![]()
| Type | Logistieke steuneenheid | |
| Ontdubbeld van | n.v.t. | |
| Onderdeel van | Directie van het Vervoer bij het Leger | |
| Bevelhebber | Kolonel Paul Algrain | |
| Adjunct | Kapitein-commandant Jules Tournaye | |
| Standplaats | Antwerpen | |
| Samenstelling | Staf | |
| Compagnie Binnenschippers (Kapitein-commandant Charles Pot) |
1ste Peloton (Navigatiedienst) (Cdt Jules Athone) 2de Peloton (Dienst Koelschepen) (Cdt Jean Delande) 3de Peloton (Dienst Trekschuiten; Dienst Laden en Lossen) (OLt Delinde) 4de Peloton (Herstellingsdienst; Bergingsdienst) (Cdt Lucas Van Acker) |
|
| Bergingsdienst (Kapitein-commandant Adrien Letzer) |
||

Vlotkraan I was een van de twee belangrijke drijvende kranen die uit Antwerpen geëvacueerd werden.
![]()
De Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren is een kleine eenheid die tot taak heeft transporten van materieel en voorraden met opgeëiste binnenschepen te organiseren binnen de zogenaamde ‘legerzone’ of het operatiegebied van het veldleger. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het Belgische leger immers in belangrijke mate bevoorraad via de waterlopen van Noord-Frankrijk en de Westhoek, zelfs tot op bijzonder korte afstand van de frontlinie. In het achtergebied van de legerzone zouden de transporten dan weer georganiseerd worden door de Navigatiecommissie van de Directie van het Vervoer van de Achterwaartse Zone van het Ministerie van Landsverdediging.
De eenheid beschikt hiervoor op zijn slagorde onder meer over een 400-tal reservisten die als matroos, schipper of aanverwante op de binnenwateren actief zijn. Of die militairen ook allen gemobiliseerd werden, is niet duidelijk. De dienst staat onder het commando van Kolonel Paul Algrain [1].
De eigenheid van de Achttiendaagse Veldtocht zal maken dat de activiteiten van zowel de Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren en de Navigatiecommissie samenvallen en aangestuurd worden door de 3de Afdeling van de Directie van het Vervoer bij het Leger.
![]()
De veldtocht van de eenheid start met de evacuatie van enkele honderden binnenschepen en sloepen uit de Antwerpse haven. Deze vaartuigen worden onder leiding van de Kapitein-commandanten Jean Delandre en Lucas Van Acker via de binnenwateren naar Vlaanderen gezonden om zo de Frans-Belgische grens trachten te bereiken. Het gros van deze vloot komt vast te zitten in Vlaanderen en Noord-Frankrijk en zal slechts een beperkte rol spelen bij de transporten uitgevoerd door het leger.
Uit Antwerpen worden op 10 en 11 mei eveneens zes drijvende graanelevators en twee drijvende kranen geëvacueerd. Onder leiding van Kapitein-commandant Adrien Letzer worden deze machines met behulp van de Antwerpse sleepboten Walvisch en Raymond via de Kruisschanssluis de haven uit gebracht en langs de Schelde tot in Vlissingen gesleept. De tuigen zullen uiteindelijk Oostende bereiken met behulp van de uit Zeebrugge toegesnelde slepers Max, Thames, Elbe en Vulcain.
![]()
Detachement Kapitein-commandant Van Acker
Delandre en Van Acker zijn er op de eerste oorlogsdag in geslaagd om een 300-tal vaartuigen te verzamelen uit de haven van Antwerpen. Dit konvooi vaart tijdens de nacht van 10 mei op 11 mei 1940 de Bovenschelde op en moet daarbij de militaire pontonbrug van Hoboken zien te kruisen. Omstreeks 01u15 bekomt Cdt Van Acker de toestemming om een sectie van de brug te laten demonteren om het convooi door te sturen.
Een ander deel van de in Antwerpen aanwezige binnenschepen is inmiddels via de Zeeschelde vertrokken.
![]()
De staf van de Directie van het Vervoer bij het Leger krijgt de opdracht om het Kanaal van Willebroek, het Kanaal Brussel-Charleroi en de Rupel te ontruimen. Binnenvaartuigen tot 300T moeten via het Canal du Centre en de Samber naar Frankrijk gedirigeerd worden, terwijl grotere vaartuigen via de Rupel en de Schelde zeewaarts moeten.
![]()
De Directie van het Vervoer bij het Leger moet de haven van Gent vrijmaken van alle lege vaartuigen. Deze opdracht zal tot op de letter uitgevoerd worden, want er zullen in de daarop volgende dagen ook vaartuigen vertrekken die goed gebruikt hadden kunnen worden bij de evacuatie van de voorraden van het leger die te Gent opgeslagen liggen.
![]()
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft, moet deze worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers in het zuiden een doorbraak te forceren in de streek van Sedan, terwijl in het noorden Nederland zich heeft overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.
![]()
De doorvaart van binnenschepen op de Schelde te Doornik is ernstig belemmerd na de luchtaanvallen op de stad op 16 en 17 mei. De binnenvaartuigen die zich nog op dit deel van de Bovenschelde bevinden worden doorgestuurd naar het Kanaal Bossuit-Kortrijk, of krijgen de opdracht om op de linkeroever van de rivier aan te meren en zich daar onklaar te maken.
Ook te Gent ontstaat een file van binnenschepen aan de spoorbrug van Steenbrugge. Deze brug moet continu gesloten blijven om het militaire treinverkeer absolute voorrang te verlenen wat maakt dat hier zo’n 300 schepen liggen te wachten met aan boord een grote hoeveelheid voorraden van het leger. Kapitein-commandant Van Acker laat toch een opening van de brug afdwingen om de vloot te laten passeren, tot groot ongenoegen van de directeur-generaal van de NMBS Narcisse Rulot die zijn beklag maakt bij de Directie van de Diensten van het Achtergebied.
![]()
De DTA krijgt de opdracht om de binnenvaartuigen op het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort over de Franse grens te brengen. Om te voldoen aan de maximale tonnenmaat van 180T voor Veurnevaart, moet of telkens het deel van de vracht gelost worden of moet het binnenschip terugvaren naar Oostende.
![]()
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langs de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei.
![]()
Nu er geen vrije doortocht in Frankrijk meer mogelijk is, krijgt de DTA de opdracht om in de achterhavens van Nieuwpoort en Oostende de nog aanwezige binnenschepen te laten zinken.
![]()
Geen gesneuvelden bekend.
![]()
- Kolonel Paul Algrain is genie-officier en bezieler van het in 1915 ontwikkelde mobiel brugsysteem dat zijn naam zal dragen en in 1940 nog her en der zal gebruikt worden door het Bataljon Pontonniers voor het overbruggen van grote waterlopen.
- Dossier Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie
