![]()
| Reglementaire benaming | Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie | Ateliers de Fabrication de Munitions |AFM |
| Type | Arsenaal |
| Ontdubbeld van | n.v.t. |
| Onderdeel van | Algemene Inspectie der Militaire Fabricaten, Ministerie van Landsverdediging |
| Bevelhebber | Kolonel IMF Jean Brosius |
| Standplaats | Fort van Zwijndrecht, Fort van Kruibeke en Nieuwkerken-Waas |
| Samenstelling | Werkplaats (Maj IMF Gaston Hougardy) |
| Compagnie Administratie (Cdt Jean Laoureux) |
![]()

Ingang van het Fort van Zwijdrecht, één van de ateliers van het AFM (vooroorlogse foto).
Staf/AFM
De Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (of Ateliers de Fabrication de Munitions – AFM) behoren tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten (of Etablissements de Fabrications Militaires – EFM). Deze inrichtingen beheren een aantal fabrieken en andere vaste installaties die diverse wapens en uitrustingsstukken vervaardigen voor het leger. De EFM behoren tot de Territoriale Troepen en ontvangen bijgevolg hun orders van het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Binnen het MLV ressorteren ze voor wat hun dagelijkse werking en organisatie betreft onder de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten (of Inspection Générale des Fabrications Militaire – IGFM) geleid door Luitenant-generaal IMF Jamotte. De te realiseren productiecijfers voor het AFM, gebaseerd op de totale behoefte van het leger, worden dan weer vastgelegd door de Dienst Bewapening (SA) van de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (oftewel Direction des Ravitaillements et Evacuations de la Zone Intérieure – DREI), een andere dienst van het MLV die geleid wordt door Luitenant-generaal Theunis. De IGFM controleert naast de AFM ook nog volgende Inrichtingen voor Militaire Fabricaten:
- De Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (of Etablissements du Service de Protection contre les Gaz) – Et SPG
- De Koninklijke Kanongieterij (of Fonderie Royale de Canons) – FRC
- De Staatswapenfabriek (of Manufacture d’Armes de l’Etat) – MAE
- Het Arsenaal voor het Wagenpark (of Arsenal du Charroi) – AC
De Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie zijn verdeeld over drie locaties; het Fort van Zwijndrecht [1], het Fort van Kruibeke [2] en de werkplaats te Nieuwkerken-Waas. Hun taak bestaat in het aanmaken van diverse types munitie. Naar aanleiding van de afkondiging van de Versterkte Vredesvoet (oftewel Pied de Paix Renforcé – PPR) wordt al in april 1939, nog voor de start van de mobilisatie, het aantal arbeiders van 1.800 op 3.000 gebracht. Vanaf de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 25 augustus ’39 wordt de productie van munitie in de AFM gevoelig opgedreven. De prioriteit voor de productie ligt bij de munitie voor de C40mm kanonnen van de luchtdoelartillerie (DTCA) waarvoor tussen april ’39 en mei ’40 ruim 80.000 schoten worden gefabriceerd. Tijdens de mobilisatie wordt de getalsterkte op 30 officieren, 47 onderofficieren en 17 manschappen gebracht. De actieve officieren behorende tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten die het militair brevet behaalden van ingenieur mochten deze titel achter hun graad gebruiken. Vandaar de vermelding Ingénieur de Fabrication Militaire (IFM) of Ingenieur der Militaire Fabricaten (IMF) bij de dienstgraad van de betrokken officieren. De AFM worden aan de vooravond van de oorlog geleid door Kolonel IMF Brosius die al sinds oktober 1935 de functie van directeur van de AFM waarneemt.
Werkplaats Zwijdrecht/AFM
De Werkplaats Zwijndrecht is geïnstalleerd in het oude Fort van Zwijndrecht dat zich op de linker Scheldeoever bevindt ten westen van Antwerpen en ten noorden van het Fort van Kruibeke. Dit bakstenen fort werd gebouwd tussen 1870 en 1882 toen de binnenste fortengordel van Antwerpen in noordelijke en westelijke richting werd vervolledigd. De fortgracht is vrijwel intact behoudens twee toegangswegen. Voor één toegangsweg werd een klein deel van de gracht tijdens WOI door de Duitse bezetter gedempt om een spoorlijn tot in het fort te kunnen aanleggen. Het rangeerstation in het fort heeft een spooraansluiting op de spoorlijn Gent-Antwerpen. Na WOI werd het fort gedemilitariseerd en vanaf 1919 gebruikt als werkplaats voor de productie van explosieven. De Staf/AFM heeft zijn burelen in het Fort van Zwijndrecht.
Werkplaats Kruibeke/AFM
Ook de Werkplaats van Kruibeke is gevestigd in een fort van de binnenste fortengordel van Antwerpen. Het Fort van Kruibeke is gelijktijdig gebouwd met het Fort van Zwijndrecht en is eveneens opgetrokken in baksteen. Het ligt op de linker Scheldeoever tussen het Fort van Zwijndrecht en het Fort van Hoboken aan de overkant van de Schelde. Het fort werd gedemilitariseerd na WOI en beschikt over een verbinding met het spoornet waardoor materieel en grondstoffen gemakkelijk tussen de werkplaatsen van Zwijndrecht en Kruibeke verplaatst kunnen worden.
Werkplaats Nieuwkerken-Waas/AFM
De Werkplaats Nieuwkerken-Waas (toentertijd gekend als de Usine de Fabrication d’Explosifs – UFE), wordt geleid door Majoor IMF Muys. Hij wordt bijgestaan door Lt IMF Coquette die de technische leiding had van de werkplaats en de Luitenanten van de reserve Raucy en Dumont, beiden ingenieur en voor de mobilisatie tewerkgesteld in de chemische nijverheid. In de Werkplaats van Nieuwkerken-Waas wordt onder meer trinitrotolueen (oftewel TNT) aangemaakt. De werkplaats ligt een tiental kilometer westwaarts van het Fort van Zwijndrecht.
![]()

Plattegrond van het Fort van Zwijndrecht.
Staf/AFM
Er bestond geen enkel plan om tijdens de mobilisatie preventief al enkele werkplaatsen van de AFM te verplaatsen naar het westen van het land hoewel Kol IMF Brosius hier tijdens de mobilisatie meermaals bij de Dienst Bewapening had op aangedrongen. Alle ateliers van het AFM dienden op hun vredesvoetlocatie te blijven werken tot aan het begin van de vijandelijkheden. Bij de afkondiging van het algemeen alarm, in de vroege ochtend van 10 mei, krijgen enkel de Staatswapenfabriek en de Koninklijke Kanongieterij de toelating om in te pakken en te verhuizen. Dit omdat beide inrichtingen gevestigd zijn te Luik en bij een mogelijke Duitse aanval al snel in de frontlijn zouden komen te liggen. Volgens de gegeven orders moeten de werkplaatsen van de AFM ook na het begin van de vijandelijkheden gewoon blijven doorwerken. Na de afkondiging van de algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de Duitse inval, verlaat een aantal arbeiders die deel uitmaken van de oproepbare reserve, de AFM. Hierdoor wordt het effectief teruggebracht tot 2.600. De Dienst Bewapening van het MLV laat weten dat de prioriteit nog steeds dient gelegd te worden bij de productie van munitie voor de C40mm kanonnen en bij de revisie van de voorraad slechte munitieloten teruggebracht door de depots. Kol IMF Brosius drijft de montage van diverse types obussen op door zijn personeel in twee ploegen op te delen. Het laat hem toe de klok rond te werken met twee shiften van 12 uur. Hierbij wordt naast de eerder vastgelegde prioriteiten in hoofdzaak gewerkt aan het samenstellen van de 75mm munitie voor de M36 luchtdoelkanonnen en de obussen voor de 220mm Schneider mortieren in gebruik bij het 2de Regiment Legerartillerie (2LA). Kolonel IMF Brosius, zich bewust van het gevaar van vijandelijke luchtaanvallen, wil zo snel mogelijk van zijn voorraad explosieven af. Hij wil ook het overtallig kruit en explosieven zo snel mogelijk uit de werkplaatsen evacueren.
Werkplaats Nieuwkerken-Waas
Lt IMF Coquette verneemt het nieuws van de start van de vijandelijkheden via de radio om 05u30 en begeeft zich onmiddellijk naar de werkplaats waar alles in het werk wordt gesteld om het rendement van de productie te verhogen door onder meer een tweeploegenstelsel te implementeren. Ondanks het feit dat de houten barakken van de fabriek weinig bescherming bieden in geval van een luchtaanval blijven de arbeiders onverschrokken doorwerken. Dit niettegenstaande de veelvuldige luchtalarmen en het constant overvliegen van Duitse bombardementsvliegtuigen. Het moreel is hoog en het werkritme wordt amper beïnvloed door de permanente luchtbedreiging.
![]()
Staf/AFM
De Werkplaatsen starten met het klaarmaken van overtollig TNT voor het transport per spoor naar veiliger oorden. De werkzaamheden in de ateliers worden sterk bemoeilijk door de regelmatig weerklinkende sirenes van het Antwerpse luchtalarm. Het Fort van Zwijndrecht wordt meerdere keren overvlogen door vijandelijke vliegtuigen maar nooit gebombardeerd. Toch worden bij elk alarm de installaties uit voorzorg ontruimd, goed wetende dat een eventuele voltreffer niet alleen het Fort van Zwijndrecht zou vernielen maar ook de dorpen in de omgeving. Eén van de luchtalarmen duurde ongeveer een viertal uur tijdens dewelke de werkzaamheden werden onderbroken. De afgewerkte munitie voor de DTCA (40mm en 75mm granaten) wordt om veiligheidsredenen zo snel als mogelijk op vrachtwagens geladen. Het laden van deze vrachtwagens loopt echter vertraging op door de veelvuldige luchtalarmen. Eens geladen wordt de munitie bestemd voor de DTCA en de GTA afgevoerd naar de luchtverdedigingseenheden. Wanneer aan het eind van de dag blijkt dat het Fort van Zwijndrecht niet werd aangevallen, ondanks de veelvuldige luchtalarmen, geeft Kolonel IMF Brosius het bevel om te blijven doorwerken tijdens de luchtalarmen, een order dat niet door alle werkplaatsen wordt opgevolgd.
Er stelt zich ook een probleem voor de grondbeveiliging van de werkplaatsen. In ons land heerst tijdens de eerste oorlogsweek een ware parachutistenkoorts (toen ook al naar verwezen als ‘parachutitis’ ) en het gonst van geruchten over mogelijke luchtlandingen. Wanneer Kol IMF Brosius aan de Dienst Bewapening versterking vraagt om de bedreiging van parachutisten tegen te gaan, worden twee detachementen van 12 man Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE) ter beschikking gesteld van de AFM. Twaalf man worden ingezet voor de bewaking van het Fort van Zwijndrecht, de tweede groep van twaalf man voor de bewaking van het Fort van Kruibeke. De werkplaats van Nieuwkerken-Waas krijgt geen versterkingen en wordt dan maar beveiligd door een detachement van 10 gewapende arbeiders. Dit is niet direct een probleem omdat veel van de werkkrachten veteranen van WOI zijn die weten hoe met wapens om te gaan.
![]()
Staf/AFM
Opnieuw dringt Kolonel IMF Brosius bij het MLV erop aan om zijn Werkplaatsen te mogen verhuizen naar een veiliger standplaats. Er wordt geen gehoor gegeven aan zijn oproep en de productie wordt voortgezet op de huidige locatie. Hij laat desalnieteming de archieven klaarmaken voor transport en geeft het bevel tot het demonteren van de niet gebruikte machines.
![]()
Staf/AFM
Tussen 11 mei en 13 mei is de AFM erin geslaagd om 200 ton overtollige springstoffen (vooral TNT) per spoor af te voeren, de springstoffen worden verspreid over meerdere depots van het Groot Legerpark (GLP). Hiertoe werd een treinstel van het Park op Rails van het GLP naar Zwijndrecht gestuurd. Kolonel IMF Brosius vraagt nu om te kunnen beschikken over 100 goederenwagons voor het inladen van overtollig materieel en voorraden die niet meer nodig zijn voor de productie. Eens geladen wil hij deze wagons doorsturen naar het depot van Houthulst van het GLP. Het ministerie maakt voorlopig geen transportmiddelen vrij voor de AFM en houdt voet bij stuk dat de productie van munitie niet mag stopgezet worden. Een munitieploeg van de VIde Groep van het 4de Legerartillerieregiment (VI/4LA), die stond opgesteld in Brasschaat, komt munitie ophalen voor zijn 6″ M17 Vickers houwitsers.
![]()
Staf/AFM
Tegen de avond van 14 mei bereikt de Duitse voorhoede de K.W. Stelling ter hoogte van Leuven. Door de snelle opmars van de vijand krijgen de Werkplaatsen om 23u00 eindelijk het bevel het werk neer te leggen en over te gaan tot de evacuatie. Alle productie wordt onmiddellijk gestaakt om de machines te kunnen demonteren en op transport te plaatsen. Kolonel IMF Brosius moet zijn diensten initieel per spoor naar Adinkerke overbrengen van waaruit de treinen naar een nog niet gekende bestemming in Frankrijk doorgestuurd zullen worden.
Werkplaats Zwijdrecht/AFM
De eerste 40 van de op 13 mei aangevraagde honderd treinwagons komen in de loop van de dag toe in het station van de Werkplaats in Zwijndrecht. Het personeel begint met het laden van het materieel dat niet meer nodig voor de productie die nog volop aan de gang is. Tegen de avond zijn een dertigtal wagons geladen. Uiteindelijk wordt de productie in het Fort van Zwijndrecht gestaakt om 23u00.
![]()
Staf/AFM
Kolonel IMF Brosius wordt door Kolonel IMF Cotes, hoofd van de Dienst Bewapening, gevraagd om zich om 09u00 aan te bieden op de Dienst Bewapening van het MLV te Middelkerke voor verdere instructies. De Dienst Bewapening kan op dat ogenblik echter nog niet specificeren welke activiteit van het AFM naar waar in Frankrijk dient te verhuizen. Kol IMF Brosius is bijgevolg genoodzaakt is om zijn personeel arbitrair te verdelen over de verschillende treinstellen. Hij ontvangt ook een postcheque van 2.500.000 Belgische Frank om de lonen van de arbeiders te kunnen uitbetalen. Hierop vervoegt Brosius de AFM te Zwijndrecht. Ondertussen keert LtGen IMF Jamotte terug uit Parijs en begeeft zich naar Middelkerke waar zijn staf zich bevindt. Hij laat schriftelijke orders opstellen met de locaties in Frankrijk waar de fabrieken, werkplaatsen en arsenalen zullen worden ondergebracht. Het betreft inrichtingen beheerd door de Franse staat met een gelijkaardige functie als de Belgische inrichtingen. De orders zullen de verschillende inrichtingen voor militaire fabricaten bereiken tussen 17u00 en 18u00. Te Zwijndrecht ontvangt Brosius rond 18u00 een telegram met de bestemmingen voor het AFM in Frankrijk. Hij komt zo te weten dat de Werkplaatsen voor het vullen van obussen naar Saint-Florentin (Yonne) zullen verhuizen en dat de rest van de AFM Tarbes (Hautes-Pyrénées) als bestemming krijgt. Het wordt nog een moeilijke opdracht om de verhuis te coördineren aangezien de eerste treinen de Werkplaatsen ’s ochtends reeds verlaten hebben nog voor de bestemming in Frankrijk gekend was. De treincommandanten zullen in Adinkerke hun eindbestemming te horen krijgen. Om 19u30 komen aanvullende richtlijnen voor de verhuis naar Frankrijk binnen. LtGen IMF Jamotte slaagde erin om de Minister van Landsverdediging te overtuigen om alle arbeiders en hun families naar Frankrijk over te brengen. Ze moeten in het bezit gesteld worden van een vrijgeleide met als statuut “Ouvriers d’Etat”. Gedurende de nacht van 15 op 16 mei worden de nodige vrijgeleides opgesteld.
Werkplaats Zwijndrecht/AFM
Een eerste trein met de 30 goederenwagons die op 14 mei al geladen werden, vertrekt om 10u00 richting Adinkerke. Een tweede treinstel van 60 goederenwagons komt laat in de avond aan te Zwijndrecht, het personeel van de AFM doet verder met het laden van hun materieel en voorraden op de goederenwagons. Nu de eerste 100 wagons ter beschikking werden gesteld, ziet Kolonel IMF Brosius dat hij ten minste 400 wagons nodig heeft als ook een hefkraan van 10 ton om al het materieel van de AFM te vervoeren. Hij heeft ook nood aan een groot aantal passagiersrijtuigen voor zijn 2.600 arbeiders.

Station van Nieuwkerken-Waas waar het materieel van het UFE op treinwagons werd geladen.
Werkplaats Nieuwkerken-Waas/AFM
De werkplaats wordt in de vroege ochtend verwittigd dat de productie mag worden stilgelegd. Hierop wordt onmiddellijk begonnen met de ontmanteling van de installaties. Luitenant IMF Leon Coquette, belast met de opdracht de fabriek te ontruimen, kan met het aanwezige personeel slechts 20 wagons laden in het station van Nieuwkerken-Waas omdat de werkplaats niet over organieke voertuigen beschikt. Hij realiseert zich dat de volledige fabriek nooit op tijd ontmanteld kan worden en dat de Duitsers gebruik zouden kunnen maken van de niet ontmantelde installaties. De luitenant beslist om wat overblijft van de fabriek te saboteren. Als gewezen genie-officier wou hij initieel de gebouwen met de machines laten ontploffen maar dit blijkt geen optie te zijn omdat dit teveel schade zou toebrengen aan de omgeving. Vooral de baan Antwerpen-Gent die vlak langs de fabriek loopt en die volop gebruikt wordt door terugtrekkende Franse en Belgische troepen zou hierbij tijdelijk onbruikbaar gemaakt worden. Coquette geeft de werklieden dan maar de opdracht om alle aarden potbuizen en elektrische bedienpanelen van de machines met voorhamers te verbrijzelen. Alleen de vernieling van ondergrondse metalen leidingen, pompen en machines stelt een probleem omdat die niet manueel vernietigd kunnen worden gesteld de weinige tijd waarover men beschikte om de installaties te vernielen. Hij komt op het idee om de afvalzuren van het productieproces naar het reservoir van de watertoren van het bedrijf te pompen. De volgende morgen zal het reservoir met het zuur water leeggepompd worden in de leidingen naar de verschillende machines. In de wetenschap dat de Duitsers de fabriek niet onmiddellijk zullen overnemen zal het stilstaand zuurwater de nodige schade aan de machines en ondergrondse leidingen toebrengen.
![]()
Staf/AFM
Tijdens de nacht van 15 op 16 mei komen nog eens een honderdtal goederenwagons aan te Zwijndrecht waardoor de AFM in het totaal nu over 200 goederenwagons beschikt. Aan het eind van de dag zijn er ook twee spoorkranen van 6 ton beschikbaar, maar die komen te laat toe voor het inladen van het zwaar materieel. Alle treinstellen geladen met materieel vertrekken nog die dag. Er bevinden zich nog steeds heel wat arbeiders in de installaties, maar de toestand wordt steeds onrustiger. De Rijkswacht van Zwijndrecht is er van door gegaan en de elektriciteitscentrale van Schelle heeft de productie stilgelegd zodat de Werkplaatsen zonder stroom zitten. Brosius tracht via het station Beveren-Waas aan een passagierstrein te komen. Het antwoord is echter negatief en de kolonel laat dan maar zoveel mogelijk arbeiders in de laatste goederenwagons klimmen. Kolonel IMF Brosius krijgt van het GHK te horen dat hij voor het einde van de dag Zwijndrecht verlaten moet hebben. In uitvoering van de orders van IGFM organiseert Brosius de evacuatie van de familieleden van het personeel naar Frankrijk. Dit leidt echter tot vertragingen bij het vertrek van de personeelstreinen omdat de families eerst nog moeten worden verzameld. Het vertrek van de personeelstrein wordt uitgesteld tot de volgende ochtend.
Werplaats Nieuwkerken-Waas
De sabotage van de installaties neemt de ganse dag in beslag en tegen de avond is de fabriek onklaar gemaakt. De belangrijkste documenten worden meegenomen, de rest verbrand. Ook het laboratorium wordt volledig vernield. Enkele vaten met vloeibaar dinitrotolueen (DNT), een tussenproduct in het productieproces van TNT maar ook bruikbaar in de verfindustrie, worden leeggegoten.
![]()
Staf/AFM
Het is merkwaardig hoe de AFM erin geslaagd is om op twee dagen tijd alle materieel, voorraden en het meeste personeel op transport te krijgen. Eens de laatste trein vertrokken begeeft Kolonel IMF Brosius zich naar Adinkerke waar zijn treinen verzamelen voor het vertrek naar Frankrijk. Hij vertrekt om 17u00 samen met een konvooi van een twintigtal voertuigen, met aan boord de officieren en onderofficieren van de AFM, en komt ’s avonds laat nog in Adinkerke toe. Hier krijgt hij te horen dat de eerste twee treinen met materieel van de AFM al werden doorgestuurd richting Roanne, de eindbestemming van de FRC. Hij vertrekt dezelfde nacht nog naar Middelkerke voor een onderhoud met Luitenant-generaal IMF Jamotte. Hier verneemt hij de definitieve organisatie van de AFM in Frankrijk. Het Studiebureau, het laboratorium en de technische afdeling die de obussen en de ladingen samenstelt moet naar Tarbes (Hautes-Pyrénées), de technische diensten moeten naar Saint-Florentin (Yonne) ten zuidwesten van Parijs en de sectie explosieven moet naar Saint-Chamas (Bouche-du-Rhône) nabij Marseille. Kolonel IMF Brosius beseft dat eenmaal in Frankrijk aangekomen er een grondige reorganisatie dient te gebeuren. Omdat de Belgische Post niet langer functioneert, krijgt Kolonel IMF Brosius een tweede schijf van 2,5 miljoen Belgische Frank toegewezen voor het betalen van de lonen van zijn arbeiders voor de eerste helft van de maand mei. De officier-rekenplichtige van de Werkplaatsen haalt het ganse bedrag in contanten op bij de zetel van de Nationale Bank te Oostende en deponeert de som op een rekening van de Société Générale te Duinkerke.
Werkplaats Zwijndrecht/AFM
Terwijl een deel van het burgerpersoneel moet achterblijven in Zwijndrecht staat de laatste goederentrein, met weliswaar ook enkele goederenwagons bestemd voor het vervoer van personeel, vertrekkensklaar in het station van de Werkplaats Zwijndrecht. Het is de bedoeling de installaties te verlaten om 06u00. Uiteindelijk komt alsnog een trein met een twintigtal passagiersrijtuigen aan te Zwijndrecht waardoor er wordt overgegaan tot het wisselen van wagons. De trein met de passagiersrijtuigen vertrekt om 08u00 uit Zwijndrecht, de trein met het materieel vertrekt om 11u00. Het personeel dat niet kon instijgen in de trein wordt verzocht met eigen middelen Adinkerke te vervoegen. Intussen zijn ook de in versterking gegeven detachementen GVCE gevlucht.
Werkplaats Nieuwerkerken-Waas/AFM
In de ochtend krijgt het personeel van de werkplaats het bevel om te vertrekken. Slechts een gedeelte van de arbeiders vertrekt met het kader. Een ander deel, vermoeid door het onafgebroken werk van de afgelopen drie dagen, wenst eerst nog naar huis terug te keren. Zij krijgen de raad om zich met eigen middelen naar het verzamelpunt van AFM in Adinkerke te begeven. Diegenen die met Maj IMF Muys vertrokken komen tegen de avond aan te Adinkerke waar ze de rest van het AFM vervoegen.
![]()

Poudrerie Nationale van Saint-Chamas waar het personeel van de Werkplaats Nieuwkerken-Waas naartoe werd gebracht.
Staf/AFM
Vroeg in de ochtend komt de passagierstrein met het personeel en hun families, die op 17 mei om 08u00 uit Zwijndrecht vertrok, toe te Adinkerke. De stationschef gelast alle burgers om uit te stijgen omdat alle militaire treinen met ook burgers aan boord systematisch door de Franse douane worden tegengehouden. Nadat ongeveer de helft van het personeel is uitgestegen laat de onderstationchef de trein alsnog vertrekken. Te Bray-Dunes laat de Franse douane de trein toch passeren, maar de eindbestemming van de trein wordt gewijzigd naar Montluçon. Iets later komt de goederentrein, die op 17 mei om 11u00 Zwijndrecht verlaten heeft, toe in Adinkerke en vertrekt eveneens richting Frankrijk, begeleid door drie officieren. De staf van de AFM zoekt nu nog naar een oplossing om het te Adinkerke achtergebleven personeel en hun families, alsook diegenen die in de loop van de dag nog met eigen middelen in Adinkerke zijn toegekomen op transport te krijgen naar Frankrijk. Luitenant Montaye, samen met Luitenant IMF Finné, OLt Hansen en enkele onderofficieren worden met deze opdracht belast.
Werkplaats Nieuwkerken-Waas/AFM
Een detachement van de werkplaats onder leiding van Maj IMF Muys en Lt IMF Coquette vertrekt vanuit Adinkerke naar het Franse Saint-Chamas ten noorden van de Etang de Berre nabij Marseille. Het detachement komt vier dagen later aan te Saint-Chamas.
Detachement Montaye/AFM in Frankrijk
Het is pas ’s avonds laat dat nog een treinstel gevonden wordt met rijtuigen voor passagiers, waar de vrouwen en kinderen in plaatsnemen, en met gesloten goederenwagons voor de mannen. Lt Montaye laat het personeel tijdens de nacht van 18 op 19 mei instijgen in het treinstel dat als eindbestemming Saint-Florentin heeft. Er wordt gewacht in het station van Adinkerke tot er een rijpad wordt vrijgegeven.
![]()
Staf/AFM
Rond 09u00 komt nog een grote groep arbeiders per fiets toe in Adinkerke, amper drie uur na het vertrek van de laatste trein met personeel van de AMF. Kapitein IMF Vranckx en Luitenant Danhier krijgen de opdracht om deze arbeiders alsnog in Frankrijk te krijgen. Omstreeks 15u30, nadat al zijn personeel naar Frankrijk vertrokken is, verlaat Kolonel IMF Brosius samen met de resterende officieren Adinkerke per auto. Er wordt een colonne gevormd met een twintigtal stafauto’s en vrachtwagens. Door de chaos op het spoorwegennet komen een aantal treinstellen van de Werkplaatsen vast te zitten rond Calais en Duinkerke en zullen hun bestemming nooit bereiken. Uiteindelijk komen slechts een honderdtal goederenwagons van het AMF aan in Tarbes.
Detachement Montaye/AFM in Frankrijk
De trein van Lt Montaye verlaat iets voor 06u00 het station van Adinkerke met bestemming Saint-Florentin. De trein met aan boord de arbeiders en hun families komt diezelfde ochtends nog vast te zitten in Duinkerke, waar er al een twintigtal andere Belgische treinen tot stilstand zijn gekomen op een van de vele rangeerterreinen van de stad. De ganse dag wordt gewacht op een rijpad in Duinkerke maar er wordt geen vooruitgang meer gemaakt. Het personeel en de families brengen de nacht van 19 op 20 mei door in de trein zonder bevoorrading.
Detachement Vranckx/AFM in Engeland
De arbeiders die na het vertrek van de trein van Lt Montaye nog in Adinkerke aankomen worden samengebracht in een detachement onder leiding van Kapt IMF Vranckx. Dit detachement verplaatst zich in de loop van de dag naar Oostende in een poging om via de zee naar Dieppe gebracht te worden. Het detachement scheept vermoedelijk in op de Franse ferry Cote d’Argent samen met het detachement burgerpersoneel van de Technische Dienst van de Transmissietroepen (verder onderzoek moet dit bevestigen). Op zee wordt de ferry tegengehouden door een schip van de Britse marine en naar Folkestone gestuurd [3]. Kapt IMF Vranckx en Lt Dahier hebben uiteindelijk de AFM in Zuid-Frankrijk kunnen vervoegen via Engeland.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
De colonne voertuigen komt ’s morgens aan in Montreuil waar de colonne gesplitst wordt. De voertuigen met bestemming St-Florentin rijden verder onder bevel van Majoor IMF Hougardy. De colonne met bestemming Tarbes wordt geleid door 1ste Kapitein IMF Philips. Beide colonnes zullen uiteindelijk op hun bestemming toekomen. De directeur van de AFM vertrekt samen met vijf stafofficieren direct naar Tarbes om de nodige schikkingen te treffen voor de inkwartiering van de detachementen.
Detachement Montaye/AFM in Frankrijk
De Belgische treinstellen die op de verschillende rangeerterreinen van Duinkerke uitgerangeerd zijn, worden voortdurend gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Omdat er in de buurt van de rangeerterreinen ook geen levensmiddelen te vinden zijn beslist Lt Montaye om te voet richting Calais verder te trekken. Aangekomen te Grevelingen vernemen ze dat de terugtochtweg naar het zuiden is afgesneden waarop Lt Montaye en OLt Hansen beslissen om naar België terug te keren. Alleen Lt IMF Finné (al dan niet vergezeld door enkele personeelsleden van de AMF – TBC) trekt verder tot Calais in de hoop naar Engeland te kunnen oversteken. Op 22 mei slaagt hij erin om, samen met een detachement Belgische militairen van de Etablissementen der Militaire Luchtvaart (EtAé) onder leiding van Luitenant Waedemont en Onderluitenant Geneesheer Chaidron, aan boord te geraken van het Poolse vrachtschip “Katowice” (TBC). Het Poolse vrachtschip vaart samen met nog twee andere schepen als laaste de haven van Calais uit. Alleen het Poolse vrachtschip met aan boord de Belgen bereikt de haven van Folkestone waar het anderhalve dag voor anker blijft liggen. De twee andere schepen zonken nadat ze op een mijn gevaren zijn tijdens de overtocht naar Engeland. De “Katowice” ondergaat een luchtaanval in Folkestone en vertrekt prompt naar Southampton zonder zijn passagiers te laten ontschepen. Lt IMF Finné vervoegt het Belgisch militair kamp van Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden worden verzameld. Hij zal op 3 juni in Milford-Haven (Wales) aan boord gaan van het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II, samen met 400 andere Belgische militairen die de strijd in Frankrijk willen verderzetten. Het schip brengt hem, en vermoedelijk ook Kapt IMF Vranckx en Lt Danhier, naar de haven van Brest in Bretagne. Lt IMF Finné zal het detachement van de AFM in Saint-Florentin vervoegen.
![]()

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.
Staf/AFM in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat treinen met materieel en personeel van de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden. De treinen die de troepen naar het zuiden brachten zitten vast in verschillende Noord-Franse stations zoals Boulogne, Calais en Duinkerke. De eenheden krijgen de opdracht om naar België terug te keren.
![]()
Werkplaats Nieuwkerken-Waas/AFM in Frankrijk
Het detachement van Maj IMF Muys komt aan te Saint-Chamas in Zuid-Frankrijk. Ze worden tewerkgesteld in de Poudrerie Nationale de Saint-Chamas [4], een Franse springstoffenfabriek die eigendom is van de Franse staat. De arbeiders de er werkten werden geëncadreerd door Franse militairen. Lt Coquette is er verantwoordelijk voor het bewaken van het productieproces van TNT. Het personeel van de werkplaats zal er blijven werken tot de Franse capitulatie op 22 juni 1940.
![]()
![]()
Detachement Montaye/AFM
Tegen de middag komt Lt Montaye vergezeld door enkele werklieden en hun familie aan te Poperinge waar Lt Montaye zich aanmeld bij de plaatscommandant. Op dat ogenblik wordt Poperinge zwaar gebombardeerd waardoor Lt Montaye geen nieuwe orders ontvangt.
![]()
Detachement Montaye/AFM
Lt Montaye dient zich nu aan op het stadhuis van Reninge en krijgt er te horen dat hij zich dient te begeven naar Vinkem en Wulveringem om er zich aan te sluiten bij de militaire eenheid die er kantonneert. Het detachement verblijft er tot aan de capitulatie.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
Kol IMF Brosius maakt te Tarbes de balans op van de overbrenging van de AFM naar Frankrijk. Na de verhuis bevinden de verschillende werkplaatsen en detachementen van de AFM zich op volgenden locaties
- Atelier de chargement de Saint-Florentin (Yonne): Technische diensten, onder bevel van Maj IMF Hougardy
- Ateliers de Construction de Tarbes (Hautes Pyrénées): Staf/AFM, studiebureau, laboratorium en de productie van obussen, onder bevel van Kol IMF Brosius
- Poudrerie National de Saint-Chamas (Bouche du Rhône): productie van TNT onder bevel van Maj IMF Muys.
- Wulveringhem (België): Arbeiders van de AFM die niet in Zuid-Frankrijk zijn geraakt onder leiding van Lt Montaye
De colonne onder bevel van 1ste Kapitein IMF Philips komt in de nacht van 26 op 27 mei toe op zijn bestemming in Tarbes.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
Uiteindelijk is de evacuatie van de AFM geen succes geweest. Ondanks het feit dat de werkplaatsen op twee dagen tijd werden ontmanteld en opgeladen en dat ook het meeste personeel een plaatsje vond op een trein richting zuiden, zijn er maar weinig treinen in het zuiden van Frankrijk geraakt. De twee treinen met de arbeiders en hun families zijn ten noorden van de Somme blijven steken. Naast enkele bedienden en personeelsleden die met eigen middelen naar het zuiden zijn getrokken en de officieren en onderofficieren die in konvooi langs de baan naar het zuiden reden zijn enkel de arbeiders die instonden voor de begeleiding van de goederentreinen in Tarbes geraakt. Slechts 97 van de 3.000 militairen en burgers die naar het zuiden van Frankrijk vertrokken, hebben hun bestemming bereikt. Het grootse detachement bevindt zich bij Kol IMF Brosius te Tarbes en bestaat uit 13 officieren, 7 onderofficieren en 27 werklieden. Daarnaast werd ongeveer de helft van het geladen materieel, een honderdtal goederenwagons, overgebracht naar Frankrijk. Eens geïnstalleerd wordt het personeel ingeschakeld in het productieproces van de verschillende Franse munitiefabrieken om aan de behoefte van het Franse leger te voldoen. Kol IMF Brosius heeft geen vrijheid van handelen meer en kan zijn personeel niet meer aansturen. Een gelijkaardige situatie doet zich voor bij de MAE. Kol IMF Bertrand, Directeur van de MAE, drukt als eerste hierover zijn bezorgdheid uit bij de Dienst Bewapening van de DREI. Naar aanleiding van diens vraag worden de directeurs van de MAE, FRC en de AFM verzocht om zich naar Parijs te begeven om er te overleggen met LtGen IMF Jamotte.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
LtGen IMF Jamotte roept om 08u00 een vergadering bijeen op het Franse Ministerie van Bewapening in Parijs. Hij wil er de toestand bespreken met Kolonel IMF Cotes (hoofd van de Dienst Bewapening/DREI), Kol IMF Bertrand (directeur van de MAE), Kol IMF Brosius (directeur van de AFM) en de directeur van de FRC. Tijdens de vergadering komt het nieuws binnen van de Belgische capitulatie waardoor de vergadering wordt opgeschort in afwachting van concrete richtlijnen. Na enkele uren wachten vernemen de directeurs dat de Belgische regering in ballingschap beslist heeft dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten de capitulatie blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden. Hierop worden de directeurs van de verschillende EFM teruggestuurd naar hun inrichting met de opdracht hun personeel zo snel als mogelijk te integreren in de Franse werkplaatsen.
Detachement Montaye/AFM
Lt Montaye verneemt het nieuws van de capitulatie te Wulveringem. Hij krijgt het bevel om zich met zijn personeel naar Nieuwpoort te begeven om vervolgens af te marcheren richting Blankenberge. Door het hevige bombardement op Nieuwpoort geraakt het detachement de stad niet binnen. Er wordt beslist om verder door te trekken tot Gistel waar ze tegen ’s avonds toekomen. De volgende dag begeeft Lt Montaye zich naar Brugge om nieuwe orders te verkrijgen. Zijn detachement wordt aangehecht bij het 2de Territoriaal Intendancekorps van Kolonel Intendant Ceuppens en kan kantonneren in de Sint-Klarastraat bij een militaire bakkerij tot 11 juni. Hier wordt het detachement gedemobiliseerd.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
Naast Kol IMF Brosius hebben minstens volgende officieren van de AFM via verschillende wegen de verplaatsing naar Zuid-Frankrijk kunnen maken: Maj IMF Hougardy, Maj IMF Muys, 1Kapt IMF Philips, Kapt IMF Vranckx, Lt IMF Coquette, Lt IMF Finné en Lt CDM Danhier.
![]()
Detachement Hougardy/AFM in Frankrijk
Na een snelle opmars ten zuiden van de Somme bereiken de Duitsers op 14 juni Parijs dat in allerijl ontruimd wordt. Het Atelier de chargement de Saint-Florentin in het departement Yonne op een 170-tal kilometer ten zuidoosten van Parijs, krijgt van de Franse legerstaf het bevel om zijn installaties te ontruimen en zich te verplaatsen naar L’Isle-Jourdain (Vienne). De Belgen die er tewerkgesteld zijn verhuizen mee naar het zuiden van Frankrijk. Eens aangekomen te L’Isle-Jourdain valt de volledige productie stil omdat er zich in het dorp geen geschikte infrastructuur bevindt om een werkplaats in te installeren. Het detachement van Maj IMF Hougardy blijft werkloos kantonneren te L’Isle-Jourdain tot 22 juni.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
Frankrijk capituleert en in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbind de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen nog naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een dergelijke uitlevering zullen nog een tijdje op zich laten wachten. De samenwerking met de Franse arsenalen en werkplaatsen wordt onmiddellijk stopgezet. Het detachement van Maj IMF Hougardy dat zich te L’Isle-Jourdain bevindt krijgt het bevel om Tarbes te vervoegen.
Werkplaats Nieuwkerken-Waas/AFM in Frankrijk
Het personeel van de UFE dat zich te Saint-Chamas bevindt legt ook het werk neer en wordt overgeplaatst naar Montpellier. Te Montpellier komt het tot een open conflict tussen Maj IMF Muys en Lt IMF Coquette die de majoor een gebrek aan initiatief verweet. Lt IMF Coquette wordt gestraft voor zijn demarche waarna beide officieren gescheiden worden. Maj IMF neemt het bevel over van een bataljon hulptroepen dat gekantonneerd is nabij Limoux terwijl Lt IMF Coquette overgeplaatst wordt naar Alet-les-Bain waar hij onder bevel komt te staan van Maj IFM Francis.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
Op 10 augustus krijgt Kol IMF Brosius het bevel van LtGen IMF Jamotte om naar Bordeaux af te reizen om er met de Duitse Kommandatur de terugtocht van de AFM naar België te regelen. Omdat er nog veel onduidelijkheden zijn over de practische modaliteiten betreffende de terugtocht, neemt Kol IMF Brosius in Villeneuve-sur-Lot contact op met LtKol SBH Lambinon van het kabinet. Deze bevestigd dat hij contact moet opnemen met de Duitsers te Orthez en Bordeaux om zijn terugkeer te regelen. Kol IMF Brosius vraagt bijgevolg een marsbevel aan om zich naar Orthez en Bordeaux te begeven maar krijgt op 13 augustus te horen dat hij moet wachten tot de terugkeer van Kol SBH Goethals, regimentscommandant van het 20ste Regiment Artillerie in Frankrijk (20A), die werd teruggestuurd naar België met een mandaat om met de Duitsers te onderhandelen over de terugkeer van alle Belgische troepen die zich na de Franse capitulatie nog in Frankrijk bevinden.
![]()
Staf/AFM in Frankrijk
Op 16 augustus wordt bevestigd dat het personeel van de AFM naar België zal terugkeren. Daar waar aanvankelijk gezegd werd dat iedereen zou worden vrijgelaten na de terugkeer wordt dit op 19 augustus aangepast naar de versie dat het terugkerend personeel op identieke manier behandeld zou worden als de troepen in België na de capitulatie. Hetgeen betekent dat het beroepspersoneel krijgsgevangen zou worden genomen. Kol IMF Brosius stelt vervolgens twee detachementen samen. Een eerste detachement van een twintigtal personen, bestaande uit de beroepsofficieren en hun families, zal met een zestal personenwagens naar België terugkeren. Een tweede detachement met de rest van het personeel (11 officieren, 6 onderofficieren, 10 soldaten en een 50 tal vrouwen en kinderen), zal per spoor geëvacueerd worden. Het materieel wordt verzameld in het depot van Bannières-de-Bigorre. Kol IMF Brosius blijft achter in Tarbes tot al zijn personeel is vertrokken.
De colonne voertuigen vertrekt op 28 augustus uit Lourdes onder leiding van 1Kapt Philips. De colonne reist via Tarbes, naar Agen, Bergerac, Périgueux, Bourges, Vierzon en Paray-le-Monial. Op de laatste drie reislocaties wordt een poging gedaan om de demarcatielijn over te steken maar dit is enkel mogelijk mits de gevangename van de officieren. De pogingen om de demarcatielijn over te steken worden stopgezet en het detachement moet tot nader order kantonneren in Iguerande, een dertigtal kilometer ten zuiden van Paray-le-Monial. Paray-le-Monial is de enige plaats waar de Duitsers nog Belgische militairen de demarcatielijn laten oversteken. Te Iguerande heeft ook LtGen IMF Jamotte zijn tijdelijk hoofdkwartier van waaruit de terugkeer naar België van de EFM gecoördineerd wordt.
Het vertrek van het detachement dat per spoor moet terugkeren verloopt niet van een leien dakje. Wanneer Kol IMF Brosius treintransport aanvraagt om het detachement naar België over te brengen laten de Fransen weten dat eerst de toelating van de Duitsers nodig is om de demarcatielijn te Orthez te passeren. Er worden twee Belgische officieren naar Orthez gestuurd om de toelating te regelen maar de Duitsers accepteren enkel aanvragen van de Franse overheid. Eenmaal de overgang door de Fransen geregeld is en alles klaargemaakt wordt om op 24 augustus te vertrekken krijgt Kol IMF Brosius van LtGen IMF Jamotte het bevel om zijn personeel per spoor naar Roanne over te brengen zodat de EFM als één geheel naar België zouden kunnen terugkeren. De Franse overheid weigert om een trein ter beschikking te stellen om het personeel naar Roannes te brengen. Er wordt enkel nog transport voorzien voor directe repatriering. Hierop krijgt Kol IMF Brosius bevel om met de in Bannières-de-Bigorre achtergelaten voertuigen het personeel en hun families naar Roanne te vervoeren. Dit wordt opnieuw door de Fransen tegengehouden waardoor de repatriering tot nader order wordt uitgesteld.
![]()

Overgangsplaatsen op de demarcatielijn Paray-le-Monial en Moulins waar het AFM meerdere keren poogde te passeren om naar België terug te keren (recente kaart).
Staf/AFM in Frankrijk
Nadat de Fransen uiteindelijk toch de toelating geven om naar Roanne te reizen via de baan wordt op 3 september een colonne samengesteld met personen- en vrachtwagens die werden opgehaald in het depot van Bannières-de-Bigorre. Dezelfde dag nog wordt vertrokken uit Lourdes. Na de nacht van 3 op 4 september te hebben doorgebracht te Rodez komt de colonne op 4 september aan te Roanne. Hier wacht een nieuwe ontgoocheling, de colonne die hoofdzakelijk uit militaire voertuigen bestaat mag de demarcatielijn niet overschrijden. Enkel aan privé personenwagens wordt de toelating gegeven om te passeren, de militaire voertuigen moeten in een depot te Roanne achtergelaten worden. Er werd daarenboven een regeling getroffen waarbij enkel de officieren-IMF van FRC, AMF, CETA en ST/DTCA en hun familie met hun persoonlijk voertuig de demarcatielijn te Moulins mogen passeren op 5 september om 10u00. De andere officieren en militairen moeten dan maar met een vluchtelingentrein naar België zien terug te keren. Een dergelijke trein is voorzien om te vertrekken op 10 of 11 september. Lt Lescrauwaet van het FRC is gelast om dit transport te regelen. Uiteindelijk wordt ook de colonne met de persoonlijke voertuigen van de officieren van de EFM aan de overgangspost van Moulins tegen gehouden. De officieren van de AFM worden teruggestuurd naar het kantonnement in Iguerande, de andere officieren naar een kantonnement in Saint-Pourçain-sur-Sioule
![]()

De demarcatielijn vormde de grens tussen het bezette en niet-bezette deel van Frankrijk. Ter titel van illustratie.
Staf/AFM in Frankrijk
Op 7 september verneemt Kol IMF Brosius dat Lt Lescrauwaet van het FRC al op 6 september naar België is vertrokken en dat er niets werd geregeld om het personeel van de AMF naar België te vervoeren. Kol IMF Brosius wordt verzocht om de terugkeer te regelen met de Belgische Hoge Commissaris voor de Repatriering 1Kapt Med Depage, die zich in Saint-Etienne bevindt. Wanneer Brosius hem wil contacteren blijkt hij al vertrokken te zijn. Ondertussen heeft ook LtGen IMF Jamotte Iguerande verlaten om België te vervoegen. Op dat ogenblik komt de colonne voertuigen van het Arsenaal van het Wagenpark (AC) toe in Saint-Pourçain-sur-Sioule. Gezien er zich nog nauwelijks nog Belgische autoriteiten in Frankrijk bevinden die zich het lot van het personeel van de EFM willen aantrekken besluit Kol IMF Brosius om op eigen initiatief over te gaan tot de opeising van burgervoertuigen (auto’s en vrachtwagens) en alsnog een poging te wagen de demarcatielijn te passeren. Een colonne wordt samengesteld om alle burgerpesoneel en families naar België terug te sturen. Deze colonne slaagt erin om op 12 september de demarcatielijn te Moulins te passeren. Enkel de beroepsofficieren en -onderofficieren van de EFM blijven nog achter in Frankrijk. Uiteindelijk komt het verlossend bericht dat het resterend personeel van de EFM (officieren en onderofficieren) op 20 september in alle vroegte de grens mogen oversteken, weliswaar in burgerkledij. Kol IMF Brosius gaat niet mee, hij verkiest nog in Frankrijk te blijven totdat hij zeker is dat iedereen de demarcatielijn is gepasseerd zonder krijgsgevangen te zijn genomen. Hij begeeft zich naar Vichy waar hij nog op orders wacht tot 21 september 1940 om uiteindelijk om 14u00 in burgerkledij te vertrekken naar Moulins en aansluitend (als vrij man) naar Antwerpen terug te keren.
![]()
Kolonel IMF Brosius richt tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheidene verzetsgroepen op. Wanneer zijn activiteiten in het verzet in 1943 aan het licht komen wordt hij gearresteerd. Hij overlijdt in 1944 in gevangenschap te Essen (Duitsland).
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AFM | BRYSSINCKX | Frans | Burger | 30.09.1883 | Zwijndrecht | 24.05.1940 | Calais (F) | ||||
| AFM | DE KERF | Ferdinand | Burger | 23.12.1886 | Temse | 17.05.1940 | Zwijndrecht | ||||
| AFM | DE VRIESE | Odilon, L.E. | Burger | 24.03.1895 | Brugge | 24.05.1940 | Coquelles (F) | ||||
| AFM | NIELANDT | Albert, R. | Sdt | Mil | 37 | 04.07.1917 | Kruibeke | 21.05.1940 | Calais (F) | Overleden aan zijn verwondingen in Frans militair hospitaal | |
| AFM | VLOEBERGH | Remi, A. | Burger | 29.10.1916 | Leest | 11.06.1940 | Calais (F) |
![]()
- Achtergrondinformatie over het Fort van Zwijndrecht [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_van_Zwijndrecht en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/14704 [laatst geraadpleegd 21 november 2025].
- Achtergrondinformatie over het Fort van Kruibeke [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/14746 en https://heemkundezb.be/index.php/speciaalmi/251-portretje-oktober-2019-fort-van-kruibeke [laatst geraadpleegd 21 november 2025].
- De ferry “Côte d’Argent” verliet Oostende op 18 of 19 mei met de bedoeling in België gestrande Franse militairen naar Dieppe over te brengen. Het Marinekorps slaagde erin om burgerpersoneel van Technische Diensten en van de Inrichting der Militaire Fabricaten, die samen met hun familie de toegang tot Frankrijk werden geweigerd aan de Frans-Belgische grens, aan boord van de ferry te krijgen. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: http://www.doverferryphotosforums.co.uk/ss-cote-dargent-i-past-and-present/ [Laatst geraadpleegd 2 december 2025].
- Verder onderzoek moet uitwijzen hoeveel mensen van de Werkplaats Nieuwkerken-Waas uiteindelijk in Saint-Chamas zijn terechtgekomen. Alleen de aanwezigheid van Maj IMF Muys en Lt IMf Coquette is momenteel gedocumenteerd. Achtergrondinformatie bij de Poudrerie Nationale de Saint-Chamas [On Line beschikbaar]: https://www.miramas.fr/surprenante/patrimoine/la-poudrerie [Laatst geraadpleegd 26 november 2025].
- Uitgebreid getypt verslag in het Frans opgesteld door Kolonel IMF Brosius, directeur van het AFM. Het verslag bevindt zich in het dossier van het AFM bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
- Getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt IMF Coquette, technisch directeur van de Werkplaats Nieuwkerken-Waas. Het verslag bevindt zich in het dossier van het AFM bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. Uit het verslag van Lt IMF Coquette valt af te leiden dat de Werkplaats Nieuwkerken-Waas vooral was gespecialiseerd in de aanmaak van TNT, dat vervolgens werd verwerkt tot munitie in de werkplaatsen van Zwijndrecht en Kruibeke.
- Handgeschreven verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res Montaye, begeleider van een trein met het personeel van AMF en hun families, die vanuit Adinkerke vertrok richting Tarbes. Het verslag bevindt zich in het dossier van het AFM bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Jamart, J. (1994) L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
