Territoriale Transportkorpsen

Reglementaire benaming Territoriaal Vervoerskorps | Ter VK
Corps de Transports Territorial | CT Ter
Type Territoriale Logistieke Steuneenheid
Ontdubbeld van Transportkorps
Onderdeel van Directie van het Vervoer van de Achterwaartse Zone (DTI)
Bevelhebber n.v.t.
Standplaats Diverse
Samenstelling Territoriaal Vervoerskorps Brugge 1ste Peloton Paarden (Lt A. van de Werve de Vorselaer)
(Cdt A. Claeys) 2de Peloton Auto (Lt W. Van Peetersen)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Lt E. Jacobs)
Territoriaal Vervoerskorps Gent 1ste Peloton Paarden (Lt R. Depasse)
(Cdt A. De Maesschalck) 2de Peloton Auto (Lt F. Verhaegen)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Lt F. Hillewaert)
Territoriaal Vervoerskorps Antwerpen 1ste Peloton Paarden (Lt P. Van Reysschoot)
(Cdt ridder M. de Nève de Roden) 2de Peloton  Auto (Lt J. Rectem)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Lt C. Lehouck)
Territoriaal Vervoerskorps Beverlo 1ste Peloton Paarden (Lt J. Jacque)
(Lt M. Jadoul) 2de Peloton Auto (Lt P. Van Marsenille)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Lt R. Dons)
Territoriaal Vervoerskorps Namen 1ste Peloton Paarden
(Lt O. Hublet) 2de Peloton Auto (Lt G. Barzin)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Lt E. Jacquemin)
Territoriaal Vervoerskorps Bergen 1ste Peloton Paarden
(Cdt jonkheer Roberti de Winghe) 2de Peloton Auto
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (OLt ridder J. de Wouters d’Oplinter)
Territoriaal Vervoerskorps Luik 1ste Peloton Paarden
(Cdt R. Doneux) 2de Peloton Auto (Lt J. David)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Lt L. Legrand)
Territoriaal Vervoerskorps Brussel 1ste Compagnie Paarden (Lt Englebert)
(Cdt baron E. de Jamblinne de Meux) 2de Compagnie Auto (Lt A. Raes)
Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (Cdt J. Schmidt)
Kampcompagnie Lombardsijde
Kampcompagnie Helchteren
(Maj Verhaegen)

Tijdens de mobilisatie

Staf/DTI
Bij de aanvang van de mobilisatie in september 1939 worden acht transportkorpsen en twee transportcompagnies opgericht als onderdeel van de territoriale troepen. De taak van deze eenheden bestaat er in om transportopdrachten uit te voeren ten behoeve van de territoriale troepen en etablissementen. Elk transportkorps beschikt hiervoor over een peloton of een compagnie uitgerust met paardenkarren, een peloton of compagnie met vrachtwagens en een herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (oftewel Atelier de Réparation du Charroi Automobile – ARCA). De beschikbare voertuigen zijn in de meeste gevallen opgeëiste burgervoertuigen. De grootte van de eenheden is variabel, het Territoriaal Vervoerskorps van Brussel is veruit het grootste.  De verschillende territoriale vervoerskorpsen (Corps de Transport Territorial – CT Ter) worden aangestuurd door de Directie van het Vervoer van de Achterwaartse Zone (Direction de Transport de l’Interieure – DTI).

Ter VK Brussel
Het Territoriaal Vervoerskorps Brussel (Ter VK Brussel) wordt opgericht in Etterbeek op 1 september 1939. Vanaf 8 december 1939 wordt het korps bevolen door Kapitein-commandant baron de Jamblinne de Meux. Tijdens de mobilisatieperiode worden heel wat transportdetachementen als werkkrachten ingezet bij de diverse verdedigingswerken die dringend uitgevoerd worden doorheen het ganse land. Het Ter VK Brussel is gedurende de ganse mobilisatieperiode actief aan de K.W. Stelling.

Ter VK Antwerpen
Het Territoriaal Vervoerskorps Antwerpen (Ter VK Antwerpen) wordt opgericht op 1 september 1939 te Antwerpen. Deze eenheid is ingekwartierd in de oude Predikherenkazerne te Antwerpen. Het brand- en smeerstoffenmagazijn van het korps bevindt zich in Fort II te Borsbeek.

Ter VK Bergen
Het Territoriaal Vervoerskorps Bergen (Mons) wordt eveneens opgericht op 1 september 1939 en staat onder het bevel van Kapitein-commandant van de reserve Roberti de Winghe.

Staf/DTI

Een soldaat van het Transportkorps.

Vanaf 10 mei 1940 worden de territoriale vervoerskorpsen geleidelijk aan teruggetrokken naar Vlaanderen naarmate het front zich westwaarts beweegt. Daarbij worden ook steeds meer opdrachten ten voordele van het veldleger uitgevoerd. Terwijl sommige eenheden van de territoriale vervoerskorpsen tot bij de capitulatie in ons land zullen opereren, worden andere groeperingen naar Frankrijk geëvacueerd.

Ter VK  Brussel
Op 10 mei omvat het Ter VK Brussel zo’n 1200 manschappen, 200 paardenspannen en 600 motorvoertuigen. Het korps van Brussel is verspreid over drie kwartieren:

  • de 1ste Compagnie en de staf bevinden zich in de Kazerne Géruzet en delen dit kwartier met het 31A,
  • de 2de Compagnie en de Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen (ARCA) bevinden zich in de Kazerne Rolin
  • het magazijn voor brand- en smeerstoffen bevindt zich in gebouwen aan de Vrijwilligerslaan.

In de Herstellingswerkplaats voor motorvoertuigen staan al twee maanden de twee reservevoertuigen van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps (Esk PzW CC) in afwachting van herstelling. Kapitein Hullebroeck, de Eskadronscommandant van het Esk PzW CC, besluit de tanks te laten ontmantelen. Bewapening, motoronderdelen, en andere wisselstukken zoals de kettingen en loopwerk worden zoveel mogelijk gerecupereerd en meegenomen door de materieelvrachtwagens van het Esk PzW CC voor mogelijke herstellingen te velde.

Ter VK  Antwerpen
Een detachement van het Ter VK Antwerpen wordt naar de gebouwen van het Provinciecommando aan de Meistraat gestuurd waar zich ook de Staf van de 2de Militaire Circonsriptie bevindt. Het detachement begint met het inladen van de vele kisten met de administratie van de staf om ze naar hun oorlogskantonnement in de Kazerne 10-11 (ook nog Sint-Laureinskazerne genoemd) van de oude Brialmontvesting te verhuizen.

Kampcompagnie Helchteren
Om 00u20 wordt het Kamp van Helchteren op de hoogte gebracht van het alarm. Het kamp ligt  ten noorden van het Albertkanaal en dat gebied zal slechts verdedigd worden totdat de dekkingsstelling achter het Albertkanaal bemand is door het gros van het veldleger. Het mobilisatieplan voorziet bijgevolg dat bij een algemeen alarm, alle installaties van het leger ten noorden van het Albertkanaal onmiddellijk ontruimd moeten worden. Tijdens de ochtend van 10 mei vertrekt de Kampcompagnie Helchteren samen met het personeel van het Kamp Helchteren naar Brussel. De compagnie, onder leiding van Majoor Verhaegen, zal in het Josaphatpark te Schaarbeek kantonneren.

Ter VK Brussel
Tijdens de avond loopt een dringende melding binnen van de Staf van de 1ste Militaire Circonscrtiptie dat op het oefenplein van Etterbeek een vijandelijk luchtlanding aan de gang zou zijn. Er wordt wat over en weer geschoten door verwarde Belgen, maar verder gebeurt er niets.

Ter VK  Brussel
Te Brussel start het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier. De hoofdstad zal worden opgegeven en aan de vijand overgelaten en ook het Ter VK Brussel zal de hoofdstad moeten verlaten. De 2de Compagnie verhuist zijn wagenpark naar het Park van Woluwe omwille van het dreigende luchtgevaar. De manschappen worden ondergebracht in het klooster van Vogelzang. De manschappen van de 1ste Compagnie vinden een onderkomen in de Triomflaan te Etterbeek. Hun paarden blijven in de stallen van de Kazerne Géruzet.

Ter VK Bergen
Te Bergen wordt het vervoerskorps ernstige verliezen aan materieel toegebracht bij het bombardement op de stad van 14 mei. Vooral de stationswijk en de Leopoldkazerne zijn zwaar getroffen. Het 1Pl Paarden wordt de volgende dag onmiddellijk naar Doornik doorgestuurd. De rest van het korps verlaat Bergen op 16 mei en bereikt via een tussenstop in Doornik de stad Veurne met nog slechts 23 voertuigen. Het Peloton Paarden werd inmiddels al naar Vlaanderen  doorgestuurd en zal niet meer herenigd worden met de rest van het korps.

Kampcompagnie Helchteren
Op 14 mei wordt de compagnie, die zich nog steeds in Brussel bevindt, doorgestuurd naar Oudenaarde om zich hier bij het Versterkings- en Opleidingscentrum Transportkorps (VOC/TptK) te voegen. Bij aankomst te in de Maagdendalekazerne te Oudenaarde staat de achterwacht van het VOC/TptK op het punt te vertrekken. De compagnie van Majoor Verhaegen wordt doorgestuurd naar Brugge maar mist het vertrek van het VOC/TptK naar Frankrijk. Het detachement zal uiteindelijk de tocht naar Zuid-Frankrijk maken aan boord van een treinstel van een VOC van de infanterie en zal pas bij aankomst kunnen overgaan naar het VOC/TptK.

Voor een gedetailleerd verslag over het verdere wedervaren van de Kampcompagnie Helchteren: zie VOC/TptK.

Ter VK Brussel
Het korps van Brussel verlaat de hoofdstad op 15 en 16 mei om zich in meerdere etappes naar Middelkerke te begeven. De 1ste Compagnie vertrekt op 15 mei naar Aalst. De ARCA verhuist naar Ukkel voor de nacht.

Staf/DTI
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd oppercommando (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) ten volle verdedigd werden moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. 

Ter VK Brussel
De 1ste Compagnie trekt verder van Aalst naar Petegem. De 2de Compagnie verlaat Brussel en zet eveneens koers naar Petegem. Deze colonne wordt te Edingen aangevallen door de Luftwaffe waarbij  één dode en twee gewonden vallen.

Ter VK Antwerpen
Het Vde Legerkorps (V/LK) belast met de verdediging van de Versterkte Positie Antwerpen moet voorlopig nog ter plaatse blijven om de terugtocht van de rest van het veldleger te dekken. Het wordt echter duidelijk dat Antwerpen binnenkort ontruimd zal worden. Ook het Ter VK  Antwerpen moet de evacuatie naar West-Vlaanderen voorbereiden.  De smeerolie- en smeervetvoorraden in Fort II worden op een vrachtwagen geladen. In de buurt wordt een tankwagen opgevorderd voor het aanvullen van de bijna uitgeputte benzinevoorraad.

Ter VK Antwerpen
Het brand- en smeerstoffenmagazijn stuurt twee ploegen de stad in: een eerste ploeg moet de zender-ontvanger van de havenautoriteiten gaan vernielen en een tweede ploeg zal contact opnemen met het Britse vernielingsdetachement dat in de stad aangekomen is en moet een vrachtwagen ter beschikking stellen voor het transport van hun explosieven. Dit detachement van de Kent Fortress Royal Engineers heeft als opdracht de olietanks in de haven te vernielen. De transportcompagnies verlaten Antwerpen om 19u30 en worden eerst overgebracht naar Brugge en vervolgens op 18 mei doorgestuurd naar Woumen ten zuiden van Diksmuide.

Ter VK Brussel
In Middelkerke wordt het Ter VK Brussel aangehecht aan de Dienst Vervoermiddelen en Brandstoffen (SCC) van het Ministerie van Landsverdediging (MLV).  Op 18 mei krijgt het Ter VK Brussel opdracht om samen met het MLV naar Frankrijk af te reizen. Het korps zal diezelfde dag nog Adinkerke vervoegen.

Ter VK Gent
Het Gentse korps wordt overgebracht naar Veurne.

Ter VK Antwerpen
De colonnes verlaten Woumen en bereiken nog dezelfde dag Watou op de Frans-Belgische grens.

Ter VK Bergen 
Het Ter VK Bergen kantonneert nog steeds te Veurne en krijgt op 18 mei het bevel om naar Frankrijk te vertrekken. In een eerste etappe rijden ze tot Watten (ten noorden van St-Omer) om er te overnachten. Cdt Roberti de Winghe beslist om zijn mannen de volgende dag nog te laten uitrusten in het kantonnement en pas s’avonds de tocht voor te zetten. Hij beslist ook om niet langs Abbeville te passeren maar om zich rechtstreeks naar Saint-Valery-sur-Somme te begeven.

Ter VK Brussel in Frankrijk
De eerste bestemming wordt Abbeville. De 1Cie geraakt met de paardenspannen niet verder dan Marquise (Pas de Calais) halfweg Calais en Boulogne-sur-Mer. Hier wordt een gedeelte van het personeel en het materieel overgeladen op de motorvoertuigen van de 2Cie die de 1Cie gevolgd is. Luitenant Englebert, compagniecommandant van de 1Cie, keert met de rest van de compagnie en alle paarden terug naar België.

Ter VK Gent in Frankrijk
Cdt De Maesschalck krijgt op 19 mei het bevel om zijn eenheid naar Kassel in Frankrijk over te brengen. Het ARCA, onder bevel van Lt Hillewaert, bevindt zich reeds in Veurne en krijgt opdracht om op eigen kracht Kassel te vervoegen. Het korps laat het Peloton Paarden achter in Gent en vertrekt rond de middag met het Peloton Auto naar Kassel. 

Ter VK Antwerpen in Frankrijk
Het korps krijgt het bevel om naar Saint-Omer af te reizen waar ze tegen het einde van de dag toekomen. Blijkbaar hebben enkel de Staf, het 2Pl Auto en de ARCA de verplaatsing naar Saint-Omer gemaakt, van het Peloton Paarden is er geen spoor meer.

Ter VK Brussel in Frankrijk
Wat overblijft van het Ter VK Brussel korps bereikt Rouen op 20 mei. Rouen is het verzamelpunt voor alle Belgische troepen die zich naar Zuid-Frankrijk begeven. Bij een luchtaanval onderweg werd één voertuig beschadigd.

Ter VK Gent in Frankrijk
Het ARCA wordt op 20 mei in alle vroegte nog doorgestuurd naar Abbeville terwijl de rest van het vervoerskorps  in Kassel blijft kantonneren. Het ARCA komt bij zijn tocht naar het zuiden vast te zitten in een eindeloze file te Montreuil. Pas om 18u30 kunnen ze hergroeperen ten zuiden van Montreuil om vervolgens hun weg naar Abbeville verder te zetten. Ze worden door de Franse gendarmerie naar St-Valery gedirigeerd en slagen erin om de Somme over te steken. 

Later op de dag vertrekt Lt Verhagen aan het hoofd van de colonne richting Abbeville. Ook deze colonne komt vast te zitten in Montreuil en zal pas tegen de avond in Rue toekomen waar de nacht van 20 op 21 mei zal worden doorgebracht.

Ter VK  Antwerpen in Frankrijk
In Saint-Omer krijgt het Antwerps vervoerkorps het bevel om door te reizen naar Rouen via Abbeville. Cdt de Nève de Rode neemt zelf de leiding van colonne wielvoertuigen terwijl Lt Rectem, commandant van het 2Pl, in Saint-Omer achterblijft met een depanneur om achtergebleven voertuigen alsnog op te vangen en door te sturen.

Ter VK Bergen in Frankrijk
De reis naar St-Valery verloopt moeizaam, de Franse stad Rue wordt pas tegen 19u00 bereikt. Te Noyelles wordt de colonne opgehouden door een lange Franse colonne die zich van Abbeville naar St-Valery verplaatst en voorrang heeft om de brug over te steken. Cdt Roberti de Winghe wil zich tussen de Franse colonne wringen en wacht zijn ogenblik af. Hij laat de voertuigen met draaiende motoren achter onder de hoede van OLt de Wouters d’Oplinteren en begeeft zich te voet naar de brug. De korpscommandant onderhandelt met de Franse transportofficier aan de brug en bekomt de toelating om tussen de Fransen in te passeren indien de Franse colonne ergens wordt opgehouden. De Franse officier laat hem ook weten dat de brug onherroepelijk zal vernield worden de 21ste mei om 00u30.  Om 23u45 moet de Franse colonne wachten voor een gesloten spoorwegovergang. Cdt Roberti maakt van de gelegenheid gebruik om de brug te passeren. Het voorste voertuig passeert de brug om 00u15 waardoor de colonne van het Ter VK Bergen allicht de laatste eenheid is die de brug nog gepasseerd is vooraleer ze om 00u45 tot ontploffing wordt gebracht.

Duitse opmars van 16 mei toe 21 mei wanneer de Duitse voorhoede de Atlantische kust bereikt nabij Noyelle-sur-Mer.

Staf/DTI
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat eenheden van de Territoriale Vervoerskorpsen ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden.

Ter VK Brussel in Frankrijk
Na de nacht van 21 op 22 mei in Rouen te hebben doorgebracht wordt het korps doorgestuurd naar Tours.

Ter VK Antwerpen in Frankrijk
Het voorste deel van de colonne onder leiding van Cdt de Nève komt vast te zitten voor Abbeville en wordt er gevangen genomen op 21 mei. Lt Rectem die met een aantal voertuigen de colonne afsluit, valt onderweg onder vuur van de Duitse voorhoede. Hij kan nog uitwijken naar Rue waar hij uiteindelijk op 22 mei krijgsgevangen genomen wordt. 

Alleen het ARCA slaagt erin om de Somme over te steken en zijn weg naar het zuiden van Frankrijk voort te zetten. Lt Lehouck en zijn manschappen geraken geblokkeerd tussen Hesdin en Abbeville. Ze verliezen contact met de kop van de colonne van het vervoerskorps en beslissen dan maar een alternatieve route te nemen. Lt Lehouck rijdt voorop om zich bij elk belangrijk kruispunt te informeren over de beschikbare reisroutes en vervolgens de colonne geleid door Lt Lebon de juiste weg op te sturen. Beide officieren verliezen contact en Lt Lebon slaagt er uiteindelijk in om de Somme over te steken in Petit-Port (TBC) om dan naar het noordwesten af te buigen richting Saint-Valery-sur-Somme. Wanneer de colonne op de zuidelijke oever van de Somme  passeert voorbij St-Valery, worden zij onder vuur genomen door Duitse pantserwagens. Er wort echter geen noemenswaardige schade geleden. 

Ter VK Gent in Frankrijk
Te Rue verneemt Lt Verhaegen dat de Duitsers Abbeville veroverd hebben maar dat er nog een mogelijkheid is om de Somme over te steken in Saint-Valéry.  De colonne zet zich in gang maar nauwelijks enkele kilometers verder wordt de colonne tegengehouden door Cdt De Maesschalck die zich enkele kilometers meer naar het zuiden bevond en op een Duitse patrouille is gebotst. Het gerucht dat nog een brug over de Somme in handen van de geallieerden zou zijn te Saint-Valery blijkt niet te kloppen. Cdt De Maesschalck geeft Lt Verhaegen de opdracht om naar België terug te keren langs Boulogne of St-Omer. Lt Verhaegen geeft enkele vrijwilligers de kans om op eigen kracht nog de Somme over te steken. De rest zet zich in beweging naar het noorden. Bij de doortocht van Montreuil komt alles weer vast te zitten. Hier wordt de colonne hevig gebombardeerd en meerdere voertuigen worden vernield. Er breekt paniek uit en de manschappen vluchten weg in alle richtingen, Lt Verhaegen kan enkel nog meegeven dat er gehergroepeerd zal worden in St-Omer.

Ter VK Bergen in Frankrijk
De colonne van Cdt Roberti hergroepeert op twee kilometer voorbij de brug van Saint-Valery in een dreef met vier rijen bomen. Het detachement hoort nog net hoe de brug  ontploft om 00u45. De colonnecommandant laat de manschappen uitrusten tot 10u00 waarna de colonne  naar het zuiden vertrekt met als doelstelling dezelfde dag nog de Seine over te steken. Om 22u00 steekt de colonne de Seine over te Les Andelys waarna gekantonneerd wordt in het bos van La Tremblaie op zo’n drie kilometer voorbij de Seine. De volgende dagen wordt doorgereisd tot Toulouse volgens gekregen richtlijnen van het MLV.

Ter VK Brussel in Frankrijk
De eenheid bereikt Tours van waaruit ze worden doorgestuurd naar Poitiers waar het MLV en de rest van de Belgische regering zich bevinden.

Ter VK Gent in Frankrijk
Luitenant Verhaeghen, zijn adjunct Lt Collard en Sdt Van Steenkiste raken geïsoleerd van de rest van de eenheid en bereiken tijdens de nacht  van 20 op 21 mei Licques. Hier kunnen ze  de auto lenen van een uit Brussel gevluchte antiekhandelaar. Lt Verhaegen wil naar Montreuil terugkeren om zijn troepen uit de verkeerschaos te halen maar bij het buiten rijden van Licques stoot hij op een Duitse colonne. Zijn voertuig wordt onder vuur genomen waarbij Sdt Van Steenkiste gewond raakt. Het gros van het vervoerskorps van Gent is er aan voor de moeite en wordt die dag krijgsgevangen gemaakt.

Het ARCA van Lt Hillewaert hergroepeert in Le Tréport ten zuiden van de Somme en trekt van hier uit verder naar het zuiden. De colonne komt op 29 mei toe te Poitiers waar ze gekantonneerd worden in Vivonne.  Hier zullen ze verblijven tot 16 juni waarna ze doorgestuurd worden naar Montpellier.

Ter VK Antwerpen in Frankrijk
Lt Lebon bereikt Dieppe en wordt van daar uit gedirigeerd naar de Belgische hergroeperingszone in Rouen. Vanuit Rouen wordt hij doorgestuurd naar Conche, de hergroeperingszone van de 7de Infanteriedivisie (7Div). Hier komen ze onder bevel te staan van de 7Div die de eenheid bevoorraadt en informeert over de toestand van de Belgische eenheden ter plaatse. In de streek van Conches – L’Aigle kantonneren alles tezamen zo’n 15.500 manschappen die aan de Duitse omsingeling ontsnapt zijn. Lt Lebon beseft dat ze nog niet buiten schot zijn en dat het maar een kwestie van tijd is vooraleer de Duitsers hun opmars naar het zuiden zullen verder zetten. Het ARCA zal in Conches blijven tot 27 mei waarna ze doorgestuurd worden naar Poitiers.

Ter VK Brussel in Frankrijk
In de nacht van 24 op 25 mei komt het korps toe in Poitiers. Het detachement zoekt een kantonnement op te Saint-Benoît-les-Poitiers, op 2,5 kilometer ten zuiden van Poitiers, waar ze de volgende dagen zullen blijven kantonneren.

Ter VK  Brussel in Frankrijk
Nog steeds te Potiers wordt de naam van de eenheid, bij beslissing van het kabinet van Landsverdediging, gewijzigd in “Vervoerskorps van het Ministerie van Landsverdediging” (VK MLV).

Ter VK Antwerpen in Frankrijk
Het ARCA van het Ter VK Antwerpen komt op 29 mei toe te Poitiers waar ze niet worden aangehecht aan het VK MLV, maar op last van het kabinet worden doorgestuurd naar Montpellier.

Na de capitulatie

VK MLV in Frankrijk
Op 16 juni verhuist de eenheid naar Sauveterre. Op 3 juli naar Castelmoron. De manschappen worden gevangen genomen op 31 augustus en naar Duitsland gestuurd.

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier Territoriale Vervoerskorpsen, Centrum voor Historische Documentatie, Evere
  2. L’armée belge de France en 1940, p 181, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994