42ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 12de Linieregiment
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 15de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel R.E.L. Collard
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Herentals
Commandopost te Bouwel
Samenstelling I Bataljon (Majoor R. Debeur) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt E. Proth)
2de Compagnie Fuseliers (Kapt L. Delhaye)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Cantillon)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt C. Michiels)
II Bataljon (Majoor F. Losseau) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt C. Mees)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Lintermans)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Devoghelaere)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt W. Brosius)
III Bataljon (Kapitein-commandant G. Renier) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Dedouaire)
10de Compagnie Fuseliers (Kapt O. Fraselle)
11de Compagnie Fuseliers (Lt A. Kennof)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt M. Materne)
Stafcompagnie (Luitenant P. Mineur)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant R. Fanuel)
Peloton Verkenners (Onderluitenant J. Depuydt)

Tijdens de mobilisatie

taf/42Li
Het 42ste Linieregiment (42Li) wordt op vrijdag 22 september 1939 gemobiliseerd te Grand-Leez als ontdubbelingsregiment van het 12Li. De eenheden werden op volle sterkte gebracht met reservisten van het 13Li. Het regiment wordt toegevoegd aan de 15de Infanteriedivisie (15Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs, mortieren en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 15Div zijn 31Li en 43Li. Onmiddellijk na de mobilisatie trok het regiment in oktober 39 naar het Kamp van Beverlo voor een korte trainingsperiode samen met de rest van de 15Div. Na een periode in het Bruggenhoofd Gent en aan de linie Halle-Ninove wordt het regiment op 27 november 1939 naar het Albertkanaal ten oosten van Antwerpen verplaatst. Daar zullen de eenheden verblijven tot het uitbreken van de oorlog.

Aan de vooravond van de oorlog neemt 42Li de oostelijke ondersector van de divisie voor haar rekening en staat opgesteld ten westen van Herentals tussen kilometerpaal 13 en 17 van de steenweg Nijlen-Herentals. Het I/42Li en III/42Li liggen in eerste lijn, terwijl het II/42Li de tweede linie bemant. De commandopost van het regiment is te Bouwel ontplooid. Het 42Li heeft enkele C47 anti-tankkanonnen toegewezen gekregen en ontvangt vuursteun van de I/13A en een batterij van de II/23A.

Staf/42Li
De 15de Infanteriedivisie brengt de nacht door in haar kantonnementen aan het Albertkanaal ten oosten van Antwerpen wanneer kort na middernacht op de staf een alarmmelding binnenloopt. De eenheden worden verwittigd en nemen hun posities in aan de zuidoever van het kanaal. Bunkers en loopgrachten worden die ochtend bemand en de ganse dag door komen verlofgangers terug bij hun eenheid. Het regiment zet tijdens een ochtend een voorpost uit aan de noordelijke zijde van de brug van Grobbendonk. Verder gebeurt er niets noemenswaardig. De bruggen blijven vooralsnog intact en worden gebruikt voor het drukke verkeer van vluchtende burgers en naar het noorden oprukkende Franse cavalerie-eenheden.

III/42Li
Rond 20.00 wordt de commandopost en de medische hulppost van het IIIde Bataljon even gemitrailleerd door de Luftwaffe, maar er valt geen schade te melden.

Het Groot Hoofdkwartier besluit die dag om het oostelijke deel het Albertkanaal op te geven en het veldleger terug te trekken tot aan de K.W. Stelling. De 15de divisie blijft echter op post. De troepen bevinden zich immers aan de uiterste westflank van het Albertkanaal en zijn hier voorlopig nog veilig. In de ondersector van het 42Li blijft het verkeer over de bruggen bijzonder druk.

De tanks van het Franse 7de leger zijn nu per trein in ons land toegekomen en zullen via de kempen richting Nederland oprukken. Via de route Herenthout, Bouwel, Herentals rukken dichte colonnes pantsers naar het noorden op. Het 42Li vezekert de vlotte doorgang en houdt zo veel mogelijk vluchtelingen van de baan. Onder de vluchtelingen bevinden zich ook heel wat Nederlandse militairen.

Het regiment maakt zich klaar voor de aftocht naar de K.W. Stelling. De verplaatsing moet tijdens de nacht van 13 op 14 mei gebeuren. De ganse 15de divisie zal op zijn linkerflank in wijzerzin pivoteren en stelling nemen aan de uiterste noordrand van de K.W. Stelling. De manschappen blijven de ganse dag lang nog steeds op post. Het Franse 7de leger trekt nu in tegenovergestelde richting over het Albertkanaal en blaast de aftocht naar Vlaanderen en Frankrijk.

Het vertrekt van het 42Li vangt aan vanaf 22u30. De eenheden krijgen twee marsroutes toegewezen: een noordelijke route ten westen van Bouwel via Nijlen, het fort van Kessel en Lisp en een zuidelijke route van de steenweg Lier-Herentals via Herenthout en Bevel naar Lier. De achterwacht wordt geleverd door detachementen van de 2de, 6de en 7de compagnies, een C47 antitankkanon en een vernielingsdetachement van de genie dat de brug van Grobbendonk moet opblazen. De verplaatsing naar Lier is zo’n 20 Km lang.

Tijdens de ochtend komt het regiment aan op zijn nieuwe ondersector te Lier, nog steeds aan de rechterflank van de divisie. De 15de divisie bezet nu de sector achter de Nete tussen het Albertkanaal en Lier en heeft zijn hoofdkwartier opgesteld in Fort 3 te Borsbeek. Ten noorden van de 15de divisie starten de linies van de Versterkte Positie Antwerpen, terwijl ten zuiden van de nieuwe stellingen de 6de divisie aansluit. Het regiment wordt als volgt ontplooid:

  • de 5de compagnie bezet de voorposten rond het fort van Kessel
  • het Iste bataljon neemt de linkerflank in van het eerste echelon tussen Lisp en de spoorwegbrug over de Kleine Nete
  • het IIIde bataljon bezet de rechterflank van het eerste echelon in en om de stad Lier
  • het IIde bataljon krijgt het tweede echelon toegewezen
  • de VI/13A levert de artillleriesteun aan het regiment vanop stellingen te Dries

De zesde oorlogsdag verloopt rustig. De infanteristen werken verder aan het verbeteren van hun stellingen, maar de vijand bevindt zich nog niet in de buurt. De spoorwegbrug over de Kleine Nete wordt rond 10u30 vernield door de genie. De brug stort slechts gedeeltelijk in en kan nog door voetgangers gebruikt worden.

De Belgische troepen rond Lier maken zich klaar voor de komst van de Duitse troepen. De genie vernielt rond 02u00 de brug van Maasfortbrug. Een uur later wordt het fort van Kessel opgeblazen. Ook de brug naar Leuven en de spoorwegbrug op de lijn Lier-Aarschot gaan er aan. Om 04u00 worden de voorposten tot binnen de hoofdweerstandslinie gebracht. Een geniedetachement wordt toegewezen aan het IIIde bataljon om in de stad te helpen bij het aanleggen van versperringen.

Even voor de middag vallen enkele mortierbommen op de stellingen van de 11de compagnie. De vijand is nu niet ver af meer. Even na 13u15 is er ook visueel contact aan de rand van Maasfortbrug. De VI/13A verjaagt de Duitsers met een kort artilleriebombardement.

Die dag besluit het Groot Hoofdkwartier besluit in samenspraak met de geallieerden om de K.W. Stelling op te geven en terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Tijdens de nacht van 16 op 17 mei moeten alle troepen ten zuiden van de Nete de aftocht aanvatten. De troepen ten noorden van de Nete zullen een dag langer ter plaatse blijven. De Nete vormt nog steeds de zuidelijke grens van de sector van de 15de divisie. Aan de overkant van de rivier ligt de sector van de 6de divisie en begint de eigenlijke K.W. Stelling. De 6de divisie verlaat dus volgens plan haar sector tijdens de avond van 16 op 17 mei, terwijl de 15de divisie tot 17 mei op post zal blijven.

Om er na de eerste fase van de aftocht naar het westen voor te zorgen dat de zuidflank van de divisie niet bloot komt te liggen, zullen de troepen van de 15de divisie tijdens de nacht van 16 op 17 mei herschikt worden om het ganse gebied tussen het Albertkanaal, Lier en Boom te bezetten en alzo een naar het zuiden gerichte dwarsstelling in te richten.

Het II/42Li zal worden verplaatst naar Duffel om er de brug over de Beneden-Nete te gaan bewaken.

Tijdens de voormiddag blijft het gros van het regiment op post te Lier. Vanaf 13u00 wordt bij het III/42Li contact gemaakt met Duitse troepen die vanuit Aarschot naar het noordwesten vorderen. De stad wordt aangevallen en de gevechten houden de ganse middag aan.

Het III/42 Linie bevindt zicht nog steeds te Lier waar het omstreeks 13u30 een Duitse aanval afslaat. Tezelfdertijd wordt het II/42Li te Duffel noordwaarts gedreven door oprukkende Duitse infanteristen. Het wielrijderseskadron van de 12de Infanteriedivisie slaagt er in om Duffel terug in te nemen en zal daar de achterhoede van de divisie vormen.

Te Lier ontvangt het 42Li versterking van een compagnie van het 32Li. Vanaf 20u30 nemen de Duitse beschietingen enigszins af. Rond middernacht kan het regiment het contact verbreken.

De achterhoede van het 42Li trekt de Boom over de Rupel. Rond 11u00 blaast de Genie de brug op. Het regiment wordt uit het Waasland geëvacueerd en samen met de rest van de divisie naar de kust verplaatst. De eenheden van het 42Li vertrekken vanuit het station Sint-Niklaas.

De treinen uit Sint-Niklaas komen vanaf 04u30 toe te Oostende. De eenheden worden met de kusttram naar Blankenberge gebracht en ingekwartierd:

  • staf en 3de bataljon: Blankenberge
  • 1ste bataljon: Nieuwmunster
  • 2de bataljon: Zuienkerke

Tijdens de namiddag komt ook het sinds Lier verdwenen peloton van Luitenant Minsart aan bij het 3de bataljon. Minsart en zijn manschappen hadden de aftocht van de Nete door een gebrek aan communicatie gemist en waren op eigen houtje via secundaire wegen naar de brug van Boom getrokken. Tijdens de avond van 18 mei was het peloton aangekomen te Temse en konden de manschappen een plaatsje vinden op de laatste trein van de divisie naar de kust.

Het regiment is weer min of meer compleet. De slagorde van het 1ste bataljon bestaat uit 22 officieren (22 voorzien), 767 onderofficieren en korporaals (916 voorzien), 12 Colt mitrailleurs (12 voorzien), 27 Chauchat lichte mitrailleurs (36 voorzien). De overige bataljons hebben een gelijkaardige getalsterkte. Tijdens de komende dagen zullen nog kleine groepjes achterblijvers toekomen zodat het regiment bij het vertrek van de oostkust op 24 mei nog slechts 175 achterblijvers zal missen.

De 9de compagnie wordt samen met een detachement van de 12de compagnie naar Zeebrugge gestuurd om er de haven te helpen beveiligen. Het detachement neemt een naar Zeeland gerichte positie in met op de linkerflank enkele Franse troepen die de havenpier bezetten en op de rechterflank het 3de bataljon van het 3Gr.

Het regiment beëindigd zijn rustperiode en wordt ontplooid aan de oostkust tussen Oostende en De Haan. Elk bataljon krijgt een strook van de kustlijn toegewezen met van west naar oost:

  • 2de bataljon: van het kanaal te Oostende tot aan kilometerpaal 34 van de kustweg, met commandopost te Bredene
  • 3de bataljon: tussen kilometerpaal 34 en 36 van de kustweg, met commandopost eveneens te Bredene
  • 1ste bataljon: tussen kilometerpaal 36 en 40 van de kustweg, met commandopost te De Haan

Vanaf 09u00 verlaten de bataljons hun kantonnementen op weg naar deze nieuwe posities. Net na de middag zijn alle eenheden ontplooid. Er komt echter vrijwel onmiddellijk een tegenbevel om de oostkust te verlaten en de ondersector ten westen van Oostende te gaan innemen zodat rondom 19u00 het ganse regiment zich op weg zet naar Oostende om daar de tram te gaan nemen. Na een korte tramrit komen de eenheden aan op hun gewijzigde posities:

  • staf, 2de en 3de bataljon: Middelkerke
  • 1ste bataljon: Wilskerke

Rond 23u00 is iedereen ingekwartierd.

De 15de infanteriedivisie ontvangt het bevel om zich klaar te maken voor een mogelijke verplaatsing naar de Ijzer om de Belgische zuidflank te helpen deken nu de Duitse tanks de Franse kust hebben bereikt. Tijdens de namiddag worden de nodige instructies verdeeld onder de regimenten van de divisie. Het 42Li zal de laatste 5 Km van de loop van de Ijzer gaan bezetten, vanaf de monding te Nieuwpoort tot aan kilometerpaal 5. Het 1ste en 2de bataljon zullen in eerste lijn gaan. Het 3de bataljon zal de reserve uitmaken.

Samen met de overige eenheden van de 15de Infanteriedivisie bezet het 42Li de streek rond Nieuwpoort:

  • het Iste bataljon gaat op op de linkerflank naar het binnenland toe met commandopost te Mannekensvere
  • het IIde bataljon bezet de rechterflank aan de Ijzermonding en heeft haar commandopost in de steenbakkerij van Nieuwpoort
  • het IIIde bataljon neemt het centrum van Nieuwpoort in en stelt haar staf op nabij het monument voor koning Albert I
  • de regimentsstaf opent haar commandopost in de hoeve Koude Schuur nabij Nieuwendamme
  • de vuursteun wordt geleverd door de II/23A
  • het sluizencomplex te Nieuwpoort wordt verdedigd door het 30ste Bataljon van de Wachters voor Verkeerswegen en Inrichtingen

Het 3de bataljon heeft twee T13 tankjagers, vier C47 antitankkanonnen en vijf C75 TR artilleriestukken in steun ontvangen om Nieuwpoort tot een antitankcentrum uit te bouwen.

Tijdens de ontplooiing wordt het I/42Li kortstondig aangevallen door de Luftwaffe, zonder verdere gevolgen. De rest van de dag verloopt zonder incidenten.

De Luftwaffe voert rond de middag een zware aanval uit op Nieuwpoort waarbij bij het III/42Li een dode valt.

Die dag wordt ook de 15de infanteriedivisie grondig herschikt. Om 09u30 wordt het 31Li uit de slagorde gehaald, gevolgd om 21u00 door het 43Li. De beide regimenten worden naar het binnenland gestuurd na de Duitse doorbraak aan de Leie. Net voor middernacht wordt het 42Li dan ook herschikt en krijgt het nieuwe posities toegewezen:

  • de 7de compagnie wordt samen met de 9de compagnie van het 3Gr naar het Lokanaal gestuurd om een een voorpost te bemannen
  • het 1ste bataljon wordt verschoven naar de buurt van Schoorbakke en Leke
  • het 2de bataljon verlengt haar front tot aan kilometerpaal 5 van de Ijzer en neemt nu ook de oude stellingen van het 1ste bataljon over
  • het 2de bataljon blijft in de stad Nieuwpoort

Rond 07u00 meldt het regiment dat het volledig ontplooid is op zijn nieuwe stellingen. Alles is nu klaar voor de verdediging van de oever van de Ijzer bij een mogelijke Duitse opmars vanuit Frankrijk. Die opmars komt er echter niet en wanneer tijdens de voormiddag de Belgische linies ten westen van de Leie onder druk komen te staan, gaat het Groot Hoofdkwartier onmiddellijk op zoek naar alle overgebleven troepen om de bressen te helpen dichten en het front zo goed mogelijk intact te houden.

Om 12u30 ontvangt Kolonel Collard dan ook het bevel zijn regiment onmiddellijk klaar te maken voor een verplaatsing in autobussen en vrachtwagens van de Legerautogroepering naar de streek rond Tielt en Ardooie. De stellingen worden verlaten en de eenheden verzamelen voor het vertrek langsheen de baan van Nieuwpoort naar Pervijze. Elk bataljon krijgt een instappunt toegewezen vanaf Ramskapelle tot Pervijze en vanaf 15u00 worden de manschappen stapsgewijs ingeladen. Deze operatie verloopt bijzonder moeizaam en tot overmaat van ramp ontdekken Duitse vliegtuigen rondom 18u20 de colonnes van het 42Li. Tijdens de daaropvolgende luchtaanval moeten het Iste en IIde Bataljon een vijfenzeventigtal gewonden en bijna twintig doden incasseren. Twee pelotons autobussen worden volledig vernield. De manschappen vluchten weg in alle richtingen en verschuilen zich zo goed mogelijk in de velden. Na de luchtaanval wordt iedereen terug op de baan verzameld en worden de soldaten toegewezen aan de overgebleven voertuigen. Met een grote vertraging stijgt het regiment uiteindelijk in wanneer het reeds donker begint te worden. Na een korte rit komt iedereen aan in Koolskamp, halverwege Lichtervelde en Tielt. Het regiment stelt zich onder het bevel van het VIIde Legerkorps.

Tijdens de nacht komt het regiment druppelsgewijs aan te Koolskamp. De luchtaanval heeft bovendien het moreel van de manschappen een stevige deuk gegeven en het 42Li kan zich slechts met grote moeite klaarmaken voor de komende actie. Naar mate de eenheden toekomen in Koolskamp worden ad-hoc gevechtsgroepen samengesteld en onmiddellijk naar de frontlinie gestuurd. Het gros van het regiment vertrekt zo naar de 8ste infanteriedivisie en zet koers naar de spoorlijn Ingelmunster-Tielt ten noorden van Ingelmunster. Het 1ste bataljon wordt aangehecht bij de 16de infanteriedivisie die zich rond Tielt tracht te hergroeperen.

De 8ste infanteriedivisie vormt een nieuw front langsheen de spoorlijn Ingelmunster-Tielt met een samenraapsel van verschillende eenheden. In eerste linie bevinden zich het III/44Li en een formatie rond het III/16Li en twee compagnies van het 8Li. De staf en het IIste en IIIde bataljon van het 42Li moeten er de tweede linie vormen ten oosten en ten zuiden van het park en het bos van Ardooie. Kolonel Collard zal hiervoor zijn commandopost opstellen nabij Het Veld nabij kilometerpaal 8 op de baan van Ingelmunster naar Brugge. De ganse stelling wordt ondersteund door vier groepen van de artillerie.

Het II/42Li en III/42Li worden even in stand-by gehouden en ontplooien vervolgens op de voorziene posities langsheen de zuidrand en oostrand van het bos van Ardooie. De posities liggen echter pal in de Duitse opmarsroute en worden dan ook al snel onhoudbaar onder druk van de oprukkende vijand. Reeds tijdens de voormiddag wordt het duidelijk dat de beide bataljons het bijzonder lastig zullen krijgen. De troepen van het eerste echelon van de Belgische linies stromen tot ongeveer 13u00 doorheen de posities van het 42Li waarna het regiment op haar beurt contact maakt met de vijand. Het IIde bataljon moet zich rond 14u00 terugtrekken en een uur later wordt ook het IIIde bataljon zwaar aangevallen door Duitse eenheden.

De 8ste infanteriedivisie heeft intussen reeds een bevel tot een algemene aftocht naar de spoorlijn Tielt-Lichtervelde uitgevaardigd. Deze instructie kan door de chaos in de linies echter niet op effectieve wijze verspreid worden waardoor de Belgen ter plekke blijven en overrompeld worden. Het III/42Li ontvangt het bevel slechts om 17u30 wanneer het al veel te laat is voor een georganiseerde terugtocht. De weinige restanten van het bataljon strompelen over de spoorlijn rondom 19u00 en vervoegen de algehele aftocht.

Het I/42Li is diezelfde ochtend door de bevelhebber van de 16de infanteriedivisie toegevoegd aan het 41Li om de bezetting te vervolledigen van de ondersector tussen kilometerpaal 10 en 13 van de spoorlijn Tielt-Lichtervelde. De 16de infanteriedivisie heeft op dat ogenblik rond Tielt twee gevechtsgroepen ter beschikking: een eerste groep op de linkerflank omvat het I/41Li en de 1ste en 3de compagnie van het 18de bataljon Genie, terwijl de rechterflank ingenomen wordt door een formatie rond het II/21Li, I/3Gr en de 2/18Gn.

Majoor Debeur meldt zich tussen 07u00 en 08u00 aan op de commandopost van het 41Li nabij de kerk van Tielt. Het I/42Li vervoegt vervolgens de rechterflank en gaat in stelling ten noorden van Huffeslee. De compagnies van Majoor Debeur worden tijdens te ontplooiing voortdurend gemitrailleerd door de Luftwaffe en stuiten bovendien al snel op weerstand op de grond zodat de manschappen slechts met moeite vooruit komen. Er vallen ettelijke slachtoffers en de manschappen bereiken slechts rond 13u00 de voorziene posities.

Wanneer echter even na 16u00 het I/3Gr onder aanhoudende Duitse druk moet terugplooien op de rechterflank en even later ook de commandopost van het 41Li te Tielt ingenomen wordt, komt het I/42Li in nauwe schoenen te staan. Het bataljon wordt nu ook in de rug aangevallen. Het bataljon wordt afgesneden door de Duitse infanteristen en kan nog stand houden tot 20u00. Majoor Debeur besluit de strijd te staken wanneer het duidelijk geworden is dat zijn manschappen geen enkele kans meer hebben.

Het 42Li is buiten strijd. De enkelingen die de avond voordien nog wisten te ontsnappen van de totale ondergang rondom Tielt en Ardooie vinden mekaar terug in het Belgische achtergebied en vernemen er de capitulatie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Historique du 12e Régiment de Ligne Tome III, Colonel BEM e.r. A. Massart