41ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 11de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 16de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel Edmond Van Loocke
Standplaats Bruggenhoofd Gent
Samenstelling I Bataljon (Majoor Joseph Tonet) 1ste Compagnie Fuseliers (Commandant Frédéric Ruhl)
2de Compagnie Fuseliers (Luitenant F. Desert)
3de Compagnie Fuseliers (Luitenant A. De Moor)
4de Compagnie Mitrailleurs (Commandant L. Huybrechts)
II Bataljon (Majoor F. Van Steelandt) 5de Compagnie Fuseliers (Luitenant C. Brusten)
6de Compagnie Fuseliers (Luitenant L. Lesage)
7de Compagnie Fuseliers (Luitenant L. Massart)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Commandant A. Grissart)
III Bataljon (Kapitein-commandant Adolf Wagner) 9de Compagnie Fuseliers (Commandant J. Mommens)
10de Compagnie Fuseliers (Luitenant A. Mouling)
11de Compagnie Fuseliers (Kapitein Lodewijk Houben)
12de Compagnie Mitrailleurs (Commandant Joseph Torfs)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant E. Vranckx)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant N. Louis)
Peloton Verkenners (Luitenant G. Dewit)

Tijdens de mobilisatie

Het 41Li kwam op 9 april 1940 aan te Gent en werd verantwoordelijk voor de verdediging van het Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de algemene reserve van het veldleger.  De troepen zijn toegewezen aan het bewaken van de verkeerswegen en belangrijke installaties, het verstevigen van verdedigingswerken en de tijdens de eerste oorlogsdagen alom gehouden jacht op vermeende parachutisten.

Kolonel Edmond Van Loocke.

Bij het uitbreken van de oorlog staat de 16de infanteriedivise rond Gent opgesteld waar ze deel uitmaakt van de algemene reserve van ons Groot Hoofdkwartier.  Het Groot Hoofdkwartier zal de ganse divisie in reserve houden tot 17 mei.  Het 41Li is ingekwartierd ten zuidwesten van de stad, tussen de oever van de Leie te Eke en het dorp Nazareth.  De commandoposten van de verschillende eenheden bevinden zich op de volgende locaties:

  • staf 41Li: gemeentehuis van de De Pinte aan de Koning Albertlaan 1
  • Iste Bataljon: ‘s Gravenstaat te Nazareth
  • IIde Bataljon: Villa Ma Campagne aan de Lijnstaat 1 te Deurle
    • de 5de en 6de Compagnies zijn ingekwartierd langsheen de Emiel Clauslaan te Astene
    • de 7de Compagnie is ondergebracht in legerbarakken op de terreinen van het station van Deurle
    • de 8ste Compagnie verblijft rondom de kerk van Deurle
    • de majoor logeert bij de familie Claeys in Villa Reigersvliet
  • IIIde Bataljon: Steenweg 68 te Eke
  • De II/24A is toegevoegd aan het regiment als vuursteunelement

Wanneer na middernacht de alarmmelding binnenloopt, worden de bataljons uitgestuurd naar hun gevechtsstellingen.  Het regiment bezet de ondersector Deurle-Nazareth-Semmerzake, met het IIde bataljon op het kwartier Deurle-Astene, het Iste bataljon op het kwartier Nazareth-Semmerzake en het IIIde bataljon op het tweede echelon.

Omstreeks 04u55 arriveert bij het IIde bataljon een T13 pantserwagen.  Vermoedelijk gaat het om een voertuig van het 2de Licht Regiment van de Rijkswacht waarvan de meeste elementen toegevoegd zijn aan de 16de Infanteriedivisie.  De tankjager wordt opgesteld te Astene bij bunker AS3 die aan de spoorlijn Gent-Kortrijk gelegen is.

Even na het afkondigen van de algemene mobilisatie om 06u30 vernemen de infanteristen dat de Franse en Britse troepen zoals afgesproken de Belgische grens zullen oversteken om zich naar hun ontplooiingszones te begeven.  De Belgische troepen in het grensgebied wordt gevraagd alle wegen vrij te maken en de geallieerde troepen bij te staan en ze door hun sector te gidsen. In de ondersector van het 41Li gaat het in hoofdzaak om eenheden van het Franse 7de leger die naar Zeeland oprukken.

Kort na 08u00 krijgt het regiment de opdracht om zijn troepen terug te roepen naar hun kantonnementen.  De 16de Infanteriedivisie zou overgeplaatst worden naar het Bruggenhoofd Mechelen in het achtergebied van de K.W. Stelling.  De bataljons moeten zich klaarmaken voor een verplaatsing per trein.  Alle bunkers binnen de sector van het regiment worden leeggemaakt en opnieuw afgesloten.

Tussen 12u00 en 13u00 volgt een tegenbevel: de 16de Infanteriedivisie zal ter plekke blijven en de troepen moeten zich opnieuw op hun gevechtsstellingen plaatsen.  Het Iste en het IIde bataljon moeten om 14u00 starten met de mars naar hun oude posities.  De eerste eenheden kunnen tussen 15u00 en 16u00 overgaan tot de stellingname.

Om 17u30 laat de regimentsstaf weten dat de gevechtsstellingen tijdens de nacht niet volledig bezet moeten blijven.  Met uitzondering van de wachtdetachementen zullen de meeste manschappen in hun kantonnement overnachten.

Even voor 18u00 verneemt Kolonel Van Loocke echter dat de 16de Infanteriedivisie zal ingezet worden voor de mogelijke verdediging van Gent tegen luchtlandingen.  Het 41Li wordt naar de westrand van de stad gestuurd om een zone te bewaken tussen het Kanaal Gent-Terneuzen in het noorden en de Schelde in het zuiden. De overige eenheden van de divisie worden tussen de Schelde en de Leie behouden om daar verder bewakingsopdrachten uit te voeren.

Het regiment vertrekt naar Gent vanaf 04u30.

Na aankomst van het 41Li wordt het Iste bataljon van wacht geplaatst.  Het IIde bataljon mag uitrusten en het IIIde bataljon zal het piket uitmaken.  De bataljons moeten elke 24u roteren.  De aflossing zal telkens om 20u00 gebeuren.  Het bataljon van wacht moet zich verdelen over 9 wachtposten doorheen het 41Li toegewezen gebied ten westen van Gent.  Drie van deze wachtposten worden ingericht te Zwijnaarde, Hutsepot en Sint-Denijs-Westrem.

Het Iste bataljon zal zijn commandopost opstellen aan de Acaciastraat 25 in de wijk Sint-Jan Baptist.   Het IIde bataljon met rust krijgt zijn commandopost aan de Maria-Theresiastraat in de wijk Rabot.  Het IIIde bataljon richt zijn commandopost in aan de Drongensesteenweg 217 te Ekkergem.

Het Iste bataljon start met de installatie van de 9 wachtposten.  Elk van deze wachtposten zal ingericht worden als zogenaamde Grote Wacht en krijgt de sterkte van ongeveer één peloton.

Het IIde bataljon is zoals gepland met rust, maar krijgt wel de taak om zijn mitrailleurscompagnie te ontplooien in luchtafweerstelling op de terreinen van het nu verdwenen goederenstation Gent-Rabot (het huidige Rabotpark).  Op het dak van de nabijgelegen Sint-Jozefskerk wordt een uitkijkpost ingericht.

Ook wordt het peloton van Luitenant Baillien van de 6de Compagnie afgedeeld naar de steenweg op Dendermonde voor een bewakingsopdracht aldaar.

Het 41Li blijft op zijn posities aan de westrand van Gent.  Om 20u00 vindt de eerste rotatie plaats: het Iste bataljon gaat met rust, het IIde bataljon wordt met piketdienst geplaatst en het IIIde bataljon neemt de wacht over.

Het 41Li blijft op zijn posities aan de westrand van Gent.

Het Iste bataljon krijgt tijdens de loop van de dag het bevel om zijn volledige 3de Compagnie uit te sturen naar Ruiselede om hier de installaties van het radiozendstation Belradio te bewaken.

Het IIde bataljon moet zijn 5de Compagnie uitsturen naar Zwijnaarde om hier drie steunpunten in te richten tegen eventuele luchtlandingen.  Even voor 1930 vindt rond 19u15 een incident plaats bij de doortocht aan het Sint–Pietersstation wanneer bij een korte luchtaanval Sergeant Van Haelen licht gewond raakt aan de knie door een rondvliegend brokstuk.

De drie steunpunten rond Zwijnaarde zullen vanaf deze datum bezet worden door telkens een compagnie van het bataljon met piketdienst.

Om 20u00 roteren de bataljons: het Iste bataljon gaat met piketdienst, het IIde bataljon wordt van wacht en het IIIde bataljon wordt in rust geplaatst.

Het 41Li blijft op zijn posities aan de westrand van Gent.  Aan het eind van de dag wisselen de bataljons opnieuw van taak: om 20u00 start het Iste bataljon met de wachtdienst.  Het IIde bataljon krijgt rust en het IIIde bataljon gaat met piket.

Omstreeks 22u45 wordt het IIIde bataljon in stand-by geplaatst wanneer de divisiestaf laat weten dat een grote luchtlanding op Gent verwacht wordt in de loop van de nacht.  De drie fuselierscompagnies houden zich klaar om tussenbeide te komen.  Tussen 02u00 en 02u30 zal iedereen naar zijn kantonnement teruggestuurd worden.

Het 41Li blijft op zijn posities aan de westrand van Gent.  Om 20u00 vindt de laatste rotatie plaats: de afgaande wacht van het Iste bataljon gaat met rust, het IIde bataljon herneemt de piketddienst en het IIIde bataljon levert de opgaande wacht.

Om 22u00 krijgt het IIde bataljon een nieuwe opdracht: de piketddienst wordt gestaakt en het bataljon wordt toegewezen aan de bewaking van de bruggen over het Kanaal Gent-Terneuzen.  Hierbij zal de 5de Compagnie uitgestuurd worden naar Terneuzen, de 6de Compagnie naar Zelzate en Sas-van-Gent en de 7de Compagnie naar Oostakker en Terdonk.  Majoor Van Steelandt zal zijn commandopost moeten plaatsen in het gemeentehuis van Assenede.  De verplaatsing naar het kanaal zal uitgevoerd worden met vrachtwagens tijdens de vroege ochtend van 16 mei.

Luitenant Dewit aan het hoofd van zijn verkennerspeloton in de straten van Brasschaat in 1939.

Iste Bataljon
Om 04u00 vertrekt het IIde Bataljon per vrachtwagen naar het Kanaal Gent-Terneuzen.  De uiteindelijke opstelling van de compagnies is als volgt:

  • 5Cie: bruggen te Terneuzen en Sluiskil
  • 6Cie: bruggen te Sas-van-Gent, Zelzate en Assenede
  • 7Cie: bruggen te Langerbrugge, Terdonk en Heide

De compagnies starten rond 06u00 met hun opdracht.  Die duurt tot 23u00 wanneer de eenheden afgelost worden door de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie.  Het bataljon wordt hierop per vrachtwagen terug vervoerd naar het Rabot.  Door een tekort aan vrachtwagens zal de terugtocht naar Gent bijzonder langzaam verlopen.  De laatste vrachtwagen zal pas om 07u00 op 17 mei aankomen.

Staf, IIde Bataljon, IIIde Bataljon
De geallieerden besluiten dat de Belgen zich zullen terugtrekken op de linie Terneuzen-Gent-Oudenaarde. In de buurt van Gent schieten alle eenheden in actie om de verdediging van de stad en van het Bruggenhoofd Gent op punt te stellen.

Het 41Li wordt opnieuw ontplooid tussen Deurle en Nazareth.  In tegenstelling tot de posities van 10 mei wordt het regiment op een smaller front opgesteld.  De mars naar de oude kantonnementen start rondom 19u00 en is tegen middernacht volbracht.  De stellingname zal de volgende ochtend plaatsvinden.  De 3de Compagnie keert terug van de bewakingsopdracht van Belradio te Ruiselede.

De laatste Belgische eenheden verlaten die dag de K.W. Stelling en zullen zich westwaarts begeven om de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde te bezetten.

De laatste elementen van het IIde bataljon komen in de loop van de vroege ochtend opnieuw aan binnen de ondersector van het regiment.  Nu alle eenheden weer samen zijn, wordt na de middag gestart met de ontplooiing op de gevechtsstellingen in de ondersector Deurle-Nazareth.  De troepen zijn tegen 15u00 op post, maar lang zal de stellingname niet duren.

De 16de divisie wordt verplaatst naar een nieuwe sector ten noordoosten van Gent.  Het 44Li wordt als eerste op de hoogte gesteld van deze nieuwe opdracht. Omstreeks 18u00 krijgt ook het 41Li het bevel om zich klaar te maken voor een nachtelijke verplaatsing.  Kort nadien verneemt Kolonel De Loucker zijn nieuwe bestemming.  Het 41Li zet zich rond middernacht op weg via Sint-Martens-Latem en Drongen naar Wondelgem.

Het gros van het 41Li bereikt tussen 07u00 en 08u00 zijn nieuwe bestemming te Wondelgem.  Het IIde bataljon wordt opgesteld langsheen de westrand van het Grootdok.  Het IIIde bataljon blijft met rust te Evergem.

Op het middaguur wordt de sector van de 16de Infanteriedivisie echter gewijzigd.  De 18de Infanteriedivisie is nu eveneens onder bevel van het Iste Legerkorps komen te staan zodat het legerkorps met drie divisies (1Div, 16Div en 18Div) zal deelnemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent.  Het legerkorps zal de 18Div en 16Div opstellen vanaf het Grootdok aan het kanaal Gent-Terneuzen in het noorden tot aan Melle langs de Schelde in het zuiden.  Op de linkerflank zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok tot Destelbergen. Op de rechterflank wordt de 16Div in boogvorm opgesteld langsheen de Schelde met op links het 41Li vanaf Gentbrugge tegenover Heusden tot de noordrand van Melle en op rechts het 44Li tot aan de zone tussen Melle en Kwatrecht. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden.

Het 41Li komt aan op zijn nieuwe posities tussen Heusden en Melle rondom 05u00 en stelt zijn troepen op.  Het kwartier ten westen van de Scheldebrug van Heusden wordt bezet door het Iste bataljon.  Het kwartier vanaf het oosten van de brug van Heusen tot Melle wordt ingenomen door het IIde bataljon.  Het IIIde bataljon wordt op het tweede echelon uitgezet en bezet stellingen op het grondgebied van Vogelhoek en Moscou.  De artillerie van de II/24A blijft aangehecht bij het regiment.

De manschappen werken aan de nieuwe stellingen.  Er zijn geen noemenswaardige incidenten.  In de late namiddag vraagt de Rijkswacht van Ledeberg aan het IIIde bataljon om een patrouille uit te sturen naar de Voetbalstraat 50.  Hier zou een kortegolfzender ontdekt zijn.

De infanterie van de tweede reserve beschikte over het in 1915 aangekochte Chauchat licht machinegeweer en het nog oudere FN Mauser M1889 geweer.

Het 41Li blijft op post tussen Gentbrugge en Melle. Bij dageraad meldt het 41Li dat tijdens de nacht nog een 50-tal achterblijvers gepasseerd zijn over de brug van Heusden.  Het peloton verkenners van dit regiment keert terug binnen de linies en is van mening dat er geen Belgen meer in het voorgebied zijn.

De brug van Heusden wordt omstreeks 04u35 vernield door de Belgische genie.  Ook de brug van Melle wordt vernield.  De brug van Heusden is echter slechts ten dele ingestort en het 28Gn zal 100Kg bijkomende explosieven aanvoeren om een tweede poging te wagen.  De brug van Melle ligt gelukkig wel geheel in de rivier.  De vijand werd kort voordien te Schellebelle gesignaleerd.  De troepen blijven de ganse dag op post.

De vijand bereikt het Bruggenhoofd Gent en nabij Kwatrecht komt het in de ondersector van het 5de Linieregiment tot de eerste gevechten.

Vanaf 21u00 worden de gevechtsstellingen volledig bemand.  De Belgische artillerie komt tijdens de eerste helft van de nacht in actie en start met het bestoken van diverse doelen in het voorgebied van de divisie.

Het 41Li bevindt zich nog steeds op dezelfde posities.

Bij een inspectieronde doorheen het onderkwartier van zijn 5de Compagnie wordt Luitenant Brusten van op korte afstand neergeschoten door een van zijn manschappen, Soldaat Lenaerts uit Bree.  De luitenant is gelukkig slechts lichtgewond aan de linkerarm, maar is toch buiten strijd en wordt afgevoerd.  De officier meent dat hij met opzet is beschoten en zal na de bevrijding in 1945 klacht neerleggen bij de krijgsauditeur van Luik.  Luitenant Maurice Lamin neemt het bevel over.

De artillerie van de II/24A wordt weggehaald als vuursteunelement van het 41Li.

De eerste Duitse patrouilles duiken op in het voorgebied van het regiment.  Er wordt af en toe over en weer geschoten, maar het komt niet tot gevechten.

Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen het Bruggenhoofd Gent opgeven en over de Leie trekken, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Het 41Li zal voor die opdracht versterkt worden met het Bataljon Grenswielrijders Limburg (m.u.v. twee pelotons) en een batterij van het 3de Legerartillerie.

De bevelen worden tijdens de ochtend doorgegeven naar de eenheden, die zich vanaf de late middag klaarmaken om hun naar hun nieuwe posities begeven. De 16de divisie zal het zuidelijke deel van Gent moeten verdedigen. Het 44Li zal de zone aan de Schelde vanaf de brug in Zwijnaarde tot aan de spoorwegbrug aan de Warmoezeniersweg bewaken. Het 41Li moet de lijn vervolledigen op vanaf deze brug tot de Keizersbrug. Vanaf de Keizersbrug zal het 3C aansluiten.

De 16de Infanteriedivisie trekt na het vallen van de duisternis de stad binnen. Het 41Li trekt in uitgerekte colonnes over de Keizersbrug en zwenkt linksaf.

Reeds tijdens de nacht worden verschillen bruggen in Gent vernietigd. Tussen 02u00 en 03u30 blazen de genietroepen de Meulestedebrug, de Voorhavenbrug en de Muidebrug op.

Het 41Li komt vanaf 03u00 aan op zijn nieuwe posities en begint nogmaals aan het maken van schuttersputjes, wegversperringen en schuilplaatsen. De erg vermoeide troepen trachten zo snel mogelijk werk te maken van het uitbreken van bestrating en het openbreken van leegstaande huizen van gevluchte landgenoten. Regelmatig worden explosies gehoord van bijkomende vernielingen aan de bruggen. De laatste troepen zijn rond 04u00 ter plekke.

De posities van het 41Li zijn als volgt:

  • de stafcompagnie bezet het gebied rond de kerk van Sint-Pieters-Aalst
  • het I/41Li ligt langsheen Het Strop en de Schelde
  • het II/41Li heeft zich opgesteld langsheen de Keizersvest tot aan de Keizerspoort
  • het III/41Li heeft zich ingegraven aan de noordrand van het Citadelpark

Zodra het dag wordt werpen enkele toestellen van de Luftwaffe strooibriefjes af boven de nieuwe stellingen van het 41Li die de Belgen er toe aanzetten zich over te geven. Er breekt paniek uit onder de bevolking die een zwaar bombardement vrezen en talrijke inwoners manen de mannen van het 41ste aan om de strijd te staken. De troepen worden erg nerveus en zijn onder de indruk van de agressieve houding van sommige Gentenaars.

Tijdens de ochtend ontdekken de Duitsers dat het Bruggenhoofd Gent verlaten is en rukken ze meteen door naar de binnenstand. Even later arriveert de Duitse Luitenant Schönenberger aan de commandopost van het regiment aan de Keizerpoort. Schönenberger draagt een witte vlag en moet de overgave van de stad komen eisen. De Carabiniers durven geen initiatief te nemen en verwijzen Schönenberger dan maar door naar het divisiecommando. Ook daar weet men geen raad en wordt de onderhandelaar doorgestuurd. Uiteindelijk zal Luitenant Schönenberger naar het Groot Hoofdkwartier gevoerd worden om daar zijn verhaal te gaan herhalen.

Omdat Luitenant Schönenberger te lang weg blijft, stuurt de vijand een nieuw detachement naar de Carabiniers. Er wordt de Belgen wijs gemaakt dat er een indrukwekkende Duitse overmacht op de Keizerspoort afstevent. Een 400-tal Belgische soldaten van de 6/II/41Li en 11/III/3C geven zich onmiddellijk over en verlaten hun stellingen aan de Keizerspoort zonder een schot te lossen. Via het half vernielde Keizersas bouwen de Duitsers snel een klein bruggenhoofd uit langsheen de Frere Orbanlaan en de Brusselsepoortstraat. Ook de kazerne De Hollain wordt ingenomen, waar een 300-tal Belgische achterblijvers zonder problemen ingerekend worden.

Kolonel Van Loocke is bijzonder misnoegd met de belabberde prestaties van zijn manschappen, springt in een voertuig en laat zich naar de Keizersbrug voeren. De kolonel stijgt uit, knielt en trekt zijn pistool. Hij wordt echter onmiddellijk neergeschoten en valt gewond in het dijbeen midden in de straat neer. Majoor Van Steelandt neemt het bevel over het regiment over. De rest van het II/41Li wankelt echter en al snel geven de andere compagnies zich een na een over. Van Steelandt ontsnapt op het nippertje aan de gevangenschap en kan met enkele pelotons ontkomen. Hij trekt zich terug naar Het Strop, dat echter rond 17u00 onder een zwaar Belgisch artillerievuur komt te liggen waardoor ook vele overblijvers besluiten de strijd te staken. Van Steelandt kan echter alweer ontsnappen.

De I/41Li daarentegen beleeft een rustige dag. De vijand trekt naar de Keizerspoort en maakt geen aanstalten om zich van de Scheldeoever meester te maken. Wel wordt rond de middag een Duitse vlag waargenomen op het stadhuis van Ledeberg. Rond 17u30 merken de mannen van het Iste bataljon ook op hoe de Duitsers grote groepen Belgische krijgsgevangenen verzamelen op de oostelijke Scheldeoever.

Het III/41Li bezet de tweede linie is aanvankelijk ook gespaard van het oorlogsgeweld. Tijdens de namiddag wordt de 9de compagnie het Citadelpark ingestuurd om zich aldaar in te graven. Grote groepen gevluchte Belgische soldaten dwalen rond in het park. De plaatselijke bevolking raadt de soldaten aan om zich over te geven omdat de stad toch al gevallen zou zijn. Er heerst een grote chaos. Geleidelijk aan beginnen kleine groepjes soldaten zich effectief ook over te geven aan enkele Duitsers in de buurt van de Leopoldkazerne en enkele ogenblikken later capituleert de ganse 9de Compagnie.

Tussen 15u30 en 16u30 speelt zich bij de 11de Compagnie een zelfde tafereel af. Het peloton van Luitenant Vranken gaat er als eerste van door, achterna gekeken door een verbijsterde Kapitein Houben.  De kapitein keert terug naar zijn commandopost en terwijl hij binnen zit, geven ook andere manschappen van de compagnie zich zonder slag of stoot over.  Even later dringen enkele Duitse militairen binnen op de commandopost van de compagnie en worden ook Houben en zijn stafgroep krijgsgevangen gemaakt.  Alleen Onderluitenant Van Horebeke kan ontkomen met een deel van zijn peloton.

Elders in de buurt geven ook andere eenheden van het regiment zich over. Als tegenreactie op de massale capitulatie trekt men de restanten van het Iste en IIIde bataljon snel weg uit de binnenstad van Gent tot achter de spoorlijn Gent-Brussel. De reserve van het Bataljon Grenswielrijders Limburg wordt opgetrommeld en moet zich eveneens achter de spoorlijn opstellen vanaf het Sint-Pietersstation tot aan de Leie.

Drie mitrailleurpelotons van de 12de compagnie plus de restanten van de 10de compagnie stellen zich op tussen de tunnel van de Zwijnaardsesteenweg met de Ottergemsesteenweg. Vluchtende manschappen van allerlei eenheden worden aan dit detachement toegevoegd. Het detachement wordt echter bij de aftocht vergeten en ontvangt nooit het bevel Gent te verlaten. Om middernacht geven de soldaten zich dan ook maar over.

De nog georganiseerde restanten van het 41Li trekken rond middernacht weg uit de stad na verzameld te hebben in het hospitaal Maria Middelares.

Het Iste bataljon is nog het meest intact maar heeft toch een aantal manschappen moeten achterlaten. Van het IIde bataljon blijven alleen Majoor Van Steelandt en enkele officieren over. Ook bij het IIIde bataljon zijn alleen Kapitein-commandant Wagner en een handvol officieren en soldaten ontsnapt.

Het regiment verdwijnt via de Kortrijkse Steenweg de nacht in.  Na de doortocht van Sint-Denijs-Westrem wordt koers gezet naar de brug van Nevele.

De overgebleven eenheden van de 16de infanteriedivisie trekken door de nacht naar het Afleidingskanaal van de Leie en steken dit tussen Nevele en Meigem over om nabij Poesele tijdelijke kantonnementen in te nemen.

Majoor Van Steelandt hergroepeert zo goed mogelijk de restanten van het nu zeer sterk uitgedunde regiment.  De volgende elementen blijven over:

  • De regimentsstaf, zonder het peloton verkenners
  • Het Iste bataljon, minus het peloton van Luitenant Ducamp
  • Enkele officieren van het IIde bataljon
  • Een dertigtal manschappen van het IIIde bataljon, samen met een handjevol officieren

Van Steelandt neemt het bevel van het regiment over.  Het IIde en het IIIde bataljon worden van de slagorde verwijderd en de overgebleven manschappen van de beide eenheden worden overgeheveld naar het Iste bataljon.

De restanten van het 41Li verplaatsen zich na het vallen van de nacht van Poesele naar Zwevezele.

Het regiment verblijft te Zwevezele in afwachting van een nieuwe opdracht.

Na de Duitse doorbraak aan de Leie rukt de vijand op richting Tielt. De restanten van de 16de Infanteriedivisie worden toegewezen aan een nieuwe sector rond Tielt, tussen kilometerpaal 13 en 7 van de spoorlijn Deinze-Tielt-Lichtervelde.

Voor de verdediging van de ondersector ten zuidosten van de stadskern tussen kilometerpaal 13 en 10 van de spoorlijn krijgt de staf van het 41Li de leiding over een nieuwe groepering samengesteld uit het I/41Li en de restanten van het III/41Li.  Majoor Van Steelandt stelt zijn commandopost op in het Handselinstituut, aan de Patersdreef vlakbij de Sint-Pieterskerk van Tielt.

Links van kilometerpaal 13 moet aansluiting gemaakt worden met het 44Li.  Rechts van kilometerpaal zal het 18de Bataljon Genie zich opstellen in de rechter ondersector van de 16de Infanteriedivisie.

Deze groepering zal zijn eerste echelon opstellen achter de berm van de spoorlijn.

Het 41Li verlaat Zwevezele omstreeks 16u00 en marcheert Tielt binnen in de loop van de avond.  Op de linkerflank wordt de 1ste Compagnie opgesteld aan de overweg van het station van Tielt op het gehucht Huffesele.  Vervolgens moeten de 2de Compagnie en 3de Compagnie aansluiten in de zone tussen het station en de Abelestraat.  De 30-tal overgebleven militairen van het IIIde bataljon worden onder leiding van Kapitein-commandant Torfs opgesteld op een enkel steunpunt rondom de overweg aan de Abelestraat.  Op hun rechterflank zouden de troepen van het 18de Bataljon Genie moeten aansluiten met als eersten de 1ste Compagnie onder leiding van Luitenant Van Campenhout, maar dit detachment is nog niet aangekomen.

De 11de Batterij MVD van het 3de Regiment Legerartillerie wordt in twee fracties verdeeld. De stukken van de batterij worden in twee detachementen verdeeld: een eerste groepering onder Kapitein-commandant de Lannoy wordt te Tielt zelf opgesteld en een tweede groepering onder Luitenant Wouters zoekt posities op even ten westen van de stad op de baan van Tielt naar Pittem.  De mortieren zullen echter nooit in stelling gebracht worden.

Schets van de opstelling te Tielt gemaakt door Kapitein-commandant Torfs

Schets van de opstelling te Tielt gemaakt door Kapitein-commandant Torfs

De inplaatsstelling van de 1ste Compagnie en het detachement van het IIIde Bataljon verlopen zonder problemen.  De 1ste Compagnie is echter bezorgt over het ontbreken van een wegbarricade aan hun overweg.  De 2de Compagnie en 3de Compagnie hebben door het ontbreken van de nodige bevelen heel wat problemen bij het bepalen van hun juiste positie.

Rond 21u30 verwittigd Kapitein-commandant Ruhl de bataljonsstaf van de komst van de vijand.  Enkele Duitse pantserwagens rijden op het station af en zaaien paniek onder de 1ste Compagnie.  Het volledige 2de Peloton en een deel van het 1ste Peloton vluchten weg uit hun stellingen.  De pantserwagens maken echter rechtsomkeer en het komt niet tot een aanval.

Dit incident leidt er eveneens toe dat de 2de Compagnie nog meer aarzelt bij de inplaatsstelling van zijn pelotons.  Verschillende detachementen besluiten op eigen houtje om de aftocht richting Brugge aan te vatten.

Ten gevolge van de infiltratie nabij het station wordt de 1ste Compagnie van het 18Gn toegevoegd de steunpunten rond de overweg van het station van Tielt, zodat hun eerder aangeduide posities op de rechterflank van het steunpunt van de Abelestraat onbezet zullen blijven.  Ook de 3de Compagnie van het 18Gn komt onder bevel van Van Steelandts groepering te staan.

De vijand wil de stad in handen krijgen en laat na het eerste daglicht verschillende artilleriebeschietingen en luchtaanvallen op de Belgische posities uitvoeren.  Hiervan wordt gebruikt gemaakt om om een nieuwe reeks gevechtspatrouilles uit te sturen.  De Belgen zijn erg vermoeid en gedemoraliseerd en reageren bijzonder zwak op de vijandelijke infiltratiepogingen.  Gelukkig biedt de spoorwegberm nog enige bescherming zodat een frontale aanval door de Duitsers uitblijft.  De munitievoorraad wordt echter bijzonder krap.

De groepering Van Steelandt zal drie detachementen ontvangen ter versterking van de posities:

Als eerste wordt het I/42Li toegevoegd aan de groepering.  Dit bataljon arriveert tijdens de vroege ochtend en neemt plaats tussen het I/3Gr en het I/41Li om alzo indien nodig tussenbeide te kunnen komen in de richting van Huffesele.

In een tweede fase worden de restanten van het 12Li toegevoegd aan de groepering.  Ook dit regiment is na de gevechten aan de Leie herleid tot een enkel bataljon onder leiding van Majoor Rigal.  Dit bataljon wordt uitgestuurd naar de scheidingslijn tussen de rechterflank van het I/41Li en de linkerflank van het I/42Li in het gebied rond de Meulebeeksesteenweg en de Abelestraat.

Bij het 41Li wordt tijdens de ochtend het steunpunt aan de Abelestraat in paniek verlaten door het detachement van het IIIde bataljon.  Kapitein-commandant Torfs kan zijn militairen een 300-tal meter verder tegenhouden om een nieuwe defensieve stelling in te nemen nabij het kruispunt van de Egemsesteenweg en de Wingensesteenweg.  Torfs begeeft zich naar de nabijgelegen commandopost van de 16de Infanteriedivisie en wordt prompt teruggestuurd naar zijn oude steunpunt aan de Abelestraat door Generaal-majoor Van Egroo.  De kapitein-commandant weet echter niet wat gedaan wanneer slechts vier van zijn manschappen hem willen volgen.  Het vijftal besluit dan maar op te rukken naar het station van Tielt en vind aansluiting bij de 1ste Compagnie van het 18de Bataljon Genie.

Ondertussen is ook het derde en laatste detachement versterkingen aangekomen: de Iste Groep van het 2de Licht Regiment van de Rijkswacht is eveneens toegevoegd aan de verdediging van Tielt.  Deze groep beschikt naast twee eskadrons infanterie ook nog over een T13 tankjager en vier C47 anti-tankkanonnen.

Kapitein-commandant Torfs stuit op een peloton van het 2de Eskadron van deze eenheid, aangevuld met twee mitrailleurs.  Hun aanvoerders Luitenant Van Durme en Luitenant Meister stellen zich onder het bevel van Torfs.  Deze laatste besluit alsnog te vorderen naar de overweg aan de Abelestraat die enige tijd later opnieuw bezet kan worden zonder contact te maken met de vijand.  Er wordt een patrouille van twee militairen uitgestuurd naar de zuidkant van de spoorweg.  Deze patrouille ontdekt na een 200-tal meter een gewonde Duitse onderofficier die teruggebracht wordt binnen de linies.  Torfs besluit verslag uit te brengen bij Majoor Van Steelandt en laat zich door een Rijkswachter per motorfiets vervoeren naar de commandopost.  Bij de razendsnelle doortocht van het westen van Tielt blijkt duidelijk dat de vijand de stadskern in handen heeft.  Torfs heeft kort contact met een detachement van het I/42Li dat zich in de buurt tracht te installeren.

Wanneer Kapitein-commandant Torfs aankomst op de commandopost, staan Majoor Van Steelandt en zijn Adjudant-Majoor Kapitein-commandant Hastir op het punt te vertrekken zonder hun ondergeschikten te verwittigen.  Van Steelandt laat Torfs weten dat hij maar beter naar Brugge kan vluchten en zelf naar de commandopost van de 16de Infanteriedivisie zal gaan om nieuwe orders.  Torfs en de overige compagniecommandanten zijn radeloos en de groepering van Van Steelandt verliest alle cohesie. Van Steelandt zal voor deze daad gestraft worden tot 15 dagen arrest bij een onderzoekscommissie in 1947.  De kapitein-commandant kan niet meer terugkeren naar de Abelestraat en besluit dat zijn detachement Rijkswachters gevangen genomen is.

Tielt wordt ingenomen door de Duitsers en het I/41Li en het I/3Gr staken de strijd.  Om 15u15 wordt de commandopost van het I/41Li overrompeld.

Het I/42Li blijft omsingeld achter en houdt nog tot de avond stand. Ook dit bataljon moet dan de wapens neerleggen zodat ook de groepering rond het 41Li ophoudt te bestaan.

De restanten van het regiment die Tielt hebben kunnen verlaten, vluchten door de nacht weg naar het noordoosten en houden halt te Ruddervoorde.  Tijdens de vroege ochtend van 28 mei wordt Luitenant Wijnand uitgestuurd om nieuwe orders.  De luitenant keert enige tijd later terug met het nieuws dat de divisiestaf gevangen genomen werd en het leger onvoorwaardelijk gecapituleerd heeft.  De manschappen wachten verder nieuws af en worden in de loop van de avond naar Koolskamp gestuurd.

Te Koolskamp deelt Majoor Van Steelandt zijn overgebleven troepen op in vier detachementen: vooreerst zal de majoor de overgebleven officieren groeperen.  Vervolgens worden de paardenwagens samengebracht onder leiding van Kapitein-commandant Torfs.  Daarnaast zal Luitenant Topff de motorvoertuigen bevelen.  Tenslotte wordt een laatste groepje samengesteld met iedereen die nog een fiets heeft.  Elk van deze detachementen zal een eigen weg naar de gevangenname volgen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

Dossier 41Li, Centrum voor Historische Documentatie, Evere