1ste Divisie Ardeense Jagers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Divisie Ardeense Jagers | 1 D ArdJ
1er Division de Chasseurs Ardennais | 1 D ChA
Type Infanteriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Groepering Keyaerts
Bevelhebber Generaal-majoor Victor Descamps
Stafchef Majoor SBH E. Levecq
Commandant Artillerie n.v.t.
Commandant Transportkorps Kapitein-commandant graaf Etienne (Thierry) de Briey
Chef Gezondheidsdienst Geneesheer Majoor E. Lens
Intendant Luitenant A. Orban
Standplaats Alarmstelling en Voortuitgeschoven Stelling Ardennen
Commandopost te Neufchateau
Samenstelling Hoofdkwartier
  1ste Regiment Ardeense Jagers
  2de Regiment Ardeense Jagers
  (3de Regiment Ardeense Jagers-> Afgedeeld bij Groepering Keyaerts
  1ste Compagnie 19de Bataljon Genie
  19de Compagnie Transmissietroepen
  Ambulance Ardeense Jagers (Geneesheer 1ste Kapitein Lefebvre)
  Compagnie Intendance (Luitenant M. Mondron)
  Transportkorps Staf (Kapitein-commandant X. Habaru)
    Peloton Luchtafweermitrailleurs (Lt jonkheer P. de Kerckhove)
    Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt J. Toussaint)
    Autopeloton voor Ravitaillering en Materieel (Lt M. Hansenne)
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt E. Brassine)
  Provoost (Luitenant R. Boulanger)

Tijdens de mobilisatie

Generaal-majoor Victor Descamps.

Op 26 augustus 1939 wordt de Divisie Ardeense Jagers op oorlogsvoet gebracht. De staf mobiliseert te Marche en verhuist twee dagen later naar Pont-de-Bonne om zich op 1 september te Braives te installeren. Op 11 november wordt het hoofdkwartier overgebracht naar Fumal en op 22 november naar Neufchateau. Op die datum wordt de divisie eveneens ontdubbeld in een 1ste en 2de divisie.

De 1ste divisie is sinds november 1939 toegewezen aan de Groepering Keyaerts die instaat voor de verdediging van de alarmstelling en de vooruitgeschoven posities in het zuidoosten van het land.

De definitieve missie van de Groepering Keyaerts wordt vastgelegd op 12 februari 1940 met de geheime, persoonlijke nota 41/34 van het Groot Hoofdkwartier aan Maurice Keyaerts.  De generaal krijgt hierin de volgende taken opgelegd:

  • De 1ste Divisie Ardeense Jagers blijft de oostelijke landsgrens bewaken tussen Vielsalm in het noorden en Messancy in het zuiden, moet bij een vijandelijke inval door Duitsland een vertragend gevecht leveren in de richting van de Hoyoux-Ourthe Stelling tussen La Roche in het noorden en Erezee in het zuiden.
  • Bij aankomst op de Hoyoux-Ourthe Stelling zal de volledige groepering verantwoordelijk worden voor de verdediging tussen Comblain-au-Pont in het noorden en Durbuy in het zuiden.
  • Vervolgens zal de ganse formatie de Maas oversteken om op de linkeroever de verbinding te verzekeren tussen het IIIde Legerkorps te Luik en het VIIde Legerkorps te Namen.  Hierbij zal de rivier verdedigd worden tussen Seraing in het noorden en Hoei in het zuiden.  De groepering zal hierbij post vatten tussen Engis in het noorden (exclusief) en Hoei in het zuiden (exclusief).
  • De verdediging van de Maas mag slechts opgegeven worden op het bevel van het Groot Hoofdkwartier.  Vervolgens zal de Groepering Keyaerts zich terugtrekken in de richting van Gembloers en Waver.

Bij het algemeen alarm van 9 april 1940 ten gevolge van de Duitse inval in Noorwegen en Denemarken, werd de Groepering Keyaerts in staat van alarm geplaatst met front naar het zuiden.  Hierbij werd het 1ste Regiment Gidsen langsheen de Lesse ontplooid, en het 2de Regiment Lansiers langsheen de Semois.  Op 13 april werd het alarm afgeblazen en opnieuw een naar het oosten gerichte opstelling aangenomen.  Hierbij werd de Groepering Goffinet opgericht om de verdediging van de Ardennen te verlengen tot Messancy in het uiterste zuiden van het land.  Deze groepering onder leiding van de Cavaleriecommandant van de 1ste Cavaleriedivisie omvat het volledige 1G, de IIde Groep van het 2L, en het “Detachement Arlon” rond de 1Cie en 9Cie van het 1ChA.  De groepering krijgt de uitdrukkelijke opdracht om zich bij een grote vijandelijke aanval doorheen het Groot-Hertogdom Luxemburg terug te trekken zonder strijd te leveren, en is slechts verantwoordelijk voor het uitvoeren van het vernielingsplan.

Twee dagen later, op 15 april 1940, vervoegen Generaal-majoor Goffinet en zijn staf opnieuw het hoofdkwartier van de 1ste Cavaleriedivisie te Saint-Hubert.  De troepen van de groepering blijven op hun nieuwe posities.  Tijdens het vooralarm in de nacht van 7 op 8 mei werd het 1ste Regiment Gidsen onttrokken aan de Groepering Goffinet en naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling teruggeroepen.

Aan de vooravond van de Duitse invasie staan het III/1ChA, I/2ChA, 10/2ChA en het 3ChA onder het commando van de Groepering Keyaerts.  De overige eenheden van de divisie zijn ontplooid tussen Houffalize in het noorden en langsheen de lijn Bastenaken-Aarlen tot in het dorp Messancy in het zuiden:

  • Het hoofdkwartier van de divisie is opgesteld te Neufchâteau.
  • Het 2ChA bewaakt de ondersector Houffalize-Bastogne met zijn IIIde Bataljon in het noorden en het IIIde Bataljon in het zuiden, en heeft zijn commandopost te Amberloup.
  • Het 1ChA bewaakt de grenszone tussen Assenois en Martelange met het Iste Bataljon in het noorden en het IIde Bataljon in het zuiden, en heeft zijn commandopost eveneens te Neufchâteau.
  • De 1Cie en 9Cie van het 1ChA bevinden zich te Aarlen en vormen het “Detachement Arlon” onder het bevel van Kapitein-commandant Mathen.  Dit detachement vormt samen met II/2L de Groepering Goffinet.
  • De 6Cie van het 1ChA staat onder het directe bevel van het regiment, en is opgesteld in Bologne nabij Habay-la-Neuve.

Voor de terugtocht van de alarmstelling naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling heeft de divisie voor elk van de vier bataljons een aparte route opgelegd gekregen.  Van noord naar zuid:

  • Route 1 (III/2ChA): Longchamps – Bertogne – Laroche – Melreux – Petit-Han – Durbuy – Tohogne
  • Route 2 (II/2ChA): Bastogne – Barrière de Champlon, Marche, Somme-Leuze – Petit-Somme – Palenge
  • Route 3 (I/1ChA): Nives – Morhet – Bonnerue – Saint-Hubert – Masbourg – Forrières – Jemelle – Hargimont – Aye – Sinsin – Pessoux – Méan – Ocquier – Ochain
  • Route 4 (II/1ChA): Martelange – Fauvillers – Neufchâteau – Recogne – Saint-Hubert – Masbourg – Forrières – Jemelle – Hargimont – Aye – Sinsin – Pessoux – Méan – Ocquier – Ochain
  • De 7Cie van het 1ChA moet de route van het IIde Bataljon vervoegen te Neufchâteau.  De 1Cie van het 2ChA moet Route 4 vervoegen te Serpont.  De 6Cie van het 1ChA moet eveneens aansluiten op Route 4 te Offaing.

Staf 1DivChA
De divisiestaf wordt om 00u30 in staat van alarm gebracht door de Groepering Keyaerts.  Alle eenheden worden onmiddellijk verwittigd en het vernielingsplan wordt in actie gezet.  Kort na het algemeen alarm wordt de IIde Groep van het 2L teruggeroepen naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling.  Ten gevolge van deze beslissing houdt de Groepering Goffinet op te bestaan, en blijft het Detachement Arlon achter zonder mitrailleurs, anti-tankwapens of pantserwagens.

Even na 02u00 geeft de Groepering Keyaerts de toestemming om alle elektrische compassementen aan te sluiten op de explosieve ladingen.  Een half uur later beveelt de divisiestaf om de voertuigen van de echelons samen te brengen te Neufchâteau.  Om 03u00 dan weer mogen de eenheden overgaan tot het opeisen van alle civiele voertuigen die op de slagorde voorzien zijn, maar tijdens de mobilisatie tijdelijk werden teruggegeven aan het eigenaars.

De Groepering Keyaerts laat om 03u45 alle vernielingen van Categorie 1A aanzetten.  Deze omvatten alle hindernissen op de wegen komende van het Groot Hertogdom Luxemburg.  De laatste springladingen worden om 05u30 aangezet.  De detachementen van het 1ChA te Aarlen en de Bologne hebben de toestemming om zich terug te trekken naar Neufchâteau zodra de vernielingen uitgevoerd zijn.  De laatste troepen zullen Aarlen echter pas verlaten rondom 08u30, op het ogenblik dat de eerste Duitse verkenners de stad reeds binnengereden zijn.

Om 05u00 wordt de opdracht gegeven om de hindernissen van Categorie 1B te laten springen.  Deze vernielingen bevinden zich doorheen de sector en zijn gepland om de terugtocht van de divisie te dekken.

Rond hetzelfde tijdstip komt een verontrust berichten binnen van het detachement van de 6Cie van het 1ChA te Corne du Bois des Pendus.  Nabij Léglise en Rancimont zou een luchtlandling aan de gang zijn door vijandelike observatieviegtuigen.  Het gaat hier om de eerste tros Fieseler Storch toestellen met infanteristen van het Infanterieregiment Grossdeutschland van het XIX(DE) Korps, een onderdeel van de Panzergruppe von Kleist.  Ongeveer 400 militairen van dit regiment worden met lichte vliegtuigjes neergezet bij Léglise, Witry en Nives om de opmars van hun legerkorps te beveiligen.  De operatie draagt de naam Operation Niwi.  Diverse berichten van het 1ChA en van de Rijkswachtbrigades te Neufchâteau en te Mellier blijven intussen aankomen met verder meldingen van luchtlandingen.  Zowel parachustisten als ook laag overvliegende toestellen worden hierbij gemeld.

De staf van de Groepering Keyaerts beveelt diverse tegenacties.  Om 05u15 wordt gevraagd om de 10de Compagnie van het 1ChA naar de vijandelijke landingen te Léglise en Rancimont uit te sturen.  Een tweetal uur later, om 07u35 wordt bevolen om na de terugtocht van het Detachement Arlon de 1Cie te Neufchâteau te behouden om hier samen met de 7Cie de stad te verdedigen.  De 1Cie van het 2ChA krijgt dezelfde opdracht met betrekking tot Libramont en Recogne.  De 10Cie van het 2ChA moet zich eveneens klaar houden om mobiele acties te ondernemen.

Om 13u15 verstuurt de staf van de Groepering Keyaerts opnieuw enkele instructies in een reactie op de Operation Niwi.  Deze keer worden de marsroutes van de terugtrekkende eenheden aangepast om de Duitse landingszones te vermijden.  Zo moeten de 4Cie en de 5Cie van het 1ChA Neufchâteau vervoegen via Strainchamps en Juseret om Witry en Traimont te vermijden.  De 6Cie van het 1ChA moet via Marbehan omrijden om Rancimont te mijden.  De 2Cie en de 3Cie tenslotte moeten via Assenois en Sibret terugtrekken om niet langsheen Nives en Remichampagne te moeten passeren.

In de vooravond beveelt de Groepering Keyaerts aan de divisie om de aftocht naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling aan te vatten.  Het 1ChA moet als meest zuidelijke eenheid als eerste zijn posities verlaten vanaf 17u00, gevolgd door het 2ChA om 19u00 en het 3ChA om 20u45.

Staf 1DivChA
De divisiestaf komt aan te Ouffet tijdens de eerste helft van de nacht van 10 op 11 mei.  Van west naar oost zullen het 1ChA, 2ChA en 3ChA opgesteld worden in sector west van de Hoyoux/Ourthe-Stelling.  Tussen Hoei en Gros-Chêne maakt het 1ChA de verbinding met de maas.  Gros-Chêne tot Petit-Han staat het 3Cy opgesteld.  Vanaf Petit-Han tot Vieuxville dekt het 2ChA de oever van de Ourthe, gevolgd door het 3ChA.  De Groepering K beveelt nog tijdens de tweede helft van de nacht om het niet voor het gevecht noodzakelijke wagenpark over te brengen naar de linkeroever van de Maas, ten westen van Hoei en Amay.  De inplaatsstelling van de troepen op de Hoyoux/Ourthe-Stelling moet tegen de ochtend afgerond zijn.

De divisie ontvangt overdag het bevel om tijdens de nacht van 11 op 12 mei de Hoyoux/Ourthe-Stelling te verlaten.  Dit gebeurt via het Geheim Bevel 2Bis van de Groepering Keyaerts.  Dit document bepaalt dat de 1DivChA de Maas zal oversteken om vervolgens tussen Hoei in het westen en Engis in het oosten de oever van deze rivier te verdedigen.  De divisie moet alzo het sluitstuk vormen van een ononderbroken positie langsheen te Maas van Namen tot Luik met de troepen van het VIIde Legerkorps en het IIIde Legerkorps.  Binnen de nieuwe sector van de divisie zullen drie overgangspunten over de Maas bewaakt worden: de brug te Ombret-Rausa. de brug te Hermalle-sous-Huy en de militaire bootbrug van de Autobruggentrein te Le Ponton.  Het 1ChA, 3Cy en 2ChA zullen als eerste terugtrekken om 21u00, gevolgd door het 3ChA om 22u00.

Dit bevel zal echter achterhaald worden door de gebeurtenissen in de Versterkte Positie Luik en de beslissing van het GHK in de late namiddag van 11 mei om het IIIde Legerkorps naar het zuidwesten terug te trekken.  Vanaf ongeveer 19u45 heeft het Groot Hoofdkwartier tevergeefs geprobeerd om contact op te nemen met de staf van de Groepering Keyaerts die voortijdig zijn standplaats te Sonheit-Tinlot verlaten heeft en naar Fallais onderweg is.  De Duitse pantserformaties die ten noorden van Luik het Albertkanaal zijn overgestoken, zouden zich reeds in de buurt van Borgworm bevinden.  De verdediging van de Maas tussen Hoei en Engis is hier door een irrelevantie geworden, en de ganse Groepering Keyaerts moet naar het westen van de Versterkte Positie Namen terugtrekken.

Staf 1DivChA
Het bevel om naar Namen te vluchten bereikt de staf van Generaal-majoor Descamps pas om 00u45, en kan slechts met grote moeite overgemaakt worden aan de verschillende eenheden van de divisie.  Zo heeft de divisiestaf tijdelijk geen contact meer met het 2ChA, en is het Kolonel Robert van het 3ChA die de gewijzigde orders enigszins toevallig kan overmaken aan dit regiment.

De vernieling van de bruggen over de Maas zal er bovendien toe leiden dat sommige elementen van de divisie de tocht naar Namen dienen te maken via de zuidelijke oever van de rivier in de hoop om in deze stad de bevriende oever te kunnen vervoegen.  Zo wordt de brug te Ombret-Rausa wordt om 01u00 opgeblazen, gevolgd door de bruggen te Engis en te Hermalle-sous-Huy omstreeks 02u30, de webbrug te Hoei om 03u30, en de spoorbrug te Hoei om 04u55.  Dit gebeurt telkens door een technische wacht van het 21ste Bataljon Genie.  De bruggen te Namèche, Sclayn en Andenne zijn reeds op 11 mei rondom 21u30 vernield door het 6de Bataljon Genie.

De divisie moet zijn eenheden die via de linkeroever van de Maas terugtrekken, samenbrengen te Temploux en Mazy.  De elementen die de rechteroever volgen zullen via Saint-Gérard-Fosses de zelfde bestemming moeten vervoegen.

De formaties van de divisie bereiken hun hergroeperingszone vanaf de vroege namiddag.  Bij de verplaatsingen raken diverse detachementen voorlopig of definitief het contact kwijt met hun hogere echelons.

De Luftwaffe ontdekt de colonnes van de Ardeense Jagers en lanceert een zware luchtaanval tussen 15u00 en 18u00 waarbij tientallen militairen het leven laten. Het zwaartepunt van het bombardement ligt te Temploux, waar vooral het 3ChA rake klappen moet incasseren en 56 doden zal betreuren. Ook het 1ChA krijgt er zwaar van langs. Majoor De Neeff, bevelhebber van het IIde bataljon, komt om. Commandant Flebus neemt het bevel over.

Aan het eind van de dag krijgt de divisie een nieuwe opdracht. De divisie zal het zuidelijk deel van de oorspronkelijke Belgische linie bezetten tussen de Versterkte Positie Namen en Perwez om de inplaatsstelling van het Franse 1ste Leger op de as Waver-Gembloers-Namen te dekken ontplooit. Perwez, Aische-en-Refail en Liernu zullen verdedigd worden door respectievelijk het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers, het Iste Bataljon van het 3de Regiment Cyclisten en het IIde Bataljon van het het 2de Regiment Ardeense Jagers. De overige elementen van de divisie bezetten de tussenliggende zones met van noord naar zuid 3ChA, 2ChA en 1ChA. Het II/3Cy vormt de reservemacht nabij Grand Lez. Het 1ChA en het II/2ChA komen onder het bevel te staan van Kolonel Noël, regimentscommandant van het 3Cy.

Staf 1DivChA
De formaties van de divisie bereiken hun ontplooiingszone tussen Perwez en Liernu tijdens de tweede helft van de nacht van 12 op 13 mei.  De stellingname wordt uitgevoerd tussen 06u00 en 09u00.

Omstreeks 08u30 laat de divisiestaf weten dat bij het verlaten van de nieuwe sector de eenheden westwaarts dienen terug te trekken om tussen Ferooz en Bossière ten zuiden van Gembloers de posities van het 1(FR) Leger te kruisen.

De divisie blijft de ganse dag op post.  Het bevel tot de aftocht komt er omstreeks 22u00, maar de marsroutes worden gewijzigd.  De eenheden zullen nu de stad Gembloers langs de noordrand moeten omtrekken, en zullen vervolgens in de streek van Genappe halt houden.

Staf 1DivChA
De eenheden van de divisie bereiken de streek van Genappe en rusten hier overdag uit.  In de nacht van 14 op 15 mei wordt de divisie verplaatst naar de zone rond Linkebeek, Sint-Genesius-Rode en Alsemberg.

Een Maxim mitrailleur van het peloton luchtafweer van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.

Staf 1DivChA
Na de terugtocht uit de Ardennen verplaatst de divisie zich in een wijde boog over Namen en Waals-Brabant tot op de westelijke oever van de Dender.

Staf 1DivChA
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De terugtocht van de K.W. Stelling tot het kanaal Gent-Terneuzen zal in drie marsetappes gebeuren: in een eerste fase zullen de divisies van de K.W. Stelling terugtrekken naar de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek.  Tijdens de tweede nacht moet de westelijke oever van de Dender bereikt worden.  In de derde nacht tenslotte moeten de formaties de lijn Gent-Oudenaarde bereiken.

De divisie zal tussen 17 mei en 19 mei verantwoordelijk worden voor het dekken van de laatste fase van de terugtocht, en zal in stelling gaan langsheen de Dender tussen Dendermonde in het noorden en Aalst in het zuiden.

Staf 1DivChA
Om 10u30 brieft Generaal-majoor Descamps zijn bevelhebbers.  De divisie komt onder het bevel te staan van het Cavaleriekorps.  De oevers van de Dender zullen over een afstand van ongeveer 14 Km bezet door de divisie: in de noordelijke ondersector komt het 1ChA te liggen, in het centrum het 2ChA en in het zuiden het 3ChA, dat in verbinding staat met de Britse 3rd Infantry Division van Generaal-majoor Montgommery.  De 10de Compagnie Motorwielrijders van het 1ChA zal de reservemacht van de divisie vormen.

Majoor Verhaeghen, commandant van II/19A, krijgt het bevel over de tijdelijke artilleriegroepering die de Ardeense Jagers zal ondersteunen en komt rond 14u00 langs op de staf van Generaal-majoor Descamps om ook zijn orders in ontvangst te nemen.

De opstelling van de troepen start en rond 20u15 meldt de staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers dat de nieuwe commandopost voor de komende actie geopend is te Gucht. Een liaisonofficier van het Britse 2nd Corps komt aan op de divisiestaf rond 22u00, en de nodige afspraken worden gemaakt voor de verbindingspunten tussen de Belgische in de Britse legerzone.

In de loop van de avond beveelt Luitenant-generaal Keyaerts, nu bevelhebber van het Cavaleriekorps, om de 10de Compagnie van het 1ChA te verplaatsen naar Dendermonde.  Hij neemt dit besluit ten gevolge van de vijandelijke oversteek van het Kanaal van Willebroek.  Hiermee verliest de 1ste Divisie Ardeense Jagers zijn reservemacht.  Het besluit van Keyaerts zal nutteloos blijken.  Er volgt geen snelle doorstoot van de vijand naar deze stad, die bovendien voldoende gedekt is door de troepen van de cavalerie

Tijdens de nacht van 17 op 18 mei trekken ettelijke formaties van de British Expeditionary Force doorheen de Belgische linies.  Deze bewegingen zullen aanhouden tot de ochtend van 18 mei.

Staf 1DivChA
Op het middaguur gaat de 1DivChA over van het Cavaleriekorps naar het VIde Legerkorps.  Dit legerkorps heeft het bevel over het Bruggenhoofd Gent, en zal de divisie opvangen bij zijn terugtocht binnen de Belgische linies.  Generaal-majoor Descamps dringt aan op versterkingen, die hij bekomt in de vorm van een infanteriebataljon en bijkomende artilleriemiddelen.  Het infanteriebataljon zal echter nooit toegewezen worden.  De grote lengte van het front van de divisie maakt dat troepen met beperkte mobiliteit niet geschikt zijn om de opdracht uit te voeren.  Bijkomende artillerie komt er dan weer wel: de Iste Groep en de IVde Groep van het 11de Regiment Artillerie worden aan de divisie toegewezen en zullen in steun gaan van het 3ChA aan het zuidelijke uiteinde van het Denderfront.

De vernieling van de bruggen over de Dender verloopt volgens plan.  De spoorbrug te Aalst is als eerste vernield om 03u30 tijdens de nacht van 17 op 18 mei.  Om 12u50 wordt het laatste overgangspunt opgeblazen.  De militaire E.A.P. bootbrug ten zuiden van Oudegem is tegen 13u30 afgebroken en opgeladen.  De sluizen op de rivier worden niet vernield om het waterpeil niet te laten dalen.  De vijand maakt contact met de divisie in de loop van de namiddag.  De eerste schermutselingen breken uit in de ondersectoren van het 2ChA en het 3ChA.

Kapitein SBH Guilnot, verbindingsofficier van het GHK, komt toe op de divisiestaf om 17u40 met een bevel voor Generaal-majoor Descamps om tot nader order ter plekke te blijven.  Descamps is bijzonder verbaast het eerdere bevel om in de loop van de nacht terug te trekken naar het Bruggenhoofd Gent komen te vervallen is.  Guilnot bevestigt tevens dat de Britse troepen ten zuiden van Aalst alleen hun hoofdmacht zullen terugtrekken tijdens de nacht van 18 op 19 mei, en tevens een dekkingsmacht zullen achterlaten op de rivier.

Staf 1DivChA
Tijdens de nacht van 18 op 19 neemt het GHK echter opnieuw contact op.  Er wordt gevreesd dat de Britten zich van de oever van de Dender zullen terugtrekken.  Om 05u30 wordt bepaald dat bij een ernstige dreiging op de zuidflank, de 1DivChA indien genoodzaakt zal pivoteren in tegenwijzerzin rondom Dendermonde, om vervolgens tussen Kwatrecht en Dendermonde de Schelde over te steken.  Indien dit plan moet uitgevoerd worden, zal de divisie onder het directe bevel van het GHK opereren.  Dit bevel leidt tot een flinke discussie met Generaal-majoor Descamps en wordt een goed uur later aangepast.  Descamps vreest dat een terugtocht in noordelijke richting moeilijk uit te voeren is, en meent dat hij maar beter zijn oost-west marsroutes behoudt.  Dit wordt hem toegestaan.  De divisie zal zowiezo onder het commando van het VIde Legerkorps blijven opereren.

Via de Belgische verbindingsmissie bij het hoofdkwartier van de BEF verneemt het GHK dat de Britten de Dender zullen opgeven om 10u00.  Descamps krijgt eerst volmacht om vanaf dat tijdstip op eigen goeddunken terug te trekken, maar ook dit bevel wordt bijgesteld en de 1DivChA zal opnieuw het bevel van het GHK moeten afwachten.

De legerleiding bepaalt uiteindelijk om 09u20 dat de divisie het Denderfront mag opgeven wanneer de vijandelijke dreiging te groot wordt.  De terugtocht zal volgens de principes van het vertragend gevecht uitgevoerd worden.  De divisie behoudt hierbij zijn noord-zuid orientatie en zal haaks op de Schelde terugtrekken.  In het noorden moeten de Scheldebruggen tussen Kwatrecht en Dendermonde vernield worden bij de passage van het 1ChA.  In het zuiden moet het 3ChA ten alle tijde de verbinding met de Britse achterhoede behouden.

De aftocht van de Dender wordt om 12u30 bevolen.  De divisie moet tegen 16u00 een nieuw front vormen langsheen de Molenbeek.  Deze waterloop zal bezet worden vanaf de westrand van Erondegem in het zuiden, over Impe, Wanzele en Serskamp, tot aan de monding in de Schelde ten noorden van het dorp Bruinbeke.

De terugtocht verloopt zonder grote incidenten.  Op de scheidingslijn tussen het 1ChA en het 2ChA maakt de vijand echter al snel opnieuw contact met de Belgische linies.  Dit leidt echter niet tot een doorbraak.

Omstreeks 19u00 wordt duidelijk dat op de zuidflank de opening tussen de Belgische en Britse troepen steeds groter wordt.  De Britse troepen houden geen halt op de Molenbeek, maar plooien zich terug naar de spoorlijn Gent-Zottegem.  Generaal-majoor Descamps besluit dan ook om zijn divisie een tweede sprong naar achter te laten maken.  Er wordt een nieuwe positie bepaald van Wetteren over Westrem tot Oosterzele.  De troepen zullen hier een laatste keer halt houden om vervolgens het Bruggenhoofd Gent te vervoegen.  De artillerie zal niet langer ontplooid worden, en moet in een enkele fase terugtrekken.  De Molenbeek wordt opgegeven om 20u30.  De lijn Wetteren-Westrem-Oosterzele zal om 23u00 opgegeven worden.  De divisie zal vervolgens teruggetrokken worden naar de westelijke oever van de Schelde ten zuiden van Gent.

Staf 1DivChA

Staf 1DivChA

Staf 1DivChA

Staf 1DivChA
Op 23 mei verlaat de formatie het Bruggenhoofd Gent om in de buurt van Aalter in algemene reserve geplaatst te worden. Na de Duitse doorbraak over het Afleidingskanaal van de Leie ten koste van onze 4de Infanteriedivisie te Meigem wordt de 1ste Divisie Ardeense Jagers een laatste keer in de strijd geworpen bij de gevechten te Vinkt.

Staf 1DivChA
Tijdens de nacht van 26 op 27 mei realiseert de divisie een nieuwe opstelling tussen Aarsele in het westen en Beekkant in het oosten.  Binnen deze nieuwe sector wordt het eerste echelon verdeeld in twee ondersectoren, gedekt door een tweede echelon:

  • Ondersector west loopt vanaf de zuidrand van Aarsele tot aan de samenloop van de Westkoutersbosbeek en de Maanbeek en staat onder het bevel van Majoor Lecocq van het 1ChA.  Van west naar oost wordt deze ondersector verdedigd door het I/4J en het II/3ChA.
  • Ondersector oost loopt verder vanaf dit punt tot de plaats waar de Kleine Reigersbeek de Deinzestraat kruist even ten zuiden van het dorp Vinkt.  Hier buigen de linies af naar het noorden om het dorp Vinkt te omschrijven en tenslotte bij Beekkant te eindigen.  Deze ondersector staat onder het bevel van Kolonel Robert van het 3ChA en wordt van west naar oost bezet door het III/1ChA, I/3ChA. III/3ChA en I/1ChA.
  • Het tweede echelon volgt de loop van de Neringbeek en wordt bevolen door Kolonel Merckx van het 2ChA.  Van west naar oost zijn het II/2ChA, I/2ChA en III/2ChA opgesteld.
  • De 10de Compagnie Motorwielrijders van het 1ChA wordt in reserve gehouden langsheen de Vinkse Binnenweg net achter het tweede echelon.
  • Net ten westen van Aarsele start de sector van de 2de Divisie Ardeense Jagers en is het 5ChA opgesteld.  Ten oosten van Beekkant verdedigt de 5de Infanteriedivisie het front en wordt de verdediging van het eerste echelon overgenomen door het III/1J.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen