31ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve  
Ontdubbeld van 1ste Linieregiment  
Taalstelsel Franstalig  
Onderdeel van 15de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Luitenant-kolonel M. Deswerdt  
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Viersel – Grobbendonk
Commandopost te Nijlen
 
Samenstelling I Bataljon (Majoor P. Daenen) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt O. Thiran)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt N. Bodinaux)
3de Compagnie Fuseliers (Lt G. Lechat)
4de Compagnie Mitrailleurs (Kapt M. Messe)
  II Bataljon (Majoor A. Letocart) 5de Compagnie Fuseliers (Lt R. Bensel)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Perot)
7de Compagnie Fuseliers (OLt R. Lallemand)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt J.L. Beeken)
  III Bataljon (Kapitein-commandant R. Ceuterick) 9de Compagnie Fuseliers (Lt M. Dourée)
10de Compagnie Fuseliers (Lt V. Sauvage)
11de Compagnie Fuseliers (Lt A. Fonsny)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt C. Briar)
  Stafcompagnie
  Geneeskundige Compagnie
  Peloton Verkenners (Luitenant A. Peclers)

Tijdens de mobilisatie

Staf/31Li
Het 31ste Linieregiment (31Li) wordt in september 1939 gemobiliseerd als ontdubbelingsregiment van het 1Li. Het 31Li wordt toegevoegd aan de 15de Infanteriedivisie (15Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières (VB) tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 15Div zijn 42Li en 43Li. Na initieel in oktober 1939 samen met de rest van de 15Div een kampperiode te hebben doorgebracht in Leopoldsburg, wordt de 15Div opgesteld langs het Albertkanaal ten oosten van Antwerpen.

De officieren van het 31Li poseren hier voor een groepsfoto in het Kamp van Beverlo (oktober 1939).

Staf/31Li
De 15de Infanteriedivisie brengt de nacht door in zijn kantonnementen aan het Albertkanaal wanneer kort na middernacht op de staf een alarmmelding binnenloopt. De eenheden worden verwittigd en nemen hun posities in aan de zuidoever van het kanaal. Het 31Li neemt de centrale ondersector van de divisie voor zijn rekening en staat opgesteld vanaf de monding van de Nete in het Albertkanaal bij Viersel tot aan Grobbendonk, ten noorden van Nijlen:

  • Het I/31Li bezet het linker kwartier van het eerste echelon en wordt opgesteld aan beide zijden van de nu verdwenen brug van Nederviersel.
  • Het II/31Li neemt het rechter kwartier in van het eerste echelon.
    • De commandopost van het bataljon staat opgesteld bij Sluis 2 op de Kleine Nete.
  • Het III/31Li bemant het tweede echelon dat zich uitstrekt tussen het Netekanaal in het westen en Kilometerpaal 13 van de baan van de Liersesteenweg tussen Nijlen en Bouwel.  Het front van het echelon wordt gevormd door het niet-bevaarbare gedeelte van de Nete in de ondersector.  Van links naar rechts worden de 11de, 10de en 9de compagnies opgesteld.  Het bataljon heeft zijn commandopost nabij jeugdherberg ’t Pannenhuis.
  • Het peloton van Onderluitenant Dubois van het IIIde Bataljon is afgedeeld op de voorpost van de brug van Massenhoven.  Dit steunpunt ligt zo’n 800m ten noorden van de brug en moet de aanlooproute tot het kunstwerk beveiligen.
  • De commandopost van het regiment wordt opgesteld te Nijlen.

Bunkers en loopgrachten worden bij dageraad bemand. De ganse dag door komen verlofgangers terug bij hun eenheid.

Na de middag maakt een Duits vliegtuig een noodlanding binnen het onderkwartier van de 5de Compagnie.  De bemanning bestaat uit een officier en drie onderofficieren, waarvan er twee gewond raakten tijdens de harde landing.  De vijandelijke bemanning vertelt dat ze even voordien het militaire vliegveld te Wevelgem aangevallen hebben en tijdens de terugtocht geraakt werden door de Belgische luchtafweer.

Pl Vknr/31Li
Het Peloton Verkenners van 31Li (Pl Vknr/31Li), onder bevel van Lt Peclers, bewaakt de commandopost van het regiment te Nijlen.  Het peloton zal tijdens de voormiddag afgelost worden door het peloton fuseliers van Luitenant Evrard van het IIIde Bataljon.  De verkenners vertrekken hierop naar de noordelijke oever van het Albertkanaal via de brug van Massenhoven.

Staf/31Li
Het Groot Hoofdkwartier besluit op de tweede oorlogsdag dag om de oostelijke helft van het Albertkanaal op te geven en gros van het veldleger van deze positie terug te trekken tot aan de K.W. Stelling. De 15de divisie blijft echter op post. De troepen bevinden zich immers aan de uiterste westflank van het Albertkanaal en zijn hier voorlopig nog veilig.

Staf/31Li
Het 2de Eskadron en het 4de Eskadron van het Franse 4e Régiment de Cuirassiers trekken door de ondersector van het regiment via de Liersebaan en de brug van Massenhoven.   De eskadrons zijn elk uitgerust met 21 lichte Hotchkiss H35 tanks die per trein van uit Frankrijk naar Mechelen getransporteerd waren.  Het 2de Eskadron werd om 04u00 afgeladen te Mechelen, en het 4de Eskadron om 06u00.  De eenheden zijn onderweg naar hun verzamelplaats in de bossen van Zandhoven.

Staf/31Li
De manschappen blijven de ganse dag op post.

De divisie krijgt het bevel om het Albertkanaal ten oosten van de monding van de Nete te verlaten.  Het 31Li en het 42Li dienen zi achter de Nete terug te trekken om de verbinding te maken tussen de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. Het 43Li zal op post blijven in de ondersector Oelegem-Viersel.  De verplaatsing moet tijdens de nacht van 13 op 14 mei uitgevoerd worden.

Het 31Li ontvangt zijn marsorders voor de aftocht in de late namiddag.  De bataljons worden rondom 18u00 op de hoogte gebracht.  De verplaatsing zal starten vanaf 23u00.  De brug van Massenhoven wordt rond hetzelfde tijdstip met explosieven vernield.

Eveneens in de loop van de avond keert een colonne met het 1ste Eskadron en het 3de Eskadron van het Franse 4e Régiment de Cuirassiers terug naar de zuidelijke oever van het Albertkanaal.  De Somua S35 tanks rijden naar Ranst.

II/31Li
Omstreeks 15u00 maakt een Duitse Dornier Do17 bommenwerper een noodlanding in het onderkwartier van de 5Cie.  De bemanningsleden worden gearresteerd en overgemaakt aan de regimentsstaf.

III/31Li
Het IIIde Bataljon is aangeduid om na de terugtocht een reeks voorposten van de 15de Infanteriedivisie te bezetten tussen Kloosterheide in het westen en Grobbendonk in het oosten.  Het bataljon zal voor deze opdracht versterkt worden met een compagnie van het 42Li, de 10de compagnie van het 43Li en vier C47 anti-tankkanonnen.  Op die manier wil de divisiestaf er voor zorgen dat de troepen van de 18de Infanteriedivisie en van het Franse 7de Leger een vrije doorgang hebben via de brug van Grobbendonk over het Albertkanaal en de brug van Emblem over de Nete.

De drie compagnies van het 31Li zullen tussen Kessel en Nijlen ontplooid worden.   Ten noordoosten van Nijlen zou de compagnie van het 42Li moeten aankomen, maar deze formatie zal samen met de rest van zijn regiment terugtrekken naar de Nete.  Dit onderkwartier zal bezet worden door een gedeelte van de 11de Compagnie van het 31Li.  Tussen Kloosterheide en Kessel wordt op het militaire oefenterrein van Lier de compagnie van het 43Li opgesteld.  Kapitein-commandant Ceuterick plaatst zijn commandopost in het station van Kessel.

Gemobiliseerde reservisten rusten uit in hun kantonnement.

Tijdens de ochtend komt het gros van regiment aan op zijn nieuwe ondersector tussen Emblem en Lisp. De 15de Infanteriedivisie bezet nu de sector achter de Nete tussen het Albertkanaal en Lier. Ten noorden van de 15de Infanteriedivisie starten de linies van de Versterkte Positie Antwerpen, terwijl ten zuiden van de nieuwe stellingen de 6de Infanteriedivisie aansluit.

Het regiment zal zich volgens het klassieke schema ontplooien, met twee bataljons in eerste linie  en een bataljon in tweede linie.  Het IIIde bataljon blijft echter voorlopig nog op post tussen Kessel en Nijlen:

  • Het Iste bataljon bezet het noordelijk kwartier van Emblem tot Hutveld.
    • De 2de Compagnie neemt het rechter onderkwartier in.
    • Het peloton van Luitenant Joseph Groven van de 3de Compagnie wordt opgesteld op de oostelijke oever van de Nete, rondom de toegang tot de brug van Emblem.  Tijdens de namiddag zal dit steunpunt versterkt worden met twee Franse pantserwagens.  Deze voertuigen vertrekken echter opnieuw na het vallen van de nacht.
  • Het IIde bataljon wordt opgesteld op het zuidelijk kwartier van Hutveld tot Lisp.
    • De 7de Compagnie komt op links te liggen, en de 5de Compagnie op rechts.
    • De beide compagnies worden in de diepte gedekt door de 6de Compagnie. 
    • De commandopost van het bataljon wordt ontplooid op het Alliershof.
  • De medische hulppost wordt opgesteld aan de Broechemsesteenweg 8 te Vremde.
  • De commandopost van het regiment komt op de Vremsehoeve in dit dorp te staan.
  • Het regiment heeft de volledige IIde groep van 23A in steun verkregen.

III/31Li
Het bataljon is ontplooid tussen Kessel en Nijlen, met van west naar oost de 11de Compagnie (vanaf het fort van Kessel), 10de Compagnie (rondom het Goorkasteel) en de 9de Compagnie (langsheen de Kapellebaan).  Het peloton van Onderluitenant Dubois dat gedetacheerd is bij de brug van Massenhoven blijft voorlopig nog op deze locatie.

Het 31Li bezet zijn nieuwe ondersector tussen Emblem en Lisp.

III/31Li
Het bataljon maakt contact met vijandelijke verkenners die per fiets en motorfiets de linies verkennen.  Bij de schermutselingen valt één gewonde.  De Belgische genie vernielt te kerktoren van Nijlen met explosieven, om te vermijden dat na een terugtocht van deze positie de Duitsers het gebouw als observatiepost zouden gebruiken.

Ondertussen trekken verschillende elementen van de 18de Infanteriedivisie en van het Franse 7de Leger naar het zuidwesten via de bruggen van Grobbendonk en Emblem.

Staf/31Li
Het Groot Hoofdkwartier besluit in samenspraak met de geallieerden om de K.W. Stelling op te geven en terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De afmars zal in twee fasen verlopen waarbij tijdens de nacht van 16 op 17 mei alle troepen ten zuiden van de Nete de aftocht aanvatten. De troepen ten noorden van de Nete, waaronder dus ook de 15Div, zullen één dag langer ter plaatse blijven en zullen zich pas tijdens de nacht van 17 op 18 mei terugtrekken.

Om er voor te zorgen dat na de eerste fase van de aftocht naar het westen de nieuwe zuidflank van de 15Div niet bloot komt te liggen, zullen de troepen van de 15Div tijdens de nacht van 16 op 17 mei herschikt worden om het ganse gebied langsheen de Nete, het Netekanaal en de Rupel tussen het Albertkanaal, Lier en Boom te bezetten. Alle bataljons die op het tweede echelon opgesteld staan, worden aan hun regimenten ontnomen en zullen gebruikt worden om flankwachten te plaatsen langsheen deze waterlopen en in het bijzonder de bruggen van Walem, Duffel en Boom te gaan bewaken. Naast het III/31Li zullen ook het II/42Li en het I/43Li en het III/43Li onderdeel uitmaken van deze operatie.

I/31Li
Het Iste Bataljon behoudt zijn posities.  Na de terugtocht van het IIIde Bataljon van de voorposten tussen Kessen en Nijlen zal de staf van de 15Div vernemen dat het Fort van Kessel niet volgens plan vernield werd en dit bolwerk nog steeds intact is.  Stafofficier Kapitein SBH Thirifay wordt met de commandant van het Fort van Kessel uitgestuurd naar het 31Li te Emblem om de zaak te verhelpen.  Na overleg met Luitenant-kolonel Deswert wordt een detachement uitgestuurd naar het fort onder leiding van Luitenant Lechat van de 3de Compagnie om de bovenstructuur alsnog te vernielen met explosieven.  Het detachement stuit op vijandelijke elementen en kan het Fort van Kessel niet bereiken.  Soldaat Antoine wordt hierbij gedood.  Luitenant Lechat en vijf van zijn manschappen raken gewond.  Lechat zal op 16 juni overlijden in het ziekenhuis te Sint-Niklaas.

II/31Li
De posities van het IIde Bataljon blijven ongewijzigd.

III/31Li
Net na middernacht verlaat de achterhoede van het IIIde Bataljon de stellingen tussen het fort van Kessel en Nijlen. De mars naar de brug van Emblem loopt vertraging op zodat Kapitein-commandant Ceuterick pas om 02u15 kan bevestigen dat zijn detachementen in veiligheid zijn.  Rond 02u30 wordt de brug over de Nete te Emblem opgeblazen door de genie.

Het bataljon trekt door de stellingen van het regiment en rust enkele uren uit in de bossen ten oosten van Broechem.  In de ochtend neemt Kapitein-commandant Ceuterick zijn voorziene posities in op het tweede echelon van de ondersector van het 31Li.  Lang zal het III/31Li niet op deze stelling blijven, want tijdens avond van 16 mei worden de 10de Compagnie, de 11de Compagnie en een peloton mitrailleurs op bevel van de 15Div doorgestuurd naar Boom om hier de overgangen over de Rupel en het Kanaal van Willebroek te beveiligen met een bruggenhoofd op de zuidelijke oevers.  Dit detachement wordt door Ceuterick zelf bevolen en vertrekt om 23u00.

Detachement Dourée (9/III/31Li)
De 9Cie en de twee overige pelotons mitrailleurs worden bij het vertrek van de rest van het bataljon naar Boom in reserve gehouden te Broechem.

Tijdens de voormiddag blijft het regiment op post tussen Emblem en Lier. Aan de zuidoost rand van de stad Lier maakt het 42Li vanaf 13u00 contact met Duitse troepen die vanuit Aarschot naar het noordwesten vorderen. De stad wordt aangevallen en de gevechten houden de ganse middag aan. Rondom 18u00 verlaten het regiment met uitzondering van het gedetacheerde IIIde Bataljon zijn stellingen langsheen de Kleine Nete om via Hagenbroek, Boshoek, Driehoek, Kontich, Boom, Ruisbroek, Puurs, Bornem en Temse naar Elversele te marcheren.

Detachement Daenen (Achterhoede)
De vaste achterhoede van de 15Div zal bestaan uit het equivalent van twee compagnies fuseliers per ondersector die het eerste echelon moeten bezetten tot na de aftocht van het gros van de divisie.  Dit detachement zal aangevuld worden met twee T13 tankjagers, een deel van de Wielrijdersgroep der 18de Infanteriedivisie, en de pelotons verkenners van het 31Li, 42Li en 43Li.  Het IVde Legerkorps bepaalt dat zes uur na het vertrek van het gros van de divisies, om middernacht, de achterhoede van de 12Div als eerste zal vertrekken.  De achterhoede van de 15Div zal volgen om 02u00.  Bij het 31Li zal Majoor Daenen van het Iste Bataljon de achterhoede bevelen.

Detachement Perot (6/II/31Li)
Rondom 20u00 moet het IIde Bataljon de 6Cie van Luitenant Perot en het peloton mitrailleurs van Luitenant de Burlet van de 8Cie detacheren naar Lier, om hier het 42Li bij te staan in de verdediging van de stad.  Perot en zijn manschappen bereiken de posities van het 42Li tegen 22u30 en worden door Kolonel Collard toegewezen aan de verdediging van de bruggen in de stad.

Detachement Kapitein-commandant Ceuterick (III/31Li, minus 6/III/31Li)
Onderweg naar Boom raakt Onderluitenant Dubois gewond in de onderbuik wanneer hij zijn pistool terug plaatst in zijn holster en per ongeluk een schot lost.  Dubois is pelotonscommandant bij de 11de Compagnie.  Hij wordt afgevoerd naar het hospitaal te Sint-Niklaas.

Het detachement van Kapitein-commandant Ceuterick bereikt Boom na een moeilijke nachtmars omstreeks 06u00.   Ceuterick start met de verkenning van de zuidelijke oever om zijn compagnies te kunnen ontplooien en ontdekt dat de 1ste Infanteriedivisie eveneens troepen in de buurt heeft om de overgangen over de Rupel en het Kanaal van Willebroek te beveiligen.  De compagnies worden ontplooid op de toegangswegen tot de snelweg Brussel-Antwerpen.  De dag verloopt zonder verdere incidenten.  De bataljonscommandant zendt zijn voertuigen naar Temse met als opdracht hier ’s anderendaags de rest van het detachement af te wachten.

Detachement Dourée (9/III/31Li)
In de loop van de middag stuurt de commandant van de 15Div de nabij Broechem achtergebleven 9de Compagnie naar de brug van Boom.  Hier wordt Majoor Nicaise van het 43Li aan het hoofd geplaatst van een tijdelijke groepering die bestaat uit de 9/III/43Li, 6/II/42Li en de 9/III/31Li versterkt met enkele machinegeweren en vier T13 tankjagers.  De nieuwe groepering zal even na middernacht te Boom aankomen.  De 9/III/43Li en 9/III/31Li moeten het detachement Ceuterick aflossen, terwijl de 6/II/42Li doorgestuurd wordt naar Temse. De groepering rond Majoor Nicaise moet de bruggen te Boom en Temse bewaken tot na de doortocht van de 15de Infanteriedivisie en moet er vervolgens voor zorgen dat de genie de kunstwerken kan vernielen.

Staf/31Li
De staf begeeft zich naar Elversele en verneemt hier dat het 31Li samen met de rest van de 15Div naar de kust zal verplaatst worden.  Aanvankelijk wordt begrepen dat de eindbestemming de gemeente Heist zou zijn.  De militairen te voet van het 31Li zullen vanuit de stations van Temse en Sint-Niklaas per trein vervoerd worden.  De motorvoertuigen van het regiment zullen afgesplitst worden van de paardenwagens en de militairen die over een fiets beschikken om alzo in twee colonnes over de baan terug te trekken.  De paardenwagens en de wielrijders dienen te Mariakerke te overnachten.

De regimentsstaf vertrekt onmiddellijk en zal te Mariakerke halt houden tot de aankomst van de colonne met de motorvoertuigen.  Vervolgens verplaatst de staf zich naar Heist.  Te Mariakerke wordt een motorwielrijder achtergelaten om de colonne met de paardenwagens en de wielrijders af te wachten.

Bij aankomst te Heist blijkt dat de kustgemeente volledig geëvacueerd is omdat er een vijandelijke landing van uit Walcheren verwacht wordt op Zeeuws-Vlaanderen en de Belgische oostkust.  Ook de Franse troepen ter plekke zouden op het punt staan te vertrekken.  In het station is er geen civiel of militair personeel meer te vinden.  Luitenant-kolonel Deswert neemt contact op met de divisiestaf die inmiddels te Oostende is aangekomen.  Er wordt besloten om de voertuigcolonnes naar Middelkerke te sturen en een poging te wagen om de treinstellen die onderweg zijn naar Heist af te leiden naar Oostende.

Detachement Daenen (Achterhoede)
De achterhoede van het regiment verlaat zijn posities tussen 00u45 en 01u00 en trekt het gros van het regiment achterna.

II/31Li (minus detachement Perot)
Het IIde Bataljon bereikt Hertjen nabij Sint-Niklaas omstreeks 12u00 en begeeft zich een goed uur later naar het station van Sint-Niklaas.  Het bataljon is tegen 14u30 klaar voor de treinreis naar het westen.  Het treinstel vertrekt om 16u50 met Oostende als bestemming.

Detachement Perot (6/II/31Li)
Luitenant Perot krijgt om 02u00 de toestemming van Kolonel Collard van het 42Li om de aftocht naar het westen aan te vatten.  Bij de vernieling van de bruggen in Lier bevinden twee gevechtsgroepen van het 1ste peloton zich nog op de oostelijke oever, samen met pelotonscommandant Onderluitenant Blokiau.  De militairen moeten de rest van de compagnie laten vertrekken en zullen op eigen houtje naar de kust trekken om het bataljon op 21 mei terug te vinden te Dudzele.  De rest van het detachement Perot marcheert naar Temse en kan hier omstreeks 19u00 aan boord van een treinstel gaan.

Detachement Kapitein-commandant Ceuterick (III/31Li, minus 6/III/31Li)
Het detachement brengt de nacht door rondom de bruggen van de snelweg Brussel-Antwerpen.  Deze beide overgangen worden rondom 10u00 door de genie vernield, zodat deze opdracht ten einde loopt.  Het detachement Ceuterick wordt vervolgens aangeduid voor de achterhoede van de 15de Infanteriedivisie bij de doortocht van het Scheldeland.  Kapitein-commandant Ceuterick en zijn troepen steken rondom 14u00 de Schelde over en begeven zich naar het station van Temse voor inscheping aan boord van een treinstel richting kust.

Detachement Galhausen (motorvoertuigen 31Li)
Luitenant Gustave Galhausen is officier-mechanieker van het regiment en beveelt de colonne met de motorvoertuigen.  Deze colonne wordt na passage van de Schelde naar Mariakerke bevolen, en van hier uit naar Heist doorgezonden.  De voertuigen bereiken de kustgemeente tegen 19u00 en worden vrijwel onmiddellijk naar Oostende gedirigeerd.  Onderweg laat Luitenant Gomrée, inlichtingenofficier, de colonne halt houden te Bredene om nieuwe instructies in ontvangst te nemen van Luitenant-kolonel Deswert.  De regimentscommandant laat de colonne verder rijden naar Ghyvelde, net over de Franse grens.  Het detachement Galhausen zal te Middelkerke overnachten.

Staf/31Li
De regimentsstaf overnacht te Oostende.  Om 06u00 geeft de divisiestaf de opdracht om op het Leopoldkanaal tussen Zeebrugge en De Siphon ten noorden van Damme alle bruggen te gaan bezetten om bij een mogelijke Duitse aanval over de Westerschelde een doorbraak naar West-Vlaanderen te kunnen blokkeren.

De staf van het regiment wordt naar Dudzele gezonden.  De divisiestaf verwacht dat de treinstellen met de bataljons van het 31Li te Oostende zullen aankomen, en onderneemt de nodige stappen om deze naar Brugge door te sturen.  Na overleg met de militaire stationschefs van Oostende en Brugge, en met de buurtspoorwegen, wordt besloten om de stations van Brugge en Dudzele te gebruiken als uitstapplaatsen.  De militairen die te Brugge moeten ontschepen, zullen met de tram overgebracht worden naar Dudzele.

De commandopost te Dudzele is vanaf 11u00 operationeel.  De eerste detachementen die per trein reizen zullen vanaf de middag de kust bereiken.  Het transportplan is echter danig in de war gelopen en de eenheden zullen slechts per mondjesmaat toekomen om op diverse manieren naar Dudzele gedirigeerd te worden.

De colonne met de paardenvoertuigen en wielrijders zal in de loop van de avond binnenlopen te Dudzele.  De lange etappes en grote vermoeidheid van de inzet tijdens de eerste oorlogsweek hebben duidelijk hun tol geëist.  Heel wat trekdieren hebben onderweg letsels opgelopen door slecht zittend tuig of problemen met hoefijzers.  Een aantal veldkeukens en overige paardenwagens is onderweg verloren gegaan door een vijandelijke luchtaanval.

Tot overmaat van ramp is de colonne met de motorvoertuigen door diverse misverstanden naar Noord-Frankrijk gestuurd.  Deze motorvoertuigen transporteren onder meer het tranmissiematerieel van het regiment, wat een ernstige tekortkoming zal blijken.

Detachement Perot (6/II/31Li)
Het detachement Perot rijdt het station van Oostende binnen rond 14u00, en kan hier drie uur later aan boord van het zelfde treinstel naar Zeebrugge vertrekken.  Hier stijgt het detachement om 19u00 uit.  Vervolgens gaat het te voet naar Dudzele waar Perot en zijn manschappen rondom 21u00 weer kunnen aansluiten bij hun bataljon.

Detachement Galhausen (motorvoertuigen 31Li)
De motorvoertuigen van het 31Li steken in de vroege ochtend de Franse grens over, maar zijn helemaal niet welkom in Ghyvelde.  Het Franse leger wil geen kantonnementen toewijzen en laat de colonne aan zijn lot over.  Luitenant Galhausen besluit om naar Duinkerke verder te trekken.  Zowel het militaire plaatscommando als ook de maritieme commandant van de stad willen geen assistentie verlenen, zodat Galhausen dan maar in verbinding tracht te komen met de Belgische militaire overheden.  Uiteindelijk kan hij omstreeks 17u00 een telefoongesprek maken me de staf van de Maritieme Basis in Oostende die zijn colonne naar Le Havre stuurt.

De Fransen willen echter geen benzine leveren, zodat Galhausen besluit om naar Cassel te rijden in de hoop hier te kunnen bijtanken.  Het detachement overnacht in de stad.

31Li
Het gros van het regiment bevindt zich op het Leopoldkanaal tussen Zeebrugge en De Siphon, en te Damme.

Detachement Galhausen (motorvoertuigen 31Li)
De motorvoertuigen van het 31Li rijden naar Saint-Omer, maar ook hier weigeren de Fransen om brandstof te leveren.  Galhausen maakt zich zorgen over de technische toestand van een tiental van zijn vrachtwagens en vraagt aan de militaire stationscommandant of hij deze voertuigen per spoor kan vervoeren.  Ook dit verzoek wordt afgewezen.  De colonne heeft nu dringend benzine nodig, en de tankwagen van het detachement wordt samen met Luitenant Galhausen alleen voorop gestuurd naar Hesdin.

I/31Li
Op bevel van de Maritieme Basis wordt de opdracht van het Iste Bataljon uitgebreid met de bewaking van de stadskern van Damme en de brug over de Damse Vaart.

II/31Li

III/31Li
Het IIIde Bataljon van het 3de Regiment Grenadiers bewaakt aan de oostkust de ondersector tussen Zeebrugge en Heist.  Het bataljon ontvangt versterking van een detachement van het 42ste Linieregiment (42Li) bestaande uit de 9de Compagnie Fuseliers van het 42Li (9/III/42Li) en een deel van de 12de Compagnie Mitrailleurs (12/III/42Li). Dit detachement wordt in de haven van Zeebrugge opgesteld en neemt een naar Zeeuws-Vlaanderen gerichte positie aan.

Pl Vknr/31Li
Het peloton verkenners verplaatst zich naar Westkapelle.

Detachement Galhausen (motorvoertuigen 31Li)
Na heel wat discussie op het militaire plaatscommando te Hesdin kan Luitenant Galhausen omstreeks 03u00 een voorraad van 700 liter benzine bekomen.  De tankwagen mag de brandstof laden bij de opening van het plaatselijke depot omstreeks 07u00.  De colonne kan zo zijn weg verder zetten en rijdt naar Abbeville.  De weg naar het zuiden is hier geblokkeerd door de Duitse opmars naar de Atlantische kust.  De voertuigen maken rechtsomkeer en rijden via Montreuil naar Boulogne.

Staf/31Li
Het 31Li behoudt zijn opdracht tot aan het eind van 22 mei. Rond 21u30 verlaat het regiment de oostkust om via een bijzonder lange etappe van 32Km naar Leffinge nabij Middelkerke te marcheren. De troepen worden naar de westkust verplaatst om de zuidflank van de Belgische legerzone te dekken na de Duitse doorbraak tot de Atlantische kust nabij Abbeville en Boulogne. De vijand rukt nu op van uit het zuiden om de geallieerde legers verder in te sluiten.

III/3Gr
Het IIIde Bataljon krijgt tijdens de ochtend het bevel om naar Knokke te marcheren en de ondesector van Heist tot de Nederlandse grens Nederlandse te bezetten.  Het bataljon komt onder het bevel te staan van het 3de Regiment Grenadiers.  Lang zal deze opdracht niet duren.  Aan het eind van de dag vertrekken de Grenadiers naar Nieuwpoort en vervoegt het IIIde Bataljon het regiment op zijn mars naar Leffinge.

Staf/31Li
Het 31Li bereikt Leffinge rond 06u00. De manschappen kunnen hier de ganse dag uitrusten. Intussen werkt het Belgische opperbevel aan een plan om de waterlopen van de Westhoek te gebruiken voor een nieuwe defensieve linie met front naar het westen.

Om 15u30 verspreid de divisiestaf de nodige orders voor de opstelling van de divisie bij de verdediging van de Ijzer en het Lokanaal.  De divisie moet alle overgangen over de beide waterlopen bezetten, met front naar het westen, om een Duitse doorbraak vanuit Noord-Frankrijk richting West-Vlaanderen te beletten.  Op de Ijzer moet dit gebeuren vanaf de stad Nieuwpoort tot aan Kilometerpaal 15 van de rivier.  Op het Lokanaal moeten de overgangen bewaakt worden van Veurne (inclusief) tot Fortem (exclusief).

Het 31Li krijgt aanvankelijk een ondersector toegewezen tussen Kilometerpaal 9,5 (Mannekensvere) en Kilometerpaal 15 van de IJzer.  Het regiment moet zijn commandopost plaatsen op het kasteel te Keiem.  Het Iste en IIde Bataljon zullen het eerste echelon bemannen, ondersteund door het IIIde Bataljon in tweede lijn.

Staf/31Li
Samen met de overige eenheden van de 15de Infanteriedivisie bezet het het 31Li de oostelijke oever van de Ijzer om de Belgische zuidflank te dekken tegen de Duitse opmars van uit Noord-Frankrijk.

Staf/31Li
De opstelling van 15de infanteriedivisie zal in de loop van de dag tweemaal grondig herschikt worden. In een eerste fase wordt wordt het 31Li om 09u30 uit de slagorde gehaald.  Het regiment wordt naar het binnenland gestuurd ten gevolge van de Duitse doorbraak aan de Leie, en moet overgaan naar het Iste Legerkorps om ingezet te worden op de defensieve linie tussen Roeselare en Zonnebeke.  Het 31Li dient te Diksmuide op treintransport gezet te worden.  Om 11u00 verspreid de divisiestaf een eerste reeks orders om de bezetting van de sector aan te passen aan het vertrek van het 31Li.  De volledige zone tussen de stad Nieuwpoort en Kilometerpaal 15 op de rivier zal nu bewaakt worden door het 42Li in het noorden en het 43Li (minus een bataljon) in het zuiden.

De inscheping van het regiment start om 12u00 te Diksmuide.  De eenheden worden naar het station van Moorslede gebracht op de nu verdwenen spoorlijn Ieper-Roeselare en kunnen hier omstreeks 17u00 uitstijgen.  Tijdens de nacht van 25 op 26 mei zullen honderden goederenwagons buffer-aan-buffer geplaatst worden op deze spoorlijn om een barrière tegen een vijandelijke aanval trachten te vormen.  Het eerste echelon van de positie tussen Zonnebeke en Roeselare zal gevormd worden door de westelijke spoorberm.

Luitenant-kolonel Deswert komt aan de Poelkapelle.  Het 31Li krijgt de opdracht om het eerste echelon van de nieuwe defensieve positie te bezetten tussen de spooroverweg op de baan naar Menen nabij Frezenberg in het zuiden en de baan Passendale-Menen in het noorden.   Ten zuiden van van de spooroverweg nabij Frezenberg moet het Britse leger de linies verlengen in de richting van Ieper, maar het wordt al snel duidelijk dat dit dispositief niet gerealiseerd zal worden.  Ten noorden de baan van Passendale-Menen nemen de troepen van het 4L de linies over.  Het 31Li zet zich onmiddellijk op weg.

De regimentsstaf vindt een nieuw onderkomen te Frezenberg. De drie bataljons worden alle op het eerste echelon ontplooid, met van west naar oost het IIIde, IIde en Iste bataljon.  De frontlinie van het 31Li is zo’n 6Km breed.

Omstreeks 23u00 realiseert ook de staf van het 31Li dat het Britse leger niet van plan is om de Belgische linies te verlengen en zich teruggetrokken heeft.  De rechterflank van de gehele Belgische legerzone kan op die manier overvleugeld worden.  Tussen Zonnebeke en Langemark-Poelkapelle zal dan ook een dwarsstelling ingericht worden met eenheden van het 2de Cavaleriedivisie.

Die zelfde 2de Cavaleriedivisie is ook nog actief in het voorgebied van de nieuwe verdedigingslijn, en heeft nog een deel van zijn eenheden ontplooid tussen Geluwe en Dadizele.  De verwachting is dat deze positie op 26 mei zal opgeheven worden.

Bij dageraad steken de Duitsers de baan Geluwe-Wervik over en vallen eveneens aan ten noorden van Geluwe en te Dadizele. De eenheden van 2de Cavalereriedivisie die hier ingezet zijn, trekken achteruit en kruisen de spoorlijn tussen Ieper en Roeselare.  Het 31Li komt hiermee in de frontlinie te liggen.

Het Groot Hoofdkwartier beveelt om 09u30 dat de rest van de 15de Infanteriedivisie, met uitzondering van het 42Li en het 16Gn, overgaat naar het Iste Legerkorps.  Reeds een uur later komen Luitenant-generaal de Hennin en zijn stafchef Kolonel SBH Kieffer aan op het hoofdkwartier van het Iste Legerkorps in de school van Westrozebeke.  Aanvankelijk zal de 15Div onder het bevel van de 1Div opereren, maar deze slagorde zal om 22u00 gewijzigd worden wanneer de staf van de 15Div de volledige sector van Ruiter over Zonnebeke tot Poelkapelle zal overnemen

Het 23A, zal samengevoegd worden met het 18A. De groepen I/18A en II/23A nemen samen posities in tussen Westrozebeke en Oostnieuwkerke ter ondersteuning van de linkerflank tussen Passendale en Ruiter waar het 4L de eerste linie bezet en gesteund wordt door het III/43Li. De II/18A en I/23A worden samen verantwoordelijk voor de rechterflank tussen Passendale en Fezenberg waar het eerste echelon zal verdedigd worden door het 3L en het 31Li.

Door de aankomst van het 3L en de overige formaties die rond Geluwe in actie waren, worden de posities van het 31Li op bevel van de staf van de 1Div om 09u00 naar het noorden verschoven.  Het regiment moet nu de spoorlijn verdedigen tussen het station van Zonnebeke en het station van Moorslede/Passendale:

  • De commandopost van het 31Li wordt opgesteld op het gehucht Mosselmarkt.
  • Het Iste Bataljon is nog steeds verantwoordelijk voor het noordelijke kwartier.
    • Majoor Daenen heeft zijn nieuwe commandopost in de onderwijzerswoning ten even ten oosten van de dorpskern van Passendale.
    • Van noord naar zuid worden de 1Cie, 2Cie en 3Cie opgesteld.  Hierbij komt de 1Cie aan beide zijden van de Stationsstraat te liggen.  De Zuidstraat naar Nieuwe Molen vormt dan weer de scheidingslijn tussen de onderkwartieren van de 2Cie en 3Cie.
  • Het IIde Bataljon bezet het centrale kwartier.
    • De commandopost wordt geplaatst aan de Passendalestraat ten zuiden van het dorp.
    • Het bataljon plaatst zijn drie compagnies op een enkele lijn, aan beide zijden van de Passendalestraat.  Van noord naar zuid worden de 7Cie, 6Cie en 5Cie opgesteld.  De Passendalestraat loop midden door het onderkwartier van de 6Cie.  De 5Cie bevindt zich ten zuiden van de Tyne Cot oorlogsbegraafplaats. 
  • Het IIIde Bataljon verdedigt het zuidelijke onderkwartier.
    • Van noord naar zuid worden de 9Cie, 10Cie en 11Cie ontplooid.
  • Het regiment ontvangt de steun van twee T15 en twee T13 pantserwagens.
  • Het bagage echelon en het gevechtsechelon worden opgesteld in de bossen van Houthulst.
  • Achter het regiment is op het tweede echelon het III/43Li geïnstalleerd rondom de gemeente Passendale en het I/43Li ten zuidwesten van deze gemeente.

De inplaatsstelling wordt voltooid omstreeks 14u00.  Ten gevolge van het gebrek aan transmissiematerieel zijn er geen telefoonverbindingen tussen de bataljonsstaven en de compagnies.  Er moet beroep gedaan worden op estafettes om berichten door te geven.

Enige tijd na de installatie van de compagnies voert de vijand rondom 17u00 een eerste artilleriebeschieting uit op de overweg aan de Passendalestraat.  Soldaat Zinnen wordt gedood.  Onderluitenant Lallemand wordt zwaar gewond en zal overlijden in de nacht van 27 op 28 mei.

De anti-tankversperring met spoorwagons op de lijn Ieper-Roeselare heeft geen enkel nut. Er dagen immers geen Duitse tanks op, maar wel infanteristen die makkelijk tussen de wagons zullen kunnen glippen. Daarenboven zijn de gewassen in de meeste velden op volle lengte en kunnen de vijand op de meeste plaatsen ongezien vorderen. Op de koop toe heeft de gemeente Passendale kort voor de van de veldtocht de sloten laten uitdiepen zodat de Duitsers ook hiervan handig weten te gebruiken om te naderen.

Staf/31Li, I/31Li, II/31Li
De Duitse artillerie start vanaf de voormiddag met een voorbereidend vuur op de kwartieren van het Iste en het IIde Bataljon, en het dorp Passendale.  Vooral de 2Cie, 3Cie, 7Cie en 6Cie worden geviseerd.  Vanaf 11u00 meldt men op verschillende punten langsheen de spoorlijn contact met de vijand.  Bij de 3Cie slagen een aantal militairen op de vlucht.

Een eerste aanval komt er rond 15u00 op de stellingen van de 6Cie en 7Cie .  Deze aanval heeft een eerder aftastend karakter en het IIde Bataljon overtuigt zich ervan dat de actie zonder veel inspanning geblokkeerd werd.  Er vallen wel een aantal slachtoffers onder de Belgen, waaronder Onderluitenant Lallemand van de 7Cie.  De bataljonsstaf verliest zijn telefoonverbindingen met de regimentsstaf en met de artillerie.  Verschillende vuuropdrachten zullen per motorwielrijder aangevraagd worden.

Eerste Duitse aanvallen op de posities van het Iste Bataljon en IIde Bataljon van het 31Li op 27 mei.

Eerste Duitse aanvallen op de posities van het Iste Bataljon en IIde Bataljon van het 31Li op 27 mei.

Een tweede voorbereidend vuur op het Iste Bataljon is echter de voorbode van een volgende aanval, dit keer omstreeks 16u00 op de posities van de 1Cie en de 3Cie.  Het weerstandsvermogen is dan al bijzonder laag bij de 3Cie zodat de Duitsers er hier elatief makkelijk in slagen om deze compagnie van zijn posities te verdrijven.

Kort na 17u00 beveelt Luitenant-kolonel Deswert aan het IIde Bataljon om een deel van de 7Cie dwars op het eerste echelon op te stellen en front te laten maken naar het noorden om een Duitse doorbraak naar het kwartier van dit bataljon te blokkeren.  Dit zal echter niet het hoofdobjectief van de aanvaller blijken.  De vijandelijke infanterie wil zo snel mogelijk naar Passendale doorstoten en maakt hierbij vlot gebruik van de opening die in het onderkwartier van de 3Cie gecreëerd is. 

Ook bij de 1Cie is de aanval succesvol zodat de Duitsers nu van uit twee richtingen het dorp Passendale kunnen naderen.  Al snel wordt contact gemaakt met de 5Cie van het 43Li die ten oosten van de dorpskern van Passendale op het tweede echelon heeft postgevat.

Het Iste Bataljon van het 31Li gaat als eerste verloren.  De 1Cie en 3Cie zijn uit elkaar geslagen, en de 2Cie wordt omsingeld door de dubbelaanval.  Vanuit het onderkwartier van de 3Cie zwenkt de Duitse aanval af naar het zuidwesten zodat bij het IIde Bataljon de 7Cie en de 6Cie eveneens omsingeld worden.  De beide compagnies vallen omstreeks 19u00 in handen van de vijand.  Alleen de 5Cie en een deel van de mitrailleurs van de 8Cie kunnen ontsnappen.

Bij de overrompeling van de 7Cie en 6Cie wordt ook de commandopost van Luitenant-kolonel Deswert bedreigd.  Het peloton verkenners tracht een tegenaanval uit te voeren, maar de vijandelijke druk is te groot.  De kolonel en zijn stafgroep gaan er zo snel mogelijk van door.  Deswert staat niet langer in verbinding met de staf van de 15Div, maar kan nog wel mededelen aan de nabijgelegen commandopost van het 43Li dat hij zich verplaatst naar het kwartier van het IIIde Bataljon dat nog steeds stand lijkt te houden.

Luitenant-kolonel Deswert bereikt de commandopost van het IIIde Bataljon tegen 19u30.  Vervolgens installeert hij zijn hoofdkwartier nabij het kruispunt van de Sint-Juliaanstraat en de Zonnebekestraat ten oosten van het dorp Sint-Juliaan.

III/31Li
Het IIIde Bataljon blijft grotendeels gespaard van de vijandelijke aanval.  Na de desintegratie van het IIde Bataljon en de overgave van de 7Cie en 6Cie, wordt de 5Cie aangehecht bij het IIIde Bataljon.

Kapitein-commandant Ceuterick ontvangt omstreeks 19u30 Luitenant-kolonel Deswert op zijn commandopost.  Deswert vermoedt dat Majoor Letocart van het IIde Bataljon gesneuveld is, of krijgsgevangen is genomen en bevestigt de overrompeling van zowel het Iste als het IIde Bataljon.  Deswert installeert vervolgens zijn commandopost nabij Sint-Juliaan maar heeft hier geen telefoonverbinding meer met zijn overgebleven troepen.  Het IIIde Bataljon ligt onder vuur van kleine wapens dat ook nog tijdens de nacht zal aanhouden, maar tot een echte aanval op de posities zal het niet komen.  Ceuterick wil een overrompeling voorkomen en laat even voor middernacht met toestemming van de regimentscommandant zijn troepen terugtrekken op een nieuwe positie op een paar honderd meter ten zuiden van de baan van Sint-Juliaan naar Passendale.  Hij hoopt hiermee tevens een verbinding tot stand te kunnen brengen met het 43Li.  Dit plan zal niet langer realistisch blijken.  Het bataljon blijft op deze posities tot de overgave.

Staf/31Li
De commandopost van Luitenant-kolonel Deswert bevindt zich nog steeds op dezelfde locatie wanneer het nieuws van de capitulatie uiteindelijk rondom 06u00 wordt bevestigd.

Na de capitulatie

Staf/31Li, III/31Li
De kolonel en zijn overgebleven militairen blijven ter plekke tot 29 mei en worden vervolgens naar Beselare bevolen.  Op 30 mei stuurt de bezetter de gevangen door naar Kortrijk.  Hier worden de manschappen van de officieren gescheiden.  Deze laatsten zullen op 31 mei opgesloten worden in de gevangenis van Oudenaarde om vervolgens via een tussenstop te Drongen naar Ronse verplaatst te worden.  Hier worden op 7 juni de reserveofficieren naar huis gestuurd.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier 31Li, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere