6de Legerdepot

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 6de Legerdepot | 6LD
6ème Dépôt d’Armée | 6DépA
Type Versterkings- en opleidingseenheid
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van 6de Versterkings- en Opleidingscentrum
Bevelhebber Kapitein-commandant Vanderkeilen
Standplaats Citadel van Diest
Samenstelling Staf Depot
Staf Depot Gezondheidsdienst
Compagnie Depot Hulptroepen
Batterij Depot Artilleriepark
Compagnie Algemene Diensten en Kantonniers

Tijdens de mobilisatie

Staf/6LD
De hoofdkrachtinspanning van de verschillende legerdepots lag bij het uitrusten van reserve eenheden die gedurende de verschillende fases van het mobilisatieplan werden opgericht. De opgeroepen reservisten werden uitgerust met meestal verouderd materieel dat lag opgeslagen in de legerdepots. Sommige uitrustingsstukken dateren nog van tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan de vooravond van de oorlog is de rol van de legerdepots bijna uitgespeeld. Enkel de eenheden die pas zullen worden gemobiliseerd tijdens Fase E van het mobilisatieplan (start van de vijandelijkheden) moeten nog worden uitgerust . Het betreft in hoofdzaak de Versterkingsbataljons van de verschillende Versterkings- en opleidingscentra (VOC’s). Dit is dan ook de voornaamste reden waarom het mobilisatieplan voorziet dat bij de start van de oorlog de legerdepots en het weinige resterende materieel zullen worden aangehecht aan de VOC’s. Het 6de Legerdepot is ondergebracht in de Citadel van Diest.

Op de eerste oorlogsdag wordt net zoals in de overige vijf legerdepots van het land druk gewerkt aan de opvang van de toestromende reservisten, de distributie van het opgeslagen materieel en uitrusting, en het mobiliseren van de eenheden die door personeel van het depot zullen bevolkt worden. Als belangrijk wegenknooppunt in Oost-Brabant, ondergaat Diest op 10 mei een reeks luchtaanvallen. Hierbij wordt ook het telefoonnet geraakt, waardoor Kapitein-commandant Vanderkeilen de communicatie met zijn hoger echelon verliest. Om 15u50 laat hij een telegram versturen waarin hij meldt dat ook de citadel gebombardeerd werd en hij dringend om verdere instructies verzoekt. Vanderkeilen meldt dat op dag ogenblik er nog zo’n 400 militairen in zijn depot aanwezig zijn.

Op de eerste oorlogsdag meldt de Luitenant Limbourg van de 7de Compagnie van het 8ste Regiment Hulptroepen zich aan bij het depot om een aantal reservisten op te halen voor zijn compagnie. De volgende dag vertrekt hij met een detachement van 60 militairen naar Mollendaal bij Bierbeek waar zijn compagnie gelegerd is.

6LD
Het 6de Legerdepot krijgt op 11 mei 1940 het bevel het depot in Diest te ontruimen en het 6LD te evacueren naar Begijnendijk. Er zijn geen transportmiddelen meer beschikbaar en Kapitein-commandant Vanderkeilen beslist dan maar dat de manschappen te voet zullen marcheren naar Begijnendijk. Hier wordt de nacht doorgebracht.

6LD
In een tweede etappe verplaatst de colonne van het depot zich eveneens te voet van Begijnendijk naar Duffel.

6LD
De rekruten van het 6VOC die nog moeten worden opgeleid zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Het 6VOC ontvangt de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moest de commandant van het 6VOC zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om het 6LD naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

Op dat ogenblik worden de manschappen van het 6LD in Duffel op de trein gezet en doorgestuurd naar Brugge.

6LD
Het 6de Legerdepot is aangekomen te Brugge en wacht verdere instructies af. Hier verneemt Cdt Vanderkeilen dat zijn eenheid naar Frankrijk zal overgebracht worden. Het 6VOC ontvangt acht treinstellen voor het transport naar Frankrijk, elk van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van de infanterie zal in twee treinstellen vervoerd worden. De twee treinstellen voor het 4C vertrekken nog op 14de mei. Het 59Li, het 4Gr, het 6de Legerdepot, de drie onafhankelijke compagnies en de Staf van het 6VOC worden de 15de mei op de andere zes treinen gezet.

6LD
Het depot verlaat Brugge per trein en zet koers naar Zuid-Frankrijk. De tocht zal een week duren en de manschappen komen aan op 21 mei.

Het interneringskamp van Barcarès in 1939.

6LD
De manschappen van het depot komen aan in het kamp van Le Barcarès nabij Perpignan. De levensomstandigheden in het kamp van Le Barcarès zijn ronduit rampzalig. Het kamp zit vol vlooien en muggen en de Belgen zitten met de handen in het haar wanneer grote groepen militairen zich ziek melden. Het 6VOC tracht nieuwe kantonnementen te bekomen via de Belgische en Franse militaire overheden. Kolonel Jans, regimentscommandant van 4C is de grote pleitbezorger van de Belgen ter plekke. Zijn eenheid heeft het bijzonder zwaar te verduren en telt na nog geen twee dagen in het kamp reeds zo’n 50 zieken per compagnie. Die dag bezoekt Generaal-Majoor Coquenet, bevelhebber van het 6VOC, het kamp en stelt met eigen ogen vast hoe erg de Belgen er aan toe zijn. Coquenet vertrekt echter zonder een oplossing aan te reiken en vraagt aan Kolonel Borgerhoff regimentscommandant van het 59Li om tijdelijk het commando over de regimenten van het 6VOC op zich te nemen tot er een oplossing voor het probleem gevonden is. De Belgische militairen zijn bijzonder misnoegd. Wanneer bij het 4de Regiment Karabiniers een militair aan ziekte overlijdt, wordt de schuld onmiddellijk op het vlooienprobleem gestoken. Op verschillende plaatsen in het kamp steken Belgische soldaten barakken in brand. De wacht moet tussenbeide komen en er wordt een schildwacht bij de deur van elke barak geplaatst.

Kolonel Borgerhoff, commandant van 59Li, voert de druk op de Franse militaire overheid op en dreigt er mee om met zijn mannen desnoods manu militariuit te breken als er geen nieuwe kantonnementen gevonden worden. De situatie dreigt uit de hand te lopen wanneer de Fransen de militairen van het Vreemdelingenlegioen willen inzetten om de orde in het kamp te herstellen. De Belgische en Franse militaire overheden bereiken een overeenkomst om het 6VOC naar de streek van Roussilon te verplaatsen. Het vertrek van het 6VOC zal over drie dagen verdeeld worden door een gebrek aan treinstellen bij de SNCF.

6LD
Het 6LD verlaat samen met het 4Gr het kamp van Barcarès en wordt op de trein gezet naar Marseillette. De trein komt nog de zelfde dag aan.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen