Frankrijk. Van hier uit worden ze verder gestuurd naar het zuiden. Hun terugtocht verloopt via Abbeville en Rouen naar Conches-en-Ouche waar het detachement op 22 mei toekomt. Conches is de hergroeperingszone van de 7Div en het detachement wordt dan ook tijdelijk aan deze divisie toegevoegd.

    Staf/VIIde Bn Luik
    De staf rijdt voorop en duidt de nodige kantonnementen te Gijzegem aan. De vrachtwagencolonne kan dit dorp enkele uren later bereiken. De compagnies die per trein reizen lopen vertraging op na een luchtaanval op het spoor te Ecaussines.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Het bataljon krijgt te horen dat het aan het Kanaal van Willebroek zal ingezet worden om de aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling te dekken. Het vertrek wordt voorzien voor 02u30 tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Het bataljon vertrekt om 02u30 naar Ramsdonk. Omstreeks 10u00 wordt de commandopost in de dorpskern opgesteld. De compagnies worden vooruit gestuurd om de linies rond Kapelle-op-den-Bos te versterken. Tussen 14u00 en 21u00 zijn de troepen betrokken bij de schermutselingen aan de kanaaloever. Net wanneer de situatie dreigt te escaleren onder toenemende Duitse druk, trekt het bataljon zicht terug. De vestingstroepen worden opnieuw naar Gijzegem gestuurd.

    30Cie/VIIde Bn Luik
    De 30Cie, onder bevel van Luitenant de Ville de Goyet, rijdt verloren en verliest tijdens de verplaatsing naar het Kanaal van Willebroek verbinding met zijn bataljon. Wanneer hij probeert contact op te nemen met zijn bataljon krijgt hij het bevel om naar Poperinge verder te rijden waar hij geïntegreerd wordt in de colonne van de 7Div bevolen door Kolonel SBH Duez.

    Staf/VIIde Bn Luik
    De staf en de drie overblijvende compagnies komen aan te Gijzegem, trekken vervolgens verder naar Gent en belanden aan het eind van de dag in Nevele.

    Staf/VIIde Bn Luik
    Het bataljon verlaat Nevele en trekt verder naar Vlamertinge tussen Ieper en Poperinge. Welke orders werden gegeven aan de compagnies is niet duidelijk (Was het de bedoeling dat het bataljon volledig zou integreren in de colonne van de 7Div? Blijkbaar hebben ze het vertrek van de 7Div richting Frankrijk gemist en kregen ze een nieuwe opdracht – TBC). Wel is geweten dat de staf van het bataljon zich op 19 mei in Beveren-bij-Roeselare bevindt.

    28Cie/VIIde Bn Luik
    De 28Cie raakt tijdens de verplaatsing naar Vlamertinge afgezonderd van het bataljon en besluit op eigen houtje naar Frankrijk te vertrekken. De eenheid kan onderweg tegengehouden worden en moet terugkeren naar Beveren-bij-Roeselare, waar inmiddels de rest van het bataljon aangekomen is.

    29Cie/VIIde Bn Luik in Frankrijk
    De 29Cie vertrekt eveneens richting Frankrijk maar wordt niet gestopt. Onderweg verliest de compagniecommandant, Kapitein Hecq, verbinding met zijn compagnie en wordt op 22 mei krijgsgevangen genomen te Boulogne. Luitenant Becquevoort slaagt er wel in om de zes vrachtwagens van de 29Cie bijeen te houden en Conches te bereiken waar hij op 22 mei toekomt.

    30Cie/VIIde Bn Luik in Frankrijk
    De 30Cie is inmiddels geïntegreerd in de colonne van de 7Div en vertrekt op 19 mei met ongeveer 75 manschappen richting Abbeville. Zij slagen erin de Somme over te steken voor de Duitsers de terugtochtweg kunnen afsnijden en komen op 22 mei aan te Conches. Conches is de hergroeperingszone van de 7Div in Frankrijk. De 7Div vangt ook alle losse elementen van het veldleger op die erin geslaagd zijn de Somme over te steken.

    Staf/VIIde Bn Luik
    De restanten van het bataljon die zich nog in Beveren-bij-Roeselare bevinden (Staf, 28Cie en 31Cie) worden op 20 mei 1940 samengevoegd met de restanten van de beide regimenten grenswielrijders en zo omgevormd tot de nieuwe Brigade Grenswielrijders (Bde CyF). De Staf van het VIIde Bataljon is blijkbaar niet vereist en vertrekt naar Frankrijk . Tijdens de tocht door Frankrijk raken ze afgezonderd van hun officieren. De voltallige staf, echter zonder officieren, duikt op in Conches op 22 mei. (Zijn de officieren als voorwacht afzonderlijk afgereisd en hebben ze de overtocht van de Somme niet gehaald of zijn ze toegevoegd aan de staf van de pas opgerichte Brigade Grenswielrijders? – TBC)

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    Beide compagnies rusten uit te Beveren-bij-Roeselare. Om 23u30 worden de manschappen opgetrommeld voor een verplaatsing naar Oostrozebeke.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    De commandopost wordt om 01u30 geopend te Oostrozebeke. De troepen moeten om 04u30 twee steunpunten op het tweede echelon van de Leie-stelling gaan innemen te Hulste en aan het Muizelhof. De rest van de dag wordt gewerkt aan het inrichten van de nieuwe posities.

    Hergroeperingszones Conches en L’Aigle van de 7Div ten zuiden van de Seine.

    Staf, 29Cie en 30Cie/VIIde Bn Luik in Frankrijk
    De staf bataljon, de 29Cie, de 30Cie en het detachement Vandereydt komen nagenoeg samen toe in Conches en vormen een detachement van 123 manschappen waaronder 8 officieren. Ze worden samen gekantonneerd in de buurt van Conches onder het commando van de 7Div die ook instaat voor hun bevoorrading. Ze beseffen dat ze nog niet buiten schot zijn en dat het maar een kwestie van tijd is vooraleer de Duitsers hun opmars naar het zuiden zullen verder zetten. Het detachement zal in Conches verblijven tot 28 mei.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    Tijdens de voormiddag wordt het duidelijk dat de vijand de zone tussen de Schelde en de Leie heeft ingenomen en het nu op elk moment kan komen tot een nieuwe Duitse aanval.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    Het Bn(-) blijft op zijn posities en ondergaat de ganse dag door beschietingen van de Duitse artillerie. Even voor 17u00 loopt het nieuws binnen dat de vijand te Harelbeke de Leie zou overgestoken zijn. De troepen van het 1ste Linieregiment (1Li) op 1ste echelon lijken zich terug te trekken naar het westen. Een half uur later raken ook de grenswielrijders en de vestingstroepen betrokken bij de gevechten. Rond 20u00 blazen de Belgen de aftocht om zich te Liester te gaan hergroeperen.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    De troepen komen aan te Liester nog voor het ochtend wordt. Rond 15u00 wordt verder getrokken naar Zwevezele om aan het eind van de dag kantonnementen op te zoeken te Waardamme.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    De troepen verhuizen naar Staden waar de Bde CyF gereorganiseerd wordt na de slag aan de Leie.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    Na de middag wordt de eenheid verplaatst naar Aartrijke.

    28Cie en 31Cie/VIIde Bn Luik afgedeeld bij de Bde CyF
    Het bataljon(-) verneemt de capitulatie te Aartrijke.

    De Staf, 29Cie en 30Cie van het VIIde Bn Luik worden doorgestuurd naar Grenade en Saint-Lys in de buurt van Toulouse.

    De Staf, 29Cie en 30Cie van het VIIde Bn Luik worden doorgestuurd naar Grenade en Saint-Lys in de buurt van Toulouse.

    Staf, 29Cie en 30Cie/VIIde Bn Luik in Frankrijk.
    Op 28 mei krijgt de 7Div van de Fransen het bevel om zich te verplaatsen naar Bretagne om er opnieuw voorzien te worden van materieel. De eenheden die niet tot de 7Div behoren worden naar het zuiden van Frankrijk gestuurd. Zo stapt het detachement van het VIIde Bn Luik dat zich in Conches bevond op 28 mei op de trein richting Montpellier. Ze worden er aangehecht aan het 3de Versterkings- en Opleidingscentrum (3VOC) en krijgen Grenade en Saint-Lys nabij Toulouse als kantonnement toegewezen. Het 3VOC plaatst het detachement onder bevel van het 62ste Linieregiment (62Li). Het verdere verloop van de campagne van de manschappen van het VIIde Bn Luik is gelijklopend met die van het 62Li.

    Na de capitulatie

    Bibliografie en Bronnen

  • VIde Bn Namen
    Te Namen bezet het VIde Bataljon alle kleine bunkers die tijdens het Interbellum tussen de forten van de VPN gebouwd werden om toegangswegen en verkeersknooppunten te beveiligen.

    32Cie/VIde Bn Namen
    De 32ste Compagnie bemant alle steunpunten aan de noordoost rand van de VPN, tussen Emines en de oever van de Maas nabij Marche-les-Dames. De compagnie is versterkt met twee C47 anti-tankkanonnen.

    33Cie/VIde Bn Namen
    De 33ste Compagnie bezet te bunkers aan de noordwest rand van de VPN, tussen de Samber nabij Floriffoux en Emines. Ook deze compagnie beschikt tevens over twee C47 kanonnen. De commandopost staat op het Chateau d’Arheit te Rhisnes.

    34Cie/VIde Bn Namen
    De 34ste Compagnie staat dan weer opgesteld in het zuidwesten, tussen Samber en Maas. Een deel van de mobiele C47 kanonnen en de Maxim luchtafweermitrailleurs zijn gedetacheerd bij de bruggen over de Maas tussen de stad Namen en de Franse grens en zijn in steun geplaatst van het Iste bataljon van het 5de Regiment Ardeense Jagers (5ChA).

    35Cie/VIde Bn Namen
    De 35ste Compagnie maakt de cirkel rond in de zogenaamde ‘Secteur Meuse-Meuse’ tussen Wépion en Namèche.

    Staf/VIde Bn Namen
    De eenheden blijven op post. Vanaf het middaguur trekken steeds meer troepen van het Franse leger door de VPN, op weg naar de K.W. Stelling rond Gembloers en de dwarsstelling van de Méhaigne, een zijrivier van de Maas ter hoogte van Hoei.

    33Cie/VIde Bn Namen
    In de zone van de 33Cie wordt het kasteel van Arheit ingenomen door de staf van het Franse 150e Régiment d’Infantérie van de 1e Division d’Infantérie Nord-Africaine.

    33Cie/VIde Bn Namen
    De 33Cie incasseert twee gewonden bij de bijzonder zware luchtaanval op de 1ste Divisie Ardeense Jagers (1Div ChA) rond Suarlée en Rhisnes.

    33Cie/VIde Bn Namen
    Buiten enkele kleine luchtaanvallen, valt er in de zone van de 33ste Compagnie niets bijzonders te melden.

    Staf/VIde Bn Namen
    Het bataljon wil de noordoostrand van de VPN versterken nu de Duitsers naderen.

    33Cie/VIde Bn Namen
    Tijdens de nacht moet de 33ste Compagnie alle bunkers tussen de spoorlijn Brussel-Namen en de Samber van manschappen en mitrailleurs ontdoen en deze doorsturen naar de zone van de 32ste Compagnie.

    Staf/VIde Bn Namen
    De Fransen starten met de aftocht naar hun land en maken zich klaar om de VPN te verlaten. Ook de Belgen gaan over tot de evacuatie van de VPN en de staven van het VIIde Legerkorps (VII/LK) en de 8ste Infanteriedivisie (8Div) verlaten de stad. De bataljonsstaf blijft achter zonder instructies.

    33Cie/VIde Bn Namen
    Bij de 33Cie verdwijnt het peloton te Emines samen met de Franse troepen. Er is geen contact met dit detachement meer. De pelotons van Rhisnes en Suarlée kunnen beiden te Rhisnes verzamelen. Het peloton van Floriffoux dat zich de dag voordien naar Marchovelette begeven heeft, is het contact met de compagnie verloren. Rond 16u45 krijgt de compagnie het bevel om zich naar Floreffe terug te trekken. De zware wapens worden achtergelaten voor de Franse troepen. De compagnie bereikt Floreffe rond 19u00 en wordt vervolgens doorgestuurd naar Fosses bij Charleroi. Rond het midden van de nacht bereikt de compagnie Auvelais waar aansluiting gevonden wordt met een detachement van het 13de Linieregiment (13Li).

    34Cie/VIde Bn Namen
    De 34Cie heeft om 09u30 wel een evacuatiebevel ontvangen en begeeft rond het middaguur zich naar Boignée. De compagnie houdt hier halt rond 20u30 en trekt na een korte rustpauze verder naar Quevaucamp. Ongeveer de helft van de groep maakt de tocht op opgeëiste fietsen. De tweede helft wordt per vrachtwagen vervoerd.

    35Cie/VIde Bn Namen
    De 35Cie krijgt eveneens tijdens de voormiddag via het 13Li te horen dat de Belgen de VPN verlaten, maar wordt aangeduid voor de achterhoede. De compagniecommandant krijgt na de middag te horen dat de brug van Jambes zal vernield worden, en heeft niet de middelen om zijn pelotons te verwittigen dat ze onmiddellijk de noordelijke oever van de Maas moeten vervoegen. De detachementen worden dan maar richting Fosses-la-Ville gestuurd. Slechts de helft van de manschappen zal toch nog via de brug van Jambes de Maas over kunnen.

    Staf/VIde Bn Namen
    Het VIde Bn Namen wordt toegevoegd aan het 13Li voor de komende de slag aan de Leie.

    Na de capitulatie

    Bibliografie en Bronnen