![]()
| Reglementaire benaming | Staatswapenfabriek | Manufacture d’Armes de l’Etat | MAE |
| Type | Arsenaal |
| Ontdubbeld van | n.v.t. |
| Onderdeel van | Algemene Inspectie der Militaire Fabricaten, Ministerie van Landsverdediging |
| Bevelhebber | Kolonel IMF R. Bertrand |
| Adjunct | 1ste Kapitein IMF Paul Dufour |
| Standplaats | Rue Saint-Léonard te Luik |
| Samenstelling | Fabriek (1ste Kapitein IMF G. Spirlet) |
| Compagnie Administratie (Lt F. Culot) |
![]()
Staf/MAE
De Staatswapenfabriek (oftewel Manufacture d’Armes de l’Etat – MAE) behoort tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten (oftewel Etablissements de Fabrications Militaires – EFM). Deze inrichtingen beheren een aantal fabrieken en andere vaste installaties die diverse wapens en uitrustingsstukken vervaardigen voor het leger. De EFM behoren tot de Territoriale Troepen en ontvangen bijgevolg hun orders van het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Binnen het MLV ressorteren ze voor wat hun dagelijkse werking en organisatie betreft onder de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten (oftewel Inspection Générale des Fabrications Militaire – IGFM) geleid door Luitenant-generaal IMF Jamotte. De te realiseren productiecijfers voor de MAE, gebaseerd op de totale behoefte van het leger, worden dan weer vastgelegd door de Dienst Bewapening van de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (oftewel Direction des Ravitaillements et Evacuations de la Zone Intérieure – DREI), een andere dienst van het MLV die geleid wordt door Luitenant-generaal Theunis.

De nieuwe Mauser Mod 36 geweren voor de infanterie werden onder meer in de MAE geproduceerd
De IGFM controleert naast de MAE ook nog volgende Inrichtingen voor Militaire Fabricaten:
- De Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (of Etablissements du Service de Protection contre les Gaz) – Et SPG
- De Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (of Ateliers de Fabrication de Munitions) – AFM
- Het Arsenaal voor het Wagenpark (of Arsenal du Charroi) – AC
- De Koninklijke Kanongieterij (of Fonderie Royale de Canons) – FRC
De MAE heeft een werkplaats in de Rue Saint-Léonard te Luik en staat in voor de herstelling en revisie van de persoonlijke bewapening van het leger. Zo is de MAE verantwoordelijk voor de productie van de Mauser Model 89/36, een revisie van de verouderde Mauser Model 1889 [1]. Bij de aanvang van de oorlog beschikt de MAE over 900 personeelsleden (burgers en militairen). De Staatswapenfabriek ligt vlakbij de FRC. De actieve officieren behorende tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten die het militair brevet behaalden van ingenieur mochten deze titel achter hun graad gebruiken. Vandaar de vermelding Ingénieur de Fabrication Militaire (IFM) of Ingenieur der Militaire Fabricaten (IMF) bij de dienstgraad van de betrokken officieren. De MAE wordt aan de vooravond van de oorlog geleid door Kolonel IMF Bertrand die de functie van directeur van de MAE waarneemt. Hij wordt bijgestaan door zijn adjunct 1ste Kapitein IMF Dufour, veteraan van de Eerste Wereldoorlog.
![]()
Staf/MAE
Kolonel IMF Bertrand wordt om 01u30 door het Provinciecommando van Luik ingelicht over de afkondiging van het algemeen alarm. Wanneer hij om 02u30 de Dienst Bewapening/DREI contacteert, krijgt hij van 1Kapt IMF Van Roy de opdracht om de machines te ontmantelen en ze naar Gent over te brengen zoals dit voorzien is in het mobilisatieplan. Om 04u00 wordt het nodige treintransport aangevraagd. In eerste instantie zijn 20 gesloten en 5 platte goederenwagons voorzien voor het transport naar Gent. Deze trein komt om 06u00 aan in het vlakbij gelegen station Luik-Vivegnis [2]. Op hetzelfde ogenblik komen de arbeiders van de ochtendploeg toe in de fabriek en worden aan het werk gezet om de machines te demonteren. Om 08u00, twee uur na de feiten, ontvangt de MAE het bericht van de afkondiging van de algemene mobilisatie (fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden, die in en rond Luik al volop aan de gang waren. In de loop van de voormiddag begint het personeel met het laden van de reeds afgewerkte bewaping, gereedschap en machines op de materieeltrein. Tegen de avond wordt een tweede treinstel aangevraagd. Het laden van de eerste trein duurt tot de duisternis invalt omstreeks 21u30. Verder laden wordt verboden omdat geen licht gemaakt mag worden op de laadkaai. Ondertussen wordt Luitenant Materieelbeheerder (CDM) Wastelain uitgestuurd naar de staf van de 3de Militaire Circonscriptie (3MilCir) om extra voertuigen op te vragen. Hij wordt doorgestuurd naar de Rijkswachtbrigade van Seraing om met behulp van de rijkswacht 40 burgervrachtwagens op te eisen. Lt CDM Wastelain zal pas om 21u30 terugkeren met slechts 4 voertuigen.
![]()
Staf/MAE
Het eerste treinstel met materieel van de MAE dat op 10 mei werd geladen, verlaat het station Luik-Vivegnis om 01u00. De arbeiders van de MAE starten vanaf de eerste klaarte met het laden van het tweede treinstel. Kol IMF Bertrand verneemt rond 07u00 het nieuws dat de troepen belast met de verdediging van Luik, zich terugplooien op de linker Maasoever. Hij neemt telefonisch contact op met het HK van het IIIde Legerkorps (III/LK) waar hij van Cdt SBH Chainaye verneemt dat Luik door het leger zal verlaten worden. Hij wordt doorverbonden met Luitenant-generaal de Krahe, bevelhebber van het III/LK, en krijgt het advies om zijn personeel zo snel mogelijk te evacueren. Kort na dit telefoongesprek komt de Directeur van de FRC, op bezoek bij Kol IMF Bertrand om te overleggen wat met het personeel dient te gebeuren. Er wordt contact opgenomen met de Dienst Bewapening/DREI die aan beide directeurs de toelating geeft om zelf te beslissen wanneer ze hun personeel willen laten vertrekken. Hierop wordt een passagierstrein aangevraagd aan de NMBS die laat weten dat de trein om 10u00 in het station Luik-Vivegnis zal worden samengesteld, het vertrekuur van de trein wordt vastgelegd op 11u05.
Om 10u00 wordt het bevel gegeven om met het laden van de tweede materieeltrein te stoppen, een 17-tal wagons zijn intussen volgestouwd. Het personeel wordt naar huis gestuurd met het bevel zich om 11u00 terug aan te melden in het station Liege-Vivegnis. Eveneens om 10u00 vertrekt de vrachtwagencolonne van de MAE, onder begeleiding van de Luitenant CDM Wastelain en de Luitenanten van de reserve Fumal en Jacquet. De colonne bereikt via Ans en Hannuit de stad Tienen rond 13u00. Bij het buitenrijden van Tienen ontstaat een verkeersopstopping te Kumptich. Een colonne van het 30ste Bataljon Transmissietroepen (30TTr) staat langs de graskant geparkeerd en moet worden gepasseerd door de colonnes van het Vestingsregiment Luik (RFL) en van de MAE. De drie colonnes vormen een uitgelezen doelwit voor de vijandelijke luchtmacht die net het vliegveld van Goetsenhoven heeft gebombardeerd en het gelegenheidsdoel gebruikt om de rest van hun munitie af te werpen. Het konvooi wordt te Kumtich gedurende ongeveer een uur door de Luftwaffe gebombardeerd en beschoten. Hierbij raken Léon Schetz (burgerwerkkracht) en de Soldaat Gilbert Matriche (militaire werkkracht) gewond en worden enkele voertuigen zwaar beschadigd. Na het bombardement wordt de reisweg voortgezet via Mechelen naar Gent. De gewonden worden na aankomst in Gent overgebracht naar het Militair Hospitaal van Gent.
Ondertussen wordt een derde trein, met Kapt IMF Toulmonde als treincommandant en de Kapiteins IMF Dumont en Parmentier als begeleiders, ingezet voor de evacuatie van het personeel. Deze trein vertrekt om 11u13 vanuit het station Luik-Vivegnis maar heeft zwaar te lijden onder de gevolgen van de vijandelijke luchtaanvallen op de spoorinfrastructuur rond Luik. De trein met aan boord de militairen en arbeiders van de MAE wordt definitief gestopt ter hoogte van het station Luik Haut-Pré nabij Bierset. Het personeel zal zich uiteindelijk op eigen kracht naar het westen begeven. 1Kapt IMF Spirlet vervoegt Gent met zijn persoonlijk voertuig. Nadat alle treinen vertrokken zijn wordt de infrastructuur met de overgebleven werktuigen en machines overgedragen aan de Dienst der Militaire Gebouwen te Luik. Eens de overdracht voltooid verlaten Kol IMF Bertrand, Maj Adm Charles en 1Kapt IMF Dufour om 11u30 de gebouwen van de inrichting om zich met het stafvoertuig van de MAE naar Gent te begeven. Zij houden te Brussel nog even halt bij de Dienst Bewapening om verslag uit te brengen over het verloop van de evacuatie. Kol IMF Bertrand komt om 19u00 als eerste toe op de bestemming in Gent, gevolgd door de colonne vrachtwagens die om 23u00 toekomen. Waar de twee treinen met materieel zich ergens bevinden is op dat ogenblik niet bekend.
![]()
Staf/MAE
De MAE zal in Gent worden geïnstalleerd in de fabrieken van de “Societé d’Electricité et de Mécanique Van De Kerckhove & Carels NV” [3] eens de treinen met materieel en machines toekomen. In deze werkplaats werden tijdens de mobilisatie de laatste modificaties aan de torens van de pantservoertuigen AGC-1 van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps (Esc AB CC) aangebracht. De uit Luik gevluchte militairen en arbeiders komen in kleine groepjes aan in Gent en worden er ondergebracht in de Landbouwschool waar ze kunnen recupereren. De manschappen worden bevoorraad vanuit de Leopoldkazerne.
![]()
Staf/MAE
Kapt IMF Parmentier komt in de loop van de ochtend aan te Gent. Kolonel IMF Bertrand wordt door de Dienst Bewapening/DREI op de hoogte gebracht dat er een principieel akkoord is met het Franse Ministerie van Bewapening om de MAE naar Frankrijk over te brengen. De uitvoeringsbevelen zullen later volgen wanneer Luitenant-generaal Jamotte uit Frankrijk terugkeert. Hij vertrok naar Parijs om met de Fransen te overleggen waar de Belgische Inrichtingen voor Militaire Fabricatie het best naartoe gestuurd kunnen worden.
![]()
Staf/MAE
De directeur van de MAE wordt door de staf van de FRC op de hoogte gebracht dat de trein met de 17 wagons materieel van de MAE, die na 10u00 uit Luik vertrok, in Brugge is aangekomen [4]. Van de eerste trein, die om 01u00 uit Luik vertrok, is er voorlopig nog geen spoor. Een van de werklieden die op eigen kracht Gent wist te bereiken brengt de directeur ervan op de hoogte dat Jules Martin, een civiele werkkracht, ernstig gewond raakte bij een luchtbombardement op Oteppe nabij Vissoul. Hij zou later aan zijn verwondingen bezwijken [5]. Om 22u50 draagt de Dienst Bewapening aan Kolonel IMF Bertrand op om alle machines die zich in Gent bevinden op treinwagons te laden en per trein naar Adinkerke over te brengen. Hij wordt tevens verzocht om zich de volgende dag te Middelkerke op de Dienst Bewapening aan te melden om detailorders op te halen voor de verhuis naar Frankrijk.
![]()
Staf/MAE
Kol IMF Bertrand meldt zich aan bij de Dienst Bewapening te Middelkerke en krijgt de bevestiging dat het MAE naar Frankrijk zal verhuizen. De definitieve bestemming zal in de loop van de namiddag doorgegeven worden. Hij maakt gebruik van zijn bezoek om één 1 miljoen Belgische Frank te vragen om de lonen van zijn personeel te kunnen uitbetalen. Maj Adm Charles mag de som de volgende dag om 16u00 ophalen in een filiaal van de Nationale Bank te Oostende. Kort na het vertrek van Kol IMF Bertrand uit Middelkerke keert LtGen IMF Jamotte terug uit Parijs. Hij laat zijn staf schriftelijke orders opstellen met de locaties in Frankrijk waar de fabrieken, werkplaatsen en arsenalen zullen worden ondergebracht. Het betreft inrichtingen beheerd door de Franse staat met een gelijkaardige functie als de Belgische inrichtingen. De orders zullen de verschillende inrichtingen voor militaire fabricaten bereiken tussen 17u00 en 18u00.
Ondertussen wordt in het station Gent-Rabot alle daar aanwezig materieel van de MAE op een trein geladen. Wanneer Kol IMF Bertrand om 15u00 aankomt in Gent blijkt de telefoonverbinding met de Dienst Bewapening onderbroken te zijn. Hij begeeft zich naar de Plaatscommandant van Gent om van daar uit de Dienst Bewapening te contacteren maar het Plaatscommando bevindt zich niet meer op dezelfde locatie. Gebrand als hij is om zijn eindbestemming in Frankrijk te kennen begeeft zich vervolgens naar het HK van de 16de Infanteriedivisie (16Div). Hier slaagt hij erin om in verbinding te komen met de Dienst Bewapening en verneemt tijdens het gesprek dat de uiteindelijke eindbestemming voor de MAE in Frankrijk Brive-la-Gaillarde (Corrèze) zal worden.
Te Middelkerke slaagt LtGen IMF Jamotte erin om de Minister van Landsverdediging te overtuigen om alle arbeiders en hun families naar Frankrijk over te brengen. 1Kapt IMF Van Roy brengt de Staf/MAE op de hoogte van deze beslissing en verstrekt aanvullende richtlijnen voor de verhuis van het personeel naar Frankrijk. Ze moeten allen in het bezit gesteld worden van een vrijgeleide met als statuut “Ouvriers d’Etat”. Voor de families van de werklieden van de MAE komt de beslissing echter te laat, zij bevinden zich nog te Luik dat al enkele dagen bezet is door de vijand. Slechts enkelen zullen van de gunstmaatregel kunnen genieten. Op dat ogenblik zijn de laadoperaties in het station Gent-Rabot nog volop aan de gang. Tegen valavond wordt duidelijk dat niet alle materieel op de beschikbare wagons geladen kan worden, er moeten nog 17 wagons gevonden worden om de rest van het materieel te laden. Om 23u30 begeeft Kol IMF Bertrand zich naar de Verkeersregelingscommisie van Gent om rijtuigen voor het transport van het personeel en 17 extra wagons voor het resterend materieel aan te vragen. Hij wenst de trein de volgende dag te zien vertrekken om 16u00.
![]()
Staf/MAE
De beschikbare wagons zijn tegen 02u30 volledig geladen, er wordt gewacht op de aanvullende rijtuigen om de trein verder te laden. Een installatieploeg onder leiding van 1Kapt IMF Spirlet en Lt IMF Declaye worden met persoonlijke voertuigen naar Brive gestuurd om de komst van de rest voor te bereiden. Na het vertrek van alle materieel en personeel verlaat Kol IMF Bertrand samen met 1Kapt Dufour rond 16u00 Gent om zich met hun stafvoertuig langs de baan naar Brive te begeven.
Detachement Parmentier/MAE
Om 15u30 vertrekt een konvooi met 25 vrachtwagens en een honderdtal manschappen onder bevel van Kapitein IMF Parmentier naar Brive. Lt CDM Wastelain, Lt Dupont en Lt Fumal worden eveneens met de colonne voertuigen meegestuurd als begeleiders.
Detachement Soumoy/MAE
Na de vrachtwagens vertrekt ook de trein met het personeel en de 49 wagons met materieel. Op dat ogenblik ontbreekt nog 200 man die Luik per trein verlaten hebben maar nog steeds niet in Gent toegekomen zijn. Kapitein-commandant Soumoy wordt aangeduid als treincommandant, bijgestaan door Lt Res Jacquet. De trein heeft 24 uur nodig om Gent te verlaten.
![]()
Detachement Soumoy/MAE
De trein van de MAE slaagt er eindelijk in om Gent te verlaten. Het opgelegde rijpad loopt van Gent via Lille – Arras -Abbeville – Eu – Dieppe – Rouen – Lisieux – Châteauroux en Limoges naar Brive-la-Gaillarde.
![]()

Kol IMF Bertrand en 1Kapt IMF Dufour (in burgerkledij) te Brive
Staf/MAE in Frankrijk
Kolonel IMF Bertrand en 1Kapt IMF Dufour komen om 11u30 als eerste aan in Brive nog voor de installatieploeg van 1Kapt IMF Spirlet. Onmiddellijk na zijn aankomst neemt de directeur contact op met de Franse burgerlijke en militaire autoriteiten van Brive-la-Gaillarde. De Franse militaire autoriteiten zijn slechts gedeeltelijk op de hoogte van hun aankomst. Zij verwachten het personeel van een wapenfabriek uit Gent. Kol IMF Bertrand wordt doorgestuurd naar de “Ateliers de Construction de Brive – ABE” die maar wat graag de Belgische arbeiders willen inschakelen in hun productieproces. Deze Franse wapenfabriek, een afdeling van de Manufacture d’Armes te Tulles (MAT), is nog in volle opbouw en is belast met de constructie van 20mm kanonnen voor de Franse luchtmacht. Er zijn te weinig gekwalifieerde arbeidskrachten en de militaire encadrering is maar povertjes. De machines worden geïnstalleerd naargelang de fabriekslokalen worden opgeleverd. Volgens gesprekken met de Franse directeur van de fabriek zouden de Belgen “au fur et à mesure” worden ingeschakeld al naargelang de behoeften van de Fransen. Groot is dan ook de verwondering aan Franse kant wanneer Kol IMF Bertrand laat horen dat volgens zijn orders de Belgen een autonome wapenfabriek dienen op te richten ten dienste van het Belgische leger. Het gesprek wordt afgerond met de melding dat er contact zal worden opgenomen met het Ministère de l’Armement om de zaak op te helderen. Later op de dag, tegen 21u00 komt de installatieploeg van 1Kapt IMF Spirlet toe in Brive.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Het antwoord van het Franse ministerie van bewapening laat niet op zich wachten. De directeur van het MAT deelt volgende boodschap mee aan Kol IMF Bertrand: “En vertu des instructions reçus du Ministère de l’Armement, le personnel replié de la Manufacture d’Armes de l’Etat sera employé dès son arrivé aux frabrications en cours en l’ABE. Le Directeur de la MAE prendra ses dispositions pour reconstituer à Brive son établissement. Cet officier supèrieure établira un plan coté des locaux nécessaire à cette fin. Ce plan sera soumis au Directeur de la MAT qui décidera des locaux de l’ABE à affecter à la MAE“. De Fransen laten weing twijfel bestaan hoe ze denken over de oprichting van een autonome Belgische wapenfabriek in Brive-la-Gaillarde.
Detachement Soumoy/MAE in Frankrijk
Te Abbeville wordt de trein van Cdt Soumoy eerst richting Amiens gestuurd maar daar wordt de doortocht versperd door de vernieling van het station van Amiens na een luchtbombardement [6]. De trein rijdt terug naar Abbeville waar de trein plots in het station blijft stilstaan. De locomotief moet dringend bevoorraad worden in kolen en water en dient zich daarvoor naar een depot te verplaatsen. De locomotief wordt losgekoppeld en tijdens het wachten op het rangeerterrein van het station in Abbeville klimmen heel wat gevluchte Belgische, Franse en Britse militairen aan boord van de trein. Omdat de locomotief maar niet terukeert gaan Cdt Soumoy en Lt Jacquet onderzoeken wat er aan de hand is. In het depot vinden ze de machinist en de locomotief terug die echter nog geen kolen aan boord heeft kunnen nemen omdat het personeel van de SNCF het depot al verlaten heeft. Een aantal werklieden wordt ter beschikking gesteld van de machinist om de kolen te bunkeren. Daarna wordt de reis voortgezet om tussen Eu en Dieppe tot stilstand te komen. Het spoor zit volledig vast door een lange rij wachtende treinen. Een groot deel van het personeel is niet bereid nog langer te wachten en zet de tocht op eigen kracht verder. Cdt Soumoy en Lt Jacquet blijven aan boord en vertrekken per trein nadat het spoor terug vrij komt. De trein bereikt langzaam maar zeker Dieppe. In het station Dieppe – Quay ondergaat de trein een luchtbombardement waarbij er enkele gewonden vallen.
![]()
![]()

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.
Detachement Parmentier/MAE in Frankrijk
Kapitein IMF Parmentier en het konvooi met de 25 vrachtwagens komt om 14u00 voltallig toe in Brive.
![]()
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Het personeel dat de colonne voertuigen begeleidde wordt ingeschakeld in de verschillende diensten van de ABE. Hun loon wordt nu door de Fransen betaald volgens Franse barrema’s. Kol IMF Bertrand slaagt erin om telefonisch contact op te nemen met de directeur van de FRC die zich in Roanne bevindt en verneemt dat de FRC zich in een gelijkaardige positie bevindt.
![]()
Detachement Soumoy/MAE in Frankrijk
De trein met materieel en personeel van de MAE, die op 17 mei uit Gent vertrok, komt eveneens toe in Brive. De trein heeft nog slechts 17 wagons met materieel en in de rijtuigen met personeel bevinden zich slechts 251 manschappen. Onderweg werd de trein gebombardeerd en een aantal wagons moest worden achtergelaten.
![]()

De Manufacture d’Armes (MAT) te Tulles waar het personeel van de MAE werd tewerkgesteld.
Staf/MAE in Frankrijk
Volgende officieren van de MAE zijn erin geslaagd Brive-la-Gaillarde te bereiken: Kol IMF Bertand (Directeur), Maj Charles (Beheerder), 1Kapt IMF Dufour (Onderdirecteur), 1Kapt IMF Spirlet, Cdt Soumoy, Kapt IMF Toulmonde, Kapt IMF Dumont, Kapt IMF Parmentier, Lt IMF Declaye, Lt CDM Wastelain, Lt Quiriny, Lt Res Fumal, Lt Res Filot, Lt Res Jacquet, Lt Res Culot en Lt Res Dupont. Ook de secretaris van de MAE, Dhr Moors is in Brive terechtgekomen.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Vanaf 26 mei wordt het personeel van de MAE tewerkgesteld in het Atelier de Construction de Brive (ACB) en in de Manufacture d’Armes de Tulle (MAT) op zo’n 25 kilometer van Brive.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Kol IMF Bertrand slaagt erin om in de loop van de voormiddag telefonisch contact op te nemen met de Dienst Bewapening/DREI die zich in Saint-Julien-Lars nabij Poitiers bevindt bij de rest van het MLV. Hij brengt de dienst op de hoogte van de stand van zaken. Hij krijgt het bevel om zich naar Parijs te begeven om de zaak te bespreken met LtGen IMF Jamotte. De directeur van de MAE vertrekt dezelfde dag nog naar Parijs.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Om 08u00 vindt op het Franse Ministère de l’Armement een vergadering plaats tussen LtGen IMF Jamotte, Kolonel IMF Cotes hoofd van de Dienst Bewapening en de directeurs van de MAE, FRC en de AFM. Tijdens de vergadering komt het nieuws binnen van de Belgische capitulatie waardoor de vergadering wordt opgeschort in afwachting van concrete richtlijnen. Na enkele uren wachten vernemen de directeurs dat de Belgische regering in ballingschap beslist heeft dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten de capitulatie blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden. Hierop worden de directeurs van de verschillende EFM teruggestuurd naar hun eenheid met de opdracht om hun personeel zo snel als mogelijk te integreren in de Franse werkplaatsen.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Kol IMF Bertrand verlaat Parijs en keert terug naar Brive. Daar aangekomen neemt hij contact op met de directeur van het MAT te Tulle om hem op de hoogte te brengen van de richtlijnen die hij vanuit Parijs meekreeg. Het lot van de Belgische arbeiders van de MAE is hiermee bezegeld, zij zullen worden geïntegreerd in de werkplaatsen van de afdeling van het MAT te Brive.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Kol IMF Bertrand wordt aangesteld als onderdirecteur van de ABE te Brives. Tevens worden de officieren van de MAE op de hoogte gebracht van de verantwoordelijkheden die zijn dienen op te nemen in de werkplaatsen van Brive.
![]()

Hospitaal van Brive waar werkman Henri Vlekken werd opgenomen.
Staf/MAE in Frankrijk
Veel van de oudere arbeiders, onder hen talrijke veteranen van de Eerste Wereldoorlog, proberen kost wat kost Brive te bereiken. Enkele arbeiders liepen zelfs verwondingen op tijdens luchtbombardementen onderweg. Te voet, per fiets, met opgeëiste voertuigen en vrachtwagens komen ze doodvermoeid toe te Brive. Tegen 4 juni is iedereen die op tijd de Somme wist over te steken aangekomen te Brive. Kenmerkend is het verhaal van Henri Vlekken. Deze 46 jarige oud-strijder en invalide van WOI volgt zijn kameraden naar het zuiden van Frankrijk waar hij het laatste stuk van de reis op eigen kracht aflegt. Total uitgeput komt hij in Brive toe waar hij onmiddellijk gehospitaliseerd wordt in het Hôpital Complèmentaire du Collège George Cabanis. Ondanks de goede zorgen overlijdt hij op 4 juni aan ontbering. Hij wordt ter plaatse begraven.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
De snelle opmars van de Duitsers ten zuiden van de Somme leidt tot de val van Parijs op 14 juni. Dit heeft gevolgen voor het Belgische MLV dat zich sedert 31 mei in Poitiers bevond. Zij dienen een nieuwe locatie meer zuidwaarts op te zoeken.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Op 17 juni om 13u30 richt Maréchal Pétain zich in een radiotoespraak tot de Franse bevolking om de nakende capitulatie van Frankrijk aan te kondigen. Het MLV dat zich noch steeds te Poitiers bevindt dient op bevel van de Fransen, Poitiers uiterlijk te verlaten voor 24u00. Er wordt in eerste instantie uitgeweken naar Sauveterre-de-Guyenne, een dorp met een 700-tal inwoners. De overrompeling is dermate groot dat de eenheden die afhangen van het MLV niet op de hoogte gebracht worden van de verhuis. Wanneer Kol IFM Bertrand dan ook op 18 juni telefoneert naar Poitiers krijgt hij een Franse officier aan de lijn die hem laat weten dat de Belgen Poitiers verlaten hebben naar een voor hem onbekende bestemming. Uiteindelijk komt Kol IMF Bertrand de nieuwe opstelplaats van het MLV te weten via Luitenant-generaal Wibier van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI). Wanneer Kol IMF Bertrand uiteindelijk in contact kan treden met het MLV heeft men er geen enkel idee waar de Dienst Bewapening zich ergens bevindt.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Het verlies van alle verbindingen met de Dienst Bewapening wordt pas prangend wanneer op 19 juni een colonne van het FRC Brive passeert. Zij hebben Roanne ijlings moeten verlaten door de snelle opmars van de Duitsers. Onzeker of de MAE nog wel veilig is in Brive stuurt Kol IMF Bertrand de Luitenant IMF Declaye naar Sauveterre-de-Guyenne om specifieke orders op te halen. Deze officier vertrekt tegen 16u30. Ondertussen neemt het Franse garnizoen van Brive de nodige maatregelen om de stad te verdedigen.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Lt IMF Declaye komt terug van het MLV met een geschreven order ondertekent door Luitenant-kolonel SBH Lambinon van het Kabinet van het MLV. Hierin staat dat het MAE zich volledig moet richten naar de orders die aan het ABE gegeven worden. Indien het ABE vertrekt dan kan het MAE ook vertrekken, indien het ABE blijft dan dient ook het MAE in Brive te blijven. Wel mag de verplaatsing al voorbereid worden door al het materieel op vrachtwagens te laden.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Kol IMF Bertrand geeft het bevel om te starten met het laden van de voertuigen. Er wordt een vergadering gehouden met het personeel waarbij een kleine helft van het personeel te kennen geeft niet verder zuidwaarts te willen trekken. Om 17u00 komt een telefoonbericht binnen van het MLV dat de MAE in Brive dienen te blijven. Er wordt gestopt met het laden van de voertuigen. Wanneer de directeur van het MAE contact opneemt met zijn Franse collega komt hij te weten dat het departement Corrèze niet door de Duitsers bezet zal worden en dat ook het ABE opdracht heeft gekregen om ter plaatse te blijven.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Frankrijk capituleert en in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbind de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen nog naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een dergelijke uitlevering zullen nog een tijdje op zich laten wachten. De samenwerking met de Franse arsenalen en werkplaatsen wordt onmiddellijk stopgezet.
Nieuwe problemen duiken op. Daar waar de specialisten van de MAE aanvankelijk meer dan welkom waren om de productie in de ABE op te starten zijn ze nu overbodig geworden door de aangroei van personeel afkomstig uit Parijse en andere arsenalen die op de vlucht gegaan zijn voor de Duitsers. Het kantonnement van de Belgen wordt ingekrimpt en de bevoorrading in voedsel wordt schaars en is van slechte kwaliteit.
![]()
Staf/MAE in Frankrijk
Kol IMF Bertrand beschikt over geen enkele orders wat betreft het lot van zijn personeel. De onvrede bij het personeel neemt toe en steeds meer werklieden verlaten de rangen, op 8 augustus zijn er al 135 ontbrekenden. Dit leidt ertoe dat de directeur aan 1Kapt IMF Dufour het bevel geeft om zich naar het MLV in Villeneuve-sur-Lot te begeven om schriftelijke orders op te halen. 1Kapt IMF Dufour keert terug met de boodschap dat Kol IMF Bertrand de terugkeer van zijn personeel naar België zelf mag regelen. Hij neemt contact op met Dhr Pollard, afgevaardigde van het Belgisch Rode Kruis in Corrèze die de terugkeer van Belgische vluchtelingen moet regelen. Ze komen overeen dat het personeel van de MAE als te repatrieren vluchtelingen zal beschouwd worden en per trein naar Belgie zullen kunnen terugkeren. De trein zal het personeel van de MAE op 20 augustus om 11u00 aan boord nemen te Brive en de demarcatielijn passeren in Châteauroux. De trein verschijnt stipt op tijd en het personeel stijgt in klaar om te vertrekken. Een kwartier na het voorziene vertrekuur komt het bericht dat de terugkeer uitgesteld is tot 22 augustus 14u00. Grote ontgoocheling alom temeer omdat het personeel niet meer over logement beschikt en noodgewongen op de trein moet blijven overnachten. Exact zoals afgesproken vertrekt de trein op 22 augustus met aan boord 461 arbeiders, 185 familieleden en 550 vluchtelingen uit het departement Corrèze. Op 23 augustus stopt de trein te Vierzon waar Kol IMF Bertrand en 1Kapt IMF Dufour ontwapend worden. Daarna zet de tocht zich verder en op 24 augustus komt de trein tegen 06u00 aan te Brussel waar een groot deel van de vluchtelingen de trein verlaat. De tocht wordt voortgezet tot het station Luik-Vivegnis waar het personeel van de MAE uitstapt.
![]()
Na hun terugkeer in België worden 1Kapt IMF Dufour en Lt CDM Wastelain lid van het verzet. Bij twee verschillende acties van de Geheime Feldpolizei worden ze opgepakt en naar Duitsland gedeporteerd. Lt CDM Wastelain wordt geëxecuteerd in het kamp van Wolfenbuttel op 1 juni 1944, 1Kapt IMF Dufour komt van ontbering om het leven in het kamp van Gross-Rozen op 4 februari 1945.
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MAE | DESOLEIL | Jean, D. | 02.02.1892 | Liège | 03.06.1940 | Brive (F) | Overleden door uitputting | ||||
| MAE | DOTHEE | Antoine | (Onbekend) | (Onbekend) | (Onbekend) | Brive (F) | Overleden door uitputting | ||||
| MAE | MARCHANDISSES | Fernand, A.J. | Burger | 26.06.1882 | Aineffe | 13.06.1940 | Herstal | Wapensmid, overleden door ontbering. | |||
| MAE | MARTIN | Jules, F.J. | 17.06.1909 | Vivegnis | 16.05.1940 | Vissoul | Vermoedelijk verwond bij luchtbombardement op Oteppe van 12 mei, overleden aan zijn verwondingen op 16 mei. |
||||
| MAE | VLEKKEN | Henri, J.T. | Burger | 29.10.1894 | Liège | 04.06.1940 | Brive (F) | Overleden door uitputting |
![]()
- Achtergrondinformatie bij de Mauser Mod 89/36 en de Staatswapenfabriek [On Line Beschikbaar]: https://littlegun.be/arme%20belge/artisans%20identifies%20ma/a%20man%20belge%20etat%20mauser%201936%20gb.htm [Laatst geraadpleegd 8 december 2025].
- Achtergrondinformatie bij het station van Liege-Vivegnis gelegen in de wijk Saint-Léonard aan de Place Vivegnis [On Line Beschikbaar]: https://www.garesbelges.be/liege_vivegnis.htm [Laatst geraadpleegd 8 december 2025].
- Achtergrondinformatie bij het bedrijf “Societé d’Electricité et de Mécanique Van De Kerckhove & Carels NV” [On Line Beschikbaar]: https://www.industriemuseum.be/nl/collectie-item/de-acec-site-een-imposante-metaalhub en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/personen/12949 [Laatst geraadpleegd 8 december 2025].
- Deze trein werd naar alle waarschijnlijkheid doorgestuurd naar Gent. Lt Jaquet verklaart in zijn verslag dat hij te Gent belast werd met het ontladen en nadien het opladen van het uit Luik geëvacueerde materieel. Ontladen van de trein uit Brugge, laden van de trein naar Frankrijk (TBC).
- Overlijdensakte van arbeider Jules Martin opgesteld door Jules Heneffe, burgemeester van Vissoul op 16 mei 1940. Jules Martin bevond zich vermoedelijk op de trein met personeel die het station Luik-Vivegnis verliet om 11u13 op 11 mei. Hij zette zijn tocht te voet verder nadat de trein ter hoogte van Bierset werd gestopt. Hij raakte vermoedelijk verwond op 12 mei 1940 bij het luchtbombardement op Oteppe (Vissoul) en overleed aan zijn verwondingen op 16 mei 1940 (althans de datum waarop zijn overlijden officieel werd vastgesteld).
- Het station van Abbeville bevindt zich ten zuiden van de Somme en beschikt over een groot rangeerterrein (la gare anglaise). Vanuit Abbeville lopen twee sporen; één die de Somme stroomopwaarts volgt naar het zuidoosten richting Amiens en een tweede die initieel de Somme stroomafwaarts volgt naar het noordwesten om vervolgens ter hoogte van Cahon af te buigen naar het zuidwesten richting Dieppe.
- Relaas FRC en MAE tijdens WOII [On Line Beschikbaar]: http://www.clham.org/t-4-fasc-6-dufour [Laatst geraadpleegd 24 februari 17]
- Niet ondertekend getypt verslag opgesteld in het Frans met in de hoofding de vermelding “Direction”, vermoedelijk geschreven door Kol IMF Bertrand, directeur van de MAE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de MAE bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
- Getypt verslag opgesteld in het Frans door Kapitein IMF Parmentier, ingenieur bij de MAE. Het verslag behandeld de volledige duur van de oorlog en bevindt zich in het dossier van de MAE bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
- Getypt verslag opgesteld in het Frans op 8 december 1948 door Lt Res Jacquet, verantwoordelijk voor het voertuigenpark van de MAE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de MAE bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
- “Le Major IFM Paul Dufour et les siens” [On Line beschikbaar]: https://www.freebelgians.be/articles/print.php?id=127 [Laatst geraadpleegd 12 december 2025]
- Jamart, J. (1994) L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
- De gegevens van de slachtoffers vermeld op de lijst van de MAE werden gecontroleerd met de gegevens in de database van de War Dead Register [On Line beschikbaar]: Zoek in het War Dead Register | Belgian War Dead Register [Laatst geraadpleegd 14 december 2025]
