Rekruteringsreserve

Type Rekruteringsreserve
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van n.v.t.
Bevelhebber Luitenant-generaal ridder Charles (“Carlos”) de Selliers de Moranville
Standplaats Toulouse
Samenstelling Staf
XV CRAB (Kolonel baron Gaston de Trannoy) 1ste Sector (Kol E. Sieben)
2de Sector (Kol E. Lecorbisier)
3de Sector (Kol P. Van Welsenaers)
4de Sector (Maj A. Schrauben)
5de Sector (LtKol A. Thonet)
XVI CRAB (Luitenant-generaal Jules Briquet)
XVII CRAB (Kolonel Emile Demart) 12de Compagnie (Kapt Houbion)
Intendancedienst (Majoor E. Vandebunerie)

Tijdens de mobilisatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Ministerie van Volksgezondheid
De notie Rekruteringsreserve van het Belgisch Leger is ontstaan ten gevolge van ervaringen opgedaan tijdens de Eerste Wereldoorlog waarbij een groot aantal jongeren die de leeftijd hadden om onder de wapens geroepen te worden achterbleven in bezet België. Zij werden uiteindelijk gedeporteerd naar Duitsland om er ingezet te worden als dwangarbeider. Om een herhaling van dit gebeuren te vermijden werd de Rekruteringsreserve ingeschreven in de militiewet van 1923. Het betreft alle weerbare jongeren en mannen tussen 16 en 35 jaar die nog niet werden opgeroepen voor legerdienst, inclusief de 15 jarigen die in de loop van het jaar van afkondiging 16 zullen worden. Het is de Minister van Binnenlandse Zaken die de beslissing moet nemen om over te gaan tot het oproepen van de Rekruteringsreserve, de Minister van Defensie moet de oproeping organiseren. De oproeping zou gebeuren aan de hand van radio-uitzendingen door de NIR, annonces in de dagbladen en aanplakbiljetten aan te brengen door de Rijkswachtbrigades. De opgeroepen mannen en jongeren behoren echter niet tot de strijdkrachten; zij beschikken niet over een stamboeknummer, hebben geen uniform en vallen niet onder de militaire wetten. Zij blijven onder de hoede van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de militiewetten.

Tijdens de mobilisatie al worden twee opvangcentra door het Ministerie van Volksgezondheid voorbereid, één te Eeklo en één te Binche, om in geval van verplichte ontruiming van het oostelijk deel van het Belgisch grondgebied de vluchtelingen te kunnen opvangen. Wanneer beslist wordt om van de verplichte ontruiming van de burgerbevolking af te stappen wordt tussen het Ministerie van Landsverdediging en het Ministerie van Volksgezondheid overeengekomen om de twee opvangcentra te gebruiken voor de opvang van de Rekruteringsreserve (vanaf dan spreekt men van de Centres de Recueil de la Réserve de Recrutement – CRRR). Het opvangcentrum van Eeklo is bestemd voor de opvang van jongeren uit de gemeentes ten noorden van het Albertkanaal, het opvangcentrum van Binche is bestemd voor de opvang van jongeren uit de gemeentes ten oosten van de Maas.

Ministerie van Volksgezondheid
Op 10 mei 1940 wordt de Rekruteringsreserve door het Ministerie van Binnenlandse Zaken gemobiliseerd om een pool aan bijkomende rekruten te vormen voor het Belgisch Leger. Deze jonge mannen die tot dan toe nog niet bij het leger hadden gediend zullen worden samengebracht in verschillende opvangcentra voor de reserve. De organisatie van deze opvangcentra lag bij het Ministerie van Volksgezondheid en de verschillende gemeentelijke overheden, het Ministerie van Defensie stond in voor logistieke steun. Die zelfde dag nog wordt een oproep gelanceerd in Luik, Namen, Luxemburg en Limburg aan alle jonge mannen van 16-35 jaar om één van de opvangcentra te vervoegen. Onder meer te Binche, Erquelines, Quiévrain, Eeklo en Ertvelde worden de eerste rekruten voor de rekruteringsreserve verzameld. Met een capaciteit van 35.000 rekruten is Eeklo het grootse centrum, gevolgd door Binche dat zo’n 20.000 jongelingen kan opvangen.

Detachement seminaristen College Verviers
Gehoor gevend aan de oproep van de minister van Binnenlandse Zaken [6] besluiten 25 seminaristen van het internaat van het Collège Saint-François-Xavier te Verviers om samen met vijf leerkrachten te vertrekken naar het opvangcentrum van Binche. De jongste uit de groep is pas 11, de oudste 21 en onder hen bevinden zich enkele staatsburgers van het Groot-Hertogdom Luxemburg en ook één staatsburger van China. Te Robermont op de oostelijk Maasoever van Luik kunnen ze aan boord klimmen van een vrachtwagen maar die valt al in panne tegen dat ze de Maas bereiken. Te voet marcheren ze naar het station van Luik waar ze instappen op een trein richting Namen. Ter hoogte van Fexhe-le-Haut-Clocher wordt de trein gebombardeerd en moeten ze opnieuw hun tocht te voet verderzetten. Uiteindelijk belandt de groep in de regio van Bergen (TBC of ze in Binche of een andere voorstad van Bergen terechtkomen).

Evacuatie naar Frankrijk van Brusselse scouts opgeroepen voor de Rekruteringsreserve.

Ministerie van Volksgezondheid
De oproep wordt al snel uitgebreid naar het ganse grondgebied. Via de pers worden voortdurend oproepingsbevelen verspreid en de reeds geopende opvangcentra lopen vol. Nieuwe opvangcentra worden door het Ministerie van Volksgezondheid geopend in Ieper en Roeselare.

Ministerie van Volksgezondheid
Op 12 mei 1940 beveelt de Minister van Binnenlandse Zaken de jongeren om naar Vlaanderen trekken. Vanuit gans België vervoegen nu duizenden jonge mannen de Rekruteringsreserve. De meesten reisden per fiets of te voet, individueel of in kleine groepjes. De situatie in de opvangcentra loopt zodanig uit de hand dat Minister van Volksgezondheid Henri Jaspar zich tijdens de avond van 12 mei richt tot de Minister van Landsverdediging om tijdelijk orde op zaken te stellen. Luitenant-generaal Pouleur, commandant van 2de Militaire Circonscriptie, wordt door de Minister van Landsverdediging belast met de inrichting van opvangcentra en met de bevoorrading van de jongeren. De opdracht wordt verder gedelegeerd naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen waar prompt wordt gereageerd. Op bevel van Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, worden vier nieuwe verzamelcentra ingericht om de rekruten tijdelijk te hergroeperen. Het 3de Territoriaal Intendancekorps van Luik wordt naar Roeselare gestuurd om de logistieke steun te verlenen. In volgende steden zullen de respectievelijke Plaatscommandanten opvangcentra oprichten:

  • Iste Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Ieper, Luitenant-kolonel Pinte
  • IIde Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Kortrijk-Menen, Kolonel Burck
  • IIIde Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Poperinge, Kolonel Vanhaubergh
  • IVde Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Roeselare, Luitenant-kolonel André Van Derton

Het idee wordt geopperd om de jonge mannen naar Frankrijk te evacueren van zodra de situatie het toelaat. Ze zouden eerst tewerkgesteld worden in afwachting van hun rekrutering. Concrete plannen voor de uitvoering van deze exodus worden niet gemaakt.

De “Ecole Moyenne de Quiévrain” diende als CRRR tot 14 mei.

Ministerie van Landsverdediging
Op 13 mei 1940 wordt besloten om een ganse reeks eenheden en organismen van het Ministerie van Landsverdediging (vooral territoriale troepen en opleidingscentra) naar Frankrijk te laten vertrekken. Onder diegenen die naar Frankrijk gestuurd worden een groot aantal nog niet opgeleide rekruten van de Versterkings- en Opleidingscentra. Deze jongeren waren, in tegenstelling tot de jongeren van de Rekruteringsreserve, al in de rangen opgenomen als militair en vielen onder de bevoegdheid van het Ministerie van Landsverdediging

Ministerie van Volksgezondheid
De op 12 mei genomen maatregelen blijken onvoldoende om de stroom jongeren op te vangen en de lokale overheden die zich over de opvangcentra moeten ontfermen kunnen de situatie niet meer aan. Steeds meer wordt de oplossing naar voor geschoven om de overvolle opvangcentra te ontlasten door de jonge rekruten door te sturen naar Frankrijk.

Opvangcentrum Quiévrain
In Quiévrain, een gemeente op de Frans-Belgische grens in de provincie Henegouwen, worden de jongeren opgevangen in het meisjespensionaat dat voor de gelegenheid werd opgeëist. De toestromende jongeren krijgen er een slaapplaats toegewezen in één van de vele slaapzalen. Er is van enige organisatie geen spoor, de jonge mannen zijn vrij om het pensionaat te verlaten naar eigen goeddunken, hun aanwezigheid wordt niet gecontroleerd en er worden geen appels gehouden. Velen verlaten dan ook het gebouw om een onderkomen te vinden bij een gastgezin. Eenmaal per dag wordt een karige maaltijd geserveerd (waterige bonensoep of een half brood of wat rijst). De leiding berust blijkbaar bij de directrice van de meisjesschool.

Emile Demart, bevelhebber van de XVIIde CRAB (foto uit interbellum).

Ministerie van Volksgezondheid
Om 11u15, tijdens de laatste ministerraad in Brussel voor de hoofdstad wordt ontruimd, beslist de regering om ook de jongeren behorende tot de Rekruteringsreserve naar Frankrijk te evacueren. De minister van Volksgezondheid dient de exodus te organiseren. De verschillende centra starten onmiddellijk met de nodige voorbereidingen voor de evacuatie. Door het gebrek aan uitrusting en omkadering verloopt de aftocht bijzonder chaotisch. Er wordt getracht om de jongeren voor 48 uur van voedsel en drank te voorzien, maar dit lukt slechts in zeer beperkte mate. Bovendien is er geen uitrusting of uniform voorzien voor de jongeren en wordt buiten het kaderpersoneel, geleverd door het leger, niemand als militair erkend.

In de nacht van 14 op 15 mei laat de kabinetschef van MLV, de Kolonel SBH Gilbert aan zijn ambtsgenoot van het kabinet van volksgezondheid, Dhr Pierre Thélismar weten dat alle mannen tussen 16 en 35, die deel uitmaken van de Rekruteringsreserve en die zich in de regio Ieper – Roeselare bevinden, de kans krijgen om met militair transport naar het zuiden van Frankrijk gebracht te worden om er onderdak en werk te vinden. Op dat ogenblik was echter nog niets geregeld, niet in het minst met Frankrijk. De volledige volksverhuizing berust op improvisatie. De Franse stad Rouen wordt aangeduid als eerste doorgangspunt op de tocht naar het zuiden. De jongeren van de Rekruteringsreserve zullen zo goed als mogelijk gehergroepeerd worden in de Tallendier kazerne van Petit-Quevilly nabij Rouen. Vervolgens zal getracht worden om iedereen die in Rouen toekomt per spoor door te sturen naar Toulouse. Het Ministerie van Volksgezondheid heeft echter geen vervoersmiddelen en de meeste jongeren vertrekken per trein, fiets of zelfs te voet. Wie geluk heeft, kan een plaatsje bemachtigen op één van de goederentreinen die vanaf 14 mei uit ons land vertrekken.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)
Tegen de avond komt een groep van ongeveer 40 militairen van de Dienst Militaire Graven van het Provinciecommando van Luik in Ieper toe. Zij zullen worden ingeschakeld om de colonnes te voet richting Normandië te begeleiden. Deze groep staat onder bevel van Cdt Orban [12].

Detachement van het IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Kortrijk – Menen)
Een 1.200 tal jongeren van het IIde Opvangcentrum wordt in Kortrijk op de trein gezet die dezelfde dag nog doorreist naar Ligne ten westen van Ath, waar de trein komt vast te zitten. Te Ligne wordt de nacht van 14 op 15 mei in de trein doorgebracht. Om 15u00 stijgt de IIIde Groep van het 3de Artilleriepark(III/3AP) in op de trein die hen in eerste instantie naar Moeskroen zal brengen. Er wordt besloten om de de jongeren vanuit Moeskroen naar Frankrijk te evacueren. De trein wordt in Moeskroen op een zijspoor gezet en de jongeren brengen de nacht van 15 op 16 mei opnieuw in de trein door. Uiteindelijk wordt op 16 mei een tweede trein met elementen van het 4de Legerdepot (4LD) aangekoppeld waarna het treinkonvooi om 18u00 de treinreis naar Frankrijk inzet. De reis door Frankrijk verloopt zonder hindernissen via Boulogne, Abbeville, Dieppe, Rouen, Nantes, Bordeaux, Narbonne, Toulouse, Montpelier en Nîmes tot ze op 22 mei Pont-Saint-Esprit (Gars) bereiken. De jongeren van de rekruteringsreserve worden afgezet in Toulouse, Montpelier en Nîmes.

Detachement Brusselse scouts
Ook enkele jeugdorganisaties werken mee aan het samenstellen van de rekruteringsreserve. Zo besloot bijvoorbeeld de BPBBS (Baden-Powell Belgian Boy-Scouts, de Belgische katholieke scoutsfederatie) om alle scouts naar Frankrijk te evacueren. De oproep bereikte echter vooral Franstalige groepen. Slechts een 40-tal Vlaamse scouts van het VVKS (Vlaams Verbond van Katholieke Scouts) gaan mee. Op 14 mei vertrekt vanuit Schaarbeek een trein met 46 gesloten goederenwagons die ongeveer 1.300 Belgische scouts in 4 dagen naar Montpellier in Frankrijk zal brengen. Daar worden ze onderverdeeld in kleinere groepen en toegewezen aan kantonnementen.

Detachement opvangcentrum Binche
Vanuit Binche vertrekt een groep jongeren te voet richting Frankrijk. Na 150 kilometer te hebben afgelegd bereiken ze Saint-Quentin (Aisne) via Valencienne en Cambrai. In Saint-Quentin krijgen ze van de Franse gendarmerie oude fietsen waarna per fiets een etappe van 250 km wordt afgelegd tot Rouen waar de groep op 21 mei toekomt. Van hieruit wordt per trein verder gereisd tot Nîmes waar ze op 24 mei toekomen.

Detachement opvangcentrum Quiévrain
Om 17u00 geeft de rijkswacht de jongeren het bevel om zich naar Ieper te begeven. De jonge mannen verzamelen aan het station in afwachting van de komst van hun trein. Om 19u30 wordt het station van Quiévrain, waar een trein klaar staat voor het transport van een groep jongeren naar Ieper, hevig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Bij het bombardement komen 32 jongens van de rekruteringsreserve om het leven. Onder hen vermoedelijk vijf oudere dienstplichtige soldaten van het Wervingsbureau Namen. Het betreft de Soldaten Dabe, Jamart, Lombet, Smal en Tallier. De overlevenden maken dan maar de tocht van Quiévrain naar Ieper per fiets of te voet.

Staf/CRRR
Het MLV schiet in gang en vaardigt de eerste orders uit om de chaotische uittocht van de rekruteringsreserve onder controle te krijgen. In de vier Centres de Receuil de la Réserve de Recrutement die door de Provinciecommandant van West-Vlaanderen werden opgericht te Ieper, Kortrijk, Poperinge en Roeselare worden de jonge mannen verzameld. De toestromende jongeren worden onderverdeeld in marscolonnes die worden opgedeeld in groepen en ondergroepen die elk onder leiding staan van oudere reservisten. Dit kaderpersoneel is afkomstig van de provinciestaven van Luxemburg, Luik, Namen en Limburg die naar West-Vlaanderen werden doorgestuurd na de Duitse inval.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)
Ongeveer 12.000 jongeren uit het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve in Ieper worden opgedeeld in vijf colonnes en te voet richting Rouen gestuurd. De jongeren worden begeleid door militairen van territoriale diensten die uit het zuiden van het land naar de kust zijn teruggetrokken. LtKol Gilson, een om gezondheidsredenen gepensioneerde officier, komt terug in dienst op 15 mei en wordt toegevoegd aan het CRRR. Hij zal de leiding nemen over de verplaatsing te voet van het Iste Opvangcentrum naar Rouen. Het detachement dat LtKol Gilson naar Frankrijk dient te begeleiden heeft de omvang van een anderhalf infanterieregiment. Een eerste etappe brengt de jongeren van Ieper naar Steevoorde net voorbij de Frans-Belgische grens.

Detachement van het IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Roeselare)
Ondertussen verlaat een trein met aan boord 3.000 jongeren Roeselare en zal Toulouse bereiken na een bewogen treinreis.

Kazerne Talladier, verzamelpunt voor naar Frankrijk gevluchte Belgische militairen.

Staf/CRRR
Luitenant-generaal Emile Janssens, voormalig commandant van de 6de Infanteriedivisie, wordt omstreeks 11u00 door de minister van defensie aangeduid als opperbevelhebber van de CRRR. Generaal Janssens krijgt zijn consignes van minister Jaspar in aanwezigheid van Kolonel SBH Gilbert. In Frankrijk moeten de jongeren getrieerd worden per beroepscategorie en vervolgens toegewezen worden aan arbeidsbureaus die de jongeren zullen doorsturen naar een arbeidsplaats in functie van de Franse behoeftes. In de namiddag reist hij af naar Brugge waar hij rond 18u30 toekomt. Kolonol SBH Blancgarin, voormalig stafchef van de 1ste Militaire Circonscriptie, wordt aan de staf van generaal Janssens toegevoegd.

Generaal Janssens neemt contact op met Luitenant-generaal Glorie en met Luitenant-generaal ridder Selliers de Moranville die werd aangeduid om enkele Centres de la Réserve de Recrutement (CRAB) op te richten in Frankrijk. Deze flinke zestiger vertrekt die zelfde dag nog naar Frankrijk met zijn beperkte staf. Doorheen de ganse streek rondom de steden Nîmes (XV CRAB), Montpellier (XVI CRAB) en Toulouse (XVII CRAB) worden kampen ingericht waar de jongeren van de CRAB zullen verblijven. Soms gaat het om kleine kantonnementen, soms om grote kampplaatsen. Het kamp met allicht de meest beruchte reputatie bevindt zich te Agde waar zo’n 4.000 jonge mannen ondergebracht worden. De CRAB worden genoemd naar het nummer van de Franse militaire regio van hun hoofdverblijfplaats.

Rond 23u00 komt generaal Janssens toe op zijn staf in Ieper waar de commandanten van de hergroeperingscentra hem op de hoogte brengen dat meerdere detachementen reeds per spoor naar Frankrijk werden doorgestuurd. Een veel toegepaste praktijk was dat de jongeren van de rekruteringsreserve instijgen in goederenwagons die dan werden aangehaakt aan voorbijkomende treinen met militairen van de Versterkings -en Opleidingscentra of van Territoriale eenheden.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
LtKol Gilson rijdt naar Kassel met zijn stafvoertuig om er logement te regelen voor zijn groep. Tijdens de nacht van 16 op 17 mei marcheren de jongeren van Steevoorde naar Kassel en Hazebrouck. Iets na middernacht komen ze toe in Kassel en Hazebrouck. Cdt Orban wordt naar Saint-Omer gestuurd om er bij de Franse intendance 10.000 broden en 2.500 kg vlees op te halen. Het eten wordt verdeeld in de kantonnementen en aan de detachementen onderweg. Vanaf hier zal het detachement twee marsroutes volgen, één van Kassel over Saint-Omer naar Royon, een tweede van Hazebrouck over Aire-sur-la-Lys naar Hesdin.

Detachement Doornik
Op 16 mei vertrekt in Doornik een trein met vluchtelingen maar ook met een aantal rekruten van de Rekruteringsreserve aan boord. De meesten waren leerlingen van de “Ecole des Frères” van Doornik met enkele broeders als begeleider. Onder hen broeder Maxime André Rossion. Via Lille bereikt de trein Calais op 17 mei.

Staf/CRRR
Op 17 mei wordt de Belgisch-Franse grens afgesloten voor alle spoorverkeer, enkel de spoorlijn langs de kust blijft open. Generaal Janssens begeeft zich naar Brugge waar zich het commando vervoer van het 7de Franse Leger (générale Blins, directeur des Etapes) bevindt maar zijn onderhandelingspogingen om nog meer jongeren per spoor naar Frankrijk te sturen mislukt. Er wordt dan maar besloten zoveel mogelijk jongeren per fiets en zelfs te voet naar het zuiden van Frankrijk te sturen. Terug in Ieper wordt de exodus per fiets georganiseerd. Er worden groepen van een 200 tal fietsers samengesteld die in zes etappes van 40 kilometer volgens vastgelegde reisroutes naar Rouen zullen fietsen.

Detachement I/3DTCA/CRRR in Frankrijk
Wanneer de trein van de Iste Groep Instructie van het 3DTCA, die ‘s morgens uit Brugge vertrok en als één van de laatste treinen op 17 mei nog de Belgisch-Franse grens kan passeren, worden enkele treinwagons met jongeren van de rekruteringsreserve aangehecht. Wanneer het treinkonvooi op 22 mei Toulouse (Haute-Garonne) passeert worden de wagons van de rekruteringsreserve losgekoppeld.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Op 17 mei wordt de groep rust gegund terwijl LtKol Gilson probeert om een treinstel te bemachtigen. Hij verneemt dat dit niet mogelijk is noord van Abbeville. De kolonel bekomt echter fietsen en één detachement wordt nog op 17 mei doorgestuurd naar Rouen, de rest zal de tocht te voet verderzetten gedurende de nacht van 17 op 18 mei.

Staf/CRRR
Generaal Janssens rijdt naar Lille om er met de Fransen reisroutes en rustpunten af te spreken om colonnes wielrijders naar het zuiden te loodsen. Intussen vertrekken nog steeds nieuwe detachementen uit Poperinge en Ieper deels per fiets, deels per trein. Waar de fietsers de grens nog kunnen overschrijden komen de treinen vast te zitten tussen Ieper, Roeselare, Poperinge en de grens.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Op 18 mei wordt enerzijds gemarcheerd richting Saint-Omer (Pas-de-Calais) waar ze tegen de avond toekomen en uitrusten voor de volgende etappe richting Royon (Pas-de-Calais). De tweede groep jongeren bereikt op 18 mei Aire-sur-la-Lys om er uit te rusten voor de etappe naar Hesdin.

Detachement Doornik in Frankrijk
‘s Morgens bereikt de trein nog Boulogne en kan later doorrijden tot Abbeville waar ze ‘s avonds worden gerangeerd op een vrij spoor van de “Gare anglaise”. Hier moet gewacht worden op een rijpad om de reis verder te zetten naar het zuiden. De “Gare anglaise” [9] is gelegen tussen het spoor naar Amiens en het riviertje Doigt. De uitgehongerde passagiers van de vluchtelingentrein worden in barakken van het Franse leger (gekend als Centre de permissionaires) ondergebracht in afwachting van de voortzetting van hun treinreis. Op 19 mei worden ze pas voor de eerste keer door de Fransen bevoorraadt. De trein met de vluchtelingen moet de 19de mei de ganse dag wachten omdat voorrang gegeven wordt aan militaire treintransporten.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Het detachement Gilson brengt de nacht van 18 op 19 door te Saint-Omer en Aire-sur-la-Lys. Ze komen tegen de avond toe in Royon en Hesdin. Hier wordt de nacht van 19 op 20 doorgebracht.

Detachement opvangcentrum Binche
Daar waar de kop van de groep Saint-Quentain reeds gepasseerd is en zijn tocht per fiets kan voortzetten, kunnen de achterblijvers amper uit de handen van de Duitsers blijven. De groep seminaristen uit Verviers is in tussentijd Le Quesnoy voorbij maar is dermate uitgeput dat Franse militairen hen uit medelijden laten instijgen in een militaire vrachtwagen waarvan de laadruimte met een dekzeil is afgeschermd. In de vroege ochtend van 19 mei zet de colonne Franse voertuigen zich in beweging maar wanneer het voertuig met de seminaristen Escaudoeuvre (ten noordoosten van Cambrai) passeert wordt het voertuig door de vijand ingehaald en van dichtbij onder mitrailleurvuur genomen. Er vallen tijdens het incident 16 doden; de Franse chauffeur, twee begeleidende leerkrachten en 13 seminaristen. Naast de 16 dodelijke slachtoffers vallen er nog 14 gewonden en slechts zes jongeren blijven ongedeerd.

Staf/CRRR
Om 04u00 krijgt de Staf/CRRR te horen dat er geen doorkomen meer aan is en dat de 15 treinen met jongeren van de verschillende rekruteringscentra niet meer zullen vertrekken. Generaal Janssens laat weten dat het geen zin meer heeft te blijven proberen en ziet af van de verdere verplaatsing van jongeren naar Frankrijk. De treinen worden leeggemaakt en de manschappen vertrekken te voet naar Veurne en De Panne. Op het einde van de dag geeft het MLV opdracht om alle jongeren te verzamelen in Oostende en Middelkerke in een poging per schip Engeland te bereiken. Luitenant-generaal Donnay de Casteau, voormalig Provinciecommandant van Henegouwen en huidig adjunct van generaal Janssens, reist af naar Calais om alle jongeren die vastzitten in het noorden van Frankrijk terug naar België te krijgen. Kolonel SBH Blancgarin wordt met een gelijkaardige opdracht naar Duinkerke gestuurd. Hij komt aan in Duinkerke op het moment dat in de stad de “état de défense” wordt afgekondigd. Kol SBH Blancgarin wordt ter plaatse aangesteld tot “Commandant de Place Belge et du Centre de Regroupement” en neemt zijn intrek in de Jean Bart kazerne met een beperkte staf van vier luitenanten.

Detachement van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Vanuit Royon wordt verder gemarcheerd tot Dompierre op zo’n 25 kilometer van Abbeville. Ondertussen blijft LtKol Gilson contact houden met de verschillende marscolonnes en regelt hij ravitaillering en logement op elke etappeplaats. Om 18u00 roept hij zijn officieren bijeen te Dompierre om de situatie te bespreken. Kapitein-commandant Breuls de Tiecken ontbreekt op het appel. Zich baserende op informatie over de nakende komst van de vijand heeft hij het initiatief genomen om niet te stoppen in Dompierre. Hij laat zijn detachement doormarcheren tot Saint-Valéry om er alsnog de Somme over te steken. Zich bewust zijnde van de ernst van de situatie beslist LtKol Gilson om de twee resterende marsdetachementen op te delen in kleine groepjes en de jongeren op eigen initiatief de Somme te laten oversteken. Om 22u00 wordt de beweging ingezet. Velen lukt het nog over de Somme te geraken maar een aantal raakt geblokkeerd en dient noodgedwongen op zijn stappen terug te keren.

Detachement Doornik in Frankrijk
Om 09u00 bevinden de rekruten zich nog steeds in het ‘Centre de permissionaires’ langs het spoor. Naast hun trein staat een Belgische munitietrein geparkeerd die op 13 mei uit Ath vertrok (kan een trein van het AFM zijn – TBC). Op dat ogenblik start het Duits bombardement van Abbeville. Om 11u30 is het station aan de beurt en hoewel veel vluchtelingen een onderkomen hebben gevonden, in één van de vele schuilplaatsen van het barakkenkamp, komen een 90-tal Belgen om tijdens het zwaar bombardement van de ‘Gare anglaise‘, onder hen een groot aantal jongeren van de Rekruteringsreserve. De gewonden worden geëvacueerd door brancardiers van het Britse leger die toevallig in de buurt aanwezig zijn. De Belgische slachtoffers van het bombardement worden langs het rangeerterrein begraven in een massagraf [11].

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/CRRR
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken alle detachementen van de rekruteringsreserve, die nog onderweg zijn naar het zuiden maar die de Somme nog niet bereikt hebben, ingesloten door de Duitsers. De opvangcentra van Kortrijk en Poperinge krijgen opdracht om de verzamelde jonge mannen door te sturen naar Oostende.

Detachement Beveren/CRRR in Frankrijk
Op 14 mei vertrok een groep van 34 jongeren tussen 16 en 28 jaar per fiets uit Beveren om het opvangcentrum van Ieper te vervoegen. In Ieper kregen ze te horen dat ze zich op eigen initiatief naar Rouen moesten begeven. Na verschillende mislukte pogingen om de Belgisch-Franse grens over te steken bereiken ze uiteindelijk op 20 mei Noord-Frankrijk via Ieper, Poperinge en Abele. Door de omzwervingen onderweg zijn ze te laat om de Somme nog over te steken voor de Duitse omsingeling. Van terugkerende vluchtelingen die vergeefs geprobeerd hadden de Somme te passeren, vernemen ze dat er geen doorkomen meer aan is. Wanneer ze horen dat te Fauquembergues bevoorrading zal worden uitgedeeld keren ze op hun stappen terug richting noorden. Aangekomen in Fauquembergues is geen spoor te bespeuren van de beloofde bevoorrading wel troepen er honderden vluchtelingen samen op het kerkplein. Omstreeks 18u00 wordt het dorp door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Er vallen 21 dodelijke slachtoffers en tientallen gewonden onder de Duitse bommenregen. Onder hen ook acht jongeren van de Recruteringsreserve uit Beveren. Vier stierven ter plaatse, vier andere overleden in Franse ziekenhuizen [14].

Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Uiteindelijk slagen een 7.000 tal jongeren van het detachement Gilson erin om het zuiden van Frankrijk te bereiken. LtKol Gilson zelf keert met een klein groepje jongeren terug naar België en komt in Ieper aan op 22 mei.

Officieren en onderofficieren van de CRAB in Zuid-Frankrijk.

Staf/CRRR
Generaal Janssens verplaatst zijn commandopost van Ieper naar Middelkerke. Hij geeft ook bevel om de opvangcentra van Roeselare en Popering naar Middelkerke te evacueren. Er blijven nu nog twee centra over waar de jongeren opgevangen worden, Middelkerke en Oostende.

Staf/CRAB in Frankrijk
De CRAB kennen aanvankelijk bijzonder ernstige problemen met de voedselvoorziening en sanitaire voorzieningen. Er wordt de eerste dagen vaak gewoon onder de blote hemel geslapen.

Na aankomst in het zuiden van Frankrijk krijgen deze drie CRAB hun definitieve vorm. Binnen elk centrum worden een aantal Compagnies Arbeiders opgericht die elk uit ongeveer 250 mannen bestaan en waarvan verwacht wordt dat ze in samenspraak met de Franse overheid in de oorlogsindustrie ingezet zullen worden. Generaal de Selliers neemt daarnaast het initiatief om de 16, 17 en 18 jarigen onder te brengen in een aantal Compagnies Jeugd. Met behulp van de geëvacueerde scouts zullen deze allerjongsten in groep een algemene vorming krijgen. De meeste manschappen worden echter gewoon in een algemene werfreserve ondergebracht.

Hendrik Conscienceschool in Oostende gebombardeerd op 27 mei 1940.

Staf/CRRR
Duizenden jonge mannen van de Rekruteringsreserve wiens pas werd afgesneden door de in Frankrijk doorgedrongen Duitse troepen werden teruggestuurd naar het nog onbezette deel van België. Uiteindelijk worden ze gehergroepeerd in Middelkerke en Oostende. Naar schatting bevinden er zich op 27 mei 10.000 jonge mannen in de scholen en hotels van Oostende. Tijdens de ochtend van 27 mei wordt Oostende opnieuw zwaar gebombardeerd door Duitse duikbommenwerpers die onder meer de stedelijke basisschool Hendrik Conscience treffen waar een honderdtal jongeren van de Rekruteringsreserve zijn in ondergebracht. Dit bombardement, dat gepaard gaat met mitrailleurvuur, doodde en verwondde tientallen jongeren. Van de 31 doden kunnen sommige niet meer geïdentificeerd worden.

Na de capitulatie

Enkele Belgische jongeren van de CRAB bij een fontein in Toulouse.

Buiten de materiële ontberingen wordt het gedwongen verblijf voor de meeste jonge mannen in relatieve rust doorgebracht.  Toch zijn er grote verschillen qua levensomstandigheden tussen de verschillende detachementen van de CRAB.  Wie ondergebracht is bij burgers of in openbare gebouwen, kan vaak op de solidariteit van de Fransen rekenen en kent dan ook meestal een relatief goed bestaan.  Talrijke jongeren worden echter in opvangkampen ondergebracht waar hun vrijheid erg beperkt is en voeding en logement vaak te wensen overlaten.

Ook worden sommige jongeren naar het front gestuurd. Op 4 juni 1940 vertrekken de eerste compagnies arbeiders naar de regio rond Verdun, het frontgebied aan de Seine en later aan de Loire. Talrijke jongeren worden er gevangen genomen. Sommigen, minderjarigen incluis, zullen tot 1941 geïnterneerd blijven.

Pas eind augustus zullen de zowat 100.000 jongeren van de CRAB terugkeren naar België. Het avontuur van de CRAB zal helaas aan ongeveer 400 jonge Belgen het leven kosten.

Zonder immatriculatie als militair ontvangen de leden van de CRAB geen soldij voor hun verblijf bij het Belgisch leger en zullen ze na de oorlog niet het statuut van oud-strijder kunnen aanvragen. Daartegenover staat dat hun burgerstatuut hen in augustus 1940 van de krijgsgevangenschap heeft gespaard en de jonge mannen allen direct naar huis mochten terugkeren.

Pas in 1990 stelt de Belgische regering een herinneringsmedaille in voor wie deelnam aan de exodus van de CRAB. In 1998 krijgen de overlevenden in extremis een eigen statuut vergelijkbaar met dat van de oud-strijders.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Het is onmogelijk om het verhaal te brengen van alle uit België geëvacueerde jongeren van de Rekruteringsreserve. Aan de hand van enkele voorbeelden wordt het lot beschreven van groepen jongeren die poogden naar het zuiden te trekken. Deze voorbeelden moeten een idee geven van wat de rekruten van de Rekruteringsreserve hebben meegemaakt.
  2. Foto uit de beeldbank van Mechelen: Belgische scouts uit Brussel en omgeving ergens in Frankrijk tijdens de evacuatie van de CRAB van Schaarbeek
  3. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994
  4. Algemene informatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/CRAB’s [Laatst geraadpleegd op 19 november 2016]
  5. Van onze jongens geen nieuws, Pieter Serrien [Synthese On Line Beschikbaar]: https://pieterserrien.be/boeken/van-onze-jongens-geen-nieuws/wie-zijn-de-crabs/ [Laatst geraadpleegd op 19 november 2016]
  6. Getuigenis van LtKol Res Warland, commandant van het Wervingsbureau te Verviers: “…l’ évacuation de la réserve de recrutement devait s’effectuer automatiquement dès le franchissement de la frontière par l’armée allemande”.
  7. Slachtoffers bombardement Hendrik Conscienceschool in Oostende [On Line beschikbaar]: https://www.oostende.be/nieuwsdetail.aspx?id=559 [Laatst geraadpleegd 04 oktober 2017]
  8. De Tallendierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar] https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 21 oktober 2017].
  9. “Abbeville et ses environs, mai 1940” door Raymond Petit, Imprimerie Lafosse, Abbeville, 1972. Hoofdstuk “Le bombardement de la gare anglaise”. La gare anglaise was de naam van een tijdens WOI door de Britten gebouwd rangeerstation vlakbij het station van Abbeville. Tijdens de Franse mobilisatie van WOII werd het station vooral gebruikt door in het noorden van Frankrijk gestationeerde Franse militairen die in verlof gingen. Om de verlofgangers op doortocht onderdak te bieden in afwachting van hun treintransport werden langs het rangeerstation barakken gebouwd door het Franse leger.
  10. du Ry, J.P., 1995, Allons enfants de la Belgique: Les 16-35 ans en mai-août 1940, Editions Racines. [Gedeeltelijk On Line beschikbaar]: http://www.maisondusouvenir.be/scouts_verviers.php [Laatst geraadpleegd 2 oktober 2017].
  11. Een namenlijst van de 90 Belgische slachtoffers begraven in het massagraf langs de spoorlijn te Abbeville zou beschikbaar zijn bij de gemeentelijke administratie van deze Franse stad (TBC).
  12. Verslag van 13 april 1945, neergeschreven door Kapitein-commandant E. H. J. Orban. Dit handgeschreven verslag bevindt zich momenteel in het dossier van 33A in het Centrum Historische Documentatie (CHD) te Evere. Cdt Orban vervoegde op 10 mei het Provinciecommando van Luik waar hij werd aangeduid om de leiding te nemen van de Dienst Militaire Graven. Hij kreeg het bevel over drie officieren en een 40 tal manschappen. Dit detachement werd op 14 mei aangehecht aan het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve. Op 15 mei werden zij ingeschakeld om de colonne te voet vanuit Ieper naar Rouen te encadreren.
  13. Tintin et Toulouse: une histoire oubliée: http://www.boudulemag.com/2017/02/tintin-et-toulouse-une-histoire-oubliee/ [Laatst geraadpleegd 3 april 2018].
  14. Getuigenis van Roger Van Wynsberghe uit Beveren, opgetekend in het boek “En toen was het oorlog – verhalen van de kleine man in de Tweede Wereldoorlog” van Julien Van Remoortele, uitgeverij Lannoo, Tielt, 2014. Bevestigd door informatie op website Bel- Memorial [On Line beschikbaar]: http://bel-memorial.org/cities/abroad/france/fauquembergues_pas-de-calais/fauquembergues_tombes_belges.htm [Laatst geraadpleegd 06 oktober 2018].