Militaire Luchtvaart

In de periode 1939–1940 bevond de Belgische militaire luchtvaart zich in een moeilijke overgangsfase. België had na de Eerste Wereldoorlog gekozen voor een politiek van neutraliteit en investeerde relatief beperkt in zijn luchtmacht. De Aéronautique Militaire beschikte over een mix van verouderde en modernere toestellen, georganiseerd in drie luchtvaartregimenten.

Het 1ste Luchtvaartregiment was verantwoordelijk voor het uitvoeren van verkenningsopdrachten. Hierbij hoorden ook twee compagnies met statische waarnemingsballons. Het 2de Luchtvaartregiment groepeerde de jachtvliegtuigen. Het 3de Luchtvaartregiment tenslotte bracht de bommenwerpers samen.

De Hulptroepen van het Luchtwapen bestonden uit twee bataljons mitrailleurs en twee bataljons arbeiders en waren bestemd voor de nabije verdediging en het onderhoud van de vliegvelden.

De overige ondersteunende diensten waren de Dienst der Ravitaillering en Depannage, de Etablissementen der Militaire Luchtvaart, het Versterkings- en Opleidingscentrum van het Luchtwapen en het Opleidingscentrum voor Onderluitenanten van de Militaire Luchtvaart.