11de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel Res Louis Horckmans
Adjudant-majoor Kapitein-commandant Henri Slegers
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Munsterbilzen – Eigenbilzen
Commandopost te Waltwilder (Bilzen)
Samenstelling I Bataljon (Majoor Anatole Proth) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Pierre Sol)
2de Compagnie Fuseliers (Lt Jules Van Helleputte)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt Théodore Dewaet)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt Jean Hendrice)
  II Bataljon (Kapitein-commandant Hector Hoebanx) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt Gustave Goole)
6de Compagnie Fuseliers (Lt R. Petithan)
7de Compagnie Fuseliers (Lt F. Simon)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt F. Cornelis)
  III Bataljon (Majoor Emile Ordies) 9de Compagnie Fuseliers (Lt Joseph Massar)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt Charles Van Deven)
11de Compagnie Fuseliers (Lt A. Renson)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Jean Berrewaerts)
  IV Bataljon (Luitenant-kolonel Adrien Emile Van Coppenolle) 13de Compagnie Mitrailleurs (Kapt R. Lagneau)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt Joseph Borzée)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt Gaston D’Hauwe)
  Stafcompagnie
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein Charles Smets)
Peloton Verkenners (Adjudant KROLt Kristiaan de Cartier d’Yves)

Tijdens de mobilisatie

De Kolonel Dusartkazerne te Hasselt, vredesvoetgarnizoen van het 11de Linieregiment.

De Kolonel Dusartkazerne te Hasselt, vredesvoetgarnizoen van het 11de Linieregiment.

Staf/11Li
Het 11de Linieregiment (11Li), een actief infanterieregiment van de 4de Infanteriedivisie (4Div), wordt gemobiliseerd op 26 augustus 1939 in de Dusartkazerne te Hasselt bij afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan. Tijdens deze fase worden de militieklassen  ‘36,’37 en ‘38 opgeroepen om de onder de wapens zijnde klas ’39 te versterken. De 4Div waartoe het 11Li behoort is een actieve infanteriedivisie die vanaf de start van de mobilisatie ook nog het bevel voert over het 7de Linieregiment (7Li)  en het 14de Linieregiment (14Li). Op 29 augustus 1939, vlak voor de afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, is het 11Li verantwoordelijk voor de oprichting van het 20ste Linieregiment  (20Li), een infanterieregiment van Eerste Reserve. Dit nieuw gevormd regiment wordt samengesteld met reservisten van 11Li behorende tot de militieklassen ’32, ’33, ’34 en ’35. Van zodra de mobilisatie van het 20Li voltooid is gaat dit regiment over naar de 11de Infanteriedivisie (11Div). 

Opstelling van de 4Div aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart).

Opstelling van het I/LK aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart).

De 4Div wordt onmiddellijk na zijn mobilisatie preventief naar het oostelijke uiteinde van het Albertkanaal gestuurd om een waakscherm op te richten tussen Lixhe en Eigenbilzen in afwachting van de aankomst van de rest van het veldleger. Het 11Li neemt stelling achter het Albertkanaal van Veldwezelt tot Eigenbilzen en bezet de meest noordelijke ondersector (militaire term voor een terreingedeelte bezet door een regiment) van het waakscherm. In september 1939 wordt het 15de Linieregiment (15Li), een ontdubbelingsregiment van het 7Li, gemobiliseerd. 15Li wordt naar de 4Div gestuurd om het 14Li af te lossen dat op zijn beurt onder bevel wordt geplaatst van de 11Div.

De 4Div zal met het 7Li, het 11Li en het 15Li de stelling achter het Albertkanaal blijven bezetten tot begin januari 1940. Wanneer op 5 januari de 4Div wordt afgelost door de 5de Infanteriedivisie (5Div) neemt het 4de Regiment  Jagers te Voet (4J) de stelling van het 11Li over. Een week later onderneemt het regiment een korte kampperiode te Beverlo, waarna vervolgens te Halen, Bunsbeek en Diest gekantonneerd wordt om eind januari 1940 opnieuw in Beverlo te eindigen. Na een trainingsperiode van een maand te Beverlo trekt het regiment opnieuw naar de zuidelijke oever van het Albertkanaal om kantonnementen op te zoeken te Waltwilder (Bilzen). De 4Div moet nu de 6de Infanteriedivisie (6Div) aflossen aan het Albertkanaal tussen Eigenbilzen en Diepenbeek. Op 28 februari neemt het 11Li de stellingen van het 9de Linieregiment (9Li) van de 6Div over.  Het 11Li moet nu de rechter ondersector van de 4Div tussen Munsterbilzen (exclusief) en Eigenbilzen (inclusief) voorbereiden. De overgenomen stellingen worden geperfectioneerd en in de maanden maart en april wordt zowel overdag als ‘s nacht de stellingname aan het kanaal vanaf de rustkantonnementen ingeoefend. Ten noorden van het Albertkanaal, voor de stellingen van 11Li, bezetten de Groep Wielrijders der 17de Infanteriedivisie (GpCy 17Div) en twee compagnies van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) een defensieve stelling achter het Kanaal Briegden-Neerharen [1]. Deze defensieve lijn maakt deel uit van de Vooruitgeschoven Stelling waar de vijand vierentwintig uur vertraagd moet worden zodat de troepen achter het Albertkanaal voldoende tijd krijgen om hun stellingen te organiseren.

Schouwing van de troepen te velde - "Hoofd naar rechts".

Schouwing van de troepen te velde – “Hoofd naar rechts”.

Aan de vooravond van de oorlog staan het IIde Bataljon (II/11Li) en het IIIde Bataljon (III/11Li) opgesteld achter het Albertkanaal in eerste echelon van het 11Li. Het Iste Bataljon (I/11Li) staat niet opgesteld in de ondersector van het 11Li maar bevindt zich als divisiereserve centraal in het achtergebied van de sector van de 4Div tussen Spurk en Beverst. Hierdoor is het regiment verplicht twee compagnies fuseliers aan de bataljons in lijn te onttrekken om, onder bevel van de staf van het IVde Bataljon, een eigen regimentsreserve in tweede echelon op te bouwen. De pelotons zware bewapening van het IVde Bataljon worden op hun beurt in versterking gegeven van de bataljons in lijn. Het 11Li kan rekenen op de vuursteun van de IIIde Groep van het 8ste Regiment Artillerie (III/8A) die staat opgesteld ten zuidoosten van Bilzen. 

Slechts een derde van de manschappen verzekert de wacht op de gevechtsstelling, de andere manschappen zijn ondergebracht in houten barakken of bij burgers achter de linies. Het 11Li heeft aan de vooravond van de oorlog een 500-tal afwezige militairen.  Als Limburgse eenheid telt het regiment immers heel wat mijnwerkers en landbouwers in zijn rangen die vanaf de tweede helft van de mobilisatie van erg gunstige verlofregelingen konden genieten. De commandopost van het regiment heeft zijn intrek genomen in het kasteel van Groenendaal gelegen tussen het gehucht Heiken en Hoelbeek.

I/11Li onder bevel van de Staf/4Div
Het Iste Bataljon (I/11Li) staat als algemene reserve van de 4Div niet onder rechtstreeks bevel van de Staf/11Li. De 4Div kan echter ook niet vrij beschikken over zijn reserve want die staat klaar om tussen te komen volgens de prioriteiten van de commandant van het Iste Legerkorps (I/LK) (oftewel “réserve divisionaire à la disposition du Corps d’armée” zoals het in de orders beschreven wordt). Het I/LK doet een eerste maal beroep op de reserve van de 4Div door de 3de Compagnie (3Cie) van I/11Li aan te duiden voor de beveiliging van Tongeren waar het HK van het I/LK staat opgesteld. Hierdoor beschikt het Iste Bataljon aan de vooravond van de oorlog slechts over twee fuselierscompagnies en de compagnie mitrailleurs. De 3Cie staat opgesteld aan de noordoostrand van Tongeren en beveiligt met twee pelotons het zonedepot met geniematerieel van het I/LK uitgebaat door de Compagnie Park van het 21ste Bataljon Genie (21Gn), en met één peloton de civiele telefooncentrale in het station van Tongeren. Het zonedepot van 21Gn ligt vlakbij het station waardoor de 3Cie onrechtstreeks de noordelijke toegang tot Tongeren (via de Maastrichtersteenweg – N79) beveiligt. De commandopost (CP) van I/11Li bevindt zich te Beverst.

Opstelling van de 4Div aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart).

Opstelling van het 11Li aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart).

II/11Li
Het II/11Li staat opgesteld in het linker voorvak van de ondersector van 11Li en maakt de junctie met het Iste Bataljon van 7Li (I/7Li). II/11Li stelt over een afstand van 2 km twee compagnies in lijn op. De limiet tussen II/11Li en III/11Li loopt vanaf de bocht in de Zangerheistraat parallel met de grens van de kipberg (kunstmatig plateau gevormd door het uitkippen van de grond uitgegraven bij de aanleg van het Albertkanaal). De 5Cie bezet het linker onderkwartier, de 6Cie het rechter onderkwartier ter hoogte van kasteel Zangerheide [2].  In het bataljonsvak van II/11Li bevinden zich twee oeverbunkers van waaruit scherend mitrailleurvuur kan worden afgegeven net boven het wateroppervlak van het Albertkanaal. De 7Cie staat achter beide voorcompagnies opgesteld in tweede echelon maar staat niet onder bevel van het II/11Li. Deze compagnie moet zich als reserve van het 11Li klaar houden om indien nodig een tegenaanval uit te voeren tegen vijandelijke elementen die erin zouden slagen in de ondersector van 11Li het kanaal over te steken. De 7Cie wordt hiervoor onder bevel van Luitenant-kolonel Van Coppenolle, commandant van IV/11Li, geplaatst.  Tijdens de mobilisatie worden de troepen van II/11Li gekantonneerd in houten barakken die waren gebouwd op een open plek in de bossen nabij het Kasteel Groenendaal en gekend waren onder de naam Kamp van Groenendaal [3]. De 5Cie en de 7Cie waren gekantonneerd in een barakkenkamp ten zuiden van de spoorweg, de 6Cie tussen de spoorweg en het kasteel. De 8Cie Mitrailleurs was samen met de Staf van II/11Li ondergebracht in het Kasteel Zangerheide. De 5Cie moet manschappen leveren om ten noorden van de brug van Eigenbilzen voorposten te bemannen die de baan Gellik – Eigenbilzen onder controle houden. Deze toegangsweg tot de brug is tevens ondermijnd door het 21ste Bataljon Genie (21Gn) die in geval van alarm een vernielingsploeg naar de voorbereide vernieling zullen sturen (taak D3 van het hindernissenplan van 21Gn). De middelen van de 8Cie Mitrailleurs worden verdeeld over de twee compagnies in eerste lijn.

III/11Li
Het III/11Li krijgt het rechter voorvak van de ondersector van 11Li toegewezen. Ook het IIIde Bataljon staat opgesteld met twee compagnies in lijn over een lengte van 2km langs het kanaal; de 11Cie op de linkerflank, de 9Cie op de rechterflank. De 10Cie bevolen door Kapitein-commandant Van Deven, staat te Hoelbeek opgesteld in tweede echelon maar valt als reserve van het 11Li eveneens onder bevel van LtKol Van Coppenolle. De middelen van de 12Cie Mitrailleurs worden verdeeld over de 9Cie en de 11Cie die in eerste lijn staan opgesteld. In het bataljonsvak van III/11Li bevindt zich de brug van Eigenbilzen die wordt verdedigd door de 9Cie. Net zoals bij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven was het de bedoeling dat de brug van Eigenbilzen beschermd zou worden door twee oeverbunkers, twee flankerende bunkers links en rechts van de baan naar de brug en een bunker aan de voet van de brug, allen gebouwd tijdens het interbellum. Alleen werd te Eigenbilzen de brug over het kanaal links van het bunkerdispositief gelegd waardoor de verdediging van de brug niet optimaal georganiseerd kan worden [4]. Vanuit de bunker in de Heseputterstraat moet het vernielingsdispositief van de brug aangestoken worden echter zonder dat er vanuit de bunker rechtstreeks zicht op de brug is. Het III/11Li verlengt de stellingen van het IIIde Bataljon van het 2de Regiment Karabiniers (III/2C) dat zich ten oosten van het 11Li bevindt. Het 2C behoort tot de 7de Infanteriedivisie (7Div). 

IV/11Li
De middelen van het IVde Bataljon (IV/11Li) zijn verdeeld over de eenheden in lijn. Het III/11Li dat de brug van Eigenbilzen moet verdedigen, en bijgevolg op de hoofdkrachtinspanning van het regiment ligt, krijgt de meeste middelen in steun toegewezen namelijk de 13Cie en de 14Cie (beiden minus één peloton) en de 15Cie met twee pelotons M76 mortieren. Doordat 11Li niet kan beschikken over zijn Iste Bataljon krijgt LtKol Van Coppenolle, hierbij ondersteund door de Staf IV/11Li, als bijkomende opdracht een groepering te bevelen die bestaat uit de twee compagnies (7/II/11Li en 10/III/11Li) in tweede echelon regiment. Deze groepering is de reserve van het 11Li klaar om tussen te komen waar nodig. Hiermee wordt het wegnemen van I/11Li als divisiereserve opgevangen.

Staf/11Li
Het 11Li ontvangt om 00u30 het algemeen alarm en verplaatst zich van zijn rustkantonnementen in Eigenbilzen en Waltwilder naar zijn stellingen aan het kanaal. Het IIde en het IIIde Bataljon nemen zoals gepland stelling in eerste lijn aan het Albertkanaal tussen Eigenbilzen en Munsterbilzen. Het Iste Bataljon bezet zijn stellingen ten noorden van de spoorlijn Hasselt-Bilzen rondom Beverst en Spurk. Om 02u00 zijn de stellingen bezet en is de munitie verdeeld in de steunpunten. Het gevechtsechelon (oftewel gevechtstreinen) bevindt zich in het Bilzerse gehucht Berg ten noorden van de baan Bilzen – Riemst (ter hoogte van het kruispunt tussen de Keistraat en de Riemsterweg – N745), het levensmiddelenechelon (oftewel veldtreinen) bevindt zich te Kleine-Spouwen iets verderop langs de Riemsterweg. Tegen 04u00 staan alle logistieke voertuigen goed en wel gecamoufleerd tussen de boomgaarden. De regimentsstaf verlaat het Kasteel van Groenendaal en installeert zich in zijn oorlogscommandopost te Waltwilder.  Deze bevindt zich in de Langstraat op zo’n 300m noord van de dorpskern.  De commandopost is verspreid over tien schuilplaatsen op de terreinen van een boerderij.  Twee van die schuilplaatsen bestaan uit met aarde bedekte golfplaten, terwijl de overige acht ingegraven zijn in het talud naast de weg.  

Kasteel van Groenendaal, commandopost van het 11Li op 10 mei 1940.

Kasteel van Groenendaal, commandopost van het 11Li voor de afkondiging van het alarm.

Bij het ochtendgloren daagt omstreeks 04u30 de Luftwaffe op langsheen zowat het ganse Albertkanaal en ook de compagnies van het 11Li rapporteren dat hun stellingen regelmatig overvlogen worden. Daarbij komt het sporadisch tot beschietingen of bombardementen. Om 06u00 wordt het regiment op de hoogte gebracht van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Om 06u15  storten twee neergeschoten Duitse vliegtuigen neer in de ondersector van het 11Li. Twee piloten die zich hebben kunnen redden met hun valschermen worden door een patrouille van III/11Li  gevangen genomen en voor ondervraging naar de CP van het regiment gebracht. De ondervraging levert niets op maar bij het onderzoek van één van de vliegtuigwrakken wordt een kaart gevonden met daarop de aan te vallen doelen en het tijdstip waarop het doel gebombardeerd moet worden. De kaart wordt doorgestuurd naar het het HK van de 4Div. Later op de ochtend worden Eigenbilzen, Waltwilder, Berg en Kleine-Spouwen voor de eerste keer gebombardeerd waarbij een groot gedeelte van het voertuigenpark van het 11Li wordt vernield en een groot aantal paarden wordt gedood. Bij het bombardement gaat ook de bewapening en de korpsuitrusting van de vijfhonderd van mobilisatie vrijgestelde militairen verloren. Wanneer deze terugkeren uit verlof zullen ze niet bewapend kunnen worden en de rest van de veldtocht zonder bewapening en korpsuitrusting moeten meemaken. Te Eigenbilzen en Waltwilder worden niet alleen de kerken gebombardeerd maar ook een huis waar zich tijdens de mobilisatie de telefooncentrale van het 11Li bevond [5].

Na de intacte verovering van de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven door Duitse parachutisten wordt de toestand bij de naburige 7Div steeds hachelijker waarop Luitenant-generaal Van der Veeken, bevelhebber van het I/LK, iets voor 07u00 beslist om het I/11Li(-) in versterking te geven van de 7Div. Het bataljon moet de tegenaanval van de 7Div richting de door de Duitsers veroverde bruggen en het Fort van Eben-Emael (I/RFL) ondersteunen. Deze orders alsook de details voor de uitvoering worden via de Staf/4Div rechtstreeks overgemaakt aan I/11Li zonder de Staf/11Li hierin te kennen. De regimentsstaf verneemt pas om 08u20 van een liaisonofficier (LnO) van de 7Div het nieuws van de aanval op de 7Div en het rampzalige verlies van de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven. Op dat ogenblik is I/11Li al begonnen met de uitvoering van zijn opdracht in steun van de 7Div. De Staf/11Li houdt zich vooral bezig met wat zich op en rond het Albertkanaal afspeelt.

Om 12u30 geeft de commandant van het I/LK het bevel om de wegbrug en de spoorbrug over het Albertkanaal ter hoogte van Gellik alsook de brug van Briegden te vernielen. Omdat het I/LK het 2C, die de bruggen verdedigt, niet kan bereiken vraagt het I/LK via de Staf/4Div aan het 11Li om een motorestafette naar de CP van 2C te sturen om het bevel tot vernieling van de bruggen over te brengen. Om 12u35 stuurt de Staf/4Div een eerste update door over de toestand bij de Vooruitgeschoven Stelling, een defensieve lijn ten noorden van het Albertkanaal. De Wielrijdersgroep van de 17Div (GpCy 17Div) die er een waakscherm opricht, signaleert dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken. Ook in de sector van de 4Div wordt overgegaan tot het opblazen van de bruggen over het Albertkanaal.  Vanaf 13u30 geeft de divisiestaf de nodige orders aan het 11Li om over te gaan tot de uitvoering van de voorbereide vernieling van de brug van Eigenbilzen. De brug van Eigenbilzen vliegt om 14u20 als eerste in de sector van de 4Div de lucht in. Na de vernieling van de brug van Eigenbilzen besluit de regimentscommandant om samen met Kapitein-commandant Slegers, de Adjudant-majoor van 11Li, de troepen opgesteld langs het kanaal te inspecteren. Om niet opgemerkt te worden door de vijandelijke luchtmacht gebeurt de inspectieronde per fiets. Kolonel Horckmans stelt vast dat het moreel hoog is en dat de troepen gevat reageren op de incidenten die zich voordoen. 

Om 17u15 loopt een eerste situatierapport over de tegenaanvallen uitgevoerd door de 7Div binnen op de staf van de 4Div. Via de 4Div verneemt Kol Horckmans dat de inzet van de beide compagnies van I/11Li niet effectief geweest is. De geplande tegenaanval is niet op gang gekomen omdat de  verschillende eenheden die de actie moesten ondersteunen er niet in geslaagd zijn om de bruggen te bereiken door de niet aflatende luchtaanvallen op al wie zich naar het oosten verplaatst. Voor de stellingen van het 11Li blijft het rustig en bij het invallen van de duisternis worden luisterposten uitgezet tussen de oeverbunkers langs het kanaal. De troepen in lijn rapporteren een grote bosbrand tussen Zutendaal en Gellik. Het regiment krijgt om 22u10 opdracht om voor 24u00 een duizendtal handgranaten af te halen aan het station van Piringen, bevoorradingsplaats munitie van het I/LK. Om 23u45 wordt door de 12Cie een vijandelijke piloot opgepakt en naar de CP regiment gebracht. De piloot beweert om 08u00 te zijn neergeschoten.

De door het 4Gn vernielde brug van Eigenbilzen in het bataljonsvak van III/11Li.

De door het 4Gn vernielde brug van Eigenbilzen in het bataljonsvak van III/11Li. Op de achtergrond de kerk van Eigenbilzen (Foto Bundesarchiv).

II/11Li
Het IIde Bataljon (II/11Li) ontvangt het alarm om 01u00 en neemt vervolgens onmiddellijk zijn stellingen in achter het Albertkanaal. Om 03u30 is het bataljon gevechtsklaar. De bataljonsstaf verlaat Kasteel Zangerheide en neemt zijn gevechtscommandopost ten oosten van het gehucht Heiken in. Een ploeg voorwaartse waarnemers van 14A bezet een observatiepost in het steunpunt van de 5Cie. De eerste Duitse vliegtuigen worden opgemerkt om 04u30, ze vliegen laag over en de kentekens zijn duidelijk zichtbaar. Om 05u10, bij zonsopgang, zijn de manschappen van II/11Li getuige van het droppen van parachutisten ten zuiden van de stellingen richting van Waltwilder. Er wordt vlot een honderdtal parachutes geteld maar er wordt ook vastgesteld dat de parachutes slechts langzaam dalen en worden meegevoerd door de wind, wat het vermoeden doet ontstaan dat het om een afleidingsmanoeuvre gaat. Vijftien minuten later meldt de 6Cie dat een vijandelijk vliegtuig door de luchtafweer getroffen wordt en oostwaarts van de stelling neerstort.  Het vermoeden dat de eerder gemelde luchtlandingsoperatie een afleidingsoperatie was wordt al om 06u15 bevestigd wanneer enkele stropoppen aan parachutes in de velden worden teruggevonden. Het blijft de ganse voormiddag rustig op de stellingen van het II/11Li tot het centrale pelotonssteunpunt van de 7Cie om 11u55 vanuit de lucht wordt gemitrailleerd. Hierbij raakt Soldaat Crabbe van de 14Cie gewond. Hij wordt nog overgebracht naar de hulppost regiment maar overlijdt er aan de opgelopen verwondingen. Later op de dag, rond 17u00, worden voorbijtrekkende grenswielrijders gesignaleerd die zich op de tegenoverliggende kanaaloever richting Zutendaal begeven. Om 17u15 wordt het kamp van Groenendaal gebombardeerd en met de grond gelijkgemaakt.

Bunker bij de brug van Eigenbilzen bezet door het III/11Li

Bunker bij de brug van Eigenbilzen in de Heseputterstraat bezet door het III/11Li en het vernielingsdetachement van het 4Gn (foto Rudy Acke)

III/11Li
Het IIIde Bataljon wordt om 00u55 op de hoogte gebracht van het alarm waarna de manschappen uit hun bed gelicht worden om de stellingen te bezetten. Het vernielingsdetachement van het 4de Bataljon Genie (4Gn), onder bevel van Sergeant Joris, vervoegt de brug rond 03u00 om de  vernielingspost nabij de brug te bezetten. Tegen 04u00  zijn de stellingen achter het Albertkanaal gevechtsklaar.  Om 04u40 geeft de Staf/4Div de toestemming om de ontstekingsmechanismen aan te brengen in de wegvernielingen op de toegangswegen tot het kanaal en in het springdispositief van de brug. Rond 04u55 wordt de stelling van III/11Li overvlogen door vliegtuigen die op lage hoogte passeren. De loopgrachten en de CP bataljon worden een eerste keer gebombardeerd zonder schade op te lopen. Even na 06u15 meldt de bataljonsstaf aan de Staf/11Li dat twee Duitse vliegtuigen een noodlanding gemaakt hebben in de richting van Hoelbeek. Een patrouille vertrekt op zoek naar de bemanningen die uit het toestel gesprongen zijn.  Twee vijandelijke militairen kunnen worden opgepakt en doorgestuurd naar de CP regiment. Een goed half uur later worden de stellingen van de 9Cie gebombardeerd waarbij de Soldaat Rey gewond raakt.  Ook de veldkeukens van het bataljon nabij Mopertingen worden beschoten door de Luftwaffe. Rond 07u40 wordt het centrum van Eigenbilzen een eerste keer door Stuka’s aangevallen. Om 08u15 wordt Eigenbilzen een tweede keer gebombardeerd en hierbij sneuvelt de Soldaat Sonck en wordt Soldaat Van Russelt gewond. Deze laatste wordt overgebracht naar het Medisch-Chirurgisch Centrum (MCC) van het I/LK te Borgloon waar hij later zal overlijden aan zijn verwondingen.

Lt Renson, compagniecommandant van de 11Cie, krijgt om 08u30 opdracht om enkele schepen van de firma SEGTA [6] (Service d’Etude des Grands Traveaux d’ Anvers – alias Dumon & Vander Vin) gelegen in een kanaaldok op zo’n 300 meter ten westen van de brug van Eigenbilzen, tot zinken te brengen. Om 12u00 komt Lt Renson melden dat zes schepen en een drijvende kraan tot zinken werden gebracht. Rond het middaguur ontvangt de Staf/4Div een eerste situatierapport van de Vooruitgeschoven Stelling. De Wielrijdersgroep van de 17Div (GpCy 17Div) die er heeft postgevat signaleert dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken. Hierop wordt om 14u15 het bevel gegeven de toegangsweg tot de brug van Eigenbilzen te vernielen. Om 14u20 wordt de brug zelf opgeblazen door het  vernielingsdetachement van het 4Gn nadat de voorposten van de 5Cie via de brug zijn teruggekeerd binnen de eigen linies. De brug breekt door de ontploffing in drie stukken, het middelste stuk bevindt zich in het midden van het kanaal. Bij het tot ontploffing brengen van de brug van Eigenbilzen komt een burger om het leven. Om nog onverklaarbare redenen bevond Joannes Keppers [7]  zich nog op de brug toen die ontplofte. Binnen een tijdspanne van 5 minuten springt ook de spoorbrug te Gellik in de ondersector van 2C en de brug van Zutendaal in de ondersector van het 7Li. Nu de brug is gesprongen wordt overgegaan tot het ruimen van de schootsvelden. Daartoe worden in het onderkwartier van de 11Cie nabij het gehucht Locht van Eigenbilzen meerdere houten barakken (burelen, ateliers en huisvesting) van de firma SEGTA in brand gestoken. Na het vallen van de nacht worden richtlijnen gegeven om het personeel maximale rust te gunnen.

I/11Li (-) onder bevel van de Staf/4Div
Het I/11Li, nog steeds onder rechtstreeks bevel van de 4Div, wordt in de vroege ochtend op de hoogte gebracht van het algemeen alarm en bezet onmiddellijk zijn stellingen. Wanneer omstreeks 02u35  I/11Li van de 4Div de opdracht krijgt om een compagnie vrij te maken voor een anti-parachutisten opdracht in de omgeving van Diepenbeek wordt de 2Cie hiervoor aangeduid. Hierdoor worden de rangen van het I/11Li nog verder uitgedund. Dit is de tweede keer dat beroep gedaan wordt op de reserve van de 4Div. De situatie van het bataljon is bij het ochtendgloren als volgt; de 1Cie (min een peloton fuseliers, versterkt met een peloton mitrailleurs) bezet een steunpunt te Spurk (Bilzen), de 2Cie (min een peloton fuseliers, versterkt met een peloton mitrailleurs en een peloton getrokken C47mm anti-tankkanonnen van de Cie C47 Tr van de 4Div) bezet een steunpunt oost van Diepenbeek dwars op de baan Beverst – Diepenbeek, de 3Cie bevindt zich voor een beveiligingsopdracht in Tongeren en de 4Cie (min twee pelotons mitrailleurs, versterkt met twee pelotons fuseliers) bezet een steunpunt in Beverst.

Weg van Riemst naar Eben-Emael in de ondersector van 2Gr waarlangs de 1Cie van I/11Li gestuurd wordt.

Weg van Riemst naar Eben-Emael in de ondersector van 2Gr waarlangs de 1Cie van I/11Li gestuurd wordt.

Om 07u15 krijgt I/11Li per telefoon het bevel van de Staf/4Div om de 7Div te gaan versterken. Enkel de 1Cie en de 4de Cie Mitrailleurs kunnen hiervoor ingezet worden. De 2Cie voert een anti-parachutisten opdracht uit en is onbeschikbaar terwijl de 3Cie zich nog steeds te Tongeren bevindt onder rechtstreeks bevel van het hoofdkwartier van LtGen Van der Veeken. Het waarschuwingsorder van de 4Div vermeldt dat de 1Cie moet deelnemen aan een tegenaanval geleid door het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenadiers (I/2Gr) om het Fort van Eben-Emael te ontzetten en dat de 4Cie zowel de tegenaanval van het 18de Linieregiment (18Li) naar de brug van Vroenhoven  als de tegenaanval van het 2de Regiment Karabiniers (2C) naar de brug van Veldwezelt moet steunen. Hiervoor wordt de 4Cie gesplitst in twee detachementen van anderhalf peloton. Beide compagnies worden herschikt naar hun organieke slagorde en vervolgens naar een verzamelpunt ten westen van Bilzen gestuurd waar ze zullen worden opgepikt door vrachtwagens van de 7Div. Het CP van het bataljon verplaatst zich van Beverst naar de spoorwegovergang met de N2 ten westen van Bilzen om het vertrek van de beide compagnies te regelen, een opdracht die wordt toevertrouwd aan de Officier Adjunct van het bataljon. Een officier wordt op verkenning gestuurd naar het kruispunt van de Riemstersteenweg en de Maastrichtersteenweg in het centrum van Riemst waar zich ook de Iste Groep van het 20ste Regiment Artillerie (I/20A) bevindt. Na een tijdje tevergeefs op transport gewacht te hebben gaat de Officier Adjunct van I/11Li op zoek naar de vrachtwagens van de 7Div en vindt ze voor het station van Bilzen, een zeshonderd meter verwijderd van het RV aan de spoorwegovergang. De verplaatsing naar Riemst belooft moeilijk te worden. Er zijn onvoldoende vrachtwagens om de twee compagnies in een keer te verplaatsen en er moeten bijgevolg meerdere ritten tussen Bilzen en Riemst georganiseerd worden. Het gros van de 1Cie vertrekt als eerste, de rest van de 1Cie en de 4Cie moeten wachten tot de camions terugkeren. Majoor Proth meldt zich om 12u50 aan bij het HK van de 7Div te Genoelselderen waar hij de details verneemt van zijn opdracht. Zijn bataljon moet de 1Cie onder bevel plaatsen van Majoor Notterman, bataljonscommandant van I/2Gr, die de aanval op het fort van Eben-Emael zal leiden. Eén peloton en een sectie van de 4Cie moet naar een RV gestuurd worden aan kilometerpaal 96 van de baan Tongeren – Maastricht (N79) om het 18Li te steunen in zijn aanval tegen de brug van Vroenhoven en één peloton en een sectie van de 4Cie moet naar een RV gestuurd worden aan kilometerpaal 98 van de baan Bilzen – Maastricht (N2) om het 2C te steunen in zijn aanval tegen de brug van Veldwezelt. De beide detachementen van de 4Cie zullen hierbij ondersteund worden door een peloton C47mm op T13 van de Compagnie C47/T13 van de 7Div. De aanval tegen de brug van Vroenhoven zal ook nog gesteund worden door het 3de Peloton van het Wielrijderseskadron van de 7Div (3/Esk Cy 7Div). De contactname met de 7Div verloopt bijzonder bits omdat Generaal-majoor Van Trooyen, divisiecommandant van de 7Div, het volledige Iste Bataljon had verwacht en niets slechts twee compagnies waarvan één compagnie mitrailleurs. Om de overdracht van de versterkingen te leiden zal I/11Li zijn CP opstellen bij het kruispunt  in het centrum van Riemst. Maj Proth begeeft zich vervolgens van Genoelselderen naar Riemst waar hij om 13u20 de 1Cie aantreft. Cdt Sol, die er beschikt over twee pelotons, wordt gebriefd over zijn opdracht bij I/2Gr. Onder druk van niet aflatende luchtaanvallen slaagt de compagnie er niet in om meer dan anderhalf peloton naar I/2Gr over te brengen. Om 17u00 wordt de opdracht van de 1Cie afgelast waarna de compagnie hergroepeert in Riemst. Bij een luchtaanval op de verzamelzone van de 1Cie te Riemst  raakt Cdt Sol om 18u00 gewond waarna hij voor verpleging wordt geëvacueerd. Omstreeks 19u50 ontvangt Maj Proth op zijn CP te Riemst het bevel om wat overblijft  van de 1Cie in versterking van 2Gr te geven. Hij brieft Lt Govaerts [8], die het bevel heeft overgenomen van Cdt Sol, waarop de 1Cie vertrekt naar de CP van 2Gr te Zussen (Zichen-Zussen-Bolder).

AMD Panhard waarmee de DD Montardy was uitgerust

AMD Panhard waarmee de Pelotons Chat en de Vasselot waren uitgerust

Omstreeks 21u45 arriveert een eerste Franse verkenningspatrouille ter sterkte van een peloton behorende tot het 12e Régiment Cuirassiers [12(FRA)RC], in het centrum van Riemst [9]. Het Franse peloton verkenners, bestaande uit twee pantservoertuigen (Auto-Mitrailleuses de Découverte – AMD) van het type Panhard en enkele motorrijwielen met zijspan, wordt bevolen door de Sous-Lieutenant Chat (TBC). Dit peloton vertrok om 19u00 uit Tongeren om zich via Berg en Riemst naar Vroenhoven te begeven. SLt Chat heeft als opdracht op te rukken tot aan de brug van Veldwezelt om er het gevecht aan te gaan met de Duitsers die het bruggenhoofd bezetten. Hij verlaat Riemst via de Maastrichtersteenweg om vervolgens langs Vroenhoven tot Veldwezelt te vorderen. Iets later komt een tweede Franse verkenningspatrouille, onder bevel van Sous-Lieutenant de Vasselot, met drie Panhards toe te Riemst. Omdat het al te laat is om nog door te rijden naar Vroenhoven beslist dit peloton de terugkeer van het Peloton Chat in Riemst af te wachten. Iets na middernacht komt de patrouille van SLt Chat terug in Riemst. Het Franse peloton is door de stellingen van de 7Cie van het 18Li getrokken richting Vroenhoven. De Fransen vielen onder vuur bij het naderen van het kruispunt van de Maastrichtersteenweg met de baan Veldwezelt-Vroenhoven. Bij deze schermutseling werd één Panhard uitgeschakeld waarna het peloton terugkeerde naar Riemst. Na middernacht vertrekken de twee patrouilles naar een rustkantonnement te Berg om er de nacht door te brengen. 

  • 1/I/11Li
    De 1Cie van I/11Li wordt om 07u40 op de hoogte gebracht van de nieuwe opdracht en begint met het opbreken van zijn stellingen om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Riemst. Alleen de wachtposten bij de bruggen over de Demer worden ter plaatse gehouden. De rest van de compagnie moet verzamelen nabij kilometerpaal 90 van de weg Beverst – Bilzen (N2) ter hoogte van de spoorwegovergang. De compagnie moet er wachten op de aankomst van de bagagecamions van de 7Div die de compagnie komen oppikken. Het wachten duurt tot 10u15 wanneer vastgesteld wordt dat de vrachtwagens bestemd voor I/11Li staan te wachten voor het station van Bilzen.  Na te zijn ingestegen in de vrachtwagens om 10u45 wordt de 1Cie, met uitzondering van het peloton van Lt Govaerts, doorgestuurd naar het centrum van Riemst waar ze uitstijgen. De camions worden teruggestuurd naar Bilzen om de rest van de 1Cie en de 4Cie op te halen. Het Peloton Govaerts dat later uit Bilzen vertrekt wordt rechtstreeks per camion vervoerd naar het RV met I/2Gr bij kilometerpaal 14 op de weg van Riemst naar Eben.  Kilometerpaal 14 bevindt zich op de T-splitsing met de baan van Kanne naar Eben. Lt Res Govaerts komt als eerste toe met zijn peloton (ongeveer 30 man) om 13u15 en is niet op de hoogte waar de rest van zijn compagnie zich bevindt. Ondertussen wordt rond 13u30 Cdt Sol te Riemst gebriefd door Maj Proth over zijn opdracht bij I/2Gr. De pelotons van de 1Cie die zich in Riemst bevinden moeten zich te voet naar het RV verplaatsen. De Duitse luchtmacht blijft elke troepenbeweging naar het oosten ongenadig bestoken. Hierdoor komen de aan I/2Gr beloofde versterkingen voor de tegenaanval maar met mondjesmaat toe.  Van de troepen die uit Riemst naar het RV marcheren komt maar een half peloton (ongeveer 15 man) toe. Tijdens de verplaatsing van Riemst naar het RV met I/2Gr komt Soldaat De Ceuster om het leven te Zichen-Zussen-Bolder. De rest van de compagnie zoekt in afwachting van een pauze in de luchtactiviteit dekking ter hoogte van het kruispunt van Riemst. Cdt Sol krijgt het bevel om met de rest van zijn compagnie ter plaatse te blijven en verdere orders van de commandant van de 7Div af te wachten. Hierdoor worden geen troepen van I/11Li meer doorgestuurd naar I/2Gr.
     

    Ingang Fort van Eben-Emael waar het Peloton Wagemans zijn tegenaanval lanceerde (foto van mei 1940 na verovering van het fort)

    Ingang Fort van Eben-Emael waar het Peloton Wagemans zijn tegenaanval lanceerde (foto van mei 1940 na verovering van het fort)

    Ondertussen wacht Lt Govaerts op het RV tot de andere eenheden die zijn aangeduid om de tegenaanval te steunen toekomen. Het betreft de 1ste Compagnie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (1/Bn CyF Lim) en het 2de Peloton van het Wielrijderseskadron van de 7Div (2/Esk Cy 7Div). Het is de bedoeling dat 1/I/11Li, 1/Bn CyF Lim en 2/EskCy 7Div samen met het peloton van Luitenant Wagemans van 1/I/2Gr de tegenaanval zullen  uitvoeren. Deze tegenaanval zal worden gesteund door twee groepen van het 20ste Regiment Artillerie (20A) en door twee groepen van het 14de Regiment Artillerie (14A). Door een misverstand binnen 2Gr start het peloton van Lt Wagemans de tegenaanval echter al voordat de beloofde versterkingen toekomen. Het 2/Esk Cy 7Div bereikt het verzamelpunt om 14u15.  Er wordt tevergeefs gewacht op de 1Cie van het Bn CyF Lim die te laat verwittigd werd en die nooit zal aankomen. Rond 16u45 krijgt de Staf/2Gr het bericht van het HK van de 7Div dat de tegenaanval geannuleerd wordt. Door een tweede misverstand, ditmaal in de communicaties tussen de Staf/7Div en het Fort van Eben-Emael, heeft de Staf/7Div verkeerdelijk begrepen dat het Peloton Wagemans met behulp van het garnizoen in het fort, de superstructuur van het fort al gezuiverd heeft waardoor de tegenaanval niet meer nodig is en wordt afgelast. In werkelijkheid liep het Pl Wagemans zich vast tijdens zijn eerste aanvalspoging en moest het zich noodgedwongen ingraven op de flank van het fort vlakbij de ingang. De rest van de 1Cie van I/11Li die zich nog bij het kruispunt van Riemst bevindt, ondergaat om 18u00 een luchtbombardement waarbij Cdt Sol zwaar gewond raakt. Hij wordt via de medische keten geëvacueerd. Om 18u30 wordt Lt Govaerts door Maj Notterman ontheven van zijn opdracht bij 2Gr en keert hij met zijn peloton terug naar Riemst waar hij het bevel van de 1Cie overneemt. Om 20u15 ontvangt Lt Govaerts het bevel om zich met zijn compagnie opnieuw naar de ondersector van 2Gr te begeven, ditmaal gedekt door de duisternis. De nachtelijke mars verloopt zonder incidenten en om 22u00 meldt Lt Govaerts zich met 140 manschappen aan bij de CP van 2Gr in het dorp Zussen. Hier krijgt hij opdracht om zich onder bevel te stellen van II/2Gr teneinde de verloren gegane steunpunten in het bataljonsvak van II/2Gr op de vijand te heroveren. Een afgevaardigde van II/2Gr brengt de 1Cie tot bij de CP van II/2Gr.

  • 2/I/11Li
    De 2Cie van I/11Li wordt om 02u35 aangeduid voor het uitvoeren van een anti-parachutisten opdracht in “terreingedeelte A”. Dit is een gebied langs de N2 tussen Beverst en Diepenbeek dat werd geïdentificeerd als mogelijke landingszone voor parachutisten. De 2Cie krijgt voor deze opdracht versterking van een peloton van de Compagnie getrokken C47mm anti-tankkanonnen van de 4Div (Cie C47/4Div). De compagnie neemt een steunpunt in dwars op de N2 ter hoogte van de limiet tussen het I/LK en het Cavaleriekorps (CK). Wanneer de Staf/I/11Li om 07u35 naar Riemst vertrekt wordt de compagnie door van de Staf/4Div onder bevel van de Staf/15Li geplaatst.
  • 3/I/11Li
    De 3Cie neemt zijn stellingen in te Tongeren na afkondiging van het alarm. Met uitzondering van het bombardement van het station van Tongeren in de vroege ochtend, waarbij door de 3Cie geen schade geleden wordt, valt er niets te rapporteren. Hierop vraagt Kapitein-commandant Dewaet, bevelhebber van de 3Cie, om 15u00 een nieuwe opdracht aan de Staf I/LK. Hij krijgt het bevel om zich naar Genoelselderen te begeven en zich ter beschikking te stellen van de 7Div. De 3Cie verlaat Tongeren om 17u30 en begeeft zich te voet naar Genoelserderen waar ze een uur later toekomen. De compagnie zal worden ingezet voor de verdediging van het HK van de 7Div. Een peloton neemt stelling in Genoelselderen, de twee andere pelotons worden 500 meter noordwaarts links en rechts van de baan Tongeren – Maastricht (N76) opgesteld. Om 20u30 is de compagnie gevechtsklaar op zijn nieuwe stelling.
  •  4/I/11Li
    De 4Cie van  Luitenant Hendrice moet in Bilzen wachten tot 13u00 voor ze kunnen instijgen in de camions die hen naar het 2C en het 18Li moeten brengen. Een estafette overhandigt hem om 13u50 de geschreven orders van Maj Proth. Hij moet anderhalf peloton (oftewel drie secties mitrailleurs) doorsturen naar het CP van I/11Li te Riemst en zelf het ander detachement van zijn compagnie (ook anderhalf peloton) naar Mopertingen brengen waar hij aan kilometerpaal 98 van de N2 (de baan Bilzen – Veldwezelt) zal worden opgewacht door een afgevaardigde van het 2C. Om 15u00 komt een detachement ter grootte van anderhalf peloton onder leiding van OLt Naegels, per vrachtwagen aan bij het CP van I/11Li te Riemst. Hij wordt onmiddellijk doorgestuurd naar kilometerpaal 96 van de baan Tongeren – Maastricht waar hij zal worden opgewacht door een afgevaardigde van het 18Li. Om 16u30 meldt OLt Naegels zich opnieuw aan op het CP van I/11Li te Riemst met de boodschap dat het door de hevige luchtbombardementen onmogelijk is om het opgelegde RV te bereiken. Hij wordt door Maj Proth teruggestuurd waarna er niets meer van de drie secties mitrailleur in steun van 18Li wordt gehoord. Hoe de actie van het andere detachement in steun van 2C verloopt is weinig geweten. Blijkbaar heeft het detachement onder leiding van Lt Hendrice het dorp Rosmeer, in het achtergebied van de ondersector van 2C, kunnen bereiken gezien Korporaal Timmermans van 11Li in Rosmeer sneuvelde (Rosmeer ligt op de weg van Riemst via Vlijtingen naar Mopertingen – TBC).
 

Rokade van de 4Div om de dwarsstelling te bezetten op 11 mei 1940 (originele oleaat opgesteld in mei 1940).

Staf/11Li
Na het mislukken van de door de 7Div uitgevoerde dubbele tegenaanval op de Duitse bruggenhoofden beveelt het I/LK om 04u00 om een dwarsstelling (oftewel bretel) [10] op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine-Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het I/LK niet meer over een reserve beschikt dient deze dwarsstelling ingenomen te worden door de eenheden in lijn van beide divisies. De 4Div ontvangt de opdracht om de stelling voor te bereiden van Eigenbilzen via Mopertingen tot aan Kleine-Spouwen (exclusief), de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine-Spouwen (inclusief) tot Tongeren. Luitenant-generaal De Grave beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het Albertkanaal moeten blijven bezetten en dat III/7Li en I/7Li zullen pivoteren om een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen. Het 11Li moet zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen opstellen van Bilzen tot Werm ten zuiden van Hoeselt. De geplande opstelling van de 4Div wijkt af van de gekregen orders van het I/LK waardoor de stellingen van de 4Div niet aansluiten op de stellingen van de 7Div. De 7Div stelt zich op volgens de orders van het I/LK en laat het Bn CyF Lim (-), die het voor die opdracht in steun heeft gekregen, vanaf 07u00 stelling nemen met vier compagnies tussen Kleine-Spouwen en Rijkhoven. De door de grenswielrijders ingenomen stellingen liggen enkele kilometers meer naar het oosten dan de door de 4Div geplande dwarstelling

Geplande dwarsstelling door het I/LK die door het Bn CyF Lim conform de orders werd bezet van Kleine-Spouwen tot Rijkhoven.

Geplande dwarsstelling door het I/LK die door het Bn CyF Lim conform de orders werd bezet van Kleine-Spouwen tot Rijkhoven (projectie op recente kaart).

Op het ogenblik dat het Bn CyF Lim stelling neemt op de bretel staat het 11Li nog achter het Albertkanaal te Eigenbilzen en heeft het de orders om de dwarsstelling te bezetten nog niet ontvangen. De focus van het regiment ligt nog volledig bij de verdediging van het Albertkanaal. Het I/11Li meldt pas bij het aanbreken van de dag de aankomst van de eerste vijandelijke grondtroepen aan de overkant van het kanaal. Om 07u25 worden de bunkers 9, 10, 11 en 12 voor het eerst onder vuur genomen door de vijandelijke artillerie.

Iets voor 09u00 brengt vaandrig Lt Missotten, die zich bij de veldtreinen te Kleine-Spouwen bevindt, de Staf/11Li op de hoogte van de chaotische toestand bij de 7Div. De vijand heeft de linies achter het Albertkanaal over de ganse lijn doorbroken en bevindt zich in de ondersector van 2C voor Mopertingen en in de ondersector van 18Li te Lafelt waar ze aanstalten maken om naar Tongeren op te rukken. Grote groepen uit hun stellingen verjaagde militairen van de 7Div trekken door Kleine-Spouwen met de boodschap dat de vijand niet veraf meer is. Lt Missotten krijgt de toelating om terug te plooien op Wellen. Enigszins ongerust over wat er gaande is op zijn flank en in zijn achtergebied vraagt Kol Horckmans de divisiestaf om orders. Om 09u00 krijgt hij per telefoon van de Staf/4Div de opdracht om zijn flank tussen Mopertingen en Kleine-Spouwen te beveiligen met het  I/11Li wanneer dit bataljon na het beëindigen van zijn opdracht als divisiereserve, binnenloopt en terug onder bevel van 11Li geplaatst wordt. Op de Staf/11Li heeft men echter totaal geen idee welke de toestand is van het I/11Li en waar het bataljon zich ergens bevindt. Uit voorzorg geeft de Staf/11Li aan III/11Li de opdracht om de 10Cie terug onder bevel te nemen en naar Mopertingen sturen. De 10Cie dient er contact op te nemen met 2C en het I/11Li op te vangen wanneer dit bataljon Mopertingen passeert. Ook wordt beslist om het Pl Vkr/11Li te ontplooien te Berg waar zich de gevechtstreinen bevinden. Het Pl Vkr/11Li moet de baan Riemst – Bilzen (N745) afgrendelen. 

Intussen maakt het Bn CyF Lim, dat geïsoleerd staat opgesteld op de dwarstelling van het I/LK, om 09u30 contact met de vijandelijke voorhoede. Op ongeveer hetzelfde ogenblik wordt Kapitein-commandant Slegers in de commandopost van het 11Li telefonisch door het Achterwaarts HK van de 4Div (ArW HK/4div) op de hoogte gebracht van de orders voor het bezetten van de dwarsstelling. Kol Horckmans beslist om twee marsgroeperingen te vormen voor de afmars naar de dwarsstelling. Een eerste marsgroepering, bestaande uit II/11Li en zijn versterkingen, zal onder leiding van de regimentscommandant de verplaatsing uitvoeren via Munsterbilzen en Bilzen naar zijn nieuwe opstelplaats tussen Bilzen en Hoeselt. De tweede marsgroepering, bestaande uit III/11Li en de in steun gekregen versterkingen van IV/11Li zal onder leiding van LtKol Van Coppenolle via Hoelbeek, Waltwilder, Martenslinde en Rijkhoven naar zijn nieuwe opstelplaats ten zuiden van Hoeselt marcheren. De CP van 11Li zal worden overgeplaatst naar de opstelplaats van het ArW HK/4Div te Hoeselt. De bataljons worden telefonisch op de hoogte gebracht van deze orders en een installatieploeg (oftewel IP) bestaande uit de transmissieofficier, de materieelofficier, de inlichtingenofficier, de regimentsarts, de vaandrig en het secretariaat van de staf wordt onmiddellijk naar Hoeselt gestuurd om er de nieuwe CP in te richten. Tussen 10u00 en 11u00 verlaten II/11Li en III/11Li hun goed voorbereide stellingen aan het kanaal om de dwarsstelling in te nemen. Het is echter zeer moeilijk om de zware bewapening van IV/11Li uit de kanaalbunkers te halen onder vijandelijk vuur. Ook de 15Cie Mortieren beschikt niet over hun organieke transportmiddelen (vooral paardengerij dat de dag voordien bij het bombardement van Kleine-Spouwen grotendeels vernield werd) om de 76mm mortieren te verplaatsen. De zware mitrailleurs en mortieren moeten worden getransporteerd met stootkarren en ander geïmproviseerd transport dat ter plaatse wordt aangetroffen. Een gedeelte van het materieel kan niet meer worden meegenomen en wordt op de kanaalstelling achtergelaten. Het Bn CyF Lim wordt in de loop van de voormiddag uit zijn stellingen verdreven maar ook meer naar het zuiden wordt de dwarsstelling bij de 7Div doorbroken. Hierdoor verspreidt het I/LK al om 11u00 het order om de dwarsstelling te verlaten. Om 12u00 beveelt het I/LK om de terugtocht naar Leuven aan te vatten. Deze orders bereiken het 11Li niet want het ArW HK/4Div heeft Hoeselt reeds verlaten om 10u35 en heeft vanaf dan alle contact met zowel de Staf van het I/LK als met de regimenten van de divisie verloren. Wanneer om 11u30 de installatieploeg te Hoeselt aankomt  vinden ze er alleen een verlaten hoofdkwartier. Bij aankomst van LtKol Van Coppenolle en de 14Cie wordt besloten niet langer te wachten op de rest van het regiment maar verder westwaarts te trekken richting Wellen.

Omstreeks 12u00, vanaf het ogenblik de marsgroepering van II/11Li goed en wel onderweg is naar de dwarsstelling, begeeft Kol Horckmans zich samen met zijn Adjudant-majoor naar het ArW HK/4Div te Hoeselt teneinde meer gedetailleerde orders te krijgen over de nieuwe opdracht. Hij treft er, behoudens een peloton van de Cie  C47 Tr/4Div en het stafvoertuig van 8A met chauffeur, niemand meer aan en beseft dat hij alle contact met zijn hoger echelon verloren heeft. In de wetenschap dat hij nog een uur heeft voor de aankomst van de colonne te voet begeeft hij zich met de stafauto van 8A naar Schalkhoven, eerstvolgende gekende wisselstelling voor het HK, in de hoop daar het ArW HK nog terug te vinden. Horckmans stelt vast dat ook Schalkhoven reeds door de staf verlaten is (het ArW HK/4Div verliet het verder gelegen Vliermaal al om 12u00), maar stuit er wel op de verkenningspatrouille van de Franse Sous-Lieutenant Erny behorende tot het 12(FRA)RC [11]. Deze verkenningspatrouille ter sterkte van een peloton beschikt over 3 pantserwagens Panhard en een zestal moto’s met zijspan. Het Peloton Erny was op 10 mei opgerukt tot de brug van Zutendaal en bevond zich in de ochtend van 11 mei bij de CP van het 7Li. Wanneer het 7Li zich terugtrok van het kanaal plooide het peloton cuirassiers zich terug richting Borgloon via Hoeselt en Schalkhoven met als opdracht de vijand te jalonneren. Na contactname met de Fransen verlaat Kol Horckmans het dorp Schalkhoven om de omgeving uit te kammen op zoek naar het ArW HK/4Div. Hij vindt het HK niet en begeeft zich dan maar onverrichter zake terug naar Hoeselt waar de CP van 11Li zich ondertussen heeft opgesteld. Hij ontmoet er de Adjt KROLt de Cartier d’Yves die hem op de hoogte brengt van het feit dat de vijand Berg bereikt heeft kort nadat het Pl Vkr er stelling had genomen. Daar waar II/11Li de verplaatsing naar de dwarsstelling goed volbracht heeft, arriveert III/11Li zoals gevreesd gefragmenteerd. De marsgroepering van III/11Li werd op zijn terugtocht nabij Rijkhoven aangevallen door vijandelijke pantserwagens en uiteengeslagen. Een gedeelte van de manschappen werd gevangengenomen, de rest vervolgde zijn terugtocht.

Vijandelijke opmars ten zuiden van de stellingen van 11Li op 11 mei. De geplande terugtochtweg voor II/11Li via Schalkhoven en Gors-Opleeuw wordt afgesneden door de Duitse flankhoede (projectie op recente kaart).

Vijandelijke opmars ten zuiden van de stellingen van 11Li op 11 mei. De geplande terugtochtweg voor II/11Li via Schalkhoven en Gors-Opleeuw wordt afgesneden door de Duitse flankhoede (projectie op recente kaart).

Omdat de Staf/11Li over geen enkele informatie beschikt over wie ten zuiden van hun dispositief staat opgesteld laat de regimentscommandant de sectie moto’s van het Pl Vkr een patrouille uitvoeren richting Tongeren. Even later komen de verkenners terug met de boodschap dat er zich geen bevriende troepen meer bevinden ten zuiden van Hoeselt en dat vijandelijke pantservoertuigen Werm al bereikt hebben. Het 11Li dreigt langs rechts overvleugeld te worden waarop onmiddellijk het bevel gegeven wordt om af te marcheren via Schalkhoven en Gors-Opleeuw naar Borgloon  in de veronderstelling dat het Franse peloton verkenners de regio beveiligt. Er worden twee marscolonnes gevormd, één bestaande uit II/11Li en zijn versterkingen die langs het zuiden zullen afmarcheren en één bestaande uit III/11Li en zijn versterkingen die een noordelijke marsroute zullen volgen. Op het ogenblik dat het 11Li de dwarsstelling ontruimt bevindt de Duitse voorhoede zich reeds voorbij Tongeren en infiltreren verkenners van de Duitse flankhoede Wellen. De vijand bezet hierbij echter geen terrein en maakt geen aanstalten om de voorbijgestoken Belgische eenheden die zich nog in het noorden bevinden op te rollen. Het ligt in hun bedoeling om zo snel mogelijk naar het zuidwesten op te rukken teneinde contact te maken met het 1(FRA)Leger voordat deze laatsten hun defensieve stelling in België volledig ingericht hebben.  

Kol Horckmans beslist voorop te rijden tot Schalkhoven om de Fransen te verwittigen van de doortocht van zijn regiment. Wanneer hij er toekomt zijn de Fransen reeds vertrokken. Hij ontmoet er wel een batterijcolonne van VI/14A die terugkeert vanuit Gors met de boodschap dat de Duitsers zich tussen Gors en Schalkhoven bevinden en dat de rest van zijn groep (benaming voor een bataljon bij de artillerie) werd gevangen genomen. Kol Horckmans onderschept de bataljonscolonne van III/11Li te Schalkhoven en kan ze heroriënteren richting Vliermaalroot met de opdracht te hergroeperen in de Dusartkazerne te Hasselt. Hij slaagt er echter niet in het II/11Li op de hoogte te brengen van de nieuwe orders. Terwijl de bataljonscolonnes Schalkhoven voorbij defileren zijn ze getuige van een tankgevecht tussen Duitsers en Fransen. Het Franse peloton verkenners van SLt Erny, dat eerder op de middag Kortessem passeerde, werd door het daar opgestelde 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) staande gehouden en gevraagd om de vijand die infiltreert tussen Gors en Guigoven tegen te houden. Hierop keerde het Peloton Erny op zijn stappen terug naar Guigoven waar ze de Duitse pantserwagens die zich ten zuiden van Schalkhoven bevonden aanvallen. De Duitse verkenningsvoertuigen zijn geen partij voor de Franse Panhards die over een krachtiger kanon en betere bepantsering beschikken. De Duitsers trekken zich dan ook snel terug en ontruimen het gebied tussen Schalkhoven en Gors [12]. Kol Horckmans verlaat de colonne van III/11Li en begeeft zich naar Hasselt om er zijn regiment in de Dusartkazerne op te vangen. Hij ontmoet er om 19u00 de commandant van de 4Div. De ontmoeting verloopt in een grimmige sfeer waarbij Kol Horckmans zelfs het stafvoertuig van 8A moet afgeven aan de divisiecommandant. Tot overmaat van ramp krijgt hij niet eens nieuwe orders, enkel het bevel om zich op 12 mei om 12u00 aan te melden bij de divisiecommandant op het HK van de 4Div te Bevekom. Tegen middernacht slaagt het III/11Li erin Halen te bereiken terwijl de marscolonne van II/11Li in twee is gebroken. Een detachement onder leiding van Cdt Goole bevindt zich te Alken terwijl een tweede detachement onder bevel van Cdt Hoebanx zich tussen Geetbets en Zoutleeuw bevindt.

Opstelling van II/11Li op 10 mei 1940 achter het Albertkanaal (origineel oleaat).

Opstelling van II/11Li op 10 mei 1940 achter het Albertkanaal (origineel oleaat met handtekening van Cdt Goole).

II/11Li 
Bij het aanbreken van de dag worden de eerste Duitse infanteristen opgemerkt die het overstromingsgebied op de tegenoverliggende kanaaloever doorwaden. De patrouille wordt prompt onder vuur genomen. Een vijandelijke mitrailleurpost stelt zich op in een huis aan de overkant van het kanaal. De post wordt aangevallen met DBT granaatwerpers en moet zijn stelling ontruimen. Het IIde Bataljon ontvangt rond 10u00 het bevel om zich onmiddellijk via Munsterbilzen en Bilzen te verplaatsen naar de dwarsstelling van het I/LK. Het bataljon moet een bataljonsvak te bezetten achter de spoorlijn Bilzen – Tongeren vanaf het station van Bilzen tot de noordrand van Hoeselt. De rest van de dag verloopt in complete chaos, heel wat van de zware bewapening opgesteld in steunpunten en bunkers langsheen de oever van het Albertkanaal wordt achtergelaten. De colonne te voet van II/11Li, met op kop de 7Cie gevolgd door de 6Cie en de 5Cie, vertrekt om 10u30 en wordt tijdens zijn stellingswissel beveiligd door elementen van het Wielrijderseskadron en de Compagnie C47mm op T13 van de 4Div. Wanneer het bataljon Munsterbilzen passeert wordt de colonne aangevallen door vijf Stuka’s maar er wordt geen schade geleden. Bij de doortocht van Bilzen stellen de manschappen vast dat een gedeelte van de stad in brand staat. Ook het station werd gebombardeerd en is gedeeltelijk vernield.

Opstelling van II/11Li langs de dwarsstelling van het I/LK achter de spoorweg van Bilzen naar Tongeren (origineel oleaat).

Opstelling van II/11Li langs de dwarsstelling van het I/LK achter de spoorweg van Bilzen naar Tongeren (origineel oleaat).

Aangekomen op de nieuwe stelling worden de drie compagnies in lijn opgesteld; de 5Cie nabij het station van Bilzen, in het midden de 6Cie en in het oosten de 7Cie. De eerste pelotons beginnen zich in te graven achter de spoorlijn en tegen 14u00 is de stelling ingericht. Verder naar het zuiden toe wordt de stelling verlengd door het III/11Li. Door de laattijdige verspreiding van de divisieorders naar het 11Li kan het II/11Li zijn nieuwe posities niet naar behoren inrichten. Ondanks alles is de terugtocht van II/11Li in goede orde verlopen en is het moreel van de troepen nog hoog. Rond 14u00 krijgt het bataljon het bevel om de dwarsstelling te verlaten en terug te trekken via Hoeselt en Schalkhoven naar Gors-Opleeuw en Borgloon. De nodige orders worden gegeven en de bataljonscolonne zet zich op weg richting Hoeselt met de 7Cie op kop, gevolgd door de 6Cie en de 5Cie als achterhoede. Te Hoeselt wordt de colonne opgewacht door Cdt Slegers die de opdracht heeft II/11Li te begeleiden tijdens zijn terugtocht. Ter hoogte van Werm wordt de baan Bilzen – Tongeren verlaten en de weg Maasgracht ingeslagen om vervolgens via de Panisbergstraat naar Schalkhoven te marcheren. Bij de afslag moet een sectie van het Peloton Lefrère de terugtocht beveiligen. Nadat de laatste elementen van de 5Cie gepasseerd zijn duikt een Duitse colonne op langs de baan Bilzen – Tongeren. De Duitse colonne bestaande uit enkele motoren met zijspan, een autobus en een vrachtwagen wordt onder vuur genomen door het beveiligingselement van het Peloton Lefrère. Er ontstaat een hevig vuurgevecht waarbij een Duitse motor met zijspan in brand vliegt en de autobus tot staan wordt gebracht. Bij het vuurgevecht sneuvelt Soldaat Jean Blokken, mitrailleurschutter van de sectie [13]. De gewonde Duitse soldaten worden met de bus meegenomen, de gesneuvelden worden op de vrachtwagen geladen [14].

Cdt Slegers en Cdt Hoebanx rijden per moto op kop om de terugtochtweg te verkennen en komen iets later dan Kol Horckmans bij het kruispunt van Schalkhoven aan. Hier zijn ze getuige van een gevecht tussen Duitse en Franse pantserwagens waarbij de Fransen de Duitsers verjagen en het kruispunt vrijgemaakt wordt van vijandelijke troepen. De voorste elementen van de colonne hebben ondertussen de rand van Schalkhoven bereikt en worden er door Cdt Slegers en Cdt Hoebanx opgevangen. Beide officieren leiden de colonne langs veldwegen rond Schalkhoven richting Guigoven. Onderweg wordt in de schuur van een hoeve een twintigtal manschappen van IV/14A aangetroffen. Zij werden eerder op de dag door de Duitsers gevangen genomen en in de schuur opgesloten. De manschappen worden bevrijd en sluiten zich aan bij de colonne van II/11Li. Na het vallen van de duisternis loopt het bataljon binnen bij de bevriende linies ten noorden van Guigoven. Even worden ze onder vuur genomen door Belgische troepen die opgesteld staan langs de Bretel van Kortessem, een dwarsstelling opgericht door het Cavaleriekorps (CK) om de aftocht van het Albertkanaal te beveiligen. Het misverstand wordt snel opgehelderd en eens voorbij de bevriende linies wordt uitgerust in hergroeperingszones terwijl Cdt Hoebanx en Cdt Sleger om 20u30 Guigoven per moto verlaten om op zoek te gaan naar nieuwe orders. Het bevel over het bataljon wordt overgedragen aan Cdt Goole, compagniecommandant van de 5Cie, die de compagnies opdracht geeft om zich te verspreiden over verschillende boomgaarden. Wanneer de hergroeperingszone van II/11Li te Guigoven onder vijandelijk artillerievuur valt, breekt paniek uit waarbij een gedeelte van de manschappen het op een lopen zet richting Kortessem. Cdt Goole, commandant ad interim van het bataljon, probeert zijn mannen terug te verzamelen maar slaagt er slechts in een half bataljon bijeen te brengen ter hoogte van Kortessem. Hij kan echter niet ter plaatse blijven gezien zijn manschappen zich bevinden tussen de defensieve linies van het 2de Regiment Gidsen (2G) en het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP). Het detachement van Cdt Goole wordt op bevel Kolonel de Jonghe d’Ardoye, regimentscommandant van 1JP, doorgestuurd naar Alken waar de rest van de nacht van 11 op 12 mei doorgebracht.

Situatie op de limiet van het I/LK en het Cavaleriekorps om 15u00 op 11 mei (projectie op recente kaart).

Situatie op de limiet van het I/LK en het Cavaleriekorps om 15u00 op 11 mei (projectie op recente kaart).

III/11Li
Vanaf 01u25 duikt de vijand op tegenover de stellingen van III/11Li. De vijand heeft zoeklichten in stelling gebracht waarmee de zuidelijke oever wordt verkend. De zoeklichten worden prompt onder vuur genomen door de 11Cie. Niet lang daarna volgt een eerste artilleriebeschieting van de stellingen door een Duitse batterij die zich ten noorden van het kanaal heeft opgesteld. De ganse ochtend wordt over en weer geschoten zonder dat III/11Li in de problemen komt. Bij de 11Cie sneuvelt ter hoogte van de sifon van de Krieckaertbeek de Korporaal Verlinden tijdens een van de vuurgevechten. Rond 08u00 wordt een vijandelijke mitrailleursectie opgemerkt die zich aan het installeren is in één van de kraters die is ontstaan bij de vernieling van de toegangsweg naar de brug van Eigenbilzen. De mortieren 76mm worden ingezet om de mitrailleurpost te neutraliseren. Om 09u00 krijgt het bataljon de opdracht van de Staf/11Li om de 10Cie terug onder bevel te nemen en te ontplooien op de oostflank van het regiment tussen Eigenbilzen en Mopertingen. Na overleg met de Staf/11Li wordt de flankverdediging toevertrouwd aan een peloton van de 9Cie en aan de 14Cie. Deze opdracht wordt echter niet uitgevoerd want een kwartier later kwam een tegenbevel om de stelling achter het kanaal te verlaten. Het bataljon dient zich samen met zijn versterkingen naar Hoeselt te begeven om er een bataljonsvak achter de Demer te bezetten. 

Kasteel Alden Biesen aan de rand van Rijkhoven waar de 10Cie stellingen innam.

Kasteel Alden Biesen aan de rand van Rijkhoven waar de 10Cie op 11 mei stellingen innam.

Tussen 10u00 en 11u00 verlaat III/11Li zijn goed voorbereide stellingen aan het kanaal om de dwarsstelling in te nemen. Het bataljon krijgt de marsroute Eigenbilzen, Hoelbeek, Waltwilder, Martenslinde, Rijkhoven opgelegd. De 10Cie die zich te Hoelbeek al op de marsroute bevindt vertrekt als eerste en moet een defensieve stelling innemen ten oosten van het kasteel van Alden Biesen om de terugtocht van de andere compagnies te beveiligen [15]. Vervolgens worden de 13Cie en de 15Cie naar Rijkhoven gestuurd. De 11Cie en vooral de 9Cie wiens stellingen onder vijandelijk vuur liggen hebben meer tijd nodig om de bunkers te ontruimen en het materieel te evacueren. De bataljonscommandant geeft de nodige orders voor de evacuatie van de 9Cie en de 11Cie en begeeft zich dan per moto naar Rijkhoven om de opvangstelling te verkennen. Ook de CP bataljon wordt naar Rijkhoven gestuurd om er zich tijdelijk op te stellen zolang de verplaatsing duurt. Om 11u30 komt de 10Cie aan te Rijkhoven maar mankeert het peloton dat de marsroute moest openen en dat de verkeerde richting is opgegaan. Om 11u45 komen de 13Cie en de 15Cie toe te Rijkhoven en installeren zich langs de baan naar Hoeselt. Beide compagnies zijn nog voltallig en zijn erin geslaagd om alle mortieren en mitrailleurs met gelegenheidsmiddelen te vervoeren tot Rijkhoven. Tegen de middag komt ook de 9Cie opdagen maar er dient lang gewacht te worden op de 11Cie. Maj Ordies gaat per moto op zoek naar deze compagnie maar wanneer hij de N2 Bilzen – Maastricht nadert zijn daar al Duitse pantserwagens aanwezig. Hij beseft dat de 11Cie  er niet meer zal in slagen het bataljon te vervoegen en keert terug naar zijn CP. Wanneer de regimentscommandant verneemt dat het III/11Li zich te Rijkhoven bevindt begeeft hij zich met zijn stafvoertuig tot Rijkhoven en ontmoet er Maj Ordies die hem op de hoogte te brengt van de toestand van zijn bataljon. Op dat ogenblik komt een peloton van de 10Cie vanuit de richting van het kasteel van Alden Biesen voorbij gemarcheerd. De pelotonscommandant brengt de boodschap dat de rest van de compagnie slaags geraakt is met de vijand en zich niet meer heeft kunnen loshaken. Kol Horckmans die net het bericht ontving dat er zich ten zuiden van het 11Li geen bevriende eenheden meer bevinden neemt onmiddellijk het besluit om de verdediging van de dwarsstelling op te geven en het regiment op eigen initiatief te laten terugtrekken naar Sint-Truiden via Schalkhoven, Gors en Borgloon. Orders in die zin worden doorgegeven aan Maj Ordies die zijn compagnies verzamelt en vertrekt. Maj Ordies slaagt erin om naar het westen terug te trekken met een niet onaanzienlijke groep militairen van zijn IIIde Bataljon nadat ze het contact met de Duitsers hebben kunnen verbreken. Het detachement bereikt Schalkhoven waar ze door Kol Horckmans onderschept worden. Hij laat het bataljon weten dat er niet langer richting Sint-Truiden teruggetrokken kan worden omdat de weg naar Gors door de vijand ingenomen is. De troepen dienen via Vliermaalroot naar Hasselt af te buigen om te ontkomen. Voor enkele militairen komen de orders van Kol Horckmans te laat. Een groepje militairen van III/11Li onder leiding van Eerste Sergeant-majoor Nelles trekt terug via Schalkhoven en Vliermaal richting Gors-Opleeuw en Sint-Truiden. Ze komen terecht tussen twee Duitse patrouilles die op elkaar beginnen te schieten. 1SgtMaj Nelles en de soldaten Frans Andries en Viktor Berckmans komen om bij deze schermutseling. De Duitsers tellen heel wat gewonden en gesneuvelden, de krijgsgevangen militairen van het 11Li moeten de gesneuvelde Duitse militairen opladen in vrachtwagens. Wat overblijft van III/11Li passeert Diepenbeek rond 19u00 en hergroepeert tegen het vallen van de nacht in de Dusartkazerne te Hasselt. Er wordt onmiddellijk doorgemarcheerd tot Halen dat tegen middernacht bereikt wordt. 

Pl Vkr/11Li
Het Peloton Verkenners van het 11Li (Pl Vkr/11Li), onder bevel van Adjudant KROLt de Cartier d’Yves, wordt om 09u10 naar het gehucht Berg ten zuiden van Waltwilder gestuurd. Te Berg bevinden zich ook de gevechtstreinen van 11Li. Het peloton krijgt als opdracht de baan Riemst – Bilzen af te grendelen om zo het  achtergebied van het 11Li te beveiligen. Het peloton staat amper 30 minuten op stelling wanneer de eerste Duitse pantservoertuigen opduiken voor Berg. De pantservoertuigen worden beschoten met de beschikbare pantserdoorborende munitie echter zonder het minste resultaat. Het peloton ontruimt snel zijn posities om niet gevangen genomen te worden en begeeft zich naar de toekomstige opstelplaats van de CP/11Li te Hoeselt. Hier ontmoet de pelotonscommandant Kol Horckmans die hem opdracht geeft zijn sectie motorwielrijders uit te sturen naar Tongeren om uit te zoeken welke eenheden staan opgesteld op de rechterflank van 11Li. Iets later, tegen 15u30 komen de motorrijders terug met het nieuws dat er zich geen enkele Belgische eenheid meer bevindt ten zuiden van 11Li. Vijandelijke pantserwagens hebben de Demer al overschreden en bevinden zich te Werm op nauwelijks 4 kilometer van Hoeselt. 

I/11Li onder bevel van de Staf/4Div
Het I/11Li vecht bij het aanbreken van de dag nog steeds in verspreide slagorde maar de bataljonsstaf is echter alle controle over zijn compagnies kwijt. Om 04u00 breekt het 18Li het gevecht af in zijn ondersector waarna de Staf/18Li Lafelt verlaat. Na Vlijtingen om 08u30 ingenomen te hebben rukt de vijand ook op richting Riemst. Maj Proth valt te Riemst in Duitse handen wanneer de CP van I/11Li om 09u00 wordt aangevallen en krijgsgevangen genomen. Bij de rest van het Iste Bataljon worden op de verschillende locaties waar het bataljon is ingezet talrijke militairen krijgsgevangen gemaakt. De 1ste en de 4de Compagnie houden op te bestaan.

  • 1/I/11Li
    Om 02u20 komt de 1Cie, nog steeds onder leiding van Lt Govaerts, toe op bij de CP van II/2Gr. De 1Cie krijgt opdracht om de steunpunten “K” en “J” in het bataljonsvak van II/2Gr te heroveren en te bezetten.  De compagnie zet zijn aanval in om 03u00 maar door de gebrekkige leiding worden de steunpunten “K” en “J” nooit bereikt. De compagnie wordt teruggeslagen en zoekt uiteindelijk dekking in de loopgraven van steunpunt “L” en van de CP van II/2Gr. Rond 08u30 start de Duitse artillerie met het bombarderen van de CP van het II/2Gr. Uit de richting van Vroenhoven neemt de vijandelijke druk alsmaar toe. De overblijvende steunpunten van het II/2Gr zijn geïsoleerd en worden aangevallen door het Duitse 151ste Infanterieregiment. De steunpunten worden ontruimd of overrompeld en de resterende manschappen worden teruggetrokken. Uiteindelijk worden Lt Govaerts, OLt Caeneberghs, OLt Menten en de tijdens de gevechten gewonde OLt Bellen te Eben-Emael gevangen genomen tussen 12u00 en 13u00. Bij de gevechten in de nacht van 10 op 11 mei sneuvelt Korporaal Geukens.
  • 2/I/11Li
    De 2Cie bemant nog steeds het steunpunt ten oosten van Diepenbeek wanneer om 03u00 ‘s morgen de 2de Compagnie van Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li) hun stellingen wil overnemen. Het I/4Li heeft als opdracht een dwarsstelling in te nemen op de limiet tussen het I/LK en het Cavaleriekorps (CK) teneinde de aftocht van het CK achter het Albertkanaal te beveiligen. Om 10u30 is de overname overgave van de stelling met 2/I/4Li compleet en begint de 2Cie van het 11Li aan zijn aftocht naar het westen. De 2Cie is de enige compagnie van I/11Li die de ondersector van het 11Li voltallig verlaat.
  • 3/I/11Li
    Bij zonsopgang worden de stellingen van de 3Cie nabij Genoelselderen aangevallen door de Duitse luchtmacht echter zonder verliezen te veroorzaken. Om 08u30 verneemt Cdt Dewaet van voorbij passerende koeriers dat de vijand Vlijtingen verlaten heeft en aanstalten maakt om de Vde Groep van 14A, die in Herderen staat opgesteld, aan te vallen. Om 09u30 ziet Cdt Dewaet dat de gemotoriseerde colonne van het HK/7Div ijlings Genoelselderen verlaat. Op dat ogenblik heeft de vijand in het naburige Herderen de Vde Groep van 14A overmeesterd en maakt hij zich klaar om naar Genoelselderen op te rukken. Cdt Dewaet stuurt een estafette naar de opstelplaats van het HK/7Div maar die stelt vast dat het kasteel van Genoelselderen door het HK al verlaten is. Om 10u10 weten enkele uit Herderen ontsnapte artilleristen van 14A te melden dat de vijand onderweg is naar Genoelselderen. Hierop beslist de commandant van de 3Cie zijn stellingen te ontruimen en zich op Tongeren terug te plooien. De infanteristen te voet kunnen de oprukkende vijandelijke tanks onmogelijk voorblijven en worden op de baan van Genoelselderen naar Tongeren ingehaald en gevangen genomen. Cdt Dewaet, OLt Duwijn en OLt Haffmans van de 3Cie worden samen met hun manschappen gevangen genomen.  De Soldaten Liebaert en Stevens komen vermoedelijk bij een schermutseling om het leven (TBC – het valt niet uit te sluiten dat ze in krijgsgevangenschap zijn omgekomen) [16]. Alleen het peloton van OLt Collin, dat zich bij het HK/7Div bevond, kan zich tijdig uit de voeten maken. OLt Collin en enkele manschappen kunnen de bevriende linies bereiken. Bij hun doortocht te Wansin sneuvelt op 13 mei de Soldaat Ludovic Claes.  
  • 4/I/11Li
    Te Kleine-Spouwen wordt Luitenant Hendrice van de 4Cie krijgsgevangen gemaakt. Ook Lt Gevers en Lt Naegels worden gevangen genomen. Alleen Cdt Matthys die door Maj Proth werd meegestuurd met het detachement van OLt Naegels (TBC) slaagt erin met een handvol manschappen terug te keren.

Staf/11Li
Het 11Li trekt tijdens de nacht van 11 op 12 mei terug naar het westen. Met uitzondering van het detachement Goole steken de ondereenheden van het 11Li de Gete over en nemen kantonnementen in te Halen en Budingen. Hier kan in relatieve veiligheid uitgerust worden achter de Demer/Gete-Stelling ingericht door eenheden van het Cavaleriekorps (CK). Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zoveel mogelijk uit het zicht te blijven. De eenheden slagen er in om de orde min of meer te herstellen, maar tot overmaat van ramp is de Belgische genie bijzonder vroeg overgegaan tot het vernielen van de bruggen over de Herk en de Gete zodat onderweg alweer een belangrijk aantal voertuigen en zware wapens moet achtergelaten worden waardoor het 11Li slechts een gering gedeelte van zijn zwaar materiaal over beide rivieren kan brengen. Het divisiehoofdkwartier staat intussen opgesteld te Beauvechain waar nieuwe orders voor de regimenten opgemaakt worden. Om 12u00 meldt Kol Horckmans zich aan bij het HK/4Div te Beauvechain. Hij wordt er door LtGen De Graeve voorgesteld aan GenMaj Van Trooyen, commandant van de 7Div, met de woorden “Voici mon successeur, le général Van Trooyen” [17]. Deze laatste geeft onmiddellijk aan dat de inzet van het Iste Bataljon van het 11Li ten voordele van het I/LK absoluut geen succes was. Onwetend over het verloop van de inzet van I/11Li kan Kol Horkmans enkel verslag uitbrengen over de situatie van de rest van zijn regiment. Hij krijgt te horen dat de divisie een nieuwe kantonnementszone toegewezen kreeg ten westen van het Kanaal van Willebroek. De infanterieregimenten moeten de verplaatsing naar de nieuwe kantonnementszone tussen Humbeek, Beigem, Grimbergen, Wolvertem en Asse te voet uitvoeren in twee nachtelijke marsetappes. Het 11Li krijgt de opdracht om tegen de avond te hergroeperen te Herent, ten westen van de K.W. Stelling. De wielvoertuigen dienen zich rechtstreeks naar Humbeek te begeven.

II/11Li

  • Detachement Goole/II/11Li
    Cdt Goole neemt te Alken om 00u30 contact op met Generaal-majoor De Droog, Commandant Infanterie (oftewel CIDI) van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) die het bevel voert over de troepen van het CK die staan opgesteld langs de Bretel van Kortessem. GenMaj De Droog geeft opdracht aan Cdt Goole om de resterende troepen van II/11Li zo snel mogelijk achter de Demer/Gete-Stelling terug te trekken. Het gedeelte van het bataljon onder bevel van Cdt Goole marcheert van Alken via Steevoort, Budingen, Drieslinter, Wever en Lubbeek naar Kessel-Lo nabij Leuven dat bereikt wordt rond 24u00. Het detachement, dat er niet meer in slaagt om tot Herent door te marcheren, brengt de nacht van 12 op 13 mei door te Kessel-Lo.
  • Detachement Hoebanx/II/11Li
    Ondertussen heeft Cdt Hoebanx de andere helft van het bataljon ingehaald dat via Kozen en Geetbets naar het westen trok. Hij vindt het detachement terug te Budingen, ten westen van de Gete tussen Geetbets en Zoutleeuw, waar ze een rustkantonnement hadden ingenomen. De colonne te voet geleid door Cdt Hoebanx vervolgt na het invallen van de duisternis zijn terugtocht van Budingen via Lubbeek en Leuven tot de hergroeperingszone van het 11Li te Herent waar rustkantonnementen worden opgezocht.

III/11Li
Het bataljon komt omstreeks 00u30 toe te Halen na een pijnlijke mars van 47 kilometer die de dag voordien om 10u00 te Eigenbilzen begon. De manschappen zoeken onderkomen en voedsel in de huizen van Halen. Na een korte rustpauze zetten de manschappen van III/11Li zich om 04u30 terug in beweging om vanuit Halen verder richting Leuven te marcheren. Onder bevel van LtKol Van Coppenolle wordt naar Kessel-Lo gemarcheerd dat om 12u00 bereikt wordt. Een groep militairen die een fiets wist te bemachtigen werd onder leiding van de Kapitein Lagneau, compagniecommandant van de 13Cie, voorop gestuurd om een kantonnementsplaats voor te bereiden. Om 15u00 komt Kol Horckmans toe te Kessel-Lo met de boodschap dat verder gemarcheerd moet worden tot Herent, de hergroeperingszone van het 11Li. Om 18u00 vertrekt de colonne richting Herent waar ze tegen 20u30 aankomen. Er worden onmiddellijk rustkantonnementen opgezocht. De bataljonsstaf ontvangt om 22u00 een waarschuwingsorder van de regimentscommandant dat het regiment om 03u00 Herent moet verlaten hebben.

Staf/11Li
In de vroege ochtend bevinden de bataljons zich allen in rustkantonnementen te Herent en Kessel-Lo. Om 03u00 krijgt het regiment het bevel om zich naar Humbeek te verplaatsen. De 4Div kreeg immers de opdracht om de K.W. Stelling zo snel mogelijk te doortrekken en zijn troepen weg te halen uit de divisiesectoren van de Belgische en geallieerde divisies die te Leuven opgesteld staan langs de K.W. Stelling. Het 11Li steekt in de loop van de ochtend te Vilvoorde het Kanaal van Willbroek over en zoekt vervolgens kantonnementen op te Humbeek waar het regiment de rest van de dag zal verblijven.

II/11Li
Het II/11Li trekt zich verder terug in verspreide slagorde. Bij het aanbreken van de dag bevindt het detachement onder leiding van Cdt Hoebanx zich te Herent, het detachement van Cdt Goole kantonneert te Kessel-Lo. Er moet onmiddellijk worden doorgemarcheerd tot achter het kanaal van Willebroek om de troepen die staan opgesteld achter de K.W. Stelling niet te hinderen. De laatste elementen komen toe te Humbeek om 16u00. Er wordt de manschappen rust gegund tot de volgende ochtend.

III/11Li
Om 03u00 trekt de colonne van III/11Li zich op gang en verlaat Herent richting Humbeek. De militairen per fiets worden weer voorop gestuurd als installatiepersoneel voor de kantonnementsplaats van III/11Li. De vrachtwagens van het regiment, die voorop werden gestuurd om het kantonnement in te richten, rijden de colonne te voet tegemoet om zoveel mogelijk manschappen op te pikken. Om 06u00 wordt een honderdtal manschappen door de camions rechtstreeks naar Humbeek vervoerd. De rest van de colonne te voet komt rond 11u00 toe in Humbeek. Tijdens de rustperiode wordt het bataljon gereorganiseerd. Van de vier compagnies schieten nog 300 man over. 

Hergroeperingszone van de 4Div achter het Kanaal van Willebroek

Hergroeperingszone van de 4Div achter het Kanaal van Willebroek (projectie op recente kaart).

Staf/11Li
Om 12u00 wordt het bevel gegeven om een verplaatsing naar Strombeek-Bever uit te voeren. Een na een marcheren de bataljons naar de nieuwe hergroeperingszone. Na aankomst te Strombeek-Bever kan verder worden uitgerust en gereorganiseerd. In het rustkantonnement verneemt de Staf/11Li dat het Groot Hoofdkwartier (GHK) beslist heeft om drie divisies ten westen van het Kanaal van Willebroek op te stellen. Het is de bedoeling van het GHK om de linies van het veldleger langsheen de K.W. Stelling te dekken met een strategische reserve van drie divisies, onder het bevel van het het IIIde Legerkorps (III/LK).

I/11Li (-)
Tijdens de reorganisatie wordt het effectief van het I/11Li zo goed mogelijk aangevuld, vooral het tekort aan officieren moet worden aangepakt. Het Iste Bataljon zal herschikt worden tot een bataljon met slechts twee compagnies. Maj Proth, die werd gevangen genomen nabij het Albertkanaal, wordt vervangen door Kapitein-Commandant Borzée, voordien compagniecommandant van de 14Cie. De bijna voltallige 2de Compagnie blijft onder bevel van Luitenant Van Helleputte, terwijl de overgebleven manschappen van de drie andere compagnies samengevoegd worden tot een nieuwe 1ste Compagnie onder bevel van Kapitein-commandant Matthys [18].

II/11Li
Het bataljon krijgt om 12u00 het bevel om zich naar Strombeek-Bever te begeven. De verplaatsing is voltooid tegen 15u00 waarna rustkantonnementen worden ingenomen.

III/11Li
Bij III/11Li wordt Cdt D’Hauwe, voormalig commandant van de 15Cie, de nieuwe compagniecommandant van de 9Cie waarvan het officierenkorps voltallig krijgsgevangen werd genomen te Schalkhoven. Het bataljon verlaat Humbeek om 18u00 en komt omstreeks 20u20 aan te Strombeek-Bever waar de nacht van 14 op 15 mei wordt doorgebracht.

Staf/11Li
Bij het aanbreken van de dag bevindt het 11Li zich te Strombeek-Bever. Op vraag van de Staf/4Div wordt een gedetailleerde staat van het regiment opgemaakt. In totaal ontbreken 32 officieren, 137 onderofficieren en 1.248 korporaals en soldaten op het appel. Alleen het II/11Li is nog behoorlijk intact. III/11Li is heel wat manschappen verloren en I/11Li is herleid tot één compagnie. De situatie bij de andere infanterieregimenten van de 4Div is niet rooskleuriger. Door de beperkte inzetbaarheid van de 4Div houdt het plan om drie divisies op te stellen achter het Kanaal van Willebroek als strategische reserve niet lang stand. Een nieuw plan wordt opgemaakt waarbij de 4Div doorgestuurd zal worden naar het achtergebied om te reorganiseren.

Gedurende de dag verneemt de regimentscommandant dat het 11Li tezamen met de rest van de 4Div naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd wordt. Melle wordt de nieuwe hergroeperingszone voor het 11Li. Het Bruggenhoofd Gent (oftewel Tête de Pont Gand – TPG) wordt gevormd door een bunkergordel ten zuiden van Gent. De bunkergordel bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. Omstreeks 13u00 wordt ook vernomen dat Luitenant-generaal De Grave vervangen wordt als commandant van de 4Div door Generaal-majoor Van Trooyen, voormalig commandant van de 7Div. De 4Div komt als eerste grote eenheid toe in het Bruggenhoofd Gent en moet de bunkergordel tijdelijk beveiligen. Hierdoor zullen de infanterieregimenten van 4Div opgesteld worden in brede ondersectoren van Semmerzake tot Kwatrecht. Voor de verplaatsing naar het Bruggenhoofd Gent zullen alle troepen te voet met autobussen van de Legerautogroepering (LAuGpg) vervoerd worden van op laadplaatsen op de snelweg Brussel-Antwerpen.  De motorvoertuigen en de paardenvoertuigen zullen in afzonderlijke colonnes richting westen trekken.  Na opnieuw een dag rust wachten de troepen te Strombeek-Bever tot de avond.  Vervolgens marcheren de troepen naar de inschepingswerf te Wolvertem, maar de beloofde autobussen van de LAuGpg komen niet aan.

III/11Li
In de loop van de dag wordt het bataljon op de hoogte gebracht dat het regiment met voertuigen van de LAuGpg naar Melle zal worden gebracht tijdens de nacht van 15 op 16 mei. Om 21u00 wordt vertrokken naar de inschepingswerf te Wolvertem maar het transport komt niet opdagen. De manschappen blijven de ganse nacht wachten langs de kant van de weg.

De 4de Infanteriedivisie op 16 mei, na aankomst in het Bruggenhoofd Gent.

Hergroeperingszones van de 4de Infanteriedivisie op 16 mei, na aankomst in het Bruggenhoofd Gent (origineel oleaat uit dossier 4Div).

Staf/11Li
Na bijna de ganse nacht gewacht te hebben, arriveert het transport voor het voetvolk uiteindelijk om 04u00 op de laadplaats te Wolvertem. Het 11Li kan aan boord stappen van de 30 autobussen van het 4Pl van de 1Cie van II/LAuGpg. Het 11Li komt rond het midden van de voormiddag aan te Melle en Kwatrecht waar ze een rustkantonnement innemen en reorganiseren.  De paardencolonne heeft Meire bereikt en zal hier het eind van de dag afwachten.  Het 11Li telt die dag nog 71 officieren (97 voorzien) en 2030 manschappen (3570 voorzien). De rest heeft tijdens de terugtocht afgehaakt en is ofwel gevangen genomen of gewoon achtergebleven en verloren gelopen. 

Kort na de middag worden de regimentscommandanten ontboden op de divisiestaf te Sint-Denijs-Westrem om te vernemen dat de drie regimenten op één enkele lijn ontplooid zullen worden tussen Semmerzake en Kwatrecht.  Het 7Li zal de ondersector Semmerzake-Munte (inclusief) bezetten. Het 15Li zal opgesteld worden tussen Munte (exclusief) en Betsbergebos (exclusief). Vanaf Betsbergebos tot Kwatrecht zal het 11Li in stelling gaan. 

Om 14u00 roept Kol Horckmans zijn bataljonscommandanten en diensthoofden op zijn CP te Melle bijeen om zijn orders mee te delen. Het regiment kreeg van de 4Div de opdracht om de ondersector Kwatrecht in te richten. In afwachting van de stellingname moet gepatrouilleerd worden tussen Kwatrecht en Betsberg. Hoofdkrachtinspanning ligt bij het afgrendelen van de baan van Gent naar Brussel (Brusselsesteenweg) te Kwatrecht. Indien het regiment moet terugtrekken zal het ingeschakeld worden bij de verdediging van de stad Gent. De verkenningen voor de stellingname moeten uitgevoerd worden tijdens de ochtend van 17 mei. Het niet noodzakelijk deel van het wagenpark, het bagage-echelon en de niet inzetbare manschappen van 11Li moeten ‘s anderendaags doorgestuurd worden naar de westelijke oever van de Leie. Kol Horckmans beslist om zijn drie bataljons in lijn op te stellen tussen Betsbergebos en de Schelde ter hoogte van Kwatrecht. In de ondersector van 11Li moeten I/11Li, III/11Li en II/11Li van noord naar zuid met front naar het oosten stelling nemen. 

Later op de dag verneemt de staf van 11Li het dat het geallieerd opperbevel (de Franse Général d’Armée Billotte) onverwacht het bevel heeft gegeven om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd [19]. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het Bruggenhoofd Gent wordt een scharnierpunt in deze nieuwe defensieve lijn en meerdere divisies worden van de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. Deze verplaatsing zal volgens plan twee dagen duren, de eerste eenheden van deze divisies zullen pas in de nacht van 18 op 19 mei in het bruggenhoofd toekomen. De staf van 11Li realiseert zich dat de ondersector Kwatrecht – Betsberg slechts een korte tijd ingenomen zal worden.

I/11Li
Het I/11Li krijgt de opdracht om zich dwars op de Brusselsesteenweg op te stellen en krijgt hiervoor drie secties mitrailleurs van de 13Cie en drie getrokken C47mm kanonnen van de 14Cie in versterking.

II/11Li
Het IIde Bataljon komt rond 06u30 toe te Melle waarna rustkantonnementen worden ingenomen. In de loop van de dag wordt het bataljon ingelicht over zijn nieuwe opdracht. II/11Li zal in de ondersector Kwatrecht opgesteld worden ter hoogte van Gijzenzele, tussen het 15Li en III/11Li. Het bataljon krijgt twee T13 en een getrokken C47mm kanon in versterking.

III/11Li
Het IIIde Bataljon moet zich ten zuiden van de Brusselsesteenweg opstellen tussen het kerkhof van Kwatrecht en de spoorlijn Brussel – Gent, die het moet afgrendelen. Het bataljon krijgt hiervoor één getrokken C47mm kanon in versterking.

Pl Vknr/11Li
Het Peloton Verkenners moet zich als voorpost opstellen in het gehucht Wetterstraat langs de Brusselsesteenweg. Als bijkomende opdracht moet het Pl Vknr de verbinding verzekeren met het 15Li dat ten zuiden van 11Li staat opgesteld.

DBT schutters van het 11Li op oefenkamp te Leopoldsburg.

Staf/11Li
Het 11Li voert patrouilles uit tussen Kwatrecht en Betsberg terwijl de bataljonscommandanten samen met de compagniecommandanten de nodige verkenningen uitvoeren. Van de te verdedigen stellingen is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting van de bunkers opgemaakt. Deze dossiers evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel niet beschikbaar tijdens de verkenningen en de bataljons van het 11Li moeten zelf uitzoeken waar zich de bunkers bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De manschappen van 11Li die de stellingen moeten innemen richten de bunkers zelf in en brengen ook de verbindingsloopgraven terug in orde.

Om 09u30 krijgt het regiment het mondeling bevel van GenMaj Brabant dat het steunpunt Betsberg overgaat van 11Li naar 15Li. De limiet tussen beide ondersectoren wordt aangepast. Dit heeft als gevolg dat het II/11Li niet langer op de rechterflank opgesteld wordt maar stelling moet nemen in tweede lijn achter I/11Li en III/11Li. De nodige orders voor de aanpassing van het dispositief worden omstreeks 11u00 verspreid. Om 14u00 worden de niet inzetbare manschappen en de logistieke eenheden van het 11Li en het 4Gn verzameld te Gontrode om van daar uit naar Schuiferskapelle te vertrekken teneinde er kantonnementen in te nemen. Deze militairen worden in administratief onderhoud geplaatst van de beide Autopelotons voor Infanteriemunitie (PAMI’s) van het Transportkorps van de 4Div. Tegen het vallen van de duisternis is het dispositief aangepast en zijn de voorziene stellingen  ingenomen. Het regiment staat nu opgesteld met twee bataljons in lijn en één bataljon in diepte. 

I/11Li (-)
Het I/11Li staat er bijzonder slecht voor. Het bataljon is nu herleidt tot twee compagnies en telt nog slechts zo’n 300 manschappen die allen erg geleden hebben onder de voortdurende nachtmarsen van de afgelopen dagen. Elke compagnie beschikt nog over een achttal mitrailleurs in plaats van de oorspronkelijke twaalf die er voorzien waren. Om 09u00 wordt gestart met de verkenning van een nieuwe stelling te Landskouter maar om 11u00 volgt een tegenbevel dat het I/11Li zich moet opstellen ten noorden van Kwatrecht tussen de Schelde en de Brusselsesteenweg. Het bataljon bezet alle bunkers in het toegewezen bataljonsvak maar beschikt niet over genoeg automatische wapens om de stelling te bezetten zoals aangegeven in de stellingsdossiers. Om 14u00 wordt Cdt Borzée verzocht om tegen 20u00 de stellingsschets met zijn opstelling af te geven op de CP regiment. Tegen 20u00 worden de stellingsschetsen overgemaakt aan de Staf/11Li, de manschappen die niet over een wapen beschikken (teruggekeerde verlofgangers, keukenpersoneel, enz..) worden onder begeleiding van Lt Adm De Zeure naar Schuiferskapelle doorgestuurd. Aan het eind van de dag staat het bataljon opgesteld te Kwatrecht op de linkerflank van het regimentsdispositief tussen de Schelde en de Brusselsesteenweg. Rechts van I/11Li bevindt zich het III/11Li, links de Schelde. 

II/11Li
Om 03u30 worden de compagniecommandanten verzameld in de jongensschool van Melle om gebriefd te worden over hun opdrachten. Na de briefing vertrekt de bataljonscommandant samen met de compagniecommandanten rond 04u30 op verkenning naar Gijzenzele. Ondertussen worden de compagnies onder leiding van een pelotonscommandant naar Gijzenzele gebracht. De verkenningen beginnen om 06u00 en worden afgerond tegen 12u00.  Er zijn echter geen sleutels te vinden van de bunkers in de buurt zodat deze nog niet ingericht kunnen worden. De sleutels van de toegangsdeuren tot de bunkers kunnen afgehaald worden bij de Hulptroepen in de Fabelta fabriek te Gent. Pas tegen de middag komen de sleutels toe en kan eindelijk bepaald worden welke wapens nodig zijn om alle steunpunten te bezetten. Tegen dan worden ook de stellingsdossiers van de bunkers in en om Gijzenzele overgemaakt aan II/11Li. Er wordt begonnen met de voorbereiding van de stelling maar de werken zijn amper aangevat of er komt een tegenbevel. De limiet tussen 15Li een 11Li wordt naar het noorden opgeschoven waardoor het bataljonsvak van II/11Li overgenomen wordt door een bataljon van het 15Li. Het II/11Li krijgt nu de opdracht om zich zo snel al mogelijk achter I/11Li en III/11Li op te stellen en verdedigingsstellingen rond Melle in te richten. Op de nieuwe stelling worden de 5Cie, 6Cie en 7Cie van noord naar zuid in lijn opgesteld. De 5Cie leunt aan tegen de Schelde terwijl de 6Cie dwars op de spoorweg staat opgesteld. In het onderkwartier van de 5Cie bevindt zich een bunker die kan worden voorzien met een C47mm en een MG, in het onderkwartier van de 6Cie een bunker voor een MG. De 5Cie moet de verbinding verzekeren met eenheden van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) die zich op de noordelijke oever van de Schelde zouden moeten bevinden. Er worden echter geen eenheden aangetroffen aan de overkant van de Schelde.

III/11Li
Om 06u00 neemt het bataljon stelling langs de Steenbergstraat ten zuidwesten van Kwatrecht tussen de Brusselsesteenweg en de spoorlijn Brussel – Gent in het centrum van het regimentsdispositief. Initieel wordt II/11Li ten zuiden van III/11Li opgesteld. Wanneer in de loop van de namiddag het divisieorder wordt aangepast  wordt ook het bataljonsdispositief van III/11Li ingekort. Het bataljon moet nu enkel nog de spoorlijn Brussel – Gent afsluiten. Het II/11Li verdwijnt op de rechterflank en stelt zich in diepte op achter de twee bataljons in lijn. Na de aanpassing van het regimentsdispositief bevindt het Iste Bataljon zich links van III/11Li, het 15Li rechts. Tijdens een bezoek van GenMaj Brabant aan de voorste linies wordt het dispositief van III/11Li aangepast. Een voordien niet ontdekte lijn met betonnen schuilplaatsen wordt de nieuwe voorlimiet, een defensieve lijn die beter aansluit op het dispositief van I/11Li. De schuilplaatsen worden bezet door de weinige FM machinegeweren die het bataljon nog heeft.

IV/11Li
De 14Cie van het IVde Bataljon krijgt de opdracht om drie getrokken C47mm anti-tankkanonnen ter versterking van I/11Li naar Kwatrecht te sturen. Eén C47 wordt opgesteld in de buurt van bunker D21 langs de Brusselsesteenweg. Deze bunker was een mitrailleurbunker. De twee andere C47 werden opgesteld bij bunker D22 onder de spoorwegbrug over de Brusselsesteenweg ten westen van Kwatrecht. Bunker D22 zit volledig ingewerkt in de linker spoorwegberm van de spoorlijn komende vanuit de richting Wetteren. De brugdoorgang kon hier met een schotbalkensysteem volledig versperd worden [20].

Staf/11Li
De staf/11Li ontvangt in de vroege ochtend het bericht dat de 3de en 4de Compagnie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) in steun geplaatst zullen worden van het regiment. De compagnies worden op de rechterflank ontplooid rond Gijzenzele, tussen het III/11Li en de posities van het 15Li. Het 11Li werkt aan het verstevigen van de stellingen in het Bruggenhoofd Gent. Om 11u00 wordt alarm geslagen, vanaf nu dienen de stellingen permanent bezet te zijn. De regimentscommandant wordt om 15u00 gesommeerd op het HK/4Div in het Kasteel van Zwijnaarde om gebriefd te worden over de defensieve organisatie van het Bruggenhoofd Gent. Hier verneemt Kol Horckmans dat in de loop van de avond de 2de Infanteriedivisie (2Div) en de 5de Infanteriedivisie (5Div) de linies van de 4Div zullen passeren. Beide divisies zijn nog onderweg van de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent. De 4Div die nog steeds over de ganse perimeter van het bruggenhoofd verspreid staat moet zich klaarmaken om gedeeltes van het bruggenhoofd over te geven aan deze beide divisies. De 4Div zelf krijgt zelf ook een divisiesector toegewezen tussen Munte en Betsberg. In de nieuwe divisiesector zal het 11Li de tweede lijn bemannen, terwijl het 15Li zijn huidige ondersector zal halveren om plaats maken voor het 7Li dat na aflossing door de 5Div in eerste linie naast het 15Li zal plaatsnemen. 

Om 17u00 komt Lt Reiztée (TBC) van het genie zich aanmelden op het CP van het 11Li met de boodschap dat Kol Horckmans delegatie werd verleend door de commandant 4Div om de brug over de Schelde te Melle laten springen indien nodig. De bataljons bezetten de stellingen in afwachting van de aankomst van de 2Div. De nodige bevelen voor het overgeven van de stelling Kwatrecht aan de 2Div en de stellingname in de nieuwe divisiesector van de 4Div worden nog tijdens de late nacht van 18 op 19 mei verspreid. Het 11Li wordt tijdens de nacht afgelost worden door de 2Div.

I/11Li(-)
Om 04u00 wordt de bataljonscommandant naar de commandopost van 11Li geroepen om enkele wijzigingen aan het plan te vernemen. Het CP van I/11Li moet meer naar achter verplaatst worden. Rond 11u30 wordt het alarm dat een half uur eerder werd ontvangen van de regimentsstaf  doorgegeven aan de compagnies, vanaf nu dienen alle stellingen permanent bezet te zijn. Lt Lemmens (TBC), pelotonscommandant van een peloton getrokken C47mm kanonnen van de Cie C47 Tr/4Div komt rond 13u45 toe met vijf anti-tankkanonnen (vermoedelijk twee kanonnen van de Cie C47 Tr/4Div en drie kanonnen van een peloton van de 14Cie – TBC) in het bataljonsvak van I/11Li. Twee kanonnen worden opgesteld in het steunpunt van de 2Cie noord en zuid van de baan Brussel – Gent, drie kanonnen worden opgesteld in de buurt van bunkers D21 en D22 in tweede echelon. Om 19u00 krijgt het bataljon de toelating om een gedeelte van de manschappen te laten rusten in de onmiddellijke omgeving van de gevechtstelling. Deze manschappen moeten binnen het uur de stelling kunnen vervoegen.

II/11Li
Er wordt de ganse dag gewerkt aan de organisatie van de stelling. Om 16u00 komt een inlichtingenrapport binnen met de melding dat de vijand de Dender te Erembodegem nabij Aalst heeft overgestoken. Om 23u00 ontvangt het II/11Li het bericht van de Staf/11Li dat de stellingen van het bataljon in de loop van de nacht zullen worden overgenomen door een bataljon van het 5de Linieregiment (5Li). De aflossing is gepland tegen 02u00 en de eenheden dienen ter plaatse te blijven tot ze volledig afgelost zijn. Na aflossing moeten de compagnies zich begeven naar een verzamelzone langs de weg Kwatrecht – Bottelare op ongeveer 2 kilometer ten zuiden van de Schelde.

III/11Li
Het bataljon organiseert de verdediging van de stelling. Loopgrachten worden aangelegd tussen de bunkers. De drie compagnies staan opgesteld in lijn. Tijdens de uitvoering van de werken wordt het bataljon sporadisch gebombardeerd. Ook het III/11Li ontvangt om 23u00 het bericht van de Staf/11Li dat de stellingen van het bataljon zullen worden overgenomen door het 5Li.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/11Li
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. Het VIde Legerkorps (VI/LK) heeft het bevel overgenomen over de volledige zuidoostelijke zone van het Bruggenhoofd Gent op de boog tussen Semmerzake en Kwatrecht. Er worden drie divisies ontplooid in deze zone. Van west naar oost wordt de 5Div; de 4Div en de 2Div opgesteld. Deze ontplooiing betekent dat de regimenten van de 4Div dichter bij elkaar zullen opgesteld worden tussen Munte en Bottelare nadat ze hun ondersectoren hebben overgegeven aan de pas toegekomen divisies. Het 7Li en 15Li zullen de voorste linies innemen tussen Munte, Moortsele en Betsberg. Het 11Li wordt in tweede lijn opgesteld achter het 7Li en 15Li.

Om 00u15 ontvangt Kol Horckmans het bevel om zijn huidige opdracht stop te zetten en zich naar zijn nieuwe ondersector in derde echelon van de divisie te begeven. Twee uur later krijgen de bataljons van de Staf/11Li opdracht om te starten met de overgave van hun bataljonskwartier aan eenheden van de 2Div. Tegen 08u10 geeft de commandant van 11Li de delegatie om de brug van Melle te laten springen door aan de regimentscommandant van het 5Li. Om 09u00 krijgt het 11Li het bevel om zich naar de nieuwe divisiesector te verplaatsen. Het order wordt prompt doorgegeven aan de bataljonscommandanten en aan de regimentscommandanten van 5Li en 6Li. Beide compagnies grenswielrijders krijgen bevel om te hergroeperen in de Mijleekstraat en om een verbindingsofficier naar het nieuwe CP van het 11Li te sturen. De bataljons komen om 10u50 aan op de nieuwe stelling en beginnen zich onmiddellijk te installeren. De drie bataljons worden in lijn opgesteld met in het noorden het I/11Li, in het centrum het II/11Li en in het zuiden III/11Li.

Op dat ogenblik ontvangt de Staf/11Li het bericht van de Staf/4Div dat het regiment drie voorposten ter sterkte van een peloton fuseliers moet leveren om voorposten te installeren langs de voorlimiet van de divisie. Elk peloton zal versterkt worden met een T13 van de Cie C47 op T13/4Div. De opdracht voor het leveren van de voorposten wordt om 11u20 toegekend aan II/11Li. De nieuwe CP/11Li wordt om 11u55 door een ploeg lijnenleggers van 4TTr verbonden met het HK van de 4Div. Om 17u45 komt GenMaj Van Trooyen op bezoek in het CP/11Li om er met de regimentscommandant de mogelijke opdrachten van 11Li te bespreken. Het 11Li moet zich als divisiereserve klaar houden om tegenaanvallen uit te voeren indien de voorste linies doorbroken worden. Het regiment dient hiervoor vorderingsassen voor tegenaanvallen te verkennen. De divisiecommandant laat ook weten dat enkel de collectieve bewapening bemand moet zijn tijdens de nacht van 19 op 20 mei, de rest van de manschappen mag uitrusten. Na het vertrek van de divisiecommandant worden de bataljonscommandanten geconvoceerd op de CP regiment om de nodige richtlijnen te krijgen voor het voorbereiden van de opdracht van divisiereserve. De bataljonscommandanten en de compagniecommandanten dienen persoonlijk de mogelijke aanvalsassen te verkennen aan de hand van markante punten in het terrein.

Voorpostenlijn/4Div
Het II/11Li stuurt drie pelotons fuseliers, telkens onder leiding van een officier, naar de voorlimiet van de 4Div om er voorposten (oftewel Grote Wachten/Grands Gardes – GW/GG) te bezetten. Eén ter hoogte van kilometerpaal 1 langs de baan van Oosterzele naar Scheldewindeke (P1), één te Scheldewindeke nabij het gehucht Pelgrim (P2) en één ten zuiden van Scheldewindeke nabij het station (P3). Deze voorposten zullen versterkt worden met een T13 tankjager van de Cie C47 op T13/4Div. De opdracht van de voorposten bestaat erin vijandelijke verkenningen te verstoren en zo beletten dat de voorlimiet van de defensieve stelling vroegtijdig ontdekt wordt. In afwachting van de aankomst van de pelotons van het 11Li worden de voorposten tijdelijk bezet door het Peloton Verkenner van het 15Li. Rond 15u00 lossen de pelotons van het II/11Li de secties van het Pl Vknr/15Li af.

I/11Li
Om 01u00 wordt alarm geslagen waarna iedereen zich naar de stelling moet begeven. I/11Li krijgt het bericht dat het zijn stellingen zal moeten overgeven aan het 5de Linieregiment (5Li) van de 2Div. Cdt Borzée ontvangt om 03u15 het bevel om te starten met de overgave/overname van zijn stelling en zich nadien naar Lemberge te begeven. Het bataljonsvak van I/11Li en een gedeelte van het bataljonsvak van III/11Li moeten worden overgegeven aan het IIIde Bataljon van 5Li bevolen door Majoor Jacques.  De overgave verloopt moeizaam omdat de manschappen van III/5Li uitgeput zijn van hun terugtocht van de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent. Tegen 07u45 is de overgave/overname voltooid waarna het bataljon zich terugtrekt in een verzamelzone in afwachting van de verplaatsing naar de nieuwe ondersector.  Om 08u30 wordt afgemarcheerd naar Lemberge waar onmiddellijk na aankomst begonnen wordt met de verkenningen voor de nieuwe stelling. In het nieuwe dispositief wordt I/11Li opgesteld te Lemberge op de linkerflank van het regiment. Links van I/11Li bevindt zich nu II/11Li. Om 14u00 worden de stellingsschetsen overgemaakt aan de Staf/11Li.

II/11Li
Tegen 05u00 komen de eerste eenheden van het 5Li toe op de stellingen van II/11Li. Het II/11Li beëindigt de overgave van zijn stellingen om 08u10 en vertrekt om 09u00 naar de opgelegde verzamelzone. Eens compleet vertrekt het bataljon via Lemberge naar Bottelare waar het bataljon om 10u50 aankomt. II/11Li zal het centrale bataljonsvak in het nieuwe regimentsdispositief innemen. Dit bataljonsvak situeert zich vanaf het kasteel van Bottelare (inclusief) tot Lemberge (exclusief). De commandopost van II/11Li wordt geïnstalleerd in het gebouw van Radio Vlaanderen in de Schaperstraat 44 te Lemberge (Merelbeke) waar het 4Gn de bijhorende zendmast eerder had opgeblazen [21]. Het bataljon neemt de gebouwen over van de 3Cie van het VIIde Bataljon GVCE die tot dan de zendinstallatie heeft bewaakt. Onmiddellijk na zijn aankomst op de nieuwe stelling krijgt II/11Li de opdracht om drie pelotons fuseliers aan te duiden om voorposten voor de sector van de 4Div te bemannen.

III/11Li
Het IIIde Bataljon wordt om 05u00 afgelost en beëindigt de overgave van zijn stellingen om 08u00. III/11Li begeeft zich naar een verzamelzone in afwachting van de verplaatsing naar zijn nieuw bataljonskwartier. Samen met de rest van het regiment vertrekt III/11Li om 09u00 en komt een kleine twee uur later toe op zijn nieuwe stelling ten zuiden van Merelbeke. De drie compagnies worden opgesteld richting zuiden dwars op de baan Gent – Oudenaarde. De 9Cie richt een steunpunt in dwars op de weg nabij kilometerpaal 8, de 10Cie en de 11Cie worden links van de 9Cie opgesteld tussen de baan Gent – Oudenaarde en het kasteel van Bottelare.

Staf/11Li
Het 11Li bezet vanaf eerste klaarte het 3de Echelon van de divisie. De Duitsers vallen in de ochtend het Bruggenhoofd Gent aan. Het 11Li blijft zijn nieuwe posities achter de twee regimenten in lijn bemannen. Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2Div aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 4Div tevreden met enkele artilleriebeschietingen. De commandopost van de divisie valt daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur. Om 18u35 komen vier pantserwagens van de Compagnie C47 op T13 van de 8ste Infanteriedivisie aan bij de CP/11Li. 

In de sector van de 4Div wordt die dag slechts sporadisch contact gemaakt met de vijand. Bij de 2Div werd wat terrein prijsgeven en staan de beide regimenten in eerste lijn, 5Li en 6Li onder druk. Gezien de 4Div niet direct wordt aangevallen beslist het VI/LK tegen de avond om het 11Li opgesteld in tweede lijn van de 4Div in versterking te sturen van de 2Div. I/11Li en II/11Li worden aangeduid om een tegenaanval in de Duitse flank uit te voeren richting Kwatrecht. Uiteindelijk zal enkel het I/11Li kunnen ingezet worden. Voor de tweede keer tijdens de veldtocht wordt het I/11Li als reserve 4Div ingezet voor het voeren van een tegenaanval in de sector van een andere divisie.

Voorpostenlijn/4Div
De eerste schermutselingen in de sector van de 4Div vinden plaats ter hoogte van de voorposten. De voorpost P1 langs de baan van Oosterzele naar Scheldewindeke, bevolen door OLt Vandegaer van de 5Cie, trekt zich om 09u00 terug nadat ze zijn aangevallen door een twintigtal Duitse wielrijders. De Duitse verkenners waren geïnfiltreerd langs een bos gelegen ten zuiden van Keiberg en waren de baan Keiberg – Scheldewindeke overgestoken. Ten westen van Oosterzele, ter hoogte van Keiberg rijdt een Duitse vrachtwagen op een landmijn en in het centrum van Oosterzele hebben Duitse wielrijders postgevat. De voorpost trekt zich terug via de Meersstraat.

Ook de voorpost P2 van Scheldewindeke dorp  is in contact met de vijand. Rond 09u00 trekken de twee T13 van de Cie C47 op T13 zich terug uit de voorposten. Wanneer ze door hun compagniecommandant Lt Engelen teruggestuurd worden rijdt een van de T13 te Scheldewindeke op een Belgische mijn. De bemanning komt om het leven en Lt Engelen die de T13 met zijn stafvoertuig volgde raakt hierbij zwaar gewond. Om 09u30 plooit uiteindelijk ook voorpost P2 van Scheldewindeke terug onder vijandelijke druk Ze nemen een nieuwe stelling in een zevenhonderdtal meter meer naar het westen. Voorpost P3 aan het station van Scheldewindeke wordt om 18u15 afgelost door een peloton van het 7Li.

Psychiatrisch Centrum Caritas in Lindenhoek waar I/11Li op 20 mei verzamelde in afwachting van de tegenaanval.

Psychiatrisch Centrum Caritas in Lindenhoek waar I/11Li op 20 mei verzamelde in afwachting van de tegenaanval.

I/11Li
Vanaf 06u00 worden de veldwerken op de stelling verdergezet. Cdt Borzée voert tegen 09u00 een inspectieronde uit op de stelling, de situatie is onder controle. De paardengespannen krijgen opdracht om te Zwijnaarde te verzamelen teneinde de gevechtstellingen vrij te maken. Rond 13u00 wordt geweervuur waargenomen komende vanuit Kwatrecht en de voorlimiet van de 4Div. Cdt Borzée wordt om 19u30 geconvoceerd op de CP van 11Li. Hij krijgt er volgende opdracht: “Het bataljon dient zich onmiddellijk naar Lindenhoek te verplaatsen en een afwachtingsstelling innemen ter hoogte van het “Hospice des Aliénés (Psychiatrisch Centrum Caritas)” waar het bataljon onder bevel van de 2Div zal komen te staan. Na aankomst op het rendez-vous moet de bataljonscommandant het bevel over zijn bataljon overgeven (aan de oudste compagniecommandant) en zich onmiddellijk naar het HK van de 2Div begeven dat is geïnstalleerd in een kasteel 500m ten noorden van de kerk van Merelbeke“. Om 23u00 meldt Cdt Borzée zich aan op het HK van de 2Div te Merelbeke waar hij van Kapitein Gillet (Chef 1ste Bureau) te horen krijgt dat zijn bataljon een tegenaanval moet uitvoeren richting Kwatrecht om het verloren gegaan terrein op de vijand te heroveren. Het plan voor deze tegenaanval, inclusief vuursteun, was al volledig uitgewerkt door de Staf/2Div. Wanneer de Staf/2Div door Cdt Borzée op de hoogte gebracht wordt dat zijn bataljon slechts uit twee compagnies bestaat moet het plan eerst herwerkt worden gezien het opgesteld was voor een aanval met een voltallige bataljon. Om Cdt Borzée geen tijd te laten verliezen terwijl het plan wordt aangepast, krijgt hij de kans naar zijn bataljon terug te keren om de nodige schikkingen te treffen ter voorbereiding van de aanval.

II/11Li
Gedurende de ganse dag worden de stellingen te Bottelare ingericht en bezet. Tijdens de nacht van 20 op 21 mei wordt Cdt Hoebanx, zonder voorafgaande waarschuwing, het bevel gegeven om met het II/11Li naar Lemberge te vertrekken. Het II/11Li moet de stellingen van I/11Li, dat werd aangeduid om een tegenaanval uit te voeren, overnemen en het centrum van Lemberge inrichten als anti-tankcentrum.

III/11Li
Het bataljon organiseert zijn stelling en legt opnieuw loopgrachten aan. Tijdens de nacht wordt gerust in de reeds aangelegde veldwerken. De bevoorrading in levensmiddelen wordt georganiseerd door de compagniecommandant van de 12Cie die elke avond een camion met eten naar de drie compagnies stuurt.

Staf/11Li
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten beslist het geallieerde oppercommando dat het front achteruit moet en dat de Schelde-linie zal worden opgegeven. Het Belgische leger zal niet zoals afgesproken terugtrekken naar de IJzer maar stand houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie waardoor het Bruggenhoofd Gent zal worden opgegeven en de aftocht naar de Leie zal worden aangevat. Hiervoor worden de Belgische posities rondom Gent herschikt. De 16de en de 18de Infanteriedivisie zullen de stad blijven verdedigen terwijl  de 1ste Infanteriedivisie onmiddellijk naar de streek van Kortrijk moet verhuizen. De 2de en de 4de Infanteriedivisie zullen in de nacht van 22 op 23 mei het Bruggenhoofd Gent verlaten en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers (1Div ChA) en de 5de Infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei om zich vervolgens ook achter de Leie terug te trekken.

Verloop van de tegenaanval van I/11Li op 21 mei (origineel oleaat uit dossier 11Li bij het ADIV)

Verloop van de tegenaanval van I/11Li op 21 mei (origineel oleaat uit dossier 11Li bij het ADIV)

I/11Li onder bevel van de Staf/2Div
Cdt Borzée neemt om 01u00 terug contact op met zijn bataljon nabij het Hospice des Aliénés en geeft een korte uitleg over de opdracht die het bataljon net ontvangen heeft. Hij geeft Cdt Mathys het bevel om het bataljon naar de kerk van Gontrode te verplaatsen tegen 04u00. Om 03u00 meldt hij zich terug aan bij het HK van de 2Div. Hier wordt hij op de hoogte gebracht van het aangepaste aanvalsplan en krijgt hij de laatste informatie over de vijandelijke en bevriende stellingen. Het vertrekuur voor de aanval (uur H) wordt door de Staf/2Div vastgelegd op 06u15. Gezien het I/11Li slechts over twee compagnies beschikt zal het bataljon extra steun van twee ACG-1 tanks van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps (Esk PzW CC) en drie T13 krijgen [22]. De vertreklijn wordt vastgelegd langs de berm van de spoorweg ten zuiden van Kwatrecht. De aanvalsas ligt in het verlengde van de Steenbergstraat richting kerk van Kwatrecht, waarna I/11Li naar het oosten moet ombuigen. Het dorp moet eerst gezuiverd worden en vervolgens moet stelling genomen worden in de bunkers gelegen langs de oostrand van de bebouwde kom. Er wordt aangevallen met twee compagnies in lijn, rechts van de aanvalsas de compagnie van Lt Helleputte, links de compagnie van Cdt Mathys. Wat overblijft van de 13Cie zal onder bevel van Kapt Lagneau in tweede echelon oprukken om over te gaan tot de zuivering van het centrum van Kwatrecht eens het dorp bereikt wordt. De aanval wordt voorafgegaan door een vuurvoorbereiding die vanaf de vertreklijn geleidelijke aan opschuift naar Kwatrecht. Onmiddellijk na de artilleriebarrage die de aanval ondersteunt moeten de twee ACG-1 tanks en de drie T13 de marsweg openen. De infanterie moet de pantservoertuigen op 50 meter volgen. Om 04u00 ontmoet Cdt Borzée zijn compagniecommandanten nabij de kerk van Gontrode om ze de nodige orders te geven voor de tegenaanval. De voertuigcommandanten van de ACG-1 en de T13 zijn niet aanwezig op de ordergroep van Cdt Borzée. Het I/11Li is wel vertrouwd met het terrein omdat het bataljon er op 17 en 18 mei opgesteld stond voordat ze door het 5Li werden afgelost. Van zodra de oostrand van Kwatrecht bereikt wordt zal het 5Li de stelling van I/11Li komen versterken.

Om 04u30 wordt in spoedtempo vanuit Gontrode naar de vertreklijn gemarcheerd. Er mag geen tijd verloren worden om de start van de aanval niet te missen. Het 2de Regiment Artillerie (2A), divisieartillerie van de 2Div, vangt om 05u30 aan met een vuurvoorbereiding op de Duitse stellingen ter ondersteuning van de tegenaanval. De eerste pelotons bereiken de vertreklijn west van spoorwegbunker D19 [23] om 06u00 waar gewacht wordt op de aankomst van de pantserwagens die in het noorden van Gijzenzele zijn gestationeerd. De twee ACG-1kunnen de aanval niet samen met I/11Li vanaf de vertreklijn inzetten omdat ze niet over de spoorwegtalud geraken. Zij moeten eerst nog een omweg maken via een doorgang onder het spoor om zich vervolgens aan de overkant van de spoorweg op te stellen. Exact om 06u15, het uur H, komen de twee ACG-1 van het peloton van OLt Schreiber (2/Esk PzW CC) toe aan de spoorwegtalud ter hoogte van de vertreklijn. Ze zetten prompt de aanval in gevolgd door het I/11Li dat om 06u20 de vertreklijn overschrijdt. De drie T13 ontbreken op het appel en nemen niet deel aan de aanval. Aanvankelijk boekt het I/11Li terreinwinst, de artilleriebarrage mist zijn doel niet en de Duitsers vluchten naar het centrum van Kwatrecht hetgeen het moreel van de manschappen opkrikt. De 2Cie bereikt rond 06u40 als eerste de rand van Kwatrecht en dringt het dorp binnen. Er ontstaan overal vuurgevechten. Kwatrecht is nagenoeg ingenomen met uitzondering van enkele weerstandsnesten, wanneer de CP van I/11Li wordt opgesteld aan de kerk. De twee ACG-1, waarvan de voertuigcommandanten niet aanwezig waren op de briefing voorafgaand aan de aanval, rijden ter hoogte van de kerk van Kwatrecht rechtdoor de Windmolenweg in om vervolgens langs de bunker A42 rechts af te buiten in de richting van het Bourgondisch Kruis (kruispunt Brusselsesteenweg en Oosterzelesteenweg) waar ze diep in de Duitse linies door Duitse anti-tankkanonnen uitgeschakeld worden. Het eerste voertuig wordt geïmmobiliseerd en enkel de tankchauffeur overleeft de beschieting, de tankcommandant en de schutter overleven de impact van het anti-tankgeschut niet. Ook in het tweede voertuig sneuvelen de voertuigcommandant en zijn schutter. Het voertuig is echter nog baanvaardig en de tankchauffeur slaagt erin om rechtsomkeer te maken en de bevriende linies te bereiken. Het buiten gevecht gestelde pantservoertuig met de lichamen van de torenbemanning, passeert op zijn terugweg naar het achtergebied de CP van Cdt Borzée nabij de kerk van Kwatrecht langs de Brusselsesteenweg [24]

Cdt Borzée stuurt zijn Officier Adjunct, OLt Rubens, naar de CP van Maj Jacques, bataljonscommandant van het III/5Li dat zich een 1.000-tal meter meer naar het westen bevond, met de vraag om dringend versterkingen naar Kwatrecht te sturen. Kapitein Lagneau, commandant van de 13Cie wil absoluut de verschillende Duitse weerstandsnesten elimineren omdat ze bewegingen tussen de beide compagnies opgesteld in de bunkers aan de oostrand van het dorp danig verstoren.  Rond 07u30 komt de Duitse reactie op gang waarbij in de eerste plaats de compagnie van Lt Helleputte wordt geviseerd, die nagenoeg alle bunkers heroverd heeft. De eerste Duitse artillerievuren treffen de stellingen van I/11Li te Kwatrecht waarbij vooral het pelotonssteunpunt ten zuiden van de Brusselsesteenweg voltreffers moet incasseren. De artilleriebeschietingen nemen rond 08u00 in hevigheid toe gevolgd door een aanval tegen het pelotonssteunpunt ten zuiden van de Brusselsesteenweg. Het peloton wordt uit zijn stellingen gedreven en neemt opnieuw stelling langs de steenbergstraat ten westen van het kerkhof van Kwatrecht. Cdt Borzée die getuige is van de terugtocht stuurt Kapt Lagneau naar het bewuste peloton om de situatie in handen te nemen. Onder leiding van Kapt Lagneau plooit het het peloton terug op de Brusselsesteenweg om de flank van het I/11Li te beveiligen. De Duitsers dringen niet verder aan om ten zuiden van de steenweg het vrijgekomen terreingedeelte in te nemen. Om 09u00 is de toestand min of meer gestabiliseerd. De manschappen zijn uitgeput van de nachtelijke mars en de gevechten tijdens de voormiddag. Zij werden nog niet bevoorraad waarop Cdt Borzée de Staf/11Li vraagt om de bevoorrading van het bataljon te regelen. Door de gewijzigde frontlinie beslist Cdt Borzée om zijn CP te verplaatsen naar de voorlimiet van het 5Li tussen het kasteel de Bueren en de talud van de spoorweg naar Wetteren. Hij heeft er echter geen verbinding meer met de compagnies die opgesteld staan ten oosten van Kwatrecht. Op de nieuwe opstelplaats van de CP komen om 15u00 de eerste elementen toe van de 1ste en 2de Compagnie die uit hun stellingen werden verdreven. Deze elementen worden verzameld rond de CP van I/11Li om er het verdedigingsdispositief verder te versterken. Om 16u00 komt de eerste bevoorrading toe bij de CP van I/11Li. Op het ogenblik van de verdeling van het eten wordt de CP beschoten door de vijandelijke artillerie. Bij het bombardement sneuvelen de Sergeant Van Hamel en de Soldaat Marcel Berghmans. Lt Helleputte meldt de CP dat Sgt Odeurs sneuvelde en dat Cdt Mathys, Sgt Van Hout en Sdt Struys gewond werden afgevoerd. Sdt Maes raakte eveneens gewond tijdens de gevechten maar werd door de Duitsers krijgsgevangen genomen en geëvacueerd. Sgt Van Hout, Sdt Maes en Sdt Struys zullen later aan hun verwondingen overlijden, nog vijf andere soldaten liepen lichte verwondingen op. De stellingen blijven bezet tijdens de nacht van 21 op 22 mei [25].

II/11Li
Om 06u00 vertrekt II/11Li vanuit Bottelare naar Lemberge waar het bataljon tegen 08u00 aankomt. Op de rand van het dorp wordt in het noorden de 6Cie geposteerd, de 7Cie in het zuiden. Het centrum van Lemberge wordt ingenomen door de 5Cie. Het bataljon beschikt over een T13 en twee getrokken C47mm kanonnen om de invalswegen van Lemberge onder schot te houden. Er worden vernielingen voorbereid op de weg Melle – Bottelare en de weg Lemberge – Landskouter. In de loop van de dag is de verdediging van Lemberge als anti-tankcentrum volledig uitgewerkt. In de planning is voorzien dat de egelstelling in het noorden zou aansluiten met de stellingen van II/28Li maar dit bataljon zal er nooit toekomen. De opdracht van II/28Li werd overgenomen door een bataljon van het 2de Regiment Ardeense Jagers (2ChA) dat tegen 15u00 stelling neemt. In de late namiddag valt Lemberge een eerste keer onder vijandelijk artillerievuur zonder schade aan te richten. Rond 22u30 wordt het centrum van Lemberge onder vuur genomen door de vijandelijke artillerie. Hierbij wordt rond middernacht het CP van II/11Li geraakt.  

III/11Li
Ook het III/11Li moet zijn dispositief aanpassen en opschuiven richting Bottelare teneinde aan te sluiten op het dispositief van II/11Li. De 9Cie dient echter ter plaatse te blijven om de weg Gent – Oudenaarde verder af te grendelen. Om 17u00 wordt de stelling van de 9Cie gebombardeerd waarbij drie licht gewonden vallen.

Staf/11Li
Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4Div, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet. De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen. De Schelde moet overgestoken worden via de bruggen van Zwijnaarde en Schelderode en de divisie zal vervolgens achter de Leie in reserve geplaatst worden bij het VIde Legerkorps (VI/LK).

I/11Li onder bevel van 2Div
Het bataljon blijft zijn stellingen bezetten tot het om 13u00 bevel krijgt om terug te keren naar Lemberghe in de ondersector van 11Li. Cdt Borzée meldt zich om 20u30 aan bij de CP/11Li. Hij brengt verslag uit bij de regimentscommandant over de geleden verliezen. Drie militairen (twee sergeanten en een soldaat) van het bataljon sneuvelden bij de gevechten, drie raakten zwaar gewond en vijf andere lichtgewond. Twee sergeanten en 48 soldaten werden krijgsgevangen genomen. Daarenboven gingen vier mitrailleurs, vier machinegeweren FM en vier granaatwerpers DBT verloren. Het I/11Li komt terug onder bevel te staan van de commandant 11Li. Op de CP krijgt Cdt Borzée nieuwe orders, het I/11Li dient zich achter de Schelde terug te trekken en zich via de brug van Nevele naar Zeveren te begeven. Om 21u30 vertrekt de regimentscolonne naar de nieuwe ondersector, het III/11Li op kop gevolgd door I/11Li.

II/11Li
In de vroege ochtend van 22 mei, een tiental minuten na middernacht raakt Cdt Hoebanx dodelijk gewond bij een vijandelijke artilleriebeschieting van zijn CP te Lemberge. De officier wordt geëvacueerd via de medische keten maar zal overlijden rondom 11u00 bij aankomst in het Medisch Chirurgisch Centrum (MCC) van Torhout.  Kapitein-commandant Goole, compagniecommandant van de 5Cie, neemt het bevel van het bataljon over en wordt op zijn beurt vervangen als compagniecommandant van de 5Cie door OLt Res D’Helft. Gedurende de dag worden verkenningen uitgevoerd van mogelijke aanvalsassen richting Landskouter. Ondertussen worden de stellingen te Lemberge verder uitgewerkt en verstevigd. Om 20u30 krijgt het bataljon het bevel voor de terugtocht naar het Afleidingskanaal van de Leie en dient hiervoor de terugtochtweg Schelderode, De Pinte, Deurle, Nevele, Bachte-Maria-Leerne en Zeveren te gebruiken. Het bataljon verlaat Lemberge om 21u00 en bereikt Nevele tegen 05u00 de volgende dag. 

III/11Li
Het bataljon ontvangt om 21u00 het bevel om tijdens de nacht terug te trekken naar Zeveren achter het Afleidingskanaal van de Leie. Om 21u30 vangt het III/11Li de terugtocht al aan en marcheert op kop van het 11Li langs een marsroute die gejalloneerd wordt het Pl Vknr/11Li. De Schelde wordt overgestoken via een brug die de genie heeft aangelegd.

Staf/11Li
De 4Div vat het plan op om voor de verdediging van het Afleidingskanaal van de Leie zijn drie regimenten in lijn op te stellen tussen Zeveren en Nevele. Het 11Li krijgt de rechter ondersector toegewezen, 15Li de centrale ondersector en 7Li de linker ondersector. Het 15Li zal de stellingen van 11Li naar het noorden toe verlengen, rechts van 11Li zal het 5de Regiment Ardeense Jagers (5ChA), behorende tot de 2de Divisie Ardeense Jagers (2DivChA), opgesteld worden. De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en het 11Li komt in de vroege ochtend aan te Nevele van waaruit de bataljons doormarcheren naar hun respectievelijke verzamelzones. Eens alle eenheden van 11Li aangekomen te westen van het kanaal, worden de bataljonscommandanten samengeroepen te Bachte-Maria-Leerne voor een ordergroep. Op de ordergroep maakt Kol Horckmans zijn plannen kenbaar voor de verdediging van de ondersector achter het kanaal. De nieuwe ondersector zal verdedigd worden met twee bataljons in lijn en een bataljon in diepte. Het Iste Bataljon zal in reserve gaan te Zeveren nabij de CP van het regiment, het IIde Bataljon moet het rechter voorvak bemannen ter hoogte van de brug van Bachte dwars op de Meulebroekstraat, het IIIde Bataljon moet het linker voorvak voor zijn rekening nemen. De commandopost van het regiment wordt in de Hoenderveldstraat nabij Zeveren opgesteld.

Initiële opstelling van II/11Li op 23 mei (originele schets gesigneerd door Cdt Goole - dossier 11Li ADIV)

Initiële opstelling van II/11Li op 23 mei (originele schets gesigneerd door Cdt Goole – dossier 11Li ADIV)

Vanaf 07u30 beginnen de bataljons met hun stellingname en gedurende de rest van de dag graaft het 11Li zich in op de rechterflank van de divisie net ten noorden van Deinze. Het regiment wordt opgeschrikt wanneer de Luftwaffe om 10u00 Zeveren zwaar bombardeertEr vallen geen slachtoffers bij 11Li maar de in het centrum van Zeveren opgestelde 7de Batterij C40mm van het 1ste Regiment Grondverdediging tegen Luchtdoelen (7/1DTCA) lijdt verliezen. Om 16u45 komt een nieuw bevel binnen van de 4Div, het dispositief van 11Li moet worden aangepast. De limiet tussen de 4Div en de 2DivChA schuift op naar het noorden waardoor de beveiliging van de brug van Bachte niet meer onder de verantwoordelijkheid van de 4Div valt. Dit heeft als resultaat dat het bataljonsvak van III/11Li kan worden ingekort en het bataljonsvak van II/11Li opschuift tot een 100-tal meter noord van de brug. Om 16u50 worden de nodige orders doorgegeven aan de bataljonscommandanten, de nieuwe stellingen dienen bezet en gereed te zijn tegen 24 mei 06u00. Om 23u30 krijgt de Staf/11Li van de 4Div de opdracht om een verbindingsofficier te sturen naar de verkeersregelingsofficer van de Staf/5Div bij de brug van Nevele. De 4Div wenst op de hoogte gesteld te worden wanneer de laatste elementen van de 5de Infanteriedivisie (5Div) en de 1ste Divisie Ardeense Jagers (1DivChA) de brug zullen passeren. Van zodra de achterhoede van deze divisies de brug bereikt moeten de bataljons in lijn van 11Li hun stellingen bezetten. Om 23u40 krijgen Lt Bellemans (Offr Mat/11Li) en OLt Wouters (Offr Rav I/11Li) de opdracht om de motorvoertuigen en de paardenkarren, evenals het personeel dat niet nodig is voor het gevecht in de ondersector van het regiment, tijdens de nacht van 23 op 24 mei te verhuizen naar de oostrand van Vinkt.

I/11Li
Het bataljon komt om 08u30 volledig uitgeput aan te Zeveren na een nachtelijke mars van tien uur. In de loop van de ochtend wordt de nieuwe bataljonsstelling verkend. Het I/11Li wordt in tweede lijn opgesteld achter II/11Li en III/11Li die stelling moeten nemen achter het kanaal. Om 10u00 wordt Zeveren hevig gebombardeerd. Iets na 10u00 komen drie anti-tankkanonnen van de Cie C47 Tr/4Div zich installeren te Zeveren. Dit peloton stond nog opgesteld in het anti-tankcentrum van Lemberge en was belast met het dekken van de terugtocht van 11Li. Tegen 11u00 wordt gestart met de evacuatie van de burgers van Zeveren. Tegelijkertijd wordt stelling genomen door I/11Li. De manschappen wordt tijdens de nacht van 23 op 24 mei rust gegund in kantonnementen nabij de stelling.

Aangepast dispositief van II/11Li na wijziging van de divisielimiet (originele schets gesigneerd door Cdt Goole - dossier 11Li ADIV)

Aangepast dispositief van II/11Li na wijziging van de divisielimiet (originele schets gesigneerd door Cdt Goole – dossier 11Li ADIV)

II/11Li
Na een nachtelijke mars bereikt de bataljonscolonne Nevele rond 05u00. Te Bachte-Maria-Leerne krijgt Cdt Goole zijn orders voor de verdediging van de ondersector achter het Afleidingskanaal van de Leie. II/11Li dient het zuidelijk voorvak in te nemen van 250 meter zuid van de brug tot 500 meter noord van de brug. Cdt Goole kiest ervoor om twee compagnies in lijn en één compagnie in diepte op te stellen; de 7Cie in het noorden, de 6Cie in het zuiden met inbegrip van de brug van Bachte. De 5Cie wordt in diepte opgesteld, dwars op de weg van Zeveren naar de brug van Bachte. Voor zijn opdracht wordt II/11Li versterkt met een peloton mitrailleurs en een getrokken kanon C47mm. Gedurende de rest van de dag worden veldwerken uitgevoerd. Schutterskuilen worden gegraven in de vaartdijk en tegen de avond zijn de werken al behoorlijk opgeschoten. Rond 19u00 komt een nieuw bevel dat de scheidingslijn tussen II/11Li en III/11Li aanpast. Het II/11Li moet tegen 06u00 van 24 mei een strook van 500m meter overnemen van III/11Li en in het zuiden 500 meter afstaan aan 5ChA. Ondanks de wijziging van de limieten van het bataljonsvak blijft de opstelling van het bataljon ongewijzigd. Dezelfde compagnies blijven in eerste lijn opgesteld en de 5Cie bevindt zich nog steeds in diepte.

III/11Li
De bataljonscolonne komt na een nachtelijke mars van ongeveer 30 kilometer om 00u30 aan te Zeveren waar verzameld wordt in een rustkantonnement in afwachting van nieuwe orders. Nadat alle bataljons van 11Li in de nieuwe ondersector zijn toegekomen wordt Maj Ordies samen met de andere bataljonscommandanten geconvoceerd voor een ordergroep te Bachte. Hier ontvangt hij van de regimentscommandant de orders voor de verdediging van de ondersector van 11Li achter het Afleidingskanaal van de Leie. Het III/11Li moet het linker voorvak bezetten ten noorden van de brug van Bachte. Rechts van III/11Li wordt het II/11Li opgesteld, links bevindt zich een bataljon van het 15Li. Het bataljon wordt nog een korte rustpauze gegund te Zeveren tijdens dewelke het om 10u00 een luchtbombardement ondergaat. Na het bombardement wordt onmiddellijk gestart met de inrichting van de nieuwe stelling. De drie compagnies worden initieel in lijn opgesteld en starten de nodige veldwerken. Tegen de avond wordt het front van III/11Li ingekort hetgeen Maj Ordies toelaat wat diepte te geven aan zijn dispositief. De 10Cie staat opgesteld op rechts en leunt aan tegen het dispositief van II/11Li terwijl de 9Cie het linker onderkwartier bezet en verbinding maakt met 15Li. De 11Cie, die voornamelijk bestaat uit manschappen van de voormalige 13Cie en enkel is uitgerust met pistolen GP, wordt in tweede echelon bataljon opgesteld. Het bataljon bezet nu de zone tussen de vaartdijk en de straat Meerskant. De bataljonsstaf die niet meer beschikt over telefoonlijnen om het CP met de compagnies te verbinden neemt een egelstelling in vlak achter de 9Cie. De verbindingen met de Staf/11Li worden door personeel van de regimentsstaf met hun middelen gerealiseerd, deze lijn wordt ontdubbeld door een Detachement Liaison en Observatie (DLO) van 8A geleid door een onderofficier.

Staf/11Li
Rond 06u00 begint de vijand vanaf artilleriestellingen ten oosten van Deinze de voorste linies van 11Li te bombarderen. Om 12u00 meldt de Staf/11Li aan de Staf/4Div dat de elementen van 5ChA, die hadden stelling genomen tussen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie, dit gebied verlaten en terugtrekken achter het kanaal. De divisie legt om 14u30 op om patrouilles te lopen ten oosten van het kanaal om op de hoogte te blijven van de aankomst van de vijandelijke voorhoede. Het I/11Li wordt voor deze opdracht aangeduid. Om 18u00 herneemt de vijandelijke artillerie de beschieting van de stellingen van 11Li. Vooral het bataljonsvak van II/11Li wordt geviseerd. Het II/11Li stelt om 20u00 vast dat de eerste 800 meter ten zuiden van de brug van Bachte slechts bezet zijn door vier gevechtsgroepen. Er wordt een officier uitgestuurd om informatie in te winnen. Deze komt terug tegen 21u15 met de geruststellende boodschap dat een compagnie zal worden opgesteld langs de kanaaloever vanaf de brug van Bachte. De inplaatsstelling van deze compagnie zal gebeuren tijdens de nacht van 24 op 25 mei.

Duits vluchtschrift afgeworpen boven de sector van de 4de Infanteriedivisie op 23 mei.

Duits vlugschrift afgeworpen boven de sector van de 4de Infanteriedivisie op 23 mei.

I/11Li
Bij eerste klaarte worden de stellingen opnieuw ingenomen. Om 06u00 wordt de staf I/11Li op de hoogte gebracht van de wijziging van de ondersector van het regiment. Een stellingsschets wordt overgemaakt aan de Staf/11Li terwijl de manschappen de stelling verder afwerken. Om 09u00 werpen Duitse vliegtuigen strooibriefjes af over de stellingen, de vlugschriften beschrijven de hopeloze toestand waarin het Belgische leger zich bevindt. Grote groepen jongeren van de rekruteringsreserve en vluchtelingen die werden tegengehouden aan de Belgisch-Franse grens trekken door het bataljonskwartier van I/11Li. Op de staf van I/11Li wordt ook het bericht ontvangen van Maj Ordies dat er bij het 15Li weinig animo is om de strijd verder te zetten. De manschappen kunnen ook de nacht van 24 op 25 mei in rustkantonnementen nabij de stelling doorbrengen. Er worden vrijwilligers gevraagd om ‘s nachts een verkenningspatrouille uit te voeren op de tegenoverliggende kanaaloever omdat verwacht wordt dat een Duitse aanval niet lang meer zal uitblijven. Adjt Van Roy en acht soldaten melden zich aan voor deze opdracht.

II/11Li
Om 06u00 wordt het nieuw bataljonsdispositief ingenomen en georganiseerd. De ganse dag wordt gewerkt aan de verbetering van de veldwerken. Bij de brug van Bachte passeert een continue stroom vluchtelingen die terugkeren naar het oosten, de frontlijn tegemoet. Zij komen van de Franse grens en vertellen dat ze Frankrijk niet meer binnen mochten en onverrichter zake moesten terugkeren. Tegen 14u30 worden de bruggen van Bachte en Deinze door de genie tot ontploffing gebracht. Tegen het vallen van de nacht passeert Cdt Goole langs de stellingen om er zich van te vergewissen dat het moreel van de troepen nog voldoende is. De manschappen hebben de moed nog niet verloren en blijken klaar te zijn voor het gevecht dat komt. Net voor de duisternis vuurt het 8A enkele schoten af om de kanonnen in te schieten op de uitgangen van Bachte op de oostelijke kanaaloever. De vuren vallen goed. Cdt Goole passeert ook langs op de CP van Maj Ordies voor een laatste coördinatie. Rond 21u00 wordt het geluid van rupskettingen waargenomen tussen Bachte en de kanaaloever. Een artillerievuur wordt aangevraagd maar niet bekomen. Gedurende de nacht van 24 op 25 wordt in de ondersector van het 5de Regiment Ardeense Jagers (5ChA) een aflossing van de compagnies in eerste lijn uitgevoerd. De 1Cie van 5ChA, bevolen door Kapitein-commandant Devielder komt zich naast II/11Li achter het kanaal opstellen. Cdt Goole geeft de nodige inlichtingen betreffende zijn opstelling mee met een korporaal van 1/I/5ChA die zich als liaisonelement op zijn CP kwam aanmelden. In de loop van de nacht wordt Cdt Goole in zijn CP tot driemaal toe bezocht door een sergeant van 1/I/5ChA met de vraag om zich naar de CP van Cdt Devielder te begeven omdat die in het duister de weg naar de CP van II/11Li niet kan vinden. Cdt Goole gaat hier niet op in uit vrees dat het om een hinderlaag gaat. Er werden door burgers reeds Duitse infiltranten opgemerkt op de westelijke kanaaloever die telefoonlijnen aan het saboteren waren.

III/11Li
De ganse dag wordt gewerkt aan de voorbereiding van de stelling om klaar te zijn voor het komende gevecht. Kol Horckmans komt de frontlijn inspecteren en vindt dat de CP van III/11Li te dicht bij het kanaal staat. Maj Ordies legt uit waarom hij voor die opstelling koos maar wordt door de regimentscommandant verplicht om zijn CP meer naar achter te verplaatsen, ondanks het feit dat hij dan geen verbinding meer heeft met zijn compagnies. Zich bewust zijnde van zijn communicatieprobleem vraagt Maj Ordies gedurende de rest van de dag om voorzien te worden van telefoondraad. Er kan echter geen gehoor gegeven worden aan zijn oproep omdat de lijnen er gewoon niet meer zijn.  s’ Avonds komt Lt Maes, compagniecommandant van de 11Cie langs op de CP III/11Li met de boodschap dat het gerucht de ronde doet dat de soldaten van het 15Li zich niet zullen verdedigen in geval van een vijandelijke aanval. Deze inlichtingen worden onmiddellijk overgemaakt aan de Stal/11Li.

Doorbraak bij het 15li en overvleugeling van II/11Li en III/11Li op 25 mei.

Doorbraak bij het 15Li en overvleugeling van II/11Li en III/11Li op 25 mei.

Staf/11Li
Aan het front ten noorden van Deinze ondernemen de Duitsers bijkomende pogingen om over het water te geraken. In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192e Infanterieregiment erin het Afleidingskanaal van de Leie over te steken ten zuiden van Meigem. De Duitsers ondervinden er bijna geen tegenstand. Het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over aan de vijand. Officieren zien machteloos toe hoe de manschappen de wapens wegwerpen.

De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de compagnie slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden. Het III/11Li wordt eveneens omsingeld en het II/11Li geeft zich spontaan over.

Het I/11Li tracht met zijn twee overblijvende compagnies nog een tegenaanval uit te voeren, maar houdt halt wanneer de manschappen merken dat de Duitsers Belgische krijgsgevangenen als levend schild gebruiken. Om 10u35 zijn de Duitsers nog amper één kilometer van Vinkt verwij­derd. In de vooravond gebruiken de Duitsers opnieuw een levend schild en dwingen een peloton krijgsgevangenen van het 11Li een Duitse aanval tegen de Belgische stellingen te dekken. Achter iedere Belg stapt een Duitse soldaat terwijl een van de Belgen met een met een witte vlag zwaait en moet : “Niet schie­ten! We zijn Belgen”. De commandant van het III/1ChA neemt geen risico’s en laat vuren. Negen Limburgse militairen worden door de Ardeense Jagers gedood en een blijft zwaar gewond ter plaatse liggen. Die dag verliezen 7Li, 11Li, 15Li en 8A samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie bestaat niet meer. Aan het eind van de dag houdt ook het 11Li op te bestaan als entiteit, alleen flarden van eenheden en commandoposten kunnen nog ontkomen.

Schets tegenaanval van I/11Li van 25 mei (origineel oleaat dossier 11Li ADIV).

Schets tegenaanval van I/11Li van 25 mei (origineel oleaat dossier 11Li ADIV).

I/11Li
Vanaf eerste klaarte breken overal vuurgevechten uit. Het front dat door I/11Li bezet moet worden is veel te uitgestrekt om bemand te worden door twee uitgedunde compagnies die nagenoeg niet meer over collectieve bewapening beschikken. Om 08u00 krijgt het bataljon van de regimentsstaf de opdracht om een tegenaanval uit te voeren in de richting van de commandopost van III/11Li via het cabaret “Le Cocq”. Het bataljon zou overvleugeld zijn door een vijand die uit de ondersector van 15Li in het noorden komt. Vanwege de onzekere toestand op de noordflank worden de 1Cie en de 3Cie niet ingezet voor de tegenaanval, zij moeten hun steunpunten richting noord blijven bezetten. De 2Cie zet de aanval in door eerst via het oosten tot aan “Le Cocq” op te rukken en vervolgens af te buigen richting noord. Initieel vergist de aanvalsgroep zich van volgweg maar dit kan worden rechtgezet. Wanneer ze de CP van III/11Li naderen horen ze overal machinepistoolvuur, de gevechten zijn er volop aan de gang. Wanneer een aantal Belgische krijgsgevangenen met de armen omhoog, gevolgd door de Duitsers, op de aanvalsgroep afkomt geeft het koppeloton van de 2Cie zich over. Cdt Borzée zet de aanval stil en laat de rest van de aanvallende compagnie defensieve stellingen innemen die aansluiten op de stellingen ingenomen door de 1Cie en 3Cie. Beide compagnies zijn echter al in contact met de vijand. Het bataljon krijgt de opdracht: “Colmater la brèche par tous les moyens possibles et résister“. De 3Cie dreigt rond 10u00 overvleugeld te worden langs links en wordt ontzet door een tegenactie van het Pl Vknr. De regimentsstaf trekt zich terug tot aan de hoeve ” ‘t Goed ter Biest” [26] langs de Heerdweg Nr 53 maar stelt vast dat de vijand reeds diep in het achtergebied is doorgedrongen. Met de manschappen van de Staf/11Li, het Pl Vknr en met teruggeslagen militairen van 15Li wordt de verdedigingslijn van I/11Li doorgetrokken tot aan het Goed ter Biest waar een C47mm kanon stelling heeft genomen. Een mengeling van eenheden bezet nu een uitgestrekt front. Om 13u30 wordt Cdt Borzée geconvoceerd op de CP regiment. Hij krijgt de opdracht om alle troepen die staan opgesteld op de dwarsstelling (oftewel bretel) terug te laten plooien op de stellingen van het 1ste Regiment Ardeense Jagers (1ChA) te Vinkt. Hij installeert zijn CP in het Goed ter Biest en geeft aan de 1Cie en de 3Cie, die zich nog op hun oorspronkelijke steunpunten bevonden, het bevel om zich terug te plooien op het CP bataljon. De terugtocht is amper ingezet of op de linkerflank ontstaat een vuurgevecht. Cdt Borzée ziet langs de baan Nevele – Vinkt LtKol Van Coppenolle in gevechten verwikkeld met meerdere Duitsers en Kol Horckmans uit zijn voertuig stappen en wegvluchten in een korenveld. Wat overblijft van I/11Li trekt zich onverwijld terug naar Vinkt waar ze tegen 15u30 binnenlopen in de bevriende linies. Cdt Borzée krijgt de opdracht om zijn eenheden ter beschikken te stellen van 1ChA. Hij neemt contact op met Cdt Phillipart, compagniecommandant van 11/III/1ChA, die hem zijn stellingen aanwijst aan de westrand van Vinkt. Om 17u30 kan op de nieuwe stelling wat uitgerust worden terwijl aan de oostkant van Vinkt hevig gevochten wordt. Het bataljon reorganiseert zijn pelotons maar veel bewapening schiet niet meer over, geen enkele mitrailleur, enkele machinegeweren FM en veel manschappen zijn enkel nog uitgerust met een pistool GP. Om 20u30 geeft Cdt Phillipart de opdracht om de 7Cie van 1ChA te gaan versterken in het centrum van Vinkt. Cdt Dhuren, de compagniecommandant van de 7Cie is zwaar gewond afgevoerd en zijn plaatsvervanger Lt Buron is omgekomen in het gevecht. Het I/11Li komt om 21u16 toe in het zwaar gehavende steunpunt van de 7Cie. Zijn manschappen versterken de linies van de 7Cie maar vallen er onder zwaar artillerievuur. Veel kunnen de manschappen van I/11Li niet meer bijdragen aan het gevecht, zij houden zich eerder schuil dan actief aan de gevechten deel te nemen.

II/11Li
Om 06u00 barst een hevig Duits artillerievuur los ter voorbereiding van een nakende aanval. De pas verlaten opstelplaats van de CP van II/11Li in het dispositief van de 5Cie krijgt de volle laag. Daar waar niemand van de staf van II/11Li geraakt wordt vallen er heel wat gewonden bij het 3de Peloton van de 5Cie. Onder hen OLt Vandegaer en meerdere van zijn manschappen. OLt Vandegaer vraagt per estafette om het gevecht te mogen staken gezien het groot aantal gewonden in zijn peloton. Dit wordt door Cdt Goole geweigerd die belooft om twee gevechtsgroepen onder leiding van OLt Theunis, eveneens van de 5Cie, in steun te sturen naar het 3de Peloton. Wanneer Lt Theunis bij het 3de Peloton toekomt is het steunpunt reeds verlaten, het peloton werd vanuit het zuiden aangevallen en krijgsgevangen genomen. OLt Theunis krijgt opdracht om zich dwars op de Meulenbroekstraat op te stellen richting zuiden om rugdekking te geven aan het II/11Li maar kan amper stelling nemen omdat ze door de vijandelijke artillerie vastgepind worden op de stelling. De twee andere gevechtsgroepen van het Peloton Theunis worden naar het noorden van de 7Cie gestuurd om stelling te nemen op de flank van het bataljon. Ondanks hevig artillerievuur slagen de twee gevechtsgroepen erin de 7Cie te vervoegen. Om 09u00 wordt de nieuwe opstelplaats van de CP van II/11Li in het noorden van het bataljonsvak door de vijand ontdekt en continu onder vuur gehouden. De artilleriebeschieting blijft duren tot 12u00. Gedurende de ganse beschieting kan er amper aan bevelvoering gedaan worden, Cdt Goole slaagt er enkel in om enkele doelen op de oostelijke kanaaloever via de DLO te laten bestoken. Om 10u30 wordt alle verbinding verbroken en om 12u00 duiken vijandelijke infanteristen op bij de CP van II/11Li. Er ontstaat een kort vuurgevecht waarna Cdt Goole om 12u30 het bevel geeft om terug te trekken. Slechts een beperkt aantal manschappen, waaronder Cdt Goole, slaagt erin de dwarstelling opgeworpen door 5ChA te bereiken. Om 13u45 lopen ze binnen bij de bevriende linies en worden opgevangen in het steunpunt van Cdt Lousberg van 9/III/5ChA waar het groepje militairen rond Cdt Goole nog een tweetal uur verblijft vooraleer ze doorgestuurd worden naar Vinkt en zich schuilhouden in het steunpunt van de 7Cie van het 1ste Regiment Ardeense Jagers (7/II/1ChA). Hier bevindt zich ook Cdt Borzée, bataljonscommandant van I/11Li. 

III/11Li
Om 06u30 weerklinken vuurgevechten vanuit alle richtingen maar vooral vanuit Deinze. Wanneer Maj Ordies zijn CP wil verlaten ziet hij in de voortuin van het gebouw waar de commandopost is in ondergebracht een Duitse infanterist staan. Maj Ordies trekt zijn pistool en verwondt een Duitse Korporaal die echter om hulp blijft roepen. Twee Duitsers die ter hulp komen gesneld worden door de majoor neergeschoten. Maj Ordies geeft het commando van de CP over aan Cdt Berrewaerts, compagniecommandant van de 12Cie, en gaat op inspectieronde naar de eenheid van 15Li die ten noorden van zijn CP staat opgesteld om te onderzoeken hoe het komt dat de vijand zo diep in het achtergebied is kunnen doordringen. Wanneer hij er toekomt staan de manschappen in twee rijen opgesteld. Niets vermoeden stapt hij op de bevelvoerende officier af om te vragen wat er aan de hand is en krijgt het laconieke antwoord dat ze zijn gevangen genomen. Op dat ogenblik duiken twee Duitse soldaten op die hem toeroepen “Kriegsgefangene” en hem onmiddellijk ontwapenen en zijn kaart afnemen. Terwijl de Duitse soldaten de in beslag genomen kaart bestuderen maakt Maj Ordies van hun onoplettendheid gebruik om in een korenveld weg te vluchten. Hij keert op zijn stappen terug naar zijn CP en brengt de Staf/11Li onmiddellijk op de hoogte van het feit dat er zich vijand bevindt in het bataljonsvak van 15Li noord van III/11Li. Hij vraagt versterking om een tegenaanval te kunnen uitvoeren richting ondersector van 15Li en vraagt enkele artillerievuren aan voor de stellingen van 15Li. Zijn oproep wordt beantwoord door LtKol Van Coppenolle die zich in de CP van 11Li bevindt en die Maj Ordies verzekert dat het I/11Li het bevel heeft gekregen om een tegenaanval uit te voeren om de CP van III/11Li te ontzetten en dat de vuuraanvraag werd doorgegeven. Maj Ordies stuurt zijn officier adjunct, Lt Mottie, naar een boerderij die zich op een 300-tal meter links van zijn CP bevindt om er de vijand te verjagen en de boerderij te bezetten als flankhoede voor de CP.  Omdat Lt Mottie niet terugkeert wordt Cdt Berrewaerts ook naar de boerderij gestuurd ter versterking van Lt Mottie. Enige tijd later komt Cdt Berrewaerts terug met de boodschap dat de boerderij is heroverd en bezet. Er wordt een egelstelling ingenomen rond de CP om de vijand in alle richtingen te kunnen bekampen. Vanuit de compagnies opgesteld in lijn langs het kanaal weerklinken geen geweerschoten waar de bataljonscommandant uit afleidt dat er nog niet gevochten wordt voor de stelling van 11Li. Er wordt een nieuwe aanval opgezet tegen de CP van III/11Li waarna iedereen aanwezig op de CP gevangen genomen wordt en afgevoerd naar een punt in de sector van het 15Li waar de Duitsers een veerpont organiseren met rubberboten tussen beide kanaaloevers. Op de weg terug worden Belgische krijgsgevangenen afgevoerd, op de weg heen worden Duitse versterkingen aangevoerd. Op een bepaald ogenblik barst een artillerievuur uit op de oostelijke kanaaloever, het artillerievuur dat Maj Ordies kort voor zijn gevangenname nog had aangevraagd. Maj Ordies onderneemt een nieuwe ontsnappingspoging gebruik makend van de verwarring ontstaan door de artillerie beschieting. Enkele kilometers verderop wordt hij echter opnieuw opgepakt en ditmaal voor goed. 

Krijgsgevangenen/11Li
Te Meigem sneuvelen OLt Med Navez, de Korporaal Schuermans en de soldaten Demeulenare, Knapen en Zwartenbroek van 11Li samen met een zevental soldaten van 5ChA. Meigem lag niet in de ondersector van 11Li noch van 5ChA en was al in handen van de vijand sedert de ochtend van 25 mei. Van OLt Med Navez en Sdt Knapen is geweten dat ze omkwamen door de inslag van een obus [27]. Hierdoor ontstaat het vermoeden dat de vijf onfortuinlijke militairen van 11Li (en waarschijnlijk ook de anderen) omkwamen toen ze tijdens de namiddag van 25 mei werden weggevoerd als krijgsgevangenen en bij die evacuatie beschoten werden door de Belgische artillerie. Majoor Ordies, een geprivilegieerd getuige, beschrijft in zijn naoorlogs verslag een (door hem kort voor zijn gevangename aangevraagde) artilleriebeschieting, uitgevoerd op de oostelijke kanaaloever op het ogenblik dat krijgsgevangenen werden overgezet met een veerpont ter hoogte van Meigem. Hij schrijft letterlijke: “Nous arrivons ainsi au canal dans le secteur du 15Li où de nombreux prisonniers entourès d’allemands attendent leur passage sur la rive est. Une barquette en caouchouc assure le passage du canal. A chaque passage la barquette amène des troupes allemandes de la rive est sur la rive amie et ramène des prisonniers belges à la rive ennemie. J’estime les forces ennemies à une compagnie dont 1/3 à déjà passé le canal. Pendant j’observe ces mouvements, en attendant mon tour de passage, arrive un tir d’artillerie ami qui coiffe le canal à l’endroit où nous sommes. Moi joie est grande car je présume que ce tir d’artillerie couvre la contre-attaque que j’avais demandée vers 07u30. La chute des projectiles provoque chez tout le monde de la surprise et de la confusion.” Hij verzwijgt wijselijke dat er ook onder de krijgsgevangenen heel wat slachtoffers vielen.

Staf/11Li
De veldtocht zit er zo goed als op voor de mannen van het 11Li. De enkelingen die bij de nederlaag aan het Schipdonkkanaal ontsnapt zijn, of reeds van lang tevoren van hun eenheid verdwaalden, lopen doelloos rond in het Belgische achtergebied en worden samen met de rest van het leger ontwapend op 28 mei.

I/11Li
De restanten van het I/11Li en II/11Li bevinden zich nog steeds in het steunpunt van de 7Cie wanneer om 04u30 een tegenaanval wordt ingezet door het 3de Regiment Ardeense Jagers (3ChA). Om 06u30 wordt het I/11Li uit Vinkt geëvacueerd naar het bataljonsvak van III/1ChA. Van hier uit worden ze om 12u00 via Schuifferskapelle doorgestuurd naar Egemkapel. Om 15u00 wordt te Schuifferskapelle halt gehouden voor de eerste bevoorrading in twee dagen tijd. Een half uur later worden ze per vrachtwagen opgepikt en naar Peerstal nabij Wingene gebracht.

II/11Li
Het bataljon is volledig gedesintegreerd maar de bataljonscommandant is aan gevangenschap kunnen ontsnappen. Om 09u00 wordt hij doorgestuurd naar Schuifferskapelle en vervolgens naar Egemkapel waar de restanten van de Staf/11Li zich bevinden. 

Staf/11Li, I/11Li en II/11Li
Wat overblijft van 11Li bevindt zich bij het aanbreken van de dag te Egemkapel. Op bevel van de Staf/4Div zullen de afgezonderde militairen van het 11Li en het 15Li ingekwartierd worden te Peerstal even ten noorden van Wingene, samen met de restanten van de Compagnie C47 en de Compagnie C47/T13. Om 12u00 wordt verder teruggetrokken naar Waardamme via Ruddervoorde. Om 22u00 komt dan het bevel om terug te plooien op Steene nabij Oostende waar de rest van de 4Div zich bevindt.

I/11Li
Te Peerstal wordt gereorganiseerd tot om 16u30 orders worden gegeven om verder terug te trekken naar Waardamme (De Knok). Om 17u00 wordt de aftocht richting Waardamme ingezet waar ze om 20u00 toekomen. Twee uur later wordt alweer verder getrokken tot Eernegem.

Staf/11Li, I/11Li en II/11Li
Om 05u00 komen de restanten van 11Li toe te Eernegem van waaruit ze om 08u00 met vrachtwagens naar Steene gebracht worden. Hier vernemen ze het nieuws van de capitulatie. Lang wordt niet te Steene verbleven, de wapens worden er om 15u00 achtergelaten en om 16u30 vertrekken de 587 overgebleven manschappen, samen met de resterende 21 officieren naar Waardamme om er te kantonneren tot 31 mei. Zij zullen het lot van de op 25 mei gevangen genomen militairen niet delen maar via een andere weg naar Duitsland afgevoerd worden.

Transport van de Belgische krijgsgevangen met overbevolkte rijnaken


Krijgsgevangenen/11Li
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de op 25 mei krijgsgevangen genomen militairen van 11Li via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen.

Reisweg van de Rhenus op 30 mei 1940

Reisweg van de Rhenus op 30 mei 1940 (projectie op recente kaart).

Krijgsgevangenen/11Li
Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de vijandelijkheden. De mijn rijt de achterkant van het schip open waarna het achterste deel van het schip langzaam begint te zinken en de boeg omhoog gestuwd wordt. Het duurt een uur vooraleer ook de voorsteven onder water verdwijnt waardoor een groot deel van de niet gewonde opvarenden en een 269-tal gewonden aan land konden gebracht worden.  Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een aantal van het 11Li. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 11Li telt 13 geïdentificeerde slachtoffers. Onder hen de Sergeanten Herbots en Vandeweerdts, de Korporaals Claes, Hontiens, Renaerts, en Servais, de Soldaten Beine, Fleurus, Loozen, Michiels, Van Biesen, Van Herck en Van Ormelingen.

31 mei 1940

Krijgsgevangenen/11Li
De op 28 mei krijgsgevangen genomen militairen van 11Li vertrekken op 31 mei om 17u00 van Waardamme naar Peerstal waar de nacht van 31 mei op 1 juni wordt doorgebracht. De volgende dag wordt vanuit Peerstal via Wingene, Ruiselede en Nevele gemarcheerd naar Vinderhoute waar de nacht van 1 op 2 juni wordt doorgebracht. Op 2 juni wordt doorgemarcheerd naar Beervelde waar verbleven wordt tot 5 juni. Van Beervelde gaat het naar Kalken (tot 8 juni) en Lokeren (tot 11 juni) om uiteindelijk op 12 juni in Mariaburg nabij Antwerpen aan te komen. Hier worden de manschappen van de officieren gescheiden, de officieren worden opgesloten in het college van Mariaburg. Van hier uit worden ze op 12 juni per trein richting Duitsland afgevoerd.

Na de capitulatie

Krijgevangenenkamp van Bredow nabij Stettin bood plaats aan 506 gevangenen die tewerkgesteld werden in de oorlogsindustrie van Stettin.

Krijgsgevangenenkamp van Bredow nabij Stettin bood plaats aan 506 gevangenen die tewerkgesteld werden in de oorlogsindustrie van Stettin.

Krijgsgevangenen/11Li
Bij een incident  in het krijgsgevangenenkamp Bredow (XII – 106) nabij Stettin (vroeger Duitsland nu Szczecin in Polen) komen op 1 oktober 1941 drie onderofficieren van het 11Li om het leven, het betreft de 1ste Sergeanten Huybrechts, Tytgat en Meubus [28]. Ook Soldaat BV Janssens van het 18de Regiment Artillerie (18A) en nog 14 andere Belgische krijgsgevangenen, wiens eenheid (voorlopig) niet achterhaald kan worden (alleen het stamnummer is beschikbaar maar dit is geen uitsluitende indicatie), komen bij hetzelfde incident om het leven. Het betreft de Wachtmeester Mil Peeters, Sergeant Mil Ilsbroeckx (5Li), Kpl BV Pierard (14Li),  de Soldaten BV De Koster, Leonard, Van Camp en Vandereycken  en de Soldaten Mil Bastie (6A), Lambert (TTr), Meulemans (Aie CK), Ruelens (Aie CK), Van De Winckel (13Li), Vermaelen (9Li) en Wittemberg (1JP). Stettin werd gedurende de nacht van 30 september 1941 op 01 oktober 1941 zwaar gebombardeerd door de RAF om de Duitse logistieke steun aan het offensief tegen Leningrad (nu Sint-Petersburg) te verstoren. Hierbij vielen drie vliegtuigbommen op het krijgsgevangenenkamp van Bredow waar 506 Belgische en Franse krijgsgevangenen zijn ondergebracht [29]. In totaal komen 20 Belgen om het leven en raken er 14 gewond.

Op 8 januari 1941 moet Maj Ordies zich in het krijgsgevangenkamp van Eichstatt (Oflag 7B) verantwoorden voor een Duitse onderzoekscommissie voor het neerschieten van de Duitse Korporaal nabij zijn CP op 25 mei. Er wordt hem ten laste gelegd dat hij de gewonde Duitse militair wou neerschieten in plaats van bijstand te bieden en dat hij na te zijn krijgsgevangen genomen de strijd heeft voortgezet. Op 19 februari krijgt Maj Ordies te horen dat hij niet verder vervolgd wordt en dat het geval geklasseerd wordt als wettige zelfverdediging.

Als krijgsgevangene zal LtKol Emile Van Coppenolle aankomen in Oflag IIIA te Lückenwalde waar hij betrokken raakt bij de Vlaams-Nationalistische Luitenant De Winde.  Door toedoen van de Secretaris-Generaal voor Binnenlandse Zaken Gérard Romsée keert Van Coppenolle in 1941 terug naar ons land om de leiding op te nemen over de Algemene Rijkspolitie.  In 1943 wordt hij ook de baas van de Rijkswacht.  Hij zal in 1945 in Duitsland aangehouden worden.  In 1948 wordt hij tot de doodstraf veroordeeld, maar vier jaar later wordt hij alweer vrijgelaten.

Onderluitenant D’Helft zal in 1944 sneuvelen aan het oostfront als lid van de Waffen SS.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
1/IANDRIESFrans, J.SdtMil06.02.1906Ramsel11.05.1940VliermaalGesneuveld tijdens kruisvuur tussen twee Duitse patrouilles
OnbekendBEINEJan, J.SdtMil12.09.1919Gingelom07.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
1/IBERCKMANSVictor, G.SdtMil14.02.1920Balen11.05.1940VliermaalGesneuveld tijdens kruisvuur tussen twee Duitse patrouilles
3/IBERGHMANSMarcelSdtMil27.09.1916Diest21.05.1940MelleGedood bij een artilleriebeschieting tijdens de tegenaanval van I/11Li
6/IIBLOKKENJeanSdtMil11.09.1919Hasselt11.05.1940HoeseltOmgekomen in vuurgevecht
3/IBOUTSENJan, L.SdtMil3809.09.1917Bilzen23.05.1940WetterenVerwond 21.05 nabij bunker Av15 te Kwatrecht
OnbekendCLAESFrans, L.SdtMil09.09.1919Hasselt04.06.1940WansinOverleden aan zijn verwondingen
3/ICLAESLudovic, A.SdtMil18.05.1920Heusden13.05.1940Wansin
12/IIICLAESPierre, A.M.KplMil3801.01.1920Hasselt11.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
4/ICORBESIERSJacques, P.J.SdtMil18.09.1908Anderlecht11.05.1940BorgloonOverleden aan zijn verwondingen in veldlazaret I/LK
14/IVCRABBEJoseph, R.V.SdtMil17.02.1920Elsene10.05.1940EigenbilzenOmgekomen bij het mitrailleren van de 7Cie door een Duits vliegtuig.
1/IDE CEUSTERJan, J.A.SdtMil27.12.1917Balen10.05.1940Zichen-Zussen-Bolder
OnbekendDE NEEFPetrusSdtMil04.10.1919Lembeek11.05.1940Overrepen
8/IIDEMEULENAEREAntoon, L.A.SdtMil16.01.1906Zulzeke25.05.1940MeigemOverleden als krijgsgevangene
13/IVDOLHubert, J.L.KplMil3101.01.1911Hasselt10.05.1940Kleine-Spouwen
OnbekendFIDLERLouis, J.KplMil3922.07.1919Hasselt15.05.1940Rijmenam
OnbekendFLEURUSAlfons, J.SdtMil01.05.1920Sint-Pieters- Leeuw06.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
6/IIFLORIDORJulesSdtMil29.11.1917Dworp10.05.1940Brugge
1/IGEUKENSJoseph, L.KplMil3808.08.1918Meerhout10.05.1940KanneGesneuveld bij de tegenaanval om enkele steunpunten van het 2Gr te ontzetten.
14/IVHERBOTSEmiel, A.P.SgtMil3812.09.1919Sint-Truiden10.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
Staf/IIHOEBANXLouis, Hector G.CdtAct23.03.1894Hasselt22.05.1940TorhoutBataljonscommandant. Gewond bij een artilleriebeschieting in de vroege ochtend van 22 mei. Later op de dag in het MCC Torhout overleden aan zijn verwondingen.
6/IIHONTIENSAntoine, H.KplMil3703.01.1918Zepperen06.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
OnbekendHUYBRECHTSAntoine1SgtAct18.08.1911Hasselt01.10.1941Stettin/Szczecin (PL)Als KG omgekomen bij Brits bombardement van Stettin
OnbekendHUYGENAlfons, J.SdtMil11.07.1919Diepenbeek05.05.1940Diepenbeek
OnbekendJANSSENSPetrus, E.SdtMil19.10.1919Beringen10.05.1940Eben-Emael
OnbekendKNAEPENJorisSdtMil25.10.1919Vissenaken(Onbekend)Walsoorden (NL)Vermoedelijk verdronken bij inschepen op de Rhenus 127 op 30.05
OnbekendKNAPENRobert, J.F.SdtMil17.02.1920Zepperen25.05.1940MeigemGedood langs de Meerskant (straat in Meigem) bij inslag obus
5/IILENAERTSAdriaan, L.H.SdtMil17.03.1906Lanaken11.05.1940Sint-Joris-Winge
3/ILIEBAERTAlfons, G.SdtMil13.09.1906Scheldewindeke17.05.1940MalDood teruggevonden, vermoedelijk gedood na gevangename op 11 mei
OnbekendLOOZENJacob, F.SdtMil25.11.1917Nieuwrode06.06.1940Willemstad (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5
4/IMAESPieter, M.SdtMil05.05.1919Arendonk22.05.1940TubizeGewond op 21 mei bij de tegenaanval van I/11Li. Bezweken aan zijn verwondingen na gevangenschap.
OnbekendMEUBUSMichel, Leonard1SgtAct05.10.1912Hasselt01.10.1941Stettin/Szczecin (PL)Als KG omgekomen bij Brits bombardement van Stettin
11/IIIMICHIELSAugustSdtMil20.10.1906Putte06.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
Staf/IIINAVEZGeorges, H.E.Med OLtRes11.10.1910Elsene25.05.1940MeigemOverleden als krijgsgevangene. Gedood bij inslag obus
11/IIINELLESMarcel, P.J.1SgtMajAct06.08.1900Montegnée11.05.1940VliermaalGesneuveld tijdens kruisvuur tussen twee Duitse patrouilles
OnbekendODEURSPaul, M.J.SgtMil3922.01.1917Sint-Truiden21.05.1940MelleGesneuveld tijdens de tegenaanval van I/11Li
OnbekendRENAERTSEmiel, L.KplMil3719.12.1917Zepperen09.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
7/IIREYNAERTSFrederik, ThéophileSdtMil3813.10.1917Attenhoven26.05.1940DeinzeVermist. Datum van vermoedelijk overlijden, dood verklaard 1 april 1948.
OnbekendREYNERSHenri, W.SdtMil16.11.1914Bocholt22.05.1940Zwijnaarde
2/ISCHEPENSHenri, A.SdtMil31.05.1916Neerpelt05.06.1940ZeverenOpgegraven
OnbekendSCHUERMANSAugust, J.A.KplMil3822.03.1918Bocholt25.05.1940MeigemOverleden als krijgsgevangene
OnbekendSERVAISMaxime, H.KplMil3718.01.1917Brussel07.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
9/IIISONCKPetrus, J.SdtMil28.09.1915Sint-Jans-Molenbeek10.05.1940EigenbilzenGedood bij het luchtbombardement van Eigenbilzen.
3/ISTEVENSAlbertSdtMil13.06.1917Grote-Brogel17.05.1940MalDood teruggevonden, vermoedelijk gedood na gevangenname op 11 mei
OnbekendSTRUYSMauriceSdtMil3805.10.1918Sint-Truiden17.07.1940BrusselGewond op 21 mei bij de tegenaanval van I/11Li. Bezweken aan zijn verwondingen in het Sint-Pietershospitaal
OnbekendTIMMERMANSJan, M.A.KplMil3607.01.1917Neerpelt10.05.1940Rosmeer
1ste Peloton van
Cie Mi AA/4Div
TYTGATLouis, Joseph1SgtMil3219.05.1912Hasselt01.10.1941Stettin/Szczecin (PL)Oudgediende van 11Li, gemobiliseerd bij de Cie Mi AA/4Div. Als KG omgekomen bij Brits bombardement van Stettin
3/IVAN AERSCHOTEvaristSdtMil22.05.1916Scherpenheuvel11.05.1940Maastricht (NL)Overleden als krijgsgevangene
6/IIVAN BIESENCorneel, F.SdtMil10.10.1906Moorsel11.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij ramp met Rhenus 127 op 30/5
3/IVAN DINGENENAlbert, P.F.SdtMil31.01.1915Vorst10.05.1940DiestToegevoegd aan 21Gn
4/IVAN EYGENAlbertSdtMil23.08.1918Ellikom11.05.1940Riemst
2/IVAN HAMELJoseph, A.S.SgtMil3820.03.1917Koersel21.05.1940MelleGedood bij een artilleriebeschieting tijdens de tegenaanval van I/11Li
OnbekendVAN HERCKJan, L.SdtMil18.10.1919Borgloon06.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij de ramp met Rhenus de 127 op 30/5
9/IIIVAN HOUTGuillaumeSdtMil14.04.1919Heerlen (NL)28.05.1940LekeOverleden als krijgsgevangene
2/IVAN HOUTPetrus, J.L.SgtMil2513.07.1905Herentals23.05.1940WetterenGewond op 21 mei door mitrailleurvuur tijdens tegenaanval op Kwatrecht. Overleden aan zijn verwondingen. Kreeg een eervolle vermelding op het dagorder van de 4Div van 27 mei 1940.
6/IIVAN ORMELINGENFrans, A.J.SdtMil20.02.1917Alken07.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij de ramp met de Rhenus 127 op 30/5
OnbekendVAN RUSSELTLudovic, G.SdtMil06.03.1918Herk-de-Stad11.05.1940BorgloonVeldlazaret I/LK. Overleden aan zijn verwondingen opgelopen bij bombardement van Eigenbilzen op 10 mei.
OnbekendVANDEWEERDTGilbert, M.M.SgtMil3921.05.1916Grimbergen07.06.1940Willemstad (NL)Als KG omgekomen bij de ramp met de Rhenus 127 op 30/5
11/IIIVERLINDENEmiel, J.KplMil3908.05.1920Keerbergen10.05.1940Eigenbilzen
4/IVERMEYLENLouis, A.SgtMil3819.08.1919Mol25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
12/IIIZWARTENBROEKMarcel, I.SdtMil11.04.1918Wommersom25.05.1940MeigemGedood na gevangenname

Bibliografie en Bronnen

  1. Het Kanaal Briegden-Neerharen verbindt het Albertkanaal bij Briegden met de Zuid-Willemsvaart bij Neerharen. Het kanaal werd aangelegd tussen 1930 en 1934, samen met de aanleg van het Albertkanaal en is 4,8 km lang. Het hoogteverschil tussen het Albertkanaal en de Zuid-Willemsvaart bedraagt 20 meter en wordt opgevangen door twee sluizen. De eerste bevindt zich ter hoogte van Lanaken en Smeermaas. De spoorweg Hasselt-Maastricht, die in 1856 werd aangelegd, steekt hier het kanaal over. De tweede sluis bevindt zich ter hoogte van Neerharen.  [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_briegden_neerharen/kanaal_briegden_neerharen  [Laatst geraadpleegd 03 september 2023] en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/216486 [Laatst geraadpleegd 03 september 2023]
  2. Achtergrondinformatie bij het Kasteel Zangerheide [On Line beschikbaar]:  https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/302679 [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].
  3. Achtergrondinformatie bij het Kasteel Groenendaal dat vlak naast het Kasteel Zangerheide is gelegen [On Line beschikbaar]:  https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/302679 [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].
  4. Brug Eigenbilzen en ligging bunkers. Op de kaart is duidelijk de asverschuiving te zien bij de aanleg van de brug te Eigenbilzen (projectie op kaart van 1939)

    Brug Eigenbilzen en ligging bunkers. Op de kaart is duidelijk de asverschuiving te zien bij de aanleg van de brug te Eigenbilzen (projectie op kaart van 1939)

    Opmerkelijke vaststelling bij de studie van stafkaarten van 1939 is dat in Eigenbilzen de ligging van de brug niet samenvalt met het bunkerdispositief. De brug ligt ten westen van het bunkercomplex dat is gecentreerd rond de Heseputterstraat. Voor de aanleg van het Albertkanaal was dit de weg tussen Eigenbilzen en Gellik. Op de meeste andere plaatsen  langs het kanaal (Briegden, Gellik, Munsterbilzen) werd een brug gelegd op het tracé van het bestaande wegennetwerk, in Eigenbilzen was dit niet het geval. Het laat zich vermoeden dat de planning voor de bouw van de bunkers gelijktijdig verliep met de aanleg van het Albertkanaal, alleen wanneer de brug over het kanaal werd gebouwd gebeurde dit niet op de oude verbindingsweg tussen Eigenbilzen en Gellik maar meer naar het westen. Hierdoor bevonden de bunkers zich niet op de meest geschikte locatie om de brug te verdedigen. Locatie van de bunker langs de Heseputterstraat met Google Streetview [On line beschikbaar]:  https://www.google.com/maps/@50.8796318,5.5802859,3a,75y,68.24h,81.35t/data=!3m6!1e1!3m4!1sBStGcJyim4_EzMXwjusKlw!2e0!7i13312!8i6656?entry=ttu [Laatst geraadpleegd 30 juli 2023]. Foto’s en ligging bunkers in Eigenbilzen [On Line beschikbaar]: https://www.tracesofwar.nl/sights/7588/Waar-ligt-Oorlogsmonument-Eigenbilzen.htm [Laatst geraadpleegd 30 juli 2023].

  5. Het loont het de moeite om even stil te staan bij dit bombardement. Als je er van uitgaat dat in militaire operaties (meestal) niets zonder reden gebeurt en gezien de schaarste van de Duitse luchtmiddelen op een cruciaal moment als 10 mei (zeer veel doelen dienden uitgeschakeld te worden in weinig tijd) is het moeilijk aan te nemen dat Waltwilder enkel uit pure vernielzucht werd gebombardeerd. De enige logische reden om Waltwilder te bombarderen is de aanwezigheid van de commandopost van het 11Li (die dan net niet getroffen wordt). Wanneer men weet dat om 05u00 ’s morgens al de kazerne van de Grenswielrijders Limburg te Lanaken werd gebombardeerd en om 08u00, gelijktijdig met de CP van het 4Gn te Bilzen, ook de CP van het 6Gn (organiek geniebataljon van de 7Div) te Herderen komt een bepaald patroon naar boven. Al deze eenheden hadden een directe rol te spelen bij de verdediging van de bruggen van Kanne, Vroenhoven, Veldwezelt, Briegden, Gellik, Eigenbilzen, Zutendaal, Genk-Zuid en Diepenbeek. Het intact in handen krijgen van deze bruggen was belangrijk voor een snelle opmars door België. Om bevestiging te krijgen over het causaal verband tussen de verschillende bombardementen zou het interessant zijn de doelenlijst (oftewel High Priority Target List – HPTL) van de Luftwaffe te kunnen raadplegen om zo enig inzicht te verwerven in het targetingproces dat door de Duitsers werd gevoerd.  Vooral dan door welke inlichtingen (intel) dit targetingproces werd gevoed. Zo kwam Kolonel Horckmans na studie van de kaart die werd buitgemaakt op de Duitse piloten tot de pijnlijke conclusie dat de mess officieren van het 11Li te Waltwilder op de kaart was aangeduid en dat die effectief ook gebombardeerd geweest is (van betrouwbare intel gesproken). De doelenlijst van de Luftwaffe is vandaag allicht niet meer beschikbaar (alhoewel een gemarkeerde kaart met de te bestoken doelen werd overgemaakt aan de Staf/4Div – maar die is nog niet terug opgedoken) en zeker de bronnen die de inlichtingen verschaften werden vermoedelijk tijdens de oorlog reeds beschermd door de vernietiging van bepaalde inlichtingenrapporten na afloop van de operaties in België. De enige manier om de HPTL te reconstrueren is na te gaan wat en wie gebombardeerd werd op welk moment.   Analyse van de plaatsen die gebombardeerd werden waar zich tot voor enkele dagen van de inval nog sleutelelementen bevonden die op het moment van de aanval elders stelling genomen hebben (zoals het huis waarin de telefooncentrale van het 11Li zich bevond tijdens de mobilisatie), kan informatie opleveren over de laatste update die aan de lijst werd aangebracht. Majoor Ordies, aan wie als eerste de buitgemaakte kaarten werden afgegeven, schrijft hierover in zijn verslag: “Des morceaux de cartes militaires allemandes me sont apportés au PC. La carte reconstituée montre que l’adversaire connaît parfaitement toutes nos lignes de défense ainsi que l’emplacement exact des PC de tous les échelons de commandement de la position. Ces documents, qui proviennent des débris de deux avions ennemis qui se sont télescopé dans la matinée en piquant sur Eigenbilzen, sont immédiatement transmis à l’ EM/11.”
  6. Kaart met de situatie van de bouw van het Albertkanaal in 1935. Er werd voorrang gegeven aan de verbinding van Luik met de Zuid-Willemsvaart. Alleen het proeftraject ter hoogte van Eigenbilzen werd in deze fase ook gerealiseerd door SEGTA.

    Originele kaart met de situatie van de bouw van het Albertkanaal in 1935. Er werd voorrang gegeven aan de verbinding van Luik met de Zuid-Willemsvaart. Alleen het proeftraject ter hoogte van Eigenbilzen werd in deze fase ook gerealiseerd door SEGTA.

    Het bedrijf SEGTA werkte van 1930 tot 1939 aan het Albertkanaal tussen Genk en Briegden. De werken waren net afgelopen wanneer de eerste gemobiliseerde infanterieregimenten aankomen langs het kanaal. De werfinfrastructuur is op dat ogenblik nog niet afgebouwd. De spoorlijnen (smalspoor) die op de kanaaloevers werden aangelegd om de graafmachines te vervoeren zijn dan nog niet afgebroken evenmin als de werfbarakken die dienden als huisvesting voor de kanaalarbeiders. Ook een klein dok met een drijvende kraan en schepen voor het vervoer van zand was nog niet ontruimd. Door de onstabiele ondergrond ter hoogte van Eigenbilzen werd het gedeelte van het kanaal tussen de Heseputstraat en de sifon van de Krieckaertbeek bij wijze van test door de gespecialiseerde firma SEGTA als eerste aangelegd tussen 1930 en 1935, tezamen met het traject Luik – Briegden. Indien het proeftraject niet gelukt was zou de rest van het traject nooit gebouwd worden. Dankzij een technisch hoogstandje werd dit gedeelte van het kanaal succesvol gebouwd en stond het licht op groen voor de aanleg van de rest van het kanaal volgens zijn huidig tracé. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=510/510_1531_000/510_1531_000_00705_000/510_1531_000_00705_000_0_0001.jp2 en http://www.eigenbilzen.nu/Kanaal.html [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].

  7. Oorlogsmonument aan de kerk van Eigenbilzen. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://www.tracesofwar.nl/sights/7588/Oorlogsmonument-Eigenbilzen.htm [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].
  8. Lt Govaerts is een reserveofficier die deelnam aan de Eerste Wereldoorlog en die nog maar vijf dagen in de compagnie aanwezig is (dit is vermoedelijk de reden waarom hij niet vermeld staat op de slagorde van het 11Li). Hij heeft sinds WOI aan geen enkele werderoproeping deelgenomen en is bijgevolg niet op de hoogte van de inzet van de nieuwe bewapening waarmee de compagnie is uitgerust noch van de laatste evolutie van de infanterietaktiek.  
  9. De pelotons van Sous-Lieutenant Chat en Sous-Lieutenant de Vasselot behoren tot het verkenningseskadron (oftewel Détachement de Découverte – DD) van Capitaine Montardy. Het DD van Capt Montardy had als opdracht de vorderingen van de vijand te jalonneren vanaf het Albertkanaal (tussen Lanaken en Vroenhoven) tot de lijn Tienen – Hannuit. Hiertoe werd telkens één verkenningspatrouille ter sterkte van een peloton uitgestuurd naar de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven. Het eskadron maakt deel uit van het Franse 12ème Régiment de Cuirassiers [12(FRA)RC] dat was belast met een dekkingsopdracht tijdens de inplaatstelling van het Franse Cavaleriekorps [(FRA)CC]. Volgens de geallieerde planning zal het (FRA)CC stelling nemen op de transversaal Tienen – Hannuit – Hoei als voorhoede van het 1(FRA)Leger dat zal worden ontplooid op de lijn Waver – Namen [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=586 [Laatst geraadpleegd 10 juni 2023]. De pelotons beschikten over enkele pantserwagens (oftewel Auto-Mitrailleuses de Découverte – AMD) Panhard en enkele moto’s met zijspan van het type Gnome-Rhône. Het spoor van het 12(FRA)RC door België werd gereconstrueerd door A. Bikar in zijn naslagwerk “Les détachements de découverte du 12e cuirassiers français de la 3e Division Légère Mécanique en Belgique, les 10, 11 et 12 mai 1940”. In een naslagwerk bundelde hij vermeldingen van de aanwezigheid van de Franse verkenningsdetachementen in de verschillende documenten van Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  10. Een dwarsstelling of bretel wordt normaal opgericht wanneer de vijand de linies doorbreekt en dient om de eenheden in lijn die niet opgesteld staan daar waar de doorbraak gebeurde de tijd geven om het contact af te breken.
  11. Het peloton van de Franse Sous-Lieutenant Erny behoorde tot het verkenningseskadron (oftewel Détachement de Découverte – DD) van Capitaine Renoult een tweede verkenningseskadron uitgestuurd door het 12(FRA)RC. Het DD van Capt Renoult had als opdracht de vorderingen van de vijand te jalonneren vanaf het Albertkanaal (tussen Hasselt en Lanaken) tot de lijn Tienen – Hannuit. Hiertoe werd telkens één verkenningspatrouille ter sterkte van een peloton uitgestuurd naar de bruggen van Hasselt, Godsheide, Diepenbeek en Zutendaal. Het peloton van SLt Erny was op 10 mei opgerukt tot de brug van Zutendaal en was nu op terugweg naar Tongeren toen ze ter hoogte van Schalkhoven op de Duitse flankhoede stoten.  
  12. Het betreft hier vermoedelijk een Duitse flankbeveiligingseenheid (meestal verkenners) van het IIde Bataljon van het Duitse 36ste PzRegt die op zijn beurt deel uitmaakt van de flankhoede van de  4de PzDiv. Deze flankhoede moest verhinderen dat de Duitse opmars via Tongeren en Hannuit richting 1(FRA)Leger in de flank werd aangevallen door voorbijgestoken Belgische eenheden. 
  13. Het vuurgevecht werd op 11 mei 40 waargenomen door een ooggetuige, een burger, die zich in een schuilplaats langs de Katteveldstraat te Werm bevond. Het verhaal werd opgetekend door Els Hellinx en verder onderzocht door Pierre Baerten van de heemkundige kring van Werm. Het onderzoek van Pierre Baerten liet toe de gebeurtenis te reconstrueren en het sneuvelen van Soldaat Blokken aan de feiten te linken. In het persoonlijk dossier van Soldaat Blokken zit een document waarbij na de oorlog navraag gedaan wordt naar de omstandigheden van het sneuvelen van Sdt Blokken. Lt Petithan, de compagniecommandant van de 6Cie, kon geen verdere informatie geven; Lt Frère zijn pelotonscommandant heeft nooit geantwoord. De enige bron, met uitzondering van eventuele Duitse velddagboeken en overlijdensakten, blijft voorlopig het ooggetuigenverslag. Jean Blokken is trouwens de enige Belgische militair die in Hoeselt sneuvelde [On Line beschikbaar]: Dead person | Belgian War Dead Register [Laatst geraadpleegd 3 september 2023]. Hij werd initieel begraven op het kerkhof van Hoeselt en later naar het kerkhof van Hasselt aan de Sint-Tuidersteenweg overgebracht.
  14. Uit nazicht van de organisatietabellen van de 4(DEU)PzDiv blijkt dat enkel de divisiestaf en het 103(DEU)AR over bussen beschikten. De divisiestaf zal op de hoogte geweest zijn van het feit dat de baan Bilzen – Tongeren nog niet vrij van vijand was. Het HK van de 4(DEU)PzDiv verplaatste zich op dat moment trouwens van Vroenhoven naar Berg om er stelling te nemen. Het artillerieregiment, dat zich tussen Mopertingen en Kleine – Spouwen bevond, was niet op de hoogte van de exacte positie van de frontlijn omdat het regiment op 11 mei gedurende de ganse dag geen verbinding had met de Staf van de 4(DEU)PzDiv. Het konvooi dat door de achterwacht van 11Li onder vuur genomen werd bestond vermoedelijk uit voertuigen van het 103(DEU)AR die het installatiepersoneel vervoerden voor het markeren van nieuwe artilleriestellingen nabij Tongeren. Op het Duits militair kerkhof liggen vijf Duitse militairen van het 103(DEU)AR begraven die op 11 mei sneuvelden te Tongeren en die allen omgekomen zijn bij één en hetzelfde incident. Alleen werd Tongeren tegen de middag reeds bereikt door de Duitse voorhoede en behoudens enkele schermutselingen werd in Tongeren niet meer gestreden, zeker niet door elementen van het 103(DEU)AR. Verder onderzoek moet uitwijzen of de vijf gesneuvelde Duitse militairen van het 103(DEU)AR zijn omgekomen bij de schermutseling met het 11Li. Bronnen: lijst met gesneuvelden begraven op het Duits militair kerkhof van Lommel, “Geschichte des Artillerie-Regiment 103 – Panzer-Artillerie-Regiment 103 vom 1.8. 1938 bis 9.5.1945 – Joachim Neumann (Hrsg.), Selbstverlag, Bonn-Bad Godesberg 1995, 126 Seiten”, uittreksel uit het velddagboek van de Staf 4(DEU)PzDiv in de archieven van Moukou, organisatietabellen van de eenheden van de 4(DEU)PzDiv.
  15. Er blijkt een misverstand te zijn ontstaan tussen de Staf/11Li en III/11Li bij de terugtocht van het kanaal. De opgelegde terugtochtweg werd gemarkeerd door de dorpen Hoelbeek, Waltwilder, Martenslinde en Rijkhoven die feitelijk bedoeld waren als doorgangspunten naar Hoeselt. Blijkbaar werd Rijkhoven door III/11Li aanzien als eindpunt van de terugtocht aanzien III/11Li er zich verdedigend opstelt. Het is nooit de bedoeling geweest dat wie dan ook van de 4Div zich zou opstellen te Rijkhoven dat trouwens in de sector van de 7Div lag en tot kort voor de middag nog gehouden werd door het Bn CyF Lim.
  16. De lichamen van de Soldaten Liebaert en Stevens worden pas op 17 mei teruggevonden te Mal (nu een gehucht van Tongeren). Het vreemde is dat Cdt Dewaet geen melding maakt van gesneuvelden bij de schermutseling ten zuiden van Genoelselderen en bevestigt dat de meeste zo niet alle manschappen gevangen genomen zijn gezien de compagnie omsingeld was. Mal ligt toch nog een zevental kilometer zuidoostwaarts van de plaats waar contact gemaakt werd met de vijand. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen wat er in Mal precies is gebeurd. Zijn de twee onfortuinlijke soldaten kunnen ontsnappen en later op de dag omgekomen in een gevecht of ze zijn omgekomen in krijgsgevangenschap. Op de overlijdensakte van beide soldaten, ons overgemaakt door Mevr Veerle Vandoren van de stad Tongeren, staat enkel vermeld dat ze op 17 mei ‘levensloos’ zijn aangetroffen in het Langebroekveld (Soldaat Liebaert) en in het Ruttendael (Soldaat Stevens).
  17. Kolonel Horckmans laat in zijn verslag verstaan dat reeds op 12 mei geweten was dat LtGen De Graeve vervangen zou worden door GenMaj Van Trooyen, divisiecommandant van de 7Div. De officiële bevelsoverdracht zou pas plaatsvinden op 15 mei. Verder onderzoek moet uitwijzen of het inderdaad op 12 mei al geweten was dat LtGen De Graeve vervangen zou worden.
  18. Slagorde 11Li waarbij de hernummering van de compagnies van I/11Li wordt uitgelegd.

    Slagorde 11Li waarbij de hernummering van de compagnies van I/11Li wordt uitgelegd.

    Sommige bronnen vermelden dat er tijdens de reorganisatie te Humbeek een hernummering van de compagnies van I/11Li gebeurde waarbij de 2Cie van Lt Helleputte de nieuwe 1ste Compagnie wordt en de nieuw samengestelde compagnie van Cdt Mathys de 2de Compagnie zou vormen (zoals onder andere beschreven in de slagorde 11Li). Voor de site werd deze hernummering niet overgenomen omdat in de meeste naoorlogse verslagen, maar ook bij de vermelding op het dagorder van de 4Div van 27 mei, de compagnie van Lt Helleputte steevast als 2Cie wordt aangeduid. In documenten opgesteld tijdens de veldtocht (orders en velddagboeken) is allicht rekening gehouden met de hernummering waardoor enige verwarring kan ontstaan. Daar waar twijfel bestaat over de nummering wordt verwezen naar de Compagnie Helleputte en de Compagnie Mathys. 

  19. Générale d’Armée Gaston Billotte was de bevelhebber van de 1ste Franse Legergroep die vanaf 12 mei de oorlog in België leidde. Het betreft de coördinatie van de operaties van het 1ste Franse Leger, het 7de Franse Leger, de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische Leger. Op 16 mei werd duidelijk dat deze Legergroep dreigde omsingeld te worden na de Duitse opmars van Sedan richting Franse kust. Achtergrondinformatie bij Generaal Billotte [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Gaston_Billotte [Laatst geraadpleegd 28 december 2023].
  20. Achtergrondinformatie bij bunker D22 [On Line beschikbaar]  Wetteren, Steunliniebunker Viaduct Kwatrecht D22, D22 (bunkergordel.be) [Laatst geraadpleegd 4 januari 2024]. Deze uitgebreide site beschrijft de exacte ligging van de bunkers van de bunkergordel TPG en bevat ook een gedetailleerde beschrijving van de gevechten die zich in en rond de bunkers afspeelden.
  21. Vanaf april 1940 werd de zendinstallatie van Radio Vlaanderen in de Schaperstraat 44 te Lemberge (Merelbeke) bewaakt door rijkswachters. Begin mei werden deze vervangen door een veertigtal militairen van de 3Cie van het VIIde Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (VII/GVCE). De algemeen verantwoordelijke van het zendstation T. Bailleul heeft nog tijdens de mobilisatie gesloten omslagen gekregen met de te volgen procedure bij een eventuele Duitse inval. In de ochtend van 10 mei 1940 werd hij telefonisch door de militaire overheid gecontacteerd om de  omslagen te openen en de gekregen richtlijnen uit te voeren. De radio moest mobilisatieberichten uitzenden en zolang mogelijk in de ether te blijven. Vanaf 11 mei 1940 werd het signaal van de NIR op regelmatige basis overgenomen en doorgestuurd. Toen op 17 mei 1940 de frontlinie opschoof richting Gent, blies de Belgische genie de zendmast op. Radio Vlaanderen is het langst in de ether gebleven. Achtergrondinformatie bij zendstation Merelbeke [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/36411 [Laatst geraadpleegd 5 augustus 2023].  Het gebouw bestaat nog steeds maar is omgevormd tot een woning [On line beschikbaar]: 44 Schaperstraat – Google Maps [Laatst geraadpleegd 4 januari 2024].
  22. Verder onderzoek moet uitwijzen wie de drie T13 moest leveren. In de verschillende bronnen die rapporteren over de aanval worden de drie T13 tijdens de uitvoering van de aanval niet vermeld, enkel de aanwezigheid van de twee ACG-1 wordt beschreven. De reden waarom ze (vermoedelijk) niet zijn ingezet bij de tegenaanval dient nog achterhaald te worden.
  23. Achtergrondinformatie bij spoorwegbunker D19 [On Line beschikbaar]: Wetteren, Steunliniebunker D19, D19 (bunkergordel.be) [Laatst geraadpleegd 8 januari 2024].
  24. Cdt Borzée schrijft in zijn naoorlogs verslag hierover het volgende: “Je rejoint le PC – l’église de Quatrecht au moment que les deux AB filent le longs de la grande route vers l’arrière. Ils avaient tout just conduit la 2Cie jusque la lisière, mais n’avaient pas dépassé la grande route pour aider la 1Cie.” Hij kan slechts één ACG-1 zien passeren hebben, de andere is manifest blijven staan op de plek waar het voertuig buiten gevecht werd gesteld (van het voertuig zijn talloze foto’s genomen door de Duitse propagandadienst). Cdt Borzée was in 1945 toen hij het verslag schreef vermoedelijk niet op de hoogte van wat er zich heeft afgespeeld nabij het Bourgondisch kruis. Het voertuig dat hij heeft zien passeren, waarvan de toren buiten gevecht was gesteld, werd later door de chauffeur achtergelaten ter hoogte van Zwijnaarde.
  25. Voor hun aandeel in de tegenaanval richting Kwatrecht werden Luitenant Helleputte en de Soldaten Hallaert en De Becker van de 2Cie I/11Li door Generaal-majoor Van Trooyen op 27 mei voorgesteld voor een vermelding op het legerdagorder. Sergeant Van Hout werd vermeld op het dagorder van de 4Div van 27 mei.
  26. Achtergrondinformatie bij de hoeve “Goed ter Biest” [On Line beschikbaar]: Hoeve ‘t Goed ter Biest | Inventaris Onroerend Erfgoed en 53 Heerdweg – Google Maps  [Laatst geraadpleegd 8 januari 2024].
  27. Lijst van de gesneuvelden te Meigem op 25 mei 1940 [On Line beschikbaar]: Belgian War Dead Register |  [Laatst geraadpleegd 8 januari 2024].
  28. Herdenkingsplaat voor de gesneuvelde onderofficieren van het 11Li tijdens zowel de eerste als de tweede wereldoorlog op de gemeentelijke begraafplaats Kruisveld te Hasselt. De herdenkingsplaat draagt het opschrift: “In Memoriam, Eretabel der Onder-officieren van het 11e Linie gestorven voor het vaderland“. Het valt op dat niet alle tijdens WO II gesneuvelde onderofficieren op het monument vermeld staan, behoudens enkele uitzonderingen enkel de actieve onderofficieren.
  29. Krantenartikel in een Britse krant van 1 oktober 1941 die het bombardement van Stettin op 30 september verslaat. Er wordt gesproken van een zwaar bombardement gevolgd door een grote brand. [On Line beschikbaar]:  https://trove.nla.gov.au/newspaper/article/17766675 en https://www.ww2today.com/p/an-airmans-first-and-last-operational [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023]. De vermoedelijke Belgische slachtoffers van het bombardement liggen met grote waarschijnlijkheid begraven op een militair ereperk van het Centraal kerkhof van Szczecin waar er een monumentje staat ter nagedachtenis van 33 omgekomen Belgische krijgsgevangenen die op het kerkhof van Szczecin begraven zijn. [On Line Beschikbaar] http://cmentarze.szczecin.pl/chapter_11964.asp?soid=B4EA1ADC41E24C86B1B81E127D4735DD [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023]. De omstandigheden van het incident worden uitvoerig beschreven in het boek “Dans le ghetto des barbelés” van François Rouard, een ooggetuige. [On line beschikbaar]: https://www.maisondusouvenir.be/francois_rouard.php [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].
  30. Uitgebreid getypt verslag opgesteld in het Frans door Kolonel Horckmans, bevelhebber van het 11Li. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 11Li bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  31. Getypte verklaring opgesteld op 10 maart 1946 door Majoor Proth, bataljonscommandant van I/11Li, betreffende de gebeurtenissen bij het I/11Li op 10 en 11 mei 1940. De verklaring bevindt zich in het dossier van het 11Li bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  32. Overzichtstabel van de geleden verliezen tijdens de gevechten te Bilzen, opgesteld op 17 mei door de Staf/11Li en overgemaakt aan de Staf/4Div. De nota bevindt zich in het dossier van het 11Li bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  33. Gedetailleerd getypt verslag in het Frans, opgesteld op 18 oktober 1945 door Cdt Borzée, commandant I/11Li vanaf 17 mei 1940, betreffende de gebeurtenissen bij het I/11Li. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 11Li bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. Cdt Borzée zal in 1947 tijdens een militaire onderzoekscommissie slecht leiderschap verweten worden maar zal slechts een lichte sanctie ontvangen omwille van zijn inzet voor het gewapende verzet tijdens de bezettingsjaren. Merkwaardige vaststelling bij het verslag; iemand (onderzoeker of bezoeker aan de leeszaal van het archief) heeft het nodig gevonden om in de kantlijn handgeschreven commentaar toe te voegen daar waar hij vond dat er pertinente onwaarheden in het verslag vermeld werden. De aangehaalde onwaarheden zijn ontstaan door conclusies die Cdt Borzée getrokken heeft uit wat hij daadwerkelijk zag gebeuren. Hij heeft één ACG-1 pantserwagen zien passeren langs zijn CP en eruit afgeleid dat de twee pantserwagens het gevecht vroegtijdig hebben gestaakt en zich hebben teruggetrokken binnen de bevriende linies. Hij zal in 1945 (toen hij het verslag opstelde) allicht niet geweten hebben dat de twee AGC-1 opgerukt zijn tot bij het Bourgondisch kruis en dat de pantserwagen die hij zag passeren het buiten gevecht gestelde voertuig van OLt Schreiber was. De inconsistenties in het verslag van Cdt Borzée werden trouwens in november 1979 nog eens op papier gezet door generaal e.m. Gillet die in 1940 als kapitein de functie waarneemt van Chef 1ste Bureau (bureau operaties) op de staf van de 2Div en die verantwoordelijk was voor de planning van de tegenaanval die I/11Li moest uitvoeren. Het document van generaal e.m. Gillet maakt opmerkingen bij het verslag van Cdt Borzée daar waar hij denkt dat er onwaarheden vermeld zijn (Het valt niet uit te sluiten dat de opmerkingen die in de kantlijn van het oorspronkelijke document geschreven zijn afkomstig zijn van generaal e.m. Gillet – TBC). In 1975 was er echter al veel meer informatie (oa foto’s uit Duitse archieven) beschikbaar om de situatie te beoordelen. Het document van generaal e.m. Gillet bevindt zich eveneens in het dossier van 11Li in het archief van ADIV.
  34. Gedetailleerd getypt verslag in het Nederlands, opgesteld op 15 december 1945 door Cdt Goole, commandant 5/II/11Li, betreffende de gebeurtenissen bij het II/11Li. Cdt Goole nam het bevel van II/11Li over na het sneuvelen van Cdt Hoebanx. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 11Li bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  35. Gedetailleerd getypt verslag in het Frans, opgesteld op 24 december1945 door Maj Ordies, commandant IIII/11Li, betreffende de gebeurtenissen bij het IIII/11Li. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 11Li bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  36. Slagorde officieren van 11Li, archief van de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. De slagorde vermeld wie waar werd gevangen genomen en hoe het regiment werd gereorganiseerd na de aftocht van het Albertkanaal.
  37. Persoonlijk dossier Soldaat Frederic Reynaerts, stamnummer 111/89795, vermist te Deinze op 26 mei 1940. Als vermist opgegeven door OLt Cornelis en officieel dood verklaard op 1 april 1948 door R. De Man, minister van wederopbouw.
  38. Velddagboek van IV/11Li, handgeschreven bijgehouden in het Frans van 10 mei 1940 tot het 25 mei. De Staf van het IVde Bataljon bevond zich nagenoeg de ganse veldtocht bij de commandopost van 11Li. Het velddagboek geeft dan ook een goed beeld van wat er zich op de CP van 11Li afspeelde en is trouwens het enige document met betrekking tot de gebeurtenissen bij 11Li dat dateert van tijdens de veldtocht. Laatst genoteerd radiobericht van Staf/11Li aan de Staf/4Div vermeld in het velddagboek luidt als volgt: “Sommes pris à revers et encerclés. Unités prisonnières d’autres en fuite. Que faut-il faire ?“.
  39. Overlijdensakte Soldaat Alphonse Liebaert, archieven stad Tongeren, opgesteld op 17 mei 1940 door Jean Ramaekers, burgemeester van Mal. Het document is geen akte van overlijden maar een akte van het “levensloos terugvinden van een lijk te Langbroekveld” door veldwachter Hendrik Boulogne. De plaatsnaam Langbroekveld is momenteel in onbruik geraakt maar volgens het oud kadaster van Tongeren kan de plaats gesitueerd worden ter hoogte van de Landbroekweg. 
  40. Overlijdensakte Soldaat Albert Stevens, archieven stad Tongeren, opgesteld op 17 mei 1940 door Jean Ramaekers, burgemeester van Mal. Het document is geen akte van overlijden maar een akte van het “levensloos terugvinden van een lijk in Ruttendael” door veldwachter Hendrik Boulogne. De plaatsnaam Ruttendaal is eveneens in onbruik geraakt maar bevindt zich ter hoogte van de huidige Blauw-Geitweg. Zowel de Landbroekweg als de Blauwe-Geitsweg bevinden zich ten noorden van Mal.