![]()
| Reglementaire benaming | Arsenaal voor het Wagenpark | Arsenal du Charroi |AC |
| Type | Arsenaal |
| Ontdubbeld van | n.v.t. |
| Onderdeel van | Algemene Inspectie der Militaire Fabricaten, Ministerie van Landsverdediging |
| Bevelhebber | Kolonel IMF Jules Brasseur |
| Adjunct | Majoor IMF L. Op De Beeck |
| Standplaats | Lange Leemstraat te Antwerpen |
| Samenstelling | Groepering Paardenwagens (Berchem) |
| Groepering Fietsen en Motorfietsen (Gentbrugge) (Lt IMF L. Ponsard) | |
| Groepering Motorvoertuigen (Berchem) (Kapt IMF G. Voncken) | |
| Compagnie Administratie (Lt E. Demierbe) |
![]()
Staf/AC
Het Arsenaal voor het Wagenpark (of Arsenal du Charroi – AC) behoort tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten (of Etablissements de Fabrications Militaires – EFM). Deze inrichtingen beheren een aantal fabrieken en andere vaste installaties die diverse wapens en uitrustingsstukken vervaardigen voor het leger. De EFM behoren tot de Territoriale Troepen en ontvangen bijgevolg hun orders van het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Binnen het MLV ressorteren ze voor wat hun dagelijkse werking en organisatie betreft onder de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten (of Inspection Générale des Fabrications Militaire – IGFM) geleid door Luitenant-generaal IMF Jamotte. De te realiseren productiecijfers voor het AC, gebaseerd op de totale behoefte van het leger, worden dan weer vastgelegd door de Dienst Wagenpark en Brandstoffen (SCC) van de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (oftewel Direction des Ravitaillements et Evacuations de la Zone Intérieure – DREI), een andere dienst van het MLV die geleid wordt door Luitenant-generaal Theunis. De IGFM controleert naast het AC ook nog volgende Inrichtingen voor Militaire Fabricaten:
- De Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (of Etablissements du Service de Protection contre les Gaz) – Et SPG
- De Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (of Ateliers de Fabrication de Munitions) – AFM
- De Koninklijke Kanongieterij (of Fonderie Royale de Canons) – FRC
- De Staatswapenfabriek (of Manufacture d’Armes de l’Etat) – MAE
Het AC wordt geleid vanuit de stafgebouwen en werkplaatsen aan de Lange Leemstraat 338 te Berchem, vlakbij het Militair Hospitaal [1]. Het effectief van het arsenaal bestaat aan de vooravond van de oorlog uit 7 officieren en ongeveer 1.800 militaire en civiele arbeiders. Deze zijn verdeeld over drie groeperingen en een Compagnie administratie. Sinds de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan wordt gewerkt in twee ploegen, de ochtendploeg werkt van 06u00 tot 14u00 en de avondploeg van 14u00 tot 22u00. De arbeiders reizen dagelijks van hun woonplaatsen te Brussel, Dendermonde en Lier naar het arsenaal. Het arsenaal werkt nauw samen met het Reservewielvoertuigenpark (oftewel Parc du Charroi de Réserve – PCR) dat alle voertuigen die niet hersteld kunnen worden in het herstellingsatelier van het park doorstuurt naar het arsenaal. Ook de in het AC herstelde voertuigen gaan terug naar het Reservewielvoertuigenpark voor verdere herverdeling naar het veldleger. De actieve officieren behorende tot het Arsenaal voor het Wagenpark die het militair brevet behaalden van ingenieur mochten deze titel achter hun graad gebruiken. Vandaar de vermelding Ingénieur de Fabrication Militaire (IFM) of Ingenieur der Militaire Fabricaten (IMF). Het AC wordt aan de vooravond van de oorlog geleid door Kolonel IMF Brasseur die de functie van directeur van het AC waarneemt.
Gpg Motorvoertuigen/AC
De Groepering Motorvoertuigen bevindt zich te Berchem en staat in voor de montage en herstelling van motorvoertuigen. Deze groepering staat onder de leiding van Kapt IMF Voncken.
Gpg Paardenwagens/AC
De Groepering Paardenwagens bevindt zich eveneens te Berchem en is gespecialiseerd in de herstelling van paardenwagens en houten wielen maar beheert ook de houtvoorraad van het Arsenaal.
Gpg Fietsen en Motorfietsen/AC
De Groepering Fietsen en Motorfietsen, die zich te Gentbrugge bevindt,staat in voor de herstelling van fietsen en motorfietsen al dan niet met zijspan. De Gpg Fietsen en Motorfietsen wordt bevolen door Lt IMF Ponsard.
![]()
Staf/AC
Om 05u00 ondergaat Antwerpen een eerste luchtbombardement waarbij de vestiging van het Arsenaal voor het Wagenpark in Berchem getroffen wordt door verschillende brandbommen. De werkplaatsoverste samen met de wacht weet erger te voorkomen door de verschillende brandhaarden te blussen. Kolonel IMF Brasseur wordt omstreeks 05u15 op de hoogte gebracht van de Duitse luchtaanval en komt een uur later aan in de Lange Leemstraat. In de loop van de dag worden de telefoonverbindingen met het Ministerie van Landsverdediging verbroken waarop Kol IMF Brasseur besluit om zich persoonlijk in verbinding te stellen met de Dienst Wagenpark en Brandstoffen (SCC) te Brussel. Voor zijn vertrek treft hij nog de nodige maatregelen om een snelle verhuis naar de linker Scheldeoever mogelijk te maken. In Brussel verneemt Kol IMF Brasseur dat de, in het mobilisatieplan voorziene, verhuis naar een verkend kantonnement op de linker Scheldeoever niet doorgaat. Enkel de Staatswapenfabriek en de Kanongieterij krijgen de toelating om in te pakken en te verhuizen. Dit omdat beide inrichtingen gevestigd zijn te Luik en bij een mogelijke Duitse aanval al snel in de frontlijn zouden komen te liggen. De werkplaatsen van het AC moeten dan ook na het begin van de vijandelijkheden gewoon blijven doorwerken op hun vredesvoetlocatie. Die dag worden geen verdere bevelen meer ontvangen, deels omdat de telefoonverbindingen het gedurende de rest van de dag laten afweten. De eerste dag van de oorlog ligt de efficiëntie van het arsenaal niet hoog omdat het werk constant onderbroken wordt door veelvuldige luchtalarmen.
Gpg Motorvoertuigen/AC
Om 06u00 komt de ochtendploeg toe in het arsenaal en krijgt te horen dat de werkzaamheden gewoon verder gaan. Er komen echter geen nieuwe opdrachten binnen van de Dienst Wagenpark en Brandstoffen waardoor afgewerkt wordt wat op stapel staat. Onder meer de AGC-1 tank nummer 833 van het Eskadron Pantserwagens Cavaleriekorps (Esc AB CC) die in herstelling is in het arsenaal. De tank wordt door de bemanning tijdens de ochtend opgehaald en teruggereden naar Brussel om er zijn eskadron te vervoegen.
![]()
Staf/AC
De telefoonverbindingen met de Dienst Wagenpark en Brandstoffen op het MLV zijn nog steeds niet hersteld en het arsenaal werkt in volledige isolatie verder aan de lopende opdrachten.
![]()
Staf/AC
Kolonel IMF Brasseur heeft nog steeds geen idee over wat er met zijn arsenaal dient te gebeuren. Hij vertrekt opnieuw naar het MLV te Brussel waar hij om 22u00 toekomt en een onderhoudt vraagt met Luitenant-kolonel IMF Tellier hoofd van de Dienst Wagenpark en Brandstoffen van het MLV. Tijdens het onderhoud stelt hij zelf voor om de installaties naar Poperinge te laten overbrengen. Dit voorstel wordt gunstig beoordeeld en Brasseur keert dezelfde avond nog terug naar Antwerpen. Intussen komen ook enkele pantserwagens van het 7de Franse Leger [10] aan in het arsenaal voor kleine herstellingen.
![]()
Staf/AC
Om 06u00 begint in Antwerpen de ochtendploeg met de werkzaamheden om de voorraden en machines op transport te plaatsen. Alle vrachtwagens van het arsenaal alsook enkele pas herstelde voertuigen worden geladen met materieel om naar het station van Zurenborg gebracht te worden. In het station worden enkele gesloten en platte wagons opgevorderd om het materieel en de voorraden van het arsenaal te transporteren. Een pendeldienst tussen het arsenaal en het station komt op gang. Een eerste trein is nog in de voormiddag vertrekkensklaar en een tweede wordt volgestouwd tot Kol IMF Brasseur, onder druk van enkele alarmerende berichten over de toestand in de Versterkte Positie Antwerpen, om 12u00 beslist de evacuatieoperatie te stoppen. De installaties in Berchem worden overgegeven aan een militaire wacht. De magazijnen zijn leeg en alleen enkele veel voorkomende machines worden achtergelaten bij gebrek aan platte wagons om ze te vervoeren. 1ste Kapitein Konikoff en het installatiepersoneel vertrekken met een eerste colonne motorvoertuigen, geladen met de archieven van de eenheid, richting Poperinge. Emmanuel Konikoff laat zijn colonne omrijden via de Groepering Fietsen en Motorfietsen te Gentbrugge en beveelt dit detachement om eveneens naar Poperinge uit te wijken. Brasseur geeft zijn personeel opdracht om zich tegen 16u00 naar Antwerpen-Zuid te begeven waar ze kunnen instijgen in klaarstaande rijtuigen.
![]()
Staf/AC
Te Antwerpen vertrekken twee treinen met materieel en één trein met personeel richting Poperinge. Met de voertuigen die het materieel van het arsenaal naar het station van Zurenborg brachten wordt een tweede colonne motorvoertuigen gevormd. Tegen de namiddag heeft het personeel en het materieel Antwerpen verlaten en blijft het arsenaal zo goed als leeg achter.
Gpg Fietsen en Motorfietsen/AC
Het atelier in Gentbrugge heeft intussen ook een trein volgeladen en een gedeelte van het personeel vertrekt met een aantal herstelde motorfietsen en side-cars richting Poperinge.
![]()
Staf/AC
In de loop van de dag komen de drie treinen met materieel en de trein met het personeel toe in Poperinge. Het materieel wordt niet uitgeladen en blijft aan boord van de drie materieeltreinen. Het personeel van het arsenaal wordt gehuisvest bij burgers te Poperinge. Kolonel IMF Brasseur begeeft zich naar Middelkerke waar het MLV zich in tussentijd heeft geïnstalleerd. Hij brengt bij het SCC verslag uit over de verplaatsing van zijn arsenaal naar Poperinge en krijgt opdracht om voorlopig ter plekke blijven in afwachting van nieuwe orders. Ondertussen slaagt LtGen IMF Jamotte erin om de Minister van Landsverdediging te overtuigen om ook de families van de arbeiders naar Frankrijk over te brengen. Ze moeten in het bezit gesteld worden van een vrijgeleide met als statuut “Ouvriers d’Etat”. Voor het AC komt deze beslissing echter te laat gezien het arsenaal Antwerpen reeds verlaten heeft.
![]()
Staf/AC
Tegen de middag komt te Poperinge een moto-estafette aan van de Staf/IGFM met de boodschap dat alle formaties van de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten naar Frankrijk moeten vertrekken. Kol IMF Brasseur wordt verzocht om zich onmiddellijk naar Middelkerke te begeven om er van de SCC de nodige instructies te ontvangen betreffende het vertrek naar Frankrijk. In Middelkerke krijgt de Directeur van het arsenaal te horen dat Saint-Etienne de eindbestemming wordt voor het AC. Eens terug in Poperinge worden de orders gegeven om naar Frankrijk te vertrekken. Op het ogenblik dat iedereen vertrekkensklaar is komt ook hier het bevel toe dat de familieleden van diegenen die het wensen mee naar Frankrijk kunnen vertrekken. Deze beslissing zal leiden tot vertragingen bij het vertrek van de personeelstreinen van het AC. Er worden vrachtwagens uitgestuurd naar Gent, Antwerpen en Brussel om de families op te halen. Bovenop de 1.800 personeelsleden van het AC moet ook nog transport gevonden worden voor een honderdtal familieleden. Eén materieeltrein kan Poperinge al verlaten om 16u00, een colonne voertuigen met aan boord het installatiepersoneel kan de stad nog verlaten tijdens de nacht van 16 op 17 mei.
![]()
Staf/AC
Er wordt nog gezocht naar een 70-tal rijtuigen voor het vervoer van het personeel. Wanneer dit geregeld is vertrekken de overige treinen rond 16u00 uit Poperinge, op dat ogenblik verlaat Kol IMF Brasseur het land en begeeft zich langs de baan naar Saint-Etienne.
![]()
Staf/AC
De IGFM en de diensten van de DREI vertrekken samen met de rest van het Ministerie van Landsverdediging naar Frankrijk. De eerste bestemming wordt Sainte-Adresse.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Kolonel IMF Brasseur bereikt Saint-Etienne en vindt er zijn installatieploeg terug. Intussen is er ook al een trein met materieel en personeel toegekomen. De installatieploeg brengt Kol IMF Brasseur op de hoogte dat de Franse autoriteiten de overdekte wielerbaan ter beschikking stellen om het personeel van het arsenaal in onder te brengen. De Directeur van het arsenaal gaat niet akkoord met de gevonden oplossing en beseft dat de treinen die op 17 mei in Poperinge vertrokken zijn, in de komende dagen zullen toekomen. Ze slagen erin de trein met het personeel te laten stoppen in Roanne en laten er het personeel en hun families uitstijgen. De mensen worden ondergebracht bij de burgers van de stadjes Saint-Symphorien, Saint-Victor en Regny. In elk van de plaatsen wordt een officier aangeduid als kantonnementscommandant.
![]()
![]()

Manufacture d’ Armes de Saint-Etienne waar Kol IMF Brasseur mee onderhandelde om het AC in Frankrijk opgestart te krijgen.
Staf/AC in Frankrijk
Vanaf 21 mei komen de treinen met het materieel van het AC toe in Saint-Etienne. Het materieel wordt echter niet ontladen en de treinen worden geparkeerd op zijsporen. Er worden verkenners uitgestuurd om binnen een straal van 100 km uit te kijken naar een geschikte vestigingsplaats om een autonome Belgische werkplaats in te richten. De verkenners komen terug naar Saint-Etienne zonder resultaat. Hierop start Kol IMF Brasseur een lange reeks onderhandelingen met de directeur van de “Manufacture d’ Armes de Saint-Etienne – MAS” waaruit al gauw blijkt dat de Fransen niet geneigd zijn om de Belgen toe te laten een eigen werkplaats op te richten. De Fransen hadden eerder gewild dat het Belgisch personeel zou tewerkgesteld worden in Franse werkplaatsen ten voordele van het Franse leger.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Het Ministerie van Landsverdediging wordt net zoals de rest van de regering doorgestuurd naar Poitiers. De eerste elementen van het ministerie komen hier dezelfde dag nog aan.
![]()
![]()
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Om 09u00 ontvangt Kol IMF Brasseur een telefoontje van zijn collega van het MAS met de boodschap dat het Franse Ministerie van Bewapening beslist heeft dat de Belgische arbeiders in eerste plaats dienden tewerkgesteld te worden in de Franse wapenfabriek. De overige arbeiders zouden aan de slag kunnen in een verlaten werkplaats in Boen-sur-Lignon, een vijftigtal kilometer ten noordoosten van Saint-Etienne. Kolonel IMF Brasseur had die werkplaats echter al verkend te samen met zijn onderdirecteur en die volledig ongeschikt gevonden om er het arsenaal in onder te brengen. Na een nieuw gesprek met de directeur van de MAS verneemt hij dat het ministerie eigenlijk beslist heeft dat het personeel van het AC verspreid zou worden over verschillende Franse werkplaatsen in Rennes, Toulouse, Lyon, Roanne en Saint-Etienne.
![]()

De s.s. Henri Jaspar van de CMB die op 26 mei in La Rochelle aanmeerde.
Staf/AC in Frankrijk
Kolonel IMF Brasseur is vast van plan om zijn opdracht, namelijk het heropstarten van het arsenaal in Frankrijk, ter harte te nemen en telefoneert met LtGen IMF Jamotte die zich in Parijs bevindt bij het Franse Ministerie van Bewapening. De situatie zit muurvast tot plots het bericht binnenkomt dat het stoomschip “Henri Jaspar” op zijn reis naar België werd afgeleid naar de haven van La Rochelle. Op 26 mei komt het schip toe in haven La Pallice nabij La Rochelle volgeladen met zo’n tweeduizend chassis voor voertuigen Het vaartuig moet er door het personeel van het AC ontladen worden. Onmiddellijk wordt een officier op verkenning gestuurd naar La Rochelle om het lossen van het schip te bespreken. Wanneer vanuit Parijs opdracht gegeven wordt om de chassis naar Boen over te brengen ziet Kol IMF Brasseur de kans om aan een inlijving door het MAS te ontsnappen. Na kort overleg met zijn officieren beslist hij om het arsenaal naar La Rochelle over te brengen om daar een geschikte plaats te zoeken voor de inrichting van de werkplaats. Nog voor de avond vertrekt het installatiepersoneel naar La Rochelle om de verhuis voor te bereiden. LtGen IMF Jammotte wordt nadien telefonisch op de hoogte gebracht van de beslissing en geeft zijn zegen voor de verhuis.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
De staf van het arsenaal neemt contact op met de stations van Saint-Etienne en van Roanne om respectievelijk één trein met materieel en één trein voor personeel te laten samenstellen en om een rijpad naar La Rochelle aan te vragen. Ondertussen wordt een aantal arbeiders die met een tijdelijke contract in dienst werden genomen door het AC naar de wapenfabriek van Saint-Etienne gestuurd om aan de vraag van de Fransen te voldoen en alzo geen argwaan te wekken. De Fransen zijn echter niet bereid om het snel op te geven en blokkeren de treinstellen in de stations van Saint-Etienne en Roanne. Het Belgisch personeel krijgt de opdracht om op de treinen te blijven zitten en geen gehoor te geven aan de Franse bevelen om uit te laden. Uiteindelijk vertrekt de trein met materieel met vier uur vertraging uit Saint-Etienne, de trein met personeel wordt 48 uur opgehouden in Roanne. Tevens wordt een colonne voertuigen samengesteld die zonder vracht Saint-Etienne verlaten op 27 mei.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Uitgerekend op de dag van de Belgische capitulatie komt Kolonel IMF Brasseur toe in La Rochelle. Niet zonder enige moeite slaagt hij erin om toegang te krijgen tot een verlaten vluchtelingenkamp in Surgère (Charente Maritime) op zo’n 30 kilometer ten oosten van La Rochelle. Hij wordt hierbij geholpen door de Belgische consul van La Rochelle en de Franse Plaatscommandant. Het personeel zal er worden ondergebracht in houten barakken. Op 29 en 30 mei komt het materieel en het personeel toe in Surgère en met behulp van de burgemeester van Surgère verloopt de installatie van het arsenaal vlot. Uiteindelijk legt ook het Franse Ministerie van Bewapening zich neer bij de feiten waardoor het arsenaal kan worden opgestart als een onafhankelijke Belgische werkplaats. Allicht houdt dit verband met het feit dat de Belgische regering in ballingschap onder druk van de Fransen instemt om de 7de Infanteriedivisie (7Div) terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt eraan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen en een Belgisch Arsenaal voor het Wagenpark in Frankrijk kan hiertoe bijdragen. De 7Div bevindt zich op dat ogenblik in Bretagne na een stapsgewijze terugtocht van het Albertkanaal waar ze op 11 mei werden teruggedrongen door de Duitsers.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Op 18 juni starten de Fransen met de ontruiming van Bretagne onder druk van de Duitsers die snel oprukken langs de Atlantische kust. Het Franse Ministerie van Bewapening geeft het bevel aan het AC om terug te plooien richting Langon (Gironde) ten zuiden van Bordeaux. Het installatiepersoneel die de verhuis moet voorbereiden vertrekt op 19 juni naar Saint-Martin-de-Lerm waar zich de Dienst Wagenpark en Brandstoffen (SCC) van het MLV zich bevind om er de installatie van het AC in Langon te coördineren. Uitgerekend op 19 juni waren de machines geïnstalleerd te Surgère in de productiehal die ter beschikking stond van het AC. Ook kwamen de eerste voertuigen toe die dienden gereviseerd te worden.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Op 20 juni worden telefonisch nieuwe orders verspreid. De bestemming voor het AC in het zuiden wordt gewijzigd van Langdon naar Toulouse. Kol IMF Brasseur neemt de nodige maatregelen om zowel alle personeel maar ook het materieel te verhuizen naar Toulouse. Er zijn echter onvoldoende voertuigen beschikbaar om alles in één keer te verhuizen en een stapsgewijze verhuis wordt gepland. De Franse Plaatscommandant van La Rochelle is gekant tegen de verhuis van de Belgen en wil ze ter plaatse houden. Hij wordt teruggefloten door het Franse Ministerie van bewapening maar geeft zich nog niet gewonnen en weigert ook maar enige steun te leveren voor de verhuis van het arsenaal. Het dispuut is nog niet helemaal opgelost want tegen de middag wordt Kolonel IMF Brasseur door een motorestafette komende van het SCC te Saint-Martin-de-Lerm op de hoogte gebracht dat slechts een gedeelte van het arsenaal naar Toulouse kan vertrekken, de rest moet doorwerken in Surgère. De directeur van het arsenaal verzamelt zijn personeel en brengt hen op de hoogte van de nieuwe orders. Twee groepen worden gevormd hetgeen leidt tot de eerste scheiding van het personeel van het arsenaal dat tot dan toe integraal de verplaatsing naar Frankrijk heeft kunnen maken. Het personeel wordt ook uitbetaald op die dag en aangezien het onmogelijk was het exacte bedrag te berekenen ontvangt elk personeelslid 1.000 Belgisch frank. Na de uitbetaling van de lonen verlaten diegenen die in Surgère zullen blijven de werkplaats. Zij worden onder bevel geplaatst van drie vrijwillige officieren, onder wie Kapitein IMF Voncken en Luitenant Matton. De rest begint met het laden van het noodzakelijk materieel en maakt zich klaar om naar Toulouse te vertrekken. Uiteindelijk vertrekt om 21u00 een colonne van 40 vrachtwagens richting Toulouse. Tijdens een halte te Pons beslist Kol IMF Brasseur door te rijden tot Toulouse om er nieuwe orders in ontvangst te nemen. Hij beveelt de colonne na de halte door te rijden naar Toulouse en bij aankomst te wachten aan de rand van de stad.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Frankrijk capituleert en wordt de facto opgedeeld in een deel dat bezet wordt door de Duitsers en een deel onder controle van de regering Vichy. In het verdrag dat Frankrijk te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbind de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen nog naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een dergelijke uitlevering zullen nog een tijdje op zich laten wachten. De Franse Vichy regering heeft geen zin om de Belgische strijdkrachten nog verder te steunen in hun strijd tegen Duitsland en verbied de Belgische eenheden om nog verplaatsingen uit te voeren in het niet bezette deel van Frankrijk. De colonnes die nog onderweg zijn moet hun verplaatsing onmiddellijk stopzetten en ter plaatse kantonnementen opzoeken. De directeur van het arsenaal verneemt in Toulouse dat hij, conform de Franse beslissingen, onmiddellijk op zijn stappen moet terugkeren om de colonne met materieel en personeel tegenhouden wanneer hij ze onderweg tegenkomt. De colonne wordt gestopt te Agen en afgeleid naar Lectoure waar ze kantonnementen moeten opzoeken en er zullen verblijven tot hun repatriëring naar België. De colonne met de installatieploeg onder leiding van de Onderdirecteur van het AC wordt staande gehouden te Montgiscard ten zuiden van Toulouse en zoekt er eveneens kantonnementen op. De volledige maand juli wordt doorgebracht in de kantonnementen te Surgère, Montgiscard en Lectoure. De installatie te Lectourne, waar zich ook heel wat Franse vluchtelingen bevinden, verloopt initieel moeilijk. Het personeel wordt ondergebracht in drie boerderijen waar ze een slaapplaats vinden in schuren of op de vrachtwagens. Geleidelijke aan verloopt de verstandhouding met de plaatselijke autoriteiten beter en krijgt het AC een school toegewezen om zijn personeel onder te brengen. Een nieuw probleem duikt op wanneer de financiële middelen op raken. De installatie te Surgère had handen vol geld gekost en tegen eind juli kunnen de lonen van de burgers en de soldij van de soldaten slechts gedeeltelijk uitbetaald worden. In tussentijd houdt het personeel van het arsenaal zich bezig met het paraat stellen van het voertuigenpark. Een poging om in Lectourne een technische school op te zetten mislukt bij gebrek aan interesse bij de Fransen. Op 2 augustus ontvangt de Staf/AC van het Kabinet MLV het bevel tot repatriëring van het personeel van het arsenaal; het arsenaal dient terug te keren naar zijn vredesvoet installatie te Berchem. Sporadisch probeert personeel, voornamelijk reserve officieren, op eigen initiatief terug te keren naar België maar het verkrijgen van de nodige documenten om de demarcatielijn te passeren is bijzonder moeilijk.
![]()
IGFM/ECM in Frankrijk
De Algemene Inspectie verhuist nog een laatste keer naar Villeneuve-sur-Lot.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Begin augustus wordt het personeel van het AC dat zich te Surgère bevindt per spoor naar België gerepatrieerd. De officieren die vrijwillig achterbleven te Surgères vervoegen Lectoure om de nodige papieren in orde te brengen voor de demobilisatie van het personeel. Zij konden hiervoor beschikken over voertuigen en brandstof door de Duitsers ter beschikking gesteld. Nadat de formaliteiten voor hun terugkeer vervuld zijn keren ze terug naar La Rochelle van waaruit ze België vervoegen. Luitenant-kolonel IMF Tellier, hoofd van het SCC, brengt op 21 augustus een bezoek aan het AC te Lectoure om de terugkeer naar België te bespreken. Hij wordt op de hoogte gebracht dat er geen vooruitgang geboekt wordt met de repatriatie van het AC naar België. De volgende dag krijgt het AC een schriftelijk bevel waarin staat dat alle voertuigen naar een voertuigenpark te Cox, een Franse stad op 50 km van Lectoure, gebracht moeten worden. Het AC dient een datum vast te leggen waarop het personeel per trein naar België geëvacueerd kan worden. Het AC bekomt van de Fransen de nodige brandstof om de militaire voertuigen naar Cox af te voeren. Nu beschikt het arsenaal enkel nog over de privévoertuigen van particulieren die met hun eigen voertuig naar Frankrijk zijn afgereisd. Het treintransport wordt gecoördineerd met de Belgische Wegenregelingscommissie van Auch aan wie de namen en de aantallen van de te repatriëren Belgen werd overgemaakt. Daar waar voor de burgers snel een plaatsje op een trein met terugkerende vluchtelingen kon worden gevonden levert de repatriëring van de 195 overgebleven militairen een probleem op. Dit aantal was te klein om een afzonderlijke trein in te zetten.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Intussen vervoegt het detachement dat zich in Montgiscard bevindt de rest van het arsenaal te Lectoure. Op 26 augustus laat het SCC weten dat de resterende militairen van het AC langs de baan naar België mogen terugkeren met de voertuigen die zich te Cox bevinden. Op 28 augustus wordt het bevel gegeven om met de 40 voertuigen in eerste instantie naar Saint-Etienne te rijden, vervolgen de demarcatielijn over te steken en de voertuigen aan de bezetter over te geven te Paray-le-Monial een Franse stad ten noordwesten van Lyon op ongeveer 550 kilometer van Lectoure. Dit stelt het AC voor een praktisch probleem; enerzijds zijn er niet genoeg chauffeurs meer aanwezig te Lectoure en anderzijds beschikt het AC slechts over 300 van de 1500 nodige liters brandstof om tot in Paray-le-Monial te geraken. Kolonel IMF Brasseur beschouwt de opdracht als onuitvoerbaar en zoekt naar een nieuwe oplossing. Op 31 augustus vertrekt het burgerpersoneel van het AC per trein naar België waar ze twee dagen later zonder incidenten toekomen.
![]()
Staf/AC in Frankrijk
Met de particuliere voertuigen die zich nog in Lectoure bevinden worden twee colonnes gevormd, één met burgers en één met militairen voornamelijk officieren en onderofficieren. Aangezien de deadline van 31 augustus, om niet in krijgsgevangenschap genomen te worden, al voorbij is beslist 1Kapt Konikoff om in Frankrijk achter te blijven met een twintigtal arbeiders die het voertuigenpark te Cox zullen onderhouden. Hij zal later proberen Belgisch Kongo te vervoegen. De twee resterende colonnes vertrekken op 3 september om 07u00 vanuit Lectoure en bereiken tegen de avond Lignière ten zuiden van Bourges. De volgende dag wordt geprobeerd de demarcatielijn over te steken maar dit wordt geweigerd door de Duitse autoriteiten. Te Vierzon wordt geprobeerd alsnog de nodige toelating te krijgen maar enkel de colonne met de burgers aan boord mag op 6 september doorrijden. De colonne met militairen moet op zijn stappen terugkeren en zich naar Paray-le-Monial begeven. Onderweg komen ze een colonne van het FRC tegen te Saint-Pourçain-sur-Sioule. Het FRC beschikte over de juiste papieren maar wordt ook een tiental dagen opgehouden vooral ze de demarcatielijn te Moulins kunnen oversteken. De officieren van het AC, met uitzondering van Kolonel IMF Brasseur, vervoegen de colonne van het FRC. Kolonel IMF Brasseur die noodgedwongen moet achterblijven te Saint-Pourçain ziet er op 21 september een colonne van het AFM voorbij passeren. Eén van de voertuigen had een technische panne en terwijl de colonne wacht op herstelling verdwijnt één van de buschauffeurs van het konvooi. Brasseur neemt de plaats in van de verdwenen chauffeur en keert uiteindelijk met de colonne van het AFM via Auxerre, Sedan en Bouillon naar Brussel terug.
![]()
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AC | DE CORTE | Hector, H. | Sdt | 30.01.1884 | Dendermonde | 21.05.1940 | Malaunay (F) | ||||
| AC | VAN HEMELRIJCK | Pierre | Burger | 03.12.1894 | Antwerpen | 24.05.1940 | Roanne (F) |
![]()
- Achtergrondinformatie bij de gebouwen van het arsenaal te Berchem [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/7254 [Laatst geraadpleegd 6 december 2025].
- Achtergrond informatie over het stoomschip “Henri Jaspar” [On line beschikbaar]: https://www.rdm-archief.nl/project/bouwnummer-rdm-153-s-s-henri-jaspar-1929-vracht-passagiersschip/ [Laatst geraadpleegd 6 december 2025]
- Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016]. Pantserwagens van het 7(FRA)Leger die tijdens de verplaatsing naar Antwerpen defect raakten werden in het Arsenaal voor het Wagenpark afgezet ter herstelling.
- Zeer gedetailleerd getypt verslag opgesteld op 21 december 1944 in het Frans door Kolonel IMF Brasseur, Directeur van het Arsenaal voor het Wagenpark, betreffende de gebeurtenissen bij het Arsenaal voor het Wagenpark van 10 mei tot 26 september 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten van Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Het verslag van Kolonel IMF Brasseur geeft een goed zicht op de manier waarop de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten gepoogd hebben de Belgische en geallieerde oorlogsinspanning te ondersteunen, eerst vanuit België, vervolgens vanuit Frankrijk.
- Jamart, J. (1994) L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
