2de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Regiment Jagers te Voet | 2J
2ème Régiment de Chasseurs à Pied | 2Ch
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 5de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Georges Lescornez
Standplaats Zuidwesten van Brussel
Commandopost te Gooik
Samenstelling I Bataljon (Kapitein-commandant M. Nicolas) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt R. Dassargues)
2de Compagnie Fuseliers (Lt A. Jacquemot)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Holoffe)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt F. Campion)
  II Bataljon (Majoor A. Richard) 5de Compagnie Fuseliers (Lt J. Dor)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Maurice Lixon)
7de Compagnie Fuseliers (Kapt Fernand Buisseret)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Georges Lefebvre)
  III Bataljon (Majoor G. Rowies) 9de Compagnie Fuseliers (Kapt Victorien Pleinevaux)
10de Compagnie Fuseliers (Lt R. Masquelier)
11de Compagnie Fuseliers (Cdt James Vernez)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt F. Saffre)
  IV Bataljon (Luitenant-kolonel R. Capel) 13de Compagnie Mitrailleurs (Kapt H. Henquin)
14de Compagnie C47 Anti-Tankkanonnen (Kapt G. Wambersy)
15de Compagnie M76 Mortieren (Lt F. Delgouffre)
  Stafcompagnie (Luitenant A. Lefevre)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant S. Bellet)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Raoul Declercq)

Tijdens de mobilisatie

Staf/2J
Het 2de Regiment Jagers te Voet (2J), een actief infanterieregiment van de 5de Infanteriedivisie (5Div), wordt op vrijdag 25 augustus 1939, bij afkondiging van Fase A van de mobilisatie, op oorlogsvoet gebracht in de Kazerne Korporaal Trésignie te Charleroi. De 5Div voerde eveneens het commando over het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) dat zich in Kazerne Majoor Sabbe te Bergen bevond en het 3de Regiment Jagers te Voet (3J) dat gekazerneerd was in de Kazerne Generaal baron Ruquoy te Doornik. Het 2J ontvangt op 28 augustus al het bevel zich klaar te maken om vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de agglomeratie van Charleroi. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de bataljons van het 2J zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. Eind augustus staat het 2J in voor de paraatstelling van het 5de Regiment Jagers te Voet (5J), een infanterieregiment van Eerste Reserve. Dit nieuw gevormd regiment wordt samengesteld met reservisten van 2J behorende tot de militieklassen ’32, ’33, ’34 en ’35. Van zodra de mobilisatie van het 5J voltooid is gaat dit regiment samen met 3J over naar de 10de Infanteriedivisie (10Div).

Op 08 Nov 39 wordt het 2J samen met de rest van de 5Div naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal in de buurt van Geel. In december wordt het bataljon doorgestuurd naar het Kamp van Beverlo voor manoeuvres en in januari neemt 2J de ondersector Hees in nabij de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt in Zuidoost-Limburg. Wanneer de Fransen bekend maken dat ze niet tot aan het Albertkanaal en de Maas zullen oprukken om de Belgische stellingen te versterken maar zich eerder wilden opstellen op de KW linie wordt het Belgische plan aangepast. De KW linie wordt nu de “Weerstandsstelling” en het Albertkanaal wordt afgezwakt tot een “Dekkingsstelling”. Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt de 7de Infanteriedivisie (7Div), een divisie van Eerste Reserve naar het Albertkanaal gestuurd om de stelling Eigenbilzen – Lixhe over te nemen van de 5Div. Het 2J wordt aan het kanaal afgelost door het 18de Linieregiment (18Li) en vertrekt naar Halle – Ninove waar ze ingezet worden als algemene reserve van het leger.

III/2J
Op 28 augustus vertrekt het III/2J naar zijn alarmkantonnement, een zaal gelegen aan de N5 Charleroi-Brussel nabij Jumet-Brûlotte. Na een verblijf van 5 dagen in Jumet wordt er uitgeweken naar een oorlogskantoncement iets verder van de stad, in de omgeving van Courselle-Motte. Hier wordt de mobilisatie gedurende een vijftiental dagen voortgezet. Vanuit Courselle neemt III/2J stelling achter het kanaal Brussel-Charleroi te hoogte van Gouy-lez-Piétons.

Begin november wordt III/2J doorgestuurd naar het Albertkanaal nabij Stelen waar het bataljon een kwartier bezet van de ondersector Geel. Nauwelijks toegekomen op zijn gevechtsstelling, moet het 2J al deelnemen aan de eerste van een ganse reeks alarmen. Dit gebeurde naar aanleiding van het verslag van 6 november 1939 waarmee de Belgische militair attaché in Berlijn meldde dat de aanval gepland was voor de nacht van 11 op 12 november 1939. De Britten bevestigden dit en tijdens de nacht van 10 op 11 november 1939 wordt alarm geblazen langsheen het Belgische front. Op 11 november bezoekt koning Leopold III de commandanten van de meest bedreigde corpsen. Alles blijft rustig. Hitler had de aanval uitgesteld wegens het slechte weer en de moeilijkheden met het spoor. Op 15 november eindigt de alarmtoestand. Het gemobiliseerde leger begint zich te organiseren voor het lange wachten. Karweien en wacht kloppen, veldwerken graven en oefeningen lossen elkaar af. Eind december verlaat III/2J het Albertkanaal te Stelen om zich naar het Kamp van Beverlo te begeven waar het zal deelnemen aan een ganse reeks oefeningen.

In januari wordt III/2J met de rest van zijn regiment naar het Albertkanaal in Zuidoost-Limburg gestuurd. III/2J vertrekt pas op 05 mei uit Limburg en wordt ondergebracht te Pamel waar ze zich nog steeds bevinden op de vooravond van de oorlog.

Staf/2J
Het gros van de 5de Infanteriedivisie bevindt zich op de vooravond van 10 mei ten zuidwesten van Brussel. De manschappen van het 2de Regiment Jagers te Voet zijn ingekwartierd te Sint-Kwintens-Lennik (Staf en Peloton Verkenners), Halle (I/2J), de omgeving van Leerbeek-Kester (II/2J), de omgeving van Pamel (III/2J) en de streek van Gooik (IV/2J). In de namiddag krijgen ze opdracht om een gedeelte van de K.W. Stelling over te nemen. De verplaatsing van de regimenten van de divisie wordt voorbereidt en uitgevoerd tegen de avond.

III/2J
Vanaf ongeveer 02u00 worden de militairen uit hun slaap gehaald en verzameld om te vernemen dat het algemeen alarm is afgekondigd. Enkele uren later weten de mannen reeds dat het oorlog is. Verschillende groepjes infanteristen worden op uitkijk geplaatst om de hemel af te speuren naar vijandelijke vliegtuigen en valschermspringers maar buiten enkele hoog overvliegende Duitse toestellen valt er niets bijzonders waar te nemen. Het III/2J verzamelt na de middag op de Ninoofse Steenweg te Leerbeek waar ze zullen worden opgehaald door vrachtwagens en autobussen van de Legerautogroepering (LAuGpg). Terwijl de manschappen wachten op hun vervoer trekken de eerste Britse colonnes voorbij. De jagers zijn onder de indruk van de talrijke gepantserde voertuigen en merken op dat het Britse leger volledig gemotoriseerd is. Na de Britse doortocht arriveren de in tussentijd opgevorderde autobussen van de LAuGpg en vertrekt het regiment omstreeks 18u00 naar Wespelaar nabij Haacht om aldaar de toegewezen ondersector van de K.W. Stelling in te nemen. Ook de andere eenheden van de divisie komen in de loop van de nacht aan in de streek van Bonheiden – Haacht.

IV/2J
Luitenant-kolonel Capel commandant van IV/2J krijgt om 02u00 het bevel over een groepering bestaande uit IV/2J, het Wielrijderseskadron van de 5Div en III/11A. Deze groepering staat klaar om tussenbeide te komen in geval van een vijandelijke luchtlandingsoperatie in de streek van Wolvertem en Merchtem, een terreinstrook die de 5Div moet doortrekken om de K.W. Stelling te bereiken. De groepering verlaat zijn kantonnementen ten zuidwesten van Brussel in de vroege ochtend en stelt zich rond 14u30 op te Brussegem. Rond 17u00 wordt de Groepering Capel al ontbonden.

Pl Vknr/2J
Even na 01u00 wordt Onderluitenant Declercq gewekt door zijn ordonnans met de boodschap dat het algemeen alarm is afgekondigd.  De manschappen zijn dan ingekwartierd in de feestzaal van de Katholieke Kring te Sint-Kwintens-Lennik.  De fietsen en motoren bevinden zich achter de gebouwen.  De militairen blijven voorlopig in hun kantonnement.

Om 07u15 vertrekken twee patrouilles die elk bestaan uit een korporaal en zeven militairen.  De patrouilles moeten op zoek gaan naar parachutisten en hebben elk een parcours van zo’n 2 uur.  De twee volgende ploegen worden uitgestuurd bij het binnenlopen van de eerste patrouilles.

Declercq wordt om 11u00 uitgestuurd naar het station van Mechelen.  Hij moet hier tegen 13u30 aankomen en contact op te nemen met de militaire stationscommandant om de aankomst te regelen van het treinstel met de mitrailleurs van de 5Div die onderweg zijn van uit het Kamp van Lombardsijde.  Onderluitenant Declercq geeft het bevel over aan Sergeant Georges Matis, en verwittigt Luitenant Lefebvre van de Stafcompagnie van zijn vertrek.  Declercq vertrekt per motorfiets om 11u10 en komt aan op het station te Mechelen om 12u30.

Het treinstel van de kust heeft vertraging en rijdt Mechelen binnen omstreeks 16u00.  Na overleg met Kapitein-commandant Lefebvre van de 8Cie en Majoor Tilliet van het 4J wordt de trein doorgestuurd nar Wespelaar.  Uiteindelijk komen de mitrailleusploegen hier aan omstreeks 17u30.

Het peloton verkenners is ondertussen eveneens aangekomen en wordt ingekwartierd in een schoolgebouw te Haacht.

Kazerne Korporaal Trésignies van het 2de regiment Jagers te Voet te Charleroi

Staf/2J
De 5Div moet de K.W. Stelling van Haacht tot Wespelaar en de ondersector Tildonk-Wijgmaal van het 3J (10Div) overnemen langs het kanaal Leuven – Mechelen. 2J en 4J worden in eerste lijn opgesteld, het 1J wordt opgesteld in tweede echelon. Het 2J installeert zich in de loop van de voormiddag op de K.W. Stelling tussen Haacht en Wespelaar:

  • de CP/2J bevindt zich in de gemeenteschool van Haacht
  • het I/2J bevindt zich in Haacht in tweede lijn; de verdediging van de gemeente Haacht is ingericht als anti-tankcentrum
  • het II/2J bevindt zich in eerste lijn achter de anti-tankgracht in het noordelijk kwartier van de ondersector en bewaakt onder meer de belangrijke doorgang van de Werchtersesteenweg; de commandopost van dit bataljon staat op het gehucht Scharent
  • het III/2J bemand de eerste linie van het zuidelijk kwartier van de ondersector
  • het IV/2J heeft zijn middelen ter beschikking gesteld van de andere bataljons
  • het Peloton Verkenners bevindt zich eveneens in Haacht

De eerste dag op de K.W. Stelling wordt besteed aan het overnemen van de bunkers en het graven van loopgrachten, schutterskuilen en versterkte posities. De troepen vernemen verder geen nieuws van wat er zich in het oosten van het land afspeelt en beleven een relatief rustige dag.

Rond de middag verhuist de staf van de gemeenteschool van Haacht naar het kasteel de Spoelbergh te Wespelaar (nu verdwenen). Deze verandering van standplaats wordt ondernomen nadat een vliegtuigbom net naast de school insloeg. en het commando vreesde dat hun locatie door de vijand bekend was.

Pl Vknr/2J
Het Pl Vknr/2J heeft als opdracht de commandopost van het regiment in de gemeenteschool van Haacht te beschermen.  Vanaf 07u00 zijn de manschappen van het peloton aan het werk om diverse veldversterkingen aan te leggen.

Een uur later vertrekt ook een patrouille per fiets, opnieuw met de opdracht om op zoek te gaan naar parachutisten.  De ploeg krijgt een vaste ronde doorheen het grondgebied van de gemeente Haacht en zal elke twee uur afgelost worden.

Het kantonnement van het Peloton Verkenners van OLt Declercq wordt rond 10u00 aangevallen door één enkel vijandelijk toestel. Een bom van klein kaliber landt binnen de perimeter van het kwartier, maar er vallen gelukkig geen slachtoffers. Het peloton verhuist omstreeks 15u00 naar het kasteel de Spoelbergh te Wespelaar.  Ook de commandopost van het 2J wordt op dit kasteel opgesteld om aan de aandacht van de Luftwaffe te ontsnappen.

Na aankomst te Wespelaar geeft Onderluitenant Declercq het peloton over aan Sergeant Flaminne, chef van de sectie motoren, terwijl hij samen met zijn andere sectiechefs op verkenning trekt doorheen de gemeente.  Er wordt besloten om de beide gevechtsgroepen wielrijders onder te brengen in de poortgebouwen van het kasteel de Spoelbergh.  De gevechtsgroep motoren wordt ingekwartierd in het schooltje tegenover de Sint-Luciakerk.  De motoren worden opgesteld in de schuur van de naastliggende hoeve.  Op de terreinen van het kasteel graven de manschappen een reeks individuele schuttersputjes.  Het wachtdetachement voor de commandopost zal bestaan uit drie militairen.  De overige wielrijders moeten binnen de 5 minuten op hun gevechtsposities kunnen zijn.  De vrachtwagen van het peloton wordt geparkeerd op de dreef naar het kasteel en eveneens bewaakt door een wachtpost.  Onderluitenant Declercq plaatst zijn commandopost op het kasteel zelf en behoudt zijn side-car bij de ingang tot het gebouw.

Op de K.W. Stelling werden duizenden Cointet hekkens tegen pantserwagens geplaatst.

Staf/2J
De ontplooiing van de 5Div op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Het 2J bezet de noordelijke flank van de divisiesector, 4J de zuidelijke flank en achter beide regimenten staat het 1J opgesteld in tweede echelon over de ganse breedte van de divisiesector.

Om 02u00 wordt de staat van paraatheid verhoogd door de 5Div.  In de eerste lijn moeten alle automatische wapens permanent bemand worden in de bunkers.  Doorheen de ondersector worden alle kanonnen van 47mm worden in stelling geplaatst in hun veldversterkingen.  Het regiment gaat in stand-by en moet nu binnen het half uur de linies volledig kunnen bemannen. De munitiebevoorrading gebeurt op de Wespelaarse Hoek.

Vanaf 09u00 gelden de speciale voorschriften voor de doorgang van de Cointet anti-tankversperring op de Werchtersesteenweg. De bewaking wordt versterkt met mitrailleurs en met een sectie C47 anti-tankkanonnen die onttrokken wordt aan het Iste Bataljon in het Anti-tankcentrum Haacht.  Alle verkeer wordt streng gecontroleerd op mogelijke verdachte elementen.  De andere doorgang door de K.W. Stelling in de ondersector van het 2J te Lipsveld blijft vanaf de ochtend van 12 mei permanent gesloten.

Op het Kanaal Leuven-Dijle worden in het onderkwartier van het 2J twee loopbruggen aangelegd tussen de sluis van Kampenhout en de brug van Tildonk.  Voorts wordt ook bepaald dat alle niet voor het gevecht noodzakelijke middelen ten westen van de waterloop moeten gebracht worden.  De bagage-echelons worden tot in Zaventem teruggetrokken.  De levensmiddelenechelons worden opgesteld in de bossen van Berg ten zuiden van Kampenhout.

Te Haacht zijn eveneens enkele Morris CS9 pantserwagens van het Britse 12 Royal Lancers aangekomen.  Dit bataljon vormt de strategische verkenningseenheid van het II(UK) Corps.  De voertuigen zullen bij valavond terugkeren om bij hun eenheid te overnachten.

De maatregelen aan de Werchtersesteenweg worden in de namiddag nog versterkt.  De poort in de anti-tankmuur mag nu alleen nog geopend worden voor georganiseerde formaties van het leger.  Losse groepjes militairen en vluchtende burgers mogen alleen dan nog passeren.

III/2J
’s Namiddags onderzoekt Majoor Rowies van het III/2J op bevel van Generaal-majoor Chardome enkele diefstallen en plunderingen van burgers.

Pl Vknr/2J
Om 03u30 wordt de gevechtsgroep motoren uitgestuurd om een verkenning uit te voeren in het gebied tussen de Haachtsesteenweg, Leuvensesteenweg en de spoorlijn Leuven-Mechelen tot aan de rand van de sector van de ten zuiden gelegen 10Div.  De patrouille wordt geleid door Onderluitenant Declercq en keert terug tegen 06u00 zonder incidenten.  Vervolgens wordt de gevechtsgroep in twee secties opgedeeld die elk om de twee uur zullen uitrijden.  De wielrijders blijven op de terreinen van het kasteel.

Rond 10u30 krijgt onderluitenant Declercq van het Pl Vknr/2J de opdracht van Kolonel Lescornez om ervoor te zorgen dat alle boten die langs het Kanaal Leuven-Dijle achtergelaten werden, verwijderd worden.  Zo wil men vermijden dat de vijand de boten als noodbrug zou gebruiken.  Declercq begeeft zich naar de brug van Tildonk en stelt vast dat  tientallen binnenschepen er onbemand bijliggen.  De schippers zijn duidelijk gevlucht.  Om de schepen naar Mechelen te laten vertrekken, vraagt de staf van het 2J aan het 5de Geniebataljon om enkele doorgangen te maken in de loopbruggen. 

Om 15u00 is er een luchtlandingsalarm voor de Haachtsesteenweg te Kampenhout.  Het peloton stuurt meerdere patrouilles uit.  Er wordt een burger gearresteerd nabij het Kanaal Leuven-Dijle en binnengebracht op de commandopost van het regiment.

Staf/2J
Vroeg op de ochtend brengt de regimentsstaf de bataljons op de hoogte van de komst van enkele formaties van de 1ste Infanteriedivisie die na hun aftocht van het Albertkanaal kortstondig ingezet werden aan de Demer-Gete/Stelling.  De grootste formatie van de 1Div die te Haacht de K.W. Stelling zal kruisen betreft het IIIde Bataljon van het 24ste Linieregiment.  Dit zal pas in de late avond van 13 mei plaats vinden.  De regimentsstaf vreest dat het beeld van de terugtrekkende militairen de eigen troepen zal  verontrusten, en vraagt aan de pelotonscommandanten om al het mogelijke te doen om de kalmte onder het 2J te bewaren.

Zowel te Haacht als ook te Lipseveld blijven met grote regelmaat losse groepjes militairen van de terugtrekkende eenheden aankomen.  Kolonel Lecornez vreest dat de toeloop niet aan het oog van de Luftwaffe zal ontgaan, en vraagt dan ook om te Haacht en te Wespelaar verzamelposten in te richten die deze militairen moet opvangen en uit het zicht van de vijandelijke luchtvaart dient onder te brengen.  De detachementen moeten vervolgens onder leiding van hun kaderleden doorgestuurd worden naar aangeduide verzamelpunten ten westen van het Kanaal van Willebroek.

Ook het detachement van de 12 Royal Lancers bevindt zich overdag weer nabij de anti-tankgracht te Haacht en patrouilleert tevens voor de K.W. Stelling.  Een van de voertuigcommandanten laat weten dat bij een verkenning tot in Aarschot een vijandelijke motorwielrijder neergeschoten werd,

Het Cavaleriekorps, dat zich nog vóór de 5de infanteriedivisie bevond, zal op zijn terugtocht van de Demer/Gete-Stelling vanaf 20u00 de K.W. Stelling doorkruisen. De ganse nacht door zullen cavaleristen voorbij trekken. Op bevel van de divisie moeten geïsoleerde militairen naar welbepaalde verzamelpunten doorgestuurd worden.  De ravitailleringposten van 2J moeten ten westen van het Kanaal Leuven-Dijle gebracht worden. De veldkeukens mogen maar tussen 24u00 en 04u00 bevoorraad worden om niet ontdekt te kunnen worden door vijandelijke vliegtuigen.

II/2J
Vanaf 07u00 worden alle verplaatsingen in het kwartier van het II/2J bemoeilijkt door de terugtrekkende eenheden van de Belgische 1ste Infanteriedivisie, de Britse troepen en massa’s vluchtelingen.

Pl Vknr/2J
Onderluitenant Declercq vertrekt met een detachement bestaande uit een gevechtsgroep wielrijders en een FM30 ploeg van de 5Cie op missie naar Werchter, een dorp op enige kilometers ten oosten van de K.W. Stelling.  De militairen moeten er de ploegen van het 5Gn beveiligen die de technische wacht leveren bij de springinrichtingen onder de bruggen over de Demer en Dijle.

Het detachement zal elke 24u afgelost worden op het middaguur, en moet op post blijven tot bij de vernieling van de bruggen.  De gevechtsgroep van Sergeant Matis zal als eerste de wacht optrekken.  De gevechtsgroep van Korporaal Domange levert de eerste aflossing.  De verkenners worden uitgezet bij de splitsing van de Tremelobaan en de Hogeweg.  De FM30 ploeg wordt geïnstalleerd 200m zuid van de brug van de Provinciebaan over de Dijle.  Er wordt verbinding gemaakt met het regiment via het civiele telefoonnet.

Omstreeks 11u15 arriveert Generaal-majoor Chardome, commandant infanterie van de 5Div.  De generaal vindt dat de posities slecht gekozen zijn en laat de wachtposten verplaatsen naar de westelijke oever van de beide rivieren.  Hij inspecteert tevens de manschappen en tracht hen moed in te spreken met een vaderlandslievende preek.  De FM30 bevindt zich nu bij de voet van de brug aan de Provinciebaan, terwijl de wielrijders aan de brug van de Haachtsesteenweg opgesteld staan.  Declercq noteert in zijn velddagboek dat hij alzo geen uitzicht over het landschap ten zuiden en ten oosten van het dorp meer heeft.  Het vernielingsdetachement van het 5Gn komt toe rond het middaguur en wordt bevolen door Onderluitenant Demoulin.

Omstreeks 13u00 arriveren tevens vijf Morris CS9 pantserwagens van het Britse 12 Royal Lancers.  De voertuigen zullen tot de vooravond op post blijven.

Tot ongeveer 20u00 passeren alleen enkele kleine detachementen van het 36Li en 38Li die van het Albertkanaal weggevlucht zijn.  Vanaf 20u00 rijden regelmatig colonnes voorbij van diverse eenheden van het Cavaleriekorps, op aftocht van de Demer/Gete-Stelling.

Pl Vknr/2J
De verkenners bevinden zich nog steeds te Werchter.  Tegen 09u00 rijden de laatste troepen van het Cavaleriekorps over de bruggen aan de Haachtsesteenweg en de Provinciebaan.  Generaal-majoor Chardome is opnieuw aanwezig en beveelt omstreeks 11u30 de vernieling van deze bruggen.  Op het middaguur wordt het eerste detachement afgelost.  Er komt geen vervanging opdagen voor de FM30 ploeg zodat nu alleen de gevechtsgroep van Korporaal Domange in het dorp aanwezig is.  Ook de geniesoldaten hebben zich teruggetrokken.

Rond 14u00 wordt de zagerij van de gebroeders Wouters op de samenvloeiing van de Demer met de Dijle in brand gestoken op bevel van de staf van het regiment.  Korporaal Blariaux en Soldaat Dofny overgieten de houtstapel met benzine en leggen het gebouw alzo in de as.

De verkenners blijven verder de ganse dag op post en sturen een kleine patrouille uit naar de oostelijke oever van de Demer. Verder dan een halve kilometer in no-man’s land wagen de manschappen zich niet.  Even voor valavond wordt in de verte geweervuur gehoord.  De militairen nemen hun gevechtsposities in, maar het blijft rustig.  Rond 22u30 wordt het detachement van het Pl Vknr/2J teruggetrokken uit Werchter.  De militairen lopen binnen via Wakkerzeel en via de stellingen van het IIIde Bataljon.

Staf/2J
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei wordt voor de eerste keer artillerievuur gehoord in de verte. Nog voor het daglicht wordt, zendt het 2J enkele patrouilles uit om de toestand op de oostelijke oever na te gaan. Buiten enkele verloren gelopen Belgische militairen wordt er niets verdachts waargenomen.

Pl Vknr/2J
Tijdens de tweede helft van de nacht van 15 op 16 mei stuurt Kolonel Lescornez het detachement van het peloton terug naar Werchter met als opdracht om ter plekke te blijven tot de komst van de vijand.  Het detachement mag de frontlijn van het IIIde Bataljon alleen kruisen indien deze troepen nog geen contact gemaakt hebben met de vijand.  Onderluitenant Declercq leidt de wielrijders tot Wakkerzeel en houdt hier halt omstreeks 04u45.  Een ploeg van vijf militairen wordt voorop gestuurd via de Pastoriestraat in de richting van Werchter.  Nabij de vernielde brug van de Provinciebaan wordt een Duitse pantserwagen waargenomen.  De patrouille keert terug.  Declercq besluit om zelf poolshoogte te nemen en vertrekt met de andere helft van de gevechtsgroep.  Even voor 07u00 nadert hij tot op een honderdtal meter, keert terug zonder gezien te worden en besluit om terug te keren binnen de linies.

De rest van de dag wordt de komst van de vijand afgewacht.  Omstreeks 15u00 verneemt Declercq op de commandopost van het regiment dat de vijand in het kwartier van het IIde Bataljon van het 4J doorheen de anti-tankbarrière van de K.W. Stelling zou geraakt zijn.  De beide gevechtsgroepen te fiets worden uitgestuurd om zo mogelijk tussenbeide te komen. Via de brug van Tildonk bereiken de verkenners het bataljonsvak van II/4J.  De vijandelijke infiltratie is teruggedrongen en het gevaar is geweken.  Het detachement is tegen 18u00 opnieuw op kasteel de Spoelbergh.

Staf/2J
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de KW Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een veilige manier. 

I/2J
Het Iste Bataljon wordt verantwoordelijk voor de vaste achterhoede die de terugtocht van het regiment dient te dekken.

Pl Vknr/2J
Onderluitenant Declercq wordt om 17u00 aan het hoofd geplaatst van de mobiele achterhoede die voor het 2J zal bestaan uit het Peloton Verkenners, het 2de Peloton van het Wielrijderseskadron der 5Div, een peloton van de Compagnie C47 van de divisietroepen, en twee T13 tankjagers van het 2de Regiment Lansiers.  De kolonel bepaalt dat de mobiele achterhoede om 21u00 moet ontplooid zijn op zijn startposities op het eerste echelon, en om 03u00 tijdens de nacht van 16 op 17 mei moet verzamelen aan de brug over het Kanaal Leuven-Dijle te Kampenhout.  Hier zal het 4de Peloton van het Wielrijderseskadron zal samen met twee T13 tankjagers de Haachtsesteenweg dekken.  Ik het kielzog van de mobiele achterhoede zal ook het bruggetje van de Wakkerzeelsestraat over de Lipsebeek opgeblazen worden.  De pelotonscommandant verdeelt zijn troepen als volgt:

  • Achterhoedepost 1 wordt bevolen door Sergeant Matis en bevindt zich aan de brug over de Dijle op de Keerbergsesteenweg net ten oosten van Haacht.  Matis beschikt over een sectie wielrijders en een anti-tankkanon.
  • Achterhoedepost 2 bestaat eveneens een sectie wielrijders en een anti-tankkanon, maar heeft ook een T13 pantserwagen.  Dit detachement wordt bevolen door Luitenant Becquet van het 2L en dekt de Werchtersesteenweg.
  • Achterhoedepost 3 heeft dezelfde samenstelling en bewaakt de Vinkstraat te Wakkerzeel
  • Achterhoedepost 4 tenslotte dekt de brug van Tildonk over het Kanaal Leuven-Dijle en bestaat uit een sectie wielrijders, en twee C47 kanonnen, onder leiding van Luitenant Lauwers.

Staf/2J
Na een geforceerde nachtmars wordt heel vroeg in de ochtend de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek bereikt via de Verbrande Brug te Vilvoorde. Het regiment wil zo snel mogelijk verder marcheren richting Aalst, maar moet even later halt houden te Beigem. Er wordt twee uur gewacht langs de kant van de baan en dan komt een nieuw bevel om verder te trekken. Enkele honderden meters verder stoppen de colonnes opnieuw. De manschappen moeten zich overdag schuil houden te Beigem en er een rustkantonnement innemen om geen doelwit te vormen voor de Duitse luchtmacht die het luchtruim volledig controleert. De jagers wordt op het hart gedrukt om zich zo goed mogelijk te camoufleren tegen luchtwaarneming. In Beigem wachten de jagers op nieuwe bevelen. Het IIde Bataljon en het Pl Vknr worden teruggestuurd naar het Kanaal van Willebroek om de achterhoede te versterken. De rest van het regiment blijft overdag ter plekke omdat het veel te gevaarlijk is om bij daglicht in grote colonnes langs de baan te marcheren. Rond 18u00, bij valavond, wordt de tocht richting westen hervat.

II/2J
Het II/2J en het Peloton Verkenners worden toegewezen aan de achterhoede, bestaande uit Grenswielrijders en Rijkswachters, die de Duitsers aan het kanaal van Willebroek enige tijd moeten tegenhouden. Het IIde Bataljon en de verkenners worden uit de regimentscolonne gehaald en zetten zich op weg in de tegenovergestelde richting terwijl de rest van het regiment verder trekt richting Aalst. De beide detachementen komen even later aan te Humbeek om er de kanaaloever te verdedigen. De brug over de sluizen aan ’t Sas wordt door de genie tot ontploffing gebracht rond 11u30 maar de vernieling van de brug slaagt slechts gedeeltelijk, het is nog steeds mogelijk te voet en zelfs met kleine voertuigen de brug over te steken.

Tussen 14u00 en 15u00 komen de eerste Duitse verkenners aan bij het Kanaal van Willebroek. De vijand wil meteen het kanaal over en polst op enkele plaatsen naar de sterkte van de Belgische achterhoede. Het II/2J bezet nog steeds de kanaaloever ter hoogte van Humbeek wanneer de vijand via ’t Sas het kanaal over wil. Het komt tot een vuurgevecht waarbij de Duitsers (in casu het IIIde Bataljon van het 26ste Duitse Infanterieregiment) de bovenhand halen en de linkeroever van het kanaal kunnen bereiken langs de niet volledig vernielde brug over de sluizen. De Duitsers breiden het bruggenhoofd uit tot de dorpskern van Humbeek waar ze op het rustkantonnement van II/5Li botsen. In Humbeek ontstaat een hevig gevecht tussen de Duitsers en II/5Li en II/2J. Bij de 5Cie van II/2J sneuvelen meerdere militairen tijdens de schermutseling met de Duitsers. Het 5de eskadron van het 2de Licht Regiment wordt vervolgens naar Humbeek gestuurd om daar het II/2J bij te staan.

Pl Vknr/2J
Om 00u30 wordt Onderluitenant Delercq opgeschrikt door een luide knal.  De vernielingsploeg aan de Wakkerzeelsestraat heeft de brug over de Lipsebeek voortijdig opgeblazen, en hiermee is de marsroute van Achterhoedepost 3 afgesneden.  Declercq en zijn ordonnans steken de beek over en bereiken een half uur later de anti-tankversperring bij deze post die op dat ogenblik reeds onder vijandelijk vuur ligt.  Het personeel blijkt de explosie niet eens gehoord te hebben.  De post wordt onmiddellijk geëvacueerd.  De T13 pantserwagen rijdt om via de Wijgmaalsesteenweg en Haacht.  De verkenners per fiets steken de Lipsebeek over.

Het I/2J passeert ter hoogte van de brug over het Kanaal Leuven-Dijle te Kampenhout omstreeks 04u00, onder dekking van de reeds aanwezige detachementen van de mobiele achterhoede.  Meer naar het oosten toe staat de T13 van Luitenant Bequet bij de spoorwegoverweg aan de Stationsstraat.  Wanneer plots twee vijandelijke pantserwagens opduiken aan de westrand van Haacht worden de beide voertuigen prompt uitgeschakeld door enkele rake schoten.  Er lijken geen andere Duitse troepen in de omgeving, en de terugtocht van het I/2J en de mobiele achterhoede lijkt dan ook voorlopig gevrijwaard.  De brug van Kampenhout wordt om 05u30 vernield.

De beide gevechtsgroepen wielrijders trekken terug via de Haachtsesteenweg en slaan te Kampenhout de Perksesteenweg in.  Als allerlaatste leidt Onderluitenant Declercq de gevechtsgroepen met de motorwielrijders van de Pelotons Verkenner van het 2J en het 4J.  Deze motorwielrijders houden zich op aan de Perksesteenweg tot ongeveer 08u00 in de ochtend en verplaatsen zich vervolgens naar de oostrand van Peutie waar ze opgewacht worden door de T13 van Luitenant Becquet.  Een uur later vervoegt dit detachement de oostrand van Vilvoorde om vervolgens als laatste Belgische troepen de brug aldaar over te steken.  Bij de brug wacht opnieuw Generaal-majoor Chardome die om 10u12 het bevel geeft om het overgangspunt te vernielen.

Het volledige peloton wordt hierop gehergroepeerd op de Grimbergsesteenweg en rijdt naar het kasteel van Beigem waar de staf van het 2J zich opgehouden heeft.  Even na het middaguur sommeert Kolonel Lecornez de pelotonscommandant: de vijand zou te Humbeek-Sas het kanaal zijn overgestoken en Onderluitenant Declercq moet de toestand ter plekke gaan nakijken.  Hij vertrekt onmiddellijk met de gevechtsgroep motorwielrijders.  In het dorp ontmoet het detachement militairen van het 5Li en het 28Li die ter plekke ingekwartierd zijn, en niets weten over de toestand bij de brug.  Ten oosten van het dorp wordt Declercq gestopt door Luitenant Moisse van de 2Cie van het 1CyF die hem ten sterkte afraad om bij de brug te gaan kijken.  De verkenners rijden toch door, gaan een leegstaande woning in en kunnen vanaf de eerste verdieping vaststellen hoe Duitse infanteristen druk aan het werk zijn om de slechts ten dele ingestorte brug te versterken.  De motorwielrijders rijden direct terug naar Humbeek en alarmeren het 5Li.

Wanneer de kolonel het verontrustende nieuws verneemt, wordt Luitenant-kolonel Capel van het IVde Bataljon belast met de beveiliging van het kantonnement.  Het peloton verkenners wordt uitgestuurd naar het kruispunt van de Zijpstraat en de Kruisstraat te Koppendries.  Even later komt hier ook een peloton C47 anti-tankgeschut aan.  Onder leiding van Capel trekt het ganse detachement via de Driesstraat in de richting van het Gravenkasteel.  Declerck kan met de beide gevechtsgroepen wielrijders en twee C47 kanonnen omstreeks 15u00 de oever van het Kanaal van Willebroek bereiken ten noorden van de brug.  De militairen vallen onder vuur en riposteren terwijl de pelotonscommandant de sterke van de vijandelijke troepen tracht te bepalen.  Het detachement trekt zich terug tegen 16u45 nadat er een vijftal gewonden gevallen zijn, waaronder ook Onderluitenant Declercq.  De officier wordt ter plekke achtergelaten en zal in het Duitse veldhospitaal te Westmeerbeek verzorgd worden.

Staf/2J
De nachtmars verloopt zonder problemen en het regiment trekt bij dageraad zonder ontbijt verder naar het westen. Wanneer ze rond de middag in Aalst aankomen, is er nog steeds geen bevoorrading. De manschappen zijn uitgeput en hebben honger en dorst. Kleine groepjes militairen haken af tijdens de terugtocht en geven op. Op het appel te Aalst ontbreken reeds tientallen militairen. Uiteindelijk zal blijken dat het 2J op de tocht van Vilvoorde naar Aalst verschillende compagnies heeft moeten achterlaten die gevangen genomen worden door de invallers. Te Aalst is de burgerbevolking gevlucht. De binnenvaartuigen op de Dender zijn ofwel gezonken of staan in brand. Ook enkele huizen staan in lichterlaaie. De stad wordt verdedigd door het 1ChA en er weerklinkt sporadisch geweervuur. De manschappen van 2J worden onrustig en zijn opgelucht wanneer de laatste eenheden door de stad getrokken zijn. Ten westen van Aalst wordt halt gehouden en worden de bataljons ondergebracht in scholen, stallingen en woningen voor de nacht. Nog steeds is er geen water of voedsel toegekomen.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/2J
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde, die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. De 5Div heeft het bevel gekregen over de Sector Semmerzake – Munte van het Bruggenhoofd Gent. Tijdens de derde en laatste nachtelijke etappe van de terugtocht K.W. Stelling komt de 5de infanteriedivisie aan op zijn nieuwe posities langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. Van Erpe wordt via Burst en Eke het bruggenhoofd binnengemarcheerd in de richting van Vurste. De terugtocht wordt gedekt door de achterhoede van het eskadron cyclisten van de divisie die zich voor die opdracht te Impe gehergroepeerd hebben.
De drie regimenten van de Div nemen de stelling van het 7Li over en worden als volgt ontplooid:

  • het 4de Jagers te Voet krijgt de linker ondersector Munte en leunt aan bij het 7Li van de 4Div
  • het 1ste Jagers te Voet krijgt de ondersector Vurste in het centrum achter de regimenten in lijn;
  • het 2de Jagers te Voet krijgt de rechter ondersector Semmerzake en sluit aan bij het 8Li van de 9Div.
  • Het divisiehoofdkwartier verhuist naar De Pinte.

Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdediginslinie bestaat uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hebben en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hebben nog een verdieping en 35 zijn uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 5Div moeten zelf uitzoeken waar de bunkers zich bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 5Div die de stelling zullen bemannen moeten de bunkers zelf inrichten en ook de verbindingsloopgraven terug in orde brengen.

De manschappen die de nacht hadden doorgebracht in stallingen en schuren gelegen aan de westrand van Aalst worden in de vroege morgen gewekt en de colonnes zetten zich opnieuw in gang. Het 2J(-), zonder II/2J die zich noch bij de achterhoede van de 5Div bevond, komen die dag aan te Semmerzake.

Staf/2J
Het 2J graaft zich zo goed mogelijk in op de rechteroever van de Schelde tegenover Semmerzake.

II/2J
De laatste elementen van het IIde Bataljon komen na hun opdracht aan het Kanaal van Willebroek met een dag vertraging aan bij het regiment.

Staf/2J
Het 2J verblijft nog steeds aan de Schelde. Het blijft rustig in hun sector en zullen geen noemenswaardige gevechten uitbreken. Het zwaartepunt van de Duitse opmars door Vlaanderen ligt de komende dagen in de richting van het Kanaal Gent-Terneuzen en Gent. De sectoren aan de Bovenschelde net ten zuiden van de stad worden voorlopig ontzien. Het 2J blijft samen met de 5de infanteriedivisie op post tot 24 mei.

Staf/2J
Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten wordt voor een tweede keer beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt; ook het Bruggenhoofd Gent wordt opgegeven zonder dat de stelling ten volle verdedigd werd. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen die nacht het Bruggenhoofd Gent opgeven en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

De regimenten van de 5de Infanteriedivisie herschikken die dag hun posities om zich volledig achter de bunkerlinie van het Bruggenhoofd Gent te begeven. De voorposten worden verlaten en alle eenheden trekken zich over enige afstand terug tot ze volledig binnen het bruggenhoofd komen te liggen.

Staf/2J
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei steekt de 5de infanteriedivisie de Schelde over en neemt nieuwe posities in tussen de Schelde en de Leie, ten oosten van Deinze. De regimenten bemannen een dwarsstelling tussen Astene en Eke om de terugtocht van de andere troepen uit het Bruggenhoofd Gent te helpen beveiligen.

Opstelling I/14A te Malsem in het achtergebied van de 5Div (bron CHD Evere).

Staf/2J
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei ontvangt de 5de Infanteriedivisie het bevel om zich naar een nieuwe verdedigingslinie aan het Afleidingskanaal van de Leie te begeven. De drie infanterieregimenten van de 5Div worden in lijn opgesteld tussen Nevele (exclusief) en Herenthoek (inclusief). Het 1J moet in het zuiden aansluiting maken met de 4Div, het 2J wordt in het centrum opgesteld, het 4J neemt stelling in de noordelijke ondersector en sluit met de 2Div ter hoogte van de spoorlijn Gent – Brugge.

Het 2J zet zich op weg. Het regiment volgt de Leieoever, steekt bij de de brug van Deurle over en zet koers naar de middensector tussen Nevele en Herenthoek. I/2J wordt in eerste lijn achter het Afleidingskanaal van de Leie opgesteld, III/2J neemt stelling in tweede lijn.

De vijand is nu niet veraf meer en onderneemt reeds op 24 mei de eerste pogingen de Leie over te steken aan het zuidelijke uiteinde van het Belgische front.

Staf 2J
Het gaat goed mis bij de 4Div. Na een doorbraak in de ondersector van het 15Li, worden het 7Li en 11Li al snel teruggedrongen. Om de noordrand van het Duitse bruggenhoofd in te dijken, bouwt de 5de Infanteriedivisie snel een dwarsstelling uit op het Afleidingskanaal tussen Poesele en Lotenhulle.

Kolonel Dengis van 4J krijgt het bevel om met de reserve van de divisie zo snel mogelijk deze dwarsstelling op te werpen aan de Poekebeek. Het I/4J en het 3ChA ontplooien in de richting van Meigem elk een bataljon tussen Poesele en Lotenhulle en worden ondersteund door het Eskadron cyclisten van de 5Div. Ook de laatste drie T13 tankjagers van de divisietroepen komen deze stelling versterken. Dengis krijgt eveneens het bevel over het II/1J, voert de opdracht uit en kan om 10u50 de commandopost van het belaagde II/7Li ontzetten te Nevele. De groep Dengis graaft zich die avond in nabij Nevele, maar de Duitsers staan met beide benen over het kanaal en rukken op naar Vinkt.

Staf/2J
Het 2J bevindt zich nog steeds in de velden ten noorden van Nevele waar het stellingen in haastig gegraven loopgrachten bezet.

Staf/2J
De vijand voert de druk gestaag op en in de sector van de Ardeense Jagers wordt rondom Vinkt nog steeds zwaar slag geleverd. Verder naar het westen rukken de Duitsers al snel op richting Tielt. In de sector van de 5de Infanteriedivisie wordt ook nog steeds sporadisch gevochten en bestookt de vijandelijke artillerie regelmatig te stelling, zonder daarbij veel slachtoffers te maken. Wanneer het vuur zich verlegt, rukken de Duitsers op. De 10e compagnie wordt al snel gevangen genomen.

De Belgen moeten buigen onder de vijandelijke druk en zullen zich terugtrekken op een nieuwe lijn van Tielt tot Ruiselede. Tijdens de nacht trekken de Jagers zich in volstrekte stilte terug van Nevele om nabij Ruiselede nieuwe posities in te nemen en nog maar eens te trachten de opmars af te remmen.

Staf/2J
Om middernacht zijn de overgebleven manschappen van 2J nog steeds onderweg. Rond 04u00 komen de laatste troepen aan op hun nieuwe posities. Bij de aankomst te Ruiselede doen velen niet langer moeite om zich opnieuw in te graven – de soldaten zijn te vermoeid en zien het niet langer zitten om nog verder te strijden. De 5de Infanteriedivisie heeft zijn commandopost verplaatst naar de Plattebeursstraat aan de oostrand van Egem. Hier wordt even na 07u30 het nieuws van de capitulatie vernomen. Tijdens de vroege ochtend verneemt ook het 2J dat het leger gecapituleerd heeft. Het regiment moet zich in verbinding stellen met de Duitsers om instructies te ontvangen over de ontwapening. Dezelfde dag nog worden de mannen afgemarcheerd naar Aalter, waar ze tot 6 juni blijven. Dan gaan ze richting Gent om vervolgens naar Charleroi en daarna naar Edingen gestuurd te worden. Beroepsmilitairen en miliciens worden gescheiden: de eersten vertrekken richting Duitsland, terwijl de meeste reservisten naar huis mogen.

III/2J
Bij het aanbreken van de dag slaat het noodlot toe bij de 11Cie in Ruislede. Op de laatste dag van de veldtocht, treft een artilleriegranaat de stelling van het peloton van OLt Cuvelier toen ze bezig waren de stelling te organiseren. Zes militairen komen om, onder hen de Soldaten Victor Pouleur, Gérard Quinet, Julien Tombois en Marcel Ficheroule. Sgt Maillard neemt de taak op zich om de ongelukkigen te begraven langs de kant van de weg. De lichamen worden in dekens gewikkeld en op de graven worden kruisen gezet gemaakt met planken die in de buurt werden gevonden. Dit wordt het laatste wapenfeit voor de mannen van de 11Cie, om 07u00 vernemen ze de capitulatie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
14/IVALBRECQRené, J.1SgtMajBOO13.03.1907Cerfontaine23.05.1940Pont d'Ardres (F)Gesneuveld tijdens de verdediging van zijn steunpunt (Cie Instr C47-5VOC)
OnbekendBAYENSFrançois, M.L.SgtMil3924.10.1914Herstal25.05.1940Klerken
10/IIIBINAMEGeorges, P.G.SdtMil23.12.1919Solre-sur-Sambre27.05.1940Nevele
10/IIIBROGNIEZMarius, V.D.SdtMil15.01.1920Buvrinnes27.05.1940Nevele
5/IICALLEWAERTMaurice, A.SdtMil25.03.1920Marchienne-au-Pont17.05.1940Humbeek
3/ICHARLESSylvain, P.SdtMil09.09.1919Viesville27.05.1940Lotenhulle
OnbekendCLEIJKENSAlphonse, M.KplMil3109.03.1908Anderlecht28.05.1940Brugge
14/IVCORNEZAlbertSdtMil23.09.1919Hornu29.05.1940Brugge
OnbekendDE BRABANTAndré, L.E.SdtMil23.03.1914Poulseur14.05.1940Quiévrain
5/IIDE CANCKJosephSdtMil3615.01.1917Merelbeke26.05.1940Ursel
13/IVDECHAMPSLéopoldSgtMil3814.08.1918Ransart17.05.1940Humbeek
10/IIIDELSAUTArthur, F.SdtMil01.07.1918Charleroi26.05.1940Poesele
10/IIIDEMILYMaurice, A.KplMil3630.07.1916Chapelle-lez-Herlaimont26.05.1940Nevele
OnbekendDENISTYNoëlSdtMil12.02.1911Châtelineau27.05.1940Oostende
3/IDEPASSEAlbert, A.G.SdtMil01.01.1920Ham-sur-Sambre26.05.1940Berck-Plage (F)Overleden aan zijn verwondingen in het Hospitaalcentrum van Berck-Plage
15/IVDESMETFrançois, G.SdtMil09.03.1920Gilly27.05.1940Nevele
5/IIDESSYMarcel, B.J.SgtMil3621.09.1917Gilly17.05.1940Humbeek
5/IIDETANTArthurSdtMil27.01.1920Gilly15.05.1940Haacht
14/IVDEVILLEGaston, F.M.SdtMil24.07.1917Meldert12.05.1940Elsene
OnbekendDIRICKXFrançois, J.V.SdtMil24.03.1917Mont-sur-Marchienne18.05.1940Meise
5/IIDORJean, L.G.LtAct25.09.1912Villers-le-Gambon09.06.1940Gent
11/IIIDUMONTArthur, S.N.SgtMil3406.12.1914Jumet23.05.1940Astene
4/IDUTRYRené, G.OLtRes24.02.1916Elsene18.05.1940Wolvertem
11/IIIELOYGilbert, F.E.SdtMil28.01.1909Pont-de-Loup04.06.1940Maastricht (NL)
11/IIIFICHEROULLEMarcel, N.O.SdtMil16.01.1920Roselies28.05.1940Ruiselede
13/IVFOURNEAULéon, ClémentSdtMil3904.04.1920Anderlues18.05.1940OpwijkVerwond 17.05 te Humbeek
14/IVFUAVILLEAndré, J.KplMil3907.05.1920Marchienne-au-Pont23.05.1940Oostende
5/IIGEORGERYAlbert, E.J.SdtMil3622.05.1916Ham-sur-Heure17.05.1940Humbeek
OnbekendHEIREMANSJoseph, G.SgtMil3617.06.1916Gilly18.05.1940Meise
OnbekendHUBERTJules, E.A.SdtMil25.12.1915Châtelet17.05.1940Humbeek
13/IVHUPEZVirgile, L.SdtMil10.08.1916Jemappes17.05.1940Humbeek
10/IIIKUPPERDaniel, G.J.SdtMil20.11.1919Momignies26.05.1940Nevele
10/IIILAUWERSFrançois, J.SdtMil15.11.1917Charleroi26.05.1940Wingene
OnbekendLEDOUXPaul, A.G.SdtMil05.11.1919Aiseau17.05.1940Humbeek
StafLIVEMONTOscar, J.G.SdtMil14.01.1918Courcelles24.05.1940Roeselare
8/IIMALEVEZJean, L.L.SdtMil27.01.1920Angers (F)25.05.1940Nevele
6/IIMARCAlbert, G.SdtMil01.07.1916Yves-Gomezée18.05.1940Opwijk
12/IIIMEULENYSERJean, H.SdtMil09.06.1920Marchienne-au-Pont26.05.1940Nevele
3/IMINETVictor, E.G.SdtMil26.07.1920Salles24.05.1940Gravelines (F)
OnbekendOGERMarcel, G.SdtMil14.04.1920Marchienne-au-Pont26.05.1940Poesele
OnbekendPARISJulien, J.SdtMil25.02.1916Charleroi18.05.1940Meise
OnbekendPIERRESimon, F.SdtMil03.02.1919Thiméon06.06.1940Den Bommel (NL)KG op Rhenus 127 op 30-5
11/IIIPOULEURVictor, C.G.SdtMil24.06.1917Aubervilliers (F)28.05.1940Ruiselede
10/IIIPRISTAndré, J.SdtMil05.05.1916Marchienne-au-Pont27.05.1940Nevele
12/IIIPROVENIERArmandSdtMil17.04.1918Montignies-sur-Sambre26.05.1940Nevele
11/IIIQUINETGérard, R.F.SdtMil04.07.1919Jumet28.05.1940Ruiselede
OnbekendRASSARTMaurice, J.SgtMil3704.07.1917La Louvière27.05.1940Nevele
15/IVRAYEZMarcel, G.KplMil3719.01.1918Hensies26.05.1940Nevele
OnbekendROBERTLucien, F.H.SdtMil16.05.1908Stembert24.05.1940Oostende
14/IVSABLONMagloire, F.SdtMil18.10.1917Courcelles17.05.1940Humbeek
12/IIISALMONArmand, G.SdtMil19.11.1916Ressaix31.05.1940Gent
1/ISCHEEPMANSRoger, J.SdtMil23.10.1920Ransart10.05.1940LeopoldsburgBombardement kamp van Beverlo (Tuchtcompagnie)
OnbekendSILVESTREJoseph, A.SdtMil23.01.1917Etterbeek29.05.1940Brugge
5/IITHOMASRoger, F.D.KplMil3627.11.1915Solre-sur-Sambre17.05.1940Humbeek
9/IIITILQUINAlbert, J.A.SdtMil14.11.1919Bourlers27.05.1940Nevele
11/IIITOMBOISJulien, L.SdtMil31.07.1918Jumet28.05.1940Ruiselede
OnbekendVANDENABEELEMarcel, A.SdtMil17.08.1918Gilly27.05.1940Nevele
14/IVVERCLEYENEdmond, V.SdtMil26.04.1918Gilly23.05.1940Pont d'Ardres (F)Gesneuveld tijdens de verdediging van zijn steunpunt (Cie Instr C47-5VOC)
5/IIWILLOTHerman, Léon GhislainOLtRes3609.06.1917Montignies-sur-Sambre17.05.1940Humbeek

Bibliografie en Bronnen

  1. Hellebois, M, 2010. Souvenir d’un ancien. Le Cor de Chasse, 150, 16-19.
  2. Maillard, J.L., 2010. Ma Mobilisation (Journal de guerre d’Albert Maillard).
  3. Maillard, J.L., 2010. Souvenirs de guerre « 1940-1945 » . Le Cor de Chasse, 149, 16-20.