18de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van eerste reserve
Ontdubbeld van 9de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 7de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH V. Duez
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Veldwezelt-Vroenhoven
Commandopost te Vlijtingen
Samenstelling I Bataljon
(Majoor G. Latinne)
1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Joseph Van Beneden)
2de Compagnie Fuseliers (Lt J. Goedert)
3de Compagnie Fuseliers (Lt R. Pirlot)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt G. Walravens)
II Bataljon
(Kapitein-commandant R. Meier)
5de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Rose)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt J. de Leu de Cecil)
7de Compagnie Fuseliers (Lt G. Van Liesthout)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt A. Detige)
III Bataljon
(Majoor G. Blondel)
9de Compagnie Fuseliers (Lt P. Defeyter)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt P. De Langhe)
11de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Philips)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt J. Van Geit)
IV Bataljon
(Luitenant-kolonel J. De Man)
13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt G. Vues)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt A. Veys)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt J. Van Dieren)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant J. Put)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein O. Devignon)
Peloton Verkenners (Adjudant L. Depotter)

Tijdens de mobilisatie

Het 18de Linieregiment (18Li) werd op 1 september 1939 gemobiliseerd in het Klein Kasteeltje te Brussel als ontdubbelingsregiment van het 9de Linieregiment (9Li) en vertrekt onmiddellijk naar een mobilisatiekantonnement in Ganshoren. Het 18Li, een regiment van Eerste Reserve, maakt een turbulente mobilisatie door. Op 11 september keert het regiment uit Ganshoren terug naar het Klein Kasteeltje te Brussel van waaruit de eenheden schietoefeningen houden op de Nationale Schietbaan. Deze heraanpasssingsperiode was van korte duur want op 18 september wordt het regiment onder bevel geplaatst van de 7de Infanteriedivisie (7Div) en vertrekt aansluitend naar de K.W. – Stelling waar ze de Ondersector Leuven bezetten. De stellingen worden voorbereid maar lang kan het 18Li niet van het werk genieten want in oktober 1939 worden ze verplaatst naar het Albertkanaal waar ze de Ondersector Kwaadmechelen moeten inrichten. Tot overmaat van ramp moeten ze de verplaatsing te voet uitvoeren bij gebrek aan transportmiddelen. Gedurende de strenge winter van 1939 wordt ook deze stelling ingericht. De eenheden moeten noodgedwongen hun eigen barakken bouwen zo niet zouden de paarden en het materieel de vrieskou niet overleven. Eind maart verneemt het regiment dat de goed voorbereide stellingen zullen worden overgenomen door eenheden van de 6Div die van de Ondersector Hasselt aan het Albertkanaal komen. Als beloning voor het harde werk zou het regiment in reserve worden gehouden aan de kust hetgeen een goed vooruitzicht was voor de vele manschappen die uit Oost en West Vlaanderen kwamen. Groot was de ontgoocheling toen het niet de kust maar Waterloo werd waar ze werden opgesteld als reserve van het leger.

De aflossing aan het Albertkanaal op 10 April geschiedde bij heerlijk weer en in kleine groepen trokken de bataljons naar Diest vanwaar zij per spoor naar de streek van Halle en Waterloo werden gebracht. Voor de derde keer wordt aangevat met de voorbereiding van een regimentsstelling. Nog geen drie weken later en amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog komt het alweer tot een nieuwe opdracht en op 28 april 1940 verplaatst het regiment zich naar Vlijtingen en Vroenhoven om de ondersector Vlijtingen (Vroenhoven-Veldwezelt) over te nemen van een regiment van de 5Div. Na een eerste verkenning waren de bataljonscommandanten niet onder de indruk van de stellingen die ze moesten overnemen.

Dit blijkt uit volgend citaat van Kolonel SBH Duez:
Eenparig verbaasd en teleurgesteld waren de kaders en de troep van het 18de Linie toen ze in de Ondersector van Vlijtingen aankwamen. Zo het regiment in de Ondersector van Kwaadmechelen een moeizaam en stevig ingerichte stelling had verlaten, vindt het in zijn nieuwe ondersector slechts onbeklede grondwerken, geen enkele schietstelling die tegen de waarneming en aanvallen van de lichte wapens van het vliegwezen is beschermd, geen verbindingsloopgraven. De ganse waarde van de stelling bestaat in de hindernis welke door de diepe kanaalgracht is gevormd.”

Kolonel SBH Duez stelt zijn CP op langs de baan Lafelt – Vlijtingen, op ongeveer 3 kilometer ten westen van de brug van Vroenhoven.

Gedetailleerde opstelling van 18Li.

Het 18Li wordt net zoals de meeste andere eenheden die het Albertkanaal bewaken omstreeks 00u30 gealarmeerd. Het regiment ligt in kantonnementen op enkele kilometer van het kanaal. Het 18Li is verantwoordelijk voor de beveiliging van de ondersector Vlijtingen met inbegrip van de brug van Vroenhoven. De brug zelf wordt dan weer bewaakt door een detachement van het Bataljon Grenswielrijders Limburg.

Zodra het alarm gegeven wordt, neemt het regiment zijn gevechtsstellingen in. Het regiment staat nu opgesteld met twee bataljons in lijn (I/18Li en III/18Li vormen het eerste Echelon) en één bataljon in diepte (II/18Li vormt het tweede echelon). Het III/18Li bezet het Noordkwartier van de kipberg van Hees tot Kesselt inclusief. Het I/18Li bezet het Zuidkwartier vanaf Kesselt exclusief over Vroenhoven tot en met de kipberg van Montenaken. De kipbergen zijn kunstmatige heuvels gevormd door het uitkippen van uitgegraven grond bij de aanleg van het Albertkanaal. Achter deze stellingen loopt een tweede linie van compagniesteunpunten over de dorpen Hees, Lafelt en de Lafelderberg, ingericht door het II/18Li. Het regiment is uitgestrekt over een zone van 4,6 kilometer en heeft dan ook alle beschikbare compagnies op deze twee linies moeten opstellen. Er is geen reserve voorzien om een eventuele tegenaanval uit te voeren. Aangezien het regiment zo dicht bij de Nederlandse grens ligt werden er ook geen voorposten uitgezet. Slechts een kleine alarmpost is opgesteld ten oosten van het kanaal. Te Vroenhoven zelf versterken drie anti-tankkanonnen C47 en twee secties mitrailleurs de drie aanwezige bunkers. De commandopost van het regiment is ontplooid te Vlijtingen.

Het eerste echelon (Iste en IIIde bataljon) meldt zich gevechtsklaar om 0245 Hr het tweede echelon (IIde bataljon) volgt drie kwartier later. Om 0345 Hr meldt de CP van 18Li aan de Div staf dat de ganse regimentsstelling is ingenomen en dat alle verbindingen tot stand gebracht zijn, inclusief die met de artillerie. Lt Maquet van 20A vervoegt de CP van het 18Li als verbindingsofficier voor de Artillerie. De vuren van I/20A en van de kazematten Maastricht 1 en 2 van het Fort van Eben Emael zijn in directe steun gegeven van het 18Li.

Dankzij deze gevatte reactie heeft het regiment erger kunnen voorkomen want rond 04u00 overvliegen Duitse zweefvliegtuigen de stelling voor de eerste maal. De zweefvliegtuigen passeren de stelling, maken een omschrijvende bocht en wachten tot het eerste daglicht om vanuit het westen op hun objectieven neer te strijken. Enkele minuten later, net na dageraad, komt een massa vliegtuigen in dichte formaties de grens over om de kantonnementen, waar eerder nog de manschappen sliepen, de commandoposten en de kruispunten te bombarderen. De Duitse luchtmacht beschikte blijkbaar over nauwkeurige gegevens betreffende de ligging van de verschillende doelen die moesten uitgeschakeld worden om de operatie te doen slagen. Na het bombardement landen de zweefvliegtuigen tussen 04u30 en 04u45 van zodra de piloten hun objectieven kunnen identificeren.

De brug van Vroenhoven was een bijzonder hoge en imposante betonnen constructie.

I/18Li
Het I/18Li staat opgesteld met drie compagnies in lijn, de 1 Cie noord van de brug van Vroenhoven, de 2 Cie en de 3 Cie zuid van de brug. Rond 04u30 landen bij het eerste daglicht zes zweefvliegtuigen te midden van de 1 Cie. De 1 Cie wordt nagenoeg onmiddellijk uitgeschakeld en tot overmaat van ramp sneuvelt de compagniecommandant, Commandant Vanbeneden, als één der eersten. Ook het Noordpeloton van de 2 Cie is ogenblikkelijk buiten gevecht gesteld nadat vijf zweefvliegtuigen in de zone van het peloton landen. Duitse parachutisten bestormen de Belgische posities om de brug van Vroenhoven (hun “Objektiv Beton”) over het Albertkanaal te veroveren.

De vernieling van de brug van Vroenhoven is wel voorbereid, maar nog niet uitgevoerd op het ogenblik van de aanval. Het regiment beschikt niet over een volmacht om de vernieling uit te voeren. Die moet van hogerhand komen. De grenswielrijders die de Bunker M vlak naast de brug bemannen mogen dat wel, maar alleen wanneer Duitse tanks de brug naderen of op bevel van Commandant Giddelo. Deze veteraan uit WOI komt echter al om 04u30 ‘s morgens om het leven bij het bombardement op de kazerne van Lanaken dat gelijktijdig met de aanval op de bruggen wordt uitgevoerd. Het bevel tot vernielen van de brug blijft uit.

De lichte aarzeling van de Belgen duurde net iets te lang want 15 minuten na de landing van de zweefvliegtuigen wordt de schuilplaats van de grenswielrijders reeds aangevallen. Wanneer vervolgens Sergeant Crauwels, postcommandant van de grenswielrijders bij de brug, dan maar uit eigen initiatief de lont met de hand aansteekt, wordt Bunker M opgeblazen door de vijandelijke luchtlandingstroepen en de verbinding met de springstoffen onder de brug wordt onderbroken. De brug valt intact in de handen van de vijand.

Met rode panelen bakent de bemanning van de zweefvliegtuigen de plaatsen af die ze bezetten waarna de Duitse luchtmacht alles aanvalt wat niet door hen bezet is. Het luchtafweerpeloton enkel uitgerust met Maxim mitrailleurs, wordt door de Stuka’s hard aangepakt. Om 0800 Hr is de ganse 1 Cie en het linker voorpeloton van de 2 Cie buiten strijd, de Bunkers M en A zijn sedert 05u00 in de handen van de vijand.

Intussen slaat de CP van het Iste Bataljon een aanvalspoging, gewaagd door de bemanning van een nabijgelegen zweefvliegtuig, af. De bataljonscommandant van I/18Li beveelt de 2 Cie een tegenaanval uit te voeren om de brug te heroveren. De voorziene vuursteun wordt gevraagd en bekomen maar de tegenaanval mislukt. Op het einde van de morgen beschikt de vijand over een bruggenhoofd van 1000 meter breed en 600 meter diep. De Duitse troepen in het bruggenhoofd worden vanaf nu versterkt met eenheden die vanuit Nederland komen. Het I/18Li beschikt enkel nog over elementen van de 2 Cie verlengd met de 3 Cie op de kipberg van Montenaken en de nabije verdediging van zijn CP. Om 1500 Hr wordt de CP van I/18Li opnieuw aangevallen en de vijand slaagt erin de CP af te snijden van de rest van het regiment. Om 1700 Hr staakt de CP de strijd, de munitievoorraad is op. De Duitse officier die de aanval heeft geleid kijkt verbaasd op slechts twintig verdedigers aan te treffen. Zijn Cie had vier en een half uur nodig om de CP van I/18Li te overmeesteren.

Tussen de loopgrachten staat het wrak van een Duits zweefvliegtuig dat de stormaanval uitvoerde.

III/18Li
Het IIIde bataljon van 18Li bezet het noordkwartier op de linkerflank van de regimentsstelling. Het III/18Li staat eveneens opgesteld met drie compagnies in lijn: de 10 Cie richt een steunpunt in op de kipberg van Hees met zicht op de brug van Veldwezelt die zich in de ondersector van het 2de Regiment Carabiniers (2C) bevindt, de 11 Cie staat opgesteld ten zuiden van de 10 Cie en ten noorden van het dorp Kesselt en de 9 Cie houdt het dorp Kesselt. Om 04u25 wordt het noordkwartier overvlogen door een groot aantal vliegtuigen die overal op de stellingen bommen droppen maar vooral de CP viseren.

Om 08u20 meldt de CP dat de brug van Veldwezelt onbeschadigd in de handen van de vijand is gevallen. Ook de Carabiniers zijn er niet in geslaagd de brug tijdig te laten springen. Om 1045 Hr is de 10Cie in een hevig vuurgevecht verwikkeld met de Duitsers die pogen hun bruggenhoofd te Veldwezelt naar het zuiden uit te breiden. De 10Cie belemmert echter de aanvoer van versterkingen door de brug onder vuur te houden. Om 1300 Hr worden de eerste voertuigen op de brug gesignaleerd.

Ook op de zuidflank van III/18Li wordt de 9Cie als snel in de strijd betrokken. Na de brug genomen en het bruggenhoofd geconsolideerd te hebben pogen de Duitsers te infiltreren tussen de 9Cie in Kesselt en de 1Cie van I/18Li richting Lafelt. Een eerste poging om 1000 Hr mislukt maar een tweede poging rond 1500 Hr met meer manschappen heeft meer succes. De 9Cie poogt een aanval in de flank van de Duitsers op te zetten maar moet die staken door gebrek aan munitie. De 9Cie plooit terug op zijn steunpunt in Kesselt.

In de vooravond wordt de toestand in het noordkwartier bijzonder hachelijk. Om 1700 Hr meldt de bataljonscommandant dat de 9 Cie overvleugeld wordt en dat de vijand de baan Veldwezelt – Vroenhoven reeds bereikt heeft. Om 19u15 wordt de kipberg van Hees ingenomen en houdt de 10 Cie op te bestaan. De 11 en de 9 Cie bieden nog weerstand maar dreigen omsingeld te worden. Wanneer de duisternis invalt verzwakt de Belgische tegenstand verder en begint het eerste echelon van het 18Li aan cohesie te verliezen. Om 22u00 geeft de bataljonscommandant bevel de commandopost terug te plooien. Het III/18Li staakt de strijd definitief. Wie niet reeds gedood of gewond is, heeft geen andere keuze dan zich over te geven.

Bunker M aan de brug van Vroenhoven moest de doortocht richting Riemst ontzeggen.

II/18Li
Het II/18Li staat opgesteld in tweede echelon en beschikt slechts over drie compagnies om een front van 4,6 Km te houden met enkel zwakke verdedigingswerken en geen hindernis voor zich. Daarenboven werden de compagnies in eerste echelon versterkt met detachementen van II/18Li.

In het noorden heeft de 6 Cie een steunpunt ingericht rond Hees, in het centrum houdt de 5 Cie Lafelt en in het zuiden staat de 7 Cie haaks op de weg Vroenhoven-Tongeren opgesteld. Door de vroege uitschakeling van de 1 Cie en de hevige weerstand van de CP van het I/18Li die de weg naar Tongeren blokkeert maakt de vijand een omtrekkende beweging in de richting van Lafelt waardoor het tweede echelon vroeger in het gevecht wordt geworpen dan verwacht. Om 17u00 wordt de afsplitsing naar Lafelt op de baan Veldwezelt-Vroenhoven ingenomen.

Het derde peloton van het Wielrijderseskadron van de 7Div, onder leiding van OLt Lancksweert, wordt samen met een peloton T13 door de Div naar het 18Li gestuurd en komt toe in Lafelt omstreeks 17u55. Het peloton van OLt Lancksweert krijgt onmiddellijk de opdracht de afsplitsing te heroveren maar moet wachten op het peloton T13. Dit peloton wordt echter opgemerkt door de vijandelijke luchtmacht die drie van de vier T13 uitschakelt. Het 3de peloton Wielrijders ondersteund door de resterende T13 kan de vijand nog ophouden tot 20u30 maar moet dan zwaar gehavend naar Lafelt terugkeren.

Om 21u30 laat Kolonel Duez volgend verslag overbrengen aan zijn Div Comd: “De vijand benut de twee bruggen, het tweede echelon is reeds bereikt en ik beschik over geen reserve om dit echelon te ondersteunen. De verdediging van de CP regiment is ingericht.”

Toch houdt het tweede echelon de 10de mei nog goed stand, maar deze eenheden zijn niet langer in staat om een tegenactie te ondernemen en moeten nog tijdens de vroege nacht dulden dat de Duitsers overal in hun stellingen doordringen. De 6 Cie heeft verschillende aanvallen van de valschermspringers met succes afgeslagen maar de aanval tegen het II/18Li is weldra te verwachten.

Staf/18Li
Kolonel Duez ziet in dat de situatie hopeloos is en sluit om 04u00 de commandopost van het regiment en gaat eveneens de baan op. Bij zijn aftocht passeert de kolonel langs het divisiehoofdkwartier en verneemt daar dat de 7de Infanteriedivsie haar staf dan weer naar Piringen terugtrekt om de vijandelijke opmars naar Tongeren te vermijden. Duez gaat intussen naar ’s Herenhelderen in de hoop daar sommigen van zijn manschappen terug te vinden, maar enkele plaatselijke bewoners bevestigen dat de Duitsers hier al voorbijgetrokken zijn en er geen Belgische soldaten verblijven. De staf van het regiment trekt zich dan ook terug, kruist de baan Tongeren-Bilzen en vervoegt de aftocht. Duez en zijn gevolg rijden zo snel mogelijk weg van het Albertkanaal via Kerniel naar Kortessem, Wellen, Herk en Sint Truiden.

II/18Li
Het Tweede bataljon opgesteld in tweede echelon kan nog weerstand bieden tot 0200 Hr maar moet dan de aanval ondergaan. De compagniestellingen worden één na één opgerold en het CP wordt opgebroken. Hier eindigt eveneens de achttiendaagse veldtocht voor II/18Li.

I/18Li
Omstreeks 07u00 rest de militairen van het Eerste bataljon niets anders dan met lede ogen toe te kijken hoe de eerste Duitse tanks nu over de brug van Vroenhoven rollen en zeer snel het bruggenhoofd vergroten in de richting van Tongeren. De restanten van het I/18Li blijven weerstand bieden op hun posities om de noordflank van het 2de Regiment Grenadiers, die zich in het zuiden bevindt, nog te beschermen maar omstreeks 09u00 nemen de Duitsers de laatste stellingen in. Even later stoten ze door naar Riemst. De laatste groepjes militairen van het regiment slagen er in om het contact met de vijand af te breken en beginnen de terugtocht naar de K.W. Stelling.

Van de ongeveer 3.100 manschappen op 10 mei, zijn er 157 doden, ongeveer 300 gekwetsten en bijna 2.400 achterblijvers. Het gros daarvan wordt gevangen genomen. De rest vlucht weg uit het gebied. Wanneer men de concentratie van middelen (vooral de luchtsteun), de voorbereiding (ongeveer één jaar) en de snelheid van uitvoering (door het gebruik van luchtlandingstroepen) van de Duitsers in acht neemt kan het 18Li, een regiment van eerste reserve, weinig verweten worden. Menig andere eenheden zouden in gelijke omstandigheden hetzelfde lot hebben ondergaan. Vergeten we niet dat het 18Li pas op 30 april 1940 toekwam op de stelling en dat de officiële oorlogsverklaring van Duitsland aan België pas afgeleverd werd de 10 mei om 0800 Hr. Toen waren de bruggen en het Fort van Eben Emael reeds in handen van de vijand en was het eerste echelon van 18Li al danig aangetast.

Staf/18Li
De restanten van het 18Li trekken door Haspengouw en het Hageland tot achter de K.W. Stelling waar ze veilig kunnen hergroeperen. Kolonel SBH Duez is omstreeks 08u00 aangekomen te Leuven en stelt zich in verbinding met het hoofdkwartier van de 7de infanteriedivisie die zich intussen op de Keizersberg in Leuven heeft opgesteld. Daar krijgt hij om 11u00 het bevel zich naar de Heizel te begeven waar men de drie infanterieregimenten, het 2C, 2Gr en 18Li, wil hergroeperen. Kol SBH Duez komt omstreeks 13u30 te Brussel aan en wordt door de Divisiecommandant aangeduid om de hergroepering van de eenheden van de 7Div te organiseren. Hij blijkt de enige regimentscommandant van de 7Div te zijn die aan krijgsgevangenschap kon ontsnappen.

Krijgsgevangenen in Maastricht
In afwachting van hun transport naar Duitsland brengt een groep krijgsgevangenen van het 18Li de nacht door op de terreinen van de tegelfabriek de Céramique te Maastricht. Onder hen bevonden zich de Sergeant Theofiel Niels, de Korporaal André De Pessemier en de Soldaten Jules Van Vlem, Gérard Vernest en Jean Baptiste Vranckx. In alle vroegte worden de mannen gewekt om colonnes te voet samen te stellen en richting Duitsland te marcheren. Toen zij om 0800 Hr in de Havenstraat de Sint Servaasbrug passeren, komen zij samen met nog drie andere Belgische krijgsgevangenen om het leven in een bombardement uitgevoerd door de Blenheims van het RAF 107 Squadron.

Onder de krijgsgevangen Belgische militairen bevinden zich talrijke gewonden die door de Duitsers afgevoerd worden naar het ziekenhuis Calvariënberg in Maastricht waar ze verzorgd werden door gevangen genomen medisch personeel van de eenheden van de 7Div. De toevloed aan gewonden is echter dermate groot dat de Duitsers genoodzaakt worden om vanaf 13 mei een Kriegsgefangenenlazarett in te richten in het Jezuïetenklooster langs de Tongerse Baan te Maastricht. Volgens het Rode kruis van Maastricht zouden er in het klooster over de 300 Belgische militairen verzorgd zijn. Heel wat gewonden halen het niet en sterven in het Kriegsgefangenenlazarett.

18Li
Op de K.W. Stelling te Leuven voert het regiment een voorlopige hergroepering uit en worden ettelijke verlofgangers die op 10 mei afwezig waren bij de eenheid gevoegd.

18Li
Het 18Li telt nog zo’n 650 militairen, maar kan daarvan slechts een kwart bewapenen. Alle zware bewapening ontbreekt en slechts een heel klein deel van de transportmiddelen is nog aanwezig. Het regiment wordt verder gestuurd richting Brussel via Diegem, Vilvoorde om uiteindelijk op de Heizel toe te komen waar het zich vervolgens tracht te reorganiseren en zich terug te voorzien van middelen en manschappen. Achterblijvers van het Albertkanaal komen toe en worden in kleine groepjes naar andere eenheden gestuurd. Eens aangekomen op de Heizel wijst de divisie de eenheden toe aan hun kantonnementen, het 18Li installeert zich in de zaal Familia aan de Leopold I straat te Laken. De overgebleven 650 militairen worden verdeeld over een regimentsstaf en vier compagnies.

18Li
Wanneer Generaal-Majoor Van Trooyen, commandant van de 7de Infanteriedivisie, de divisie verlaat voor een nieuw commando wordt die zelfde dag nog Kolonel SBH Duez aangesteld als bevelhebber ad interim. Cdt Landrieu, wordt aangeduid als commandant ad interim van het 18Li. De divisie zal Brussel verlaten en nieuwe kantonnementen opzoeken in de buurt van Aalst op de westelijke oever van de Dender. De infanterie die niet meer over zijn organieke voertuigen beschikt moet de verplaatsing te voet uitvoeren. Het 18Li verlaat Brussel omstreeks 20u00 om met een nachtmars de westelijke oever van de Dender te bereiken.

18Li
Het 18Li komt rond 10u00 aan te Serskamp, de rest van de divisie bevindt zich in de buurt. Reeds om 13u00 wordt het 18Li op de trein gezet richting Lichtervelde waar het omstreeks 18u30 aankomt. Later die avond richt het 18Li een ontvangstcentrum voor de achterblijvers van de divisie in, die nog steeds blijven toekomen. Kolonel SBH Duez, als commandant a.i. van de 7Div wordt belast met het hergroeperen van de gehele divisie en kan zich niet langer bekommeren om het 18Li.

18Li
Het 18Li blijft in haar nieuw kantonnement te Lichtervelde.

18Li
De ganse dag door worden orders ontvangen voor het verplaatsen van eenheden van de divisie en het regiment, die telkens weer worden ingetrokken. De transportmiddelen zouden naar Tours (Fr) worden doorgestuurd, maar dat gaat niet door. Later die dag ontvangt men het bevel zich voor te bereiden op een verplaatsing naar Veurne of Bergues (Fr). Ook dat plan wordt afgeblazen en omstreeks 16u00 verneemt men dat de uiteindelijke bestemming Poperinge wordt en er levensmiddelen voor 4 dagen moeten worden meegenomen. Een uur later staat het 18Li met de rest van de divisie vertrekkensklaar op de baan Torhout-Roeselare.

18Li
Rond 01u00 komt de divisie aan te Poperinge, waar het snel duidelijk wordt dat verder reizen per trein richting Frankrijk er niet in zit. Te voet zou ook al niet gaan, want de Fransen hebben de grens gesloten voor Belgische troepen. Omstreeks 08.30 wordt het 18Li met benzine en levensmiddellen bevoorraadt. De 7de infanteriedivisie wordt dan bevolen om toch maar over de grens proberen te raken en in de algemene richting Cassel, Wassen, Boulogne en Montreuil te marcheren. Rond 09u45 zet de ganse zaak zich in beweging en na een moeilijke tocht over wegen vol militair verkeer en vluchtelingen wordt nabij het Belgische gehucht Abele de grens overgetrokken. Andere troepen van de divisie trekken Frankrijk binnen via Houtkerke. Kort na de middag komt de staf aan te Cassel, waar de Franse gendarmen een bericht achtergelaten hebben voor de Belgen om naar Amiens verder te trekken. De ganse dag door trekken de troepen voorbij. De staf van de divisie trekt tot in Boulogne, waar de Fransen de Belgen verbieden om naar Amiens te trekken en deze de weg Abbeville – Neufchatel – Rouen opstuurt.

18Li in Frankrijk
Rond 13u00, te Nouvion, worden al de verplaatsingen langs de weg naar Abbeville omgelegd naar Saint-Valery. Abbeville wordt hevig aangevallen door de Luftwaffe die gans de streek blijft overvliegen. De verplaatsingen langs slechte wegen, soms langs veldwegen, zijn uiterst langzaam en het Duitse luchtoverwicht maakt dat er vaak dekking moet worden gezocht. Het 18de Linie moet slachtoffers incasseren bij een luchtaanval. Onder de slachtoffers de Soldatern Arthur Degrand, André Maes en Benoît Van Thienen.

18Li in Frankrijk
In de loop van de voormiddag geeft een Belgische commandopost in Frankrijk het bevel om alle troepen die uit ons land zijn gevlucht systematisch naar Evreux (halverwege Parijs en Le Havre) te zenden om van daar doorgestuurd te worden naar het zuiden van Frankrijk. Het nabijgelegen Conches wordt aangeduid als verzamelpunt.

Hergroeperingszone 18Li te Guernanville tussen Conche en L’Aigle

De 7Div is door het oog van de naald gekropen en profiteert van de relatieve kalmte ten zuiden van de Seine om te hergroeperen in Conches en L’Aigle. De Duitsers rukken niet verder op naar het zuiden aangezien hun hoofdkrachtinspanning nu ten noorden van de Somme ligt waarbij ze zullen proberen te beletten dat de Britse troepen die ingezet zijn op het vaste land terugkeren naar Engeland.

Nog steeds nabij Evreux wordt het 18Li bijeengebracht in Guernanville en Sainte Marguerite de l’Autel. De ganse dag blijven militairen toestromen en beetje bij beetje wordt de 7de infanteriedivisie opnieuw herkenbaar. Communicatie met het opperbevel verloopt echter zeer moeilijk en het wordt duidelijk dat de troepen eigenlijk aan hun lot worden overgelaten, buiten een vaag bevel om zich met de gevluchte Belgische regering te Potiers in verbinding te stellen.

18Li in Frankrijk
Het Belgische onthaalcentrum vraagt aan de divisie 12 vrachtwagens om te Evreux 20.000 rantsoenen te halen, omdat elke bevoorrading uitblijft. Alle nodige informatie ontbreekt – de Belgen hebben bijvoorbeeld geen kaarten van de streek. De ganse dag door stromen achterblijvers toe bij de eenheden.

18Li in Frankrijk
Uiteindelijk op 24 mei ontvangt het 18Li nieuwe orders. De ganse 7de infanteriedivisie blijft gegroepeerd en verlaat de streek niet. Het 18Li telt nog slechts 10 officieren. Het juiste aantal manschappen is omwille van de chaos moeilijk te bepalen, maar de divisie bepaalt dit op ongeveer 2.800, wat slechts overeenkomt met 2/3 van de normale getalsterkte van een regiment. Vele manschappen zijn onbewapend.

18Li in Frankrijk
Tegen de avond blijkt bij een nieuwe telling dat iedereen die op 17 mei vertrokken was te Lichtervelde eindelijk min of meer aangekomen is. De divisie heeft opnieuw een effectief van om en bij de 3.500 militairen. Later op de dag wordt door het opperbevel het besluit genomen om de 7de Infanteriedivisie opnieuw op volle getalsterkte trachten te brengen.

18Li in Frankrijk
Nog steeds verblijft het 18Li nabij Conches. Die avond wordt besloten de Belgen door te sturen naar Airvault, maar de bestemming wordt later herzien tot Malestroit in Morbihan aan de Bretoense zuidkust.

18Li in Frankrijk
Het vervoer naar Morbihan gebeurd in 24 uur, alhoewel men voor het vervoer per spoor twee dagen had voorzien.

18Li in Frankrijk
De laatste eenheden van de 7de Infanteriedivisie komen aan in het departement Morbihan waar de Belgische capitulatie wordt vernomen. De streek beschikt niet over veel mogelijkheden tot huisvesting ; het is daardoor dat de verspreiding over meer dan 300 km² nodig is. Ondanks deze verspreiding, zullen sommige eenheden verplicht zijn onder tenten te leven.

18Li in Frankrijk
De Belgische regering in ballingschap beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten de capitulatie blijven en onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd zullen voortzetten aan de zijde van de geallieerden. De 7Div waarvan het 18Li nog steeds deel van uitmaakt, komt samen met alle andere naar Frankrijk geëvacueerde troepen onder het bevel van de Minister en moet zich klaar maken om de strijd voortzetten.

Het 18Li is nu als volgt georganiseerd:

  • 1 Stafcompagnie
  • 1 Commandocompagnie
  • 1 Compagnie “buiten-rang”
  • 1 Compagnie steunwapens
  • 2 Bataljons infanterie, elk met 3 compagnies fuseliers
  • 1 Begeleidingscompagnie

Staf/18Li in Frankrijk
Onder druk van de Fransen stemt de Belgische regering in om de 7Div terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt er aan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen. Er wordt eveneens verteld dat een Franse divisie op de Maginotlinie zal afgelost worden door de 7de Infanteriedivisie. Kol SBH Duez wordt op de hoogte gebracht van de ambitie van de regering en brengt de ondereenheden hiervan op de hoogte. Hij beslist dat er geen personeel meer in steun wordt geleverd van de Franse boeren maar dat de training moet worden hervat. Aan het HK/TRI wordt gevraagd om 4 majoors, 137 lagere officieren en 4.500 onderofficieren en manschappen naar Bretagne te sturen. Deze manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen. In tweede instantie onder de ervaren, maar meestal ook oudere, reservisten van de versterkingsbataljons van de Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s) die tijdens de beginfase van de oorlog naar het zuiden van Frankrijk waren doorgestuurd. Het is de bedoeling dat de instructiebataljons van de VOC’s, met de rekruten van de lichting 40, hun opleiding kunnen verderzetten.

4 juni 1940

18Li in Frankrijk
Op 4 juni 1940 wordt Kolonel SBH Duez als commandant a.i. van de 7Div vervangen door Generaal-majoor Van Daele, voormalig commandant van de Koninklijk Militaire School. Kolonel SBH Vandenheede wordt de nieuwe stafchef, Kolonel SBH Duez neemt het bevel van het 18Li terug over. Intussen komen de versterkingen druppelsgewijs toe in Bretagne. Op 2 juni vertrekt vanuit Capendu (Aude) een groot detachement van het 6VOC ondr leiding van Majoor Currinckx. Het 6VOC is het Versterkings en Opleidingscentrum met de versterkingen voor de eenheden van de 7Div. Aan boord van de trein bevindt zich het merendeel van II/59Li bestaande uit 13 officieren en 550 manschappen voor het 18Li. Op 3 juni vertrekt vanuit Montpaon (Aveyron) het I/54Li (1VOC) met 20 officieren en 961 manschappen onder bevel van Majoor Vanderghinste. Bij hun aankomst in Bretagne op 5 juni wordt het Bataljon Instructie van 54Li (I/54Li), met miliciens van de klas 40, aangehecht aan het 18Li om er het IIIde Bataljon te vormen (III/18Li).

8 juni 1940

18Li in Frankrijk
De integratie van de versterkingen verloopt moeizaam en het blijkt niet mogelijk te zijn om in de schoot van de 7Div de drie regimenten behoorlijk te reorganiseren. Daarenboven had generaal Van Daele zijn twijfels over de motivatie van de oudere militairen van de Versterkingsbataljons en hadden de Fransen ook al laten verstaan dat zij niet in staat waren om meer dan twee infanterieregimenten uit te rusten. Op 13 juni wordt het Dagelijks Order Nr 14 van de 7Div uitgevaardigd waarmee generaal Van Daele kenbaar maakt dat het 2Gr niet meer zal heropgericht worden en dat de divisie zal reorganiseren naar het model van de Franse lichte divisies a ratio van twee infanterieregimenten. Aan het eind van de reorganisatie bestaat het 18Li, nog steeds onder bevel van Kol SBH Duez, uit drie bataljons gevormd uit de restanten van het oude 18Li aangevuld met de versterkingen van het I/54Li, het II/59Li en het Esc Cy 7Div. Tijdens de komende dagen worden de manschappen uitgerust met een combinatie van Frans en Belgisch materieel. Zo ontvangen de militairen van het IIIde Bataljon het Franse M36 geweer.

17 juni 1940

18Li in Frankrijk
Op 17 juni om 13u30 kondigt Maréchal Pétin in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan. De Belgen kunnen de verdere heruitrusting van de 7Div met Frans materieel nu wel vergeten. De Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis gooit het nu over een andere boeg, hij vat het plan op om de 7Div zonder bewapening noch materieel naar Engeland over te brengen. De uitvoering van dit plan mislukt echter en de 7Div is op zichzelf aangewezen om eventueel nog in Engeland terecht te komen. Nu het er ook voor de Fransen bijzonder slecht begint uit te zien en het land dreigt te capituleren onder de snelle vooruitgang van de Duitse Wehrmacht, geeft generaal Van Daele opdracht aan het 18Li om zich naar Saint Nazaire te verplaatsen met het oog op een mogelijke inscheping naar Engeland. De bataljons worden klaargemaakt voor de verplaatsing.

18 juni 1940

Staf/18Li in Frankrijk
Het 18Li vertrekt, maar raakt al snel verstrikt in de chaos van de algehele uittocht van het Franse leger uit het Bretoense schiereiland. De Duitsers zitten hen op de hielen en zullen die dag nog de Franse grootstad Nantes bereiken. Het installatiepersoneel van het 18Li wordt gevangen genomen rond Nantes, maar enkelen kunnen in burgerkledij naar het zuiden ontsnappen. Een groep van een tweehonderdtal manschappen geleid door de officier-werktuigkundige kunnen, op aanwijzing van de plaatselijke bevolking, ’s nachts de Loire met de veerpont oversteken.

IIII/18Li in Frankrijk
Het III/18Li vertrekt als laatste te voet en bivakkeert aan het eind van een vermoeiende dagmars op de weg naar La Roche Bernard, een stad op de grens tussen de Franse departementen Morbihan en Loire-Maritime. Het laatste detachement van dit bataljon zal slechts even voor middernacht de overige manschappen bijbenen. Tijdens de mars hebben heel wat militairen van het bataljon besloten om te deserteren en op eigen houtje terug naar ons land te keren. Het IIIde Bataljon is op dat ogenblik de facto al ingesloten.

18Li in Frankrijk
Kolonel Duez beveelt aan de overblijvende compagnies om elk afzonderlijk zo snel mogelijk de Loire trachten over te steken en in La Rochelle te verzamelen. Een groot detachement van het regiment bereikt samen met de rest van de divisie de streek rond Legé ten zuiden van Nantes. Het overblijvende personeel van het 18Li trekt verder terug richting La Rochelle en vervoegt vervolgens Pons.

III/18Li in Frankrijk
De manschappen van het III/18Li besluiten autostop te doen om toch maar sneller vooruit te komen, maar zo goed als niemand van de vluchtende militairen en burgers wil hen meenemen. De bataljonscommandant, Majoor Vanderghinste, vertrekt even voor het middaguur per auto naar Nantes om na te gaan of de bruggen over de Loire nog te bereiken vallen. Hij verneemt dat de Duitsers reeds in de stad zijn en maakt rechtsomkeer om zijn bataljon te vervoegen rond La Roche Bernard. Hij vervoegt zijn bataljon, dat intussen al doorgemarcheerd is, in Assérac.

21 juni 1940.

III/18Li in Frankrijk
Het III/18Li ontmoet te Assérac een detachement van een honderdtal achtergebleven manschappen van het ‘Bataljon Grenadiers’ van 2C. Het betreft het bataljon samengesteld uit de restanten van het 2Gr en dat werd toegevoegd als tweede bataljon (II/2C) aan het 2C. De manschappen van het II/2C en het III/18Li besluiten samen te blijven. Helaas voor het detachement zijn ze afgesneden van de rest van het 18Li en de 7Div en zullen ze zelf hun weg terug moeten zoeken.

18Li in Frankrijk
Het aan de Duitsers ontsnapte gedeelte van het 18Li bevindt zich inmiddels te Cazaubon, even ten noorden van Pau. Het regiment zal hier verblijven tot eind augustus. Langzaam maar zeker wordt het duidelijk dat een evacuatie naar Engeland niet langer mogelijk is nu ook Frankrijk gecapituleerd heeft. De Belgische regering bereikt uiteindelijk Londen en laat de troepen in Frankrijk achter. Na onderhandelingen met de Duitse bezetters beloven deze laatsten dat het 18Li niet naar de krijgsgevangenenkampen moet, maar dat de manschappen in vrijheid zullen blijven.

[24 juni]

III/18Li in Frankrijk
Het in Assérac achtergebleven III/18Li stelt zich in contact met de Duitse bezetter. Majoor Vanderghinste begeeft zich naar de Kommandantur te La Baule en krijgt er aanvankelijk te horen dat zijn bataljon te voet moet terugkeren naar Vannes in Bretagne.

III/18Li in Frankrijk
Het III/18Li wordt nu naar Saint-Nazaire gestuurd. De bestemming wordt de dag nadien dan toch weer gewijzigd in Vannes. Het III/18Li keert op zijn stappen terug en verplaatst zich naar Vannes.

[12 juli]

III/18Li in Frankrijk
Het te Vannes verblijvende III/18Li wordt door de bezetter klaargemaakt voor de gevangenname. De manschappen moeten opnieuw naar Assérac.

[19 juli]

III/18Li in Frankrijk
De manschappen van het III/18Li worden geïnterneerd in het krijgsgevangenkamp Saint-Louis van Saint-Nazaire waar zich ook het eerder reeds gevangen genomen II/56Li bevindt.

[10 augustus]

III/18Li in Frankrijk
De Duitse militaire overheid heeft besloten dat het III/18Li naar ons land mag terugkeren. De militairen worden te Saint-Nazaire op een trein gezet richting Brussel-Zuid. De manschappen zullen hier ‘s anderendaags aankomen en worden vrijgelaten.

[26 augustus]

18Li
Ook voor de rest het 18Li is de oorlog definitief voorbij. Na een lange treinreis van drie dagen komen de laatste manschappen aan te Brussel, waarna iedereen huiswaarts keert.

Na de capitulatie

Epiloog
Kolonel Duez zal de oorlog overleven en keert in 1945 terug als een verbitterd man. Tijdens een onderzoekscommissie in 1946 en 1947 moet hij zich bovendien nog eens verantwoorden voor het zogezegd lamentabele optreden van zijn regiment. In verschillende schriftelijke verklaringen en toespraken laat hij zich bijzonder kritisch uit over het Belgische oppercommando.

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. “Van de uitwegen van Maastricht tot de voet van de Pyreneeën”, door Kolonel SBH Hre. V. Duez, 1975, tijdschrift verbroedering 18Li.
  2. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne.
  3. Foto’s van de collectie van Patrick Leenders (Brug van Vroenhoven en loopgraven ter hoogte van de brug van Vroenhoven°.
  4. Nederlands onderzoek naar gesneuvelde Belgisch militairen in Maastricht [On Line beschikbaar]: http://www.maastrichtsegevelstenen.nl/oorlog2b3x.htm [Laatst geraadpleegd 13 januari 2017]