35ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 5de Linieregiment
Onderdeel van 14de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel H. Hatry
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Beringen
Samenstelling I Bataljon (Majoor R. De Sutter) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt E. Dept)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Van Mensel)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Smeesters)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt A. Janssens)
II Bataljon (Kapitein-commandant G. Deweer) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Neve)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Charles De Laet)
7de Compagnie Fuseliers (Lt A. Regnier)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt P. Jourdain)
III Bataljon (Majoor R. Buysschaert) 9de Compagnie Fuseliers (Lt Z. Van Riel)
10de Compagnie Fuseliers (Lt I. Van Vlaenderen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt A. Steyaert)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt J. Micheels)
Stafcompagnie
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant H. Dunant)
Peloton Verkenners (Onderluitenant J. De Clercq)

Tijdens de mobilisatie

Staf/35Li
Het 35ste Linieregiment (35Li) wordt op 11 september 1939 gemobiliseerd bij de afkondiging van de eerste stap van Fase D van het mobilisatieplan  als ontdubbelingsregiment van het 5de Linieregiment (5Li). Het 35Li wordt toegevoegd aan de 14de Infanteriedivisie (14Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

Initiële opstelling van het 35Li aan het Albertkanaal (Centrum voor Historische Documentatie).

Opstelling van het 35Li aan het Albertkanaal, geschetst door Lt Van Vlaenderen, commandant van de 10Cie (Centrum voor Historische Documentatie).

De twee andere infanterieregimenten van de 14Div zijn het 36ste Linieregiment (36Li) en het 38ste Linieregiment (38Li). Aan de vooravond van de oorlog bezet de 14Div de sector Beringen – Stokrooie van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal. Het 35Li bezet de ondersector op de linkerflank van de 14Div. Deze ondersector ligt tegenover de mijnstad Beringen. Links van het regiment ligt het  1ste Regiment Grenadiers (1Gr) van de 6de Infanteriedivisie (6Div) en rechts verlengt het 38Li de stellingen achter het kanaal. In de ondersector van 35Li bevinden zich de bruggen van Tervant en Beringen.

Het 35Li kan rekenen op de vuursteun van de IIde Groep van het 22ste Regiment Artillerie (II/22A) die zijn batterijen heeft ontplooid ten zuiden van Paal. De regimentscommandant heeft voor een klassieke opstelling gekozen met twee bataljons in eerste echelon en één bataljon in tweede echelon over de ganse breedte van de ondersector. Het wagenpark van het regiment staat opgesteld te Zelk. 35Li krijgt van de 14Div twee pelotons getrokken C47mm  in steun. De regimentscommandant stelt telkens vier anti-tankkanonnen ter beschikking van de bataljons in lijn.

I/35Li
Het Iste Bataljon (I/35Li), onder bevel van Majoor De Sutter, bezet het noordelijke voorkwartier langsheen de oever van het Albertkanaal en vormt de linkerflank van zowel de 14Div als van het Cavaleriekorps (CK). I/35Li maakt de junctie met het 1Gr op de limiet van het CK en het IIde Legerkorps (II/LK). In het kwartier van I/35Li bevindt zich de brug van Tervant. De vernieling van deze brug is voorbereidt door de genie.

III/35Li
Het IIIde Bataljon (III/35Li) van Majoor Buysschaert bezet het zuidelijke voorkwartier. De rechterlimiet van III/35Li is tevens de grens met het 38Li die de middenondersector van de 14Div bezet. Majoor Buysschaert heeft zijn drie fuselierscompagnies in lijn opgesteld achter het Albertkanaal. De 10de Compagnie (10Cie) in het noorden, de 11de Compagnie (11Cie) in het centrum en de 9de Compagnie (9Cie) in het zuiden. In het kwartier van III/35Li bevindt zich de brug van Beringen die gehouden wordt door de 11Cie op de hoofdkrachtinspanning van het bataljon. De mitrailleurs van de 12Cie worden zoals gebruikelijk verdeeld over de compagnies in lijn.

II/35Li
Het IIde Bataljon (II/35Li), bevolen door Kapitein-commandant Deweer, heeft posities ingenomen op het tweede echelon over de ganse breedte van de ondersector van het regiment. II/35Li heeft zijn hoofdkrachtinspanning op de baan van Beringen naar Paal en houdt zich klaar om de twee bataljons in eerste echelon te ondersteunen ingeval van een vijandelijke overschrijding van het Albertkanaal.

Pl Vknr/35Li
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/35Li) van Onderluitenant De Clercq heeft voorposten ingenomen aan de overzijde van het kanaal.

Staf/35Li
De regimentsstaf ontvangt precies om 01u12 de alarmmelding via de Staf/14Div. De bataljons moeten onmiddellijk hun gevechtsstellingen innemen. De manschappen worden onmiddellijk uit hun bed gelicht en zijn omstreeks 05u00 op post langsheen het Albertkanaal. De oorlogsmunitie wordt verdeeld en het schootsveld van elke stelling wordt vrijgemaakt door het kappen van struiken die het zicht belemmeren. Het regiment wordt tevens verwittigd dat de 11de Infanteriedivisie (11Div) die zich in het Kamp van Beverlo bevindt via de bruggen van Tervant en Beringen zal binnenlopen achter het Albertkanaal.

Bij dageraad zien de manschappen de eerste overvliegende vijandelijke vliegtuigen en wordt het duidelijk dat het alarm deze keer wel menens was en dat de oorlog is uitgebroken. Dit wordt rond 06u00 bevestigd door de afkondiging van de algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) waarna opdracht gegeven wordt aan de eenheden in lijn om de schootsvelden aan de overkant van het Albertkanaal te ruimen. Vanaf 06u30 worden diverse ploegen het kanaal overgestuurd om bomen en struikgewas om te hakken en het schootsveld van de bunkers en loopgrachten vrij te maken.

Brug van Beringen in het bataljonsvak van III/35Li

Brug van Beringen in het bataljonsvak van III/35Li

Rondom 11u00 passeren de laatste colonnes van de 11Div over de kanaalbruggen van Tervant en van Beringen. Deze troepen verlieten nog voor dageraad het Kamp van Beverlo en zijn onderweg naar de buurt van Diest. Ook enkele logistieke eenheden van de Groepering Ninitte, die de Vooruitgeschoven Stelling op het Verbindingskanaal Maas-Schelde verdedigd, trekken zich terug via deze bruggen.

Net na de middag wordt de enige zender-ontvanger korte afstand type ERP (oftewel Emetteur-Récepteur Portatif) van het regiment opgehaald door de transmissietroepen en naar Herk-de-Stad gebracht. Het verdwijnen van deze ERP post betekent dat het regiment niet langer per radio kan communiceren.

I/35Li
De brug van Tervant wordt omstreeks 17u00 opgeblazen door de Belgische genie.

III/35Li
De kop van de colonne te voet van het 14de Linieregiment (14Li), die het Kamp van Beverlo verliet om 03u20, passeert bij dageraad het Albertkanaal via de brug van Beringen. Na het passeren van de brug marcheren zij verder richting Paal. Na het springen van de brug van Tervant is de brug van Beringen de enige overgang over het Alberkanaal in de ondersector van het regiment.

Pl Vknr/35Li
Rond 10u00 dient het peloton twee verkenningsploegen uit te sturen naar Koersel en Beverlo om de wijde omgeving te verkennen. Het peloton verkenners vervoegt het regiment op de zuidelijke kanaaloever omstreeks 20u15.

Staf/35Li
Het 35Li blijft op post aan het Albertkanaal. Net na middernacht krijgt de regimentsstaf te horen dat een lading munitie is afgeleverd in het station van Zoutleeuw. Een ploeg van zes vrachtwagens wordt uitgestuurd om de munitie op te halen. Te Zoutleeuw wordt echter ontdekt dat de munitie niet is aangekomen. De munitietrein zal later op de dag toch aankomen, maar zal in hoofdzaak munitie bevatten voor het FM30 licht machinegeweer. Het 35Li beschikt niet over dit wapentype en kan kan ook niets aanvangen met de toegezonden munitie [8]. Het regiment moet tijdens de voormiddag zijn 2de reserverantsoenen afstaan. De rantsoenen wordt opgehaald voor gebruik door een andere eenheid van het leger.

Op het Groot Hoofdkwartier (GHK) is het intussen duidelijk geworden dat de vijand, na de intacte verovering van de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven in de sector van de 7de Infanteriedivisie op 10 mei, het Belgische front aan het Albertkanaal heeft weten te breken.  Vijandelijke tankformaties rukken op richting Tongeren en dreigen Luik te omsingelen. De algehele terugtocht van het oostelijke deel van het Albertkanaal (alles oost van Beringen) wordt bevolen en het veldleger zal post vatten achter de K.W. Stelling tussen Antwerpen en Leuven.

Om de terugtocht van het veldleger mogelijk te maken zal het CK, waartoe de 14Div en dus ook 35Li behoort, de Demer/Gete stelling bemannen [5]. Deze dwarsstelling loopt nog voor een stuk langs het Albertkanaal van Beringen tot Lummen, vervolgens langs de Winterbeek van Lummen over Diest en Geetbets tot Tienen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden en de 14Div zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling.

De 14Div die nog steeds achter het Albertkanaal staat moet het 35Li in stelling achter het kanaal houden terwijl 36Li en 38Li moeten pivoteren om zich achter de Winterbeek op te stellen. De verplaatsing naar de Demer/Gete stelling moet in de nacht van 11 op 12 mei uitgevoerd worden.

De meer noordwaarts gelegen troepen van het 1Gr melden even na 22u00 dat de vijand met rubberbootjes tracht over te steken naar bunker A31. De oversteek blijft beperkt, maar er wordt toch de ganse nacht over een weer geschoten [6].

III/35Li
De laatste troepen van de Vooruitgeschoven Stelling trekken zich tijdens de nacht van 10 op 11 mei terug over het Albertkanaal en maken daarbij gebruik van de brug van Beringen. De brug wordt vervolgens rond 04u00 door de genie vernietigd. De drijvende loopbrug van het leger vormt nu de enige overgang over het kanaal in de ondersector van 35Li. Het regiment moet de loopbrug gedeeltelijk onderbreken om te beletten dat steeds grotere groepen vluchtende burgers van de overgang gebruik maken. Vanaf 16u00 wordt een aanvang gemaakt met het uitvoeren van boomvellingen op de baan van Beringen naar Paal. Deze hindernissen moeten de vijand afremmen bij een eventuele oversteek over het kanaal.

Tegen de avond worden de eerste vijandelijke contacten gemeld wanneer aan de noordelijke oever kleine groepjes Duitse verkenners opduiken. Een observatieploeg van het 22A en de uitkijkposten van de 9Cie nemen de vijand als eerste waar.

Staf/35Li
Tijdens de nacht van 11 op 12 mei voert de 14Div de geplande positiewissel uit. Het op rechts liggende 36Li en 38Li vertrekt naar de dwarsstelling van Lummen in een poging om de Duitse opmars van uit Tongeren tegen te houden. Het 38Li komt hierdoor op het scharnierpunt van de stellingen aan het Albertkanaal te liggen en vormt nu het meest oostelijke regiment langsheen deze ganse verdedigingslinie.

De Duitsers bezetten definitief de noordelijke oever van de ondersector beginnen steeds meer druk uit te oefenen op het regiment. Van tussen de huizen van Beringen wordt steeds vaker over het kanaal gevuurd. Het 35Li wil riposteren met zijn granaatwerpers, maar moet met grote ergernis vaststellen dat de verouderde Vivien Bessières granaten die met trombons afgevuurd worden niet eens tot op de noordelijke kanaaloever reiken en doelloos in het kanaal landen. Tot overmaat van ramp raken een groot deel van de al even oude Chauchat lichte mitrailleurs al snel defect [7].

Het regiment vraagt dan maar een eerste vuuropdracht bij de II/22A aan en omstreeks 07u00 komen Belgische artilleriegranaten een eerste keer neer op Beringen.

Een ploeg van het peloton verkenners vertrekt even na 11u00 naar Hulst om het contact met het nabijgelegen 1Gr na te kijken. De verkenners vinden er alleen maar verlaten loopgrachten en het wordt al snel duidelijk dat de ten westen gelegen Belgische 6de infanteriedivisie zich tijdens de nacht helemaal heeft teruggetrokken van het Albertkanaal. De flank van het 35Li wordt niet langer verdedigd en de onrust neemt toe. De Duitsers maken van de vroegtijdige aftocht van het 1Gr al snel gebruik maken om ongestoord het kanaal over te steken en een bruggenhoofd op de zuidelijke oever op te bouwen. Het ganse peloton verkenners wordt uitgestuurd om de flank te beveiligen.

Vanaf de vroege namiddag breken hevige gevechten uit bij de 3de en 10de compagnies, op de scheiding tussen het eerste en derde bataljon. Het regiment vraagt de II/22A om de Kruisbaan en de Tervantse Heide te bestoken. Een gedeelte van de 2de compagnie moet zich dwars op het kanaal opstellen om infiltratie bij de 3de compagnie in te dijken. De verbinding met de beide compagnies wordt enkele uren later verbroken. De artillerie blijft vuren, maar de II/22A laat weten dat ze even na 20u30 hun stellingen zullen verlaten voor de aftocht naar het westen.

Het pelton verkenners keert verslagen terug naar de commandopost van het regiment. Aan de rand van de ondersector van het 1Gr werd contact gemaakt met de vijand en slechts vier militairen konden ontsnappen.

De vijandelijke infiltraties bij het eerste en derde bataljon blijven aanhouden. Bovendien kunnen de Duitsers ook binnendringen in het tweede echelon van het I/35Li.

Om 20u30 volgt dan ook het onvermijdelijke bevel tot de evacuatie van het Albertkanaal. Heel wat uitrusting, munitie en documenten worden hierbij achtergelaten en ook een deel van de bagagetros gaat verloren. Het regiment vergeet een peloton van de 11de compagnie aan de brug van Beringen te verwittigen van de aftocht. De militairen worden gevangen gemaakt wordt door de vijand. Bij de aftocht moet het 35Li enkele dodelijke slachtoffers achterlaten in de omgeving van Paal.

Het 35Li marcheert door de nacht en bereikt rondom 08u00 het Brabantse Langdorp nabij Aarschot. Tijdens de aftocht moeten heel wat achterblijvers afhaken. Bovendien zijn de wegen druk bezet met terugtrekkende militairen en vluchtende burgers. Overal heerst de grootste chaos en verwarring. Te Langdorp ontbreken dan ook reeds heel wat militairen. De manschappen worden er gekantonneerd en moeten zich overdag schuil houden om niet ontdekt te worden door de Luftwaffe.

Het regiment moet zich no snel mogelijk in veiligheid stellen achter de K.W. Stelling en en zal zich vervolgens ten westen van deze verdedigingsgordel hergroeperen. Zodra het begint te schemeren, worden de colonnes opnieuw samengesteld. Omstreeks 21u00 vertrekt het regiment richting Begijnendijk.

De Duitsers hebben intussen de verlaten sector van de 14de Infanteriedivisie ingenomen en hebben een stevig bruggenhoofd over het Albertkanaal uitgebouwd. De vijandelijke troepen rukken verder op naar het zuiden. In het kielzog van de 14de Infanteriedivisie werpen de Belgische troepen in alle haasten een verdedigingslinie op tussen het Albertkanaal en Diest, langsheen de loop van de Winterbeek. Het 1Cy en 2G worden ingezet om de aftocht van de laatste troepen van het Albertkanaal te dekken.

Het 35Li komt omstreeks 14u30 aan te Breendonk na een erg lange tweede nachtmars via Begijnendijk, Keerbergen en Mechelen.

Het regiment staat nu veilig en wel over het Kanaal van Willebroek. Opnieuw wordt overdag in kantonnementen verbleven om uit te rusten en luchtaanvallen te vermijden.

Het Iste bataljon wordt ter beschikking gesteld van het Groot Hoofdkwartier dat het nabije Fort van Breendonk bezet.

Het regiment verlaat Breendonk omstreeks 18u00 en begeeft zich naar Dendermonde. Aan de bruggen over de Dender heerst een grote drukte. De colonnes komen slechts langzaam vooruit.

Het 35Li bereikt Appels omstreeks 03u00. Hier wordt opnieuw halt gehouden.

Het I/35Li wordt van zijn bewakingsopdracht te Breendonk ontlast en trekt het regiment achterna. De manschappen vervoegen het regiment te Appels.

Tijdens de avond marcheert het regiment voor een tweede keer de stad Dendermonde in. De troepen zullen in het station Dendermonde ingescheept worden op enkele goederentreinen en zullen naar West-Vlaanderen gezonden worden. De bestemming wordt Beerst, even ten noorden van Diskmuide.

Het 35Li vertrekt van uit Dendermonde omstreeks 03u00 tijdens de nacht van 17 op 19 mei. De tocht naar West-Vlaanderen zal heel wat geduld van het regiment vragen. Door de chaos op het spoorwegnetwerk komen de treinen slechts bijzonder moeizaam vooruit.

Het 35Li wordt afgezet in het station Diksmuide rondom het middaguur. Het regiment bezet tijdens de namiddag zijn nieuwe kantonnementen te Beerst. Het zal hier de komende drie dagen uitrusten. Ook wordt er naarstig gezocht naar bevoorrading en nieuwe wapens om de achtergelaten uitrusting te vervangen.

Het regiment rust uit te Beerst.

Het regiment rust uit te Beerst.

Het regiment rust uit te Beerst.

Nu de Duitsers in Noord-Frankrijk nabij Abbeville aan de Atlantische kust staan en de Belgen dus ook van uit het zuiden bedreigd worden, besluit onze legerleiding een verdedigingslinie langsheen de Vlaams-Franse grens uit te bouwen. Diksmuide wordt als belangrijk verkeersknooppunt ingericht als anti-tankcentrum met de overblijfselen van de 14de infanteriedivisie en een batterij artilleristen van het 15A die zonder kanonnen komen te zitten zijn.

Van 21 tot 24 mei bezet het regiment de noordrand van Diksmuide en ook de brug van Tervate:

  • het IIde bataljon neemt de noordelijke helft van de stad in
  • het IIIde bataljon sluit aan ten westen van de stad en bezet het dorp Beerst
  • het Iste bataljon bezet de omgeving van Tervate

Het IIIde bataljon richt Beerst in tot een steunpunt tegen infanterie en tanks. Er worden ook waarnemingsposten tegen luchtaanvallen en luchtlandingen uitgezet. Het IIIde bataljon wordt nu eveneens ingezet om veldwerken uit te voeren langsheen de oever van de Ijzer tussen Diksmuide en Tervate. De manschappen graven schuttersputjes en loopgrachten. Het bataljon krijgt de dubbele opdracht om enerzijds de stellingen aan de rivier te bezetten en anderzijds de verdediging van Beert te blijven verzekeren.

Te Diksmuide krijgt het 35Li versterking van twee C75TR kanonnen die met vlakbaanvuur de toegangswegen tot de stad tegen pantsers moeten verdedigen.

Het regiment blijft op zijn nieuwe posities.

Twee officiersverkenningen worden uitgestuurd naar Houtem en Leisele om bij een eventuele opmars van Duitse tanks van uit Frankrijk sneller alarm te kunnen slaan.

Tijdens de nacht van 25 op 26 mei wordt een positiewissel doorgevoerd. Na het vertrek naar het front van het 41Li moeten de overgebleven troepen een groter gebied voor hun rekening nemen. Het 35Li neemt de volgende linies in:

  • I/35Li bezet de oostelijke oever van de Ijzer tussen kilometerpaal 18 en 25 met drie van de vier compagnies en maakt front richting Frankrijk
  • de derde compagnie van het I/35Li wordt dichter bij de Franse grens opgesteld aan het Kanaal van Veurne naar Lo te Pollinkhove, Lo-Reinine en Fortem. De compagnie maakt ondermeer gebruik van de ruines van het oude Fort Knokke op het grondgebied van Merkem om een steunpunt te installeren. Ook hier wordt richting Frankrijk front gemaakt
  • III/35Li vervolgt de linies aan de Ijzer van kilometerpaal 18 (bij de spoorbrug van Diksmuide) tot aan de baan van Woumen naar Zarren
  • II/35Li bezet de zone tussen Diksmuide en Klerken

De manschappen blijven op hun stellingen. Kolonel Hatry schrijft een bijzonder boze instructie naar zijn bataljonscommandanten. Hij vindt het niet kunnen dat de manschappen niet continu voortwerken aan de veldversterkingen en is misnoegd om te vernemen dat de schutterputjes en loopgrachten in vele gevallen met golfplaten afgedekt zijn tegen de regen. Hij wil steeds één derde van de manschappen aan het werk zien.

De derde compagnie kijkt verbaasd toe wanneer Franse troepen aankomen aan de Ijzer en het Kanaal Veurne-Lo en zich ingraven op de westelijke oever. De Fransen hebben de opdracht om de perimeter van Duinkerken te beveiligen tegen een opmars uit het oosten, terwijl de Belgen van op de oostelijke oever klaar liggen tegen een inval uit het westen. Deze vreemde situatie houdt aan tot de capitulatie.

Het 35Li verneemt tijdens de ochtend van 27 op 28 mei het nieuws van de komende capitulatie.

De Franse infanterie nabij Fort Knokke is afgelost door een eskadron van de 1er Dragons Portées. De Franse dragonders blazen prompt de Knokkebrug over de Ijzer op, zodat een deel van de 3de compagnie via Diksmuide moet omlopen om de rest van het regiment te vervoegen. Nabij Diksmuide vernielt de Britse genie alle bruggen zodra de Belgische troepen de westelijke oever van de Ijzer verlaten hebben.

Het regiment marcheert op 29 mei naar Werken en kantonneert hier tot 2 juni. Vervolgens wordt naar Deerlijk doorgetrokken, waarna de de nieuwe krijgsgevangenen vanaf 4 juni een aantal dagen in een lege fabriek te Ronse verblijven. Hier volgt op 10 en 11 juni de demobilisatie van de troep en het reservekader.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Guldenboek 5-17-35-55 Linieregimenten
  2. Meulenijzer, V., 1941, Gevangen! Vier dagen oorlog aan t’ Albertkanaal. Vier maanden in het Stalag, Brussel: Ignis
  3. Royaux, R., jaartal onbekend, Historique des 8e, 16e, 38e et 58e régiments de Ligne 1939-1940, Brussel: Centrum voor Historische Documentatie van de Belgische Strijdkrachten.
  4. Dossier 35Li, Centrum voor Historische Documentatie, Evere
  5. De Demer/Gete-stelling was een geplande dwarsstelling. Van zodra geweten was dat het geallieerde oppercommando de vijand zou proberen te stoppen op de lijn Antwerpen-Leuven-Namen (waarvan de Belgen het stuk van Antwerpen tot Leuven voor hun rekening nemen) moest de mogelijkheid voorzien worden om de Belgische troepen opgesteld langs de Dekkingsstelling op een veilige manier te laten terugtrekken tot achter de K.W. Stelling. Hiertoe werd de Demer/Gete-stelling ingericht. Deze stelling zou worden verdedigd door het CK dat hiervoor de 2CD al had gepositioneerd achter de Gete van bij de aanvang van het conflict.
  6. Het IIde Legerkorps interpreteert het terugtrekkingsbevel, uitgevaardigd door het GHK op 11 mei, op een foute manier. Hierdoor worden de 6Div en de 9Div, die ten noorden van de 14Div opgesteld staan, vroegtijdig naar de K.W. Stelling gestuurd. Tijdens de nacht van 11 op 12 mei vertrekt het gros van beide divisies. Een beperkte achterwacht wordt ter plaatse gehouden om de bunkers achter het kanaal te bemannen tot de nacht van 12 op 13 mei. De achterwacht kan niet verhinderen dat de vijand een bruggenhoofd slaat in de rug van de 14Div en hierdoor de Demer/Gete-Stelling hypothekeert. Het II/LK ziet zijn fout in en stuurt zijn infanterieregiment terug naar zijn oude posities. Ook de commandant van het CK reageert door de Groepering Ninitte naar het Duitse bruggenhoofd te sturen en elke verdere doorbraak uit het bruggenhoofd te verhinderen.
  7. De lichte mitrailleurs van de het type Chauchat, die in 1915 in allerijl in Frankrijk aangekocht werden om een nijpend tekort aan mitrailleurs op te vangen, leverden tijdens de Eerste Wereldoorlog al problemen op. De mitrailleurs blokkeerden te vaak op cruciale momenten. Dit euvel was uiteraard nog niet opgelost tijdens WOII. Het wapen wordt vaak bestempeld als “the worst machine gun ever made”. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Chauchat [Laatst geraadpleegd 14 november 2019].
  8. Het 36Li vermeldt op 10 mei in zijn velddagboek dat ze slechts over de helft van hun  mitrailleurmunitie beschikken omdat een groot deel ervan niet voldeed en was afgevoerd zonder dat er nieuwe munitie voor in de plaats was gekomen. Vermoedelijk was dit ook zo bij het 35Li en moest de levering van 11 mei dit euvel verhelpen. De infanterieregimenten van Tweede Reserve beschikten echter niet over FM30 lichte mitrailleurs maar wel over de Chauchat.