Territoriale Dienst van de Legerzone

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Territoriale Dienst van de Legerzone | Ter Dnst LZ
Service Territoriale de la Zone de l’Armée | STZA
Type Territoriaal Commando
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Directie van de Diensten van het Achtergebied
Bevelhebber Luitenant-generaal Julien Mozin
Standplaats Brussel
Samenstelling Generale Staf (Kolonel SBH L. Coupez)
  Provoost (Luitenant-kolonel Edmond Delehouzée)
  Administratieve Compagnie der Interneringsdepots (Majoor Alberic De Wilde)
  Compagnie Transmissietroepen (Luitenant R. Pigeolet)
  Compagnie Administratie (Kapitein-commandant Jean Smits)

Tijdens de mobilisatie

Staf/STZA
Tijdens het interbellum wordt bij de organisatie van de krijgsmacht een onderscheid gemaakt tussen het veldleger en het territoriale leger. Het veldleger bestaat uit alle gevechtseenheden, gevechtsondersteunende eenheden en logistieke eenheden die een vijandelijk agressie dienen af te slaan en hiertoe in de zogenaamde “legerzone” opereren. Het territoriale leger omvat alle organismen die vanuit het hinterland, of volgens het jargon van toen “de achterwaartse zone”, steun bieden aan het veldleger. De administratieve organisatie van het achtergebied van de “legerzone” (of Rear Combat Zone – RCZ), waar de logistieke en medische installaties van het veldleger staan opgesteld, is de verantwoordelijkheid van de Territoriale Dienst van de Legerzone (of Service Territoriale de la Zone de l’Armée – STZA) onder bevel van Luitenant-generaal Mozin. De Staf/STZA wordt ondersteund door een eigen militaire politiedienst (of provoost) en een transmissiecompagnie. LtGen Mozin wordt op de staf bijgestaan door Kolonel SBH Coupez. De Staf/STZA krijgt zijn orders van de Directie van de Diensten van het Achtergebied (oftewel Direction du Services de l’Arriere – DSA).

Brief aan de Duitse soldaat Hans Süthoff, geïnterneerd te Hoei.

Brief aan de Duitse soldaat Hans Süthoff sinds oktober 39 geïnterneerd te Hoei.

Een van de nevenopdrachten van de Staf/STZA was de administratie en de organisatie van de bewaking van geïnterneerde militairen van vreemde naties. Omwille van de neutrale positie van België worden vanaf 26 augustus 1939 alle militairen van vreemde naties die om welke reden dan ook onze landsgrens oversteken, opgepakt en geïnterneerd. Het betreft bijvoorbeeld Britse piloten die tijdens de “drôle de guerre” op weg naar hun vliegbasis in Frankrijk motorpech kregen boven het Belgische grondgebied en een noodlanding dienden te maken of Franse militairen die net over de grens sigaretten gingen kopen.  Gezien België niet in oorlog is, worden de geïnterneerden niet als krijgsgevangenen beschouwd.  Ze blijven van hun vrijheid beroofd, maar worden door ons land betaald volgens de barema’s van het Ministerie van Defensie. Ze worden niet aan het werk gezet. De administratie en de uitbetaling van de geïnterneerde militairen gebeurt door 1Kapt van de Administratie Verhoeven, rekenplichtige van het 1ste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (I/GVCE) dat zich te Brugge bevond. Op 3 september 1939 worden de eerste twee militairen van een vreemde mogendheid geïnterneerd. Het betreft twee Franse sergeant-piloten wiens vliegtuig in België een noodlanding maakte nadat ze door de Belgische luchtafweer werden beschoten.

Rijkswachtkazerne in de Kroonlaan te Elsene waar de Duitse officieren werden geïnterneerd.

Rijkswachtkazerne in de Kroonlaan te Elsene waar de Duitse officieren werden geïnterneerd.

Deze geïnterneerde militairen worden aanvankelijk opgesloten in volgende interneringsdepots:

  • het Fort van Hoei: onderofficieren en soldaten van het Duitse leger, onder bewaking van een detachement van de 6Cie van het 6de Regiment Ardense Jagers (6ChA),
  • het Fort 2 (Fort van Borsbeek) : Officieren, onderofficieren en soldaten van het Franse, Britse en overige legers, eerst onder bewaking van de School van het Transportkorps, vanaf 18 januari onder bewaking van de 2Cie van het XVIIde Bataljon GVCE (2/XVII/GVCE)
  • de kazerne van de Rijkswacht aan de Kroonlaan te Elsene: Duitse officieren onder bewaking van het Schooleskadron van de Rijkswacht,

Op 11 januari 1940 komen de eerste twee gevangenen toe in de Kroonlaan te Elsene. Het betreft twee Duitse officieren, Majoor vlieger Erich Hönmanns en Majoor Helmut Reinberger, die een dag eerder werden opgepakt door het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim). Hun uit koers geraakte verbindingsvliegtuig viel zonder brandstof en moest een noodlanding maken te Vucht nabij Maasmechelen. Aan boord van hun toestel bleken zich de plannen voor de aanval op het westen te bevinden [1]. Hun vangst veroorzaakt heel wat commotie. Er is een komen en gaan van hooggeplaatste Belgische officieren, waaronder Kolonel SBH Victor Neefs, hoofd van de 2de Afdeling Inlichtingen van het Groot Hoofdkwartier (GHK), en ook Generaal-majoor Van Overstraeten die de leiding op zich neemt van de ondervraging van de gevangenen. Op 12 januari worden de gevangenen verhoord in de mess officieren van de rijkswachtkazerne. Er wordt afluisterapparatuur aangebracht om het gesprek te volgen tussen de gevangenen en de Duitse ambassadeurs in België en Nederland, Rabe von Pappenheim en Rolf Wenninger, die toelating kregen de gevangenen te bezoeken. Het afluisteren gebeurt door Majoor René Mampuis van de Contra-spionagedienst. Na hun ondervraging zullen de beide Duitse officieren in de rijkswachtkazerne verblijven, waar ze kunnen genieten van een coulant gevangenisregime met openstaande celdeuren en een beperkte bewegingsvrijheid binnen de kazerne,  tot het begin van de oorlog. 

Fort 2 te Borsbeek, vredesvoetgarnizoen van de School van het Transportkorps, waar vanaf september 1939 geïnterneerde Britse en Franse militairen werd opgesloten.

Fort 2 te Borsbeek, vredesvoetgarnizoen van de School van het Transportkorps, waar vanaf september 1939 geïnterneerde Britse en Franse militairen werd opgesloten.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Door het steeds stijgend aantal geïnterneerde buitenlandse militairen groeit de administratie ervan boven het hoofd van de Staf/STZA. Om het administratieve en financiële beheer van de geïnterneerden te stroomlijnen, besluit de legerleiding eind januari 1940 om de Administratieve Compagnie der Interneringsdepots op te richten. De compagnie wordt in Fort 2 te Borsbeek [2] gemobiliseerd en toegevoegd aan het commando van Luitenant-generaal Mozin. Deze bijzonder kleine compagnie zal bestaan uit 1 majoor, 1 luitenant, 2 militaire boekhouders en 6 soldaten.  Voor elk van de vreemde naties zal een virtueel peloton opgericht worden om het materiaalbeheer en de boekhouding van elk contingent geïnterneerde militairen netjes gescheiden te houden.

Het GHK gaat eveneens op zoek naar een nieuwe locatie voor de officieren van het Franse en het Britse leger.  Op 25 januari 1940 wordt een huurovereenkomst gesloten met de Brusselse vzw “Vie Heureuse” voor het gebouw en de terreinen van het vakantiecentrum “Home La Lasne” te Terlanen.  Defensie verbindt zich ertoe om een maandelijkse huur te betalen, het gebouw te verzekeren en de geïnterneerde officieren onder te brengen tegen vergoeding van het normale dagtarief voor toeristen van 22,50 Frank.  Het personeel van het centrum blijft ter plekke om de dienstverlening te verzekeren. 

"Home La Lasne" te Terlanen werd ingericht als interneringskamp voor Britse en Franse officieren.

“Home La Lasne” te Terlanen werd op 25 januari 1940 ingericht als interneringskamp voor Britse en Franse officieren.

De tien Belgische militairen van de Administratieve Compagnie der Interneringsdepots komen er op 11 maart aan, gevolgd door de geïnterneerde officieren.  De bewaking wordt verzekerd door de manschappen van de Administratieve Compagnie, aangevuld met een bewakingsdetachement van de 4de Compagnie van het XXIVste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (4/XXIV/GVCE) onder bevel van Kapitein-commandant Henri Serckx. Dit wachtdetachement is echter pover bewapend en beschikt enkel over een zestigtal geweren.

Het personeel van de Administratieve Compagnie der Interneringsdepots omvat Majoor Alberic De Wilde (bevelhebber), Luitenant M. Landy (adjunct), Wachtmeester M. Van Ittalie (secretaris), Wachtmeester Victor Van Hecke, Korporaal Nestor Jacob (boekhouders) en de Soldaten Joseph Boonen, Joris Ceuninck, Ludo De Ceuster, Florent Goris, Frans Janssens en Maurice Van Wallegem, allen reservisten van de klas 25.

In april 1940 moet de compagnie twee keer in actie komen om gevangen genomen Duitse militairen te interneren. Op 22 april 1940 stort een Dornier 17P met kenteken “FN+GL” na een luchtgevecht boven Léglise neer te Rancimont. De piloot Uffz Siegfried Beisbarth komt bij de noodlanding om het leven, maar de Oberleutnant Kratzmann en Feldwebel Werner Schulte-Umberg overleven de crash. Zij raken weliswaar gewond. Een tweede incident vindt plaats te Breuvanne nabij Tintigny wanneer op 25 april 1940 een Dornier 17P met kenteken “7A+BM” een noodlading moet maken. De voltallige bemanning, bestaande uit boordcommandant Oberleutnant Döring, radio-operateur en boordschutter Feldwebel Kriegenhoffer en de piloot Uffz Pristat (vermoedelijk aspirant-officier – TBC), is ongedeerd. De drie Duitsers worden onmiddellijk na de landing door manschappen van het 2de Regiment Lansiers (2L) gevangen genomen. 1Lt Döring wordt naar de Rijkswachtkazerne van Elsene gebracht, de twee onderofficieren naar de citadel van Hoei [3]. Aan de vooravond van de oorlog administreert de compagnie 79 geïnterneerde militairen van uiteenlopende nationaliteiten (zie lijst onderaan de pagina). 

Provoostdienst/STZA
Kapitein-commandant van de Rijkswacht Henri Guerlache, compagniecommandant van de Territoriale Rijkswachtcompagnie van La Louvière, wordt aangeduid als bevelhebber van de Provoostdient/STZA. Hij zal met de Provoostdienst de bewaking van de geïnterneerde Duitse officieren in kazerne van de Rijkswacht aan de Kroonlaan te Elsene versterken.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Majoor De Wilde verneemt het nieuws van de Duitse inval tijdens de vroege ochtend van 10 mei. Hij laat onmiddellijk de geïnterneerde Franse en Britse officieren overdragen aan hun Ambassadeurs te Brussel. De geïnterneerde onderofficieren en manschappen, die zich in Fort 2 te Borsbeek bevinden, worden overgedragen aan hun respectievelijke Consuls Generaal te Antwerpen [4]. Maj De Wilde krijgt de bevestiging dat de geïnterneerde Duitsers, de vier officieren, zes onderofficieren en tien manschappen, vanaf dit ogenblik als krijgsgevangenen dienen beschouwd te worden. Hij wordt om 09u40 opgebeld door Kapitein SBH del Marmol die hem het bevel geeft om zich met zijn manschappen naar Lombardsijde te begeven om er een krijgsgevangenenkamp voor Duitse militairen in te richten. De gevangenen dienen overgebracht te worden van Brussel en Hoei naar dit nieuwe kamp.  Het detachement van de 4Cie van XXIV/GVCE bestaande uit vier officieren en 120 manschappen blijft in versterking van de Administratieve Compagnie en verhuist mee naar Lombarsijde.

Cie TTr/STZA
De Compagnie Transmissietroepen van het STZA (Cie TTr/STZA) wordt gemobiliseerd in het Kasteel Orban te Vilvoorde. Het wagenpark wordt samengesteld aan de hand van 14 vrachtwagens, 2 aanhangwagens met trekker en 1 bestelwagen.

Weylerkazerne te Brugge waar Duitse krijgsgevangenen vanaf 10 mei worden in ondergebracht.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Maj De Wilde komt om 02u00 aan in het Kamp van Lombarsijde, de manschappen van zijn compagnie en van het bewakingsdetachement tegen 06u00. Na een eerste verkenning van het kamp lijkt de locatie alles behalve geschikt om er krijgsgevangenen in onder te brengen. Het nieuw gebouwde kamp werd pas in het voorjaar van 1940 opgeleverd en als dusdanig nog niet in gebruik genomen door het Belgische leger. Veel gebouwen zijn zelfs nog niet afgewerkt. Het nodige materiaal om het kamp in te richten als gevangenenkamp is evenmin beschikbaar. In de loop van de ochtend heeft Maj De Wilde een vergadering met de kampcommandant Majoor Tahon, diens adjunct Kapitein-commandant Verfaille en een officier van de genie om na te gaan welke werken dienen te gebeuren om het kamp geschikt te maken voor de ontvangst van de gevangenen. Vooral het ontbreken van een omheining is een probleem. Er wordt een lijst opgesteld van materieel dat moet worden opgeëist te Middelkerke, Lombardsijde, Nieuwpoort en Oost-Duinkerke om het kamp in te richten. Tevens worden arbeidskrachten opgevorderd om de werken uit te voeren. Met de toelating van het GHK en het Plaatscommando van Brugge wordt beslist om de gevangenen, in afwachting van het beëindigen van de werkzaamheden in Lombardsijde, te Brugge onder te brengen. De inrichting van het kamp zal nog duren tot 13 mei. 

Cie TTr/STZA
De compagnie ontvangt zijn materieel uit het depot van de transmissietroepen. Ook de bewapening wordt in ontvangst genomen: de eenheid krijgt 163 karabijnen met 11.760 patronen. De manschappen ontvangen 600 blikken ingemaakt vlees als noodrantsoen. Iedereen krijgt ook twee dekens. De negen burgervrachtwagens worden allen met een trekhaak uitgerust. Er worden nog drie vrachtwagens en twaalf fietsen opgevorderd. De officieren klagen dat ze nog geen persoonlijk wapen hebben ontvangen.

Staf/STZA
De staf van de STZA verlaat de hoofdstad om 09u30 met Bavegem als bestemming.  Deze gemeente ligt tussen Aalst en Gent. Het Groot Hoofdkwartier (GHK) beveelt aan de Staf/STZA om een cordon in te stellen om militairen op te vangen die van hun eenheid afgezonderd raakten.  Dit cordon ligt op de limiet van de Legerzone en de Achterwaartse Zone en volgt een lijn die vertrekt vanaf het noordpunt van het Kanaal van Willebroek te Wintam, volgt het kanaal tot in Vilvoorde en loopt vervolgens verder van Woluwe via Oudergem tot Bosvoorde. Langs het cordon zal de Provoostdienst/STZA controleposten opstellen.  Alleen militairen die behoren tot de legerkorpsen die stonden opgesteld in het noordoosten van het land en die bevel kregen om ten westen van het Kanaal van Willebroek te hergroeperen mogen deze controleposten passeren. Deze geïsoleerde militairen worden door de controleposten in eerste instantie doorgestuurd naar volgende verzamelcentra:

  • 3de Infanteriedivisie: Groot Bijgaarden
  • 4de Infanteriedivisie: Grimbergen
  • 7de Infanteriedivisie: Vilvoorde
  • Cavaleriekorps: Heizel
  • Steuneenheden Iste Legerkorps: Strombeek-Bever
  • Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen: nog te bepalen door de STZA

Cie TTr/STZA
De technische uitrusting wordt geleverd door de Technische Dienst der Transmissietroepen. Het peloton telefonisten ontvangt genoeg telefoonmaterieel om twee vrachtwagens mee te vullen. Het peloton radiotelegrafisten daarentegen krijgt geen batterijen of zenders/ontvangers toebedeeld en ontvangt alleen vier stroomgroepen met een vermogen beperkt tot verlichting van kleine gebouwen. Luitenant André begeeft zich naar de staf van de Territoriale Dienst van de Legerzone en verneemt dat de compagnie naar Steenbergen zal verplaatst worden. De verplaatsing wordt onmiddellijk voorbereid en de installatieploeg vertrekt om de nieuwe kantonnementsplaats te verkennen. Even later komt echter een tegenbevel om in Vilvoorde te blijven.

Provoostdienst/STZA
De Provoostdienst/STZA moet controleposten organiseren langs het traject van het cordon. Ze moeten post vatten aan de bruggen over het Kanaal van Willebroek en op de oostelijke en zuidoostelijke toegangswegen naar de hoofdstad. De rijkswachters worden waar nodig aangevuld met personeel van de Brabantse Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE). Aan de controleposten worden de geïsoleerde militairen per grote eenheid gegroepeerd en onder rijkswachtbegeleiding naar hun respectievelijke verzamelzone gebracht. In principe mogen militairen die behoren tot andere eenheden, behoudens uitzonderingen, de grens tussen de legerzone en de achterwaartse zone niet passeren. Ze worden teruggestuurd naar hun eenheid.

Staf/STZA
De STZA heeft bijkomende middelen en manschappen nodig om het cordon naar behoren te kunnen bemannen.  Majoor Vandaele van de Directie van de Diensten van het Achtergebied (DSA) telefoneert om 13u30 via de Rijkswacht te Etterbeek naar Luitenant-kolonel van de Rijkswacht Daelemans van de Grootprovoostdienst met de vraag om alle beschikbare manschappen door te sturen naar de STZA.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
In de vroege namiddag komen de eerste Duitse gevangenen, inclusief Hönmanns en Reinberger, per autobus aan in de Weylerkazerne. Deze kazerne in een voormalig klooster is gelegen in de Ezelstraat te Brugge. De krijgsgevangenen worden aan de ingang van het kwartier opgewacht door de manschappen van het bewakingsdetachement van Cdt Serckx, die hen begeleiden naar een afgesloten gedeelte van de kazerne waar ze ondergebracht zullen worden. De groep krijgsgevangenen is aangegroeid tot een 120 tal militairen, voornamelijk officieren en onderofficieren van de Luftwaffe wiens vliegtuig tijdens de eerste dagen van de veldtocht boven België werd neergehaald. In totaal gaat het om een honderdtal krijgsgevangen vliegtuigbemanningen. Onder hen Oberleutnant Kriegskotte, Leutnant Heppe en Leutnant Schierhold [5]. Om te vermijden dat andere troepen die in de kazerne gekantonneerd zijn de gevangenen zouden bedreigen, worden deze laatste geconsigneerd in hun kamers. 

Cie TTr/STZA
Het personeel blijft te Vilvoorde. De officieren kunnen toch elk een pistool verwerven.

Staf/STZA
Het cordon langs het Kanaal van Willebroek wordt kort na het middaguur verlengd langs de Rupel en de Schelde tot in Temse om vervolgens via Sint-Niklaas tot aan de Belgisch-Nederlandse grens te De Klinge te lopen.  Dit cordon blijft de verantwoordelijkheid van de STZA.  Ten oosten van deze lijn moet elk legerkorps en elke divisie op hun respectievelijke achterlimieten zelf een cordon installeren, zodat in principe een driedubbel opvangnet functioneert over de breedte van de Belgische legerzone. Steeds meer militairen mogen het cordon passeren naarmate meer grote eenheden teruggetrokken worden van het front. De staf van het IIIde Legerkorps die aangekomen is te Vilvoorde wordt belast met de uitbreiding van de opvangregeling voor militairen die bij de aftocht naar de K.W. Stelling van hun eenheid afgezonderd zijn.  De korpsstaf bevestigt de op 14 mei door het GHK aangeduide locaties voor de verzameling van deze militairen:

  • 1ste Infanteriedivisie: Nieuwenrode
  • 2de Infanteriedivisie: Weerde
  • 3de Infanteriedivisie: Groot-Bijgaarden
  • 4de Infanteriedivisie: Vilvoorde en Grimbergen
  • 6de Infanteriedivisie: Wolvertem
  • 7de Infanteriedivisie: Vilvoorde en Grimbergen
  • Grenswielrijders: Wemmel
  • 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders, 2de Regiment Gidsen, 1ste Regiment Jagers-te-Paard: Meisse
  • 3de Regiment Karabiniers-Wielrijders, 1ste Regiment Gidsen, 2de Regiment Jagers-te-Paard, 2de Regiment Lansiers: Brussegem
  • Korpstroepen Iste Legerkorps: Strombeek-Bever
  • Korpstroepen IIIde Legerkorps: Relegem
  • Alle elementen van het transportkorps: Merchtem

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Op verschillende tijdstippen van de dag en de nacht worden de krijgsgevangenen per autobus van Brugge naar Lombardsijde overgebracht onder begeleiding van rijkswachters van de Groot Provoostdienst. Kapitein-commandant van de Rijkswacht Quekel, voormalige districtscommandant van Dinant, regelt het transport. De oud-geïnterneerden alsook nieuwe Duitse krijgsgevangenen worden naar Lombardsijde overgebracht. Maj De Wilde wordt in het kamp geconfronteerd met enkele heikele problemen die niet onmiddellijk opgelost raken. Vooreerst beschikt het kamp niet over een infirmerie noch over een eigen eenheidsarts. De medische ondersteuning van kamperende troepen tijdens de mobilisatie werd steeds geregeld door een organiek medisch steunelement dat werd meegestuurd met de troepen op schietkamp. Gezien zijn compagnie noch de 4Cie van XXIV/GVCE over een eenheidsarts beschikt, levert de verzorging en opvolging van gewonde krijgsgevangenen problemen op. Er moet steeds beroep gedaan worden op artsen van buiten het kamp (burgerartsen of militaire artsen van eenheden die in de buurt kantonneren) indien er zich een medisch probleem stelt. Vervolgens is het kamp niet aangesloten op het distributienet van drinkwater. Water wordt opgepompt uit de duinen en is maar beperkt beschikbaar, daarenboven is het water niet drinkbaar en moet drinkwater aangevoerd worden voor de keuken. Het kamp is evenmin aangesloten op de riolering en de septische putten van de toiletten raken al snel vol. Omdat het kamp niet beschikt over een liaisondetachement van de Dienst Militaire Bouwwerken blijven deze problemen maar aanslepen.

Cie TTr/STZA
Het aantal fietsen wordt op 39 gebracht. De compagnie stuurt Korporaal Pierre met 24 manschappen naar de telefooncentrale in de Strostraat te Brussel, vlak bij de Grote Zavel. De manschappen zullen aangehecht worden bij de 1ste Compagnie van het Regiment Transmissietroepen van het Leger. Dit regiment vraagt ook nog eens zeven motorwielrijders bij de compagnie. Deze troepen zullen niet meer terugkeren naar hun eenheid en de compagnie is manschappen en materieel kwijt.

Staf/STZA
Het Groot Hoofdkwartier vraagt aan Generaal-majoor Georges Clément, Commandant Infanterie van de 16de Infanteriedivisie, om te starten met de oprichting van een nieuw organisme dat op niveau van het leger alle verdwaalde militairen moet opvangen en opnieuw inzetbaar maken.  Deze formatie zal aangeduid worden met de benaming Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger (Centre de Regroupement des Isolées de l’Armée).  Dit nieuwe organisme zal in een eerste fase nauw samenwerken met de STZA die verantwoordelijk blijft voor het cordon om afgezonderde militairen te onderscheppen op de grens tussen de legerzone en het achtergebied.

Cie TTr/STZA
De compagnie krijgt rond het middaguur de opdracht om naar Gent te vertrekken en zich klaar te maken voor het overnemen van de grote telefooncentrale van de RTT in de stad. De eenheid zal te Heusden bij Destelbergen ingekwartierd worden en zal administratief afhangen van het Bataljon Radiotelegrafisten van het Regiment Transmissietroepen van het Leger. In het park van het Kasteel Orban worden enkele verlaten autobussen teruggevonden die door het leger gebruikt werden. Bij de firma Verhoeven worden nog eens twee vrachtwagens opgevorderd. Op de baan van Mechelen naar Brussel worden nog vijf bijkomende vrachtwagens tegengehouden en aan hun eigenaars ontnomen. Om 18u00 tenslotte vertrekt de compagnie. Vier uur later komen de manschappen aan te Gent.

Provoostdienst/STZA
De rijkswachters van de provoostdienst krijgen van het GHK de toelating om het vuur te openen op elke militair die bij de controleposten van het cordon weigert gehoor te geven aan de orders van de controlerende rijkswachters.

Staf/STZA
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft, moet deze worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers in het zuiden een doorbraak te forceren in de streek van Sedan, terwijl in het noorden Nederland zich heeft overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.  Deze aftocht betekent ook dat de scheidingslijn tussen de legerzone en het achtergebied een flink stuk westwaarts zal verschuiven.

Cie TTr/STZA
Luitenant Pigeolet ontvangt zijn instructies en zet zijn manschappen aan het werk.

Staf/STZA
De staf van de STZA komt aan te Aarsele.

Cie TTr/STZA
Overdag blijkt dat de staf van de Territoriale Dienst van de Legerzone de stad Gent verlaten heeft zonder zijn transmissiepersoneel te verwittigen. De compagnie gaat dan ook op zoek naar nieuwe orders. Tijdens de avond krijgt Pigeolet de opdracht om Gent te verlaten en zijn compagnie naar Meulebeke over te brengen. De reisroute loopt van Gent over Deinze en Tielt. De manschappen komen nog tijdens de eerste helft van de nacht aan en kantonneren in de Zusterschool van Meulebeke.

Staf/STZA
De Staf/STZA krijgt om 11u45 het bevel van de DSA om een nieuw cordon op niveau leger in te richten langs de Leie van Kortrijk tot Deinze, vanaf Deinze langs het Afleidingskanaal van de Leie (oftewel Schipdonkkanaal) tot Maldegem, vanaf Maldegem langs de baan naar Aardenburg in Nederland.  De Leie en het Afleidingskanaal van de Leie vormen vanaf nu de nieuwe scheidingslijn tussen de legerzone en de zone van het achtergebied. 

Cie TTr/STZA
De Territoriale Dienst van de Legerzone laat zijn transmissiecompagnie weten dat ze stand-by dienen te blijven voor een mogelijke verplaatsing.

Provoostdienst/STZA
De Provoostdienst/STZA zal opnieuw de nodige controleposten inrichten langs de limiet tussen het veldleger en het territoriaal leger. De controleposten worden in drie detachementen gegroepeerd waarvan de commandoposten te Eeklo, Landegem en Olsene zullen opgesteld worden.

Het kasteel van Leon Coppieters te Loppem.

Het kasteel van Leon Coppieters te Loppem.

Staf/STZA
De staf van de Territoriale Dienst van de Legerzone heeft zich op ongeveer een kilometer ten westen van Loppem geïnstalleerd in het kasteel van Leon Coppieters.

Administratieve Compagnie der Interneringsdepots/STZA
Alle 120 Duitse krijgsgevangenen die zich op dat ogenblik in Lombardsijde bevinden worden in Veurne overgeleverd aan de Franse Lieutenant de la gendarmerie Lequette van de provoostdienst van het 7de (FRA) Leger. Ze worden met autobussen van Lombardsijde naar Veurne gebracht van waaruit de Fransen de krijgsgevangenen per trein naar Rouen doorsturen. De trein zal Rouen echter nooit bereiken maar vast komen te zitten in Duinkerke. De gevangenen worden vervolgens in eerste prioriteit geëvacueerd vanuit Duinkerke naar Dover in Engeland [6]. De Administratieve Cie en het bewakingsdetachement behouden hun opdracht en dienen zich klaar te houden om nieuwe krijgsgevangenen op te vangen.

Cie TTr/STZA
De compagnie krijgt het bevel om onmiddellijk naar Loppem te vertrekken.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Op 18 mei kwam te Oostende een treinstel aan met illegale buitenlanders, van sabotage verdachte personen uit het binnenland en ‘gevangengenomen valschermspringers’, meestal vliegtuigbemanningen die zich met hun parachute hebben moeten redden.  Een poging om de volledige groep over het kanaal naar Engeland te evacueren mislukte door gebrek aan een schip met voldoende capaciteit om de volledige groep mee te nemen.  Alleen enkele tientallen personen (vermoedelijk Luftwaffepersoneel – TBC) kunnen wel ingescheept worden, maar de rest wordt opgesloten in de gebouwen van het station van Oostende. Het peloton van Lt Malice van 2/XXVII/GVCE en het peloton van Lt Theys van 3/XXVII/GVCE krijgen de opdracht om trein met de gevangen te bewaken in het station van Oostende. Nadat overbrenging per schip naar Engeland onmogelijk bleek te zijn werd beslist om de verdachten per spoor naar Zuid-Frankrijk over te brengen. Aan het eind van de namiddag van 19 mei vertrok vanuit Oostende een trein met 273 verdachte Belgen, Duitsers, Oostenrijkers, Nederlanders en geïnterneerde illegale buitenlanders richting Rouen. De trein rijdt via Torhout en Veurne naar Adinkerke maar wordt op 20 mei staande gehouden aan de Frans-Belgische grens omdat de weinige bruikbare sporen richting zuiden overvol zitten. 

Cie TTr/STZA
De compagnie trekt een tweede telefoonlijn tussen de commandopost van de staf en de centrale van Loppem. De oorspronkelijke lijn van de villa waar de staf verblijft kan de vele telefoongesprekken immers niet verwerken.

Staf/STZA
De STZA krijgt de opdracht van de Directie van de Diensten van het Achtergebied om de grenssteden in het zuiden van West-Vlaanderen vrij te maken van de tienduizenden burgervluchtelingen de vast zijn komen te zitten door het Franse inreisverbod.  Het gaat hier in eerste instantie om Poperinge, Roeselare, Menen en Ieper.  Deze burgers moeten aangespoord worden om zich naar de kust te begeven en zich te verspreiden over Nieuwpoort, Westende, Middelkerke, Oostende, Blankenberge, Knokke en Heist.  De gemeentebesturen zullen de voedselbevoorrading voor deze vluchtelingen proberen aan te pakken.  De Directie van de Diensten van het Achtergebied heeft hiervoor 45,000 blikjes sardines opgeëist bij de Sardinerie du Nord aan de Elizabethlaan te Oostende.  Daarnaast zijn nog eens 160,000 blikjes onderweg naar de vier grenssteden met toedoen van Majoor Intendant Van Halle van de 1ste Provianddienst Antwerpen.  Er wordt ook 24,000 Kg rijst opgeëist voor de vier grenssteden bij de Rizeries Anversoises in de haven van Zeebrugge.  De STZA krijgt 16 vrachtwagens met Rijkswachtbegeleiding om deze voorraden ter plekke te brengen.  De provoostdienst van de STZA zal Rijkswachters leveren door de ordehandhaving in de kustgemeentes.  Het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger zal een deel van zijn Rijkswachtpersoneel moeten afstaan voor dezelfde taak te Poperinge, Roeselare, Menen en Ieper.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Staf/STZA laat weten dat de wacht van het Kamp van Lombardsijde zal versterkt worden met 1 officier en 36 manschappen van de Rijkswacht. Luitenant-generaal de Hennin de Bossu Walcourt, bevelhebber van de 15de Infanteriedivisie (15Div) en Generaal-majoor Glorie, bevelhebber van de Maritieme Basis (Mar Basis) bezoeken het kamp op hun doortocht naar Duinkerke waar ze een ontmoeting hebben met de Franse Vice-Admiraal Abrial. Ondertussen zit de trein met geïnterneerden en verdachten nog steeds vast aan de Frans-Belgische grens. Nadat vernomen wordt dat de stad Abbeville op 21 mei in handen van de vijand is gevallen, en de sporen richting Zuid-Frankrijk definitief afgeloten zijn, wordt de trein uiteindelijk op 22 mei van Veurne doorgestuurd naar Nieuwpoort.

Cie TTr/STZA
De compagnie werkt verder te Loppem.

Staf/STZA
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langs de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie.  Deze terugtocht zal in twee fases gebeuren.  Tijdens de nacht van 22 op 23 mei zal het zuidelijke front teruggebracht.  Het Kanaal Gent-Terneuzen zal dan bezet blijven tot de nacht van 23 op 24 mei, in hoofdzaak om het belangrijke legerdepot van Eeklo te kunnen evacueren. 

Het cordon langs het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zal behouden worden door de STZA tot 20u00 op 23 mei.  Tegelijkertijd moet een nieuw cordon georganiseerd worden langs de spoorlijnen die Oostende, Torhout, Roeselare en Menen verbinden.  Vluchtende burgers zullen deze nieuwe controlelijn niet meer mogen oversteken richting westen en moeten kordaat teruggestuurd worden naar het binnenland.  Alle niet-inzetbare militairen die er onderschept worden, moeten onmiddellijk doorgestuurd worden naar het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger te Poperinge.   Voorts wordt alle burgerverkeer buiten de bebouwde kommen verboden.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Op 22 mei komen 273 (volgens de Maj de Wilde ongeveer 800)  “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” toe in het kamp. Ze worden geëscorteerd door twee pelotons van het XXXIIste Bataljon GVCE. De twee pelotonscommandanten, Lt Malice en Lt Theys, worden met hun peloton aangehecht aan de compagnie. Onder de geïnterneerden een groot aantal Duitse joden (mannen, vrouwen en kinderen) die het nazi-regime nog voor de start van de oorlog ontvlucht zijn. Naast de geïnterneerde bestaat de groep ook uit van sabotage verdachte Belgen en vreemdelingen die in de Brugse gevangenis waren opgesloten bij de start van de vijandelijkheden. De ironie wil dat naar de België gevluchte Duitse burgers, veelal van Joodse afkomst maar ook politieke tegenstanders van het naziregime zoals communisten, samen worden opgesloten met nazi-gezinden en Duitse krijgsgevangenen. Vanaf 22 mei verliest Maj De Wilde alle telefonisch contact met de Staf/STZA. Hij stuurt alle berichten dan maar ter info naar de Directie van de Diensten van het Achtergebied (Staf/DSA) van het GHK maar krijgt prompt het antwoord dat hij zich niet naar hen, maar naar de Staf/STZA moet richten met zijn steunaanvragen. LtKol Rw Daelemans van de Grootprovoostdienst en de Majoor SBH Callens van het GHK brengen een bezoek aan het kamp. Ze zijn vergezeld door Auditeur Heusch, Inspecteur Cornil van het Bestuur van de Veiligheid van de Staat en diens adjunct. Deze laatste waren administratief verantwoordelijk voor de zonet binnengebracht gevangenen. De Admin Cie en de bewakingsdetachementen van Cdt Serckx, Lt Malice en Lt Theys worden administratief aangehecht bij het XXX/GVCE [7]. 

Cie TTr/STZA
De gewone routines blijven gelden. Enkele ploegen worden uitgestuurd op zoek naar proviand, maar verder heeft de compagnie niets bijzonders te melden.

Cie TTr/STZA
Het installatiepersoneel wordt op pad gestuurd om betere kantonnementen te vinden. Dit blijft echter zonder resultaat. Even voor 21u00 vertrekken drie ploegen op het terrein om de telefoonaansluiting van de staf van de Territoriale Dienst van de Legerzone te herstellen. De kabels zijn beschadigd in een luchtbombardement.

Staf/STZA
Luitenant-generaal Mozin wordt op de hoogte gebracht dat hij alle Rijkswachters bovenop het personeel van de eigen provoostdienst moet afstaan.  De staf van de Rijkswacht moet dit personeel ter beschikking stellen van het Groot Hoofdkwartier.

Cie TTr/STZA
De herstellingsploegen melden om 03u45 dat een eerste telefoonkabel hersteld is. Luitenant Pigeolait beveelt aan het RTT personeel van Oostkamp om een permanente verbinding van zes lijnen te maken tussen hun centrale en de centrale van Loppem. Dit moet zorgen voor een vlotte doorstroming van de telefoongesprekken. Verder blijft iedereen in zijn kantonnement. De bewapening wordt herschikt in functie van de overgebleven personeelsaantallen in de pelotons. Tijdens de namiddag passeert een ploeg Rijkswachters op zoek naar een zekere Soldaat Walgraeve uit Brugge. De man zou defaitistische praat verkocht hebben onder zijn makkers en is vervolgens gedeserteerd.

Staf/STZA
Generaal-majoor Fromont (Onderstafchef van het Groot Hoofdkwartier) en Kolonel SBH Eyckmans (Directeur van de Diensten van het Achtergebied) bespreken de huidige aanpak van de afgezonderde militairen en besluiten om de verzamelcentra ingericht door de legerkorpsen en divisies af te schaffen.  Enerzijds zijn de beide officieren bezorgd over het grote aantal verplaatsingen van en naar deze centra, en anderzijds wordt ook erkend dat gevluchte, inzetbare militairen te lang afwezig zijn van hun eenheid en alzo beloond worden met een rustpauze.  Kolonel SBH Eyckmans laat bevel 146/52 opstellen waarin hij de opdracht geeft aan het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger om drie verzamelcentra inrichten te Staden, Wingene en Stalhille.  Tussen Torhout, Roeselare en Ieper zal dit centrum nu alle controleposten om afgezonderde militairen te onderscheppen rechtstreeks aansturen, en niet meer afhankelijk zijn van de STZA.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De rijkswacht levert 191 nieuwe Duitse krijgsgevangenen af in het KG kamp van Lombardsijde. Het betreft manschappen van de 9Cie van het 309 (DEU) IR die aan het Afleidingskanaal van de Leie door het 22ste Linieregiment (22Li) werden gevangen genomen. Vanaf 25 mei ligt het kamp geregeld onder artillerievuur. Door een artilleriebeschieting op de infrastructuur van het kamp is de electriciteitsvoorzienning evenals de watervoorzienning weggevallen. De laatste werkende telefoonlijn met Nieuwpoort is nu ook onderbroken waardoor het kamp volledig van de buitenwereld is afgesloten. De hygiënische toestand in het kamp voor de krijgsgevangenen en de geïnterneerde burgers wordt erbarmelijk.

Cie TTr/STZA
De manschappen leggen rondom hun kantonnementen enkele loopgrachten aan om te kunnen schuilen bij een mogelijke luchtaanval.

Cie TTr/STZA
De kantonnementen worden aangepast: twee pelotons verhuizen naar gebouwen die verder verwijderd zijn van de grote baan om aan de constante stroom van vluchtende militairen en burgers onttrokken te worden.

Staf/STZA
De S/S Abukir tezamen met de S/S Marquis en de S/S Saphir brachten bevoorrading voor de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische leger naar Oostende en zouden op 27 mei terugkeren naar Engeland. Om de schepen niet leeg naar Engeland te laten terugkeren beveelt de Directie van de Diensten van het Achtergebied (DSA) aan de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA) om ervoor te zorgen dat beschikbare vrije plaatsen op de schepen volgens bepaalde prioriteiten zouden worden ingenomen [8]. De eerste prioriteit wordt gegeven aan krijgsgevangen Duitse piloten (officieren en onderofficieren) gevolgd door vervoerbare gewonden van het Belgische leger, het Opleidingscentrum voor Onderluitenanten van de Infanterie (of Centre d’Instruction des Sous-Lieutenants de l’Infanterie – CISLI), de troepen van de Versterkings- en Opleidingscentra en de rekruteringsreserve. Een groep burgers omschreven als “compromis graves” krijgt eveneens de eerste prioriteit om geëvacueerd te worden naar Engeland [9]. De evacuatiecapaciteit van de s/s Marquis, de s/s Abukir [10] en s/s de Saphir is echter veel te klein om iedereen mee te nemen, daarenboven wordt de prioriteit gegeven aan de evacuatie van Britse militairen en burgers en kunnen de Belgen slechts enkele overblijvende plaatsen innemen (welke Belgen uiteindelijk door welk schip werden meegenomen is voorlopig nog onduidelijk – TBC)

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Een 15-tal krijgsgevangen officieren van de Luftwaffe, voornamelijk piloten die na 19 mei naar Lombardsijde werden gebracht, worden afgezonderd en door twee officieren van het Transportkorps (Maj De Wilde vermeldt een Lt Degrelle – TBC over welk TptK het gaat) naar Oostende gebracht waar ze overgedragen worden aan een detachement van de 13th (RAF) Salvage Unit die instaat voor hun bewaking tot Engeland. Ze worden (vermoedelijk) aan boord gebracht van het Brits cargoschip de s/s Marquis. Zij zullen de rest van de oorlog in gevangenschap doorbrengen. Om 19u30 zijn de manschappen van de Administratieve Cie der Interneringsdepots getuige van een luchtgevecht tussen vliegtuigen van de RAF en vliegtuigen van de Luftwaffe. Vier Duitse vliegtuigen worden neergehaald (TBC).

Cie TTr/STZA
Een autobus van de compagnie is niet tijdig teruggekeerd naar de kantonnementen en in de voormiddag vertrekken dan ook enkele ploegen op zoek naar het voertuig. De bus wordt op een drietal kilometer van Loppem in de gracht teruggevonden, gelukkig zonder slachtoffers. Na de middag wordt het installatiepersoneel uitgestuurd naar Leffinge. Tot een verhuis zal het echter niet meer komen.

Staf/STZA
Luitenant-generaal Mozin en zijn staf bevinden zich te Loppem.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Na het vernemen van het nieuws van de capitulatie in de ochtend van 28 mei vertrekken de pelotons van Lt Malice en Lt Theys evenals het detachement rijkswachters in alle stilte zonder Maj De Wilde hiervan op de hoogte te brengen. Alleen het wachtdetachement van Cdt Sercks blijft zijn opdracht verderzetten. Maj De Wilde stuurt zijn adjunct Lt Landy per camionette naar Loppem om op de Staf/STZA orders op te halen betreffende de sluiting van het krijgsgevangenenkamp. Lt Landy keert echter niet meer terug en de frontlinie komt steeds dichter bij het Kamp van Lombarsijde. Het kamp bevindt zich nog in het terreingedeelte dat bezet wordt door de Fransen en de Britten die de gevechten voortzetten. Het kamp wordt meermaals beschoten door de artillerie van beide strijdende partijen. Tegen 19u00 worden de 400 resterende krijgsgevangenen overgedragen aan Hauptmann Hans Winter [11], oudste in rang onder de krijgsgevangenen. Wanneer een gemotoriseerde colonne Duitsers het Kamp van Lombardsijde bereikt worden ze opgewacht door Maj De Wilde, Cdt Serckx en Hauptmann Winter aan de ingang van het kwartier. Beide officieren worden ontwapend en als gijzelaars het kamp terug ingestuurd gevolgd door de Duitsers die hen met getrokken pistool voortduwen. Pas wanneer blijkt dat de gevangenen ongedeerd zijn worden de majoor en de kapitein-commandant vrijgelaten. De gevangenen worden overgedragen aan de Duitsers die het kamp overnemen en die zich zowel over de krijgsgevangenen als over de administratief geïnterneerden ontfermen. Enkele Duitse officieren van de Geheime Feld Polizei doen onmiddellijk na hun aankomst te Lombardsijde navraag naar de Duitse Majoors Hönmanns en Reinberger. Zij hadden vermoedelijk de opdracht om ze gevangen te nemen en persoonlijk te escorteren naar een Duitse gevangenis waar ze verhoord zouden worden. De gevangen genomen burgers worden op staande voet vrijgelaten. 

Cie TTr/STZA
De compagnie krijgt om 07u30 te horen dat het leger de wapens heeft neergelegd. Dezelfde ochtend nog gaat er deel van de manschappen er van door om naar huis terug te keren.

Staf/STZA
Bij een laatste appel is de getalsterkte van de STZA als volgt:

  • Staf: 17 officieren, 13 onderofficieren, 42 manschappen en burgers
  • Provoost: 5 officieren, 15 keuronderofficieren, 138 wachtmeesters, brigadiers en rijkswachters
  • Compagnie Transmissietroepen: 5 officieren, 8 onderofficieren, 171 manschappen

De STZA bevindt zich in de zone van het IIde Legerkorps en zal zich aanhechten bij deze formatie voor het verdere verloop van de gevangenname.  Alleen de provoostdienst zal, conform de instructies van de bezetter en het Groot Hoofdkwartier, ter plekke blijven om uiteindelijk teruggestuurd te worden naar de rijkswachtkazernes en brigades van oorsprong.  Op 1 juni 1940 zullen alle eenheden van het IIde Legerkorps starten met de afmars naar het gebied tussen het Afleidingskanaal van de Leie en het Kanaal Gent-Terneuzen.  De STZA behoudt een Dodge vrachtwagen en twee Buick personenwagens voor het transport van de uitrusting en de hogere officieren.

Cie TTr/STZA
Het overgebleven personeel wordt op 1 juni samen met troepen van de 11de Infanteriedivisie afgevoerd naar Ursel. Na een tiental dagen gaan de Duitsers over tot de algehele demobilisatie van de compagnie. Met uitzondering van drie beroepsvrijwilligers mag iedereen naar huis.

Na de capitulatie

Epiloog
Majoor De Wilde, Luitenant Landy en de dienstplichtige Soldaten Coenen, Devis en Taice van 4/XXIV/GVCE werden in april 1941 door de Geheime Feld Polizei opgepakt en in de gevangenis van Sint-Gillis opgesloten. Zij moesten voor een Duitse krijgsraad verantwoording afleggen voor het vermeend mishandelen van Duitse krijgsgevangenen in Lombardsijde. Cdt Serckx werd hierover door de Duitse bezetter ondervraagd maar weerlegde de feiten en werd doelbewust niet als getuige “à décharge” voor het proces opgeroepen [12]. De vijf beklaagden verschenen voor een eerste keer voor de krijgsraad van de Luftwaffe te Brussel op 18 juli 1941 en vervolgens een tweede keer op 1 oktober 1941. Lt Thirion van de 4/XXIV/GVCE was aanwezig op het proces en verdedigde de drie soldaten van zijn compagnie, hij bracht echter niets in ten voordele van Maj De Wilde. Enkel Majoor De Wilde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar [13]. Wel is gebleken uit een verslag van Maj De Wilde dat de levensomstandigheden in het kamp, door allerlei infrastructurele gebreken waaraan de bewakers van het kamp weinig konden verhelpen, verre van comfortabel waren. De inschatting van deze toestand kon leiden tot verschillende interpretaties. Zo schreef Luitenant Josephe Libert van de 2Cie van XLV/GVCE, die met zijn peloton op 18 mei naar het Kamp van Lombardsijde werd gestuurd om de bewaking van de gevangenen te versterken, in zijn na-oorlogs verslag dat: “Les prisonniers de guerre sont traîtés dans ce camp de façon absolument inhumaine“. Vermoedelijk, maar dit is niet helemeel zeker, verwees hij hiermee naar de slechte leeftomstandigheden in het kamp [14]. Er is ook niets geweten over de behandeling van de administratief geïnterneerden in het kamp. De behandeling van krijgsgevangenen was aan regels onderworpen, over de behandeling van de administratief geïnterneerden bestond weinig regelgeving.

Lijst van de geïnterneerde militairen 

LandNaamVoornaamGraadEenheidGeïnterneerd opGeïnterneerd teNotities
FRLaforgueHenriSergent-Pilote03/09/1939QuiévrainNoodlanding na beschieting door Belgische luchtafweer. Ontsnapt voor 10 mei.
FRCharneletJeanSergent-Pilote03/09/1939QuiévrainNoodlanding na beschieting door Belgische luchtafweer. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
NZLMackArthur, WilliamPilot Officer102 Squadron, Royal Air Force09/09/1939NivellesNoodlanding in Armstrong Whitworth Whitley K8985. Ontsnapt uit Fort 2.
GBCogmanWilliam, Curwen, GavineFlight Lieutenant102 Squadron, Royal Air Force09/09/1939NivellesNoodlanding in Armstrong Whitworth Whitley K8985. Ontsnapt uit Fort 2.
GBWoodSydney, ReayCorporal102 Squadron, Royal Air Force09/09/1939NivellesNoodlanding in Armstrong Whitworth Whitley K8985. Ontsnapt uit Fort 2.
GBHenryGerard, JohnSergeant102 Squadron, Royal Air Force09/09/1939NivellesNoodlanding in Armstrong Whitworth Whitley K8985. Ontsnapt uit Fort 2.
GBSteelAlanAircraftman 1st Class102 Squadron, Royal Air Force09/09/1939NivellesNoodlanding in Armstrong Whitworth Whitley K8985. Ontsnapt uit Fort 2.
DEStolzenburgAlfredUnteroffizier03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEBlockWaldemarGefreiter03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEKrögerFriedrichSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEWicherWilhelmSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DESüthoffHansSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEOstendorfGeorgSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEKitzingerRichardSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEKastensJohannSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEHullinWilhelmSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEFreseBernhardSchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DEDultzWillySchütze03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
DETraüdenJakobUnteroffizier03/10/1939TuljeGrensoverschrijding in vrachtwagen
GBDunnHoratio, James RenniePilot Officer87 Squadron, Royal Air Force10/11/1939AalbekeNoodlanding in Hawker Hurricane LK-P op steenweg Kortrijk-Moeskroen. Ontsnapt uit Fort 2 op 24 november 1939.
GBCoopeW.Squadron Leader87 Squadron, Royal Air Force14/11/1939De PanneNoodlanding in Hawker Hurricane LK-H op stand. Ontsnapt uit Fort 2 op 24 november 1939.
GBGlydeRichardFlying Officer87 Squadron, Royal Air Force14/11/1939KoksijdeNoodlanding in Hawker Hurricane LK-O op stand. Ontsnapt uit Fort 2 op 24 november 1939.
GBJervisTerence, JamesAircraftman 1st Class57 Squadron, Royal Air Force16/11/1939Sint-Baafs-VijveNoodlanding in Bristol Blenheim L1148
GBTurnidgeBernard, RobertSergeant57 Squadron, Royal Air Force16/11/1939Sint-Baafs-VijveNoodlanding in Bristol Blenheim L1148
GBGillmoreAlfred, WilliamSergeant Pilot57 Squadron, Royal Air Force16/11/1939Sint-Baafs-VijveNoodlanding in Bristol Blenheim L1148
DEWeberKarlUnteroffizierKampfgeschwader 4, Luftwaffe24/10/1939Noodlanding in Heinkel He111 5JFA na luchtgevecht met Franse jachtvliegtuigen.
GBDuncanWilliamGunnerRoyal Artillery27/11/1939
GBFranklandJamesFuselier04/12/1939
FRPironneauAndreSoldat 2e Classe12/12/1939Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRBouvryFrancisSoldat 2e Classe12/12/1939
GBCroxtonWilliamFuselier12/12/1939
GBCullockJohnFuselier12/12/1939
FRAyedMohammedSoldat 2e Classe13/12/1939Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRRebillotAndreBrigadier15/12/1939HalanzyGrensoverschrijding om sigaretten aan te kopen. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRLapeyreJeanSoldat 2e Classe15/12/1939HalanzyGrensoverschrijding om sigaretten aan te kopen. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRLenoirJeanSoldat 2e Classe15/12/1939HalanzyGrensoverschrijding om sigaretten aan te kopen. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRLacaussagneJeanSoldat 2e Classe15/12/1939HalanzyGrensoverschrijding om sigaretten aan te kopen. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRLacosteAndreSoldat 2e Classe15/12/1939HalanzyGrensoverschrijding om sigaretten aan te kopen. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
PLWozniakJosephCaporal17/12/1939Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
GBFisherGeorgesFuselier02/01/1940MouscronGrensoverschrijding na verdwalen
GBKempsterCharles, Mervyn, PatrickFlying Officer18 Squadron, Royal Air Force03/01/1940RaerenNoodlanding in Bristol Blenheim L1410
GBSmithFrederick, LeeceSergeant18 Squadron, Royal Air Force03/01/1940RaerenNoodlanding in Bristol Blenheim L1410
DEHönmannsErichMajorFliegerhorst Münster-Loddenheide, Luftwaffe10/01/1940VuchtNoodlanding in Messerschmitt Bf 108 in mist
DEReinbergerHelmutMajorLuftflotte 2, Luftwaffe10/01/1940VuchtNoodlanding in Messerschmitt Bf 108 in mist
GBTurnerRichardPrivate28/01/1940Rollegem-KapelleGrensoverschrijding na verdwalen
GBDavidsonJamesFuselier02/02/1940
GBWilliamsOwenFlying Officer99 Squadron, Royal Air Force23/02/1940SauvenièreNoodlanding in Vickers Wellington
CANWillisRobertPilot Officer99 Squadron, Royal Air Force23/02/1940SauvenièreNoodlanding in Vickers Wellington
AUSTrotterJamesPilot Officer99 Squadron, Royal Air Force23/02/1940SauvenièreNoodlanding in Vickers Wellington
GBCockburnWilliamAircraftman 1st Class99 Squadron, Royal Air Force23/02/1940SauvenièreNoodlanding in Vickers Wellington
GBAshmanCyrilAircraftman 2nd Class99 Squadron, Royal Air Force23/02/1940SauvenièreNoodlanding in Vickers Wellington
GBMattickArthurSergeant99 Squadron, Royal Air Force23/02/1940SauvenièreNoodlanding in Vickers Wellington
GBSharpJohnFuselier27/02/1940MouscronGrensoverschrijding na verdwalen
GBColeRonaldFuselier27/02/1940MouscronGrensoverschrijding na verdwalen
GBChambersCharlesLance Corporal27/02/1940MouscronGrensoverschrijding na verdwalen
GBWardThomasPrivate04/03/1940TempleuveGrensoverschrijding na verdwalen
GBAlanWilliamPrivate04/03/1940TempleuveGrensoverschrijding na verdwalen
GBWiffenGeorgePrivate07/03/1940
GBBrownNoelPrivate17/03/1940DranouterGrensoverschrijding na verdwalen
GBDuckettLeonardPrivate17/03/1940DranouterGrensoverschrijding na verdwalen
FRHaddahAbd-el-KaderSergeant20/03/1940Péronnes-lez-AntoingOpgepakt in Belgisch kantonnement. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
GBJonesTrevorPrivateDorset Regiment20/03/1940
FRGostiauMarcelSoldat 2e Classe54e Regiment d'Infanterie24/03/1940
GBJohnsonJohnPrivateRoyal Welch Fuseliers01/04/1940Rumes
GBJonesJohnPrivateRoyal Welch Fuseliers01/04/1940Rumes
FRGoumierJeanSoldat 2e Classe334e Regiment d'Infanterie06/04/1940HalanzyOp 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
GBHowittGeorgePrivateSherwood Forresters06/04/1940Rumes
GBDowningBenjaminPrivateSherwood Forresters06/04/1940Rumes
GBBrownRobertFuselierRoyal Scots Fuseliers06/04/1940Rumes
FRSimonErnestCaporal291e Regiment d'Inafnterie11/04/1940BertrixOp 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRSellierGeorgesCaporal291e Regiment d'Inafnterie11/04/1940BertrixOp 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
FRGautierMarcelSoldat 2e Classe18e Regiment d'Infanterie18/04/1940Doische
CZECukrWencelasSergent-Chef3e Groupe de Chasse20/04/1940FlorennesNoodlanding in Maurane MS406 na achtervolging Dornier Do17. Op 10 mei overgedragen aan het Franse Consulaat van Antwerpen.
DEKratzmannGuntherOberleutnant3. Staffel, Aufklärungsgruppe 11, Luftwaffe22/04/1940LégliseDornier Do17P FN+GL neergeschoten door Franse luchtmacht
DESchulte UmbergWernerFeldwebel3. Staffel, Aufklärungsgruppe 11, Luftwaffe22/04/1940LégliseDornier Do17P FN+GL neergeschoten door Franse luchtmacht
DEDöringPeterOberleutnant4. Staffel, Aufklärungsgruppe 121, Luftwaffe25/04/1940BreuvanneNoodlanding in Dornier Do17P 7A+BM
DEKriegenhofferGeorgFeldwebel4. Staffel, Aufklärungsgruppe 121, Luftwaffe25/04/1940BreuvanneNoodlanding in Dornier Do17P 7A+BM
DEPristatErichUnteroffizier4. Staffel, Aufklärungsgruppe 121, Luftwaffe25/04/1940BreuvanneNoodlanding in Dornier Do17P 7A+BM
GBWalkerGeorgePrivateNorthamptonshire Regiment27/04/1940Rekkem
GBTalbotJohn, James, FrankSergeant18 Squadron, Royal Air Force30/04/1940EvereNoodlanding in Bristol Blenheim door onweer
GBThomasAlfred, William, SwinburneSergeant Pilot18 Squadron, Royal Air Force30/04/1940EvereNoodlanding in Bristol Blenheim door onweer
GBSt. James-SmithRonald, GodfreySergeant18 Squadron, Royal Air Force30/04/1940EvereNoodlanding in Bristol Blenheim door onweer

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Bij nader onderzoek bleken de documenten de Duitse bevelen voor de Luftflotte 2, de plannen voor de 7(DEU)Flieger-Division voor het overvallen van de bruggen over de Maas ten zuiden van Namen en een informatieblad met gegevens over de Belgische troepen, vernielingen en versperringen te bevatten. Achtergrondinformatie bij de noodlanding van een Duits vliegtuig te Vucht op 10 januari 1940 [On Line beschikbaar]: https://www.tracesofwar.nl/articles/5562/Incident-bij-de-plaats-Vucht-10-januari-1940.htm [laatst geraadpleegd 12 september 2023] en in de publicatie “eerste Duitse adelaar viel te Vucht” door Flor Vanloffeld, uitgegeven door de heemkundige kringen Vochte-Vucht en Eisden in 1986. [On Line beschikbaar]: https://burgelijkongehoorzaam.files.wordpress.com/2015/07/de-eerste-duitse-adelaar-viel-te-vucht-beveiligde-versie-1.pdf [laatst geraadpleegd 12 september 2023].
  2. In de nota’s en orders van 1940 wordt Fort 2 steevast Fort van Borsbeek genoemd naar de gemeente Borsbeek (huidig district Borsbeek) die net in het midden van Fort 2 en Fort 3 gelegen is. Tegenwoordig wordt Fort 2 het Fort van Wommelgem genoemd en Fort 3 krijgt de benaming Fort van Borsbeek mee. Dit kan tot enige verwarring leiden bij de interpretatie van de archieven. Achtergrondinformatie bij het Fort van Borsbeek [On Line beschikbaar]: https://gidsenfort2.weebly.com/het-fort-toen.html en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/87764 [Laatst geraadpleegd 5 juli 2025].
  3. Volledig relaas van de vlucht van de Do17P (7A+BM) met meerdere foto’s van de crashsite in het magazine “Le Vivier au Joyaux – La petite revue historique et anecdotique de Tintigny”, nummer 42 van maart 2005. [PDF On line beschikbaar]: https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://www.tintigny.be/loisirs/culture/cercle-dhistoire-locale/2005-03-numero-42.pdf&ved=2ahUKEwiHqaX9wvSOAxXZnf0HHbRyDIkQFnoECBwQAQ&usg=AOvVaw1BDk3H3ChnWKSPAxAC897T  [Laatst geraadpleegd 5 augustus 2025]
  4. Nota van 10 mei opgesteld in het Frans door het Britse consulaat van Antwerpen en nota van 10 mei opgesteld in het Frans door het Franse consulaat van Antwerpen die bevestigen dat de geïnterneerde Britse en Franse militairen aan het consulaat werden overgedragen. De nota van het Franse consulaat herneemt de namen van de geïnterneerden die op 10 mei werden vrijgelaten. Op de nota komen Sergent-Pilote Laforgue en de soldaten Bouvry en Gauthier niet voor (van Henri Laforgue is geweten dat hij ontsnapt is, verder onderzoek moet uitwijzen of de twee anderen ook voor 10 mei zijn vrijgekomen – TBC). De nota van het Britse consulaat bevat in de marge een handgeschreven verwijzing naar de 2Cie van XVII/GVCE. Beide nota’s bevinden zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  5. Oblt Felix Kriegskotte werd op 10 mei gevangen genomen te Adegem toen zijn He-111 er een noodlanding maakte, Lt Lüdwig Heppe werd ook op 10 mei gevangen genomen toen zijn He-111 een noodlanding maakte te Merendree en Lt Hans Schierhold crashte op 10 mei met een Dornier-215 (TBC)  te Dworp. Achtergrondinformatie over de betrokken officieren [On Line beschikbaar]: https://www.ww2.dk/lwoffz.html Luftwaffe Officer Career Summary [Laatst geraadpleegd 8 augustus 2025].
  6. Majoor De Wilde verklaart dat hij op 14 maart 1945 een lijst met daarop de namen van 400 Duitse krijgsgevangenen heeft overgemaakt aan de “Service du Personnel Militaire du Ministre de la Défense Nationale“. De lijst is tot nu toe nog niet terug opgedoken maar een poging tot reconstructie van de lijst met enkele gekende gevallen leert ons wat er met de KG die op 19 mei Lombardsijde verlaten hebben gebeurd is. De Duitse officieren die getraceerd konden worden behoorden ofwel tot diegenen die voor de start van de vijandelijkheden al geïnterneerd waren (Maj vlieger Hönsmann, Maj Reinberger, Oblt Döring en Oblt Kratzmann) ofwel diegenen die op 10 mei werden krijgsgevangen genomen (Oblt Kriegskotte, Lt Heppe en Lt Schierhold). Deze zeven officieren behoorden tot de groep die werd geëvacueerd richting Rouen. Ze zijn er met zekerheid niet toegekomen want van alle zeven is geweten dat ze via Duinkerke naar Dover werden overgebracht. Na een tijdje gevangen gezeten te hebben in de UK zijn ze overgebracht naar Canada. Alleen Maj Hönsmann werd bij een gevangenenruil teruggestuurd naar Duitsland waar hij prompt voor een krijgsraad moest verschijnen. De rest bleeft tot na het einde van de oorlog in Canada.
  7. Nota van de Regio West-Vlaanderen van 21 mei met als onderwerp “Dépôt de prisonniers de Lombartsijde” bevestigd dat de krijgsgevangenen zijn overgemaakt aan de Fransen en dat Maj De Wilde zijn opdracht dient verder te zetten. De nota is getekend door GenMaj Dubois en bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  8. Geheime nota Nr 10.002 van Directie van de Diensten van het Achtergebied (DSA) van het GHK aan de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA), opgesteld op 27 mei en getekend door Generaal-majoor Michiels, met daarin het bevel om gebruik te maken van de schepen die bevoorrading brachten vanuit Engeland om militair personeel volgens bepaalde prioriteiten naar Engeland te evacueren. De nota bevindt zich in het dossier van Majoor Vandaele (4de Afdeling GHK) van het Moskou-archief in het Koninklijk Legermuseum (KLM).
  9. De groep van personen beschouwd als “compromis graves” wordt geselecteerd door Majoor Mampuys, hoofd van de contra-informatiedienst (of contraspionage). Om enig zicht te krijgen over wie het zou kunnen gaan verwijzen we naar een brief van januari 1940 opgesteld door de arrondissementscommissaris van St Vith en gericht aan de adjunct-kabinetschef van Pierlot. Bij de brief steekt een lijst met namen van mensen uit de Oostkantons die bij een Duitse aanval op België uit de Oostkantons geëvacueerd zouden moeten worden. Het gaat om mensen die bij een eventuele herbezetting van de Oostkantons het risico liepen om als agent van de Belgische staat door de Duitsers gearresteerd te worden. De arrondissementscommissaris gebruikt in zijn brief de term “personnes qui doivent être considérées comme sérieusement compromises”.  Hoe en of die mensen in Oostende zijn geraakt en of ze ook effectief werden geëvacueerd naar Engeland moet verder onderzocht worden (TBC).
  10. De vijftien Duitse krijgsgevangenen, waarvan geen namen bekend zijn, werden verzameld in het stationsgebouw van Oostende om vervolgens toevertrouwd te worden aan een veertien man sterk detachement van de  13th (UK) Salvage Unit. Volgens bepaalde bronnen werden de veertien Britten van de S/S Abukir overgeplaatst naar de S/S Marquis om er de bewaking van de gevangenen te verzekeren. De rest van de 13th (UK) Salvage Unit bevond zich aan boord van de S/S Abukir (vandaar de mogelijk tegenstrijdigheden in de rapportering). De S/S Abukir neemt een 200 tal passagiers aan boord. Naast de staf van de British Military Mission to the Belgian GHQ (of de Needham Mission) en piloten van de RAF ook enkele gewonde militairen van de Belgische luchtmacht (waaronder vermoedelijk Lt Keuleers en Sgt Degreef van 1Lu) en verschillende Britse burgers (waaronder enkele zusters van het Engels Klooster in Brugge) die vastzaten in België na de start van de vijandelijkheden. Op 28 mei werd de Abukir om 01u20 voor de Belgische kust getorpedeerd door een Duitse snelboot waarna het schop zonk op twee minuten tijd. Slechts 31 opvarenden konden worden gered. Verder opzoekingswerk dient te gebeuren om te achterhalen wie de Belgen waren aan boord van de Abukir. Tot nu werden nog geen officiële documenten (velddagboeken Britse eenheden, passagierslijsten, lijsten met overgedragen krijgsgevangenen,…) gevonden met gegevens over geredde en vermiste Belgen. De vermiste Britten zouden wel vermeld staan op een gedenkplaat voor de vermisten van de Abukir in het Dunkirk Memorial. Details over de het kelderen van de Abukir [On line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/SS_Abukir_(stoomschip) ,WRECKSITE – ABUKIR CARGO SHIP 1920-1940 , Dunkirk Memorial – Wikipedia en British Army supplies for the Belgian Army in May 1940 | WW2Talk [Laatst geraadpleegd 9 september 2023].
  11. Hauptmann Hans Winter behoorde tot de 9Cie van het 309(DEU)IR die te Knesselare werden krijgsgevangen genomen door het 22Li (verder onderzoek moet dit bevestigen). Hij werd als officier van de Wehrmacht niet naar Engeland overgebracht maar bleef achter in het Kamp van Lombardsijde.
  12. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Serckx van de 4Cie van XXIV/GVCE waarin hij verteld dat hij in april 1941 bezoek kreeg van de Geheime Feld Polizei die hem ondervroeg over de wijze van handelen van Maj De Wilde. Het verslag bevindt zich in het dossier Kamp van Lombardsijde bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  13. Gedetailleerd relaas over zijn arrestatie door de Geheime Feld Polizei en zijn proces bij de krijgsraad van de Luftwaffe in juli 1941, opgesteld op 18 oktober 1944 in het Frans door Maj De Wilde compagniecommandant van de Administratieve Cie der Interneringsdepots. Het relaas bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  14. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Josephe Libert, pelotonscommandant bij de 2Cie van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  15. Dossier Compagnie Transmissietroepen, Territoriale Dienst van de Legerzone, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  16. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 22 september 2021].
  17. Dossier 185-14-2295 Generale Staf, nota’s en briefwisseling betreffende het opvangen en verzamelen van geïsoleerde militairen, mei 1940., Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
  18. Dossier 185-14-4809 Geïnterneerde militairen van oorlogvoerende staten, fiches en register, mobilisatie 1939 – 1940, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.