9de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 3de Regiment Jagers te Voet
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 17de Infanteriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel G. Van Rutten
Commandopost te Kruisweg
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Samenstelling I Bataljon (Majoor G. Pierart) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt M. Couvreur)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Peers)
3de Compagnie Fuseliers (Lt R. Boury)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. Bodar)
II Bataljon (Kapitein-commandant A. Erkes) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt C. Henckaerts)
6de Compagnie Fuseliers (Lt M. Dumortier)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt E. Copette)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt J. Gaillet)
III Bataljon (Kapitein-commandant G. Close) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt E. Rouselle)
10de Compagnie Fuseliers (Kapt H. Fontinoy)
11de Compagnie Fuseliers (Lt J. Buxant)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt E. Decarpentrie)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant O. Mathieu)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant G. Hermans)
Peloton Verkenners (Luitenant Edmond Flasse)

Tijdens de mobilisatie

Staf/9J
Het 9de Regiment Jagers te Voet (9J) wordt op 10 november 1939 gemobiliseerd als ontdubbelingsregiment van het 3J. Het 9J wordt toegevoegd aan de 17de Infanteriedivisie (17Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 17Div zijn 7J en 8J. Het regiment verhuist op 26 januari 1940 samen met de andere eenheden van de 17Div naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA).

Aan de vooravond van de oorlog staat de 17Div opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordelijke sector tussen Lillo aan de Schelde en de spoorlijn Essen-Kapellen. De drie infanterieregimenten van de divisie staan opgesteld in lijn achter de tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. Het 9J neemt de linkerflank van de divisiesector voor zijn rekening en bemant posities tussen Lillo in het zuiden en Berendrecht in het noorden, een relatief veilig geachte zone aan de noordrand van de Versterkte Positie Antwerpen. Het 7J ligt in het centrum van de divisie rond Stabroek en het 8J bemant stellingen op de rechterflank ten noorden van Kapellen.

De staf van het regiment stelt zich op te Kruisweg-Lillo. De 1ste Batterij van de Iste Groep van het 25ste Artillerieregiment (1/I/25A) neemt stelling te Oud-Kruis-Schans en wordt in directe steun geplaatst van het 9J. Het regiment heeft slechts twee bataljons in lijn opgesteld het I/9J
is als divisiereserve te Oorderen is ingekwartierd.

In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten te Antwerpen niet herbewapend, maar ingericht als infanteriesteunpunten. Vanaf het midden van de jaren ’30 wordt in elk fort een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen (1/SVE) toegewezen. Deze compagnieën bestaan uit een honderdtal militairen en zijn uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een nieuw aangelegde anti-tankgracht. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Geïntegreerd in de stelling van het 9J bevinden zich enkele verouderde forten van de VPA, het betreft het Fort van Lillo en de Schans van Berendrecht.

Forten van Antwerpen waarvan een gedeelte opnieuw gebruikt werd voor de verdediging van VPA.

Staf/9J
Kort na middernacht alarmeert de 17de Infanteriedivisie alle eenheden. Ook bij het 9de Jagers te Voet wordt iedereen op de gevechtsstellingen geplaatst. Onmiddellijk na de verspreiding van het algemeen alarm wordt alarmstadium II voor de VPA afgekondigd. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.

Tijdens de voormiddag beveelt de 17Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schootsveld voor de anti-tankgracht (het eerste echelon) wordt vrijgemaakt door ondermeer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Het regiment werkt hard om zijn stellingen te verbeteren. Alleen op de voorste linie worden struiken en gewassen uit de weg geruimd om de militairen een goed uitzicht te geven. Overvliegende vijandelijke vliegtuigen zorgen ervoor dat de werken meermaals dienen gestaakt te worden.

I/9J
Het Iste Bataljon (I/9J) vormt de reserve van de divisie en verblijft in een tijdelijke legerkamp te Oorderen. Het bataljon houdt zich klaar om tussen te komen indien er versterking nodig is bij één van de drie regimenten in lijn.

II/9J en III/9J
Het 9J neemt de linker ondersector van de divisie voor zijn rekening en bemant posities tussen Lillo aan de Schelde in het zuiden en Berendrecht in het noorden. Het IIde en het IIIde Bataljon bezetten het eerste echelon achter de anti-tankgracht.

Pl Vknr/9J
Het peloton verkenners wordt zoals voorzien uitgestuurd naar Zandvliet om er een observatiepost in te richten en de voorziene wegvernielingen te gaan bemannen tot de komst van de vijand. De verkenners zijn eveneens verantwoordelijk voor de bewakingspost RO3 (“Reconaissance Officier No 3) aan de Nederlandse grens.

Staf/9J
Het 9J blijft op zijn stellingen. Buiten talrijke loze alarmmeldingen in vermand met vermeende luchtlandingen, gebeurt er niets bijzonders.

Staf/9J
De posities van het 9J blijven ongewijzigd. In het gebied voor stellingen van het 9J wordt gestart met het onder water zetten van enkele stukken grond. Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per regiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De markeringen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

Staf/9J
De posities van het 9J blijven ongewijzigd. Om 09u30 wordt overgegaan naar alarmstadium V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA.

Pl Vknr/9J
Het peloton verkenners stuurt een patrouille over de Nederlandse grens.

Pl Vknr/9J
Het peloton verkenners meldt omstreeks 06u30 de aankomst van enkele Duitse motorfietsen. Drie uur later worden de verkenners teruggeroepen en begeeft het peloton zich binnen de linies van het 9J. Tijdens de namiddag wordt echter opnieuw een detachement naar Zandvliet gestuurd. De ploeg moet met lichtsignalen of per postduif de komst van de vijand melden en zich dan onmiddellijk terugtrekken. Luitenant Flasse komt aan rond 18u30 en meldt dat er geen Duitsers te Zandvliet zijn.

Staf/9J
Kolonel Van Rutten begeeft zich in eigen persoon tot in Zandvliet en beveelt aan Luitenant Flasse om een patrouille uit te voeren tot in Ossendrecht over de Nederlandse grens. Er wordt nu wel contact gemaakt met de invaller en de verkenners sturen een postduif terug naar het regiment om de komst van de Duitsers te melden.

Staf/9J
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht van de eenheden achter de KW linie zal in drie opeenvolgende nachtelijke etappes uitgevoerd worden. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven om de terugtocht te dekken. De 17de Infanteriedivisie bewaakt nog steeds het uiterste noorden van de Versterkte Positie Antwerpen en zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei de terugtocht aanvatten.

De Duitsers bezetten Ossendrecht en Hogerheide en maken duidelijk aanstalten om de linies van het 9J te naderen. De drie regimenten van de 17Div beginnen tijdens de avond aan de aftocht naar het westen. De regimenten marcheren door de stad en bereiken de linkeroever van de Schelde via de autotunnel en de voetgangerstunnel. Vervolgens begeeft de divisie zich naar zijn kantonnementsgebied rond Sint-Niklaas.

Het 7J, 8J en 9J staan hun pelotons verkenners af aan de divisiestaf die een nieuwe gevechtsgroepering vormt voor de bewaking van het Hoofd van Vlaanderen tijdens de terugtocht van de Belgen door het Waasland. Aan de groepering worden ook de compagnie T13 anti-tankjagers van de divisie toegevoegd, samen met de Wielrijdersgroep van de 15de divisie. De groepering wordt ontplooid ten oosten de forten van Kruibeke en Kallo en moet patrouilles uitvoeren in de richting van Zwijndrecht.

Rond 11u00 stuurt de divisiestaf het 7J en 8J in dezelfde richting om er stelling te nemen achter de dijk die Kruibeke en Kallo verbindt. Het 9J zal in reserve geplaatst worden achter de beide regimenten.

Die avond krijgen het 2L en het 4L de opdracht de 17de divisie af te lossen op de dijk. De overname vindt plaats na het vallen van de duisternis en de Jagers te Voet zetten zich opnieuw op weg naar het Kanaal Gent-Terneuzen. Het regiment marcheert naar het station van Sint-Niklaas.
De laatste etappe naar het kanaal wordt per spoor afgelegd en brengt de manschappen tot in Bassevelde.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De Belgische verdedigingslinie aan het Kanaal Gent-Terneuzen neemt haar definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde legerkorps met de 17de infanteriedivisie tussen Sluiskil en Sas van Gent en 6de infanteriedivisie tussen Sas van Gent en Zelzate. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde legerkorps met de 13de infanteriedivisie van Zelzate tot Terdonk en tenslotte 11de infanteriedivisie tussen Terdonk en Oostakker.

Aan het Kanaal Gent-Terneuzen lost de 17de divisie Franse troepen af die er vervolgens tijdelijk de tweede linies bezetten. Nadat de Fransen de kanaalzone verlaten, bezet het regiment nieuwe posities rond Assenede.

Het 9J blijft achter het kanaal rond het dorp Assenede, maar zal niet worden ingezet. De manschappen maken zo snel mogelijk werk van de consolidatie van hun nieuwe posities.

De geallieerden moeten die dag met lede ogen toezien hoe de Duitsers te Abbeville de Atlantische kust bereikt hebben en alle legers in het noorden nu afgesneden zijn. Op de conferentie van Ieper wordt onder meer besloten dat het Belgische leger zich zal terugtrekken naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Kanaal Gent-Terneuzen zal bezet blijven tot de nacht van 22 op 23 mei om de intendance nog de kans te geven het groot depot van Eeklo te ontruimen.

Tijdens de namiddag duiken de eerste Duitse troepen op aan de oostelijke oever van het Kanaal Gent-Terneuzen.

Het Groot Hoofdkwartier maar plannen voor de evacuatie van het Kanaal Gent-Terneuzen. De langzame infanterie zal aan de kanaaloever afgelost worden door cavalerie-eenheden en vervolgens zal het ganse kanaal verlaten worden. De sector tussen Sluiskil en Sas van Gent wordt overgenomen door het 1Cy en het 4Cy. Het 9J verlaat de kanaalzone en richten zich op Maldegem.

De eenheden van de 17de infanteriedivisie komt aan te Maldegem. De divisie behoort nog steeds tot het Vde legerkorps van Luitenant-generaal Vandenbergen. Vandenbergen voert daarnaast ook het bevel over de 6de infanteriedivisie en zal front vormen langsheen het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van Maldegem-Strobrugge tot Veldekens. Hierbij zal de 17de divisies de noordelijke sector innemen.

Het 9J blijft voorlopig in stelling aan het nieuwe front langsheen het Afleidingskanaal van de Leie

Het 9J blijft voorlopig in stelling aan het nieuwe front langsheen het Afleidingskanaal van de Leie

Tijdens de ochtend slaat de vijand er in het Afleidingskanaal over te steken nabij Raverschoot ten zuiden van Balgerhoeke. Het 7J komt onder zware druk te staan. Na de middag vuurt de Duitse artillerie een hevig bombardement uit aan de noordkant van Balgerhoeke en slaagt er ook hier in het kanaal over te komen, maar wordt daar geblokkeerd door het 8J. Nabij Ronse heeft een nieuwe Duitse oversteekpoging in de sector van het 23Li meer succes en zo slaagt de Wehrmacht er in twee bruggenhoofden uit te bouwen.

Het 1C bevindt zich pal tussen deze twee bruggenhoofden en wordt vanop beide flanken aangevallen. Het wordt daarbij al snel duidelijk dat er geen tegenaanval meer kan worden uitgevoerd. Omstreeks 21.00 krijgen alle eenheden aan het Afwateringskanaal van de Leie zich tijdens de nacht terug te trekken achter de lijn Stroburgge-Maldegem-Oostwinkel. Het 9J vervoegt de aftocht en gaat naar het centrum en de noordrand van Maldegem.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei verplaatst het 9J zich naar Maldegem om er positie in te nemen op de nieuwe, onvoorbereide verdedigingslinie. Rondom 03u00 zijn te meeste detachementen ter plekke. De restanten van het 8J en 9J worden er samengevoegd met de enkele overgebleven detachementen van het 39Li en het 3Gr die nog niet zijn weggevlucht naar Oedelem.

De Duitsers verliezen geen tijd en achtervolgen de Belgische troepen zodra het weer dag wordt. De luchtaanvallen en artilleriebeschietingen blijven aanhouden en de vijandelijke infanterie maakt al snel contact met de Belgen rond Maldegem. Het dorp Kleit valt rond de middag.

De formatie rond het 9J blijft tot ongeveer 21u30 ter plekke te Maldegem en slaagt er dan in door de Duitse linies heen de Belgische zone te bereiken.

Via Sijsele trekken de restanten van het 9J zich naar Brugge terug. Aan de oostrand van deze stad vernemen de manschappen het nieuws van de capitulatie.

Reisweg van de Rhenus 127 op 30 mei 1940 van Walsoorden tot Willemstad.

Krijgsgevangenen/9J
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse wordt een aantal krijgsgevangen militairen van 9J via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen. Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een aantal van het 9J. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 9J telt 16 geïdentificeerde slachtoffers. Onder de slachtoffers Sergeant Demol, de Korporaals De Cock, Derouck, Drappier, Mercier en Richart, de Soldaten Beautrix, Capron, Carlier, Colin, Compeyn, Flou, Nasdrovisky, Pipart, Vandenbossche en Vandermeersch.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen