2de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Regiment Jagers te Voet | 2J
2ème Régiment de Chasseurs à Pied | 2Ch
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 5de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Georges Lescornez
Adjudant-majoor Kapitein-commandant Eugène Daubresse
Standplaats Zuidwesten van Brussel
Commandopost te Gooik
Samenstelling I Bataljon (Kapitein-commandant Maurice Nicolas) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Robert Dassargues)
2de Compagnie Fuseliers (Lt A. Jacquemot)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt Louis Holoffe)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt F. Campion)
  II Bataljon (Majoor Armand Richard) 5de Compagnie Fuseliers (Lt J. Dor)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Maurice Lixon)
7de Compagnie Fuseliers (Kapt Fernand Buisseret)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Georges Lefebvre)
  III Bataljon (Majoor Georges Rowies) 9de Compagnie Fuseliers (Kapt Victorien Pleinevaux)
10de Compagnie Fuseliers (Lt R. Masquelier)
11de Compagnie Fuseliers (Cdt James Vernez)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Fernand Saffre)
  IV Bataljon (Luitenant-kolonel Raoul Capel) 13de Compagnie Mitrailleurs (Kapt H. Henquin)
14de Compagnie C47 Anti-Tankkanonnen (Kapt G. Wambersy)
15de Compagnie M76 Mortieren (Lt F. Delgouffre)
  Stafcompagnie (Luitenant A. Lefevre)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant S. Bellet)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Raoul Declercq)

Tijdens de mobilisatie

Kazerne Korporaal Trésignies, vredesvoetgarnizoen van het 2de regiment Jagers te Voet te Charleroi

Staf/2J
Het 2de Regiment Jagers te Voet (2J), een actief infanterieregiment dat in de Kazerne Korporaal Trésignies te Charleroi [1] gestationeerd was, stond in volle vredestijd onder bevel van de 5de Infanteriedivisie (5Div). Deze divisie voerde voor de afkondiging van de mobilisatie eveneens het commando over het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) dat zich in Kazerne Majoor Sabbe te Bergen bevond en het 3de Regiment Jagers te Voet (3J) dat gekazerneerd was in de Kazerne Generaal baron Ruquoy te Doornik.  Wanneer duidelijk wordt dat een Duitse aanval op Polen niet meer vermeden kan worden, kondigt de Belgische regering op 26 augustus 1939 Fase A van het mobilisatieplan af. Het is tijdens deze fase dat het 2J op oorlogsvoet wordt gebracht door het oproepen van de militieklassen ‘36, ’37 en ‘38 om de onder de wapens zijnde  klas ’39 te versterken. Het 2J ontvangt op 28 augustus al het bevel zich klaar te maken om vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de agglomeratie van Charleroi. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger, waarvan de locatie gekend is door de vijand, vanaf de start van de vijandelijkheden gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht. Bijgevolg moeten de bataljons van het 2J zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid brengen. Eind augustus 1939, vlak voor de afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, is het 2J verantwoordelijk voor de paraatstelling van het 5de Regiment Jagers te Voet (5J), een infanterieregiment van Eerste Reserve. Dit nieuw gevormd regiment wordt samengesteld met reservisten van 2J behorende tot de militieklassen ’32, ’33, ’34 en ’35. De ontdubbelingsregimenten van Eerste Reserve hebben dezelfde organisatie en bewapening als de actieve regimenten, alleen de leeftijd en het ervaringsniveau van de manschappen verschilt gezien er meer tijd tussen hun diensttijd en de mobilisatie zit. Van zodra de mobilisatie van het 5J voltooid is gaat dit regiment samen met 3J over naar de 10de Infanteriedivisie (10Div). De 5Div ontvangt in ruil het 4de Regiment Jagers te Voet (4J), een ontdubbelingsregiment van 1J. Wanneer eind september de mobilisatie van de 5Div is afgerond beschikt de divisie over twee actieve infanterieregimenten (1J en 2J), een infanterieregiment van Eerste Reserve (4J), een actief artillerieregiment (11de Regiment Artillerie –  11A), een organiek geniebataljon (5de Bataljon Genie – 5Gn), een organiek transmissiebataljon (5de Bataljon Tansmissietroepen – 5TTr) en een organiek eskadron wielrijders (Eskadron Wielrijders der 5Div – EskCy 5Div). Begin september neemt het 2J een ondersector (militaire term voor het gebied bezet door een regiment) in langs het Kanaal Brussel-Charleroi [2]. De stellingen werden al in vredestijd verkend door de Staf/2J en bevinden zich op de oostelijke kanaaloever met front richting Frankrijk [3]. Gedurende de maand september worden veldversterkingen aangelegd in de ondersector die hen werd toegewezen.

Op 08 oktober 1939 wordt het 2J samen met de rest van de 5Div naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal in de buurt van Geel. De CP van het regiment wordt opgesteld in Tongerlo. Eind november wordt 2J doorgestuurd naar het Kamp van Beverlo om er doorgedreven te oefenen. Gedurende de kampperiode, die duurde van 29 november 1939 tot 6 januari 1940, werden niet alleen schietoefeningen met de persoonlijke bewapening uitgevoerd maar ook manoeuvres op niveau bataljon. Er werd vooral getraind op het uitvoeren van tegenaanvallen in samenwerking met gepantserde voertuigen. Gezien de 5Div organiek niet over C47 op T13 beschikt krijgt 2J voor deze training de ondersteuning van de Cie C47 op T13 van de Versterkte Positie Namen alsook van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps. Begin januari neemt het regiment de Ondersector Hees in nabij de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt in Zuidoost-Limburg. De CP van 2J bevindt zich tijdens de periode dat het regiment is opgesteld in Zuidoost-Limburg te Vlijtingen. Wanneer de Fransen bekend maken dat ze niet tot aan het Albertkanaal en de Maas zullen oprukken om de Belgische stellingen te versterken maar zich eerder wilden opstellen op de lijn Waver – Namen in het verlengde van de K.W. Stelling wordt het Belgische plan aangepast. De K.W. Stelling wordt nu de “Weerstandsstelling” en het Albertkanaal wordt afgezwakt tot een “Dekkingsstelling”. Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt de 7de Infanteriedivisie (7Div), een divisie van Eerste Reserve naar het Albertkanaal gestuurd om de stelling Eigenbilzen – Lixhe over te nemen van de 5Div. Het 2J wordt aan het kanaal afgelost door het 18de Linieregiment (18Li) en vertrekt naar Halle – Ninove waar ze ingezet worden als algemene reserve van het leger [4]. Aan de vooravond van de oorlog zijn de manschappen van het 2de Regiment Jagers te Voet ingekwartierd te Sint-Kwintens-Lennik (Staf/2J en Peloton Verkenners), Halle (I/2J), de omgeving van Leerbeek-Kester (II/2J), de omgeving van Pamel (III/2J) en de streek van Gooik (IV/2J). 

I/2J
Tijdens de nacht van 30 april op 1 mei 1940 verlaat de 1Cie van I/2J Vroenhoven om zich te Halle te installeren. Op dat ogenblik wordt de 1Cie bevolen door Kapitein-commandant van de reserve Dassargues. Hij wordt bijgestaan door OLt Wellens en Adjt KAOLt Heureux (pelotonscommandant en pelotonsadjunct van het 1ste Peloton), OLt Res Colin (pelotonscommandant van het 2de Peloton) en OLt Res Couvreur en Adjt KROLt Distexhe (pelotonscommandant en pelotonsadjunct van het 3de Peloton). Het 3Pl is gekantonneerd in een parochiezaaltje te Halle.

II/2J
Aan de vooravond van de oorlog bevinden enkele mitrailleursecties van 2J zich in het Kamp van Lombardsijde voor schietoefeningen tegen luchtdoelen. De kampperiode te Lombardsijde wordt georganiseerd door de 5Div en wordt geleid door Majoor Tillier, bataljonscommandant van III/4J.  De troepen van 2J die aan de kampperiode deelnemen staan onder bevel van Kapitein-commandant Lefebvre, bevelhebber van de 8Cie Mitrailleurs van II/2J. De rest van II/2J bezet vanaf 1 mei een anti-tankcentrum te Leerbeek-Kester.

III/2J
Twee dagen na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan verlaat III/2J de Trésignieskazerne te Charleroi en begeeft zich naar zijn alarmkantonnement gelegen aan de N5 Charleroi-Brussel nabij Jumet-Brûlotte. Na een verblijf van 5 dagen te Jumet wordt er uitgeweken naar een oorlogskantonnement iets verder van de stad, in de omgeving van Courselle-Motte. Hier wordt de mobilisatie gedurende een vijftiental dagen voortgezet. Vanuit Courselle neemt III/2J stelling achter het kanaal Brussel-Charleroi te hoogte van Gouy-lez-Piétons. Begin november wordt III/2J doorgestuurd naar het Albertkanaal nabij Stelen waar het bataljon een kwartier bezet van de Ondersector Geel. Nauwelijks toegekomen op zijn gevechtsstelling, moet het 2J al deelnemen aan de eerste van een ganse reeks alarmen. Dit gebeurde naar aanleiding van het verslag van 6 november 1939 waarmee de Belgische militair attaché in Berlijn meldde dat de aanval gepland was voor de nacht van 11 op 12 november 1939. De Britten bevestigden dit en tijdens de nacht van 10 op 11 november 1939 wordt alarm geblazen langsheen het Belgische front. Op 11 november bezoekt koning Leopold III de commandanten van de meest bedreigde legercorpsen. Alles blijft rustig. Hitler had de aanval uitgesteld wegens het slechte weer en de moeilijkheden met het spoor. Op 15 november eindigt de alarmtoestand. Het gemobiliseerde leger begint zich te organiseren voor het lange wachten. Karweien en wacht kloppen, veldwerken graven en oefeningen lossen elkaar af. Eind november verlaat III/2J het Albertkanaal te Stelen om zich naar het Kamp van Beverlo te begeven waar het zal deelnemen aan een ganse reeks oefeningen. In januari wordt III/2J met de rest van het regiment naar het Albertkanaal in Zuidoost-Limburg gestuurd. III/2J vertrekt pas op 05 mei uit Limburg en wordt ondergebracht in het Brabantse Pamel waar ze zich nog steeds bevinden aan de vooravond van de oorlog.

IV/2J
De 14Cie bevindt zich aan de vooravond van de oorlog te Gooik tussen Halle en Ninove.

Pl Vknr/2J
Het Peloton Verkenners van het 2de Regiment Jagers te Voet (Pl Vknr/2J) wordt bevolen door Onderluitenant Raoul Declercq en bestaat uit twee secties wielrijders uitgerust met fietsen en één sectie wielrijders uitgerust met motorfietsen (oftewel moto’s). Alles samen bedraagt het peloton 49 manschappen die kunnen beschikken over 1 lichte vrachtwagen, 9 moto’s, 34 fietsen en 1 moto met zijspan bestemd voor de pelotonscommandant. Aan de vooravond van de oorlog zijn de manschappen ingekwartierd in de feestzaal van de Katholieke Kring te Sint-Kwintens-Lennik.  De fietsen en motoren bevinden zich achter de gebouwen. 

Staf/2J
Om 01u50 ontvangt de Staf/2J in zijn CP te Sint-Kwintens-Lennik de afkondiging van het algemeen alarm. Het alarm wordt doorgegeven aan de ondereenheden met de boodschap dat de verloven worden ingetrokken en dat de bataljons zich moeten klaarhouden om op bevel te vertrekken. Dat het dit keer menens is wordt al snel bevestigd door een bericht van III/2J die laagvliegende Duitse vliegtuigen heeft gesignaleerd boven Ledeberg. Het vermoeden dat de oorlog is uitgebroken wordt gedurende de ochtend bevestigd wanneer het regiment op de hoogte wordt gebracht van de afkondiging van de algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden in het oosten van het land. Het Groot Hoofdkwartier (GHK) beslist in de vroege namiddag om de 5Div naar de Sector Rijmenam – Wespelaar van de K.W. Stelling ten noorden van Leuven te verplaatsen. De stellingen moeten aansluiten op die van de 10Div die zich reeds in Leuven bevindt. Het 2J moet binnen deze divisiesector de centrale Ondersector Haacht innemen. Rechts van 2J zal het 4J opgesteld worden tussen Wespelaar en het Kanaal Leuven-Dijle [5], links van 2J moet het 1J de Ondersector Rijmenam bezetten.

Op de K.W. Stelling werden duizenden Cointet hekkens tegen pantserwagens geplaatst.

De K.W. Stelling strekt zich uit van Koningshooikt tot Waver en bestaat uit één of twee rijen gevechtsbunkers. Belangrijke wegenknooppunten en verplichte doorgangen in het achtergebied van de verdedigingslinie werden met bijkomende gevechtsbunkers beschermd en uitgebouwd tot anti-tankcentra. Een honderdtal meter voor de bunkers werden talrijke hindernissen zoals prikkeldraadversperringen, anti-tankgrachten en Cointet-elementen aangebracht. De bouwwerken op de K.W. Stelling werden voor de oorlog uitgevoerd [6].

Om 12u00 dient het regiment radioposten op te halen bij het 5de Bataljon Transmissietroepen (5TTr) te Schepdaal met het oog op het openen van de radionetten. In loop van de dag krijgt het regiment van de Staf/5Div de opdracht zich te verplaatsen naar de nieuwe divisiesector om er de Ondersector Haacht in te nemen. De verplaatsing van het regiment wordt gedurende de rest van de dag voorbereid en uitgevoerd tegen de avond met behulp van autobussen en vrachtwagens van het Iste Bataljon van de Legerautogroepering (I/LAuGpg).

I/2J
De manschappen van I/2J worden tegen 03u30 uit hun bed gehaald. Cdt Dassargues, compagniecommandant van de 1Cie wordt om 05u30 al aangeduid voor mutatie naar het GHK om een liaisonopdracht uit te voeren bij het Iste Franse Leger. Hij wordt bij de 1Cie afgelost door OLt Vanderwaeren, een officier van het actieve leger. Om 14u30 wordt het I/2J te Halle opgehaald door fonkelnieuwe vrachtwagens van de 3Cie van I/LAuGpg. Er wordt een ‘chantier d’embarquement’ ingericht langs de Ninoofse Steenweg in Halle waar de manschappen van I/2J kunnen opstappen. Het konvooi verlaat Halle om zich vervolgens via Leerbeek, Ninove, Laken en Schaarbeek naar Haacht te begeven waar ze de volgende dag zullen toekomen.

II/2J
Majoor Richard is met verlof bij de afkondiging van het alarm en wordt om 06u30 thuis opgehaald door zijn chauffeur. Hij vervoegt zijn bataljon te Leerbeek en verneemt dat er in de kantonnementen gewacht moet worden op nadere orders. Het bataljon is klaar om zich te verplaatsen en in afwachting van de verplaatsing zijn luchtafweermitrailleurs uitgezet en worden de toegangen tot het kantonnement bewaakt. Tegen het einde van de middag wordt het bataljon opgepikt door vrachtwagens van de LAuGpg. Er wordt gewacht tot de aankomst van vrachtwagens waarop de luchtafweermitrailleurs geïnstalleerd kunnen worden. Deze komen toe na het invallen van de duisternis waarna de colonne vertrekt. De manschappen van II/2J worden net voor middernacht afgezet langs de baan Werchter – Haacht (N21 – Werchtersesteenweg) ter hoogte van het gehucht Scharent.

III/2J
Rond 02u00 worden de manschappen van III/2J uit hun bed gehaald en verzameld om te vernemen dat het algemeen alarm is afgekondigd. Enkele uren later weten de mannen reeds dat het oorlog is. Verschillende groepjes infanteristen worden op uitkijk geplaatst om de hemel af te speuren naar vijandelijke vliegtuigen en valschermspringers maar buiten enkele hoog overvliegende Duitse toestellen valt er niets bijzonders waar te nemen.  Om 05u28 wordt een eerste keer melding gemaakt van vijandelijke vliegtuigen boven Ledeberg. Het III/2J verzamelt na de middag op de Ninoofse Steenweg te Leerbeek waar ze zullen worden opgehaald door vrachtwagens en autobussen van de LAuGpg. Terwijl de manschappen wachten op hun vervoer trekken de eerste Britse colonnes voorbij. De jagers zijn onder de indruk van de talrijke gepantserde voertuigen en merken op dat het Britse leger volledig gemotoriseerd is. Na de Britse doortocht arriveren de in tussentijd opgevorderde autobussen van de LAuGpg en vertrekt het bataljon omstreeks 18u00 naar Wespelaar nabij Haacht om er een bataljonsvak in te nemen. 

IV/2J
Luitenant-kolonel Capel commandant van IV/2J krijgt om 02u00 het bevel over een groepering bestaande uit IV/2J, het Wielrijderseskadron van de 5Div en III/11A. Deze groepering staat klaar om tussenbeide te komen in geval van een vijandelijke luchtlandingsoperatie in de streek van Wolvertem en Merchtem, een terreinstrook die de 5Div moet doortrekken om de K.W. Stelling te bereiken. De groepering verlaat zijn kantonnementen ten zuidwesten van Brussel in de vroege ochtend en stelt zich rond 14u30 op te Brussegem. Rond 17u00 wordt de Groepering Capel terug ontbonden.

Het gedeelte van de compagniestaf van de 14Cie, die niet betrokken is bij de bewakingsopdracht van de rest van IV/2J, wordt opgepikt door enkele autobussen van de LAuGpg en naar Haacht gebracht. Ter hoogte van Schaarbeek wordt de colonne door de Duitse luchtmacht overvlogen die de staart van de colonne, gevormd door de veldkeuken en enkele bevoorradingscamions, aanvalt en buiten werking stelt. De rest van de colonne komt tegen het eind van de namiddag toe te Haacht. Hier worden moeilijkheden ondervonden om de soldaten te huisvesten bij burgers. De gemoederen lopen hoog op maar uiteindelijk bekomt iedereen een dak boven zijn hoofd.

Detachement Lefebvre/2J
Het Detachement Lefebvre op oefening in Lombardsijde, wordt om 02u45 op de hoogte gebracht van de afkondiging van het algemeen alarm en begeeft zich naar het station van Nieuwpoort waar rond 11u45 vertrokken wordt richting Mechelen. Hier zullen ze worden opgevangen door OLt Declercq van het Pl Vknr/2J die ze moet doorsturen naar hun respectievelijke kantonnementen in de nieuwe ondersector van het regiment. De 8Cie komt uiteindelijk rond 17u30 als eerste element van II/2J toe in het bataljonsvak ter hoogte van Haacht.

Pl Vknr/2J
Even na 02u00 wordt OLt Declercq gewekt door zijn ordonnans met de boodschap dat het algemeen alarm is afgekondigd. De manschappen worden uit hun bed gelicht maar krijgen de opdracht om voorlopig in hun kantonnement te blijven. Het peloton verneemt via de radio het nieuws van de Duitse inval en de schending van de grenzen door Duitse troepen. Ook wordt uitvoerig bericht over luchtlandingsoperaties overal te lande waarna het Pl Vknr de opdracht krijgt om permanent een sectie wielrijders op anti-parachutisten patrouille te sturen. De eerste sectie vertrekt om 07u15 en laat twee patrouilles, elk bestaande uit een korporaal en zeven soldaten, actief op zoek gaan naar parachutisten. De patrouilles moeten elk een ronde van ongeveer twee uur afleggen waarna ze worden afgelost door twee nieuwe ploegen. OLt Declercq wordt om 11u00 door de Staf/2J aangeduid om in opdracht van de 5Div in het station van Mechelen de trein met het detachement mitrailleurs van de divisie die op oefening waren in Lombardsijde, op te vangen en door te sturen naar de nieuwe sector van de divisie. Het treinstel met de mitrailleurs van de 5Div wordt er tegen 13u30 verwacht. OLt Declercq geeft het bevel van zijn peloton over aan Sgt Matis en verwittigt Lt Lefebvre, commandant van de Stafcompagnie, van zijn vertrek.  Declercq vertrekt per motorfiets om 11u10 uit Sint-Kwintens-Lennik en komt aan bij het station van Mechelen om 12u30. Hij neemt er contact op met de militaire stationscommandant en krijgt te horen dat het treinstel dat ‘s morgens uit Nieuwpoort vertrok vertraging heeft opgelopen en Mechelen pas zal binnenrijden rond 16u00. Na aankomst van de trein te Mechelen wordt in overleg met Majoor Tillier van III/4J en met Cdt Lefebvre van de 8/II/2J, beslist om de trein door te sturen naar Wespelaar. Uiteindelijk komen de mitrailleursploegen hier omstreeks 17u30 aan. De rest van het Pl Vknr/2J is ondertussen onder leiding van Sgt Matis eveneens aangekomen in de nieuwe ondersector en wordt ingekwartierd in een schoolgebouw te Haacht.

Staf/2J
De bataljons van 2J bevinden zich bij het begin van de dag in hergroeperingszones in de buurt van Haacht en Wespelaar. Ze houden zich gereed om vanaf eerste klaarte de verkenning van de stelling tussen Haacht en Wespelaar aan te vatten. Nog tijdens de uitvoering van de eerste terreinverkenningen wordt Kolonel SBH Lescornez omstreeks 11u00 teruggeroepen naar de staf van de divisie.  De Staf/5Div laat weten dat de divisiesector wordt gewijzigd. De reden hiervoor is dat tijdens de nacht van 10 op 11 mei duidelijk werd dat de Versterkte Positie Luik onder vijandelijke druk ontruimd moest worden. Het Groot Hoofdkwartier (GHK) nam vrij snel de beslissing om de 2de Infanteriedivisie (2Div), die opgesteld stond ten oosten van Luik, te laten terugplooien op de K.W. Stelling. De 2Div krijgt een sector toegewezen tussen Rijmenam en Haacht (exclusief) ten noorden van de 5Div en wordt in de loop van de dag vanuit Luik met autobussen en vrachtwagens van de LAuGpg naar de K.W. Stelling gebracht. Door de inpassing van de 2Div in het dispositief van het VI/LK moet de 5Div opschuiven naar het zuiden en een gedeelte van de sector van de 10Div overnemen. De oorspronkelijke divisiesector Rijmenam – Wespelaar wordt nu de sector Haacht – Wijgmaal. De nieuwe divisiesector heeft een breedte van zo’n 9Km.  Ten noorden van het Kanaal Leuven-Dijle wordt het front van de sector gevormd door een anti-tankgracht versterkt met een IJzeren Muur van Cointet hekkens, gelegen op een kilometer ten oosten van Haacht en Wespelaar. Deze muur van Cointet-hekkens, weliswaar zonder anti-tankgracht, loopt vanaf Wespelaar via het station van Hambos verder tot Tildonk – Sas op het Kanaal Leuven – Dijle. Ter hoogte van Tildonk – Sas kruist de K.W. Stelling het Kanaal Leuven-Dijle om vervolgens de zuidelijke kanaaloever te volgen tot aan de Remy-fabriek te Wijgmaal. De aankomst van de 2Div achter de K.W. Stelling heeft slechts een beperkte impact op de stellingname van 2J, het regiment behoudt de eerder toegekende Ondersector Haacht – Wespelaar ten noorden van het Kanaal Leuven – Dijle. Het 4J dat initieel tussen Wespelaar en het kanaal stond opgesteld, moet de Ondersector Tildonk – Wijgmaal van het 3J overnemen en stelt zijn bataljons op langs de zuidelijke kanaaloever van Tildonk tot de Remy-fabriek van Wijgmaal. Het 1J dat initieel stond opgesteld in de Ondersector Rijmenam – Haacht, wordt nu opgesteld in tweede echelon van de divisie.

Ondersector Haacht – Wespelaar bezet door 2J vanaf 12 mei 1940 (Duitse stafkaart van 1941 [7])

Het 2J vangt in de loop van de voormiddag aan met de installatie van zijn ondereenheden op de K.W. Stelling tussen Haacht het station van Hambos. De CP van 2J vindt onderdak in de gemeenteschool van Haacht. Rond 10u00 wordt de opstelplaats van de CP regiment aangevallen door één enkel vijandelijk toestel. Een bom van klein kaliber valt net naast de school binnen de perimeter van de commandopost echter zonder schade te berokkenen. Omdat het commando vreest dat hun locatie door de vijand ontdekt is verhuist de staf van de gemeenteschool van Haacht naar het (nu verdwenen) kasteel de Spoelberch te Wespelaar. De eerste dag op de K.W. Stelling wordt besteed aan het overnemen van de bunkers en het graven van loopgrachten, schutterskuilen en versterkte posities. De troepen vernemen verder geen nieuws van wat er zich in het oosten van het land afspeelt en beleven een relatief rustige dag. 

I/2J
De vrachtwagens die I/2J vervoeren komen om 01u30 toe te Haacht. Na een korte rustpauze marcheren de manschappen naar verschillende boerderijen waar ze de rest van de nacht doorbrengen. De volgende ochtend wordt het bataljon opgesteld in tweede echelon van het regiment. De hoofdkrachtinspanning van I/2J ligt bij de verdediging van de gemeente Haacht. Haacht is een belangrijke wegenknooppunt in het achtergebied van de verdedigingslinie en werd met bijkomende gevechtsbunkers uitgebouwd tot een anti-tankcentrum.

II/2J
Het II/2J neemt gedurende het tweede deel van de nacht van 10 op 11 mei stelling achter de anti-tankgracht in het linker voorkwartier van de ondersector en bewaakt onder meer de belangrijke doorgang van de Werchtersesteenweg. Links van II/2J stond initieel een bataljon van 1J opgesteld maar na de aankomst van de 2Div wordt dit bataljon afgelost door het IIde Bataljon van het 5de Linieregiment (II/5Li). Rechts bezet het III/2J het rechter voorkwartier van de ondersector. De commandopost van II/2J staat opgesteld in het gehucht Scharent. De limiet tussen het 5Li van de 2Div en 2J ligt net ten oosten van de Hansbrug over de Dijle daar waar het noordelijke einde van de anti-tankgracht de Dijle raakt [8].

III/2J
Het III/2J bezet het rechter voorkwartier van de eerste linie van de ondersector. Dit kwartier loopt via de gehuchten Lipseveld tot  Hambos. Links van III/2J wordt de defensieve stelling verlengd door II/2J, rechts van III/2J bezet de 6Cie van II/4J twee steunpunten tussen het station van Hambos en Tildonk-sas. Vanaf Tildonk-sas staat de rest van 4J opgesteld langs de zuidelijke oever van het Kanaal Leuven – Dijle.

IV/2J
Zoals gebruikelijk heeft het IV/2J heeft zijn middelen verdeeld over de andere bataljons.

Kasteel de Spoelberch (oftewel Hertogenburg) te Wespelaar waar de CP van 2J zich op 11 mei installeerde

Kasteel de Spoelberch (oftewel Hertogenburg) te Wespelaar waar de CP van 2J zich op 11 mei installeerde

Pl Vknr/2J
Het Pl Vknr/2J krijgt de opdracht om de CP van het regiment in de gemeenteschool van Haacht te beschermen.  Vanaf 07u00 zijn de manschappen van het peloton aan het werk om diverse veldversterkingen aan te leggen. Een uur later vertrekt een patrouille per fiets, opnieuw met de opdracht om op zoek te gaan naar parachutisten.  De ploeg krijgt een vaste ronde doorheen het grondgebied van de gemeente Haacht en zal elke twee uur afgelost worden. Nadat de CP regiment vanuit de lucht werd aangevallen verhuist het peloton samen met de Staf/2J omstreeks 15u00 naar het kasteel de Spoelberch te Wespelaar om daar zijn beveiligingsopdracht verder te zetten. Na aankomst te Wespelaar blijft de sectie motoren onder bevel van Sergeant Flaminne bij de CP in het kasteel terwijl OLt Declercq samen met de  andere sectiechefs op verkenning trekt doorheen de gemeente.  Er wordt besloten om de beide gevechtsgroepen wielrijders onder te brengen in de poortgebouwen van het kasteel de Spoelberch.  De gevechtsgroep motoren wordt ingekwartierd in het schooltje tegenover de Sint-Luciakerk.  De motoren worden opgesteld in de schuur van de naastliggende hoeve.  Op de terreinen van het kasteel graven de manschappen een reeks individuele schuttersputjes.  Het wachtdetachement voor de commandopost zal bestaan uit drie militairen.  De overige wielrijders moeten binnen de 5 minuten op hun gevechtsposities kunnen zijn.  De vrachtwagen van het peloton wordt geparkeerd op de dreef naar het kasteel en eveneens bewaakt door een wachtpost.  OLt Declercq plaatst zijn commandopost op het kasteel zelf en behoudt zijn side-car bij de ingang tot het gebouw.

Staf/2J
De ontplooiing van de 5Div op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Het 2J bezet de noordelijke ondersector tussen Haacht en Wespelaar, het  4J(-) versterkt met III/1J bezet de zuidelijke ondersector tussen Tildonk-Sas en Wijgmaal. Het 1J(-) is ontplooid in tweede echelon van de divisie over de ganse breedte van de divisiesector en zal versterkt worden met III/4J en IV/4J van zodra beide bataljons toekomen in de divisiesector na het beëindigen van hun beveiligingsopdracht in de hoofdstad. Om 01u00 wordt de regimentscommandant Kol SBH Lescornez en zijn Adjudant-majoor Cdt Daubresse op de divisiestaf verwacht voor de ontvangst van nieuwe orders. Vooreerst wordt de situatie te Leuven besproken. De British Expeditionary Force heeft zich bij de start van de Duitse aanval naar Leuven verplaatst om zoals overeengekomen de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven (exclusief) tot Waver. Er bestaat echter onenigheid binnen het geallieerde oppercommando over waar precies de scheidingslijn tussen de Belgische en Britse legerzone dient te lopen; ten noorden of ten zuiden van Leuven. De zaak zal eerstdaags uitgeklaard worden. Tijdens de ordergroep van de 5Div geeft de divisiecommandant eveneens richtlijnen voor het verhogen van de paraatheid binnen de divisiesector. In de bunkers langs de voorste linies moeten alle automatische wapens permanent bemand worden.  Doorheen de divisiesector moeten alle C47mm anti-tankkanonnen in hun veldversterkingen worden geplaatst. De rest van het regiment moet paraat blijven in zijn rustkantonnementen en binnen het half uur de linies volledig kunnen bemannen. Tenslotte wordt nog meegegeven dat de vijand zich ten oosten van Hasselt bevindt. Tussen de vijand en de stellingen van 2J heeft het Cavaleriekorps (CK) de Demer/Gete-stelling (lijn Kwaadmechelen – Diest – Tienen) defensief ingericht met het oog op het vertragen van de vijand tot de K.W. Stelling volledig bezet en ingericht is. Bij de terugkeer van de regimentscommandant worden de nodige maatregelen genomen om de divisieorders uit te voeren. De munitiebevoorrading gebeurt op de Wespelaarse Hoek.

Over het Kanaal Leuven-Dijle worden door de 1Cie van 5Gn in het ondersector van het 2J twee loopbruggen aangelegd tussen de sluis van Kampenhout en de brug van Tildonk.  Voorts wordt ook bepaald dat alle niet voor het gevecht noodzakelijke middelen ten westen van het kanaal moeten gebracht worden.  De bagage-echelons worden tot in Zaventem teruggetrokken.  De levensmiddelenechelons worden opgesteld in de bossen van Berg ten zuiden van Kampenhout. 

II/2J
Vanaf 09u00 gelden de speciale voorschriften voor de doorgang van de Cointet anti-tankversperring op de Werchtersesteenweg. De bewaking wordt versterkt met bijkomende mitrailleurs en met een sectie C47 anti-tankkanonnen die onttrokken wordt aan het Iste Bataljon in het Anti-tankcentrum Haacht.  Zo wordt een volledig peloton van vier vuurmonden opgesteld om de belangrijke doorgang te dekken.  Alle verkeer wordt streng gecontroleerd op mogelijke verdachte elementen.  De andere doorgang door de K.W. Stelling in de ondersector van het 2J te Lipsveld blijft vanaf de ochtend van 12 mei permanent gesloten.

De maatregelen aan de Werchtersesteenweg worden in de namiddag nog versterkt.  De poort in de anti-tankmuur moet nu gesloten worden, en mag alleen nog geopend worden voor georganiseerde formaties van het leger.  Losse groepjes militairen en vluchtende burgers moeten richting Rotselaar gestuurd worden.  Hiermee moet vermeden worden dat de vijand door een list de doorgang zou kunnen veroveren.  Rond 18u30 passeert een colonne van het Transportkorps van de 1Div in tegenovergestelde richting (van west naar oost) bij deze doorgang.  De motorvoertuigen gaan assistentie verlenen bij de aftocht van de 1Div van de Demer/Gete-Stelling.

III/2J
Rond 10u00 vernielt een detachement van het 5Gn de spoorlijn Leuven-Mechelen ter hoogte van de halte van Hambos.  Op deze locatie kruist de anti-tankmuur van de K.W. Stelling de sporen. ’s Namiddags onderzoekt Majoor Rowies van het III/2J op bevel van Generaal-majoor Chardome enkele diefstallen en plunderingen van burgers.

Pl Vknr/2J
Om 03u30 wordt de gevechtsgroep motoren uitgestuurd om een verkenning uit te voeren in het gebied tussen de Haachtsesteenweg, Leuvensesteenweg en de spoorlijn Leuven-Mechelen tot aan de rand van de sector van de ten zuiden gelegen 10Div.  De patrouille wordt geleid door Onderluitenant Declercq en keert terug tegen 06u00 zonder incidenten.  Vervolgens wordt de gevechtsgroep in twee secties opgedeeld die elk om de twee uur zullen uitrijden.  De wielrijders blijven op de terreinen van het kasteel.

Rond 10u30 krijgt onderluitenant Declercq van het Pl Vknr/2J de opdracht van Kolonel Lescornez om ervoor te zorgen dat alle boten die langs het Kanaal Leuven-Dijle achtergelaten werden, verwijderd worden.  Zo wil men vermijden dat de vijand de boten als noodbrug zou gebruiken.  Declercq begeeft zich naar de brug van Tildonk en stelt vast dat  tientallen binnenschepen er onbemand bijliggen.  De schippers zijn duidelijk gevlucht.  Om de schepen naar Mechelen te laten vertrekken, vraagt de staf van het 2J aan het 5de Geniebataljon om enkele doorgangen te maken in de loopbruggen. 

Om 15u00 is er een luchtlandingsalarm voor de Haachtsesteenweg te Kampenhout.  Het peloton stuurt meerdere patrouilles uit.  Er wordt een burger gearresteerd nabij het Kanaal Leuven-Dijle en binnengebracht op de commandopost van het regiment.

Staf/2J
Vroeg op de ochtend brengt de regimentsstaf de bataljons op de hoogte van de komst van enkele formaties van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) die na hun aftocht van het Albertkanaal kortstondig ingezet werden aan de Demer-Gete/Stelling.  De grootste formatie van de 1Div die te Haacht de K.W. Stelling zal kruisen betreft het IIIde Bataljon van het 24ste Linieregiment (III/24Li). Dit zal pas in de late avond van 13 mei plaats vinden.  De regimentsstaf vreest dat het beeld van de terugtrekkende militairen de eigen troepen zal  verontrusten, en vraagt aan de pelotonscommandanten om al het mogelijke te doen om de kalmte onder het 2J te bewaren. Zowel te Haacht als ook te Lipsveld blijven met grote regelmaat losse groepjes militairen van de terugtrekkende eenheden aankomen.  Kol Lescornez vreest dat deze volkstoeloop opgemerkt zal worden door de Luftwaffe. Hij beveelt dan ook om te Haacht en te Wespelaar verzamelposten in te richten om deze militairen op te vangen en ze uit het zicht van de vijandelijke luchtvaart onder te brengen.  De opgevangen detachementen moeten vervolgens onder leiding van hun kaderleden doorgestuurd worden naar de verzamelpunten voor geîsoleerde militairen die  ten westen van het Kanaal van Willebroek door het IIIde Legerkorps (III/LK) worden ingericht.

Te Haacht zijn in de loop van de ochtend eveneens enkele Britse pantserwagens van het B Squadron van het 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards [5(UK)RIDG] aangekomen [9].  De twee tankpelotons van het B Squadron 5(UK)RIDG komen poolshoogte nemen ter hoogte van het station van Hambos bij de kruising van de spoorweg met de muur van Cointet-hekkens en de doorgang van de ijzeren muur langs de Haachtsebaan van Haacht naar Werchter (oftewel de N21). De Britten nemen contact op met de verdedigers van de steunpunten die de doorgangen onder schot houden en stellen vast dat het moreel van de aanwezige troepen onberispelijk is (of zoals ze in hun velddagboek vermelden: “the morale of these troops was above reproach“) waarop de twee tankpelotons bij het vallen van de avond terug vertrekken om bij hun eenheid te overnachten. 

Het Cavaleriekorps (CK), dat zich nog vóór de 5Div bevindt, zal op zijn terugtocht van de Demer/Gete-Stelling vanaf 20u00 de K.W. Stelling doorkruisen. De ganse nacht door zullen cavaleristen voorbij trekken. Op bevel van de divisie moeten geïsoleerde militairen naar welbepaalde verzamelpunten doorgestuurd worden.  De ravitailleringposten van 2J moeten ten westen van het Kanaal Leuven-Dijle gebracht worden. De veldkeukens mogen maar tussen 24u00 en 04u00 bevoorraad worden om niet ontdekt te kunnen worden door vijandelijke vliegtuigen.

II/2J
Vanaf 07u00 worden alle verplaatsingen in het kwartier van het II/2J bemoeilijkt door de terugtrekkende eenheden van de Belgische 1Div, de Britse troepen en massa’s vluchtelingen.

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Pl Vknr/2J
Onderluitenant Declercq vertrekt met een detachement bestaande uit een gevechtsgroep wielrijders en een FM30 ploeg van de 5Cie op missie naar Werchter, een dorp op enige kilometers ten oosten van de K.W. Stelling.  De militairen moeten er de ploegen van het 5Gn beveiligen die de technische wacht leveren bij de springinrichtingen onder de bruggen over de Demer en Dijle.

Het detachement zal elke 24u afgelost worden op het middaguur, en moet op post blijven tot bij de vernieling van de bruggen.  De gevechtsgroep van Sergeant Matis zal als eerste de wacht optrekken.  De gevechtsgroep van Korporaal Domange levert de eerste aflossing.  De verkenners worden uitgezet bij de splitsing van de Tremelobaan en de Hogeweg.  De FM30 ploeg wordt geïnstalleerd 200m zuid van de brug van de Provinciebaan over de Dijle.  Er wordt verbinding gemaakt met het regiment via het civiele telefoonnet.

Omstreeks 11u15 arriveert GenMaj Chardome, commandant infanterie van de 5Div (oftewel CIDI/5Div) bij de bruggen te Werchter.  De generaal vindt dat de posities slecht gekozen zijn en laat de wachtposten verplaatsen naar de westelijke oever van de beide rivieren.  Hij inspecteert tevens de manschappen en tracht hen moed in te spreken met een vaderlandslievende preek.  De FM30 bevindt zich nu bij de voet van de brug aan de Provinciebaan, terwijl de wielrijders aan de brug van de Haachtsesteenweg opgesteld staan.  Declercq noteert in zijn velddagboek dat hij alzo geen uitzicht over het landschap ten zuiden en ten oosten van het dorp meer heeft.  Het vernielingsdetachement van het 5Gn komt toe rond het middaguur en wordt bevolen door Onderluitenant Demoulin. Omstreeks 13u00 arriveert bij de brug van Werchter een Brits tankpeloton van bestaande uit vijf  pantserwagens behorende tot het A-Squadron van de 5(UK)RIDGHet peloton bevolen door Lieutenant H. F. H. Phillips steekt de Dijle over te Werchter en voert een verkenning uit richting Aarschot [10]. Tot ongeveer 20u00 passeren alleen enkele kleine detachementen van het 36Li en 38Li die van het Albertkanaal weggevlucht zijn.  Vanaf 20u00 rijden regelmatig colonnes voorbij van diverse eenheden van het CK, op aftocht van de Demer/Gete-Stelling. Het Britse verkenningspeloton van Lt Phillips steekt de Dijlebrug van Werchter terug over tegen middernacht.  

Staf/2J
Om 02u00 duikt opnieuw een peloton van 5(UK)RIDG in de ondersector van 2J op, ditmaal voeren ze een patrouille uit in het voorgebied van de K.W. Stelling richting Aarschot. Met de terugtrekking van de 10Div komt ook het 10de Regiment Artillerie (10A) ter beschikking. Omdat het geen zin geeft om artillerie in reserve te houden worden de groepen van 10A in vuurversterking gegeven van de artillerie van de 5Div. Door de aankomst van het 10A in de sector van de 5Div worden de artillerievuren herverdeeld. Zo kan 2J vanaf eerste klaarte rekenen op de vuursteun van I/10A en II/10A naast de vuursteun geleverd door III/11A. Deze drie groepen zullen worden bevolen door Majoor Roskam, groepscommandant van I/10A. Rond 10u30 trekken de laatste Belgische troepen uit het voorgebied van de K.W. Stelling voorbij.  Deze melden dat de vijand Aarschot zou ingenomen hebben.  Het 5Gn gaat over tot de vernieling van de brug langs de Provinciebaan naar Rotselaar te Werchter (13u30) als ook het kleine bruggetje over de Dijle nabij de samenvloeiing van de Dijle met de Demer (15u00). Als laatste, nadat alle Britse verkenners binnengelopen zijn, wordt de brug langs de Haachtsesteenweg tot ontploffing gebracht (15u30). 

Te Werchter ondermijnde het 5Gn drie bruggen.

Te Werchter ondermijnde het 5Gn vier bruggen over de Dijle; twee in de dorpskom, een op de baan naar Rotselaar en een klein brugje op de punt van de samenvloeiing van de Demer en de Dijle.

Pl Vknr/2J
De verkenners bevinden zich nog steeds te Werchter. Om 02u00 steken opnieuw enkele Britse pantserwagens de brug nog over in tegenovergestelde richting om het gebied tussen Werchter en Aarschot ten noordoosten van de Dijle te verkennen. Het betreft ditmaal het peloton van de Britse Lieutenant Monckton van het C Squadron van de 5(UK)RIDG. Er moet gewacht worden op de terugkeer van de Britse verkenners vooraleer het dispositief kan worden aangezet. Tegen 09u00 rijden de laatste troepen van het CK over de bruggen aan de Haachtsesteenweg en de Provinciebaan. GenMaj  Chardome is opnieuw aanwezig en beveelt omstreeks 11u30 de voorbereiding van de vernieling van deze bruggen. Op dat ogenblik meldt zich een Britse verbindingsofficier van het 12th Royal Lancers [12(UK)RL] aan bij de bruggen [11]. Hij heeft van zijn regimentscommandant de opdracht gekregen om de vernieling van de bruggen tegen te gaan tot het C Squadron van 12th Lancers volledig binnengelopen is. De Britse officier neemt hiervoor contact op met GenMaj Chardome [12]. Wanneer tegen 12u00 het detachement van Sgt Matis wordt afgelost, neemt het verkeer over de brug af hetgeen wijst op de nakende komst van de vijand. Er komt geen vervanging opdagen voor de FM30 ploeg zodat nu alleen de gevechtsgroep van Korporaal Domange in het dorp aanwezig is. Om 13u15 start het peloton van OLt Wilmotte van 1/5Gn met de aanbreng van extra explosieven bij de brug over de Dijle langs de baan naar Rotselaar (oftewel N229). Om 13u30 wordt deze brug tot ontploffing gebracht. Rond 14u00 wordt de zagerij van de gebroeders Wouters op de samenvloeiing van de Demer met de Dijle in brand gestoken op bevel van de staf van het regiment.  Korporaal Blariaux en Soldaat Dofny overgieten de houtstapel met benzine en leggen het gebouw zo in de as. Tegen 15u15 lopen eerst de Britse CS9 Morris pantserwagens van het C Squadron van het 12(UK)RL binnen via de dorpskom van Werchter, even later gevolgd door het peloton Monckton van 5(UK)RIDG. Een van de voertuigcommandanten laat weten dat tijdens de verkenning tot in Aarschot een vijandelijke motorwielrijder neergeschoten werd. Na het binnenlopen van de Britse verkenners wordt de brug ten zuiden van Werchter op bevel van GenMaj Chardome door OLt Roucoux van 5Gn tot springen wordt gebracht. De verkenners blijven  de ganse dag verder op post bij de vernielde bruggen en sturen een kleine patrouille uit naar de oostelijke oever van de Demer. Verder dan een halve kilometer in no-man’s land wagen de manschappen zich niet.  Even voor valavond wordt in de verte geweervuur gehoord.  De militairen nemen hun gevechtsposities in, maar het blijft rustig.  Rond 22u30 wordt het detachement van het Pl Vknr/2J teruggetrokken uit Werchter.  De militairen lopen binnen via Wakkerzeel en via de stellingen van het IIIde Bataljon.

Staf/2J
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei wordt voor de eerste keer artillerievuur gehoord in de verte. Nog voor het daglicht wordt, zendt het 2J enkele patrouilles uit om de toestand op de oostelijke oever na te gaan. Buiten enkele verloren gelopen Belgische militairen wordt er niets verdachts waargenomen.

Om 17u00 komt bij het 2de Regiment Lansiers (2L) een bevel toe om twee T13 tankjagers te detacheren bij de 5de Infanteriedivisie.  De opdracht wordt toegewezen aan de voertuigen van Onderluitenant Becquet en Adjudant KROLt Bruyninckx.  De voertuigen zullen ten dienste staan van het 2de Regiment Jagers te Voet en moeten aansluiten bij dit regiment nabij de kerk van Kampenhout.

I/2J
Om 06u30 vertrekt een patrouille van het I/2J naar Werchter om na te gaan of de vijand bij de vernielde  bruggen over de Demer en de Dijle is aangekomen.  Het detachement van zes militairen wordt geleid door Sergeant Mignotte.  De patrouille keert enkele uren later terug en meldt een Duitse pantserwagen nabij de restanten van de brug van de Provinciebaan ten zuiden van het dorp.  Er werd kort over-en-weer geschoten.  De aanvaller zou nog niet gestart zijn met het slaan van noodbrug.

II/2J
Om 14u30 wordt het bataljon een eerste keer beschoten door de Duitse artillerie.  De stelling van de sectie M76 mortieren die toegevoegd is aan het bataljon valt onder vuur.  Ook het steunpunt van de 10Cie op de baan van Wespelaar naar Wakkerzeel wordt beschoten.  De bataljonscommandant vraagt een vuuropdracht aan om de kerktoren van Wakkerzeel onder vuur te nemen.  Hij meent dat de vijand hier een observatiepost geplaatst heeft.  Vanaf dan zullen met zekere regelmaat vijandelijke granaten neervallen op de posities.

Omstreeks 18u00 worden Duitse verkenners waargenomen in Hoeve De Schot nabij het kruispunt van de Werchtersesteenweg en de Wijgsmaalsesteenweg.  De boerderij wordt beschoten door de M76 mortieren.

Om 20u30 laat Majoor Richard de Nieuwe Roodhoeve te Wildeheide plat branden.  Deze hoeve staat erg dicht bij een bocht in de anti-tankgracht en de majoor wil niet dat de vijand gebruik kan maken van het gebouw om zijn posities in de flank te beschieten.

III/2J
Om 21u00 laat de 11Cie weten dat de Belgische artillerie een van de Cointet hekkens stuk geschoten heeft op de plaats waar de anti-tankbarrière de spoorlijn Leuven-Mechelen kruist.  De bres wordt gedekt met een C47 anti-tankkanon en een machinegeweer.

Pl Vknr/2J
Tijdens de tweede helft van de nacht van 15 op 16 mei stuurt Kol Lescornez het detachement van het peloton terug naar Werchter met als opdracht om ter plekke te blijven tot de komst van de vijand.  Het detachement mag de frontlijn van het IIIde Bataljon alleen kruisen indien deze troepen nog geen contact gemaakt hebben met de vijand.  OLt Declercq leidt de wielrijders tot Wakkerzeel en houdt hier halt omstreeks 04u45.  De pelotonscommandant klimt op de kerktoren om de omgeving af te speuren.  Een ploeg van vijf militairen wordt voorop gestuurd via de Pastoriestraat in de richting van Werchter.  Nabij de vernielde brug van de Provinciebaan wordt een Duitse pantserwagen waargenomen.  De patrouille keert terug.  Declercq besluit om zelf poolshoogte te nemen en vertrekt met de andere helft van de gevechtsgroep.  Even voor 07u00 nadert hij tot op een honderdtal meter, keert terug zonder gezien te worden en besluit om terug te keren binnen de linies.

De rest van de dag wordt de komst van de vijand afgewacht.  Omstreeks 15u00 verneemt Declercq op de commandopost van het regiment dat de vijand in het kwartier van het IIde Bataljon van het 4J doorheen de anti-tankbarrière van de K.W. Stelling zou geraakt zijn.  De beide gevechtsgroepen te fiets worden uitgestuurd om zo mogelijk tussenbeide te komen. Via de brug van Tildonk bereiken de verkenners het bataljonsvak van II/4J.  De vijandelijke infiltratie is teruggedrongen en het gevaar is geweken.  Het detachement is tegen 18u00 opnieuw op kasteel de Spoelberch.

Staf/2J
Het 2J zal geen patrouilles meer uitsturen voor de K.W. Stelling.  De vijand is nu te dichtbij gekomen. Om 12u00 geeft de commandant van de 5Div de toelating om tijdens de nacht van 16 op 17 mei één van de twee bataljons ontplooid in eerste echelon te laten vervangen door het bataljon opgesteld in tweede echelon. De aflossing moet compagnie per compagnie gebeuren en de verkenningen voor de aflossing dienen onmiddellijk na de middag aan te vangen.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse Général d’Armée Billotte) om verder westwaarts te trekken [13]. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een veilige manier. 

Het wagenpark zal als eerste vertrekken via de Haachtsesteenweg tot in Berg.  Vervolgens moet via Perk en Peutie naar Vilvoorde gereden worden om daarna via Grimbergen en Wolvertem de eindbestemming Beigem te bereiken.  De colonne moet om 21u05 te Berg passeren.

Vanaf 21u00 mogen ook de bataljons op het eerste echelon de terugtocht aanvatten, zolang de mobiele achterhoede gevormd door het Peloton Verkenners en een peloton van het Wielrijderseskadron op post is.  Het Iste Bataljon op het tweede echelon zal de vaste achterhoede vormen.  Deze vaste achterhoede zal zijn stellingen verlaten om 03u00 op 17 mei. 

De hoofdmacht zal dezelfde marsroute vormen als het wagenpark.  Het IIde Bataljon zal de mars leiden, gevolgd door het IIIde Bataljon, de staf van het IVde Bataljon, de Stafcompagnie, en de Geneeskundige Compagnie.  Het startpunt van de mars ligt even ten westen van de brouwerij van Haacht.  Hier moet het IIde Bataljon passeren om 02u15, en het IIIde Bataljon om 02u35.  Bij elk bataljon zullen telkens drie pelotons mitrailleurs in de colonne gevoegd worden om bij een vijandelijke aanval adequaat te kunnen reageren.

I/2J
Het Iste Bataljon wordt verantwoordelijk voor de vaste achterhoede die de terugtocht van het regiment dient te dekken.

II/2J
Omstreeks 05u00 raakt Soldaat Detant zwaar gewond door een inkomend projectief van de Belgische luchtafweer. Sdt Detant zal later overlijden aan zijn verwondingen.

III/2J
Even voor 05u00 vraagt de staf van het regiment om een korte dwarsstelling in te richten tussen de brug van Tildonk op het Kanaal Leuven-Dijle en de bunker H13 op her eerste echelon van de K.W. Stelling.  Deze bunker staat nabij het Hof Ten Dormaal aan de Kasteeldreef.  Met deze stelling moet een doorbraak van uit het zuiden naar Haacht moeilijker gemaakt worden.  Het steunpunt wordt ingericht door een detachement van het IIIde Bataljon en versterkt met een C47 anti-tankkanon. Op het middaguur vraagt Majoor Rowies opnieuw om de kerktoren van Wakkerzeel te vernielen.  De aanvraag wordt doorgegeven aan de artillerie.  Hierop volgen nog diverse vuuraanvragen op doelen rond dit dorp.  Er worden immers nieuwe vijandelijke troepen gespot.

Pl Vknr/2J
OLt Declercq wordt om 17u00 aan het hoofd geplaatst van de mobiele achterhoede die voor het 2J zal bestaan uit het Peloton Verkenners, het 2de Peloton van het Wielrijderseskadron der 5Div, een peloton van de Compagnie C47 van de divisietroepen, en twee T13 tankjagers van 2L.  De kolonel bepaalt dat de mobiele achterhoede om 21u00 moet ontplooid zijn op zijn startposities op het eerste echelon, en om 03u00 tijdens de nacht van 16 op 17 mei moet verzamelen aan de brug over het Kanaal Leuven-Dijle te Kampenhout.  Hier zal het 4de Peloton van het EskCy 5div zal samen met twee T13 tankjagers de Haachtsesteenweg dekken.  Ik het kielzog van de mobiele achterhoede zal ook het bruggetje van de Wakkerzeelsestraat over de Lipsebeek opgeblazen worden.  De pelotonscommandant verdeelt zijn troepen als volgt:

  • Achterhoedepost 1 wordt bevolen door Sergeant Matis en bevindt zich aan de brug over de Dijle op de Keerbergsesteenweg net ten oosten van Haacht.  Matis beschikt over een sectie wielrijders en een anti-tankkanon.
  • Achterhoedepost 2 bestaat eveneens een sectie wielrijders en een anti-tankkanon, maar heeft ook een T13 pantserwagen.  Dit detachement wordt bevolen door Luitenant Becquet van het 2L en dekt de Werchtersesteenweg.
  • Achterhoedepost 3 heeft dezelfde samenstelling en bewaakt de Vinkstraat te Wakkerzeel
  • Achterhoedepost 4 tenslotte dekt de brug van Tildonk over het Kanaal Leuven-Dijle en bestaat uit een sectie wielrijders, en twee C47 kanonnen, onder leiding van Luitenant Lauwers.

Staf/2J
Na een geforceerde nachtmars wordt heel vroeg in de ochtend de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek bereikt via de brug te Vilvoorde.  Het gros van het regiment houdt halt te Beigem omstreeks 10u30.  De troepen worden ingekwartierd.  De commandopost vindt onderdak in Kasteel Ten Berg.  Kolonel SBH Lescornez bepaalt dat de troepen maximaal moeten rusten, en laat geen wachtposten en luchtafweerposten uitzetten.

II/2J
Het IIde Bataljon bereikt als eerste het Kanaal van Willebroek.  Het drukke militaire verkeer zorgt voor enige vertraging op het mars schema en het is reeds dag wanneer de troepen de brug van Vilvoorde oversteken.  Op de westelijke oever van het kanaal bevinden zich duizenden militairen van allerlei eenheden.  Enkele stafofficieren van de 5Div trachten deze troepen aan te manen om de kanaalzone te verlaten.  Bij het kruispunt van de Wolvertemsesteenweg en de Beigemsesteenweg houdt Majoor Richard halt om zijn colonne naar de juiste bestemming te dirigeren.  De majoor bereikt Beigem rond 12u30.

Pl Vknr/2J
Om 00u30 wordt Onderluitenant Declercq opgeschrikt door een luide knal.  De vernielingsploeg aan de Wakkerzeelsestraat heeft de brug over de Lipsebeek voortijdig opgeblazen, en hiermee is de marsroute van Achterhoedepost 3 afgesneden.  Declercq en zijn ordonnans steken de beek over en bereiken een half uur later de anti-tankversperring bij deze post die op dat ogenblik reeds onder vijandelijk vuur ligt.  Het personeel blijkt de explosie niet eens gehoord te hebben.  De post wordt onmiddellijk geëvacueerd.  De T13 pantserwagen rijdt om via de Wijgmaalsesteenweg en Haacht.  De verkenners per fiets steken de Lipsebeek over.

Het I/2J passeert ter hoogte van de brug over het Kanaal Leuven-Dijle te Kampenhout omstreeks 04u00, onder dekking van de reeds aanwezige detachementen van de mobiele achterhoede.  Meer naar het oosten toe staat de T13 van Luitenant Bequet bij de spooroverweg aan de Stationsstraat.  Wanneer plots twee vijandelijke pantserwagens opduiken aan de westrand van Haacht worden de beide voertuigen prompt uitgeschakeld door enkele rake schoten.  Er lijken geen andere Duitse troepen in de omgeving, en de terugtocht van het I/2J en de mobiele achterhoede lijkt dan ook voorlopig gevrijwaard.  De brug van Kampenhout wordt om 05u30 vernield.

De beide gevechtsgroepen wielrijders trekken terug via de Haachtsesteenweg en slaan te Kampenhout de Perksesteenweg in.  Als allerlaatste leidt Onderluitenant Declercq de gevechtsgroepen met de motorwielrijders van de Pelotons Verkenner van het 2J en het 4J.  Deze motorwielrijders houden zich op aan de Perksesteenweg tot ongeveer 08u00 in de ochtend en verplaatsen zich vervolgens naar de oostrand van Peutie waar ze opgewacht worden door de T13 van Luitenant Becquet.  Een uur later vervoegt dit detachement de oostrand van Vilvoorde om vervolgens als laatste Belgische troepen de brug aldaar over te steken.  Bij de brug wacht opnieuw Generaal-majoor Chardome die om 10u12 het bevel geeft om het overgangspunt te vernielen.

Het volledige peloton wordt hierop gehergroepeerd op de Grimbergsesteenweg en rijdt naar het Kasteel Ten Berg Beigem waar de staf van het 2J zich opgehouden heeft.  Even na het middaguur sommeert Kolonel SBH Lescornez de pelotonscommandant: de vijand zou te Humbeek-Sas het kanaal zijn overgestoken en Onderluitenant Declercq moet de toestand ter plekke gaan nakijken.  Hij vertrekt onmiddellijk met de gevechtsgroep motorwielrijders.  In het dorp ontmoet het detachement militairen van het 5Li en het 28Li die ter plekke ingekwartierd zijn, en niets weten over de toestand bij de brug.  Ten oosten van het dorp wordt Declercq gestopt door Luitenant Moisse van de 2Cie van het 1CyF die hem ten sterkste afraadt om bij de brug te gaan kijken.  De verkenners rijden voorzichtig verder.  In de laatste bocht voor de brug wordt de motorwielrijder aan de kop van het detachement beschoten.  De verkenners gaan in dekking en betrekken een leegstaande woning die zicht heeft over de brug.  Declercq stelt vast dat de brug slechts ten dele in het water ligt en de passage mogelijk maakt van vijandelijke infanteristen.  Ook wordt er niet gevochten.  De vijand kan zonder enige tegenstand de westelijke oever bereiken.  De motorwielrijders rijden direct terug Beigem en alarmeren bij de doortocht van Humbeek de Belgische troepen die zich in het dorp ophouden.

Verkenning Luitenant-kolonel Capel (Pl Vknr/2J en Pl C47/2J)
Wanneer Kolonel SBH Lescornez rond 14u00 het verontrustende nieuws verneemt, wordt Luitenant-kolonel Capel van het IVde Bataljon belast om terug te keren naar Humbeek met de verkenners en het peloton C47 anti-tankkanonnen van Onderluitenant Michaux.  Het peloton verkenners wordt uitgestuurd naar het kruispunt van de Zijpstraat en de Kruisstraat te Koppendries.  Even later komt hier ook het peloton C47 aan.  Onder leiding van Capel trekt het ganse detachement via de Driesstraat in de richting van het Gravenkasteel.  Declercq kan met de helft van zijn peloton en twee C47 kanonnen omstreeks 15u00 de oever van het Kanaal van Willebroek bereiken ten noorden van de brug.  De militairen vallen onder vuur en riposteren, terwijl de pelotonscommandant de sterke van de vijandelijke troepen tracht te bepalen.  Het detachement trekt zich terug tegen 16u45 nadat er een vijftal gewonden gevallen zijn, waaronder ook Onderluitenant Declercq.  De officier wordt ter plekke achtergelaten en zal in het Duitse veldhospitaal te Westmeerbeek verzorgd worden.

Ondertussen heeft Luitenant-kolonel Capel met de andere helft van het Peloton Verkenners en de twee overige kanonnen de kanaaloever bereikt ten zuiden van de brug.  In een van de huizen hebben een tiental Belgische militairen postgevat onder leiding van een sergeant.  De vijand zit in de woningen aan de overkant van het kanaal en er wordt over-en-weer geschoten.  Hierbij vallen verschillende slachtoffers.  Capel vordert voorzichtig in de richting van de brug en verneemt van een van de manschappen van het detachement Declerq dat de ongelukkige pelotonscommandant zwaar gewond achtergebleven is.  De vijandelijke aanwezigheid op de westelijke oever laat echter niet toe om hem te ontzetten.

Staf/2J
Om 14u00 bepaalt Kolonel SBH Lescornez eveneens dat zowel het IIde Bataljon als ook het IIIde Bataljon een detachement moeten leveren om het kantonnement van Beigem te beveiligen.  Elk van de bataljons moet in eerste instantie een peloton fuseliers en een peloton mitrailleurs opstellen langsheen de oostrand van het dorp.  Majoor Richard van het IIde Bataljon zal het detachement eigenhandig bevelen.

Even voor 18u00 laat de kolonel de drie bataljons volledig ontplooien.  Het IIde Bataljon moet zijn opdracht uitbreiden door het opstellen van zijn compagnies tussen Koppendries en Beigem, langsheen de oostrand van het dorp.  Het Iste Bataljon dient stelling te nemen op de terreinhelling tussen Koppendries en Eversem.  Het IIIde Bataljon wordt ondergebracht in de bossen ten westen van Eversem.  De staf van het regiment zal zijn commandopost verhuizen naar Eversem en is operationeel vanaf 19u00.

Ondertussen zijn te Humbeek het Iste, IIIde en IVde Bataljon van het 5de Linieregiment zonder incidenten vertrokken.  Deze bataljons kregen om 18u00 het bevel tot de afmars en hebben het dorp tegen 19u00 verlaten.  Het IIde Bataljon van het 5Li is in schermutselingen met de vijand verwikkeld geraakt en zal uiterlijk om 23u00 het contact moeten verbreken.

Ook de troepen van het 28ste Linieregiment te Beigem hervatten de aftocht naar het westen in de loop van de vooravond.

De elementen van het 1ste Regiment Grenswielrijders en het 2de Regiment Grenswielrijders die de kanaaloever verdedigen zullen in de eerste helft van de nacht wegtrekken.

Op 21u15 tenslotte vertrekt van op de staf van de 5Div een bevel naar alle eenheden om vanaf 22u00 de mars te hervatten.  Dit bevel komt te laat aan op de staf van het 2J.  Kolonel SBH Lescornez zal het bericht pas ontvangen om 01u30.

Dit alles zal tot gevolg hebben dat tegen middernacht van 17 op 18 mei het IIde Bataljon van het 2J als enige eenheid zal achterblijven in de zone ten westen van Humbeek-Sas.  Dit zal desastreus worden voor het bataljon.

II/2J
Majoor Richard duidt de 7Cie en de 8Cie aan om de troepen te leveren voor de beveiliging van Beigem.  Het detachement wordt uitgestuurd naar het kruispunt van de Molenstraat en de Bunderstraat.    De majoor besluit om zelf poolshoogte te nemen bij de brug van Het Sas en vertrekt met zijn zijspan.  Hij geeft het bevel over het bataljon in handen van Kapitein-commandant Lefebvre van de 8Cie.  Richard rijdt via Koppendries naar Humbeek en stelt vast dat de Kruisstraat er verlaten bijligt.  Het zijspan stopt op enkele honderden meters van de brug.  Majoor Richard en zijn chauffeur trekken te voet verder tot in de huizen langsheen de kanaaloever.  Onderweg heeft hij kort contact met Luitenant-kolonel Capel.  Aan het kanaal ontmoet hij diverse soldaten van de Grenswielrijders die er erg moedeloos uitzien.  Wat dichter naar het kanaal toe worden de bataljonscommandant en zijn chauffeur onder vuur genomen door drie Duitse militairen.  Het tweetal besluit hun motorfiets op te geven en vluchten te voet van de oever weg.  Ten westen van de kerk van Humbeek worden ze opgepikt door de T13 pantserwagen van Onderluitenant Becquet van het 2L die hen even verder afzet bij het peloton van Onderluitenant Dubois van de 8Cie.  Dit peloton wordt samen met een sectie mitrailleurs ontplooid om de Kruisstraat te blokkeren.

Wanneer Majoor Richard opnieuw aankomt op Kasteel Ten Berg, heeft Kolonel SBH Lescornez reeds het bevel gegeven aan het IIde Bataljon om samen met het Peloton Verkenners deel uit te maken van de achterhoede die samen met de overgebleven Grenswielrijders en Rijkswachters  de Duitsers gedurende enige tijd moeten tegenhouden te Humbeek Sas.

De kolonel zal zijn commandopost overbrengen naar Eversem.  Majoor Richard moet het Kasteel Ten Berg overnemen, maar laat de kolonel weten dat hij naar Humbeek wil terugkeren om de ontplooiing van zijn bataljon eigenhandig te leiden.  De kolonel gaat akkoord en laat de majoor afzetten met zijn stafauto op het kruispunt van de Kerkhofstraat en de Steeneikstraat.  De majoor trekt te voet verder via de Kerkstraat, vergezeld door een sectie mitrailleurs en twee gevechtsgroepen van Onderluitenant Willot.  Even ten noordoosten van de dorpskern stuit hij op de commandopost van Majoor Ooms van het IIde Bataljon van het 5Li.  Ooms heeft het bevel gekregen om tot 21u00 stand trachten te houden met zijn bataljon.   Majoor Richard beseft dat hij niet over duidelijke bevelen beschikt omtrent de inzet van zijn eigen eenheid en besluit dan ook om samen met Ooms van de kanaalzone terug te trekken.  Richard laat het gros van zijn bataljon langs de oostrand van Beigem en noordrand ontplooien en behoudt zijn detachement te Humbeek.  De schermutselingen tussen het II/5Li en II/2J enerzijds en de voorhoede van het IIIde Bataljon van het 26ste Duitse Infanterieregiment anderzijds nemen in intensiteit toe.

Majoor Richard keert ondertussen terug naar Eversem om verslag uit te brengen.  Te Koppendries stuit hij op Kapitein-commandant Gillaux en het 5de eskadron van het 2de Licht Regiment dat naar Humbeek  is gestuurd om daar het II/2J bij te staan.  Richard stuurt het eskadron door om stelling te nemen net ten noorden van Koppendries.  De eenheid beschikt ook over twee C47 anti-tankkanonnen waarvan het eerste op het gehucht Kruis en het tweede te Koppendries opgesteld wordt.  Tussen Koppendries en Beigem bevindt zich de 7Cie van 2J.  Langsheen de oostrand van Beigem staat de 6Cie opgesteld.

Kolonel SBH Lescornez gaat niet akkoord met de terugtocht van de fractie van het IIde Bataljon dat zich te Humbeek bevindt.  Hij belooft om mitrailleurs, mortieren en anti-tankkanonnen in versterking te geven.  Deze versterkingen zullen evenwel nooit geleverd worden, met uitzondering van het peloton mitrailleurs van Adjudant Debouge van de 13Cie.  Lecornez en zijn staf staan op het punt om Eversem te verlaten.

De majoor keert terug naar Kasteel Ten Berg om de organisatie van zijn bataljon na te gaan.  Het is dan reeds 02u00 tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

Staf/2J
Wanneer Kolonel SBH Lescornez om 01u35 laattijdig het bevel van de 5Div ontvangt om de kanaalzone vanaf 22u00 te verlaten, laat hij onmiddellijk een nieuwe planning opmaken.  Binnen de vijf minuten stuurt hij ook een verbindingsofficier naar de divisiestaf.  Tussen 02u00 en 02u45 ontvangen de bataljons hun marsbevelen .  Lescornez bepaalt eveneens dat het IIde Bataljon met zijn toegewezen versterkingen de mobiele achterhoede zal vormen tijdens de aftocht van de divisie en beveelt dat dit bataljon tot 04u00 op post dient te blijven.

Het startpunt voor de mars wordt bepaald als het kruispunt van de Linthoutstraat en de Merchtemsesteenweg even ten westen van Wolvertem.  Hier zal het Iste Bataljon om 03u45 moeten passeren.  De staven van het regiment en van het IVde Bataljon zullen dan aansluiten, gevolgd door het IIIde Bataljon om 04u05.  Het regiment zal terugtrekken naar Hofstade

De nachtmars verloopt zonder grote problemen en het regiment trekt bij dageraad zonder ontbijt verder naar het westen. Wanneer ze rond de middag in Aalst aankomen, is er nog steeds geen bevoorrading. De manschappen zijn uitgeput en hebben honger en dorst.  Er ontbreken ook tientallen militairen die tijdens de mars hebben moeten afhaken.  Te Aalst is de burgerbevolking gevlucht. De binnenvaartuigen op de Dender zijn ofwel gezonken of staan in brand.  Ook enkele huizen staan in lichterlaaie.  De stad wordt verdedigd door het 1ChA en er weerklinkt sporadisch geweervuur.  De manschappen van 2J worden onrustig en zijn opgelucht wanneer de laatste eenheden door de stad getrokken zijn. Te Hofstade wordt halt gehouden en worden de bataljons ondergebracht in scholen, stallingen en woningen voor de nacht. Nog steeds is er geen water of voedsel toegekomen.

Het regiment blijft de ganse dag ter plekke.  Om 21u30 worden nieuwe orders verdeeld onder de bataljons voor de etappe van de nacht van 18 op 19 mei.

II/2J
Omstreeks 03u00 verlaat Majoor Richard het Kasteel Ten Berg om de steunpunten van zijn compagnies te inspecteren.  De majoor beklaagt zich er over dat hij niet over duidelijke orders beschikt, en zijn bataljon niet langer in contact staat met de regimentsstaf.  Ook binnen het bataljon kan alleen gecommuniceerd worden met estafetten.  Er is geen veldtelefoonnet aangelegd.

Over het precieze tijdstip van het bevel tot de terugtocht bestaat onenigheid.  Na WO2 zal Kolonel SBH Lescornez beweren dat hij reeds om 01u35 aan Majoor Richard had opgedragen om Beigem te verlaten te 04u00.  Majoor Richard zal in zijn getuigenis echter argumenteren dat hij het bevel slechts om 04u30 ontving nadat hij per motorfiets opgehaald was voor overleg met Kolonel SBH Lescornez.  Wie gelijk had, is niet meer geweten.

In alle geval is het zo dat de kolonel bevestigt dat het IIde Bataljon aangeduid is om de mobiele achterhoede te leveren bij de aftocht van de 5Div naar Aalst, en dat het bataljon mag blijven beschikken over de T13 van Onderluitenant Becquet van het 2L.

Wat er ook van weze, het IIde Bataljon is om 04u30 nog steeds ter plekke.  Ten westen van Koppendries stuit Majoor Richard opnieuw op Kapitein-commandant Gillaux van het 5Esk van het 2RL.  Gillaux meldt dat zijn troepen hun posities verlaten hebben en hij niet meer weet wat zijn opdracht is.  De Rijkswachtofficier krijgt het uitdrukkelijke bevel om terug te keren naar het gehucht Kruis.  Tegen 05u15 komen Richard, Gillaux en Becquet aan op Kasteel Ten Berg.  De majoor weet maar al te goed dat zijn bataljon geheel alleen is achtergelaten aan het Kanaal van Willebroek en laat zijn compagniecommandanten ontbieden.  Een goed half uur later is iedereen aanwezig en worden de orders voor de aftocht uitgedeeld.  Het wagenpark van de 6Cie is nog ter plekke en zal dan ook als eerste terugtrekken, gevolgd door de 6Cie, 7Cie, de troepen te voet van de bataljonsstaf, de 5Cie en tenslotte de gemotoriseerde Rijkswachters van het 5Esk van het 2RL.  Richard bepaalt dat de colonne tegen 06u30 moet gevormd worden.  Het bataljon zal terugtrekken via Eversem, Sint-Brixius-Rode, Wolvertem, Merchtem, Baardegem en Moorsel tot in Aalst.

De compagniecommandanten krijgen het uitdrukkelijke bevel om alleen tot de colonnevorming over te gaan indien het bataljon niet in contact is met de vijand.  Bij de 6Cie zijn echter schermutselingen aan de gang, maar laat Kapitein-commandant Lixon toch de steunpunten verlaten.  Ook bij de 7Cie besluit Kapitein Buisseret om zijn troepen toch te laten verzamelen voor de mars.  De veilige aftocht komt hiermee geheel in het gedrang.  De 5Cie en het 5Esk van het 2RL zijn ook in gevechten verwikkeld geraakt, maar blijven wel hun posities behouden.  Tot overmaat van ramp moet Majoor Richard vaststellen dat zowat elke militair die over een fiets beschikt er ondertussen op eigen houtje vandoor is gegaan.  Onder hen bevindt zich ook Kapitein-commandant Lefebvre van de 8Cie.

Het steunpunt van Onderluitenant Willot van de 5Cie te Humbeek is intussen overrompeld door de vijand.  De officier en een aantal van zijn manschappen zijn hierbij gedood.  De manschappen van de 6Cie en de 7Cie zijn intussen op de vlucht en trachten in diverse kleinere detachementen het dorp Sint-Brixius-Rode te bereiken.  Majoor Richard laat de 5Cie en het 5Esk van het 2RL achter en vlucht eveneens naar het westen.  Op zo’n 200m van het Hof Ten Rode ten noorden van Sint-Brixius-Rode wordt hij ingehaald door de T13 van Onderluitenant Becquet.  De officier van 2L beweert dat Koppendries in handen van de vijand is.

Nabij de kapel op het kruispunt van de Driesstraat en de Ossegemstraat ten noorden van Wolvertem tracht de majoor nog om enkele van zijn vluchtende detachementen te hergroeperen.  Hij slaagt er in om Onderluitenant Duriau ervan te overtuigen om het dorp Wolvertem te gaan verkennen.  Ook dit dorp is reeds veroverd door de Duitsers.  De majoor en zijn militairen vluchten naar het noorden, maar de pelotons van de Onderluitenanten Lambert en Gyre van de 6Cie worden al snel gegrepen door de aanvaller.  Er resten Majoor Richard nog een honderdtal militairen.  Met deze fractie besluit hij stelling te nemen langsheen de oostrand van de snelweg Brussel-Antwerpen.  Ook de T13 van Onderluitenant Becquet is nog ter plekke.  Het voertuig opent het vuur op een vijandelijke mitrailleurstelling.  De Duitsers trekken zich terug.

Richard wil naar het westen vluchten, maar beseft dat de snelweg Brussel-Antwerpen en de achterliggende Grote Bosbeek het onmogelijk maken om ongezien weg te komen.  Hij stuurt zijn detachement doorheen de afwateringsgracht van de snelweg in de richting van Imde.  Ter hoogte van het kasteel steken de manschappen in kleine groepjes de grote verkeersweg over om vervolgens de Drijpikkelstraat te volgen.   Via de Kouterbaan marcheren de militairen zo snel mogelijk naar Rossem en Breestraten.  Tegen 11u00 steekt het detachement de Grote Molenbeek over.  Bij de Hoeve Terlinden wordt even gerust.  Op de Heirbaan tussen Steenhuffel en Merchtem passeert een colonne vijandelijke vrachtwagens.

Majoor Richard besluit om zijn militairen te verdelen over de overgebleven officieren om alzo een poging te wagen om in kleine groepjes te ontkomen.  Richard beschikt dan nog over Kapitein-commandant Lixon, Kapitein Buisseret, Luitenant Bequet (2L) en de Onderluitenanten Guignet, Duriau en Fooz.  Verder zijn er nog Geneesheer Onderluitenant Hermans en Aalmoezenier 2de Klas Goor aanwezig.  Richard vertrekt om 12u30 samen met deze twee laatste officieren, en de Onderluitenanten Guignet en Duriau.  Het vijftal tracht nog door een graanveld te sluipen, maar wordt al snel ontdekt door de vijand.  Ze worden afgeleid naar Humbeek waar ze het gros van het bataljon terugvinden.  ‘s Anderendaags wordt het groepje naar Mechelen overgebracht.

Van het IIde Bataljon kunnen nog drie officieren en een 80-tal manschappen van de 8Cie wegglippen.  Dit detachement sluit aan bij het regiment te Hofstade bij Aalst.

In 1946 zal een onderzoekscommissie van het Ministerie van Defensie bepalen dat de oorzaak van het verlies van het IIde Bataljon te wijten is aan de gebrekkige communicatie tussen enerzijds de staven van de 5Div en het 2J en anderzijds tussen de staf van het 2J en Majoor Richard van het IIde Bataljon.   Voorts zwijgen de officieren van het IIde Bataljon in alle talen wanneer hen per brief verzocht wordt om een verantwoordelijke aan te duiden.  Er wordt bijgevolg geen schuld bepaald, zodat de zaak zonder gevolg geklasseerd wordt.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/2J
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde, die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. De 5Div heeft het bevel gekregen over de Sector Semmerzake – Munte van het Bruggenhoofd Gent. Tijdens de derde en laatste nachtelijke etappe van de terugtocht K.W. Stelling komt de 5de infanteriedivisie aan op zijn nieuwe posities langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent.  De manschappen die de nacht hadden doorgebracht in stallingen en schuren gelegen aan de westrand van Aalst worden in de vroege morgen gewekt en de colonnes zetten zich opnieuw in gang.  Van Erpe wordt via Burst en Eke het bruggenhoofd binnengemarcheerd in de richting van Vurste en Semmerzake. De terugtocht wordt gedekt door de achterhoede van het Wielrijderseskadron van de divisie die zich voor die opdracht te Impe gehergroepeerd hebben.

De drie regimenten van de Div nemen de stelling van het 7Li over en worden als volgt ontplooid:

  • het 4de Jagers te Voet krijgt op links de Ondersector Munte toegewezen en leunt aan bij het 7Li van de 4Div
  • het 1ste Jagers te Voet krijgt de Ondersector Vurste in het centrum achter de regimenten in lijn;
  • het 2de Jagers te Voet krijgt op rechts de Ondersector Semmerzake toegewezen en sluit aan bij het 8Li van de 9Div.
  • Het divisiehoofdkwartier verhuist naar De Pinte.

Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestaat uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hebben en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hebben nog een verdieping en 35 zijn uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 5Div moeten zelf uitzoeken waar de bunkers zich bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 5Div die de stelling zullen bemannen moeten de bunkers zelf inrichten en ook de verbindingsloopgraven terug in orde brengen.

Het regiment beschikt nog slechts over twee van de drie fuseliersbataljons.  Hiermee worden twee echelons ingericht.  De restanten van het IIde Bataljon die het regiment bijgebeend hebben, worden voorlopig bij het IVde Bataljon gevoegd:

  • Het Iste Bataljon bezet het eerste echelon.
    • De 2Cie neemt het kwartier in tussen Kleinhulle in het westen en de windmolen te even ten noorden van de dorpskern van Baaigem in het oosten.  De compagnie bezet hier de voorliniebunkers A20, A21 en A22.
  • Het IIIde Bataljon bezet het tweede echelon, inclusief het Steunpunt Semmerzake.
    • In het Steunpunt Semmerzake worden de bunkers Se2 en Se3 niet bemand. 
    • Het bataljon plaatst zijn verbandplaats op 300m noordoost van de kerk van Semmerzake
  • De medische hulpplaats van het regiment wordt opgesteld in het gehucht te Grotenbroek aan de noordrand van Semmerzake.

Detachement 1SgtMaj Albrecq/14/IV/2J in Frankrijk
Het bevoorradingspeloton van de 14Cie van het IV/2J, onder bevel van Eerste Sergeant Majoor Albrecq [14] wordt te Bourbourg ten zuidwesten van Duinkerke staande gehouden door Luitenant Mouvet, commandant van de Compagnie Instructie C47mm van het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (Cie Instr C47/5VOC). 1SgtMaj Albrecq is alle contact met zijn compagnie en zijn regiment verloren en zwerft doelloos rond in het noorden van Frankrijk. De Cie Instr C47/5VOC is samen met de SchoolCie/5VOC en de Cie Instr Mor/5VOC onderweg naar het zuiden van Frankrijk en werd per trein tot Duinkerke gebracht. Vanaf Duinkerke moesten de compagnies hun tocht naar het zuiden te voet verderzetten. Lt Mouvet hecht het peloton van 1SgtMaj Albrecq aan bij zijn compagnie die wel over twee C47mm kanonnen beschikt maar niet over munitie. Met de aanhechting van het bevoorradingspeloton van de 14Cie van IV/2J beschikt de Cie Instr C47/5VOC over munitie voor zijn twee kanonnen. Tijdens de nacht  van 19 op 20 mei wordt de mars naar het zuiden voortgezet.

Staf/2J
Het 2J werkt verder aan de terreinorganisatie in de ondersector Semmerzake op de rechteroever van de Schelde.

II/2J
De restanten van van het IIde Bataljon komen na hun vlucht van het Kanaal van Willebroek met een dag vertraging aan bij het regiment.

Detachement 1SgtMaj Albrecq/14/IV/2J in Frankrijk
Samen met de Cie Instr C47/5VOC bereikt het peloton van 1SgtMaj Albrecq de stad Ardres. Hier wordt gekantonneerd om de volgende nacht af te wachten teneinde de tocht naar het zuiden ongezien verder te kunnen zetten. Er worden twee verkenners uitgestuurd naar Abbeville waar de drie compagnies RV hebben met de rest  van het 5VOC. 

Staf/2J
Het 2J verblijft nog steeds aan de Schelde. Het blijft rustig in hun sector en zullen geen noemenswaardige gevechten uitbreken. Het zwaartepunt van de Duitse opmars door Vlaanderen ligt de komende dagen in de richting van het Kanaal Gent-Terneuzen en Gent. De sectoren aan de Bovenschelde net ten zuiden van de stad worden voorlopig ontzien. Het 2J blijft samen met de 5de infanteriedivisie op post tot 24 mei.

In het Duitse opmarsgebied voor de ondersector van het 2J worden af en toe vijandelijke elementen in de verte waargenomen.  Er blijven ook nog steeds talrijke vluchtelingen voorbij trekken.  Even voor 16u00 vindt een incident plaats bij een van de mijnenvelden voor de ondersector wanneer een familie met een stootkar over een mijn rijdt.

Om 18u40 krijgt het regiment het bevel om een verdedigingsdetachement uit te sturen naar de geniebrug te Teirlink.  Dit detachement moet bestaan uit een peloton fuseliers, een C47 antitank-kanon en vier automatische wapens in luchtafweerstelling.  Het Iste Bataljon wordt met de opdracht belast.

Even voor middernacht wordt gemeld dat het naburige 8Li zijn observatiepost uit Gavere terugtrekt nadat steeds meer vijandelijke pantserwagens in de buurt gesignaleerd worden.  De vijand tast duidelijk de oever van de Schelde af.  Kort nadien laat het 8Li een eerste vuur uitvoeren door zijn divisieartillerie.

Detachement 1SgtMaj Albrecq/14/IV/2J in Frankrijk
Om 18u00 keert de verkenningsploeg terug met het nieuws dat de terugtochtweg naar het zuiden volledig afgesloten is nadat de Duitsers de Atlantische kust hebben bereikt ter hoogte van Abbeville. Er wordt beslist om geleidelijk aan naar België terug te keren teneinde er het veldleger te vervoegen. De troepen worden op de hoogte gebracht dat ze tijdens de nacht van 23 mei zullen terugmarcheren naar België. Ook de nacht van 21 op 22 mei wordt doorgebracht in het kantonnement te Ardres.

Staf/2J
Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten wordt voor een tweede keer beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt; ook het Bruggenhoofd Gent wordt opgegeven zonder dat de stelling ten volle verdedigd werd. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1Div zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen die nacht het Bruggenhoofd Gent opgeven en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Om 06U10 wordt het verdedigingsdetachement bij de EAP brug van Teirlinck afgelost door een detachement van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  De troepen keren terug naar het Iste Bataljon.

Met het oog op de evacuatie van de Ondersector Semmerzake worden vanaf 16u45 de paardenwagens voor mitrailleurs en mortieren, en de Vickers Utility trekkers voor C47 anti-tankkanonnen naar de stellingen gebracht.  Vanaf 18u30 start het Autopeloton voor Infanteriemunitie van de divisie met het ophalen van alle munitie in overtal uit de bunkers van het bruggenhoofd.  Alleen de organieke dotatie zal behouden worden binnen de eenheden.

Om 20u00 vertrekken de motorvoertuigen van het 2J naar hun nieuwe bestemming te Sint-Martens-Latem.  Een goed half uur later krijgen de bataljons hun marsorders voor de komende nacht.  Tegen 23u30 verhuist de commandopost van het regiment naar de Hoeve Goed ter Woestijne aan de Karrestraat te Deurle.

Het regiment wordt verdeeld over de twee marsroutes die toegewezen zijn aan de 5Div.  Het Iste Bataljon zal om 21u30 de Schelde oversteken via de wegbrug en de militaire loopbrug van Eke.  Het IIIde Bataljon zal als allerlaatste infanterie-eenheid van de divisie de Schelde oversteken via de militaire brug te Teirlink omstreeks 23u00.

Detachement 1SgtMaj Albrecq/14/IV/2J in Frankrijk
In afwachting van de nachtmars neemt de detachementscommandant van 5VOC contact op  met de Plaatscommandant van Calais om zich te informeren over de toestand van de vijand en om zijn diensten aan te bieden. Hij wordt door de Franse Commandant (Majoor) Raquin op de hoogte gebracht dat een aanval op Calais door Duitse tanks nakend is. De Franse officier stelt hem voor om een defensieve stelling in te nemen tussen Les Attaques en Pont d’Ardres met de hoofdkrachtinspanning op het bruggencomplex van Pont d’Ardres. Dit bruggencomplex wordt ook wel Le Pont Sans-Pareil genoemd omdat de brug een kruising van kanalen overspant. De Cie Instr C47 moet zijn twee anti-tankkanonnen opstellen nabij de brug van Pont D’Ardres. Lt Mouvet verplaatst de rekruten van de Cie Instr C47 naar Guemps om er te kantonneren. De kanonnen opgesteld nabij de brug worden bemand door de 14 man van het bevoorradingspeloton van de 14/IV/2J onder leiding van 1SgtMaj René Albrecq. Lt Mouvet legt het kleine detachement aan de brug op om maximaal twee uur weerstand te bieden na eerste contact met de vijand. Dit zou voldoende tijd moeten opleveren om het kantonnement in Guemp te ontruimen.

Staf/2J
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei steekt de 5Div de Schelde over en neemt nieuwe posities in tussen de Schelde en de Leie, ten oosten van Deinze. De regimenten bemannen een dwarsstelling tussen Astene en Eke om de terugtocht van de andere troepen uit het Bruggenhoofd Gent te helpen beveiligen.  Deze sector is verdeeld in drie ondersectoren:

  • Ondersector Astene: 2J
  • Ondersector Nazareth: 4J
  • Ondersector Eke: 1J

Het 2J stelt zijn IIIde Bataljon op in de Ondersector Astene.  Het Iste Bataljon vormt samen met het Wielrijderseskadron de reservemacht van de divisiestaf.  Deze eenheden worden samen met het hoofdkwartier van de 5Div te De Pinte ondergebracht.

Bruggencomplex van Pont D’Ardres waar het peloton van 1SgtMaj Albrecq stelling nam op 23 mei 40.

Detachement 1SgtMaj Albrecq/14/IV/2J in Frankrijk
Omstreeks 02u00 zijn de C47mm stellingen gereed en ingenomen. Het duurt tot 14u00 voor de eerste Duitse elementen voor de stelling opduiken. Een colonne pantserwagen komt op de brug afgereden en wordt ogenblikkelijk onder vuur genomen door de twee C47mm. Twee voertuigen worden tot staan gebracht waardoor de Duitse bemanningen genoodzaakt worden dekking te nemen in nabij gelegen huizen. Vanuit deze huizen worden nu de C47mm kanonnen onder vuur genomen. Hierop schieten de kanonnen de huizen in brand. Het steunpunt houdt goed stand tot ze omstreeks 16u45 in de flank worden aangevallen door troepen die het kanaal meer naar het oosten hebben overgestoken. Lt Mouvet die het gevaar voor omsingeling inziet beveelt de terugtocht. De kanonnen kunnen niet meer uit hun stellingen gehaald worden waarop ze door de bemanningen vernietigd worden. De optische kijkers en de rest van de munitie wordt in het kanaal gegooid. De bemanningen gaan er van door met de tractoren van de kanonnen richting Marck en vervolgens Grevelingen. Tijdens de gevechten sneuvelen de 1SgtMaj Albrecq en de Sdt Vercleyen, de Kpl Suls wordt gewond meegenomen.

Opstelling I/14A te Malsem in het achtergebied van de 5Div (bron CHD Evere).

Staf/2J
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei neemt de 5de Infanteriedivisie zijn nieuwe verdedigingslinies in aan het Afleidingskanaal van de Leie.  De nieuwe ondersector wordt in het noorden begrensd door een lijn tussen de noordelijke hoek van het Kranepoelmeer nabij Bellem en de brug van de spoorlijn Brussel-Oostende over het Afleidingskanaal.  Deze brug wordt verdedigd door de 5Div.  Vanaf hier vervolgt de 2Div het front.  In het zuiden wordt de grens van de sector gevormd door de baan van Nevele naar Lotenhulle.  Het dorp Nevele is voor rekening van de naburige 4Div.

De divisie wordt als volgt in lijn opgesteld:

  • De divisiestaf is ondergebracht te te Lotenhulle.
  • Het 1ste echelon loopt langs de westelijke oever van het kanaal.  Het 2de echelon volgt de loop van de Kozijnbeek, en leidt dan naar de gehuchten Bosstraat en Borrewal.  Het 3de echelon verbindt het gehucht Reibroek met de kapel van Braamdonk.
  • Van noord naar zuid zullen het 4J, 2J en 1J opgesteld worden.  Het 4J en 1J plaatsen telkens één bataljon op elk van de echelons.  Het 2J beschikt nog slechts over twee fuseliersbataljons en laat zijn derde echelon dan ook onbezet.
  • Het 11A blijft artilleriesteun leveren, met de Iste Groep ten voordele van het 4J, de IIde Groep bij het 2J en de Iste Groep bij het 1J.  De houwitsers van de IVde Groep vormen het algemeen vuursteunelement voor de divisie.
  • De divisie beschikt ook nog over de Compagnie T13 van de 8Div.  Deze wordt te Lotenhulle behouden, samen met het Wielrijderseskadron.

Het regiment steekt de Leie over via de brug van Deurle en gebruikt dan de brug van Nevele om de linkeroever van het Afleidingskanaal te bereiken.  Vervolgens wordt koers gezet naar ondersector centrum:

  • Het Iste Bataljon verdedigt het eerste echelon, aangevuld met twee pelotons C47 anti-tankkanonnen, een peloton mitrailleurs van de 13Cie, een peloton M76 mortieren, en de staf van de 15Cie.
  • Het IIIde Bataljon wordt opgesteld op het tweede echelon, versterkt met een peloton mitrailleurs van de 13Cie, een peloton M76 mortieren (met nog twee overgebleven vuurmonden) en de staf van de 14Cie.
    • Het bataljon zal zijn commandopost installeren op het gehucht Peperhol.
  • Bij de brug van Nevele installeert de 14Cie eveneens een C47 anti-tankkanon.  Dit geschut blijft ter plekke tot na de doortocht van de 5Div en vervoegt vervolgens de definitieve positie.
  • De commandopost wordt geïnstalleerd op het gehucht Schaapboer.
  • De levensmiddelenechelons worden opgesteld in de bossen langsheen de huidige Bosstraat.

Het veldtelefoonnet wordt onmiddellijk aangelegd.  Er is echter nog geen radioverbinding met de divisiestaf.  De vrachtwagens met de zender-ontvangers hebben per ongeluk een colonne van het 11A gevolgd en zijn verloren gereden.

Initiële opstelling van de 5Div aan het Afleidingskanaal van de Leie op 24 mei 1940.

Initiële opstelling van de 5Div aan het Afleidingskanaal van de Leie op 24 mei 1940.

Detachement 14/IV/2J in Frankrijk
Wat overblijft van het Peloton bevoorrading van de 14Cie slaagt erin om samen met de Cie Instr C47/5VOC terug te keren naar België. Het peloton wordt op 28 mei te Veurne krijgsgevangen genomen.

Staf 2J
Om 05u30 vertrekt een patrouille van het 2J naar de oostelijke kanaaloever.  Deze bestaat uit een vernielingsdetachement van een officier en drie manschappen, gesteund door een tweede officier, een FM30 ploeg en vier fuseliers.

Bij de 4Div ten zuiden van de 5Div leidt een vijandelijke aanval in de ondersector van het 15Li tot een totale ineenstorting van het front.  Het 15Li desintegreert en ook het 7Li en 11Li worden al snel teruggedrongen.  De gebeurtenissen bij de 5Div zullen op 25 mei dan ook voor het allerbelangrijkste deel bepaald worden door wat zich bij de 4Div voordoet.

In een eerste reactie laat Luitenant-generaal Spinette het dorp Lotenhulle en zijn divisiehoofdkwartier veilig stellen door het ontplooien van het Wielrijderseskadron en de drie T13 pantserwagens ten zuiden van dit dorp.

Wanneer rond 10u30 het dorp Nevele in handen van de vijand valt, laat de divisiecommandant het Wielrijderseskadron opschuiven in de richting van het gehucht Bollestraat.  Ook wordt het Iste Bataljon van het 4J weggehaald van het derde echelon on zich op te stellen tussen Braamdonk en Veldeken.

Een goed half uur later wordt besloten om een volwaardige dwarsstelling uit te bouwen met front naar de sector van de 4Div.  Tegen het middaguur worden de volgende bevelen verspreid:

  • Tussen Lotenhulle en het eerste echelon van ondersector zuid zal een dwarsstelling bezet worden over Bollestraat, Braamdonk en Veldeken, bestaande uit van west naar oost het Wielrijderseskadron van de 5Div, het Iste Bataljon van het 4J, het IIIde Bataljon van het 2J en het Iste Bataljon van het 1J.
  • De troepen moeten het vuur openen op elke vijand, verrader of burger die zich voor deze linie aandient.
  • Er moet zo snel mogelijk contact gemaakt worden met de bevriende troepen te Poesele.  Hiervoor zal het Iste Bataljon van het 1J zuidwaarts geschoven worden.
  • Zodra de situatie bij de 4Div duidelijker geworden is, moeten de troepen per peloton naar het Afleidingskanaal vorderen in de hoop het verloren gegane terrein te heroveren.

Dit betekent dat het IIIde Bataljon in wijzerzin zal pivoteren om front te maken naar het zuiden.  Het middelpunt van het nieuwe kwartier wordt gevormd door het gehucht Spriet.

Luitenant-kolonel Capel, bevelhebber van het IVde Bataljon, krijgt de taak om de verdediging van de artillerieposities tussen het tweede en het derde echelon te coördineren.  

Aanpassingen doorgevoerd op 25 mei. De posities in stippellijn werden bevolen om 11u00, na de vijandelijke doorbraak bij de naburige 4Div. De posities aangeduid met de letters CA betreffen de tegenaanval naar de Poekebeek bevolen om 21u00 door het VIde Legerkorps.

Aanpassingen doorgevoerd op 25 mei. De posities in stippellijn werden bevolen om 11u00, na de vijandelijke doorbraak bij de naburige 4Div. De posities aangeduid met de letters CA betreffen de tegenaanval naar de Poekebeek bevolen om 21u00 door het VIde Legerkorps.

Om 15u15 beveelt de divisiestaf aan Kolonel Dagois van het 1J om een tegenaanval uit te voeren naar Meigem met zijn IIde Bataljon en met het IIIde Bataljon van het 2J.  Dit bataljon komt dan ook onder het bevel van het 1J te staan.  De beide bataljons krijgen de steun van een paar T13 tankjagers.  De tegenaanval moet door infiltratie met kleine detachementen gebeuren.

Het II/1J en III/2J bereiken de Poekebeek en graven zich hier in.  Hierbij wordt te Poesele de aansluiting gemaakt met het III/1J.  Tegen 21u00 ontstaat zo een min of meer continu front langsheen de beek, dat vanaf de noordrand van Nevele tot aan Beekkant bezet wordt door de 5Div.

Terwijl deze operaties aan de gang zijn, blijft het Iste Bataljon de verdediging van het eerste echelon verder zetten.  Voor dit front blijft het relatief rustig.  Enkele patrouilles die naar de oostelijke oever uitgestuurd werden, kunnen bevestigen dat de vijand geen aanstalten maakt om het bataljonsvak te benaderen.  Het Iste Bataljon zet een alarmpost uit in het gehucht Westhoek om de aanloopzone naar de kanaaloever beter te kunnen observeren.

Staf/2J
Ten gevolge van het wegvallen van de 4de Infanteriedivisie, is de sector toegewezen aan de 5de Infanteriedivisie veel te breed geworden.  De divisiestaf heeft de controle over het front aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen Landegem en Nevele, en langsheen de dwarsstelling langsheen de Poekebeek.  Samen bedraagt dit zo’n 10Km.  Luitenant-generaal Spinette besluit in de avond van 26 mei om zijn sector te reorganiseren:

  • Ondersector West wordt toegewezen aan Kolonel SBH Dengis die de verdediging van het westelijke uiteinde van de dwarsstelling van de Poekebeek overneemt.  De kolonel krijgt zo het bevel over het IIde Bataljon van het 4J en het IIIde Bataljon van het 1J.  Hij neemt de commandopost over van de 5Div te Lotenhulle.  De divisiestaf verhuist naar een nieuwe locatie ten westen van Aalter.  Ten westen van de ondersector van Dengis start de sector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en liggen de posities van het 2ChA.
  • Ondersector Centrum staat onder het bevel van Kolonel Dagois van het 1J en omvat het oostelijke deel van de dwarsstelling van de Poekebeek.  Dagois beschikt hiervoor over het II/1J, het III/2J en het I/1J op het tweede echelon.
  • De positie langsheen het kanaal wordt Ondersector Oost onder het bevel van Kolonel SBH Lescornez van het 2J.  Hij beschikt over het II/2J en het III/4J.
  • De artilleriesteun blijft de verantwoordelijkheid van het 11A.

Staf/2J
De vijand voert de druk gestaag op en in de sector van de Ardeense Jagers wordt rondom Vinkt nog steeds zwaar slag geleverd. Verder naar het westen rukken de Duitsers al snel op richting Tielt. In de sector van de 5de Infanteriedivisie wordt ook nog steeds sporadisch gevochten en bestookt de vijandelijke artillerie regelmatig te stelling, zonder daarbij veel slachtoffers te maken. Wanneer het vuur zich verlegt, rukken de Duitsers op. De 10e compagnie wordt al snel gevangen genomen.

De Belgen moeten buigen onder de vijandelijke druk en zullen zich terugtrekken op een nieuwe lijn van Tielt tot Ruiselede. Tijdens de nacht trekken de Jagers zich in volstrekte stilte terug van Nevele om nabij Ruiselede nieuwe posities in te nemen en nog maar eens te trachten de opmars af te remmen.

Staf/2J
Om middernacht zijn de overgebleven manschappen van 2J nog steeds onderweg.  De staf van het regiment kiest een nieuwe standplaats uit in een hoeve langsheen de aardenweg die de gehuchten Wijstraat met Axpoel verbindt (de huidige Vossenholstraat).  Rond 04u00 komen de laatste troepen aan op hun nieuwe posities. Bij de aankomst te Ruiselede doen velen niet langer moeite om zich opnieuw in te graven – de soldaten zijn te vermoeid en zien het niet langer zitten om nog verder te strijden.

De staf van 5de Infanteriedivisie verplaatst zich tijdens de eerste helft van de nacht van 27 op 28 mei naar het gehucht Plattebeurze, even ten noorden van Hekke.  Deze locatie is echter niet veilig omwille van de snelle Duitse opmars.  Het hoofdkwartier trekt verder naar Ruddervoorde en installeert zich hier op het Kasteel Pecsteen even ten noorden van de dorpskern.  Hier wordt even na 07u30 het nieuws van de capitulatie vernomen.

Tijdens de vroege ochtend verneemt ook het 2J dat het leger gecapituleerd heeft. Het regiment moet zich in verbinding stellen met de Duitsers om instructies te ontvangen over de ontwapening. Dezelfde dag nog worden de mannen afgemarcheerd naar Aalter, waar ze tot 6 juni blijven. Dan gaan ze richting Gent om vervolgens naar Charleroi en daarna naar Edingen gestuurd te worden. Beroepsmilitairen en miliciens worden gescheiden: de eersten vertrekken richting Duitsland, terwijl de meeste reservisten naar huis mogen.

III/2J
Bij het aanbreken van de dag slaat het noodlot toe bij de 11Cie in Ruiselede. Op de laatste dag van de veldtocht, treft een artilleriegranaat de stelling van het peloton van OLt Cuvelier toen ze bezig waren de stelling te organiseren. Zes militairen komen om, onder hen de Soldaten Victor Pouleur, Gérard Quinet, Julien Tombois en Marcel Ficheroule. Sgt Maillard neemt de taak op zich om de ongelukkigen te begraven langs de kant van de weg. De lichamen worden in dekens gewikkeld en op de graven worden kruisen gezet gemaakt met planken die in de buurt werden gevonden. Dit wordt het laatste wapenfeit voor de mannen van de 11Cie, om 07u00 vernemen ze de capitulatie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
14/IVALBRECQRené, J.1SgtMajBOO13.03.1907Cerfontaine23.05.1940Pont d'Ardres (F)Gesneuveld bij de verdediging van de Pont d'Ardres in het steunpunt van de Cie Instr C47/5VOC.
OnbekendBAYENSFrançois, M.L.SgtMil3924.10.1914Herstal25.05.1940Klerken
10/IIIBINAMEGeorges, P.G.SdtMil23.12.1919Solre-sur-Sambre27.05.1940Nevele
10/IIIBROGNIEZMarius, V.D.SdtMil15.01.1920Buvrinnes27.05.1940Nevele
5/IICALLEWAERTMaurice, A.SdtMil25.03.1920Marchienne-au-Pont17.05.1940Humbeek
3/ICHARLESSylvain, P.SdtMil09.09.1919Viesville27.05.1940Lotenhulle
OnbekendCLEIJKENSAlphonse, M.KplMil3109.03.1908Anderlecht28.05.1940Brugge
14/IVCORNEZAlbertSdtMil23.09.1919Hornu29.05.1940Brugge
OnbekendDE BRABANTAndré, L.E.SdtMil23.03.1914Poulseur14.05.1940Quiévrain
5/IIDE CANCKJosephSdtMil3615.01.1917Merelbeke26.05.1940Ursel
13/IVDECHAMPSLéopoldSgtMil3814.08.1918Ransart17.05.1940Humbeek
10/IIIDELSAUTArthur, F.SdtMil01.07.1918Charleroi26.05.1940Poesele
10/IIIDEMILYMaurice, A.KplMil3630.07.1916Chapelle-lez-Herlaimont26.05.1940Nevele
OnbekendDENISTYNoëlSdtMil12.02.1911Châtelineau27.05.1940Oostende
3/IDEPASSEAlbert, A.G.SdtMil01.01.1920Ham-sur-Sambre26.05.1940Berck-Plage (F)Overleden aan zijn verwondingen in het Hospitaalcentrum van Berck-Plage
15/IVDESMETFrançois, G.SdtMil09.03.1920Gilly27.05.1940Nevele
5/IIDESSYMarcel, B.J.SgtMil3621.09.1917Gilly17.05.1940Humbeek
5/IIDETANTArthurSdtMil27.01.1920Gilly16.05.1940HaachtDodelijk verwond door inkomend projectiel van Belgische luchtafweer. Blue on Blue incident.
14/IVDEVILLEGaston, F.M.SdtMil24.07.1917Meldert12.05.1940Elsene
OnbekendDIRICKXFrançois, J.V.SdtMil24.03.1917Mont-sur-Marchienne18.05.1940Meise
5/IIDORJean, L.G.LtAct25.09.1912Villers-le-Gambon09.06.1940GentCompagniecommandant, verwond 18.05 te Wolvertem
11/IIIDUMONTArthur, S.N.SgtMil3406.12.1914Jumet23.05.1940Astene
4/IDUTRYRené, G.OLtRes24.02.1916Elsene18.05.1940Wolvertem
11/IIIELOYGilbert, F.E.SdtMil28.01.1909Pont-de-Loup04.06.1940Maastricht (NL)Gestorven ten gevolge van zijn verwondingen in het Duits Haupt-Kriegsgefangenlazarett van Maastricht
11/IIIFICHEROULLEMarcel, N.O.SdtMil16.01.1920Roselies28.05.1940Ruiselede
13/IVFOURNEAULéon, ClémentSdtMil3904.04.1920Anderlues18.05.1940OpwijkVerwond 17.05 te Humbeek
14/IVFUAVILLEAndré, J.KplMil3907.05.1920Marchienne-au-Pont23.05.1940Oostende
5/IIGEORGERYAlbert, E.J.SdtMil3622.05.1916Ham-sur-Heure17.05.1940Humbeek
OnbekendHEIREMANSJoseph, G.SgtMil3617.06.1916Gilly18.05.1940Meise
OnbekendHUBERTJules, E.A.SdtMil25.12.1915Châtelet17.05.1940Humbeek
13/IVHUPEZVirgile, L.SdtMil10.08.1916Jemappes17.05.1940Humbeek
10/IIIKUPPERDaniel, G.J.SdtMil20.11.1919Momignies26.05.1940Nevele
10/IIILAUWERSFrançois, J.SdtMil15.11.1917Charleroi26.05.1940Wingene
OnbekendLEDOUXPaul, A.G.SdtMil05.11.1919Aiseau17.05.1940Humbeek
StafLIVEMONTOscar, J.G.SdtMil14.01.1918Courcelles24.05.1940Roeselare
8/IIMALEVEZJean, L.L.SdtMil27.01.1920Angers (F)25.05.1940Nevele
6/IIMARCAlbert, G.SdtMil01.07.1916Yves-Gomezée18.05.1940Opwijk
12/IIIMEULENYSERJean, H.SdtMil09.06.1920Marchienne-au-Pont26.05.1940Nevele
3/IMINETVictor, E.G.SdtMil26.07.1920Salles24.05.1940Gravelines (F)
OnbekendOGERMarcel, G.SdtMil14.04.1920Marchienne-au-Pont26.05.1940Poesele
OnbekendPARISJulien, J.SdtMil25.02.1916Charleroi18.05.1940Meise
OnbekendPIERRESimon, F.SdtMil03.02.1919Thiméon06.06.1940Den Bommel (NL)KG op Rhenus 127 op 30-5
11/IIIPOULEURVictor, C.G.SdtMil24.06.1917Aubervilliers (F)28.05.1940Ruiselede
10/IIIPRISTAndré, J.SdtMil05.05.1916Marchienne-au-Pont27.05.1940Nevele
12/IIIPROVENIERArmandSdtMil17.04.1918Montignies-sur-Sambre26.05.1940Nevele
11/IIIQUINETGérard, R.F.SdtMil04.07.1919Jumet28.05.1940Ruiselede
OnbekendRASSARTMaurice, J.SgtMil3704.07.1917La Louvière27.05.1940Nevele
15/IVRAYEZMarcel, G.KplMil3719.01.1918Hensies26.05.1940Nevele
OnbekendROBERTLucien, F.H.SdtMil16.05.1908Stembert24.05.1940Oostende
14/IVSABLONMagloire, F.SdtMil18.10.1917Courcelles17.05.1940Humbeek
12/IIISALMONArmand, G.SdtMil19.11.1916Ressaix31.05.1940Gent
1/ISCHEEPMANSRoger, J.SdtMil23.10.1920Ransart10.05.1940LeopoldsburgBombardement kamp van Beverlo (Tuchtcompagnie)
OnbekendSILVESTREJoseph, A.SdtMil23.01.1917Etterbeek29.05.1940Brugge
5/IITHOMASRoger, F.D.KplMil3627.11.1915Solre-sur-Sambre17.05.1940Humbeek
9/IIITILQUINAlbert, J.A.SdtMil14.11.1919Bourlers27.05.1940Nevele
11/IIITOMBOISJulien, L.SdtMil31.07.1918Jumet28.05.1940Ruiselede
OnbekendVANDENABEELEMarcel, A.SdtMil17.08.1918Gilly27.05.1940Nevele
14/IVVERCLEYENEdmond, V.SdtMil26.04.1918Gilly23.05.1940Pont d'Ardres (F)Gesneuveld bij de verdediging van de Pont d'Ardres in het steunpunt van de Cie Instr C47/5VOC.
5/IIWILLOTHerman, Léon GhislainOLtRes3609.06.1917Montignies-sur-Sambre17.05.1940Humbeek

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de kazerne Korporaal Trésigny te Charleroi [On Line beschikbaar]:  https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/charleroi/ [Laatst geraadpleegd 20 februari 2022, vanaf 20 februari 2022 is de informatie verstrekt door deze site enkel nog beschikbaar tegen betaling en niet langer zichtbaar voor het grote publiek] en https://nl.wikipedia.org/wiki/L%C3%A9on_Tr%C3%A9signies [Laatst geraadpleegd 23 juni 2023].  
  2. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Brussel – Charleroi [On Line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_brussel_charleroi/kanaal_brussel_charleroi   [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  3. In het kader van de Belgische neutraliteitspolitiek wordt een beperkt gedeelte van de strijdkrachten opgesteld met front naar het zuiden, richting Frankrijk. Deze opstelling is eerder symbolisch vergeleken met de troepenaantallen die naar het oosten, richting Duitsland, staan opgesteld.
  4. Opstelling van de reserve van het leger rond Brussel aan de vooravond van 10 mei 1940. (Projectie op kaart uit het Rijksarchief).

    Opstelling van de reserve van het leger rond Brussel aan de vooravond van 10 mei 1940. (Projectie op kaart uit het Rijksarchief).

    Doorheen de ganse mobilisatie heeft het Groot Hoofdkwartier (GHK) op roterende basis drie divisies als algemene reserve van het leger behouden. Eén divisie bevond zich steevast in het Kamp van Beverlo om een ver doorgedreven training uit te voeren. De twee andere werden ingezet om de Sector Leuven van de K.W. Stelling preventief te bemannen en om de Sector Halle – Ninove te beveiligen. Op 9 mei bevond de 11Div zich zo te Beverlo, de 10Div bezet de Sector Leuven en de 5Div bezet de Sector Halle – Ninove. De sector Halle – Ninove was gericht naar het zuidwesten en maakte deel uit van de Dwarsstelling (oftewel bretel) Bierges – Ninove die te Bierges aansloot op de K.W. Stelling. Een dwarsstelling wordt normaal opgericht wanneer de vijand de linies doorbreekt en dient om de eenheden in lijn die niet opgesteld staan daar waar de doorbraak gebeurde de tijd geven om het contact af te breken. Het GHK hield blijkbaar een slag achter de hand om, in het geval dat de Britten en de Fransen zich niet zouden ontplooien in België, een achterwaarts manoeuvre uit te voeren via de K.W. Stelling naar de Schelde en deze defensieve lijn (met de bruggenhoofden Gent en Antwerpen) te verlengen tot de Frans-Belgische grens. In dit scenario zou de 11Div zich dan opstellen tussen de 10Div en de 5Div om zo de flank van het Belgisch leger te beveiligen. (Deze analyse gebeurde op basis van een kaart van 1956 met de reconstructie van de opstelling van de Belgische troepen op 10 mei 1940 die zich in het Rijksarchief bevindt. Deze kaart is [On Line Beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=510/510_1531_000/510_1531_000_00862_000/510_1531_000_00862_000_0_0001.jp2 [Laatst geraadpleegd 6 oktober 2021]. Het bestaan van dit ‘contingency plan‘ moet nog door geschreven documenten bevestigd worden).

  5. Het Kanaal Leuven – Dijle fungeert als lateraal kanaal van de Dijle. Het kanaal vertrekt aan de Vaartkom in Leuven en eindigt in de samenvloeiing Zenne-Dijle te Mechelen. Tijdens de achttiendaagse veldtocht werd deze waterweg Leuvense Vaart genoemd. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Leuven-Dijle [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kanaal_Leuven-Dijle [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  6. Achtergrondinformatie bij de K.W. Stelling [On Line beschikbaar]:  http://www.kwlinie.be/ [Laatst geraadpleegd 14 april 2023].
  7. Om het verloop van de gebeurtenissen bij een bepaald regiment beter te kunnen  inschatten is het noodzakelijk om ze te situeren op een kaart die uit dezelfde periode stamt. Ter ondersteuning van de tekst  werd ingezoomd op de Ondersector van 2J gekopieerd van de digitale versie van een stafkaart van het Duitse leger uit 1941. [On Line beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=511/511_0635_000/511_0635_000_00633_000/511_0635_000_00633_000_0_0006.jp2   [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  8. Van de anti-tankgracht zijn er tegenwoordig nog sporen in het terrein terug te vinden. Het tracé van de anti-tankgracht is zelfs op recente kaarten aangeduid. Hierdoor kan het verloop van de K.W. Stelling in het bataljonsvak van II/2J gereconstrueerd worden. Het tracé kan zelfs gedeeltelijk gevolgd worden via Google streetview. Beginpunt van de stelling van II/2J is de bunker ten oosten van de Dijlebrug (Hansbrug) op de Haachtsebaan  [On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.9854787,4.6434518,3a,30.1y,123.55h,91.18t/data=!3m6!1e1!3m4!1sWU1BpvksfFx-IIBgSJ9xwg!2e0!7i16384!8i8192 , verder loopt het tracé langs de Wilde Heide [On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.9780344,4.6618863,3a,75y,218.21h,90.6t/data=!3m6!1e1!3m4!1sgqecmSIXV7tkD7j_-jQ4Pw!2e0!7i16384!8i8192 en 1 km ten noorden van het eindpunt langs de Wijgmaalsesteenweg [On Line Beschikbaar] : https://www.google.com/maps/@50.9666282,4.6627585,3a,75y,177.98h,71.43t/data=!3m6!1e1!3m4!1s3J88MB6HxmlsjsxUeJbMmg!2e0!7i16384!8i8192  [Laatst geraadpleegd 20 maart 2023].
  9. Het 5(UK)RIDG is een organieke verkenningseenheid van de British Expeditionary Force die tijdelijk onder bevel van de 3(UK)Div werd geplaatst. Het 5(UK)RIDG heeft als opdracht de noordflank van de 3(UK)Div te beveiligen. Rond 22u50 komt het stafpeloton van het B Sqn/5(UK)RIDG met enkele Universal Carrier pantserwagens toe te Doren in de ondersector van 4J. De Britse Major Scott, Squadron Commander van B Squadron, installeert zijn CP nabij de CP van het 4J. Het B Sqn heeft vier pelotons infanteristen op Universal Carrier pantserwagens en twee tankpelotons ontplooid in de sector van de 5Div. Eén peloton bevindt zich in het batalonsvak van I/4J bij de vernielde brug van Wijgmaal, een tweede peloton bevindt zich in het bataljonsvak van II/4J bij de sluis van Tildonk-Sas, een derde peloton bevindt zich in het bataljonsvak van III/1J bij de brug van Tildonk en het laatste peloton bevindt zich in het bataljonsvak van I/1J bij de brug van Kampenhout-Sas nabij Over-de-Vaart.  De twee tankpelotons van B Squadron (de pelotons van Lt Crockett en SgtMaj Holt) worden in reserve gehouden nabij Doren. Deze twee pelotons worden op regelmatige basis op verkenning uitgestuurd ten noorden van het Kanaal Leuven-Dijle.
  10. In het velddagboek van de 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards, bewaard in The National Archives, Kew (Londen), wordt deze patrouille als volgt beschreven: “During the afthernoon (of 13th May), rumours of a German break through near Hasselt and Diest, led our divisional commander to order us to send a tankpatrol N.E. to Aarschot. A-Squadron provided one troop (Lieut. H. F. H. Phillips). The patrol returned after dark with negative results. Early on the morning of Tues 14th May Lieut. G.W.R. Monckton repeated this reconaissance with simular results”. 
  11. Het 12(UK)RL is een organieke verkenningseenheid van de British Expeditionary Force onder rechtstreeks bevel van het HQ BEF. Het 12(UK)RL heeft als opdracht de vijand te Jalonneren ten zuiden van Tienen, tussen Tienen en Diest en tussen Diest en Aarschot. Het 12(UK)RL had zich voor deze opdracht verspreid over de ganse zone van het Cavaleriekorps (CK). Het C Squadron van 12(UK)RL bevond zich op de linker flank van het regiment en moest binnenlopen bij de 5Div.
  12. In het  velddagboek van de 12th Royal Lancers, bewaard in The National Archives, Kew (Londen), wordt de ontmoeting met GenMaj Chardome als volgt beschreven: “As soon as it became obvious that the withdrawal west of the R.DYLE would be inevitable, officers were sent off to ensure that the bridges over this river, which were in most cases being prepared for demolition and guarded by the Belgian Army, should NOT be blown until the Regt had crossed over safely. This proved to be a very necessary precaution, as the retired General who was responsible for the demolitions North of LOUVAIN was somewhat overkeen to see his bridges safely demolished, but when he had been assured that the Germans were still some distance away, and that he would be given ample time to complete his demolitions after the Regt had safely crossed, he co-operated most helpfully.” Het valt op te merken dat de Britten GenMaj Chardome beschrijven als een ‘retired general’ gezien zijn leeftijd. De leeftijd van GenMaj Chardome, een officier van het actief leger, was echter voor een Belgische generaal niet uitzonderlijk hoog.
  13. Générale d’Armée Gaston Billotte was de bevelhebber van de 1ste Franse Legergroep die vanaf 12 mei de oorlog in België leidde. Het betreft de coördinatie van de operaties van het 1ste Franse Leger, het 7de Franse Leger, de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische Leger. Op 16 mei werd duidelijk dat deze Legergroep dreigde omsingeld te worden na de Duitse opmars van Sedan richting Franse kust. Achtergrondinformatie bij Generaal Billotte [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Gaston_Billotte [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  14. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe en waarom het Peloton van 1SgtMaj Albrecq in Noord-Frankrijk is terechtgekomen.
  15. Getypte reproductie in het Frans van fragmenten uit het velddagboek van 2J, na de oorlog opgesteld door Kapitein-commandant Eugène Daubresse, Adjudant -majoor van de Staf/2J. Het velddagboek bevindt zich in het dossier 2J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  16. Zeer gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans op 8 januari 1946 door OLt Declercq, commandant van het peloton verkenners van 2J. Het verslag beschrijft de periode van 10 tot 17 mei, de dag waarop OLt Declercq gewond raakte en de strijd moest staken. Het veslag bevindt zich in het dossier van 2J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  17. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Majoor Richard, bataljonscommandant van II/2J. Het veslag bevindt zich in het dossier van 2J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Het veslag bevindt zich in het dossier van 2J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  18. Getypt verslag opgesteld in het Frans betreffende een onderzoek naar de omstandigheden van de gevangename van II/2J op 18 mei 1940.
  19. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door OLt Declercq met betrekking tot de gevechten te Humbeek op 17 mei 1940. Het veslag bevindt zich in het dossier van 2J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  20. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door LtKol Capel, bataljonscommandant van IV/2J met betrekking tot de gevechten te Humbeek op 17 mei 1940. Het veslag bevindt zich in het dossier van 2J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  21. Hellebois, M, 2010. Souvenir d’un ancien. Le Cor de Chasse, 150, 16-19.
  22. Maillard, J.L., 2010. Ma Mobilisation (Journal de guerre d’Albert Maillard).
  23. Maillard, J.L., 2010. Souvenirs de guerre « 1940-1945 » . Le Cor de Chasse, 149, 16-20.
  24. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994.
  25. Fonds Georges Hautecler, Archief Personalia, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
  26. Slagorde officieren 2J in het archief van de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  27. Nr 80 van het maandblad “”Le cor de chasse”, uitgegeven in oktober 1992 door de Amicale Nationale de Chasseurs à Pied bevat het relaas van Adjt KROLt Distexhe, pelotonsadjunct van 3/1/I/1J. Blz 59 beschrijven de gebeurtenissen van 9 mei 1940, de Blz 64 de gebeurtenissen van 10 mei.