21ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 12de Linieregiment
Onderdeel van 8ste Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH H. Tries
Standplaats Versterkte Positie Namen
Commandopost te Loyers
Samenstelling I Bataljon (Majoor Leclercq) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Renkin)
2de Compagnie Fuseliers (Lt Renard)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt Sauvage)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Linon)
II Bataljon (Majoor Jacques) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt Labay)
6de Compagnie Fuseliers (Lt Fallais)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Puissant)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Collin)
III Bataljon (Majoor Neuville) 9de Compagnie Fuseliers (Lt Gevaerts)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt Marit
11de Compagnie Fuseliers (Cdt Metten)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Five)
IV Bataljon (Luitenant-kolonel Georlette) 13de Compagnie Mitrailleurs (Lt Delmotte)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt Watlet)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt Ghilain)
Stafcompagnie (Luitenant Fraipoint)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant Rouvroy)
Peloton Verkenners (Onderluitenant J. de Faestraets)

Tijdens de mobilisatie

Staf/21Li
Het 21ste Linieregiment (21Li) is een ontdubbelingsregiment van het 12de Linieregiment (12Li) en is een infanterieregiment van Eerste Reserve. Het 21Liwordt gemobiliseerd te Loyers nabij Namen op 29 augustus 1939 bij afkondiging van Fase B van het mobilisatieplan. Het regiment is uitsluitend Franstalig en wordt samengesteld uit reservisten van de klassen 32, 33, 34 en 35 die bij 12Li hun legerdienst volbrachten. Het 21Li maakt samen met het 13Li en het 19Li deel uit van de 8ste Infanteriedivisie (8Div).

De 8Div is een onderdeel van het op 22 november 1939 opgerichte VIIde Legerkorps. Dit legerkorps is de opvolger van de Troupes de Défense du Luxembourg et de Namur (TDLN) en bewaakt de Maas tussen Engis en Andenne alsook de Versterkte Positie Namen (oftewel VPN).

Staf/21Li
Bij het uitbreken van de vijandelijkheden maakt de 8ste Infanteriedivisie nog steeds deel uit van de Versterkte Positie Namen. De infanterie van de divisie bezet een reeks stellingen tussen de oude forten ten oosten van Namen. Het 21Li heeft zijn Iste en IIde bataljons opgesteld tussen het fort van Maizeret en het fort van Dave in de zogenaamde ondersector Meuse-Meuse in de rivierbocht gevormd door de Maas ten zuidoosten van de stad. Het IIIde Bataljon bevindt zich meer naar de stad toe, ten westen van Marche-les-Dames. De commandopost van het regiment bevindt zich in het kasteel van Loyers.

Pl Vknr/21Li
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/21Li) staat in voor de beveiliging van de commandopost regiment in het kasteel van Loyers. Het peloton staat onder bevel van OLt de Faestaets.

Organisatie van de Versterkte Positie Namen in mei 1940.

Het Groot Hoofdkwartier reageert op de Duitse doorbraak aan het Albertkanaal door alle troepen van het VIIde Legerkorps binnen de Versterkte Positie Namen te concentreren. Het 19Li en de 2de Divisie Ardeense Jagers zullen binnen de fortengordel teruggeroepen worden. De bruggen te Nameche, Sclayn en Andenne worden vernield. Te Namen zelf zal een groter aantal militairen naar de noordrand van de stad gestuurd worden.

Ten gevolge van deze beslissing wordt het III/21Li naar de noordoostrand van de stad gestuurd om posities in te nemen in het meest zuidelijke kwartier van ondersector VI tussen de dorpen Marchovelette en Gelbressée.

Het kasteel van Loyers waar de commandopost van het 21Li zich bevindt.

De 2de Divisie Ardeense Jagers en de 8ste Infanteriedivisie bevinden zich nu samen binnen de Versterkte Positie Namen. Ten noorden van de stad raakt het Franse 1ste leger slaags met de vijand te Hannuit. De Franse en Duitse legers meten hun krachten en de weg naar de verdedigingslinie tussen Waver en Namen open te liggen voor de vijandelijke formaties. Ten zuiden van de stad hebben formaties van het het Franse 9de Leger plaats genomen en worden de bruggen van Anseremme, Hastière en Heer-Agimont aan deze troepen overgedragen.

De commandopost van het 21Li wordt verplaatst naar een schuilkelder in het park van het kasteel van Loyers.

De vijand is ten zuiden van de stad nabij Houx doorgedrongen tot op de linkeroever en bouwt in de zone tussen Yvoir en Givet al snel een bruggenhoofd uit op het Belgische deel van de linkeroever van de Maas. Ook in Frankrijk wordt de rivier overgestoken. Hierdoor wordt het al snel duidelijk dat Namen onhoudbaar is geworden. Na de slag te Hannuit wil ons Groot Hoofdkwartier snel een bijkomende anti-tanklinie uitbouwen van Perwez over Liernu en Saint-Germain tot Cognelée. De Franse troepen zullen bij Gembloers trachten stand te houden.

Militairen van het 21Li op een opgevorderde vrachtwagen te Marchienne-au-Pont in 1939.

Die dag besluit het Groot Hoofdkwartier om de Versterkte Positie Namen op te geven en alle Belgische eenheden rond de stad terug te trekken, om ze van daar door te sturen naar de streek van Charleroi. Hoe dat moet gebeuren is niet duidelijk, want de reisweg naar Charleroi doorkruist de zone van het Franse 1ste leger en daar zitten alle wegen dicht. De terugtocht zal stapsgewijs verlopen en het 21Li zal voorlopig nog te Namen blijven. De eerste Duitse colonnes bereiken die dag de fortengordel rond de stad. Te Gembloers raken Duitse en Franse pantsers slaags in de eerste grote tankslag van de tweede wereldoorlog.

Om 07u00 beveelt het Groot Hoofdkwartier, bij monde van adviseur van de koning Generaal-majoor Van Overstraeten, aan het VIIde Legerkorps om de VPN op te geven en het veldleger in Vlaanderen te vervoegen. Deffontaine laat de evacuatie van de VPN onmiddellijk opstarten en heeft de uitdrukkelijke missie om zijn legerkorps nog voor 21u00 volledig ten westen van de lijn van de rivier de Orneau te brengen (de lijn Gembloers – Jemeppe – Fosses-la-Ville). De Samber zal de scheidingslijn van de marszones van de 8ste Infanteriedivisie en de 2de Divisie Ardeense Jagers vormen.

Hierbij zal de 8ste Infanteriedivisie ten zuiden van de Samber vorderen en de 2de Divisie Ardeense Jagers ten noorden van de rivier. De linkerflank van de marszone zal gedekt worden door één bataljon van het 13Li. De divisiestaf, met ook de commandant 5A, vertrekt eerst naar Floreffe en zal tijdens de namiddag doorreizen naar Auvelais. De formaties van de 8ste Infanteriedivisie die zich ten noorden van Namen bevinden krijgen de opdracht om de Samber over te steken te Floriffoux. De eindbestemmingen voor de eerste etappe worden aangeduid in het gebied tussen Auvelais, Falisolle en Aiseau-Presles.

Het 21Li vervoegt de evacuatie van de Versterkte Positie Namen. Het volledige regiment zal Jemeppe-sur-Sambre bereiken en wil hier volgens zijn marsorders halt houden voor de komende nacht.

Het 21Li marcheert af via Jemeppe, Velaine, Keumiée, Lambusart, Pironchamps en Gilly richting Charleroi.

Het Franse leger is in volle aftocht uit ons land en te midden van onze bondgenoten trekken de colonnes van het 21Li voorbij Charleroi. De 8ste Infanteriedivisie beveelt het regiment om koers te zetten richting Soignies om van daar uit per trein naar Vlaanderen overgebracht te worden.

In de buurt van Binche houden de colonnes halt te Laval-Trahegnies. De etappe naar Soignies blijkt veel te lang en de manschappen zijn uitgeput.

Intussen zijn de Duitse troepen nabij Sedan door de Franse linies gebroken en rukt de vijand snel op richting Noordzee. De geallieerden moeten versneld terugtrekken. Het Belgisch leger besluit de K.W. Stelling te verlaten en zich naar de Schelde te verplaatsen. De Versterkte Positie Namen is nu helemaal verlaten door de Belgen.

Het regiment bereikt rondom 15u00 de gemeente La Roeulx ten noordwesten van La Louvière. De korpscommandant stuurt een detachement van het peloton verkenners op weg naar Soignies om na te gaan of zijn regiment hier wel degelijk per trein naar Vlaanderen kan getransporteerd worden. Het station van Soignies is echter gebombardeerd door de Luftwaffe en er rijden geen treinen meer.

De korpscommandant besluit dan maar om via de kanalen van Henegouwen richting Bergen en Quiévrain verder te trekken om zo snel mogelijk de westelijke oever van de Schelde te bereiken.

Rond 18u30 komen de colonnes aan nabij Bergen. Er wordt ten westen van de stad te Hensies gebivakkeerd.

Het regiment rust uit te Hensies en wacht de onderweg achtergebleven militairen af. Ongeveer 10% van de manschappen is tijdens de lange marsen moeten afhaken en zijn vast te komen zitten in de talrijke Franse colonnes op weg naar het westen.

Na de middag wordt de mars hervat richting Crespin en Escaupont.

Het regiment raakt helemaal verstrengeld tussen de Franse gemotoriseerde colonnes en de bataljons kunnen niet langer op veilige manier vooruit komen. Het regiment wordt door de korpscommandant in twee detachementen gesplitst.

Iste Bataljon, IVde Bataljon (minus 13 Compagnie)
Luitenant-kolonel Georlette neemt het bevel op over dit detachement vervolgt de originele marsroute. De colonne zal de Belgische linies bereiken.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
Het IIde en IIIde bataljon marcheert samen met de staf en het peloton verkenners naar Bernissart. Vervolgens trekt deze colonne naar Peruwelz en Wiers. Van hier uit wordt verder getrokken naar Legis, Mortagne, Rongy en Lesdain. Dit detachement bevindt zich in de zone van de Franse 2de Noord-Afrikaanse Infanteriedivisie (2ème Division d’Infanterie Nord-Africaine) en wordt door tijdelijk aangehecht bij deze formatie.

De Belgen zullen ingezet worden bij de verdediging van de Scarpe, een rivier in Noord-Frankrijk.  De 2ème Division d’Infanterie Nord-Africaine zal langsheen de westelijke oever van deze bijrivier van de Maas een defensieve positie bezetten tussen Bléharies in België in het noorden en Saint-Amand-les-Eaux in Frankrijk in het zuiden.  Ten noorden van de divisie bevindt zich de Britse 48th Infantry Division en starten de linies van de British Expeditionary Force.  De 2ème Division d’Infanterie Nord-Africaine zal hier tot 24 mei in stelling blijven.

De brug over de Scarpe te Saint-Amand-les-Eaux.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
Het in Frankrijk verzeild geraakte IIde en IIIde bataljon worden ontplooid langsheen de rivier de Scarpe. Het IIIde bataljon wordt in eerste lijn opgesteld nabij de oostelijke brug over de Scarpe te Saint-Amand-les-Eaux. Het IIde bataljon wordt naar Lecelles gezonden om hier een positie op het tweede echelon van de Franse linies te verkennen.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
Het IIIde bataljon wordt gebombardeerd door de Duitsers. Er valt gelukkig slechts één gewonde. De Belgen worden niet bevoorraad door hun Franse bondgenoten en gaan dan maar in de omgeving op zoek naar voedsel en drinkwater.

Iste Bataljon, IVde Bataljon (minus 13 Compagnie)
De 8ste Infanteriedivisie zal deel uitmaken van de nieuwe stellingen aan de Leie.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
Het IIde bataljon verblijft nog steeds nabij Lecelles en krijgt te horen dat het een bataljon van het Franse 11e Régiment de Zouaves zal moeten aflossen aan de oever van de Scarpe.

13 Compagnie
Luitenant Delmotte en zijn compagnie mitrailleurs bereiken de omgeving van Hazebrouck en worden toegevoegd aan Woodforce, een ad-hoc samengestelde troepenmacht die het Britse General Headquarters in dit dorp dient te verdedigen. Het hoofdkwartier van de British Expeditionary Force beval op daags voordien aan Colonel Wood om rondom de stad diverse steunpunten in te richten met alle mogelijke troepen die in de omgeving aanwezig waren. Deze kleine strijdmacht bestond aanvankelijk uit een enkel peloton van de Welsh Guards, maar zou tegen 24 aangroeien tot een allegaartje van Britse, Franse en Belgische elementen. Twaalf van de vijftien zware mitrailleurs die rond Hazebrouck in stelling gebracht worden, behoren toe aan de 13Cie van het 21Li. De compagnie van Luitenant Delmotte wordt toegevoegd aan de Sector South-West die onder bevel komt te staan van Captain Campbell van de Cameron Highlanders en naast de Belgische mitrailleurs nog uit twee anti-tankgeweren, één 18-ponder kanon en zestien fuseliers zal bestaan. De mitrailleurs worden per sectie opgesteld in zes steunpunten van telkens twee wapens.

Britse situatieschets van de verdediging van Hazebrouck.

Iste Bataljon, IVde Bataljon (minus 13 Compagnie)
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei worden het I/21Li en IV/21Li vanuit Frankrijk teruggebracht naar de 8ste Infanteriedivisie. De troepen komen aan om 04u30 in Oostrozebeke. De bataljons worden samengevoegd en als een tactisch geheel in tweede lijn opgesteld achter het 13Li.

De ondersector van het 13Li start vanaf de samenloop van de Gaverbeek met de Leie en loopt tot aan Wielsbeke. Op 23 mei wordt deze zone naar het zuiden toe verlengd en neemt het 13Li de stellingen van het 1Li over tot aan de samenloop van het Kanaal van Roeselare met de Leie. Het Iste bataljon ligt op de linkerflank. Het IIIde bataljon ligt op rechts. De commandopost van het regiment is opgesteld in het cabaret Den Abeele op de baan Wielsbeke-Oostrozebeke. De overgebleven zware wapens van het IVde bataljon worden verdeeld onder de eenheden. De divisiestaf wijst het uit Namen gevluchte VIde Bataljon Speciale Vestingtroepen aan het 13Li toe. Deze eenheid bestaat uit vier compagnies met enkele mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen en staat onder bevel van Kapitein-commandant Listray. Het I/21Li bemant het tweede echelon.

De Belgische posities langsheen de Leie hebben nu hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden bemant het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de divisie Ardeense Jagers die met het 4ChA, 5ChA en 6ChA de sector Deinze-Oeselgem. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps die met de 3de infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Wielsbeke – Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste divisie Ardeense Jagers en de 10de infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
De rest van het regiment bevindt zich echter nog steeds in Frankrijk. Het IIde en het IIIde bataljon zijn nog steeds aangehecht bij de 2ème Division d’Infanterie Nord-Africaine.

Iste Bataljon, IVde Bataljon (minus 13 Compagnie)
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei blijft het relatief rustig aan de oever van de rivier. De Duitsers werken heel hard verder aan het aanvoeren van de nodige versterkingen voor een grootscheepse aanval op de Belgische zone tussen het Kanaal van Roeselare en Menen. De Belgen van het 21Li weten echter niet wat komen gaat en wachten gespannen af.

Rond 15u00 begint het Duitse offensief ten zuiden van het 13Li. Een zwaar artilleriebombardement leidt tot een massale aanval over de rivier een uur later. Terwijl de vijand onder meer in de ondersector van het 1Li de rivier oversteekt, worden ook de stellingen van het 21Li zwaar gebombardeerd om de flank van de aanval te beveiligen en een Belgische tegenactie onmogelijk te maken.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
Eveneens op 24 mei verlaten het IIde en het IIIde Bataljon de Franse legerzone om de terugtocht naar ons land aan te vatten. De colonne te voet vertrekt rond 18u00 en zet koers naar Orchies waar de bataljons een kantonnement inrichten. Het Peloton Verkenners wordt naar Emmerin ten zuiden van Rijsel gestuurd om er contact op te nemen met de autocolonne van de Legerautogroepering die aangeduid is om de Belgen naar de Leie te transporteren. Net voor het vallen van de nacht kunnen de manschappen te Orchies instijgen.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
De beide bataljons bereiken het Franse dorp Capelle-en-Pévèle bij dageraad. De verdere marsroute van de beide bataljons zal van Capelle-en-Pévèle via Haubourdin, Armentières, Ieper, Poelkapelle, Hooglede en Lichtervelde tot in Tielt lopen.

IIde Bataljon, IIIde Bataljon
Het IIde en IIIde bataljon vinden opnieuw aansluiting bij de rest van het regiment in Vlaanderen. De autocolonnes laten uitstijgen te Pittem, 2Km ten westen van Tielt. Kolonel Tries ontmoet de bevelhebber van de 8ste Infanteriedivisie en verneemt dat zijn detachement naar het front zal gestuurd worden. De 5de compagnie wordt aangehecht bij het 13Li. Het IIIde bataljon wordt dan weer doorgestuurd naar de linkerflank van de divisie en zal zich moeten opstellen achter de linies van het 2ChA om vijandelijke infiltraties in de achterliggende artilleriestellingen te voorkomen.

De bataljons worden onmiddellijk ingezet rond Meulebeke, Oostrozebeke en Wielsbeke en zullen die dag talrijke slachtoffers moeten incasseren bij de aanhoudende gevechten langsheen de Leie en het Kanaal van Roeselare naar de Leie.

Het regiment blijft betrokken bij diverse gevechten, maar opereert niet als een geheel. De diverse detachementen blijven aangehecht bij andere formaties.

Het 21Li heeft zich teruggetrokken in de richting van Tielt. Bij de inname van Tielt worden heel wat krijgsgevangenen ten nadele van het 21Li gemaakt.

Het 21Li maakt het eind van de veldtocht mee in de omgeving van Tielt en Pittem.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Velddagboek Woodforce, British Expeditionary Force, National Archives