1ste Divisie Ardeense Jagers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Divisie Ardeense Jagers | 1 D ArdJ
1er Division de Chasseurs Ardennais | 1 D ChA
Type Infanteriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Groepering Keyaerts
Bevelhebber Generaal-majoor Victor Descamps
Stafchef Majoor SBH E. Levecq
Commandant Artillerie n.v.t.
Commandant Transportkorps Kapitein-commandant graaf E. de Briey
Chef Gezondheidsdienst Geneesheer Majoor E. Lens
Intendant Luitenant A. Orban
Standplaats Alarmstelling en Voortuitgeschoven Stelling Ardennen
Commandopost te Neufchateau
Samenstelling Hoofdkwartier
1ste Regiment Ardeense Jagers
2de Regiment Ardeense Jagers
(3de Regiment Ardeense Jagers-> Afgedeeld bij Groepering Keyaerts
1ste Compagnie 19de Bataljon Genie
19de Compagnie Transmissietroepen
Ambulance Ardeense Jagers (Geneesheer 1ste Kapitein Lefebvre)
Compagnie Intendance (Luitenant M. Mondron)
Transportkorps Staf (Kapitein-commandant X. Habaru)
Peloton Luchtafweermitrailleurs (Lt jonkheer P. de Kerckhove)
Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt J. Toussaint)
Autopeloton voor Ravitaillering en Materieel (Lt M. Hansenne)
Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt E. Brassine)
Provoost (Luitenant R. Boulanger)

Tijdens de mobilisatie

Generaal-majoor Victor Descamps.

Op 26 augustus 1939 wordt de Divisie Ardeense Jagers op oorlogsvoet gebracht. De staf mobiliseert te Marche en verhuist twee dagen later naar Pont-de-Bonne om zich op 1 september te Braives te installeren. Op 11 november wordt het hoofdkwartier overgebracht naar Fumal en op 22 november naar Neufchateau. Op die datum wordt de divisie eveneens ontdubbeld in een 1ste en 2de divisie.

De 1ste divisie is sinds november 1939 toegewezen aan de Groepering Keyaerts die instaat voor de verdediging van de alarmstelling en de vooruitgeschoven posities in het zuidoosten van het land.

De definitieve missie van de Groepering Keyaerts wordt vastgelegd op 12 februari 1940 met de geheime, persoonlijke nota 41/34 van het Groot Hoofdkwartier aan Maurice Keyaerts.  De generaal krijgt hierin de volgende taken opgelegd:

  • De 1ste Divisie Ardeense Jagers blijft de oostelijke landsgrens bewaken tussen Vielsalm in het noorden en Messancy in het zuiden, moet bij een vijandelijke inval door Duitsland een vertragend gevecht leveren in de richting van de Hoyoux-Ourthe Stelling tussen La Roche in het noorden en Erezee in het zuiden.
  • Bij aankomst op de Hoyoux-Ourthe Stelling zal de volledige groepering verantwoordelijk worden voor de verdediging tussen Comblain-au-Pont in het noorden en Durbuy in het zuiden.
  • Vervolgens zal de ganse formatie de Maas oversteken om op de linkeroever de verbinding te verzekeren tussen het IIIde Legerkorps te Luik en het VIIde Legerkorps te Namen.  Hierbij zal de rivier verdedigd worden tussen Seraing in het noorden en Hoei in het zuiden.  De groepering zal hierbij post vatten tussen Engis in het noorden (exclusief) en Hoei in het zuiden (exclusief).
  • De verdediging van de Maas mag slechts opgegeven worden op het bevel van het Groot Hoofdkwartier.  Vervolgens zal de Groepering Keyaerts zich terugtrekken in de richting van Gembloers en Waver.

Bij het algemeen alarm van 9 april 1940 ten gevolge van de Duitse inval in Noorwegen en Denemarken, werd de Groepering Keyaerts in staat van alarm geplaatst met front naar het zuiden.  Hierbij werd het 1ste Regiment Gidsen langsheen de Lesse ontplooid, en het 2de Regiment Lansiers langsheen de Semois.  Op 13 april werd het alarm afgeblazen en opnieuw een naar het oosten gerichte opstelling aangenomen.  Hierbij werd de Groepering Goffinet opgericht om de verdediging van de Ardennen te verlengen tot Messancy in het uiterste zuiden van het land.  Deze groepering onder leiding van de Cavaleriecommandant van de 1ste Cavaleriedivisie omvat het volledige 1G, de IIde Groep van het 2L, en het “Detachement Arlon” rond de 1Cie en 9Cie van het 1ChA.  De groepering krijgt de uitdrukkelijke opdracht om zich bij een grote vijandelijke aanval doorheen het Groot-Hertogdom Luxemburg terug te trekken zonder strijd te leveren, en is slechts verantwoordelijk voor het uitvoeren van het vernielingsplan.

Twee dagen later, op 15 april 1940, vervoegen Generaal-majoor Goffinet en zijn staf opnieuw het hoofdkwartier van de 1ste Cavaleriedivisie te Saint-Hubert.  De troepen van de groepering blijven op hun nieuwe posities.  Tijdens het vooralarm in de nacht van 7 op 8 mei werd het 1ste Regiment Gidsen onttrokken aan de Groepering Goffinet en naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling teruggeroepen.

Aan de vooravond van de Duitse invasie staan het III/1ChA, I/2ChA, 10/2ChA en het 3ChA onder het commando van de Groepering Keyaerts.  De overige eenheden van de divisie zijn ontplooid tussen Houffalize in het noorden en langsheen de lijn Bastenaken-Aarlen tot in het dorp Messancy in het zuiden:

  • Het hoofdkwartier van de divisie is opgesteld te Neufchâteau.
  • Het 2ChA bewaakt de ondersector Houffalize-Bastogne met zijn IIIde Bataljon in het noorden en het IIIde Bataljon in het zuiden, en heeft zijn commandopost te Amberloup.
  • Het 1ChA bewaakt de grenszone tussen Assenois en Martelange met het Iste Bataljon in het noorden en het IIde Bataljon in het zuiden, en heeft zijn commandopost eveneens te Neufchâteau.
  • De 1Cie en 9Cie van het 1ChA bevinden zich te Aarlen en vormen het “Detachement Arlon” onder het bevel van Kapitein-commandant Mathen.  Dit detachement vormt samen met II/2L de Groepering Goffinet.
  • De 6Cie van het 1ChA staat onder het directe bevel van het regiment, en is opgesteld in Bologne nabij Habay-la-Neuve.

Voor de terugtocht van de alarmstelling naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling heeft de divisie voor elk van de vier bataljons een aparte route opgelegd gekregen.  Van noord naar zuid:

  • Route 1 (III/2ChA): Longchamps – Bertogne – Laroche – Melreux – Petit-Han – Durbuy – Tohogne
  • Route 2 (II/2ChA): Bastogne – Barrière de Champlon, Marche, Somme-Leuze – Petit-Somme – Palenge
  • Route 3 (I/1ChA): Nives – Morhet – Bonnerue – Saint-Hubert – Masbourg – Forrières – Jemelle – Hargimont – Aye – Sinsin – Pessoux – Méan – Ocquier – Ochain
  • Route 4 (II/1ChA): Martelange – Fauvillers – Neufchâteau – Recogne – Saint-Hubert – Masbourg – Forrières – Jemelle – Hargimont – Aye – Sinsin – Pessoux – Méan – Ocquier – Ochain
  • De 7Cie van het 1ChA moet de route van het IIde Bataljon vervoegen te Neufchâteau.  De 1Cie van het 2ChA moet Route 4 vervoegen te Serpont.  De 6Cie van het 1ChA moet eveneens aansluiten op Route 4 te Offaing.

De divisiestaf wordt om 00u30 in staat van alarm gebracht door de Groepering Keyaerts.  Alle eenheden worden onmiddellijk verwittigd en het vernielingsplan wordt in actie gezet.  Kort na het algemeen alarm wordt de IIde Groep van het 2L teruggeroepen naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling.  Ten gevolge van deze beslissing houdt de Groepering Goffinet op te bestaan, en blijft het Detachement Arlon achter zonder mitrailleurs, anti-tankwapens of pantserwagens.

Even na 02u00 geeft de Groepering Keyaerts de toestemming om alle elektrische compassementen aan te sluiten op de explosieve ladingen.  Een half uur later beveelt de divisiestaf om de voertuigen van de echelons samen te brengen te Neufchâteau.  Om 03u00 dan weer mogen de eenheden overgaan tot het opeisen van alle civiele voertuigen die op de slagorde voorzien zijn, maar tijdens de mobilisatie tijdelijk werden teruggegeven aan het eigenaars.

De Groepering Keyaerts laat om 03u45 alle vernielingen van Categorie 1A aanzetten.  Deze omvatten alle hindernissen op de wegen komende van het Groot Hertogdom Luxemburg.  De laatste springladingen worden om 05u30 aangezet.  De detachementen van het 1ChA te Aarlen en de Bologne hebben de toestemming om zich terug te trekken naar Neufchâteau zodra de vernielingen uitgevoerd zijn.  De laatste troepen zullen Aarlen echter pas verlaten rondom 08u30, op het ogenblik dat de eerste Duitse verkenners de stad reeds binnengereden zijn.

Om 05u00 wordt de opdracht gegeven om de hindernissen van Categorie 1B te laten springen.  Deze vernielingen bevinden zich doorheen de sector en zijn gepland om de terugtocht van de divisie te dekken.

Rond hetzelfde tijdstip komt een verontrust berichten binnen van het detachement van de 6Cie van het 1ChA te Corne du Bois des Pendus.  Nabij Léglise en Rancimont zou een luchtlandling aan de gang zijn door vijandelike observatieviegtuigen.  Het gaat hier om de eerste tros Fieseler Storch toestellen met infanteristen van het Infanterieregiment Grossdeutschland van het XIX(DE) Korps, een onderdeel van de Panzergruppe von Kleist.  Ongeveer 400 militairen van dit regiment worden met lichte vliegtuigjes neergezet bij Léglise, Witry en Nives om de opmars van hun legerkorps te beveiligen.  De operatie draagt de naam Operation Niwi.  Diverse berichten van het 1ChA en van de Rijkswachtbrigades te Neufchâteau en te Mellier blijven intussen aankomen met verder meldingen van luchtlandingen.  Zowel parachustisten als ook laag overvliegende toestellen worden hierbij gemeld.

De staf van de Groepering Keyaerts beveelt diverse tegenacties.  Om 05u15 wordt gevraagd om de 10de Compagnie van het 1ChA naar de vijandelijke landingen te Léglise en Rancimont uit te sturen.  Een tweetal uur later, om 07u35 wordt bevolen om na de terugtocht van het Detachement Arlon de 1Cie te Neufchâteau te behouden om hier samen met de 7Cie de stad te verdedigen.  De 1Cie van het 2ChA krijgt dezelfde opdracht met betrekking tot Libramont en Recogne.  De 10Cie van het 2ChA moet zich eveneens klaar houden om mobiele acties te ondernemen.

Om 13u15 verstuurt de staf van de Groepering Keyaerts opnieuw enkele instructies in een reactie op de Operation Niwi.  Deze keer worden de marsroutes van de terugtrekkende eenheden aangepast om de Duitse landingszones te vermijden.  Zo moeten de 4Cie en de 5Cie van het 1ChA Neufchâteau vervoegen via Strainchamps en Juseret om Witry en Traimont te vermijden.  De 6Cie van het 1ChA moet via Marbehan omrijden om Rancimont te mijden.  De 2Cie en de 3Cie tenslotte moeten via Assenois en Sibret terugtrekken om niet langsheen Nives en Remichampagne te moeten passeren.

Een Maxim mitrailleur van het peloton luchtafweer van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.

Na de terugtocht uit de Ardennen verplaatst de divisie zich in een wijde boog over Namen en Waals-Brabant tot op de westelijke oever van de Dender.

De divisie is tussen 17 mei en 19 mei van Aalst tot Dendermonde verantwoordelijk voor het dekken van de laatste fase van de terugtocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de Scheldelinie tussen Gent en Oudenaarde. Vervolgens wordt de divisie binnen het Bruggenhoofd Gent gebracht.

Op 23 mei verlaat de formatie het Bruggenhoofd Gent om in de buurt van Aalter in algemene reserve geplaatst te worden. Na de Duitse doorbraak over het Afleidingskanaal van de Leie ten koste van onze 4de Infanteriedivisie te Meigem wordt de 1ste Divisie Ardeense Jagers een laatste keer in de strijd geworpen bij de gevechten te Vinkt.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei realiseert de divisie een nieuwe opstelling tussen Aarsele in het westen en Beekkant in het oosten.  Binnen deze nieuwe sector wordt het eerste echelon verdeeld in twee ondersectoren, gedekt door een tweede echelon:

  • Ondersector west loopt vanaf de zuidrand van Aarsele tot aan de samenloop van de Westkoutersbosbeek en de Maanbeek en staat onder het bevel van Majoor Lecocq van het 1ChA.  Van west naar oost wordt deze ondersector verdedigd door het I/4J en het II/3ChA.
  • Ondersector oost loopt verder vanaf dit punt tot de plaats waar de Kleine Reigersbeek de Deinzestraat kruist even ten zuiden van het dorp Vinkt.  Hier buigen de linies af naar het noorden om het dorp Vinkt te omschrijven en tenslotte bij Beekkant te eindigen.  Deze ondersector staat onder het bevel van Kolonel Robert van het 3ChA en wordt van west naar oost bezet door het III/1ChA, I/3ChA. III/3ChA en I/1ChA.
  • Het tweede echelon volgt de loop van de Neringbeek en wordt bevolen door Kolonel Merckx van het 2ChA.  Van west naar oost zijn het II/2ChA, I/2ChA en III/2ChA opgesteld.
  • De 10de Compagnie Motorwielrijders van het 1ChA wordt in reserve gehouden langsheen de Vinkse Binnenweg net achter het tweede echelon.
  • Net ten westen van Aarsele start de sector van de 2de Divisie Ardeense Jagers en is het 5ChA opgesteld.  Ten oosten van Beekkant verdedigt de 5de Infanteriedivisie het front en wordt de verdediging van het eerste echelon overgenomen door het III/1J.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen