2de Legerdepot

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Legerdepot | 2LD
2ème Dépôt d’Armée | 2DépA
Type Versterkings- en opleidingseenheid
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC)
Bevelhebber Majoor O. Lemaitre
Standplaats Sint-Bernardkazerne, Hemiksem
Samenstelling Staf Depot (Kapitein-commandant P. Van Elsander)
Staf Depot Gezondheidsdienst (Geneesheer Luitenant G. Tielieu)
Compagnie Depot Hulptroepen (Luitenant Marlyn)
Batterij Depot Artilleriepark (Majoor R. Hamels)
Compagnie Algemene Diensten en Kantonniers (Luitenant H. Thijs)

Tijdens de mobilisatie

Sint-Bernard kazerne Hemiksem (naoorlogse foto).

Staf/2LD
Het 2de Legerdepot (2LD) bevindt zich tijdens de mobilisatie in de oude abdij van Sint-Bernardus te Hemiksem, die in 1867 door het leger in gebruik werd genomen als kazerne en ook bekend stond als de Sint-Bernardkazerne van Antwerpen. De hoofdkrachtinspanning van de verschillende legerdepots lag bij het uitrusten van reserve eenheden die gedurende de verschillende fases van het mobilisatieplan werden opgericht. De opgeroepen reservisten werden uitgerust met meestal verouderd materieel dat lag opgeslagen in de legerdepots. Sommige uitrustingsstukken dateren nog van tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het 2LD levert onder meer materieel aan het 36ste Linieregiment (36Li) wanneer dit regiment op 10 september 1939 onder de wapens geroepen wordt. Op 11 september wordt ook de 14de Compagnie Transmissietroepen (14 Cie TTr) gemobiliseerd in de Sint-Bernardkazerne en van materieel voorzien.

Aan de vooravond van de oorlog is de rol van de legerdepots bijna uitgespeeld. Enkel de eenheden die pas zullen worden gemobiliseerd tijdens Fase E van het mobilisatieplan (start van de vijandelijkheden) moeten nog worden uitgerust . Het betreft in hoofdzaak de Versterkingsbataljons van de verschillende Versterkings- en opleidingscentra (VOC’s). Dit is dan ook de voornaamste reden waarom het mobilisatieplan voorziet dat bij de start van de oorlog de legerdepots en het weinige resterende materieel zullen worden aangehecht aan de VOC’s.

Staf/2LD
Bij afkondiging van fase E van het mobilisatieplan wordt het 2LD aangehecht aan het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC) een eenheid van Divisieniveau die zich bij het begin van de oorlog in Doornik en Ath bevond. Omstreeks 06u00 geeft de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/TRI) het bevel de oorlogskantonnementen in Oost- en West-Vlaanderen in te nemen. Men vreesde immers dat de reguliere kazernes van ons leger vanaf het begin van de vijandelijkheden gebombardeerd zullen worden. Hierdoor werd aan de regimenten van de VOC’s het bevel gegeven om zich door een onmiddellijke verhuis naar diverse kleinere dorpen en steden in West- en Oost-Vlaanderen in veiligheid te stellen. Deze oorlogskantonnementen waren reeds voorzien in de mobilisatieplannen. De staf van het 5VOC zal zich in Beveren-Waas vestigen. Gezien het 2LD zich reeds in de buurt bevond dienden zij zich niet te onmiddellijk te verplaatsen.

Batterij Depot Artilleriepark/2LD
De reservisten bestemd voor enkele Groepen van het Artilleriepark, waaronder de Iste Groep van het 4de Regiment Artilleriepark (I/4AP), worden door de Batterij Depot Artilleriepark van uitrusting voorzien. Deze Groepen zijn verantwoordelijk voor de stockage, bewaking en distributie van enerzijds het reservematerieel van de artillerie en anderzijds de diverse munitievoorraden voor onze artillerie. Van zodra deze eenheden gemobiliseerd en voorzien zijn van het nodige materieel worden ze naar hun respectievelijke regimenten doorgestuurd voor de uitvoering van hun opdracht.

Staf 2LD
Terwijl het 5VOC zich naar de streek rond Beveren-Waas begeeft blijft het 2LD in de Sint-Bernardkazerne te Hemiksen en zet de mobilisatie verder.

Batterij Depot Artilleriepark/2LD
De Batterij Depot Artillerie van 2LD stelt de 1ste, 2de en 3de Batterij van I/4AP samen naarmate de reservisten toestromen. De pas gevormde batterijen van het I/4AP worden doorgestuurd naar Schelle, iets ten zuiden van Hemiksem waar I/4AP een alarmkantonnement inneemt.

Staf 2LD
De mobilisatie wordt te Hemiksem verdergezet.

Staf 2LD
De staf van het 2LD ontvangt van Generaal-majoor Lecricque, commandant van het 5VOC, het bevel om zich klaar te maken voor de aftocht naar Frankrijk. De rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van het HK/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste Wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

Staf 2LD
De manschappen van het depot verlaten Hemiksem en steken de Schelde over om zich te voet naar hun oorlogskantonnement te Beveren-Waas te begeven, waar het HK van het 5VOC evenals het 12J zich reeds bevinden.

Staf 2LD
Te Beveren-Waas staan vier treinen klaar om het 12J, het 2LD en de onafhankelijke compagnies van het 5VOC naar Frankrijk te brengen. De manschappen en het materieel van het depot worden ’s avonds nog aan boord van een trein geplaatst maar het treinstel zal echter pas ’s anderendaags vertrekken. Naast het 2LD neemt ook de de Compagnie Diensten van het 12J plaats op dezelfde trein. De twee eenheden zullen de tocht samen afleggen.

Staf 2LD
De trein van het 2de Legerdepot verlaat Beveren-Waas en wordt aanvankelijk naar Duinkerke gestuurd. De tocht zal twee dagen duren. Aan het eind van de eerste dag wordt Gent bereikt. De manschappen zullen in de trein overnachten.

Staf 2LD
Het treinstel kan verder rijden naar Brugge waar een tweede nacht in de trein doorgebracht wordt. Kostbare tijd gaat verloren.

Staf 2LD in Frankrijk
Het treinstel van het depot bereikt Duinkerke, maar komt vast te zitten in de spoorbundel van het rangeerstation te midden van tientallen andere treinen van het Belgisch leger die allen een reispad naar het zuiden moeten krijgen. Er is voorlopig echter geen doorkomen aan.

Staf 2LD in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken een aantal eenheden van het 5VOC, waaronder het 2LD, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk werd uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden. De trein van het depot komt definitief vast te zitten in Duinkerke wanneer de Duitsers Abbeville innemen en alzo de geallieerde legers in het noorden omsingelen.

2LD in Frankrijk
De Belgische plaatscommandant te Duinkerke kan bekomen dat een reeks treinstellen naar ons land teruggestuurd wordt. Ook de trein van het 2de Legerdepot keert terug en kan Adinkerke bereiken. De manschappen stijgen hier uit en marcheren naar Koksijde waar de nacht doorgebracht wordt.

2LD
De manschappen van het depot verplaatsen zich te voet van Koksijde naar Oostduinkerke en worden hier zoveel mogelijk in de houten barakken van het Duinenpark ondergebracht. Door een tekort aan accommodatie zullen echter een hele hoop manschappen gewoon in de duinen overnachten.

Staf/2LD
Majoor Lemaître heeft intussen zijn staf geïnstalleerd in het hotel Gauquié in Oostduinkerke-bad. Rond 08u15 krijgt hij bezoek van de Eerste Minister Pierlot vergezeld van de ministers Spaak en Van der Poorten alsook van de Luitenant-generaal Denis, minister van Landsverdediging en zijn kabinetschef Kolonel SBH Gilbert. Zij vragen te kunnen beschikken over een kamer om er te vergaderen en na ongeveer een uur trekken ze verder naar De Panne.

2LD
Bij de capitulatie bevindt het 2LD zich nog steeds in Oostduinkerke. De kustgemeente was op dat ogenblik nog in geallieerde handen waardoor het voor het 2LD onmogelijk was om zich over te geven aan de Duitsers. Noodgedwongen blijft de oorlog voor het 2LD voortduren tot de frontlijn voorbij is gepasseerd.

31 mei 1940

2LD
Op 31 mei komt Oostduinkerke midden in de vuurlinie van de Frans-Britse perimeter rond Duinkerke te liggen. Het 2LD bevindt zich nu tussen de twee strijdende partijen. Bij een Brits-Duits artillerieduel langs de kuststrook sneuvelen de Soldaten Pierre Coppens, Joseph Pynenborg en Max Smal in het niemandsland tussen de stellingen van de geallieerden en de Duitsers. Luitenant De Borrekens rapporteert zelfs vijftien gewonden en zeven doden. De manschappen kunnen slechts op 1 juni hun kantonnement verlaten wanneer de Duitsers de Britse perimeter doorbreken. Op 1 juni wordt het 2de Legerdepot krijgsgevangen genomen te Oostduinkerke en enkele dagen later te Eeklo gedemobiliseerd door de bezetter.

Detachement Luyckx/2LD in Frankrijk
Enkele manschappen van het 2LD hebben toch de aftocht naar Zuid-Frankrijk met succes kunnen doorvoeren. Zo is schatbewaarder 1ste Kapitein der Administratie Jean-Pierre Luyckx te Toulouse kunnen aankomen, waar hij op 1 juni aangeduid wordt om het financiële beheer van het Belgische plaatscommando van Toulouse en ook het XVIIde Rekruteringscentrum van het Belgisch Leger op zich te nemen. De kapitein zal op 23 augustus 1940 in krijgsgevangenschap gaan, bij de terugkeer van ons leger uit Frankrijk. Hij keert terug naar ons land in januari 1941 en wordt de rest van dat jaar tewerkgesteld bij de Dienst der Werkzaamheden van het Gedemobiliseerde Leger om de boekhouding van de Rekruteringsreserve af te sluiten.

Na de capitulatie

Slachtoffers