3de Regiment Karabiniers

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Carabiniers
Onderdeel van 18de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel J. Brouhier
Standplaats Vooruitgeschoven Positie Verbindingskanaal Schelde-Maas
Kanaal Schoten-Turnhout-Dessel
Ondersector Beerse-Arendonk
Samenstelling I Bataljon (Majoor Georges Imschoot) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt F. Lemoine)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Pelzer)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt E. De Rom)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. De Coster)
II Bataljon (Majoor Adelin Yernaux) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Hoeffler)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt L. May)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt C. Janssens)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt M. Deveze)
III Bataljon (Majoor René Vandermeersch) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Boulengier)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt E. Dhynes)
11de Compagnie Fuseliers (Lt J. De Lepeleire)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt G. Préat)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant C. Boterberg)
Medische Compagnie (Geneesheer Onderluitenant M. Castelain)
Peloton Verkenners (Luitenant Adelin De Vynck)

Tijdens de mobilisatie

Staf/3C
Het 3de Regiment Carabiniers (3C) werd op 22 september 1939 gevormd als ontdubbelingsregiment van het 1ste Regiment Carabiniers (1C). Het regiment mobiliseerde zijn manschappen op 4 oktober bij afkondiging van Fase D van het mobilisatieplan te Waterloo, Eigenbrakel, Vezon, Callenelle en Antoing. Het 3C wordt toegevoegd aan de 18de Infanteriedivisie (18Div) een divisie van tweede reserve. De twee andere infanterieregimenten van de 18Div zijn het 39ste Linieregiment (39Li) en het 3de Regiment Grenadiers (3Gr).

De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen 28, 29, 30 en 31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs, de mortieren en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

Het regiment komt op 7 mei 1940 aan op het Verbindingskanaal Maas-Schelde na een mars van uit Antwerpen over Malle en Vosselaar naar Turnhout. Het regiment zal de ondersector Beerse-Arendonk aan het Verbindingskanaal Maas-Schelde overnemen van het 39Li. Het 39Li verlaat de ondersector op 9 mei en begeeft zich naar kantonnementen binnen de Versterkte Positie Antwerpen te Merksem en Deurne.

De 18de Infanteriedivisie staat opgesteld langsheen deze waterweg om er de zogenaamde Vooruitgeschoven Positie te bemannen. De divisie moet bij een vijandelijke inval de bruggen over het Verbindingskanaal vernielen om de Duitse invallers trachten af te remmen. Daarna dienen de troepen zich terug te trekken achter het Albertkanaal. De divisie is door het vertrek van het 39Li verre van volledig langsheen het Verbindingskanaal. Bovendien heeft het 3Gr twee bataljons moeten afstaan aan de Maritieme Basis voor de verdediging van kust. Ook 26A wordt elders ingezet. Er resten de 18de Infanteriedivisie nog 4 infanteriebataljons aan de kanaaloever, samen met de eigen wielrijdersgroep en die van de 15de Infanteriedivisie . De divisie heeft wel de I/17A toegewezen gekregen om vuursteun te leveren bij een inval uit de richting Eindhoven.

Deze kleine formatie moet een een bijzonder lang front van 40 Km bemannen. De divisiestaf heeft dan ook geen andere optie dan de drie bataljons op een enkel echelon te plaatsen:

  • De commandopost van het regiment, het peloton verkenners, het commando van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie en zijn 2de en 3de eskadrons, het commando van de Compagnie T13 van de 2de Infanteriedivisie en tenslotte de compagniestaf van de 1ste compagnie van het 15de Bataljon Genie bevinden zich allen te Turnhout.
  • Het IIIde bataljon maakt samen met het IIde bataljon van het 3de Regiment Grenadiers deel uit van Ondersector West. Het III/3C bezet het kwartier Beerse.
    • De bataljonsstaf en de staf van de 12de compagnie bevinden zich te Vosselaar. Majoor Vandermeersch installeert zijn commandopost op Kasteel de Meersmaecker aan de baan van Turnhout naar Antwerpen.
    • De 9de compagnie ligt op links tussen de brug van de Rijkevorselseweg en de brug van de Merksplasseweg.
    • De 11de compagnie ligt in het centrum tussen de brug van de Merkplasseweg en de zwaaikom aan de Gorenstraat.
    • De 10de compagnie bevindt zich op het rechter onderkwartier dat tot aan de Stokt strekt.
  • Het IIde bataljon bezet het kwartier Turnhout in Ondersector Centrum.
    • De commandopost van het bataljon bevindt zich in Turnhout.
    • De posities strekken zich uit vanaf Stokt in het westen tot aan de brug van De Lusthoven op de baan naar Ravels in het oosten.
    • Het 2de eskadron en het 3de eskadron (minus telkens één peloton) van het Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie vullen het bataljon aan.
  • Het Iste bataljon heeft het bevel over Ondersector Oost die eveneens de Wielrijdersgroep van de 18Div omvat en van Arendonk tot De Maat loopt. Het bataljon bezet zelf het kwartier Arendonk:
    • De bataljonsstaf en de staf van de 4de compagnie bevinden zich te Arendonk.
    • De 1ste compagnie ligt op links, de 3de compagnie in het centrum en de 2de compagnie op rechts.
    • Het 1ste peloton van het 1ste eskadron en de twee secties mitrailleurs van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie versterken dit bataljon.
    • Dit kwartier eindigt met de brug van de Moerenstraat, net bij de Nederlandse grens.

Vanaf de late voormiddag laat de staf van het IVde Legerkorps de bruggen over het Verbindingskanaal-Maas Schelde ten oosten van Turnhout vernielen. De bruggen tussen Sint-Lenaarts en Turnhout blijven intact om de opmars van het Franse 7de Leger niet te belemmeren. Wanneer de eerste Franse verkenningstroepen in de vooravond toekomen in de sector van de 18de Infanteriedivisie, zijn onze zuiderburen bijzonder misnoegd dat de bruggen ten oosten van Turnhout in het water liggen en dat alle daarop volgende colonnes van het 7de Leger moeten omgeleid worden naar het gedeelte van het Verbindingskanaal dat tussen Sint-Lenaarts en Turnhout ligt.

Aan het eind van de dag ontvangt het regiment het bevel om alle niet reglementair materieel per spoor af te voeren via het station van Turnhout naar Tielen. De nodige detachementen worden aangeduid om het beddengoed, keukengerei, materieel en voorraden van de mess, bibliotheek, enz.. af te voeren.

Omstreeks 07u00 verneemt de divisiestaf dat de dekkingstroepen van het Cavaleriekorps de vooruitgeschoven positie in Limburg verlaten hebben. De divisie verwacht elk moment het zelfde bevel te krijgen van de legerleiding. Op het hoofdkwartier is dan ook bekend dat de vijand tot op een half uur genaderd is van ‘s Hertogenbos en dat de Moerdijkbrug in handen is van Duitse parachutisten. De bevelhebbers van de drie ondersectoren laten weten dat hun troepen in het algemeen een rustige nacht beleefd hebben en verdere orders afgewacht worden.

De 11Cie slaagt er in om een Duits vliegtuig neer te halen. De bemanning redt zich met hun parachutes en is onvindbaar, maar de compagnie recupereert een mitrailleur en een seinpistool uit het wrak.

De stad Turnhout ondergaat verschillende luchtaanvallen. Ook de overige posities van het 3C worden heel regelmatig overvlogen. De commandopost van Majoor Vandermeersch van II/3C wordt kortstondig beschoten door een Duits vliegtuig. De majoor besluit dat het om een niet gerichte aanval gaat en laat zijn personeel ter plekke in dekking blijven. Hierdoor wordt de afspraak met de veldkeuken gemist waardoor de bataljonsstaf zich moet tevreden stellen met enkele koude levensmiddelen die door de staf van de 12Cie uitgedeeld worden.

Langsheen de Antwerpsesteenweg trekken duizenden vluchtende burgers naar het westen. Het regiment noteert hoe de jongeren bestemd voor de Rekruteringsreserve van het Leger per tram richting Antwerpen afreizen.

Tijdens de nacht van 11 op 12 mei komen nieuwe Franse eenheden toe in de sector van de 18de Infanteriedivisie. De beide tankregimenten van de 1DLM, het 4e Régiment de Cuirassiers en het 8e Régiment de Dragons, kwamen daags voordien per trein aan te respectievelijk Mechelen en Kontich en Boom en hebben tijdens de nacht hun pantservoertuigen naar het noorden gestuurd. Hierbij worden de zware Somua S35 tanks ten zuiden van het Albertkanaal gehouden omwille van onzekerheid over de toestand van de bruggen. Alleen de Hotchkiss H35 tanks vorderen naar het Verbindingskanaal. De voorhoede van de 9e Division d’Infanterie Motorisée bestaande uit twee infanteriebataljons en een detachement artillerie komt aan ten noorden van de Belgische linies en start met de inplaatsstelling van zijn deze troepen op de lijn Wortel-Turnhout. De rest van deze divisie zal echter halt houden ten westen van het Kanaal van Willebroek en zal nooit zijn actiegebied bereiken.

In Nederland nemen de Duitsers de stad Tilburg in en trekken de dekkingstroepen het Franse 7de leger terug naar de lijn Breda-Chaam-Baarle. De linkerflank van de 4RDP ten zuiden van Tilburg komt hierdoor ongedekt te liggen. De vijand maakt te Lage Mierde contact met het front van het 4RDP en lijkt door te willen stoten in de richting van Ravels, Arendonk en Turnhout. De grenspost van Meerle/Postel meldt de komst van de vijand omstreeks 06u30 en wordt binnen het daarop volgende uur teruggetrokken naar de brug van Rijkevorsel. Tegen 10u00 wordt ook de grenspost van Meer verlaten en tegen het middaguur worden de aanvallers te Minderhout gesignaleerd. Voor de 18Div verandert er voorlopig niks. Rond 13u00 komen de eerste Duitse doelen binnen het bereik van onze artillerie in de ondersector van het 3C en worden er onder vuur genomen door het I/17A. Vanaf de late namiddag start het 4RDP met een terugtocht naar het Verbindingskanaal Maas-Schelde. De commandopost van het regiment verhuist naar Villa Ter Loo te Kasterlee.

Luitenant-generaal Six, divisiecommandant, verneemt tot zijn grote ontsteltenis dat op het Albertkanaal alle bruggen ten oosten van Herentals door onze genie opgeblazen worden. Hierdoor verliest de 18Div een deel van zijn marsroutes naar het zuiden en moet de staf het evacuatieplan voor de divisie aanpassen. Over het Albertkanaal blijven nog slechts te bruggen te Massenhoven en Wijnegem intact. Op het eerste gedeelte van het Verbindingskanaal Maas-Schelde is alleen nog brug 10 op de baan van Malle naar Brecht beschikbaar. Six laat het volgende plan opstellen:

  • Bij de aftocht van het Verbindingskanaal dienen II/3Gr, de Wielrijdersgroep van de 18Div, de staf van de Wielrijdersgroep van de 15 Div en de staf van het 15Gn naar de brug van Wijnegem terug te trekken.
  • De staf van het I/3C en de I/17A zullen de brug 10 van het Verbindingskanaal in noordelijke richting moeten oversteken om via Brecht en Schoten terug te trekken.
  • Het II/3C, III/3C, het transportkorps en de 18Cie TTr zullen zich naar de brug van Massenhoven begeven.

De Duitsers stoppen hun opmars en wachten de duisternis af. Om 22u30 vallen de Belgen onder mortiervuur en raken de Duitsers over het grenskanaal met behulp van opblaasbootjes.

III/3C
Bij de commandopost van III/3C duiken in de loop van de voormiddag een dozijn Nederlands militairen op. De gevluchte militairen bevestigen dat Tilburg aan de vijand overgelaten werd. Onderluitenant de Saint-Hubert van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie en aanvoerder van de Officiersverkenning 1 komt enige tijd later eveneens aan op deze commandopost en verhaalt het luchtbombardement op Tilburg.

Na de middag maakt Majoor Vandermeersch een ronde doorheen zijn kwartier. Hij maakt contact met een Franse commandopost nabij het Sint-Jozefcollege aan de westrand van Turnhout net op het ogenblik dat de Luftwaffe de gebouwen aanvalt. Een bominslag veroorzaakt een brand in het college. De Fransen gaan er onmiddellijk van door. De majoor rijdt terug naar Vosselare en verlaat de Antwerpsesteenweg om aan de aandacht van de Duitse toestellen te ontsnappen. Het kruispunt van de Bischopslaan en de Antwerpesesteenweg te Beerse krijgt er eveneens flink van langs. Kapitein-commandant Boulengier wil zijn commandopost verplaatsen maar krijgt hiervoor geen toestemming van de majoor.

Tijdens de nacht van 12 op 13 mei krijgt het Franse 4RDP het bevel om de verdediging van het Verbindingskanaal over te nemen tussen Turnhout en Dessel. Het 1ste bataljon van dit regiment wordt opgesteld tussen Turnhout en Voorheide, grosso modo op de posities van het I/3C. Het 2de bataljon vervolgt tussen Voorheide en Dessel en vervoegt de posities van de Wielrijdersgroep van de 18Div. Het 3de bataljon is door de gevechten van 12 mei niet inzetbaar en gaat in reserve nabij Tielen. De 18Div blijft nog een laatste dag op zijn stellingen en de frontlinie wordt dan ook door zowel Belgische als Franse troepen bemand. Het 4RDP laat weten dat tijdens de komende nacht eveneens het IIIde bataljon van het 131e Régiment d’Infanterie zal aangevoerd worden om het I/4RDP af te lossen en dit bataljon toe te laten om Turnhout te bezetten. Er worden ook twee groepen van het 74e Régiment d’ Artillerie verwacht.

De 18Div staat nu onder het rechtstreekse bevel van het Franse 7de Leger dat geleid wordt door Generaal Girauds hoofdkwartier te Hamme. Het hogere echelon van de 18Div, het IVde Legerkorps, is echter niet op de hoogte van de operationele afspraken tussen het 7de Leger en de 18Div en vraagt met dringendheid aan Luitenant-generaal Six om een kopie van alle Franse bevelen door te sturen naar de legerkorpsstaf.

Langsheen de kanaaloever tussen Turnhout en Dessel bezetten het IIde en het Iste Bataljon van het 3de Regiment Karabiniers en de Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie hun posities samen met de twee Franse bataljons. Omstreeks 11u00 wordt gemeld dat de Fransen nog steeds in bezit zijn van het dorp Weelde, maar op het punt staan zich terug te trekken. De vijand is echter doorgedrongen tot de geallieerde linies en vooral tussen Turnhout en Voorheide wordt in de kwartieren van II/3C en I/3C bij momenten hevig over-en-weer geschoten. Ook de artillerie komt regelmatig in actie. De Duitse luchtmacht is eveneens bijzonder actief en valt de posities regelmatig aan. Bij de 6Cie raakt onder meer Cdt May ernstig gewond bij een luchtaanval.

De I/17A wordt in de loop van de avond versterkt door de beide groepen van het Franse 74RA.

III/3C
Door de regelmatige acties van de Luftwaffe krijgt Majoor Vandermeersch de opdracht om een nieuwe locatie voor zijn bataljonsstaf op te zoeken. Vanaf 11u00 wordt het Kasteel de Meersmaecker ontruimt en verhuist de staf naar een hoeve op ongeveer een halve kilometer afstand. Het gevechtsechelon van het bataljon blijft evenwel ondergebracht in de bijgebouwen van het kasteel. Het levensmiddelenechelon wordt in de loop van de avond overgebracht naar een verder afgelegen locatie. Eveneens tijdens de avond ontvangt Majoor Vandermeersch een bijkomende dotatie van 25 lichte machinegeweren ter versterking van zijn steunpunten.

Met uitzondering van het meest oostelijke steunpunt van de 10Cie maakt het IIIde Bataljon geen rechtstreeks contact met de vijand, maar is wel op de hoogte van de gevechten tussen Turnhout en Arendonk. Officier-bevoorrader Luitenant Debluts wordt door de bataljonscommandant uitgestuurd naar Stokt om de verbinding met het I/3C na te kijken. Debluts stelt vast hoe kleine groepjes militairen van het naburige bataljon de stad ontvluchten, onder druk van geruchten dat de vijand reeds in de stad zou doorgedrongen zijn. Hij onderschept gewapenderhand enkele van deze detachementen en laat een flankerend steunpunt inrichten op de Antwerpsesteenweg. Dit steunpunt wordt enige tijd later versterkt door een peloton van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie. Majoor Vandermeersch stuurt twee patrouilles uit om een stand-van-zaken op te maken. Een eerste ploeg vertrekt onder leiding van Cdt Preat naar het kwartier van het Iste Bataljon. Een tweede ploeg moet de opstelling van de commandopost van het regiment natrekken. Vandermeersch pleegt tevens overleg met de in zijn kwartier aanwezige Franse troepen en verzoekt hen eveneens om de westelijke rand van Turnhout te helpen blokkeren, maar de geallieerden weigeren in te gaan op dit verzoek met als argument dat de troepen niet bij nacht kunnen ingezet worden. Een goed uur na zonsondergang keren de beide patrouilles terug: de situatie te Turnhout is geheel normaal.

Hof Zevenbergen te Ranst.

De druk op de Frans-Belgische linies tussen Turnhout en Dessel houdt ook tijdens de nacht van 13 op 14 mei aan. De 18Div krijgt kort na middernacht het bevel tot de terugtocht van het Franse 7de Leger en deelt zijn marsorders uit. De 18Div verlaat de Franse commandostructuur en dient zich terug te trekken over het Albertkanaal en de Nete tot binnen de Versterkte Positie Antwerpen:

  • Het 3C moet via Ranst, Broechem en Emblem naar Duffel. Onderweg dient het regiment te Emblem de elementen van het 15Gn op te pikken die naar deze locatie doorgestuurd werden en deze naar Lint te dirigeren.
  • Het II/3Gr moet via de zelfde route eveneens naar Duffel.
  • De I/17A dient kantonnementen aan de rand van Lint op te zoeken.
  • Het 15Gn zal in de dorpskern van Lint ingekwartierd worden.
  • De 18Cie zal teruggeroepen worden uit Boom en moet eveneens het dorp Lint vervoegen.
  • Het hoofdkwartier van de divisie wordt gesloten en de commandostaf zal tijdens de eerste helft van de nacht van 14 op 15 mei verplaatst worden naar het gemeentehuis van Lint.

De start van de aftocht dient gepland te worden voor 01u30. Om 02u30 beveelt ook de 1DLM tot een nieuwe aftocht. Het 4RDP moet tegen 06u30 aankomen op de lijn Sint-Lenaarts-Oostmalle-Zoersel-Zandhoven-Vierse. Het 7de leger krijgt het bevel om zijn oorspronkelijke missie definitief op te geven en wordt door het Grand Quartier Général teruggeroepen naar de Franse legerzone. Te Arendonk trekken nog meer Franse troepen naar het zuiden en komen deze troepen samen met de eenheden van de 18Div in contact met de Duitse voorhoede. Deze troepen komen samen met eenheden van het 3C in contact met de Duitse voorhoeden. De karabiniers beginnen onmiddellijk aan de aftocht. Het II/3C ontvangt het bevel echter te laat en wordt gedeeltelijk gevangengenomen. De 5Cie en de hierbij afgedeelde mitrailleurs van de 8Cie gaan zo goed als geheel verloren. Ook elders laat de 8Cie heel wat Colt mitrailleurs achter. Slechts de 6Cie en 7Cie compagnies kunnen de aftocht enigszins compleet aanvatten.

De mars voor de aftocht wordt nog voor het vertrek ingekort. De divisiestaf houdt halt te Vremde en opent hier gedurende enige uren een voorlopige commandopost. De troepen van Ondersector West, het II/3Gr en III/3C worden aanvankelijk gedirigeerd naar Ranst. De staf, I/3C, Wielrijdersgroep van de 15Div en overige troepen in versterking van dit regiment krijgen Emblem als nieuwe bestemming toegewezen. De II/3C en de Wielrijdersgroep van de 18Div worden naar Broechem gestuurd.

De divisie duidt vervolgens de definitieve bestemmingen aan voor zijn eenheden. Het volledige 3C dient te Boechout te kantonneren.

III/3C
Luitenant Delcarte van de regimentsstaf komt omstreeks 02u20 aan op de commandopost van het bataljon met de orders voor de aftocht. Het bataljon dient via de brug van Oelegem naar Ranst terug te trekken. De compagnies verzamelen op de Antwerpsesteenweg achter de motorvoertuigen en het paardengerij. Tijdens de formatie van de marscolonne worden de troepen voortdurend lastig gevallen door allerhande detachementen van het Franse leger die er zonder enige marstucht van door gaan en er bovendien niet voor terugschrikken om de omliggende woningen te plunderen en van voedsel en drank te ontdoen. Bij de doortocht te zowel Oostmalle en Westmalle laat Majoor Vandenbrande telkens tussenbeide komen om de plunderingen trachten te stoppen. De Franse militairen trekken zich echter niets aan van deze pogingen.

Majoor Vandermeersch begeleid te paard zijn marscolonne tot Ranst. Hier worden de compagnies ingekwartierd in het Hof Zevenbergen en de nabijgelegen school. De majoor overnacht bij de burgemeester,

Het regiment komt aan te Boechout en wordt ingekwartierd in dit dorp en de omliggende gehuchten. De rest van de dag wordt besteed aan reorganisatie van de eenheden. De manschappen rusten zoveel mogelijk uit. De bataljonscommandanten worden op de commandopost van Kolonel Brouhier ontboden. Het valt de officieren op dat Majoor Yernaux bijzonder in de put zit over het gedeeltelijke verlies van zijn bataljon. Yernaux trekt zich de zaak erg persoonlijk aan en is erg zwijgzaam.

Tijdens de vooravond laat de divisiestaf weten dat het 3C gebruikt zal worden om een derde defensieve linie achter de twee echelons van de 15de Infanteriedivisie te organiseren. De commandopost van dit regiment te Ranst geïnstalleerd worden.

III/3C
Majoor Vandermeersch dient zijn bataljon te sturen naar Boshoek ten zuiden van Boechout. Hier worden de manschappen ingekwartierd in afwachting van een nieuwe ontplooiing op het terrein. De 12Cie is voorlopig niet inzetbaar aangezien alle vier officieren tijdens de mars naar Ranst achterwege gebleven zijn. Luitenant Van Nuffel komt als eerste opnieuw toe bij zijn eenheid. Er komt geen degelijke uitleg over het verloren lopen van het ganse officierenkader van de compagnie. Majoor Vandermeersch is bovendien ook misnoegd over het verlies van alle stafkaarten door de 9Cie. De inwoners van het gehucht Boshoek zijn bijzonder ontevreden over de aankomst van de Karabiniers en vrezen verzeild te raken in het oorlogsgeweld. De Rijkswacht moet opgetrommeld worden om enkele stevige woordenwisselingen tussen burgers en militairen te kalmeren. Vandermeersch vertrekt vervolgens met zijn compagniecommandanten naar de ondersector van het 23ste Linieregiment om met hun bevelhebber Kolonel SBH Dendal overleg te plegen over een mogelijke inzet van zijn bataljon achter de linies van dit regiment. Omstreeks 18u30 wordt bevestigd dat zijn bataljon dient opgesteld te worden achter het 43ste Linieregiment op de lijn Ranst-Nijlen. De majoor krijgt de belofte dat er motortransport op weg is om zijn troepen over te brengen. Groot is dan ook de ontsteltenis wanneer enige tijd later een enkele autobus met twaalf zitplaatsen opduikt. Vandermeersch besluit om zijn eigen vrachtwagens uit te laden en deze eveneens te gebruiken om zijn troepen uit te sturen. De verplaatsing zal zo de ganse nacht duren.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling ten volle verdedigd werd, moet deze verdedigingslinie worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en rukt op naar de Atlantische kust. In het noorden heeft Nederland zich overgegeven, het geallieerd dispositief moet worden aangepast. Tijdens de namiddag verspreidt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de nodige bevelen voor de ontruiming van de KW Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei en om het leger terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Het 3C kan tijdens de vroege voormiddag uiteindelijk melden dat zijn troepen opgesteld zijn op het derde echelon van de 15de Infanteriedivisie. Majoor Yernaux regelt nog de ontplooiing van zijn troepen maar besluit dan op bijzonder tragische wijze om zich van het leven te ontnemen. De officieren van het regiment zijn erg ontdaan over het bericht van de zelfmoord. Kapitein-commandant Janssens wordt de nieuwe bevelhebber van het IIde Bataljon. Luitenant Helleputte wordt doorgeschoven van de 8Cie naar de 7Cie en wordt de nieuwe compagniecommandant. Zijn verlies wordt dan weer aangevuld met de overkomst van Luitenant De Middeleer van 15Cie van het Regiment Antwerpen van de Speciale Vestingseenheden.

De divisie krijgt kort na 16u00 het bevel om het afmarsgebied van de 12Div en de 15Div te ontruimen door het gros van zijn troepenmacht onmiddellijk te verplaatsen naar Mortsel en Kontich. Het 39Li, het 15Gn en de 18 Cie TTr moeten hun huidige standplaatsen opgeven om zich via de Krijgsbaan naar Mortsel te begeven. Het 3C, II/3Gr en de Groepering Wielrijders van de 18Div moeten via Ranst, Vremde, Boechout en Hove naar Kontich. In de loop van de avond zal dan een verdere etappe naar Temse en Rupelmonde van start gaan. Zo’n 2.000 manschappen van het 3C zullen per spoor getransporteerd worden van Kontich naar Temse.

III/3C
Omstreeks 01u00 is het gros van het bataljon vertrokken. Alleen Majoor Vandermeersch en Luitenant De Bluts van de bataljonsstaf en de 11Cie wachten nog in Boshoek wanneer enkele schoten weerklinken in de duisternis. Luitenant Coucke van de 11Cie meent dat het om een parachutist gaat en vertrekt op onderzoek met een patrouille. De militairen ontdekken een enkele persoon die het op een lopen zet en prompt neergeschoten wordt. Het geneeskundig peloton van het bataljon is reeds op weg naar de nieuwe posities en Vandermeersch laat een burgergeneesheer te Boechout optrommelen om het ongelukkige slachtoffer te verzorgen.

Majoor Vandermeersch kan zijn ontplooiing uiteindelijk rond 09u00 afronden. De bataljonsstaf vind onderdak in een verlaten hoeve. De inwoners zijn allicht gevlucht. Het bataljon wordt niet bevoorraad en de militairen moeten zich behelpen met het weinige voedsel dat in de omgeving kan gerecupereerd worden. Kolonel de Wespin van het 43ste Linieregiment komt de posities van het bataljon persoonlijk inspecteren. De kolonel stelt vast dat de 11Cie niet langer over zijn seinpistolen beschikt. Voorts merkt de Wespin op dat de mannen naar behoren werken.

Bij de 9Cie lijken Cdt Boulengier en zijn officieren enigszins de controle over de manschappen te verliezen. Majoor Imschoot van het Iste Bataljon meldt dat enkele militairen van de 9Cie in zijn kwartier aan het plunderen gegaan zijn. Verder wordt bij het klaarmaken van de afmars naar Kontich een groot deel van de munitie op de posities achtergelaten en niet ingeladen op de gevechtswagen van de eenheid. Tot overmaat van ramp loopt de compagnie al van bij de aanvang van de mars naar Kontich verloren. De eenheid zal met twee en een half uur vertraging aankomen op bestemming. Majoor Vandermeersch is niet te spreken over het gebrek aan leidinggeven.

De 18Div steekt tijdens de nacht van 16 op 17 mei de Schelde over te Hemiksem en te Temse. De divisiestaf houdt halt te Temse tijdens de tweede helft van de nacht van 16 op 17 mei en installeert zich enige tijd aan de Cauwenburg 6. Het 3C wordt toegewezen aan voorlopige kantonnementen te Temse. Het deel van het 3C dat per spoor vervoerd wordt, gaat om 02u00 op 17 mei te Kontich aan boord van een goederentrein samengesteld uit lege kolenwagons en bereikt om 04u30 het station van Temse. De nacht is erg koud en de manschappen hebben erg te lijden gehad in de open wagons. De eenheden worden ingekwartierd in de gemeente die propvol militairen zit.

Tijdens de namiddag van 17 mei start de divisiestaf met de overbrenging van het hoofdkwartier naar Lokeren. Vervolgens worden de verplaatsingen voor de nacht van 17 op 18 mei gepland. Het 3C zal te Lokeren ingekwartierd worden. De etappe zal te voet afgelegd worden en de mars zal na zonsondergang aangevat worden.

III/3C
De manschappen van het IIIde Bataljon stijgen even voor 05u00 uit in het goederenstation van Temse en marcheren naar de technische school waar iedereen in leslokalen ondergebracht wordt. Majoor Vandermeersch logeert bij de vrederechter. Omstreeks 09u00 wordt de majoor met hoogdringendheid naar de commandopost van het bataljon gevraagd. Schildwachten van het bataljon hebben een auto twee burgers van Poolse en Tsjechische nationaliteit tegengehouden. Het tweetal zou een zender-ontvanger in de auto hebben. Bij nader onderzoek van het toestel met knoppen en schakelaars in de kofferbak wordt besloten dat het niet om een radio gaat. De beiden worden overgemaakt aan het gemeentebestuur en op weg gezet naar Lokeren.

Tijdens de vooravond komt Majoor Lejeune van het II/3Gr op de commandopost aandraven met Kapitein-commandant Préat van de 12Cie die begeleid wordt door twee gewapende soldaten. Préat werd beschonken teruggevonden in de straten van Temse en onder arrest geplaatst door de majoor van de grenadiers. Majoor Vandermeersch laat een tuchtverslag opstellen en stuurt Préat terug naar zijn compagnie.

Het bataljon vertrekt naar Lokeren omstreeks 23u00.

De 18de Infanteriedivisie komt onder bevel van het Iste Legerkorps (I/CA) en wordt doorgestuurd naar het Bruggenhoofd Gent. Het I/CA zal deelnemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent en zal opgesteld worden vanaf Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen tot Melle langs de Schelde. Ten noordoosten van Gent zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok in het noorden tot Destelbergen in het zuiden. Ten zuidoosten van Gent wordt de 16Div opgesteld met het 41Li in boogvorm tot Melle en het 44Li langs de Schelde. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden. Het 16A zal vuursteun leveren aan het I/CA als korpsartillerie.

Aanvankelijk bestaat onduidelijkheid over de precieze locatie van de nieuwe inzet van het regiment. Het 3C wordt aanvankelijk toegewezen aan de verdediging van de Bovenschelde tussen Zwijnaarde en Zevergem en enkele verkenningsploegen worden verkeerdelijk uitgestuurd naar deze sector. Het bevel kan gecorrigeerd worden voor het vertrek van het gros van de troepen.

Luitenant-generaal Six bepaalt dat van noord naar zuid het II/3Gr, 39Li en 3C opgesteld zullen worden. Het 39Li zal zijn drie bataljons op een enkel echelon opstellen. Het 3C dient een opstelling aan te nemen met twee bataljons op een voorste echelon en een bataljon op een tweede echelon. De divisie zal artilleriesteun ontvangen van 18 stuks loopgraafmortieren MVD van de IV/3LA, de kanonnen van het 22A en de I/17A en de houwitsers van de IV/4LA. Het gros van geschut wordt tegen 19 mei verwacht. Het voetvolk van de infanterie zal door de Legerautogroepering overgebracht worden.

De commandopost van Kolonel Brouhier wordt te Destelbergen opgesteld. De eerste compagnies komen in de eerste helft van de nacht aan in de nieuwe ondersector van het regiment. De transportmiddelen van de Legerautogroepering zullen echter ontoereikend zijn om het ganse regiment in enkele estafettes over te brengen en verschillende eenheden van het 3C zullen de tocht van Lokeren naar Destelbergen dan ook te voet afleggen.

III/3C
Majoor Vandermeersch zorgt voor de inkwartiering van zijn bataljon in een klooster te Lokeren. Hij vertrekt rond het middaguur met officier-bevoorrader Luitenant De Bluts en Geneesheer Luitenant Defossé naar Zevergem om zijn nieuwe posities langsheen de Bovenschelde te verkennen. De officieren worden hier omstreeks 18u00 vervoegd door Luitenant Berrewaerts die de echelons naar Drongen heeft begeleid en de majoor op de hoogte komt brengen van de vergissing. Het viertal weet evenwel niet waar de commandopost van Kolonel Brouhier opgesteld is en vertrekt op zoektocht via het Gentse Sint-Pietersstation, Sint-Amandsberg en Destelbergen tot in Lochristi. Hier kan een stafofficier van het Iste Legerkorps bevestigen dat de commandopost van het regiment te Destelbergen moet gezocht worden.

De 18de divisie bewaakt nu de noordoostelijke sector van het Bruggenhoofd Gent tussen Oostakker en Destelbergen. In deze sector bevinden zich geen bunkers zoals dit langsheen de zuidrand van het bruggenhoofd wel het geval is. De troepen graven zich in en blijven op post. De vooruitgeschoven bewaking van de sector wordt verzekerd door de Wielrijdersgroep van de 18de divisie met ondersteuning van de 5de en 6de compagnies van het Bataljon Grenswielrijders Limburg. Het 3C bezet de ondersector Destelbergen en heeft zijn commandopost van op kasteel Ter Meren aan de Dendermondsesteenweg:

  • De volledige 26Cie van het Regiment Antwerpen van de Special Vestingseenheden zorgt voor twaalf aanvullende mitrailleurs.
  • Als anti-tankbewapening zal het 2de Licht Regiment drie getrokken C47 kanonnen en twee T13 tankjagers in steun geven.
  • Het regiment ontvangt tevens 3 T13 tankjagers van de Compagnie C47 op T13 van de 2Div.
  • De I/22A levert rechtstreekse vuursteun van op het Braemkasteel te Gentbrugge.
  • Zes MVD loopgraafmortieren van het 3LA worden eveneens ingezet bij het 3C.
  • De grote wacht voor de ondersector van 3C zal geleverd worden door het 1ste Eskadron van de Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie.
  • Op het eerste echelon wordt op de linkerflank het I/3C ontplooid en op de rechterflank het III/3C. Het tweede echelon wordt gevormd door het sterkt uitgedunde II/3C.

III/3C
Kort na middernacht tijdens de nacht van 18 op 19 mei bereikt de 12Cie als eerste het kwartier van het bataljon. Majoor Vandermeersch verdeelt de mitrailleurs over het ganse kwartier in afwachting van de aankomst van de fuselierscompagnies. Tegen 02u00 komen ook de vrachtwagens met de 11Cie aan. De 9Cie en de 10Cie zullen de etappe van Lokeren naar Gent te voet afleggen en de laatste achterblijvers zullen pas op 21 mei aankomen bij het bataljon. Enkele detachementen zullen verloren lopen en gaan terechtkomen in een van de Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen, waaronder ook het centrum te Poperinge.

Vandermeersch moet dan ook zijn kwartier bezetten met een beperkte slagorde. Tegen het middaguur inspecteert Luitenant-generaal Six te nieuwe posities. De divisiecommandant bevestigd dat de installatie naar behoren is uitgevoerd.

Bij de 11Cie heeft het peloton van Luitenant Coucke het werk neergelegd. De manschappen vinden dat ze rust verdienen en menen veel te moe te zijn om de stellingen verder in te richten. Luitenant Coucke laat begaan en zal in samenspraak met zijn compagniecommandant Luitenant De Lepeleire afspreken om dit incident voor de bataljonsstaf verborgen te houden. De Lepeleire knijpt eveneens een oog dicht wanneer zijn militairen de villa van de heer Huyghebaert te Destelbergen leegplunderen. Burgemeester Jacques Cardon de Lichtbuer zal dit feit ter ore brengen van de bataljonscommandant.

Tijdens de tweede helft van de nacht van 19 op 20 mei meldt Luitenant Picalausa van het 1ste Eskadron van de Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie dat de grote wacht functioneert en zijn troepen op post zijn. Tijdens een officiersverkenning in de loop van 20 mei knalt de sidecar van Luitenant Picalausa op een wegblokkade die door het III/3C opgeworpen werd. De luitenant is ernstig gewond aan het hoofd. De chauffeur is er ook slecht aan toe. Beiden worden afgevoerd. Kapitein-commandant Populaire van het 3de Eskadron neemt het bevel over de grote wacht over.

De posities van het 3C worden een eerste keer aangevallen door de Luftwaffe. Er is enkel beperkte materiële schade.

III/3C
Luitenant-generaal Six bezoekt opnieuw zijn eenheden en Majoor Vandermeersch brengt hem op de hoogte van de problemen bij de 11Cie. De beide officieren bezoeken samen de steunpunten van de 11Cie en worden geconfronteerd met een openlijke weigering om te werken. Na een hevige woordenwisseling met de compagniecommandant laat Vandermeersch een mitrailleur van het tweede echelon richten op de stellingen van de 11Cie met als uitdrukkelijke opdracht op elke vluchtende militair te schieten.

De rest van de dag verloopt in relatieve rust. De majoors Vandermeersch en Imschoot kijken samen de verbinding tussen hun bataljons na.

Het 3C ligt bezet nog steeds de ondersector Destelbergen op de rechterflank van de sector van de 18de Infanteriedivisie. De vijand zal in de loop van de voormiddag contact maken met de posities van het naburige 39ste Linieregiment. Ook uit de richting van Wetteren en Kwatrecht weerklinkt het geluid van gevechten. Te Wetteren lijkt een grote rookkolom op te stijgen. Bij de karabiniers blijft het buiten enkele beschietingen nog steeds kalm. Tijdens de voormiddag laat Kolonel Brouhier zijn bataljonscommandanten in alle discretie een aanvang maken met het verkennen van de aftochtsroutes voor zijn regiment. De kolonel vraagt uitdrukkelijk om de hoofdwegen te vermijden. Het C47 geschut wordt aan het regiment onttrokken en verlaat de ondersector. Ter compensatie krijgen de twee voorste bataljons elk een C75TR kanon van het 26ste Regiment Artillerie om eventueel met vlakbaanbuur vijandelijke pantsers te kunnen beschieten.

III/3C
Omstreeks 01u00 wordt de commandopost van het bataljon gebombardeerd. Er is geen bijzondere schade. De rest van de dag wordt gewacht op te stellingen.

Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

In de eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16Div en de 18Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen; de 1Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen, de 2Div en de 4Div zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

In de voormiddag worden door voorposten van het 3C de komst van de eerste vijandelijke verkenners gemeld. Het gaat om enkele motorwielrijders die niet lijken gevolgd te worden door hun hoofdstrijdmacht.

Het regiment krijgt het bevel om te Drongen nieuwe munitie te gaan ophalen. Elk van de bataljons stuurt een vrachtwagen.

Omstreeks 18u00 ontbiedt Kolonel Brouhier zijn bataljonscommandanten om de verplaatsing naar Gent te bespreken. Brouhier duidt de marsroutes en posities aan. Het regiment zal op de zuidelijke flank van de divisiesector blijven en in de binnenstad ontplooien, maar de kolonel heeft geen informatie omtrent de te realiseren verbinding met de 16de Infanteriedivisie. Hij is ook niet op de hoogte over de afspraken rond de vernieling van de bruggen over de waterlopen in de stad. Het 3C verlaat na het vallen van de nacht zijn linies te Destelbergen. Via de Antwerpse Steenweg en de Dendermondse Steenweg trekken de colonnes de stad binnen.

III/3C
Majoor Vandermeersch is het gedrag van enkele van zijn kaderleden danig beu en vraagt de kolonel om de onmiddellijke mutatie van zijn adjunct Luitenant Berrewaerts en de commandanten van de 11Cie en 12Cie Luitenant De Lepeleire en Kapitein-commandant Préat. Kolonel Brouhier schuift de zaak op de lange baan en vraagt om een schriftelijke verantwoording die hij belooft te bestuderen. Tot ergernis van de majoor ontstaan nu ook problemen bij de 10Cie wanneer een gevluchte militair van een andere eenheid aankomt en beweert op weg te zijn naar huis omdat men te Poperinge maar liefst 40.000 militairen zou ontwapend hebben. Het onwaarschijnlijke gerucht zet heel wat militairen van de compagnie tot twijfel aan. Majoor Vandermeersch tracht zelf tussenbeide te komen en kan de man met heel wat moeite laten afvoeren naar de Rijkswachtpost te Destelbergen.

Na overleg op de commandopost van het regiment deelt de majoor zijn orders mee voor de verplaatsing naar Gent. De 12Cie dient een detachement jalonneurs te leveren om de marsroute af te bakenen. Het bataljon zal vertrekken tegen 01u00 in de nacht van 22 op 23 mei.

Kolonel Brouhier verdeelt zijn eenheden in de stad en richt zijn commandopost in nabij het Militair Hospitaal :

  • I/3C gaat in stelling langsheen aan de Leie langsheen de Veerkaai, Nieuwburgkaai en Hagelandkaai, tot net voorbij aan de Dampoort. Het 39Li sluit aan ten noorden in de Handelshaven. Het bataljon neemt ook de omgeving van het stadhuis en het belfort voor zijn rekening, maar besluit daar geen troepen te plaatsen. De commandopost van het bataljon komt op Bij Sint-Jacobs te staan. Dit bataljon ontvangt vuursteun van zes mortieren van de 10/IV/3C die naar het kruispunt van de Dampoort gericht worden.
  • III/3C bezet de kaaien tussen de Veerkaai en de Keizerpoort, langsheen de Visserij.
    • Van noord naar zuid worden de 9Cie, 11Cie en 10Cie opgesteld, met telkens twee pelotons op het voorste echelon en een peloton op een tweede echelon.
    • Er wordt tevens een wachtpost van drie militairen uitgezet langsheen de spoorlijn naar Antwerpen en Eeklo die parallel voor de linies loopt.
    • Een T13 van het 2de Licht Regiment wordt bij de Keizerpoort in stelling gebracht.
  • Het 41Li sluit aan ten zuiden vanaf de Keizerpoort. Dit bataljon ontvangt vuursteun van de tweede groepering van zes mortieren van het 3LA die de linkeroever van de Schelde tussen de spoorlijn en de Brusselsesteenweg dekken
  • II/3C bemant de tweede linie langsheen de Coupure
  • het regiment ontvangt vuursteun van twaalf MVD mortieren van de 10de batterij van het 3de Regiment Legerartillerie
  • de commandopost van het regiment wordt opgesteld in een woonhuis aan de Ekkergemstraat 3

Om 03u00 is het 3C op post en gaat iedereen aan het werk om de aanwezige steunpunten over te nemen en zo goed mogelijk te verbeteren. In het kwartier van het III/3C besluit Majoor Vandermeersch om het gros van zijn dotatie mitrailleurs te verdelen over de Slachthuisbrug, Kasteelbrug en Keizerpoort. De lichte mitrailleurs worden gericht op de aanloopwegen naar de visserij. In een café dat uitkijkt over de Brusselsesteenweg worden twee mitrailleurs geplaatst op de eerste etage.

De Duitsers ontdekken reeds tussen 05u30 en 06u30 dat het Bruggenhoofd Gent verlaten is. De aanvaller besluit om een risico te nemen en zo snel mogelijk het centrum van de stad te bezetten. Deze coup wordt geleid door de 56. Infanteriedivision die omstreeks 10u00 zijn verkenningsbataljon Aufklaerungsabteiling 25 lanceert. De bevelhebber van dit bataljon, de Duitse Luitenant-kolonel Rodt besluit om een onderhandelaar voorop te sturen en duidt Luitenant Paul Schönenberger aan. Tegen 11u20 bereikt de officier via een pijlsnelle rit over Lederberg de commandopost van het III/3C aan de Keizerpoort. Schönenberger draagt een witte vlag en moet de overgave van de stad komen eisen. De Karabiniers durven geen initiatief te nemen en verwijzen Schönenberger dan maar door naar het divisiecommando waar hij onder begeleiding rond 12u00 aankomt.

Luitenant-generaal Six weet ook geen raad met de onderhandelaar die de overgave van Gent eist en belt naar de staf van het Iste Legerkorps. Zijn telefoonoproep blijft zonder gehoor en de generaal zendt stafofficier Kapitein André Goormans met Schönenberger naar de legerkorpssstaf. Luitenant-generaal de Neve de Roden aarzelt niet om het gezelschap door te sturen naar het Groot Hoofdkwartier. Kapitein Goormans en Leutnant Schönenberger
komen rond 15u00 aan te Sint-Andries en worden ontvangen door Generaal-majoor Michiels, stafchef, en Generaal-majoor Van Overstraeten, persoonlijk raadgever van de koning. De beide opperofficieren besluiten om de Duitser te laten ondervragen door een specialist van het 2de Bureau. Inlichtingenofficier Majoor SBH Fouillien doet het nodige. Goormans en Schönenberger zullen omstreeks 16u40 teruggestuurd worden naar de divisiestaf en bereiken Drongen omstreeks 18u00.

Omdat Luitenant Schönenberger te lang weg blijft, stuurt de vijand een nieuw detachement naar de Karabiniers. Er wordt de Belgen wijs gemaakt dat er een indrukwekkende Duitse overmacht op de Keizerspoort afstevent. Een 400-tal Belgische soldaten van de 6/II/41Li en 11/III/3C geven zich onmiddellijk over en verlaten hun stellingen aan de Keizerspoort zonder een schot te lossen. Via het half vernielde Keizersas bouwen de Duitsers snel een klein bruggenhoofd uit langsheen de Frère Orbanlaan en de Brusselsepoortstraat. Ook de kazerne De Hollain wordt ingenomen, waar een 300-tal Belgische achterblijvers zonder problemen ingerekend worden.

De vijand zend onmiddellijk een detachement onderhandelaars naar het stadhuis. Het schepencollege wacht er de invallers af, maar verklaart niet langer in verbinding te zijn met de Belgische militairen en zegt niets te kunnen doen om de overgave van de stad te bepleiten. De Duitsers hijsen de oorlogsvlag op het Belfort. Majoor Imschoot van het Iste bataljon wil de vijand uit het stadhuis verdrijven en stelt snel een gevechtsgroep samen uit zijn bataljonsstaf. Alle beschikbare mannen worden opgetrommeld en zelfs de geneesheren Luitenant Dreutz en Onderluitenant Collinet worden bewapend. De gevechtsgroep wordt in drie gesplitst en de detachementen trachten het belfort te omsingelen. Intussen is het stadhuis omringd door een grote groep nieuwsgierige burgers die de majoor en zijn mannen aanmanen om niet te schieten. Majoor Imschoot trekt dan maar alleen het gebouw in en meldt aan de aanwezige Duitsers dat hij niet zal laten vuren maar ook niet zinnens is om zich over te geven.

Kort daarna valt Luitenant Remy met een stoottroep van het I/39Li met veel lawaai het stadhuis binnen. Remy wil de Duitse onderhandelaars gevangen nemen maar Imschoot gaat niet akkoord en het komt tot een hevige ruzie tussen de twee mannen. Beide officieren druipen af en laten de Duitsers alleen achter aan het belfort. De Duitsers maken van de gelegenheid gebruik om de eerste bezettingstroepen naar het stadscentrum door de sturen en bouwen hun bruggenhoofd verder uit. Het III/3C wordt opgerold en ook Majoor Vandermeersch wordt gevangen gemaakt. De Duitsers rukken verder op langs de Visserij.

Belgische soldaten leveren hun wapens in.

In de sector van het I/3C komt omstreeks 10u00 komt een Duitse verkenningspatrouille bestaande uit een vijftal voertuigen en enkele motoren langs de Dendermondsesteenweg het Antwerpenplein opgereden. De Duitsers menen dat alle Belgen gevlucht zijn en worden verrast door de Karabiniers aan de Dampoortbrug. Een C47 kanon treft een vijandelijke verkenningswagen. Te 14u00 krijgt het I/3C het bevel om tot de laatste man stand te houden. Rond 15u00 trachten de invallers opnieuw de Dampoortbrug te overschreiden maar het I/3C drijft de Duitsers terug.

Op de Coupure heeft het II/3C de ganse dag zijn posities kunnen behouden. Rond 15u15 worden alle bruggen op de Coupure opgeblazen. De zware explosies van de zes bruggen maken enorm veel schade aan omliggende huizen, wat de Gentenaars niet op prijs stellen. Door het vernietigen van alle bruggen over de Coupure daalt het moreel bij het I/3C en III/3C al snel tot ver onder nul. Nu elke mogelijkheid om te vluchten is weggevallen en de soldaten bovendien door de Gentse politie en de Duitsers worden aangemoedigd zich over te geven, begeven de soldaten zich in grote groepen naar het stadhuis om daar hun wapens af te geven en de strijd te staken.

Om half vier nemen de Duitsers definitief de zone rondom het stadhuis in. De Belgische genie venietigt de telefooncentrale in de Bennesteeg waardoor praktisch in gans het centrum al het telefoonverkeer onderbroken wordt. Ook de Carabiniers ondervinden hierdoor grote hinder omdat zij bij gebrek aan veldtelefoons van het openbare telefoonnet gebruik maken voor hun verbindingen. De leiding van het I/3C krijgt een uitdrukkelijk verbod contact te maken met Duitse onderhandelaars. De Coupure mag zeker niet opgegeven worden. Er worden extra mitrailleurs ontplooid om de vernielde bruggen te versterken. Intussen verloopt op het stadhuis een moeilijke discussie tussen de staf van het 3C, het stadsbestuur en de Duitsers over het lot van de stad. De militairen willen Gent kost wat kost verdedigen, terwijl het stadsbestuur de stad open wil verklaren om huizen en inwoners te sparen. De vijand dringt aan op het laatste.

Tenslotte vallen de vijandelijke eenheden die via de Keizerspoort de stad binnentrokken het I/3C rond 17u00 van de andere kant aan. De 3de compagnie gooit de wapens weg en geeft er als eerste de brui aan. De andere compagnies volgen al snel en een half uur later heeft ook dit bataljon zich overgegeven en leidt Majoor Imschoot de mannen van het I/3C naar de gevangenschap.

Om 18u00 verschijnt de Gentse politiecommissaris aan de stellingen het II/3C van Commandant Janssens en eist dat zij zich net zoals het I/3C en het III/3C zouden overgeven. Luitenant Devèze laat meteen de commissaris aanhouden en weigert gehoor te geven aan zijn pleidooi. Het tweede bataljon blijft over als enige eenheid van het regiment. Bij het vallen van de duisternis breken schermutselingen uit tussen het II/3C en de vijandelijke infanterie en moeten de Belgen zich proberen terug te trekken. Net voor hun terugtocht wordt de Albertbrug opgeblazen en dreigen de laatste Belgen in de binnenstad gevangen genomen te worden. Met behulp van de genie kunnen nog enkele Carabiniers aansluiting krijgen bij het II/3C via enkele geïmproviseerde noodbruggen over het kanaal Gent-Brugge.

Tegen middernacht is de georganiseerde aftocht van het Belgische leger te Gent naar de richting van de Leie en het Afleidingskanaal in volle gang. De Belgische troepen vernietigen na de overtocht van het kanaal Gent-Brugge, de bruggen van Vinderhoute, Lovendegem en Merendree. Ook de bruggen te Drongen en Mariakerke over de Verbindingsvaart ondergaan hetzelfde lot.

Het II/3C breekt om 00u30 zijn stellingen langs de Coupure op en gaat ervan door. Een detachement blijft achter bij een loopbrug aan de Nieuwe Wandeling om de laatste vluchtelingen van het I/3C en het III/3C toe te laten de stad te ontvluchten. Via deze route kan ook het gros van de 26ste compagnie van de Speciale Vestingseenheden ontkomen. Om 03u30 wordt niet langer gewacht. De loopbrug wordt vernield en de laatste Carabiniers trekken weg.

De 18de infanteriedivisie zal de reserve van het Vde legerkorps uitmaken. Dit legerkorps bemant aan het Afleidingskanaal van de Leie de noordelijke sector tussen Strobrug en Oostwinkel.

Van het 3C blijft alleen het tweede bataljon als georganiseerde eenheid over. Na een vermoeiende nachtmars komt het II/3C aan in het achtergebied van deze sector en wordt op zo’n 20 Km van het Afleidingskanaal rondom Hertsberge gekantonneerd. De 26ste compagnie van de Speciale Vestingseenheden wordt te Nachtegaal ondergebracht.

Aan het Afleidingskanaal van de Leie voeren de Belgen een omvangrijke positiewissel uit. De 6de infanteriedivisie heeft in de nacht van 24 op 25 mei het 9Li naar het zuidelijk front aan de Leie moeten sturen om er de Duitse doorbraak rond Kortrijk trachten te keren. In de ochtend krijgen ook de divisiestaf en het 1Gr het bevel om naar de Leie te vertrekken. De 6de divisie zal afgelost worden door de 18de infanteriedivisie.

De 18de divisie zal voor de nakende actie aan het Afleidingskanaal samengesteld worden uit de volgende eenheden:

  • IIde bataljon van het 3Gr
  • IIde bataljon van het 3C
  • Iste bataljon van het 39Li
  • IVde bataljon van het Regiment Speciale Vestingstroepen Antwerpen
  • 7de Jagers te Voet
  • 1ste Carabiniers
  • Groep Cyclisten van de 18de infanteriedivisie

Dit geheel zal artilleriesteun ontvangen van de vier groepen van het 6A. De Iste en IIIde groep van het 13A leveren bijkomende vuurkracht van op hun nieuwe posities te Kleit Kampel en Prinsenveld. Drie secties C40 Bofors kanonnen van de IXde groep van het 1DTCA staan in voor de luchtafweer.

De Duitsers steken die dag het Afleidingskanaal van de Leie over en de restanten van het 3C trekken zich samen met de 18de divisie ‘s avonds terug.

Via Oedelem trekken de overblijvende troepen van de 18de divisie tijdens de nacht van 26 op 27 mei naar Oostkamp.

De weinige georganiseerde restanten van het 3C bevinden zich nog steeds in het gebied tussen Oostkamp en Brugge wanneer het nieuws van de capitulatie binnenloopt.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Taghon, P., 1986, Gent mei 1940, Gent: Historica.
  2. Dagboek Majoor René Vandermeersch.