![]()
| Reglementaire benaming | Uitrustingsdienst Service de l’Equipement | SE |
|
| Type | Territoriale Logistieke Steuneenheid | |
| Ontdubbeld van | n.v.t. | |
| Onderdeel van | Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone | |
| Bevelhebber | Kolonel Intendant Oscar Debroux | |
| Adjunct | Kaptein Intendant Lucien Fastrez | |
| Standplaats | Diverse | |
| Samenstelling | 1ste Uitrustingsdienst (Roeselare) | Stoffenmagazijn (Lt Adm Robert Pauwaert) |
| (Majoor Intendant Julien Debels) | Militaire Kledingfabriek (Maj Fernand Marteau) (Hugo Verrieststraat 99, Roeselare) | |
| Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting (Maj Octave Deneve) (Gasstraat, Roeselare) | ||
| 1ste Compagnie | ||
| 2de Uitrustingsdienst (Tielt) | Ledermagazijn (Lt Albert Dohogne) (Sint-Michielsstraat 5, Tielt) | |
| (Majoor Intendant Ferdinand Brasseur) | Atelier Militair Schoeisel (Kapt Emmanuel Van Handenhove) (Wakkensesteenweg, Tielt) | |
| 2de Compagnie (Lt J. Cornet) | ||
| 3de Uitrustingsdienst (Veurne) | Magazijn Kleine Uitrusting (Lt Georges Jouret) (Brugsesteenweg, Veurne) | |
| (Majoor Intendant Octave Devos) | Schoenenmagazijn Nr 1 (Lt Adm Res L. Respeliers) (Rozendalstraat, Veurne) | |
| Kledijmagazijn Nr 1 (Lt R. Licoine) (Kanaalstraat 12, Veurne) | ||
| 3de Compagnie (Lt A. Delsaux) | ||
| 4de Uitrustingsdienst (Gent) | Uitrustingsmagazijn Nr 1 (Lt Adm G. Stienon) (Grembergen) | |
| (Majoor Intendant Achille Brusseleers) | Uitrustingsmagazijn Nr 2 (1Kapt Adm Richard Baes) (Ronse) | |
| Uitrustingsmagazijn Nr 4 (Lt Adm R. Mottoulle) (Deinze) | ||
| Uitrustingsmagazijn Nr 5 (1Kapt Adm Jean Aerts) (Graanmarkt, Aalst) | ||
| Uitrustingsmagazijn Nr 6 (Lt Adm M. Manet) (Eeklo) | ||
| Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge (Kapt Adm Oscar Vanhoye) | ||
| Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Gent (Lt Adm L. Michaux) | ||
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Brugge (Lt A. Meersseman) | ||
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Gent (Lt Adm G. Blomart) | ||
| 4de Compagnie (Lt Pirnay) | ||
| 5de Uitrustingsdienst (Brussel) | Uitrustingsmagazijn Nr 3 (Kapt M. Guignon) (Rue de l’Arsenal 7, Namen) | |
| (Majoor Edouard Vandebundrie) | Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brussel (1Kapt Léon Rosel) | |
| Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Namen (Kapt R. Vanderauwera) | ||
| Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Antwerpen (Kapt J. Janssens) | ||
| Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen (Lt Adm P. Hennaut) | ||
| Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Brasschaat (1Kapt Norbert Paenen) | ||
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Brussel (Lt R. Boeyen) | ||
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Antwerpen (Lt M. ’t Jolle) | ||
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Namen (Lt H. Niedergang) | ||
| 5de Compagnie (Lt R. Trouillet) | ||
| 6de Uitrustingsdienst (Sint-Truiden) | Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Sint-Truiden (1Kapt Louis Molhan) | |
| (1ste Kapitein Maurice Clicteur) | Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Luik (1Kapt César Beirnaerd) | |
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Sint-Truiden (1Kapt Louis Molhan) | ||
| Herstellingswerkplaats Schoeisel Luik (Lt P. Willemart) | ||
| 6de Compagnie (Lt A. Molinghen) | ||
![]()
Staf/SE
De Uitrustingsdienst (oftewel Service de l’Equipement – SE) is verantwoordelijk voor de aankoop, fabricage, herstelling en verdeling van de persoonlijke uitrusting (uniformen, schoeisel, helmen, koppelriemen,…) van onze militairen. De meeste uitrustingsvoorwerpen en kledij wordt door burgerfirma’s aan het leger geleverd. Met de ervaring van de vorige wereldoorlog op zak, houdt het leger er ook een eigen productiecapaciteit voor uniformen en schoeisel op na. Daarenboven beschikt de dienst over een tiental herstellingswerkplaatsen voor diverse uitrustingsstukken. De militaire uitrustingsdienst, een Territoriale Steuneenheid, wordt bevolen door Kolonel Intendant Debroux die op zijn staf wordt bijgestaan door Kapitein Intendant Fastrez. De eenheid bestaat uit zes afzonderlijke uitrustingsdiensten gelegen te Roeselare, Tielt, Veurne, Gent, Brussel en Sint-Truiden.
Aan de vooravond van de oorlog zijn de logistieke verantwoordelijkheden verdeeld tussen het Groot Hoofdkwartier (GHK) en het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Het GHK beveelt de logistieke steuneenheden van het ‘veldleger’ die zich in de ‘Legerzone (of Zone de l’Armée)’ bevinden. Het MLV staat aan het hoofd van de ’territoriale steuneenheden’ die zich in de ‘Achterwaartse Zone (of Zone de l’Intérieure)’ bevinden. De Uitrustingsdienst valt onder de bevoegdheid van de Dienst Ravitailleringen en Productie van de Intendance (of SRPI), een stafsectie van de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (of Direction des Ravitaillements et Evacuations de l’Intérieur – DREI). De DREI is als onderdeel van het MLV verantwoordelijk voor de planning en organisatie van de ravitaillering en evacuatie buiten het operatiegebied van het veldleger. De Dienst Ravitailleringen en Productie van de Intendance, bevolen door Kolonel Intendant SBH Vermaelen, staat in voor de bevoorrading aan uitrusting en levensmiddelen voor het ganse Belgische leger. Kol Int SBH Vermaelen beheert de algemene reserve van het leger aan uitrusting en levensmiddelen en beschikt hiervoor over de Algemene Magazijnen van de Bevoorradingsbasis (MGBA), het 2de, 3de en 4de Territoriaal Intendancekorps, en de Uitrustingsdienst (SE).
1SE
De Staf en de meeste eenheden van de 1ste Uitrustingsdienst (1SE) bevinden zich te Roeselare. 1SE wordt bevolen door Majoor Intendant Debels die op de staf wordt bijgestaan door Lt Res Dopchie. 1SE beschikt over een Stoffenmagazijn (of Magasin de Tissues), een Militaire Kledingfabriek (of Fabrique Militaire de Vêtements – FMV)) en een Herstellingswerkplaats voor Gebruikte Uitrusting (of Usine de Réparation d’ Effets Usagés – UREU). Daarnaast wordt het personeel van 1SE beheerd door de 1Cie/1SE. Het Stoffenmagazijn bevindt zich als enige ondereenheid niet in Roeselare maar in de gebouwen van de twijnderij “Filature du Canal” te Izegem. Het Stoffenmagazijn werd op 14 april 1940 nog overgebracht van Rumbeke naar Izegem en is nog in volle reorganisatie aan de vooravond van de oorlog.
2SE
De 2de Uitrustingsdienst (2SE) staat onder bevel van Majoor Intendant Brasseur. De Staf/2SE bevindt zich te Tielt, evenals het Ledermagazijn bevolen door Lt Res Dohogne en het Atelier Militair Schoeisel bevolen door Kapt Adm Van Handenhove.
3SE
De Staf en alle eenheden van de 3de Uitrustingsdienst (3SE) bevinden zich te Veurne op verschillende locaties in de stad. 3SE wordt bevolen door Majoor Intendant Devos die op de staf wordt bijgestaan door Kapitein-commandant Blyau, zijn adjunct. 3SE beschikt over een Magazijn Kleine Uitrusting bevolen door Lt Jouret, het Schoenenmagazijn Nr 1 van Lt Adm Respeliers, en het Kledijmagazijn Nr 1 bevolen door Lt Licoine. Het personeel van 3SE wordt geadministreerd door de 3de Compagnie SE.
4SE
De 4de Uitrustingsdienst (4SE) wordt bevolen door Majoor Intendant Brusseleers die zich met zijn staf in Gent bevindt. Slechts twee ondereenheden van 4SE bevinden zich ook te Gent, namelijk de Herstellingswerkplaats Schoeisel van Lt Adm Blomart en de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij van Lt Adm Michaux. Voorts beschikt 4SE nog over vijf Uitrustingsmagazijnen, één te Grembergen, één te Ronse en één te Deinze, Aalst en Eeklo. Maj Int Brusseleers wordt op de staf bijgestaan door 1Kapt Adm van de reserve Van Oost. Tot slot bevinden zich nog te Brugge de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij van Kapt Adm Vanhoyen en de Herstellingswerkplaats Schoeisel van Lt Adm Meersseman. Het personeel van 4SE wordt geadministreerd door de 4de Compagnie SE, bevolen door Lt Adm Res Pirnay die wordt bijgestaan door Lt Res Lagrange.
5SE
De staf van de 5de Uitrustingsdienst (5SE) bevindt zich te Brussel. De verschillende werkplaatsen van 5SE zijn verspreid over de provincies Brabant, Antwerpen en Namen. De Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brussel en de Herstellingswerkplaats Schoeisel Brussel bevinden zich in de hoofdstad, het Uitrustingsmagazijn Nr 3, de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Namen en de Herstellingswerkplaats Schoeisel Namen bevinden zich in Namen. In de provincie Antwerpen bevinden zich de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Antwerpen, de Herstellingswerkplaats Schoeisel Antwerpen, de Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Brasschaat en de Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen. Het geheel wordt bevolen door Majoor Intendant Vandebundrie. Het personeel van 5SE wordt geadministreerd door de 5Cie.
6SE
De 6de Uitrustingsdienst, bevolen door 1ste Kapitein Clicteur, heeft zijn staf te Sint-Truiden. De verschillende werkplaatsen van 6SE bevinden zich in de provincies Luik en Limburg. Te Sint-Truiden bevinden zich de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Sint-Truiden en de Herstellingswerkplaats Schoeisel Sint-Truiden, te Luik zijn de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Luik en de Herstellingswerkplaats Schoeisel Luik gevestigd.
![]()
Staf/SE
De Staf/SE ontvangt in de loop van de voormiddag het bericht van de afkondiging van de Algemene Mobilisatie (Fase E van het Mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. In eerste instantie verandert er niet veel voor de Uitrustingsdienst, de normale routine dient te worden voortgezet in de verschillende werkplaatsen en magazijnen. Alleen de werkplaatsen die zich in het oosten van het land bevinden krijgen een verwittigingsbevel om de verplaatsing naar West-Vlaanderen voor te bereiden.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE
Het Stoffenmagazijn van 1SE wordt bestuurd door Luitenant Administrateur Res Pauwaert (TBC). Kapitein Res Jacques, Luitenant Res Janssens, Luitenant Res Pitz en Luitenant Res Tasiat staan hem bij als adjunct. Het Stoffenmagazijn bevindt zich in de gebouwen van een kleine twijnderij gelegen aan de Prins Albertlaan te Izegem. De twijnderij is een bijfiliaal van de Aalsterse katoenspinnerij “Filature du Canal” [1]. Het Stoffenmagazijn zet zijn normale werking verder tot 18 mei. Lt Adm Res Pauwaert is met verlof te Gent op het ogenblik dat de algemene mobilisatie wordt afgekondigd, hij vervoegt het Stoffenmagazijn tegen 10u00. Het magazijn is nauwelijks gereorganiseerd na de verhuis uit Rumbeke. Door de verhuis heeft de levering van stoffen een vertraging van een zestal weken opgelopen. Er wordt volop gewerkt om de achterstand in te halen en de leveringen in ontvangst te nemen. Er wordt overgegaan tot de verduistering van de lokalen, een permanentie van 24 uur wordt georganiseerd in het magazijn en patrouilles worden uitgestuurd om de omgeving van de installaties te Izeghem in de gaten te houden. De manschappen die op patrouille uitgestuurd worden beschikken echter niet over enige vorm van bewapening en voelen zich niet bijster confortabel bij deze opdracht. - Militaire Kledingfabriek/1SE
Bij het uitbreken van de oorlog wordt de Militaire Kledingfabriek van 1SE beheerd door Majoor Administrateur Marteau. Hij wordt bijgestaan door Lt Adm Stroobants, officier van het actief leger. De normale routine in de kledingfabriek wordt aangehouden tot 16 mei. - Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
De Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting, gelegen in de Gasstraat te Roeselare, zal gedurende de eerste oorlogsweek gewoon doorwerken. Deze werkplaats wordt geleid door Majoor Adm Deneve (TBC – Maj Adm Deneve komt in geen enkel verslag van 1SE voor) die vanaf 4 november ’39 wordt bijgestaan door Lt Delombaerde, Lt Adm Villers en Lt Adm Res Hauzoul. - 1Cie/1SE
Het personeel van 1SE wordt geadministreerd door de 1ste Compagnie van 1SE (1Cie/1SE). De 1Cie beschikt over een eenheidsarts, Onderluitenant geneesheer van de reserve Thier.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Het Ledermagazijn staat sedert 14 januari 1940 onder bevel van Lt Res Dohogne. Ook het ledermagazijn wordt op oorlogsvoet gebracht na afkondiging van de algemen mobilisatie. De werkzaamheden gaan na de start van de vijandelijkheden gewoon verder. Tot 14 mei zal het magazijn leder blijven ontvangen van de leveranciers in de burgerij.
3SE
- Schoenenmagazijn Nr 1/3SE
Na ontvangst van de afkondiging van het begin van de vijandelijkheden zet het Schoenenmagazijn Nr 1 van de 3SE zijn werkzaamheden te Veurne gewoon verder tot 15 mei. Het magazijn wordt geleid door Luitenant Administrateur van de reserve Respeliers die wordt bijgestaan door drie adjuncten; Lt Res Stulandt, Lt Res Lepage en Lt Res Bouckaert.
4SE
- Staf/4SE
De Staf/4SE bevindt zich bij de start van de vijandelijkheden nog steeds te Gent. Majoor Intendant Brusseleers brengt zijn verschillende ondereenheden op de hoogte van de afkondiging van de Algemene mobilisatie. - Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE
Bij het uitbreken van de vijandelijkheden wordt het Uitrustingsmagazijn Nr 1 nog steeds beheerd door Lt Adm Stienon, die vanaf 9 mei hierbij wordt geholpen door Lt Res Catteau. Om 18u10 worden de twee Scheldebruggen in Dendermonde gebombardeerd. De nieuwe Scheldebrug tussen de Veerstraat en de Steenweg van Grembergen werd volledig vernield, de oude Scheldebrug raakte beschadigd, enkel het gedeelte voor voertuigen is nog bruikbaar, het gedeelte met de treinsporen is beschadigd. Ook het Uitrustingsmagazijn Nr 1 wordt getroffen bij deze luchtaanval. Hierbij gaat een gedeelte van de voorraad verloren. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE
Kapitein van de Administratie Vanhoye, actief officier en beheerder van de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge ontvangt in de loop van de ochtend het nieuws van het uitbreken van de oorlog. Hij laat de normale werkzaamheden doorzetten.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
Kapitein Guignon krijgt om 09u00 het bevel van Maj Int Vandebundrie om het Uitrustingsmagazijn Nr 3 klaar te maken voor evacuatie uit Namen. De bestemming zal later meegdeeld worden. Intussen moeten de installaties beveiligd worden tegen een eventuele luchtlanding. Omstreeks 16u00 laat Kapt Int Fastrez weten dat een lading van 14.000 paar militaire laarzen vanuit Namen naar het Schoenenmagazijn Nr 1/3SE te Veurne moet worden overgebracht.
![]()
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE
Er zijn geen leveringen gepland en de soldaten krijgen de opdracht om veldwerken uit te voeren nabij het magazijn. Het betreft het inrichten van schuilplaatsen die het personeel moeten beschermen in geval van een luchtaanval op de installaties. In de namiddag verneemt het personeel het nieuws van de luchtaanval op het vliegveld van Zwevegem, amper een tiental kilometers verwijderd van het magazijn. In de loop van de dag komt het bevel binnen dat er enkel nog stoffen geleverd mogen worden aan de Militaire Kledingfabriek van Roeselare, die zijn productie gewoon verderzet. Tegen de avond komt per vrachtwagen nog een lading stoffen binnen van Verviers.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE
Het Uitrustingsmagazijn Nr 1 krijgt het bevel om de evacuatie van zijn stocks vanuit Grembergen naar Vlaanderen voor te bereiden. Het vervoer zal langs de baan, per trein en per binnenschip gebeuren. Er worden drie aken opgevorderd: de “Joanna“, “Adoplhe” en “Gange” [2]. De nodige treinwagons worden aangevoerd en vol geladen. De werkzaamheden zullen tot 17 mei duren.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
Gedurende de dag worden de gevraagde 14.000 paar schoenen opgeladen en klaargemaakt om naar Veurne overgebracht te worden. Het magazijn krijgt om 21u00 het telefonisch bevel van Maj Vandebundrie om zo snel als mogelijk naar Moeskroen uit te wijken.
![]()
5SE
- Staf/5SE
Lt Res Dacosse meldt zich te Brussel aan bij Maj Int Vandebundrie en wordt in de slagorde van 5SE opgenomen. Deze reserveofficier, behorende tot het Transportkorps van de 8Div, was tijdelijk ongeschikt voor de dienst tijdens de mobilisatie maar werd op 10 mei in het Militair Hospitaal van Leuven fit voor de dienst verklaard. Hij wordt ingeschakeld voor de verhuis van de diensten van 5SE die zich in Brussel bevinden naar Izegem en Roeselare. - Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
De evacuatie van het uitrustingsmagazijn wordt voorbereid. Omdat er om 06u00 nog steeds geen vrachtwagens beschikbaar zijn, beslist Kapt Guignon om twee binnenschepen op te eisen en alle voorraden per schip af te voeren langs de Samber. Wanneer de Duitse luchtmacht Namen om 10u00 bombardeert wordt het magazijn, dat aangebouwd is aan de Leopoldskazerne, getroffen door drie kleine vliegtuigbommen. Twee militairen raken gewond, de gebouwen branden deels af. Om 16u00 vertrekt het eerste binnenvaartuig richting Moeskroen, even voor middernacht gooit ook het tweede schip de trossen los. Een tiental minuten later vertrekken een paar vrachtwagens, onder leiding van Lt Adm Jadin, met aan boord de ongeveer vijftig militairen van het magazijn .
![]()
1SE
- Staf/1SE
Maj Int Debels vraagt aan Lt Adm Pauwaert om na te gaan of er binnenschepen kunnen geladen worden vanaf de installaties van het Stoffenmagazijn in Izegem. Het magazijn grenst namelijk aan het Kanaal Roeselare – Leie. De kanaaloever bevindt zich op 175 meter van de achteruitgang van het stoffenmagazijn. Uit het onderzoek van Lt Adm Pauwaert blijkt dat de schepen minstens een vijftal meter van de oever moeten blijven om geladen te worden. Hierdoor zou tijdens het laadproces de doorvaart op het kanaal geblokkeerd worden. Vervolgens krijgt Lt Adm Pauwaert de opdracht om na te gaan hoeveel binnenschepen zich bevinden tussen de brug van Izegem en de haven van Roeselare. Er worden 31 schepen geteld waarvan enkele reeds volgeladen zijn. Er wordt ook gevraagd om een raming te maken over de hoeveelheid schepen die er nodig zouden zijn om het Stoffenmagazijn te evacueren. Er wordt geschat dat tussen 15 à 18 schepen nodig zullen zijn om de volledige voorraad te transporteren.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
Om 04u00 houdt de colonne van Lt Adm Jadin halt in Auvelais langs de Samber. Hier wordt gewacht op de aankomst van de beide schepen. Nadat de binnenschepen bevoorraad werden vertrekt de colonne opnieuw om 19u30 richting Bergen waar opnieuw rendez-vous gegeven wordt met de schepen.
![]()
1SE
- Staf/1SE
Maj Int Debels laat de dienst Bruggen en Wegen weten dat alle onbevrachte binnenschepen die zich tussen Roeselare en Izegem bevinden nodig zullen zijn voor de evacuatie van 1SE. De bruggenwachter van de brug van Izegem krijgt het formele bevel om geen lege binnenschepen te laten passeren richting Leie. - Stoffenmagazijn/1SE
Omdat er zich nog een grote niet geleverde lading stoffen in de magazijnen van de firma Dopchie te Brussel bevindt, wordt Lt Res Tasiat erop uitgestuurd om de lading stoffen op te halen. Hij komt tegen 21u00 aan te Brussel.
4SE
- Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE
De werkplaats krijgt versterking van bijkomende arbeiders om het productietempo te verhogen.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
De colonne bereikt Bergen in de loop van de ochtend om er de aankomst van de schepen af te wachten. De schepen varen via de Samber, het Kanaal Brussel – Charleroi en het Centrumkanaal uiteindelijk Bergen binnen rond het middaguur. Hier wordt brandstof ingenomen.
![]()
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE
Lt Res Tasiat begint om 07u00 met het laden van zijn voertuig bij de firma Dopchie in Brussel. Hij slaagt erin om dezelfde dag nog terug te keren naar Izegem met vier ton stoffen. De ganse dag loeien de sirenes van het luchtalarm te Izegem. Meerder bedrijven in de omgeving worden gebombardeerd maar het Stoffenmagazijn wordt niet geviseerd.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
De legerleiding beslist om de ledervoorraad naar Boulogne te evacueren. Het leder wordt een tiental kilometer per vrachtwagen vervoerd van Tielt tot de laadkaai op het Kanaal Roeselare – Leie in Ooigem waar het op drie binnenschepen zal overgeladen worden. Lt Res Dohogne is belast met het laden van de vrachtwagens en het transport over de baan van Tielt naar Ooigem.
3SE
- Staf/3SE
Maj Int Devos krijgt het bevel tot de evacuatie van 3SE naar Frankrijk. Hij laat zijn ondereenheden alle materieel en materiaal opladen in vrachtwagens en binnenschepen. De voorbereiding tot evacuatie zal duren tot 19 mei. - Schoenenmagazijn Nr 1/3SE
Het Schoenenmagazijn krijgt eveneens een bevel tot evacuatie naar Frankrijk. Er wordt gestart met het inladen van voorraden en machines op enerzijds binnenvaartuigen en anderzijds vrachtwagens.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
De colonne van Lt Adm Jadin verlaat Bergen om 05u00 om zich naar Menen te begeven waar ze om 15u30 aankomen. Op dat ogenblik is er nog geen spoor van de schepen te bespeuren. Er wordt langs de kade gewacht op het konvooi.
![]()
Staf/SE
Tegen de avond komt onverwachts het bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Er dient een oplossing gevonden te worden voor de werkplaatsen en magazijnen van de Uitrustingsdienst die zich momenteel nog dicht bij de nieuwe verdedigingslijn bevinden. Verdere evacuatie naar het westen dringt zich op.
1SE
- Staf/1SE
Lt res Staelens van het 3de Territoriaal Intendancekorps (3TerIntK) meldt zich aan bij de Staf/1SE. Maj Int Debels stuurt hem ter versterking door naar Militaire Kledingfabriek. - Stoffenmagazijn/1SE
Lt Adm Pauwaert krijgt de opdracht van Maj Int Debels om te starten met het laden van een eerste binnenschip. Hij moet ook op zoek gaan een aantal treinwagons in het station van Izegem. Op dat ogenblik bevinden er zich geen wagons in het station maar de stationschef zal de nodige actie ondernemen. Terwijl Lt Adm Pauwaert volop bezig is met de regelingen voor de evacuatie van het Stoffenmagazijn meldt 1Kapt Paenen, directeur van de Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Brasschaat, zich aan te Izegem om het bevel van het Stoffenmagazijn over te nemen. Gezien de drukke bezigheden in het magazijn wordt de overname-overgave naar een later tijdstip verschoven. - Militaire Kledingfabriek/1SE
Lt res Staelens wordt na zijn aankomst in de Militaire Kledingfabriek door Maj Marteau naar Brussel gestuurd om bij acht confectiehuizen de voorraad militaire uniformen en stoffen op te halen voor de Militaire Kledingfabriek. Hij krijgt twee manschappen toegewezen voor de opdracht in Brussel, maar moet verder zijn plan trekken zonder voertuig. Het kleine detachement verlaat Roeselare rond 16u00 en kan twee uur later per auto-stop het station van Kortrijk bereiken. De manschappen vinden er een achtergelaten Renault personenwagen die hen tot Schepdaal zal brengen zal brengen. Te Schepdaal wordt het voertuig aangereden door een Britse vrachtwagen waarna het in panne valt te midden van de colonnes van het Britse leger. Lt Staelens krijgt hulp van een paardengespan die hen tot op de top van een helling brengt. Ondertussen wordt in de Militaire Kledingfabriek alles in gereedheid gebracht voor een snelle evacuatie. De evacuatie zal deels per spoor deels per vrachtwagen gebeuren. - Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
De herstellingswerkplaats van Roeselare start met de evacuatie van zijn voorraden en machines. Een proces dat geleid wordt door Lt Adm Hauzoul. Alle goederen zullen per binnenschip naar de kust overgebracht worden. De binnenschepen worden geladen in de haven van Roeselare.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
De eerste van de drie binnenschepen vaart af uit Ooigem. Ondertussen worden de andere twee schepen geladen.
3SE
- Schoenenmagazijn Nr 1/3SE
Het inladen van voorraden en machines gaat verder. Er wordt dag en nacht gewerkt om de schoenen en de lederwaren in te laden op voertuigen en binnenschepen. De werkzaamheden zullen tot 19 mei duren.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE
De binnenschepen en treinwagons vertrekken. De drie binnenschepen “Jeanne“, “Adoplhe” en “Gange” zullen in eerste instantie naar Menen varen via de Schelde stroomopwaarts tot het kanaal Kortrijk – Bossuit om vervolgens van Kortrijk naar Menen te varen via de Leie. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE
Maj Int Brusseleers beveelt om een binnenvaartuig op te vorderen en te beginnen met het overbrengen van alle stocks van de werkplaats naar het schip. De “L’Union III” [3] wordt door Kapt Adm Vanhoye opgeëist.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3/5SE
De schepen zetten hun tocht verder langs het Centrumkanaal, het Kanaal Nimy-Blaton-Péronne, de Schelde stroomafwaarts, het Kanaal Bossuit-Kortrijk en de Leie stroomopwaarts tot Menen. Bij aankomst worden de schepen geravitailleerd. Ondertussen worden de manschappen ingekwartierd te Menen terwijl de schepen langs de kade blijven liggen wachtend op toelating om Frankrijk binnen te varen. Menen is ook de bestemming voor de binnenschepen van het Uitrustingsmagazijn Nr 1 van 4SE - 5Cie/5SE
Lt Adm Jadin wordt te Menen aangeduid als adjunct compagniecommandant van de 5de Compagnie.
![]()
Staf/SE
Kolonel Debroux heeft zijn staf ondergebracht in het Onze-Lieve-Vrouw-van-Vlaanderenklooster in Kortrijk. Hij ontvangt het bevel om zijn diensten klaar te maken voor de evacuatie naar Zuid-Frankrijk. De Staf/SE stuurt een waarschuwingsorder uit naar de verschillende ondereenheden met de boodschap dat ze in afwachting van gedetailleerd orders hun evacuatie alvast kunnen voorbereiden.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE
Maj Int Debels telefoneert naar het Stoffenmagazijn en geeft de opdracht om de evacuatie versneld uit te voeren. Om dit te kunnen doen vordert 1Kapt Paenen werkloze arbeiders op in Izegem. Ondertussen wordt vanuit het station van Izegem een trein met 10 wagons naar het Stoffenmagazijn gestuurd. De wagons worden ogenblikkelijk geladen en onder begeleiding van Lt Res Pitz naar Veurne gestuurd. Het stoffenmagazijn heeft nog een grote voorraad liggen in de gebouwen van de Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting in Roeselare. Deze voorraad wordt op twee binnenschepen geladen en naar Izegem gestuurd. Te Izegem worden nog eens twee schepen met stoffen geladen. In het lokaal brandstofdepot van Texaco wordt diesel voor de schepen en bezine voor de voertuigen opgeëist. Omdat er te weinig vrachtwagens beschikbaar zijn wordt elke burgervrachtwagen die langskomt om stoffen te leveren aangeslagen. Er wordt ook gezorg voor de nodige fondsen, alle beschikbaar geld van het postkantoor van Izegem en van Roeselare wordt afgehaald om de kosten van een verhuis naar Frankrijk te dekken. Het Stoffenmagazijn is klaar om op elk ogenblik te vertrekken. - Militaire Kledingfabriek/1SE
Lt Staelens heeft rond 07u00 zijn voertuig nog niet aan de praat gekregen en doet er alles aan om zijn weg naar Brussel verder zetten. De Rijkswachtcommandant van Molenbeek bevestigt dat Brussel niet langer bereikbaar is, wat bevestigd wordt door enkele luide knallen wanneer Britse troepen de bruggen over het Kanaal Brussel-Charleroi opblazen. De drie mannen keren hun voertuig dan maar om en laten zich op sleeptouw nemen door een vrachtwagen met vluchtende burgers aan boord. Als bij wonder staat het detachement die zelfde avond terug te Roeselare. - Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
De manschappen hebben zeven binnenschepen volgeladen en zijn klaar voor het vertrek: Het binnenschip “Helène” is geladen met katoen, de “Vroom en Vrij” heeft 4.000 helmen van het merk Fonson aan boord, evenals de overschotten aan katoen en wollen lakenstof, de “Fanny II“, “Almar” en “Emma” zullen eveneens helmen en lakenstof vervoeren, de “Célestine II” heeft eetketels, drinkbussen, kledij en lakenstof aan boord, de “Louise” van schipper L. Verplancken is geladen met helmen, kledij en leer [4]. De “Helène“, “Vroom en Vrij” en “Fanny II” zullen nog op 17 mei vertrekken. De “Celestine II” verlaat Roeselare op 18 mei. De overige schepen zullen pas op 20 mei afvaren.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Lt Dohogne wordt aangeduid om met het laatste binnenschip de “Torpedo” mee te varen. Hij begeeft zich om 19u00 naar Ooigem om er de laadactiviteiten, die de ganse nacht zullen duren, te superviseren.
3SE
- Staf/3SE
Lt Res Dacosse wordt overgeplaatst van 5SE naar 3SE waar hij in de getalsterkte van de 3Cie wordt opgenomen. Hij wordt ingeschakeld voor de organisatie van de evacuatie van de diensten van 3SE in Veurne.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE
Tijdens de nacht van 17 op 18 mei krijgt Lt Adm Stienon het bevel om het personeel dat nog achterbleef in het Uitrustingsmagazijn Nr 1 te Grembergen ijlings te evacueren richting Menen. Om 23u00 verlaat de vrachtwagencolonne met het personeel het magazijn. De eerste bestemming wordt Menen en de vrachtwagens zullen over Gent en Kortrijk rijden. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE
Het Provinciecommando West-Vlaanderen breidt in de loop van de late namiddag van 16 mei, het bestaande circulatieverbod voor het civiele verkeer uit van 19h00 ’s avonds uit tot 08u00 ’s morgens om voorrang te geven aan militair transport. Hierdoor kan te Brugge het burgerpersoneel ’s morgens niet meer op tijd aanwezig zijn in de werkplaats waardoor de laadactiviteiten vertraging oplopen. Het binnenschip “L’Union III” wordt intussen overdag met alle mogelijk middelen ingeladen met de voorraden en de werktuigen van de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge.
5SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 3 en 5Cie/SE
De manschappen van het uitrustingsmagazijn en de 5Cie blijven de ganse dag kantonneren in Menen. In de loop van de dag krijgen ze te horen dat ze per vrachtwagen naar Frankrijk vervoerd zullen worden.
![]()
Staf/SE
In samenspraak met de Britten en Fransen wordt de “Commission des trois Ports” opgericht om onder meer de verplaatsing van de Algemene Magazijnen van de Bevoorradingsbasis naar Noord-Frankrijk te beslechten. Hierbij wordt de haven van Boulogne aan het Belgische leger toegewezen. De Britten krijgen Calais en de Fransen Duinkerke. De Belgische legerleiding vraagt eveneens om van Bourbourg en Gravelines gebruik te kunnen maken. Bourbourg wordt bijgevolg een verplichte stopplaats voor de evacuatie van een gedeelte van de magazijnen van de Uitrustingsdienst. Kolonel Intendant Debroux begeeft zich vervolgens naar Bourbourg om de terugtocht via de baan te regelen met Maj Int Debels van 1SE.
1SE
- Staf/1SE
Maj Int Debels laat Maj Marteau weten dat hij samen met Kol Int Debroux op verkenning vertrekt naar Bourbourg en dat hij na het beëindigen van de verkenning de nodige orders zal overmaken voor de evacuatie langs de baan. Uiteindelijk vertrekt alleen Lt Res Dopchie, Maj Int Debels blijft in Roeselare. Hij ontvangt tegen de avond 1.000.000 Bfr van de Nationale bank, een som die hij verdeeld over de verschillende beheerders die het geld in Roeselare komen afhalen. - Stoffenmagazijn/1SE
Het stoffenmagazijn wordt nogmaals op het hart gedrukt dat het laden van de binnenschepen sneller dient te gebeuren. Een extra ploeg werklozen wordt opgeëist om de schepen te laden. Uiteindelijk worden tegen de avond negen schepen geladen die tesamen met de vier eerder geladen schepen de volledige voorraad stoffen en het machinepark van het Stoffenmagazijn hebben ingeladen. Een laatste schip wordt geladen met brandstof en smeermiddelen om de andere onderweg te bevoorraden. Het konvooi van 14 schepen vertrekt richting Ooigem rond middernacht. Op dat ogenblik worden ook de voertuigen van het Stoffenmagazijn geladen. In totaal bestaat de colonne uit 11 vrachtwagens en 8 personenvoertuigen. - Militaire Kledingfabriek/1SE
De Militaire Kledingfabriek is de dag voordien gestart met het inpakken van zijn machines en stocks. De fabriek zal per trein naar Limoges in Frankrijk verplaatst worden. Lt Staelens wordt aangeduid als treincommandant. Wat niet mee kan met de trein wordt op acht vrachtwagens geladen. Maj Marteau wacht op detailorders van Maj Int Debels, vooraleer te vertrekken met de colonne vrachtwagens
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Het binnenvaartuig “Torpedo” is volledig volgestouwd tegen 12u00 maar nog steeds is niet alle materiaal opgeladen. Als noodoplossing wordt in extremis nog een vaartuig zonder motor met de naam Jonge René volgeladen en op sleeptouw genomen. Tegen 16u00 zijn beide schepen geladen, goed voor zo’n 100 ton leer bestemd voor de fabricatie van riemen en schoenen. Er wordt diezelfde dag niet meer vertrokken.
3SE
- Staf/3SE
Maj Int Devos splitst het 3SE op in vier francties. Er wordt een colonne voertuigen samengesteld die geleid zal worden door Maj Int Devos zelf, de 3Cie zal per spoor naar Frankrijk vervoerd worden onder begeleiding van drie officieren, de machines en het materiaal zal per binnenschip vervoerd worden via de kanalen van Noord-Frankrijk en een installatieploeg van drie officieren wordt naar Berck-Plage gestuurd om de bevoorrading onderweg van de colonne voertuigen voor te bereiden. - 3Cie/3SE
De 3de Compagnie zal per trein naar Frankrijk vervoerd worden. De manschappen vertrekken in de loop van de dag vanuit het station van Veurne. Lt Delvaux Albert, Lt Laroche Henri en Lt Dacosse Pierre worden aangeduid als treinbegeleiders.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE
Lt Stienon komt aan te Menen en neemt kontact op met Maj Int Vandenbundrie, directeur van 5SE. Hij krijgt het bevel om te wachten op alle binnenschepen van de uitrustingsdienst die via Menen moeten passeren om dan gezamelijk de Franse grens te passeren en naar Calais te varen. Intussen worden de vrachtwagens met personeel tesamen met de voertuigen van 5SE richting Bourbourg gestuurd. Lt Stienon blijft nog ter plaatse bij de schepen. Te Menen wordt Luitenant Catteau aangeduid om de vloot binnenschepen te begeleiden. De vaartuigen blijven voorlopig nog ter plekke liggen tot alle binnenschepen aangekomen zijn, het vertrek naar Frankrijk is voorzien tegen de middag. De bestemming van de vloot binnenschepen is Boulogne-sur-Mer. Lt Catteau beschikt over een motorfiets om het konvooi vanaf de wal te kunnen volgen. - Uitrustingsmagazijn Nr 2/4SE
Rond 18u00 verlaat het konvooi van het Uitrustingsmagazijn Nr 2 Ronse met acht vrachtwagens en een personenauto. De kleine colonne komt onmiddellijk vast te zitten. Ronse ligt in de Britse operatiezone waar de wegen naast duizenden vluchtelingen ook door Britse militairen gebruikt worden. Zes vrachtwagens kunnen na enkele uren aanschuiven toch de Scheldebrug van Berchem bereiken. De overige voertuigen zullen eerst naar het zuiden rijden om daar een overgang te vinden. De beide detachementen zullen in eerste instantie naar Veurne trachten te rijden. De manschappen komen hier rond 23u00 aan en krijgen het Noord-Franse Bourbourg als volgende bestemming. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE
Alle werktuigen en materiaal van de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij zijn ingeladen in de “L’Union III” tegen 16u00. Hierop volgt het bevel om af te varen naar Bourbourg. Het nodige personeel om de werkplaats in Bourbourg herop te bouwen wordt onder leiding van Kapt Adm Vanhoye met vrachtwagens naar Bourbourg gebracht. Het overige personeel gaat onder leiding van Lt Adm Provoost van het Nachtlegeringsmagazijn van het Kamp van Beverlo aan boord van de “L’Union III“. Kapt Adm Vanhoyen verlaat om 17u00 op kop van de colonne Brugge. Hij beschikt over een personenwagen met Sdt Verhulst aan het stuur en 1Sgt Janssens als begeleider.
5SE
- Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen/5SE
Lt Adm Hennaut sluit met zijn colonne voertuigen aan bij de colonne van het 5SE en vertrekt in de loop van de dag naar Frankrijk. Hij krijgt als opdracht om de colonne te sluiten en alle defecte voertuigen te depanneren en indien dit niet mogelijk het materieel over te laden en mee te nemen. - 5Cie/5SE
De colonne vrachtwagens van Lt Adm Jadin verlaat Menen om 19u00 met bestemming Bourbourg in Frankrijk.
![]()

Stations in en rond Duinkerke waar een 15-tal Belgische treinen, waaronder die van 1SE en 3SE vastliepen.
1SE
- Staf/1SE
De colonne van de Staf, het Stoffenmagazijn en de 1Cie vertrekken uiteindelijk om 09u50 uit Roeselare om zich via Diksmuide, Veurne en Adinkerke naar Duinkerke te begeven. Wanneer ze om 14u30 in Duinkerke toekomen wordt de stad al hevig gebombardeerd. Van Duinkerke gaat het naar Bourbourg waar ze om 15u30 aankomen, drie voertuigen en de vrachtwagen met brandstof zijn de colonne al kwijt geraakt. Op het stadhuis van Bourbourg werd ’s ochtends al een bericht nagelaten van Kol Int Debroux dat de eenheden van de SE zich naar Dieppe dienen te begeven. Lt Gustin wordt te Bourbourg achtergelaten als verbindingsofficier om alle achterkomende voertuigen naar Dieppe te sturen. De reisweg wordt voortgezet richting Saint-Omer. Vijf kilomter voor Saint-Omer valt één van de grote vrachtwagens (tapisière) in panne. Lt Adm Pauwaert, Lt Res Janssens en Lt Van Campenhout blijven bij het voertuig achter om het te depanneren tijdens de nacht van 19 op 20 mei. - Stoffenmagazijn/1SE
Lt Adm Pauwaert laat Maj Int Debels om 00u15 weten dat de colonne van het Stoffenmagazijn vertrekkensklaar is. De colonne staat opgesteld in een straat langs het magazijn, het personeel blijft in standby in de voertuigen. Uiteindelijk wordt het vertrekuur vastgelegd op 08u00. Het Stoffenmagazijn dient ook een officier aan te duiden om het konvooi van 14 schepen te begeleiden tot Menen. Lt Res Herbert wordt belast met deze opdracht, te Menen zal hij verdere orders krijgen van Maj Int Vandebundrie van 5SE. Om 07u30 krijgt 1Kapt Paenen het bevel om te vertrekken, hij dient echter met de volledige colonne langs Roeselare te passeren waar Maj Int Debels de nodige orders zal geven. Alle officieren worden op het bureel van de majoor uitvoerig gebriefd. De marsroute van het magazijn zal over Bourbourg, Saint-Omer en Abbeville lopen. Lt Res Janssens wordt door Maj Int Debels aangeduid om de achterhoede van de colonne van 1SE te vormen. Hij moet er voor zorgen dat niemand van 1SE achterblijft langs de weg tijdens de verplaatsing van 1SE. - Militaire Kledingfabriek/1SE
In de loop van de voormiddag is alles opgeladen. Tijdens de nacht van 19 op 20 mei ontvangt Maj Adm Marteau van Maj Int Debels aanvullende richtlijnen voor de evacuatie naar Frankrijk. De colonne voertuigen moet de volgende ochtend vertrekken richting Bourbourg waar een afgevaardigde van de Staf/1SE hen zal opwachten in het stadhuis van Bourbourg. Het treinstel van de fabriek verlaat onder leiding van Lt Staelens dezelfde dag nog Roeselare en bereikt Duinkerke in de loop van de nacht van 19 op 20 mei. Het treinkonvooi komt vast te zitten op het rangeerterrein van het station “Gare-Ville” samen met een tiental andere treinen van ons leger. Het station is omhuld door een dichte rookwalm nadat de Duitse luchtmacht enkele petroleumtanks in het havengebied bombardeerde. - 1Cie/1SE in Frankrijk
OLt Med Res Thier vertrekt met zijn persoonlijk voertuig als onderdeel van de colonne van de 1Cie/1SE richting Frankrijk. Via Duinkerke, Bourbourg en Saint-Omer wordt naar Abbeville gereden. De colonne valt uiteen maar enkele voertuigen waaronder die van OLt Med Res Thier bereiken tegen de avond van 20 mei Abbeville. De stad staat dan al volledig in brand.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Lt Dohogne laat om 16u00 de trossen losgooien en vaart door de drietrapssluis van Ooigem [5] om daarna de Leie stroomopwaarts te volgen richting Harelbeke en Kortrijk. Omstreeks 19u00 komen de vaartuigen aan bij het sas van Harelbeke waar een veertigtal schepen liggen te wachten om de sluis te passeren. Het militaire konvooi wil voorrang krijgen, maar de andere binnenschippers zijn hier niet mee opgezet en laten het niet gebeuren. Een woedende Dohogne belt naar de Rijkswacht en ook naar de Plaatscommandant van Kortrijk maar die antwoordt dat hij zijn plan maar dient te trekken.
3SE
- Staf/3SE
Een colonne van 21 voertuigen verlaat Veurne onder leiding van Maj Int Devos richting Berck-Plage waar een tussenhalte voorzien is. De vrachtwagencolonne verlaat Veurne om 19u30 en rijdt Frankrijk binnen. Cdt Blyau, Lt Vanderwegen, Lt Bouckaert, Lt Portois en Lt Longis gaan mee als begeleider van een voertuig. Alle machines en materiaal van 3SE zijn gelanden op 21 zwaar geladen binnenschepen die op het zelfde ogenblik afvaren richting Frankrijk. - Schoenenmagazijn Nr 1/3SE
De geladen binnenschepen en vrachtwagens van het Schoenenmagazijn Nr 1 vertrekken. In eerste instantie zullen de Belgen gehergroepeerd moeten worden te Berck-Plage. Hiertoe wordt Lt Adm Respeliers met Lt Res Stulandt en Lt Res Lepage voorop gestuurd naar Berck-Plage om het bevoorradingspunt in te richten. De drie officieren vertreken per auto naar Berck-Plage om 19u30 en komen er de volgende dag aan. De derde adjunct van Lt Respeliers, Lt Res Bouckaert, wordt aangeduid om met de colonne vrachtwagens mee te rijden. - 3de Compagnie/3SE in Frankrijk
De trein met de manschappen van de derde compagnie komt bij de doortocht van Duinkerke vast te zitten en wordt naar een spoor op een kade van de Gare Maritime in de haven afgeleid. Op de kades van dit station wacht een massa Britse en Franse soldaten, klaar om ingescheept te worden naar Engeland. Terwijl de manschappen van de 3Cie vast zitten in de Gare Maritime begint de Duitse luchtmacht de haven en de verschillende rangeerstations van Duinkerke te bombarderen. Bij het bombardement van 19 mei worden enkele pertroleumtanks in de haven geraakt die onmiddellijk in brand schieten. Dikke rookwolken blijven boven de haven en de verschillende stations hangen.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE in Frankrijk
De binnenschepen verlaten Menen en passeren Warneton en Armentières in Noord-Frankrijk. Lt Stienon verlaat Menen per auto en probeert nog snel de voertuigcolonne van zijn eenheid in te halen. Het personeel van het Uitrustingsmagazijn Nr 1 van 4SE dat samen met 5SE naar het zuiden vertrok slaagt erin om de Somme over te steken voor de Duitsers de terugweg afsluiten. Door de grote drukte op overvolle wegen slaagt Lt Stienon er niet in om de Somme te geraken, hij raakt geïsoleerd van zijn eenheid en keert terug richting België. - Uitrustingsmagazijn Nr 2/4SE
De voertuigcolonne verlaat Veurne en zal naar Bourbourg rijden. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
De autocolonne onder leiding van Kapt Adm Vanhoye passeert de grens en bereikt Bourbourg klaar om te starten met de voorbereidingen om de werkplaatsen in Bourbourg te installeren. Om 16u00 wordt hij echter door Kol SBH De Pauw, stafchef van de Maritime Basis, doorgestuurd naar Dieppe. Het idee om de Algemene Magazijnen van de Bevoorradingsbasis naar Noord-Frankrijk over te brengen is ondertussen opgegeven.
5SE
- 5Cie/5SE in Frankrijk
De voertuigcolonne komt om 04u00 aan te Bourbourg waar bevoorrading wordt ingeslagen. Lang wordt er niet gewacht, om 10u45 wordt opnieuw vertrokken richting Rinxent.
![]()
1SE
- Staf/1SE, 1Cie/1SE en Stoffenmagazijn/1SE in Frankrijk
Om 08u00 verlaat de colonne Saint-Omer om zich naar Abbeville te begeven. Lt Res Janssens die de colonne afsluit nadert met zijn voertuig het kruispunt van de baan van Desvres naar Aire-sur-la-Lys en de baan van Saint-Omer naar Abbeville. Wanneer hij bij het kruispunt aankomt stelt hij vast dat een aanhangwagen van het konvooi, geladen met een dertigtal militairen en burgerarbeiders, zich in de berm bevindt. De aanhangwagen ging aan het slippen bij het afremmen op een helling en kantelde in de berm. Er vallen enkele gewonden en de colonne dient ettelijke uren halt te houden alvorens opnieuw vertrokken kan worden. De gewonden worden verzorgd en het personeel wordt herverdeeld over de andere voertuigen. De aanhangwagen is totaal vernield en wordt achtergelaten. Maj Int Debels, die op kop van de colonne de plaats des onheils al gepasseerd was, wordt op de hoogte gebracht van het ongeval en geeft nieuwe orders aan Lt Res Janssens. Hij dient zo snel mogelijk Abbeville te vervoegen. Indien hij hier niet in zou slagen moet hij terugkeren richting België en aansluiting zoeken bij één van de colonnes van de Herstellingswerkplaats of van de Militaire Kledingfabriek die nog moeten vertrekken of pas onderweg zijn. De wegen richting zuiden zitten overvol, de colonne valt in fragmenten uiteen. Lt Pauwaert die de colonne trekt slaagt er nog in de Somme over te steken voor de Duitsers er aankomen. Hij komt aan te Eu om 22u00 en bereikt Dieppe een uur later. Van de colonne schiet niets meer over, sommige voertuigen werden vernield, andere werden verschillende richtingen opgestuurd. Van Maj Int Debels is er geen spoor meer. - Militaire kledingfabriek/1SE in Frankrijk
Om 05u00 ’s ochtends verlaten de acht vrachtwagens van de Militaire Kledingfabriek Roeselare. Ze nemen alle personeel met hun bagage mee. De colonne wordt geleid door Maj Adm Marteau en wordt voorts nog begeleid door 1Kapt Perin, Lt Adm Debaudrenghien en Lt Adm Stroobants. Rond de middag bereikt de colonne Bourbourg en op het stadhuis van Bourbourg bevinden zich effectief geschreven orders om de evacuatie voort te zetten richting Dieppe. Van een afgevaardigde van de Staf/1SE valt geen spoor te bekennen. De terugtocht wordt verdergezet en tegen 20u00 bereikt de colonne Hesdin. Vlak nadat Hesdin gepasseerd is wordt de colonne tegengehouden door een Franse eenheid die in contact is met gemotriseerde Duitse troepen. De colonne wordt richting Montreuil gestuurd met de boodschap vanuit Montreuil naar Boulogne te rijden. Door de koerswijziging valt de colonne in kleine fragmenten uiteen. In de loop van de nacht passeert de colonne het voertuig van Kol Int Debroux die Maj Adm Marteau opdracht geeft om door te rijden tot Boulogne en daar te proberen om in te schepen naar Engeland. Er wordt nog een stuk doorgereden richting Boulogne maar gezien de vermoeidheid van het personeel wordt halt gehouden te Montreuil om een rustkantonnement in te nemen. Lt Adm Stroobants geraakt tijdens de nacht geïsoleerd van de rest van de colonne en verneemt onderweg dat de terugtochtweg via Abbeville door de vijand is afgesneden. Hij wil doorrijden tot Montreuil in de hoop de rest van de colonne daar te vinden. Onderweg naar Montreuil ontmoet Lt Adm Stroobants eveneens Kol Int Debroux, die aangeeft dat de colonne van de Militaire Kledingfabriek naar Boulogne werd doorgestuurd. Ook het voertuig van 1Kapt Perin raakt geïsoleerd, hij rijdt op eigen initiatief naar Montreuil. Ondertussen wacht in de Gare Maritime de trein van Lt Staelens al de ganse dag op een rijpad naar het zuiden. Tijdens de nacht van 20 op 21 mei worden de uitgerangeerde treinen in de verschillende stations van Duinkerke door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. - Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
De laatste drie binnenvaartuigen verlaten Roeselare. De rest van het personeel en een gedeelte van het materieel wordt met vrachtwagens naar De Panne gebracht om er de Frans-Belgische grens te passeren. De Franse douane weigert de colonne door te laten, vermoedelijk omdat er zich ook burgers bij de geëvacueerden bevonden.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Omstreeks 01u30 worden de militaire schepen te Harelbeke uiteindelijk versast. Drie uur later wordt de sluis van Menen aangedaan, waar zowaar nog een grotere verkeersopstopping heerst. Het konvooi is intussen aangevuld met vaartuigen van de Militaire Kledingfabriek van Roeselare die eveneens naar Boulogne gestuurd werden. Lt Dohogne begeeft zich samen met een officier van de Militaire Kledingfabriek naar de Plaatscommandant van Menen om prioritaire doortocht te bekomen. De Plaatscommandant van Menen stuurt een officier en enkele gewapende militairen naar de sluis om gewapenderhand de overige vaartuigen aan de kant leggen en het recht van voorrang op te eisen. Deze operatie verloopt echter niet van een leien dakje maar omstreeks 22u00 kan het konvooi de sluis toch passeren. Eens voorbij Menen wordt de Leie, die nu de grens vormt met Frankrijk, verder stroomopwaarts gevolgd langs Wervik, Komen, Warneton, Deulemonde richting Houplines.

Het station Dunkerque-Maritime waar de 3Cie vastliep.
3SE
- Staf/3SE
De colonne onder leiding van Maj Int Devos komt om 08u00 nog in zijn geheel aan te Boulogne-sur-Mer. Er wordt halt gehouden tot 13u00 waarna doorgereisd wordt naar Le Havre via Abbeville. Eens de stad voorbij valt de colonne volledig uiteen in kleine fracties, opgeslokt door een oneidige stroom Franse, Belgische en Britse militairen met daartussenin gevluchte burgers. Dieppe wordt als rendez-vous opgegeven voor die voertuigen die erin slagen voorbij de Somme te geraken. - Schoenenmagazijn Nr 1/3SE
Lt Respeliers rijdt Berck-Plage binnen rond het middaguur. Te Berck-Plage wordt niemand van de Uitrustingsdienst gevonden om nieuwe orders te geven. De installatieploeg wacht gedurende de rest van de namiddag op de aankomst van de colonne en besluit dan om op zijn stappen terug te keren, en een vijftigtal kilometer noordwaarts te rijden tot Boulogne-sur-Mer in de hoop daar de colonne van Maj Int Devos tegen te komen. Luitenant Respeliers bereikt het Franse plaatscommando in de citadel van de stad omstreeks 18u00. Ook hier kan geen contact gemaakt worden met de Belgische intendance. Lt Respeliers verlaat de stad om 23u00 om via Berck-Plage naar Saint-Valerie-sur-Somme te rijden. - 3Cie/3SE
De manschappen van de 3Cie zitten nog steeds vast in de Gare Maritime en worden ongenadig gebombardeerd door de Luftwaffe. De treinbundels rond Duinkerke waar tientallen Belgische, Britse en Franse treinen vastzitten vormen een uitgelezen doelwit voor de vliegtuigen.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE in Frankrijk
Het konvooi binnenschepen passeert de sluis van Merville en Aire-sur-la-Lys. Hier wordt de Leie verlaten en wordt het Canal de Neufossé opgevaren richting Saint-Omer waar de nacht van 20 op 21 mei wordt doorgebracht. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
Terwijl de “L’Union III” vast zal komen de zitten in de Duitse omsingeling van de geallieerde legers in het noorden van Frankrijk, bereikt de autocolonne van de werkplaats de Franse stad Dieppe. Op het gemeentehuis van Dieppe vindt Kapt Adm Vanhoye geschreven orders bestemd voor de eenheden van de SE om de terugtocht naar het zuiden verder te zetten richting Le Havre, het volgende verzamelpunt voor de SE. De colonne van Kapt Adm Vanhoye wordt bij de doortocht in Fécamps echter tegengehouden door de Franse autoriteiten en doorgestuurd naar Rouen, de verplichte doorgangsplaats voor alle Belgische militairen die erin geslaagd zijn de Somme te passeren.
5SE
- Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen/5SE in Frankrijk
Lt Adm Hennaut rijdt nog steeds achteraan de colonne van 5SE. Nadat de colonne Boulogne gepasseerd is wordt hij opgehouden door vier defecte vrachtwagens. Hij verliest contact met de rest van de colonne en komt aan in Abbeville dat aan hevige bombardementen onderhevig is. Hij slaagt erin de Somme over te steken en wacht er op de achtergebleven vrachtwagens. - 5Cie/5SE in Frankrijk
Rixent wordt bereikt om 01u45 en na een korte rustpauze wordt om 12u20 de tocht richting zuiden voortgezet. Onder hevige bombardementen slaagt de colonne van de 5Cie erin om de Somme over te steken.
![]()

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.
Staf/SE in Frankrijk
Kol Int Debroux en Kapitein Fastrez trachten in hun auto de Somme over te steken te Saint-Valery-sur-Somme. De brug over de rivier is echter reeds in handen van Duitse troepen, zodat de beide stafofficieren niet anders kunnen dan rechtsomkeer te maken. Debroux en Fastrez zetten koers naar Boulogne. Te Boulogne houden zij enkele voertuigen van de colonne van het 3SE tegen. Het betreft de voertuigen van Kapitein-commandant Blyau, Luitenant Vanderwegen, Luitenant Portois en Luitenant Longis. Zij krijgen de opdracht om op hun stappen terug te keren en langs de kanalen alle binnenschepen van de SE op te speuren en richting Calais te sturen in de hoop het materieel naar Engeland te kunnen evacueren.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE in Frankrijk
- Lt Res Janssens vervoegt zijn reisweg richting Abbeville maar komt er tot de vaststelling dat er in en rond de stad hevige gevechten aan de gang zijn. Hij verneemt ook dat alle bruggen over de Somme tot ontploffing werden gebracht en dat de terugtochtweg naar het zuiden is afgesneden. Hij besluit terug te keren naar Roeselare via Montreuil, Etaple en Boulogne-sur-Mer.
- Lt Pauwaerts, die de nacht van 20 op 21 mei in Dieppe doorbracht, zet zijn terugtocht verder via de Tallandierkazerne in Rouen tot Evreux.
- Militaire Kledingfabriek/1SE in Frankrijk
- De colonne van Maj Adm Marteau verlaat in de voormiddag Montreuil en begeeft zich op weg naar Samer. Vlak nadat de colonne Montreuil verlaat ondergaat de colonne een luchtaanval die de volledig colonne uit elkaar slaat. Maj Adm Marteau houdt halt te Cormont om te reorganiseren en de opgelopen schade te herstellen. Lt Stroobant vindt tegen de avond Maj Adm Marteau terug in Cormont. De colonne brengt de nacht van 21 op 22 mei door te Cormont. 1Kapt Perin slaagt er niet in de rest van de colonne terug te vinden. Zijn voertuig wordt te Montreuil geïmmobiliseerd tot 15u00 waarop hij beslist om zich te voet naar Saint-Valery-sur-Somme te begeven.
- Te Duinkerke blijven de bombardementen op de treinen de ganse dag voortduren. Lt Staelens die zijn personeel wegstuurt, blijft in het station van Duinkerke achter met Luitenant Belpaire, Adjt Dutron, Sgt Pochette en vier manschappen van de Compagnie Algemene Diensten van het 53ste Linieregiment (53Li) die met de bagagetrein van 53Li ook vast kwamen te zitten in Duinkerke. Na elke passage van de Duitse vliegtuigen slagen zij erin om met emmers gevuld met zand de brandende wagons te blussen. Zij blijven de treinen bewaken en beschermen tot 25 mei.
- Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
Na de mislukte poging om de grens over te steken in De Panne wordt Lt Adm Hauzoul aangeduid om met enkele vrachtwagens naar Eeklo te rijden om er het Uitrustingsmagazijn nr 6 leeg te maken. - 1Cie/1SE in Frankrijk
OLt Med Res Thier beslist om naar de brug van Saint-Valery-sur-Somme te rijden omdat dit de enige nog bruikbare brug over de Somme is. Wanneer hij te Nolette passeert wordt hem de doorgang ontzegd. Een massa troepen verzamelt zich te Nolette, ten noorden van Noyelle-sur-Mer. Om 01u00 wordt contact gemaakt met de vijand. De aanwezige troepen verzetten zich nog tot 10u00 maar zijn dan genoodzaakt om zich over te geven. OLt Med Res Thier wordt onmiddellijk door de Duitsers opgevorderd om de aanwezige gewonden, burgers en militairen, in Nolette te verzorgen. Hij slaagt erin een veertigtal zwaar gewonden, de meesten onder hen burgers, te verzamelen en de eerste zorgen toe te dienen. De arts en de gewonden worden door de Duitsers naar Port-le-Grand overgebracht waar zij zullen verblijven tot 23 mei.

Sluis van Merville op de Leie in Frankrijk waarlangs meerdere binnenschepen geladen met goederen van de SE voorbijpasseren.
2SE
- Ledermagazijn/2SE in Frankrijk
Lt Dohogne bereikt rond 01u00 de sluis van Houplines, een Frans dorp langs de Leie op de Frans-Belgische grens. Er ligt een file van ongeveer drie kilometer lang voor de sluis. De vaartuigen van de SE moeten alweer wachten. Dit keer worden ze geholpen door Franse soldaten om voorrang aan de sluis te krijgen en passeren de sluis uiteindelijk om 14u00. Enkele kilometers verderop, ter hoogte van Armentière, liggen beide oevers van de Leie op Frans grondgebied en wordt Frankrijk definitief binnengevaren. Het konvooi vaart vervolgens door de streek van Armentières waar opgemerkt wordt dat de bevolking geëvacueerd is en er geen fabrieken meer draaien. De eerste Franse sluis te Bac-Saint-Maur, een tiental kilometer stroomopwaarts van Armentière, wordt omstreeks 19u00 aangelopen. In de loop van de avond wordt de sluis van Bac-Saint-Maur gepasseerd waarn rond 23u00 de sluis van Merville wordt bereikt. Hier komen de beide schepen van het Ledermagazijn alweer vast te zitten.
3SE in Frankrijk
- Detachement Devos van de Staf/3SE
Te Dieppe wordt gewacht op de voertuigen die geïsoleerd de Somme voorbij kwamen. Een groot deel van de colonne wordt opnieuw samengesteld waarna wordt doorgereden naar Le Havre. De colonne mag van de Franse autoriteiten Le Havre niet binnenrijden en wordt afgeleid naar Montivilliers waar kantonnementen worden opgezocht om de nacht van 21 op 22 mei door te brengen. - Detachement Blyau van de Staf/3SE
Cdt Blyau, die van de Kol Int Debroux de opdracht kreeg om de binnenschepen die vastliepen in het noorden van Frankrijk op te sporen, laat elke officier een stuk van de kanalen afrijden om de binnenschepen van de SE op te sporen. Lt Vanderwegen rijdt de kanaaloever in de omgeving van Duinkerke af en slaagt erin een aantal binnenschepen naar Calais door te sturen. Na het beëindigen van deze opdracht keren de officieren terug naar Calais om het transport over zee te regelen. In eerste instantie richten zij zich tot de Franse militaire en burgelijke havenautoriteiten maar kunnen op geen enkele steun rekenen. Vervolgens nemen ze contact op met de Britten die wel hulp willen verlenen. De Britten zijn bereid om enkele sleepboten te voorzien om het konvooi naar Engeland te begeleiden. Wanneer Lt Portois en Lt Vanderwegen terugkeren naar het kanaal nabij Calais waar de binnenschepen op de evacuatie-orders wachten, heeft de vijand de tegenoverliggende oever reeds bereikt en kan de operatie niet meer doorgaan. - Schoenenmagazijn Nr 1/3SE in Frankrijk
Lt Respeliers bereikt de eerste huizen van Saint-Valery-sur-Somme omstreeks 04u30. Wanneer duidelijk wordt dat de Duitsers reeds in het dorp staan, maakt hij rechtsomkeer naar Berck-Plage in de hoop meer nieuws te bekomen over de rest van 3SE. De drie officieren van de installatieploeg ondernemen in de namiddag nog een poging om de Somme langs het strand over te steken maar deze poging mislukt waarop ze beslissen om tijdens de nacht van 21 op 22 mei naar Boulogne terug te keren. - 3Cie/3SE in Frankrijk
Bij de 3Cie slaat het noodlot toe. Na 48 uur onophoudelijk gebombardeerd te zijn treft een bom het treinstel van de 3Cie. Hierbij sneuvelen Sergeant Mil Masset, Korporaal Mil Vanderschelden en de Soldaten Mil Adriaenssens, Caekebeke, Corthouts, De Beul, De Meulemeester, De Pauw, De Smet, Huyge en Van Elslander [6]. De soldaten Francks en Tackaert raken bij de luchtaanval zwaar gewond en zullen de volgende dag aan hun verwondingen overlijden. De officieren besluiten dat het genoeg geweest is en keren met de resterende manschappen te voet terug naar Veurne.

Bruggencomplex van Pont D’Ardres waar de binnenschepen van het UItrustingsmagazijn Nr 1 op 21 mei 40 passeren.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE in Frankrijk
De kleine vloot van het magazijn bereikt Watten. Hier wordt het Canal de Neufossé verlaten en het “Canal de Calais à Saint-Omer” genomen richting Calais. Iets later wordt Pont d’Ardres gepasseerd. Lt Catteau verlaat het konvooi om per moto op zoek te gaan naar Lt Adm Stienon. Hij slaagt erin om hem te vinden tussen Saint-Omer en Aire-sur-la-Lys. Hij krijgt van Lt Adm Stienon te horen dat hij naar Calais dient te varen om vervolgens via een korte etappe langs de Franse kust Boulogne te bereiken. Lt Adm Stienon die geen contact meer heeft met de rest van de eenheid verzoekt Lt Catteau om contact op te nemen met het stadhuis van Bourbourg om te informeren waar de colonne van het Uitrustingsmagazijn Nr 1 zich ergen bevindt. Lt Catteau probeert meermaals te telefoneren naar het stadhuis van Bourbourg maar slaagt er niet in iemand te bereiken, de lijn is dood. Lt Adm Stienon zet zijn terugweg richting Duinkerke verder, Lt Catteau keert terug naar de vloot binnenschepen om de nieuwe orders uit te voeren. - Uitrustingsmagazijn nr 6/4SE
Lt Adm Hauzoul van het herstellingsatelier van Roeselare komt met een colonne vrachtwagens aan te Eeklo om het uitrustingsmagazijn leeg te maken en over te brengen naar de kust. Een gedeelte van het materieel wordt op vrachtwagens geladen, de rest op twee binnenschepen die te Brugge geconfisceerd werden. De evacuatieoperatie zal drie dagen duren. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
De colonne bereikt Rouen en wordt opgevangen in de Tallandierkazerne [7] waar Kapt Adm Vanhoye enkele reparatiewerken laat uitvoeren aan zijn voertuigen. Hier krijgt hij van de Belgische Plaatscommandant te horen dat de eenheden van de Uitrustingsdienst zich te Evreux bevinden. Kapitein Vanhoye laat zijn manschappen onmiddellijk doorrijden naar Evreux waar de nacht van 21 op 22 mei wordt doorgebracht.

Franse Tallandierkazerne, verplicht doorgangspunt ten zuiden van de Seine voor alle Belgische troepen die de Somme zijn kunnen oversteken.
5SE
- Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen/5SE in Frankrijk
Lt Adm Hennaut komt bij het aanbreken van de dag als allerlaatste detachement van 5SE aan in de verzamelzone van het 5SE, een bos nabij Houppeville ten noorden van Rouen. Hij krijgt van Maj Int Vandebundrie de opdracht om te Houppeville te blijven wachten op achterblijvers tot 19u00 om vervolgens de Seine te Rouen over te steken en de rest van 5SE te vervoegen in Alençon. Lt Adm Hennaut kan nog één vrachtwagen recupereren en begeeft zich naar de Tallandierkazerne, het verzamelpunt voor alle Belgische eenheden en geïsoleerde militairen, om de voertuigen te laten tanken. Hier krijgt hij het schriftelijk bevel van de Belgische Plaatscommandant om niet door te rijden naar Alençon, maar om zich aan te melden in Evreux, verplicht doorgangspunt voor alle Belgische colonnes. - 5Cie/5SE in Frankrijk
De colonne van de 5Cie is door het oog van de naald gekropen en nog net aan de omsingeling door de Duitsers ontsnapt. Tegen 01u00 bereiken ze Houppeville het verzamelpunt voor de voertuigen van 5SE. Er worden rustkantonnementen ingenomen en de manschappen worden bevoorraad. Om 11u00 wordt opnieuw vertrokken richting zuiden en tegen 20u15 wordt Sées, ten noorden van Alençon, bereikt waar kantonnementen opgezocht worden. De nacht van 21 op 22 mei wordt te Sées doorgebracht.
![]()
Staf/SE in Frankrijk
Kolonel Debroux en Kapitein Fastrez gaan in Boulogne op zoek naar de manschappen van de 1ste en 2de Uitrustingsdienst die volgens hun inlichtingen in de stad zouden verzameld zijn na hun mislukte evacuatie naar Frankrijk. Buiten Maj Adm Marteau van de Militaire Kledingfabriek/1SE die ze enkele dagen eerder in Cormont ontmoet hebben, wordt er niemand van de intendance teruggevonden in Boulogne.

Neaufles-sur-Risles waar Lt Adm Pauwaert een tussenstop inlaste op zoek naar personeel van de SE.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE in Frankrijk
- Wanneer de colonne aankomt te Boulogne neemt Lt Res Janssens contact op met de Belgische Plaatscommandant van de stad. Hij wordt verzocht om enkele niet-geëncadreerde militairen van het 2de Regiment Karabinierrs (2C), die vast kwamen te zitten in Boulogne, te huisvesten en te bevoorraden. Lt res Janssens vindt enkele leegstaande huizen in de buurt van de kazerne waar het Plaatscommando is in ondergebracht en neemt contact op met de Franse intendance voor de bevoorrading in levensmiddelen van de manschappen.
- Lt Pauwaert verlaat Evreux en gaat op zoek naar de rest van de SE die zich in kantonnementen rond Conches-en-Ouche en L’Aigle moeten bevinden. Hij komt ’s avonds terecht in Neaufles-sur-Risles (huidige benaming Neaufles-Auvergny) waar hij Kapt Vanhoye van het Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE ontmoet en hem 10.000 Bfr overhandigt.
- Militaire Kledingfabriek/1SE in Frankrijk
De colonne met Maj Adm Marteau en Lt Adm Stroobants verlaat Cormont kort na de middag. Wanneer na het vertrek van de colonne uit Cormont de grote baan richting Samer wordt opgereden worden ze ingehaald door een gemotoriseerde Duitse eenheid. De Duitsers stellen vast dat het niet om een gevechtseenheid gaat en laten de colonne van de Militaire Kledingsfabriek voorts met rust. De militairen in de colonne dienen zich wel in burgerkledij te zetten en de voertuigen moeten worden overgedragen als oorlogsbuit. Hierop geeft Maj Adm Marteau iedereen de vrijheid om op eigen kracht terug in België te geraken. De groep personeel van de Militaire Kledingsfabriek valt volledig uiteen. Maj Adm Marteau duikt onder in het nabijgelegen dorp Bernieulle en ook Lt Adm Stroobants beslist om in de buurt op zoek te gaan naar een schuilplaats waar hij zich enkele dagen kan verstoppen om zo aan krijgsgevangenschap te ontsnappen. Hij bevindt zich in gezelschap van 1SgtMaj Vandenbrouck, 1Sgt Van Caeneghem, 1Sgt Staelen, Sgt Wils, de militaire werkkracht Thys en priester-brancardier Sanders. Het groepje militairen zal zich nabij Cormont schuil houden tot 13 juni 1940, de dag waarop Lt Adm Stroobants beslist dat de tijd rijp was om ongezien naar België terug te keren hetgeen ook lukt. Lt Adm Stroobants wordt als actief officier alsnog krijgsgevangen genomen op 7 september 1940 en gevangen gehouden in het Kamp van Beverlo. Maj Adm Marteau keert pas op 23 juni 1940 naar België terug. 1Kapt Perin geraakt tot aan de oevers van de Somme maar stelt vast dat die bezet zijn door Duitse troepen. Daarop keert hij te voet terug tot Auchel nabij Béthune waar hij onderduikt tot 30 mei om vervolgens naar België terug te keren.
2SE
- Ledermagazijn/2SE in Frankrijk
Bij de sluis van Merville heeft de sluismeester zijn post verlaten en moeten de schippers zelf de sluisdeuren bedienen. Uiteindelijk worden de schepen te Merville pas om 18u00 versast. Niet alleen de sluis vormt een probleem, het scheepvaartverkeer wordt vooral tegengehouden door twee ophaalbruggen over de Leie waarover honderden Britse militaire voertuigen dokkeren. De bruggen worden maar sporadisch opgehaald. Lt Dohogne verneemt dat de frontlijn zich al ter hoogte van Bethune bevindt, een tiental kilometer meer naar het zuiden van de sluis van Merville. De tocht wordt voortgezet richting de sluis van Saint-Venant en wanneer het dorpje Saint-Floris, op 1 kilometer van de sluis van Saint-Venant, gepasseerd wordt zijn ze getuige van een hevig luchtbombardement op het dorp
3SE
- Detachement Devos van de Staf/3SE
Er wordt in colonne vertrokken richting Tours maar al gauw valt ook deze keer de colonne in kleine fracties uiteen. Lt Bouckaert kan een zestal voertuigen bijeen houden en bereikt Tours van waaruit hij doorgestuurd wordt naar Châtellerault waar hij de rest van 3SE terugvindt. - Schoenenmagazijn Nr 1/3SE in Frankrijk
Luitenant Respeliers en zijn installatieploeg komen aan te Boulogne. De officieren laten hun voertuig achter en gaan op zoek naar een schip dat hen over het kanaal kan brengen. De Britten willen echter van geen ongeplande passagiers weten en staan niet toe dat de Belgen aan boord gaan.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE in Frankrijk
Luitenant Catteau rijdt per motorfiets naar Calais. De Franse autoriteiten laten hem weten dat de doorgang naar zee onmogelijk is omwille van de talrijke Duitse mijnen in de haven. De binnenschepen moeten wachten tot de ontmijning compleet is en blijven voorlopig buiten Calais liggen. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
Vanuit Evreux wordt de colonne van Kapt Adm Vanhoyen doorgestuurd naar Conches-en-Ouche. Hier bevindt zich het HK van de 7de Infanteriedivisie (7Div) die zich na zijn terugtocht van het Albertkanaal in de streek van Conches – L’Aigle geïnstalleerd heeft om terug op krachten te komen. De divisie heeft de verantwoordelijkheid om alle geïsoleerde militairen die samentroepen tussen Conches en L’Aigle, alles tezamen zo’n 15.500 manschappen, te bevoorraden. Kapt Adm Vanhoyen wordt door de Staf/7Div doorgestuurd naar L’Aigle. Onderweg treffen ze in het dorp Neaufles-sur-Risles Lt Adm Pauwaert van het Stoffenmagazijn van 1SE die hen 10.000 Belgische frank overhandigt.
5SE
- Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen/5SE in Frankrijk
Te Evreux krijgt Lt Adm Hennaut door de Franse autoriteiten het dorpje Labarre-en-Ouche toewezen als kantonnementszone. In de loop van de dag worden nog andere voertuigen van de Uitrustingdienst doorgestuurd naar Labarre-en-Ouche en onder bevel van Lt Adm Hennaut geplaatst. Het detachement mag van de Franse autoriteiten het dorp niet verlaten. Pas op 27 mei zal hij de toelating krijgen om verder door te reizen op zoek naar de rest van de colonne van 5SE. - 5Cie/5SE in Frankrijk
De colonne verlaat Sées om 11u30 richting Tours dat om 21u30 wordt bereikt. Hier worden kantonnementen voor de nacht van 22 op 23 mei opgezocht.
![]()

Reisweg afgelegd door het Ledermagazijn/2SE (originele schets opgesteld door Lt Res Dohogne)
Staf/SE in Frankrijk
Kolonel Debroux besluit Boulogne te verlaten bij de aankomst van de eerste Duitse troepen aan de rand van de stad. De kolonel zal terugkeren naar ons land en realiseert zich dat de evacuatie van zijn diensten naar Zuid-Frankrijk een gedeeltelijke mislukking wordt.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE in Frankrijk
- Lt Res Janssens gaat overal in Boulogne op zoek naar levensmiddelen maar wanneer hij in de buurt van de “Gare Maritime” komt wordt hij beschoten door Duitse pantservoertuigen. Hij keert terug naar het Plaatscommando maar treft er de kazerne verlaten aan. De kazerne werd beschoten door de vijandelijke artillerie en is nagenoeg volledig vernield. In de buurt van de kazerne vallen talrijke slachtoffers. Van Belgische militairen geen spoor meer, zij hebben de stad blijkbaar al verlaten. Hierop beslist Lt Res Janssens om eveneens terug te keren naar België.
- Lt Adm Pauwaert reist samen met Kapt Adm Vanhoye verder door naar het zuiden tot L’Aigle waar nog een aantal Belgische detachementen gekantonneerd zijn, in de hoop daar nog detachementen van de SE aan te treffen. Te L’Aigle ontmoeten ze Kapt Adm Van Handenhove, beheerder van het Atelier Militair Schoeisel/2SE. Hij overhandigd de kapitein 25.000 Bfr en rijdt vervolgens door naar Merlerault-le-Pin waar hij de nacht van 23 op 24 mei doorbrengt.
- 1Cie/1SE in Frankrijk
OLt Med Res Thier wordt naar Saint-Riquier overgebracht waar inderhaast door de Duitsers een veldlazeret werd opgericht. Het veldhospitaal staat in voor de verzorging van een 170-tal gewonden die van overal in de buurt naar Saint-Riquier gebracht worden. In het veldhospitaal werken een twaalftal Belgische militaire artsen die er niet in geslaagd zijn om tijdig de Somme over te steken. Het betreft naast OLt Med Res Thier ook nog over Lt Med Vandenberghe, OLt Med Solé, OLt Med Aerts, OLt Med Wiringer en Aal Van Vaerenbergh van het Militair Reservehospitaal Nr 4 (HMR 4). Het veldhospitaal van Saint-Riquier overlijden drie Belgische militairen aan hun verwondingen, onder hen 1Sgt Hubert Van Horenbeeck van 2SE. Op 29 mei worden de gewonden en de artsen overgebracht naar één van de vaste hospitalen te Berck-Plage. Op 2 juni wordt hij samen met de andere Belgische artsen die zich nog te Berck-Plage bevinden krijgsgevangen genomen en naar België afgevoerd.
2SE
- Ledermagazijn/2SE in Frankrijk
Het konvooi passert rond 07u00 de sluis van Saint-Venant. De schepen varen nog steeds op de Leie en begeven zich naar de sluis van Aire-sur-la-Lys. In de verte wordt geweervuur gehoord en het besef groeit dat ze de frontlinie nu bijzonder dicht genaderd zijn. De schepen worden tegengehouden wanneer de Britten een verderop gelegen brug over de Leie laten vernielen. De militairen van de SE besluiten dan maar hun opdracht op te geven. Samen met de manschappen uit Roeselare wordt te voet richting België gemarcheerd. Het detachement zet koers naar Veurne en zoekt onderweg te Haverskerke logementen op waar een drietal uur gerust wordt. Lt Dohogne heeft zijn ledervoorraden nog willen vernielen, maar realiseert zich dat hij de lading zonder brandversnellers niet zomaar in brand kan steken en hij het leder ook niet onbruikbaar kan maken door het schip te laten zinken. Hij heeft de twee schepen met hun lading dan maar gewoon achter gelaten.
3SE
- Detachement Devos van de Staf/3SE
Het detachement van Maj Int Devos wordt terug naar het noorden gestuurd om kantonnementen in te nemen te Mareil-en-Champagne. Hier wordt een drietal weken verbleven. Tijdens het verblijf stellen verschillende officieren verslagen op over hoe zij met hun eenheid voorbij de Somme geraakt zijn. - Schoenenmagazijn Nr 1/3SE in Frankrijk
Na de mislukte inschepingspoging te Boulogne rijdt Lt Respeliers om 01u30 met zijn ploeg naar Calais om hier een nieuwe poging te wagen. Ook hier weigeren de Britten om de Belgische militairen aan boord te nemen. Lt Respeliers beslist om 09u00 dan maar verder terug te rijden tot Gravelines. Onderweg komen ze Cdt Blyau tegen, de vier officieren besluiten naar De Panne terug te keren.
4SE
- Uitrustingsmagazijn Nr 1/4SE in Frankrijk
De binnenschepen worden door de Duitsers veroverd bij hun opmars naar Calais. - Uitrustingsmagazijn Nr 6/4SE
De binnenschepen geladen met materieel van het Uitrustingsmagazijn Nr 6 vertrekken op 23 mei maar zullen uiteindelijk de kust niet bereiken omdat ze werden opgehouden door de vernieling van een brug over het kanaal van Eeklo door de belgische genie. Majoor Intendant Guerin van de Dienst Ravitailleringen en Productie van de Intendance wordt hiervan op de hoogte gebracht door Lt Adm Hauzoul. - Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
Lt Adm Pauwaert sluit zich aan bij Kapt Adm Vanhoyen en samen zetten ze hun zoektocht verder naar de rest van de SE. Na een vruchteloze zoektocht brengen ze de nacht door in Merlerault-le-Pin, een dorpje tussen Conches en L’Aigle.
5SE
- 5Cie/5SE in Frankrijk
De colonne zet zijn reisweg om 18u00 verder vanuit Tours naar Châtellerault dat tegen 22u00 bereikt. De compagnie krijgt een kantonnement aangewezen te Ozon, een van de buitenwijken van Châtellerault. Hier zal de compagnie verblijven tot 27 mei. Tijdens het verblijf in Ozon overlijdt op 26 mei de Soldaat Mil Van Damme aan de gevolgen van een ziekte.
![]()
Staf/SE
Kolonel Debroux en Kapitein Fastrez begeven zich naar het commando van de intendance op het Groot Hoofdkwartier te Sint-Andries. De beide officieren krijgen de opdracht om in de omgeving van Nieuwpoort op zoek te gaan naar achtergelaten goederenwagons met uitrusting en materieel. Debroux besluit zich in De Panne te vestigen. Op de staf/SE die zich in De Panne installeert bevinden zich ook nog Maj Lepoivre, Cdt Lefebvre en enkele andere officieren van de SE die niet over de Somme zijn geraakt.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE in Frankrijk
- Conform de gekregen orders van Maj Int Debels probeert Lt Res Janssens op zijn terugweg naar Roeselare aan te sluiten bij de colonne van de Militaire Kledingfabriek die zich volgens de laatste gegevens waarover hij beschikt in Bourbourg zou bevinden. Hij kan Bourbourg echter niet meer bereiken omdat alle bruggen die leiden naar het stadje in de ochtend van 24 mei door de Britten zijn vernield. Lt Janssen beslist dan maar om rechtstreeks naar Roeselare terug te keren.
- Lt Adm Pauwaert en Kapt Adm Vanhoye keren terug naar L’Aigle op zoek naar andere eenheden van de SE.
- Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
Lt Adm Delombaerde en Lt Adm Hauzoul ondernemen een nieuwe poging om met een colonne vrachtwagens de Frans-Belgische grens te overschrijden in De Panne maar wordt opnieuw tegengehouden. Dit keer omdat de doortocht naar het zuiden door de vijand al is afgesneden. Zij keren terug naar Roeselare.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Na een korte nachtrust te Haverkerke stappen de manschappen verder tot Haezebrouck. Hier kunnen de militairen aan boord klimmen van een naar België terugkerende sanitaire trein die iedereen tot in Ieper brengt.
3SE
- Schoenenmagazijn Nr 1
Cdt Blyau stuurt Lt Respelier om 05u00 terug naar Frankrijk om op zoek te gaan naar de binnenschepen die ergens in de buurt van Calais vast zitten. Hij slaagt er echter niet in om voorbij Grevelingen te geraken omdat de Duitsers de stad reeds bereikt hebben. Hij dient overrichterzake op zijn stappen terug te keren en De Panne opnieuw te vervoegen.
4SE
- Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
Het detachement van Kapt Adm Vanhoye keert terug naar L’Aigle omdat daar eenheden van de SE gesignaleerd zouden zijn maar weer levert de zoektocht niets op. Er wordt overnacht te L’Aigle.
![]()
Staf/SE
Kolonel Debroux en 1Kapt Fastrez bevinden zich in De Panne. Ze krijgen bezoek van Lt Respeliers die verslag uitbrengt van wat in Noord-Frankrijk is gebeurd.
1SE
- Stoffenmagazijn/1SE
- Lt Res Janssens komt terug aan te Roeselare en treft er de Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting aan die er niet in geslaagd is om Frankrijk binnen te geraken. Hij stelt zich onder de orders van Lt Adm Delombaerde. Hij helpt mee om de verplaatsing naar De Panne voor te bereiden.
- In L’Aigle ontmoeten Lt Adm Pauwaert en Kapt Adm Vanhoye per toeval Maj Int Brusseleers. Lt Adm Pauwaert overhandigt de som van 100.000 Bfr aan de majoor en krijgt het bevel om verder door te rijden naar Sablé-sur-Sarthe via Alençon en Le Mans. In Alençon wisselt hij de resterende som van 280.000 Bfr om tegen Franse valuta. Wanneer Lt Adm Pauwaerts in Sablé-le-Sarthe aankomt kan hij er geen logement meer vinden, hij wordt een vijftigtal kilometer teruggestuurd naar Domfront-en-Champagne ten noorden van Le Mans. Hier ontmoet hij de Lt Res Declercq van 1SE die met drie vrachtwagens en één personenwagen voorbij de Somme is geraakt. Een kantonnement wordt georganiseerd te Domfront voor wat overschiet van 1SE.
- Militaire Kledingfabriek/1SE in Frankrijk
Lt Staelens bevindt zich met een beperkte ploeg van 53Li nog steeds in het station van Duinkerke. Wanneer de wind aanwakkert en ook een Britse munitietrein in brand schiet valt er niets meer te redden, alle geparkeerde treinen vatten vuur. Lt Staelens verlaat het station om contact op te nemen met Kolonel Blancgarin, Belgische Plaatscommandant in Duinkerke. Hij krijgt het bevel om naar België terug te keren. Lt Staelens komt diezelfde dag nog aan te Veurne.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Lt Dohogne begeeft zich de volgende ochtend naar Veurne waar hij verneemt dat Kol Int Debroux zich in De Panne bevindt. In de namiddag reist hij door naar De Panne om bij Kol Int Debroux verslag uit te brengen over zijn evacuatieopdracht. Hij krijgt de opdracht om zijn personeel naar Middelkerke over te brengen.
3SE
- Schoenenmagazijn Nr 1/3SE
Na een kort bezoek aan Kolonel Int Debroux keert Lt Respeliers terug naar zijn magazijn in Veurne. Hier treft hij talrijke officieren, onderofficieren en manschappen aan van de 3Cie die aan het bombardement in Duinkerke ontsnapt zijn. De militairen hebben niets meer te doen en hangen doelloos rond.
4SE
- Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge/4SE in Frankrijk
Kapt Adm Vanhoyen treft per toeval Maj Int Brusseleers en samen beslissen ze om door te rijden naar Alençon. Van daar uit wordt de tocht verder gezet tot Juigné-sur-Sarthe nabij Sablé, waar in de buurt de andere uitrustingsdiensten kantonneren. Hier zullen de restanten van 4SE enkele weken kantonneren vooraleer ze naar Lodève gestuurd worden. Te Lodève wordt het 4SE ontbonden en het personeel verdeeld over de verschillende Versterkings- en Opleidingscentra. Kapt Adm Vanhoyen wordt doorgestuurd naar het 6VOC en zal uiteindelijk met de staf van de VOC/Aie terugkeren naar België om bij het passeren van de demarcatielijn op 17 september 1940 te Macon krijgsgevangen genomen te worden.
![]()
Staf/SE
Lt Stienon komt aan in de Panne en meldt zich aan bij Kol Int Debroux. Hij wordt in de getalsterkte van de stafgroep opgenomen.
1SE
- Militaire Kledingfabriek/1SE
Lt Staelens weet in Veurne nog een voertuig te bemachtigen en rijdt terug naar Duinkerke in de hoop nog iets uit de vernielde treinwagons te kunnen redden. Hij treft er alleen nog maar totaal uitgebrande treinstellen aan en kan niets van het materieel van de Militaire Kledingfabriek recupereren. - Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
Lt Adm Delombaerde beslist om zijn werkplaats en wat uit Frankrijk is teruggekeerd van het Stoffenmagazijn naar De Panne over te brengen.
2SE
- Ledermagazijn/2SE
Lt Dohogne brengt zijn personeel over naar Middelkerke waar een Versterkte Compagnie wordt opgericht om alle nog in België verblijvend personeel van de SE in onder te brengen. Er wordt gewerkt om deze compagnie te bevoorraden tijdens de twee resterende dagen van de oorlog
3SE
De militairen van 3SE die zich in Veurne verzameld hebben, vertrekken onder leiding van Lt Respelier om 20u30 in colonne naar Middelkerke waar ze toegevoegd worden aan de Versterkte Compagnie/SE. Te Middelkerke wordt het einde van de oorlog afgewacht.
![]()
Staf/SE
De stafgroep verplaatst zich van De Panne naar Middelkerke. Wanneer de colonne Nieuwpoort passeert worden de voertuigen gebombardeerd. Hierbij raakt Lt Adm Stienon gewond. Hij wordt op de staf vervangen door Lt Adm Delombaerde.
1SE
- Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting/1SE
Lang blijft de herstellingswerkplaats niet in De Panne, Lt Adm Delombaerde krijgt het bevel om alles over te brengen naar Middelkerke waar een poging zal worden ondernomen om de werkplaats terug op te bouwen. Te Middelkerke worden ze opgenomen in de getalsterkte van de Versterkte Compagnie, Lt Adm Delombaerde gaat over naar de Staf/SE.
5SE
- Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen/5SE in Frankrijk
Lt Adm Hennaut mag eindelijk Labarre-en-Ouche verlaten en begeeft zich naar het zuiden. Tegen de avond bereikt hij La Guerche-de-Bretagne, op 16 kilometer van Martigné-Ferchaud, waar hij kantonnementen opzoekt. Hier verneemt hij de volgende dag de capitulatie van het Belgische Leger. Hij slaagt er vervolgens in om op 28 mei de rest van 5SE te vervoegen in Martigné-Ferchaud, - 5Cie/5SE in Frankrijk
De 5Cie krijgt een nieuw kantonnement toegewezen te Martigné-Ferchaud, een 250-tal kilometer meer noordwaarts dan Châtellerault. Lt Adm Jadin verlaat de wijk Ozon van Châtellerault om 09u00 om zich naar Martigné-Ferchaud te begeven, voorlopige eindbestemming voor de 5Cie.
![]()
Staf/SE
Kol Int Debroux bevindt zich samen met het handjevol officieren en manschappen dat niet naar Frankrijk is kunnen vluchten te Middelkerke. De stafofficieren begeven zich naar Brugge waar Debroux het bevel in handen krijgt van het Magazijnstation. Dit organisme voorziet in de ravitaillering van het veldleger en zal nog minstens een week op volle kracht blijven werken voor de voedselvoorziening van het nu verslagen Belgisch leger. Debroux en de rest van het commando van het Magazijnstation worden vervolgens naar Destelbergen overgebracht waar de miliciens en het reservekader gedemobiliseerd worden.
Versterkte Compagnie/SE
De resterende manschappen van de SE bevinden zich nu samen in één compagnie. Zij vernemen het nieuws van de Belgische capitulatie in Middelkerke.
Detachementen SE in Frankrijk
Na de capitulatie van het Belgische leger in Vlaanderen beslist de Belgische regering in ballingschap in Frankrijk dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden.
1SE in Frankrijk
Te Domfront vernemen Lt Adm Pauwaert en Lt Res Declercq het nieuws van de Belgische capitulatie. Zij zijn, samen met 1Kapt Paenen en Lt Res Dopchie, de enige vier officieren van 1SE waarvoor met zekerheid gezegd kan worden dat ze de Somme veilig zijn overgeraakt.
4SE in Frankrijk
Op 28 mei bevinden volgende officieren van 4SE zich in de kantonnementszone te Sablé: Maj Int Brusseleers en 1Kapt Adm Van Oost van de Staf/4SE, 1Kapt Adm Baes en 1Lt Adm Debroe van UM Nr 2, Kapt Adm Mottoulle en Lt Adm Decoene van UM Nr 4, 1Kapt Adm Aerts en 1Lt Adm Druart van UM Nr 5, Lt Adm Manet en Lt Adm Camus van UM Nr 6, Lt Adm Michaux, Lt Adm Blomart, Kapt Adm Vanhoye beheerders van de werkplaatsen en Lt Lagrange van de 4Cie/SE.
![]()
Versterkte Compagnie/SE
De Versterkte Compagnie wordt op 29 mei doorgestuurd naar Sijsele ten noorden van Brugge waar de twee daaropvolgende dagen gekantonneerd wordt. De compagnie wordt aangehecht aan de 12de Infanteriedivisie (12Div) voor de verdere afwikkeling van zijn demobilisatie. Op 1 juni vertrekt de Versterkte Compagnie naar Sint-Laureins ten noorden van Eeklo vlakbij de Belgisch-Nederlandse grens. Hier wordt de compagnie op 10 juni gedemobiliseerd waarna het dienstplichtig personeel naar huis wordt gestuurd. Bij het ontbinden van de compagnie bevinden Lt Delombaerde, Lt Adm Act Villers, Lt Res Dohogne, Lt Adm Respeliers en Lt Res Hauzoul zich te Sint-Laureins. Als officier van het actief leger wordt Lt Adm Villers via Moerbeke en Lokeren doorgestuurd naar Maria-ter-Heide in Basschaat van waaruit hij op 17 juni als krijgsgevangene wordt overgebracht naar Dortmund. De actieve onderofficieren en beroepssoldaten van de Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting slagen erin om in een onbewaakt moment met een vrachtwagen te ontsnappen en terug te keren naar Roeselare. Hierdoor ontkomen ze aan krijgsgevangenschap.
![]()
1SE in Frankrijk
Te Domfront krijgt het detachement van 1SE de opdracht om op zoek te gaan naar zes kantonnementen in nabijgelegen dorpen om een grote groep Belgische militairen van de intendance op te vangen. Domfront werd door de Franse autoriteiten aangeduid als nieuwe verzamelplaats voor de Belgische intendance omdat Sablé-sur-Sarthe volledig overrompeld is door burgervluchtelingen en geen onderdak meer kan geven aan nieuwe militaire detachementen. Om 13u00 komt het Nachtlegeringsmagazijn van de Provianddienst Brugge bevolen door 1ste Kapt Peire aan te Domfront met twee vrachtwagens. Op de voertuigen bevinden zich een 65-tal mannen en vrouwen. Lt Adm Pauwaert stelt zich in verbinding met de intendance van Le Mans om levensmiddelen af te halen voor de Belgische militairen en militaire arbeiders die zich in Domfront bevinden.
![]()
1SE in Frankrijk
Er wordt een permanentie geopend in het gemeentehuis van Domfront. Om 15u00 komt Luitenant Destrait, met een order van Majoor Avaert (TBC), dat de Uitrustingsdienst gereorganiseerd zal worden te Loué, halfweg Domfront en Sablé. Tenslotte volgt om 18u00 het bevel dat 1SE en de Nachtlegeringsdienst van Brugge zich de volgende dag moeten verplaatsen naar Mareil-en-Champagne op twee kilometer van Loué.
![]()
1SE in Frankrijk
1SE en de Nachtlegeringsdienst van Brugge verplaatsen zich van Domfort naar Mareil-en-Champagne. Alle materieel en personeel wordt ondergebracht in de 8ste Compagnie Intendance. Te Mareil-en-Champagne betaalt Lt Res Dopchie de 10.000 Bfr terug aan Lt Adm Pauwaert. Omdat Maj Int Debels deze som met eigen fondsen reeds had terugbetaald aan Lt Adm Pauwaert wordt de som overhandigt aan Mevrouw Debels in aanwezigheid van 1Kapt Paenen, Lt Dopchie en Lt Declercq. Lt Adm Pauwaert geeft de resterende bedragen die hij voor vertrek heeft ontvangen af aan 1Kapt tresorier Bertrand.
![]()
Staf/SE
De actieve officieren en onderofficieren worden niet gedemobiliseerd in Destelbergen maar doorgestuurd naar Lokeren. Het betreft Maj Lepoivre, 1Kapt Adm Fastrez en 1Kapt Adm Hautem. Daarnaast blijven ook de Adjudanten Baeten en Coppejans samen met een twaalftal soldaten uit de regio Virton en Aarlen krijgsgevangen. Te Lokeren worden deze laatsten uiteindelijk vrijgelaten, de drie officieren worden doorgestuurd naar Brasschaat waar ze van een bepaalde vrijheid kunnen genieten in afwachting van hun deportatie naar Duitsland. 1Kapt Adm Fastrez maakt van de vrijheid gebruik om te ontsnappen en naar huis terug te keren.
1SE en 3SE in Frankrijk
Majoor Int Devos bevindt zich op 6 juni te Mareil-en-Champagne waar het 1SE en het 3SE nu samen kantonneren. Te Mareil-en-Champagne probeert 1ste Kapt Peire om ook zijn burgerwerknemers te laten uitbetalen door de beheerder van de 8Cie. Hij botst echter of een formele weigering van Maj Int Devos [8]. Terwijl het 3SE zich te Mareil-en-Champagne bevindt wordt Maj Devos doorgestuurd naar Montpellier, 1ste Kapitein Paenen neemt het bevel van het detachement van 3SE over.
![]()
1SE en 3SE in Frankrijk
Het detachement van 1Kapt Paenen wordt vanuit Mareil-en-Champagne doorgestuurd naar Lodève waar beide diensten ontbonden worden. Het personeel wordt verdeeld over de eenheden van het 4de Versterkings- en Opleidingscentrum (4VOC)
4SE
- Confectie- en Herstellingswerkplaats Schoeisel/4SE in Frankrijk
De Confectie- en Herstellingswerkplaats Schoeisel (ARCR) van Lt Michaux komt na veel omzwervingen terecht in L’Isle-Jourdain in het zuiden van Frankrijk. Op 11 juni krijgt het ARCR plots opdracht om naaimachines aan te schaffen en een naaiatelier op te starten. De Belgische regering in ballingschap stemde op 29 mei onder druk van de Fransen in om de 7de Infanteriedivisie (7Div), die naar Frankrijk werd geëvacueerd, terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De 7Div bevindt zich op dat ogenblik in Bretagne. De persoonlijke uitrusting van de militairen van de 7Div moet dringend hersteld en aangevuld worden. Hiervoor wordt beroep gedaan op de ARCR. Lt Michaux slaagt erin twee naaimachines op de kop te tikken maar uiteindelijk zal er niet gewerkt worden voor de 7Div maar voor de eenheden van het 3de en het 4de Versterkings- en Opleidingscentrum (3VOC en 4VOC) die zich te L’Isle-Jourdain bevinden.
![]()
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3/3SE | ADRIAENSSENS | Constant | Sdt | Mil | 19 | 8.10.1898 | Brasschaat | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 5SE | BONHEUR | Leon, C.P. | Kpl | 3.01.1892 | Brugge | 13.05.1940 | Ath | Atelierchef. Gedood in luchbombardement. | |||
| 3SE | BROUWERS | Joannes, J. | Sdt | Mil | 16.11.1904 | Overpelt | 25.05.1940 | Calais (F) | |||
| Onbekend | CAEKEBEKE | René, G. | Sdt | Mil | 27 | 05.10.1907 | Wetteren | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 3SE | CORTHOUTS | Florent | Sdt | Mil | 23 | 16.09.1903 | Herk-de-Stad | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 3/3SE | DE BEUL | Aloïs | Sdt | Mil | 19 | 15.01.1895 | Borgerhout | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 3/3SE | DE MEULEMEESTER | Joseph | Sdt | Mil | 27 | 15.07.1897 | Antwerpen | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 6/6SE | DE MULDER | Henri, Oscar | ![]() | Sdt | Mil | 30 | 09.03.1909 | Moerzeke | 22.05.1940 | Dunkerque (F) | |
| 3SE | DE PAUW | Karel, H.P. | Sdt | Mil | 22 | 16.04.1902 | Gent | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 3/3SE | DE SMET | Joannes, F. | Sdt | Mil | 12.06.1901 | Baasrode | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | |||
| 3/3SE | FOUARGE | Sébastien | Sdt | Mil | 23 | 03.09.1903 | Wonck | 27.05.1940 | Calais (F) | ||
| 3SE | FRANCX | Fernand, J. | Sdt | Mil | 23 | 19.05.1903 | Pâturages | 22.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 5SE | GODEFROID | Joseph | Sdt | Mil | 25 | 28.06.1905 | Sart-Saint-Laurent | 13.05.1940 | Ath | Gedood in luchbombardement. | |
| 3SE | HUYGE | Camiel, G. | Sdt | Mil | 27 | 05.11.1907 | Gent | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 3SE | KEMPENEERS | Louis | mil werkkracht | 5.05.1892 | Liège | 21.05.1940 | Rosendaël (F) | (3e Serv. D'Equip.) | |||
| 3/3SE | MASSET | Jules, F.J. | Sgt | Mil | 23 | 08.02.1903 | Jambes | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 6SE | MATTON | Achiel, J. | mil werkkracht | 21.09.1894 | Ingelmunster | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | (Atel. Répar. Chaussures Liège) | |||
| 3/3SE | TACKAERT | Cesar, O. | Sdt | Mil | 19 | 03.05.1898 | Zele | 22.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| Onbekend | VAN DAMME | Adolf, C. | ![]() | Sdt | Mil | 30.06.1894 | Lebbeke | 26.05.1940 | Châtellerault (F) | ||
| Onbekend | VAN ELSANDER | Georges | Sdt | Mil | 12.05.1908 | Kuurne | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | |||
| 2SE | VAN HORENBEECK | Hubert, J.I. | 1Sgt | 25.02.1912 | Mechelen | 24.05.1940 | Saint-Riquier (F) | Overleden aan zijn verwondingen in Frans veldlazaret van Saint-Riquier. |
|||
| 3/3SE | VANDERSCHELDEN | Adhelson | Kpl | Mil | 22 | 11.11.1902 | Avelgem | 21.05.1940 | Dunkerque (F) | ||
| 5SE | VANDEWEYER | Denis, E.C. | Sgt | Mil | 22 | 06.02.1902 | Liège | 13.05.1940 | Ath | Gedood in luchbombardement. |
![]()
- De “Filature du Canal” was een Aalsterse katoenspinnerij met een twijnderij in de Prins Albertlaan te Izegem. Achtergrondinformatie bij de Filature du Canal [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/280 [Laatst geraadpleegd 15 februari 2026].
- Achtergrondinformatie over het binnenschip “Gange” [On Line beschikbaar]: https://binnenvaarterfgoed.be/bbs1/be_schip.php?BID=BBS002157b [Laatst geraadpleegd 5 februari 2026]
- Achtergrondinformatie over het binnenschip “L’Union III” [On Line beschikbaar]: https://binnenvaarterfgoed.be/bbs1/be_schip.php?BID=BBS003579a#historiek [Laatst geraadpleegd 5 februari 2026].
- Achtergrondinformatie over het binnenschip “Louise” [On Line beschikbaar]: https://binnenvaarterfgoed.be/bbs1/be_schip.php?BID=BBS003516a [Laatst geraadpleegd 5 februari 2026].
- Achtergrondinformatie bij Kanaal Roeselare – Leie en de drietrapssluis van Ooigem [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/89598 [Laatst geraadpleegd 5 februari 2026].
- Soldaat Milicien George Van Elslander staat ook vermeld op de slachtofferslijst van het 2de Territoriaal Intendancekorps. Hij was om een of andere reden meegestuurd met de 3Cie/3SE. Verder onderzoek in zijn persoonlijk dossier moet uitwijzen of hij al dan niet naar het 3SE werd overgeplaatst.
- De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er “l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar] https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 4 februari 2026].
- Een duidelijke indicatie dat 3SE zich op 5 juni te Mareil-en-Champagne bevond is een schrijven van 1Kapt Peire, commandant van het Nachtlegeringsmagazijn van de Provianddienst Brugge, met de vraag aan Maj Int Devos om een aantal burgerwerklieden van zijn nachtlegeringsmagazijn te laten opnemen in de getalsterkte van zijn detachement. Zijn verzoek wordt door Maj Int Devos afgewimpeld. De nota bevindt zich n het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Kapt Int Fastrez, adjunct van Kol Int Debroux en tewerkgesteld in de Staf/SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
- Zeer gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Adm Res Pauwaert, beheerder van het Stoffenmagazijn van 1SE. Het verslag werd opgesteld op 10 juni 1940 te Mareil-en-Champagne, kort na de feiten en is bijgevolg redelijk betrouwbaar. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans op 10 juni 1940 door Lt Adm Res Jadin, adjunct van Kapt Guignon directeur van het Uitrustingsmagazijn Nr 3 van 5SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Adm Res Respeliers, bevelhebber van het Schoenenmagazijn Nr 1 van 3SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Adm Hennaut, commandant van de Herstellingswerkplaats Kledij en Schoeisel Mechelen van 5SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Zeer summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Dacosse, treincommandant van de trein die de 3Cie van 3SE naar Duinkerke bracht. Hij beschrijft de ramp waarbij twaalf militairen van de 3Cie om het leven kwamen. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Vanderwegen van 3SE waarin hij uitleg geeft bij de opdracht om de binnenschepen via de haven van Calais naar Engeland te brengen. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res Bouckaert van het Schoenenmagazijn Nr 1. Lt Res Bouckaert reed mee met de colonne van 21 vrachtwagens van 3SE naar het zuiden en slaagde erin Zuid-Frankrijk te bereiken. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Adm Stienon betreffende de periode van 18 tot 27 mei waarin hij uitlegt hoe hij van zijn eenheid, Uitrustingsmagazijn Nr 1 van 4SE geïsoleerd geraakte. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans op 12 februari 1945 door Kapt Adm Vanhoye beheerder van de Confectie- en Herstellingswerkplaats Kledij Brugge van 4SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Uitgebreid en verhelderend getypt verslag in het Frans, opgesteld door Luitenant van de reserve Dohogne, bevelhebber van het Ledermagazijn van 2SE, die met een binnenschip van Ooigem naar Calais werd gestuurd. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Adm Villers actief officier van de Herstellingswerkplaats Gebruikte Uitrusting (UREU) van 1SE betreffende de demobilisatie van de SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Adm Stroobants, actief officier van de Militaire Kledingfabriek van 1SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Helder getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Janssens, officier bij het Stoffenmagazijn van 1SE. Hij bleef bij het gedeelte van het Stoffenmagazijn dat er niet in slaagde de Somme over te steken. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Vaag en summier getypt verslag opgesteld in het Frans op 11 januari 1941 door Maj Adm Marteau, beheerder van de Militaire Kledingfabriek. Het verslag vermeldt geen persoonsnamen, plaatsnamen noch concrete data waarop de aangehaalde feiten zich afspeelden en zijn daarom moeilijk te kaderen. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt van de reserve Tasiat, officier bij het Stoffenmagazijn van 1SE. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Zeer summier getypt verslag opgesteld in het Frans door 1Kapt Perin van het 4de Territotiaal Intendance Korps die op 20 mei als begeleider van de colonne voertuigen van de Militaire Kledingfabriek/1SE vertrok richting Frankrijk. Het verslag beschrijft de gebeurtenissen op 20, 21 en 22 mei. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 4de Territoriaal Intendance Korps, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Handgeschreven verslag opgesteld door Lt res Staelens van het 3TerIntK over zijn werkzaamheden in de Militaire Kledingfabriek van Roeselare na zijn overplaatsing van van het 3TerIntK naar 1SE op 16 mei 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 3de Territoriaal Intendance Korps, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Slagorde officieren van 4SE op 10 mei 1940. De slagorde bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Slagorde officieren van 4SE op 28 mei 1940 in Frankrijk. De slagorde bevindt zich in het dossier van de Uitrustingsdienst, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Lijst met namen van binnenschepen, met hun eigenaars, registratienummer en lading opgesteld door 1SE naar aanleiding van de evacutie naar Frankrijk.
- “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne.


