2de Regiment Grenadiers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Regiment Grenadiers | 2ème Régiment de Grenadiers | 2Gr
Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Grenadiers
Onderdeel van 7de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH J. Herbiet
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Kanne-Ternaaien
Commandopost te Zussen
Samenstelling I Bataljon (Majoor Noterman) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt Monmart)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt D’Hoogh)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt Lejeune)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Genachte)
Kwartier Zussen
II Bataljon (Majoor Levaque) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt Gregoire)
6de Compagnie Fuseliers (Lt Génicot)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt de Robiano)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt Braibant)
Kwartier Kanne
III Bataljon (Majoor Montegne) 9de Compagnie Fuseliers (Lt Depré)
10de Compagnie Fuseliers (Lt Weets)
11de Compagnie Fuseliers (Cdt Van de Wiele)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt Pierard)
Kwartier Ternaaien
IV Bataljon (Majoor Lecomte) 13de Compagnie Mitrailleurs (Lt Thibaut de Maisières)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt Colson)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt Van den Abeele)
Kwartier Eben
Stafcompagnie (Luitenant V. Rémy)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein F. Geuens)
Peloton Verkenners (Onderluitenant M. Minet)

Tijdens de mobilisatie

Staf/2Gr
Het 2de Regiment Grenadiers (2Gr) werd op 1 september 1939 gemobiliseerd in de Prins Albertkazerne (ook wel Grenadierskazerne genoemd) in de Karmelietenstraat te Brussel als ontdubbelingsregiment van het 1ste Regiment Grenadiers (1Gr). Het 2Gr, een regiment van eerste reserve, maakt een turbulente mobilisatie door.

Op 18 september wordt het regiment samen met het 2de Regiment Karabiniers (2C) en het 18de Linieregiment (18Li) onder bevel geplaatst van de 7de Infanteriedivisie (7Div) en vertrekt aansluitend naar de K.W. Stelling waar ze de Ondersector Leuven bezetten. De stellingen worden voorbereid maar lang kan het 2Gr niet van het werk genieten want in oktober 1939 worden ze verplaatst naar het Albertkanaal waar ze de Ondersector Kwaadmechelen moeten inrichten. Tot overmaat van ramp moeten ze de verplaatsing te voet uitvoeren bij gebrek aan transportmiddelen. Gedurende de strenge winter van 1939 wordt ook deze stelling ingericht. De eenheden moeten noodgedwongen hun eigen barakken bouwen; zo niet zouden de paarden en het materieel de vrieskou niet overleven.

Eind maart verneemt het regiment dat de goed voorbereide stellingen zullen worden overgenomen door het 1Gr van de 6Div die van de Ondersector Hasselt aan het Albertkanaal komen. Als beloning voor het harde werk zou het regiment in reserve worden gehouden aan de kust hetgeen een goed vooruitzicht was voor de vele manschappen die uit Oost en West Vlaanderen kwamen. Groot is de ontgoocheling toen het niet de kust maar Waterloo wordt, waar ze worden opgesteld als reserve van het leger.

Prins Albertkazerne (oftewel Grenadierskazerne) in de Karmelietenstraat te Brussel.

De aflossing aan het Albertkanaal te Kwaadmechelen start op 10 April bij heerlijk weer en in kleine groepen trekken de bataljons naar Diest van waar zij per spoor naar de streek van Halle en Waterloo worden gebracht. Voor de derde keer wordt aangevat met de voorbereiding van een regimentsstelling.

Nog geen drie weken later en amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog komt het alweer tot een nieuwe opdracht; op 28 april 1940 verplaatst het regiment zich naar Riemst om de Ondersector Zichen-Zussen-Bolder (Vroenhoven-Lixhe) over te nemen van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) van de 5Div. Na een eerste verkenning zijn de bataljonscommandanten niet onder de indruk van de stellingen die ze moeten overnemen.

Het 2Gr ligt op de zuidflank van de 7Div aan het Albertkanaal en verlengt de stellingen van 2C en het 18Li. Gezien de uitgestrektheid van de ongeveer 9Km brede ondersector moet Kolonel SBH Herbiet de tactische samenstelling van het regiment wijzigen. Daar 2Gr slechts over drie fuseliersbataljons en één steunbataljon beschikt, wordt het regiment tijdelijk omgevormd tot vier gelijkwaardige gevechtsgroeperingen waarbij de zware wapens van IV/2Gr verdeeld worden over de verschillende posities van het regiment en waarbij IV/2Gr versterkt wordt met een Cie fuseliers van I/2Gr. Hierdoor verkrijgt Majoor Lecomte, commandant van het VIde Bataljon, ook een eigen tactisch commando. Deze herschikking laat toe om twee bataljons in lijn en twee bataljons in diepte op te stellen hetgeen eerder ongebruikelijk was voor een infanterieregiment. De stelling wordt in het midden in twee gedeeld door de positie van het Fort van Eben-Emael. Ten zuiden sluiten de stellingen van 2Gr nabij Lixhe aan bij de stellingen van het 2de Regiment Grenswielrijders (2CyF) dat deel uitmaakt van een ad Hoc samengestelde groepering (Groepering Gits) onder bevel van het IIIde Legerkorps (III/CA).

Opstelling van 2Gr op de zuidflank van de sector van de 7de Infanteriedivisie.

Het II/2Gr bezet het noordelijke bataljonsvak in lijn dat aansluit bij de stellingen van het I/18Li. Dit bataljon dient de verdediging van het Albertkanaal vanaf de kipberg van Montenaken ten zuiden van Vroenhoven tot aan het Fort van Eben-Emael voor zijn rekening te nemen. De bewaking van de brug van Kanne behoort tot de verantwoordelijkheid van II/2Gr. Het zuidelijke bataljonsvak in lijn wordt ingenomen door het III/2Gr. Dit bataljon is verantwoordelijk voor de verdediging van het Albertkanaal vanaf het Fort van Eben-Emael tot Lixhe, de brug van Ternaaien (Lanaye) inbegrepen. In tweede lijn staan van noord naar zuid het I/2Gr en het IV/2Gr opgesteld. Het valt op te merken dat door de bezetting van vier bataljonsstellingen 2Gr over geen enkele reserve meer beschikt om eventuele tegenaanvallen uit te voeren daar waar het nodig mocht zijn. Net zoals andere eenheden is het 2Gr niet op volle sterkte door het grote aantal verloven en vergunningen.

De bruggen over het Albertkanaal te Kanne en Ternaaien, in de ondersector van 2Gr, worden geflankeerd door 5 bunkers, en zijn voorzien van versperringen en springladingen. De springladingen zijn aangebracht door het 21ste Bataljon Genie (21Gn) van het Iste Legerkorps. De bewaking van de springladingen bij de bruggen van Kanne en Ternaaien is in handen van vernielingsdetachementen van het het Fort van Eben-Emael . Het bevel tot het laten springen van deze bruggen diende gegeven te worden door Majoor Jotrand, commandant van het fort.

De gedetailleerde opstelling van het regiment ziet er aan de vooravond van de inval van noord naar zuid als volgt uit:

  • Noordelijk kwartier in lijn: II/2Gr
    • Groepering I: 6de compagnie
      • Steunpunt B:
      • Steunpunt A
      • Steunpunt H:
      • Steunpunt G:
      • Steunpunt I:
    • Groepering II: 5de compagnie
      • Steunpunt C:
      • Steunpunt D: Luitenant Boutemy, met Bunkers O, E en F aan de brug van Kanne
      • Steunpunt J:
    • Groepering III: 8ste compagnie
      • Steunpunt E: Luitenant Berlaimont met één peloton fuseliers, één peloton mitrailleurs en een C47 antitankkanon
      • Steunpunt K: Onderluitenant Gillieaux met twee gevechtsgroepen, twee secties DBT granaatwerpers en een sectie mitrailleurs
    • Groepering IV: 7de compagnie
      • Steunpunt F:
      • Steunpunt L: Luitenant Olivier
  • Noordelijk kwartier in diepte: I/2Gr
    • Weerstandscentrum Heukelom: 3de compagnie
      • Steunpunt P:
      • Steunpunt Q:
    • Weerstandscentrum Zussen: 2de compagnie
      • Steunpunt O:
      • Steunpunt N:
      • Steunpunt M:
    • Onafhankelijk Steunpunt R1:
    • Onafhankelijk Steunpunt R2:
  • Zuidelijk kwartier in lijn: III/2Gr
    • Onderkwartier noord: 11de compagnie
      • Steunpunt 1: Onderluitenant Kervyn de Merendree met één peloton plus één sectie mitrailleurs, aangevuld met 4 mitrailleurs van Bunker L1 en een C47 antitankkanon van Bunker L2, beide in de peilers van de brug van Ternaaien
      • Steunpunt 2: Onderluitenant Ralet met één peloton minus twee gevechtsgroepen
      • Steunpunt 3: Luitenant Decoutere met één peloton minus twee gevechtsgroepen
      • Steunpunt 4: Luitenant Pellegrin met twee gevechtsgroepen van het peloton Decoutere plus één sectie mitrailleurs
      • Steunpunt 5: Sergeant Licop met enkele manschappen van het peloton Ralet
      • Sluis van Ternaaien: een versterkte schildwacht
      • Kerk van Ternaaien: een versterkte schildwacht
    • Onderkwartier centrum: 9de compagnie
      • Steunpunt noord: Onderluitenant de Limette met één peloton minus twee gevechtsgroepen, aangevuld met twee mitrailleurs van Bunker I op de kanaaloever
      • Steunpunt centrum: Onderluitenant Decock met zijn volledig peloton
      • Steunpunt zuid: Onderluitenant Lacroix met één peloton minus twee gevechtsgroepen
      • Steunpunt commandopost compagnie: Luitenant Depré met twee gevechtsgroepen
      • Bunker F op de kanaaloever met één gevechtsgroep en één sectie mitrailleurs
    • Onderkwartier zuid: 10de compagnie
      • Steunpunt 1: Onderluitenant Wéry met drie gevechtsgroepen, een sectie DBT granaatwerpers en twee C47 antitankkanonnen
      • Steunpunt 2: <onbezet>
      • Steunpunt 3: Onderluitenant Vueghs met twee gevechtsgroepen verspreid over Bunker PL10, PL10bis en PL10ter, aangevuld met een C47 antitankkanon in deze laatste
      • Steunpunt 4: Onderluitenant Dony met twee gevechtsgroepen
      • Steunpunt 5: een gevechtsgroep en een sectie DBT granaatwerpers
      • Steunpunt 6: twee gevechtsgroepen (met in de nabijheid de commandopost compagnie)
      • Steunpunt 7: Onderluitenant Lapère met zijn peloton, minus twee gevechtsgroepen
      • Boerderij Sint-Lambertus: een versterkte schildwacht
  • Zuidelijk kwartier in diepte: IV/2Gr
    • Onderkwartier noord: 14de compagnie
      • Steunpunt a: Luitenant Van Dijck met zijn peloton, minus twee gevechtsgroepen, aangevuld met een C47 antitankkanon en een sectie mitrailleurs
      • Steunpunt b: Luitenant Neirinckx met twee gevechtsgroepen en een mitrailleur
      • Steunpunt c: Onderluitenant Fallay met zijn peloton, minus twee gevechtsgroepen, aangevuld met een C47 antitankkanon en een mitrailleur
    • Onderkwartier centrum: 1ste compagnie overgekomen van I/2Gr
      • Steunpunt d: Sergeant Wittamer met twee gevechtsgroepen en een sectie mitrailleurs
      • Steunpunt e: Luitenant Wagemans met zijn volledig peloton
      • Steunpunt f: Onderluitenant Lancksweert met het 3de Peloton van het Wielrijderseskadron van de 7de Infanteriedivisie, aangevuld met een sectie mitrailleurs van deze eenheid
    • Onderkwartier zuid: Wielrijderseskadron van de 7de Infanteriedivisie
      • Steunpunt g:
      • Steunpunt h:
      • Steunpunt i:

Opstelling van I en IV/20A in de ondersector van 2Gr.

Op de gevechtsstellingen zijn permanent slechts enkele wachtposten per detachement aanwezig. De overige manschappen verblijven in de diverse kantonnementen op enkele kilometers achter de voorste linies. Voor de inplaatsstelling van het regiment bij alarm is een maximum tijdsbestek van drie uur voorzien.

Staf/2Gr
Het 2Gr wordt net zoals de meeste andere eenheden die het Albertkanaal bewaken omstreeks 00u30 gealarmeerd. Het alarm wordt door de staf van het regiment doorgegeven. De wachtpost bij de brug van Kanne ontvangt als eerste de telefonische alarmmelding. De manschappen van de verschillende bataljons worden opgetrommeld en stellingen bij de bruggen van Kanne, Ternaaien en Klein-Ternaaien worden bemand. Omdat er voor die vrijdag echter een oefening gepland denken velen dat de dreiging onbestaande is. Desondanks melden de verschillende steunpunten tussen 03u00 en 03u45 dat ze klaar zijn voor actie. Door een technisch probleem met ontstekers worden de voorziene twintig waarschuwingsschoten die het Fort van Eben-Emael moest afvuren in geval van werkelijk alarm pas rond 03u00 afgevuurd, nadat het merendeel van de troepen zich reeds op stelling bevond.

Om 04u15 passeren Duitse zweefvliegtuigen voor de eerste maal het Fort van Eben-Emael waarna Majoor Jottrand de opdracht geeft om de bruggen van Kanne, Ternaaien en Klein Ternaaien te laten springen. Om 04u40 meldt I/2Gr dat er zweefvliegtuigen geland zijn op hun stelling en dat er ook parachutisten zijn geland op het dak van Eben Emael.

De vier pelotons van het Wielrijderseskadron 7Div verlaten 2Gr en moeten zich naar het HK van de 7Div begeven waar ze zullen worden ingezet als algemene reserve van de divisie.

Om 08u00 meldt de observatiepost van 20A die zich te Loen bevindt dat de Duitse genie gestart is met het bouwen van een pontonbrug over de Maas ten noordoosten van Ternaaien. Kolonel SBH Herbiet geeft onmiddellijk opdracht de pontonbrug onder artillerievuur te nemen. Om 08u30 start het artilleriebombardement initieel met één batterij, later met drie batterijen van IV/20A. Niet alleen de pontonbrug wordt vernietigd maar ook de opblaasboten die zich op de oostelijke Maasoever bevonden. Hierdoor moeten de Duitse genisten de werkzaamheden voor de rest van de voormiddag staken.

Om 08u30 komt een bericht binnen van de 7Div dat I/2Gr een tegenaanval moet uitvoeren om het fort van Eben-Emael te ontzetten. Het bericht komt eerst toe op het CP van 2Gr waar Kolonel Herbiet de coördinatie van de tegenaanval op zich neemt. Er wordt beslist om het peloton van Lt Wagemans, die zich in een steunpunt te Loen nabij het fort bevond, met de opdracht te belasten. De coördinatie van de tegenaanval loopt echter mank want het Peloton Wagemans stond op dat ogenblik onder bevel van de IVde Groep en besluit onmiddellijk actie te ondernemen zonder te wachten op de toegezegde versterkingen van het 11Li, de Limburgse Grenswielrijders en het peloton van het Esk Cy 7Div.

Om 13u10 ondernemen de Duitsers een nieuwe poging om de Maas over te steken, ditmaal ten zuiden van Ternaaien. Opnieuw worden ze onder vuur genomen door drie batterijen van IV/20A en twee van V/14A. De Duitsers schorten de bouw van de brug op tot 16u00 wanneer ze een derde poging wagen. Dit lokt een nieuw artillerievuur uit die de in aanbouw zijnde brug uiteindelijk vernietigd rond 18u15. Intussen hebben zich een massa Duitse eenheden verzameld in het Nederlandse dorp Eijsden op de oostelijke Maasoever in afwachting van de bouw van een brug over de Maas. Om 20u30 worden Duitse troepenbewegingen waargenomen in Sint-Geertruid nabij Eijsden. Om 20u50 wordt het kruispunt op de Sint-Geertruiderweg waar de troepen werden gesignaleerd onder vuur genomen door V/14A, IV/20A maar ook door de forten van Pontisse, Barchon en de kazemat Visé2 van het fort van Eben Emael. Bij toeval wordt ook de commandopost van de 269ste Duitse Infanteriedivisie (Generaal-majoor Ernst Hell) geraakt. De verliezen onder de Duitsers die samentroepen in het dorp Eijsden lopen hoog op, zij tellen 35 gesneuvelden en niet minder dan 140 gewonden. Door de vernietiging van de pontonbrug en door de geleden verliezen wordt op 10 mei geen nieuwe poging meer ondernomen om de Maas nabij Ternaaien te overschrijden.

II/2Gr
Het IIde Bataljon (II/2Gr) bezet het Noordelijk voorkwartier en heeft vier groeperingen ter sterkte van een compagnie in lijn opgesteld. Alleen II/2Gr gebruikt de benaming groepering om de compagnies aan te duiden, de pelotonsteunpunten van II/2Gr worden aangeduid met hoofdletters. De Iste Groepering bestaande uit elementen van de 6Cie heeft vijf steunpunten ingericht langs de baan van de brug van Kanne naar Emael. De IIde Groepering bestaande uit de 5Cie bewaakt de brug van Kanne, de bunkers O, E en F liggen in het onderkwartier van de 5Cie. De IIIde Groepering samengesteld uit elementen van de 8Cie richt twee steunpunten in, één langs het kanaal en één in diepte. Het CP bataljon bevindt zich in het onderkwartier van de 8Cie. De IVde Groepering bestaande uit de 7Cie bezet het meest noordelijk onderkwartier van het regiment en sluit aan bij de stellingen van I/18Li. Door alle compagnies in lijn op te stellen beschikt het bataljon over geen enkele reserve om offensief op te treden indien de linies doorbroken worden.

Wanneer rond 04u25 te Kanne tien zweefvliegtuigen met Duitse parachutisten (Sturmgruppe Eisen) neerdalen, is het bevel tot het opblazen van de brug over het Albertkanaal reeds gegeven. Dit bevel kwam rechtstreeks van de bevelhebber van het Fort van Eben-Emael, Majoor Jottrand. Om 04u15 laat Sergeant Pirenne van het fort dan ook de brug springen. De brug van Ternaaien wordt door een vernielingsploeg van het 21Gn eveneens opgeblazen .

Het merendeel van de zweefvliegtuigen landt achter de stelling van II/2Gr en valt de steunpunten in de rug aan. Eén zweefvliegtuig landt op de commandopost van het II/2 Gr en een verwarrend gevecht breekt uit. De 5de Compagnie krijgt onmiddellijk rake klappen toegediend en 55 manschappen, waaronder ook de compagniecommandant Kapitein-commandant Gregoire, sneuvelen in de eerste uren van de aanval. De bunker O, een observatiepost van het fort van Eben-Emael wordt ingenomen om 08u15. De 7de compagnie wordt aanvankelijk teruggedrongen maar kan dan opnieuw twee steunpunten innemen op de heuvel te Opkanne. De Duitsers laten de tegenactie echter niet zomaar gebeuren en zullen de 7de compagnie de ganse dag lang vanuit de lucht aanvallen. Ook andere gevechtsgroepen van het tweede bataljon raken slaags met de Duitsers. De Belgische weerstand is door de verrassing aanvankelijk zwak en ongecoördineerd en de parachutisten worden ondanks hun relatief klein aantal niet verdreven. Dit was deels ook te wijten aan grote communicatieproblemen: vele telefoonlijnen raakten door de bombardementen beschadigd.

Ook het nabijgelegen fort Eben-Emael wordt overvallen door parachutisten in zweefvliegtuigen. De kazematten gericht naar de bruggen over het Albertkanaal (Maastricht 1 en Maastricht 2) worden in de eerste minuten uitgeschakeld en kunnen daardoor het II/2Gr niet ondersteunen.

Intussen zijn de eerste Duitse grondtroepen omstreeks 08u00 vanuit Maastricht tot bij het kanaal aangekomen. De Duitsers willen onmiddellijk oversteken, maar hun bevelhebbers willen in eerste instantie de aanval concentreren te Vroenhoven en Veldwezelt waar de bruggen wel intact veroverd zijn. De Luftwaffe blijft echter continu de stellingen van het 2Gr bombarderen en rond 13u00 vervoegt ook de vijandelijke artillerie de aanval. De grenadiers moeten bij de aanhoudende beschietingen talrijke verliezen aan manschappen en materieel ondergaan. Talrijke steunpunten in de eerste linie rond Kanne moeten tijdens de namiddag opgegeven worden onder druk van het vijandelijk vuur. Bij valavond zijn er van de 12 oorspronkelijke steunpunten in en rond Kanne nog 4 in handen van het 2Gr. De schermutselingen duren de ganse dag. Na het vallen van de duisternis raken de eerste Duitse infanteristen dan toch het kanaal over omstreeks 22u30. Dit zijn eenheden van het 2de bataljon van het 151ste Infanterieregiment en het 51ste Verkennersbataljon. Zij versterken de Duitse parachutisten, waar slechts 66 van de 115 man nog in staat zijn te vechten.

I/2Gr
Het Iste bataljon staat achter II/2Gr in diepte opgesteld waar het twee weerstandscentra organiseert, één rond het dorp Heukelom waar de 3Cie twee pelotonssteunpunten heeft ingericht en één rond Zussen waar de 2Cie drie pelotonssteunpunten heeft georganiseerd. De 1Cie werd afgestaan aan IV/2Gr. Zowel het CP van 2Gr als het CP van I/2Gr staan in het weerstandscentrum van Zussen opgesteld. Vlak achter het weerstandscentrum van Zussen stond de IVde Groep van 20A opgesteld.

De manschappen van de weerstandscentra van I/2Gr zien omstreeks 04u30 de zweefvliegtuigen landen tussen hun stelling en die van II/2Gr maar worden niet direct door de parachutisten aangevallen. Vanaf 04u45 worden beide weerstandscentra hevig gebombardeerd door Stuka’s. Het dorp van Zussen wordt ernstig getroffen en meerdere burgers komen om. Verschrikt zoeken de overlevenden een schuilplaats in één van de vele mergelgrotten.

Om 08u00 vertrekt Majoor Noterman, commandant van I/2Gr met een peloton van zijn 2Cie richting de CP van II/2Gr om zich van de toestand te vergewissen en om de omsingeling door Duitse parachutisten te doorbreken. Hij wordt echter door zijn Officier Adjunct, de OLt Hachez, met dringendheid naar zijn CP teruggeroepen wanneer om 08u20 een bericht van de 7Div binnenkomt dat I/2Gr een tegenaanval moet uitvoeren om het fort van Eben-Emael te ontzetten. Voor de tegenaanval zou hij versterking krijgen van de 1Cie van het I/11Li, één compagnie van de Limburgse Grenswielrijders en het 2de Peloton van het Wielrijderseskadron van de 7Div. Deze eenheden werden allen geconvoceerd aan kilometerpaal 14 van de weg van Riemst naar Eben, tevens de T-splitsing met de baan van de brug van Kanne naar Eben. Majoor Notermans kan niet verhinderen dat het peloton van Luitenant Wagemans, behorende tot zijn 1Cie maar in versterking gestuurd naar IV/2Gr, vertrekt voordat de beloofde versterkingen toekomen. De Luitenant Moreau van 20A wordt naar borne 14 gestuurd om de vuursteun voor de tegenaanval te coördineren. De verwachtte versterkingen voor de tegenaanval komen door de hevige activiteit van de Duitse luchtmacht, die elke verplaatsing van troepen haast onmogelijk maakt, maar met mondjesmaat toe; een eerste peloton (ongeveer 30 man) van 1/I/11Li om 13u15, een half peloton (ongeveer 15 man) om 13u45, het 2Pl/EscCy 7Div om 14u15. Er wordt tevergeefs gewacht op de 1Cie Limburgse Grenswielrijders dat pas om 16u00 de opdracht kreeg om zich naar de 7Div te begeven en zich op dat ogenblik nog in Tongeren bevond. Rond 16u45 krijgt het 2Gr het volgende bericht van het Divisiehoofdkwartier: “Daar het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenadiers het fort Eben-Emael heringenomen heeft, wordt de tegenaanval geannuleerd.” Dit veroorzaakt verwarring in de commandopost van 2Gr: het kon enkel betekenen dat Lt Wagemans met steun van het garnizoen van het fort er in geslaagd is de Duitsers van het fort te verjagen. De 7Div had een bericht komende van het Fort van Eben Emael verkeerdelijk begrepen en ging ervan uit dat het peloton Wagemans de superstructuur van het fort reeds gezuiverd had. Door dit misverstand in de communicaties tussen het fort en 7Div blijven verdere tegenaanvallen uit en het Peloton van Luitenant Wagemans wordt niet meer versterkt.

III/2Gr
Het IIIde bataljon staat opgesteld met drie compagnies in lijn, van noord naar zuid de 11Cie, de 9Cie en de 10Cie. De stelling van III/2Gr komt in de loop van de 10 mei niet onder druk te staan omdat de Duitsers er niet in slagen pontonbruggen te slaan over de Maas. Slechts kleinere infiltraties vinden plaats tussen de Maas en het Albertkanaal.

De Duitse genie komt rond 16u30 in de ondersector van het III/2Gr aan om de stormaanval over het Albertkanaal voor te bereiden. Twee pogingen om het kanaal over te steken volgen, maar de Belgen laten de vijand niet begaan en ontzeggen de Duitse infanteristen de kanaaloever met een dicht mitrailleurvuur vanuit hun steunpunten. In de zone Ternaaien – Lixhe kan het III/2 Gr de vijand de hele dag in bedwang houden.

IV/2Gr
Het IVde Bataljon wordt versterkt met de 1Cie van I/2Gr en het EscCy 7Div waardoor het steunbataljon enkele steunpunten in diepte kan uitbouwen achter de linies van III/2Gr.

Om 07u00 worden de vier steunpunten die bezet worden door de vier pelotons van het EskCy 7Div ontruimd omdat het Wielrijderseskadron moet tussenkomen om het HK van de 7Div te verdedigen tegen parachutisten. De staf van de divisie meldt dat een luchtlanding heeft plaatsgevonden in de buurt, maar het blijkt om een Duits afleidingsmanoeuvre met aangeklede poppen te gaan. De beveiligingsopdracht op het hoofdkwartier wordt echter al snel afgebroken maar de vier pelotons keren niet terug naar IV/2Gr.

Het 2Gr ontvangt om 08u20 het bevel om versterkingen naar het fort te sturen en de CP van 2Gr wijst het peloton van Luitenant Wagemans van de 1ste compagnie aan voor deze opdracht. Wagemans en zijn mannen bezetten op dat ogenblik het steunpunt E op de heuvels van Loen in de onmiddellijke nabijheid van het fort. Het peloton bereikt het fort omstreeks 09u30 en valt aan vanaf 10u30 maar wordt geblokkeerd door de Duitse para’s en enkele Stuka’s van de Luftwaffe. Hierop graaft het peloton zich in op de westelijke helling. De manschappen van Wagemans blijven de ganse dag door betrokken bij vuurgevechten maar kunnen niets veranderen aan het lot van het fort. Ze zijn namelijk niet vertrouwd met de omgeving en krijgt slechts beperkte ondersteuning van het fort zelf. Tegen 19u30 bevindt Lt Wagemans zich in een kritieke situatie: de munitie is op, aangezien ze de hele dag geen aanvoer van munitie en levensmiddelen hebben gehad. De gewonden worden achtergelaten in de infirmerie van het fort, de rest van het peloton trekt zich terug op Loen.

Na het vertrek van het EskCy 7Div en het peloton Wagemans is het dispositief van IV/2Gr danig aangetast maar door het feit dat III/2Gr goed stand houdt levert dit geen problemen op.

Krijgsgevangenen/2Gr
Militairen van 2Gr die de strijd staken en zich overgeven worden naar een verzamelplaats voor krijgsgevangenen op de Tiendeberg in Kanne gebracht. In dit geïmproviseerd kamp bevinden zich in de late namiddag een 84 tal militairen van verschillende eenheden. Ondanks de nodige markeringen aangebracht door de Duitse bewakers worden de Belgische krijgsgevangenen gebombardeerd door een Duits vliegtuig (TBC, weinig waarschijnlijk – meer waarschijnlijk dat het om een geallieerd of zelfs Belgisch vliegtuig gaat). Hierbij laten 24 Belgen en 3 Duitsers het leven. Bij de gesneuvelden bevindt zich een groot aantal militairen van 2Gr, maar met zekerheid ook vier van het 21Gn. De slachtoffers worden onmiddellijk ter plaatse begraven op een geïmproviseerd oorlogskerkhof aan de voet van de Tiendeberg.

Staf/2Gr
De Grenadiers worden tijdens de nacht niet versterkt of bevoorraad. Zodra het weer licht wordt, verschijnen de vliegtuigen van de Luftwaffe opnieuw boven de Belgische linies. De grenadiers zijn die ochtend getuige van de rampzalige poging die de Belgische militaire luchtvaart onderneemt tegen de Duitse overgangspunten over het Albertkanaal en kunnen waarnemen hoe de aanval op niets uitdraait en talrijke toestellen neergehaald worden.

Tegen de middag worden patrouilles uitgezonden in de richting van de achterhoede maar deze slagen er niet in contact te leggen met de rest van de 7de Infanteriedivisie. Overal stoot men op Duitse eenheden. Even na 16u00 stuurt Kolonel Herbiet twee motorrijders naar het hoofdkwartier van de 7de ID om hen op de hoogte te brengen van zijn situatie. Sinds 10 mei om 22u45 had Kol Herbiet geen contact meer gehad met het hoofdkwartier. Beide koeriers zullen niet in deze opdracht slagen. Het divisiehoofdkwartier is intussen al geëvacueerd.

Begraafplaats van het 2Gr te Kanne (hedendaagse foto).

Rond 17u45 komt de positie van de Commandopost van het regiment te Zussen in acuut gevaar. Majoor Lecomte laat weten dat de verdediging in de sector van het IVde bataljon zo goed als onbestaande is. Op dit moment zijn de Duitsers tot op 50 meter van de Commandopost doorgedrongen. Er breken man-tegen-mangevechten uit. Herbiet trekt zijn staf noodgedwongen terug naar een ondergrondse mergelgroeve. Hij zend zijn laatste bericht per postduif: “Ik ben volledig omsingeld en ben op zoek naar een uitweg om terug te trekken.”

Rond 21u30 ondernemen Kol Herbiet, de Majoors Lecomte, Noterman en Carron (van het IV/20A), samen met de bemanning en wacht van de Commandopost een uitbraakpoging. In kleine groepjes proberen ze aan de Duitsers te ontsnappen. Door de hoge concentratie Duitse troepen in het gebied slagen hier maar weinig Grenadiers in.

Het 2Gr laat in totaal 216 doden achter.

II/2Gr
Rond 08u30 herneemt het Duitse artilleriebombardement op de posities van de IIIde groepering rond de CP van het IIde Bataljon. Uit de richting van Vroenhoven neemt de vijandelijke druk alsmaar toe. De overblijvende steunpunten van het II/2Gr zijn geïsoleerd en worden aangevallen door het Duitse 151ste Infanterieregiment. Even later melden ze dat hun stellingen onhoudbaar geworden zijn. De steunpunten worden ontruimd of overrompeld en de resterende manschappen worden teruggetrokken. Majoor Levaque wordt tijdens het organiseren van de verdediging rond de commandopost van het IIde Bataljon rond het middaguur gedood. Het IIde Bataljon heeft min of meer opgehouden te bestaan. De Duitse 4de Divisie rukt ondertussen vanuit Vroenhoven op in de richting van Riemst. Het 2Gr dreigt te worden omsingeld.

III/2Gr
Ook in de zuidelijke linies wordt het moeilijk onder druk van de aanhoudende beschietingen uit de lucht en door schermutselingen met de Duitse 489ste en 490ste Infanterieregimenten. Bovendien loopt hier al snel het gerucht dat de vijand bij Ternaaien het kanaal zou overgestoken zijn. Tijdens de loop van de dag worden ook hier de diverse steunpunten opgegeven en trekken de troepen zich terug richting Loen.

I/2Gr
De grenadiers van het Iste Bataljon ondernemen een poging om vijandelijke infiltraties in het gebied tussen Heukelom en Zussen af te stoppen, maar moeten dulden dat de Duitsers steeds talrijker worden op het tweede echelon van de Belgische linies. Riemst en Heukelom gaan verloren na aanvallen door Duitse tanks.

IV/2Gr
Rondom 15u30 moet de groepering rond het IVde Bataljon melden dat de Belgen Eben verlaten hebben en de vijand er op het punt staat de linies te bereiken. Overal trachten restanten van het 2Gr zich in veiligheid te brengen.

2Gr
Alvorens gevangen genomen te worden tijdens de nacht van 11 op 12 mei kan Kolonel Herbiet het vaandel van het 2Gr nog verbergen in de grot waar zijn detachement zich schuilhield. Na zijn terugkeer uit gevangenschap tijdens de bezetting, recupereert hij het vaandel. Uit veiligheidsoverwegingen wordt het vaandel voor de verdere duur van de bezetting verstopt in het Koninklijk Legermuseum te Brussel.

De overblijvers trekken via Luik naar de K.W. Stelling.

2Gr
De restanten van het 2Gr trachten nog steeds in diverse detachementen te ontkomen naar de K.W. Stelling.

2Gr
Het regiment wordt verder gestuurd richting Brussel en tracht zich vervolgens te Diegem, Vilvoorde en uiteindelijk op de Heizel terug te voorzien van middelen en manschappen. Achterblijvers van het Albertkanaal komen toe en worden in kleine groepjes naar andere eenheden gestuurd.

Eens aangekomen op de Heizel wijst de divisie de eenheden toe aan hun kantonnementen:

  • Hoofdkwartier 7de divisie, provoostschap en Wielrijderseskadron: Heizel
  • 2de Regiment Carabiniers: het gemeentehuis te Neder-over-Heembeek
  • 18de Linieregiment: zaal Familia aan de Leopold I straat te Laken
  • 2de Regiment Grenadiers: het Sint-Pieterscollege aan de Léon Théodorestraat te Jette
  • Transportkorps en Intendance: Wemmel
  • 20ste Reregiment Artillerie: Gehucht Bos te Grimbergen
  • 6de Bataljon Genie en overige geniedetachementen: Mutsaardlaan 71 te Grimbergen
  • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark : Asse
  • Transmissietroepen, Compagnies C47 anti-tankkanonnen: de gemeenteschool van Strombeek-Bever

2Gr
Generaal-majoor Van Trooyen, commandant van de 7de infanteriedivisie, verlaat de divisie voor een nieuw commando. Die zelfde dag nog wordt Kolonel Duez, commandant van het 18Li, wordt aangesteld als bevelhebber ad interim. De divisie zal Brussel verlaten en nieuwe kantonnementen opzoeken in de buurt van Aalst op de westelijke oever van de Dender. Alle eenheden met uitzondering van de infanterie worden op transport gezet.

Het 2Gr verlaat samen met de overblijvers van het 2C en het 18Li onze hoofdstad en vertrekt te voet naar de Dender. De colonne zet zich rond 20u00 op weg.

2Gr
Via Asse, Aalst en Lede komt het regiment aan in Smetlede. Op dat ogenblik telt het 2Gr nog ongeveer 600 manschappen. Op de slagorde stonden 3695 militairen, waarvan er ongeveer 2700 ook daadwerkelijk aanwezig waren bij het regiment op 10 mei 1940.

Kolonel Duez heeft inmiddels te Sint-Andries nabij Brugge het bevel ontvangen om zijn divisie richting Torhout te sturen. De manschappen zullen de rest van de verplaatsing per trein maken.

2Gr
De trein met de overgebleven infanteristen van het 2Gr rijdt tijdens de vroege ochtend het station Torhout binnen.

2Gr
De divisie moet worden verplaatst naar Poperinge met het oog op evacuatie naar Frankrijk. De infanteristen worden verzameld in een enkele colonne die om 17u00 afmarcheert richting westhoek.

2Gr
Het regiment komt tijdens de nacht van 18 op 19 mei aan te Poperinge. Bij gebrek aan spoortransport besluit het Groot Hoofdkwartier om de divisie te voet de grens over te sturen. De Grenadiers vertrekken nog die zelfde ochtend.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

2Gr in Frankrijk
Het regiment komt aan te Boulogne. Van daaruit gaat het naar Nouvion, Saint-Valery en Rouen. De eenheden van de 7de infanteriedivisie kennen bijzonder veel geluk en kunnen nog maar net voor de Duitse inname van de Atlantische kust rond Abbeville en Boulogne naar het zuiden verder trekken. Achter hen klapt de Duitse val dicht en worden de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel afgesneden en omsingeld.

2Gr in Frankrijk
Het 2Gr gaat nu richting Rouen. Er is geen contact meer met het Belgische opperbevel en de terugtocht verloopt in chaos. Verschillende detachementen van het reeds sterk uitgedunde regiment raken onderweg verloren en proberen zo goed en zo kwaad mogelijk verder naar het zuiden te reizen. De nog georganiseerde elementen van de 7de infanteriedivisie wordt op weg gezet naar Evreux.

2Gr in Frankrijk
Het 2Gr verplaatst zich verder richting Evreux.

2Gr in Frankrijk
Het 2Gr zoekt kantonnementen op in de regio van Conches. Kolonel Duez verduidelijkt dat de troepen van de 7de divisie tot nader order te Conches-L’Aigle zullen verblijven en op een later vast te stellen datum per trein naar een nieuwe bestemming zullen gestuurd worden om de divisie opnieuw op te bouwen.

2Gr in Frankrijk
De Franse autoriteiten willen de druk op de regio Conches-L’Aigle verlichten door aan de Belgen de vragen om alle overtollige troepen door te sturen naar het zuiden van Frankrijk.

2Gr in Frankrijk
Het 2Gr blijft nog een laatste dag in zijn kantonnementen in de buurt van Conches.

2Gr in Frankrijk
Kolonel Duez heeft een nieuwe bestemming toegewezen gekregen voor zijn divisie. Tijdens de nacht van 27 op 28 mei zal de ganse divisie naar het departement Morbihan aan de Bretoense kust vervoerd worden. De divisie beschikt over zo’n 330 voertuigen en 60 motorfietsen die ‘s anderendaags over de weg zullen vertrekken. De ongeveer 550 fietsen en de manschappen zullen per trein verder reizen.

De VOC’s die zich intussen in het zuiden van Frankrijk hebben geïnstalleerd, vernemen eveneens het nieuws van de nieuwe bestemming van de 7de Infanteriedivisies en vaardigen terstond bevelen uit om alle militairen van de 7de Infanteriedivisie die samen met de VOC’s de Midi hebben bereikt opnieuw noordwaarts te sturen en de divisie te vervoegen in Bretagne. Ook een klein detachement bestemd voor het 2Gr vertrekt.

2Gr in Frankrijk
De eerste eenheden van de 7de Infanteriedivisie komen aan in Bretagne en vestigen zich rond Malestroit. Tijdens de ochtend vernemen de troepen het droevige bericht van de capitulatie van het leger in Vlaanderen.

2Gr in Frankrijk
Kol SBH Duez wordt op de hoogte gebracht dat de regering de ambitie heeft de 7de Infanteriedivisie terug op te richten. Hij brengt de ondereenheden hiervan op de hoogte en beslist dat er geen personeel meer in steun wordt geleverd van de Franse boeren maar dat de training moet worden hervat. De naar het zuiden van Frankrijk geëvacueerde Versterkings- en Opleidingscentra van ons leger ontvangen het bevel om 140 officieren en 4.500 manschappen aan de duiden voor de 7de Infanteriedivisie. Deze manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen en onder de ervaren reservisten. De detachementen moeten vervolgens aangevuld worden met miliciens van de klas 40. Luitenant-kolonel Mary, regimentscommandant van het 62Li, wordt aangeduid om het commando van het 2Gr over te nemen. Hij vertrekt nog dezelfde dag naar Malestroit.

Staf/2Gr in Frankrijk
LtKol Mary komt toe in Malestroit en wordt aangesteld als regimentscommandant van 2Gr.

2 juni

2Gr in Frankrijk
De eerste treinen met versterkingen voor de 7Div verlaten het departement van de Gard en zetten koers naar het station van Ploermel aan de Bretoense kust. Het 4de Regiment Grenadiers, een instructieregiment met de rekruten van de klas 40 en de versterkingen bestemd voor 1Gr, 2Gr en 3Gr, wordt opdracht gegeven om een detachement van 16 officieren en 561 manschappen samen te stellen om het 2Gr te vervolledigen. Het 4Gr werd rond 14 mei geëvacueerd naar Frankrijk om daar de opleiding voort te zetten en bevindt zich in het departement van de Aude. Het detachement van 4Gr met de versterkingen voor 2Gr verlaat het station van Capendu (Aude) om 23u00 onder leiding van Majoor Currinckx, commandant van II/4Gr.

4 juni 1940

Staf/2Gr in Frankrijk
Kolonel Duez wordt afgelost door Generaal-Majoor Van Daele die op 10 mei commandant van de Koninklijke Militaire School was en keert terug naar het 18Li. Van Daele’s eerste taak is het opnieuw samenstellen van de divisiestaf met de weinige officieren die hem nog resten. Vervolgens gaat Van Daele samen met het Belgisch oppercommando op zoek naar de nodige manschappen om de divisie opnieuw op volle sterkte te brengen. Er werd met de Franse legerstaf overeengekomen dat zij zouden instaan voor de herbewapening van de divisie.

6 juni 1940.

2Gr in Frankrijk
Het detachement van II/4Gr komt toe in Ploermel en wordt toegevoegd aan het 2Gr.

13 juni 1940

Staf/2Gr in Frankrijk
De integratie van de versterkingen in de 7Div verloopt moeizaam en het blijkt niet mogelijk te zijn om de drie regimenten van de 7Div behoorlijk te reorganiseren. Daarenboven had generaal Van Daele zijn twijfels over de motivatie van de oudere militairen van de Versterkingsbataljons en hadden de Fransen ook al laten verstaan dat zij niet in staat waren om meer dan twee infanterieregimenten uit te rusten. Op 13 juni wordt het Dagelijks Order Nr 14 van de 7Div uitgevaardigd waarmee generaal Van Daele kenbaar maakt dat het 2Gr niet meer zal heropgericht worden [13] en dat de divisie zal reorganiseren naar het model van de Franse lichte divisies. De volgende reorganisatie vindt plaats:

  • De 7Div zal slechts twee infanterieregimenten meer bevatten het 18Li en het 2C;
  • De militairen die behoorden tot het oorspronkelijke 2Gr en die vanuit België met de divisie mee naar Frankrijk zijn getrokken worden gegroepeerd in één bataljon en aangehecht aan het 2C maar mogen hun kentekens behouden en zullen in 2C verder blijven bestaan als het Bataljon Grenadiers (II/2C);
  • Het Wielrijderseskadron van de 7Div gaat over naar het 18Li;

LtKol Mary wordt na twaalf dagen het bevel over 2Gr gevoerd te hebben van zijn commando ontheven en teruggestuurd naar het 3VOC. Gezien het gebrek aan vertrouwen in de Versterkingsbataljons moet het II/4Gr de 7Div alweer verlaten. Onder bevel van Majoor Currinckx wordt een groot detachement bestaande uit II/4Gr (561 man), II/4C (1.000 man), II/59Li (50 man) en een handvol zieke en ongeschikte militairen van het 7ChA op de trein gezet en teruggestuurd naar Toulouse. De trein doet er vijf dagen over om Toulouse te bereiken en wordt maar éénmaal bevoorraadt onderweg, namelijk op 20 juni in Bordeaux. Bij aankomst in Toulouse worden de mannen doorgestuurd naar Grenade waar ze opgevangen worden door het 3VOC. Van hieruit worden ze teruggestuurd naar hun respectievelijke regimenten.

Bataljon Grenadiers (II/2C) in Frankrijk
Tijdens een bezoek aan Luitenant-generaal Denis, minister van Landsverdediging, te Poitiers verneemt Generaal-majoor Van Daele dat er plannen gemaakt worden om de 7de Infanteriedivisie zonder zijn wapens en materieel naar het Verenigd Koninkrijk te evacueren. Van Daele keert onmiddellijk terug naar Bretagne en plaatst alle eenheden in stand-by voor de mogelijke inscheping.

Bataljon Grenadiers (II/2C) in Frankrijk
Terwijl de laatste geallieerde troepen het Bretoense schiereiland verlaten met de Duitse pantserdivisies in hun kielzog, blijft Generaal-majoor Van Daele op verdere instructies aandringen voor het transport van zijn divisie naar het Verenigd Koninkrijk. In de loop van de namiddag wordt het echter duidelijk dat de politici dit plan niet zullen realiseren. De divisie zal nu ten zuiden van de Loire in veiligheid worden gebracht. De detachementen van het Iste en IIde Bataljon van het 2C kunnen met vrachtwagens vervoerd worden. Het IIIde bataljon zal helaas te voet moeten verder marcheren bij gebrek aan transportmiddelen.

Bataljon Grenadiers (II/2C) in Frankrijk
Het 2C volgt de reisweg van het 18Li naar het zuiden. Terwijl dit laatste regiment op georganiseerde wijze de verdere terugtocht volbrengt en via Malestroit, Péaule, La Roche Bernard, Herbignac en Saint-Nazaire de Loire oversteekt, verliest het 2C al snel aan cohesie wanneer verteld wordt dat de Franse genie een wegbrug te La Roche Bernard vernield heeft. De colonnes van het 2C vallen uit elkaar in de aanloop naar La Roche Bernard en de Belgen – die niet weten dat de brug in dit dorp wel degelijk nog steeds intact is – trachten in kleine individuele detachementen de Loire te bereiken. De Duitse troepen veroveren die dag Nantes en steken de detachementen van het 2C op meerdere plaatsen voorbij. De Belgen trachten het contact met de vijand te vermijden en kantonneren die avond in afgelegen dorpen en bossen om niet gegrepen te worden. Generaal-majoor Van Daele en de stafgroep zijn intussen reeds naar het stadje Pons gevlucht.

20 juni 1940

Bataljon Grenadiers (II/2C) in Frankrijk
Belangrijke detachementen van het 2C geven zich over wanneer het duidelijk wordt dat de wegen naar Saint-Nazaire intussen vol Duitse troepen zitten en er geen doorkomen meer aan is. Bij het IIde Bataljon slagen een deel van de manschappen er toch in om de Loire over te steken en hun tocht naar het zuiden verder te zetten.

Bataljon Grenadiers (II/2C) in Frankrijk
De Franse capitulatie vindt plaats. Er bevinden zich Grenadiers in Sauboires, Cravencères en Manciet. Er lopen geruchten dat de Belgische troepen naar huis zullen mogen, maar dit blijkt aanvankelijk nog niet te kunnen.

Bataljon Grenadiers (II/2C) in Frankrijk
De Grenadiers hebben nu Frankrijk verlaten en komen aan per trein in Brussel. De Grenadiers worden niet geïnterneerd en mogen naar huis.

 

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. DERAEYMAEKER, G., 1991, Le 2e Grenadiers au canal Albert, 10/11 mai 40. Bulletin d’information du CLHAM, IV(10)
  2. DERAEYMAEKER, G., 1991, Le 2e Grenadiers au canal Albert, 10/11 mai 40. Bulletin d’information du CLHAM, IV(11)
  3. DERAEYMAEKER, G., 1991, Le 2e Grenadiers au canal Albert, 10/11 mai 40. Bulletin d’information du CLHAM, IV(12)
  4. DERAEYMAEKER, G., 1992, Le 2e Grenadiers au canal Albert, 10/11 mai 40. Bulletin d’information du CLHAM, V(1)
  5. DERAEYMAEKER, G., 1992, Le 2e Grenadiers au canal Albert, 10/11 mai 40. Bulletin d’information du CLHAM, V(2)
  6. GARDINER, B., 2009, Het 2de regiment Grenadiers en de strijd om de brug over het Albertkanaal in Kanne – Riemst, België op 10-11 mei 1940. Riemster Monumenten en Landschappen (gemeentebestuur Riemst), uitgave 5
  7. Amicale des Anciens Combattants du Fort d’Eben-Emael, 1992, Ceux du Fort d’Eben-Emael, Eben Emael: Amicale des Anciens Combattants du Fort d’Eben-Emael.
  8. Si le 20ème Régiment d’Artillerie m’était conté, door J. Thonus, April 2008, Printhouse Défense
  9. BIKAR, A., 1976, 12 mai 1940 : un détachement de la 269e division d’infanterie allemande occupe la Citadelle de Liège**. Revue belge d’Histoire militaire, vol. XXI-5 pp. 504-544, vol. XXI-6 pp. 640-673, vol. XXI-7 pp.759-801.
  10. BERNARD, Henri, Brussel 1977, Totale Oorlog en Revolutionaire Oorlog, deel II, “Tussen de twee oorlogen – De expansieperiode van de Nieuwe Orde”.
  11. De eerste dag van de Tweede Wereldoorlog in Kanne [on line] , 28 Apr 2015, Heemkundige kring Kanne, http://heemkundekanne.be/vers-van-de-pers/de-eerste-dag-van-de-tweede-wereldoorlog-in-kanne-2/
  12. Herdenkingsmonument oorlogsbegraafplaats Kanne aan de voet van de Tiendeberg. Het monument herdenkt met een individueel kruis de militairen die op die plek een oorlogsgraf kregen in mei 1940. Later werden de lichamen gerepatrieerd en herbegraven. Brigadier Emile Walbrecq en de soldaten Gobert, Arnould en Stasse werden op 10 mei op deze oorlogsbegraafplaats begraven. Zij zijn dus effectief om het leven gekomen in krijgsgevangenschap, vermoedelijk bij de luchtaanval zoals in het artikel hierboven beschreven.
  13. Het feit dat het 2Gr na 13 juni niet meer zal heropgericht worden is niet te wijten aan de reputatie van het 2Gr. Elk regiment heeft een bepaalde rangorde, eerst de linieregimenten, dan de regimenten Karabiniers en dan de regimenten Grenadiers. Binnen gelijkaardige regimenten komen de regimenten met het laagste nummer eerst. Het 2Gr is dus steeds het derde regiment van de 7Div en bij een reorganisatie wordt volgens deze militaire logica, eerst het 18Li aangevuld, vervolgens het 2C en indien er nog genoeg versterkingen overblijven het 2Gr.