![]()
| Reglementaire benaming | 2de Licht Regiment | 2ème Régiment Léger | 2RL | |
| Type | Licht infanterieregiment van de Rijkswacht | |
| Ontdubbeld van | Mobiel Legioen Territoriale Rijkswacht |
|
| Onderdeel van | Staf & Iste Groep: 16de Infanteriedivisie IIde Groep: VIde Legerkorps 5de Eskadron: Groot Hoofdkwartier Peloton Genie: 5de Directie der Genie en Fortificatiën |
|
| Bevelhebber | Luitenant-kolonel van de Rijkswacht Georges Leclaire | |
| Standplaats | Belgisch-Franse Grens West-Vlaanderen en Henegouwen |
|
| Samenstelling | I Groep (Majoor Léopold Debetencourt) | 1ste Eskadron Motorwielrijders (Cdt Henri Dethine) 2de Eskadron Motorwielrijders (Kapt Albert Reynders) 3de Eskadron Steunwapens (Kapt M. Matagne) Peloton Pantserwagens (Lt Robert Bande) |
| II Groep (Majoor Léon Yansenne) | 4de Eskadron Motorwielrijders (Cdt Maurice Lurquin) 5de Eskadron Motorwielrijders (Cdt René Gillaux) 6de Eskadron Steunwapens (Cdt Louis Massart) Peloton Pantserwagens (Adjt KROLt Kerger) |
|
| Stafeskadron Peloton Genie (Luitenant J. Verdonck) Peloton Transmissie (Onderluitenant Legrain) |
||
| Tijdelijk Eenheden | Wielrijdersgroep der 13de Infanteriedivisie | |
![]()


Een Berliet VUDB pantserwagen in de jaren ’30.
Staf/2LR
Het 2de Licht Regiment van de Rijkswacht (2LR) wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd bij de afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan. Het regiment haalde zijn mankracht uit de brigades van de Territoriale Rijkswacht en uit het mobiel legioen. De mobilisatie van de Staf en de Iste Groep vindt plaats te Antwerpen, de mobilisatie van de IIde Groep te Luik. Eens op volle sterkte telt het regiment 1.350 Rijkswachters. De beide lichte regimenten van de Rijkswacht kregen een unieke structuur waarbij naast gevechtstroepen eveneens een Peloton Genie en een Peloton Transmissies geïntegreerd werden binnen het regiment. Het regiment is volledig gemotoriseerd en het gros van de troepen verplaatst zich per motorfiets. Er was ook een Peloton Pantserwagens voorzien voor elke groep van het regiment. De Rijkswacht verwierf namelijk net voor WO II een aantal verouderde Berliet VUBD pantserwagens. Het is niet duidelijk in welke mate deze voertuigen in mei 1940 nog operationeel gebruikt werden [1]. Het regiment wordt bevolen door Luitenant-kolonel van de Rijkswacht Leclaire.
Het 2LR wordt kort na zijn mobilisatie in twee afzonderlijk opererende detachementen opgesplitst en zal ook tijdens de veldtocht op geen enkel ogenblik als één enkele formatie optreden. Het 2LR voert tijdens de mobilisatie bewakingsopdrachten uit aan de Belgisch-Franse grens. De Rijkswachters bezetten volgens een beurtrol alarmposten in de nabijheid van de grens. De alarmposten maken deel uit van een gans netwerk van waarnemingsposten langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (of Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) [2]. Enerzijds staan de Staf/2LR en I/2LR voor deze opdracht onder bevel van de 16de Infanteriedivisie (16Div). Anderzijds is II/2LR voor de grensbewakingsopdracht onder bevel gesteld van het 4de Regiment Jagers te Voet (4J). Vanaf 5 maart 1940 krijgt de Staf/2LR het operationeel bevel over de Wielrijdersgroep van de 17Div ter versterking voor de opdracht aan de grens. Op 29 april wordt de GpCy 17Div aan de grens afgelost door de Wielrijdersgroep van de 13Div (GpCy 13Div). Deze groep is gedeeltelijk gekantonneerd te Kortrijk (Staf, 2de en 3de Eskadron) en gedeeltelijk te Moeskroen (1ste Eskadron). De GpCy 13Div steunt het 2LR bij de bewaking van de Belgisch-Franse grens tussen de Schelde en de Leie, van Menen tot Doornik (exclusief). De Staf/2LR bevindt zich aan de vooravond van de veldtocht te Kortrijk van waaruit de bewakingsopdracht gecoördineerd wordt.
I/2LR
De Iste Groep, onder bevel van de Staf/2LR, staat opgesteld langs het West-Vlaamse deel van de Belgisch-Franse grens in een grote boog tussen Roesbrugge-Haringe en Menen. De commandopost (of CP) van deze groep is ondergebracht te Ieper. Links van I/2LR voert de Wielrijdersgroep van de 16Div (GpCy 16Div) in de sector van de Maritime Basis (MarBasis) een gelijkaardige opdracht uit tussen de kust en Beveren-IJzer (inclusief), rechts van I/2LR staat de GpCy 13Div opgesteld.
II/2LR(-)
De IIde Groep(-) heeft zijn CP te Basècles opgesteld en bewaakt de Belgisch-Franse grens in Henegouwen. Het 4de en het 6de Eskadron bevinden zich achter het Kanaal van Pommeroeul naar Antoing [3]. II/2LR staat voor deze opdracht onder het bevel van een groepering bevolen door de Staf/4J. Deze groepering, bestaande uit de Staf/4J, I/4J, II/4J, het Pl Vknr/4J en II/2LR, staat onder rechtstreeks bevel van het VIde Legerkorps (VI/LK).
5Esk/II/2LR
Het 5de Eskadron (5Esk) is onder het rechtstreekse gezag van de commandant van de Rijkswacht en wordt ingezet voor de bewaking van de hoofdstad.
Pl Gn/2LR
Het Peloton Genie telt een tachtigtal Rijkswachters en bevindt zich te Gent. Het Pl Gn/2LR wordt bevolen door Luitenant Verdonck en staat tijdens de ganse duur van de mobilisatie onder bevel van de 5de Directie der Genie en Versterkingen (5DirGnV).
Pl TTr/2LR
Het transmissiepeloton van 2LR telt een veertigtal manschappen en wordt bevolen door Onderluitenant van de Rijkswacht Legrain.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De Staf/2LR wordt iets na middernacht door de Staf/16Div op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. De staf verwittigd prompt I/LR en de GpCy 13Div die onmiddellijk hun kantonnementen verlaten en hun stellingen innemen. Rond 06u30, een half uur na de afkondiging van de algemene mobilisatie (of Fase E van het mobilisatieplan), vernemen de Rijkswachters dat de Franse en Britse troepen zoals afgesproken de Belgische grens zullen oversteken om zich naar hun ontplooiingszones te begeven. De Belgische troepen in het grensgebied wordt gevraagd alle wegen vrij te maken en de geallieerde troepen bij te staan en ze door hun sector te gidsen.
De Staf, I/2LR en de GpCy 13Div worden in de loop van de voormiddag doorgestuurd naar Deinze. Hun rol aan de grens is immers uitgespeeld. De Rijkswachters zullen ingezet worden voor het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. In ons land heerst immers tijdens de eerste oorlogsweek een ware parachutistenkoorts (toen ook al naar verwezen als ‘parachutitis’; de vrees voor vijandelijke acties achter de linies door met parachuten gedropte saboteurs en spionnen) en het gonst van geruchten over mogelijke luchtlandingen. De groep vindt onderdak in het Sint-Vincentiusklooster aan de Meulenstraat te Deinze. De manschappen komen kort na de middag aan. Een eerste patrouille van acht militairen vertrekt uit Deinze om 18u40 richting Machelen en Astene. De motards rijden tot Nazareth en vinden natuurlijk geen enkele Duitse parachutist. De patrouille is terug om 20u45.
Een van de eskadrons wordt uitgestuurd naar Eeklo om van hier uit ingezet te worden voor nieuwe anti-parachutistenopdrachten en tevens voor de bewaking van de bruggen van Balgerhoeke en Veldekens.
II/2LR(-)
Om 11u00 wordt ook de IIde Groep van de Franse grens teruggetrokken. De ganse eenheid wordt richting Brussel gestuurd om er eveneens anti-parachutistenpatrouilles uit te voeren. De marsroute van de groep loopt over Leuze, Ath, Edingen en Ninove. Bij aankomst te Brussel wordt de IIde Groep onder bevel van het VIde Legerkorps geplaatst. Een peloton fuseliers en een peloton mitrailleurs worden samen met een T13 pantserwagen doorgestuurd naar het militaire vliegveld van Nijvel en bewaken het terrein tegen een mogelijke luchtlanding. De rest van de groep wordt verspreid over de hoofdstad en krijgt de bewaking van alle grote toegangswegen tot Brussel toegewezen. De militairen richten checkpoints op en patrouilleren onder meer langs de steenwegen komende van Dendermonde, Charleroi, Eigenbrakel, Waver, Tervuren en Leuven. Bovendien worden eveneens patrouilles uitgestuurd naar de bossen ten zuidoosten van de stad.
Majoor Yansenne verkrijgt toestemming van de legerkorpsstaf om zijn eenheid niet te laten overnachten in de Rijkswachtkazerne te Etterbeek maar te Bosvoorde. Yansenne wil hiermee vermijden dat zijn troepen een luchtaanval zouden ondergaan.
Even na 21u00 laat de staf van het VI/LK een gevechtsgroep en een T13 pantserwagen naar Nijvel vertrekken om ook hier anti-parachutistenacties te kunnen ondernemen. Het detachement zal op de Rijkswachtkazerne te Nijvel overnachten.
Pl Gn/2LR
Het Peloton Genie (Pl Gn/2LR) is nog steeds gedetacheerd bij de 5DirGnV om binnen het Bruggenhoofd Gent en het westen van het land diverse verdedigingswerken uit te voeren. Zo wordt het peloton op bevel van Generaal-majoor Boël, Directeur van 5DirGnV, uitgestuurd naar de militaire vliegvelden van Sint-Denijs-Westrem, Zoute (nabij Knokke) en Stene (nabij Oostende) om de pistes met bijhorende vliegveldinfrastructuur voor te bereiden op een eventuele vernieling.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
Om 08u45 vertrekken drie vrachtwagens naar het Autopeloton voor Ravitaillering van de 16de Infanteriedivisie aan de Eendrachtstraat te Gent. De Rijkswachters mogen er benzine en bevoorrading gaan ophalen.
Om 19u10 rijden 3 side-cars en 1 solo motor in vliegende vaart naar Moortsele om 8 parachutisten te gaan arresteren. Wachtmeester Frensen verliest echter de controle over het stuur en belandt in de gracht. Samen met Wachtmeester Dejonghe dient hij met lichte verwondingen afgevoerd te worden. De rest van de patrouille bereikt om 20u10 de rijkswachtpost te Oosterzele. Alweer blijkt het om loos alarm te gaan. De gendarmen ondervragen nog de stationschef te Oosterzele en de centralist van de telefooncentrale te Moortsele en ook deze heren kunnen bevestigen dat er geen parachutisten neergedaald zijn. De motards rijden terug naar Deinze.
Om 20u40 vertrekt een gelijkaardige patrouille naar Zwijnaarde. Twee uur later keren ook deze Rijkswachters terug.
Kort na 23u00 verlaten side-cars 3508 en 2509 het kwartier om in de buurt te gaan tanken. De beide motorfietsen botsen in het donker op elkaar en raken licht beschadigd.
II/2LR(-)
De bewakingsopdrachten te Brussel gaan verder. Reeds in de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei wordt het detachement te Nijvel teruggeroepen. De groep moet zich toeleggen op de toegangswegen tot de hoofdstad uit Eigenbrakel, Charleroi, Waver, Leuven en Gent. Om 16u45 worden drie detachementen uitgestuurd op aanvraag van Luitenant-generaal Van Strydonck, bevelhebber van de 1ste Militaire Circonscriptie, om sneller tussenbeide te komen in geval van een luchtlanding op de stellingen van de luchtafweer te Brussel:
- een peloton fuseliers wordt naar het militaire oefenterrein van Etterbeek gestuurd
- een gevechtsgroep fuseliers en een sectie mitrailleurs vertrekt naar Dilbeek
- een laatste gevechtsgroep fuseliers en een sectie mitrailleurs neemt positie in te Everberg
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De opdracht te Deinze loopt verder. De intendant van de 16de Infanteriedivisie laat weten dat de Rijkswachters zich bij de plaatselijke handelaars aan vlees, brood en kleine levenswaren dienen te bevoorraden. De groep ontvangt wel 3.200 liter benzine, 40 liter motorolie en 6 kilogram smeervet.
Om 19u10 wordt te Deinze zelf alarm gegeven. Er zouden parachutisten geland zijn in de omgeving van het Sint-Vincentiusklooster. Er wordt druk gezocht en in de chaos schieten enkele Rijkswachters naar een paar woningen. Er wordt niets verdachts ontdekt.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De Rijkswachters blijven ter plekke. De eenheid wordt opnieuw bevoorraad met benzine en motorolie. Bij valavond is het weer prijs en loopt een nieuw parachutistenalarm binnen. Deze keer zou de baan van Deinze naar Astene het voorwerp van de luchtlanding zijn.
Het eskadron te Eeklo wordt afgelost door de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie (minus een eskadron) en keer terug naar Deinze.
II/2LR(-)
De IIde Groep wordt nu onder bevel van het 1ste Licht Regiment geplaatst. De opdrachten in en om Brussel worden voorlopig verder gezet.
5Esk/II/2LR
Het 5de Eskadron opereert nog steeds onder het directe gezag van de commandant van de Rijkswacht.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
Even voor 08u00 komt een opsporingsbericht toe: de personenwagen met nummerplaat 259440 werd geseind en zou Duitse spionnen in Belgisch uniform bevatten. De Rijkswachters voeren verder geen bijzondere taken uit.
5Esk/II/2LR
Het 5de Eskadron verneemt dat het zijn groep dient te vervoegen zodra het vertrek uit de hoofdstad zal bevolen worden.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De provinciecommandant van Oost-Vlaanderen vaardigt een circulatieverbod uit: alle civiele verkeer van auto’s, motorfietsen en paardengespannen is voortaan verboden tussen 20u00 en 06u00.
![]()
Staf/2LR
Na de Duitse doorbraak in het noorden van Frankrijk dient het Belgische leger op geallieerd bevel de terugtocht naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde aan te vatten. Deze terugtocht zal in drie nachtelijke etappes gebeuren. Tijdens de nacht van 16 op 17 mei moeten de legerkorpsen van de K.W. Stelling het Kanaal van Willebroek oversteken. Het kanaal zal op 17 mei verdedigd worden door een beperkte achterhoede om het veldleger toe te laten veilig westwaarts te trekken. De II/2LR krijgt de opdracht om deel uit te maken van deze achterhoede.
I/2LR
De Iste Groep blijft te Deinze. Een detachement vertrekt per vrachtwagen naar Kazerne 10-11 om een hoeveelheid achtergelaten wapens te recupereren. De Rijkswachters volbrengen de taak met succes en keren om 18u40 terug naar Deinze.
II/2LR(-)
De IIde Groep krijgt om 14u25 het bevel om naar Humbeek en Verbrande Brug te vertrekken en er ten bate van het IIIde Legerkorps een grootscheepse anti-parachutistenactie uit te voeren samen met eenheden van het 1LR. De eskadrons dienen via Strombeek, Grimbergen, Beigem, Nieuwenrode en Ramsdonk te rijden. Het 5de Eskadron vervoegt de groep. Om 18u00 volgt het bevel om met twee eskadrons een aantal bruggen over het Kanaal van Willebroek te gaan bezetten. Het 4de Eskadron dient de bruggen van Willebroek en Klein Willebroek te bewaken. Het 5de Eskadron krijgt de zelfde opdracht bij de brug van Humbeek. De zware wapens van het 6de Eskadron worden verdeeld onder de beide eenheden.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De Iste Groep wordt nog een laatste keer bevoorraad door de 16de Infanteriedivisie en verlaat vervolgens Deinze. De eenheden verplaatsen zich naar Mariakerke en worden hier ondergebracht in Brouwerij Van Bambeek.
II/2LR
Het 5de Eskadron en de eerste helft van het 6de Eskadron worden doorgestuurd naar Ramsdonk en zullen hier ter beschikking geplaatst worden van het IIIde Bataljon van het 1ste Regiment Grenswielrijders (III/1CyF).
Om 13u30 krijgt de groep het bevel om zijn 4de Eskadron en de tweede helft van het 6de Eskadron te verplaatsen naar Steenhuffel om er het hoofdkwartier van het IIIde Legerkorps te beveiligen.
Het 5de Eskadron wordt om 18u35 naar Nieuwrode en Humbeek gestuurd om daar het II/2J bij te staan wanneer de Duitsers nabij Het Sas een aanval over het kanaal uitvoeren en een klein bruggenhoofd op de westelijke oever uitgebouwd hebben. De commandopost van het eskadron wordt opgesteld te Koppendries. De Rijkswachters bereiken met twee pelotons fuseliers, het peloton mitrailleurs en twee C47 kanonnen omstreeks 19u30 de startpositie voor de tegenaanval tussen de dorpen Nieuwrode en Humbeek. De rijkswachters stijgen uit en laten hun voertuigen onder bewaking van de chauffeurs achter.
Het peloton van Luitenant Hennaux vordert langs de zuidrand van het ’s Gravenbos, parallel met de Driesstraat. De verkenners van het eskadron vallen onder Duits vuur en brigadier Renier, die per motor voorop gereden is naar het bos zelf, wordt aan het been gewond. De opmars van de verkenners valt onmiddellijk stil en de rijkswachters trekken zich terug.
De pelotons trachten alsnog te vorderen, maar maar de tegenaanval kan niet voldoende kracht ontwikkelen en strandt definitief op ongeveer een kilometer van de kanaaloever. De 4 mitrailleurs en de 2 C47 anti-tankkanonnen worden behouden op de startlijn en de manschappen graven zich in.
II/2LR (-)
Alle overtollige elementen van de staf van de IIde groep en het bagage-echelon worden reeds in de loop van de dag doorgestuurd richting Gent. Om 17u20 verlaat de rest van de groep de kanaalzone en trekt zich terug via Londerzeel, Malderen, Buggenhout, Lebbeke en Schoonaarde naar Melle.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
Om 11u00 krijgt de staf en het Iste groep het bevel om naar Sint-Denijs-Westrem te verhuizen en hier hun anti-parachutistenmissie verder te zetten. Het Groot Hoofdkwartier verblijft er op het Instituut Sint-Camillus en wil zich zo goed mogelijk tegen elke luchtactie beveiligen. Bovendien is Sint-Denijs-Westrem een belangrijk verkeersknooppunt ten westen van Gent. De commandopost van het regiment installeert zich aan de Kerkstraat 4.
Het peloton C47 anti-tankkanonnen van het 3de Eskadron dient om 13u00 te vertrekken naar Melle om zich hier ter beschikking te stellen van de 4de Infanteriedivisie die het Bruggenhoofd Gent bemant in afwachting van de aankomst van het veldleger van de K.W. Stelling.
Rond 16u00 krijgt de groep alweer een nieuwe verplaatsing opgelegd. Deze keer moeten de eskadrons naar Landegem vertrekken om van hieruit langs het Afleidingskanaal van de Leie te patrouilleren tussen Nevele en Merendree. De manschappen worden ondergebracht in de gemeenteschool. De commandopost vindt onderdak in het café naast de kerk.
5de Eskadron
Het 5de eskadron bevindt zich nog steeds tussen Nieuwenrode en Humbeek in zijn poging om het Duitse bruggenhoofd bij Het Sas te zuiveren. De manschappen hebben zich ingegraven op hun startposities en hebben niet kunnen oprukken. Af en toe valt er geweervuur te horen in de omgeving. Tussen de pelotons van Luitenant Hennaux en Onderluitenent Graas is ook een peloton van het II/2J en een T13 pantservoertuig komen post vatten.
Majoor Richard, bataljonscommandant van het II/2J, heeft de staf van het eskadron te Koppendries vervoegd en beveelt rond 04u00 dat de opmars naar het kanaal hernomen dient te worden. De Duitsers hebben echter hun bruggenhoofd weten te versterken en de Rijkswachters komen onder zwaar geweer- en artillerievuur niet vooruit.
Het 5de eskadron breekt rond 07u45 het contact met de vijand af en trekt zich terug naar het westen. Helemaal vooraan de colonne worden de D.B.T. bij de start van de aftocht op ongeveer 1.200 meter zuid van de kerk van Nieuwenrode gegrepen door de vijand en worden allen krijgsgevangen gemaakt.
De rest van het peloton Hennaux maakt daarop rechtsomkeer, doorkruist Nieuwenrode en slaat de Neromstraat in. De manschappen stoten nog geen 150 meter verder op een Duitse pantserwagen die de Belgen prompt onder vuur neemt. Luitenant Hennaux wordt met een grote groep van zijn manschappen gevangen gemaakt.
Via de Ossegemstraat bereiken de nu vluchtende Rijkswachters de snelweg Brussel-Antwerpen. De vijand rukt nu echter bijzonder snel op en kan de Belgen opnieuw inlopen op zo’n 600 meter noord van Wolvertem. De FM30 ploeg van 1ste Wachtmeester Faniel en de bemanning van een vrachtwagen met een C47 antitankkanon wordt neergemaaid. Naast de 12 dodelijke slachtoffers maken de Duitsers hier ook 8 krijgsgevangenen.
Intussen is ook het peloton Graas te Humbeek door de oprukkende vijand gegrepen. De Duitsers zijn er in geslaagd een pantserwagen te plaatsen op de westelijke uitvalsweg en hebben het peloton de pas afgesneden. Talrijke Rijkswachters worden gevangen gemaakt.
Het 2LR telt bij de aftocht van het Kanaal van Willebroek in totaal 16 doden, 8 zwaar gewonden en 2 vermisten. Tussen de talrijke krijgsgevangenen bevinden zich Luitenant Herman, Onderluitenant Graas, 14 onderofficieren en 61 brigadiers en rijkswachters.
De militairen van het 5de Eskadron die ontkomen zijn, vluchten verder weg naar het westen in een aantal afzonderlijke detachementen. Tijdens de komende dagen zullen deze Rijkswachters opnieuw aansluiting vinden bij de IIde groep te Ledeberg, Lotenhulle en Bovekerke.
II/2LR
De groep verplaatst zich naar Lotenhulle en rust hier enige uren uit. Rond 20u30 krijgt Majoor Yansenne het bevel om zijn eenheid naar Bovekerke over te brengen.
Peloton Genie
Op bevel van de geniecommandant van het VIde Legerkorps legt het peloton springladingen aan onder drie bruggen over de Leie te Gent. De Verlorenkostbrug, Koning Albertbrug en de brug aan de Bijlokekaai worden ondermijnd.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De bewakingsopdracht langs het Afleidingskanaal van de Leie loopt verder. De groep verblijft te Landegem. Er wordt onder meer een vrachtwagen teruggestuurd naar Deinze om dieselolie op te vorderen bij de maalderij “Moulins de Deynze” voor de Minerva vrachtwagens van de groep.
II/2LR
De IIde groep hergroepeert zich te Bovekerke.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De bewakingsopdracht langs het Afleidingskanaal van de Leie loopt verder. De groep verblijft te Landegem.
II/2LR
De IIde groep rust uit te Bovekerke.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De groep krijgt om 09u00 het bevel om zich naar Bovekerke te verplaatsen. De colonnes vertrekken binnen het uur en komen net voor de middag aan op het Kasteel van Bovekerke waar de manschappen nieuwe kantonnementen opzoeken en de IIde groep vervoegen. De troepen rusten hier enkele uren uit. Bij valavond vertrekt de groep richting Pittem.
II/2LR
De tweede groep ziet het gros van zijn regiment terug te Bovekerke. De groep vertrekt tijdens de avond naar het gehucht Berghoek ten zuidoosten van Pittem.
![]()
Staf/2LR
Het regiment bereikt Pittem vanaf 01u40. De troepen worden hier ingekwartierd. Een verbindingsofficier wordt uitgestuurd naar het stadhuis van Tielt omdat van hier uit een telefoonverbinding met het Groot Hoofdkwartier te Sint-Andries tot stand kan gebracht worden. Het 2LR en het 1LR worden onder het bevel geplaatst van het IVde Legerkorps. Aan het eind van de dag wordt de commandopost verplaatst naar het Gemeenhof te Heule met het oog op de nakende verdediging van de Leie en de mogelijke inzet van de Lichte Regimenten bij deze slag.
I/2LR
De eskadrons van de I/2LR volgen en zullen ontplooid worden tussen Gullegem en Heule.
Pl C47 I/2LR
Het Peloton C47 anti-tankkanonnen van de Iste Groep moet nu steun leveren aan de 16de en 18de Infanteriedivisies die na de Conferentie van Ieper de dag voordien toegewezen zijn aan de verdediging van de stad Gent. De anti-tankkanonnen van de gendarmen zullen gebruikt worden om de eenheden van de tweede reserve toch te kunnen voorzien van enkele afweermiddelen tegen de Duitse pantsers:
- 3 anti-tankkanonnen C47 worden aangehecht bij het 39Li
- 3 anti-tankkanonnen C47 worden aangehecht bij het 3C
- 2 T13 tankjagers vertrekken eveneens naar het 3C
II/2LR
De groep rijdt tijdens de nacht van 22 op 23 mei naar Berghoek nabij Pittem. Onderweg wordt Brigadier Mainguet gedood in een verkeersongeval met een militair voertuig. De manschappen houden halt te Berghoek en wachten verdere instructies af. De groep wordt vervolgens samen met de rest van het regiment doorgestuurd richting Kortrijk.
![]()
Staf/2LR
Het regiment komt aan ten zuidwesten van Kortrijk, maar de bevelen tot een nieuwe stellingname worden al snel gewijzigd. Het 2LR wordt onder bevel geplaatst van het IIIde Legerkorps (III/LK) om stelling te nemen op de oostelijk oever van het Kanaal van Ieper naar de IJzer (de Ieperlee) en zo de Belgische zuidflank te bewaken. Het Groot Hoofdkwartier vreest immers een Duitse opmars naar het noorden en de Rijkswachters dienen de bruggen over het kanaal richting westen te verdedigen. Het initiële plan van het III/LK bestaat er in om de 14de Infanteriedivisie (14Div) op de IJzer te ontplooien, gevolgd door het 2de Licht Regiment langs het Kanaal Ieper-IJzer en het Bataljon Motorwielrijders Ardense Jagers (Bn Moto ChA) rondom Ieper. De CP van 2LR zal te Veldhoek nabij Langemark komen te staan. Het regiment komt aan op het Kanaal Ieper-IJzer vanaf 19u00 en start de ontplooiing. De scheidingslijn tussen de posities van het Bn Moto ChA en het 2RL komt tegenover het station van Boezinge te liggen. Majoor Rw Coppenolle, provoost van het III/LK, neemt om 19u00 contact opneemt met LtKol Rw Leclaire.
I/2LR
De groep start nog tijdens de nacht van 22 op 23 mei met de installatie van de stellingen tussen Gullegem en Heule. De werkzaamheden worden door het nieuwe vertrek naar de Ieperlee onderbroken. De marsroute zal lopen via Izegem, Roeselare, Staden, Houthulst en Jonkershove tot in Langemark. De colonne vertrekt om 15u00 en komt rond 19u00 aan te Langemark. Er wordt onmiddellijk gestart met het aanleggen van de steunpunten rond de bruggen over het kanaal.
II/2LR
Majoor Yansenne krijgt, in tegenstelling tot eerder gekregen orders om stelling te nemen achter het Kanaal Ieper-IJzer, de opdracht om zich met zijn groep naar De Moeren te begeven om het hoofd te bieden aan de daar waargenomen Duitse eenheden. Maj Rw Coppenolle, die eerder al de CP van het regiment bezocht, passeert ook langs de CP van de IIde Groep. Hij weet te melden dat om 16u35 Duitse gemotoriseerde eenheden, vermoedelijk verkenners, ten westen van de Moeren gesignaleerd werden.
Pl C47 I/2LR
Het aan de verdediging van Gent toegewezen Peloton C47 neemt vanaf middernacht samen met de overige eenheden zijn posities in in de binnenstad.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De groep stelt drie officiersverkenningen aan die uitgestuurd worden naar de Belgisch-Franse grens. Een van de verkenningsploegen onder leiding van Luitenant Rw Bande wordt bij het buiten rijden van Poperinge gegrepen door een luchtaanval. Lt Bande raakt zwaargewond en er vallen twee doden bij het 2LR, Wachtmeester Alleman en Brigadier Braekman. Vermoedelijk ook 1WM Joseph Wagner, van de brigade Lommersweiler (TBC).
![]()
Staf/2LR
Het 2de Licht Regiment verlaat het IIIde Legerkorps. De Rijkswachters vertrekken naar het gebied tussen Roeselare en Menen om de Duitse doorbraak aan het zuidelijke Leie-front te helpen keren en komt hiervoor onder bevel te staan van het IVde Legerkorps. Het 2LR wordt rond 18u00 op weg gezet. De Iste Groep dient naar Westrozebeke te vertrekken en de IIde Groep zal naar Hooglede worden gezonden.
I/2LR
De I/2LR wordt in de eerste helft van de nacht van 25 op 26 mei afgelost door het 36ste Linieregiment (36Li) dat de verdediging van Ieper zal overnemen. De groep vertrekt naar Westrozebeke, maar verliest onderweg zijn 1ste Eskadron dat verloren rijdt en slechts opnieuw aansluiting zal vinden bij de groep tijdens de ochtend van 26 mei. Het gros van de groep komt tijdens de nacht van 25 op 26 mei aan te Westrozebeke en neemt posities in op de lijn Dadizele-Ledegem-Moorsele.
II/2LR
De groep wacht op zijn aflossing die door het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC) zal geleverd worden, maar de eenheden komen niet opdagen. De Rijkswachters blijven dan maar ter plekke.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
LtKol Rw Leclaire biedt zich aan op het hoofdkwartier van het IVde Legerkorps omstreeks 06u00. Hij weet op dat ogenblik niet precies waar zijn regiment zich bevindt. Gelukkig rinkelt een klein half uur later de telefoon. Adjudant Reis van de staf van 2LR kan bevestigen dat de I/2LR zich nog op de baan van Menen naar Roeselare is. De II/2LR is nog niet aangekomen in het operatiegebied van het IV/LK. LtKol Rw Leclaire krijgt alvast het bevel om zijn commandopost op te stellen op het gehucht Kasteelhoek, even ten zuiden van Zilverberg.
Rond 07u30 ontvangt de I/2LR het bevel van het IVde legerkorps zich enigszins noordwaarts terug te trekken en het gehucht Koekuithoek te bezetten op dezelfde baan van Menen naar Roeselare. De groep verplaatst zich onmiddellijk en komt binnen het uur aan.
Nog maar net aangekomen op de nieuwe posities te Koekuithoek, vernemen de Rijkswachters dat ze nieuwe bevelen zullen ontvangen. Het 2LR zal nu samen met het 44Li ontplooid worden langs de spoorlijn Roeselare-Ieper waar het leger in alle haasten een geïmproviseerde barrière heeft aangelegd met een 2000-tal goederenwagons. De staf en de Iste groep maken zich klaar voor de nieuwe verplaatsing. Het detachement moet aan de zuidrand van de stad langs de spoorlijn post vatten.
Om 11u30 volgt alweer een nieuw tegenbevel. Het ganse 2LR wordt met onmiddellijke ingang aangehecht bij het VIIde Legerkorps en zal naar Ardooie gestuurd worden om daarna de 2de Divisie Ardense Jagers te gaan versterken. Deze divisie is in actie ten oosten van de stad Tielt en heeft het bijzonder moeilijk om er een verdere Duitse doorbraak tegen te houden. De Rijkswachters bereiken de oostrand van Ardooie rond 15u00 en houden zich hier stand-by voor een nieuwe inzet.
Voor het vallen van de nacht wordt het bataljon ontplooid langs beide zijden van de Deinsesteenweg net ten oosten van de stadskern. Ter hoogte van kilometerpaal 11,3 wordt het 1ste Eskadron opgesteld ten noorden van de steenweg, versterkt met twee C47 anti-tankkanonnen, een T13 tankjager en twee secties mitrailleurs. Aan de zuidkant van de steenweg wordt het 2de Eskadron ontplooid, aangevuld met twee C47 anti-tankkanonnen en twee secties mitrailleurs
Rond middernacht deelt de staf van Luitenant-generaal Ley mee dat de vijand in de stad Tielt geïnfiltreerd is. De groep moet rechtsomkeer maken om zich langs de stadsrand op te stellen met front naar het westen en alzo een doorbraak in de rug van de 2de Divisie Ardense Jagers te vermijden.
II/2LR
De IIde groep vertrekt rond het middaguur laattijdig van de Ieperlee wanneer de aflossing nog steeds niet is komen opdagen maar de troepen dringend nodig zijn als versterking van de posities rond Roeselare. Het gros van het 2LR is dan reeds op weg naar Ardooie en de IIde groep vervoegt zijn regiment rond 16u00 aan de oostrand van deze gemeente. De IIde groep wordt vervolgens toegevoegd aan de 8ste Infanteriedivisie en moet de aftocht van deze sterk uitgedunde formatie op Ardooie helpen dekken.
![]()
Staf/2LR
De staf en de Iste Groep worden om 09u35 onder bevel geplaatst van de 16de Infanteriedivisie en naar Tielt doorgestuurd. In late namiddag van 26 mei werd de stad Tielt deels geïnfiltreerd door de 6. Kompanie van het 6. Infanterieregiment, een onderdeel van de 30. Infanteriedivision. Na een mislukte tegenactie van het detachement van Majoor Demaret van het 1ste Linieregiment moet nu ook het 2de Licht Regiment een poging wagen om de vijand te verdrijven en de Belgische linies te versterken.
I/2LR
Ondanks de Duitse aanwezigheid in de stad Tielt, verloopt de tweede helft van de nacht van 26 op 27 mei rustig. De Iste groep ontvangt om 11u45 het bevel om zich te begeven naar de spoorlijn ten zuiden van stadskern Tielt om hier de gevechtsgroep rond het 41Li te gaan versterken die zich ontplooid heeft over een front van 3Km tussen kilometerpalen 10 en 13 van de spoorlijn van Tielt naar Lichtervelde. Het 1ste eskadron moet rendez-vous maken nabij kilometerpaal 12,5 en het 2de eskadron nabij kilometerpaal 11,5.
Het 2de eskadron zal hierbij de steunpunten versterken aan spoorwegoverwegen van de Abelestraat en het station, en wordt hiervoor in twee detachementen verdeeld. Een eerste fractie bestaat uit een peloton, twee mitrailleurs en een anti-tankkanon onder leiding van Luitenant Van Durme en Luitenant Meister, en wordt eerst naar de Markt gestuurd om de hier nog aanwezige vijandelijke elementen te verdrijven. Dit deel van de opdracht is overbodig geworden aangezien de Duitsers de Markt dan al verlaten hebben. Het detachement Van Durme vordert vervolgens naar de Abelestraat, en stelt zich onderweg onder het bevel van Kapitein-commandant Torfs van het 41Li wiens eigen troepen enige tijd voordien de overweg aan de Abelestraat verlaten hebben.
Het detachement dat naar het station dient op te rukken bestaat uit de rest van het eskadron onder leiding van Kapitein Reynders.
Het 1ste Eskadron zal langs het oosten van Tielt oprukken over open terrein, maar valt onder vijandelijk artillerievuur en kan de spoorlijn niet bereiken. 1WM Defoin van het 2de Eskadron komt om tijdens de artilleriebeschieting. De opmars strandt op ongeveer een halve kilometer van het doel. Kapitein-commandant Dethine beveelt een gedeeltelijke terugtocht en laat zijn troepen schuil houden in de bebouwde kom aan de oostrand van de stad. Na een korte pauze trekt het eskadron zich terug op Schuifferskapelle en bezet het dorp. Na de middag onderneemt het peloton van Luitenant Juyliard rond 16u00 een aanval op een door de vijand bezette hoeve ten noordwesten van het stadscentrum.
Door de terugtocht van het 1ste eskadron en het 41Li is het 2de eskadron volledig ongedekt achtergebleven bij de spoorlijn. Kapitein Reynders vreest een omsingeling en laat zijn manschappen eveneens naar het noorden terugkeren. De Rijkswachters trachten weg te vluchten richting Pittem, maar worden onderweg grotendeels gegrepen door de vijand. De Duitsers maken Reynders en het gros van zijn manschappen krijgsgevangen.
Om 18u00 ontvangt LtKol Rw Leclaire het bevel om zijn volledige regiment te hergroeperen tussen Tourhout en Lichtervelde. De kolonel tracht met zijn beide groepen in contact te treden, maar kan het bevel niet overmaken aan de IIde groep. De regimentsstaf vertrekt richting Lichtervelde rond 21u00 en start nog tijdens de nacht met de nieuwe stellingname.
II/2LR
De groep blijft ontplooid tussen Ardooie en Pittem samen met de eenheden van de 8ste Infanteriedivisie die zich hier gehergroepeerd hebben na de gevechten langs het Kanaal van Roeselare naar de Leie. Het 4de eskadron dient twee steunpunten op de baan van Ingelmunster naar Brugge en de baan van Meulebeke naar Pittem te installeren om de verdere aftocht te dekken. Er is geen verbinding meer met de staf van het 2LR. De E.R.T.P. zender-ontvanger kan de staf niet bereiken en de estafetten weten niet meer waar LtKol Rw Leclaire zich bevindt.
De eskadrons trekken zich vanaf 13u45 terug naar Loppem en bereiken even voor 17u00 het Merkenveld om zich te hergroeperen. De groep zal het bevel om het regiment te vervoegen tussen Torhout en Lichtervelde niet ontvangen en blijft ter plekke. De commandopost van de groep wordt nabij de Pierlaponthoek te Zedelgem opgesteld. Er wordt voortdurend geluisterd op de frequentie van het regiment via de E.R.T.P. post, maar er lopen geen berichten binnen.
![]()
Staf/2LR, I/2LR
De staf en de eerste groep leggen de wapens neer rondom Lichtervelde. De eerste Duitsers komen aan rond 15u00 en besluiten vrijwel onmiddellijk om de Rijkswachters naar huis te laten gaan en hun brigades opnieuw te vervoegen.
II/2LR
De groep bevindt zich op het Merkenveld. De motorestafettes worden opnieuw uitgestuurd om het regiment te gaan zoeken, maar kunnen alleen terugkeren met het nieuws dat het leger de wapens heeft neergelegd. De Rijkswachters zullen op 29 en 20 mei hun wapens en munitie afleveren op het munitiedepot van Zedelgem en vertrekken op 1 juni in krijgsgevangenschap met de colonnes van het IIde Legerkorps.
De Rijkswachters zullen op bevel van de Duitse bezetter al snel weer naar huis gestuurd worden om hun politietaken te hervatten.
![]()
![]()
![]()
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3/II | ALLEMAN | Raymond, Léon | WM | BV | 21.04.1905 | Wervik | 24.05.1940 | Poperinge | Gedood in bombardement | ||
| 5/II | BAILLY | Eugène, F. | 1WM | BV | 25.01.1915 | Trivières | 18.05.1940 | Humbeek | |||
| 5/II | BLANJEAN | Omer | Rw | 11.10.1915 | Vielsalm | 17.05.1940 | Wolvertem | ||||
| Onbekend | BRACKMAN | Marcel, August | Brig | 19.10.1909 | Hillegem | 24.05.1940 | Poperinge | Gedood in bombardement | |||
| 6/II | CAMBRON | Emile, J.G. | Rw | BV | 36 | 22.05.1916 | Tournai | 18.05.1940 | Humbeek | ||
| 1/I | COELMONT | Clement, E. | ![]() | Rw | BV | 37 | 04.06.1917 | Brustem | 30.06.1940 | Gent | Verwond 21.05 te Boesinge. Overleden militair hospitaal. |
| 2/I | DEFOIN | Robert, E. | 1WM | BV | 26.10.1914 | Maffle | 26.05.1940 | Tielt | Gedood in bombardement | ||
| 5/II | DELOBBE | Achiel, J.G. | ![]() | 1WM | BV | 10.11.1907 | Wellen | 18.05.1940 | Wolvertem | ||
| Onbekend | GOLINVEAU | Albert, D.A. | Rw | BV | 36 | 23.03.1916 | Orgeo | 20.05.1940 | Mechelen | Verwond 18.05 te Wolvertem | |
| 6/II | GUSTIN | Albert, J.G. | Rw | BV | 36 | 22.03.1916 | Namur | 18.05.1940 | Wolvertem | Gedood door geweervuur | |
| 6/II | HOURDAIN | H. | Rw | BV | (Onbekend) | (Onbekend) | (Onbekend) | (Onbekend) | |||
| 6/II | JACOB | Julien, J. | ![]() | Brig | BV | 35 | 20.08.1914 | Bovigny | 18.05.1940 | Wolvertem | Gedood door geweervuur |
| 5/II | KEFERT | René, A.F. | Rw | BV | 35 | 16.06.1915 | Ciney | 17.05.1940 | Humbeek | ||
| 6/II | LEFEVRE | Joseph, F.D. | Rw | BV | 36 | 19.06.1916 | Leignon | 18.05.1940 | Wolvertem | Gedood door geweervuur | |
| 6/II | LEROY | Marcel, C. | Rw | BV | 36 | 06.10.1915 | La Louvière | 18.05.1940 | Wolvertem | Gedood door geweervuur | |
| 4/II | MATTON | Guillaume | Brig | BV | 32 | 07.04.1912 | Dworp | 27.05.1940 | Tielt | ||
| 5/II | MEINGUET | Jules, J.J. | Brig | BV | 30 | 23.04.1910 | Tillet | 22.05.1940 | Pittem | Overleden in verkeersongeval | |
| 4/II | MELARD | Laurent, F.J. | Brig | BV | 35 | 12.03.1915 | Jauche | 27.05.1940 | Lichtervelde | ||
| 5/II | MEUNIER | François, J. | Brig | BV | 16.03.1909 | Tillet | 17.05.1940 | Humbeek | |||
| 5/II | MICHAUX | Robert, F.N. | Brig | BV | 35 | 03.08.1914 | Montignies-sur-Sambre | 20.05.1940 | Mechelen | Gewond te Wolvertem 18/05. Overleden O.L.V. Gasthuis | |
| 6/II | RENAULT | Emile, H.J. | OLt | Act | 20.02.1912 | Vonêche | 19.05.1940 | Mechelen | Gewond te Wolvertem 18/05. Overleden O.L.V. Gasthuis | ||
| 5/II | RIGAULT | François | Rw | BV | 35 | 22.12.1914 | Péruwelz | 18.05.1940 | Wolvertem | Gedood door geweervuur | |
| 5/II | SAUVAGE | J. | Rw | BV | (Onbekend) | (Onbekend) | (Onbekend) | (Onbekend) | |||
| 6/II | WALA | Robert, F. | 1WM | BV | 26.05.1907 | Tintigny | 18.05.1940 | Wolvertem | Gedood door geweervuur |
![]()
- Uit documenten blijkt dat er bij beide pelotons pantserwagens van het 2LR tijdens de veldtocht geen enkele VUBD pantserwagen aanwezig was. Wel had het regiment telkens één T13 pantserwagen voor elk van zijn twee groepen.
- Deze alarmposten maken deel uit van de Alarmstelling en hebben een permanentie van ten minste vier militairen die vanuit een versterkte schuilplaats de grens waarnemen en melden wanneer buitenlandse militairen de grens oversteken. De alarmposten aan de Frans-Belgische grens zijn eerder pro forma en kaderen in de context van de Belgische neutraliteit. Dergelijke alarmposten staan ook opgesteld langs de Belgisch-Nederlandse grens. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
- Achtergrondinformatie bij het Kanaal Pommeroeul-Blaton-Antoing [On Line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/canal_pommeroeul_blaton_antoing/canal_pommeroeul_blaton_antoing [Laatst geraadpleegd 14 april 2025].
- Organisatietabel van de lichte regimenten van de Rijkswacht met gedetailleerde samenstelling van de regimentsstaf, de groepen en de eskadrons. Zowel personeel als materieel worden in tabelvorm weergegeven.
- Register Telefoongesprekken 1ste Bureau Operaties, Dossier Staf VI/LK, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.



