Inrichtingen voor Militaire Fabrikaten

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Inrichtingen voor Militaire Fabricaten
Etablissements de Fabrications Militaires | EFM
Type Arsenalen  
Ontdubbeld van n.v.t.  
Onderdeel van Territoriale Troepen en Inrichtingen
Bevelhebber Luitenant-generaal Ingenieur der Militaire Fabricaten (IMF) Georges Jamotte
Standplaats Diverse  
Samenstelling Inrichtingen Anti-Gas Beschermingsdienst Werkplaatsen Anti-Gas Materieel (Maj IMF Liégeois)
  (Luitenant-kolonel IMF A. Leurquin) Laboratorium van Vilvoorde (Luitenant Res Raoul Bontinck)
     
  Koninklijke Kanongieterij Fabriek (Maj IMF G. Marchal)
  (Generaal-majoor IMF A. Fayt) Compagnie Administratie
     
  Staatswapenfabriek Fabriek (1ste Kapitein IMF Paul Dufour)
  (Kolonel IMF R. Bertrand) Compagnie Administratie
     
  Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie Werkplaats (Maj IMF G. Hougardy)
  (Kolonel IMF Jean Brosius) Compagnie Administratie (Cdt Laoureux)
     
  Arsenaal voor het Wagenpark Groepering Paardenwagens (Berchem)
  (Kolonel IMF J. Brasseur) Groepering Fietsen en Motorfietsen (Gentbrugge)
    Groepering Motorvoertuigen (Berchem)
    Compagnie Administratie

Tijdens de mobilisatie

IGFM/EFM
De Inrichtingen voor Militaire Fabricaten (oftewel Etablissements de Fabrications Militaires – EFM) bestaan uit een aantal fabrieken en andere vaste installaties die diverse wapens en uitrustingsstukken vervaardigen voor het leger. De EFM behoren tot de Territoriale Troepen en Inrichtingen en ontvangen bijgevolg hun orders van het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Binnen het MLV ressorteren ze onder de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten (oftewel Inspection Générale des Fabrications Militaire – IGFM) geleid door Luitenant-generaal IMF Jamotte.

De Inrichtingen voor Militaire Fabricaten omvatten de volgende werkplaatsen en diensten:

  • De Inrichtingen der Anti-Gasbeschermingsdienst (oftewel Etablissements du Service de Protection contre les Gaz – Et SPG), bestaat enerzijds uit de werkplaatsen (Atleliers de Matériel Anti-Gaz – AMAG) in het Fort van Steendorp nabij Temse en een laboratorium te Vilvoorde waar enkele officieren specialisten chemie tewerk gesteld zijn. Het AMAG beheert twee werkplaatsen, één voor de fabricatie van gasmaskers (Atelier de Montage des Appareils Filtrant – AMAF) en een tweede atelier (Atelier de chargement des Obus Spéciaux – ACOS) waar brandstichtende artilleriemunitie wordt gefabriceerd gebruik makend van witte fosfor. In het ACOS wordt gedurende korte productieperiodes ook Yperiet (HD) en Adamsiet (DM) aangemaakt [1].
  • De Koninklijke Kanongieterij (oftewel Fonderie Royale des Canons – FRC), is gevestigd aan de Quai Saint-Léonard Nr 79 te Luik en vervaardigt allerlei klein en groot geschut. Voor de oorlog geniet de FRC van een zeer goede reputatie. De bewapening ontworpen in het studiebureel van de FRC behoorde tot de beste van hun tijdperk. Het betreft dan vooral de C47mm anti-tankkanonnen, de M76mm FRC mortieren van de infanterie en de C120mm, een stuk veldgeschut waarmee de artillerie was uitgerust. Het effectief van de FRC bedroeg 1.700 militairen en burgers bij het begin van de oorlog. De militairen tewerkgesteld in de FRC waren hoofdzakelijk officieren, versterkt met een beperkte groep onderofficieren, korporaals en soldaten.
  • De Staatswapenfabriek (oftewel Manufacture d’Armes de l’Etat – MAE), heeft een werkplaats in de Rue Saint-Léonard te Luik en produceert persoonlijke bewapening (bv. het Mauser M35 geweer). Bij de aanvang van de oorlog beschikt de MAE over 900 personeelsleden (burgers en militairen). De Staatswapenfabriek ligt vlakbij de FRC.
  • De Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (oftewel Ateliers de Fabrication de Munitions – AFM) zijn ondergebracht op drie sites namelijk het Fort van Zwijndrecht, het Fort van Kruibeke en de werkplaatsen te Nieuwkerke-Waas. Hun taak bestaat in het aanmaken van diverse types munitie. Vanaf de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 25 augustus wordt de productie van munitie in de AFM gevoelig opgedreven. Van april 1939 wordt het aantal arbeiders van 1.800 op 3.000 gebracht. De prioriteit voor de productie ligt bij de munitie voor de C40mm van de DTCA waarvoor tijdens de mobilisatie ruim 80.000 schoten worden gefabriceerd.
  • Het Arsenaal voor het Wagenpark (oftewel Arsenal du Charroi – AC) wordt geleid vanuit de stafgebouwen en werkplaatsen aan de Lange Leemstraat 338 te Berchem, vlakbij het Militair Hospitaal. Het effectief van het arsenaal bestaat aan de vooravond van de oorlog uit 7 officieren en ongeveer 1.800 militaire en civiele arbeiders. Deze zijn verdeeld over drie groeperingen en een Compagnie administratie. De Groepering Motorvoertuigen bevindt zich te Berchem en staat in voor de montage en herstelling van motorvoertuigen, de Groepering Paardenwagens bevindt zich eveneens te Berchem en is gespecialiseerd in de herstelling van paardenwagens en houten wielen maar beheert ook de houtvoorraad van het Arsenaal. Tot slot staat de Groepering Fietsen en Motorfietsen die zich te Gentburgge bevindt in voor de herstelling van fietsen en motorfietsen al dan niet met zijspan.  Sinds de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan wordt gewerkt in twee ploegen, de ochtendploeg werkt van 06u00 tot 14u00 en de avondploeg van 14u00 tot 22u00. De arbeiders reizen dagelijks van hun woonplaatsen te Brussel, Dendermonde en Lier naar het arsenaal. Het arsenaal werkt nauw samen met het Reservewielvoertuigenpark (PCR) dat alle voertuigen die niet hersteld kunnen worden in het herstellingsatelier van het park doorstuurt naar het arsenaal. Ook de in het AC herstelde voertuigen gaan terug naar het Reservewielvoertuigenpark voor verdere herverdeling naar het veldleger. Kolonel IMF J. Brasseur, Directeur van het AC ontvangt zijn orders van de Dienst Wagenpark en Brandstoffen (SCC) van het Ministerie van Landsverdediging (MLV).

De actieve officieren behorende tot de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten die het militair brevet behaalden van ingenieur mochten deze titel achter hun graad gebruiken. Vandaar de vermelding Ingénieur de Fabrication Militaire (IFM) of Ingenieur der Militaire Fabricaten (IMF).

Ingangspoort van de Fonderie Royale des Canons gevestigd te Luik (naoorlogse foto).

IGFM/EFM
Er bestond geen enkel plan om tijdens de mobilisatie al enkele werkplaatsen van de EFM te verplaatsen naar het westen van het land. Alleen de FRC had een kleine afdeling in Brugge. Alle fabrieken dienden te blijven werken tot aan het begin van de vijandelijkheden. Bij de afkondiging van het algemeen alarm en de nakende aanval van Duitsland krijgen enkel de Staatswapenfabriek en de Kanongieterij de toelating om in te pakken en te verhuizen aangezien zij het meest naar het oosten liggen. De andere inrichtingen moeten ook na het begin van de vijandelijkheden gewoon blijven doorwerken. Na de afkondiging van de algemene mobilisatie vertrekt Luitenant-generaal Jamotte diezelfde ochtend nog naar het Franse Ministerie van Bewapening in Parijs om met de Fransen te overleggen waar de Belgische Inrichtingen voor Militaire Fabricatie het best naartoe gestuurd kunnen worden. Hij zal pas op 15 mei naar België terugkeren.

Et SPG/EFM
Bij het uitbreken van de oorlog bevindt de Staf/Et SPG zich te Brussel bij de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten nabij het Ministerie van Landsverdediging (MLV). Net zoals het bij andere fabrieken en werkplaatsen van de EFM het geval is, wordt ook bij de Inrichtingen van de Anti-Gasbeschermingsdienst (Et SPG) een deel van het personeel dat tot heden was vrijgesteld van mobilisatie, op 10 mei voor de eerste keer onder de wapens geroepen. De installaties te Steendorp, onder bevel van Majoor IMF Liégeois, en te Vilvoorde, onder bevel van Lt Res Spec Bontinck, zetten op de eerste oorlogsdag hun gewone werkzaamheden in verhoogd tempo voort. Bij de ACOS Et SPG wordt in eerste prioriteit werk gemaakt met het voorbereiden van zeven aanhangwagens “type Z”. Hoeveelheid en aard van de lading van de aanhangwagens “type Z” zijn niet gekend [16]. De 26ste Compagnie (26Cie) van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden beveiligt het Fort van Steendorp en bewaakt de brug van Temse. Deze compagnie wordt bevolen door Kapitein-commandant G. Burgun. 

FRC/EFM
Het mobilisatieplan voorziet in de onmiddellijke evacuatie van de Koninklijke Kanongieterij (FRC) bij een vijandelijke inval uit het oosten. De kanongieterij zal worden overgebracht naar de fabrieken van La Brugeoise te Brugge waar een detachement van de Koninklijke Kanongieterij de bewapening monteert op de “Vickers Carden Lloyd” (T13-B3) onderstellen geleverd door de Ateliers de construction de Familleureux. In Luik wordt dan ook vanaf 06u00 gestart met de uitbouw van de machines en het klaarmaken voor het transport per trein van de stocks, werktuigen en personeel. In de namiddag wordt nog een team uitgestuurd naar het fort van Battice om enkele mankementen aan de koepels C75mm op te lossen.

Het Fort van Zwijndrecht, één van de drie werkplaatsen van het AFM.

MAE/EFM
Kolonel IMF Bertrand, directeur van de Staatswapenfabriek (MAE) van Luik, ontvangt om 01u30 via het Provinciecommando van Luik het algemeen alarm. Wanneer hij om 02u30 de Dienst Bewapening van het Ministerie van Landsverdediging contacteert, krijgt hij de opdracht om de machines te ontmantelen en ze naar Gent over te brengen zoals dit voorzien is in het mobilisatieplan. De arbeiders van de ochtendploeg worden vanaf 06u00 aan het werk gezet om de machines te demonteren. In eerste instantie zullen in het station Luik Vivegnis 20 gesloten en 5 platte goederenwagons samengebracht worden voor het transport naar Gent.  Om 08u00 ontvangt het MAE het bericht van de afkondiging van de algemene mobilisatie (fase E van het mobilisatieplan). Het personeel begint aansluitend met het laden van de materieeltrein en dit zal duren tot 21u30 wanneer de duisternis invalt. Verder laden wordt verboden omdat geen licht gemaakt mag worden. Ondertussen wordt Luitenant Wastelin uitgestuurd om met behulp van de Rijkswacht 40 burgervrachtwagens op te eisen. De officier zal pas om 21u30 terugkeren met slechts 4 voertuigen.

AFM/EFM
Door de afkondiging van de algemene mobilisatie moet een aantal arbeiders die deel uitmaken van de oproepbare reserve de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (AFM) verlaten. Hierdoor wordt het effectief teruggebracht tot 2.600. In eerste instantie zal de productie van munitie ter plekke gewoon doorgaan. De Dienst Bewapening van het Ministerie van Landsverdediging laat weten dat de nadruk nog steeds dient gelegd te worden bij de productie van munitie voor de C40mm kanonnen van de luchtdoelartillerie (DTCA) en bij de revisie van de voorraad slechte munitieloten teruggebracht door de depots. Kolonel IMF Brosius, zich bewust van het gevaar van vijandelijke luchtaanvallen, wil zo snel mogelijk van zijn voorraad explosieven af. Daarom laat hij de montage van diverse types obussen opdrijven door zijn personeel in twee ploegen op te delen wat hem toelaat de klok rond te werken. Hierbij wordt in hoofdzaak gewerkt aan het samenstellen van de 75mm munitie voor de M36 luchtdoelkanonnen en de obussen voor de 220mm zware mortieren. Hij wil ook het overtallig kruit en explosieven zo snel mogelijk uit de werkplaatsen evacueren.

AC/EFM
Om 05u00 ondergaat Antwerpen een eerste luchtbombardement waarbij de vestiging van het Arsenaal voor het Wagenpark (AC) in Berchem getroffen wordt door verschillende brandbommen. De werkplaatsoverste samen met de wacht weet erger te voorkomen door de verschillende brandhaarden te blussen. Kolonel IMF Brasseur wordt omstreeks 05u15 op de hoogte gebracht van de Duitse luchtaanval en komt een uur later aan in de Lange Leemstraat. Om 06u00 komt de ochtendploeg toe in het arsenaal en krijgt te horen dat de werkzaamheden gewoon verder gaan. Er komen in de loop van de dag echter geen nieuwe bestellingen binnen van het commando van het veldleger waardoor afgewerkt wordt wat op stapel stond. Onder meer de AGC-1 tank nummer 833 van het Eskadron Pantserwagens Cavaleriekorps die in herstelling is in het arsenaal. De tank wordt door de bemanning tijdens de ochtend teruggereden naar Brussel en vervoegt er zijn eskadron.

In de loop van de dag worden de telefoonverbindingen met het Ministerie van Landsverdediging verbroken waarop Kol IMF Brasseur besluit om zich persoonlijk in verbinding te stellen met de Dienst Wagenpark en Brandstoffen (SCC) van het MLV te Brussel. Voor zijn vertrek treft hij nog de nodige maatregelen om een snelle verhuis naar de linker Scheldeoever mogelijk te maken. In Brussel verneemt Kol IMF Brasseur dat de, in het mobilisatieplan voorziene, verhuis naar een verkend kantonnement op de linker Scheldeoever niet doorgaat. Die dag worden geen verdere bevelen meer ontvangen, deels omdat de telefoonverbindingen het gedurende de rest van de dag laten afweten. De eerste dag van de oorlog ligt de efficiëntie van het arsenaal niet hoog omdat het werk constant onderbroken wordt door veelvuldige luchtalarmen.

Een kanon 120mm met tractor Citroën-Kégresse op de binnenkoer van de FRC.

Et SPG/EFM
In het fort van Steendorp laat Majoor IMF Liégeois, als directeur van de AMAG, het werk in versneld tempo voortzetten. In het AMAF wordt druk gewerkt om de geassembleerde gasmaskerfilters naar de eenheden door te sturen. In het ACOS wordt verder gewerkt aan het vullen van artilleriegranaten met “fumigène 20″ [15], een door het Et SPG ontwikkeld rookverwekkend product dat door onze artillerie kan gebruikt worden in rookobussen. Het ACOS staat onder bevel van 1ste Kapitein IMF Rafaël Deladrier. Voorts is men in Steendorp volop bezig met de voorbereiding van de evacuatie van de werkplaatsen.

FRC/EFM
De ontruiming van de fabriek wordt omstreeks 15u30 stopgezet wanneer alle beschikbare goederenwagons geladen zijn. Wat niet meer geladen kan worden moet noodgedwongen achtergelaten worden. De laatste vrachtwagens geladen met personeel en materieel verlaten de installaties van de FRC rond 16u00. OLt Pasque, officier administrateur, bevindt zich in het laatste deel van de colonne voertuigen. De overgebleven werktuigen en infrastructuur worden overgedragen aan de Dienst der Militaire Gebouwen te Luik. Niet alle militairen en burgerarbeiders zullen onmiddellijk Brugge kunnen bereiken. Door de luchtaanvallen op de spoorlijn Brussel – Luik in de buurt van Bierset en Awans komt de trein met aan boord een gedeelte van het burgerpersoneel om 18u30 vast te zitten ter hoogte van het station Luik Haut-Pré. Er kan niet worden teruggekeerd naar het station Luik-Guillemins omdat dit station reeds ontruimd is. De treincommandant, 1Kapt Allaert, beslist op aanraden van de stationschef van Haut-Pré het konvooi te ontbinden en het personeel te voet door te sturen. Het personeel zal op eigen kracht Brugge moeten zien te vervoegen. 

MAE/EFM
Het eerste treinstel bestaande uit 25 wagons met materieel van de MAE dat op 10 mei werd geladen, verlaat Luik-Vivegnis om 01u00. De manschappen starten vanaf de eerste klaarte met het laden van het tweede treinstel. Ondertussen begeeft Kol IMF Bertrand zich naar het HK van het IIIde Legerkorps (IIILK) waar hij verneemt dat Luik door het leger zal verlaten worden. Hij krijgt het advies om zijn personeel zo snel mogelijk te evacueren. Om 10u00 wordt gestopt met het laden van de tweede trein, een 17-tal wagons zijn volgestouwd. De vrachtwagencolonne onder begeleiding van de Luitenants Wastelain, Fumal en Jacquet, kan uit Luik vertrekken om 10u00 en bereikt Tienen rond 13u00. Bij het buitenrijden van Tienen ontstaan een verkeersopstopping te Kumptich waar een colonne van het 30ste Bataljon Transmissietroepen een colonne van het Vestingsregiment Luik en de colonne van de MAE samenkomen en een uitgelezen doelwit vormen voor de vijandelijke luchtmacht die net het vliegveld van Goetsenhoven heeft gebombardeerd. Het konvooi wordt te Kumtich gedurende ongeveer een uur door de Luftwaffe gebombardeerd en beschoten. Hierbij raken Léon Schetz (burgerwerkkracht) en de Soldaat Gilbert Matriche (militaire werkkracht) gewond en worden enkele voertuigen zwaar beschadigd. Een afzonderlijke trein, met Kapt IMF Toulmonde als treincommandant, wordt ingezet voor de evacuatie van het personeel. Deze trein vertrekt rond 11u30 vanuit het station Liège-Vivignies maar net zoals de treinstellen van de FRC, heeft ook deze trein van de MAE zwaar te lijden onder de luchtaanvallen op de spoorinfrastructuur rond Luik. De trein met aan boord de militairen en arbeiders van de MAE wordt definitief gestopt ter hoogte van Bierset. Het personeel zal zich uiteindelijk op eigen kracht naar het westen begeven.  Om 11u30 verlaten Kol IMF Bertrand, 1Kapt IMF Dufour en zijn administrateur de gebouwen van de MAE om zich met het voertuig van de staf naar Gent te begeven. Kol IMF Bertrand komt als eerste toe op de bestemming in Gent om 19u00 gevolgd door de colonne vrachtwagens die om 23u00 toekomen. Waar de treinen met materieel zich ergens bevinden is op dat ogenblik niets bekend.

AFM/EFM
De Werkplaatsen starten met het klaarmaken van overtollig TNT voor het transport per spoor naar veiliger oorden. De werkzaamheden in de Werkplaatsen worden sterk bemoeilijk door de regelmatig weerklinkende sirenes van het Antwerpse luchtalarm. Bij elk alarm worden de installaties ontruimd hoewel een eventuele voltreffer niet alleen het Fort van Zwijndrecht zou vernielen maar ook alle dorpen in de omgeving. De afgewerkte munitie voor de DTCA (40mm en 75mm bommen) wordt dan ook zo snel als mogelijk per vrachtwagen afgevoerd naar de DTCA eenheden. Kolonel Brosius laat starten met het inpakken van de administratie en het demonteren van de niet gebruikte machines.

AC/EFM
De telefoonverbindingen met de Dienst Wagenpark en Brandstoffen op het MLV zijn nog steeds niet hersteld en het arsenaal werkt in volledige isolatie verder aan de lopende opdrachten.

Et SPG/EFM

  • AMAG/Et SPG
    Er stelt zich een transportprobleem van zekere omvang bij de evacuatie van de AMAG in het fort van Steendorp omdat het fort ver verwijderd ligt van het gewoon spoorwegennet. Enkel een smalspoor van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (oftewel NMVB), dat werd verlengd tot in het fort, is beschikbaar voor de ontruiming van het fort. Te Steendorp wordt proactief al nieuw materieel (pijpleidingen, T-stukken en kranen)  op een vrachtwagen Minerva 3T geladen met het oog op een mogelijke evacuatie van de Et SPG naar Vlaanderen. 

FRC/EFM
De FRC tracht te Brugge de productie te hervatten. De ploeg in Brugge wordt verdubbeld en er wordt in eerste prioriteit gewerkt aan het voltooien van de installatie van C40mm kanonnen op het T13-B3 onderstel. Bij een bombardement op één van de achtergebleven treinen van van de FRC komen nabij Hannuit de Soldaat Garot en de arbeiders Geeraerts en Kerremans om het leven. Kapitein IMF Mathot komt na een medische vrijstelling toe in het FRC te Brugge en wordt aangesteld als onderdirecteur.

MAE/EFM
De MAE zal worden geïnstalleerd in de fabrieken van de “Societé d’Electricité et de Mécanique Van De Kerckhove & Carels NV” in Gent eens de treinen met materieel en machines toekomen. In deze werkplaats werden voor de oorlog de laatste modificaties aan de torens van de AGC-1 aangebracht. De uit Luik gevluchte militairen en arbeiders komen in kleine groepjes aan in Gent en worden er ondergebracht in de Landbouwschool waar ze kunnen recupereren. De manschappen worden bevoorraad vanuit de Leopoldkazerne.

AFM/EFM
Kolonel Brosius dringt aan bij het ministerie om zijn Werkplaatsen te mogen verhuizen naar een veiliger standplaats. Er wordt geen gehoor gegeven aan zijn oproep en de productie wordt voortgezet.

AC/EFM
Kolonel IMF Brasseur heeft nog steeds geen idee over wat er met zijn arsenaal dient te gebeuren. Hij vertrekt opnieuw naar het MLV te Brussel waar hij om 22u00 toekomt en een onderhoudt vraagt met Luitenant-kolonel IMF Tellier hoofd van de Dienst Wagenpark en Brandstoffen van het MLV. Tijdens het onderhoud stelt hij zelf voor om de installaties naar Poperinge te laten overbrengen. Dit voorstel wordt gunstig beoordeeld en Brasseur keert dezelfde avond nog terug naar Antwerpen. Intussen komen ook enkele pantserwagens van het 7de Franse Leger [10] aan in het arsenaal voor kleine herstellingen.

Et SPG/EFM

  • AMAG/Et SPG
    Te Steendorp werken de manschappen aan de voorbereiding van de evacuatie van het materieel van de AMAG. Ook de vernieling van enkele machines die te groot zijn voor het transport (het betreft de “appareillage B.M. XXII”) wordt bestudeerd.

MAE/EFM
Kolonel IMF Bertrand wordt door het Ministerie van Landsverdediging op de hoogte gebracht dat er een principieel akkoord is om de MAE naar Frankrijk over te brengen, de uitvoeringsbevelen zullen later volgen.

AFM/EFM
Tussen 11 mei en 13 mei is de AFM erin geslaagd om 200 ton overtollige springstoffen (vooral TNT) per spoor af te voeren, de springstoffen worden verspreid over meerdere depots van het Groot Legerpark (GLP). Kolonel Brosius vraagt nu om te kunnen beschikken over 100 goederenwagons voor het inladen van zijn materieel en voorraden die niet meer nodig zijn voor de productie. Eens geladen wil hij deze wagons doorsturen naar het depot van Houthulst van het GLP. Het ministerie maakt voorlopig geen transportmiddelen vrij voor de AFM en houdt voet bij stuk dat de productie van munitie niet mag stopgezet worden. Een munitieploeg van de VIde Groep van het 4de Legerartillerieregiment (VI/4LA), die stond opgesteld in Brasschaat, komt munitie ophalen voor zijn 6-duims Vickers houwitsers.

AC/EFM
Om 06u00 begint in Antwerpen de ochtendploeg met de werkzaamheden om de voorraden en machines op transport te plaatsen. Alle vrachtwagens van het arsenaal alsook enkele pas herstelde voertuigen worden geladen om materieel naar het station van Zurenborg te transporteren. In het station worden enkele gesloten en platte wagons opgevorderd om het materieel en de voorraden van het arsenaal te transporteren. Een pendeldienst tussen het arsenaal en het station komt op gang. Een eerste trein is nog in de voormiddag vertrekkensklaar en een tweede wordt volgestouwd tot Kol IMF Brasseur, onder druk van enkele alarmerende berichten over de toestand in de Versterkte Positie Antwerpen, om 12u00 beslist de evacuatieoperatie te stoppen en ook de tweede trein klaar te maken voor transport. De installaties in Berchem worden overgegeven aan een militaire wacht. De magazijnen zijn leeg en alleen enkele veel voorkomende machines worden achtergelaten bij gebrek aan platte wagons om ze te vervoeren. 1ste Kapitein Konikoff en het installatiepersoneel vertrekken met een eerste colonne motorvoertuigen, geladen met de archieven van de eenheid, richting Poperinge. Konikoff laat zijn colonne omrijden via de Groepering Fietsen en Motorfietsen te Gentbrugge en beveelt dit detachement om eveneens naar Poperinge uit te wijken. Brasseur geeft zijn personeel opdracht om zich tegen 16u00 naar Antwerpen-Zuid te begeven waar ze kunnen instijgen in klaarstaande rijtuigen.

Spoornet van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) rond het depot van Houthulst (situatie 1940).

IGFM/EFM
Op de ministerraad van 14 mei wordt beslist om de evacuatie van de regering uit de hoofdstad op te starten. De regering zal dit plan nog niet publiek maken en heeft de intentie om te Brussel te blijven zolang de stad niet bedreigd wordt door de Duitse opmars. Het gros van de diensten van het MLV zal zich in Oostende en Middelkerke installeren. De Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten zal zich te Middelkerke vestigen. De installatieploegen vertrekken nog op 14 mei, de verhuis van de diensten is voltooid tegen de 16 mei ’s morgens.

Et SPG/EFM

  • Staf/Et SPG
    De Staf/Et SPG maakt zich klaar om samen met de Algemene Inspectie van de Militaire Fabricaten naar Middelkerke te vertrekken.
  • Labo/Et SPG
    Het labo van Vilvoorde onder bevel van Lt Res Spec Bontinck [26], wordt naar Gent overgeplaatst. Zij zullen de verplaatsing langs de baan uitvoeren. De Technische Dienst van de Anti-Gasbeschermingsdienst (Service Technique du Service de Protection contre le Gaz – ST SPG), die zich eveneens in Vilvoorde bevond, vertrekt samen met het labo van de Et SPG naar Gent.
  • Het soort goederentram waarmee Lt Mockel zijn gevaarlijke lading via het spoornet van de NMVBS van Steendorp naar bracht

    Het soort goederentram waarmee Lt Mockel zijn gevaarlijke lading via het spoornet van de NMVB van Steendorp naar Houthulst bracht

    AMAG/Et SPG
    Te Steendorp wordt nog steeds volop gewerkt maar er ontstaat een probleem omdat de geproduceerde springstoffen zich opstapelen in het fort. 1Kapt IMF Deladrier beveelt om 11u00 om de voorraad “fumigène 20″ over te brengen naar het munitiedepot van Houthulst. Het transport zal via het spoornetwerk van de buurtspoorwegen gebeuren. Steendorp had een halte op “tramlijn H” van Antwerpen naar Hamme [17]. De munitie ligt opgeslagen in het fort en moet naar de tramhalte verplaatst worden. Initieel worden de rookpotten met “fumigène 20” met mankracht naar de tramhalte gebracht. Om 15u00 komt een goederentram toe uit het tramdepot van Hamme waarna het laden van de tram aanvangt. Het gaat bijzonder traag vooruit waarop de directeur van de AMAG om 18u00 bij het gemeentebestuur twintig werklozen opvordert om de laadwerkzaamheden te versnellen. Vanaf 18u00 is er ook een bestelwagen beschikbaar die over een weer moet pendelen tussen het fort en de tramhalte. Later op de avond levert de Boelwerf van Temse een aantal grote hijsbokken om aanhangwagens met munitie te laden en bij de firma Troubleyn wordt een trekker opgevorderd om de aanhangwagens te verplaatsen. Een kleine colonne van vier vrachtwagens met munitie, onder bevel van Luitenant Res Spec Colin, wordt eveneens langs de baan naar Roeselare gestuurd. Het depot van Houthulst is niet verbonden met het netwerk van de buurtspoorwegen, er is echter wel een normale spoorlijn die het rangeerterrein van het depot verbindt met het spoornetwerk. Om tot in het depot te geraken moeten de wagons van de buurtspoorwegen manueel ontladen worden waarna het materieel via het gewone spoor naar het depot kan worden gebracht. Het overladen kan enkel gebeuren in die depots van de buurtspoorwegen waar er ook een station van de gewone spoorwegen aanwezig is. In de buurt van Houthulst kan dit enkel gebeuren in Diksmuide, Roeselare of Staden.

MAE/EFM
De directeur wordt op de hoogte gebracht door de FRC dat de tweede trein met de 17 wagons materieel in Brugge is aangekomen. Van de eerste trein is er voorlopig nog geen spoor. ’s Avonds vraagt het ministerie aan Kolonel Betrand om alle machines per trein naar Adinkerke over te brengen.

AFM/EFM
De eerste 40 wagons komen toe in het station van de Werkplaats in Zwijndrecht en het personeel begint met het laden van het overtollig materieel. De Werkplaatsen krijgen om 23u00 eindelijk het bevel de productie stil te leggen en over te gaan tot de evacuatie. Alle productie wordt onmiddellijk gestaakt om de machines te kunnen demonteren en op transport te plaatsen. Kolonel Brosius moet zijn diensten initieel per spoor naar Adinkerke overbrengen van waaruit de treinen naar een nog niet gekende bestemming in Frankrijk doorgestuurd zullen worden.

AC/EFM
Te Antwerpen vertrekken twee treinen met materieel en één trein met personeel richting Poperinge. Met de voertuigen die het materieel van het arsenaal naar het station van Zurenborg brachten wordt een tweede colonne motorvoertuigen gevormd. Tegen de namiddag heeft het personeel en het materieel Antwerpen verlaten en blijft het arsenaal zo goed als leeg achter. Het atelier in Gentbrugge heeft intussen ook een trein volgeladen en een gedeelte van het personeel vertrek met een aantal herstelde motorfietsen en side-cars richting Poperinge.

Station en buurtspoorwegstation (neogotisch gebouw) te Diksmuide (1935).

IGFM/EFM
LtGen Jamotte keert terug uit Parijs en begeeft zich naar Middelkerke waar zijn diensten zich bevinden. Hij laat schriftelijke orders opstellen met de locaties in Frankrijk waar de fabrieken, werkplaatsen en arsenalen kunnen worden ondergebracht. Het zijn inrichtingen beheerd door de Franse staat met een gelijkaardige functie als de Belgische inrichtingen. De orders zullen de verschillende inrichtingen voor militaire fabricaten bereiken tussen 17u00 en 18u00. Er wordt op aangedrongen dat alle arbeiders en hun families naar Frankrijk worden overgebracht. Ze worden in het bezit gesteld van een vrijgeleide met als statuut “Ouvriers d’Etat”. Dit zal echter niet beletten dat in een aantal gevallen de civiele arbeiders en hun families aan de Belgisch-Franse grens door de Franse douane van de treinen richting Frankrijk werden gehaald.

Et SPG/EFM

  • Staf/Et SPG
    De Staf/Et SPG, die zich in Middelkerke bevindt, krijgt ’s avonds laat van de Dienst Bewapening van het MLV te horen dat ze naar Frankrijk dienen te verhuizen en wel naar twee verschillende bestemmingen. Het Labo en de ACOS dienen zich naar Lannemezan (Hautes-Pyrénées) te begeven. De rookmunitie zal ter plekke blijven voor het veldleger terwijl de “fumigène 20” en het materieel naar Lannemezan verscheept moeten worden. De AMAF dient zich naar Saint-Priest (Rhône) te begeven. De herverdeling van het materieel in functie van de eindbestemming wordt moeilijk aangezien de verschillende tramstellen met materieel nog onderweg zijn naar West-Vlaanderen. De verschillende ladingen van het ACOS en het AMAF zullen in Houthulst gescheiden moeten worden en op de respectievelijke treinen naar Lannemezan en Saint-Priest geladen worden.
  • Labo/Et SPG
    Het labo verlaat samen met de ST SPG de stad Gent en begeeft zich naar Diksmuide, één van de drie bestemmingen voor de trams van de buurtspoorwegen geladen met het materieel van de Et SPG. Het labo en de technische dienst zullen in Diksmuide blijven tot 16 mei.
  • ACOS/Et SPG
    Te Steendorp worden de zeven aanhangwagens “type Z” om 04u00 opgehaald door evenveel FN-Kégresse 3T halftrack trekkers die uit het Reservewielvoertuigenpark van Gent overgekomen zijn. Onder leiding van Adjudant Verstraete vertrekt deze colonne naar het depot van Houthulst. Om 10u15 vertrekt tenslotte de goederentram van de buurtspoorwegen onder bevel van Lt Mockel naar Houthulst met aan boord twintig kisten met 1.600 rookpotten, 400 kilogram “fumigène 20″, achthonderd 75mm rookgranaten, een hoeveelheid materieel en werktuigen en twee ton chloorkalk.  De tocht loopt volledig over het tramnetwerk en bereikt via Hamme (12u00), Gent (17u00) en Tielt (22u00).
  • AMAF/Et SPG
    Een tweede trein met 27 wagons van de buurtspoorwegen, geladen met het materieel van het AMAF en met twee wagons voor het personeel, staat onder bevel van Kapitein Aspelslagh (
    of 1Kapt Aspeslagh – TBC). Deze trein begeeft zich naar het depot van de buurtspoorwegen in de Lange Veldstraat te Diksmuide. Aan boord van deze trein zitten ook de arbeiders en hun familieleden die de toelating kregen mee te reizen naar Frankrijk.

FRC/EFM
De kanongieterij krijgt het bevel om naar Mably nabij Roanne uit te wijken. Hier bevindt zich in een uitgestrekt gebied het “Arsenal de Roanne”, een groot arsenaal van het Franse leger ten noordwesten van Lyon. Er wordt opnieuw gestart met de demontage van de machines.

Het personeel van de FRC zal worden tewerkgesteld in het ‘Arsenal de Roanne’ van Mably.

MAE/EFM
In het station Gent-Rabot wordt alle daar aanwezig materieel op een trein geladen met 49 wagons. Wanneer tegen 17u00 het bevel komt om naar Frankrijk te vertrekken moeten nog 17 wagons geladen worden. Een tweede stel rijtuigen wordt aangevraagd voor het vervoer van het personeel. Als uiteindelijke eindbestemming voor de MAE wordt Brive-la-Gaillarde (Corrèze) doorgegeven. Nadat de trein geladen is begeeft Kol Bertrand zich naar de Dienst Bewapening van het MLV die zich te Middelkerke bevindt, om instructies betreffende het vertrek naar Frankrijk te ontvangen. Na ontvangst van zijn orders vertrekt Kol Bertrand langs de baan naar Brive.

AFM/EFM
Een eerste trein met de 30 goederenwagons die op 14 mei al geladen werden, vertrekt om 10u00 richting Adinkerke. Een tweede treinstel van 60 goederenwagons komt aan in Zwijndrecht, het personeel van de AFM doet verder met het laden van hun materieel en voorraden op de goederenwagons. Nu de eerste 100 wagons beschikbaar zijn ziet Kolonel Brosius dat hij ten minste 400 wagons nodig heeft als ook een hefkraan van 10 ton om al het materieel van de AFM te vervoeren. Hij heeft ook nood aan een groot aantal passagiersrijtuigen voor zijn 2.600 arbeiders. Brosius vertrekt die dag naar de Dienst Bewaking van het MLV te Middelkerke voor verdere instructies. Bij zijn terugkeer te Zwijndrecht ontvangt hij rond 18u00 een telegram met de bestemmingen in Frankrijk. De Dienst bewapening kan echter niet specificeren welke activiteit op welke locatie dient te gebeuren waardoor Kol Brosius zijn personeel arbitrair moet verdelen over de verschillende treinstellen. Hij beslist dat de Werkplaatsen voor het vullen van obussen naar Saint-Florentin (Yonne) zullen verhuizen. De rest van de AFM krijgt Tarbes (Hautes-Pyrénées) als bestemming. Het wordt nog een moeilijke opdracht om de verhuis te coördineren aangezien de eerste treinen de Werkplaatsen reeds verlaten hebben nog voor de bestemming in Frankrijk gekend was. Zij zullen in Adinkerke hun eindbestemming te horen krijgen.

Ook de fabriek in Nieuwkerke-Waas wordt ontruimd. Luitenant IMF Coquette, belast met de opdracht de fabriek te ontruimen, kan met het personeel slechts 20 wagons laden. Hij realiseert zich dat de Duitsers gebruik kunnen maken van de niet ontmantelde installaties en beslist om wat overblijft van de fabriek te saboteren. De gebouwen met de munitiemachines laten ontploffen is geen optie omdat dit teveel schade zou toebrengen aan de omgeving. Hij komt op het idee om de afvalzuren van het productieproces naar het reservoir van de watertoren van het bedrijf te pompen. De volgende morgen wordt het reservoir met het zuur water geledigd en in circuit gebracht naar de verschillende machines. In de wetenschap dat de Duitsers de fabriek niet onmiddellijk zullen overnemen zal het stilstaand zuurwater de nodige schade aan de machines en ondergrondse leidingen toebrengen.

AC/EFM
In de loop van de dag komen de drie treinen met materieel en de trein met het personeel toe in Poperinge. Het materieel wordt niet uitgeladen en blijft aan boord van de drie materieeltreinen. Het personeel van het arsenaal wordt gehuisvest bij burgers te Poperinge. Kolonel IMF Brasseur begeeft zich naar Middelkerke waar het MLV zich in tussentijd heeft geïnstalleerd. Hij brengt bij het SCC verslag uit over de verplaatsing van zijn arsenaal naar Poperinge en krijgt opdracht om voorlopig ter plekke blijven in afwachting van nieuwe orders. 

IGFM/EFM
Het MLV neemt de beslissing dat naast de arbeiders ook hun familieleden naar Frankrijk geëvacueerd kunnen worden. Deze beslissing zal leiden tot vertragingen bij het vertrek van de personeelstreinen van sommige inrichtingen

Et SPG/EFM

  • ACOS/Et SPG
     Omstreeks 03u00 bereikt de goederentram van buurtspoorwegen, onder bevel van Lt Mockel, het station van Roeselare. Hij neemt er contact op met Lt BVM Waeghemans van het Munitiedepot van Houthulst die hem meedeelt dat de tram moet doorreizen naar Staden om er gelost te worden. De goederen zullen per vrachtwagen van Staden naar het depot vervoerd worden. Het konvooi van Adjudant Verstraete met de zeven aanhangwagens “type Z”, die over de baan naar Houthulst reisden, is  om 04u00 aangekomen in het depot van Houthulst. Om 05u00 komt Lt Mockel aan te Staden waar voertuigen en personeel van het 1ste Regiment Artilleriepark klaar staan om de lading te ontladen en naar het depot te brengen. Er wordt de ganse dag gewerkt om de voorraden over te brengen. Om 07u00 neemt Lt Mockel contact op met de Staf/Et SPG in Middelkerke om te melden dat zowel de aanhangwagens als de goederentram in Houthulst zijn aangekomen. Om 11u00 krijgt hij van Kapitein Courtin volgend waarschuwingsbevel: “Transborder matériel Z sur chemin de fer à voie normale en vu d’un départ lointaine“. Het reisdoel zal worden meegedeeld om 15u00.  Hij begint in het depot van Houthulst onmiddellijk met het laden van de trein die hem wordt toegewezen. 1Kapt IMF Deladrier, die om 15u00 van Majoor IMF Corthouts verneemt dat Lannemezan de bestemming wordt waar ACOS naartoe moet, duidt Luitenant Blaise aan om met een ploeg installatiepersoneel naar het Frans arsenaal te Lannemezan af te reizen teneinde de verhuis van de rest van de ACOS voor te bereiden. Aansluitend wordt Lt Mockel om 15u00 verwittigd dat zijn eindbestemming Lannemezan in Frankrijk is.  Er wordt tot 18u00 doorgewerkt om 11 treinwagons te laden met het materieel van de ACOS. Er wordt ook één rijtuig voor personeel bij de trein gevoegd. Er is echter nog een probleem voor het laden van de aanhangwagens (de klassieke en die van het type Z); hiervoor dienen platte goederenwagons naar het depot van Houthulst gestuurd te worden. Wanneer de trein voor Lannemezan om 18u00 geladen is beschikt Lt Mockel nog steeds niet over de platte goederenwagons. De aanhangwagens die per tram naar Staden werden gebracht blijven op de parking van het depot van de buurtspoorwegen te Staden staan, de aanhangwagens “type Z” in het depot van Houthulst.
  • AMAF/Et SPG
    Kapitein Aspelslagh van het AMAF is inmiddels in Diksmuide toegekomen waar hij onmiddellijk begint met het overladen van het materieel op een gewone trein. De Luitenanten Troquet en Verheyden, samen met hun ploeg soldaten en militaire arbeiders, werken de klok rond om het materieel over te laden. Luitenant Colin, die zich met zijn colonne vrachtwagens, nog steeds in Roeselare bevindt wordt door Kapitein Aspelslagh doorgestuurd naar Adinkerke. Hij neemt contact op met de Dienst Gasbescherming van het MLV te Middelkerke en krijgt opdracht om naar het station van Adinkerke door te rijden waar de vrachtwagen op een trein zullen worden gezet.
  • Labo/Et SPG
    Het Labo/Et SPG dat zich nog in Diksmuide bevindt krijgt opdracht om zich langs de baan naar Lannemezan, te zuidoosten van Tarbes, te begeven. Ze vertrekken nog dezelfde dag en slagen erin via langs Abbeville, Chartres, Poitiers en Bordeaux het stadje Lannemezan te bereiken op 21 mei. Het personeel van het Labo wordt ter beschikking gesteld van de commandant van het “Atelier de chargement des Obus” dat in volle opbouw is. Lt Res Spec Hauchamp helpt mee met de installatie van het atelier.

MAE/EFM
Om 15u30 vertrekt een konvooi met 25 vrachtwagens onder bevel van Kapitein IMF Parmentier naar Brive. Na het vertrek van de vrachtwagens vertrekt ook de trein met het personeel en met de 49 wagons met materieel. Kapitein-commandant Soumoy wordt aangeduid als treincommandant, bijgestaan door Lt Res Jacquet. De trein heeft 24 uur nodig om Gent te verlaten. Op dat ogenblik ontbreekt nog 200 man die Luik per trein verlaten hebben maar nog steeds niet in Gent toegekomen zijn. Onder hen Jules Martin, een civiele werkkracht die omkomt tijdens een luchtbombardement op Vissoul.

AFM/EFM
Tijdens de nacht van 15 op 16 mei komen nog eens een honderdtal goederenwagons aan waardoor de AFM in het totaal nu over 200 goederenwagons beschikt. Aan het eind van de dag zijn er ook twee spoorkranen van 6 ton beschikbaar, maar die komen te laat toe voor het inladen van het materieel. Alle treinstellen geladen met materieel vertrekken nog die dag. Er bevinden zich nog steeds heel wat arbeiders in de installaties, maar de toestand wordt steeds onrustiger. De Rijkswacht van Zwijndrecht is er van door gegaan en de elektriciteitscentrale van Schelle heeft de productie stilgelegd zodat de Werkplaatsen zonder stroom zitten. Brosius tracht via het station Beveren-Waas aan een passagierstrein te komen. Het antwoord is echter negatief en de kolonel laat dan maar zoveel mogelijk arbeiders in de laatste goederenwagons klimmen. Kolonel Brosius krijgt van het GHK te horen dat hij voor het einde van de dag Zwijnaarde verlaten moet hebben. Vreemd genoeg bekomt de Directeur van de AFM de toelating van het ministerie om ook familieleden van het personeel van de AFM naar Frankrijk te evacueren. Hierdoor wordt het vertrek met nog een nacht vertraagd.

AC/EFM
Tegen de middag komt te Poperinge een motorrijder aan van de staf van Luitenant-generaal Jamotte: alle formaties van de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten zullen naar Frankrijk vertrekken. Het AC moet naar Saint-Etienne uitwijken. Kol IMF Brasseur wordt verzocht om zich onmiddellijk naar Middelkerke te begeven om er van de SCC de nodige instructies te ontvangen betreffende het vertrek naar Frankrijk. In Middelkerke krijgt de Directeur van het arsenaal meer bijzonderheden over de praktische organisatie van het transport naar Frankrijk. Eens terug in Poperinge worden de orders gegeven om naar Frankrijk te vertrekken. Op het ogenblik dat iedereen vertrekkensklaar is komt ook hier het bevel dat de familieleden van diegenen die het wensten mee naar Frankrijk konden vertrekken. Er worden vrachtwagens uitgestuurd naar Gent, Antwerpen en Brussel om de families op te halen. Bovenop de 1.800 personeelsleden van het AC moet ook nog transport gevonden worden voor een honderdtal familieleden. Eén materieeltrein kan Poperinge al verlaten om 16u00, een colonne voertuigen met aan boord het installatiepersoneel kan de stad nog verlaten tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

Et SPG/EFM
Lt Blaise vertrekt met het installatiepersoneel naar Lannemezan. Ook het detachement van Adjt Verstraete te Houthulst ontvangt nieuwe orders. De zeven aanhangwagens “type Z” moeten de trein op. Om 07u30 zijn er nog steeds geen platte goederenwagons beschikbaar. In het depot van Houthulst bevinden zich echter wel zes wagons geladen met hout van het Park van de Genie (PGnA). Lt Mockel vraag aan de Kapitein-commandant de Cheron, commandant van het Geniedepot Houthulst/PGnA om het hout te ontladen en de wagons ter beschikking te stellen van het Et SPG. Hij krijgt om 11u00 de toelating voor het ombouwen van twee wagons om er aanhangwagens mee te kunnen vervoeren. Om 15u00 worden de aanhangwagens “type Z” te Houthulst op de trein geladen. Intussen wordt in het station Westrozebeke een stoomlocomotief opgevorderd. Aan het eind van de dag worden de omgebouwde houtwagons in het station van Staden bij de trein van Lt Mockel gevoegd waardoor een treinstel met veertien wagons gevormd wordt. Lt Mockel wordt aangeduid als treincommandant en vertrekt uit Staden om 21u00. Hij meldt telefonisch aan de Staf/Et SPG te Middelkerke: “Le train Z quitte Staden“. Om middernacht rijdt het konvooi reeds voorbij Kortemark.

FRC/EFM
De eerste materieeltrein van het FRC verlaat Brugge met bestemming Roanne in de vroege ochtend. Een tweede trein met aan boord onder meer 1Kapt Allaert vertrekt om 09u30.

MAE/EFM
De trein van de MAE slaagt er eindelijk in om Gent te verlaten. Het opgelegde rijpad loopt van Gent langs Lille, Arras, Abbeville, Eu, Dieppe en Rouen. 

AFM/EFM
Terwijl een deel van het burgerpersoneel moet achterblijven in Zwijnaarde staat de laatste goederentrein, met weliswaar ook enkele goederenwagons met personeel aan boord, vertrekkensklaar in het station van de Werkplaats. Het is de bedoeling de installaties te verlaten om 06u00. Uiteindelijk komt alsnog een trein met een twintigtal passagiersrijtuigen aan te Zwijnaarde waardoor er wordt overgegaan tot het wisselen van wagons. De trein met de passagiersrijtuigen vertrekt om 08u00 uit Zwijndrecht, de trein met het materieel vertrekt om 11u00. Intussen zijn ook de plaatselijke Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen gevlucht. Het personeel dat niet kon instijgen in de trein wordt verzocht met eigen middelen Adinkerke te vervoegen. Het is merkwaardig hoe de AFM erin geslaagd is om op twee dagen tijd alle materieel, voorraden en het meeste personeel op transport te krijgen. Eens de laatste trein vertrokken begeeft Kolonel Brosius zich naar Adinkerke waar zijn treinen verzamelen voor het vertrek naar Frankrijk. Hij vertrekt om 17u00 samen met een konvooi van een twintigtal voertuigen, met aan boord de officieren en onderofficieren van de AFM, en komt ’s avonds laat nog in Adinkerke toe. Hier krijgt hij te horen dat de eerste twee treinen met materieel van de AFM werden doorgestuurd richting Roanne, de eindbestemming van de FRC. Hij vertrekt dezelfde nacht nog naar Middelkerke voor een onderhoud met Luitenant-generaal IMF Jamotte. Hier verneemt hij de definitieve organisatie van de AFM in Frankrijk. Het Studiebureau, het laboratorium en de technische afdeling die de obussen en de ladingen samenstelt moet naar Tarbes, de technische diensten moeten naar Saint-Florentin en de sectie explosieven moet naar Saint-Champs (Bouche-du-Rhône). Kolonel Brosius beseft dat eenmaal in Frankrijk aangekomen er een grondige reorganisatie dient te gebeuren. Omdat de Belgische Post niet langer functioneert, krijgt Kolonel Brosius 2,5 miljoen Frank toegewezen voor het betalen van de lonen van zijn arbeiders voor de eerste helft van de maand mei. De officier-rekenplichtige van de Werkplaatsen haalt het ganse bedrag in contanten op bij de zetel van de nationale bank te Oostende en deponeert de som op een rekening van de Société Générale te Duinkerke.

AC/EFM
Er wordt nog gezocht naar een 70-tal rijtuigen voor het vervoer van het personeel. Wanneer dit geregeld vertrekken de overige treinen rond 16u00 uit Poperinge, op dat ogenblik verlaat Kol IMF Brasseur het land en begeeft zich langs de baan naar Saint-Etienne.

Et SPG/EFM
Bij de doortocht te Kortemark wordt de trein van Lt Mockel door de stationschef tegengehouden onder het voorwendsel dat er niet genoeg wagons op sleeptouw genomen zijn en de locomotief onderbenut is. Toevallig staat in het station van Kortemark een treinstel met dertig wagons (vermoedelijke één van de treinen die op 17 mei uit Zwijndrecht vertrok – TBC) van de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie. De treincommandant van deze trein, een onderofficier, weet enkel dat hij naar Frankrijk moet maar kent zijn bestemming niet. Lt Mockel aarzelt niet en beslist om de 30 wagons aan zijn trein te laten aanhaken. De nu veel langere trein van 44 wagons wordt door de stationschef doorgelaten en zet zijn tocht verder naar Adinkerke. Om 06u00 wordt Adinkerke binnengereden waar de trein opnieuw wordt tegengehouden door de stationschef. Hij gelast de arbeiders en hun familie uit te stijgen en hun bagage uit te laden. Nog voor iedereen is uitgestegen geeft de onderstationschef de toelating om door te reizen. De arbeiders en familieleden die werden afgezet worden naar Diksmuide gestuurd. Om 11u00 rijdt de trein de Franse grens over maar wordt  alweer tegengehouden in Bray-Dunes omdat de Franse autoriteiten menen dat het om vluchtende burgers gaat. Uiteindelijk wordt Duinkerke bereikt om 13u00 waar gewacht wordt op een rijpad tot 18u00. Via Duinkerke wordt koers gezet naar Calais met als voorlopige bestemming Montluçon ten zuiden van de Loire.

FRC/EFM in Frankrijk
De tweede trein, die op 17 mei Brugge verliet, bereikt tegen de avond zonder problemen het station van Conchil-le-Temple ten zuiden van Berck. Hier wordt halt gehouden om de nacht van 18 op 19 mei in het station door te brengen. Intussen verlaat ook de laatste trein van het FRC Brugge. Door het late vertrek uit ons land zullen op één na alle treinen vast komen te zitten in Noord-Frankrijk na de Duitse verovering van Abbeville op de Atlantische kust. 

MAE/EFM in Frankrijk
Kolonel IMF Bertrand en de installatieploeg van de MAE komen als eerste toe in Brive.

AFM/EFM
De trein, met 14 wagons van het Et SPG en 30 wagons (met onder andere personeel) van het AFM bereikt Adinkerke rond 06u00. De stationschef van Adinkerke laat weten dat alle burgerarbeiders in ons land dienen te blijven en er alleen militairen mee mogen naar Frankrijk. Wanneer het duidelijk is dat het personeel terug moet instijgen vertrekt de trein en blijft een gedeelte van het personeel verweesd achter op het perron in Adinkerke. De trein rijdt Frankrijk in en wordt tegengehouden in Bray-Dunes omdat de Franse autoriteiten menen dat het om vluchtende burgers gaat. Een officier dient tussenbeide te komen om de doortocht te verzekeren en de trein wordt doorgestuurd naar Montluçon.

De goederentrein die op 17 mei om 11u00 Zwijnaarde verlaten heeft komt toe in Adinkerke en vertrekt eveneens richting Frankrijk, begeleid door drie officieren. De staf van de AFM zoekt nu nog naar een oplossing om het achtergebleven personeel, hun families alsook diegenen die in de loop van de dag nog met eigen middelen in Adinkerke zijn toegekomen op transport te krijgen naar Frankrijk. Het is pas ’s avonds dat nog een treinstel gevonden wordt met rijtuigen voor passagiers, waar de vrouwen en kinderen in plaatsnemen, en met goederenwagons voor de mannen. De trein verlaat diezelfde dag nog Adinkerke richting Duinkerke. Amper drie uur na vertrek van deze trein komt nog een grote groep arbeiders per fiets toe in Adinkerke. Kapitein IMF Vranckx en Luitenant Danhier krijgen de opdracht om een oplossing te vinden de arbeiders alsnog in Frankrijk te krijgen. Vermoedelijk zijn ze te Oostende ingescheept aan boord van de Franse ferry Cote d’Argent samen met het detachement burgerpersoneel van de Technische Dienst van de Transmissietroepen met de bedoeling Dieppe te bereiken. Op zee wordt de ferry tegengehouden door een schip van de Britse marine en naar Folkestone gestuurd [19]. Beide officieren hebben uiteindelijk de AFM kunnen vervoegen via Engeland.

IGFM/EFM
Met uitzondering van de ministers Pierlot, Spaak, Vanderpoorten en Denis vertrekt de ganse regering naar Frankrijk. Bij Landsverdediging wordt het volledige kabinet het land uitgestuurd met uitzondering van kabinetschef Kolonel SBH Gilbert, adjunct-kabinetschef Luitenant-kolonel De Schrijver en de minister zelf. De diensten zullen zich te Le Havre moeten hergroeperen en krijgen Sainte-Adresse als voorlopige bestemming. De LtGen Jamotte en de IGFM reizen door naar Parijs en zullen zich installeren nabij het Franse Ministerie van Bewapening.

Et SPG/EFM in Frankrijk
De trein van Lt Mockel rijdt het station van Calais binnen om 01u00 binnen en moet er twee uur wachten. De reis wordt om 03u00 voortgezet naar Abbeville. Intussen is ook het materieel dat in Diksmuide toekwam overgeladen op gewone goederenwagons. Kapitein Aspelslagh verlaat als eerste Diksmuide om 13u00. Aan boord van zijn trein bevinden zich ook de arbeiders met hun families en vreemd genoeg ook “du matériel spécial et dangereux” (wat dit ook mocht zijn – TBD). Een laatste trein met materieel van de Et SPG verlaat Diksmuide later op de dag met aan boord de Lt Verheyden en de Lt Trocquet. Vermoedelijk werden de vrachtwagens van Lt Colin in Adinkerke op de trein van Kapt Aspelslagh gezet (TBC). Deze trein blijft in het station van Leffrinkcoucke tijdens de nacht van 19 op 20 mei en ondergaat bij zonsopgang een luchtbombardement echter zonder veel schade.

Enige uitweg per spoor vanuit Abbeville is de lijn richting Le Tréport via Cambron en Cahon.

FRC/EFM in Frankrijk
Vanuit Conchil-le-Temple gaat de treinreis verder naar Abbeville waar de Somme wordt overgestoken. Op de zuidelijke oever van de Somme wordt doorgereisd via Longpré-les-Corps-Saints naar Amiens. Net voor ze Amiens bereiken wordt het station van Amiens gebombardeerd en is er geen doorkomen meer aan. Er wordt teruggekeerd naar Abbeville waar de nacht van 19 op 20 mei wordt doorgebracht [23].

MAE/EFM in Frankrijk
Te Abbeville wordt de trein van Cdt Soumoy eerst richting Amiens gestuurd maar daar wordt de doortocht versperd door de vernieling van het station van Amiens na een luchtbombardement. De trein rijdt terug naar Abbeville en begeeft zich via Cahon richting Eu waar de trein plots in het station blijft stilstaan. De locomotief moet dringend bevoorraad worden in kolen en water. Een groot deel van het personeel is niet bereid nog langer te wachten in Eu en zet de tocht op eigen kracht verder. Cdt Soumoy en Lt Jacquet blijven aan boord en vertrekken per trein nadat de locomotief terug aangehaakt is. De trein bereikt langzaam maar zeker Dieppe. In het station Dieppe – Quay ondergaat de trein een luchtbombardement waarbij er enkele gewonden vallen

AFM/EFM
Kolonel Brosius verlaat Adinkerke per auto omstreeks 15u30 samen met de andere officieren in een colonne van vrachtwagens en stafauto’s. Door de chaos op het spoorwegennet komen een aantal treinstellen van de Werkplaatsen vast komen te zitten rond Calais en Duinkerke en zullen nooit hun bestemming bereiken. Onder de vastgereden treinen, de nieuwe passagierstrein die het in Adinkerke overgebleven personeel heeft meegenomen. Deze trein rijdt zich vast in Duinkerke waar er al een twintigtal andere Belgische treinen geparkeerd staan op meerdere rangeerterreinen. Uiteindelijk komen slechts een honderdtal goederenwagons aan in Tarbes.

AC/EFM in Frankrijk
Kolonel IMF Brasseur bereikt Saint-Etienne en vindt er zijn installatieploeg terug. Intussen is er ook al een trein met materieel en personeel toegekomen te Saint-Etienne. De installatieploeg brengt Kol IMF Brasseur op de hoogte dat de Fransen een gigantische overdekte wielerbaan ter beschikking stellen om het personeel van het arsenaal in onder te brengen. De Directeur van het Arsenaal gaat niet akkoord met de gevonden oplossing en beseft dat de treinen die op 17 mei in Poperinge vertrokken zijn, in de komende dagen zullen toekomen. Ze slagen erin de trein met aan boord het personeel te laten stoppen in Roanne en laten er het personeel en hun families uitstijgen. De mensen worden ondergebracht bij de burgers van de stadjes Saint-Symphorien, Saint-Victor en Regny. In elk van de plaatsen wordt een officier aangeduid als kantonnementscommandant.

Et SPG/EFM in Frankrijk

  • ACOS/Et SPG
    Lt Blaise bereikt het Franse arsenaal te Lannemezan en begint met de voorbereiding voor de installatie van de ACOS. De trein van Lt Mockel bereikt Abbeville om 07u00 en kan nog net op tijd de zuidelijke oever van de Somme bereiken. Enkele uren later zullen de Duitse troepen de stad Abbeville aan de Atlantische kust innemen. De trein passeert Dieppe om 18u00 en rijdt ’s avonds Rouen rond 20u30 binnen.
  • AMAF/Et SPG
    De treinen van Kapitein Aspelslagh, Lt Collin, Lt Verheyden en Lt Trocquet hebben minder geluk, zij komen ’s morgens vroeg vast te zitten in het station van Dunkerque-Dunes. Uiteindelijk bereikt slecht een klein detachement van de AMAF langs de baan Saint-Priest. Het detachement staat onder bevel van Majoor IMF Liégeois en beschikt slechts over een zeer beperkte hoeveelheid materieel.

FRC/EFM in Frankrijk
Vanaf 09u00 start de Luftwaffe met een onafgebroken bombardement van Abbeville. Het bombardement is nog aan de gang op het ogenblik dat de trein het station verlaat richting Le Tréport. Net buiten Abbeville komt de trein tot stilstand te Cambron door de grote drukte op het spoor. De trein blijft er staan tot 19u00 waarna er eindelijk kan worden doorgereisd. Enkele kilometers verder, ter hoogte van Cahon komt het treinverkeer opnieuw tot stilstand. Een trein werd gebombardeerd en vervolgens aangereden door de trein die volgde. Het spoor zit volledig vast en een speciale spoorkraan moet worden doorgestuurd van Rouen om de sporen terug vrij te maken. Tijdens de nacht van 20 op 21 mei wacht het personeel nog op het vrijmaken van het spoor maar om 01u00 wordt beslist te voet verder te trekken.

AFM/EFM in Frankrijk
De colonne voertuigen komt aan in Montreuil waar de colonne splitst. De voertuigen met bestemming St-Florentin rijdt verder onder bevel van Majoor IMF Hougardy, de colonne met bestemming Tarbes onder bevel van 1ste Kapitein IMF Philips. Beide colonnes zullen uiteindelijk op hun bestemming toekomen. De directeur van de AFM vertrekt samen met vijf stafofficieren direct naar Tarbes om de nodige schikkingen te treffen voor de inkwartiering van de detachementen.

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.

IGFM/EFM
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat treinen met materieel en personeel van de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden. De treinen die de troepen naar het zuiden brachten zitten vast in verschillende Noord-Franse stations zoals Boulogne, Calais en Duinkerke. De eenheden krijgen de opdracht om naar België terug te keren.

Et SPG/EFM in Frankrijk

  • ACOS/Et SPG
    De trein van Lt Mockel passeert Le Mans (09u00) en komt aan te Tours (18u00).
  • AMAF/Et SPG
    De treinen die vast kwamen te zitten in het station van Dunkerque-Dunes ondergaan de ganse nacht van 20 op 21 mei zware luchtbombardementen waarbij een aantal petroleumtanks in het havengebied in brand geschoten worden. De bombardementen blijven de ganse dag aanhouden.

FRC/EFM in Frankrijk
Het detachement van 1Kapt Allaert trekt in de vroege ochtend van 21 mei te voet langs de weg verder in de richting van Eu waar ze tegen de ochtend toekomen. Hier vernemen ze dat Abbeville in handen van de Duitsers is gevallen. In het station van Eu wordt het detachement opgesplitst en waar mogelijk wordt plaats genomen in voorbijkomende treinen om verder landinwaarts te komen.

MAE/EFM in Frankrijk
Kapitein IMF Parmentier en het konvooi met de 25 vrachtwagens komt toe in Brive.

AC/EFM in Frankrijk
Vanaf 21 mei komen de treinen met het materieel van het AC toe in Saint-Etienne. Het materieel wordt echter niet ontladen en de treinen worden geparkeerd op zijsporen. Er worden verkenners uitgestuurd om binnen een straal van 100 km uit te kijken naar een geschikte vestigingsplaats om een autonome Belgische werkplaats in te richten. De verkenners komen terug naar Saint-Etienne zonder resultaat. Hierop start Kol IMF Brasseur een lange reeks onderhandelingen met de directeur van de “Manufacture d’ Armes de Saint-Etienne (MAS)” waaruit al gauw blijkt dat de Fransen niet geneigd zijn om de Belgen toe te laten een eigen werkplaats op te richten.

Et SPG/EFM in Frankrijk

  • ACOS/Et SPG
    Via Bordeaux (08u00) wordt naar Lannemezan gereden waar de trein om 20u00 toekomt.
  • AMAF/Et SPG
    De staf van de AMAG en een gedeelte van de AMAF onder bevel van Maj IMF Liégeois slaagt erin Saint-Priest ten zuidoosten van Lyon te bereiken. Ze worden er tewerk gesteld in het “Atelier de Fabrication de masques à gaz”, een Frans arsenaal gespecialiseerd in het maken van gasmaskers. Ondertussen beslist Kapitein Aspelslagh om het station van Dunkerque-Dunes te verlaten. De intensiteit van de bombardementen blijft toenemen en steeds meer Belgen die vastzitten in treinen op de verschillende rangeerterreinen trekken weg. De arbeiders en hun families vertrekken te voet naar het dichtstbijzijnde dorp. De documenten en de meegebrachte bewapening wordt vernietigd terwijl een poging gedaan wordt om de camions van Lt Colin van de trein af te halen. Slechts twee voertuigen kunnen vrijgemaakt worden de andere twee worden vernietigd op de trein. Met de twee vrachtwagens kan al het meegereisde militair personeel uiteindelijk Koksijde vervoegen.

FRC/EFM in Frankrijk
De laatste elementen die aan de Duitse omsingeling in Noord-Frankrijk zijn kunnen ontsnappen, komen aan te Roanne.

Et SPG/EFM in Frankrijk
Lt Mockel neemt contact op met de staf van LtGen Jamotte in Parijs en vraagt welke de bestemming is van de 30 wagons van de AFM. Hij krijgt te horen dat de trein naar Tarbes moet.  De trein wordt gesplitst en de dertig wagons van de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie vertrekken om 20u30 onder leiding van de onderofficier van AFM naar Tarbes.

FRC/EFM in Frankrijk
Het personeel en het materieel dat is toegekomen in Roanne wordt door de directeur van het Franse arsenaal te Roanne, de Franse Colonel Longis, opgevorderd en ingezet.

MAE/EFM in Frankrijk
De trein met materieel en personeel van de MAE, die op 17 mei uit Gent vertrok onder bevel van Cdt Soumoy, komt eveneens toe in Brive. De trein heeft nog slechts 17 wagons met materieel en in de rijtuigen met personeel bevinden zich slechts 251 manschappen. Onderweg werd de trein gebombardeerd en een aantal wagons moest worden achtergelaten. Veel van de oudere arbeiders, onder hen talrijke veteranen van de Eerste Wereldoorlog, proberen kost wat kost Brive te bereiken. Enkele onder hen liepen zelfs verwondingen op tijdens het luchtbombardement. Te voet, per fiets, met opgeëiste voertuigen en vrachtwagens, waarbij sommigen de tocht hebben gemaakt zittend op de spatborden of staand op de treeplank, komen ze doodvermoeid toe te Brive. Kenmerkend is het verhaal van Henri Vlekken. Deze 46 jarige oud-strijder en invalide van WOI meldt zich aan op 10 mei in de MAE. Hij volgt zijn kameraden naar het zuiden van Frankrijk waar hij het laatste stuk van de reis op eigen kracht aflegt. Total uitgeput komt hij in Brive toe waar hij onmiddellijk gehospitaliseerd moet worden. Ondanks de goede zorgen overlijdt hij op 4 juni aan ontbering. Hij wordt ter plaatse begraven.

Van de trein met 25 wagons die op 11 mei uit Luik vertrok en van de trein met 17 wagons die op 14 mei in Brugge toekwam is elk spoor vermist.

De Manufacture d’Armes (MAT) te Tulles waar het personeel van het MAE werd tewerkgesteld.

IGFM in Frankrijk
LtGen IMF Jamotte bevindt zich nog steeds te Parijs op het Franse Ministerie van Bewapening en na de verhuis bevinden de verschillende arsenalen en werkplaatsen van de EFM zich op volgenden locaties

  • Et SPG in Lannemezan (Labo) en Saint-Priest (AMAF)
  • FRC in Roanne (Loire)
  • MAE in Brive-la-Gaillarde en Tulle (Corrèze)
  • AFM in Tarbes
  • AC in Saint-Etienne (materieel) en Roanne (Personeel)

MAE/EFM in Frankrijk
Volgende officieren van de MAE zijn erin geslaagd Brive-la-Gaillarde te bereiken: Kol IMF Bertand (Directeur), Maj Charles (Beheerder), 1Kapt IMF Dufour (Onderdirecteur), 1Kapt IMF Spirlet, Cdt Soumoy, Kapt IMF Toulmonde, Kapt IMF Dumont, Kapt IMF Parmentier, Lt IMF Declaye, Lt CDM Wastelain, Lt Quiriny, Lt Res Fumal, Lt Res Filot, Lt Res Jacquet, Lt Res Culot en Lt Res Dupont. Ook de secretaris van de MAE, Dhr Moors is in Brive terechtgekomen.

AC/EFM in Frankrijk
Om 09u00 ontvangt Kol Brasseur een telefoontje van zijn collega van het MAS met de boodschap dat het Franse Ministerie van Bewapening beslist heeft dat de Belgische arbeiders in eerste plaats dienden tewerkgesteld te worden in de Franse wapenfabriek. De overige arbeiders zouden aan de slag kunnen in een verlaten werkplaats in Boen-sur-Lignon, een vijftigtal kilometer ten noordoosten van Saint-Etienne. Kolonel IMF Brasseur had die werkplaats echter al verkend te samen met zijn onderdirecteur en die volledig ongeschikt gevonden om er het arsenaal in onder te brengen. Na een nieuw gesprek met de directeur van de MAS verneemt hij dat het ministerie eigenlijk beslist heeft dat het personeel van het AC verspreid zou worden over verschillende Franse werkplaatsen in Rennes, Toulouse, Lyon, Roanne en Saint-Etienne.

De s.s. Henri Jaspar van de CMB die op 26 mei in La Rochelle aanmeerde.

FRC/EFM in Frankrijk
Het personeel van de FRC wordt hartelijk onthaald door de Fransen te Roanne maar wordt onmiddellijk aan het werk gezet in het plaatselijk arsenaal. De werkdagen zijn er lang; de arbeidsdag begint om 05u15 en eindigt op 19u5 met een middagpauze van twee uur. Dit uurrooster wordt gedurende zes dagen aangehouden, enkel op zondag wordt om 12u00 gestopt met werken. De mannen van de FRC kloppen werkweken van 78 uur.

Et SPG/EFM in Frankrijk
De Technische Dienst SPG die pas op 18 mei Diksmuide verliet en langs de baan naar Zuid-Frankrijk werd gestuurd bereikt via Saint-Julien-Liars nabij Poitiers uiteindelijk Saint-Priest en wordt onder bevel geplaatst van Majoor IMF Liégeois.

Te Lannemezan wordt Lt Mockel tewerkgesteld in het Atelier de chargement des Obus bij de dienst “manutention du fumigène 20“. Hij wordt ondermeer verantwoordelijk voor de het laden, lossen en opslaan van 400 ton chemische producten. 

AFM/EFM in Frankrijk
De colonne onder bevel van 1ste Kapitein IMF Philips komt in de nacht van 26 op 27 mei toe op zijn bestemming in Tarbes.

MAE/EFM in Frankrijk
Vanaf 26 mei wordt het personeel van de MAE tewerkgesteld in het Atelier de Construction de Brive (ACB) en in de Manufacture d’Armes de Tulle (MAT) op zo’n 25 kilometer van Brive.

AC/EFM in Frankrijk
Kolonel Brasseur is vast van plan om zijn opdracht, namelijk het heropstarten van het arsenaal in Frankrijk, ter harte te nemen en neemt contact op met de Algemene Inspecteur der Militaire Fabricaten, LtGen IMF Jamotte, die zich in Parijs, bij het Franse Ministerie van Bewapening bevond. De situatie zit muurvast tot plots het bericht binnenkomt dat het stoomschip “Henri Jaspar”, onderweg naar België, werd afgeleid naar de haven van La Rochelle. Op 26 mei komt het schip, volgeladen met zo’n tweeduizend chassis voor voertuigen, toe in haven La Pallice nabij La Rochelle en moet er door het personeel van het AC ontladen worden. Onmiddellijk wordt een officier op verkenning gestuurd naar la Rochelle om het lossen van het schip te bespreken. Wanneer vanuit Parijs opdracht gegeven wordt om de chassis naar Boen over te brengen ziet Kol Brasseur de kans om aan een inlijving door het MAS te ontsnappen. Na kort overleg met zijn officieren beslist hij om het arsenaal naar La Rochelle over te brengen en daar een geschikte plaats te zoeken om de werkplaats in te richten. Nog voor de avond vertrekt het installatiepersoneel naar La Rochelle om de verhuis voor te bereiden. LtGen IMF Jammotte wordt nadien telefonisch op de hoogte gebracht van de beslissing en geeft zijn zegen voor de verhuis.

AC/EFM in Frankrijk
De staf van het arsenaal neemt contact op met de stations van Saint-Etienne en van Roanne om respectievelijke één trein met materieel en één trein voor personeel te laten samenstellen en om een rijpad naar La Rochelle aan te vragen. Ondertussen wordt een aantal arbeiders die met een tijdelijke contract in dienst werden genomen door het AC naar de wapenfabriek van Saint-Etienne gestuurd om aan de vraag van de Fransen te voldoen en alzo geen argwaan te wekken. De Fransen zijn echter niet bereid om het snel op te geven en blokkeren de treinstellen in de stations van Saint-Etienne en Roanne. Het Belgisch personeel krijgt de opdracht om op de treinen te blijven zitten en geen gehoor te geven aan de Franse bevelen om uit te laden. Uiteindelijk vertrekt de trein met materieel met vier uur vertraging uit Saint-Etienne, de trein met personeel wordt 48 uur opgehouden in Roanne. Tevens wordt een colonne voertuigen samengesteld die zonder vracht Saint-Etienne verlaten op 27 mei.

Et SPG/EFM in Frankrijk

  • Labo/Et SPG
    Het personeel van het labo verneemt te Lannemezan het nieuws van de Belgische capitulatie op de Franse radio. Lt Bontinck roept zijn personeel samen en er wordt beslist dat de strijd wordt voortgezet aan de zijde van de Fransen. Het personeel blijft verder werken ten voordele van het Franse “Atelier de chargement des Obus”. 

FRC/EFM in Frankrijk
Het personeel van het FRC, dat al sinds 23 mei aan de slag is te Roanne, wordt door Majoor IMF Marchal op de hoogte gebracht van de Belgische capitulatie. Maj IMF Marchal beslist na het horen van de toespraak van Eerste Minister Pierlot (die specifiek vermeldt “que le gouvernement belge avait décidé que la Belgique continuerait la lutte au côtés des alliés”) dat zijn personeel zal blijven doorwerken in Roanne.

AFM/EFM in Frankrijk
Uiteindelijk is de evacuatie van de AFM geen succes geweest. Ondanks het feit dat de werkplaatsen op twee dagen tijd werden ontmanteld en opgeladen en dat ook het meeste personeel een plaatsje vond op een trein richting zuiden, zijn er maar weinig treinen in het zuiden van Frankrijk geraakt. De twee treinen met de arbeiders en hun families zijn ten noorden van de Somme blijven steken. Naast enkele bedienden en personeelsleden die met eigen middelen naar het zuiden zijn getrokken en de officieren en onderofficieren die in konvooi langs de baan naar het zuiden reden zijn enkel de arbeiders die instonden voor de begeleiding van de goederentreinen in Tarbes geraakt. Slechts een honderdtal goederenwagons, wat ongeveer 50% van het totaal aantal geladen treinwagons is, hebben Zuid-Frankrijk bereikt.

AC/EFM in Frankrijk
Uitgerekend op de dag van de Belgische capitulatie komt Kolonel IMF Brasseur toe in La Rochelle. Niet zonder enige moeite slaagt hij erin om toegang te krijgen tot een verlaten vluchtelingenkamp in Surgère (Charente Maritime), zo’n 30 kilometer ten oosten van La Rochelle. Hij wordt hierbij geholpen door de Belgische Consul van La Rochelle en de Franse Plaatscommandant. Het personeel zal er worden ondergebracht in houten barakken. Op 29 en 30 mei komt het materieel en het personeel toe in Surgère en met behulp van de burgemeester van Surgère verloopt de installatie van het arsenaal vlot. Uiteindelijk legt ook het Franse Ministerie van Bewapening zich neer bij de feiten waardoor het arsenaal kan worden opgestart als een onafhankelijke Belgische werkplaats. Allicht houdt dit verband met het feit dat de Belgische regering in ballingschap onder druk van de Fransen instemt om de 7de Infanteriedivisie (7Div) terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt eraan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen en een Belgisch Arsenaal voor het Wagenpark kan hiertoe bijdragen. De 7Div bevindt zich op dat ogenblik in Bretagne na een stapsgewijze terugtocht van het Albertkanaal waar ze op 11 mei werden teruggedrongen door de Duitsers.

FRC/EFM in Frankrijk
Ook het FRC wordt ingeschakeld om de 7Div opnieuw uit te rusten. Zo worden alle beschikbare C47mm kanonnen van de 7Div worden vanuit Bretagne naar Roanne gestuurd om voorzien te worden van nieuwe assen waardoor hogere snelheden kunnen worden gehaald op de weg.

12 juni 1940

FRC/EFM in Frankrijk
Het werk in een arsenaal is nooit zonder gevaar. De 28 jarige Raymond Tits is vastbesloten zich ten volle in te zetten voor de strijd tegen Duitsland. Hij werkt in het arsenaal van Roanne ten voordele van het Franse leger. Op 12 juni ontstaat brand in één van de tanks die hij aan het herstellen is. Hij wordt levend verbrand en kan niet meer gered worden.

17 juni 1940

IGFM/ECM in Frankrijk
Op 17 juni om 13u30 kondigt Maréchal Pétin in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan.

Et SPG/ECM in Frankrijk
Het AMAF dat tot 17 juni bleef werken in het Franse arsenaal dient zich verder naar het zuiden te verplaatsen onder druk van de vijandelijke opmars. Het AMAF en de ST SPG worden  doorgestuurd naar Lannemezan waar het Labo van het SPG zich reeds bevindt.

18 juni 1940

AC/EFM in Frankrijk
Op 18 juni starten de Fransen met de ontruiming van Bretagne onder druk van de Duitsers die snel oprukken langs de Atlantische kust. Het Franse Ministerie van Bewapening geeft het bevel aan het AC om terug te plooien richting Langon (Gironde) ten zuiden van Bordeaux. Het installatiepersoneel die de verhuis moet voorbereiden vertrekt op 19 juni naar Saint-Martin-de-Lerm waar zich de Dienst Wagenpark en Brandstoffen (SCC) van het MLV zich bevind om er de installatie van het AC in Langon te coördineren. Uitgerekend op 19 juni waren de machines geïnstalleerd te Surgère in de productiehal die ter beschikking stond van het AC. Ook kwamen de eerste voertuigen toe die dienden gereviseerd te worden.

FRC/EFM in Frankrijk
Eveneens op 18 juni verneemt Maj IMF Marchal dat een gedeelte van het personeel van het FRC zal worden doorgestuurd naar het arsenaal van Tarbe (Hautes-Pyrénées) waar zich reeds het AFM bevindt.

Et SPG/EFM in Frankrijk
Het AMAF en de ST SPG komen toe te Lannemezan en worden ondergebracht in Capvern, een buurgemeente van Lannemezan. Het Labo en het AMAF van het ET SPG zijn nu verenigd en samen met de ST SPG ondergebracht in de regio van Lannemezan op een zesendertigtal kilometer ten zuidoosten van Tarbes. De Inrichtingen zullen tot augustus in Frankrijk verblijven en worden vervolgens teruggebracht naar ons land 

20 juni 1940

AC/EFM in Frankrijk
Op 20 juni worden telefonisch nieuwe orders verspreid.  De bestemming voor het AC in het zuiden wordt gewijzigd van Langdon naar Toulouse. Kolonel IMF Brasseur neemt de nodige maatregelen om zowel alle personeel maar ook het materieel te verhuizen naar Toulouse. Er zijn echter onvoldoende voertuigen beschikbaar om alles in één keer te verhuizen en een stapsgewijze verhuis wordt gepland. De Franse Plaatscommandant van La Rochelle is gekant tegen de verhuis van de Belgen en wil ze ter plaatse houden. Hij wordt teruggefloten door het Franse Ministerie van bewapening maar geeft zich nog niet gewonnen en weigert ook maar enige steun te leveren voor de verhuis van het arsenaal. Het dispuut is nog niet helemaal opgelost want tegen de middag wordt Kolonel IMF Brasseur door een motorestafette komende van het SCC te Saint-Martin-de-Lerm op de hoogte gebracht dat slechts een gedeelte van het arsenaal naar Toulouse kan vertrekken, de rest moet doorwerken in Surgère. De directeur van het arsenaal verzamelt zijn personeel en brengt hen op de hoogte van de nieuwe orders. Twee groepen worden gevormd hetgeen leidt tot de eerste scheiding van het personeel van het arsenaal dat tot dan toe integraal de verplaatsing naar Frankrijk heeft kunnen maken. Het personeel wordt ook uitbetaald op die dag en aangezien het onmogelijk was het exacte bedrag te berekenen ontvangt elk personeelslid 1.000 Belgisch frank. Na de uitbetaling van de lonen verlaten diegenen die in Surgère zullen blijven de werkplaats. Zij worden onder bevel geplaatst van drie vrijwillige officieren, onder wie Kapitein Voncken en Luitenant Matton. De rest begint met het laden van het noodzakelijk materieel en maakt zich klaar om naar Toulouse te vertrekken. Uiteindelijk vertrekt om 21u00 een colonne van 40 vrachtwagens richting Toulouse. Tijdens een halte te Pons beslist Kol Brasseur door te rijden tot Toulouse om er nieuwe orders in ontvangst te nemen. Hij beveelt de colonne na de halte door te rijden naar Toulouse en bij aankomst te wachten aan de rand van de stad.

FRC/EFM in Frankrijk
Het FRC begint met de evacuatie van een gedeelte van zijn personeel en zijn materieel naar Tarbes. Maj IMF Marchal en Kapt IMF Mathot vergezellen het personeel dat naar Tarbes wordt gestuurd. Er worden kantonnementen ingenomen te Escondeaux op zowat 13 kilometer ten noorden van Tarbes.

22 juni 1940

IGFM/ECM in Frankrijk
De Franse wapenstilstand met Duitsland wordt ondertekend op 22 juni maar het zal nog tot 25 juni duren vooraleer alle vijandelijkheden gestaakt worden. Frankrijk is nu de facto opgedeeld in een deel dat bezet wordt door de Duitsers en een deel onder controle van de regering Vichy. De Belgische eenheden moeten zich snel verplaatsen naar het onbezet deel van Frankrijk om uit de klauwen van de Duitsers te blijven. Wie werd voorbijgestoken door de Duitsers werd onmiddellijk krijgsgevangen genomen. Wie erin slaagde het onbezet stuk van Frankrijk te bereiken wachtte geen beter lot. De Franse Vichy regering heeft geen zin om de Belgische strijdkrachten nog verder te steunen in hun strijd tegen Duitsland. Ze zijn trouwens met de Duitsers overeengekomen de Belgen te ontwapenen en aan de Duitsers uit te leveren. Nog anderhalve maand blijven de gedemotiveerde Belgische eenheden doelloos rondhangen in Frankrijk waarna ze tegen eind augustus naar België teruggestuurd worden. Dienstplichtige officieren, onderofficieren en soldaten worden niet gevangen genomen voor zover ze terug in België zijn voor eind augustus. De beroepsmilitairen vervoegen hun eerder gevangen genomen collega’s in Duitsland.

AC/EFM in Frankrijk
In Toulouse verneemt de directeur van het arsenaal dat hij onmiddellijk op zijn stappen moet terugkeren en de colonne met materieel en personeel tegenhouden wanneer hij ze onderweg tegenkomt.  De colonne wordt gestopt te Agen en afgeleid naar Lectoure waar ze kantonnementen moeten opzoeken en er zullen verblijven tot hun repatriëring naar België. De colonne met de installatieploeg onder leiding van de Onderdirecteur van het AC wordt staande gehouden te Montgiscard ten zuiden van Toulouse en zoekt er eveneens kantonnementen op. De volledige maand juli wordt doorgebracht in de kantonnementen te Surgère, Montgiscard en Lectoure. De installatie te Lectourne, waar zich ook heel wat Franse vluchtelingen bevinden, verloopt initieel moeilijk. Het personeel wordt ondergebracht in drie boerderijen waar ze een slaapplaats vinden in schuren of op de vrachtwagens. Geleidelijke aan verloopt de verstandhouding met de plaatselijke autoriteiten beter en krijgt het AC een school toegewezen om zijn personeel onder te brengen. Een nieuw probleem duikt op wanneer de financiële middelen op raken. De installatie te Surgère had handen vol geld gekost en tegen eind juli kunnen de lonen van de burgers en de soldij van de soldaten slechts gedeeltelijk uitbetaald worden. In tussentijd houdt het personeel van het arsenaal zich bezig met het paraat stellen van het voertuigenpark. Een poging om in Lectourne een technische school op te zetten mislukt bij gebrek aan interesse bij de Fransen. Op 2 augustus ontvangt de Staf/AC van het Kabinet MLV het bevel tot repatriëring van het personeel van het arsenaal; het arsenaal dient terug te keren naar zijn vredesvoet installatie te Berchem. Sporadisch probeert personeel, voornamelijk reserve officieren, op eigen initiatief terug te keren naar België maar het verkrijgen van de nodige documenten om de demarcatielijn te passeren is bijzonder moeilijk.

11 juli 1940

FRC/EFM in Frankrijk
Vanaf 07 juli wordt een gedeelte van het kader van het FRC, waaronder Kapt IMF Mathot, ter beschikking gesteld van het “Office d’ Identification et de Liquidation des Marchandises Belges”. Deze dienst wordt bevolen door LtKol SBH Beretze die zich te Clermont-Ferrand bevindt. Deze dienst zal nog blijven bestaan tot in oktober 1940 waarna het personeel onder statuut van vluchteling naar België terugkeert en zo aan krijgsgevangenschap ontsnapt.

 12 augustus 1940

Et SPG/EFM in Frankrijk
Op 12 augustus worden de reserve officieren specialisten van de Et SPG gedemobiliseerd en krijgen de toelating om met eigen middelen op eigen kosten naar België terug te keren.

FRC/EFM in Frankrijk
Op 4 augustus geeft het Franse ministerie van Landsverdediging de toelating om alle personeel van de FRC te hergroeperen in Roanne. De nodige transportaanvragen werden opgesteld en de terugkeer naar Roanne start op 4 en is beëindigd op 14 augustus. Op 19 augustus krijgt Majoor IMF Marchal opdracht om de FRC vanuit Roanne naar België te repatrieren. Hij neemt onmiddellijk contact op met de Duitse autoriteiten om de nodige afspraken te maken. Op 6 september vertrekt de eerste trein met personeel richting België. Een tweede trein vertrekt op 11 september maar wordt aan de demarcatielijn tegengehouden tot 19 september. Op 19 september passeert de tweede trein de demarcatielijn te Moulin. 

AC/EFM in Frankrijk
Begin augustus wordt het personeel van het AC dat zich te Surgère bevindt per spoor naar België gerepatrieerd. De officieren die vrijwillig achterbleven te Surgères vervoegen Lectoure om de nodige papieren in orde te brengen voor de demobilisatie van het personeel. Zij konden hiervoor beschikken over voertuigen en brandstof door de Duitsers ter beschikking gesteld. Nadat de formaliteiten voor hun terugkeer vervuld zijn keren ze terug naar La Rochelle van waaruit ze België vervoegen. Luitenant-kolonel IMF Tellier, hoofd van het SCC, brengt op 21 augustus een bezoek aan het AC te Lectoure om de terugkeer naar België te bespreken. Hij wordt op de hoogte gebracht dat er geen vooruitgang geboekt wordt met de repatriatie van het AC naar België. De volgende dag krijgt het AC een schriftelijk bevel waarin staat dat alle voertuigen naar een voertuigenpark te Cox, een Franse stad op 50 km van Lectoure, gebracht moeten worden. Het AC dient een datum vast te leggen waarop het personeel per trein naar België geëvacueerd kan worden. Het AC bekomt van de Fransen de nodige brandstof om de militaire voertuigen naar Cox af te voeren. Nu beschikt het arsenaal enkel nog over de privévoertuigen van particulieren die met hun eigen voertuig naar Frankrijk zijn afgereisd. Het treintransport wordt gecoördineerd met de Belgische Wegenregelingscommissie van Auch aan wie de namen en de aantallen van de te repatriëren Belgen werd overgemaakt. Daar waar voor de burgers snel een plaatsje op een trein met terugkerende vluchtelingen kon worden gevonden levert de repatriëring van de 195 overgebleven militairen een probleem op. Dit aantal was te klein om een afzonderlijke trein in te zetten. 

AC/EFM in Frankrijk
Intussen vervoegt het detachement dat zich in Montgiscard bevindt de rest van het arsenaal te Lectoure. Op 26 augustus laat het SCC weten dat de resterende militairen van het AC langs de baan naar België mogen terugkeren met de voertuigen die zich te Cox bevinden. Op 28 augustus wordt het bevel gegeven om met de 40 voertuigen in eerste instantie naar Saint-Etienne te rijden, vervolgen de demarcatielijn over te steken en de voertuigen aan de bezetter over te geven te Paray-le-Monial een Franse stad ten noordwesten van Lyon op ongeveer 550 kilometer van Lectoure. Dit stelt het AC voor een praktisch probleem; enerzijds zijn er niet genoeg chauffeurs meer aanwezig te Lectoure en anderzijds beschikt het AC slechts over 300 van de 1500 nodige liters brandstof om tot in Paray-le-Monial te geraken. Kolonel IMF Brasseur beschouwt de opdracht als onuitvoerbaar en zoekt naar een nieuwe oplossing.
Op 31 augustus vertrekt het burgerpersoneel van het AC per trein naar België waar ze twee dagen later zonder incidenten toekomen. 

4 september 1940

AC/EFM in Frankrijk
Met de particuliere voertuigen die zich nog in Lectoure bevinden worden twee colonnes gevormd, één met burgers en één met militairen voornamelijk officieren en onderofficieren. Aangezien de deadline van 31 augustus, om niet in krijgsgevangenschap genomen te worden, al voorbij is beslist 1Kapt Konikoff om in Frankrijk achter te blijven met een twintigtal arbeiders die het voertuigenpark te Cox zullen onderhouden. Hij zal later proberen Belgisch Kongo te vervoegen. De twee resterende colonnes vertrekken op 3 september om 07u00 vanuit Lectoure en bereiken tegen de avond Lignière ten zuiden van Bourges. De volgende dag wordt geprobeerd de demarcatielijn over te steken maar dit wordt geweigerd door de Duitse autoriteiten. Te Vierzon wordt geprobeerd alsnog de nodige toelating te krijgen maar enkel de colonne met de burgers aan boord mag op 6 september doorrijden. De colonne met militairen  moet op zijn stappen terugkeren en zich naar Paray-le-Monial begeven. Onderweg komen ze een colonne van het FRC tegen te Saint-Pourçain-sur-Sioule. Het FRC beschikte over de juiste papieren maar wordt ook een tiental dagen opgehouden vooral ze de demarcatielijn te Moulins kunnen oversteken. De officieren van het AC, met uitzondering van Kolonel IMF Brasseur, vervoegen de colonne van het FRC. Kolonel IMF Brasseur die noodgedwongen moet achterblijven te Saint-Pourçain ziet er op 21 september een colonne van het AFM voorbij passeren. Eén van de voertuigen had een technische panne en terwijl de colonne wacht op herstelling verdwijnt één van de buschauffeurs van het konvooi. Kol Brasseur neemt de plaats in van de verdwenen chauffeur en keert uiteindelijk met de colonne van het AFM via Auxerre, Sedan en Bouillon naar Brussel terug.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
FRCBERTRANDMarcel, A.J.SdtMil2215.07.1903Stavelot12.05.1940BruggeOmgekomen bij een ongeval tijdens de verhuis van de FRC uit Brugge
FRCBORLELaurent, A.Burger23.01.1893Liège11.06.1940Roanne (F)Overleden door uitputting
AFMBRYSSINCKXFransBurger30.09.1883Zwijndrecht24.05.1940Calais (F)
FRCCHAUMONTGuillaume, J.KplBV12.05.1900Liège12.05.1940LandenGedood in luchtbombardement
FRCDAVIDEtienne, F.G.SdtMil2510.08.1905Liège13.05.1940AthGedood in luchtbombardement
ACDE CORTEHector, H.Sdt30.01.1884Dendermonde21.05.1940Malaunay (F)
AFMDE KERFFerdinandBurger23.12.1886Temse17.05.1940Zwijndrecht
AFMDE VRIESEOdilon, L.E.Burger24.03.1895Brugge24.05.1940Coquelles (F)
FRCDEBIJHenri, MichelBurger11.10.1882Mortier15.06.1940Rouen (F)Bankwerker
MAEDESOLEILJean, D.02.02.1892Liège03.06.1940Brive (F)Overleden door uitputting
MAEDOTHEEAntoine(Onbekend)(Onbekend)(Onbekend)Brive (F)Overleden door uitputting
FRCFRANTZENThéodoreBurger22.01.1886(Onbekend)(Onbekend)GrandvilleGedood in luchtbombardement
FRCFRENAYJeanSdtMil2703.01.1907Vottem26.06.1940Calais (F)Gedood in beschieting.
FRCGAROTOlivierSdtMil1421.04.1894Glons12.05.1940HannutGedood in luchtbombardement
FRCGERAERTSJeanSdtBV12.09.1890Herstal12.05.1940HannutGedood in luchtbombardement
FRCKERREMANSPierreBurger15.09.1888Liège12.05.1940HannutGedood in luchtbombardement
MAEMARCHANDISSESFernand, A.J.Burger26.06.1882Aineffe13.06.1940HerstalWapensmid
MAEMARTINJules, F.J.17.06.1909Vivegnis16.05.1940VissoulGedood in luchtbombardement
FRCMOTTETJoseph, G.Burger06.03.1880Liège21.06.1940Mably (F)Overleden aan ziekte
AFMNIELANDTAlbert, R.SdtMil3704.07.1917Kruibeke21.05.1940Calais (F)
FRCTITSRaymond29.06.1912Waremme12.06.1940Roanne (F)Omgekomen in ongeval
ACVAN HEMELRIJCKPierreBurger03.12.1894Antwerpen24.05.1940Roanne (F)
MAEVLEKKENHenri, J.T.Burger29.10.1894Liège04.06.1940Brive (F)Overleden door uitputting
AFMVLOEBERGHRemi, A.Burger29.10.1916Leest11.06.1940Calais (F)

Bibliografie en Bronnen

  1. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat gedurende korte periodes tussen 1930 en 1940 Yperiet (HD) en Adamsiet (DM) werden geproduceerd in het fort. De productie van oorlogsgassen was vreemd genoeg niet verboden door het Protocol van Genève van 1925; enkel het gebruikt ervan. Daarenboven heeft België bij de ratificatie van het Protocol laten optekenen dat België zich het recht voorbehoud om oorlogsgassen te gebruiken als vergeldingswapen indien het wordt aangevallen met oorlogsgassen. Achtergrondinformatie is te vinden in de publicaties “The destruction of old chemical munitions in Belgium” door Jean Pascal Zanders. [On Line beschikbaar]: https://www.the-trench.org/wp-content/uploads/2018/07/CW-destruction-in-Belgium-1.pdf [Laatst geraadpleegd 3 januari 2021] en in het Nederlandstalig artikel “De ‘Ateliers d’essays et de controle du matériel anti-gaz’ in het fort van Steendorp 1928 – 1940“, geschreven door Robert Gils en gepubliceerd in het “Belgisch tijdschrift voor militaire geschiedenis”, volume XXX, nr 8 van december 1994. Het artikel van ongeveer 19 bladzijden stelt te kunnen bewijzen dat er tussen 1929 en 1940 oorlogsgassen werden gefabriceerd in het Fort van Steendorp. 
  2. Algemene informatie over het Fort van Zwijndrecht [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_van_Zwijndrecht [laatst geraadpleegd:19 februari 2017].
  3. Wedervaren 1ste Kapitein Paul Dufour, onderdirecteur Staatswapenfabriek. [On Line beschikbaar]: http://www.freebelgians.be/articles/articles-3-88+le-major-ifm-ing-nieur-de-fabrication-militaire-paul-dufour.php [Laatst geraadpleegd 21 februari 17]
  4. Militair Hospitaal en Arsenaal, Inventaris Onroerend Erfgoed [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/7254 [Laatst geraadpleegd 21 februari 17]
  5. Relaas FRC en MAE tijdens WOII [On Line Beschikbaar]: http://www.clham.org/t-4-fasc-6-dufour [Laatst geraadpleegd 24 februari 17]
  6. Achtergrond informatie over het stoomschip “Henri Jaspar” [On line beschikbaar]: http://www.rdm-archief.nl/RDM-NB/RDM-153.html [Laatst geraadpleegd 26 februari 17]
  7. Geschiedenis van de Koninklijke Kanongieterij [On Line Beschikbaar]: http://histoiresdeliege.skynetblogs.be/archive/2016/02/14/du-prieure-saint-lenard-a-la-fonderie-de-canons-8568497.html [Laatst geraadpleegd 4 maart 17]
  8. Kaarten met het netwerk van de buurtspoorwegen van 1940 zoals die gebruikt werden voor de evacuatie van de Et SPG [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_NMVB-tramlijnen_in_Belgi%C3%AB#Oost-Vlaanderen [Laatst geraadpleegd 5 maart 2017].
  9. Zeer gedetailleerd getypt verslag opgesteld op 21 december 1944 in het Frans door Kolonel IMF Brasseur, Directeur van het Arsenaal voor het Wagenpark, betreffende de gebeurtenissen bij het Arsenaal voor het Wagenpark van 10 mei tot 26 september 1940. Het  verslag bevindt zich in het dossier van de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten van Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Het verslag van Kolonel IMF Brasseur geeft een goed zicht op de manier waarop de Inrichtingen voor Militaire Fabricaten gepoogd hebben de Belgische en geallieerde oorlogsinspanning te ondersteunen, eerst vanuit België, vervolgens vanuit Frankrijk.
  10. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016]. Pantserwagens van het 7(FRA)Leger die tijdens de verplaatsing naar Antwerpen defect raakten werden in het Arsenaal voor het Wagenpark afgezet ter herstelling.
  11. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Specialist van de Reserve H. Blaise die werd tewerkgesteld in het Frans arsenaal van Lannemezan. Het  verslag bevindt zich in het dossier van de Technische Dienst der Anti-Gasbeschermingsdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. In zijn relaas schrijft hij het volgende over zijn verblijf in Lannemezan: “J’y ai notammant dirigé l’achèvement de l’installation de chargement d’obus en Yperite
  12. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Specialist van de Reserve E. Hauchamp, specialist chemie van het Labo/Et SPG. Het  verslag bevindt zich in het dossier van de Technische Dienst der Anti-Gasbeschermingsdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  13. Zeer gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Specialist van de Reserve J. Mockel in oktober 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Technische Dienst der Anti-Gasbeschermingsdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  14. In het oude arsenaal van Lannemezan wordt in april 1940 een “atelier de chargement d’obus” geïnstalleerd om artilleriegranaten en vliegtuigbommen te vullen met de oorlogsgassen Yperiet (HD) en Adamsiet (DM). Achtergrondinformatie bij het Franse arsenaal te Lannemezan [On Line Beschikbaar]: http://www.guerredesgaz.fr/these/chap13/chap13.htm [Laatst geraadpleegd 30 december 2020].
  15. Het bewuste “fumigène 20”, een Belgisch fabricaat (al dan niet in samenwerking met Frankrijk – TBC door Franse archieven), valt allicht onder de categorie chemische munitie. “Fumigène 20” is vermoedelijk een mengsel van oorlogsgassen (Yperiet en/of Adamsiet) met rookontwikkelende materialen, dat in artilleriegranaten werd verwerkt. Jamart spreekt in zijn boek over “du matériel spécial et très dangereux“. Bij het uitbreken van de oorlog bevonden zich in het Fort van Steendorp een 800-tal 75mm granaten gevuld met het bewuste “fumigène 20”. Het ACOS beheert ook nog een voorraad van een 400-tal kilogram “fumigène 20”. Naast het afgewerkte product “fumigène 20” bevindt zich in het Fort van Steendorp ook nog eens een voorraad van 1.100 liter “produit 20” een basisproduct (Yperiet of Adamsiet) voor de aanmaak van “fumigène 20”. Zowel de 800 artilleriegranaten, de 400 Kg “fumigène 20” als de 1.100 liter “produit 20” werden door Lt Mockel in alle discretie overgebracht naar het arsenaal van Lannemezan. Dit arsenaal stond bekend als een faciliteit voor het vullen van artilleriegranaten en vliegtuigbommen met een rookontwikkelend product gemengd met adamsiet. Volgens Franse bronnen werd de Belgische voorraad chemische munitie na de Franse capitulatie netjes aan de Duitse bezetter overgedragen zoals gestipuleerd in het wapenstilstandsverdrag tussen Frankrijk en Duitsland getekend op 22 juni 1940. 
  16. Achtergrondinformatie bij het Fort van Steendorp [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200742 [Laatst geraadpleegd 3 januari 2021].
  17. Zowel het Fort van Zwijndrecht als het Fort van Steendorp hadden toegang tot de Tramlijn H van Antwerpen naar Hamme. Achtergrondinformatie bij Tramlijn H [On Line beschikbaar]: https://fr.wikipedia.org/wiki/Tramway_H_Anvers_-_Hamme [Laatst geraadpleegd 3 januari 2021].
  18. Nergens in het verslag van Lt Mockel wordt gespecifieerd wat de inhoud van de  aanhangwagens type “Z” (vermoedelijk dubbelwandige citernes op remorque) was. “Z” was in 1940 de gebruikelijke afkorting voor alles wat met chemische oorlogsvoering te zien had (zowel offensief als defensief). Het moet nochtans om een belangrijk product gaan want dagelijks werd aan de Staf/Et SPG gerapporteerd waar het product “Z” zich ergens bevond. Het gaat blijkbaar om een vloeibaar chemisch product want Lt Mockel eindigt zijn verslag met de melding “fin-juillet on a vidé les remorques Z dans des fut de 100 litres“. Dit is gebeurd te Lannemezan na de Franse capitulatie. Vermoedelijk zijn de termen “fumigène 20”  en “produit 20” codewoorden voor producten die in de naoorlogse uitvoeringsverslagen niet bij naam mochten worden genoemd. Dat het product Z gevaarlijk was blijkt ook uit het feit dat speciale kledij nodig was om met het product om te gaan. Bij de lading van de trein die te Lannemezan toekwam zaten “six vêtements Z complets”. Een kleine aanwijzing zou kunnen gevonden worden in de door Lt Mockel opgemaakte inventaris van de totale hoeveelheid materieel en materiaal die naar Lannemezan werden overgebracht. In die inventaris wordt gewag gemaakt van 1.100 liter “produit 20”, een basisgrondstof voor de aanmaak van “fumigène 20”. Er zijn redenen om aan te nemen dat dit de inhoud was van de aanhangwagens “type Z”.
  19. De ferry “Côte d’Argent” verliet Oostende op 18 of 19 mei met de bedoeling in België gestrande Franse militairen naar Dieppe over te brengen. Het Marinekorps slaagde erin om burgerpersoneel van Technische Diensten en van de Inrichting der Militaire Fabricaten, die samen met hun familie de toegang tot Frankrijk werden geweigerd aan de Frans-Belgische grens, aan boord van de ferry te krijgen. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]:  http://www.doverferryphotosforums.co.uk/ss-cote-dargent-i-past-and-present/ [Laatst geraadpleegd 4 januari 2021].
  20. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Majoor IMF Marchal, directeur van de fabriek van het FRC. Het  verslag bevindt zich in het dossier van het FRC, MAE en het AFM bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  21. Zeer summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Kapt IMF Mathot, onderdirecteur van de fabriek van het FRC. Het  verslag bevindt zich in het dossier van het FRC, het MAE en het AFM bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  22. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door 1Kapt Allaert van het FRC die zich aan boord bevond van de trein van het FRC die net voorbij Abbeville achtergelaten werd naar aanleiding van een treinongeluk op het spoor voor hen. Het  verslag bevindt zich in het dossier van het FRC, het MAE en het AFM bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  23. Het station van Abbeville bevindt zich ten zuiden van de Somme en beschikt over een groot rangeerterrein (la gare anglaise). Vanuit Abbeville lopen twee sporen; één die de Somme stroomopwaarts volgt naar het zuidoosten richting Amiens en een tweede die initieel de Somme stroomafwaarts volgt naar het noordwesten om vervolgens ter hoogte van Cahon af te buigen naar het zuidwesten richting Dieppe.
  24. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Jacquet, verantwoordelijk voor het voertuigenpark van het MAE. Het  verslag bevindt zich in het dossier van het FRC, het MAE en het AFM bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  25. Luitenant van de reserve specialist Raoul Bontinck was tot aan de afkondiging van fase A van de mobilisatie één van de drie ingenieurs die als burgerpersonneel werkten in het AMAG van Steendorp. Hij werd gemobiliseerd als luitenant van de reserve en aangesteld als hoofd van het Laboratorium van Vilvoorde.  Hij was dus geen outsider en kende het labo en zijn werking zeer goed.
  26. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994.