![]()
| Reglementaire benaming | Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst |Etablissements du Service de Protection contre les Gaz | Et SPG | |
| Type | Arsenaal | |
| Ontdubbeld van | n.v.t. | |
| Onderdeel van | Algemene Inspectie der Militaire Fabricaten, Ministerie van Landsverdediging | |
| Bevelhebber | Majoor IMF Louis Liégeois | |
| Standplaats | Fort van Steendorp en Vilvoorde | |
| Samenstelling | Werkplaatsen Anti-Gas Materieel (1Kapt IMF Rafaël Deladrier) | Montagewerkplaats voor Filtertuigen |
| Vulwerkplaats voor Speciale Obussen | ||
| Laboratorium van Vilvoorde (Luitenant Res Raoul Bontinck) | ||
![]()
IGFM/EFM
De Inrichtingen voor Militaire Fabricaten (of Etablissements de Fabrications Militaires – EFM) bestaan uit een aantal fabrieken en andere vaste installaties die diverse wapens en uitrustingsstukken vervaardigen voor het leger. De EFM behoren tot de Territoriale Troepen en Inrichtingen en ontvangen bijgevolg hun orders van het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Binnen het MLV ressorteren ze voor wat hun dagelijkse werking en organisatie betreft onder de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten (of Inspection Générale des Fabrications Militaire – IGFM) geleid door Luitenant-generaal IMF Jamotte. De te realiseren productiecijfers, gebaseerd op de totale behoefte van het leger, worden dan weer vastgelegd door de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (oftewel Direction des Ravitaillements et Evacuations de la Zone Intérieure – DREI), een andere dienst van het MLV die geleid wordt door Luitenant-generaal Theunis.
De Inrichtingen voor Militaire Fabricaten omvatten de volgende werkplaatsen en diensten:
- De Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (of Etablissements du Service de Protection contre les Gaz) – Et SPG
- De Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (of Ateliers de Fabrication de Munitions) – AFM
- De Koninklijke Kanongieterij (of Fonderie Royale de Canons) – FRC
- De Staatswapenfabriek (of Manufacture d’Armes de l’Etat) – MAE
- Het Arsenaal voor het Wagenpark (of Arsenal du Charroi) – AC
De actieve officieren behorende tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten die het militair brevet behaalden van ingenieur mochten deze titel achter hun graad gebruiken. Vandaar de vermelding Ingénieur de Fabrication Militaire (IFM) of Ingenieur der Militaire Fabricaten (IMF).
De Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (of Etablissements du Service de Protection contre les Gaz – Et SPG), bestaat enerzijds uit de werkplaatsen (Atleliers de Matériel Anti-Gaz – AMAG) in het Fort van Steendorp nabij Temse en anderzijds uit een laboratorium te Vilvoorde. Het AMAG beheert twee werkplaatsen: één voor de fabricatie van gasmaskers en filterbussen voor de verluchtingsinstallaties van bunkers en forten (Atelier de Montage des Appareils Filtrant – AMAF) en een tweede atelier (Atelier de chargement des Obus Spéciaux – ACOS).
De Et SPG werden in 1928 opgericht en vestigde zich vanaf het eind van dat jaar in het gedeclasseerde Fort van Steendorp. De eerste directeur was Kapitein IMF Jean Corthouts die vanaf 1939 als Majoor de Anti-Gasbeschermingsdienst zou gaan leiden. Een reeks verbouwingswerken tussen 1928 en 1931 brachten onder meer een stoommachine voor de eigen stroomvoorziening, een aansluiting op het tramspoorlijn H Antwerpen-Hamme, een reeks gebouwen voor de productie en opslag van oorlogsgassen en een grote werkplaats voor de montage van filters. Er zijn aanwijzingen dat er yperiet (ook: mosterdgas, een blaartrekkend middel) en adamsiet (traangas/braakmiddel) geproduceerd kon worden [1].
De aanvankelijke productie aan toxische munitie van de Et SPG was waarschijnlijk erg bescheiden. Zo noteerde de Dienst tot Onderzoek van Oorlogskruit en Springstoffen in een inventaris van 17 november 1933 dat er in het munitiedepot van Houthulst alleen gasgranaten geladen met fosgeen aanwezig waren (65.887 granaten C75TR, 18.183 granaten Ob155, 2.439 granaten C155L en 1.931 granaten C120L). Met uitzondering van het laatste type voor het C120L M31 kanon betrof dit allicht munitie afkomstig uit de stocks verworven aan het eind van WO1 [3].

Liggingsplan voor het in 1939 geplande laboratorium in het Fort van Steendorp. Dit gebouw moest het labo van Vilvoorde binnen het fort brengen maar werd niet gerealiseerd.
Wanneer het Belgisch leger vanaf 1935 in verhoogd tempo herbewapend werd, steeg ook de aandacht voor de productiecapaciteit op het Fort van Steendorp. In juli 1935 werd de taakverdeling bepaald tussen Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst en de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie bevestigd voor de aanmaak van toxische munitie. Ook werd een niet-operationele vulinstallatie overgebracht van Brecht naar het Fort van Steendorp en aldaar opgestart met als eerste prioriteit het afvullen van granaten met mosterdgas. [4]. Waarschijnlijk kreeg het AMAG ook een rol bij de productie van brandstichtende granaten voor het C120L M31 kanon. In 1936 volgde dan een beperkt experiment met dinitrobenzeen als nieuwe springstof [5]. Vanaf 1937 werden volledig afgewerkte, lege obussen geleverd door de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie aan de Et SPG voor afwerking en transport naar het Groot Legerpark die de munitie samen met alle andere toxische granaten zou opslagen in het depot te Zedelgem [6]. Deze inspanningen resulteerden in een bescheiden aangroei van de voorraad toxische munitie met 1.000 mosterdgasgranaten voor het C75TR kanon [7]. In het voorjaar van 1938 rapporteerde de Et SPG een wekelijkse productiecapaciteit van 1.300 granaten. Tegenover deze capaciteit stond een veel kleiner resultaat van 1.000 granaten per maand voor februari, maart en april 1938 [8]. Bij de opslag en controle van deze munitie werd nog steeds gewerkt volgens de technische voorschriften van het Franse leger. Ook werd periodiek een staal van deze munitie getest op het zeewaartse schietveld van Calais. Dit wijst op het voortzetten van de Belgisch-Franse samenwerking ondanks de opzegging van het militaire akkoord tussen beide landen in 1936.
In augustus 1939 werd een plan uitgetekend voor een nieuwe expansie van de installaties in het Fort van Steendorp. In de eerste plaats zou gebouw BMXXVI vergroot worden om de productie van gasgranaten op te voeren. Het eerste ontwerp voorzag voldoende ruimte voor een dagelijkse productie van 2.000 projectielen maar dit bleek tegen december 1939 te klein om de nieuwe gevraagde hoeveelheid van maar liefst 4.000 gasgranaten per dag te vullen. Van deze hoeveelheid zou een kwart bestemd zijn voor het 75mm geschut en driekwart voor de zwaardere kalibers.
Op het bouwprogramma voor 1940 stonden een verwarmingsinstallatie voor de dienstwoning van 1Kapt IMF Deladrier, een vergroting van de aansluiting op het tramspoor en een nieuw labogebouw voor de diensten te Vilvoorde. Dit laatste gebouw moest een beter alternatief bieden voor de mobilisatieplannen die voorzagen in een overbrenging van het labo naar de Rijksuniversiteit Gent. Geen enkele van deze uitbreidingen werden gerealiseerd voor de Duitse aanval op ons land [9].
![]()
IGFM/EFM
Er bestond geen enkel plan om tijdens de mobilisatie al enkele werkplaatsen van de EFM te verplaatsen naar het westen van het land. Alleen de FRC had een kleine afdeling in Brugge. Alle fabrieken dienden te blijven werken tot aan het begin van de vijandelijkheden. Bij de afkondiging van het algemeen alarm en de nakende aanval van Duitsland krijgen enkel de Staatswapenfabriek en de Kanongieterij de toelating om in te pakken en te verhuizen aangezien zij het meest naar het oosten liggen. De andere inrichtingen moeten ook na het begin van de vijandelijkheden gewoon blijven doorwerken. Na de afkondiging van de algemene mobilisatie vertrekt Luitenant-generaal Jamotte diezelfde ochtend nog naar het Franse Ministerie van Bewapening in Parijs om met de Fransen te overleggen waar de Belgische Inrichtingen voor Militaire Fabricatie het best naartoe gestuurd kunnen worden. Hij zal pas op 15 mei naar België terugkeren.
Et SPG/EFM
Staf/Et SPG
Bij het uitbreken van de oorlog bevindt de Staf/Et SPG zich te Brussel bij de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten nabij het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Net zoals het bij andere fabrieken en werkplaatsen van de EFM, wordt ook bij de Inrichtingen van de Anti-Gasbeschermingsdienst (Et SPG) een deel van het personeel, dat tot de eerste oorlogsdag was vrijgesteld van mobilisatie, op 10 mei voor de eerste keer onder de wapens geroepen.
AMAG/Et SPG
Staf/AMAG
Het AMAG te Steendorp, onder bevel van 1Kapt IMF Deladrier, zet op de eerste oorlogsdag zijn gewone werkzaamheden in verhoogd tempo voort zoals voorzien in plannen. De 26ste Compagnie (26Cie) van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden beveiligt de installaties van het AMAG in het Fort van Steendorp en bewaakt tevens de brug van Temse. Deze compagnie wordt bevolen door Kapitein-commandant Gaston Burgun.
ACOS/AMAG
Bij het ACOS wordt in eerste prioriteit werk gemaakt met het voorbereiden van elf aanhangwagens “type Z”. Deze taak wordt toebedeeld aan Lt Jacques Mockel, een reserveofficier bij de Et SPG die als Doktor in de Scheikunde tot het kader van de officieren-specialisten behoort.
De aanhangwagens “type Z” zijn naar alle waarschijnlijkheid de aanhangwagens die in juni 1939 toegekend waren aan de Versterkte Positie Luik en de Versterkte Positie Namen voor het contamineren van de invalswegen vanuit Duitsland met mosterdgas. Elk van deze aanhangwagens heeft een capaciteit van 1.100 liter mosterdgas, 100 liter dichloorethaan (oplosmiddel) en 50 kilogram chloorkalk (neutralisatiemiddel voor mosterdgas). Voor deze aanhangwagens zijn zes Citroën-Kégresse halftrack trekkers voorzien [10].
Labo/Et SPG
Ook in het laboratorium te Vilvoorde wordt het werk, onder bevel van Lt Res Specialist Bontinck, voortgezet.
![]()
Et SPG/EFM
AMAG/Et SPG
Staf/AMAG
In het Fort van Steendorp laat 1Kapt IMF Deladrier het werk in versneld tempo voortzetten.
AMAF/AMAG
In het AMAF wordt druk gewerkt om de geassembleerde gasmaskerfilters naar de eenheden door te sturen.
ACOS/AMAG
In het ACOS wordt verder gewerkt aan het vullen van artilleriegranaten met ”
![]()
Et SPG/EFM
AMAG/Et SPG
Er stelt zich een transportprobleem van zekere omvang bij de evacuatie van de AMAG in het fort van Steendorp omdat het fort bijzonder weinig eigen transportmiddelen heeft en ook ver verwijderd ligt van het gewone spoornet. Door het dorp loopt wel een tramspoor van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (of NMVB), maar de aansluiting met het fort werd nooit gerealiseerd. In het Fort van Steendorp wordt proactief een hoeveelheid nieuw materieel (kranen, pijpleidingen en T-stukken in aardenwerk) verpakt en op een vrachtwagen Minerva 3T geladen met het oog op een mogelijke evacuatie van de AMAG naar Vlaanderen.
![]()
Et SPG/EFM
AMAG/Et SPG
Te Steendorp wordt verder gewerkt aan de voorbereiding van de evacuatie van het materieel van de AMAG. Ook de vernieling van enkele machines die te groot zijn voor het transport (het betreft de “appareillage B.M. XXII”) wordt bestudeerd.
![]()
Et SPG/EFM
De Staf/Et SPG maakt zich klaar om samen met de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten naar Middelkerke te vertrekken.
AMAG/Et SPG
Staf/AMAG

Goederentram van de NMVB zoals gebruikt voor de evacuatie van het mosterdgas uit het Fort van Steendorp.
Te Steendorp wordt de productie van chemische munitie nog steeds voortgezet, maar er ontstaat een probleem omdat de geproduceerde munitie zich opstapelt in het fort. 1Kapt IMF Deladrier beveelt om 11u00 om in eerste instantie de nog niet verwerkte voorraad “fumigène 20″ over te brengen naar het munitiedepot van Houthulst. Het transport zal met een goederentram van de buurtspoorwegen gebeuren. Steendorp had een halte op “tramlijn H” van Antwerpen naar Hamme [17]. De voorraad chemische producten en de afgewerkte munitie die opgeslagen liggen in het fort moeten naar de tramhalte in Steendorp verplaatst worden. Initieel worden de potten met “fumigène 20” met mankracht naar de tramhalte gebracht. Om 15u00 komt een goederentram toe uit het tramdepot van Hamme waarna het laden van de tram aanvangt. Het gaat bijzonder traag vooruit, waarop de directeur van de AMAG om 18u00 bij het gemeentebestuur twintig werklozen opvordert om de laadwerkzaamheden te versnellen. Vanaf 18u00 is er ook een bestelwagen beschikbaar die over en weer moet pendelen tussen het fort en de tramhalte. Later op de avond levert de Boelwerf van Temse een aantal grote hijsbokken om de aanhangwagens “type z” te laden. Bij de firma Troubleyn wordt een trekker opgeëist om de aanhangwagens te verplaatsen. Een kleine colonne van vier vrachtwagens met munitie, onder bevel van Luitenant Res Spec Colin, wordt langs de baan naar Roeselare gestuurd.
Een bijkomend probleem dient te worden opgelost, het depot van Houthulst is namelijk niet verbonden met het tramnetwerk van de buurtspoorwegen. Er bestaat wel een normale spoorlijn die het rangeerterrein van het depot verbindt met het spoornet. Om tot in het depot te geraken moeten de wagons van de buurtspoorwegen manueel overgeladen worden op een gewoon treinstel van de NMBS waarna het materieel via het gewone spoor naar het depot kan worden gebracht. Het overladen kan enkel gebeuren in die depots van de buurtspoorwegen waar er ook een station van de gewone spoorwegen aanwezig is. In de buurt van Houthulst kan dit enkel gebeuren in Diksmuide, Roeselare of Staden.
Labo/Et SPG
Het labo van Vilvoorde onder bevel van Lt Res Spec Bontinck [26], wordt naar overgebracht naar de gebouwen van de Universiteit Gent. Zij zullen de verplaatsing langs de baan uitvoeren. De Technische Dienst van de Anti-Gasbeschermingsdienst (Service Technique du Service de Protection contre le Gaz – ST SPG), die zich eveneens in Vilvoorde bevindt, vertrekt samen met het Labo/Et SPG naar Gent.
![]()
Et SPG/EFM
Staf/Et SPG
De Staf/Et SPG, die zich in Middelkerke bevindt, krijgt ’s avonds laat van de Dienst Bewapening van het MLV te horen dat ze naar Frankrijk dienen te verhuizen en wel naar twee verschillende bestemmingen. Het Labo en de ACOS dienen zich naar Lannemezan (Hautes-Pyrénées) te begeven. De rookmunitie zal ter plekke blijven voor het veldleger terwijl de het mostergas (“fumigène 20“), de aanhangwagens “type Z” en een deel van het materieel naar Lannemezan verscheept moeten worden. De AMAF dient zich naar Saint-Priest (Rhône) te begeven. De herverdeling van het materieel in functie van de eindbestemming wordt moeilijk aangezien de verschillende tramstellen nog onderweg zijn naar West-Vlaanderen. De verschillende ladingen van het ACOS en het AMAF zullen in Houthulst gescheiden moeten worden en op de respectievelijke treinen naar Lannemezan en Saint-Priest geladen worden.
AMAG/Et SPG
ACOS/Et SPG
Te Steendorp worden de zeven aanhangwagens “type Z” om 04u00 opgehaald door evenveel FN-Kégresse 3T halftrack trekkers die uit het Reservewielvoertuigenpark van Gent overgekomen zijn. Onder leiding van Adjudant Verstraete vertrekt deze colonne naar het depot van Houthulst. Om 10u15 vertrekt tenslotte de goederentram van de buurtspoorwegen onder bevel van Lt Mockel naar Houthulst met aan boord twintig kisten met 2.100 potten mosterdgas, 400 kilogram mosterdgas in twee vaten, 800 75mm mosterdgasgranaten, een hoeveelheid materieel en werktuigen en twee ton chloorkalk. De tocht loopt volledig over het tramnetwerk en bereikt via Hamme (12u00), Gent (17u00) en Tielt (22u00) het tramdepot van Roeselare tegen de volgende ochtend.
AMAF/Et SPG
Een tweede trein met 27 wagons van de buurtspoorwegen, geladen met het materieel van het AMAF en met twee wagons voor het personeel, staat onder bevel van Kapitein Aspelslagh (of 1Kapt Aspeslagh – TBC). Deze trein begeeft zich naar het depot van de buurtspoorwegen in de Lange Veldstraat te Diksmuide. Aan boord van deze trein zitten ook de arbeiders en hun familieleden die de toelating kregen mee te reizen naar Frankrijk.
Labo/Et SPG
Het labo verlaat samen met de ST SPG de stad Gent en begeeft zich naar Diksmuide, één van de drie bestemmingen voor de trams van de buurtspoorwegen geladen met het materieel van de Et SPG. Het labo en de technische dienst zullen in Diksmuide blijven tot 16 mei.
![]()
Et SPG/EFM
AMAG/Et SPG
Staf/AMAG
1Kapt IMF Deladrier verneemt om 15u00 van Majoor IMF Corthouts dat Lannemezan de bestemming wordt waar ACOS naartoe moet. Hij duidt Luitenant Blaise aan om met een ploeg installatiepersoneel naar het Frans arsenaal te Lannemezan af te reizen teneinde de verhuis van de rest van de ACOS voor te bereiden. Aansluitend wordt Lt Mockel kort na 15u00 verwittigd dat zijn eindbestemming Lannemezan in Frankrijk is.
ACOS/AMAG
Omstreeks 03u00 bereikt de goederentram onder bevel van Lt Mockel het station van Roeselare. Hij neemt er contact op met Lt BVM Waeghemans van het Munitiedepot van Houthulst die hem meedeelt dat de tram moet doorreizen naar Staden om er gelost te worden. De goederen zullen per vrachtwagen van Staden naar het depot van Houthulst vervoerd worden. Het konvooi van Adjudant Verstraete met de zeven aanhangwagens “type Z”, die over de baan naar Houthulst reisden, is om 04u00 aangekomen in het depot van Houthulst. Om 05u00 komt Lt Mockel aan te Staden waar voertuigen en personeel van het 1ste Regiment Artilleriepark klaar staan om alles te ontladen en naar het depot te brengen. Er wordt de ganse dag gewerkt om de voorraden over te brengen. Om 07u00 neemt Lt Mockel contact op met de Staf/Et SPG in Middelkerke om te melden dat zowel de aanhangwagens “type Z” als de goederentram in Houthulst zijn aangekomen. Om 11u00 krijgt hij van Kapitein Courtin volgend waarschuwingsbevel: “Transborder matériel Z sur chemin de fer à voie normale en vu d’un départ lointaine“. Hij begint in het depot van Houthulst onmiddellijk met het inladen van de trein die hem wordt toegewezen. Kort na 15u00 wordt hij door 1Kapt IMF Deladrier op de hoogte gebracht van zijn reisdoel. Er wordt tot 18u00 doorgewerkt om 11 treinwagons te laden met het materieel van de ACOS. Er wordt ook één rijtuig voor personeel bij de trein gevoegd, en 2 stootwagons die de gevaarlijke lading enigszins moet beschermen bij een aanrijding door een andere trein. Er is echter nog een probleem voor het laden van de per tram vervoerde aanhangwagens met materieel. Hiervoor dienen platte goederenwagons naar het depot van Houthulst gestuurd te worden. Wanneer de trein voor Lannemezan om 18u00 geladen is beschikt Lt Mockel nog steeds niet over de platte goederenwagons. De aanhangwagens die per tram naar Staden werden gebracht blijven op de parking van het depot van de buurtspoorwegen te Staden staan. De andere aanhangwagens “type Z” staan in het depot van Houthulst.
AMAF/AMAG
Kapitein Aspelslagh van het AMAF is inmiddels in Diksmuide toegekomen waar hij onmiddellijk begint met het overladen van het materieel op een gewone trein. De Luitenanten Troquet en Verheyden, samen met hun ploeg soldaten en militaire arbeiders, werken de klok rond om het materieel over te laden. Luitenant Colin, die zich met zijn colonne vrachtwagens, nog steeds in Roeselare bevindt wordt door Kapitein Aspelslagh doorgestuurd naar Adinkerke. Hij neemt contact op met de Dienst Gasbescherming (SPG) van het MLV te Middelkerke en krijgt opdracht om naar het station van Adinkerke door te rijden waar de vrachtwagens op een trein zullen worden gezet.
Labo/Et SPG
Het Labo/Et SPG dat zich nog in Diksmuide bevindt krijgt opdracht om zich langs de baan naar Lannemezan, te zuidoosten van Tarbes, te begeven. Ze vertrekken nog dezelfde dag en slagen erin via Abbeville, Chartres, Poitiers en Bordeaux het stadje Lannemezan te bereiken op 21 mei. Het personeel van het Labo wordt ter beschikking gesteld van de commandant van het “Atelier de chargement des Obus” dat in volle opbouw is. Lt Res Spec Hauchamp helpt mee met de installatie van het atelier.
![]()
Et SPG/EFM
Lt Blaise vertrekt met het installatiepersoneel naar Lannemezan. Ook het detachement van Adjt Verstraete te Houthulst ontvangt nieuwe orders. De elf aanhangwagens “type Z” moeten de trein op. Om 07u30 zijn er nog steeds geen platte goederenwagons beschikbaar. In het depot van Houthulst bevinden zich echter wel zes wagons geladen met hout van het Park van de Genie (PGnA). Lt Mockel vraag aan de Kapitein-commandant de Cheron, commandant van het Geniedepot Houthulst/PGnA om het hout te ontladen en de wagons ter beschikking te stellen van het Et SPG. Hij krijgt om 11u00 de toelating voor het ombouwen van twee wagons om er aanhangwagens mee te kunnen vervoeren. Om 15u00 worden de aanhangwagens “type Z” te Houthulst op de trein geladen. Intussen wordt in het station Westrozebeke een stoomlocomotief opgevorderd. Aan het eind van de dag worden de omgebouwde houtwagons in het station van Staden bij de trein van Lt Mockel gevoegd waardoor een treinstel met veertien wagons gevormd wordt. Lt Mockel wordt aangeduid als treincommandant en vertrekt uit Staden om 21u00. Hij meldt telefonisch aan de Staf/Et SPG te Middelkerke: “Le train Z quitte Staden“. Om middernacht rijdt het konvooi reeds voorbij Kortemark.
![]()
Et SPG/EFM
Bij de doortocht te Kortemark wordt de trein van Lt Mockel door de stationschef tegengehouden onder het voorwendsel dat er niet genoeg wagons op sleeptouw genomen zijn en de locomotief onderbenut is. Toevallig staat in het station van Kortemark een treinstel met dertig wagons (vermoedelijke één van de treinen die op 17 mei uit Zwijndrecht vertrok – TBC) van de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie. De treincommandant van deze trein, een onderofficier, weet enkel dat hij naar Frankrijk moet maar kent zijn bestemming niet. Lt Mockel aarzelt niet en beslist om de 30 wagons aan zijn trein te laten aanhaken. De nu veel langere trein van 44 wagons wordt door de stationschef doorgelaten en zet zijn tocht verder naar Adinkerke. Om 06u00 wordt Adinkerke binnengereden waar de trein opnieuw wordt tegengehouden door de stationschef. Hij gelast de arbeiders en hun familie uit te stijgen en hun bagage uit te laden. Nog voor iedereen is uitgestegen geeft de stationschef de toelating om door te reizen. De arbeiders en familieleden die werden afgezet worden naar Diksmuide gestuurd. Om 11u00 rijdt de trein de Franse grens over maar wordt alweer tegengehouden in Bray-Dunes omdat de Franse autoriteiten menen dat het om vluchtende burgers gaat. Uiteindelijk wordt Duinkerke bereikt om 13u00 waar gewacht wordt op een rijpad tot 18u00. Via Duinkerke wordt koers gezet naar Calais met als voorlopige bestemming Montluçon ten zuiden van de Loire.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
De trein van Lt Mockel rijdt het station van Calais binnen om 01u00 binnen en moet er twee uur wachten. De reis wordt om 03u00 voortgezet naar Abbeville. Intussen is ook het materieel dat in Diksmuide toekwam overgeladen op gewone goederenwagons. Kapitein Aspelslagh verlaat als eerste Diksmuide om 13u00. Aan boord van zijn trein bevinden zich ook de arbeiders met hun families en vreemd genoeg ook “du matériel spécial et dangereux” (wat dit ook mocht zijn – TBD). Een laatste trein met materieel van de Et SPG verlaat Diksmuide later op de dag met aan boord de Lt Verheyden en de Lt Trocquet. Vermoedelijk werden de vrachtwagens van Lt Colin in Adinkerke op de trein van Kapt Aspelslagh gezet (TBC). Deze trein blijft in het station van Leffrinkcoucke tijdens de nacht van 19 op 20 mei en ondergaat bij zonsopgang een luchtbombardement echter zonder veel schade.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
ACOS/Et SPG
Lt Blaise bereikt het Franse arsenaal te Lannemezan en begint met de voorbereiding voor de installatie van de ACOS. De trein van Lt Mockel bereikt Abbeville om 07u00 en kan nog net op tijd de zuidelijke oever van de Somme bereiken. Enkele uren later zullen de Duitse troepen de stad Abbeville aan de Atlantische kust innemen. De trein passeert Dieppe om 18u00 en rijdt ’s avonds Rouen rond 20u30 binnen.
AMAF/Et SPG
De treinen van Kapitein Aspelslagh, Lt Collin, Lt Verheyden en Lt Trocquet hebben minder geluk, zij komen ’s morgens vroeg vast te zitten in het station van Dunkerque-Dunes. Uiteindelijk bereikt slecht een klein detachement van de AMAF langs de baan Saint-Priest. Het detachement staat onder bevel van Majoor IMF Liégeois en beschikt slechts over een zeer beperkte hoeveelheid materieel.
![]()

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.
Et SPG/EFM in Frankrijk
ACOS/Et SPG
De trein van Lt Mockel passeert Le Mans (09u00) en komt aan te Tours (18u00).
AMAF/Et SPG
De treinen die vast kwamen te zitten in het station van Dunkerque-Dunes ondergaan de ganse nacht van 20 op 21 mei zware luchtbombardementen waarbij een aantal petroleumtanks in het havengebied in brand geschoten worden. De bombardementen blijven de ganse dag aanhouden.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
ACOS/Et SPG
Via Bordeaux (08u00) wordt naar Lannemezan gereden waar de trein om 20u00 toekomt.
AMAF/Et SPG
De staf van de AMAG en een gedeelte van de AMAF onder bevel van Maj IMF Liégeois slaagt erin Saint-Priest ten zuidoosten van Lyon te bereiken. Ze worden er tewerk gesteld in het “Atelier de Fabrication de masques à gaz”, een Frans arsenaal gespecialiseerd in het maken van gasmaskers. Ondertussen beslist Kapitein Aspelslagh om het station van Dunkerque-Dunes te verlaten. De intensiteit van de bombardementen blijft toenemen en steeds meer Belgen die vastzitten in treinen op de verschillende rangeerterreinen trekken weg. De arbeiders en hun families vertrekken te voet naar het dichtstbijzijnde dorp. De documenten en de meegebrachte bewapening wordt vernietigd terwijl een poging gedaan wordt om de camions van Lt Colin van de trein af te halen. Slechts twee voertuigen kunnen vrijgemaakt worden de andere twee worden vernietigd op de trein. Met de twee vrachtwagens kan al het meegereisde militair personeel uiteindelijk Koksijde vervoegen.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
ACOS/Et SPG
Lt Mockel neemt contact op met de staf van LtGen Jamotte in Parijs en vraagt welke de bestemming is van de 30 wagons van de AFM. Hij krijgt te horen dat de trein naar Tarbes moet. De trein wordt gesplitst en de dertig wagons van de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie vertrekken om 20u30 onder leiding van de onderofficier van AFM naar Tarbes.
![]()
![]()
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
De Technische Dienst SPG die pas op 18 mei Diksmuide verliet en langs de baan naar Zuid-Frankrijk werd gestuurd bereikt via Saint-Julien-Liars nabij Poitiers uiteindelijk Saint-Priest en wordt onder bevel geplaatst van Majoor IMF Liégeois.
Te Lannemezan wordt Lt Mockel tewerkgesteld in het Atelier de chargement des Obus bij de dienst “manutention du fumigène 20“. Hij wordt onder meer verantwoordelijk voor de het laden, lossen en opslaan van 400 ton chemische producten.
![]()
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
Labo/Et SPG
Het personeel van het labo verneemt te Lannemezan het nieuws van de Belgische capitulatie op de Franse radio. Lt Bontinck roept zijn personeel samen en er wordt beslist dat de strijd wordt voortgezet aan de zijde van de Fransen. Het personeel blijft verder werken ten voordele van het Franse “Atelier de chargement des Obus”.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
Het AMAF dat tot 17 juni bleef werken in het Franse arsenaal dient zich verder naar het zuiden te verplaatsen onder druk van de vijandelijke opmars. Het AMAF en de ST SPG worden doorgestuurd naar Lannemezan. De ST SPG vervoegt het Labo van de Et SPG dat zich in Capvern vlakbij Lannemezan bevindt.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
Het AMAF en de ST SPG komen toe te Lannemezan en worden ondergebracht in Capvern, een buurgemeente van Lannemezan. Het Labo en het AMAF van het ET SPG zijn nu verenigd en samen met de ST SPG ondergebracht in de regio van Lannemezan op een zesendertigtal kilometer ten zuidoosten van Tarbes. De Inrichtingen zullen tot augustus in Frankrijk verblijven en worden vervolgens teruggebracht naar ons land.
![]()
Et SPG/EFM in Frankrijk
Op 12 augustus worden de reserve officieren specialisten van de Et SPG gedemobiliseerd en krijgen de toelating om met eigen middelen op eigen kosten naar België terug te keren.
![]()
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
![]()
- Gils, R. (2000) Fort Steendorp van de Vesting Antwerpen, Erpe-Mere: De Krijger.
- Zanders, J. (1997) ‘The destruction of old chemical munitions in Belgium’ in Stock T. and Lohs K. (eds), The Challenge of Old Chemical Munitions and Toxic Armament Wastes, Oxford: Oxford University Press.
- Nota van de Dienst tot Onderzoek van Oorlogskruit en Springstoffen aan de Dienst Bewapening en Munities van 17 november 1933, Dossier 185 – 14a – 5466, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van de Hogere Directie van de Artillerie aan de Anti-gasbeschermingsdienst van 12 juli 1935, Dossier 185 – 14a – 5466, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van de Dienst Bewapening aan de Dienst tot Onderzoek van Oorlogskruit en Springstoffen van 30 maart 1936, Dossier 185 – 14a – 5466, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie aan de Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst van 10 maart 1937, Dossier 185 – 14a – 5466, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van het Groot Legerpark aan de Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst en de Dienst tot Onderzoek van Oorlogskruit en Springstoffen, Dossier 185 – 14a – 5466, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van de Hogere Directie van de Artillerie aan de Anti-gasbeschermingsdienst van 13 mei 1938, Dossier 185 – 14a – 5466, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van de Anti-gasbeschermingsdienst aan de Hogere Directie van de Artillerie van 7 december 1939, Dossier 185 – 14 – 129, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Nota van de Generale Staf van het Leger aan de Commandant van het IIIde Legerkorps en de Commandant Troepen voor de Verdediging van Luxemburg en Namen van 22 juni 1939, Dossier 185 – 14a – 2767, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
- Kaarten met het netwerk van de buurtspoorwegen van 1940 zoals die gebruikt werden voor de evacuatie van de Et SPG [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_NMVB-tramlijnen_in_Belgi%C3%AB#Oost-Vlaanderen [Laatst geraadpleegd 5 maart 2017].
- Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016]. Pantserwagens van het 7(FRA)Leger die tijdens de verplaatsing naar Antwerpen defect raakten werden in het Arsenaal voor het Wagenpark afgezet ter herstelling.
- Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Specialist van de reserve H. Blaise die werd tewerkgesteld in het Frans arsenaal van Lannemezan. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Technische Dienst der Anti-Gasbeschermingsdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. In zijn relaas schrijft hij het volgende over zijn verblijf in Lannemezan: “J’y ai notammant dirigé l’achèvement de l’installation de chargement d’obus en Yperite“
- Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Specialist van de reserve E. Hauchamp, specialist chemie van het Labo/Et SPG. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Technische Dienst der Anti-Gasbeschermingsdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
- Zeer gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Specialist van de reserve J. Mockel in oktober 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Technische Dienst der Anti-Gasbeschermingsdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
- In het oude arsenaal van Lannemezan wordt in april 1940 een “atelier de chargement d’obus” geïnstalleerd om artilleriegranaten en vliegtuigbommen te vullen met de oorlogsgassen Yperiet (HD) en Adamsiet (DM). Achtergrondinformatie bij het Franse arsenaal te Lannemezan [On Line Beschikbaar]: http://www.guerredesgaz.fr/these/chap13/chap13.htm [Laatst geraadpleegd 30 december 2020].
- Achtergrondinformatie bij het Fort van Steendorp [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200742 [Laatst geraadpleegd 3 januari 2021].
- Luitenant van de reserve specialist Raoul Bontinck was tot aan de afkondiging van fase A van de mobilisatie één van de drie ingenieurs die als burgerpersonneel werkten in het AMAG van Steendorp. Hij werd gemobiliseerd als luitenant van de reserve en aangesteld als hoofd van het Laboratorium van Vilvoorde. Hij was dus geen outsider en kende het labo en zijn werking zeer goed.
- Jamart, J. (1994) L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
