24ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 4de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 1ste Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Emile Franckx
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Hasselt-Kuringen
Commandopost te Kuringen
 
Samenstelling I Bataljon
(Kapitein-commandant Georges Ouwerx)
1ste Compagnie Fuseliers (Kapt Eduard Claus)
2de Compagnie Fuseliers (Kapt R. Loncke)
3de Compagnie Fuseliers (Lt G. Sabot)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Jules Govaert)
  II Bataljon
(Majoor Joseph Geeroms)
5de Compagnie Fuseliers (Lt C. Van Der Haegen)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Meganck)
7de Compagnie Fuseliers (Lt W. Marlé)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt J. Leroy)
  III Bataljon
(Majoor Remi Mertens)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Muylle)
10de Compagnie Fuseliers (Kapt Emile Parmentier)
11de Compagnie Fuseliers (Cdt P. Puraye)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt P. Jacobs)
  IV Bataljon
(Majoor René Mertens)
13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Jean Goris)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt Lucien Loncke)
15de Compagnie Mortieren M76 (OLt Léon Mairesse)
  Stafcompagnie (Luitenant G. Van Kerckhove)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein R. Verriest)
Peloton Verkenners (Luitenant O. Houttemane)

Tijdens de mobilisatie

Het 24Li werd op 1 september 1939 te Sijsele gemobiliseerd.  Het merendeel van de reservisten behoorde tot de militieklassen 35, 34 en 33 van het 4de Linieregiment.  Het wagenpark en de bewapening was gestockeerd in het militaire depot van Sint-Kruis.  De mobilisatie nam twee dagen in beslag, en op 3 september vertrok het nieuw samengestelde 24Li naar Brugge om van hier uit een symbolisch naar Frankrijk gerichte positie in te nemen ten zuiden van de stad.  Op 22 september verhuisde het regiment naar ’s Gravenwezel om tussen 10 en 15 januari vijf dagen te Oostduinkerke door te brengen.  Vanaf 17 januari volgde een maand op de K.W. Stelling te Tildonk.

Op 16 februari 1940 komt het regiment aan in de ondersector Hasselt-Kuringen aan de Dekkingsstelling van het Albertkanaal.  In deze ondersector loopt de Demer parallel met het kanaal op een afstand die toelaat om de rivier te gebruiken als natuurlijke hindernis voor het tweede echelon van de positie.  Op dit stuk van de Demer werden dan ook tijdens de mobilisatie enkele kunstmatige overstromingen gecreëerd.  Binnen de ondersector liggen vijf bruggen over het kanaal.  Van west naar oost zijn dit:

  • de militaire loopbrug te Kuringen
  • de wegbrug te Kuringen aan Overdemerstraat
  • de brug met de spoorlijn naar Beringen en Eindhoven
  • de militaire bootbrug van het type Algrain, aangelegd door het Bataljon Pontonniers
  • de brug met de tramlijn naar Neerpelt en Maaseik

Ten noorden van het Albertkanaal zijn er in de ondersector van het regiment twee voorbereide wegvernielingen.  Een eerste springlading met codenaam Dédé bevindt op ongeveer 400m noord van de oever, onder de aansluiting van de toegangsweg tot de Algrain-brug met de baan Hasselt-Eindhoven.  De tweede met codenaam Daniel is ingegraven onder de baan naar Houthalen in het dorp Zonhoven, even ten noorden van de Zonderikbeek.

Het tweede echelon van de ondersector bestaat uit twee elementen.  Vooreerst is er de normale defensieve positie achter het eerste echelon.  Daarnaast zijn zowel Kuringen als Hasselt voorbereid als anti-tankcentra.

Aan de vooravond van de Duitse inval zijn de regimentsstaf, de 1ste en 3de compagnie en het IIIde en het IVde bataljon gekazerneerd in Kwartier Herkenrade te Hasselt. De staf van het Iste bataljon, de 4de compagnie en het IIde bataljon bezetten kantonnementen te Kuringen. De 2de compagnie is ingekwartierd te Stevoort.

Kolonel SBH Emile Franckx.

Om 01u35 wordt ook het 24Li gealarmeerd door de staf van de 1ste Infanteriedivisie.  De bataljons worden opgetrommeld en binnen de kortste keren starten de eenheden met de ontplooiing op hun gevechtsposities.  Het hoofdkwartier van het regiment is om 03u45 klaar tot de actie op zijn oorlogsstandplaats aan de Kuringersteenweg.

De laatste eenheden melden kort na 04u00 klaar te zijn tot de actie.  De drie bataljons van het 24Li bemannen de ondersector west van de 1ste Infanteriedivisie. Ten westen van het 24Li start de sector van 14de Infanteriedivisie.  Ten oosten van het regiment ligt het 3Li.

De ondersector van het 24Li start ongeveer 300m ten westen van de militaire loopbrug te Kuringen en eindigt met de Trichterheide ten westen van Sluis Nr 3 op het Albertkanaal (gekend als de Sluis van Hasselt).  Het regiment is als volgt ontplooid:

  • Het Iste Bataljon bezet het tweede echelon van de ondersector en de anti-tankcentra te Kuringen en te Hasselt.
    • Van west naar oost zijn de 2Cie opgesteld in het anti-tankcentrum Kuringen, de 1Cie tussen de Grote Baan en de Demer tussen Kuringen en Hasselt, en de 3Cie in het anti-tankcentrum Hasselt.
    • Het bataljon wordt versterkt met het peloton C47 van Onderluitenant Verbeke.
  • Het IIde Bataljon neemt kwartier west van het eerste echelon in.
    • De drie compagnies worden op een enkele lijn opgesteld, met van west naar oost de 5Cie, 7Cie en 6Cie.  De rechter grens van het kwartier ligt 300m oost van de brug met de spoorlijn naar Beringen en Eindhoven.
    • Het bataljon wordt versterkt met twee C47 anti-tankkanonnen, en een peloton M76 mortieren.
  • Het IIIde Bataljon verdedigt kwartier oost van het eerste echelon.
    • De 11Cie is opgesteld vanaf de westelijke oever van het havendok van Hasselt tot aan de militaire bootbrug direct ten noorden van de stad.
    • De 10Cie bezet het onderkwartier ten oosten van de militaire bootbrug.
    • De 9Cie dekt deze beide compagnies in de diepte en is opgesteld achter de Demer.
    • Het bataljon wordt versterkt met het peloton C47 van Luitenant Eeckeman, en een peloton M76 mortieren.
  • Majoor Mertens en de staf van het IVde bataljon bevelen het Anti-tankcentrum Hasselt.
    • Dit detachement bestaat uit de 3Cie, aangevuld met de 14Cie.  Een sectie mitrailleurs is in luchtafweerstelling opgesteld aan het staion van Hasselt.
  • Het Peloton Verkenners vertrekt naar Zonhoven en stelt zich op net ten noorden van de vernieling Daniel.
  • De commandopost van Kolonel Franckx staat opgesteld nabij de Boerenbond langsheen de Kuringersteenweg te Hasselt.
  • Het bevoorradingsechelon wordt samengebracht in het Sterrenbos te Stevoort onder leiding van Luitenant Albert Waegeman.
  • Het bagage echelon van het regiment wordt opgesteld te Kozen.
  • Het regiment ontvangt rechtstreekse vuursteun van de II/1A.

Reeds bij het eerste daglicht worden de stellingen aangevallen door de Luftwaffe. Enkele Dornier 17 vliegtuigen bombarderen de Kuringersteenweg in de omgeving van de spoorbrug over het Albertkanaal. Even later wordt een valschermlanding waargenomen in de richting van Alken, maar het blijkt om een Duitse afleiding met aangeklede poppen te gaan. De rest van de dag wordt afgewacht en worden enkele patrouilles gelopen aan de noordelijke oever van het kanaal.

De eerste vluchtelingen komen al snel toe bij de kanaalbruggen.  Om 09u45 wordt het civiele verkeer in noordelijke richting verboden.  De toegangswegen vanuit Noord-Limburg naar het Albertkanaal dienen immers zoveel mogelijk vrijgehouden te worden om een vlotte aftocht van de dekkingstroepen toe te laten.

Kort voor het middaguur wordt in het station van Hasselt de persoonlijke bagage van de manschappen aan boord gebracht van zes goederenwagons.  De wagons vertrekken daarop naar het westen.  Alleen het IIde Bataljon zal nog de persoonlijke bezittingen van zijn manschappen terugzien te

Om 14u00 laat de staf van het Cavaleriekorps weten dat aan het oostelijke uiteinde van het Albertkanaal de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt in vijandelijke handen gevallen zijn na een luchtlanding.  Het korps vraagt de uiterste waakzaamheid bij elke overgang over het kanaal in zijn operatiezone.

De 3de Compagnie van het Bataljon Pontonniers stuurt een detachement onder leiding van Luitenant Seeger naar Hasselt met als opdracht de Algrainbrug af te breken en op te laden.  De officier heeft omstreeks 14u00 contact met het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt en meldt te zullen starten met de demontage van de brug.  De werken starten een goed half uur later.

De door het leger aangelegde loopbrug te Kuringen wordt om 15u34 door de genie met explosieven vernield.

De militaire barakken te Kuringen.

Omstreeks 17u00 arriveert bij de Algrain brug een peloton verkenners van het Franse 12ème Régiment de Cuirassiers.  Dit regiment is de voorhoede van de 3ème Division Légère Méchanique en heeft twee detachementen onder de kapiteins Renoult en de Montardy diep ons land in gestuurd om de bruggen over het Albertkanaal tussen Hasselt en Munsterbilzen in de gaten te houden.  Kolonel Franckx laat de bevelhebber van dit peloton tot op de staf van het Cavaleriekorps brengen.

Ook de wegbrug van Kuringen en de spoorbrug te Hasselt worden tijdens de middag vernield.  De genie blaast de bruggen op omstreeks 17u30.  Alleen de trambrug en de Algrain brug blijven nu over.  Het wegnemen van deze Algrain brug loopt echter niet zoals gepland .  De ploeg van het Bataljon Pontonniers besluit dat het werk niet tijdig kan geklaard worden.  Na overleg met de staf van het Cavaleriekorps wordt afgesproken dat het detachement kan terugkeren naar Burcht en dat de brug daags nadien zal opgeblazen worden door het 4de Bataljon Genie.

De trambrug is nog steeds open en zal tijdens de avond gebruikt worden door diverse detachementen van de dekkingstroepen.  Onder meer het 1ste Eskadron van de Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie zal via deze brug binnenlopen om vervolgens naar Sint-Truiden terug te trekken.

Even voor middernacht krijgt Kolonel SBH Franckx een telefoontje van Generaal-majoor Maurice Lancksweert van het Provinciecommando Limburg.  Het provinciecommando wordt geëvacueerd, en dat betekent dat de kolonel nu ook aangeduid wordt als plaatscommandant van Hasselt.

Georges Vanderschaeghe en zijn makkers van de 7Cie luisteren op 31 maart 1940 naar de Ronde van Vlaanderen.

Tussen middernacht en 03u00 voeren het IIde en het IIIde Bataljon verschillende patrouilles uit op de noordelijke oever van het Albertkanaal.  Alles is er rustig.  Desondanks breekt rondom 04u30 een vuurgevecht uit in het onderkwartier van de 5Cie.  De militairen menen de vijand gezien te hebben en schieten in het wilde weg op de noordelijke oever.  Het blijkt om enkele tientallen Belgische militairen te gaan die afgedwaald zijn in het moerasgebied ten westen van de baan naar Zonhoven, en zich samen met enkele gevluchte burgers in veiligheid willen brengen.  Het gezelschap wordt met een ponton naar de zuidelijke oever gebracht.  Na identiteitscontrole wordt iedereen doorgestuurd naar Diest.

Om 06u00 worden de trambrug te Hasselt en de Algrain brug opgeblazen door de genie.  Ook de springlading onder wegvernieling Dédé wordt aangezet.  Vanaf nu kan het Albertkanaal slechts per vlot overgestoken worden.  Dit gebeurt ook een goed uur later wanneer een groepje cyclisten van de Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie opduikt.  Het gaat hier om achterblijvers die kun eenheid niet tijdig konden vervoegen bij de aftocht.

Het peloton verkenners is nog steeds te Zonhoven en laat om 07u05 weten dat volgens de terugtrekkende dekkingstroepen sommige bruggen over het Verbindingskanaal Maas-Schelde intact in handen van de vijand zouden gevallen zijn.  Ook bevestigen de verkenners dat Dédé niet geëxplodeerd is.  De verkenners moeten dekking bieden aan een detachement van de genie dat een tweede poging zal wagen om het wegdek te laten springen.  Vernieling Daniel is wel van de eerste keer gelukt.  Om 09u30 steekt het peloton verkenners het Albertkanaal over, samen met nog enkele gevluchte militairen die menen dat de vijand Houthalen bereikt heeft.

Even voor het middaguur vertrekt een detachement van 14 militairen onder leiding van Sergeant Autrique van de 10Cie naar de noordelijke oever.  Het detachement moet op de Banneuxwijk twee wachtposten installeren op de wegen naar Zonhoven en Genk.  De groep vordert uiterst voorzichtig en wordt na enkele honderden meters in de rug onder vuur genomen door Duitse verkenners die via de tuinen en woningen ongezien de kanaaloever genaderd zijn.  Sergeant Autrique riposteert samen met enkele van zijn manschappen.  Het merendeel vlucht echter in alle haasten naar het Albertkanaal, en belandt in het water bij het omkantelen van het vlot.  Twee soldaten kunnen al zwemmend de Belgische oever bereiken.  De rest klautert terug de noordelijke oever op en zal gevangen genomen worden.  Dit alles speelt zich af onder een hevig vuur van de rest van de 10Cie.

Daarna keert de rust terug, maar niet voor lang.  De vijand wil van de verwarring gebruik maken om bijkomende troepen naar de kanaaloever te brengen en slaagt er in om snel enkele mortieren in stelling te brengen.  Tegen 12u15 vallen de eerste mortierbommen in het onderkwartier van de 10Cie.  De commandopost van Kapitein Parmentier in de Brouwerij nabij het zuidelijke landhoofd van de Algrain brug wordt in brand geschoten, zodat de stafgroep verhuist naar een nabijgelegen loopgraaf.  Majoor Mertens vraagt een vuuropdracht aan bij de II/1A, maar deze wordt geweigerd omdat de afstand tussen de posities van de 10Cie en het doel te kort is.

De actie van de vijandelijke voorhoede wordt gesteund door de Luftwaffe.  Het kwartier van het IIIde Bataljon wordt meermaals gemitrailleerd van uit de lucht.  Rondom 13u00 vallen enkele bommen rondom de steunpunten van de 11Cie en op de noordelijke rand van de stad Hasselt.  Het peloton mortieren in steun van het IIIde Bataljon bestookt ondertussen het noordelijke landhoofd van de vernielde Algrain brug.

Op de commandopost van het regiment verklaren enkele gevluchte burgers dat de vijand ongeveer halverwege Tongeren en Hasselt zou zijn en ook van uit het zuidwesten in de richting van de stad oprukt.  Kolonel Franckx wacht even af, maar stuurt om 14u15 de motorwielrijders van zijn peloton verkenners naar de Luikersteenweg.  De ploeg bereikt Tongeren zonder op de vijand te stoten.  Burgers aldaar bevestigen dat zowel Franse als Duitse troepen voorbijgetrokken zijn.

Ondertussen blijft het IIIde Bataljon vijandelijke troepen melden op verschillende locaties op de Banneuxwijk.  Zowel de M76 mortieren als ook de kanonnen van II/1A voeren verschillende vuuropdrachten uit in de hoop de Duitsers te kunnen verdrijven.

Na de Duitse doorbraak in het oosten van Limburg, is het Albertkanaal onhoudbaar geworden. In de late namiddag geeft de staf van de 1ste infanteriedivisie het bevel tot de terugtocht van het Albertkanaal naar de K.W. Stelling.  Deze terugtocht zal in twee etappes gebeuren, waarbij de 1Div tijdens de nacht van 11 op 12 achter de Demer/Gete-Stelling zal terugplooien.  Het regiment moet de duisternis afwachten en zal dan de kanaalzone verlaten onder dekking van een vaste achterhoede onder bevel van Majoor Mertens van het IVde Bataljon.  Bij het IIde Bataljon zal de achterhoede geleid worden door Luitenant Meganck en bestaan uit de 6Cie, een peloton van de 5Cie, een peloton van de 7Cie en een Maxim mitrailleur.  Bij het IIIde bataljon voert Kapitein Parmentier het bevel over de achterhoede die zal bestaan uit de 10Cie en uit de bemanningen van de bunkers aan de beide zijden van de Algrain brug.

Het gros van het regiment moet om 22u00 vertrekken, terwijl de achterhoede dekking moet bieden tot 02u00.  Na de aftocht moeten te Kuringen de spoorbruggen aan de Kuringersteenweg en de brug over de Demer aan de Overdemerstraat vernield worden.  De marsroute voor de eerste etappe loopt over Kuringen, Herk-de-Stad en Halen. De IIde Groep van het 1ste Regiment Artillerie dient de marsroute te vervoegen nabij Herk-de-Stad.

De hoofdmoot van het 24Li verlaat de ondersector volgens plan vanaf 22u00.  Tegenover het IIIde Bataljon is er nog steeds een beperkte vijandelijke troepenmacht, maar deze is bijzonder alert.  Zodra de eerste manschappen het eerste echelon verlaten, wordt het vuur geopend.  Elke beweging wordt afgestraft met mortier- en machinegeweervuur.  Bovendien blijft de Duitse luchtmacht actief boven de linies tot ongeveer middernacht.  Desondanks komt het gros van het regiment toch zonder grote schade weg.

Detachement Sgt Van Toernout
Terwijl de motorwielrijders van het Peloton Verkenners op missie zijn op de Luikersteenweg, worden peloton-adjunct Sergeant Joël Van Toernout en de beide gevechtsgroepen met de wielrijders op bevel van het Cavaleriekorps doorgestuurd naar Sint-Truiden.  De verkenners moeten hier aansluiting zoeken met het 2de Regiment Lansiers.  Van Toernout en zijn manschappen bereiken de stad omstreeks 23u30, en vernemen van enkele Franse militairen dat het Belgische leger Sint-Truiden verlaten heeft.  De verkenners krijgen de raad om zo snel mogelijk naar Tienen te rijden.

Het 24Li in zijn alarmkantonnement te Halen vanaf 03u00 op 12 mei.

Het 24Li in zijn alarmkantonnement te Halen vanaf 03u00 op 12 mei.

Hoofdmacht 24Li
Het Cavaleriekorps krijgt het bevel over de Demer/Gete-stelling, de dwarsstelling van Lummen en de sector aan het Albertkanaal ten noorden van Lummen. Alle beschikbare eenheden zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling.  De 1Div blijft aangehecht bij het Cavaleriekorps en zal ingezet worden om het tweede echelon van de Demer/Gete-Stelling te bezetten.  Het 24Li wordt in eerste instantie in alarmkantonnement geplaatst.

De hoofdmacht van het regiment komt aan in de stad omstreeks 03u00.  De commandopost van Kolonel SBH Franckx wordt opgesteld in het café op de hoek van de Liniestraat en de Velpestraat, tegenover de Belgische oorlogsbegraafplaats uit WO1.  Het IIIde, IIde en Iste Bataljon worden van noord naar zuid ingekwatierd tussen Halen en Ertsenrijk.  Het IVde Bataljon wordt te Loksbergen ondergebracht.

Te Halen passeren de ganse ochtend lang de meest diverse detachementen met militairen in aftocht van het Albertkanaal.  Vaak gaat het hierbij om achterblijvers die in kleine groepjes op zoek zijn naar hun regiment.  Er komen heel wat militairen van het 15Li en het 36Li voorbij.  In de stad bevinden zich op dat ogenblik ook twee Morris CS9 pantserwagens van het Britse 12th Royal Lancers, de dekkingsmacht van de Britse 3rd Infantry Division.  Ook het IIde Bataljon van het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders is ontplooid vanaf de stad naar Geetbets toe.

Het Britse detachement opent het vuur op een detachement Belgische militairen dat doorheen de velden naar de brug op de Demer marcheert.  De Britten menen dat het om Duitse verkenners gaat.  Op dat ogenblik duikt ook de pelotonskar van de gezondheidsdienst van het IIde Bataljon op.  Ook deze paardenwagen wordt prompt beschoten waarbij het enige trekdier van de kar gedood wordt.  Samen met de talrijke foutieve berichten van vluchtende militairen dat de Duitsers niet ver af meer zijn, leidt dit incident tot de grootste nervositeit bij de militairen van het IIIde Bataljon van het 24Li.  Dit zorgt op zijn beurt dan weer voor een discussie tussen de bevelhebber het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders en de staf van de 2de Cavaleriedivisie.  Kolonel SBH Mersch van 2Cy wil dat het 24Li zo snel mogelijk uit de nieuwe frontstad verdwijnt, vooraleer de paniek zich overzet op zijn troepen.

De brug te Halen wordt door de genie opgeblazen om 11u30.  De evacuatiezone rond de vernieling is veel te klein, zodat er onder de Belgische militairen verschillende slachtoffers vallen.  Soldaat Laridon van de 12Cie wordt gedood door een brokstuk.  Mersch doet zijn beklag bij de staf van het Cavaleriekorps, en wordt prompt ontboden naar het hoofdkwartier te Lubbeek, samen met de bevelhebber van het vernielingsdetachement te Halen.  Beiden leggen tegenstellende verklaringen af over of er nu al dan niet een correct bevel was om de brug te laten springen.

Tegenover het puin van de brug van Halen stopt kort voor 16u00 een auto met vier jonge mannen in burgerpak.  Het gezelschap beweert tot het 15Li te behoren en zou eerder op de dag te Stevoort gevangen gemaakt zijn door de Duitsers, maar kon ontsnappen.  Een argwanende Kapitein-commandant Ouwerx laat de personen afleiden naar de staf van de 1Div.

Korte tijd ontvangt Kolonel SBH Franckx van de staf van de 1Div zijn orders voor de opstelling van het 24Li op het tweede echelon van de Demer/Gete-Stelling.  Van noord naar zuid staan de 14Div, de 2CavDiv en de 1CavDiv opgesteld op het eerste echelon tussen het Albertkanaal en Tienen, en zullen het 24Li en het 3Li op het tweede echelon ontplooid worden tussen Halen en Tienen.  Het 24Li zal hierbij ondersector noord van het echelon bezetten.  De negen fuselierscompagnies zullen in enkele lijn ontplooid worden op een reeks steunpunten vanaf het kruispunt van de Staatsbaan en Liebroekstraat tussen Zelk en Halen in het noorden tot Miskom in het zuiden.  Voor het grootste deel wordt dit tweede echelon gedekt door de Velpe, een bijrivier van de Gete.  Het IIde Bataljon komt in het noorden te liggen, gevolgd door het IIde en het Iste Bataljon.  De bataljons vertrekken om 18u00.  Tegen 22u00 zijn alle eenheden ontplooid.

Omstreeks middernacht arriveert Luitenant Marcel Louette van de 10Cie van het 36Li aan het kwartier van het IIde Bataljon.  Louette verhaalt hoe zijn bataljon achter de Winterbeek tussen Lummen en Linkhout werd aangevallen en hij zijn compagnie op eigen initiatief terugtrok naar Zelk om een gevangenname te vermijden.  Majoor Geeroms bepaalt dat de compagnie zich te Zelk moet ingraven achter de Demer en onder zijn bevel komt te staan.

Detachement Mertens (Achterhoede 24Li)
De achterhoede wordt met grote regelmaat beschoten door de vijandelijke troepen tegenover het oude kwartier van het IIIde Bataljon en door jachtvliegtuigen in scheervlucht.  Majoor Mertens maakt zich zorgen om de 10Cie die kwartier oost bezet, temeer daar hij door het voortijdige vertrek van de transmissieploeg geen veldtelefoonverbinding meer heeft met Kapitein Parmentier.  In kwartier west ontbreekt het voorziene peloton van de 7Cie.  De pelotonscommandant Luitenant Drubbel had zijn orders verkeerd begrepen, en is met de hoofdmoot vertrokken om 22u00 op 12 mei.  Mertens heeft ook geen weet van de toestand bij de naburige regimenten en zal volgens plan om 02u00 starten met het verlaten van de ondersector.

Bij het vertrek wordt het peloton van de 10Cie dat aan de oostelijke rand van de Algrain brug postgevat heeft, achtergelaten.  Kapitein Parmentier meent dat dit peloton van het vertrekuur op de hoogte is, en geen bevel nodig heeft om te vertrekken.  De manschappen zullen allen krijgsgevangen genomen worden tijdens de ochtend van 12 mei.  Alleen Sergeant Placet zal kunnen ontkomen en vervoegt het regiment op 13 mei te Halen.

Het C47 anti-tankkanon dat ten westen van de Algrain brug opgesteld staat, wordt vernield door de stukscommandant zonder een poging te wagen om de vuurmond uit stelling te halen met de Vickers Utility B trekker.

De brug van de Overdemerstraat wordt opgeblazen nog voor alle paardenwagens de rivier over zijn.  Dit leidt tot het verlies van drie caissons, drie Maxim mitrailleurs en de bijbehorende zes trekdieren.

De achterhoede bereikt de rest van het regiment te Halen tegen 08u45.  De verliezen bij de opdracht bedragen 1 onderofficier, 27 manschappen, 1 C47 anti-tankkanon, 3 caissons, 3 Maxim mitrailleurs en 6 paarden.

Detachement Sgt Van Toernout
Het detachement bereikt Tienen omstreeks 02u00 wordt hier naar Leuven gezonden door de militairen van het 4de Regiment Lansiers die in de stad ontplooid zijn.  Onderweg pikt Van Toernout een aantal verdwaalde militairen op.  Te Leuven vraagt hij om nieuwe instructies bij de plaatscommandant die hem omstreeks 11u00 naar Mechelen dirigeert.  Het detachement wordt echter onderschept door een militaire verkeerspost en vervolgens naar Zaventem gezonden.

Van Toernhout en zijn manschappen bereiken Zaventem omstreeks 19u00 en kloppen aan bij de Rijkswachtbrigade.  De gendarmen weten niet wat ze moeten aanvangen met de wielrijders en vragen aan de sergeant om zich de volgende ochtend om 08u00 opnieuw aan te bieden.

Georges Vanderschaeghen met enkele kameraden van de 7Cie aan het Albertkanaal.

Terwijl het gros van de 1ste Infanteriedivisie naar nieuwe kantonnementen ten westen van de K.W. Stelling onderweg is, zijn het 3Li en het 24Li ontplooid op het tweede echelon van de Demer/Gete-Stelling tussen Halen en Tienen.  Kort na middernacht komt hier echter verandering in wanneer het Cavaleriekorps besluit om het 24Li te ontlasten van zijn opdracht en de 1ste Infanteriedivisie achterna te sturen.  Alleen het 3Li zal behouden worden tot de nacht van 13 op 14 mei.

De regimentscommandant ontvangt het marsorder om 01u00.  Twee uur later worden de bevelhebbers van de vier bataljons ontboden op de commandopost, en tegen 05u30 zijn alle bataljons onderweg.  Aanvankelijk is de eindbestemming Tildonk, maar dit zal tijdens de mars door de staf van de 1ste Infanteriedivisie bijgesteld worden naar Kampenhout.  Omdat bij dag zal gemarcheerd worden en het risico op luchtaanvallen zo klein mogelijk moet gehouden worden, zullen de bataljons elk via een andere route vorderen:

  • Het Iste Bataljon verzamelt te Miskom en marcheert van hier uit langs Einde, Wersbeek en Molenbeek-Wersbeek naar de steenweg Leuven-Diest te Sint-Joris-Winge.  Zo’n 4Km verder verlaat de colonne de steenweg om via Gobbelsrode, Kortrijk-Dutsel, Holsbeek en Wakkerzeel naar Tildonk te vorderen.  Van hier uit wordt Kampenhout bereikt.
  • Het IIde Bataljon vormt zijn marscolonne te Loksbergen en trekt via Rijnrode en Einde naar Bekkevoort.  Ook dit bataljon slaagt rechtsaf te Gobbelsrode en marcheert door Kortrijk-Dutsel en Holsbeek, maar gaat vervolgens westwaarts naar de Aarschotsesteenweg.  Via Leuven wordt dan een lange omweg gemaakt om het Kanaal Leuven-Dijle over te steken.  Het laatste deel van de mars brengt de manschappen via Herent en Buken naar Kampenhout.
  • Het IIIde Bataljon vertrekt te Blekkom en vervoegt te Einde de marsroute van het Iste Bataljon, maar verlaat de steenweg Leuven-Diest te Schubbeek.  De colonne trekt dan door Sint-Pieters Rode, Kortrijk-Dutsel, Holsbeek, Wijgmaal en Haacht, en zal het Kanaal Leuven-Dijle kruisen te Over-de-Vaart.

Deze wel erg inefficiënte marsroutes zijn het resultaat van de verkenningsopdracht van Luitenant Houttemanne langsheen de steenweg Leuven-Diest.  Houttemanne stelt immers vast dat de baan op verschillende punten zwaar beschadigd is door Duitse luchtacties en adviseert aan de regimentsstaf om de steenweg zo veel mogelijk te vermijden.  De staf vermeldt voorts dat de mars erg traag, maar toch met de nodige tucht en orde verloopt.

Omstreeks 13u00 houden de colonnes halt rondom Kortrijk-Dutsel voor een lange rustpauze van ongeveer 3h.  Luitenant Louette en de 7Cie van het 36Li marcheren echter onmiddellijk verder in de hoop het 36Li terug te vinden.  De militairen van het 24Li hopen op een warme maaltijd van de veldkeukens, maar die werden toegevoegd aan de colonne met de paardenwagens en zullen het regiment pas om 07u00 op 14 mei vervoegen.

Kapitein-commandant Dupont, de adjudant-majoor, en het installatiepersoneel zijn intussen te Kampenhout op zoek naar de nodige gebouwen om de manschappen onderdak te verschaffen.  Dupont meldt dat het dorp propvol militairen zit en het bijzonder moeilijk zal worden om het regiment hier in te kwartieren.

De adjudant-majoor wordt tegen 16u00 ontboden op de divisiestaf te Elewijt.  Om de opstelling aan de K.W. Stelling in de diepte te dekken, zullen de 1Div, 4Div en 14Div ten westen van het Kanaal van Willebroek ingekwartierd worden en samen een strategische reserve vormen onder het bevel van het IIIde Legerkorps.  Het 24Li moet om 21u00 de mars aanvatten van Kampenhout naar Nieuwenrode.  Kapitein-commandant Dupont wijst er op dat dit echter onmogelijk daar de colonnes pas vanaf 23u00 verwacht worden te Kampenhout.  Bovendien zijn de militairen doodop.  Het vertrekt naar Nieuwenrode zal uitgesteld worden tot 08u00 op 14 mei.  Bovendien zal aan het Autopeloton voor Materieel van de divisietroepen gevraagd worden om 15 vrachtwagens naar Kampenhout te sturen om de rugzakken van de manschappen over te brengen naar Nieuwenrode.

Uiteindelijk arriveert het IIIde Bataljon te Kampenhout om 23u00.  Voor het Iste Bataljon wordt dit 24u00, het IIde Bataljon zal pas als laatste aankomen om 02u00.

Detachement Sgt Van Toernout
De Rijkswacht van Zavemtem stuurt het detachement Van Toernhout naar Kortenaken om hier opnieuw de 1ste Infanteriedivisie te vervoegen.  De rijkswachters beseffen echter niet dat hun informatie dan niet meer correct is en de divisiestaf al vertrokken is uit deze gemeente.  Ook Van Toernhout weet natuurlijk niet beter, zodat de ganse groep opnieuw naar Leuven fietst.  Bij de doortocht van de staf stuit het detachement bij toeval op de betaalmeester van het regiment die kan bevestigen dat het 24Li ’s anderendaags naar Nieuwenrode zal marcheren.  Na een lange omzwerving zullen de twee gevechtsgroepen van het peloton verkenners het dorp Nieuwrode binnen fietsen omstreeks 15u30.

Het 24Li te Nieuwenrode op 15 mei.

Het 24Li te Nieuwenrode op 15 mei.

Het regiment verlaat Kampenhout om 08u00 en verplaatst zich naar Nieuwenrode via Elewijt, Hofstade, Zemst-Bos, Laar en Humbeek-Sas.  De bataljons kunnen rondom 16u00 opnieuw ingekwartierd worden.

Ook tijdens deze mars zijn er enkele achterblijvers, maar tegen 18u00 is iedereen binnen.  Te Nieuwenrode wordt het 24Li voor de eerste keer sinds de start van de veldtocht bevoorraad door de intendance.  De militairen kunnen kan ook genieten van een verse warme maaltijd.

Tijdens de namiddag krijgt de 1ste infanteriedivisie een nieuwe sector aangeduid aan het noordelijke uiteinde van het Kanaal van Willebroek. De divisie zal nu het gebied bezetten van aan de monding van de Rupel tot en met Sluis Nr 2 op het Kanaal van Willebroek net buiten de gelijknamige gemeente. Rond 19u00 zet de infanteriecolonnes zich op weg naar de nieuwe bestemming. Het divisiehoofdkwartier zal te Puurs ontplooid worden.

Het 24Li zal de centrale ondersector rond Ruisbroek en Klein Willebroek bezetten. Het 4Li neemt het noordelijke deel van de linies voor zijn rekening en komt tussen Ruisbroek en Rupelmonde te liggen. Het 3Li tenslotte wordt in de zuidelijke ondersector opgesteld rondom Willebroek.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerde oppercommando (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werden moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven.

De terugtocht zal in drie etappes gebeuren.  In een eerste etappe moeten de legerkorpsen van de K.W. Stelling het Kanaal van Willebroek oversteken.  Tijdens de tweede etappe zullen het IVde en Vde legerkorps de zone van de Versterkte Positie Antwerpen tot Lie ontruimen tijdens de nacht van 17 op 18 mei.  Het veldleger zal zo de nieuwe hoofdweerstandslinie Terneuzen-Gent-Oudenaarde bereiken tijdens de nacht van 18 op 19 mei.

De Rupel en het Kanaal van Willebroek zullen gebruikt worden als tussenlinie om de aftocht te dekken.   Vanaf de samenloop van de Schelde en de Rupel tot in Willebroek zal deze linie bewaakt worden door de 1ste infanteriedivisie.  Tussen Willebroek en Vilvoorde moet een samenraapsel van de brigade Grenswielrijders en eenheden van de Lichte Regimenten van de Rijkswacht het kanaal verdedigen.  Ten zuiden van Vilvoorde start de Britse legerzone.   De Belgische troepemacht zal door het IIIde Legerkorps bevolen worden:

  • De 1ste Infanteriedivisie zal sector noord verdedigen, van de Rupel tot en met Willebroek.
    • Het 4de Linieregiment zal opgesteld worden in ondersector noord van de monding van de Rupel tot Ruisbroek.
    • Het 24ste Linieregiment zal ondersector centrum toegewezen krijgen tussen Ruisbroek en Klein Willebroek toegewezen.
    • Het 3de Linieregiment dient ondersector zuid te bezetten van de brug van Klein Willebroek tot Willebroek verdedigen.
  • De beide regimenten van de grenswielrijders zullen sector zuid verdedigen, van Tisselt tot Vilvoorde.
    • Het 1ste Regiment Grenswielrijders wordt verantwoordelijk voor de ondersector van Tisselt tot Sas.
    • Het 2de Regiment Grenswielrijders zal de ondersector van Verbrande Brug tot Vilvoorde bestrijken.
    • Deze eenheden worden aangevuld door elementen van de beide Lichte Regimenten van de Rijkswacht.

Het 24Li besteedt het grootste deel van de dag aan de reorganisatie van zijn eenheden.  De staf van de 1ste Infanteriedivisie verspreid tussen 15u00 en 15u30 de nodige orders voor de komende ontplooiing.  De infanterieregimenten moeten tegen 19u00 onderweg zijn naar de hun aangeduide ondersectoren.  Voor het 24Li wordt dit ondersector centrum rond Ruisbroek en Boom.  De 4de Infanteriedivisie en de 14de Infanteriedivisie zullen als eersten door de sector marcheren en dit tussen 15u00 en 1800.

De bataljons vertrekken vanaf 18u30 en marcheren in dalende numerieke volgorde naar Ruisbroek via Ramsdonk, Breendonk en Sauvegarde.  De colonnes komen aan vanaf 22u30 en worden ingekwartierd.

Een detachement van de 7Cie voert veldwerken uit te Kuringen.

Om 01u00 verwittigt de commandant van de 1ste Infanteriedivisie alle gevechtseenheden en vraagt hen om vanaf 04u00 klaar te zijn voor de actie. De ganse nacht en ochtend trekken duizenden Belgische militairen over het Kanaal van Willebroek, op weg van de K.W. Stelling naar het westen. De Duitsers vorderen langzaam en wordt niet verwacht voor het einde van de dag.

Tegen 04u00 is het regiment ontplooid langsheen het Kanaal van Willebroek tussen Wintam in het westen en Klein Willebroek in het oosten.  Het IIde Bataljon heeft kwartier west ingenomen, dat loopt vanaf de sluis van Wintam tot aan het riviertje De Vliet tegenover het gehucht Hellegat.  Het Iste Bataljon bezet kwartier oost vanaf dit punt tot Klein Willebroek.  Het IIIde Bataljon wordt niet opgesteld op een tweede echelon, maar blijft voorlopig ingekwartierd te Sauvegarde.  De commandopost van het regiment wordt opgesteld in het gemeentehuis van Ruisbroek.

Kolonel SBH Franckx vertrekt om 08u00 met de bataljonscommandanten op verkenning om te bepalen welke terreinversterkingen de eenheden dienen aan te leggen.  Kort na de middag worden de plannen besproken op de divisiestaf, en om 15u00 volgt een tweede verkenningsronde.

Vanaf 20u00 krijgt het 3Li rond Willebroek contact met de eerste elementen van de vijandelijke 56ste infanteriedivisie. De vijand heeft eerder die middag rondom Verbrande Brug onze Grenswielrijders rake klappen toegebracht en is er in geslaagd het Kanaal van Willebroek over te steken. Het 4Li wordt daarom onmiddellijk verplaatst naar het zuiden om de Belgische flank te dekken tussen Breendonk en Sint-Amands.  Het 24Li behoudt voorlopig zijn posities.

Bij het 3Li blijft de toestand gespannen.  De Duitse 56ste infanteriedivisie blijft druk uitoefenen op de Belgen aan het kanaal.   De commandopost van het 3Li is tijdens de nacht in verplaatsing naar de wijk Sauvegarde te Ruisbroek. Bij de installatie op deze nieuwe locatie blijkt dat de telefoonaansluiting defect is. Kolonel Willems van het 3Li besluit de commandopost van het 24Li te Ruisbroek te vervoegen.

Even na middernacht beveelt de divisiestaf om het IIIde Bataljon uit zijn kantonnementen te halen en te ontplooien tussen Sauvegarde en Kalfort om een eventuele Duitse doorstoot naar het noordwesten te kunnen blokkeren.  Tegen 04u00 is het bataljon op post.  Ook vraagt de divisiestaf om de tactische wacht bij de springladingen onder de brug van de spoorlijn Brussel-Antwerpen en de brug van de snelweg tussen dezelfde steden over te nemen van het Franse leger.  De wacht zal bij elke brug bestaan uit een peloton, onder leiding van twee van de compagniecommandanten.  Deze officieren krijgen de toestemming om bij een vijandelijke aanval de ontploffing van deze kunstwerken te bevelen.  Bij de wegbrug wordt het peloton van Onderluitenant Vandenbroucke de 2Cie geplaatst en krijgt Kapitein Loncke het bevel over de tactische wacht.  Tenslotte wordt aan het IIde Bataljon bevolen om alle veerponten op de Rupel en op het Kanaal van Willebroek ten alle tijden op de zuidelijke oevers aan te meren.

De 1ste Infanteriedivisie besluit om tussen Sauvegarde en Sint-Amands een dwarsstelling in te richten om een eventuele Duitse doorbraak te kunnen blokkeren.  Het IIIde Bataljon wordt om 05u00 onder het bevel geplaatst van het 4Li.  Dit regiment zal de zone tussen Puurs en Sint0-Amands bezetten, en dekt ook de toegangen tot Bornem.  De 1Div moet nog op post blijven tot de terugtocht van de 4Div, 14Div en 15Div over de Scheldebrug van Temse voltooid is.  Het vertrek van de 1Div wordt uitgesteld tot ongeveer 11u00 omdat de colonnes van de 15Div vertraging hebben opgelopen.

Tijdens de voormiddag vertrekken een aantal patrouilles van de 10Cie in de richting van de ondersector van het 3Li aan het Kanaal van Willebroek.  De patrouilles bevestigen dat het regiment nog steeds ter plekke is, maar dat er zich eveneens vijandelijke elementen op de bevriende oever bevinden waarvan de precieze vooruitgang niet kan bepaald worden.  Majoor Mertens van het IVde Bataljon vertrekt hierop naar Breendonk om zelf poolshoogte te nemen.  Mertens stuit op een van de officieren van het Wielrijderseskadron van de 1Div die inderdaad bevestigt dat er ook op de linkeroever gevochten wordt.

Intussen wordt in het noorden van de ondersector het detachement bij de brug van de snelweg Brussel-Antwerpen om 10u30 teruggetrokken naar de zuidelijke oever van het Kanaal van Willebroek.  De brug wordt om 10u45 door de genietroepen vernield.

Vanaf het 11u00 wordt gestart met de evacuatie van de posities.  Het IIde Bataljon loopt geen risico op contact met de vijand en wordt als eerste op weg gezet.  Het Iste Bataljon en het IVde Bataljon vatten de terugmars aan om 12u15.  Het IIIde Bataljon staat nog steeds onder het bevel van het 4Li en zal pas later op de namiddag zijn posities verlaten.

Het regiment zal terugtrekken via Puurs en Bornem om vervolgens via de spoorbrug van Temse de Schelde over te steken.  Op de linkeroever zal de mars vervolgd worden over Tielrode, Elversele, Waasmunster en Kettermuit waar het 24Li de nacht zal doorbrengen.  Bij passage aan de brug van Temse bevestigt een stafofficier van de 1Div echter dat het regiment te Waasmunster zal ingekwartierd worden.  Het installatiepersoneel van het 24Li bevindt zich echter reeds te Kettermuit, zodat het onderbrengen van de manschappen in Waasmunster behoorlijk chaotisch verloopt.  Bovendien wordt het regiment korte tijd na de installatie in deze gemeente teruggeroepen naar Sint-Niklaas om van hieruit naar Gent overgebracht te worden.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De 1ste Infanteriedivisie brengt de eerste helft van nacht door in het gebied tussen Temse, Tielrode en Waasmunster. De divisie wordt doorgestuurd naar Gent om er het 44Li te gaan aflossen en de verdediging van de stad te gaan versterken. De meeste eenheden infanterieregimenten worden per trein vervoerd vanuit de stations van Temse en Sint-Niklaas.  De artillerie van de divisie, het 1A, en de overige divisietroepen zullen langs de baan volgen.

Het divisiehoofdkwartier wordt ontplooid in de Alsberghe & Van Oost textielfabriek in Drongen en wordt beveiligd door het Wielrijderseskadron. Het 3Li neemt de noordrand van Gent in.  Het 24Li wordt opgesteld in de binnenstad en de zuidrand van Gent.  Het 4Li wordt in reserve gehouden en ingezet voor bewakingsopdrachten te Sint-Denijs-Westrem, Maalte, Drongen en Mariakerke.

Staf, I/24Li, II/24Li en IV/24Li
Het gros van de troepen te voet van het 24Li verlaat Waasmunster tegen 01u00 in de nacht van 18 op 19 mei.  De verplaatsing naar Sint-Niklaas loopt tegen de marsrichting in van alle andere eenheden die zich naar het westen begeven.  Met veel moeite en na een lange vertraging bereiken de colonnes het station van Sint-Niklaas.   Het IVde Bataljon stijgt als eerste in tegen 04u15 en kan onmiddellijk vertrekken.  Het IIde Bataljon bereikt Sint-Niklaas om 05u30 en wordt verdeeld over twee treinstellen die een allegaar aan eenheden zullen vervoeren.  Een eerste trein met de bataljonstaf en de 2Cie rijdt zonder incidenten naar Gent.  De tweede trein met de 1Cie, 3Cie en 4Cie raakt verstrikt in de Duitse luchtaanval op het station van Lokeren.  In het bombardement vluchten ongeveer 150 tot 200 militairen die het regiment niet meer zullen vervoegen voor het einde van de veldtocht.  De rest van de compagnies moet te voet naar Gent verder.

Het wagenpark van dit deel van het regiment vertrekt te Waasmunster om 04u00 en rijdt rechtstreeks naar Gent.  Dit detachement wordt beveiligd door het Peloton Verkenners.

III/24Li
Dit bataljon veraat Waasmunster om 03u45 en marcheert via de baan naar Gent.  Er is geen tijd meer om terug te keren naar Sint-Niklaas.

In de namiddag wordt het regiment ontplooid.  De bataljonscommandanten starten vanaf 14u00 met het verkennen van hun nieuwe kwartieren en een goed uur later worden de troepen opgesteld.  Het III/24Li bezet de waterwegen in het centrum vanaf de buurt van het Gravensteen en Belfort. Het I/24Li neemt de Schelde oever in aan de rand van de stadskern. Het II/24Li krijgt de tweede linie toegewezen aan de samenloop van de Leie en de Coupure.

De eenheden van het regiment maken gebruik van de huizen om hun stellingen zo goed mogelijk aan het zicht te onttrekken. Heel wat Gentenaars worden zo uit hun huizen ontzet en weggestuurd, wat onrust en paniek in de stad veroorzaakt.

Rond 16u00 plunderen plaatselijke inwoners het douanedepot van de stad. Een gevechtsgroep van het 24Li moet tussenbeide komen om de orde te herstellen.  Na het incident zal het depot permanent bewaakt worden door het regiment.  Tevens wordt een wachtpost geplaatst bij de telefooncentrale van de stad.

Om 18u15 verhuist het commando van het regiment naar de Ekkergemstraat en kiest een woonhuis uit nabij de Sint-Martinuskerk.  Het Peloton Verkenners wordt over de aangelegen gebouwen verspreid om de omgeving te dekken.

Het 24Li werkt te Gent aan het verstevigen van zijn stellingen, en het uitvoeren van patrouilles en bewakingsopdrachten.

Gebroeders Geeroms

Van links naar rechts: Luitenant Raymond Geeroms (13A) – Majoor Joseph Geeroms (24Li) – Kapitein Theo Geeroms

De Duitsers bereiken de rand van het Bruggenhoofd Gent, wat tot een toename van het aantal vluchtelingen in de stad leidt. Bovendien ontstaat er een conflict tussen Luitenant-generaal Coppens van de 1ste infanteriedivisie en het Gentse stadsbestuur over het feit of de stad nu al dan niet open verklaard is. Coppens wil de verdedigingswerken verder laten uitbouwen en de bruggen laten ondermijnen. Het stadsbestuur wil dat de stad niet verdedigd wordt om de bevolking te sparen.

Het geallieerde opperbevel besluit op de Conferentie van Ieper dat de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde moet worden opgegeven door de Belgen. Ten zuiden van Oudenaarde is de vijand immers doorgebroken in de Britse sector en daarom moet het ganse front achteruit.  Ten zuiden van het Bruggenhoofd Gent zal het veldleger terugtrekken tijdens de nacht van 22 op 23 mei.  Het Bruggenhoofd Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen zullen dan tijdens de nacht van 23 op 24 mei verlaten worden.

De Belgische legerleiding bepaalt tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de IJzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie.

Ook de bijgebouwen van Kasteel van Schimpen te Kuringen huisvestten militairen van het 24Li.

Het Groot Hoofdkwartier duidt de 1Div aan om de Britse sector tussen Kortrijk en Menen over te nemen. De divisie zal Gent onmiddellijk verlaten.  Net zoals de overige infanterieregimenten, wordt ook het 24Li in drie fracties verdeeld.  Vooreerst zullen zoveel mogelijk manschappen zich per fiets verplaatsen, en hiervoor zullen te Gent een hele reeks rijwielen opgevorderd worden.  Daarnaast zullen de manschappen te voet overgebracht worden met behulp van autobussen van de Legerautogroepering.  Aan deze colonne zullen de motorvoertuigen van het regiment toegevoegd worden.  Tenslotte zullen de paardenwagens in een afzonderlijke groep de verplaatsing afleggen in twee etappes. 

De colonne te voet verlaat Gent tussen 14u00 en 14u30.  De instapplaats voor het voetvolk ligt aan de Kortrijksesteenweg tussen Sint-Denijs-Westrem en Sint-Martens-Latem.   Een 60-tal autobussen van de Legerautogroepering komt hier omstreeks 15u30 aan.

In de nieuwe sector Kortrijk-Menen zal het 24Li zal de noordelijke ondersector rond Kortrijk bezetten.  Het 3Li komt in het centrum te liggen, en het 4Li krijgt ondersector zuid toegewezen. Het 19A wordt aangeduid om vuursteun te leveren aan de divisie, in afwachting van de aankomst van het 1A dat een lange etappe over de weg voor de boeg heeft. Het divisiehoofdkwartier wordt ontplooid te Sint-Eloois-Winkel.

Kolonel Franckx wordt omstreeks 20u00 uit zijn functie ontheven.  Majoor Mertens van het IVde bataljon neemt het bevel over het regiment over.

Een goed uur later arriveren de eerste autobussen uit Gent op de uitstijgplaats tussen Heule en Bissegem.

Majoor Mertens heeft een moeilijke ondersector toegewezen gekregen: de Leie loopt dwars door Kortrijk en het regiment zal dan ook genoodzaakt zijn om op de oostelijke oever een bruggenhoofd te bemannen doorheen de bebouwde kom.  De nieuwe regimentscommandant moet een klassieke opstelling realiseren: twee bataljons zullen ontplooid worden op het eerste echelon en een bataljon zal in tweede lijn geplaatst worden. Er worden voorposten uitgezet op de rechteroever van de Leie. Mertens overweegt even om zijn commandopost onder te brengen in het stadhuis van Kortrijk maar verkiest dan een veiliger locatie te Heule-Watermolen.  Het hoofdkwartier installeert zich in de gelijknamige hoeve.

Het Wielrijderseskadron der 1ste infanteriedivisie is reeds eerder op de dag toegekomen en bewaakt de Leiebruggen tussen Kortrijk en Menen in afwachting van de aankomst van de Belgen. De springladingen onder de bruggen werden aangebracht door het Britse leger en hun detachementen leveren de nodige technische wachten.  Tussen 22u30 en 23u00 gaan de Britten over tot het vernielen van alle bruggen te Kortrijk met uitzondering van de Groeningebrug, de Gentbrug en de Broelbrug.

De Belgische posities langsheen de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden bemant het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de Infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Wielsbeke – Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste Infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 10de Infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

De Belgische voorposten van het 24Li trekken zich terug naar de linkeroever van de Leie in de tweede helft van de nacht van 22 op 23 mei. Eveneens tijdens de nacht bereikt het gros van het regiment zijn gevechtsposities, na een erg trage rit van uit Gent en een voetmars van uit de westrand van de stad.

24Li te Kortrijk op 23 mei.

24Li te Kortrijk op 23 mei.

De Britten trekken hun laatste detachementen terug tegen 06u00 en blazen om 06u30 de Gentbrug op. Geniedetachmenten van onze bondgenoten laten ook alle schepen langsheen de Vlaanderenkaai tot zinken brengen en vernielen de sluisdeuren aan het begin van het kanaal van Kortrijk naar Bossuit. Om 08u00 verlaten de laatste Britse infanteristen definitief de stad. De Groeningebrug vliegt om 08u15 de lucht in. De Broelbrug ondergaat het zelfde lot om 09u00, maar gelukkig blijven de twee imposante middeleeuwse torens intact.

Het 24Li heeft nu nog een getalsterkte van 89 officieren en 2.883 onderofficieren en manschappen. Aan collectieve bewapening worden nog 42 Maxim mitrailleurs geteld, als ook 77 FM30 lichte machinegeweren, 11 C47 anti-tankanonnen en 8 M76 mortieren. De definitieve opstelling van het regiment is als volgt:

  • Het Iste bataljon bezet de linkerflank van het eerste echelon en heeft zijn drie compagnies in enkele lijn.
    • Commandant Ouwerx heeft zijn commandopost in Villa Leieroojse aan de Sint-Elooisdreef.
    • De 1ste compagnie heeft zijn commandopost in de hoeve Van Hazebrouck, tegenover de houtmagazijnen van de firma Lefevere. De compagnie sluit aan bij het 12Li dat ten noorden van de stad de linies overneemt.
    • De 3de compagnie bezet het onderkwartier tussen het Albertpark en de Proosdijstraat. Hun zware wapens staan opgesteld aan de beide zijden van de Groenigebrug en op het stuk braakliggende grond op de hoek van het Albertpark en de Diksmuidekaai. De commandopost van de compagnie bevindt zich in het huis op de hoek van de Roterijstraat en de Vercruysselaan.
    • De 2de compagnie staat opgesteld tegenover de Rowing Club de Courtrai en heeft een sectie mitrailleurs in steun op de hoeve Steverlynck.
    • Het bataljon heeft 3 C47 anti-tankkanonnen in steun.
  • Het IIde bataljon bezet de zuidflank van het eerste echelon met twee compagnies in enkele lijn en een compagnie in steun.
    • De commandopost staat op het Waaihof.
    • De 5de compagnie bezet het onderkwartier tussen de Proosdijstraat en de Doornstraat
    • De 6de compagnie ligt tussen de Doornstraat en de Zwingelaarsstraat op het grondgebied van Bissegem.
    • De 7de compagnie staat in de diepte opgesteld achter de Brugsestraat, tussen de Izegemsestraat en de Heulsesteenweg.
    • Het bataljon heeft 3 C47 anti-tankkanonnen en een peloton mitrailleurs van de 13de compagnie in steun.
  • Het IIIde bataljon is toegewezen aan het tweede echelon en is verdeeld over drie individuele posities.
    • De 11de compagnie is ontplooid tussen de Moorseslestraat en de Bozestraat.
    • De 10de compagnie dekt de zone tussen de Izegemsestraat en de Lijnwaadstraat.
    • De 9de compagnie bezet het onderkwartier achter de Kuurnsesteenweg, tussen de Samenkomststraat en de Iepersestraat.
    • Net ten noorden van de Heulebeek stelt het bataljon ook een verbindingspost op om de connectie met het tweede echelon van het 12Li te verzekeren.
    • Het bataljon heeft 4 C47 anti-tankkanonnen en twee peloton mitrailleurs van de 13de compagnie in steun.
  • Op de zuidflank neemt het 3Li de linies over vanaf de Zwingelaarsstraat te Bissegem.
  • Het regiment heeft twee artilleriegroepen in vuursteun: de III/1A en IV/1A.  Beide staan onder leiding van Majoor Lecloux van III/1A.
  • De medische hulppost van het 24Li wordt geopend te Heule.
  • Het stukje bosland gevormd door het park van Heule zal dekking geven aan het munitie echelon van het regiment.  De munitiewagens blijven voorlopig nog bij de eenheden, en zullen hier voor de aanvang van het gevecht samengebracht worden.

Helm van Soldaat Frans Claeys die op 24 mei door een artilleriegranaat gedood werd.

De nacht van 23 op 24 mei verloopt zonder incidenten, en ook in de voormiddag blijft het rustig in het aanloopgebied naar de ondersector van het 24Li.  Buiten enkele sporadische artilleriebeschietingen valt er niets bijzonders te rapporteren.  Ten noorden van de eigen posities lijkt het artillerieduel veel heviger.

Het Iste Bataljon meldt als eerste een teken van de vijand wanneer kort voor de middag enkele Duitsers gespot worden rondom Brug 2 van het Kanaal Kortrijk-Bossuit.  Het lijkt om een ploeg voorwaartse waarnemers te gaan die zich installeert nabij de berm van de Gentsesteenweg ten zuiden van de brug.  De bataljonscommandant laat de mortieren van de 15Cie de brug beschieten, terwijl de waarnemers verjaagd worden met vuur van de DBT granaatwerpers.

De Duitse artillerie opent het vuur op de posities van het 24Li om 13u45.  Het bombardement houdt zo’n twee uur lang aan, en is bijzonder hevig zowel op het eerste als op het tweede echelon.  De veldtelefoonlijnen vallen een na een uit, en binnen het uur is het regiment aangewezen op estafettes om de communicatie tussen de bataljons en de compagnies te verzekeren.  De bataljonsstaven beschikken elk nog over hun zender-ontvanger type ERTP (Emetteur-Recepteur Très Portatif) om het commando van het regiment te bereiken.

Vanaf 15u15 wordt op de beide flanken van de ondersector mitrailleurvuur gemeld.  De vijand heeft een dubbele aanval over de Leie gelanceerd.  Ten zuiden van Kortrijk wordt de rivier overgestoken ten koste van het 3Li, en ten noorden van de stad wordt eveneens een succesvolle oversteek gerealiseerd bij het 12Li.  De vijand wil het 24Li vastpinnen op zijn posities met artillerie- en mitrailleurvuur om deze beide bruggenhoofden zo snel mogelijk te kunnen vergroten.

Daarnaast wordt ook in het centrum van de stad Kortrijk een poging gewaagd om de Leie over te steken.  Dit lukt in het kwartier van de 3Cie waar het peloton van Luitenant Driessens zo danig onder de indruk is van de beschietingen dat het kort voor 15u30 van zijn steunpunt nabij het Koning Albertpark wegvlucht en de aanvaller vrij spel geeft.  Driessens komt even later aan op de commandopost van Kapitein-commandant Georges Ouwerx om het slechte nieuws te melden.  Ouwerx krijgt te horen dat een 30-tal Duitsers te Leie overgestoken zijn.  Hij laat de mortieren M76 tussenbeide komen om de aanval te counteren.  Wanneer het bericht de regimentsstaf bereikt, zal ook een gevechtsgroep van het Peloton Verkenners in alle haasten naar de oever van de rivier gestuurd worden, en wordt tevens de reservemacht van twee gevechtsgroepen van de 10Cie in versterking van het Iste Bataljon gegeven.

Toestand te Kortrijk omstreeks 16u30 op 24 mei.

Toestand te Kortrijk omstreeks 16u30 op 24 mei.

De directe aanval vormt echter een minder ernstige dreiging dan de doorbraak bij het naburige 12Li.  Op de noordelijke flank van het tweede echelon meldt Luitenant Six van de 9Cie even voor 17u00 dat de vijand in aantocht is en een poging lijkt te wagen om een wig te drijven tussen het eerste en het tweede echelon van het 24Li.  Nog geen tien minuten later worden de steunpunten van de 9Cie aangevallen.  Majoor Mertens reageert en beveelt de opstelling van twee nieuwe pelotons op de beide oevers van de Heulebeek, even ten westen van de steunpunten van de 9Cie.  Een eerste peloton bestaat uit het stafpersoneel van het IVde Bataljon bevolen door Luitenant Reybrouck.  Een tweede peloton wordt samengesteld uit het personeel in overtal van de regimentsstaf en een gevechtsgroep van het Peloton Verkenners, onder bevel van Luitenant Géner.

Ondertussen wordt ook de Duitse dreiging groter op de zuidflank van de ondersector.  De vijand heeft hier een doorbraak gerealiseerd even ten noorden van Bissegem ten koste van het 3Li, en dit leidt ook hier tot een aanval in de flank.  De staf van de 1ste Infanteriedivisie laat weten dat de IIde Groep van het 1ste Licht Regiment onderweg is om van uit Heule een tegenactie naar Bissegem te lanceren.  In afwachting hiervan dringt een positiewissel zich op.  De bevelhebber van de 6Cie laat zijn meest zuidelijke peloton pivoteren en postvatten achter de spoorlijn naar Ingelmunster.  Majoor Mertens laat de 7Cie en de 11Cie eveneens elk een peloton naar de zuidelijke flank richten.

Mertens vreest nu voor een onomkeerbare doorbraak in zijn linies en neemt een aantal noodmaatregelen.  Alle paardenwagens en motorvoertuigen worden teruggetrokken naar het bevoorradingsechelon van het 24Li, en dit echelon wordt vervolgens achteruit gestuurd naar Slypskapelle.  Majoor Lecloux krijgt het bevel om zijn beide artilleriegroepen (III/1A en IV/1A) onmiddellijk uit stelling te halen en klaar te maken voor een eventuele terugtocht.  Hierdoor verliest het regiment de steun van zijn 24 vuurmonden.  Ook het regimentsvaandel wordt van de commandopost naar het bevoorradingsechelon overgebracht.

Tussen 18u30 en 19u00 valt elke verbinding met de posities van het 3Li in het zuiden en het 12Li in het noorden weg.  Ook is er geen telefoonverbinding meer met de staf van de 1ste Infanteriedivisie.  Alhoewel het 24Li nog steeds meester is van zijn ondersector, dreigt het regiment op de beide flanken overvleugeld te worden.  Majoor Mertens stuurt zijn artillerie weg om 19u10.  Majoor Lecloux moet zijn beide groepen terugtrekken en dient contact op te nemen met de divisiestaf in Sint-Eloois-Winkel om nieuwe instructies te bekomen.

Op de linkerflank zijn de verliezen het ergst.  Op het eerste echelon worden rondom 19u00 de posities rvan de 1Cie overrompeld en kan de aanvaller ongeveer anderhalf uur later eveneens de commandopost van Kapitein-commandant Ouwerx innemen.  De meeste militairen van de 1Cie en van de bataljonsstaf worden gevangen genomen.  Op het tweede echelon wordt de 9Cie ook omstreeks 19u00 van zijn steunpunten verjaagd.  De 10Cie bezet nog steeds het onderkwartier centrum en roteert zijn meest noordelijke peloton in de richting van de grootste dreiging.

Om 20u10 laat de bevelhebber van het regiment nog een aanpassing uitvoeren.  De 7Cie moet twee pelotons afstaan om twee nieuwe steunpunten in te nemen op de linkeroever van de Heulebeek ter hoogte van de Izegemstraat.  Deze pelotons moeten een omsingeling helpen vermijden.  Enige tijd nadien arriveert Kapitein-commandant Bouhon van de divisiestaf op de commandopost van Majoor Mertens.  Bouhon vraagt aan het 24Li om stand te houden tot de ochtend van 25 mei met de belofte van een belangrijke tegenaanval, en tevens om Heule te bezetten als anti-tankcentrum.   Hierop worden vier van de C47 kanonnen naar het dorp verplaatst.  Drie vuurmonden worden in waaiervorm in de omgeving van het station opgesteld.  Het vierde stuk komt in het onderkwartier van de 11Cie te staan.  In de omgeving van Heule kan ook een verbinding gemaakt worden met een peloton van het 3de Eskadron van de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie.

Tegen middernacht neemt de Duitse druk enigszins af.  De vijandelijke artillerie blijft nog wel beschietingen uitvoeren, maar de infanterie heeft halt gehouden en consolideert de terrein veroveringen van de afgelopen dag,  De 15de Compagnie zit doorheen zijn volledige voorraad mortierbommen heen en kan niet opnieuw bevoorraad worden door de divisietroepen.  Majoor Mertens besluit om de compagnie samen te brengen te Heule en in te zetten als onderdeel van de verdediging van het dorp.

Toestand tijdens de ochtend van 25 mei bij het 24Li.

Toestand tijdens de ochtend van 25 mei bij het 24Li.

Luitenant Houtemane wordt om 01u30 uitgestuurd naar de staf van de 1Div om nieuwe orders te gaan vragen voor het geval dat de beloofde tegenaanval zal uitblijven en het 24Li niet versterkt zal kunnen worden.  Houtemane zal pas om 10u00 terugkeren op de commandopost van het regiment.  Luitenant De Wapenaere vertrekt om 03u00 met dezelfde opdracht.  Ook hij zal het hoofdkwartier van de divisie niet kunnen terugvinden, maar stuit onderweg wel op Luitenant Van Everbroeck van de divisiestaf die onderweg is met de nodige orders.  Het 24Li moet ter plekke stand houden, inclusief de beide artilleriegroepen van III/1A en IV/1A.  Ook bij munitietekort mag het regiment zijn ondersector niet verlaten.  Desnoods moet het geschut van 1A maar ingezet worden om vlakbaanvuur te geven.

Majoor Mertens kan niet anders dan een overzicht van zijn huidige situatie terugsturen naar de divisiestaf.  Hij meldt dat zijn commandopost zich zo’n 700m noord-noord-oost van Heule bevindt, en drukt er op dat hij niet langer over zijn artilleriesteun beschikt.  Ten noordoosten van het station van Heule tracht Mertens een defensieve linie uit te bouwen met het nog aanwezige peloton van de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie, en een peloton van de 15Cie.  Hiermee wordt de spoorlijn naar Izegem verdedigt over een afstand van zo’n 500m.

In de vroege morgen van 25 mei willen de Duitsers hun succes van de vorige dag verzilveren. Ten zuiden van Kortrijk valt de Duitse 31ste divisie in westelijke richting aan nabij Wevelgem.  Hierbij wordt ook in de diepte vooruitgang geboekt.  Om 06u00 meldt Majoor Mertens dat de aanvaller de Steenbeek tussen Heule en Gullegem bereikt heeft.  De Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie lijkt geen effectieve weerstand te bieden.  Ook ten noorden van het 24Li vallen de Duitsers opnieuw aan.  Tussen Heule en Kathoek is het Bataljon Grenswielrijders Limburg aangekomen de tweede helft van de nacht van 24 op 25 mei , maar ook de grenswielrijders kunnen de vijand niet tegenhouden.  De Duitse infanterie vordert parallel met de linkeroever van de Heulebeek en bereikt de spoorlijn Kortrijk-Izegem ten noordoosten van het station van Heule.  Rondom 08u30 vreest Mertens dat de aanvallers het net rond Heule zullen sluiten.

Om 10u10 besluit Majoor Mertens dat hij niet langer ter plekke kan blijven en beveelt de algehele aftocht van zijn regiment,  Alle eenheden moeten het contact met de vijand verbreken, en via de dorpskern van Heule naar het noordwesten vluchten.  Iedereen moet zich zo snel mogelijk naar de Izegemstraat, halverwege tussen Sint-Eloois-Winkel en Bosmolens.

Het 24Li zal hierbij door de posities trekken van de 10de Infanteriedivisie die korte tijd voordien opgesteld werd van Rollegem-Kapelle over Sint-Eloois-Winkel en Lendelede tot Izegem.  Majoor Mertens heeft om 11u10 contact met de bevelhebber van deze divisie, Luitenant-generaal Pire.

De elementen van het 24Li die nog kunnen ontsnappen, bereiken de Izegemstraat tussen Sint-Eloois-Winkel en Bosmolens in de daarop volgende uren.  In het dorp komen militairen toe van allerhande eenheden, waaronder ook enkele detachementen van het uiteengeslagen 3Li en het 1ste Licht Regiment meenemen. 

Tegen 14u00 zet Majoor Mertens de aanwezige elementen op weg naar Slypskapelle waar op dat ogenblik ook de staf van de 1ste Infanteriedivisie zou moeten zijn.  Majoor Mertens verneemt echter het commando van de divisie verplaatst is naar Beselare.

Om 16u00 worden de aanwezige elementen naar het gehucht Kanterhoek te Dadizele gestuurd om hier opnieuw in defensieve stelling te gaan.  De intentie is om de restanten van het 24Li en het 3Li te ontplooien aan de noordelijke flank van het tweede echelon achter de nieuwe posities van de 2de Cavaleriedivisie die aangeduid is om tussen Geluwe en Dadizele te komen postvatten.  Het 24Li komt aan te Kanterhoek om 17u30 en wordt onmiddellijk ontplooid.  Het regiment is dan herleid tot 32 officieren, 562 manschappen, 4 mitrailleurs, 3 C47 kanonnen en 6 M76 mortieren.  Het wagenpark werd tijdig teruggetrokken uit Heule en is dan ook nog zo goed als compleet.

Om 20u15 maakt Majoor Mertens een installatieschets over aan de 1ste Infanteriedivisie.   De restanten van het 24Li behouden in nieuwe posities tijdens de nacht van 25 op 26 mei.

Opstelling te Dadizele op 26 mei.

Opstelling te Dadizele op 26 mei.

De strijd hervat zich op het nieuwe front Geluwe-Dazidele, en de 2de Cavaleriedivisie maakt vroeg op de ochtend contact met de vijand.  Het Iste Legerkorps beveelt even voor 06u30 de onmiddellijke aftocht aan de 2de Cavaleriedivisie naar de spoorlijn Ieper-Roeselare.  Enige tijd later verneemt Majoor Mertens dat het 24Li zich moet terugtrekken naar Passendale.

Mertens is niet op de hoogte van het eerdere bevel aan alle  eenheden van de 1ste infanteriedivisie om zich te Pilkem en Boesinge te hergroeperen, en volgt dan ook de aftocht van de 2de Cavaleriedivisie.  Hierbij wordt het wagenpark van het regiment via Broodseinde en de Passendalestraat naar Passendale gedirigeerd.  Alle overige overwegen op de spoorlijn Ieper-Roeselare zijn immers geblokkeerd door de ononderbroken keten van goederenwagons die als anti-tankhindernis zal fungeren.

De colonne te voet bereikt Passendale omstreeks 11u00.  Majoor Mertens stuit hier omstreeks na de namiddag op Kapitein-commandant Simon van het 3Li die hem op de hoogte brengt van de hergroepering van de divisie.  Het 3Li wordt te Ondank verzameld, het 4Li te Stadenreke, en het 24Li te Stampkot.  De staf van de 1ste Infanteriedivisie is naar Poelkapelle verplaatst, en de divisie heeft het bevel gekregen over de sector van Zilverberg tot Zonnebeke langsheen het traject van de spoorlijn Roeselare-Ieper. 

Het 24Li hervat de mars en trekt via Westrozebeke, Vijfwegen en Stadenberg richting Stampkot.  Kort na het vertrekt wordt bevestigd dat het regiment te Ondank zal overnachten, zodat de colonne hier halt houdt.  Het regiment brengt de nacht door in het dorp.

Luitenant-generaal Coppens komt aan op de commandopost van Majoor Mertens om 09u00 en deelt mee dat het 3Li, 4Li en 24Li samengevoegd worden tot een enkele groepering onder het bevel van Kolonel SBH Decae, regimentscommandant van het 4Li.  Mertens vertrekt naar het commando van het 4Li te Staden voor overleg.  Zijn militairen blijven te Ondank.

De rest van de dag verloopt zonder noemenswaardige gebeurtenissen.  De staf van de 1Div tracht te bepalen welke elementen van de divisie nog inzetbaar zijn.   Majoor Mertens ontvangt om 16u15 een aanvraag om zes pelotonscommandanten door te sturen naar Staden voor affectatie bij andere eenheden.  De majoor laat de volgende officieren vertrekken: Lt Van Everbroeck, Roose, De Poortere, Génar, Willemijns en De Meulemeester.

Omstreeks 17u00 wordt Luitenant Loncke met een opnieuw samengestelde fuselierscompagnie doorgezonden naar Staden.  Luitenant-generaal Coppens geeft een bevel gegeven aan het 4Li  om te Staden een nieuw infanteriebataljon samen te stellen met de overgebleven infanteristen van het 3Li, 4Li en 24Li.  Majoor Goosdeel va 3Li zal dit bataljon bevelen.  Het 3Li levert een compagnie onder bevel van Commandant Simon. Het 4Li stelt twee compagnies samen onder Commandant Verhulst en Luitenant Van Den Bossche. Het 24Li tenslotte levert de laatste compagnie onder leiding van Kapitein Loncke.  De nieuwe pelotonscommandanten zijn Luitenant Verbeke van de 14de compagnie, Luitenant Van Beneden van de staf van het IIde bataljon en Luitenant Van Kerckhove van de regimentsstaf.  Het bataljon beschikt niet over zware wapens. Er is geen enkele Maxim zware mitrailleur meer overgebleven. Het bataljon moet het met drie FM30 machinegeweren stellen.  Het relaas van het Detachement Goosdeel staat vermeld op de pagina van het 3de Linieregiment.

De rest van het 24Li vertrekt om 20u45 uit Ondank naar Ichtegem.  De motorvoertuigen, cyclisten en het voetvolk zullen zich elk afzonderlijk verplaatsen.

Majoor Mertens en het niet-inzetbare deel van het 24Li worden om 03u30 van Ichtegem naar Klerken bevolen.  De drie colonnes vertrekken om 04u30 en vernemen het nieuws van de capitulatie bij aankomst in het dorp.  Om 14u00 wordt het regiment naar Houthulst gestuurd.  Hier worden de militairen bevoorraadt door de Belgische intendance.

Het 24Li verblijft te Houthulst.  Hier worden alle wapens ingezameld en samen met het wagenpark en de paarden aan de bezetter overgedragen.  In de namiddag sturen de Duitsers het regiment door naar Sint-Martens-Bodegem via Kortrijk.  Wielrijders en troepen te voet worden gescheiden.  Deze laatsten worden per vrachtwagen vervoerd.

In de vroege ochtend van 30 mei verplaatst het 24Li zich van Sint-Martens-Bodegem naar Halle.  Om 09u00 arriveren hier enkele Duitse militairen om het regiment naar de krijgsgevangenschap te leiden.  Het 24Li wordt in twee fracties verdeeld.  Een eerste, kleine groep zal alle officieren vanaf de graad van Kapitein omvatten.  De tweede groep bestaat uit alle manschappen en onderofficieren, onder leiding van de onderluitenanten en luitenanten.

Na de capitulatie

De officieren vertrekken nog op 30 mei uit Klerken aan boord van enkele vrachtwagens en worden in een ruk naar de kazerne van Tienen gevoerd die als verzamelplaats voor krijgsgevangenen fungeert.  De volgende dag bereiken de officieren de Nederlandse stad Maarstricht om van hieruit per autobus naar Aken overgebracht te worden.  Dit wordt de start van een treinreis naar het krijgsgevangenenkamp.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Fotoalbum Soldaat Georges Vanderschaeghen, 7de compagnie (met dank aan Roland Vanderschaeghen).
  2. Persoonlijke bezittingen Soldaat Frans Claeys (met dank aan Eddy Lambrecht).