22ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 2de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 12de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel A. Pletinckx
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Sector Kanaal van Turnhout-Massenhoven
Commandopost te ‘s-Gravenwezel
Samenstelling I Bataljon (Majoor ridder R. Feyerick) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt M. Baeten)
2de Compagnie Fuseliers (Lt W. Bruynseraede)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Van Driessche)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt F. De Vuyst)
II Bataljon (Majoor E. Louis) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Lootjens)
6de Compagnie Fuseliers (Lt G. Rossel)
7de Compagnie Fuseliers (Lt J. Seynaeve)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Van De Putte)
III Bataljon (Majoor Odille Belleter) 9de Compagnie Fuseliers (Lt H. Vanden Bulcke)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Verbist)
11de Compagnie Fuseliers (Lt H. Bauwens)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. Maertens)
IV Bataljon (Majoor H. Kesterman) 13de Compagnie Mitrailleurs (Lt A. De Bondt)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt W. Cottenie)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt E. Christiaens)
Stafcompagnie (Luitenant J.P. Eeckman)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein F. Simar)
Peloton Verkenners (Onderluitenant W. Willems)

Tijdens de mobilisatie

De 12de Infanteriedivisie maakt deel uit van de Versterkte Positie Antwerpen en bemant de oostelijke sector tussen de oude pantserforten en de nieuw aangelegde anti-tankgracht in de Voorkempen.

Het divisiehoofdkwartier staat opgesteld in het oude Fort 2 te Wommelgem.

 

 

 

Kort na middernacht alarmeert het Groot Hoofdkwartier alle eenheden en ook bij het 22Li wordt tegen de ochtend iedereen op de gevechtsstellingen geplaatst. Het eskadron wielrijders van de divisie vertrekt naar haar alarmstellingen op de noordelijke oever van het Albertkanaal te Schilde en Oedelem.

Kolonel A. Pletinckx

Het regiment krijgt eveneens het tactische bevel over de 9de compagnie van de Speciale Vestingseenheden dat op de schans van Oudaan een infanteriesteunpunt met een handvol mitrailleurstellingen bemant.

Het regiment neemt de noordelijke ondersector van de 12de divisie voor zijn rekening en bemant posities tussen het Verbindingskanaal Maas-Schelde in het noorden en ‘s-Gravenwezel in het zuiden. De eerste twee bataljons liggen in eerste lijn, terwijl het III/22Li de tweede linie verdedigt.

Vanaf de ochtend stromen Franse colonnes door de sector van de 12de infanteriedivisie. De eenheden behoren tot het Franse 7de leger en zijn onderweg naar Nederland om er zoals afgesproken onze noorderburen bij te staan.

Soldaat Linus Verbrugghe en zijn kameraden van de medische dienst van het 22Li (foto Guy Verbrugghe).

Het IVde legerkorps meldt aan de 12de infanteriedivisie dat de eerste troepen van de 18de divisie zich door hun sector zullen terugtrekken na afloop van hun opdracht aan het Verbindingskanaal Maas-Schelde.

Lt Van Severen (links), Cdt Van de Putte (midden) en de 7de compagnie te ‘s Gravenwezel (foto AMSAB).

Het Franse 7de leger beslist om Nederland opnieuw te verlaten en de eerste hun troepen trekken opnieuw door de sector van de 12de divisie, maar dan wel in zuidelijke richting. Rond het middaguur wordt gemeld dat de Duitse voorhoeden te Sint-Lenaarts het Verbindingskanaal Maas-Schelde bereikt hebben.

Het gros van de 18de Infanteriedivisie trekt nu door de Versterkte Positie Antwerpen en begeeft zich richting Deurne.

De Duitse opmars nadert langzaam maar zeker de vesting Antwerpen. De Belgische genie vernielt de bruggen op het eerste gedeelte van Verbindingskanaal Maas-Schelde en voert wegvernielingen uit op de invalswegen uit Turnhout. Als een der laatste geallieerde eenheden sukkelen de Franse 4de Dragons over de vernielde kruispunten na hun terugtocht uit Oostmalle.

Het Groot Hoofdkwartier besluit tot het verlaten van Antwerpen en de K.W. Stelling. Het veldleger moet in drie nachtelijke etappes naar een nieuwe linie tussen Terneuzen, Gent en Oudenaarde. De 12de infanteriedivisie zal zich tijdens de tweede nacht terugtrekken.

Er wordt die middag een luchtlanding gevreesd en het regiment krijgt het 1ste peloton van het eskadron wielrijders van de divisie in versterking voor het uitvoeren van anti-parachutistenacties.

Soldaat Linus Verbrugghe en zijn kameraden tijdens de mobilisatie (foto Guy Verbrugghe).

Op het middaguur maken de troepen van het nabije 23Li contact met de vijand. Er breken vuurgevechten uit maar de vijand dringt niet aan om tot het Albertkanaal door te stoten, wetende dat een oversteek over de Nete zal plaatsvinden.

Tijdens de namiddag geeft Kolonel Pletinckx ook de nodige orders aan de 9de compagnie van de Speciale Vestingseenheden: de lichte Maxim mitrailleurs zullen bij de aftocht toegevoegd worden aan de 12de compagnie van het 22Li, terwijl de zware mitrailleurs de 15de compagnie van het 22Li zullen versterken.

In de avond van 17 mei trekt het 22 Li zich terug uit de buurt van Antwerpen om te Wommelgem het Albertkanaal over te steken. De aftocht gaat vervolgens verder via Wommelgem, Borsbeek en Edegem. Het regiment zal via de de miliatire noodbrug van Hemiksem de Schelde oversteken voor de verdere terugtocht richting Vlaanderen.

De regimenten van de divisie komen aan in hun kantonnementsgebied op de linkeroever tussen Hoboken en de samenvloeiing van de Durme en de Schelde. Het 22Li kantonneert te Steendorp. Om aan de aandacht van de Luftwaffe te ontsnappen wordt getracht om overdag zoveel mogelijk manschappen binnenshuis te laten blijven.

De 12de infanteriedivisie krijgt nieuwe bevelen en zal nu in reserve geplaatst worden achter het Afleidingskanaal van de Leie. Het gros van de infanterie moet per trein in één ruk tot achter het kanaal gebracht worden. De overige eenheden moeten zich te voet verplaatsen. De divisie zal er de sector Zomergem gaan bezetten. De verschillende regimenten moeten er kantonneren het gebied Zomergem-Hansbeke-Bellem-Ursel.

Het 22Li trekt die avond nog via Hogenakker, Elverzele en Waasmunster richting Lokeren. Daar zijn de manschappen getuige van het bombardement op de stationsomgeving. De buurt is er zo erg aan toe dat de geplande afreis per trein niet door kan gaan. Het 22Li laat dan maar naar Zeveneken marcheren.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Op weg naar Gent, slaagt een detachement van het IIIde bataljon van het 22Li er in om de Beervelde de trein te nemen. De rit brengt hen via Gent, Deinze, Waregem en Harelbeke naar Kortrijk.

Intussen is de rest van het regiment te voet onderweg.

Na een oponthoud te Kortrijk kan de trein met de troepen van het IIIde bataljon over Tielt, Torhout en Brugge naar Hansbeke rijden.

Inmiddels bereikt het gros van het 22Li na een tweede etappe te voet eveneens het dorp Hansbeke rond 23u00. Van daar uit wordt direct doorgemarcheerd naar Zomergem waar de manschappen ingekwartierd worden.

Tijdens de conferentie van Ieper besluiten de geallieerden dat de Belgen zich zullen terugtrekken van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Er zal een nieuwe linie uitgebouwd worden over het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Deze linie zal op 23 mei volledig moeten zijn. Het IIde legerkorps wordt met de 11de en 12de infanteriedivisies toegewezen aan het Afleidingskanaal van de Leie.

Het 22Li verblijft in zijn nieuwe kantonnementen en vangt de laatkomers op. Er ontbreken nog heel wat militairen op het appel.

Een twintigtal manschappen en onderofficieren en twee officieren van de 9de compagnie van de Speciale Vestingseenheden worden bij de 9de compagnie van het 22Li gevoegd.

Het regiment is nog steeds te Zomergem. Het ontbreekt hen nog steeds aan munitie en collectieve bewapening.

De medische ploeg van de 12de compagnie van het 22Li (foto Ben De Staercke).

Het regiment bevindt zich nog steeds binnen de zone van het IIde Legerkorps dat verantwoordelijk wordt voor de verdediging van het gedeelte van het Afleidingskanaal van de Leie dat zich uitstrekt van de omgeving van Langestraat in het noorden tot het Kanaal Gent-Brugge in het zuiden. Deze zone is verdeeld in twee sectoren: de 12de Infanteriedivisie verdedigt de noordelijke sector en de 11de Infanteriedivisie de zuidelijke sector.
De regimenten van de 12de divisie worden van uit hun kantonnementen op hun gevechtsposities ontplooid. Het divisiehoofdkwartier wordt verplaatst naar Ursel, gevolgd door het eskadron wielrijders van de divisie. Aan het kanaal zal het eerste echelon bemand worden door het 23Li op de linkerflank en het 2Li op de rechterflank. Het 22Li zal het tweede echelon innemen. Alle eenheden zetten zich tussen 05u00 en 06u00 op weg.

De eerste bestemming voor de manschappen wordt het dorp Raverschootbrug aan de kanaaloever. Hier worden de ganse dag veldversterkingen aangelegd. Tijdens de late namiddag marcheert het regiment naar Bellem waar opnieuw schuttersputjes en loopgrachten moeten worden gegraven. Het rijpende graan in de velden wordt er gemaaid om het schootsveld vrij te maken.

Het 22Li neemt ten slotte positie in achter het 2Li en het 23Li ten oosten van Drongengoed Bos en Ursel met van noord naar zuid het IIde, Iste en IIIde bataljon in lijn. De overgebleven zware wapens van het IVde bataljon worden verdeeld opgesteld.

De 12de Infanteriedivisie van Luitenant-generaal De Wulf bevindt zich nu aan het Afleidingskanaal tussen Veldekens en Ronsele. Het 2Li ligt op rechts, het 23Li op links. Van elk bataljon bevinden zich twee bataljons in de voorste vuurlinie. Het 22Li bezet het tweede echelon. De manschappen hebben zich de voorbije 36 uur op verschillende stellingen moeten ingraven en zijn bijzonder vermoeid.

Het 22Li wacht van op het tweede echelon de Duitse aanval op het Afwateringskanaal af. Die namiddag slagen de Duitsers er in om bij het I/2Li het kanaal over te steken op de scheidingslijn tussen het 2Li en het 23Li. De beide bataljons zetten verschillende eenheden in om de aanval in te dijken en worden hierbij gesteund door het eskadron wielrijders van de 12de divisie. Het 22Li is voorlopig niet betrokken bij de gevechten en wacht af terwijl de Belgische tegenaanval zich ontwikkeld.

Omstreeks 04u15 wordt ook het I/22Li bij de aanval gevoegd. Het bataljon valt aan over een front van zo’n 650 m met de 2de compagnie op links, de 3de in het midden en de 1ste compagnie en het eskadron cyclisten van de divisie op rechts.

De 2de compagnie moet al snel zijn bevelhebber Luitenant Bruyseraede gewond achterlaten en komt slechts traag vooruit.

Ook de 3de compagnie heeft moeite om de aanval verder te zetten. Majoor Feyerick spoort de manschappen aan om toch maar blijven op te rukken. De 1ste compagnie komt het snelst vooruit en zuivert de huizen langsheen de baan naar Ronsele. Hun chef, Kapitein-commandant Baeten, moet echter eveneens gewond afgevoerd worden.

Pas tegen de morgen slagen de Belgen erin de kanaaloever te bereiken. De T13 van het eskadron wielrijders neutraliseert verschillende Duitse mitrailleursnesten en vernietigt de voetbrug met zijn 47mm-kanon. De Duitsers zitten gevangen. 235 man, waaronder 5 officieren geven zich over en worden door de Belgen afgevoerd. De overwinningsroes verdwijnt snel wanneer de Duitsers later op de dag voldoende troepen aangevoerd hebben om een brede aanval langsheen het ganse kanaal te lanceren.

Na de succesvolle tegenaanval is de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie volledig gezuiverd van vijandelijke elementen en opnieuw in Belgische handen. De invaller wil echter al snel een tweede poging wagen en lanceert vanaf 10u30 een reeks intense luchtaanvallen op de Belgische linies. De Duitse artillerie begint een nieuw voorbereidend bombardement rondom 13u00. De intensiteit van het bombardement neemt om 16u30 sterk toe en drie kwartier later volgt een nieuwe infanterieaanval.

Met een dubbele oversteekpoging in de ondersectoren van het 23Li en het 2Li kan de Duitse infanterie al snel twee kleine bruggenhoofden uitbouwen. Daarbij worden enerzijds het II/23Li en de staf van het 23Li al snel met overrompeling bedreigd. Te Stoktevijver maakt de vijand dan weer contact met het II/2Li en het III/2Li en ook hier worden de Belgische linies ingedeukt.

Het II/22Li krijgt het bevel een tegenaanval te ondernemen naar de stellingen van het 23Li via de as Most-Leischoot. Het III/22Li moet het 2Li gaan ontzetten met een tegenactie richting Ronsele en Stoktevijver.

De troepen van het II/22Li zetten zich als eerste in beweging. Met drie compagnies in lijn wordt gevorderd naar de ondersector van het 23Li. De tegenaanval bloedt dood nog voor de eerste eenheden Oostwinkel kunnen bereiken. Rond 20u00 is de situatie bij het 23Li bijzonder verward.

Later op de avond wordt het duidelijk dat het 23Li niet langer stand kan houden en zich van de kanaalzone terugtrekt. De tegenaanval van het II/22Li is nu volledig mislukt. Het I/29Li en het III/29Li van de naburige 11de infanteriedivisie worden ter versterking naar de ondersector van het 22Li gestuurd.

Rond Stoktevijver is ook het I/2Li is onder zware druk komen te staan. Het zuidelijke bataljon 2Li is daarentegen nog steeds meester van de meeste delen van de kanaaloever. Het 2Li bezet eveneens een tweede echelon aan de rand van een bos zo’n kilometer ten oosten van Ronsele. De tegenaanval van het III/22Li heeft meer ietwat succes en het bataljon slaagt er in op te rukken van zijn linies tussen Rijvers en de Urselse bossen naar de infiltratiezone rond Stoktevijver. De Belgen komen echter slechts bijzonder traag vooruit waardoor de vijand het overwicht kan behouden. Het bataljon blijft nog enige tijd oprukken richting Leischoot en splitst een deel van zijn manschappen af voor een bijkomende vorderingspoging naar Ronsele.

De beide detachementen slagen er toch in om tijdens de nacht de kanaaloever in het vizier te krijgen en de verlaten loopgraven gedurende enige tijd opnieuw te bezetten. Het III/22Li kan contact maken met de detachementen van het 2Li.

De bevelhebber van het 29Li maakt contact met de staf van het 22Li in een bosrand ten noorden van Ursel. De stafofficieren van het 22Li zijn op nog post, maar de manschappen van de stafcompagnie hebben het hazenpad gekozen. De troepen van het Iste en IIIde bataljon van het 22Li arriveren eveneens te Ursel en verspreiden zich over het bos en de omliggende velden. De ganse buurt is echter verzadigd met Duitse eenheden en de Belgen die het 22Li ter hulp moeten schieten, vallen zelf onder hevig vuur van automatische wapens.

Het 22Li kan nog een dwarsstelling bezetten met elementen van het III/22Li vanaf het gehucht Ronselestraat tot aan de kanaaloever. Veel meer dan één compagnie blijft er niet over van dit bataljon. De Duitsers blijven aandringen en zullen die dag Kruipuit, Oostwinkel en Leischoot bezetten. De restanten van het 22Li vluchten verder weg.

Rond 10u00 vaardigt het IIde legerkorps nieuwe bevelen uit voor de terugtocht. De 12de divisie zal naar het gebied rond Den Hoorn ten westen van Knesselare gestuurd worden. De divisie zal voorlopig nier meer ingezet worden.

Het III/22Li bereikt als enige georganiseerde eenheid van het regiment de gemeente Straden rond 17u00, samen met het gros van het 2Li. Talrijke eenheden van de 12de divisie zijn echter volledig uiteengeslagen zijn uiteengeslagen en vluchten weg in kleine groepjes. Enkele detachementen komen terecht in de sector van de 11de Infanteriedivisie waar ook al allerlei eenheden door elkaar lopen. Tijdens de avond en nacht slagen het Iste, IIde en IVde bataljon er alsnog in om zo’n 500 ronddwalende militairen te verzamelen te Oostkamp.

In de nacht van 27 op 28 mei wordt het vaandel van het 22Li in de abdij te St-Andries bij Brugge verborgen.

Duitse militairen aanschouwen een Vickers Utility B trekker bij de capitulatie.

Het 22Li is niet langer strijdvaardig.

Het III/22Li bereikt tijdens de nacht van 27 op 28 mei de westrand van de baan van Ruddervoorde naar Torhout. De troepen houden hier halt en worden tijdens de ochtend op de hoogte gebracht van de Belgische overgave.

Het samenraapsel dat te Oostkamp verzamelde wordt tijdens de nacht doorgestuurd naar Oudenburg. Pas als ze hier aankomen wordt de regimentscommandant ingelicht over de nederlaag. De eerste Duitse troepen komen aan rond 10u30.

‘s Anderendaags moeten alle wapens en uitrusting in een aantal toegewezen velden gedeponeerd worden en op 1 juni zal het regiment samen met de rest van de divisie naar Kaprijke en Bassevelde marcheren. De troepen zullen hier een tiental dagen verblijven alvorens in krijgsgevangenschap te vertrekken. De manschappen mogen er vrij rondlopen en enkelen maken er van de gelegenheid gebruik om de plaat te poetsen en naar huis terug te keren. Op 11 juni tenslotte worden de reservekaders en de miliciens gedemobiliseerd en vrij gelaten.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen