7de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Jagers te Voet
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 17de Infanteriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel SBH J. Doneux
Standplaats Versterke Positie Antwerpen
Commandopost te Stabroek
Samenstelling I Bataljon (Kapitein-commandant L. Seulen) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt E. Van De Capelle)
2de Compagnie Fuseliers (Lt J. Monet)
3de Compagnie Fuseliers (Lt F. Laitat)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt D. Boitquin)
II Bataljon (Kapitein-commandant P. Wintergroen) 5de Compagnie Fuseliers (Kapt M. Delatte)
6de Compagnie Fuseliers (Lt C. Manchez)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt graaf E. de Hemricourt de Grunne)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt E. Lembourg)
III Bataljon (Kapitein-commandant R. De Passe) 9de Compagnie Fuseliers (Lt C. Lheureux)
10de Compagnie Fuseliers (Lt L. Deliège)
11de Compagnie Fuseliers (Lt R. Jeremie)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt J. Hermans)
Stafcompagnie
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant F. Kerkhofs)
Peloton Verkenners (Luitenant Isaac Zavaro)

Tijdens de mobilisatie

Staf/7J
Het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd te Sinaai-Waas als ontdubbelingsregiment van het 1J. Tijdens de eerste oorlogsmaanden werd het personeel voor verschillende kortere periodes onder de wapens geroepen. Het 7J wordt toegevoegd aan de 17de Infanteriedivisie (17Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 17Div zijn 8J en 9J. Het regiment verhuist op 26 januari 1940 te samen met de rest van de 17Div naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). Het 7J installeert zich te Stabroek waar ze het 36Li aflossen. Als regiment van de tweede reserve bemant het 7J een relatief veilig geachte zone aan de noordrand van de Versterkte Positie Antwerpen. De staf van het regiment stelt zich op te Stabroek.

Aan de vooravond van de oorlog staat de 17de Infanteriedivisie nog steeds opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordelijke sector tussen Lillo aan de Schelde en de spoorlijn Essen-Kapellen. In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten te Antwerpen niet herbewapend, maar ingericht als infanteriesteunpunten. Vanaf het midden van de jaren ’30 wordt in elk fort een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden Antwerpen (1/SVE) toegewezen. Deze compagnieën bestaan uit een honderdtal militairen en zijn uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een nieuw aangelegde anti-tankgracht. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Geïntegreerd in de stelling van het 7J bevinden zich enkele verouderde forten van de VPA, het betreft het Fort van Stabroek en de Schans van Smoutakker.

De drie infanterieregimenten van de 17Div staan opgesteld in lijn achter de tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. Het 7J neemt de centrale ondersector ten noorden van Stabroek voor zijn rekening . Het 9J bezet de linker ondersector tussen de Schelde en Berendrecht en het 8J bemant stellingen op de rechterflank vanaf het fort van Ertbrand tot aan de spoorlijn Essen-Kapellen.

De 2de en de 3de Batterij van het 25ste Artillerieregiment (25A) worden te Hoevenen ontplooid als direct steunelement van het 7J.

I/7J
Het Iste Bataljon (I/7J) bemant het tweede echelon van 7J rondom het kamp van Krekelberg te Hoevenen.

II/7J
Het IIde Bataljon (II/7J) ligt in eerste linie nabij het fort van Stabroek.

III/7J
Het IIIde Bataljon (III/7J) ligt eveneens in eerste linie, rondom de schans van Smoutakker

De Belgisch-Nederlandse grenspost te Putte.

Staf/7J
Op 10 mei wordt het 7J in de vroege ochtend door het HK van de 17Div gealarmeerd en begint onmiddellijk met het ontvangen van de terugkomende verlofgangers en reservisten om het regiment op volle sterkte te brengen. De linies worden bemand. Onmiddellijk na de verspreiding van het algemeen alarm wordt alarmstadium II voor de VPA afgekondigd. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.

Tijdens de voormiddag beveelt de 17Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schootsveld voor de anti-tankgracht (het eerste echelon) wordt vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Het regiment werkt hard om zijn stellingen te verbeteren. Alleen op de voorste linie worden struiken en gewassen uit de weg geruimd om de militairen een goed uitzicht te geven. Overvliegende vijandelijke vliegtuigen zorgen ervoor dat de werken meermaals dienen gestaakt te worden.

Rondom 18u00 worden de eerste troepen van het Franse 7de Leger gesignaleerd te Putte. De Fransen rukken zoals voorzien op richting Noord-Brabant. Tijdens de eerste oorlogsnacht wordt Stabroek en omgeving overvlogen door vijandelijke vliegtuigen en is het 7J getuige van het vuren van de Belgische luchtafweer.

Pl Vknr/7J
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/7J), onder bevel van Luitenant Zavaro, wordt uitgestuurd naar de noordelijke oever van de anti-tankgracht om te Putte en Zwarte Heuvel zijn observatieposten

in te nemen.

Staf/7J
Het 7J werkt verder aan het uitrusten van de terugkerende militairen en het verstevigen van de stellingen nabij Stabroek. De Jagers zijn getuige van de voortdurende doortocht van de Fransen.

II/7J
Het IIde Bataljon stuurt een patrouille naar Putte om contact op te nemen met het detachement van het peloton verkenners aldaar. De manschappen worden door de Luftwaffe gemitrailleerd.

Twee jagers van het zevende regiment tijdens de mobilisatie.

Staf/7J
Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmfase IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per regiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De afbakeningen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig ook nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt. Buiten het overvliegen van vijandelijke vliegtuigen, blijft alles rustig rond Antwerpen. Het 7J krijgt te maken met steeds meer vluchtelingen uit Nederland. Bovendien keren ook de eerste Franse troepen terug naar het zuiden. Een colonne van het 92e Régiment d’Infantérie keert terug richting Antwerpen en wordt opgevangen door het 7J.

II/7J
Midden in de stelling van het II/7J bevond zich het fort van Stabroek. Het fort wordt bezet door de 2Cie van I/1/SVE die over twee C47mm anti-tankkanonnen en enkele mitrailleurs beschikte. De twee anti-tankkanonnen konden scherend vuur afgeven over de anti-tankgracht en hielden ook de twee overgangen over de anti-tankgracht ten westen van het fort onder schot. De 2Cie van I/1/SVE stond onder bevel van Luitenant Van Mol en was tijdelijk aangehecht aan het 7J.

Recente luchtfoto van het Fort van Stabroek bezet door 2Cie van I/1/SVE.

Staf/7J
De 25ste Franse Division d’infanterie Motorisè (25 FRA DIM) weet nabij Breda de vijand even tegen te houden, maar besluit dan eveneens de terugtocht uit Nederland aan te vatten en trekt daarbij opnieuw door de streek rond Stabroek, maar nu in zuidelijke richting. Tijdens de ochtend organiseert de korpscommandant een grootscheepse klopjacht op vermeende parachutisten en spionnen. Kolonel Doneux laat twee compagnies inzetten om het ganse gebied voor de linies uit te kammen en alzo aan zijn regiment het vertrouwen te geven dat er geen vijandelijke luchtlanding heeft plaats gevonden.

Staf/7J
De Franse troepen ten noorden van Antwerpen nemen een nieuwe defensieve stelling in. Een Groepering onder bevel van Kolonel Beauchesne neemt stelling langs de lijn Berg-Op-Zoom, Kortleven en Huijbergen. De groepering Beauchesne stelt zijn CP op in het Fort van Stabroek. Het 7J werkt verder aan zijn stellingen. Er worden onder meer geïmproviseerde hindernissen voorbereid met benzineblikken en handgranaten in een aantal zorgvuldig uitgekozen huizen en boerderijen. Tussen het eerste en het tweede echelon worden landmijnen ingegraven.

Grensovergang te Putte met zicht op Nederland waar de Fransen de kerktoren hebben opgeblazen.

Pl Vknr/7J
Elementen van de Groep Beauchesne trekken zich terug richting VPA. Bij hun doortocht In het Nederlands gedeelte van Putte laten ze het dorp ontruimen en sturen de bewoners via Antwerpen richting Frankrijk. Vooraleer ze het dorp verlaten steken de Fransen de katholieke kerk in brand en laten ze de kerktoren springen om te beletten dat de Duitsers hier een observatiepost zouden installeren.

Door de Genie vernielde St-Dionysiuskerk te Putte-Kapellen.

Staf/7J
Het nieuws van de snelle Duitse opmars blijft de troepen van het 7J verontrusten. Geruchten dat de Duitsers naar Antwerpen oprukken worden steeds luider. Het 7J blijft patrouilles uitsturen. Voor de linies van het IIde Bataljon en het IIIde Bataljon worden de eerste vijandelijke patrouilles ontdekt.

Pl Vknr/7J
Het Peloton Verkenners keert terug binnen de linies van de VPA nadat eerst te Putte de voorbereide vernielingen op de grens door de genie tot ontploffing worden gebracht. De ontploffing slaat een diepe put in het wegdek en alle omliggende woningen worden dermate beschadigd dat ze gesloopt moeten worden. Nadien wordt ook de kerktoren van de Sint-Dionysiuskerk te Putte-Kapellen (ook wel Putte-Ertbrand genoemd), het Belgisch gedeelte van het grensdorp Putte, door de Belgische genie tot ontploffing gebracht.

Staf/7J
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd oppercommando (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werden moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De regimenten opgesteld in de VPA moeten voorlopig ter plaatse blijven om de terugtocht te dekken. De aftocht van de eenheden opgesteld langs de K.W. Stelling zal in drie opeenvolgende nachtelijke etappes uitgevoerd worden. De 17de Infanteriedivisie zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei de terugtocht aanvatten.

Het 7J vraagt de eerste vuuropdrachten aan bij de 2de en de 3de Batterij van 25A. De baan van Putte naar Kapellen wordt onder vuur genomen, gevolgd door het terrein ten noorden van het 1ste echelon tussen het Fort van Stabroek en de Schans van Smoutakker. De 3de Batterij vuurt enige tijd later op de stellingen van een Duitse 105mm batterij die in stelling is gegaan in de duinen ten noorden van Antwerpen. Het tegenbatterijvuur kan de vijandelijke kanonnen het zwijgen opleggen. De batterij legt ook een alleenstaande hoeve plat die vermoedelijk als uitkijkpost gebruikt wordt door de Duitsers.

II/7J
Majoor Philippet die op 10 mei 1940 in ziekenverlof was, komt aan bij het regiment en neemt het bevel over het IIde Bataljon over. Kapitein-commandant Wintergroen keert terug naar zijn 6de Compagnie.

Pl Vknr/7J
Tijdens de voormiddag bereikt een Duitse patrouille een hoeve met een door de Jagers aangebrachte brandbom. De valstrik verrast de vijand en het huis brandt uit. Hier en daar wordt over een weer geschoten. Een patrouille van vijf man van het Peloton Verkenners wordt uitgestuurd naar Putte maar valt in een hinderlaag.

Staf/7J
Het Duitse leger bereikt de omgeving van Antwerpen en stoot door naar de Belgische stellingen vanuit de richting Brasschaat. In het noordoosten breken schermutselingen uit en worden de forten en loopgraven gebombardeerd. In de ondersector van het 7J stoten patrouilles opnieuw op Duitse verkenners en raken betrokken in verschillende vuurgevechten. Tegenover het 7J rukt het 376 (DEU) IR op richting VPA. Wanneer verkenners van dit regiment in de vroege ochtend melden dat de anti-tankgracht ter hoogte de baan Putte-Kapellen niet meer bemand is trekt de regimentscommandant Oberst von dem Hagen rond de middag naar de voorste linies om de omgeving te verkennen ter voorbereiding van een aanval op de Belgische stellingen. Hij nadert te dicht bij de stelling en wordt onder vuur genomen door de Belgische verdedigers van het 7J. De Duitse regimentscommandant zal dezelfde dag nog overlijden aan zijn verwondingen. Dit belet niet dat later op de dag toch een aanval wordt gelanceerd door het 376 (DEU) IR. In de buurt van het Fort van Stabroek maakt de vijand rond 21u00 contact met II/7J waarbij het 1ste echelon onder mitrailleurvuur valt van Duitse pantserwagens. Majoor Phillippet, bataljonscommandant van II/7J, vraagt om een onmiddellijke tussenkomst van de artillerie. De 3de Batterij van I/25A, die zich al had klaargemaakt voor een stellingswissel, haakt de kanonnen onmiddellijk af en gaat opnieuw in stelling. De batterij vuurt enkele goed gerichte salvo’s af die hun uitwerking niet missen. Er vallen enkele gewonden aan Duitse kant waardoor de aanval wordt stopgezet. Helaas komen enkele van de inderhaast afgevuurde artilleriegranaten terecht op het Fort van Stabroek echter zonder verder gevolg.

De 17de Infanteriedivisie krijgt nu het bevel Antwerpen te verlaten. Het 7J evacueert het tweede echelon vanaf 22u30 en het eerste echelon vanaf 23u00. De Jagers vatten de afmars aan via Hoevenen, Ekeren en de haven tot aan de tunnels onder de Schelde.Het fort van Stabroek wordt omstreeks 23u15 ontruimd. De mitrailleurs en munitievoorraden worden met drie vrachtwagens afgevoerd. De beide C47 anti-tankkanonnen worden onklaar gemaakt en alles wat niet kan meegenomen worden, wordt in de natte gracht geworpen.

I/7J
Het I/7J wordt aangeduid als achterwacht van het regiment en zet zich als laatste in beweging richting voetgangerstunnel onder de Schelde. Wanneer in de vroege ochtend van 18 mei een granaat terechtkomt tussen de samengeschoolde militairen nabij de ingang van de voetgangerstunnel worden bij de 3de Compagnie twintig dodelijke slachtoffers gemaakt. Onder de slachtoffers de Sergeanten Monoyer en Nicaise, de Korporaal Blairon en de Soldaten Bernard, Bostyn, Depauw, Dumarey, Francois, Manchel, Parfait, Piette en Vangeenberghe. De Soldaten Derouck en Devos worden verwond en in allerijl overgebracht naar het Hulphospitaal 30 te Sint-Amandsberg waar zij overlijden aan hun verwondingen.

Staf/7J
Aan de Leugenberg op de weg van Hoevenen naar Ekeren vindt in de vroege ochtend van 18 mei een schermutseling plaats tussen een Duitse patrouille en een zestal achtergebleven soldaten van het 7J. Ter hoogte van de straat Het Heiken sneuvelen de soldaten Hennebel en Lemaire. Tijdens hetzelfde vuurgevecht sneuvelen ook twee Duitsers.

Het 7J, 8J en 9J staan hun pelotons verkenners af aan de divisiestaf die een nieuwe gevechtsgroepering vormt voor de bewaking van het Hoofd van Vlaanderen tijdens de terugtocht van de Belgen door het Waasland. Aan deze groepering wordt ook een detachement T13 anti-tankjagers in steun van de 17 Div toegevoegd, samen met de Wielrijdersgroep van de 15Div . De groepering wordt ontplooid ten oosten van de forten van Kruibeke en Kallo en moet patrouilles uitvoeren in de richting van Zwijndrecht. Tijdens de ochtend van 17 op 18 mei komt de rest van het 7J aan te Beveren-Waas, echter niet voor lang. Rond 11u00 stuurt de divisiestaf het 7J en 8J terug naar het Hoofd van Vlaanderen om er stelling te nemen achter de dijk die Kruibeke en Kallo verbindt. Het 9J zal in reserve geplaatst worden achter de beide regimenten. Die avond krijgen het 2L en het 4L de opdracht om de 17Div af te lossen op de dijk. De overname vindt plaats na het vallen van de duisternis en de Jagers te Voet zetten zich opnieuw op weg naar het Kanaal Gent-Terneuzen. Het regiment marcheert naar het station van Sint-Niklaas. De laatste etappe naar het kanaal wordt per spoor afgelegd en brengt de manschappen tot in Bassevelde.

Staf/7J
De Belgische verdedigingslinie aan het Kanaal Gent-Terneuzen neemt haar definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde legerkorps met de 17de Infanteriedivisie tussen Sluiskil en Sas van Gent en 6de Infanteriedivisie tussen Sas van Gent en Zelzate. Aan het Kanaal Gent-Terneuzen lossen het 8J en het 9J van de 17Div de Franse troepen af die het kanaal beveiligen. Het 9J neemt de noordelijke ondersector in, het 8J wordt in de zuidelijke ondersector van de divisie opgesteld. Na hun aflossing bezetten de Fransen tijdelijk de tweede linie. Wanneer de Franse eenheden de kanaalzone verlaten, neemt het 7J hun stellingen rond Assenede over om er in tweede lijn (derde echelon) van de divisie opgesteld te worden.

Staf/7J
Het 7J blijft achter het kanaal in tweede lijn rond het dorp Assenede, maar zal niet worden ingezet. De manschappen maken zo snel mogelijk werk van de consolidatie van hun nieuwe posities.

Staf/7J
Op 21 mei, tijdens de Conferentie van Ieper wordt onderling tussen Belgen, Fransen en Britten afgesproken dat het front achteruit moet. Er wordt onder meer besloten dat het Belgische leger zich zal terugtrekken naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Kanaal Gent-Terneuzen zal bezet blijven tot de nacht van 22 op 23 mei om de intendance nog de kans te geven het groot depot van Eeklo te ontruimen. De reden voor deze beslissing lag bij het feit dat de Duitsers er in geslaagd waren om bij Oudenaarde, in de Britse sector, een permanent bruggenhoofd over de Schelde te vestigen.

Tijdens de namiddag duiken de eerste Duitse troepen op aan de oostelijke oever van het Kanaal Gent-Terneuzen.

Staf/7J
In de vroege ochtend geeft Koning Leopold III zijn akkoord voor de terugtocht van ons veldleger naar een nieuwe verdedigingslinie die het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie met elkaar dient te verbinden. Het Groot Hoofdkwartier maakt plannen voor de evacuatie van het Kanaal Gent-Terneuzen. De langzame infanterie zal aan de kanaaloever afgelost worden door cavalerie-eenheden en vervolgens zal het ganse kanaal verlaten worden. De sector tussen Sluiskil en Sas van Gent wordt overgenomen door het 1Cy en het 4Cy. Het 7J verlaat de kanaalzone en richt zich op Maldegem.

Staf/7J
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei marcheert het 7J naar Maldegem. De colonnes komen aan bij dageraad. De divisie behoort nog steeds tot het Vde legerkorps van Luitenant-Generaal Vandenbergen. Vandenbergen voert daarnaast ook het bevel over de 6de Infanteriedivisie en zal front vormen langsheen het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van Maldegem-Strobruggen tot Veldekens. Hierbij zal de 17de divisies de noordelijke sector innemen.

Staf/7J
Het 7J blijft voorlopig in stelling aan het nieuwe front langsheen het Afleidingskanaal van de Leie. Na de ontruiming van Antwerpen zijn nog ongeveer 2.000 van de voorziene 3.600 militairen present bij het regiment.

De stuwbrug te Balgerhoeke was gebouwd op een stuwdam die het waterpeil op het kanaal regelde en kon daarom niet door de genie vernield worden. Het waterpeil diende behouden te worden om de verdedigingswaarde van de waterloop te optimaliseren.

Staf/7J
Aan het Afleidingskanaal van de Leie voeren de Belgen een omvangrijke positiewissel uit.De 6de Infanteriedivisie heeft in de nacht van 24 op 25 mei het 9Li naar het zuidelijk front aan de Leie moeten sturen om er de Duitse doorbraak rond Kortrijk trachten te keren. In de loop van de ochtend krijgen ook de divisiestaf en het 1Gr het bevel om naar de Leie te vertrekken. De 6de divisie zal afgelost worden door de uit Gent aangekomen 18de Infanteriedivisie(18Div). Het 7J wordt overgeheveld van de 17de naar de 18de divisie.

De 18de Infanteriedivisie zal voor de nakende actie aan het Afleidingskanaal samengesteld worden uit de volgende eenheden:

  • IIde Bataljon van het 3Gr
  • IIde Bataljon van het 3C
  • Iste Bataljon van het 39Li
  • IVde Bataljon van het Regiment Speciale Vestingstroepen Antwerpen
  • 7de Jagers te Voet
  • 1ste Carabiniers
  • Groep Cy 18Div

Dit geheel zal artilleriesteun ontvangen van de vier groepen van het 6A. De Iste en IIIde Groep van het 13A leveren bijkomende vuurkracht van op hun nieuwe posities te Kleit Kampel en Prinsenveld. Drie secties C40 Bofors kanonnen van de IXde Groep van het 1DTCA staan in voor de luchtafweer.

Vanaf de middag neemt op 25 mei 1940 het 7J ook de stuwbrug te Balgerhoeke over van het 1Gr. De Jagers ontdekken dat de brug slechts ten dele is vernietigd en dat de dijken en vegetatie het schootsveld sterk belemmeren en de Duitsers toelaten ongezien tot bij het kanaal te komen. Deze brug mocht niet volledig vernield worden omwille van de dubbele functie als stuwdam. Aan de sluis mocht niet geraakt worden om het waterpeil in het kanaal niet te laten dalen. Hierdoor vormt de Brug van Balgerhoek een bijzonder zwakke schakel in de Belgische verdediging omdat de vijand hier een oversteekpoging kan wagen.

De aflossing verloopt moeizaam door de regelmatige Duitse beschietingen en het 7J zal pas aan het eind van de dag ontplooid zijn op de oude stellingen van de Grenadiers:

  • het Iste bataljon bemant het tweede echelon van de stelling met de 1ste compagnie rond Heulendonk, de 2de rond Oude Molen en de 3de langsheen de baan van de sasbrug te Balgerhoeke naar Adegem
  • het IIde Bataljon bezet de rechterflank van de frontlinie met de 5de compagnie te Raverschoot, de 6de compagnie te Westeindeke en de 7de compagnie te Malecote
  • het IIIde Bataljon gaat op de linkerflank rond Balgerhoeke met de 11de Compagnie aan de spoorbrug, de 9de Compagnie aan de sasbrug en tenslotte in het noorden de 10de Compagnie die aansluit met het naburige 8J

Staf/7J
Tijdens de ochtend slaat de vijand er in het Afleidingskanaal over te steken nabij Raverschoot ten zuiden van Balgerhoeke. Het 7J komt onder zware druk te staan. Na de middag vuurt de Duitse artillerie een hevig bombardement uit aan de noordkant van Balgerhoeke en slaagt er ook hier in het kanaal over te komen, maar wordt daar geblokkeerd door het 8J. Nabij Ronse heeft een derde Duitse oversteekpoging in de sector van het 23Li meer succes en zo slaagt de Wehrmacht er in om een bijkomend bruggenhoofden uit te bouwen.

Begrafenis van graaf Eugène de Hemricourt de Grunne op het kerkhof van Adegem.

In de ondersector van het 7J ligt het zwaartepunt van de aanval bij het II/7J. De 5de compagnie wordt al snel overrompeld en moet de strijd staken. De vijand maakt gebruik van een levend schild van Belgische krijgsgevangenen om naar het tweede echelon van het 7J te vorderen. De 1ste en 2de compagnie moeten er tussenbeide komen en slagen er in de Duitsers tijdelijk de verdere opmars te ontzeggen. Er worden twee gevechtsgroepen gevormd met manschappen van de 9de en 11de compagnie die langs de Staatsbaan en de spoorlijn van Eeklo naar Maldegem een dwarsstelling moeten bezetten om een mogelijke opmars naar het noorden te blokkeren.

Bijkomende Duitse troepen steken het kanaal over en de 7de Compagnie raakt eveneens bij directe gevechten betrokken. Graaf de Hemricourt de Grunne, bevelhebber van de 7de Compagnie en eveneens burgervader van Wezembeek-Oppem, wordt vanop korte afstand getroffen door mitrailleurvuur en sneuvelt.

De vijand blijft infiltreren en slagen er in om de gedeeltelijke vernielde loopbrug van de Belgen te herstellen en te gebruiken voor eigen doeleinden. Er worden ook grote groepen krijgsgevangenen afgevoerd over deze passerelle. Bij het vallen van de avond heeft het 7J alle cohesie verloren en trachten de enkele overblijvers te streek te vluchten. Luitenant-generaal Six, commandant van de 18de infanteriedivisie, tracht nog een tegenaanval te ondernemen met het II/3Gr maar dit initiatief komt niet op gang.

Het 1C bevindt zich pal tussen deze twee bruggenhoofden en wordt vanop beide flanken aangevallen. Het wordt daarbij al snel duidelijk dat er geen tegenaanval meer kan worden uitgevoerd.

Omstreeks 21u00 krijgen alle eenheden van het Vde legerkorps aan het Afwateringskanaal van de Leie het bevelk om zich tijdens de nacht terug te trekken achter de lijn Stroburgge-Maldegem-Oostwinkel.

Belgische en Duitse slachtoffers begraven op het kerkhof van Adegem.

Staf/7J
De gevluchte Jagers verlaten de gevechtsstellingen rond Adegem en hergroeperen zich nog tijdens de nacht van 26 op 27 mei te Kleit. De commandopost wordt naar “In het Nieuwe Burkel” verplaatst. Rond 03u00 slagen de Jagers er in om een nieuwe linie te vormen op deze onvoorbereide posities.

De Duitsers verliezen geen tijd en achtervolgen de Belgische troepen zodra het weer dag wordt. Rond Kleit worden talrijke detachementen ingehaald door de Duitsers en gevangen gemaakt.

Het I/7J houdt nu ook op te bestaan. Nog slechts een handvol manschappen blijven uit de handen van de vijand.

Het 9J verweert zich die dag nog erg verbeten op hun posities ten noorden van Maldegem. De Jagers worden er versterkt door de 1ste en 6de Compagnie en één peloton van het 7J en een sectie mitrailleurs van het 4J.

Deze formatie blijft tot ongeveer 21u30 ter plekke en slaagt er dan in door de Duitse linies heen de Belgische zone te bereiken.

Tijdens de nacht glippen de ontsnapten van het 7J weg van het strijdtoneel langs Oostveld en Hoorn. Vervolgens krijgt Kolonel Doneux de opdracht zijn overgebleven manschappen samen te brengen aan de Wellingstraat ten zuidwesten van het dorp Beernem. Doneux rijdt in de laatste T13 naar de commandopost van de 17de Infanteriedivisie in Oedelem om nieuwe bevelen in ontvangst te nemen. Het 7J slaagt er in om 13 officieren en 208 manschappen samen te brengen in de Wellingstraat. Hier wordt het nieuws van de capitulatie vernomen.

Na de capitulatie

In de daarop volgende dagen wordt het regiment via Sint-Kruis en Moerkerke naar IJzendijke in Nederland afgevoerd. De meesten worden er op 11 juni weer vrijgelaten, allicht door een gebrek aan transportmiddelen naar Duitsland.

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. En 1940 le 92è Régiment d’infanterie Motorisé fait partie de la 25e Division d’infanterie motorisée est rattachée au 1er Corps d’Armée qui est intégré à la VIIe armée du général Giraud.