3de Regiment Grenadiers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 3de Regiment Grenadiers | 3ème Régiment de Grenadiers | 3Gr
Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Grenadiers
Onderdeel van Staf, Iste en IIIde Bataljon: Maritieme Basis
IIde Bataljon: 18de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel F. Coibion
Standplaats Staf, I en III Bataljon: Belgische Kust
Commandopost te LissewegeII Bataljon: Verbindingskanaal Maas-Schelde
Kwartier Oostmalle
Commandopost te Steenovens
Samenstelling I Bataljon
(Kapitein-commandant W. Jorissen)
1ste Compagnie Fuseliers (Cdt F. Brohez)
2de Compagnie Fuseliers (Lt graaf J. de Renesse)
3de Compagnie Fuseliers (Lt Claude Dumont de Chassart)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt H. Jacqmain)
II Bataljon
(Majoor Theo Lejeune)
5de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Van Horen)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Ladislas de Brochowski)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Massart)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Lodewijk Van Doorslaer)
III Bataljon
(Kapitein-commandant V. Monefeldt)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt Henri Gérard)
10de Compagnie Fuseliers (Lt G. Dendauw)
11de Compagnie Fuseliers (Lt J. Loumaye)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt M. Uyttebroeck)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant J. de Hulst)
Medische Compagnie (Geneesheer Luitenant A. Rener)
Peloton Verkenners (Luitenant Louis d’Oyere)

Tijdens de mobilisatie

Staf/3Gr
Het 3e Regiment Grenadiers (3Gr) werd opgericht op 20 september 1939 in de Prins Albertkazerne te Brussel met de wederoproeping van de bataljonscommandanten, compagniecommandanten en keuronderofficieren. Het gros van het regiment werd op 22 september 1939 gemobiliseerd te Mechelen als ontdubbelingsregiment van het 1ste Regiment Grenadiers (1Gr). De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen 28, 29, 30 en 31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de bijkomende zware mitrailleurs, de mortieren en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

Het 3Gr verbleef vervolgens tot 3 oktober 1939 in het Kamp van Beverlo voor een opleidingsperiode, samen met de overige formaties van de 15de Infanteriedivisie en de 18de Infanteriedivisie. Op 4 oktober 1939 werd het regiment op de trein gezet naar Oostende en werd verantwoordelijk voor de verdediging van de oostkust. Tijdens deze inzet overlijdt de bevelhebber van het regiment, Luitenant-kolonel Robberechts, op 17 november 1939. Kolonel Coibion van de Hogere Directie van de Infanterie nam het commando over.

In december 1939 werd de divisie verplaatst naar het Bruggenhoofd Gent om daarna, in januari 1940, naar het Albertkanaal overgeplaatst te worden. In februari 1940 belandde het 3Gr in de sector Leuven van de K.W. Stelling.

Tenslotte komt de 18de Infanteriedivisie op 24 februari 1940 aan op de Vooruitgeschoven Stelling langsheen het Verbindingskanaal Maas-Schelde in de sector tussen Sint-Lenaarts en Arendonk. De formatie zal hier de 9de Infanteriedivisie aflossen. Het gros van de grenadiers (Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr) gaan over naar het commando van de Versterkte Positie Antwerpen (Vde Legerkorps). De staf wordt ingekwartierd te Mortsel Oude-God, het Iste Bataljon te Wilrijk en het IIIde Bataljon te Borsbeek. Het IIde Bataljon (II/3Gr) en het Peloton Verkenners (Pl Vkr/3Gr) blijven bij de 18de Infanteriedivisie (18Div) in de Kempen.

Op 11 april 1940 keren de Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr terug naar de Belgische kust.

Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr
Eens aangekomen in de kuststreek komt het regiment onder bevel te staan van Luitenant-generaal Etienne Glorie, commandant van de Maritieme Basis. De Maritieme Basis bestaat naast het 3Gr nog uit het Marinekorps, het 37ste Linieregiment, I/5LA en de 7de Batterij van II/5LA.

De commandopost van het 3Gr wordt te Lissewege opgesteld. Het Iste Bataljon is samen met het IIIde Bataljon verantwoordelijk voor de bewaking van het oostelijke deel van de Belgische kustlijn. Het Iste Bataljon bewaakt het kwartier tussen Zeebrugge en de Nederlandse grens. De bataljonsstaf heeft zijn onderkomen te Zeebrugge. Drie compagnies verblijven in dit dorp. De vierde compagnie is te Knokke-Heist ingekwartierd. Het IIIde Bataljon is toegewezen aan de zone tussen Wenduine en Zeebrugge. De staf van dit bataljon is ingekwartierd te Wenduine. Twee compagnies verblijven in dit dorp. De 9de Compagnie is te Blankenberge gestationeerd en de laatste compagnie blijft in algemene reserve te Lissewege.

II/3Gr
Het IIde Bataljon (II/3Gr) bevindt zich aan de vooravond van de oorlog nog steeds in de Kempen en staat onder bevel van de 18de Infanteriedivisie (18Div). De 18Div bewaakt hier een sector van de zogenaamde Vooruitgeschoven Positie. De taak van de divisie bestaat er in om door het uitvoeren van vernielingen aan de bruggen en het wegennet de Duitse invallers af te remmen, om zich daarna terug te trekken binnen het oostelijke uiteinde van de Versterkte Positie Antwerpen. De 18Div is echter nog steeds onvolledig. Bij de overplaatsing van de Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr van het Vde Legerkorps naar de Maritieme Basis werd het volledige 39Li toegewezen aan de Versterkte Positie Antwerpen en heeft dit regiment de Vooruitgeschoven Positie moeten verlaten. Ook 26A ontbreekt nog steeds en wordt eveneens binnen de Versterkte Positie Antwerpen ingezet. Er resten de 18Div bijgevolg nog slechts vier infanteriebataljons, aangevuld met de Wielrijdersgroep van de eigen divisie en de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie. Luitenant-generaal Six heeft wel nog de I/17A als artilleriesteun ontvangen. Daarenboven moet de kleine divisie een bijzonder uitgestrekt front met een lengte van zo’n 40 Km bemannen.

Het gemeentehuis van Lissewege, CP van 3Gr.

Staf/3Gr
De commandopost van het regiment wordt geïnstalleerd in het gemeentehuis van Lissewege. Op de eerste oorlogsdag is Kolonel Coibion met spoedverlof. Hij zal rond de middag terugkeren bij zijn regiment om het bevel over te nemen van commandant a.i. Kapitein-commandant Monefeldt. Vanaf 13u00 meldt de regimentsstaf de doortocht van gemotoriseerde troepen van het Franse leger op weg naar Zeeland. De hoofdweg langsheen de Belgische kust is door de Franse militaire planners aangeduid als I-1, de meest westelijke van in totaal vijf opmarsroutes die het 7de Leger van Generaal Giraud zal gebruiken bij zijn opmars naar Nederland.

I/3Gr
Het bataljon bezet zijn steunpunten te Zeebrugge met drie compagnies en verspreidt zijn vierde compagnie over de gemeentes Knokke en Heist. De commandopost van het bataljon bevindt zich te Zeebrugge.

II/3Gr
Het II/3Gr noteert om 03u07 de ontvangst van het algemeen alarm in zijn velddagboek. De posities van het bataljon omvatten het kwartier Oostmalle dat strekt van Sint-Lenaarts in het westen tot Sint-Jozef in het oosten. De 7de Compagnie ligt op links, de 6de Compagnie in het centrum en de 5de Compagnie in het oosten. Tussen Sint-Lenaarts en de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen zijn geen troepen langsheen het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten gestationeerd. Vanaf Sint-Jozef neemt het 3de Regiment Karabiniers de linies over. Het bataljon wordt ondersteund door het 1ste Eskadron (minus een peloton) en twee secties mitrailleurs van de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie. De eskadronsstaf bevindt zich te Steenovens. Het 2de en 3de peloton van dit eskadron opereren van uit Meer en Meerle en zijn toegewezen aan de grensbewaking.

Het Peloton Verkenners van 3Gr bevindt zich eveneens te Steenovens.

Naast bataljonscommandant is Majoor Lejeune tevens de bevelhebber van Ondersector West van de 18de Infanteriedivisie. Deze ondersector loopt van Sint-Lenaarts in het westen tot Beerse in het oosten en omvat naast II/3Gr ook nog III/3C dat het kwartier Beerse bewaakt.

Vanaf de late voormiddag laat de staf van het IVde Legerkorps de bruggen over het Verbindingskanaal-Maas Schelde ten oosten van Turnhout vernielen. De bruggen tussen Sint-Lenaarts en Turnhout blijven intact om de opmars van het Franse 7de Leger niet te belemmeren. Het Groot Hoofdkwartier en IVde Legerkorps weten echter niet dat hiermee de Franse opmarsroutes I-4 (Boulogne-Turnhout) en I-5 (Monteuil-Kasterlee) afgesneden worden.

Wanneer de eerste Franse verkenningstroepen in de vooravond toekomen in de sector van de 18de Infanteriedivisie, zijn onze zuiderburen bijzonder misnoegd over het feit dat dat de bruggen ten oosten van Turnhout in het water liggen en dat alle daarop volgende colonnes van het 7de Leger moeten omgeleid worden naar het gedeelte van het Verbindingskanaal dat tussen Sint-Lenaarts en Turnhout ligt. Terwijl de Franse voorhoedes de grens oversteken, komt omstreeks 22u00 het detachement van Lieutenant de Villèle aan te Turnhout. Deze officier moet de link vormen tussen de westelijke en oostelijke opmarsroutes. De voorhoedes worden op korte afstand gevolgd door de 1er Division Légère Mécanique [1(FRA)DLM] die zijn verkenningsregiment het 6e Régiment de Cuirassiers voorop laat rijden [7]. Achter deze formatie komt de gemotoriseerde infanterie van het 4e Régiment de Dragons Portés met zijn gevechtsondersteunende elementen. Het zijn deze laatste formaties die vanaf 11 mei verwacht worden in de sector van de divisie. De 1(FRA)DLM laat weten dat het zijn commandopost te Oostmalle zal installeren.

III/3Gr
Tijdens de nacht van 9 op 10 mei 1940 is Sergeant Smekens van wacht bij de telefoon op de commandopost van het bataljon. Kort na 01u00 trommelt hij de officieren uit hun bed op aangeven van de regimentsstaf. Tegen 02u00 is de bataljonsstaf op post. De oorlogscommandopost van het bataljon wordt geopend te Wenduine. De troepen worden uitgestuurd naar hun gevechtsposities en tegen 04u15 hebben de laatste troepen hun kantonnementen verlaten. De staf van de 12Cie blijft eveneens te Wenduine. De 9Cie wordt ontplooid te Blankenberge. De 10Cie wordt opgesteld van De Haan tot Wenduine. De 11Cie gaat te Lissewege in reserve. Ten westen van het bataljon, vanaf De Haan, starten de posities van het 37Li. Vanaf Zeebrugge tot aan de Nederlandse grens neemt het I/3Gr over.

Kapitein-commandant Monefeldt komt even voor 13u30 aan bij zijn bataljon nadat hij het bevel over het regiment overgegeven heeft aan de uit verlof teruggekeerde Kolonel Coibion. De rest van de dag wordt besteed aan het inrichten van de diverse steunpunten. Bij valavond bevestigt Monefeldt dat 2/3 van de manschappen op de steunpunten van wacht zal zijn, terwijl telkens 1/3 kan gaan slapen. Vanaf 03u00 moeten de gevechtsposities volledig bemand worden om een eventuele landing bij dageraad te onderscheppen.

Grenadiers op de zeedijk van Heist in april 1940.

Staf/3Gr
Na een rustige nacht meldt de regimentsstaf de regelmatige passage van nieuwe colonnes van het Franse leger.

Hierbij horen nu ook detachementen die de Franse legerleiding langsheen onze kust wil ontplooien. Als eerste arriveert het IIIde Bataljon van het 225ème Regiment d’Infanterie (III/225RI) per vrachtwagen. Dit bataljon is een element van de tijdelijke groepering Détachement Maillot. Deze groepering vormt de voorhoede van de 68ème Division d’Infanterie van de Groupement Littoral Nord, op zijn beurt een onderdeel van het commando Amiral Nord geleid door Vice-Admiraal Jean-Marie Abrial. De groepering wordt bevolen door Luitenant-Colonel Maillot en omvat naast het III/225RI ook nog de 59ème Groupe de Reconaissance de Division d’Infanterie en twee detachementen van de marine. Deze troepen worden verspreid over de drie belangrijkste havens van onze kust te Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge om de Noordzeeflank van het Franse leger veilig te stellen. Het III/225RI neemt de haven van Zeebrugge in en bezet eveneens de bruggen aan het westelijke uiteinde van het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en het Kanaal naar Brugge. De Franse militairen installeren zich zonder overleg rondom de posities van het 3Gr.

De rest van de Franse 68ème Division d’Infanterie zet zich langzaam in beweging. Om 20u00 vertrekt het I/225RI met de uit België teruggekeerde vrachtwagens van uit Duinkerke naar Knokke. Het bataljon zal hier tijdens de nacht van 11 op 12 mei aankomen om de zeedijk en het militaire vliegveld in te nemen. De overige infanterie-eenheden van de divisie zullen de verplaatsing te voet afleggen.

II/3Gr
De Franse 1er Division Légère Mécanique is inmiddels aangekomen in de Noorderkempen. Omstreeks 08u15 dient de commandant van deze divisie, Général de Brigade François Picard, zich aan op de commandopost van het II/3Gr. Picard licht toe dat de rol van zijn troepen er in bestaat om een verbinding tot stand te brengen tussen de Belgische en de Nederlandse legers op de lijn ‘s Hertogenbos – Tilburg – Arendonk. Hij meent te weten dat de Nederlandse troepen die op de Peelstelling ontplooid zijn, zich bij contact met de vijand eveneens zullen terugplooien op deze linie.

De commandopost van Majoor Lejeune wordt om 10u15 kortstondig beschoten door een Duits vliegtuig. Er is geen schade en Lejeune besluit ter plekke te blijven.

Het bezoek van Generaal Picard wordt om 10u15 gevolgd door Lieutenant Gérard van de Franse genie. Deze officier heeft de opdracht meegekregen van Colonel Charbonier van het 121ème Régiment d’Infanterie om er voor te zorgen dat de Belgen niet op eigen houtje zouden overgaan tot het vernielen van de bruggen 8, 9 en 10 op het Verbindingskanaal. Het Franse leger plaats eveneens eigen wachtdetachementen bij elke van deze drie voor hun opmars vitale bruggen.

III/3Gr
Het bataljon kent een nacht zonder incidenten. Ook het III/3Gr meldt de komst van Franse troepen. Na de middag komt de kolonel op inspectieronde.

Staf/3Gr
Kolonel Coibion staat verbaast wanneer de staf van het Franse 225ème Regiment d’Infanterie op het gemeentehuis van Lissewege aankomt om hier het hoofdkwartier van het regiment in te richten. Na overleg met de Maritieme Basis wordt besloten om het dorp over te geven aan het Franse leger. De regimentsstaf verhuist naar Wenduine.

II/3Gr
In Nederland nemen de Duitsers de stad Tilburg in en trekt het Franse 7de leger terug naar de lijn Breda-Turnhout. Voor de grenadiers verandert er voorlopig niks. De militairen wachten af op hun stellingen.

III/3Gr
Bij de gasfabriek te Wenduine vindt een ernstig incident plaats wanneer wachtpost Soldaat Bellemans van de 10Cie plaatselijke inwoner Albert Deprez neerschiet. Bellemans had na de nodige waarschuwingen het vuur geopend en er wordt besloten dat hij correct handelde. Doorheen de ganse dag worden verschillende burgers gearresteerd door de nerveuze militairen. De arrestanten worden allen overgedragen aan de Rijkswacht van Blankenberge.

Pelotonscommandant Luitenant Faurès van de zelfde 10Cie gaat over naar de diensten van het Militair Auditoraat op verzoek van het Ministerie van Landsverdediging. Hij wordt vervangen door Luitenant Druet.

Staf/3Gr
De Maritieme Basis laat weten dat de Franse 68(FRA)DI het 341ème Régiment d’Infanterie zal opstellen tussen Oostende en Blankenberge. Tijdens de nacht van 13 op 14 mei zal de verdediging van Blankenberge overgenomen worden door een detachement van dit regiment. De 9de Compagnie van het III/3Gr die de gemeente bezet, krijgt het bevel om naar Wenduine uit te wijken en het gros van het bataljon te vervoegen.

I/3Gr
Ten gevolge van de aankomst van de Franse troepen, wordt het Iste Bataljon verplaatst naar een nieuw kwartier vanaf de vuurtoren van Oostende over Bredene tot De Haan.

II/3Gr
De bataljonsstaf verneemt dat de vijand de Nederlandse stad Breda zou bezet hebben. De eindeloze sliert burgers op de vlucht voor het oorlogsgeweld lijkt inderdaad te bevestigen dat de vijand nadert. Omstreeks 13u00 komen enkele uitgeputte Rijkswachters aan bij de 5Cie. De gendarmen zijn gevlucht van de grenspost van Meer toen de Duitsers hier onze landsgrens naderden. Meer ligt op amper 15Km voor de linies van het II/3Gr. Ten oosten van Turnhout zouden de Karabiniers contact gemaakt hebben met de vijand nabij Arendonk. Bij de Grenadiers blijft het nog steeds rustig. Aan de sluis van Rijkevorsel is blijft het de ganse dag bijzonder druk met vluchtelingen die naar het zuiden willen. Bij een bominslag nabij de militaire loopbrug te Sint-Jozef raakt Sergeant Robin zwaargewond. Majoor Lejeune ontvangt een bevel van de divisiestaf om de motorvoertuigen en paardenkarren die niet strikt noodzakelijk zijn voor het gevecht om 21u00 door te sturen via Oostmalle en Vremde naar Broechem.

III/3Gr
De 9de Compagnie krijgt het bevel om Wenduine over te dragen aan een detachement van het Franse 341ème Régiment d’Infanterie en moet vervolgens Wenduine vervoegen. De aflossing zal aan het eind van de dag starten.

Hof Zevenbergen te Ranst.

Staf/3Gr
De regimentsstaf verneemt dat de Franse verkenners van de 59ème Groupe de Reconaissance de Division d’Infanterie ons land zullen verlaten om Zeeuws-Vlaanderen binnen te trekken en Breskens over te nemen van de troepen van hun 60ème Division’ Infanterie. Het III/225RI zal hen tijdens de nacht van 13 op 14 mei volgen.

II/3Gr
De druk op de Frans-Belgische linies tussen Turnhout en Dessel houdt ook tijdens de nacht van 13 op 14 mei aan. De 18Div krijgt kort na middernacht het bevel tot de terugtocht van het Franse 7de Leger en deelt zijn marsorders uit. De 18Div verlaat de Franse commandostructuur en dient zich terug te trekken over het Albertkanaal en de Nete tot binnen de Versterkte Positie Antwerpen:

  • Het 3C moet via Ranst, Broechem en Emblem naar Duffel. Onderweg dient het regiment te Emblem de elementen van het 15Gn op te pikken die naar deze locatie doorgestuurd werden en deze naar Lint te dirigeren.
  • Het II/3Gr moet via de zelfde route eveneens naar Duffel.
  • De I/17A dient kantonnementen aan de rand van Lint op te zoeken.
  • Het 15Gn zal in de dorpskern van Lint ingekwartierd worden.
  • De 18Cie zal teruggeroepen worden uit Boom en moet eveneens het dorp Lint vervoegen.
  • Het hoofdkwartier van de divisie wordt gesloten en de commandostaf zal tijdens de eerste helft van de nacht van 14 op 15 mei verplaatst worden naar het gemeentehuis van Lint.

De start van de aftocht dient gepland te worden voor 01u30. Het II/3Gr mag zich vanaf 01u50 verplaatsen. Om 02u30 beveelt ook de 1(FRA)DLM tot een nieuwe aftocht. Het 4RDP moet tegen 06u30 aankomen op de lijn Sint-Lenaarts-Oostmalle-Zoersel-Zandhoven-Vierse. Het 7de leger krijgt het bevel om zijn oorspronkelijke missie definitief op te geven en wordt door het Grand Quartier Général teruggeroepen naar de Franse legerzone. Te Arendonk trekken nog meer Franse troepen naar het zuiden en komen deze troepen samen met de eenheden van de 18Div in contact met de Duitse voorhoede.

Het bataljon steekt te Schilde de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen over in de ondersector van het 22ste Linieregiment. De bataljonsstaf en de motorvoertuigen passeren hier reeds rond 04u30, gevolgd tussen 07u00 en 09u00 door de vier compagnies. Na de doortocht van de laatste Belgische troepen gaat het 22Li over tot het vernielen van het wegdek en de sluiting van de Cointet-hekkens.

Het bataljon meldt uiteindelijk om 16u00 dat de zijn troepen te Ranst ingekwartierd zijn. De troepen zijn uitgeput en de ganse namiddag zullen talrijke achterblijvers het kantonnement binnen strompelen. Het dorp Ranst ligt er verlaten bij, met uitzondering van enkele ondernemende cafébazen die achtergebleven zijn en hun laatste voorraad aan de militairen van de hand doen. Een paar verdwaalde Franse militairen lopen doolloos in de straten rond.

III/3Gr
De aflossing van de 9de Compagnie door het detachement van het Franse 341ème Régiment d’Infanterie wordt uitgevoerd tussen 02u45 en 03u50. De compagnie vervoegt Wenduine. Het bataljon wordt om 19u45 op preadvies geplaatst om zich te verplaatsen. Orders worden beloofd voor de komende nacht, maar zullen niet aankomen tot de ochtend van 15 mei.

Militairen van het 3Gr te Wenduine.

Staf/3Gr
Na de capitulatie van Nederland vertrekt ook het 341ème Régiment d’Infanterie richting Breskens nadat de rest van de 68 (FRA) Div divisie het bevel heeft ontvangen om Zeeuws-Vlaanderen binnen te trekken. De 68 (FRA) Div krijgt als opdracht de zuidelijke oever van de Zeeschelde te beveiligen.

II/3Gr
Het bataljon meent te Ranst te zullen blijven, maar krijgt om 01u00 het bevel van de divisiestaf om zich naar Borsbeek te verplaatsen. Majoor Lejeune trommelt zijn troepen op en start de verplaatsing tussen 04u30 en 05u00. Na een korte etappe van een vijftal kilometer wordt het II/3Gr tijdelijk ondergebracht in het oude Fort 3 van Borsbeek. Vervolgens wordt gewacht op nieuwe bevelen. Lejeune verneemt omstreeks dat het bataljon zal ontplooid worden langsheen het Albertkanaal tussen Kilometerpaal 77 en de brug van Oelegem en laat zijn installatiepersoneel direct vertrekken.

Deze inzet wordt echter afgeblazen en het bataljon wordt doorgestuurd naar Boechout. Het II/3Gr zal nu in dit dorp in reserve blijven, maar dient zijn 6de Compagnie te detacheren naar het hoofdkwartier van het IVde Legerkorps in Fort 4 te Mortsel om de verdediging van de staf over te nemen van de daar aanwezige compagnie van het 39Li. De 5de Compagnie wordt dan weer achtergelaten in Fort 3 te Borsbeek. De commandopost van het bataljon bevindt zich nu het Sint-Gabrielcollege aan de Lange Kroonstraat te Boechout.

III/3Gr
Om 10u45 krijgt het bataljon eindelijk het marsbevel dat beloofd was voor de vorige avond. Het bataljon moet naar Blankenberge vertrekken om hier het Iste Bataljon af te lossen. De 10de Compagnie zal Wenduine blijven bewaken. De inplaatsstelling te Blankenberge start om 13u15 en wordt als volgt uitgevoerd:

  • De bataljonsstaf en de staf van de 12Cie worden ondergebracht te Uitkerke.
  • De 9Cie bewaakt Blankenberge.
  • De 10Cie bewaakt Wenduine.
  • De 11Cie wordt verspreid over Blankenberge en Uitkerke.

II/3Gr
Met uitzondering van de 6Cie die gedetacheerd is naar Fort 4 te Mortsel en de 5Cie die in Fort 3 te Borsbeek behouden is, verblijft het II/2Gr te Boechout. Tijdens de ochtend vervoegt de 5Cie echter opnieuw het bataljon. De rest van de dag wordt besteed aan de reorganisatie van het bataljon. Majoor Lejeune laat in de omgeving verschillende revolvers en pistolen opeisen, samen met enkele bijkomende fietsen en motorfietsen

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling ten volle verdedigd werd, moet deze verdedigingslinie worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en rukt op naar de Atlantische kust. In het noorden heeft Nederland zich overgegeven en het geallieerd dispositief moet worden aangepast. Tijdens de namiddag verspreidt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de nodige bevelen voor de ontruiming van de KW Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei en om het leger terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De divisie krijgt kort na 16u00 het bevel om het afmarsgebied van de 12Div en de 15Div te ontruimen door het gros van zijn troepenmacht onmiddellijk te verplaatsen naar Mortsel en Kontich. Het 39Li, het 15Gn en de 18 Cie TTr moeten hun huidige standplaatsen opgeven om zich via de Krijgsbaan naar Mortsel te begeven. Het 3C, II/3Gr en de Groepering Wielrijders van de 18Div moeten via Ranst, Vremde, Boechout en Hove naar Kontich. Het II/3Gr vertrekt tussen 17u00 en 18u00.

In de loop van de avond zal de 18Div zich op weg zetten naar de linkeroever van de Schelde. Het marsbevel hiervoor bereikt de bataljonsstaf rondom 22u00. Het 3C, het II/3Gr en de Wielrijdersgroep van de 18Div zullen over de baan naar Temse terugtrekken en krijgen een marsroute aangewezen via Reet tot aan de brug over de Rupel te Boom. Van hier uit moet het dan verder via Kalfort, Puurs en Bornem tot aan de Schelde waar via de militaire brug Temse moet bereikt worden.

Reeds omstreeks 22u30 duikt echter de 6Cie op aan de militaire bootbrug over te Schelde te Hemiksem. Deze compagnie is te vroeg vertrokken en heeft zich bovendien niet gehouden aan het bevel om via Boom te marcheren. De compagniecommandant ontbreekt en de stafofficier van de divisie die de passage controleert, stelt vast dat heel wat persoonlijke bewapening achtergelaten werd door de manschappen.

III/3Gr
De posities van het bataljon blijven ongewijzigd.

II/3Gr
Met uitzondering van de 6Ci bereikt het bataljon de brug van Boom om 00u55. Majoor Lejeune staat er om om de mars eveneens te voet af te leggen en leidt zijn troepen door de nacht naar de Schelde. Het II/3Gr fungeert als hekkensluiter van de visie en komt aan te Temse omstreeks 05u30. De 6Cie vindt hier opnieuw aansluiting. De majoor installeert zijn commandopost aan de Kasteelstraat 26. De 6Cie wordt ontplooid als bewakingsdetachement van de bruggen over de Schelde.

Het bataljon marcheert nog tijdens de voormiddag naar Lokeren om kantonnementen ten noordwesten van de stad op te zoeken.

III/3Gr
De posities van het bataljon blijven ongewijzigd.

II/3Gr
De 18de Infanteriedivisie komt onder bevel van het Iste Legerkorps (I/CA) en wordt doorgestuurd naar het Bruggenhoofd Gent. Het I/CA zal deelnemen aan de verdediging van het Bruggenhoofd Gent en zal opgesteld worden vanaf Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen tot Melle langs de Schelde. Ten noordoosten van Gent zal de 18Div postvatten vanaf het Grootdok in het noorden tot Destelbergen in het zuiden. Ten zuidoosten van Gent wordt de 16Div opgesteld met het 41Li in boogvorm tot Melle en het 44Li langs de Schelde. De 1Div zal in de Gentse binnenstad ontplooid worden. Het 16A zal vuursteun leveren aan het I/CA als korpsartillerie.

Het II/3Gr wordt van uit Lokeren met vrachtwagens van de Legerautogroepering overgebracht naar het Bruggenhoofd Gent. De drie fuselierscompagnies zullen elk verzegeld worden van de hun toebedeelde mitrailleursploegen van de 8Cie. Door verkeerd stafwerk wordt het bataljon aanvankelijk naar Eke aan de Schelde gedirigeerd. De bestemming van de 18Div wordt de sector ten noordoosten van Gent, vanaf het Grootdok in het noorden tot Destelbergen in het zuiden. Het II/3Gr moet hierbij op de linkerflank postvatten langsheen de westrand van het Grootdok. De fout wordt pas ontdekt na het vertrek van de 5Cie en de 6Cie, zodat slechts de bataljonsstaf en de 7Cie naar de juiste bestemming gestuurd worden.

De 5Cie en 6Cie worden afgezet in Eke in de loop van de namiddag. Ook hier wordt de vergissing duidelijk, maar de vrachtwagens zijn al vertrokken en het detachement zit zonder transport. De manschappen zijn te moe om een voetmars naar Gent aan te vatten en de Kapitein-commandanten Van Horen en de Brochowski besluiten tot 20u00 te wachten en de manschappen te laten rusten. De beide compagnies zullen tijdens de nacht van 18 op 19 mei naar het Grootdok terugmarcheren.

De bataljonsstaf van het II/2Gr. de staf van de 8Cie en de 7Cie komen aan op hun nieuwe posities aan het Grootdok.

III/3Gr
Negen dagen na de start van de veldtocht meldt het bataljon een tweede ernstig incident. Te Blankenberge worden enkele steunpunten van de 11de Compagnie worden gemitrailleerd door een Duits vliegtuig. Er vallen geen slachtoffers.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De 5Cie komt aan tijdens de vroege ochtend, na een geforceerde mars van Eke doorheen Gent. De 6Cie heeft halt gehouden in de Gentse binnenstad en heeft de nacht doorgebracht in de omgeving van de Singel. De mannen zijn nu onderweg sinds 13 mei en de lange nachtelijke verplaatsingen hebben duidelijk hun tol geëist. De compagnie vervoegt het bataljon in de loop van de ochtend.

Het II/3Gr bevindt zich op linkerflank van de nieuwe sector van 18de Infanteriedivisie. Het onderkwartier van het bataljon loopt grosso modo gelijk met de westelijke oever van het Grootdok. Op de linkerflank ligt het 20Li en start de sector van de 11de Infanteriedivisie. Op de rechterflank bevindt zich het 39Li. Het bataljon kan zich tegoed doen aan een goederentrein die de voorraden van de intendance uit Gent moet helpen evacueren. De manschappen bekomen een flinke hoeveelheid corned beef en paté in blik. Het weer is prachtig en iedereen tracht zo veel mogelijk bij te slapen en uit te rusten.

De drie compagnies worden ontplooid langsheen de westelijk kade van het dok, met de 5Cie in het noorden, de 6Cie in het centrum en de 7Cie in het zuiden. De steunpunten van 5Cie van Kapitein-commandant Van Horen zijn gesitueerd op de terreinen van een grote chemische fabriek. Van Horen heeft zijn commandopost opgesteld in het laboratorium van het bedrijf. De bataljonsstaf staat opgesteld aan de Industriekaai 181

III/3Gr
Om 14u45 laat de regimentsstaf weten dat het bataljon nogmaals verplaatst wordt en nu is toegewezen aan de verdediging van de kuststrook tussen Zeebrugge en Heist. Het bataljon zal hierbij versterking krijgen van de 3de Compagnie van het Franse 341ème Régiment d’Infanterie [341(FRA)RI] dat nu met de rest van de 68ème Division d’Infanterie aangehecht is bij het 7de Leger. Het 341(FRA)RI is aangeduid om een Duitse landing op onze kust te helpen voorkomen en bezet de kust van Zeeuws-Vlaanderen tussen Breskens en Heist. De opstelling wordt als volgt:

  • De commandopost van het bataljon wordt ontplooid in het station van Zeebrugge.
  • De 9Cie verdedigt het sluizencomplex en de bruggen over het kanaal naar Brugge, het Afleidingskanaal van de Leie en het Leopoldskanaal in en om de haven.
  • De 10Cie wordt ontplooid in het dorp en op de havenmuur.
  • De 11Cie wordt opgesteld net ten westen van het dorp
  • De 3Cie van het 341(FRA)RI wordt verantwoordelijk voor de verdediging van Heist. De Franse Capitaine Laurens, bevelhebber van deze compagnie, komt aan op de bataljonsstaf omstreeks 20u45. Zijn compagnie wordt tegen 23u00 opgesteld.

II/3Gr
Tijdens de nacht van 19 op 20 mei hoort de bataljonsstaf via de divisie dat de stad Aalst in handen van de vijand is. De manschappen worden om 03u30 in staat van alarm geplaatst en de stellingen blijven volledig bezet en gevechtsklaar tot het goed en wel dag geworden is. Er gebeurt echter niks. Het gewone werkritme wordt hervat.

III/3Gr
De opstelling van het bataljon blijft ongewijzigd. Tijdens de avond wordt de kust op verschillende locaties gebombardeerd door de Luftwaffe. Er is geen schade bij het bataljon.

Het Grootdok te Gent in vredestijd.

II/3Gr
Het II/3Gr bevindt zich nog steeds te aan het Grootdok te Gent.

III/3Gr
Het III/3Gr is nog steeds aan de oostkust en ontvangt versterking van een detachement van het 42ste Linieregiment (42Li) bestaande uit de 9de Compagnie Fuseliers van het 42Li (9/III/42Li) en een deel van de 12de Compagnie Mitrailleurs (12/III/42Li). Dit detachement wordt in de haven van Zeebrugge opgesteld en neemt een naar Zeeuws-Vlaanderen gerichte positie aan.

De 3de Compagnie van het Franse 341RI wordt teruggeroepen van Heist en in de Zeebrugse haven opgesteld om een naar Zeeuws-Vlaanderen gerichte positie aan te nemen.

Ten westen van het III/3Gr verlaat het 37Li zijn stellingen om van de kust naar het front aan het Kanaal Gent-Terneuzen gestuurd te worden.

Tijdens de avond volgt een Duitse luchtaanval op het woongedeelte van de Vuurtorenwijk te Oostende (“den Opex”).

Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr
De regimentsstaf en de beide bataljons aan de kust krijgen rond 1800 het bevel om hun posities te verlaten en zich te voet naar Nieuwpoort te begeven. De Belgische legerleiding vreest immers een Duitse opmars van uit Noord-Frankrijk en zal aan de Ijzer een naar het westen gerichte defensieve linie organiseren. De mars wordt tijdens de nacht van 22 op 23 mei uitgevoerd.

II/3Gr
In de eerste fase van de aftocht naar de Leie, tijdens de nacht van 22 op 23 mei, zullen de 16Div en de 18Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen; de 1Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen, de 2Div en de 4Div zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

De divisie krijgt het bevel om met vijf bataljons het eerste echelon van de 1ste Infanteriedivisie in het centrum van Gent over te nemen. Het eerste echelon van de nieuwe linie zal lopen vanaf de toegang tot het Grootdok in het noorden via de Voorhaven tot de samenvloeiing van de Leie en de Schelde in het zuiden. Het II/3Gr, twee bataljons van het 39Li en twee bataljons van het 3C zullen van noord naar zuid ontplooid worden. Het bataljon zal versterkt worden met 6 mortieren Van Deuren van het 3de Legerartillerie. Het II/3Gr gaat na het vallen van de duisternis in stelling langsheen de Voorhaven. met van noord naar zuid de 5de, 6de en 7de compagnie. De compagnie mitrailleurs stuurt elk een peloton naar de overige eenheden. Aan de Meulestedebrug staan de 6 mortieren Van Deuren opgesteld. Ten zuiden van het bataljon zal het 39Li aansluiten.

Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr
De eerste elementen van het regiment bereiken Nieuwpoort omstreeks 08u30. Na de mars van zo’n 40Km zijn er heel wat achterblijvers waarvan er velen met de kusttram het regiment zullen vervoegen. De troepen rusten uit tijdens de voormiddag en worden vervolgens ontplooid te Nieuwpoort-Bad en Nieuwpoort-Stad. De commandopost van het regiment installeert zich te Nieuwpoort-Bad. Het Iste Bataljon bewaakt de zone tussen de badplaats en de stad. Het IIIde Bataljon bezet het sluizencomplex en de stad. Er worden eveneens vier pelotons van het III/3Gr aangeduid voor het bemannen van steunpunten te Pelikaanbrug, tussen het Kanaal van Veurne en Ramskapelle, te Sint-Joris en aan de westrand van Nieuwpoort-Bad.

Tijdens de avond krijgt het regiment het bevel om van front te wisselen en zich nu richting oosten op te stellen. Dit is allicht te wijten aan het feit dat een doorbraak van de Duitsers uit Noord-Frankrijk richting België minder waarschijnlijk is. Het wordt stilaan duidelijk dat alles in het werk gesteld moet worden om de haven van Duinkerke te beveiligen teneinde de British Expeditionary Force (BEF) toe te laten naar Engeland terug te keren.

II/3Gr
Bij het II/3Gr te Gent worden reeds tijdens de nacht verschillende bruggen in de stad vernietigd. Tussen 02u00 en 03u30 blazen de genietroepen de Meulestedebrug, de Voorhavenbrug en de Muidebrug op. De gebruikte hoeveelheid explosieven is enorm en de schade aan de omliggende woningen is dan ook aanzienlijk. Zodra het dag wordt, beklimt Majoor Lejeune het verwrongen staalwerk van de Meulestedebrug om met zijn verrekijker trachten uit te vissen wat er in de binnenstad gaande is. Lejeune stelt vast dat er op het Belfort een vlag wappert. Luitenant d’Oreye van het peloton verkenners wordt met een patrouille de stad ingestuurd en zal later op de dag melden dat het om de Gentse banier gaat,

Tijdens de voormiddag gaat het bataljon samen met de Gentse politie over tot de inbeslagname van fietsen bij de plaatselijke bevolking. Majoor Lejeune wil genoeg fietsen verzamelen voor al zijn manschappen voor het geval de troepen er snel vandoor moeten.

De vijand valt het stadscentrum binnen via de Keizerspoort, maar stoot niet door tot in de haven. De Grenadiers maken dan ook geen contact met de Duitsers. Rond 18u30 worden de acht grote brandstoftanks van de firma Purfina aan de Meulestedebrug opgeblazen door de genie.

Rond 19u00 eisen de directeur van de vlasspinnerij La Linière Gantoise en een Gentse schepen dat de 7de compagnie de haven onmiddellijk verlaat omwille van het grote aantal vluchtelingen dat zich in die sector ophoudt. Het stadsbestuur wil niet dat er gevechten uitbreken. Commandant Massart weigert en en komt tot ongeregeldheden met de plaatselijke bevolking. De burgers druipen enige tijd later weer af. Om 22u00 dient een jongeman zich aan die beweert de zoon te zijn van de eerder op de dag betrokken fabrieksdirecteur. De man is de houder van een ultimatum dat door de Duitsers is opgesteld en dreigt met de terechtstelling van alle militairen die om 03u00 niet vertrokken zijn. Commandant Massart stuurt Adjudant Jannssens naar de bataljonsstaf met het ultimatum en de bevestiging dat de compagnie gewoon op post blijft.

De Grenadiers blijven tot laat in de nacht op post en verlaten Gent samen met de overige Belgische troepen.

Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr
Het regiment wordt Nieuwpoort afgelost door eenheden van het 42Li van de 15Div. De stellingen van het Iste Bataljon worden overgenomen door II/42Li en III/42Li en de beveiliging van het sluizencomplex wordt door het IIIde Bataljon overgedragen aan het XXX/GVCE. Het 3Gr dient nu de kustlijn tussen Lombardsijde en de haven van Oostende te bezetten. Het regiment wordt als volgt verspreid:

  • De commandopost van het regiment wordt opgesteld aan de Elizabethlaan 323 te Oostende.
  • De 9Cie wordt opgesteld te Lombardsijde en Westende-Bad.
  • De 10Cie bewaakt te Oostendse haven en het dorp Mariakerke.
  • De 11Cie bezet het militaire vliegveld te Stene.
  • De 12Cie stelt enkele gevechtsgroepen samen uit de militairen van de stafgroep en plaatst deze langsheen de zuidrand van Oostende.

II/3Gr
Het II/3Gr verlaat Gent vanaf 01u30 en richt zich in eerste instantie naar Merendree. Dankzij de voorzorgen van Majoor Lejeune zijn alle manschappen voorzien van een fiets. Eens het Afleidingskanaal van de Leie overgestoken is, gaat de tocht verder naar Hansbeke en Aalter. Het drukke militaire verkeer maakt dat het bataljon slechts langzaam vordert. Omstreeks 13u00 bestookt een vijandelijk jachtvliegtuig kortstondig de colonne. De vrachtwagen van de 5Cie wordt vernield en de manschappen van de compagnie komen vast te zitten achter het wrak. Kapitein-commandant Van Horen stuurt zijn troepen de omliggende velden in. De soldaten John en Martin raken gewond. Bij de 6Cie wordt voerder Soldaat Vertomme zwaar gewond wanneer zijn paardengespan geraakt wordt.

De 18de Infanteriedivisie zal de reserve van het Vde Legerkorps uitmaken en zal ingekwartierd worden in de dorpen en gehuchten ten oosten van Oostkamp. Het II/3Gr wordt gestationeerd te Drie-Koningen. Het Vde Legerkorps bezet de noordelijke sector van aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen Strobrugge en Oostwinkel.

Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr
Het regiment behoudt zijn nieuwe posities tussen Lombardsijde en de haven van Oostende.

II/3Gr
Het bataljon overnacht in de bijgebouwen van Kasteel Drie Koningen. Na een oncomfortabele maar overigens rustige nacht, worden de compagnies omstreeks 11u00 opnieuw verzameld. Aan het Afleidingskanaal van de Leie voeren de Belgen een omvangrijke positiewissel uit. De 6de Infanteriedivisie heeft in de nacht van 24 op 25 mei het 9Li naar het zuidelijk front aan de Leie moeten sturen om er de Duitse doorbraak rond Kortrijk trachten te keren. In de ochtend krijgen ook de divisiestaf en het 1Gr het bevel om naar de Leie te vertrekken. De 6Div zal afgelost worden door de 18Div. De divisie krijgt de verdediging van lijn Kleit-Adegem-Ursel toegewezen en stuurt zijn formaties onmiddellijk uit. Het 39Li en 3C zullen per vrachtwagen getransporteerd worden van op instapplaatsen aan de Wellingstraat. Het II/3Gr zal per fiets naar Kleit rijden. Het 3C zal te Eetvelde afgezet worden en het 39Li aan de noordrand van het Drongengoedbos. De 18Div zal voor de overname van de sector van de 6Div samengesteld worden uit de volgende eenheden:

  • IIde Bataljon van het 3Gr
  • IIde Bataljon van het 3C
  • Iste Bataljon van het 39Li
  • IVde Bataljon van het Regiment Speciale Vestingstroepen Antwerpen
  • 7de Regiment Jagers te Voet
  • 1ste Regiment Karabiniers
  • Wielrijdersgroep van de 18de Infanteriedivisie
  • Wielrijderseskadron van de 6de Infanteriedivisie

Dit geheel zal artilleriesteun ontvangen van de vier groepen van het 6A. De Iste en IIIde groep van het 13A leveren bijkomende vuurkracht van op hun nieuwe posities te Kleit Kampel en Prinsenveld. Drie secties C40 Bofors kanonnen van de IXde groep van het 1DTCA staan in voor de luchtafweer.

Het bataljon rijdt via Knesselare naar Kleit. Het II/3Gr, I/39Li samengevoegd met de restanten van het 3C, en de Wielrijdersgroep van de 15Div worden van noord naar zuid op het derde echelon van de divisiesector opgesteld, onder bevel van commandant 3C. De aflossing van de 6Div wordt tegen 18u00 voltooid:

  • De commandopost van commandant 3C, bevelhebber van het echelon wordt op 1200m zuidoost van Kleit geïnstalleed.
  • Het II/3Gr ontplooit de 6Cie, 7Cie en 5Cie van noord naar zuid ten oosten van Kleit en neemt een kwartier dat uitstrekt over een lengte van ongeveer 1.800m vanaf de baan van Maldegem naar Eeklo in het noorden tot even ten zuiden van het kruispunt te Kallestraat.
    • De 6Cie plaatst zijn meest noordelijke gevechtsgroep aan Kilometerpaal 32 van de baan van Maldegem naar Eeklo, net ten westen van Adegem.
    • De 7Cie neemt het centrale onderkwartier in, met de pelotons van de luitenants Livain en Waterschoot vooraan, gedekt door het peloton van Onderluitenant Masure. Kapitein-commandant Massart plaatst zijn commandopost bij het peloton Masure.
    • De 5Cie dekt het kruispunt te Kallestraat en heeft zijn meest zuidelijke gevechtsgroep nabij een aardeweg op zo’n 400m ten zuiden van dit kruispunt. Kapitein-commandant Van Horen installeert zijn commandopost even ten oosten van de Urselstraat, ongeveer halverwege Eelvelde en Maasbone. De pelotons van Luitenant graaf d’Alcantara en Onderluitenant Goossens liggen vooraan, gedekt door het peloton van Luitenant Lisse. Onderluitenant Goossens is verantwoordelijk voor het kruispunt van Kallestraat.

Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr
Na de Duitse doorbraak aan de Leie rukt de vijand op richting Tielt. Het front van het VIIde Legerkorps staat onder ernstige druk. Het Groot Hoofdkwartier gaat dringend op zoek naar de allerlaatste beschikbare eenheden om de linies toch maar trachten intact te houden. De restanten van de 16de Infanteriedivisie (16Div) worden gebruikt als de kern van een nieuwe groepering ter grootte van een regiment die onmiddellijk zal toegevoegd worden aan de verdediging Tielt en Pittem. Het staf van het 41Li vormt het commando deze nieuwe groepering. De troepen zullen geleverd worden door een amalgaam van het I/41Li, het II/21Li, het I/3Gr en het 18de Bataljon Genie.

I/3Gr
Het I/3Gr wordt van de kust weggehaald en naar Wingene getransporteerd. Majoor Van Steelandt van het 41Li stelt zijn commandopost op in de buurt van de kerk van Tielt. De gevechtsgroep wordt in twee verdeeld: een eerste groep op de linkerflank omvat het I/41Li en de 1ste en 3de Compagnie van het 18de Bataljon Genie, terwijl de rechterflank ingenomen wordt door het II/21Li, I/3Gr en de 2/18Gn. Het I/3Gr rukt op naar de nieuwe frontlinie rond Pittem.

II/3Gr
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei liggen de posities van de 18Div onder aanhoudend artillerievuur. De divisiestaf verwacht een vijandelijke stormaanval tegen de volgende ochtend. Die aanval komt er zoals verwacht. Zowel het 7J, 1C en ten zuiden gelegen 23Li worden frontaal aangevallen. Bij het 7J te Balgerhoeke en het 23Li te Ronse kunnen de Duitsers na de middag vaste voet krijgen op de westelijke kanaaloever. Het bataljon wordt om 14u00 in staat van alarm gebracht wanneer het bericht van de doorbraak te Balgerhoeke binnenloopt.

Een uur later volgt een bevel om het bataljon een tweetal kilometer oostwaarts te laten oprukken om zo het tweede echelon van de positie van het 7de Regiment Jagers te Voet te versterken. De limiet van de opmars wordt gevormd door een lijn tussen Kilometerpaal 30 van de baan van Maldegem naar Eelko, het gehucht Mollevijver en het gehucht Plassendale. Majoor Lejeune zal de opmars laten leiden door de 7Cie op de linkerflank en de 5Cie op de rechterflank, gedekt door de 6Cie. De compagnies vertrekken een twintigtal minuten later. De twee voorste compagnies kunnen de aangeduide posities tussen 16u30 en 17u00 bereiken. Bij de opmars van de 5Cie raken Korporaal Marique en de Soldaten Franck en Creton gewond. De drie compagnies installeren zich op hun nieuwe posities, samen met de nog aanwezige detachementen van het 7J. Tegen 18u00 maakt de oprukkende vijand contact met de linies van het II/3Gr. Majoor Lejeune begeeft zich samen met zijn adjunct Luitenant Van Drooghenbroeck naar de voorste linies om de verdere opmars van zijn bataljon naar de oever van het Afleidingskanaal van de Leie te organiseren. De 6Cie van Kapitein-commandant de Brochowski wordt aangemaand om dichter aan te sluiten bij de vermoedelijke linie van de 7Cie en 5Cie. Na enige aarzeling rukken de grenadiers verder op. De vijand is nog steeds onzichtbaar en er is slechts sporadisch vuur waar te nemen.

De 5Cie vordert voorbij Mollevijver en houdt halt op zo’n 550m van de kanaaloever. Bij de opmars sneuvelen Adjt KROLt Lagasse de Locht en de Soldaten Dedecker en Vandervaeren. De 7Cie bereikt Malecote. Vanaf dit punt komt de opmars vast te zitten onder druk van de uit Balgerhoeke vorderende Duitsers. Tussen de pelotons Waterschoot en Masure is tijdens het vorderen een opening ontstaan waarvan de vijand gebruik maakt om Luitenant Waterschoots peloton te infiltreren. Na een twintigtal minuten zijn de meeste militaire van dit peloton krijgsgevangen genomen. Enkele vluchtelingen kunnen ontsnappen, maar tegen 21u00 beseft Kapiteint-commandant Massart dat hij een flink deel van zijn compagnie kwijt is. Na het vallen van de duisternis krijgt de 5Cie het bevel van I/7J om terug te trekken naar Kleit.

Inmiddels hebben ook Majoor Lejeune en zijn bataljonsstaf besloten om zich enigszins naar het westen terug te trekken. De compagnies hebben geen contact meer met hun bataljonscommandant. Bovendien heeft de 6Cie ook een aantal van zijn gevechtsgroepen uit het oog verloren. Commandant de Brochowski stuurt Soldaat Matton naar voren om toch maar nieuwe orders in ontvangst trachten te nemen, maar zijn estafette zal niet meer terugkeren. Tegen 23u00 besluit de Brochowski om de vlucht van het strijdtoneel niet langer uit te stellen. Majoor Lejeune laat zijn bataljon te Kleit hergroeperen.

Inmiddels heeft de 18Div de toestemming gekregen om zijn sector te verlaten en alle troepen westwaarts terug te trekken.

III/3Gr
Het IIIde Bataljon blijft aan de kust, maar dient de 9Cie af te staan aan het 42Li. De compagnie dient samen met de 7Cie van het 42Li een voorpost in te nemen op de Ijzerstelling langsheen het Lokanaal. De 9Cie van 3Gr wordt hierbij opgesteld tussen Eggewaartskapelle en Fortem met als doel de brug van Oeren de blokkeren. Het 42Li zal korte tijd later eveneens verplaatst worden naar de streek rond Tielt, zodat de 9Cie alleen achterblijft. De compagnie zal tot het eind van de veldtocht op zijn positie aan het Lokanaal blijven.

De verdediging van de kust tussen Lombardsijde en Westende-Bad wordt overgenomen door de 1Cie van het XXIV/GVCE onder leiding van Luitenant Grégoire.

Het Groot Burkelhof ten westen van Kleit.

I/3Gr
Het bataljon wordt gegrepen door een Duitse aanval richting Tielt en raakt tussen Tielt en Pittem betrokken bij zware gevechten. Het bataljon houdt stand tot ongeveer 16u00, maar moet dan te strijd staken en valt uit elkaar.

II/3Gr
De overgebleven troepen van het bataljon trachten zich te Kleit te hergroeperen. Na kort overleg met zijn compagniecommandanten tussen 02u00 en 03u00 besluit Majoor Lejeune om een nieuwe verdedigingslinie te plaatsen langsheen de Ede, een beek die ten noordoosten en oosten van het dorp loopt. De troepen zijn echter compleet uitgeput. Het kader van de 5Cie is nog volledig, maar er ontbreken talrijke manschappen in de fuselierspelotons. De 6Cie is zijn tweede peloton kwijt. Ook Kapitein-commandant de Brochowski ontbreekt op het appel. De 7Cie is er het ergst aan toe. De drie pelotonscommandanten zijn allen achterwege. Er blijven nog een adjudant, vier onderofficieren en eenendertig manschappen over. Met dit alles wordt overgegaan tot een nieuwe stellingname langsheen de Ede. De beek staat echter zo goed als droog en de omliggende velden bieden geen goed uitzicht op het voorterrein. De manschappen graven zich zo goed mogelijk in en wachten in troosteloze toestand de ochtend af. De posities van het II/3Gr worden wel gedekt door twee T13 tankjagers. Wanneer deze voertuigen rondom 08u30 in volle vaart vertrekken richting Knesselare en er dicht bij de posities van de 7Cie geweervuur uitbreekt, beseft Majoor Lejeune dat de Duitsers opnieuw aansluiting gevonden hebben. Kapitein-commandant Massart laat zijn manschappen even voor 11u00 terugtrekken en vervoegt zelf de commandopost van het 7de Regiment Jagers te Voet op zo’n 600m ten westen van Kleit. Ook de 6Cie beveelt rond dit tijdstip de aftocht nadat het peloton van Luitenant Paquay heel wat manschappen heeft laten krijgsgevangen nemen.

Majoor Lejeune beveelt tegen 13u30 een nieuwe aftocht naar de Spelterbeek, een al even bescheiden waterloop op een tweetal kilometer ten westen van Kleit. De drie estafettes die het bericht moeten overmaken aan elk van de drie compagnies zullen echter niet in deze taak slagen. De uit het lood geslagen compagnies zijn immers reeds op eigen houtje aan de terugtocht begonnen. Onder hen ook de overblijvende militairen van 8Cie Mitrailleurs onder bevel van Kapitein-commandant Van Doorslaer, een veteraan van de Eerste Wereldoorlog. De staf van 8Cie ondergaat een luchtbombardement bij de doortocht in Oedelem. Hierbij sneuvelt de Soldaat Danzin. Kapitein-commandant Van Doorslaer raakt gewond en wordt in allerijl overgebracht naar het Militair Hospitaal van Brugge waar hij later aan de gevolgen van zijn verwondingen overlijdt.

Na de aftocht uit Kleit kan de orde niet langer hersteld worden binnen het bataljon. De compagnies hebben elke cohesie verloren. Luitenant Storms zal met een detachement van de 6Cie nog de stad Brugge bereiken. Kapitein-commandant Van Horen kan een groepje manschappen van zijn 5Cie verzamelen te Oostveld. Kapitein-commandant Massart van de 7Cie zal zich ophouden op de Groot Burkelhof, samen met de regimentsstaf van het 3C. Deze belangrijke hoeve ligt aan de Groot Burkeldreef op het grondgebied van Maldegem. Omstreeks 16u30 komt ook de verloren gewaande Kapitein-commandant de Brochowski aan op dit punt, samen met Luitenant d’Alcantara. Kolonel Bruyère van het 3C beschikt enkel nog over enkele restanten van zijn stafcompagnie. Cdt de Brochowski heeft nog twaalf militairen van de 6Cie en een dertigtal van de 5Cie. De kolonel van 3C beveelt om het Groot Burkelhof koste wat kost te verdedigen. In alle haasten graven de militairen zich in langsheen een bosrand nabij de hoeve. In de wijde omgeving wordt voortduren geschoten en het is de militairen duidelijk dat de vijand erg dichtbij zit. Kapitein-commandant Van Horen vervoegt deze positie met zijn detachement.

Wanneer tegen 18u30 de grenadiers min of meer geïnstalleerd zijn, blijkt echter dat Kolonel Bruyère alleen nog met enkele van zijn stafofficieren achtergebleven is op het Groot Burkelhof en de rest van het personeel van 3C het op een loopje gezet heeft. De vijand heeft het hof onder vuur en kort voor 19u00 zullen Kapitein-commandant de Brochowski en de Soldaat Vandersande sneuvelen. Cdt Van Horen en de overige militairen worden gevangen genomen.

III/3Gr
De opdrachten en posities van de diverse detachementen van het III/3Gr worden niet meer gewijzigd.

I/3Gr
De restanten van het uit elkaar geslagen Iste bataljon worden eveneens naar Oostkamp gebracht waar het ganse regiment gehergroepeerd wordt.

II/3Gr
De 18Div heeft zich teruggetrokken naar Oostkamp. De enkele restanten van het IIde bataljon die zich in de streek van Brugge bevinden, zullen eveneens te Oostkamp verzamelen.

III/3Gr
Het derde bataljon is aan de kust gebleven en zal hier de wapens neerleggen.

9de Compagnie, III/3Gr
De 9de Compagnie heeft de veldtocht beëindigd aan de brug van Oeren op het Lokanaal. Kapitein-commandant Gérard is niet op de hoogte van de positie van zijn regiment en kan zich ook niet in verbinding stellen met de staf van de Maritieme Basis. Hij besluit naar Brugge te trekken om inlichtingen. Gérard komt zo aan op het Groot-Hoofdkwartier waar hij tot zijn verbazing vaststelt dat de staf het 3Gr op geen enkele stafkaart terug te vinden is. Net na WO2 zullen Generaal-majoor Van Overstraeten, militair raadgever van de Koning, en Kapitein-commandant Monefeldt, bataljonscommandant, in hun briefwisseling over dit onderwerp besluiten dat het Groot Hoofdkwartier tussen 26 en 28 mei de regimentsstaf en het IIIde Bataljon van 3Gr geheel uit het oog verloren hadden en in de waan vertoefden dat ook deze detachementen naar het VIIde Legerkorps doorgestuurd waren.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij Cdt Lodewijk van Doorslaer [On Line beschikbaar]: https://londerzeelwo1.files.wordpress.com/2017/04/voorstelling_van_boek-journal-de-classe-van-korporaal-lodewijk-jozef-van-doorslaer-in-de-groote-oorlog5.pdf [Laatst geraadpleegd 06 oktober 2017]
  2. Taghon, P., 1986, Gent mei 1940, Gent: Historica.
  3. Dossier 3Gr, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere.
  4. Journal des marches et des opérations 1940, 225ème Régiment d’Infanterie.
  5. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 02 december 2017]
  6. De Franse 68ème Division d’Infanterie [68(FRA)DI] bevolen door generaal Beaufrère heeft als opdracht de westflank van het 7de Franse Leger van generaal Giraud te beveiligen. Deze divisie zal stelling nemen langs de Belgische kust en langs de Zeeschelde in Nederland. De 68(FRA)DI omvat volgende regimenten: 224 RI, 225 RI, 341RI, 89RA en 289 RA.
  7. De Franse 1er Division Légère Mécanique [1(FRA)DLM] bevolen door generaal Picard is samengesteld uit twee gemotoriseerde brigades (BLM) van elk twee tankregimenten. De 1(FRA)BLM (1er Bde Légère Mécanique) bevolen door Kolonel Brauer omvat het 4ème Regiment Cuirassiers en het 18ème Regiment Dragons. De 2(FRA)BLM bevolen door Kolonel de Beauchesne omvat het 4ème Régiment Dragons portés en het 6ème Cuirassiers. De divisie wordt gesteund door het 74RA.