4de Bataljon Transmissietroepen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Bataljon Transmissietroepen | 4ème Bataillon de Troupes de Transmissions | 4TTr
Type Verbindingseenheid
Ontdubbeld van Regiment Transmissietroepen
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kapitein-commandant SBH Eugène De Greef
Standplaats Sint-Huibrechts-Hern
Samenstelling Staf
Compagnie Telegrafisten (Lt A. Delvoie)
Compagnie Radiotelegrafisten (Kapt A. Aubertin)

 Tijdens de mobilisatie

Staf/4TTr
Het 4de Bataljon Transmissietroepen (4TTr) wordt op 1 september 1939, bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, te Grimbergen opgericht als ontdubbelingsbataljon van het Regiment Transmissietroepen. Drie dagen na zijn mobilisatie wordt het bataljon doorgestuurd naar Millen, een dorp ten noorden van Tongeren, om er aangehecht te worden aan de 4de Infanteriedivisie (4Div) als organieke transmissie-eenheid van deze divisie. De 4Div staat op dat ogenblik opgesteld aan het meest oostelijke deel van het Albertkanaal waar ze een waakscherm oprichten tussen Lixhe en Eigenbilzen. De 4Div blijft deze sector bezetten tot begin januari. Op 5 januari 1940 wordt de 4Div aan het Albertkanaal afgelost waarna de divisie een ver doorgedreven training te Leopoldsburg uitvoert.  Het 4TTr brengt samen met de rest van de divisie tien dagen door in het Kamp van Beverlo te Leopoldsburg. Na dit trainingskamp wordt de divisie als reserve van het leger rechtstreeks onder bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) geplaatst en neemt verschillende stellingen in tussen Diest en Hasselt. In die periode kantonneert het 4TTr te Kersbeek-Miskom om op 28 januari terug een kampperiode te ondernemen. Na deze kampperiode wordt de divisie onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK) om opnieuw stelling te nemen achter het Albertkanaal, ditmaal tussen Eigenbilzen en Diepenbeek. Het 4TTr verhuist op 27 februari mee met de divisie en vestigt  zich te Sint-Huibrechts-Hern, iets ten zuiden van Hoeselt waar het HK van de 4Div staat opgesteld.

Aan de vooravond van de oorlog bevindt de 4Div zich nog steeds in dezelfde sector. Rechts van de 4Div bevindt zich nu de 7de Infanteriedivisie (7Div) eveneens behorende tot het I/LK. De 7Div bezet stellingen tussen Lixhe en Eigenbilzen (exclusief). Links van de 4Div heeft de 1ste Infanteriedivisie (1Div) van het Cavaleriekorps (CK) post gevat. De drie infanterieregimenten van de 4Div staan in lijn opgesteld langs het kanaal. Het 11de Linieregiment (11Li) bezet de rechterondersector en sluit aan op de stellingen van de 7Div, het 7de Linieregiment (7Li) bezet de middenondersector terwijl het 15de Linieregiment (15Li) op de linkerflank staat opgesteld en de junctie maakt met de 1Div. Het 8ste Artillerieregiment (8A) levert de nodige vuursteun als divisieartillerie.

Opstelling van de 4Div bij het begin van de oorlog

Opstelling van de 4Div bij het begin van de oorlog

Staf/4TTr
Het 4TTr is bij het uitbreken van de oorlog nog steeds gestationeerd te Sint-Huibrechts-Hern. Zoals gebruikelijk bij de verbindingstroepen zijn detachementen van het bataljon verspreid over de volledige divisiesector. Op de eerste oorlogsdag beseffen de manschappen van het bataljon dat het menens is wanneer bij eerste daglicht talrijke toestellen van de Luftwaffe het Albertkanaal overvliegen en de Belgische linies aanvallen. De luchtafweer schiet in actie en tracht de indringers neer te halen. De ten oosten van de 4Div opgestelde 7de Infanteriedivisie (7Div) wordt op 10 mei in alle vroegte aangevallen. De Vijand voert luchtlandingen uit te Vroenhoven, Veldwezelt en Kanne en slaagt erin de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt intact te veroveren. Nog tijdens de voormiddag verovert de vijand een belangrijk bruggenhoofd op de westelijke oever van het Albertkanaal.

Rond 19u00 passeren drie pantserwagens van een Franse verkenningseenheid Sint-Huibrechts-Hern als voorhoede van de rest van de Franse troepen die de grens overgestoken zijn om ons land ter hulp te komen. De komst van de Fransen kan het moraal van onze troepen enigszins versterken [1].

Cie Tg/4TTR
De Compagnie Telegrafisten (Cie Tg/4TTr) bemant onder meer  de civiele telefooncentrale van Bilzen. Om 11u15 komt een detachement van het 4de Bataljon Genie (4Gn) 1.000 zandzakjes leveren ter bescherming van de telefooncentrale tegen luchtbombardementen.

Cie RTg/4TTr
De Compagnie Radiotelegrafisten (Cie RTg/4TTR), bevolen door Kapitein Aubertin, baat op de eerste oorlogsdag een radionet uit bestaande uit vijftien stations. Een radiotelegrafieploeg bestaat uit één gegradeerde en vier manschappen die samen één zend- en ontvangststation bedienen. Deze ploegen zijn afgedeeld bij de staven van de verschillende eenheden van de divisie.

Radiotelegrafisten aan een zender-ontvanger van het type E.R.P. (Emetteur-Recepteur Portatif).

Staf/4TTr
De Duitse opmars vanuit het bruggenhoofd te Vroenhoven en Veldwezelt komt op volle snelheid en Tongeren wordt al snel bedreigd. De 4Div ziet zich genoodzaakt om over Munsterbilzen, Bilzen en Tongeren en dwarsstelling op te werpen om een mogelijke omsingeling te vermijden. Talrijke transmissiedetachementen wordt gevraagd om hun materieel te ontmantelen en terug te keren naar het bataljon met het oog op een aftocht van het Albertkanaal. Bij het 8A bijvoorbeeld wordt slechts één radiostation operationeel gehouden bij de IVde Groep, terwijl alle andere ploegen moeten vertrekken.

Het bataljon krijgt om 11u00 het bevel om zich naar Ulbeek terug te trekken. Bij de aftocht blijft een van de transmissieploegen achter die op de staf van de 4Div werkzaam is. De militairen worden bij gebrek aan transportmiddelen ingehaald door de vijand en krijgsgevangen gemaakt.

De aalmoezenier van het bataljon, E.H. R. Guidée, raakt gewond te Borgloon en moet worden afgevoerd naar het hospitaal.

Staf/4TTr
Het bataljon begint samen met de rest van de divisie aan de terugtocht naar de K.W. Stelling. Het gros reist af via Diepenbeek, Landen, Hannuit en Geldenaken en komt aan te Veltem nabij Leuven. De infanterie van de divisie legt de terugtocht af in twee nachtelijke etappes en zal pas op 13 mei de K.W. Stelling bereiken.

De 4Div zal naar de linkeroever van het Kanaal van Willebroek gebracht worden en moet op 14 mei hergroeperen in de zone tussen Grimbergen en Strombeek-Bever. Het 4TTr reist af op 13 mei en bereikt Grimbergen na een tocht langsheen de Brusselsesteenweg over Kortenberg en Zaventem.

De rest van de 4Div komt aan in het kantonnementsgebied op de linkeroever van het Kanaal van Willebroek.

De legerleiding besluit om de 4Div naar het Bruggenhoofd Gent over te brengen om er de bunkerzone tussen de de oevers van de Schelde stroomopwaarts en stroomafwaarts van Gent te bemannen. De eenheden zullen op 16 mei de verplaatsing aanvatten.

Het bataljon gaat op weg naar het Bruggenhoofd Gent. Via een tussenstops in Gontrode zal Merelbeke bereikt worden. De diverse detachementen zetten zich aan het werk om de telefoon- en radioverbindingen mogelijk te maken.

Bij aankomst van de rest van het veldleger op de nieuwe linie van Terneuzen over Gent tot Oudenaarde, worden de posities van de 4Div herschikt. De divisie wordt nu geconcentreerd in de centrale sector van het Bruggenhoofd Gent tussen Munte en Betsberg.

De staf van 4TTr wordt overgebracht naar Sint-Denijs-Westrem en verblijft in de buurt van het militaire vliegveld. De piste wordt tijdens de nacht van 19 op 20 mei aangevallen door de Luftwaffe.

De Duitsers maken contact met het Bruggenhoofd Gent.

De 4Div zal tijdens de nacht van 22 op 23 mei naar het Afleidingskanaal van de Leie gestuurd worden om de sector net ten noorden van Deinze te verdedigen. Het 4TTr dient zich om 20u00 naar Vinkt te verplaatsen. Het divisiehoofdkwartier zal eveneens in deze gemeente opgesteld worden.

De divisie bereikt de westelijke oever van het Afleidingskanaal. Het 4TTr gaat onmiddellijk aan het werk om het telefoonnet en het radionet van de divisie operationeel te maken.

De 4Div ontplooit langsheen het Afleidingskanaal. De divisiestaf en het commando van het 4TTr worden in de loop van de avond overgebracht naar Kanegem.

De vijand valt aan ten noorden van Deinze en kan zonder veel moeite het 15Li uit zijn posities ontwrichten. Ook het 7Li en het 11Li worden al snel met de overrompeling bedreigd. De 4Div biedt weinig weerwerk en er worden grote aantallen militairen krijgsgevangen gemaakt. Daarbij worden ook talrijke detachementen van het 4TTr overrompeld waaronder, als een van de eerste, de telefonisten en de radio-operatoren op de staf van het 15Li. Waar mogelijk wordt bij overgave de communicatieapparatuur onklaar gemaakt.

Tijdens de namiddag verplaatsen het divisiehoofdkwartier en de overgebleven elementen van het 4TTr zich naar Ruiselede.

De restanten van het 4TTr verplaatsen zich naar Oostkamp bij Brugge. Om 15u00 wordt het bataljon doorgestuurd naar Mariakerke.

Het bataljon bereikt tijdens de nacht het dorp Stene nabij Oostende. Hier wordt halt gehouden wanneer het nieuws van de capitulatie de manschappen bereikt. De bataljonsvlag zal samen met vele andere emblemen gedurende de bezetting verborgen worden in de Abdij Zevenkerken te Sint-Andries. Enkele dagen later marcheert het bataljon via Waardamme, Lovendegem en Lochristi naar Gent. Bij de doortocht van Waardamme wordt het overgebleven transmissiematerieel aan de bezetter overgemaakt.

Reisweg van de Rhenus 127 op 30 mei 1940 van Walsoorden tot Willemstad.

Krijgsgevangenen/4TTr
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de gevangen militairen via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen. Er is een halte voorzien te Dordrecht waar de nacht wordt doorgebracht. Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een aantal van het 4TTr. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 4TTr telt 3 geïdentificeerde slachtoffers.

Na de capitulatie

De bataljonscommandant slaagt er in zowel de meeste Vlaamse als de Waalse miliciens van zijn bataljon te laten demobiliseren. Van het beroepskader zullen Kapitein-commandant SBH De Greef en Kapitein Aubertin tot oktober 1940 in Duitse krijgsgevangenkampen doorbrengen. Eugène De Greef zou, als Kolonel SBH, van 1954 tot 1958 minister van Landsverdediging worden waarna hij de militaire rangen vervoegt om op te klimmen tot Luitenant-generaal. Bij zijn pensionering wordt hij door koning Boudewijn als baron de Greef in de Belgische adel opgenomen.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Het betreft hier pantserwagens die behoren tot een verkenningseenheid van één van de divisies van het 1ste Franse Leger die vermoedelijk als opdracht hadden de vijandelijke opmars te jalonneren. De aankomst van de Franse pantserwagens werd door het I/LK verkeerdelijk geïnterpreteerd als de voorhoede van het 1 (FRA) Leger. Het is in principe nooit de bedoeling geweest dat de Fransen verder zouden oprukken dan de K.W. Stelling hoewel dit op meerdere plaatsen wel is gebeurd op initiatief van plaatselijke bevelhebbers (o.a. richting Tongeren).
  2. Achtergrondinformatie over Eugene De Greef [On Line Beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eug%C3%A8ne_De_Greef [Laatst geraadpleegd 14 mei 2019].