4de Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Bataljon Genie | 4ème Bataillon de Génie | 4Gn
Type Geniebataljon  
Ontdubbeld van 2de Bataljon van het 3de Regiment Genie  
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Majoor Arthur Remy  
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Eigenbilzen-Diepenbeek
Commandopost te Bilzen
 
Samenstelling 1ste Compagnie (Kapitein-commandant Louis Knaepen) 1ste Peloton (Lt J. Pitti)
2de Peloton (OLt Camille Heine)
3de Peloton (Adjt KROLt Marcel Gerard)
  2de Compagnie (Kapitein-commandant Alfred Legrand) 1ste Peloton (Lt Georges)
2de Peloton (OLt Louis Van Autgaerden)
3de Peloton (Adjt Laurent Brauns)
  Peloton Park (Onderluitenant Bouckaert)  

Tijdens de mobilisatie

Staf/4Gn
Het 4de Bataljon Genie (4Gn) werd gemobiliseerd als ontdubbelingsbataljon van het 3de Regiment Genie en vervoegt begin september de 4de Infanteriedivisie (4Div) als het organieke bataljon genie van deze divisieDe 4Div staat op dat ogenblik opgesteld aan het meest oostelijke deel van het Albertkanaal waar ze een waakscherm oprichten tussen Lixhe en Eigenbilzen. De 4Div blijft deze sector bezetten tot begin januari.

Op 5 januari 1940 wordt de 4Div aan het Albertkanaal afgelost waarna de divisie een ver doorgedreven training te Leopoldsburg uitvoert. Na dit trainingskamp neemt de divisie als reserve van het leger verschillende stellingen in tussen Diest en Hasselt. Begin maart wordt de divisie onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK) om opnieuw stelling te nemen achter het Albertkanaal, ditmaal tussen Eigenbilzen en Diepenbeek. 

Aan de vooravond van de oorlog is de 4Div nog steeds ontplooid in de Sector Eigenbilzen-Diepenbeek van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal. De drie infanterieregimenten van de 4Div worden in lijn opgesteld langs het kanaal. Het 11de Linieregiment (11Li) bezet de rechter ondersector en sluit aan op de stellingen van de 7de Infanteriedivisie, het 7de Linieregiment (7Li) bezet de midden ondersector terwijl het 15de Linieregiment (15Li) op de linkerflank staat opgesteld. Het HK van de divisie is geïnstalleerd in een kasteel te Hoeselt. De Staf/4Gn heeft zijn intrek genomen in het gebouw van de Crédit Anversois op de markt van Bilzen. Het 4Gn wordt bevolen door Majoor Remy die op de bataljonsstaf wordt bijgestaan door OLt Passeleq.

Opstelling 4Div in de sector Eigenbilzen - Diepenbeek

Opstelling 4Div in de sector Eigenbilzen – Diepenbeek

Het 4Gn levert geniesteun aan de regimenten in lijn en aan de andere eenheden van de divisie waar nodig. Het bataljon telt ongeveer 450 militairen verdeeld over twee compagnies genie en een Peloton Park. De opdrachten van het bataljon tijdens de mobilisatie kunnen onderverdeeld worden in vier groepen:

  • Vernielingswerken: het aanbrengen en bewaken van springladingen onder de wegbruggen van Eigenbilzen, Zutendaal en Diepenbeek, onder de spoorwegbrug aan de Kolenhaven van Genk, onder de toegangswegen tot de bruggen van Eigenbilzen en Zutendaal en van de mijninfrastructuur te Genk. Er werden ook vier vernielingen voorbereid op de Demerbruggen tussen Bilzen en Hoeselt.
  • Communicatiewerken: het bataljon onderhoudt ook de toegangswegen tot de kantonnementen en heeft een loopbrug op vlotters aangelegd over het Albertkanaal. Langsheen de kanaaloever worden ook op diverse plaatsen vlotten gebouwd voor de infanterie.
  • Logementswerken: ten behoeve van de divisie werden talrijke houten slaapbarakken, stallingen en keukens gebouwd. Initieel werden de soldaten tegen betaling ingekwartierd bij burgers in de dorpen nabij het kanaal.
  • Speciale verdedigingswerken: voor de stellingen van de infanterie werden anti-tank obstakels geplaatst, prikkeldraad gespannen en schootsvelden geruimd (verwijderen van struikgewas en bomen die het schootsveld belemmeren). Tussen de bunkers op de kanaaloever en de achterliggende loopgraven werden waar mogelijk overdekte loopgrachten gebouwd.

Uiterst rechts het gebouw van de Crédit Anversois waar de staf van het 4Gn zijn intrek had genomen.

Uiterst rechts, slechts gedeeltelijk op de foto, het gebouw van de Crédit Anversois waar de staf van het 4Gn zijn intrek had genomen.

Staf/4Gn
Het algemeen alarm bereikt het bataljon rond 02u00 ruim twee uur nadat de rest van de divisie gealarmeerd was. Het bataljon laat de vernielingsdetachementen onmiddellijk de verschillende vernielingsposten bezetten. Majoor Remy krijgt om 04u00 opdracht van de divisie om te beginnen met de voorziene geniewerken in het station van Hoeselt. De springladingen van de bruggen worden allen aangesloten op hun elektrische ontstekers tussen 04u30 en 04u45. De rest van de manschappen zijn klaar tot de actie rond 06u00 maar blijven voorlopig nog in hun kantonnementen te Bilzen. Ook de commandopost blijft ter plaatse. Deze ongelukkige beslissing resulteert in drie doden en twee gewonden bij het luchtbombardement op Bilzen twee uur later. De Soldaten Bergiers, Peutat en Vanoppen overleven het bombardement niet.  De Soldaten Mauclet en Rancy worden na de aanval zwaargewond van onder het puin gehaald [1]. De commandopost van het bataljon verhuist uiteindelijk van de markt van Bilzen naar café “In de sleutel” op de baan van Bilzen en Hoeselt. 

De toegangswegen naar de bruggen van Eigenbilzen en Zutendaal worden in de vroege voormiddag door vernielingsdetachementen van het 21ste Bataljon Genie (21Gn) opgeblazen [2]. Tussen 14u10 en 14u35 worden de bruggen op het Albertkanaal vernield, met uitzondering van de meest westelijke wegbrug van Diepenbeek.

Hoek van de markt van Bilzen die op 10 mei werd weggeveegd door het Duits bombardement. Het bankgebouw raakte beschadigd.

Hoek van de markt van Bilzen die op 10 mei werd weggeveegd door het Duits bombardement. Het bankgebouw (laatste gebouw in de straat met dak) waarin de CP van 4Gn zich bevond raakte beschadigd.

De divisiestaf vraagt eveneens om langsheen de Demer tussen Bilzen en Diepenbeek vijf duikers van de rivier te blokkeren en een loopbrug te ondermijnen. Deze kunstwerken krijgen elk een lading explosieven en worden aangeduid als Vernieling D1 tot D8 (D7 werd niet uitgevoerd). De eerste drie springladingen worden geplaatst door de 2Cie. De laatste vier door de 1Cie:

  • Rentfordstraat te Spurk – Vernieling D1: Korporaal Monseur (2Cie)
  • Boswinningstraat te Heesveld – Vernieling D2: Korporaal Monseur (2Cie)
  • Hoogveld – Vernieling D3: Sergeant Georges (2Cie)
  • Waterkasteel van Schoonbeek – Vernieling D4: Sergeant Thirard (1Cie)
  • Molenstraat – Vernieling D5: Onderluitenant Heine (1Cie)
  • Loopbrug nabij de Molenstraat – Vernieling D6: Adjudant Gérard (1Cie)
  • Lutselusstraat – Vernieling D8: Adjudant Gérard (1Cie)

Deze werkzaamheden starten in de loop van de avond en worden tijdens de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei afgerond.

1/4Gn
Kort nadat de 1ste Compagnie (1/4Gn) het alarm ontvangt worden volgende vernielingsdetachementen bezet:

  • Brug over het Albertkanaal van Eigenbilzen: Sgt Joris
  • Brug over het Albertkanaal van Zutendaal: Sgt Albyn
  • Brug over de Demer aan de Meershoven te Bilzen – Vernieling Bil4: Sgt Collard
  • Brug over de Demer aan de Brugstraat te Bilzen – Vernieling Bil3: Sgt Antoine
  • Brug over de Demer aan de Leten te Bilzen – Vernieling Bil2: Sgt Massart.
  • Brug over de Demer aan de Pasbrugstraat te Hoeselt – Vernieling Bil1: Sgt Alff

De door het 1/4Gn vernielde brug van Eigenbilzen in het bataljonsvak van III/11Li.

Wanneer rond het middaguur een eerste update van de Vooruitgeschoven Stelling binnenkomt waarbij gesignaleerd wordt dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken wordt om 13u40 door de Staf van de 4Div  het bevel gegeven om de bruggen van Eigenbilzen en Zutendaal op te blazen. De brug van Eigenbilzen vliegt de lucht in om 14u30. Bij het tot ontploffing brengen van de brug van Eigenbilzen komt een burger om het leven. Om nog onverklaarbare redenen bevond Joannes Keppers  zich nog op de brug toen die ontplofte [3]. Het opblazen van de brug van Zutendaal gebeurt uiteindelijk om 14u35.

Via de divisiestaf laat de commandant van 7Li omstreeks 20u55 weten dat de brug van Zutendaal niet geheel vernield is. Kapitein-commandant Knaepen laat Luitenant Pitti terugkeren naar de brug om de zaak na te kijken en zo nodig een nieuwe springlading aan te brengen. Pitti besluit dat de brug voldoende vernield is en stuurt een tweetal uur later een nieuwe merkschets van de situatie naar de bataljonsstaf.

2/4Gn
Ook de 2de Compagnie (2/4Gn) gaat over tot het bezetten van volgende vernielingsdetachementen:

  • Brug over de Kolenhaven van Genk: Kpl Van Hover
  • Oostelijke wegbrug over het Albertkanaal te Diepenbeek – Vernieling D1: Kpl Delvaux
  • Spoorbrug over het Albertkanaal te Diepenbeek -Vernieling Df1: Sgt Rausch
  • Westelijke wegbrug over het Albertkanaal te Diepenbeek – Vernieling D2: Sgt Gerkens
  • Sluis Nr 1 te Genk: OLt Van Autgaerden

Tussen 14u10 en 14u30 worden ook de spoorwegbrug, de brug over de Kolenhaven en de oostelijk wegbrug te Diepenbeek opgeblazen. Alleen de vernieling van de westelijke brug van Diepenbeek wordt uitgesteld teneinde de verkenningstroepen die de Vooruitgeschoven Stelling bemannen de kans te geven achter het Albertkanaal terug te trekken. Eveneens in de namiddag vraagt de staf van het I/LK aan het 4Gn om aan Sluis Nr 1 te Genk de deuren van de kolk te blokkeren.  Tevens moeten de nodige versterkingen aangelegd worden die moeten vermijden dat de sluizen beschadigd zouden raken bij een luchtbombardement. Er wordt gevreesd anders de waterstand op het kanaal zou kunnen zakken. Onderluitenant Van Autgaerden en zijn manschappen gaan aan de slag, maar kunnen de werkzaamheden niet afronden bij gebrek aan materiaal.

Het bataljon geeft op vraag van de divisiestaf enkele nieuwe opdrachten aan de 2Cie.  Vooreerst wordt gestart met het vernielen van de op het kanaal overgebleven schepen. Deze taak kan niet volledig uitgevoerd worden door het grote aantal achtergebleven vaartuigen en het gebrek aan manschappen. Deze vaartuigen zullen tijdens de nacht van 10 op 11 mei samengebracht worden in de Kolenhaven van Genk door een ploeg van een tiental militairen onder leiding van Sergeant Albert.  Deze ploeg zal uiteindelijk 28 binnenschepen verzamelen in het dok en zal vervolgens met de weinige explosieven die voorhanden zijn enkele schepen laten zinken bij de ingang tot het kolendok.  Voorts wordt ook gevraagd om drie duikers onder de Demer te blokkeren en zo een stuk land onder water te zetten. De compagnie stuurt een ploeg van een twintigtal manschappen onder leiding van Sergeant Mornard naar de omgeving van het dorp Spurk om de werken uit te voeren. De veroorzaakte overstroming is weinig succesvol.

Pl Park/4Gn
Het peloton park wordt in de voormiddag verplaatst van het station van Bilzen naar de zuidwest rand van het dorp om aan de aandacht van de Luftwaffe te ontsnappen.  Het peloton krijgt om 11u15 een bevel om 1.000 zandzakjes te leveren aan het 4de Bataljon Transmissietroepen (4TTr) ter bescherming van de civiele telefooncentrale te Bilzen.  Tevens moet het peloton de wacht optrekken bij deze centrale met een detachement van drie manschappen en een korporaal.

Om 10u00 krijgen de regimenten in lijn opdracht om de dwarsstelling te bezetten, om 12u00 is de rokade uitgevoerd.

De 11de mei omstreeks 10u00 krijgen de regimenten in lijn opdracht om de dwarsstelling te bezetten, om 12u00 is de rokade uitgevoerd.

Staf/4Gn
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. De rechterflank van de 4Div wordt bedreigd. Na het mislukken van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren legt het I/LK op om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Rijkhovenen. Hiervoor zullen het 15Li en II/7Li zullen hun stellingen langs het Albertkanaal blijven bezetten.  Het III/7Li en I/7Li moeten pivoteren om uiteindelijk een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen.  Het II/11Li en III/11Li zullen hun stellingen aan het kanaal moeten verlaten om zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen op te stellen van Bilzen tot Kleine Spouwen. Tegen 12u00 zullen alle eenheden op hun nieuwe gevechtspositie staan.

Tegen 08u00 komt Majoor Remy aan op de commandopost van de 4Div te Hoeselt voor overleg met Luitenant-generaal De Grave en Generaal-majoor Brabant.  De beide bevelhebbers vragen aan de majoor of hij zijn middelen kan verdelen over twee eventuele marsroutes naar het westen, maar doen bijzonder geheimzinnig over de precieze tracés en over de precieze aard van de opdracht.  Even na 10u30 wordt hij teruggeroepen naar Hoeselt door Generaal-majoor Brabant.  De generaal is nog slechts aanwezig met een deel van de staf en staat bovendien op het punt te vertrekken.  Het wordt Majoor Remy duidelijk dat de aftocht van de 4Div bevolen is,  Brabant heeft geen tijd meer om de beide marsroutes in detail te overlopen en laat Remy weten dat deze over respectievelijk over Kortessem en Gors-Opleeuw lopen.

De verdediging van de dwarsstelling wordt door het I/LK om 11u00 al opgeheven omdat meer naar het zuiden de 7Div de lijn niet kan houden. Doordat het grootste gedeelte van het  HK van de 4Div al om 09u30 aan de terugtocht naar het westen richting Bevekom begon, zijn de infanterieregimenten van de divisie hiervan niet op de hoogte gebracht. Zij zullen op de dwarsstelling tot 19u00.

De aanwezigheid van Majoor Remy op het achterwaarts hoofdkwartier van Generaal-majoor Brabant maakt dat het 4Gn wel tijdig verwittigd wordt van de terugtocht.  De majoor stuurt zijn bataljonsstaf, 1Cie en Pon Park naar Kortessem en zijn 2Cie naar Gors-Opleeuw.  Het ganse bataljon is vertrekkensklaar, met uitzondering van de vernielingsploegen op de Demer aan vernielingen D1 tot D8.

Het Peloton Park verzamelt in het gehucht Meerhem en neemt ook de motorvoertuigen van de overige eenheden mee.  Deze colonne rijdt rechtstreeks naar Kortessem.  De 1Cie en 2Cie voeren de colonnevorming uit nabij de commandopost van het bataljon en vertrekken dan via de baan van Bilzen naar Tongeren.  De 1Cie verlaat de baan te Hoeselt en trekt eveneens naar Kortessem, samen met de staf.  De 2Cie verlaat de zelfde steenweg te Werm om naar Gors-Opleeuw af te slaan.

Majoor Remy rijdt per auto over Hoeselt, Romershoven en Wintershoven naar Kortessem in de verwachting om aldaar de Generaal-majoor Brabant terug te vinden en alzo de orders over de precieze inzet van zijn bataljon te weten te komen.  Hij wordt vergezeld van zijn adjunct, Onderluitenant Doyen, en de bataljonsarts, Geneesheer Luitenant Depasse.  Te Kortessem laten twee verdwaalde onderofficieren van de divisiestaf aan Remy weten dat de generaal in Ulbeek zit.   De beide officieren ontmoeten elkaar in dit dorp en het 4Gn krijgt het bevel om naar Landen terug te trekken.  De majoor keert met grote vaart terug naar Kortessem maar kan zijn eenheden niet meer terugvinden.  In paniek zoekt hij de wijde omgeving af.  Na een vruchteloze rondrit besluit hij om over Sint-Truiden naar Landen door te rijden.  Hier vindt hij Kapitein-commandant SBH Eugène De Greef, bevelhebber van het 4TTr, terug.  Deze kan hem laten weten dat de ganse divisie de opdracht gekregen heeft om te Bevekom te hergroeperen.

De terugtocht van het Peloton Park verloopt desondanks deze verwarring relatief vlot.  Het peloton kan onderweg het nieuws oppikken dat er te Bevekom zal gehergroepeerd worden en kan met zijn motorvoertuigen en fietsen goed vooruitkomen.

De 1Cie en 2Cie splitsen zich op in hun respectievelijke pelotons om de eventuele inzet van het bataljon bij het vrijhouden van de terugtochtsroutes van de divisie voor te bereiden.  Deze opdracht zal echter omwille van eerder beschreven gebeurtenissen nooit uitgevoerd moeten worden, zodat de beide compagnies in zes afzonderlijke fracties doorheen Haspengouw terugtrekken.  Onderweg moet een belangrijk deel van het materiaal achtergelaten worden door uitputting onder de trekpaarden.  Bij de 2Cie stuit het peloton van Luitenant Georges op een vijandelijke colonne bij het buiten rijden van Gors-Opleeuw.  Het peloton wordt krijgsgevangen gemaakt.  Tussen Gors-Opleeuw en Borgloon wordt Kapitein-commandant Legrand bij een verkenning eveneens ingerekend door de Duitsers.  Hij kan echter samen met een andere groep Belgische krijgsgevangenen opnieuw ontkomen.

Luitenant Defourny, betaalmeester, Staf/4Gn
Bij het vertrekt uit Bilzen is er geen plaats meer in de bestelwagen van de bataljonsstaf voor de twee grote houten koffers met de boekhouding van het regiment.  Majoor Remy vraagt aan betaalmeester Luitenant Defourny om ter plekke af te wachten tot het voertuigen kan terugkeren uit Kortessem.  Wanneer dit twee uur later nog niet gebeurd is, besluit Defourny er vandoor te gaan op zijn fiets, met het kasboek en het cash geld van het bataljon.  De luitenant bereikt Tienen en besluit van hier uit door te rijden naar Brussel.  Hij zal via een tussenstop op het Ministerie van Landsverdediging op 13 mei kunnen aansluiten te Beigem.

Vernielingsgroep Bilzen, 1/4Gn
Bij de aftocht van het 4Gn wordt stafofficier Onderluitenant Passelecq aangeduid om de uitvoering van de Vernielingsgroep Bilzen te coördineren.  Vernieling Bil3 wordt als eerste uitgevoerd om 12u00.  Sergeant Antoine en zijn ploeg kunnen dan ook de compagnie in goede orde vervoegen.

Tussen 15u00 en 1530 worden Bil1, Bil2 en Bil4 uitgevoerd.  Bij Bil1 moet Sergeant Alff vaststellen dat de Bickford lont niet naar behoren wil branden.  De ploeg probeert dan maar op geïmproviseerde wijze om de lading te laten ontploffen maar moet wachten op de tussenkomst van Onderluitenant Passelecq om het euvel te kunnen herstellen.  Wanneer een laatste detachement van het 11Li op terugtocht uit Waltwilder voorbij snelt, besluit de ploeg er eveneens vandoor te gaan.  Het detachement raakt te Werm betrokken bij een schermutseling tussen de aankomende vijand en een groep Belgische militairen van diverse terugtrekkende eenheden maar kan ontkomen en zal op 14 mei het bataljon vervoegen te Meise.  Vernieling Bil4 wordt om 15u00 uitgevoerd.  Deze vernielingsploeg kan echter niet tijdig vluchten en wordt later op de middag krijgsgevangen gemaakt.  Bij het uitvoeren van de vernieling Bil2 van de brug over de Demer aan de Letermolen te Bilzen door het vernielingsdetachement van Sgt Massart wordt de watermolen dermate beschadigd dat zij later moest worden afgebroken [4].  Sergeant Massart en zijn manschappen zullen na heel wat omzwervingen het bataljon bijbenen op 15 mei.

Kapitein-commandant Legrand, 2/4Gn
Wanneer Legrand met een vrachtwagen uitgestuurd wordt om de technische verkenning van de Hoogstraat doorheen Gors-Opleeuw uit te voeren, wordt hij op een kilometer buiten het dorp tegengehouden door een Belgische motorwielrijder die in alle haasten verklaart dat het dorp bezet is.  Dit wordt bevestigt door een aanstormende personenwagen met Belgische officieren.  Legrand hoort inderdaad geweervuur uit de richting van het dorp en laat onmiddellijk zijn vrachtwagen rechtsomkeer maken om via het gehucht Opleeuw en het dorp Kerniel naar Borgloon te rijden.  Net voor Kerniel slaat de chauffeur de remmen dicht wanneer een Duitse pantserwagen de weg oprijdt.  Een vijandelijke militair springt op de treeplank van de vrachtwagen en ontwapent de twee Belgische militairen.  Legrand wordt binnengebracht op het stadhuis van Borgloon voor verhoor.  In de stad zijn heel wat krijgsgevangen Belgische militairen verzameld die met enkele vrachtwagens en autobussen overgebracht zullen worden naar Maastricht.  Deze verplaatsing wordt begeleid door een enkele Duitse pantserwagen.  Wanneer dit voertuig tussen Borgloon en Kerniel voorop rijdt om de route te verkennen, maken de Belgen gebruik van de onoplettendheid om er vandoor te rijden.  Op haast miraculeuze wijze lukt deze ontsnappingspoging.  Legrand zal het bataljon te Meise vervoegen.

Detachement Luitenant Georges, 2/4Gn
Het peloton van Luitenant Georges wordt na het vertrek van Kapitein-commandant Legrand eveneens naar Gors-Opleeuw gestuurd om hier eventuele herstellingen aan de hoofdweg door het dorp uit te voeren.  Het detachement volgt de Luyssenstraat en stuit op Duitse pantserwagens bij het naderen van de Tongersesteenweg.  De militairen geven zich onmiddellijk over en worden krijgsgevangen gemaakt.

Detachement 1ste Sergeant Majoor Moreels, 2/4Gn
1Sgt Moreels leidt een 90-tal manschappen en een 10-tal paardenwagens met de bagagetros van de 2Cie naar Gors-Opleeuw.  Moreels is bijzonder ongerust over de talrijke Duitse vliegtuigen die in de omgeving op zoek zijn naar nieuwe doelen en dwaalt zonder het te beseffen af richting Tongeren.  In de nabijheid van het kruispunt van de Tongersesteenweg en de Herneweg valt de colonne onder mitrailleurvuur.  De Belgen kunnen de vijand niet spotten, maar elke poging om de mars te hervatten wordt bestraft met nieuwe salvo’s.  Wanneer een tijdje later ook enkele Duitse pantserwagens opduiken uit het zuidoosten, geven Moreels en zijn manschappen zich zonder slag of stoot gewonnen.  Het volledige detachement gaat verloren.

Staf/4Gn
Majoor Remy heeft Bevekom bereikt en wacht hier in de voormiddag van 12 mei op de komst van zijn eenheden.  Dit zal ook gebeuren voor het Peloton Park en ten minste een gedeelte van de 1ste Compagnie.

Terwijl de 4Div rond Bevekom opnieuw orde tracht te scheppen in zijn eenheden, wordt Majoor Remy richting Leuven gestuurd om de terugtocht van de divisie naar de omgeving van Grimbergen te helpen plannen.  De majoor moet het wegennet rond Leuven verkennen en geeft het advies om de troepen via de Naamsepoort in wijzerzin naar de Brusselsepoort te dirigeren.

Bij valavond zetten alle troepen zich op weg.  De divisie trekt tijdens de nacht van 12 op 13 mei via Hamme-Mille over Leuven, Kortenberg , Steenokkerzeel, Machelen en Vilvoorde richting Grimbergen.

Het 4Gn heeft als bestemming Beigem gekregen.  Majoor Remy laat zijn eenheden gebruik maken van een route die Leuven vermijdt en via Hamme-Mille, Nethen, Sint-Joris-Weert, Neerijse, Leefdaal en Everberg naar Kortenberg leidt.  Vanaf dit punt wordt dezelfde route naar Grimbergen gevolgd tot in Beigem.  Voor de verplaatsing worden de aanwezige eenheden in drie fracties verdeeld.  De paardenwagens vertrekken in de loop van de namiddag.  De wielrijders en de motorvoertuigen verlaten Bevekom om 17u30.

Staf/4Gn
Het 4Gn is aangekomen te Beigem en rust uit.  Majoor Remy heeft zijn bataljonsstaf geïnstalleerd in de woning van Pierre Solié aan de Daalstraat 1.  Gedurende de dag komen nog enkele achtergebleven detachementen toe van het Albertkanaal en kan het bataljon zich enigszins hergroeperen.

In de loop van de avond beveelt de divisiestaf dat het bataljon te Meise moet kantonneren.  Het kantonnement Meise wordt op dat ogenblik geleid door Kolonel SBH Racquez, bevelhebber 14A.  Hij laat het 4Gn inkwartieren in het gehucht Limbos ten noorden van de dorpskern.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Te Grimbergen worden Luitenant Defourny en Soldaat De Volder op pad gestuurd om levensmiddelen voor het bataljon te gaan zoeken.  Soldaat De Volder is afkomstig van Grimbergen en zijn vader beschikt nog over een vrachtwagen die hij wil aanbieden aan het Belgische leger.  Bij hun terugkomst rondom 20u00 blijft het bataljon vertrokken te zijn.  De burgemeester van Beigem weet te zeggen dat het 4Gn naar Meise vertrokken is, maar dit blijkt niet te kloppen.  Defourny besluit om naar Brussel te rijden om inlichtingen en pikt onderweg ook Sergeant Roland en de Soldaten Despontin, Lecrenier, Lugens en Kransfeld op.  Het is intussen al na 22u00.

Staf/4Gn
Nog voor middernacht tijdens de nacht van 13 op mei 14 neemt het 4Gn zijn nieuw kantonnement te Limbos in.  De 4de Infanteriedivisie zal voorlopig op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek gestationeerd worden.  De divisiestaf beveelt om de technische verkenning van de vernieling van de kanaalbruggen te Verbrande Brug, Vilvoorde en Buda uit te voeren.  Majoor Remy doet dit eigenhandig en stelt de voorlopige vernielingsplannen op.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
De eerste bekommernis van Luitenant Defourny is het regulariseren van het gebruik van de vrachtwagen van de familie De Volder.  Hij rijdt naar de Koninklijke Militaire School om hier een opeisingsbriefje te bekomen, maar wordt doorgestuurd naar Opeisingscommissie 46R in Etterbeek.  Hier wordt de zaak administratief in orde gebracht.  Vervolgens laden de militairen ook 100 liter benzine en 10 liter motorolie.  Ook bekomt het detachement nog een tweede vrachtwagen.  Daarna bezoekt Luitenant Defourny twee Rijkswachtposten in de hoop de nieuwe standplaats van het 4Gn te weten te komen.  Dit draait op niets uit en het detachement overnacht te Brussel.

De Onderluitenanten Passelecq en Heine keren terug naar de bovengenoemde bruggen op het Kanaal van Willebroek en naar de nabijgelegen bruggen over de Zenne om de gedetailleerde vernielingsplannen uit te werken.  Het bataljon zal echter niet overgaan tot het aanbrengen van de nodige springladingen omdat ondertussen de 4Div het bevel ontvangen om het Bruggenhoofd Gent te vervoegen

De orders voor de komende mars worden om 14u30 verspreid onder de eenheden.  Het bataljon moet vanaf 16u00 het kantonnement opbreken om tegen 20u00 klaar te zijn voor een nachtelijke verplaatsing.  Het 4Gn krijgt Lemberge als bestemming toegewezen en zal zich voor de mars in vier colonnes splitsen: de paardenwagens zullen geleid worden door Adjudant Brauns, de motorvoertuigen door Majoor Remy zelf, de wielrijders door Onderluitenant Heine en overige manschappen tenslotte door Kapitein-commandant Knaepe. Deze laatste groep wordt met autobussen van de Legerautogroepering vervoerd.  De marsroute naar Lemberge leidt via Wolvertem, Merchtem, Baardegem, Aalst en Oordegem.

Het vertrek van de eenheden verloopt volgens schema, met uitzondering van het voetvolk onder Kapitein-commandant Knaepe dat pas om 21u30 opgeladen wordt door de Legerautogroepering.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
De twee vrachtwagens met Luitenant Defourny en de 6 militairen van het 4Gn rijdt naar het Plaatscommando te Gent.  Hier wordt bevestigt dat het bataljon zich te Vilvoorde bevindt.  Het gezelschap keert vruchteloos terug naar het oosten en maakt dan opnieuw rechtsomkeer om helemaal tot in Brugge door te rijden.

Staf/4Gn
De eerste colonnes van het bereiken Lemberge rondom 02u00.  Tegen de ochtend is iedereen ter plekke.  Majoor Remy laat de manschappen inkwartieren, maar beveelt ook om loopgraven aan te leggen langsheen de hagen en onder de bomen.  Hij is na de luchtaanval op zijn hoofdkwartier te Bilzen duidelijk beducht voor nieuwe beschietingen door de Luftwaffe.  Het 4Gn herconditioneert zijn eenheden te Lemberge.  De manschappen worden gereorganiseerd in volledige geniesecties, de voertuigen krijgen een onderhoud en er worden lijsten opgesteld van het ontbrekende materiaal.

Het 4Gn zal nu onder het operationele bevel van de 5de Directie der Genie en Versterkingen (5DirGnV) komen die verantwoordelijk is voor alle geniewerken in het Bruggenhoofd Gent.  De 4Div wordt verantwoordelijk voor de volledige zone ten zuidoosten van het bruggenhoofd, tussen de beide Scheldeoevers van Kwatrecht tot Semmerzake.  Deze zone zal bij een volledige bezetting verdeeld worden onder drie verschillende infanteriedivisies.  Majoor Remy stelt zich in verbinding met zijn nieuw hoger echelon. Het bataljon zal ingezet worden om het wegennet in de operatiezone van de 4Div zo nodig te herstellen en zal ook gebruikt worden bij het aanleggen van een netwerk van vernielingen voor het eerste echelon van de drie sectoren.  De 5de Directie der Genie en Versterkingen zal de nodige explosieven en springinrichtingen leveren, maar staat vooreerst voor de enorme taak om orde te scheppen in alle voorbereidende studies die nog voor en tijdens de mobilisatie samengesteld werden.  De staf van de directie bezit ettelijke dossiers voor vernielingen zonder een echte prioriteit bepaald te hebben.  Tegen de avond kan Majoor Remy een eerste voorstel overmaken aan de staf van de 4Div dat ook goedgekeurd wordt.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Luitenant Defourny en zijn detachement verneemt op het plaatscommando te Brugge dat het 4Gn te Kortemark, Lichtervelde of Handzame zou kunnen zijn. Ook op deze drie locaties wordt niets gevonden.

Staf/4Gn
Het veldleger is nu gestart met de aftocht van de K.W. Stelling naar de linie Terneuzen-Gent-Oudenaarde en de 4Div krijgt te horen dat de troepen zullen aankomen aan het einde van de nacht van 18 op 19 mei.  De 4Div herschikt zijn dispositief. Elk van de regimenten moet met zijn sterkste bataljon een bepaalde aanlooproute naar Gent verdedigen, terwijl de rest van de troepen gebruikt zullen worden voor secundaire bewakingsopdrachten.  Bovendien moeten het niet noodzakelijke deel van het wagenpark en de niet inzetbare manschappen overgebracht worden naar de westelijke oever van de Leie om in de zone tussen Ruiselede en Schuiferskapelle te gaan kantonneren.  Dit moet toelaten om de regimenten zoveel mogelijk te laten herconditioneren.  Ook wordt bij alle eenheden het niet-inzetbare personeel weggehaald en verzameld.  Voor het 4Gn wordt de verzamelplaats Gontrode.

Majoor Remy verdeelt de verschillende hindernissen van het vernielingsplan onder de officieren van het bataljon om met de terreinverkenning te starten.  Het eigenlijke leegpompen van de putten voor de explosieven en het aanbrengen van de springinrichtingen zal gebeuren tijdens de nacht van 17 op 18 mei. Een van de eerste vernielingen die wordt uitgevoerd is de vernietiging van de zendmast en zendinstallatie van het zendstation van Radio Vlaanderen in de Schaperstraat 44 te Lemberge.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Nog steeds op zoek naar het 4Gn, verneemt Luitenant Defourny dat het Plaatscommando van Brussel nu te Koksijde zou zijn.  Hier aankomen stuit hij op de beheerder van een van de Aanvullingshospitalen van de Territoriale Geneeskundige Dienst die vraagt om de beide voertuigen in te zetten voor de evacuatie van zieke militairen naar Duinkerke.  Deforuny laat deze aanvraag bevestigen door de Plaatscommandant te Oostende die hem ook vertelt dat de Belgische genie te Saint-Omer zou hergroeperen.  Het detachement vervoert een groep zieke Belgische militairen tot in Duinkerke en trekt vervolgens verder naar Saint-Omer.  Hier wordt overnacht.

Staf/4Gn
De 4Div zal in de centrale sector van het Bruggenhoofd Gent geconcentreerd worden tussen Munte en Betsberg van zodra de bijkomende troepen van de KW Stelling toekomen. Daarbij zal achter de eerste linies ook een steunpunt uitgebouwd worden te Zevergem. Het 4Gn legt de nodige loopbruggen aan over de Schelde voor de infanteristen en start ook met de bouw van twee bruggen van het type EAP te Zwijnaarde en Afsnee.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Het Franse Plaatscommando van Saint-Omer bevestigt dat in de voorbij dagen er inderdaad Belgische genietroepen gepasseerd zijn in de stad.  Deze waren volgens hem onderweg naar Narbonne.  Na enig aarzelen besluit Luitenant Defourny om verder Frankrijk in te trekken.

Staf/4Gn
Het bataljon wordt naar de linkeroever van de Schelde gestuurd en zoekt kantonnementen op te Zwijnaarde. In de avond start de 2de compagnie met de bouw van een brug van vier ton te Zwijnaarde. Deze brug wordt gebouwd met behulp van opgevorderde bouwmaterialen van de firma Fabelta te Zwijnaarde. De 1ste compagnie werpt drie loopbruggen over de Schelde. In de ondersector van het 15Li worden twee beperkte mijnstoppen aangelegd met telkens een vijftigtal landmijnen.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
De vrachtwagens worden door het Franse leger tegengehouden te Ballon en begeleid naar L’Aigle.  Hier blijken de Franse autoriteiten alle in de omgeving ronddolende Belgische militairen te verzamelen.

In de voormiddag wordt nog eens honderdvijftig landmijnen ingegraven voor de linies van het 15Li. Ook bij het 7Li worden een honderdtal landmijnen geplaatst. De drie loopbruggen over de Schelde worden een eindje verplaatst naar meer geschikte overgangspunten. Langsheen de wegen van Merelbeke naar Munte en van Zwijnaarde over Zevergem tot Eke. Die avond worden de mijnversperringen voor de ondersectoren van het 7Li en het 15Li nog maar eens uitgebreid.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Ondanks luid protest van Luitenant Defourny, wordt het detachement op 20 mei en 21 mei vastgehouden door het Franse leger te L’Aigle.

De 1ste Compagnie voert een boomvelling uit op de holle weg van Moortsele naar Scheldewindeke. Een prikkeldraadnet moet de hindernis versterken. De compagnie brengt ook bijkomende vlottende elementen aan na bij de drie loopbruggen over de Schelde.

Onder leiding van onderluitenant Van Autgaerden en adjudant Brauns worden nog eens driehonderdvijftig landmijnen geplaatst in de ondersector van het 15Li. Ook het 7Li krijgt nog eens tweehonderd landmijnen.

Vanaf 19u00 worden de drie loopbruggen over de Schelde vervangen door twee loopbruggen aangelegd met opgevorderde bouwmaterialen. Deze operatie laat toe om het reglementaire geniematerieel te recupereren en op vrachtwagens te laden voor later gebruik. De bouwelementen van de verwijderde loopbruggen worden verzameld door het peloton park en naar Landuit gebracht.

De 1ste Compagnie staat ook in voor het onderhoud van de toegangswegen tot de EAP bruggen te Zwijnaarde/Hondele en Schelderode.

Het opperbevel heeft op de Conferentie van Ieper op 21 mei besloten om in te stemmen met een terugtocht naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Er wordt dan ook een aanvang gemaakt met de ontruiming van het Bruggenhoofd Gent.

Te Zwijnaarde/Hondele en Schelderode wordt telkens een technische wacht geplaatst die het EAP brugmaterieel dient te recupereren na de doortocht van de laatste Belgische troepen. De technische wachten bij de loopbruggen daarentegen worden teruggetrokken. Deze kunstwerken worden overgedragen aan de 1ste Divisie Ardeense Jagers die op de linkeroever van de Schelde de aftocht zal dekken.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Luitenant Defourny en zijn 6 militairen worden vrijgelaten door het Franse leger.  De beide vrachtwagens zetten koers naar Narbonne.

In de nacht van 22 op 23 mei worden de overgebleven overgangspunten over de Schelde vernield. Het 4Gn verlaat de Schelde-stelling en zoekt nieuwe kantonnementen op te Seishoek, tussen Lotenhulle en Vinkt. De 4de divisie komt aan op het Afleidingskanaal van de Leie en gaat er tussen Deinze en Nevele in stelling.

De geniesoldaten hervatten het werk:

  • de kerktorens van Vosselare, Bachte-Maria-Leerne, Sint-Martens-Leerne en Deurle worden ondermijnd om te vermijden dat de Duitsers deze als observatieposten gebruiken
  • de toegangswegen tot het Afleidingskanaal worden waar mogelijk geblokkeerd en te Vosselare en Egelare worden mijnenvelden aangelegd
  • de baan van Deinze naar Sint-Martens-Laarne wordt verkend om bijkomende wegvernielingen te plannen
  • in de ondersector van de 4de divisie worden de te gebruiken verkeerswegen verkend

De 2de Compagnie neemt de ondermijnde wegbrug van Nevele over van een vernielingsdetachement van de 3de Compagnie van het 21Gn.  Terzelfder tijd legt een ploeg onder leiding van Adjudant Brauns een vijftigtal landmijnen aan op de toegangswegen naar de brug van Nevele.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
Bij de doortocht te Tours stopt Luitenant Defourny bij het Belgische consulaat in de stad.  Defourny is bezorgd dat zijn detachement als deserteurs aanzien worden en vraagt aan de consul een brief die bevestigt dat hij zich naar Narbonne moet begeven.  De consul levert het document bereidwillig af.

De 4Div legt met behulp van zijn geniesoldaten de laatste hand aan de nieuwe linies langsheen het Afleidingskanaal.

De 2de Compagnie voert wegvernielingen uit langsheen de Zeverenbeek en de Scheerbeek en legt een mijnstop aan rond het dorpsplein van Meigem.

De beide compagnies sturen diverse ploegen uit doorheen de ganse ondersector om een reeks huizen om te vormen tot steunpunten voor de infanterie: op uitgekozen plaatsen worden schietgaten in de muren aangebracht, kelders verstevigd en afsluitingen en struiken opgeruimd om het schootsveld te verruimen. In de loop van de avond worden de brug van Nevele en de kerk van Vosselare opgeblazen.  Het vernielingsdetachement van de brug van Nevele staat onder leiding van Onderluitenant Van Houtgaerden.  De poging mislukt.

Even na 21u00 wordt de staf van het 4Gn verwittigd dat de brug te Nevele niet voldoende vernield is.  Het bataljon moet een nieuwe ploeg uitsturen om een tweede poging te ondernemen.  Majoor Remy zal het detachement eigenhandig leiden.  Er zullen uiteindelijk drie pogingen nodig zijn om het kustwerk voldoende te laten instorten om een vijandelijke overtocht over de restanten onmogelijk te maken.  De derde poging zal plaats vinden om 05u25 op 25 mei.

In de ochtend van 25 mei lanceren de Duitse troepen een stormaanval over het Afleidingskanaal tegenover het 15Li. Het regiment heeft de wil om weerstand te bieden verloren en bezwijkt bijzonder snel. Ook bij het 7Li komt het tot massale overgaven. De vijandelijke aanval is een compleet succes.

Rond het middaguur is het duidelijk geworden dat de 4de infanteriedivisie verslagen is. Het 4Gn verlaat Lotenhulle en wordt naar Ruiselede gestuurd. Terwijl het bataljon onderweg is, voert de bataljonscommandant een verkenning uit langs Vinkt, Kanegem en Aarsele om er geschikte punten te identificeren voor het aanleggen van wegvernielingen en hindernissen. De plannen worden onmiddellijk goedgekeurd en de genie gaat aan het werk. Ploegen van het 4Gn leggen ook in alle haasten twee kleine mijnstoppen aan tussen Lotenhulle en Vinkt en rond Kanegem.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
De beide vrachtwagens bereiken Bordeaux en ontdekken dat de Etablissementen der Militaire Luchtvaart hier geïnstalleerd zijn.  Het detachement overnacht ter plekke.

Na het verdwijnen van de slagorde van de 4Div is het 4Gn overgeplaatst naar de 1ste Divisie Ardeense Jagers. Tijdens de nacht en vroege ochtend werden twee bruggen over de Neringbeek ondermijnd. Langsheen de wegen van Lotenhulle naar Vinkt en van Kanegem naar Aarsele worden ook nog diverse putten gegraven om het wegverkeer te belemmeren. In de komende nacht worden ook landmijnen ingegraven op de baan van Kanegem naar Aarsele.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
In het station te Bordeaux is een Belgische transportcommissie actief.  De Luitenant-kolonel die deze post leidt, stuurt Luitenant Defourny naar Angers.

De 2de Cie van het 4Gn verkent de baan van Ruiselede naar Tielt met het oog op de aanleg van een mijnenveld. Nabij het Klooster ‘t Gelove aan de Groenestraat wordt onder leiding van Onderluitenant Van Autgaerden.  een mijnenstop van een twintigtal landmijnen ingegraven.  Ook in de Boekboomstraat worden mijnen geplaatst.  Te Ondank worden op de Tieltstraat, Ervestraat en Ondankstraat putjes gegraven voor landmijnen.

De mijnen zelf worden langs de kant van de weg klaar gehouden tot na de doortocht van de laatste Belgische voertuigen.  Dit gebeurt onder bewaking van een genieploeg geleid door Sergeant Hick.  Omstreeks 13u30 wordt deze opdracht echter afgeblazen door toedoen van de staf van de 2de Divisie Ardeense Jagers.  Het detachement wordt vervolgens doorgestuurd op bevel van de 1ste Divisie Ardeense Jagers naar Westhoek om hier mijnstoppen te plaatsen op de toegangswegen naar het dorp.  De staf van deze laatste divisie realiseert zich echter dat het afgelasten van de opdracht te Ondank een vergissing was, zodat Van Autgaerden en zijn manschappen alsnog deze hindernis dienen aan te leggen.  Het detachement vervoegt uiteindelijk de rest van het bataljon rondom 18u30.

Ondertussen is het bataljon na de middag van Ruiselede naar Wingene doorgestuurd. De manschappen komen aan in het gehucht Beekhoek rond 18u00. Na een korte rustpauze ontvangt Majoor Remy het bevel om zijn bataljon naar Ruddervoorde te brengen.

Detachement Luitenant Defourny, Staf/4Gn
De beide vrachtwagens houden halt te Poitiers en blijven ter plaatse tot 30 mei. De militairen zullen uiteindelijk opgenomen worden binnen de Versterkings- en Opleidingstroepen.  Luitenant Defourny zal opnieuw aan de slag gaan als betaalmeester.

De colonnes van het bataljon komen aan te Ruddervoorde tussen 01u00 en 06u00. Het bataljon blijft hier na de overgave ter plekke tot 1 juni.

Woensdag 29 mei 1940

Op verzoek van het Duitse leger laat de staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers een aantal landmijnen opruimen.  Het 4Gn geeft zijn 1Cie de opdracht om de mijnen tussen Aarsele en Kanegem, en de mijnstop rondom de duiker van de Neringbeek uit te graven en onschadelijk te maken.  De 2Cie moet de landmijnen verwijderen te Ondank en nabij het Klooster t’ Gelove.  De opdrachten zullen starten op 30 mei.

Na de capitulatie

Krijgsgevangenen/4Gn
Op 1 juni worden de voertuigen naar Sint-Denijs-Westrem gestuurd en overgegeven aan de vijand. Vanaf Sint-Denijs-Westrem marcheren de manschappen eerst naar Vinderhoute en vervolgens naar Waarschoot waar gekantonneerd wordt. Tijdens de nacht van 6 op 7 juni wordt Soldaat Bernard Verdonck geraakt aan het hoofd door een obusscherf van Duits luchtafweergeschut in het “Vakantiepatronaat (VP) van Waarschoot”  waar de 1ste Compagnie werd ondergebracht. Hij overleed in een noodhospitaal ingericht in het O.-L.V.-ten-Doorn College te Eeklo [5]. Op 7 juni gaat de tocht verder via Lochristi en Beervelde om tegen de avond Kalken te bereiken. Hier wordt op 9 juni de troep en het reservekader gedemobiliseerd door de vijand.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendBERGIERSElie, GeorgesSdtMil3607.02.1915Elsene10.05.1940BilzenGedood bij luchtaanval
OnbekendLAMBERTJules, J.SdtMil3219.10.1912HamoisEind mei(in België)
OnbekendMATHYErnestSdtMil3903.07.1920Spy02.06.1940Colmar (F)
OnbekendPEUTATRobert, Marie Fernand MathieuSdtMil3712.05.1917Goé10.05.1940BilzenGedood bij luchtaanval
1VANNOPPENVictor, JosephSdtMil3625.10.1916Liège10.05.1940BilzenGedood bij luchtaanval
1VERDONCKBernardSdtMil2703.11.1907Lede13.06.1940EekloVerwond te Waarschoot op 1 juni door Duitse artilleriegranaat tijdens krijgsgevangenschap

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij het bombardement van Bilzen op 10 mei 1940 [On Line beschikbaar] http://www.bilisium.be/index.php?id=55&foto=222  [Laatst geraadpleegd 22 mei 2019]. Bij het bombardement komen ook vijf burgers om het leven. Toch loont het de moeite om even stil te staan bij dit bombardement. Als je er van uitgaat dat in militaire operaties (meestal) niets zonder reden gebeurt en gezien de schaarste van de Duitse luchtmiddelen op een cruciaal moment als 10 mei (zeer veel doelen dienden uitgeschakeld te worden op korte tijd) is het moeilijk aan te nemen dat de markt van Bilzen enkel uit pure vernielzucht werd gebombardeerd. De enige logische reden om de markt van Bilzen te bombarderen is de aanwezigheid van de commandopost van het 4Gn (die dan net niet getroffen wordt). Wanneer men weet dat om 05u00 ‘s morgens al de kazerne van de Grenswielrijders Limburg te Lanaken werd gebombardeerd en om 08u00, gelijktijdig met de CP van 4Gn te Bilzen, ook de CP van het 6Gn (organiek geniebataljon van de 7Div) te Herderen komt een bepaald patroon naar boven. Al deze eenheden hadden een directe rol te spelen bij de vernieling van de bruggen van Kanne, Vroenhoven, Veldwezelt, Briegden, Gellik, Eigenbilzen, Zutendaal, Genk-Zuid en Diepenbeek. Het intact in handen krijgen van deze bruggen was belangrijk voor een snelle opmars door België. Om het causaal verband tussen de verschillende bombardementen te achterhalen zou het interessant zijn de doelenlijst (oftewel High Priority Target List – HPTL) van de Luftwaffe te kunnen raadplegen en enig inzicht te verwerven in het targetingproces dat door de Duitsers werd gevoerd. Vooral dan door welke inlichtingen (intel) dit targetingproces werd gevoed. Dergelijke doelenlijst is allicht niet meer beschikbaar (anders was die al opgedoken) en zeker de bronnen die de inlichtingen verschaften werden vermoedelijk tijdens de oorlog reeds beschermd door de vernietiging van bepaalde inlichtingenrapporten na afloop van de operaties in België. De verschillende veiligheidsdiensten van het land waren zich weldegelijk bewust van de aanwezigheid van informanten in de zone die door het Belgische leger bezet was. De enige manier om de HPTL te reconstrueren is na te gaan wat en wie gebombardeerd werd op welk moment. Analyse van de plaatsen die gebombardeerd werden waar zich tot voor enkele dagen van de inval nog sleutelelementen bevonden die op het moment van de aanval elders stelling genomen hebben, kan informatie opleveren over de laatste update die aan de lijst werd aangebracht.
  2. Het 21Gn, het organiek geniebataljon van het I/LK, levert vooral algemene geniesteun in het voor- en achtergebied van het legerkorps. Zo wordt vooral geniesteun verleend aan eenheden die binnen de zone van het I/LK ten noorden en ten oosten van het Albertkanaal staan opgesteld langs de Vooruitgeschoven Stelling. De verantwoordelijkheid voor de vernieling van de toegangswegen naar de bruggen over het Albertkanaal ligt bijgevolg bij het 21Gn, de vernieling van de bruggen over het kanaal en de vernielingen in de sector van de divisie zijn de verantwoordelijkheid van het 4Gn.
  3. Informatie afkomstig van heemkundige kring Eigenbilzen. Commentaar: doorheen de achttiendaagse veldtocht komen heel wat militairen en burgers om bij het gecontroleerd tot ontploffing brengen van bruggen. Enerzijds door een foute inschatting van de hoeveelheid springstof nodig om de brug tot ontploffing te brengen en anderzijds door het feit dat mensen die geïsoleerd dreigden achter te blijven op de tegenoverliggende oever nog snel probeerden over te steken.
  4. Gedenkplaat monument Bilzen aan de brug over de Demer op de straat Leten. Bevestigd door de website molenecho’s. [On Line beschikbaar]: http://www.molenechos.org/verdwenen/molen.php?nummer=2596 [Laatst geraadpleegd 30 september 2018].
  5. Achtergrondinformatie over de dood van Soldaat Verdonck [On Line beschikbaar]: http://www.schellebelledorp.be/Site/Wo2_schellebelle_militair/verdonck_bernard.php  [Laatst geraadpleegd 22 mei 2019]. Er is tegenstrijdige informatie met betrekking tot Sdt Verdonck, hij wordt in het War Dead Register vermeld bij het 4Gn, andere bronnen vermelden hem bij het 14Gn. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen tot welk bataljon hij behoorde.
  6. Dossier 4Gn, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  7. Brochure “Fastes 1939-1940-1944 du 3e Régiment de Génie” (met dank aan het Geniemuseum te Jambes).