6de Regiment Legerartillerie

Situatie op 10 mei 1940

Type Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van 1ste Regiment Legerartillerie
2de Regiment Legerartillerie
Artillerie Meetdienst
Onderdeel van Versterkings- en Opleidingscentrum Artillerie
Bevelhebber Majoor C. Cooreman
Standplaats Fort III (Borsbeek) en Fort IV (Mortsel)
Samenstelling I Groep Legerartillerie
(Cdt A. Vandenvelde)
1ste Batterij Versterking (Cdt Smits)
2de Batterij Versterking (Lt H. Lange)
3de Batterij Instructie met 4 x M220 mortieren (Cdt René Deweerdt)
4de Batterij Instructie met 2 x Ob155 M17 Schneider kanonnen, 1 x C155L M24 Krupp FRC kanon en 1 x C150L/43 M16 Krupp & Rheinisch kanon (Lt Scheurmans)
  Batterij Versterking en Instructie Meetdienst van de Artillerie (Luitenant A. Linet)
  Schoolbatterij (Cdt C. de Faudeur)
  Batterij Depot en Diensten (Lt C. Lebrun)

Tijdens de mobilisatie

Staf/6LA
In vredestijd stonden de verschillende artillerieregimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen. Dit gebeurde in de Schoolbatterij van elk regiment afzonderlijk waar de dienstplichtigen werden opgeleid op het type kanon dat in het regiment werd gebruikt. De schoolbatterijen beschikten over hun eigen kanonnen. Elke lichting (oftewel klas) dienstplichtigen werd in twee opgedeeld; diegenen geboren in de eerste helft van het jaar werden opgeroepen in februari en moesten in maart hun eenheid vervoegen om er hun opleiding aan te vangen, diegenen geboren in de tweede helft van het jaar werden in augustus opgeroepen om in september hun opleiding te starten. Er bestonden voor de artillerie en de genie, in tegenstelling tot de andere wapens van het leger, geen plannen voor de oprichting van een eigen versterkings- en opleidingsstructuur in geval van mobilisatie. Initieel was het de bedoeling dat vanaf de start van de mobilisatie de schoolbatterijen de opleiding zouden voortzetten in het vredesgarnizoen van de verschillende artillerieregimenten. Omdat na afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. De in februari 1939 opgeroepen dienstplichtigen van de klas ’39 zijn praktische volledig opgeleid en vertrekken samen met hun regiment naar de gevechtsstellingen. Voor de opleiding van de dienstplichtigen die behoren tot de tweede helft van de klas ’39 moest snel een oplossing worden gevonden. 

Fort III te Borsbeek waar 3/I/6LA gekazerneerd is, tevens vredesvoet garnizoen van 2LA.

De artillerie krijgt na de start van de mobilisatie uiteindelijk toch een specifieke versterkings- en opleidingsstructuur namelijk het Aanvullings en Opleidings Depot van de Artillerie (AOD/A oftewel in het Frans: Dépôt de Renfort et d’Instruction de l’Artillerie – DRI/A). Aanvankelijk worden binnen dit depot een aantal Schoolbatterijen gegroepeerd om de vorming van nieuwe artilleristen over te nemen van de gemobiliseerde eenheden van het veldleger. De Schoolbatterijen van het 1ste Regiment Legerartillerie (1LA) en het 2de Regiment Legerartillerie (2LA) worden gegroepeerd in het Aanvullings en Opleidings Depot van de Legerartillerie (AOD/LA oftewel in het Frans: Dépôt de Renfort et d’Instruction de l’Artillerie de l’Armée – DRI/AA). Beide schoolbatterijen werden echter niet samengebracht op één plaats, 1LA liet zijn Schoolbatterij achter in Fort IV te Mortsel [1], vredesvoet garnizoen van 1LA, waar de batterij tot maart 1940 instond voor het opleiding van de rekruten behorende tot de tweede helft van klas ’39 bestemd voor 1LA. Ook de Schoolbatterij van 2LA blijft in zijn vredesvoet garnizoen, Fort III te Borsbeek, om onder leiding van Cdt Deweerdt de nieuwe artilleristen van 2LA verder op te leiden. De vermoedelijke reden waarom de Schoolbatterijen van 1LA en 2LA niet gecentraliseerd werden in één kazerne, maar in hun vredestijd garnizoenen bleven tijdens de mobilisatie, is dat de zware artilleriestukken gebruikt door 1LA en 2LA zeer specifiek waren en bijgevolg onderhoudsinfrastructuur nodig hadden die nergens anders beschikbaar was. 

Fort IV te Mortsel, vredesvoet garnizoen van 1LA (naoorlogse foto).

Fort IV te Mortsel, vredesvoet garnizoen van 1LA (naoorlogse foto).

Gezien de mobilisatie bleef duren werd een meer gestructureerde oplossing gezocht voor de opleiding van de dienstplichtigen behorende tot de eerste helft van de lichting ’40. In maart 1940, vlak voor de aankomst van deze dienstplichtigen, wordt het 6de Regiment Legerartillerie (6LA) opgericht in Fort III te Borsbeek en Fort IV te Mortsel. Het 6LA dient zich te ontfermen over de nog niet opgeleide artilleristen en de nog niet gemobiliseerde reservisten van 1LA en 2LA. Het 6LA kan bijgevolg beschouwd worden als een ontdubbelingsregiment van deze regimenten. Het 6LA neemt de schoolbatterijen van 1LA en 2LA over. Het 6LA staat onder het bevel van Majoor Cooreman. Eens op oorlogsvoet gebracht zal het regiment kunnen beschikken over 25 officieren, 75 onderofficieren en 1.192 manschappen.

I/6LA
Van bij de oprichting van het regiment worden de miliciens van de klas ’40 aangehecht bij de Instructiebatterijen die over eigen artilleriestukken beschikken om de opleiding te verzekeren. De Schoolbatterij van 2LA wordt vanaf de oprichting van 6LA de 3de Batterij Instructie van 6LA terwijl de Schoolbatterij van 1LA wordt omgedoopt tot de 4de Batterij Instructie. De Versterkingsbatterijen bestaan voor 10 mei alleen uit kaderpersoneel. Deze batterijen hebben geen eigen kanonnen en kunnen de van mobilisatie vrijgestelde reservisten maar in de rangen opnemen na afkondiging van de algemene mobilisatie (fase E van het mobilisatieplan), hetgeen voorzien is te gebeuren bij de start van de vijandelijkheden. 

Bij Rft en Instr SRA/6LA
Specifiek voor 6LA is de Batterij Versterking en Instructie van de Artillerie Meetdienst (Bij Rft en Instr SRA) die instaat voor de instructie van dienstplichtigen van de klas ’40 bestemd voor de Artillerie Meetdienst (oftewel Service de Repérage de l’Artillerie – SRA). Het betreft de 6de Batterij van SRA die in Fort III achterbleef bij de aanvang van de mobilisatie. De batterij staat onder bevel van Luitenant van de reserve (Res) Linet die wordt bijgestaan door Lt Res Poulet en Lt Res Maurice.

SchoolBij/6LA
6LA heeft ook een eigen Schoolbatterij (SchoolBij/6LA). Deze Schoolbatterij staat enkel in voor de opleiding van toekomstige kaders voor de legerartillerie. Het betreft de Kandidaat Reserve Onderluitenanten (KROLt) en de Kandidaat Reserve Onderofficieren (KROO) bestemd voor 1LA en 2LA. De Schoolbatterij/6LA wordt bevolen door Kapitein-commandant de Faudeur die wordt bijgestaan door Onderluitenant Boonefaes.

Artillerietrein van een 220mm mortier gebruikt door de 3Bij Instructie van 6LA.

Staf/6LA
De officier met wachtdienst van 6LA ontvangt iets na middernacht het algemeen alarm. In tegenstelling tot andere in Antwerpen gekazerneerde eenheden, die zich klaar maken om bij eerste klaarte een vooraf verkend alarmkantonnement in te nemen, blijven de batterijen van  6LA in hun respectievelijke fort. De vrees voor schade door het bombarderen van de forten door de Duitse luchtmacht was bij 6LA minder groot dan bij andere eenheden die in reguliere kazernes verbleven. De Staf/6LA wordt in zijn commandopost om 06u00 op de hoogte gebracht van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. Door de afkondiging van de algemene mobilisatie worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om hun respectievelijke Batterij Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Onder hen Luitenant van de reserve De Geeter die aan de staf wordt toegevoegd als officier in overtal. Eveneens om 06u00 geeft de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) het bevel om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. In deze oorlogskantonnementen, ver verwijderd van de vijandelijkheden, zou de opleiding in relatieve rust voortgezet moeten kunnen worden. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 6LA is Maldegem. De rest van de dag maakt het regiment zich klaar voor de verplaatsing naar Maldegem.

I/6LA

  • 3/I/6LA
    Luitenant van de reserve Meganck is sectiecommandant en instructeur bij de 3de Batterij Instructie in Fort III te Borsbeek. Hij krijgt van Kapitein-commandant Deweerdt, zijn batterijcommandant, te horen dat het Fort zo snel mogelijk dient verlaten te worden. De artilleriestukken worden in de loop van de dag naar het station van Luithagen gestuurd om op de trein geladen te worden, de jonge rekruten wachten in Fort III tot ook zij per spoor kunnen vertrekken. ‘s Avonds wordt naar het station van Luithagen gemarcheerd waar enkele uren vruchteloos gewacht wordt op een trein. Wanneer geen trein komt opdagen keren de troepen terug naar het fort om er de nacht van 10 op 11 mei door te brengen.
  • 1/I/6LA
    Luitenant van de reserve Rombaut meldt zich aan in het Fort IV te Mortsel en wordt als sectiecommandant toegewezen aan de 1ste Batterij Versterking van I/6LA bevolen door Kapitein-commandant Smits. Lt Rombaut wordt op 10 mei met de kanonnen en enkele manschappen naar het station van Luithagen gestuurd om er het materieel op de trein te laden. Er kan dezelfde dag niet meer vertrokken worden.

Staf/6LA
De staf, de twee instructiebatterijen en de Batterij Depot en Diensten vertrekken per trein vanuit het station Luithagen naar Maldegem. Een installatieploeg vertrekt langs de baan om de kantonnementen in Maldegem voor te bereiden.

I/6LA

  • 3/I/6LA en 4/I/6LA
    De troepen wachten de ganse dag in het fort op het bevel om in te schepen op een trein die hen naar Maldegem moet brengen. Tegen de avond is het zo ver en wordt opnieuw naar het station van Luithagen gemarcheerd. Vermoedelijk gaat ook al een deel van de pas binnengekomen versterkingen mee met deze trein (TBC). Op dat ogenblik wordt de Antwerpse wijk Oude God hevig gebombardeerd en dient onder druk van de voortdurende luchtaanvallen gewacht te worden met inschepen. Uiteindelijk kan worden opgestapt in een trein waarna om 23u00 het station van Luithagen verlaten wordt. De nacht van 11 op 12 mei wordt in de trein doorgebracht.
  • 1/I/6LA
    De trein met de kanonnen van 6LA vergezeld met het nodige personeel om te laden en te lossen vertrekt om 24u00 uit Luithagen. Lt Rombaut is aangeduid als treincommandant. Tijdens de nachtelijke treinreis wordt de trein in het station van Gent Sint-Pieters op een verkeerd spoor gezet en naar Beernem gestuurd. 

Staf/6LA
De staf/6LA installeert zich te Maldegem terwijl de trein met de instructiebatterijen en de trein met de kanonnen en het materieel onderweg zijn. 

I/6LA

  • 3/I/6LA en 4/I/6LA
    Door een bombardement van de spoorlijn Gent – Maldegem loopt het treintransport vertraging op, er moet gewacht worden op de herstelling van de sporen. De trein met de rekruten komt uiteindelijk tegen 10u15 aan in het station van Maldegem. De manschappen van beide instructiebatterijen worden te voet doorgestuurd naar het Maldegems gehucht Kleit dat op een drietal kilometer van het station van Maldegem ligt.
  • 1/I/6LA
    Eens aangekomen in Beernem kan Lt Rombaut een nieuw rijpad bekomen om via Brugge naar Maldegem gebracht te worden waar de trein rond 09u00 aankomt. Ondanks de vergissing in Gent komt de trein met het materieel tot verbazing van Lt Rombaut nog een uur eerder dan de trein met de rekruten aan in Maldegem. Op dat ogenblik komt ook Cdt Smits samen het installatiepersoneel van 1/I/6LA toe in Maldegem. Er wordt werk gemaakt van de voorbereiding voor de inkwartiering van de versterkingsbatterijen in Maldegem.
  • ArW/6LA
    Een achterwacht (ArW/6LA) bestaande uit de kaderleden van 1/I/6LA en 2/I/6LA, onder bevel van Kapitein-commandant Vandenvelde, blijft achter in het fort om de versterkingen bestemd voor 6LA op te vangen en de twee versterkingsbatterijen te mobiliseren.

Een 150mmL43 kanon zoals gebruikt door de 4de Batterij Instructie van 6LA.

Staf/6LA
Door de snelle opmars van de Duitsers wordt het voor het Groot Hoofdkwartier (GHK) snel duidelijk dat de verdere opleiding van de nieuwe rekruten enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen op 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van de EM/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde.

Ook het 6LA maakt zich klaar voor de evacuatie naar Frankrijk, maar blijft voorlopig nog ter plekke. De verplaatsing naar Frankrijk was totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moest de commandant van 6LA zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud door Vlaanderen vervoerd hebben op weg naar Breda [2]. Het bevel om naar Frankrijk te vertrekken kwam echter geen dag te vroeg want op 13 mei steken de Duitsers rond 16u00 de Maas over te Sedan en beginnen hun opmars naar de Atlantische kust met als inzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

I/6LA

  • 3/I/6LA en 4LI6LA
    Niet bewust van de op til zijnde evacuatie naar Frankrijk beginnen de instructiebatterijen met de inrichting van hun kantonnementen te Kleit zodat de volgende dag met de instructie begonnen kan worden.
  • ArW/6LA
    Veel tijd krijgt de achterwacht niet om de versterkingen op te vangen want op 13 mei komt een installatieploeg van het Hoofdkwartier van het IVde Legerkorps (IV/LK) toe in het fort met de boodschap dat de rest van het HK zich in het fort zal installeren en dat de resterende troepen van 6LA uiterlijk tegen 16 mei het fort moeten verlaten hebben.

Staf/6LA
Op 14 mei wordt het Versterkings- en Opleidingscentrum Artillerie (VOC/Aie) te Beernem opgericht met als bevelhebber Kolonel Duquesnoy, regimentscommandant van het 32ste Regiment Artillerie (32A). De zes Versterkings-en opleidingsregimenten van de artillerie worden onder bevel geplaatst van het VOC/Aie om enerzijds de heruitrusting van het veldleger en anderzijds de evacuatie naar Frankrijk mogelijk te maken. Kolonel Duquesnoy gaat onmiddellijk over tot een reorganisatie van de zes regimenten. De artillerie van het veldleger heeft immers belangrijke verliezen geleden en er moeten dringend nieuwe batterijen samengesteld worden om de tekorten aan te vullen. Al gauw is duidelijk dat die nieuwe eenheden opgebouwd moeten worden uit elementen komende van verschillende Versterkings- en opleidingsregimenten. Om dit doel te bereiken beslist Kolonel Duquesnoy een beroep te doen op de oudere reservisten van de versterkingsbatterijen en deze uit te rusten met de nog beschikbare kanonnen van de instructiebatterijen. Deze nieuwe batterijen worden dan verder aangevuld met personeel van de betrokken artillerieregimenten dat is kunnen ontsnappen en werd doorgestuurd naar het VOC/Aie. Kolonel Duquesnoy krijgt de toelating van het GHK om de versterkingsbatterijen van de artillerie in België te houden, ondanks het evacuatiebevel van de EM/TRI.

Alle officieren van 6LA worden ontboden op de CP van het regiment te Maldegem. Zij worden op de hoogte gebracht van de reorganisatie van 6LA. Het regiment zal opgesplitst worden in twee groeperingen. De Groepering Versterking/6LA, met de regimentsstaf en de Versterkingsbatterijen, blijft te Maldegem en komt onder bevel te staan het “VOC/Aie Detachement Vlaanderen”. De Groepering Instructie/6LA, met de twee instructiebatterijen en de Batterij Versterking en Instructie van de Artillerie Meetdienst (TBC), wordt ondergebracht  in het “VOC/Aie Detachement Frankrijk” (ook wel Regiment Instructie van het VOC/Aie genoemd) bevolen door Luitenant-Kolonel De Bueger, voormalig commandant van het 3DTCA. 

Groepering Instructie/6LA
De instructiebatterijen 3/I/6LA en 4/I/6LA met de rekruten van de klas ’40 zullen met bevoorrading voor twee dagen, beperkte bewapening en het nodige lesmateriaal op een trein richting Frankrijk gezet worden om daar hun opleiding te vervolmaken. De rest van de dag wordt dan ook besteed aan de overdracht van de kanonnen aan de Groepering Versterking en de voorbereiding van de verplaatsing naar Frankrijk. De dienstplichtigen van de lichting 39, wiens opleiding beëindigd is, krijgen te horen dat ze in Maldegem moeten blijven. 

Groepering Versterking/6LA
De versterkingsbatterijen nu uitgerust met kanonnen worden op 14 mei ondergebracht in de Groepering Versterking/6LA. Bij de 1ste Batterij bekomt Cdt Smits een mutatie en wordt tijdelijk vervangen door Lt Rombaut.

Bij Rft en Instr SRA/6LA
De Batterij Versterking en Instructie van de Artillerie Meetdienst wordt niet naar Frankrijk geëvacueerd maar blijft voorlopig nog achter te Maldegem (TBC).

Schoolbatterij/6LA
De schoolbatterij van 6LA wordt ontbonden en de Kandidaat Reserve Onderluitenanten worden in overtal bij de overige batterijen geplaatst. Onderluitenant Boonefaes, instructeur bij Schoolbatterij van 6LA, wordt na de reorganisatie van 6LA toegewezen aan I/1LA. OLt Boonefaes brengt een klein detachement manschappen mee, alsook één Ob155 M17 Schneider houwitser. Cdt de Faudeur zal op 17 mei het bevel van de 1ste Batterij Versterking overnemen van Lt Rombaut 

Groepering Instructie/6LA
Het 6LA laat al zijn rekruten met één enkel treinstel richting Frankrijk vertrekken. Het detachement bestaande uit een 700-tal militairen komt onder bevel te staan van Kapitein-commandant Deweerdt. Hij wordt bijgestaan door Lt Res Meganck en OLt Res Van Overloop, sectiecommandanten van de 3de Batterij en door Lt Res Scheurmans en Lt Res Van Hamme van de 4de Batterij. Wanneer de trein om 10u30 uit Maldegem vertrekt is de bestemming van het detachement nog niet gekend. 

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Vanuit zijn kantonnementen te Maldegem stuurt het 6LA tweeëntwintig manschappen en onderofficieren naar de Iste Groep van het 14de Regiment Artillerie. Deze groep heeft tijdens de eerste week van de oorlog heel wat manschappen en materiaal verloren. Met behulp van de versterkingen van het 6LA en andere regimenten van het VOC/Aie wordt I/14A omgevormd naar één groep van drie batterijen met telkens drie 155mm M17 Schneider Houwitsers. De heroprichting van de I/14A zal afgerond worden op 18 mei. 

Groepering Instructie/6LA
De trein met de rekruten raast de ganse dag door richting zuiden. Er wordt niet gestopt en de nacht van 16 op 17 mei wordt in de trein doorgebracht.

ArW/6LA
De laatste elementen van de Achterwacht 6LA verlaten Fort IV te Mortsel om de rest van het regiment in Maldegem te vervoegen. Een colonne voertuigen met het laatste materieel dat nog ontruimd moest worden verlaat het fort om 14u00. Via Antwerpen, Beveren, Sint-Gillis-Waas, Kemzeke, Moerbeke, Zelzate, Assenede, Bassevelde, Eeklo en Balgerhoeke bereikt de colonne tegen 18u30 Maldegem. Cdt Vandenvelde, die het vertrek van de trein met de rekruten naar Frankrijk heeft gemist, wordt langs de weg (of met een van de andere treinen van het VOC/Aie – TBC) naar het zuiden van Frankrijk gestuurd. Hij weet op 20 mei nog net de Somme over te steken te Abbeville voor de Duitsers de terugtochtweg  afsnijden. Cdt Vandenvelde raakt hierbij gewond maar zal er nog in slagen het 6LA in Zuid-Frankrijk te vervoegen.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Het gedeelte van het regiment dat achterblijft te Maldegem is slecht uitgerust. Maj Cooreman is er nu pas in geslaagd om voor elke officier een persoonlijk wapen te verkrijgen. Hij is die persoonlijk moeten gaan ophalen in Brugge. De 2de Batterij beschikt alles samen over 15 karabijnen en slecht over één vrachtwagen type Latil voor het transporteren van zijn vier kanonnen. Bij 1/I/6LA wordt Lt Rombaut afgelost als batterijcommandant door Cdt de Faudeur. Lt Rombaut wordt opnieuw sectiecommandant van de 1ste Sectie van 1/I/6LA. Lt De Geeter wordt aangesteld als tweede in bevel van de Batterij Depot en Diensten ter versterking van Lt Lebrun.

Groepering Instructie/6LA
Ook de tweede dag wordt geen halt gehouden; de trein dringt steeds dieper door in Frankrijk. De nacht van 17 op 18 mei wordt in de trein doorgebracht. Gezien er slecht proviand werd meegenomen voor twee dagen beginnen de manschappen stilaan door hun reserve levensmiddelen te zitten. 

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Het GHK wijzigt zijn plannen van 14 mei om de versterkingsbatterijen in ons land te houden en beveelt aan Kolonel Duquesnoy om het VOC/Aie Detachement Vlaanderen onmiddellijk klaar te maken voor de evacuatie naar Frankrijk. Het Belgisch opperbevel lijkt er zich echter niet van bewust dat dit evacuatiebevel veel te laat komt. Na de doorbraak te Sedan stormen de Duitse troepen razendsnel naar de Atlantische kust richting Abbeville met de bedoeling de geallieerden te omsingelen in Noord-Frankrijk en België.

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Een herbevoorrading van de troepen dringt zich op. De trein houdt voor de eerste keer halt in Le Mans waar de manschappen door de Franse Intendance bevoorraad worden. Groot is de verbazing wanneer bij de bevoorrading door de Fransen ook hectoliters wijn inbegrepen is. Lt Meganck staat in voor de verdeling van de levensmiddelen onder de manschappen terwijl Cdt Deweerdt alle leveringsbonnen tekent en de boekhouding van de gemaakte kosten zorgvuldig bijhoudt. In elk station waar de trein halt houdt wordt het detachement bevoorraad door het Franse leger.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Een tweede trein van het 6LA, met aan boord de Groepering Versterking die als laatste in België achtergebleven is, verlaat ons land vanuit Maldegem. Dezelfde dag passeert de trein Brugge maar komt niet verder dan Torhout waar de nacht van 19 op 20 mei in de trein wordt doorgebracht.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat eenheden van het VOC/Aie ingesloten door de Duitsers. Door de late beslissing om uiteindelijk ook de rest van het VOC/Aie naar het zuiden van Frankrijk te sturen wordt de terugtochtweg van de Batterijen Versterking van 6LA afgesneden. Gedurende de dag wordt enkel het traject Torhout, Diksmuide, Veurne, Adinkerke afgelegd.

Het kamp van St-Cyprien

Houten barakken van het kamp van St-Cyprien aan de Middellandse Zee.

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Het detachement van Cdt Deweerdt komt na een treinreis van vijf dagen om 19u00 toe in het station van Elne nabij Perpignan in het Franse departement Basses-Pyrénées. Vanuit het station van Elne worden de manschappen met vrachtwagens naar het kamp van Saint-Cyprien gebracht. Dit kamp van houten barakken en tenten werd in februari 1939 gebouwd door de Franse overheid voor het opvangen van gevluchte republikeinse troepen van de Spaanse burgeroorlog. De levensomstandigheden in het kamp van Saint-Cyprien zijn dermate slecht dat uitgekeken wordt naar een nieuw kantonnement. In de logementsblokken worden de militairen gebeten door allerlei ongedierte. Ze zijn ver verwijderd van de opleiding die ze zouden krijgen om de oorlogsinspanning verder te zetten. Tot 23 mei zal de Groepering Instructie/6LA zich in het kamp van St-Cyprien bevinden waar op het zelfde ogenblik ook detachementen van het 56ste Linieregiment (56Li) en het IVde Bataljon  Spoorwegtroepen (IV SpT/VOC Gn) zijn ondergebracht. 

Stations in en rond Duinkerke waar een 15-tal Belgische treinen tussen 17 en  21 mei vastliepen.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA in Frankrijk
De trein met de Staf en de Groepering Versterking raakt vast te zitten in de omsingeling van Duinkerke. Hier vernemen ze dat de weg naar het zuiden is afgesneden. Ze zijn echter niet alleen, in totaal zijn een 15-tal Belgische treinen met manschappen en materieel niet voorbij Duinkerke geraakt. De vastgelopen treinen bevinden zich in drie verschillende stations in en rond de stad: Gare-VilleGare-Maritime in de haven en het rangeerterrein Dunkerque-Dunes nabij Saint-Pol-sur-Mer. De overvolle rangeerterreinen vormen een makkelijk doelwit voor de Duitse luchtmacht die de uitgerangeerde treinen dan ook continu bombardeert. De nacht van 21 op 22 mei wordt te Duinkerke in de trein doorgebracht.

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Eerste dag in het kamp van Saint-Cyprien. De manschappen krijgen brood en vlees van de Fransen. Lt Meganck wordt met een vrachtwagen naar de markt van Perpignan gestuurd om groenten en aardappelen aan te kopen om de door de Fransen geleverde rantsoenen te verbeteren. 

Gebouwen van het sanatorium "Ster aan zee" te Koksijde waar de manschappen van 6LA op 22 mei werden ingekwartierd.

Gebouwen van het sanatorium “De Ster der zee” te Koksijde waar de manschappen van 6LA op 22 mei werden ingekwartierd.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Kolonel Bruyère, bevelhebber van het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) die zelf met zijn staf en heel wat van zijn eenheden vastzat in Duinkerke slaagt erin om met behulp van de Belgische Plaatscommandant van Duinkerke meerdere rijpaden vrij te maken voor de terugkeer van enkele treinen naar België. De trein met aan boord het detachement van 6LA kan naar ons land terugkeren en komt omstreeks 20u00 aan in Veurne. Te Veurne verlaten de manschappen de trein en maken nog de verplaatsing te voet naar Koksijde waar tegen 23u00 kantonnementen voor de nacht worden opgezocht. De manschappen worden ondergebracht in “De ster der zee” een sanatorium voor zieke kinderen langs de Koninklijk baan tussen Koksijde en Sint-Idesbald. De Staf/6LA en de Groepering Versterking/6LA zullen tot aan het einde van de veldtocht in Koksijde verblijven. In ons land laat de staf van het VOC/Aie Detachement Vlaanderen aan al zijn achtergebleven eenheden weten dat alle eenheden van het VOC/Aie die op dat ogenblik nog in Noord-Frankrijk of België aanwezig zijn, zullen ingezet worden ten dienste van de strijd in Vlaanderen. 

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Tweede dag in het kamp. Er zijn nog geen vooruitzichten op een nieuwe kantonnementsplaats. Door de onverwachtse aankomst van een groot aantal Belgische eenheden in het zuiden van Frankrijk zijn de Franse autoriteiten op zoek moeten gaan naar mogelijke kantonnementen voor de Belgische troepen. In afwachting van een definitief inkwartieringsplan werden de troepen ondergebracht in de verschillende opvangkampen die opgericht werden in de nasleep van de Spaanse burgeroorlog.

Het 6LA werd tijdelijk ondergebracht in het interneringskamp van Saint-Cyprien (projectie op recente kaart).

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Het detachement van Cdt Deweerdt kan eindelijk het kamp van Saint-Cyprien verlaten. Ze stappen in het station van Elne de trein op die ze dezelfde dag nog afzet te Pomas, een dorpje nabij Limoux waar de Staf van het VOC/Aie Detachement Frankrijk zich bevindt. Ze komen tegen de middag aan en beginnen onmiddellijk met de verkenning van de nieuwe kantonnementszone in Pomas. Tegen de avond is de inkwartiering voltooid. Onder de officieren die met 6LA de verplaatsing naar Pomas uitvoerden bevinden zich met zekerheid Cdt Deweerdt, Lt Scheurmans, Lt Van Hamme en Lt Meganck en OLt Van Overloop. Zij vormen de kern waarrond het nieuwe 6LA zal worden opgebouwd. 

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Initieel wordt het detachement door de Franse Intendance bevoorraad in hun kantonnement maar algauw moeten ze zelf zorgen voor hun bevoorrading. Lt Meganck verplaatst zich dagelijks naar Carcassonne om bij de Franse Intendance levensmiddelen af te halen. 

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
LtKol De Bueger, commandant van het VOC/Aie Detachement Frankrijk, komt het kantonnement van 6LA bezoeken. Hij geeft Cdt Deweerdt de opdracht om het kantonnement van Pomas te organiseren en stelt hem aan als plaatscommandant. Het detachement bestaande uit 700 manschappen en vijf officieren probeert zo snel mogelijk een dagelijkse routine aan te nemen. Cdt Vandenvelde die de verplaatsing langs de baan uitvoerde komt pas later toe.

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Er komen steeds meer geïsoleerde militairen afkomstig van allerlei artillerieregimenten toe in Pomas.  Ze worden aan de getalsterkte van 6LA worden toegevoegd hetgeen voor bevoorradingsproblemen zorgt. De Fransen zijn niet in staat meer levensmiddelen te leveren waardoor de bevoorrading van de troepen steeds schraler wordt. De instructie staat nu op een laag pitje, op wat kaartleesoefeningen na gebeurt nagenoeg niets.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Koksijde wordt zwaar gebombardeerd en de manschappen van 6LA houden zich gedeisd. Ze zijn getuige van de exodus van de Britten die al hun materieel achterlaten op het strand om opgepikt te worden door een armada van kleine bootjes.

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
De Staf/6LA verneemt de capitulatie in zijn kantonnement te Koksijde. Op dat ogenblik bevindt de staf en de Groepering Versterking zich noch achter de geallieerde linies en kunnen zij zich nog niet overgeven aan de vijand. Er moet gewacht worden tot de frontlijn Koksijde gepasseerd is. Kolonel Bruyère, bevelhebber van alle VOC die zich België bevinden, vaardigt op 28 mei richtlijnen uit voor alle eenheden van de VOC’s die zich nog in het niet bezet gedeelte van België bevinden op het moment van de capitulatie [3]. De genomen maatregelen zijn bedoeld om conflicten tussen Belgische militairen en de geallieerden troepen die de strijd verderzetten te verhinderen. De soldaten moeten worden ontwapend en zijn geconsigneerd in hun kantonnementen. De officieren moeten zowel overdag als ’s nachts de manschappen encadreren en de discipline moet worden gehandhaafd. De soldaten wordt gewezen op de gevaren om er alleen op uit te trekken in het niemandsland tussen de strijdende partijen. Op het ogenblik van de capitulatie bevinden volgende officieren zich nog bij de eenheid: Majoor Cooremans, Cdt Venter, Lt Bégout (Officier Adjunct), Lt Toisoul (LO), Lt Med Hendricks, Lt De Geeter, Cdt de Faudeur (BijComd), Lt Herbillon, Lt Davin, Lt Rombaut, Lt Vereycken, Lt Lange (BijComd), OLt Cailliaux, OLt Nys, Lt Lebrun (BijComd), Lt Linet (Bij Comd), Lt Poulet, Lt Maurice en Lt Stephenne.

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk
Op 28 mei capituleert het Belgische leger in Vlaanderen. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden. Het 6LA zal tot aan zijn repatriëring naar België in september 1940 in Pomas blijven. De staf neemt zijn intrek in het kasteel van Pomas. 

Staf/6LA en Groepering Versterking/6LA
Pas na twee dagen komen de eerste Duitsers toe op de stelling van de Staf/6LA te Koksijde. De manschappen worden omstreeks 09u00 krijgsgevangen genomen en te voet doorgestuurd naar Heusden bij Destelbergen. Een eerste mars brengt hen van Koksijde via Oostduinkerke, Wulpen en Schoorbakke naar Keiem waar de nacht van 1 op 2 juni wordt doorgebracht. De volgende dag wordt gemarcheerd van Keiem via Koekelare en Ichtegem naar Aartrijke waar om 12u30 kantonnementen worden opgezocht. Op 3 juni wordt Aartrijke verlaten om 08u00 om te voet via Waardamme en Beernem naar Knesselare te marcheren waar om 13u00 wordt toegekomen en kantonnementen worden opgezocht om de nacht van 3 op 4 juni door te brengen. De volgende dag wordt vanuit Knesselare gemarcheerd naar Ursel en Zomergem om opnieuw kantonnementen op te zoeken in Evergem.  Op 5 juni wordt de laatste etappe afgelegd van Evergem via Gent en Destelbergen tot Heusden waar ze in een tijdelijk gevangenkamp worden opgesloten tot 9 juni. Op 9 juni mogen de dienstplichtige militairen in de late namiddag het kamp verlaten en worden ze naar huis gestuurd.

Pomas, halfweg Carcassonne en Limoux, waar het 6LA verbleef van 25 mei tot eind augustus 1940 (projectie op recente kaart)

Pomas, ongeveer halfweg Carcassonne en Limoux, waar het 6LA verbleef van 23 mei tot eind augustus 1940 (projectie op recente kaart)

Groepering Instructie/6LA 
Begin juni komt een detachement van een 150-tal militairen onder leiding van Majoor Albert Hardenne toe in Pomas. Maj Hardenne, groepscommandant van de IIde Groep van het 4de Regiment Legerartillerie (II/4LA), verloor samen met zijn staf op 16 mei alle contact met zijn groep. De Staf/II/4LA werd op 19 mei als geïsoleerde eenheid doorgestuurd naar Frankrijk. De Staf/II/4LA stak te Abbeville de Somme over en werd doorverwezen naar Conches-en-Ouche ten zuiden van de Seine. Te Conches bevond zich een verzamelzone georganiseerd door de 7de Infanteriedivisie (7Div) voor alle geïsoleerde eenheden van het Belgische leger die erin slaagden de Somme over te steken. Hier werden nog elementen van de Staf/III/4LA en de Staf /VI/12A toegevoegd aan het detachement van Maj Hardenne. Op 26 mei vertrok het detachement van Maj Hardenne, intussen uitgegroeid tot 150 man, uit het station van Conche om per spoor via Montpelier en Limoux in Pomas terecht te komen. Maj Hardenne zal vanaf zijn aankomst in 6LA het bevel van de Groepering Instructie/6LA overnemen van Cdt Deweerdt [4]. 

4 juni 1940

Groepering Instructie/6LA in Frankrijk wordt  6LA in Frankrijk
De EM/TRI, onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is ingegaan op een Frans verzoek om 10.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Aangezien de Groepering Instructie/6LA niet over Batterijen Versterking beschikt moet het 6LA initieel geen werkbataljons leveren. Cdt Vandenvelde wordt aangeduid om het werkbataljon van II/32A (oftewel 2e Bataillon Travailleurs Artillerie – 2BnTA) te leiden maar is er niet op gebrand om de opdracht op zich te nemen. Hij wordt vervangen door Cdt Deweerdt die zich kandidaat stelt voor deze opdracht [5]. 

Ondertussen is de Groepering Instructie/6LA uitgegroeid tot een eenheid ter grote van een klein artillerieregiment met een regimentsstaf en een artilleriegroep bestaande uit twee instructiebatterijen met de rekruten van de klas 40, twee versterkingsbatterijen en een Staf en Diensten batterij. Het geheel wordt bevolen door Majoor Hardenne die kan beschikken over de staf van II/4LA die de taak opneemt van regimentsstaf. Aan de regimentsstaf wordt ook nog OLt Herman Thiery toegevoegd, beter bekend onder zijn pseudoniem Johan Daisne [6].

6 juni 1940.

Staf/6LA in Frankrijk 
Op 6 juni vragen de Fransen om nog eens 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken, 16.000 hiervan moeten aangeduid worden door de EM/TRI. De EM/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Het VOC/Aie krijgt bijgevolg opdracht om meerdere werkbataljons op te richten die naar de Franse frontlinie gestuurd zullen worden. 6LA wordt verzocht om de leiding te nemen bij de oprichting van een werkbataljon van ongeveer 850 man [6]. Majoor Hardenne krijgt de leiding van het werkbataljon I/6LA dat zou moeten bestaan uit vier compagnies van elk ongeveer 200 man en dat vanuit Pomas naar het Frans-Duitse front in het noorden zal gestuurd worden. Het 6LA levert de staf en één werkcompagnie, tezamen 350 man, de Vestingsartillerie levert twee compagnies van elk 200 man en het 3DTCA stuurt één compagnie van 250 man in steun De compagnie van het 3DTCA wordt geleverd door de Iste Groep van RCB/GTA en zal geleid worden door Lt Theyskens. De uiteindelijke slagorde van het werkbataljon samengesteld door I/6LA (oftewel 6de Bataillon Travailleurs – 6BnTA) ziet er als volgt uit:

  • Staf I/6LA: Maj Hardenne (bataljonscommandant), 
  • 1Cie/6LA:  Lt Michelet (Compagniecommandant) 
  • 2Cie/I/RFN:  
  • 3Cie/I/RFN:  
  • 4Cie/I/RCB: Lt Theyskens (compagniecommandant).

9 juni 1940

Staf/6LA in Frankrijk
Majoor Hardenne begint met de verschillende compagnies van het bataljon samen te brengen in Pomas. Het werkbataljon, uiteindelijk een 1.000-tal man sterk, vertrekt op 09 juni vanuit Pomas richting Creil langs de Oise, een veertigtal-kilometer noordwaarts van de Parijse voorstad Saint-Denis. Creil is ook de eindbestemming voor twee van de drie werkbataljons van het 7de Gemotoriseerd Regiment (7Mo).

I/6LA
Eens aangekomen in het station van Sevran-Livry (Seine-et-Oise), aan de rand van Parijs, wordt de trein door het personeel van de SNCF tegengehouden omdat de lijn naar Creil niet meer vrij is. Het station van Survilliers-Fosse is het laatste station op de spoorlijn naar Chantilly dat nog in Franse handen is. Het station van Creil, de initiële eindbestemming voor het werkbataljon, dat zich een drieëntwintigtal kilometer meer naar het noorden bevindt, is al in Duitse handen. Maj Hardenne weigert om zijn bataljon te laten uitstijgen in het station van Sevran-Livry bij gebrek aan duidelijke orders. Hij beslist om terug te sporen naar Limoux. Amper 10 kilometer verder stopt de trein in het station van Le Bourget waarop Maj Hardenne en Lt Michelet uitstappen om een rijpad naar Limoux te bekomen. Terwijl ze aan het onderhandelen zijn met de stationschef vertrekt hun trein zonder dat ze nog kunnen opstappen. De leiding van het bataljon wordt overgenomen door Lt Theyskens, Maj Hardenne en Lt Michelet moeten zelf zien terug te keren naar Pomas. De trein met aan boord het I/6LA passeert de stations van Valenton, Juvisy-sur-Orge, Orléans en Vierzon om halt te houden in het station van Mehun-sur-Yèvre waar de nacht van 12 op 13 juni wordt doorgebracht.

13 juni 1940

I/6LA
De trein van I/6LA krijgt van de ‘Subdivision de Bourges’ (Franse verkeersregelingsorganisatie – TBC) de toelating om verder te sporen tot Limoux waarna de terugreis onmiddellijk verdergezet wordt. Het werkbataljon van 6LA keert nagenoeg intact terug naar het zuiden van Frankrijk en komt
op 15 juni aan te Pomas. Hierdoor werd de artilleristen van 6LA, in tegenstelling tot de manschappen van andere werkbataljons, heel wat leed bespaart. Dezelfde dag nog wordt het werkbataljon ontbonden en worden de compagnies van 3DTCA en de vestingsartillerie teruggestuurd naar hun respectievelijke eenheden.

22 juni 1940

Staf/6LA in Frankrijk
Door het groot aantal verliezen bij de verschillende werkbataljons drong de reorganisatie van de VOC’s zich op. De EM/TRI vaardigt op 22 juni het bevel uit om nieuwe regimenten samen te stellen met de rekruten van de Instructieregimenten, de wederopgeroepenen van de Versterkingseenheden aangevuld met elementen van het veldleger die aan de Duitse omsingeling wisten te ontsnappen. Het VOC/Aie beslist om de groeperingen instructie van alle regimenten te laten opgaan in het nieuw opgerichte Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie onder leiding van Majoor Hardenne van 6LA. Dit nieuwe regiment omvat twee groepen, een instructiegroep en een versterkingsgroep. Alle nog overblijvende batterijen veldartillerie en stafelementen van 31A, 32A, 33A, 34A en 6LA worden in dit regiment ondergebracht en de regimentsstaf installeert zich in Pomas (Aude). Het 6LA houdt de facto op te bestaan.

Met de ondertekening van de Franse capitulatie in Compiègne op 22 juni wordt het duidelijk dat de rol van de VOC’s in Frankrijk is uitgespeeld. Het VOC/Aie bevindt zich in het niet bezet stuk van Frankrijk en valt onder de Vichy regering. Er zijn niet direct plannen om Frankrijk te verlaten en uit te wijken naar een uitvalsbasis van waaruit de strijd kan worden verdergezet. De Vichy regering zal dit zeker niet aanmoedigen en eerder beslag leggen op het aanwezige militair materieel zoals dit met de Duitsers was overeengekomen.

24 juni 1940

Staf/6LA in Frankrijk
Cdt Deweerdt keert terug naar Pomas na het beëindigen van zijn opdracht als bataljonscommandant van het werkbataljon van II/32A.

11 juli 1940

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
De troepen worden ongeduldig en willen zo snel als mogelijk terugkeren naar België. Onder impuls van Geneesheer Luitenant Torrekens en Aalmoezenier Vergaelen, beiden overgekomen van 32A, eist een deel van het regiment de onmiddellijke demobilisatie van alle miliciens en de terugkeer naar ons land. De ontevredenheid wordt nog aangewakkerd door:

  • de frustratie over de mislukte opdracht van de werkbataljons en de onzekerheid over het lot van diegenen die niet zijn teruggekeerd naar de kantonnementen in het zuiden;
  • de optie om de nog in Frankrijk verblijvende eenheden naar Noord-Afrika over te brengen om er de strijd voort te zetten aan de zijde van Groot-Brittannië;
  • de slechte levensomstandigheden in de kantonnementen, vooral dan het gebrek aan voldoende en kwalitatief voedsel;
  • het gebrek aan een degelijk opleidingsprogramma dat zich beperkt tot marsoefeningen en de wacht aan de kantonnementen, echter zonder in het bezit te zijn van munitie;
  • het verscherpt toezicht van de Franse Gendarmerie die kost wat kost wil beletten dat militairen de kampen verlaten om naar Engeland of Spanje te vertrekken.

Dit alles resulteerde in een uit de hand gelopen 11 juli viering te Cambieure waar Majoor Hardenne tijdelijk de controle over de manschappen verliest.

15 juli 1940

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
De Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, gaf op 3 juli de EM/TRI de toelating om te starten met de repatriëring van dienstplichtigen jonger dan 32 jaar. De maatregel gaat van kracht op 15 juli. Meerder gemeentebesturen in België nemen het initiatief om hun jongeren op te halen in Zuid-Frankrijk.

6 augustus 1940

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
Een 200-tal militairen van het Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie beslist om gezamenlijk vanuit de verschillende kantonnementen naar Limoux te marcheren om duidelijkheid te eisen omtrent hun lot. Ze worden onderweg onderschept door de Franse Gendarmerie die enkele waarschuwingsschoten afvuurt boven de hoofden van de betogers. Gebruik makend van de verwarring die ontstaat worden de militairen door de gendarmerie uiteen geranseld. Vier militairen worden aangehouden en moeten enkele weken later voor de Krijgsraad verschijnen in Carcassonne. Ze worden allen vrijgesproken.

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
Cdt Deweerdt wordt aangeduid om een wagon met gedemobiliseerde militairen van het VOC/Aie te begeleiden naar België. De wagon zonder locomotief dient tot 21 augustus in het station van Limoux te wachten om er aangehaakt te worden aan een trein met Belgische vluchtelingen die terugkeren naar België. 

21 augustus 1940

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
Ondertussen vertrok op 18 augustus vanuit het station van Lunel een trein met aan boord het overblijvend personeel van het 5de Regiment Karabiniers-Wielrijders (5Cy). De trein wordt naar Limoux gestuurd er om het personeel van het Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie op te halen. De wagon met de gedemobiliseerde artilleristen wordt tot verrassing van Cdt Deweerdt aangehaakt aan een volledige trein met gedemobiliseerde Belgische militairen, onder andere de manschappen van 5Cy en leerlingen van de Militaire School.  Op 21 augustus verlaat de trein Limoux maar wordt tegengehouden te Carcassonne en teruggestuurd naar Quillan waar de manschappen een tijdje zullen blijven kantonneren.

Cdt Deweerdt, die een gerucht had opgevangen dat de trein naar Duitsland gestuurd zou worden, verliet samen met drie reserveofficieren en een aalmoezenier de trein te Carcassonne. Het gezelschap kleedt zich om in burgerkledij en keert samen met andere Belgische vluchtelingen via Parijs terug naar België.

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
De Duitse troepen langsheen de demarcatielijn die het vrije zuiden van Frankrijk scheidt van het bezette noorden krijgen instructies om vanaf 25 augustus alle Belgische militairen die zich aanbieden onmiddellijk krijgsgevangen te maken en niet meer terug te sturen naar België. De eerste dagen wordt deze maatregel niet consequent toegepast. De achterblijvers van het Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie en het 5Cy zijn echter nog niet vertrokken uit Quillan waar ze zich nog steeds bevinden op het ogenblik dat deze maatregel van kracht wordt. 

31 augustus 1940

Versterkings- en Opleidingsregiment Artillerie in Frankrijk
Pas op 29 augustus verlaat de trein Quillan richting Limoux. Hier stappen de militairen op 31 augustus over op een trein met bestemming Brussel. De trein verlaat Limoux en rijdt via Sète en Lunel naar Châlon-sur-Saône op de demarcatielijn waar ze op 3 september rond 15u00 toekomen. Het personeel op de trein wordt bij de overgang van de demarcatielijn onherroepelijk krijgsgevangen genomen en naar een Duits krijgsgevangenkamp overgebracht.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendMERTENSEduard, B.SdtMil21.01.1913Mol24.06.1940Mol

Bibliografie en Bronnen

  1. Historiek Fort IV te Mortsel. [On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/antwerpen/ [Laatst geraadpleegd 16 augustus 2018].
  2. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  3. Order Nr 4, uitgevaardigd op 28 mei 1940 door Kol Bruyère, met daarin de richtlijnen voor de troepen die zich in niet bezet België bevinden in afwachting van krijgsgevangenschap. De richtlijnen hebben tot doel de militaire operaties van de geallieerden niet te hinderen. Het Order Nr 4 bevindt zich in het dossier van het 1ste Legerdepot bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  4. In het dossier van 6LA steekt een handgeschreven nota, vermoedelijk geschreven door een medeweker van het archief, met in het kort de tocht van Maj Hardenne door Frankrijk en de vermelding dat het naoorlogs verslag van Maj Hardenne zich in het dossier van 4LA bevindt (en niet in het dossier van 6LA).
  5. Binnen het VOC/Aie in Frankrijk worden de werkbataljons die het VOC/Aie moet leveren doorlopend genummerd. Zo wordt in de verschillende verslagen van het CHD het werkbataljon van I/32A het 1e Bataillon Travailleurs Artillerie (1BnTA), II/32A het 2e Bataillon Travailleurs Artillerie (2BnTA),  I/33A het 3e Bataillon Travailleurs Artillerie (3BnTA) en het werkbataljon van II/33A het 4e Bataillon Travailleurs Artillerie (4BnTA) genoemd. Vermoedelijk werd I/34A omgedoopt tot het 5de Bataillon Travailleurs Artillerie (5BnTA) en I/6LA tot het 6de Bataillon Travailleurs (6BnTA).
  6. Ook schrijver Johan Daisne bevond zich na de Belgische capitulatie te Pomas.  Johan Daisne is een pseudoniem voor Herman Thiery die in 1936 zijn officiersopleiding kreeg in Fort III bij het 2LA. In juni 40 was hij als officier aangehecht bij 6LA en bevond zich te Pomas waar hij met de rest van de Staf/6LA verbleef op het kasteel. De vele treinreizen die de manschappen van onder meer 6LA door Frankrijk hebben afgelegd zou de inspiratie geweest zijn voor zijn novelle “De trein der traagheid”. [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Daisne [Laatst geraadpleegd 18 augustus 2018].  OLt Herman Thiery werd niet opgeroepen voor 6LA en kwam via een omweg in Limoux terecht. Hoe hij daar geraakte moet nog worden uitgeklaard.
  7. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Cdt Deweerdt, actief officier en batterijcommandant van de 2de Batterij Instructie, met betrekking tot de periode tussen de oprichting van 6LA en zijn aflossing door Maj Hardenne. Het verslag bevindt zich in het dossier van 6LA bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  8. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Cdt Deweerdt, bataljonscommandant van het 2de Werkbataljon van de artillerie, een bataljon samengesteld uit manschappen van 32A.
  9. Getypt verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res Rombaut, sectiecommandant-instructeur van de 1ste Sectie van de 2Bij Instr/6LA. Het verslag bevindt zich in het dossier van 6LA bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  10. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Robert Meganck, sectiecommandant-instructeur van de 2de Sectie bij de 2Bij Instr/6LA. Het verslag bevindt zich in het dossier van 6LA bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  11. Summier getypt verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res Gaston De Geeter op 29 maart 1945. Lt De Geeter was tewerkgesteld bij de Staf/6LA onder rechtstreeks bevel van Maj Cooreman. Het verslag bevindt zich in het dossier van 6LA bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  12. Tweede, uitgebreider, getypt verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res De Geeter op 17 januari 1948. Het verslag bevindt zich in het dossier van 6LA bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  13. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, Bastenaken, uitgeverij Schmitz.
  14. Slagorde officieren 6LA bij de mobilisatie en Slagorde officieren 6LA te Pomas met vermelding wanneer versterkingen toekomen en hun eenheid van herkomst. Het document bevat veel aanvullende notities die zicht geven op bepaalde mutaties van officieren en opdrachten die het 6LA heeft moeten uitvoeren. Beide slagordes bevinden zich in een dossier met slagordes TRI bij het archief van de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  15. Hoofdstuk VOC/Aie in het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. Dit synthesedossier werd door de historische dienst opgesteld na de oorlog aan de hand van verslagen opgesteld door artillerieofficieren. Bij het overnemen van de informatie zijn soms fouten gemaakt bij de schrijfwijze van namen van personen en plaatsen evenals met betrekking tot de timing van bepaalde gebeurtenissen.