Generale Staf der Militaire Luchtvaart

Type Staf
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Commando van de Luchtverdediging van het Grondgebied
Bevelhebber Generaal-majoor Paul Hiernaux
Hoofd Gezondheidsdienst Geneesheer Kolonel Sillevaerts
Standplaats Militair Vliegveld te Evere (vredestijd)
Sint-Kruis Brugge (oorlogstijd)
Samenstelling 1ste Luchtvaartregiment (Kolonel vlieger Froidart)
2de Luchtvaartregiment (Kolonel vlieger baron Frédéric de Woelmont)
3de Luchtvaartregiment (Kolonel vlieger S. Hugon)
Hulptroepen van het Luchtwapen (Luitenant-kolonel De Cartier)
Etablissementen der Militaire Luchtvaart (Kolonel vlieger H. Verhelst)
Dienst der Ravitaillering en Depannage (Luitenant-kolonel vlieger Biver)
Groep verbindingen en transport

Tijdens de mobilisatie

Militaire vliegvelden
Met het overschakelen naar de toestand van Versterkte Vredesvoet (september 1939 tot mei 1940) wordt aan de militaire vliegvelden een geheim terreinnummer toegekend. In verschillende bronnen wordt enkel gebruik gemaakt van dit nummer om de vliegvelden te benoemen. Hierna volgende tabel moet toelaten de verschillende vliegvelden te identificeren.

 

Vliegvelden vredestijd
01 Deurne 04 Knokke-Zoute 07 Goetsenhoven 10 Nijvel 13 Steenokkerzeel
02 Awans-Bierset 05 Sint-Denijs Westrem 08 Evere 11 Wevelgem 14 Soignies
03 Stene-Oostende 06 Gosselies 09 Schaffen – Diest 12 Moorsele
Vliegvelden oorlogstijd
15 Hingene 20 Hannuit-Thisnes 24 Neerhespen 29 Rillaar 33 Ursel 38 Snellegem
16 Glabbeek-Zuurbemde 21 Bevekom-Le Culot 25 Hamme-Mille 30 Hemiksem 34 Zwevezele 39 Peutie
17 Jeneffe 22 Brustem 26 Aalter 31 Sint-Niklaas 35 Moerbeke-Waas 40 Lombardsijde
18 Lonzée 23 Vissenaken 27 Herenthout 32 Maldegem 36 Zele 41 Grimbergen
19 Duras-Wilderen 28 Sint-Kruis Brugge 37 Belsele-Waas 42 Court Saint-Etienne
Aanvullende vliegvelden oorlogstijd (niet onderhouden)
45 Leopoldsburg 62 Veurne 81 Aalst 90 Petit-Hallet (nord) 94 Vlezenbeek
47 Piéton 63 Zellik 85 Niet gekend 91 Petit-Hallet (sud) 95 Florennes
48 Baillonville 69 Lot 88 Wansin 92 Saint-Hubert
49 Brasschaat 71 Chièvres 89 Meeffe 93 Fosses

Eén van de 40 gekochte Brewster Buffalo’s met Belgische kentekens.

EM/Aé
In de jaren voor het begin van de Tweede Wereldoorlog is de volledige luchtvloot van België aan vervanging toe. Luitenant-generaal Duvivier, Chef van de Luchtverdediging van het Grondgebied (DAT) dringt er bij de regering op aan de nodige aankopen te doen en neemt zelf ook enkele initiatieven. In ijltempo wordt gezocht naar oplossingen om de vloot te vernieuwen. Een eerste bestelling van 22 Gloster Gladiator Mk1 jachtvliegtuigen werd in maart 1937 geplaatst door de Belgische regering bij Gloster Aircraft (Hucclecote, UK). Vijftien Gladiators worden geleverd door Gloster en zeven andere zouden worden geassembleerd door SABCA. Niettegenstaande de eerste levering gebeurde in juni 1937 werd het contract pas ondertekend in mei 38 wegens aanslepende onderhandelingen over de productie van Gladiators in licentie door SABCA, hetgeen uiteindelijk niet gebeurde. Op 7 juni 37 werden de eerste zes vliegtuigen overhandigd aan de EM/Aé terwijl het tweede lot van negen vliegtuigen werd afgeleverd in september 37. SABCA leverde eind maart 38 de eerste van de zeven Gladiators af die in België werden geassembleerd.

Gedurende de zomer van 1938 worden twee testpiloten, de Kapt Pierre Arendt en Lt Eric de Spoelberch, door LtGen Duvivier naar Engeland gestuurd om een vergelijkende vliegtest uit te voeren met de twee beste Britse vliegtuigen, de Hawker Hurricane Mk1 en de Supermarine Spitfire Mk1. In het licht van de snel verslechterende politieke toestand in Europa vraagt LtGen Duvivier haast te maken met de aanschaf van 40 Spitfires of Hurricanes. Uiteindelijk plaatst de regering in maart 1939 een order voor twintig Hawker Hurricane. Avions Fairey S.A. (Belgische vliegtuigfabriek gevestigd in Gosselies) sloot een overeenkomst met Hawker’s om 80 Hurricanes onder licentie te bouwen. Gezien de dringendheid heeft de Britse regering beslist dat de twintig toestellen genomen zullen worden van een lot dat reeds voor de RAF in productie gegaan was. Op 13 mei 1939 wordt de eerste van een reeks van 15 toestellen opgeleverd. Eind september 39 worden de eerste vijftien vliegtuigen al afgeleverd aan het 2de Smaldeel van het 2de Luchtvaartregiment. Over de levering van de laatste vijf toestellen is er onduidelijkheid. Tijdens de schemeroorlog (phoney war) maakten vier Britse Hurricanes een noodlanding in België. Aangezien dit schendingen van de Belgische neutraliteit betrof werden de toestellen in beslag genomen en geïntegreerd in de Belgische Luchtmacht. De in beslag genomen toestellen werden in mindering gebracht van de te leveren Hawker Hurricanes. Deze reeks van vier verschilden van de andere doordat ze geschilderd waren in het RAF camouflage patroon en waren uitgerust met een driebladige propeller. De H39 die crashte op 2 maart 1940 te Bierset is één van die vier toestellen. Er werden slechts drie Hurricanes in licentie geproduceerd te Gosselies, de H41, H42 en de H43. De testvluchten van deze laatste dienden nog te gebeuren toen de oorlog al bezig was. De H41 wordt vernield tijdens het bombardement van het vliegveld van Evere op 10 mei 40. In Gosselies verliep de productie van de airframes wel volgens planning maar de motoren kwamen niet meer toe uit Engeland. De reeds door Avions Fairey in Gosselies geproduceerde airframes en uitrustingsstukken werden nog naar Engeland verscheept voor het bombardement van de fabriek door de Duitsers.

De eerste CR 42 die door Kapt Arendt werd overgebracht crashte te Nijvel op 6 maart 1940.

Eind 1939 gaat de Belgische regering op zoek naar nog meer nieuwe vliegtuigen om de Belgische Luchtmacht te moderniseren maar de vraag naar vliegtuigen is groot en de vliegtuigproducenten van de grootmachten draaien op volle toeren om aan de binnenlandse behoefte te voeldoen. Twee opvallende aankopen worden gedaan, enerzijds wordt in de Verenigde Staten een bestelling gedaan van 40 Brewsters Buffalo en in Italië een bestelling van 40 CR.42.

In januari 1940 bestelde de Belgische regering een landversie van Brewster Buffalo onder de naam B-339B. De Brewster Buffalo werd door de Amerikaanse marine gebruikt op vliegdekschepen. De Buffalo was niet het beste toestel maar Brewster was de enige producent die capaciteit over had om er nog op korte termijn te produceren. De 40 bestelde exemplaren kregen een exportmotor, de Wright R-1820-G105 met een vermogen van 100 pk. De landingshaak was vervangen door een puntiger staartdeel waardoor de romp iets langer werd. De 40 Brewster Buffalo’s worden geproduceerd en voorzien van Belgische kentekens. Twee exemplaren komen begin mei met een cargoschip toe in Bordeaux toen België al gedeeltelijk door de Duitsers bezet was. Ze worden geassembleerd op het vliegveld van Bordeaux-Mérignac maar worden niet meer ingezet en vallen in Duitse handen. Zes toestellen worden op het vliegdek gezet van het Franse vliegdekschip Béarn dat de in Amerika gekochte vliegtuigen voor de Franse Luchtmacht kwam ophalen. Het schip vertrekt op 16 juni in Halifax maar wordt na de wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitsland omgeleid naar Martinique. De overige 32 toestellen werden door de Belgische regering in ballingschap overgedragen aan Groot-Brittannië. Ze kregen daar de serienummers AS-410/AS-437, AX-811/AX-820 en BB-450. Het frappante is dat de zes “Franse” Buffalo’s hierbij gerekend werden. De toestellen worden met de HMS Furious naar Engeland gebracht en geassembleerd in Burtonwood. Achttien werden er toegewezen aan 855 Naval Air Squadron van de Royal Navy (de RAF toonde geen enkele interesse in de toestellen) om ingezet te worden boven de Middellandse Zee. Drie Brewsters Buffalo werden naar Maleme (Kreta) gestuurd maar haalden geen enkele overwinning. Gezien de Brewster op alle terrein overtroffen werd door de Me Bf-109 konden de toestellen niet ingezet worden in het West-Europese luchtruim. Het toestel werd door de RN begin 1941 vervangen. De overhaaste aankoop van de Brewster Buffalo door de Belgische regering bleek geen succes te zijn, noch voor België noch voor de Britten.

Eind september 1939 wordt een aankoopcommissie naar Turijn gestuurd met als opdracht onderhandelingen te starten voor de aankoop van veertig Fiat CR.42 om aan de dringende heruitrusting van de 2de Groep jagers van het 2de Luchtvaartregiment (2Lu) te voldoen. De Italianen vragen een hoge prijs, ruim 30% meer dan wat betaald werd voor de veertig Brewsters, in ruil voor de levering van de vliegtuigen binnen de drie maanden na ondertekening van het contract. Het contract wordt ondertekend begin december en was voor Fiat Aviazione het tweede buitenlands contract. De eerste Fiat werd door Kapt Arendt op 6 maart 1940 uit Italië overgevlogen, nog met Italiaanse camouflagekleuren. Later werd het gros van de CR.42’s naar de Etablissementen der Militaire Luchtvaart (EtAé) te Evere gestuurd voor assemblage en uitrusting. Dertig vliegtuigen worden geleverd voor het begin van de oorlog. Vier extra toestellen hadden Italië reeds per spoor verlaten toen op 10 mei de oorlog in België losbarst. Drie van deze toestellen konden nog geassembleerd worden in Bordeaux-Merignac en werden in juni nog ingezet boven Frankrijk.

Er werd ook uitgekeken naar de vernieuwing van de lestoestellen voor de Vliegschool. In 1938 wordt bij de Nederlandse constructeur Koolhoven een bestelling gedaan van twintig FK56 lesvliegtuigen. Deze eendekker bood plaats aan twee personen, de leerling-piloot en een instructeur. Er werden slechts zeven toestellen opgeleverd voor het uitbreken van de oorlog. Zes van de zeven vliegtuigen worden toegewezen aan het 4de Smaldeel Vliegopleiding van de Vliegschool waar de toestellen gebruikt werden voor de vervolmakingscursus van onze piloten.

Generaal-majoor Hiernaux, commandant van de Militaire Luchtvaart, beschikte over een persoonlijk vliegtuig, een onbewapende Gloster Gladiator met staartnummer G38, die zich op 09 mei te Evere bevond.

EM/Aé
De Staf ontvangt het algemeen alarm iets na middernacht en brengt vervolgens al haar eenheden op de hoogte. Om 03u30 wordt het bevel gegeven om vanaf eerste klaarte (04u10) alle vredesvoet installaties inclusief de vliegvelden te ontruimen aangezien luchtaanvallen worden verwacht. Tussen 04u30 en 05u10 vinden de verwachte aanvallen plaats. Niettegenstaande heel wat vliegvelden al volop met de ontruiming bezig zijn kunnen niet alle vliegtuigen opstijgen omdat er gewoon te veel vliegtuigen geconcentreerd zijn op bepaalde vliegvelden, zoals in Schaffen en Goetsenhoven. De start van de oorlog verloopt dramatisch voor de Belgische Militaire Luchtvaart. Ondanks het feit dat de aanval verwacht was worden veel vliegtuigen op de grond vernietigd. De vliegtuigen die nog kunnen ontsnappen naar een oorlogsvliegveld zijn ook daar niet veilig. Later op de dag worden ook deze vliegvelden genadeloos gebombardeerd en weer gaat een groot gedeelte van de nog resterende vliegtuigen verloren. Ongeveer twee derden van het totale vliegtuigenpark wordt op de eerste oorlogsdag vernietigd. De Staf van de Militaire Luchtvaart (EM/Aé) die zich nog steeds te Evere bevindt staat voor de schier onmogelijke opdracht de meubels nog te redden. Wanneer tijdens de ochtend van 10 mei de Franse verbindingsofficier Majoor Loriot in Evere aankomt om de ontplooiing van een aantal van hun smaldelen in ons land te coördineren lijkt de oplossing gevonden. De Belgen maken van de gelegenheid gebruik om de evacuatie van de scholen van het vliegwezen en de Etablissementen der Militaire Luchtvaart naar Frankrijk te regelen, om ver buiten het bereik van de Duitse bommenwerpers de Militaire Luchtvaart terug op te bouwen. Generaal-majoor Tapproge, commandant van het Versterkings- en Opleidingscentrum van het Luchtwapen (VOC/Lu), wordt in de namiddag reeds geconvoceerd op de EM/Aé om er een waarschuwingsorder in ontvangst te nemen dat hem oplegt het vertrek van het VOC/Lu naar Frankrijk voor te bereiden. Deze evacuatie wordt ‘s anderendaags toegestaan.

Vliegveld Rely-Norrent-Fontes aan het kruispunt van de Route d’Hesdin (D94) en de Chaussée Brunehaut (D341).

EM/Aé
Majoor Vlieger Verhaegen van de 2de Sectie van EM/Aé wordt op 11 mei als liaison officier werd uitgestuurd naar het Franse GQG om de evacuatie van de verschillende eenheden van de luchtmacht naar Frankrijk te coördineren. Norrent-Fontes in het Franse departement Pas-de-Calais wordt aangeduid als verzamelpunt voor de eenheden van de Belgische luchtmacht in Frankrijk. Majoor Verhaegen begeeft zich onmiddellijk naar het vliegveld van Norrent-Fontes om er de opvang te regelen. Het vliegveld valt onder de bevoegdheid van de “2ème Région Aérienne – Amiens” [4] en is de thuisbasis van de Groupe de Chasse III/1 (GC III/1) die zich op 11 mei naar het vliegveld van Moerbeke-Waas (oorlogsvliegveld Nr 26) verplaatst heeft [5].

De EM/Aé geeft het Versterkings- en Opleidingscentrum van het Luchtwapen ‘s avonds de telefonische bevestiging dat aftocht naar Frankrijk doorgaat. Alle beschikbare toestellen van het VOC/Lu moeten zich klaarmaken om op 12 mei bij dageraad richting Tours in Frankrijk te vertrekken.

EM/Aé
Om 10u40 geeft de EM/Aé het bevel aan Kolonel Hugon, commandant van het 3de Luchtvaartregiment (3Lu), om zijn Staf, de Iste en IIde Groep naar Norrent-Fontes te evacueren. De Iste en de IIde Groep hebben al hun vliegtuigen verloren tijdens de eerste twee dagen van de veldtocht. Kolonel Hugon vraagt nog om bij de IIIde Groep van 3Lu te kunnen blijven om de strijd verder te zetten maar dit wordt geweigerd omdat hij de opdracht krijgt I/3Lu en II/3Lu opnieuw van vliegtuigen te voorzien en te herorganiseren. De Iste Groep van Majoor Duchateau vertrekt die dag nog met de trein naar Norrent-Fontes. De IIde Groep treft voorbereidingen om hen de volgende dag achterna te reizen. De autocolonnes vertrekken over de baan.

In de namiddag krijgt ook Kolonel Vlieger baron de Woelmont, commandant van het 2de Luchtvaartregiment (2Lu) van de EM/Aé het bevel om met zijn Staf, de Iste en de IIIde Groep naar Norrent-Fontes in Frankrijk (Pas-de-Calais) te vertrekken. Dit is al het tweede luchtvaartregiment dat naar deze Franse stad gestuurd wordt. Het illustreert hoe weinig doordacht en impulsief de evacuatie naar Frankrijk verliep. 2Lu krijgt ook het bevel om de overgebleven Fairey Fox toestellen van III/2Lu naar de IIIde Groep van het 3Lu te Aalter te sturen.

De toestand in de veldhospitalen begint dramatisch te worden, vele gewonden moeten geëvacueerd worden naar de verschillende reservehospitalen. Algauw wordt het duidelijk voor de Geneesheer Luitenant-generaal Luyssen dat overbezetting van de Belgische hospitalen onvermijdelijk is en dat de de optie om gewonden naar Frankrijk te evacueren onderzocht moet worden. Hij neemt via de Franse Ambassade contact op met het Ministerie van Oorlog in Parijs waar beslist wordt dat de Belgische gewonden mogen afgevoerd worden naar het hospitaalcomplex van Le Touquet-Paris-Plage. De Fransen vragen om een geneesheer naar Le Touquet te sturen om de noodzakelijk praktische regelingen te treffen. Geneesheer Kolonel Sillevaerts, hoofd van de Geneeskundige Dienst van de EM/Aé wordt met de opdracht belast.

Det EM/Aé in Frankrijk
Majoor Vlieger Verhaegen vangt Kolonel Hugon en zijn staf om 15u00 op in Norrent-Fontes. Hij geeft Kolonel Hugon het schriftelijk bevel zich zo snel mogelijk in verbinding te stellen met de vliegbasis van Tours (Indre-et-Loire) om er nieuwe vliegtuigen te ontvangen.

Op het eind van de dag vangt Majoor Verhaegen ook het I/2Lu op in Norrent-Fontes. Daar deze stad echter reeds ingenomen is door het 3de Luchtvaartregiment die er kantonnementen had ingericht voor haar eenheden wordt het I/2Lu wordt afgeleid naar Lillers nabij Norrent-Fontes.

Det EM/Aé in Frankrijk
De III/2Lu verlaat Moerbeke om naar Norrent-Fontes af te reizen. De groep trekt naar het zuiden opgesplitst in drie autocolonnes en zal kantonneren te Lambres nabij Norrent-Fontes. Het personeel vertrekt met de trein. De vrachtauto’s zullen de reis via de weg afleggen.

Det EM/Aé in Frankrijk
Terwijl de staf van de militaire luchtvaart in ons land blijft, wordt op 15 mei de Generaal-majoor René Legros naar Frankrijk gezonden om het bevel over te nemen van de uitgeweken detachementen van de luchtmacht. Hij begeeft zich onmiddellijk naar Norrent-Fontes waar zich de luchtvaarteenheden verzamelen.

Kolonel Froidart, commandant van het 1ste Luchtvaartregiment (1Lu) krijgt van de EM/Aé te horen dat de IIIde Groep van 1Lu bij gebrek aan vliegtuigen naar Frankrijk zal worden geëvacueerd. De groep onder bevel van Kapitein-commandant Tyou vertrekt in de namiddag en komt vanaf 20u00 aan te Norrent-Fontes.

Det EM/Aé in Frankrijk
Om 08u45 bevindt Legros zich te Norrent-Fontes waar hij Kapitein-commandant Tyou ontmoet. De generaal komt de Franse stad bezoeken die de draaischijf geworden is voor de terugtrekking van de Luchtvaartregimenten naar Frankrijk. Cdt Tyou krijgt de opdracht de opvang en het verder doorsturen van de luchtmacht eenheden te coördineren. Lang kan hij niet op zijn lauweren rusten want om 18u30 stijgen dertien vliegtuigen (zeven Fairey Firefly’s en zes Fiat CR-42) van het II/2Lu op te Aalter richting Norrent-Fontes waar de rest van het 2de Luchtvaartregiment reeds gepasseerd is. De colonne voertuigen vertrekt te Aalter om 18u00 en komt later in de nacht toe in Norrent-Fontes. Aangezien niet iedereen met de vrachtwagens mee kan rijden wordt een gedeelte van het personeel op de trein gezet. De manschappen stappen omstreeks 20u00 te Aalter op de trein en zullen 17de mei in de late namiddag te Lillers nabij Norrent-Fontes toekomen. De zeven Firefly worden doorgestuurd naar de Vliegschool die zich te Caen bevindt.

Det EM/Aé in Frankrijk
Generaal-majoor Legros, vanaf nu commandant van de Militaire Luchtvaart in Frankrijk, installeert zich met een kleine staf bij de Franse Generaal Massenet de Marancour, commandant van de “3ème Région Aérienne” in Tours. De generaal Legros staat in radioverbinding met de EM/Aé in België. Naast de radioverbindingen werden ook nog verschillende verbindingsvluchten uitgevoerd waarbij de vliegtuigen na 20 mei over bezet grondgebied moesten vliegen.

EM/Aé
Op 18 mei incasseert de Belgische militaire luchtvaart nog maar eens een zware klap door het Duits bombardement van het vliegveld van Aalter. Hierbij gaan alle resterende vliegtuigen van van het 3de Smaldeel van II/1Lu en van het 5de en 7de Smaldeel van III/3Lu verloren evenals talrijke voertuigen. Wat overblijft van II/1Lu en III/3Lu wordt naar Frankrijk geëvacueerd waardoor in België nog slechts drie smaldelen (allen van 1Lu) overblijven. De vereiste logistieke steun om deze drie smaldelen te ondersteunen is eerder beperkt. Om 16u45  geeft de EM/Aé dan ook het bevel aan Luitenant-Kolonel Vlieger Biver, commandant van de Dienst der Ravitaillering en Depannage (SRD/Aé), om zijn eenheid naar Frankrijk over te brengen. De SDR/Aé wordt initieel naar Norrent-Fontes gestuurd, het verzamelpunt voor luchtvaarteenheden in Noord-Frankrijk. Hier zal de eenheid nieuwe orders ontvangen voor de verdere terugtocht naar Zuid-Frankrijk.  De SDR/Aé moet een klein detachement samenstellen dat het resterend deel van het 1Lu verder zal bevoorraden in munitie en brandstof tijdens de rest van de veldtocht in België. De overige manschappen vertrekken nog diezelfde avond.

Det EM/Aé in Frankrijk
Majoor van der Stichelen Rogier komt toe in Tours en meld zich aan bij Generaal-majoor Legros als verbindingsofficier van het EtAé. Hij krijgt bevel het EtAé op de hoogte brengen dat ze onmiddellijk na de aankomst in Bordeaux de treinwagons moeten ontladen, de werkplaatsen inrichten en zich ter beschikken houden van de Franse luchtmacht.

Det EM/Aé in Frankrijk
Luitenant vlieger Phillipaert met Majoor vlieger Verhaegen als passagier vertrekken voor een verbindingsopdracht met een Fairey Fox vanuit Tours naar Zwevezele. De aard van de opdracht van Majoor Verhaegen is onbekend gebleven. Ze overvliegen met succes het door de Duitsers bezette stuk van Frankrijk en landen uiteindelijk op het vliegveld van Stene nabij Oostende. Na zijn bezoek aan het GHK vliegt Lt Phillipaert met zijn passagier op 24 mei terug naar Tours.

Det EM/Aé in Frankrijk
Als gevolg van het succes van de verbindingsopdracht van Majoor Verhaegen beslist generaal Legros om een permanent verbindingsdetachement te stationeren nabij zijn staf in Tours. Kolonel Hugon krijgt de opdracht twee Fairey Fox en één Koolhoven uit te rusten en permanent klaar te houden op het vliegveld van Tours. Er wordt een beurtrol opgesteld van piloten die zich moeten klaarhouden om de verbindingsopdrachten uit te voeren. Vanaf 25 mei is het verbindingsdetachement klaar om verbindingsvluchten uit te voeren tussen Tours en Zwevezele. Het blijft een riskante onderneming omdat de vliegtuigen maar juist genoeg brandstof aan boord hebben om de overtocht te maken.

Det EM/Aé in Frankrijk
Kapt vlieger Potier en de Adjt KROLt Colpaert worden uitgestuurd op verbindingsopdracht naar Zwevezele. Door het feit dat ze een omtrekkende beweging moeten maken om aan een vijandelijke luchtaanval te ontsnappen vallen ze zonder brandstof boven het kanaal voor de Engelse kust. Hun Fairey Fox O171 stort neer in zee maar de beide piloten kunnen zich redden met hun parachutes en worden opgepikt door de HMS Grey Hound [3]. De bemanning wordt door de Britse destroyer afgezet in Dover van waaruit ze op 26 mei door een Franse vedette naar Duinkerke worden overgebracht. Vervolgens vervoegen ze het HK van de EM/Aé om de meegebrachte documenten af te geven.

Det EM/Aé in Frankrijk
Opnieuw vertrekt een ploeg op verbindingsopdracht. 1Sgt vlieger Hodeigne en  Lt Vlieger Rousseau beiden van IV/1Lu stijgen op met de Fairey Fox O113 en bereiken Stene zonder probleem. Bij de landing gaat het echter fout wanneer het toestel wordt aangevallen door een Duitse Me109.  De bemanning raakt gewond maar kan het beschadigde vliegtuig nog net aan de grond zetten. De O113 is definitief buiten gevecht gesteld waardoor de bemanning  niet naar Frankrijk kan terugkeren.

Det EM/Aé in Frankrijk
Na de Belgische capitulatie beslist de regering de strijd voort te zetten. Generaal Legros herneemt de onderhandelingen met de Britten over de heruitrusting van de Belgische Luchtvaarteenheden. Hij vliegt hiervoor op 03 juni 40 zelf naar Londen met Lt Phillipart als piloot. Generaal Legros ontmoet er de Air Marshals Boyle en Courtney die hem enkel aanbieden om de piloten over te brengen naar Engeland om ingezet te worden voor de verdediging van het Britse grondgebied, opererend vanaf Britse basissen in vliegtuigen met Britse kentekens. Bij zijn terugkeer brengt hij verslag uit bij de Minister van landsverdediging. De Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, besluit op 7 juni niet in te gaan op het Britse voorstel en trouw te blijven aan de Fransen waar hij zijn eenheden kan blijven inzetten onder Belgische vlag.

Na de capitulatie

Det EM/Aé in Frankrijk
Op 8 juni wordt op vraag van generaal Legros een bemanning aangeduid voor een geheime opdracht met een Bréguet 690 die ‘s nachts naar bezet België moet vliegen. Een beurtrol wordt opgesteld en de bemanning, Kapt Van Rollegem en Luitenant Libert, worden voor de opdracht getraind door Luitenant Phillipart. Wat was de opdracht en is de opdracht effectief uitgevoerd? Meer is er niet over geweten.

Op 16 juni laten de Britten weten dat de volledige Belgische luchtvaart, piloten, herstellers en grondpersoneel welkom zijn in Groot-Brittanië. Tot tweemaal toe wordt een plan gemaakt om Britse schepen naar Saint-Nazaire of Bordeaux te sturen om het personeel van de Belgische luchtvaart eenheden op te halen en naar Engeland over te brengen. Tweemaal wordt het verzoek door Luitenant-generaal Denis afgewimpeld ondanks de snel verslechterende toestand in Frankrijk. Wanneer Frankrijk uiteindelijk capituleert is de kans om de Belgische luchtmacht nog naar Engeland te verschepen verkeken. Slechts een fractie van het personeel slaagt erin op eigen kracht Engeland te bereiken.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Taghon, P., 2006, L’Aéronautique Militaire belge en mai-juin 1940, Avions Hors-Série: 18.
  2. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
  3. Achtergrondinformatie bij de opdracht van Kapt Potier [On Line beschikbaar]: http://www.cndp.fr/crdp-reims/memoire/enseigner/memoire_reseaux/histoire_possum.htm [Laatst geraadpleegd op 09 mei 2018].
  4. Achtergrondinformatie bij vliegveld van Norrent-Fontes [On Line beschikbaar]: http://www.anciens-aerodromes.com/?p=22217 [Laatst geraadpleegd op 09 mei 2018].
  5. De Franse Groupe de Chasse III/1 is begin mei 1940 toegekomen op het vliegveld van Norrent-Fontes – Rely. Deze groep is uitgerust met 28 Moranes 406, en heeft als opdracht luchtdekking te leveren voor de inplaatstelling van het 7 (FRA) Leger van Général Giraut. Op 10 mei rond 04u00 wordt het vliegveld van Norrent-Fontes door de vijandelijke luchtmacht gebombardeerd. Enkele Moranes 406 worden vernield maar tegen de avond van 10 mei vertrekt het gros van de eenheid naar het vliegveld van Moerbeke-Waas.  Op 13 mei keert de Groupe de Chasse III/1 terug naar Norrent-Fontes – Rely.