Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen | Wh Verk Weg Inr
Gardes de Voies de Communication et d’Etablissements | GVCE
Type Territoriale wachttroepen
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Territoriale Troepen en Etablissementen
Bevelhebber Respectievelijke provinciecommandanten
Standplaats Diverse
Samenstelling West-Vlaanderen Iste Bataljon (Maj Kunnen) 1ste Cie (Brugge), 2de Cie (Zeebrugge), 3de Cie (Steenbrugge), 4de Cie (Izegem)
IIde Bataljon (Maj Laevens) 1ste Cie (Kortrijk), 2de Cie (Zwevegem), 3de Cie (Wevelgem), 4de Cie (Ieper)
IIIde Bataljon (Maj Pirotte) 1ste Cie (Oostende), 2de Cie (Nieuwpoort), 3de Cie (Veurne), 4de Cie (Pollinkhove)
IVde Bataljon (Cdt Demeulemeester) 1ste Cie (Torhout), 2de Cie (Lichtervelde), 3de Cie (Roeselare), 4de Cie (Diksmuide)
Oost-Vlaanderen VIIde Bataljon (Cdt Heyndrickx) 1ste en 2de Cie (Gent), 3de Cie (Melle), 4de Cie (Sint-Amandsberg)
VIIIde Bataljon (Cdt Libbrecht) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Gent)
Xde Bataljon (Cdt P. Berns) 1ste Cie (Aalst), 2de Cie (Lede), 3de Cie (Denderleeuw), 4de Cie (Wetteren)
XIde Bataljon (Major Jacobs) 1ste Cie (Zottegem), 2de Cie (Geraardsbergen), 3de Cie (Ronse), 4de Cie (Oudenaarde)
XIIde Bataljon (Cdt Chevalier) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Neutrale zone te Brussel)
XIIIde Bataljon (Cdt Wille) 1ste Cie (Eeklo), 2de Cie (Aalter), 3de Cie (Waarschoot), 4de Cie (Zelzate)
Antwerpen XVIIde Bataljon (Cdt Crispiels) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Mechelen)
Brabant XXIste Bataljon (Maj Anthone) 1ste Cie (Schaarbeek), 2de Cie (Ganshoren), 3de Cie (Vilvoorde), 4de Cie (Etterbeek)
XXIIste Bataljon (Cdt Beekman) 1ste en 2de Cie (gefusioneerd, Leuven) en 3de en 4de Cie (gefusioneerd, Leuven)
XXIIIste Bataljon (Maj Stappaerts) 1ste Cie (Tienen), 2de Cie (Diest), 3de Cie (Waver), 4de Cie (Grand-Rosière)
XXIVste Bataljon (Cdt Tacq) 1ste Cie (Halle), 2de Cie (Tubize), 3de Cie (Nijvel), 4de Cie (Ottignies)
bewakingsdetachement in interneringskamp van Terlanen (Overijse)
XXVste Bataljon (Cdt baron
de Bernard de Fauconval de Deuken)
1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Neutrale zone te Brussel)
Henegouwen XXVIIste Bataljon (Cdt Landrieu) 1ste Cie (Doornik), 2de Cie (Nechin), 3de Cie (Maubray), 4de Cie (Leuze)
XXVIIIste Bataljon (Cdt Henetton) 1ste Cie (Boussu), 2de Cie (Blaton), 3de Cie (Tertre), 4de Cie (Bergen)
XXXste Bataljon (Cdt Libert) 1ste Cie (La Louviere), 2de Cie (Soignies), 3de Cie (Bracuegnies), 4de Cie (‘s Gravenbrakel)
XXXIste Bataljon (Cdt Driessen) 1ste Cie (Piéton), 2de Cie (Manage), 3de Cie (Luttre), 4de Cie (Gosselies)
XXXIIste Bataljon (Cdt Lebon) 1ste Cie (Charleroi), 2de Cie (Marchienne-au-Pont), 3de Cie (Chatelineau), 4de Cie (Lodelinsart)
Luik XLIIste Bataljon (Cdt Henry) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Luik)
Namen XLVste Bataljon (Maj Petit) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Namen)
XLVIste Bataljon (Cdt Martin) 1ste Cie (Gembloers), 2de Cie (Jemeppe), 3de Cie (Bovesse), 4de Cie (Flawine)
XLVIIste Bataljon (Cdt Jadoul) 1ste Cie (Philippeville), 2de Cie (Onhaye), 3de Cie (Saint-Gerard), 4de Cie (Mariembourg)

Tijdens de mobilisatie

GVCE
Het concept van de bataljons Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen ontstaat in 1937 bij de reorganisatie van de slagorde van het leger in oorlogstijd. De Belgische strategie bestaat er in om bij een vijandelijke inval uit het oosten het veldleger terug te trekken tot op de K.W. Stelling en daar de hulp van de geallieerden af te wachten en de invaller het hoofd te bieden. Om de vitale verkeerswegen en infrastructuur in het gebied ten westen van deze linie te helpen beveiligen, zal gebruik gemaakt worden van de Wachters die als onderdeel van de territoriale troepen in hun eigen woongebied statische bewakingsopdrachten moeten uitvoeren om saboteurs en luchtlandingen te snel af te zijn.

Manschappen van het XLVII bataljon in januari 1940.

De manschappen voor deze wachtbataljons worden geput uit de oudste reservisten. De meeste manschappen zijn tussen de 35 en 45 jaar oud. De officieren werden reeds in september 1939 gemobiliseerd, maar onmiddellijk weer in verlof zonder wedde geplaatst. De meeste bataljons worden slechts midden januari 1940 onder de wapens geroepen na de afkondiging van Fase D van de mobilisatie. Sommige eenheden zien pas in april 1940 het daglicht. Het enkele bataljon van de provincie Luik wordt op 10 mei samengebracht.

Een bataljon Wachters bestaat uit vier compagnies wachtfuseliers. Verspreid over de 25 bataljons worden een totaal van 58 zware compagnies en 42 lichte compagnies op de been gebracht. Het verschil zit in het aantal manschappen.

De uitrusting van de bataljons is eerder beperkt en bestaat uit verouderde wapens en oorlogsbuit uit de vorige wereldoorlog. Bovendien is het bij de bataljons een komen en gaan omdat heel wat reservisten omwille van hun persoonlijke situatie recht hebben om huiswaarts te keren tot bij het afkondigen van de algemene mobilisatie die er pas komt wanneer de Duitsers effectief de aanval tegen België inzetten.

De oorlogservaringen van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen lopen sterk uiteen maar kunnen vaak worden samengevat tot een stapsgewijze terugkocht naar Vlaanderen, vaak zonder precieze instructies van de militaire overheid en in de meeste gevallen zonder bevoorrading of geldmiddelen, gevolgd door de inname van kantonnementen in het achtergebied van het veldleger tot het eind van de veldtocht. Vier bataljons werden zelfs door de respectievelijke plaatscommandanten vanuit hun kantonnementsplaats in de Westhoek doorgestuurd naar Rouen in Frankrijk. Een aantal pelotons werd ook aangeduid om ‘verdachte burgers’ en ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ die bij de start van de vijandelijkheden geïnterneerd werden te bewaken.

I/GVCE
Het Iste Bataljon (I/GVCE) wordt in opdracht van het Provinciecommando West-Vlaanderen belast met de opdracht om de ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ te bewaken. De geïnterneerden worden in Brugge in de kazerne van het 4de Linieregiment gecentraliseerd. De pelotons van Lt Bauwens en Lt Debacker van de 2Cie worden hiervoor aangeduid.

X/GVCE
Het Xde Bataljon (X/GVCE) wordt gemobiliseerd te Aalst op 14 januari 40 en voert verschillende opdrachten uit in de buurt van Aalst tot 18 mei.

XVII/GVCE
In de Prekerskazerne, de Adjudant Macheleinkazerne (kazerne 9 – 10) en de Kazerne Generaal Drubbel (oftewel Sint-Joriskazerne) te Antwerpen wordt een verzamelcentrum voor ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ ingericht. Het betreft hoofdzakelijk Duitsers die zich in Antwerpen bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moesten melden bij de verschillende politiebureaus te Antwerpen. In veel gevallen betrof  het Duitse joden gevlucht voor het nazi-regimeAllen werden ze in hechtenis genomen (administratief geïnterneerd) en samengebracht in de drie Antwerpse kazernes waar detachementen van het XVIIde Bataljon allicht voor de omkadering en bewaking zorgden (TBC) [5].  

XXI/GVCE
De vier compagnies van het Brusselse XXIste Bataljon (XXI/GVCE) worden gemobiliseerd in de gemeenten Schaarbeek, Ganshoren, Vilvoorde en Etterbeek. De verschillende pelotons worden aangevuld met versterkingen die bij de afkondiging van de algemene mobilisatie nog worden opgeroepen en gaan verder met het bewaken van de hun toegewezen vitale punten.

  • De 1ste Compagnie beveiligt te Anderlecht onder meer de sluis op het Kanaal Brussel-Charleroi, de spoorbrug van de lijn Brussel-Oostende over deze waterloop, het station Brussel-West en de Wambeekbrug.
  • De 2de Compagnie heeft wachtposten te Schaarbeek aan het station, de gasfabriek en elektriciteitscentrale, de brug over het Kanaal van Willebroek, het waterzuiveringsstation aan de Heizel en het waterpompstation te Mutsaard.
  • De 4de Compagnie die zich in Etterbeek bevindt krijgt een bijzondere opdracht. Zij moeten de “ buitenlanders van vijandige naties”, die zich moesten aanmelden op de gemeentehuizen van  Ukkel en Elsene en vervolgens door de politie geïnterneerd werden, verzamelen in de Géruzet en de Rolin Kazerne. Het 34 man sterke peloton van Luitenant Res de Marchi is verantwoordelijk voor de bewaking van de 1.500 geïnterneerden verzameld in de Rolin Kazerne terwijl het peloton van Luitenant Lavallée  verantwoordelijk is voor de 1.500 geïnterneerden verzameld in de Géruzet Kazerne. Het peloton van Luitenant Colette wordt belast met de bewaking van een aantal administratief geïnterneerde buitenlanders die zich te Brussel hadden aangemeld en in het Klein Kasteeltje werden verzameld  [5]. Generaal Lemercier, Provinciecommandant van de Provincie Brabant, tevens bevelhebber van de stad Brussel en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de hele operatie, bracht meerdere bezoeken aan de kazernes.

XXII/GVCE
De Leuvense wachters bewaken een hele reeks locaties in en om de stad. De 1ste Compagnie heeft onder meer wachtposten aan het Leuvense justitiepaleis, de brug van de Tiensesteenweg, het station van Leuven en de staalfabriek van de Ateliers de la Dyle, de gasfabriek en de installaties van Shell aan de vaart. Het bataljon meldt ook wachtposten uitgezet te hebben in Sint-Joris-Weert, Terbank en Volmolen en het Waals-Brabantse Précot. Rond 18u30 wordt de Tiensesteenweg een eerste keer gebombardeerd. Er valt één gewonde bij het XXII/GVCE.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    De 2de Compagnie van het XXIIIste Bataljon heeft zijn standplaats te Diest en staat onder het bevel van Luitenant Kirkpatrick, een reserveofficier die als advocaat in Brussel werkt. Op 10 mei 1940 is Robert Kirkpatrick met vakantie in Zwitserland waar hij het nieuws van de Duitse inval verneemt. Hij spoedt zich onmiddellijk naar ons land in zijn persoonlijke auto. Intussen wordt te Diest het bevel over de compagnie waargenomen door Luitenant Rossaert. Rossaert begeeft zich tijdens de ochtend naar de Citadel van Diest om er zijn instructies in ontvangst te nemen en ontmoet vervolgens de manschappen van de compagnie in de Middenschool aan de Albert I Straat die als verzamelplaats voor de plaatselijke wachters is aangeduid. De manschappen ontvangen er hun ontbrekende uitrusting. Als belangrijk verkeersknooppunt wordt Diest intussen regelmatig gebombardeerd door de Luftwaffe.

XXIV/GVCE
Dit bataljon wordt gemobiliseerd te Nijvel, Halle, Tubize en Ottignies. De bataljonsstaf en de 3de Compagnie (3Cie) bevinden zich te Nijvel in de oude muziekacademie in de Rue du Wichet.

  • 3/XXIV
    De detachementen van de 3Cie stonden opgesteld te Nijvel en op verschillende verkeersknooppunten tussen Nijvel en Brussel. Zo bevonden zich telkens een zevental soldaten in het station Nivelles-Est, het station van Baulers, te Alzémont, Fonteny, Vieux-Genappe en op spoorwegbruggen in de Brusselse voorstad.
  • 4/XXIV
    Een detachement van de 4Cie van XXIV/GVCE, onder bevel van Kapitein-commandant Serckx en bestaande uit vier officieren en 120 manschappen, was reeds tijdens de mobilisatie in versterking van de Administratieve Compagnie der Interneringskampen. Deze compagnie stond in voor de bewaking van geïnterneerde militairen van buitenlandse nationaliteit die om welke reden dan ook (bijvoorbeeld piloten van Duitse, Franse en Britse vliegtuigen die in België een noodlanding moesten maken tijdens de schemeroorlog) onze landsgrens zijn overgestoken en werden opgepakt en geïnterneerd. Het detachement van de 4Cie stond in voor de bewaking van Britse en Franse officieren die werden geïnterneerd in het preventorium van Terlanen nabij Overijse. Bij het uitbreken van de oorlog worden de geïnterneerde Fransen en Britten overgemaakt aan hun respectievelijke ambassades. De Duitse geïnterneerden worden vanaf nu beschouwd als krijgsgevangenen en worden overgebracht naar de Majoor Weylerkazerne in Brugge. Het detachement van Cdt Serckx blijft in versterking van de Administratieve Compagnie en verhuist mee naar Brugge.

XXV/GVCE
Dit bataljon werd voor een tweede en definitieve keer gemobiliseerd op 15 april 1940. De compagnies zijn verantwoordelijk voor de beveiliging van de neutrale zone rond het parlement en het koninklijk paleis te Brussel.

XLV/GVCE
Het XLVste Bataljon (XLV/GVCE) wordt de 10 maart 1940 opgericht in Namen en staat onder bevel van Majoor Petit. De Compagnies bewaken verschillende gevoelige installaties in de Naamse binnenstad tot 12 mei 40.

XLVI/GVCE
Dit bataljon wordt op 14 januari 40 gemobiliseerd te Gembloux. De vier compagnies voeren tot 12 mei bewakingsopdrachten uit in respectievelijk Gembloux (1Cie), Jemeppe (2Cie), Bovesse (3Cie) en Flawine (4Cie). Het bataljon wordt bevolen door Kapitein-commandant Martin.

XLVII/GVCE
Het XLVII/GVCE mobiliseert op 14 januari 40 te Phillippeville en staat onder bevel van Kapitein-commandant Jadoul. Op 10 mei voert het bataljon verschillende opdrachten uit langs de Maas maar krijgt diezelfde dag nog opdracht terug te plooien op Florennes en Binche. Het bataljon zal er verblijven tot 17 mei.

Een wachtpost van de GVCE.

XXII/GVCE
Zoals voorzien in de geallieerde plannen, ontplooit de Britse 3th Infantry Division zich te Leuven. Aan de brug van de Tiensesteenweg komt Britse luchtafweer te staan en zet de Britse genie zich aan het werk voor het ondermijnen van het kunstwerk. Bovendien is ook het 5de Regiment Jagers te Voet nog aanwezig. De GVCE loopt er nutteloos bij en besluit zijn wachtpost aan de brug te sluiten. Ook de wachtposten ten zuiden van de stad worden teruggeroepen na aankomst van de Britten. Het bataljon stuurt een detachement uit naar Veltem om de zendmast van het NIR te gaan bewaken. De 1ste Compagnie wordt tijdens de avond overgebracht naar nieuwe kantonnementen in de school aan de Koning Albertlaan. Omstreeks 22u00 worden ook de wachtposten aan de Ateliers de la Dyle, de gasfabriek en het depot van Shell ontruimd. Alle wachtposten van de 1ste en de 2de Compagnie brengen de nacht door in hun kantonnementen.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Bij de 2Cie worden de opdrachten verdeeld. Het 1ste Peloton wordt vanaf 09u00 uitgestuurd om zijn wachtposten in te nemen. Het 2de peloton verlaat de Middenschool vanaf 13u00 om zich op te stellen op de voorziene punten doorheen de stad. Een uur later komt een wachter per fiets aan vanuit Tienen. Hij heeft de orders bij van Majoor Stappaerts voor de 2de Compagnie. Stappaerts is bijzonder vaag en vraagt aan Luitenant Rossaerts om de dienst zo goed mogelijk waar te nemen en om ‘op eigen initiatief te handelen’. Intussen is de aftocht van het veldleger van het Albertkanaal naar de K.W. Stelling in volle gang en krioelt het te Diest van militairen. De Belgische cavalerie zal aan de Demer en de Gete een tijdelijke stelling bemannen om de terugtocht naar de K.W. Stelling te dekken. Rossaerts begrijpt dat zijn manschappen te Diest geen nuttige taken kunnen verrichten en stuurt om 21u00 het 1ste Peloton naar Zichem. Het 2de Peloton kantonneert in de Middenschool. Luitenant Kirkpatrick is eerder op de dag ons land binnengereden en kan die avond Diest bereiken. Hij slaagt er evenwel niet in om zijn compagnie terug te vinden.

XXIV/GVCE
Nijvel ligt in het operatiegebied van het Franse IIIde Legerkorps dat langsheen de Dyle stelling ten zuiden van Waver zal postvatten. Het XXIV/GVCE krijgt dan ook te maken met grote groepen Franse soldaten die aangekomen zijn in ons land.

  • 3/XXIV
    Het station van Baulers nabij Nijvel wordt gebombardeerd door één enkel vliegtuig zonder grote schade aan te richten.

I/GVCE
Op 12 mei beslist de Minister van Justitie, Paul Janson, dat de administratief geïnterneerden  naar Frankrijk geëvacueerd moeten worden. Vanuit Brugge worden meerdere treinen naar Frankrijk gestuurd om de geïnterneerden te evacueren die in de gevangenissen van de stad waren verzameld. De eerste drie verlieten de stad tussen 15 en 17 mei met bestemming Frankrijk. De volgende treinen raakten niet verder dan Lombardsijde. De pelotons van Lt Bauwens en Lt Debacker van de 2Cie zullen deze konvooien begeleiden. Na einde opdracht worden de pelotons van Lt Bauwens en Lt Debacker aangehecht aan het 2VOC waar ze op 18 juni geïntegreerd worden in het 56Li

XVII/GVCE
Ook in Antwerpen moeten de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk worden geëvacueerd. Onder begeleiding van enkele pelotons van het XVIIde Bataljon worden de gevangenen naar het Centraal-station gebracht. Hier wachten twee treinen van de SNCF die het 7de Franse Leger naar Nederland hadden gebracht. De eerste trein vertrekt om 15u00, de tweede een half uur later. Slechts een beperkt detachement van XVII/GVCE wordt meegestuurd want vanaf het station van Antwerpen-Zuid, waar het II/56Li op de trein stapt, is dit bataljon verantwoordelijk voor de bewaking en de omkadering van de gevangen tot de bestemming in Zuid-Frankrijk bereikt wordt.

Ten noorden van Antwerpen wordt het Nederlandse leger samengedrukt door de vijand. Heel wat Nederlandse militairen vluchten dan ook België binnen. Op twee locaties te Antwerpen wordt een verzamelcentrum voor gevluchte Nederlandse militairen ingericht. In de Luchtbalkazerne en in de kazerne Generaal Drubbel (oftewel Sint-Joriskazerne) zorgen de aldaar ingekwartierde detachementen van het XVIIde Bataljon voor de omkadering.

XXI/GVCE

  • 4/XXI
    Op 12 mei verlaten minstens drie treinkonvooien met “geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” Brussel. Deze drie treinen vervoerden alleszins het leeuwendeel van de onderdanen van vijandelijke mogendheden die in Brussel waren geïnterneerd.Eén van die konvooien vertrok om 20u00 uit Etterbeek en nam de 1.530 onderdanen van vijandelijke mogendheden uit de Kazerne Rolin mee. De bewaking bleef in handen van Luitenant de Marchi en zijn manschappen. Tijdens een stop in Ath wordt de trein van de Marchi door Duitse vliegtuigen bestookt. Het bombardement kostte het leven aan zeven gevangenen, er vielen ook enkele gewonden te betreuren. De trein zet zijn tocht verder naar Tourcoing waar de luitenant de bewaking aan de Franse overheden wou overdragen. In Tourcoing geeft de prefect van het Département du Nord Lt de Marchi echter opdracht om zelf voor het escorte te blijven zorgen. De officier belde met de leiding in Brussel en kreeg het bevel om de instructies van de prefect uit te voeren. De trein zet zijn tocht verder van Tourcoing via Orléans en Saumur naar het Camp du Faugas, in de buurt van Toulouse. Hier draagt Lt de Marchi de geïnterneerden op 17 mei over aan een officier van het Franse leger.De 1.300 tot 1.500 geïnterneerden van de Kazerne Géruzet vertrokken om 22u00, dus twee uur na die van de Kazerne Rolin. Zij zullen over het hele traject begeleid worden door Luitenant Lavallée en zijn manschappen. Hun trein ging naar Doornik, waar ze de volgende dag aankwamen. Maar in plaats van de geïnterneerden zoals gepland over te dragen aan de militairen van het III/3HuT, kreeg Lt Lavallée een nieuwe opdracht; hij moet de geïnterneerden zelf naar Midden-Frankrijk brengen, naar L’Isle Jourdain. Tijdens een stop in Le Mans kreeg zijn peloton versterking van een twaalftal Franse soldaten. De pelotons van Lt de Marchi, Lt Lavallée en Lt Wackers (TBC) komen op 29 mei toe in Narbonne.Luitenant Colette bijgestaan door Lt Dubois van het III/9/HuT is verantwoordelijk voor de begeleiding van het derde treintransport. Hij zal zich tijdens het transport laten opmerken door zijn bijzonder hardvochtig optreden jegens de gevangenen. Het detachement zal zeven dagen later, na heel wat omzwervingen,  een tussenstop maken in Orléans [3] [5]. Het kamp  van Orléans was niet ingericht om deze mensen op te vangen en de omstandigheden in het kamp waren dan ook erbarmelijk. De weggevoerden verbleven er enkele dagen en vertrokken dan opnieuw naar het zuiden van Frankrijk waar de gevangen worden overgedragen aan het Franse leger in het Camp d’Argelès nabij Perpignan. Tijdens de reis worden de waardevolle spullen van de geïnterneerden ingezameld zonder hen een ontvangstbewijs te geven of een lijst op te stellen. Lt Dubois levert bij aankomst in Frankrijk de bezittingen van de weggevoerden af op het HK TRI in Montpellier waar ze in bewaring worden genomen in afwachting van verdere instructies betreffende de bestemming van de fondsen en goederen. De totale waarde van de in beslag genomen goederen werd geschat op 2 miljoen Belgische Frank [2] [3] [5]. Het peloton van Lt Colette wordt na einde opdracht aangehecht aan het 2VOC.

XXII/GVCE
Het verdere verblijf te Leuven van het XXII/GVCE is niet langer nodig nu de stad bij de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling in de frontlinie zal komen te liggen. Het bataljon wordt teruggetrokken naar Erps-Kwerps en wordt hier stand-by gehouden. De wacht aan de zendinstallatie te Veltem wordt nog wel verder gezet.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Bij de 2Cie wordt het 1ste Peloton omstreeks 03u00 doorgestuurd naar Scherpenheuvel. Ook het 2de Peloton heeft intussen ook Diest verlaten. Even na 05u00 stuurt Rossaerts een patrouille per fiets terug naar Diest, maar de manschappen kunnen de stad niet bereiken omdat de brug op de baan naar Schaffen reeds is vernield door de Belgische genie. De beide pelotons worden die ochtend naar Rillaar gezonden. Wanneer de manschappen hier rond 10u00 aankomen, staat de genie klaar om het kruispunt in het midden van het dorp op te blazen. Zonder verdere instructies laat Rossaerts verder marcheren naar Wezemaal via Houwaart en Vlasselaar. Luitenant Kirkpatrick is intussen nog steeds op zoek naar zijn manschappen.

XLV/GVCE
Op 12 mei wordt de opdracht van het XLV/GVCE in Namen beëindigd en krijgt het bataljon bevel terug te plooien op Veurne. Tijdens de terugtocht naar Veurne sneuvelen de soldaten Ciparisse en Marchal. Het bataljon zal tot 18 mei in Veurne verblijven.

XLVI/GVCE
Het bataljon krijgt het bevel zijn bewakingsopdrachten te beëindigen en zich via Braine-l’Alleud en Bergen naar Ieper te begeven waar ze de 18 mei toekomen. De 1Cie van Luitenant Molle bereikt later Braine-l’Alleud en komt de 18 mei pas toe in Wervik.

XXII/GVCE
De 1ste Compagnie moet 150 manschappen naar de Sint-Annakazerne te Laken sturen om de wachtcompagnie van het koninklijk park af te lossen. De rest van de compagnie is op dat ogenblik nog van wacht te Veltem, maar zal Brussel verlaten na aflossing door de 2de Compagnie.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Na een overnachting te Wezemaal, willen de manschappen van de 2de Compagnie zo snel mogelijk de veilige linies van de K.W. Stelling bereiken. Om 07u00 zijn de beide pelotons op weg naar Kessel-Lo. Een tweetal uur later stuit de compagnie op enkele stafofficieren van de 1ste Infanteriedivisie. Die geven Luitenant Rossaerts het bevel om via Rotselaar, Werchter en Haacht naar Keerbergen te trekken. De manschappen marcheren de ganse dag door.

XXII /GVCE
Tijdens de namiddag trekt ook de 2de Compagnie richting Brussel. Het ganse bataljon bevindt zich nu in de Sint-Annakazerne te Laken.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Nog tijdens de nacht wordt de 2de Compagnie doorgestuurd vanuit Keerbergen naar Rijmenam waar op dat ogenblik het 6de Linieregiment heeft postgevat aan de K.W. Stelling. Het 6Li heeft liever geen overtollige manschappen in haar ondersector en stuurt Rossaerts en de zijnen om 02u00 de baan op naar Zemst. Alle Belgische eenheden die niet nodig zijn voor de verdediging van de K.W. Stelling moeten zich immers achter het Kanaal van Willebroek in veiligheid stellen. Die middag kan Luitenant Kirkpatrick uiteindelijk zijn eenheid bijbenen. Luitenant Rossaert noteert in zijn velddagboek dat hij om 14u00 het bevel heeft overgedragen.

XXIV/GVCE
De stad Nijvel wordt, als belangrijk verkeersknooppunt, om 13u15 aangevallen door de Luftwaffe en ondergaat een zwaar bombardement. Vooral het stadscentrum wordt getroffen. Tijdens het bombardement komt de Soldaat Michaux om het leven. Meerdere militairen van het XXIV raken tijdens het bombardement gewond, de Soldaten Pinchart en Polet overlijden later aan hun verwondingen. De Fransen willen de GVCE weg uit de stad. Kapitein-commandant Tacq moet zijn 3de en 4de Compagnie doorsturen naar Aalst. Beide compagnies worden te Aalst in onderhoud geplaatst bij het plaatselijke Xde Bataljon. Tacq verplaatst zijn bataljonsstaf naar Halle vindt een onderkomen in Chateau Blondeau.

De GVCE van Thuin in maart 1940.

XXII/GVCE
De wachters worden te Brussel opnieuw aan het werk gezet. Er worden ploegen uitgezet ter bewaking van het stadhuis, het paleis van de gouverneur van Brabant en het depot van Shell aan de Fernand Demetskaai.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Kirkpatrick heeft nu opnieuw het roer in handen en laat zijn compagnie naar Brussel marcheren, waar Majoor Stappaerts zou teruggevonden kunnen worden. Via het plaatscommando kan inderdaad contact gemaakt worden met de bataljonscommandant. Stappaerts heeft echter bevelen voor zijn eenheid en kan Kirkpatrick alleen meedelen dat hij volgens de instructies van de provinciecommandant Generaal-Majoor Lemercier op eigen initiatief dient te handelen. De compagnie blijft de rest van de dag ter plaatse.

XXI/GVCE
De hoofdstad wordt ontruimd nu het veldleger de K.W. Stelling zal opgeven. De Britse troepen gaan over tot de vernieling van heel wat spoor- en wegbruggen in het Brusselse. Het XXIste bataljon verlaat aan het eind van de dag de hoofdstad. De 1ste Compagnie trekt naar Ternat. De 2de Compagnie komt aan te Hekelgem.

XXII/GVCE
Alle wachtposten worden rond 10u00 teruggeroepen naar de Sint-Annakazerne. Om 14u30 volgt het vertreksein en zet het bataljon zich op weg naar Lebbeke. De dagmars naar Lebbeke is een bijzonder gevaarlijke bedoeling en de manschappen moeten meermaals de gracht induiken op zoek naar dekking tegen Duitse vliegtuigen. Het bataljon overnacht te Lebbeke.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Tijdens de vroege nacht verneemt Kirkpatrick via de staf van het Cavaleriekorps dat hun Transportkorps zich terugtrekt naar het westen. De compagniecommandant besluit dan maar om deze terugtocht te vervoegen en laat even na middernacht de tocht naar Grimbergen aanvatten. Grimbergen blijkt echter propvol militairen te zitten en de 2de Compagnie kan er niet kantonneren en moet verder marcheren. Omstreeks 03u30 vinden de manschappen een onderkomen in de dorpscinema van Wolvertem. De uitgeputte manschappen vallen er onmiddellijk in slaap en blijven de ganse dag in het dorp. Die middag schrijft Kirkpatrick toch nog in zijn veldboekje dat hij de manschappen laat oefenen in het manipuleren van hun wapens en gasmaskers. Op de baan naar Merchtem wordt het intussen steeds drukker. Tijdens de komende nacht zal het veldleger de K.W. Stelling verlaten en alle eenheden die rond het Kanaal van Willebroek lagen, zijn reeds begonnen aan de terugtocht naar Gent.

XXIV/GVCE
De Luftwaffe voert verschillende raids uit op de stad Halle. Drie manschappen van de XXIV/GVCE verliezen alle kalmte en moeten in shock naar Brussel afgevoerd worden. Halle ligt in de Britse legerzone en wanneer de Britten laten weten dat om 17u00 de brug over de Zenne te zullen opblazen, verzamelt het bataljon op de linkeroever. Kapitein-commandant Tacq en de rest van het bataljon verplaatsen zich naar Aalst. De ongeveer 65 manschappen die over een fiets beschikken, vertrekken in een afzonderlijke groep.

XXV/GVCE
Het bataljon verlaat Brussel tijdens de nacht van 16 op 17 mei en verplaatst zich naar Asse.

XXI/GVCE
Na aankomst in Oost-Vlaanderen wordt het bataljon doorgestuurd naar Deinze. Het ganse bataljon kan zich hier hergroeperen.

XXII/GVCE
Het Leuvense bataljon wordt doorgestuurd naar Lokeren. De manschappen verlaten Lebbeke vanaf 05u00 en komen tijdens de voormiddag aan te Lokeren. De compagnies worden ingekwartierd. Bij een luchtaanval op de kantonnementen van de 1ste Compagnie worden de gebouwen zwaar beschadigd. De manschappen zijn gelukkig op dat ogenblik op straat opgesteld om hun soldij te ontvangen en kunnen aan het korte bombardement ontsnappen.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Nadat de 2de Compagnie de ganse nacht heeft toegekeken hoe de troepen van het Cavaleriekorps door Wolvertem getrokken zijn, besluit Kirkpatrick mee te reizen met enkele batterijen van het 9A en het 10A die naar Sint-Niklaas onder weg zijn. De 2de Compagnie verlaat Wolvertem rond 07u00. Luitenant Kirkpatrick heeft intussen vernomen dat reeds op 14 mei de stad Brugge aangeduid werd als algemene verzamelplaats voor de eenheden van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen en hij gaat dan ook op zoek naar de beste manier om deze stad te bereiken. Via Dendermonde en Grembergen bereikt de 2de Compagnie rond 14u00 de gemeente Hamme waar een onderkomen gevonden wordt in de danszaal.

XXIV/GVCE
Het bataljon verblijft tijdens de voormiddag rond Aalst en ontvangt vervolgens het bevel om Izegem te vervoegen.

XLVII/GVCE
Op 17 mei krijgt het bataljon de opdracht om twee detachementen te vormen, één detachement wordt op de trein gezet in het station van Thieu in de buurt van Bergen om zich naar Poperinge te begeven. Een tweede detachement zal hetzelfde traject per fiets uitvoeren. Op 19 mei vervoegt het tweede detachement de rest van het bataljon in Poperinge.

X/GVCE
Om 07u00 geeft de Stafchef van de Provincie Oost-Vlaanderen het bataljon de opdracht om zich naar Deinze te begeven zonder langs Gent te passeren. Het bataljon komt er in de loop van de namiddag toe maar slaagt er niet meer in om het Commando van de Provincie Oost-Vlaanderen te contacteren gezien deze staf intussen was opgedoekt. Daar de opdracht luidde om zich naar het zuidwesten te begeven beslist de bataljonscommandant, Kapitein-commandant Berns, om verder te trekken naar Ieper.

XXI/GVCE
De wachters overnachten te Deinze. Het bataljon wordt omstreeks 08u00 doorgestuurd naar Kortrijk en bereikt deze stad rond het middaguur. Tijdens de avond worden de compagnies verplaatst naar Geluwe

XXII/GVCE
Om 15u30 krijgt het bataljon de opdracht om naar Hillare te verhuizen.

XXIII/GVCE
De 2de Compagnie wil aanvankelijk nog steeds naar Sint-Niklaas, maar verneemt via de staf van de 5de Infanteriedivisie dat de eenheden van deze formatie die zich in de buurt bevinden zich naar Gent terugtrekken. Luitenant Kirkpatrick besluit dezelfde route te volgen. De manschappen belanden uiteindelijk in Tielt en zoeken rond 19u00 een onderkomen in het plaatselijke college. In de stad is er een druk verkeer van Belgische en Franse eenheden op weg richting Diksmuide.

XXIV/GVCE
De provinciestaf van West-Vlaanderen stuurt het bataljon naar Bulskamp. Het eerste detachement van de eenheid komt aan in dit dorp rondom 16u30. De bagage werd echter in Izegem op een goederentrein geladen, die bij gebrek aan een locomotief nog niet vertrokken is. Bovendien ligt het station van Izegem op een door het Franse leger gebruikte evacuatieroute naar het zuiden en moet de GVCE dan ook wachten tot tientallen Franse treinen voorbij getrokken zijn. Rond 20u00 kan de trein dan toch vertrekken. Het treinstel houdt rond middernacht te Lichtervelde halt.

XXV/GVCE
Het bataljon bevindt zich te Lovendegem.

XLV/GVCE
Majoor Petit krijgt ‘s avonds bevel zich klaar te maken om de volgende ochtend met eigen middelen naar Rouen te vertrekken. Hij moet twee marsdetachementen samenstellen, één zal per fiets pogen Rouen te bereiken, het tweede detachement moet hetzelfde traject te voet afleggen. De nacht voor de tocht naar Frankrijk worden alle overblijvende militairen van XLV/GVCE gekantonneerd in Adinkerke.

XLVI/GVCE
In zijn kantonnement in Ieper krijgt Cdt Martin opdracht om zich met zijn bataljon naar Rouen te begeven. De bataljonscommandant geeft de opdracht door aan de 1Cie die zich nog in Wervik bevindt. De rest van de dag wordt de beweging naar Frankrijk voorbereid.

X/GVCE
Het bataljon vertrekt uit Deinze om 03u00 in de morgen en komt later die dag in Ieper aan. Onmiddellijk na de aankomst van het bataljon in Ieper krijgt het van de Ieperse Plaatscommandant de opdracht om zich naar Frankrijk te begeven. De beweging naar Frankrijk wordt ingezet en het bataljon kantonneert de nacht van 19 op 20 mei in Kassel.

XXI/GVCE
Het bataljon wordt overgeplaatst naar Proven en Roesbrugge nabij Poperinge en wordt ingekwartierd bij burgers.

XXIII/GVCE
Om 07u00 zet de compagnie zich op weg naar Handzame. Vervolgens wordt verder gemarcheerd naar Nieuwkapelle waar de manschappen rond 13u00 de hun toegewezen kantonnementen in het klooster betrekken.

XXIV/GVCE
Generaal Glorie, militair commandant van de kustprovincie, bezoekt het bataljon. Het bataljon wordt toegewezen aan de verdediging van de kust en zal de zone tussen Nieuwpoort en Sint-Idesbald bewaken. Het 3de Regiment Grenadiers neemt de bewaking waar ten oosten van Nieuwpoort. Tussen Sint-Idesbald en de Franse grens wordt de bewakingstaak overgenomen door het XXVste bataljon van de GVCE. Het bataljon blijft voorlopig nog te Bulskamp in afwachting van de ontplooiing aan de kust. De bagagetrein is nog steeds op weg en kan na een lange en moeizame rit uiteindelijk Veurne binnenrijden rond 15u00. De bagage wordt naar Bulskamp gebracht.

XXV/GVCE
Het bataljon zal in staan voor de bewaking van de kuststrook tussen Sint-Idesbald en de Franse grens. Ook dit bataljon blijft voorlopig in zijn kantonnementen te Brugge.

XLV/GVCE in Frankrijk
In de vroege ochtend steken beide marsdetachementen de Franse grens over te Adinkerke. Het detachement fietsers staat onder bevel van Luitenant Yvergneaux en zal proberen zo ver mogelijk te komen richting Rouen. In de avond bereiken ze Fruges op zo’n 18 kilometer noord van Hesdin. Het detachement te voet onder leiding van Majoor Petit zelf zal rond de middag Pihem (12 Km ten noordwesten van Saint-Omer) bereiken. De ganse dag komen nog kleine detachementen van het bataljon toe in Pihem, de manschappen zijn uitgeput.

XLVI/GVCE in Frankrijk
Het bataljon zonder de 1Cie verlaat Ieper om 06u30, een gedeelte verplaatst zich per fiets, de rest voert de verplaatsing te voet uit. Tegen de avond wordt Kassel bereikt waar ze de nacht zullen doorbrengen.

XLVII Bataljon in Frankrijk
Op 18 mei krijgt Cdt Jadoul opdracht om zich met eigen middelen naar Rouen te begeven hetgeen erop neer komt dat een gedeelte zich per fiets en een ander gedeelte zich te voet zal verplaatsen. Het bataljon steekt op 19 mei de grens nabij Poperinge over en zal tegen de avond Saint-Omer bereiken en er overnachten.

X/GVCE in Frankrijk
Wanneer het bataljon om 08u00 in Kassel klaarstaat om verder zuidwaarts te trekken komt de Officier Betaalmeester terug uit Saint-Omer met proviand. Aangezien de soldaten sinds hun vertrek uit Aalst nog niet bevoorraad werden stelt Cdt Berns het vertrek uit om hen de kans te geven iets te eten. Het oponthoud duurt een halve dag en pas in de middag wordt de terugtocht richting Rouen verder gezet. De te volgen reisweg loopt van St-Omer via Hesdin naar Abbeville. Het bataljon vertrekt geordend uit Kassel maar door talrijke verkeersopstoppingen versplinterd de bataljonscolonne. In kleine groepjes wordt verder getrokken maar de snelheid langs de baan wordt herleidt tot 2 Km per uur. Vele eenheden verliezen contact met het bataljon en worden door de Franse autoriteiten omgeleid. De duisternis is reeds ingevallen maar Abbeville is nog niet bereikt. Slecht een kleine groep van een 70-tal militairen waaronder de bataljonscommandant slaagt erin de Somme nabij Saint-Valery sur Somme over te steken, de rest van het bataljon wordt gedwongen naar het noorden terug te keren. De 1ste Compagnie (1Cie) onder bevel van Cdt Berckmans komt niet ver en wordt nog de 20 mei in de buurt van Abbeville krijgsgevangen genomen. De 2Cie slaagt erin naar Boulogne-sur-Mer terug te keren maar de colonne wordt op 22 mei gebombardeerd door de vijandelijke luchtmacht waarbij Sgt D’Haese en de Soldaten De Bruycker, Luwaert, Van Leuven Petrus, Van Leuven Casimir, Vlaminck, Van Haverbeke, Hendrickx en Franck om het leven komen. De 3de en de 4de Cie worden eveneens op de terugtochstweg naar het noorden onderschept.

XXI/GVCE
Het bataljon krijgt Menen als volgende bestemming.

XXIII/GVCE
Om 11u00 vertrekken de manschappen naar Poperinge waar op bevel van Generaal Clément de 2de Compagnie ontwapend zal worden. Kirkpatrick en zijn mannen bereiken rond 16u00 het grensdorpje Abele en installeren zich in een boerderij op enige afstand van de dorpskern. De manschappen worden ontwapend.

XXIV/GVCE
Het bataljon wacht nog steeds af te Bulskamp.

XXV/GVCE
De compagnies worden verplaatst naar De Panne om de bewakingsopdracht van de Westkust aan te vangen.

XLV/GVCE in Frankrijk
Luitenant Yvergneaux verneemt dat hij niet verder naar het zuiden kan doortrekken en besluit via Montreuil terug te keren tot Boulogne dat hij bereikt in de avond van 22 mei. Het detachement te voet blijft te Pihem om te recupereren en te reorganiseren.

XLVI/GVCE in Frankrijk
De volgende morgen zet het bataljon zijn tocht verder langs overvolle wegen. Het blijkt onmogelijk het bataljon samen te houden en de compagnies verliezen contact met het bataljonscommando. Cdt Martin rijdt voorop met zijn stafvoertuig en wacht de colonne op in Hesdin om de detachementen richting Rouen op te sturen. Tegen 17u00 passeert hij de Somme en houdt halt te Sainte-Genevièvre om er het bataljon te hergroeperen, slechts een gering aantal militairen bereikt de Somme voor het invallen van de nacht.

XLVII/GVCE in Frankrijk
Omstreeks 14u00 verlaat het bataljon Saint-Omer om zijn tocht verder te zetten richting Abbeville. Hesdin wordt diezelfde avond nog zonder problemen bereikt en Cdt Jadoul besluit tijdens de nacht verder te trekken naar Abbeville waar de colonne te voet de volgende ochtend toekomt. Ze botsen er op terugtrekkende Franse en Britse troepen die ze vertellen dat de bruggen over de Somme gesprongen zijn en dat ze terug naar het noorden moeten, richting Boulogne. Het bataljon raakt volledig versnipperd en de vermoeide detachementen worden één na één ingehaald door de Duitsers. Een kleine groep bereikt enkele dagen later nog Boulogne waar de soldaten Dricot, Gerin, Paquet en Tombeur op 23 mei omkomen tijdens luchtbombardementen.

Het detachement per fiets onder leiding van Luitenant Dupont van de 1Cie, die de voorhoede van het bataljon vormde, was verder doorgereden tot bij de Somme. Ter hoogte van de spoorwegovergang in Drugy tussen Sint-Riquier en Abbeville worden ze door een Franse officier gesommeerd stelling te nemen langs de spoorwegberm. Lt Dupont stelt zijn mannen op maar is geen partij voor de Duitse pantservoertuigen die voor zijn stelling opduiken. Na een kort vuurgevecht waarbij een soldaat sneuvelt, wordt het detachement overmeesterd. Cdt Jadoul die over een stafvoertuig beschikte is de enige die tijdig de Somme heeft kunnen overschrijden en het zuiden van Frankrijk kon bereiken. Zijn bataljon heeft het niet gehaald.

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.

X/GVCE in Frankrijk
Het detachement van Cdt Berns bereikt Rouen omstreeks de middag en wordt doorgestuurd naar het bos van Anseray nabij Conches waar ze een bivak inrichten. Het X/GVCE komt nu onder bevel van de 7de Infanteriedivisie en vangt de geïsoleerde detachementen van het I, XII, XXVIII, XXXI, XXXII, XLII, XLV en XLVI Bataljon GVCE op. Het nieuw samengestelde X/GVCE zal in Conches verblijven tot 26 mei.

XXI/GVCE
Menen wordt al snel weer verlaten wanneer duidelijk wordt dat het veldleger naar de Leie zal teruggetrokken worden. Het bataljon keert aanvankelijk terug naar Poperinge en wordt bij aankomst doorgestuurd naar Abele. Er wordt opnieuw bij burgers overnacht.

XXIII/GVCE
Na de middag worden de wapens en munitie afgeleverd in het geïmproviseerde depot dat door Majoor Anthone is ingericht te Abele. Vervolgens wordt een nieuwe verblijfplaats in de meisjesschool van het dorp opgezocht.

XXIV/GVCE
De compagnies worden eindelijk ontplooid langsheen de kust en verlaten Bulskamp kort na de middag. Commandant Tacq installeert zich in de Villa Bénédicta te Koksijde-Dorp. Het detachement wielrijders wordt gebruikt voor de bewaking van de bataljonsstaf en het uitvoeren van snelle patrouilles.

XLV/GVCE in Frankrijk
Majoor Petit stuurt een detachement onder leiding van Luitenant Libert voorop met de opdracht overgangen over de Somme te verkennen en een kantonnement ten zuiden van de rivier in te richten. Deze verkenningsploeg valt echter onder Duits vuur nabij Hesdin en slaagt erin naar Pihem terug te keren waar ze Majoor Petit op de hoogte brengt dat er geen doorkomen aan is. De Franse Plaatscommandant van Saint-Omer bevestigd dat Abbeville gevallen is en dat het bataljon terug naar het noorden moet. Hierop beslist Maj Petit om ‘s avonds nog naar Boulogne door te marcheren in de hoop te kunnen inschepen naar het zuiden of naar Engeland. De ganse nacht wordt doorgemarcheerd en tegen de ochtend bereiken ze de buitenwijken van Boulogne. De weinige bevoorradingscamions worden gebruikt om achterblijvers op te pikken en ze naar Boulogne te vervoeren.

XLVI/GVCE in Frankrijk
Op 21 mei in de vroege morgen bereikt Luitenant Pinchart met een honderdtal wielrijders Saint-Genevièvre en dit is dan ook het grootste detachement dat erin geslaagd is de Somme over te steken. Niet meer dan 150 manschappen van XLVI/GVCE bereiken uiteindelijk via Rouen, Toulouse en Poitiers het zuiden van Frankrijk. De rest van de compagnies die versnipperd hun weg voortzetten worden gevangen genomen. Het XLVI Bataljon zal uiteindelijk zeven gesneuvelden tellen tijdens hun tocht naar het zuiden. De 1Cie van Luitenant Molle die gedeeltelijk per vrachtwagen en per fiets vanuit Wervik vertrok bereikt de Somme niet, een detachement onder bevel van Luitenant Lemaire bereikt Boulogne en leidt er verliezen, een ander detachement bereikt Calais. Lt Molle keert op zijn stappen terug en bereikt met 48 man De Panne.

XXI/GVCE
Het XXIste bataljon trekt te voet Frankrijk in, om aan de Duitse omsingeling in Vlaanderen trachten te ontkomen. Majoor Anthone weet op dat ogenblik echter nog niet dat de Duitsers reeds de Atlantische kust bereikt hebben en de geallieerde legers definitief afgesneden zijn. Het bataljon kan Steenvoorde bereiken en overnacht op Franse bodem onder de blote hemel.

XXIII/GVCE
De 2de Compagnie blijft zonder opdracht in het dorp. Luitenant Kirkpatrick vraagt zijn mannen of er interesse bestaat om het veldleger te vervoegen, maar de respons is pover en niemand blijkt hier veel zin in te hebben.

XLV/GVCE in Frankrijk
Majoor Petit meldt zich aan bij de Franse Plaatscommandant van Boulogne en krijgt er te horen dat hij onmogelijk kan inschepen naar Zuid-Frankrijk noch naar Engeland. XLV/GVCE krijgt het karmelietenklooster van Saint-Martin als kantonnementsplaats aangewezen. Hier vervoegt het detachement van Lt Yvergneaux het bataljon.

XXI/GVCE
De GVCE wordt teruggeroepen naar ons land wanneer duidelijk geworden is dat een evacuatie naar Frankrijk niet langer realiseerbaar is. Het bataljon bereikt opnieuw Abele. De laatste wapens worden ingeleverd ten behoeve van het veldleger. Het onbewapende bataljon voert enkele werkzaamheden uit en legt rond Abele enkele anti-tankhindernissen aan.

XXIII/GVCE
Kirkpatrick stuurt een koerier per fiets naar het hoofdkwartier van Generaal Clément van het verzamelcentrum van Belgische militairen om trachten uit te vissen waar het XXIIIste bataljon zich bevindt. Rond 13u00 kan de koerier terugkeren met het bericht dat Majoor Stappaerts zich in Ieper zou bevinden. Kirkpatrick stuurt daarop zijn beide pelotonscommandanten richting Ieper om met Stappaerts in contact trachten te treden. Vier uur later staan de beide heren opnieuw in Abele: de majoor laat meedelen dat de 2de compagnie in het dorp moet blijven er opnieuw bewapend mag worden. De manschappen voorzien zich van 50 geweren met 1,840 patronen. Die avond volgt een telefoonbericht van Majoor Stappaerts. De 4de Compagnie die net te Abele is toegekomen moet een detachement van 40 manschappen samenstellen en doorsturen naar de 2de Compagnie. Luitenant Kirkpatrick moet vervolgens zijn manschappen naar Ieper begeleiden.

XXIV/GVCE
Om 15u00 wordt het bataljon in staat van alarm gebracht. Generaal Glorie laat weten dat de bruggen te Wulpen, Veurne en Adinkerke op het Kanaal Veurne-Duinkerken dringend bezet moeten worden door bewakingsdetachementen. Bij iedere brug wordt een peloton opgesteld. De spoorbrug te Veurne wordt in geopende stand gezet.

XLV/GVCE in Frankrijk
Opnieuw probeert de bataljonscommandant plaats te krijgen aan boord van de schepen die naar Engeland vertrekken maar zonder succes. Hij neemt contact op met Kolonel Coucke, commandant van 53Li, die het bevel voert over de verschillende gestrande Belgische detachementen in Boulogne. Hij krijgt opdracht alle geïsoleerde militairen van de verschillende GVCE bataljons te groeperen en zich te vestigen in kazerne in de haven. Deze wordt echter gebombardeerd en er vallen slachtoffers. Het bataljon vindt een nieuw kantonnement in de gebouwen van de Direction des Contributions Directe in de rue de la Paix maar ook daar worden ze gebombardeerd.

XXI/GVCE
Abele wordt rond 13u15 aangevallen door de Duitse luchtmacht. Er worden een burger en zeven militairen gemeld onder de dodelijke slachtoffers.

XXIII/GVCE
Rond 08u30 zet de groep met Luitenant Kirkpatrick zich op weg naar Ieper. De toch zal tweeënhalf uur duren en om 11u00 bereikt het detachement de Industriële School te Ieper. Ieper wordt die middag zwaar gebombardeerd door de Luftwaffe. De wachters vernemen later dat er 57 dodelijke slachtoffers gevallen zijn in de stad. Bij de 1ste en de 4de Compagnie van het XXIIIste bataljon vallen meerdere slachtoffers te betreuren, allen afkomstig uit Tienen. De soldaten Copermans, Lejeune, Mertens en Stockmans komen om tijdens het bombardement, de soldaten Baerts, Cerulus, Debecker, Torry en Vollon worden nog overgebracht naar verschillende ziekenhuizen maar overlijden later ten gevolge van hun verwondingen. Bij de compagnie van Luitenant Kirkpatrick wordt sergeant Gény gewond. Het luchtalarm weerklinkt die dag nog meermaals. De 2de Compagnie verlaat Ieper weer en overnacht in de gemeenteschool van Zillebeke.

XXX/GVCE
Het XXXste Bataljon neemt de bewaking van het sluizencomplex van Nieuwpoort over van het III/3Gr.

XLV/GVCE in Frankrijk
De officieren gaan zoals bevolen op zoek naar de verschillende geïsoleerde detachementen van GVCE bataljons die gestrand zijn in Boulogne en brengen ze samen in de Rue de la Paix tot wanneer om 13u00 het gebouw door de Duitsers overrompeld wordt en de ongeveer 400 samengetroepte GVCE militairen krijgsgevangen nemen. Het XLV/GVCE houdt op te bestaan.

XXI/GVCE
Het bataljon verblijft zonder opdracht te Abele.

XXIII/GVCE
Net na middernacht worden Kirkpatrick en zijn manschappen uit hun bed gelicht en naar Koekelare gezonden. De mars wordt rond 01u00 aangevat en duurt zo’n drie uur. Wanneer het dag wordt, bereikt de compagnie de katholieke school in dit dorp. Er wordt de ganse dag gewacht. Aan het eind van de namiddag wordt het peloton met de manschappen van de 4de compagnie en het peloton cyclisten van het XXIIIste bataljon verdeeld onder de naburige hoeves. De overige manschappen blijven in het dorp. Ook de Luitenant Betaalmeester van het bataljon duikt op. Kirkpatrick ontvangt voor de eerste keer sinds de start van de oorlog bevoorrading voor zijn manschappen en krijgt ook een voorschot van 2,000 frank voor de troepenhuishouding.

X/GVCE in Frankrijk
Het hersamengestelde X/GVCE wordt ingescheept in het station van Conches om te vertrekken naar Pont-Saint-Esprit waar ze op 31 mei toekomen. Het bataljon wordt er ontbonden en de militairen worden ingelijfd bij het 7ChA van het VOC/ChA.

XXI/GVCE
De 2de Compagnie wordt doorgestuurd naar Oostvleteren. De compagniecommandant, Luitenant Flameng, wordt aangeduid om een detachement van ongeveer 350 geïsoleerde militairen over te brengen naar Koksijde. De missie zal de komende twee dagen in beslag nemen en Flameng zal slechts na de capitulatie aankomen.

XXIII/GVCE
Kirkpatrick blijft de ganse dag in te Koekelare. Er valt niets bijzonders te melden.

XXIV/GVCE
De Panne wordt een eerste keer aangevallen door de Duitse luchtmacht. Ook de Koninklijke Baan tussen De Panne en Koksijde wordt geviseerd als belangrijke verkeersas voor de geallieerde legers. Deze strook van de kustweg wordt op 27 mei voorbehouden voor eenrichtingsverkeer richting Franse grens. Te Koksijde komen inmiddels steeds meer gevluchte burgers en militairen aan. Een peloton van de 2de Compagnie wordt uitgestuurd om het geïmproviseerde legerdepot te Jabbeke te gaan bewaken. De 3de Compagnie concentreert zich op de bewaking van Koksijde-Dorp. Men vreest een Duitse opmars via de kanaalkust en de compagnie bouwt verscheidene defensieve stellingen doorheen het dorp. De manschappen worden voorts ingezet om de schade aan de gebombardeerde wegen in de omgeving te herstellen.

XXIII/GVCE
De Luitenant Betaalmeester van het bataljon komt opnieuw aan om de boekhouding van de compagnie op orde te zetten. Er komen die dag nog 13 verloren gewaande manschappen van het 4de Peloton van de 4de Compagnie aan, waaronder ook twee gewonden. De hemel ziet zwart van de Duitse vliegtuigen. Na de middag valt een verdwaalde vliegtuigbom in de velden bij het dorp. Een vrouw schiet er het leven bij in. Kirkpatrick besluit om zijn manschappen buiten de bebouwde kom te laten overnachten. Net voor het vertrek verneemt hij echter dat het peloton cyclisten en het peloton met de mannen van de 4de Compagnie buiten het dorp gemitrailleerd werden door vijandelijke jachtvliegtuigen. Het plan om Koekelare te verlaten wordt dan ook afgeblazen en de mannen overnachten in het dorp. Die avond komt ook nog een dokter van de DTCA langs. De wachters beschikken immers niet over eigen medisch personeel. Er worden enkele zieken verzorgd. Rond 20u00 volgt alweer een luchtaanval. Dit maal landen de bommen op het dorp. Bij de aanval komen zeven Belgische artilleristen om en vallen er ook twee gewonden.

XXIV/GVCE
Sint-Idesbald wordt door het Britse leger gebruikt als inschepingsplaats bij de evacuatie van hun leger naar het Verenigd Koninkrijk. Verschillende schepen komen Britse militairen oppikken van het strand.

XXIII/GVCE
De eerste geruchten van de overgave van ons leger worden rond 08u00 bevestigd. De manschappen blijven in hun kantonnementen te Koekelare en terwijl Kirkpatrick de boodschap van koning Leopold III voorleest, wacht iedereen gelaten de vijand af.

XXIV/GVCE
Commandant Tacq wordt om 10u45 opgebeld door de staf van Generaal Glorie en verneemt het nieuws van de overgave.

XXI/GVCE in Frankrijk
Op 30 mei worden drie pelotons van de 4Cie van het XXIste Bataljon, die op 12 mei naar Frankrijk vertrokken om een treintransport met administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties te begeleiden, omgevormd tot Administratieve Compagnie van de Plaats van Narbonne. Zij stonden ter beschikking van de Belgische Plaatscommandant, de Kolonel SBH Lamy. De Administratieve Compagnie bestaat uit drie officieren en 120 manschappen die ook instaan voor de beveiliging van het plaatscommando.

Na de capitulatie

XXI/GVCE
Voor sommige militairen die de treinen met geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties begeleidden krijgt het verhaal nog een staartje. De omstandigheden waarin de gevangenen van de zogenaamde ‘spooktreinen’ moesten leven tijdens hun tocht naar Frankrijk was bijzonder hard. De hermetisch afgesloten wagons waren overbevolkt en de hygiëne was beneden alle peil. De gevangenen zaten vaak heel lang zonder eten of drinken opgesloten. Psychisch was de tocht ook een zware dobber. De geïnterneerden wisten niet wat hen te wachten stond en de begeleidende soldaten vonden het soms nodig om hen te beledigen, te mishandelen en af te persen. De luitenants de Marchi en Lavallée zouden achteraf bevestigen dat ze het misplaatste gedrag van sommige manschappen niet hadden opgemerkt. Dit alles leidde tot een onderzoek van een Duits militair gerechtshof tijdens de bezetting. Naar aanleiding van dit onderzoek worden Belgische militairen betrokken bij de transporten van de geïnterneerden gearresteerd, berecht en als politieke gevangenen opgeleid en gevangen gezet in Duitse gevangenissen tot aan de bevrijding [2 p.117].

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier GVCE, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere
  2. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne
  3. Lt Colette wordt vermeld in het boek “België in de Tweede Wereldoorlog, deel 5 De Kollaboratie, p 24”. Maurice de Wilde, 1985 [On line beschikbaar]: http://www.dbnl.org/tekst/wild022belg02_01/wild022belg02_01_0002.php [Laatst geraadpleegd op 22 april 2018]
  4. Relaas van Soldaat Octave Sanspoux van 3/XXIV [On Line beschikbaar]: https://octavesanspoux.jimdo.com/les-g-v-c/ [Laatst geraadpleegd op 09 mei 2017]
  5. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 22 april 2018]