4de Regiment Karabiniers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Regiment Karabiniers | 4ème Régiment de Carabiniers | 1C
Type Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van 1ste Regiment Karabiniers
Onderdeel van 6de Versterkings- en Opleidingscentrum
Bevelhebber Kolonel Jans
Standplaats Kwartier Prins Boudewijn
Daillyplein te Schaarbeek
Samenstelling I Bataljon Instructie 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Gilis)
2de Compagnie Fuseliers
3de Compagnie Fuseliers
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt Thiébaud)
II Bataljon Versterking
(Majoor Devleeschouwer)
5de Compagnie Fuseliers
6de Compagnie Fuseliers
7de Compagnie Fuseliers
8ste Compagnie Mitrailleurs
9de Compagnie Oorlogstuigen
Compagnie Diensten

Tijdens de mobilisatie

Staf/4C
In normale omstandigheden stonden de verschillende regimenten en korpsen van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe miliciens. Omdat dit moeilijk lag voor de reeds gemobiliseerde regimenten, die zich zoals het 1C al op hun gevechtsstellingen bevonden, werd de laatst opgeroepen lichting dienstplichtigen samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s). De eerste miliciens van de klas 40 werden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegden de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. Het 4C wordt opgericht in maart 1940 en mobiliseert in het kwartier Prins Boudewijn in Schaarbeek als één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 6VOC. Het regiment staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 1C en zijn ontdubbelingsregimenten 2C en 3C. Net zoals de andere infanterieregimenten van het 6VOC beschikt het 4C op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas 40 en een Compagnie Algemene Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oude beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

I/4C
Het Iste Bataljon Instructie (I/4C) werd geactiveerd bij oprichting van het regiment en ontvangt vanaf maart 1940 de nieuwe rekruten van de klas ’40. Deze rekruten zullen bij het 4C hun basisopleiding ontvangen en dienen vervolgens doorgestuurd te worden naar het 1C, 2C en3C als versterkingen.

II/4C
Het Bataljon Versterking (II/4C) dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestond enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van algemene mobilisatie. In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het IIde bataljon, onder bevel van Majoor Devleeschouwer, op non-actief geplaatst.

Prins Boudewijnkazerne te Schaarbeek.

Staf/4C
Het 4C ontvangt rond 01u00 het bevel zich klaar te maken om de 10de mei bij eerste klaarte een vooraf verkend alarmkantonnement in te nemen in de rand van Brussel. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 6VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De manschappen in de Prins Boudewijn kazerne worden uit hun bed gelicht vertrekken via de Leuvensesteenweg en de Roodebeeklaan richting Roodebeek in de Brusselse gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe. Kolonel Jans en zijn staf installeren zich voorlopig in een woning op het kruispunt van de Vervloesemstraat en de Roodebeeksteenweg. Om 05u10 zijn ze vanaf hun stelling getuige van de Duitse luchtaanval op het vliegveld van Evere.

De Staf/4C wordt in zijn geïmproviseerde commandopost om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Hierdoor worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen.

Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van de VOC’s bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een alternatieve locatie, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene kantonnement voor het 4C is Sint-Andries nabij Brugge. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in West-Vlaanderen.

I/4C
Nauwelijks aangekomen op het alarmkantonnement wordt het I/4C om 05u10 overvlogen door Duitse vliegtuigen die het vliegveld van Evere als doel hebben. Luitenant Thiébaud, commandant van de 4Cie Mitrailleurs, reageert onmiddellijk en laat zijn compagnie stelling nemen in de Brusselse agglomeratie.

Pas om 06u00 wordt het vuur geopend omdat de munitie nog in de banden van de mitrailleurs moest worden gestoken. De jonge rekruten vallen ook onder vuur, enkele bommen vallen op 100 meter van de mitrailleurposten. Ze blijven moedig op post terwijl ze de overvliegende Duitse formaties verder onder vuur houden.

Het bataljon wordt tussen 22u00 en 24u00 ingescheept in het station Schaarbeek-Josaphat voor de verplaatsing naar Brugge.

II/4C
Inmiddels is ook het IIde bataljon geactiveerd. Dit bataljon moet de oudste en de vrijgestelde reservisten van het 1C opvangen en hun militaire vaardigheden opfrissingen. Terwijl de rest van het regiment zich reeds in zijn alarmkantonnement bevond, komen de eerste militairen bestemd voor het IIde bataljon te Schaarbeek aan. De achterwacht van het regiment stuurt ze door naar het alarmkantonnement en zal Schaarbeek pas de volgende dag verlaten.

Staf/4C
De staf en het Iste Bataljon Instructie worden per trein overgebracht naar hun oorlogskantonnementen te Brugge. Het treinstel verlaat het station Schaarbeek-Josaphat kort na 03u00 en komt aan te Brugge omstreeks 08u45.

Studioportret van een milicien van het 4C.

Staf/4C
De rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van het 6VOC ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd, konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de Achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moest de commandant van het 6VOC zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om 4C naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

Staf/4C
Het 6VOC ontvangt acht treinstellen voor het transport naar Frankrijk, elk van de drie regimenten zal in twee treinstellen vervoerd worden. De twee treinstellen voor het 4C vertrekken nog op 14de mei. Het 59Li, het 4Gr, het 6de Legerdepot, de drie compagnies en de Staf van het 6VOC worden de 15de mei op de andere zes treinen gezet.

Het kamp van Le Barcarès bevond zich ten noordoosten van Perpignan.

Staf/4C
Na een probleemloze treinreis door Frankrijk komt het 6VOC aan te Rivesaltes ten noorden van Perpignan. De eenheden krijgen het kamp van Le Barcarès als nieuwe kantonnementsplaats toegewezen. Dit kamp van houten barakken en tenten werd in februari 1939 gebouwd door de Franse overheid voor het opvangen van gevluchte republikeinse troepen van de Spaanse burgeroorlog. De installaties bevinden zich aan de kust ten noordoosten van Perpignan.

Het 4C wordt met Franse vrachtwagens van Rivesaltes naar het kamp vervoerd. In het kamp bevinden zich naast nog enkele Spaanse bannelingen ook Franse troepen uit Senegal en Marokko en het 4de Regiment van het Vreemdelingenlegioen.

Staf/4C
De levensomstandigheden in het kamp van Le Barcarès zijn ronduit rampzalig. Het kamp zit vol vlooien en muggen en de Belgen zitten met de handen in het haar wanneer grote groepen militairen zich ziek melden. Kolonel Jans is de grote pleitbezorger van de Belgen ter plekke. Het 4C heeft het bijzonder zwaar te verduren en telt na nog geen twee dagen in het kamp reeds zo’n 50 zieken per compagnie.Het 6VOC tracht nieuwe kantonnementen te bekomen via de Belgische en Franse militaire overheden.

Het interneringskamp van Barcarès in 1939.

Staf/4C
Die dag bezoekt Generaal-Majoor Coquenet, bevelhebber van het 6VOC, het kamp en stelt met eigen ogen vast hoe erg de Belgen er aan toe zijn. Coquenet vertrekt echter zonder een oplossing aan te reiken en vraagt aan Kolonel Borgerhoff om tijdelijk het commando over de regimenten van het 6VOC op zich te nemen tot er een oplossing voor het probleem gevonden is. De Belgische militairen zijn bijzonder misnoegd. Wanneer bij het 4de Regiment Karabiniers een militair aan ziekte overlijdt, wordt de schuld onmiddellijk op het vlooienprobleem gestoken. Op verschillende plaatsen in het kamp steken Belgische soldaten barakken in brand. De wacht moet tussenbeide komen en er wordt een schildwacht bij de deur van elke barak geplaatst.

Staf/4C
Kolonel Borgerhoff voert de druk op de Franse militaire overheid op en dreigt er mee om met zijn mannen desnoods manu militari uit te breken als er geen nieuwe kantonnementen gevonden worden. De situatie dreigt uit de hand te lopen wanneer de Fransen de militairen van het Vreemdelingenlegioen willen inzetten om de orde in het kamp te herstellen. De Belgen en Fransen beslissen daarop om het 6VOC naar de Roussilon te verplaatsen. Het vertrek van het 6VOC zal over drie dagen verdeeld worden door een gebrek aan treinstellen bij de SNCF. Het 4C, dat het ergst onder de slechte levensomstandigheden had geleden mag gelukkig aan het eind van de dag nog naar Moux-en-Puichéric vertrekken. De treinreis zal de Belgen zo’n 90Km naar het noorden brengen.

Staf/4C
Het 4C installeert zich in zijn nieuwe kantonnementen.

Staf/4C
Ook het 59Li en het 4Gr komen aan in de buurt en bereiken nieuwe kantonnementen.

Staf/4C
Het 4C hervat eindelijk de opleiding van zijn militairen.

Staf/4C in Frankrijk
Het Groot Hoofdkwartier heeft de aan het Albertkanaal verslagen 7de Infanteriedivisie (7Div) na heel wat omwegen naar de Bretoense zuidkust geëvacueerd. De divisie heeft zwaar geleden en is dringend aan versterking toe. De verschillende Versterkings-en Opleidingscentra in het zuiden van Frankrijk ontvangen het bevel om zo’n 140 officieren en 4.500 manschappen aan te duiden om de rangen van de 7Div opnieuw aan te vullen. Deze manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen en onder de ervaren reservisten. De detachementen moeten vervolgens aangevuld worden met miliciens van de klas 40. De commandant van 4C duidt het II/4C aan om een detachement samen te stellen.

II/4C in Frankrijk
Nadat het II/4C werd aangeduid om een detachement te vormen voor deze opdracht worden in allerijl 6 officieren en 1.000 manschappen opgetrommeld bestemd voor het 2de Regiment Karabiniers (2C). Alle militairen worden uitgerust met de weinige persoonlijke bewapening nog aanwezig in het 4C.

2 juni

II/4C in Frankrijk
Vanuit het station van Capendu vertrekt om 23u00 een trein richting Bretagne met aan boord de manschappen van het II/4C bestemd voor de 7Div. Zij maken deel uit van een groter detachement bestaande uit de versterkingen van het II/59Li (13 officieren en 550 manschappen) en de versterkingen van het II/4Gr (14 officieren en 561 man). Majoor Currinckx, commandant van II/4Gr, wordt aangeduid als detachementscommandant.

4 juni 1940

Staf/4C in Frankrijk
Het Commando van de Versterkings- en Opleidingscentra (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Orders worden verspreid om 10 werkbataljons samen te stellen. Aangezien het 4C de 7Div moet versterken wordt aan het 4C niet gevraagd om een werkbataljon samen te stellen.

6 juni 1940.

Staf/4C in Frankrijk
Op 6 juni bevestigen de Fransen hun vraag om nog eens 20.000 militairen extra te leveren om veldwerken uit te voeren, 16.000 aan te duiden door het HK/TRI. Het HK/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Ook nu is het 4C vrijgesteld voor het leveren van een werkbataljon. Kolonel Jans wil zijn instructieopdracht verder zetten en dient intussen een aanvraag in om zijn overgebleven Iste Bataljon opnieuw van wapens en munitie te voorzien. De rekruten van de klas 40 hebben immers heel wat van hun uitrusting moeten afgeven aan de mannen van het IIde Bataljon. Jans wil zo’n 330 geweren met 30.000 patronen bekomen.

II/4C in Frankrijk
Het detachement van het II/4C komt aan in het station van Ploermel en wordt aangehecht bij het 2C om er het I/2C aan te vullen.

13 juni 1940

II/4C in Frankrijk
De integratie van de versterkingen in de 7Div verloopt moeizaam en het blijkt niet mogelijk te zijn om de drie regimenten van de 7Div behoorlijk te reorganiseren. Daarenboven had Generaal-majoor Van Daele, commandant van de 7Div, zijn twijfels over de motivatie van de oudere militairen van de Versterkingsbataljons. De Fransen hadden ook al laten verstaan dat zij niet in staat waren om meer dan twee infanterieregimenten uit te rusten. Op 13 juni wordt het Dagelijks Order Nr 14 van de 7Div uitgevaardigd waarmee GenMaj Van Daele kenbaar maakt dat het 2Gr niet meer zal heropgericht worden en dat de divisie zal reorganiseren naar het model van de Franse lichte divisies. De volgende reorganisatie vindt plaats:

  • De 7Div zal slechts twee infanterieregimenten meer bevatten het 18Li en het 2C;
  • De militairen die behoorden tot het oorspronkelijke 2Gr en die vanuit België met de divisie mee naar Frankrijk zijn getrokken worden gegroepeerd in één bataljon en aangehecht aan het 2C maar mogen hun kentekens behouden en zullen in 2C verder blijven bestaan als het Bataljon Grenadiers (II/2C);
  • Het Wielrijderseskadron van de 7Div gaat over naar het 18Li.

Door het inéénschuiven van regimenten zijn de gedesavoureerde versterkingen van II/4C niet langer nodig om de 7Div op peil te brengen.

II/4C in Frankrijk
Gezien het gebrek aan vertrouwen in de Versterkingsbataljons moet het II/4C de 7Div alweer verlaten. Onder bevel van Majoor Currinckx wordt een groot detachement bestaande uit II/4Gr (561 man), II/4C (1.000 man), II/59Li (50 man) en een handvol zieke en ongeschikte militairen van het 7ChA op de trein gezet en teruggestuurd naar Toulouse. De trein doet er vijf dagen over om Toulouse te bereiken en wordt maar éénmaal bevoorraadt onderweg, namelijk op 20 juni in Bordeaux. Bij aankomst in Toulouse worden de mannen doorgestuurd naar Grenade waar ze opgevangen worden door het 3VOC. Van hieruit worden ze teruggestuurd naar hun respectievelijke regimenten.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940. Bastenaken, uitgeverij Schmitz.