19de Compagnie Transmissietroepen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 19de Compagnie Transmissietroepen | 19ème Compagnie de Troupes de Transmissions | 19TTr
Type Verbindingseenheid
Ontdubbeld van Regiment Transmissietroepen
Onderdeel van 1ste Divisie Ardeense Jagers
Bevelhebber Luitenant G. Riche
Standplaats Neufchateau
Samenstelling Stafpeloton (OLt A. Lombard)
Peloton 1ChA (geen officier)
Peloton 2ChA (OLt A. Pernet)
Peloton 3ChA (OLt A. Hausman)

Tijdens de mobilisatie

De 19 Cie TTr en 20 Cie TTr werden op 26 augustus 1939 gemobiliseerd te Belgrade nabij Namen als het Bataljon Transmissietroepen Ardeense Jagers. Op 22 november 1939 wordt dit bataljon bij de reorganisatie van de beide divisies van de Ardeense Jagers opgesplitst in twee onafhankelijke compagnies: de 19Cie wordt voorbestemd voor de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 20Cie wordt aangehecht bij de 2de Divisie Ardeense Jagers. De compagnies krijgen elk hun afzonderlijke standplaats en zullen vanaf dat ogenblik afzonderlijk van elkaar optreden.

Deze compagnies hebben een unieke samenstelling en bestaan elk uit vier pelotons met opdrachten eigen aan de specificiteit van de Ardeense Jagers:

  • het stafpeloton is verantwoordelijk voor de radio- en telefoonverbindingen tussen de divisiestaf en de drie regimenten van hun divisie
  • het 1ste, 2de en 3de peloton worden elk aangehecht bij een regiment van de divisie en staan enerzijds in voor de radio- en telefoonverbindingen met de bataljons en anderzijds voor het onderhoud van de communicatieapparatuur in de diverse wachtposten aan de grens. Tot slot zijn deze pelotons ook elk verantwoordelijk voor het vernielen van een aantal telefooncentrales van het burgernet bij een vijandelijke inval
  • de compagniecommandant is tevens technisch raadgever op het vlak van verbindingen van de divisiestaf

De 19de compagnie heeft daarnaast de bijzondere opdracht om op bevel de internationale telefoonkabel die onze hoofdstad met het Zwitserse Bazel bevindt te vernielen ter hoogte van Léglise.

Om dit alles uit te kunnen voeren, beschikt de 19de compagnie over de volgende middelen:

  • 5 vrachtwagens met telefoniemateriaal en telefoonkabel waarvan er 2 aan het stafpeloton toegewezen zijn en 1 aan elk van de drie overige pelotons
  • 1 zender-ontvanger type E.R.M. Model 36 (Emetteur-Récepteur Moyenne Puissance)
  • 17 zender-ontvangers type E.R.P Model 36 (Emetteur-Récepteur Petite Puissance)
  • 1 ontvanger type R.P. (Récepteur Petite Puissance)
  • 1 elektrogeengroep op aanhangwagen
  • 5 elektrogeengroepen merk Snubbers

een wagenpark bestaande uit 20 vrachtwagens, 4 aanhangwagens, 4 personenwagens en 3 motorfietsen

Het personeelsbestand van de compagnie omvat maar liefst 350 militairen. Niet al dit personeel kan met de voertuigen getransporteerd worden. De manschappen die afgedeeld zijn bij het 1ChA, 2ChA en 3ChA moeten op de transportmiddelen van deze eenheden rekenen.

In April 1940 werd dan ook besloten op het 19TTr te vergroten tot een volwaardig bataljon. Deze plannen zouden op 1 juni 1940 gerealiseerd moeten worden. De compagniecommandant heeft op 10 mei 1940 dan ook een detachement van ongeveer 50 militairen afkomstig van het 1ChA, 2ChA en 3ChA in opleiding te Neufchateau die na een opleiding tot transmissiesoldaat naar het nieuwe bataljon overgeheveld zullen worden.

De vier pelotons van het 19TTr zullen tijdens de Achttiendaagse Veldtocht onafhankelijk van elkaar optreden. Dit overzicht betreft alleen het stafpeloton van deze compagnie en hun rol in het verzekeren van de verbindingen tussen het commando van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en zijn eenheden.

De telefonisten van dit peloton zijn bij het uitbreken van de oorlog verantwoordelijk voor een bijzonder uitgebreid telefoonnet dat de divisiestaf enerzijds verbindt met de staf van de Groepering K en anderzijds met het 1ChA, 2ChA en 3ChA. Bovendien staat het peloton ook in voor de telefoonverbindingen met de standplaatsen van de officieren van wacht bij de voorbereide vernielingen in het operatiegebied van de divisie.

Daar de militairen niet over voldoende materieel beschikken, wordt hiervoor ook in ruime mate beroep gedaan op het burgernet. Het peloton baat de centrales te Aarlen, Attert, Habay la Neuve, Bodange, Neufchateau, Libramont, Lavaux, Etalle, Amberloup, Bastenaken, Houffalize, Wideumont, Baconfoy, Manhay, Vielsalm, Trois-Pont, Werbomont en Sankt-Vith uit. Eén korporaal en vier soldaten bevinden zich bij de internationale telefoonkabel Brussel-Bazel te Léglise.

Voor de verbingingen per radio staat het E.R.M toestel opgesteld op de divisiestaf. Daarnaast wordt op de commandoposten van het 1ChA, 2ChA en 3ChA telkens een E.R.P toestel uitgebaat.

Het peloton ontvangt volgens Luitenant Riche een eerste alarmmelding op 9 mei om 23u00. Dit alarm wordt onmiddellijk verspreid per telefoon naar de regimenten en de wachtposten. De verbindingen verlopen normaal.

Tijdens de ochtend vertrekt Onderluitenant Lombard met een installatieploeg naar Ouffet aan de Ourthe. Dit dorp is de geplande standplaats voor de divisiestaf bij de terugtocht van de grensstellingen.

In het achtergebied van het 1ChA vindt een luchtlanding plaats nabij Nives en Witry. Het I/1ChA bataljon verbreekt de radiostilte en zendt een alarmmelding uit over de ether in klare taal. Het peloton beveelt om de nabijgelegen internationale telefoonkabel te Léglise te vernielen, maar kan niet meer in contact komen met zijn vernietigingsploeg. Een nieuwe equipe vertrekt en vernielt de kabel tussen Neufchateau en Hamipré.

De 50 soldaten in opleiding te Neufchateau worden teruggestuurd naar hun moederregimenten. Het personeel is in overtal en kan niet gebruikt worden binnen het peloton. Drie militairen van die detachement die in het burgerleven als centralist bij de R.T.T. werken, worden behouden.

Intussen is de terugtocht van de Ardeense Jagers naar de tussenstelling langsheen de Ourthe gestart. De burgercentrales worden met uitzondering van Houffalize allen vernield en het personeel van het peloton keert terug naar Neufchateau. Het peloton volgt de divisiestaf naar Saint-Hubert en Marche en steekt in de loop van de avond de Ourthe over om zich te Ouffet te installeren.

Het stafpeloton van 19TTR bevindt zich te Ouffet. De telefooncentrales van Ouffet, Anthisnes en Hamoir worden bezet door centralisten van het peloton. De verbindingen verlopen normaal tot bij de start van de terugtocht van de Groepering K naar de westelijke oever van de Maas. Wanneer de staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers zich terugplooit, worden de burgercentrales vernield. Het peloton steekt in de loop van de avond de Maas over via de brug van Hermalle-sous-Huy.

Het stafpeloton komt tijdens de nacht aan te Jehay-Bodegnée en wordt vervolgens verder gestuurd naar Champion en Suarlée waar de ganse divisie zich hergroepeert. Het peloton is eveneens betrokken bij de zware luchtaanval op Suarlée die bij de Ardeense Jagers tientallen dodelijke slachtoffers zal maken. Het vallen bij het stafpeloton geen doden, maar het 19TTr heeft wel een slachtoffer te betreuren.

In de loop van de avond trekt het peloton verder naar Sauvenière. De staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers is nu in twee echelons gesplitst en het peloton deelt zich eveneens in twee detachementen. Het voorste echelon blijft te Sauvenière en het achterste echelon vertrekt naar Beuzet.

De ganse divisie wordt ontplooid langsheen de Belgische verdedigingslinie ten noorden van Namen. Er worden allen verbindingen per radio onderhouden. Het telefoonmaterieel wordt voorlopig niet gebruikt.

Het peloton blijft te Sauvenière en Beuzet.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers trekt zich aan het eind van de dag terug naar het westen. Het stafpeloton verplaatst zich tijdens de avond naar Baisy-Thy nabij Genappe. De divisiestaf installeert zich te Bousval.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers verplaatst zich verder westwaarts. Het stafpeloton kantonneert aan het eind van de dag te Smeerebbe-Vloerzegem.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers zal ingezet worden aan de Dender om de aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de nieuwe verdedigingslinie tussen Terneuzen en Oudenaarde te helpen dekken. Het stafpeloton komt aan te Oordegem. De divisie zal opnieuw gebruikt maken van het civiele telefoonnet om te verbindingen te helpen verzekeren en de operatoren nemen de telefooncentrale van Burst over. De grote regionale centrale van Aalst wordt aanvankelijk verder uitgebaat door de R.T.T. versterkt met militair personeel. Wanneer de telefoonverbinding met Aalst echter uitvalt en het stafpeloton op onderzoek gaat, wordt vastgesteld dat de centrale te Aalst verlaten werd en er niemand meer aanwezig is. Het 19TTr neemt de installaties over.

De staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers installeert zich te Gucht nabij Wanzele. Het stafpeloton is er in geslaagd om het schakelbord van de divisiestaf te verbinden met de telefooncentrale te Gent en alzo rechtstreeks te kunnen telefoneren met het Groot Hoofdkwartier te Sint-Denijs-Westrem. Daarnaast wordt ook het telefoonnet van de aan het Denderfront ontplooide artillerie-eenheden versterkt zodat deze eveneens over een directe verbinding met het 1ChA, 2ChA en 3ChA kunnen beschikken.

De telefoon- en radionetten werken op volle toeren nu de vijand contact gemaakt heeft met de Ardeense Jagers tussen Dendermonde en Aalst. Diverse ploegen van het stafpeloton zijn continu op het terrein om defecten en beschadigingen aan de telefoonkabels te herstellen en het net operationeel te houden.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers trekt zich rond het middaguur terug van de Dender. De terugtocht naar het Bruggenhoofd Gent zal in twee etappes verlopen en het vertragend gevecht dient er voor te zorgen dat de vijand geen contact kan maken met het bruggenhoofd voor de avond van 19 mei. Tijdens de verplaatsing wordt natuurlijk geen gebruik gemaakt van veldtelefonie. Het stafpeloton bedient wel het radionet.

Na een kort oponthoud te Sint-Denijs-Westrem wordt het stafpeloton doorgestuurd naar Astene waar de staf 1ste Divisie Ardeense Jagers zich ontplooid heeft. Het peloton kan zich herbevoorraadden aan telefoondraad bij een niet nader bepaalde transmissiecompagnie die nog over zijn volledige dotatie blijkt te beschikken.

De divisie trekt verder naar Deurle en stelt hier zijn nieuwe hoofdkwartier op. Het stafpeloton trekt nieuwe telefoonbekabeling naar de commandoposten van de drie regimenten enerzijds en naar de commandopost van de artillerie van de II/17A en II/19A te De Pinte anderzijds. Daarnaast worden de verbindingen in dubbel uitgevoerd via de Gentse telefooncentrale van het burgernet.

Het 19TTr kan via de Technische Dienst der Transmissietroepen te Oostende opnieuw een bijkomende dotatie aan veldkabels verkrijgen. Geschikte bijkomende telefoontoestellen worden in de omgeving opgevorderd.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers blijft op post aan de westrand van het Bruggenhoofd Gent. Aan het eind van de dag zal het veldleger starten met de aftocht van het bruggenhoofd naar de Leie. De Ardeense Jagers zullen op post blijven tot 23 mei op de aftocht te helpen dekken.

Het stafpeloton is de ganse dag druk in de weer. Een 3de vrachtwagen wordt omgebouwd om al rijdend telefoonkabel te kunnen leggen. De radio’s worden stand-by gehouden voor het geval de telefoonverbindingen zouden uitvallen.

Het stafpeloton vertrekt samen met de divisiestaf naar Doomkerke. De 1ste Divisie Ardeense Jagers wordt op enige afstand van het nieuwe Leiefront gekantonneerd en kan van een relatieve rust genieten. De nabijgelegen telefooncentrale van Ruiselede wordt uitgebaat door het 5TTr.

Het stafpeloton blijft te Doomkerke.

De 1ste Divisie Ardeense Jagers wordt na de Duitse doorbraak over het Afleidingskanaal van de Leie in de sector van de 4de Infanteriedivisie te Meigem opnieuw naar het front gestuurd. De vijand beukt in op de Belgische linies rond Vinkt en de Ardeense Jagers dienen een verdere doorbraak van de Belgische Leiestelling te helpen indijken.

Luitenant Riche krijgt de opdracht om een deel van het telefoonnet van de rond Nevele opgestelde 5de Infanteriedivisie over te nemen en moet tevens nieuwe veldlijnen laten aanleggen naar de posities van het in die sector opgestelde 8A. Er wordt tevens een nieuwe lijn getrokken naar de commandopost van de 5de Infanteriedivisie aan de Grietjesgalgestraat te Ruiselede. Het 26TTr legt dan weer een telefoonverbinding aan tussen de staf van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en het VIde Legerkorps.

Het stafpeloton staat nog steeds in voor de verbindingen op niveau divisie. Tijdens de namiddag verlaat de divisiestaf Doomkerke om zich eveneens aan de Grietjesgalgestraat te gaan installeren. Onderluitenant Hausman wordt verantwoordelijk voor het realiseren van de nodige telefoonverbindingen. Onderluitenant Lombard legt dan weer een nieuwe veldlijn aan tussen Grietjesgalge en Wingene. Een achterwacht onder leiding van Luitenant Riche blijft te Doomkerke tot bij de terugtocht van het 2ChA rondom 20u00.

De divisiestaf trekt zich samen met het stafpeloton van het 19TTr terug naar Berg-op-Zoom nabij Torhout. Hier wordt de capitulatie vernomen. Het werk van de transmissietroepen eindigt echter niet en het stafpeloton zal blijven instaan voor de telefoonverbindingen van de 1ste Divisie Ardeense Jagers zolang de eenheden in de buurt blijven kantonneren in afwachting van verdere bevelen van de bezetter.

Op 30 mei levert het 19TTr zijn overblijvende uitrusting en bewapening in. Op de inventaris staan:

  • 96 geweren en 25 pistolen
  • 8188 patronen voor geweren en 1013 patronen voor pistolen
  • 1 vrachtwagen met 11 bobijnen telefoondraad, 5 centrales met 20 lijnen, 1 centrale met 10 lijnen en 9 veldtelefoons type Bell
  • 1 Latil trekker met aanhangwagen met 4 bobijnen, 2 centrales met 20 lijnen, 1 centrale met 10 lijnen en 6 veldtelefoons type Bell
  • 1 vrachtwagen met een elektrogeengroep op aanhangwagen, de nodige elektrische uitrusting, 1 E.R.P zender-ontvanger en 1 R.P. ontvanger
  • 1 3-tons vrachtwagen met de E.R.M. Model 36 zender-ontvanger op aanhangwagen, 3 ton bronsdraad, 12 telefoontoestellen type Bell en 28 rollen zware telefoondraad
  • 1 FM vrachtwagen met alle wisselstukken voor de communicatieapparatuur
  • 2 auto’s
  • 1 solo-motorfiets
  • 4 fietsen

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen