Hulptroepen van het Luchtwapen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Regiment Hulptroepen van het Luchtwapen | HuT Lu
Troupes Auxiliares de l’Aéronautique | TA Aé
Type Vliegveldverdediging en Werkbataljons
Ontdubbeld van
Onderdeel van Militaire Luchtvaart
Bevelhebber Luitenant-Kolonel De Cartier
Standplaats Diverse
Commandopost te Steenokkerzeel
Samenstelling Staf
I Bataljon (Sint-Denijs-Westrem) 1ste Compagnnie Mitrailleurs Moerbeke (Vliegveld 35)
2de Compagnnie Mitrailleurs Schaffen (Vliegveld 9)
3de Compagnnie Mitrailleurs Stene (Vliegveld 3)
4de Compagnnie Mitrailleurs Bierset (Vliegveld 2)
II Bataljon (Vilvoorde) (Majoor Bonnevie) 7de Compagnnie Mitrailleurs Goetsenhoven (Vliegveld 7)
8ste Compagnnie Mitrailleurs Nijvel (Vliegveld 10)
9de Compagnnie Mitrailleurs Peutie (Vliegveld 39)
10de Compagnnie Mitrailleurs Bevekom (Vliegveld 21)
III Bataljon (Sijsele) (Majoor Henri Feneau) 13de Compagnie Arbeiders Lombardsijde (Vliegveld 40)
14de Compagnie Arbeiders Zele (Vliegveld 36)
15de Compagnie Arbeiders Knokke (Vliegveld 4)
16de Compagnie Arbeiders Sint-Kruis Brugge (Vliegveld 28)
IV Bataljon (Grimbergen) 19de Compagnie Arbeiders Steenokkerzeel (Vliegveld 13)
20ste Compagnie Arbeiders Belsele (Vliegveld 37)
21ste Compagnie Arbeiders Aalter (Vliegveld 26)
22ste Compagnie Arbeiders Grimbergen (Vliegveld 41)
23ste Doorgangscompagnie (Sint-Denijs-Westrem)

 Tijdens de mobilisatie

Staf/TA Aé
De Hulptroepen van het Luchtwapen (TA Aé) zijn verdeeld over twee bataljons mitrailleurs en twee bataljons arbeiders. De taak van de eerste groep bestaat uit het leveren van nabije luchtverdediging van de vliegvelden. Hiervoor beschikken de eenheden over Maxim mitrailleurs op luchtafweeraffuit. De compagnies zijn bij het uitbreken van de oorlog verdeeld over de diverse vredestijd vliegvelden en enkele oorlogsvliegvelden naar waar de smaldelen zullen uitwijken vanaf de afkondiging van het algemeen alarm.

De compagnies van de bataljons arbeiders zijn allen toegewezen aan de verschillende oorlogsvliegvelden waar hun taak bestaat in het klaarmaken en onderhouden van de pistes en de gebouwen. Hun werk is dan ook grotendeels klaar bij het uitbreken van de oorlog. Tijdens de campagne worden ze mee ingezet voor het uitvoeren van herstellingen aan de pistes na bombardementen en het operationeel houden van de diverse vliegpleinen.

III/TA Aé
Midden 1939 krijgt het IIIde Bataljon van het Regiment Hulptroepen van het Luchtwapen (III/TA Aé) de opdracht voor de bouw van meerdere hulpvliegvelden (de zogenaamde vliegvelden oorlogstijd en aanvullende vliegvelden oorlogstijd). De landingspistes van de vliegvelden oorlogstijd, die allen graspistes zijn, worden na aanleg verder onderhouden door het IIIde en IVde Bataljon TA Aé die er een compagnie stationeren. De aanvullende vliegvelden oorlogstijd worden na aanleg niet meer onderhouden. Het onderhoud van de vliegvelden die in vredestijd gebruikt worden valt voor rekening van de luchtvaarteenheden die er zich bevinden.

Te Lombardsijde wordt het golfterrein van Henri Crombez, een befaamd luchtvaartpionier, midden 1939 onteigend voor de aanleg van een militair vliegveld. Tussen het Kamp van Lombardsijde en de IJzer wordt in 1939 door de 19Cie (TBC) een graspiste aangelegd. Het vliegveld Lombardsijde is gekend als vliegveld oorlogstijd Nr 40 en wordt na de aanleg onderhouden door de 13Cie.

In Zele wordt in 1939  het vliegveld oorlogstijd Nr 36 aangelegd door de 14Cie (TBC) van het Regiment TA Aé. De 14Cie blijft verantwoordelijk voor het onderhoud van de piste.

In Knokke-Zoute bevond zich al een vliegveld sinds 1929 dat als tussenstop werd gebruikt voor vluchten naar Engeland onder meer door SABENA, KLM en enkele Britse luchtvaartmaatschappijen. Ook het Belgische Leger gebruikte het vliegveld van Knokke (ook gekend als vliegveld vredestijd Nr 4) voor trainingsdoeleinden. In 1939 stond er één hangar, een beperkte herstelwerkplaats en een radiobaken.  De 15Cie wordt bij het vliegveld gestationeerd voor het onderhoud van de graspiste.

Deels op het grondgebied van het gehucht Male behorende tot Sint-Kruis nabij Brugge en deels op het grondgebied van Sijsele wordt door de 16Cie (TBC) een graspiste aangelegd waar zich tijdens WOI ook een vliegveld bevond. Na de eerste wereldoorlog werd de grond op het veld weer in cultuur gebracht. Iedere Malenaar mocht in tijden van nood een lapje grond van het voormalig vliegveld gebruiken. In 1939 werden de Malenaars door de gemeente opgeroepen voor een vergadering in verband met het Maleveld. Daar vernamen zij dat het Belgische Leger op het Maleveld een vliegveld wilde aanleggen, mits een vergoeding voor de gebruikers van daartoe aangewende gronden. Vrijwel onmiddellijk na de vergadering begon de 16Cie er de bomen te vellen.  Het vliegveld van Sint-Kruis is  gekend als vliegveld oorlogstijd Nr 28. Aan de vooravond van de oorlog is de 16Cie is belast met het verder afwerken en het onderhoud van het vliegveld.

IV/TA Aé
Ook het IVde Bataljon van het Regiment Hulptroepen van het Luchtwapen (IV/TA Aé) zal meerdere hulpvliegvelden aanleggen. Het IV/TA Aé ging 1939 met grote voortvarendheid te werk. Midden 1939 begonnen ze aan de bouw van drie Meetjeslandse vliegvelden : Aalter (met codenummer 26), Maldegem (nr.32) en Ursel (nr.33). Begin september 1939 worden de landbouwpercelen onteigend zodat de bouw van de vliegvelden kon starten. Het vliegveld oorlogstijd Nr 32 te Maldegem was reeds klaar voor eind 1939.

Omwille van het toenemende plaatsgebrek op het militaire vliegveld van Evere-Haren heeft het Belgische leger in 1938 al 87 hectaren onteigend in Melsbroek, deelgemeente van Steenokkerzeel.  In 1939 start de 19Cie (TBC) met de aanleg van het Belgische militaire reservevliegveld “Steenokkerzeel”. Aangezien het vliegveld van Steenokkerzeel reeds gepland werd in volle vredestijd krijgt het vliegveldnummer 13 mee en wordt het beschouwd als een vliegveld vredestijd. Na de aanleg van het vliegveld bleef de 19Cie in Steenokkerzeel.

Te Ursel werd in september 1939, bij het begin van de mobilisatie, de landbouwpercelen onteigend. In oktober 1939 starten de werken en in januari 1940 was het vliegveld te Ursel (ook gekend als vliegveld oorlogstijd Nr 33) klaar. Een compagnie (TBC) van het IVde Bataljon heeft een graspiste van 900 meter lang aangelegd, georiënteerd van het noordwesten naar het zuidoosten. In de omliggende bossen werden vliegtuignissen vrijgemaakt [3]. Na de aanleg van de piste wordt er geen compagnie van IV/TA Aé aangeduid om het vliegveld te onderhouden.

Vanaf 4 september 1939 begonnen Belgische militairen met de aanleg van het vliegveld oorlogstijd Nr 41 op het grondgebied van Grimbergen. Achtenvijftig hectaren vruchtbare landbouwgrond, gelegen tussen de Oyenbrugstraat en de Lintkasteelstraat werden gedraineerd, genivelleerd en met gras bezaaid. De 22Cie wordt op het vliegveld gestationeerd om het verder te onderhouden.

De werken aan het vliegveld van Aalter (Nr 26) startten in oktober 1939. Zowat 120 militairen (behorende tot 21Cie van IV/TA Aé – TBC) togen aan het werk, samen met de firma Joos uit Hamme. Aan de oostkant van het vliegveld lag een heuvel (150 x 100 meter en 4 meter hoog), zand afkomstig van de werken aan het kanaal Gent-Brugge. Hierin werden minstens achttien nissen gebouwd. Met het uitgehaalde zand werd dan nog een heuvel aangelegd, waardoor er in totaal minstens vierentwintig vliegtuigschuilplaatsen waren. Na de werken wordt de 21Cie op het vliegveld van Aalter gestationeerd voor verder onderhoud.

Ook in Waasmunster wordt in 1939 door de 20Cie (TBC) van IV/TA Aé een graspiste aangelegd. Dit vliegveld oorlogstijd met nummer 37, wordt het vliegveld Belsele genoemd niettegenstaande het op het grondgebied van Waasmunster ligt. De 20Cie blijft verder instaan voor het onderhoud van het vliegveld en zal er dan ook kantonneren.

Het militaire vliegveld van Knokke na het bombardement van 10 mei 1940 [1].


Staf/TA Aé
Tijdens de rest van de veldtocht zullen de eenheden samen met de smaldelen teruggetrokken worden naar het steeds kleiner wordende aantal vliegvelden in Vlaanderen. Een aantal eenheden blijft bij de smaldelen van de drie regimenten die naar Frankrijk geëvacueerd worden en belandt uiteindelijk in Zuid-Frankrijk. De laatste luchtafweermitrailleurs die in ons land gebleven zijn beëindigen de veldtocht op de vliegvelden van Stene en Lombardsijde waar de allerlaatste toestellen van onze militaire luchtvaart een onderkomen vinden.

I/TA Aé
2/I/TA Aé
De commandopost en het grootste gedeelte van de 2de Compagnie Mitrailleurs (2CieMi) bevindt zich op het vliegveld van Schaffen. Bij het uitbreken van de oorlog bevinden zich ook heel wat vliegtuigen op het vliegveld van Schaffen. Naast de vliegtuigen van het 1ste en het 2de Smaldeel van de Iste Groep van het 2de Luchtvaartregiment (1/I/2Lu en 2/I/2Lu) is het 7de smaldeel van de IIIde Groep van het 3de Luchtvaartregiment (7/III/3Lu) uit Evere met 7 Fairey Fox VIII.C toestellen en het 5de Smaldeel van de  IIIde Groep van 2Lu uit Nijvel eveneens met haar Fairey Fox te Schaffen ontplooid voor manoeuvres die zouden plaatsvinden op 10 mei 40 te Beverlo. In totaal stonden 50 vliegtuigen deels gegroepeerd, deels verspreid op het 700m bij 700m grote vliegveld. Wanneer de Duitse luchtmacht het vliegveld bombardeert bij eerste klaarte wordt het merendeel van de vliegtuigen op de grond vernield en raakt heel wat infrastructuur beschadigd. Er sneuvelen tientallen militairen tijdens het bombardement onder hen de Soldaat Loozen van 2/I/TA Aé.

Een detachement (peloton?) van de 2CieMi bevindt zich vermoedelijk op het vliegveld van Deurne. Naast het detachement van 2/I/TAé heeft ook de 3de Sectie van de 8ste Bij C40mm van het 2de Regiment Grondverdediging tegen Luchtdoelen (8/2DTCA) één van zijn twee Bofors C40mm luchtafweerkanonnen langs de startbaan van Deurne opgesteld. Omstreeks 05u05, twintig minuten nadat de Iste Groep van het 1ste Luchtvaartregiment (1Lu) Deurne had verlaten komen de Duitse bommenwerpers aan en bombarderen het verlaten vliegveld. Bij het bombardement komt de Soldaat Versin van de 2CieMi om het leven.

Borstkenteken Iste Bn TA Aé

3/I/TA Aé
Hoewel de 3de Compagnie Mitrailleurs (3Cie Mi) zijn commandopost had opgesteld in Stene moet er ook een detachement (peloton?) afgedeeld zijn naar Knokke (TBC). Na de afkondiging van het alarm nemen de manschappen hun stellingen in. Om 05u30 zien ze de twaalf Fairey Fox van het 6de smaldeel van III/2Lu, die gestationeerd zijn op de piste van Knokke-Zoute voor een schietoefening boven zee, opstijgen. Onmiddellijk na het vertrek van de vliegtuigen wordt het vliegveld door de Duitsers wordt gebombardeerd waarbij meerdere slachtoffers vallen onder de militairen van de 3Cie Mi. De Soldaten Degelaen, Jacobs en Smets komen om op het vliegveld, de Soldaten Frederickx en Van Ham worden nog overgebracht naar het hospitaal van Brugge maar overlijden later aan hun verwondingen.

4/I/TA Aé
Zwevezele

II/TA Aé
7/II/TA Aé
De 7de Compagnie Mitrailleurs (7Cie Mi) staat opgesteld op het vliegveld van Goetsenhoven. Het vliegveld van Goetsenhoven bevindt zich op een drietal kilometer van Tienen langs de N64 van Tienen naar Hannuit. Na afkondiging van het alarm nemen de manschappen van de compagnie eveneens hun stellingen in. De operationele smaldelen van 1Lu verlaten als eerste het vliegveld richting oorlogsvliegvelden. Het 4de Smaldeel Vliegopleiding (4/EPil) dat zich bij eerste klaarte nog te Goetsenhoven bevindt mag slechts als laatste het vliegveld verlaten en was nog niet opgestegen toen de Duitse Luftwaffe het vliegveld omstreeks 05u05 met een vijftiental vliegtuigen aanviel. Het smaldeel verliest al zijn vliegtuigen. Bij de 7CieMi sneuvelen Luitenant Robecyn en de Soldaten Lenders en Rypens.

I/TA Aé
3/I/TA Aé

Opmeten van de schade na het bombardement van het vliegveld van Knokke op 10 mei 1940

Op 12 mei omstreeks 12u30 wordt het vliegveld van Knokke een tweede keer gebombardeerd. Bij dit bombardement raakt de Sgt Coomans van de 3Cie zwaar gewond. Hij wordt eerst overgebracht naar het hospitaal van Heist en vervolgens naar het reservehospitaal Nr 47 in het Strandhotel (Grand Hotel de la Plage) te Oostende. Wanneer dit hospitaal door de Duitsers gebombardeerd wordt op 24 mei wordt het voor hem fataal. Hij bezwijkt op 25 mei aan zijn verwondingen.

Borstkenteken IIde Bn TA Aé

Staf/II/TA Aé
Te Aalter ondergaat de IIde Groep van het 1ste Luchtvaartregiment (II/1Lu) in de vroege ochtend een zwaar luchtbombardement. De posities van het 2de Smaldeel Depot en Onderhoud (2DP/II/1Lu) van deze groep worden zwaar getroffen. De meeste slachtoffers vallen in en rond de hoeve Martens, naast de Rijkswachtkazerne. Soldaat Camiel Vandendriessche, een 27-jarige mitrailleurschutter, verliest het leven. Zijn 21-jarige collega Albert Van Goidsenhove, wordt nog in allerijl naar de Sint-Antoniuskliniek overgebracht. In hetzelfde smaldeel vallen nog twee gewonden. Er is geen ambulance aanwezig, en de slachtoffers werden door Majoor Bonnevie, de bevelhebber van het II/TA Aé, met zijn stafwagen naar de Sint-Antoniuskliniek gebracht. Daar komen die ochtend nog eens zeven gewonden toe.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Foto genomen door Jo Eggermont, uitbater van het restaurant van het burgergedeelte van het vliegveld van Knokke. Hij nam de foto op 10 mei. De foto werd getrokken door het raam van een bureel op de bovenverdieping van het restaurant. Jo Eggermont kwam om op 12 mei 1940 bij het tweede bombardement op het vliegveld van Knokke. Foto ter beschikking gesteld door Guido Acke.
  2. Melding overlijden van Sgt Mil Coomans Maurice Gustaaf ten gevolge van de luchtbombardementen op Oostende van 24 en 25 mei . [On Line beschikbaar]: http://www.oostendsenostalgie.be/?p=544 [Laatst geraadpleegd 9 september 2017].
  3. Historiek van het vliegveld van Ursel [On Line beschikbaar]: https://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/ursel-vliegveld [Laatst geraadpleegd 31 maart 2019].