15de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 7de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel E. Warmoes
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Diepenbeek – Eigenbilzen
Commandopost te Kaatsbeek
Samenstelling I Bataljon (Majoor A. Steens) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt A. Van Buggenhout)
2de Compagnie Fuseliers (Lt J. Dury)
3de Compagnie Fuseliers (Lt E. De Keulenaer)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt J. Goeseels)
II Bataljon (Kapitein-commandant J. De Maerschalck) 5de Compagnie Fuseliers (Lt F. Van Den Berghe)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Vanderstegen)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt D. Lochs)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt L. Danze)
III Bataljon (Kapitein-commandant H. Haerden) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Naets)
10de Compagnie Fuseliers (Lt J. Vermeulen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt G. Van Thielen)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt G. Serrien)
IV Bataljon (Majoor J. Lemmens) 13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt L. Baert)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt A. Baudot)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt M. Lauwers)
Stafcompagnie (Luitenant Camille Sergooris)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant A. Withofs)
Peloton Verkenners (Onderluitenant W. Volkaerts)

Tijdens de mobilisatie

Het 15de Linieregiment (15Li) is een ontdubbelingsregiment van het 7de Linieregiment (7Li) en is een infanterieregiment van Eerste Reserve. Het 15Li wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd in de Dossinkazerne te Mechelen en van zodra het 15Li volledig onder de wapens geroepen is zal het regiment doorgestuurd worden naar de 4de Infanteriedivisie (4Div) om er het 14Li te vervangen. De 4Div is een actieve divisie die in vredestijd zijn hoofdkwartier in Hasselt had en organiek behoorde tot het IIIde Legerkorps. Voor de mobilisatie had de 4Div het commando over het 7Li dat gestationeerd was in de Dossinkazerne te Mechelen, het 11Li dat zich in de Dusartkazerne van Hasselt bevond en vanaf 01 augustus 1939 ook over het 14Li dat in Luik gestationeerd was.

Het 15Li zal in het najaar van 1939 verschillende stellingen in Limburg innemen en oefeningen uitvoeren te Beverlo. In die periode doen zich een aantal tuchtincidenten voor bij het 15Li. Zo weigeren op 19 januari 1940 de manschappen van III/15Li op te staan en te verzamelen. Er worden pamfletten verspreid met de boodschap “Wij willen niet naar Luik om Wallonië te verdedigen”. Om hun antipathie betreffende hun toenmalige Franstalige majoor te uiten, hangen ze een stropop in majoorsuniform op in het openbaar en steken de pop nadien in brand. Een kapitein wordt in het gezicht geslagen en een aantal soldaten deserteert.

Bij Fase C van de mobilisatie wordt het 15Li als ontdubbelingsregiment van het 7Li opgericht in de Dossinkazerne te Mechelen.

Vanaf 30 maart 40 wordt het 15Li samen met de 4Div onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/CA) waar ze de stellingen van de 6Div, tussen Eigenbilzen en Diepenbeek, overnemen. Het 15Li wordt op de linkerflank van de divisiesector geplaatst, in het midden bevindt zich het 7Li en het 11Li bezet de rechterflank van de divisiesector. Links van het 15Li bevindt zich een infanterieregiment van de 1ste Infanteriedivisie (1Div), rechts het 7Li.

De stellingen van het 15Li lopen van Dorpsheide in het westen tot Genk in het oosten, met daarachter de zone tussen Diepenbeek en Schoonbeek. Het IIIde Bataljon (III/15Li) en het Iste Bataljon (I/15Li) staan opgesteld achter het Albertkanaal in eerste echelon. Het IIde Bataljon (II/15Li) staat opgesteld in tweede echelon en dient als reserve om tussen te komen indien de vijand erin slaagt de eerste linie te doorbreken. Zoals gebruikelijk worden de middelen van het IVde Bataljon in versterking gegeven van de bataljons in lijn.

Het bevoorradingsecheon van het regiment staat opgesteld te Diepenbeek.

Staf/15Li
Net na middernacht wordt ook het 15Li door het HK van de 4Div gealarmeerd en verlaten de manschappen hun kantonnementen om de loopgraven en bunkers aan de oevers van het Albertkanaal te gaan bemannen

Reeds om 06u30 verneemt het commando het bericht dat er in Nederland gevochten wordt. In de sector van de 4Div wordt dan ook vrij snel overgegaan tot het opblazen van de bruggen over de waterlopen. Op het Albertkanaal vliegt de brug van Gellik de lucht in en op het Verbindingskanaal Maas-Schelde ondergaan de bruggen van Vucht, Maasmechelen, Tournebride en Lanaken hetzelfde lot. De brug van Genk wordt rond 08u00 opgeblazen. Het regiment verneemt in de loop van de ochtend het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div) en het rampzalige verlies van de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven. De Luftwaffe daagt bij het ochtendgloren op langsheen zowat het ganse Albertkanaal en ook het 11Li stelt vast dat hun stellingen regelmatig overvlogen worden. Daarbij komt het af en toe ook tot beschietingen vanuit de lucht.

De rest van de dag wordt er gewerkt aan de stellingen en bang afgewacht wanneer de eerste berichten van de aanval in de sector van de aangrenzende 7de infanteriedivisie binnenstromen. Om 17u00 wordt de wegbrug van Winterslag tot ontploffing gebracht.

Pl Vknr/15Li
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/15L), onder bevel van Onderluitenant Volkaerts, wordt rond 03u00 uitgestuurd naar de oostrand van Genk, zo’n 3 tot 4 Km ten noorden van het kanaal. Om 13u30 belt de divisiestaf de nodige orders door naar het 7Li en het 15Li om over te gaan tot de vernieling van de bruggen van Zutendaal, Eigenbilzen en Diepenbeek en de brug over het Kolendok. Alleen de meest westelijke wegbrug te Diepenbeek wordt intact gehouden om de aftocht van de dekkingstroepen mogelijk te maken. Het Pl Vknr dient de noordelijke oever van deze brug te beveiligen en alle bewegingen richting kanaal te observeren. Om 16u00 signaleert het Pl Vknr dat de dekkingstroepen van de Vooruitgeschoven Positie nu met grote regelmaat passeren over de brug van Diepenbeek. De doortocht van diverse elementen van het Cavaleriekorps (CK) wordt eveneens gemeld. Het Pl Vknr/15Li wordt uit Genk teruggetrokken rond 19u30 nadat de lokale telefooncentrale vernield werd.

Rokade van de 4Div om de dwarsstelling te bezetten op 11 mei 1940.

Staf/15Li
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. De rechter flank van de 4Div wordt bedreigd. Na het mislukken van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren wordt het ILK door het Groot Hoofdkwartier opgelegd om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het ILK over geen reserve beschikte diende deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.

Omstreeks 03u50 ontvangt de 4Div zijn orders van het ILK. Luitenant-generaal de Graeve beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het Albertkanaal blijven bezetten.  Het III/7Li en I/7Li moeten pivoteren om uiteindelijk een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen.  Het II/11Li en III/11Li zullen hun stellingen aan het kanaal moeten verlaten om zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen op te stellen van Bilzen tot Kleine Spauwen. Het plan wordt tijdens de nacht uitgewerkt en de orders worden pas om 10u00 door het Achterwaarts HK van de divisie doorgegeven aan de Regimenten. Tussen 10u00 en 11u00 verlaat het 11Li het Albertkanaal om de dwarsstelling te bezetten.

Het is weinig waarschijnlijk dat de eenheden in staat zullen zijn om in de morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten. De verdediging van de dwarsstelling wordt door het ILK om 11u00 al opgeheven omdat meer naar het zuiden de 7Div de lijn niet kan houden. Uit het verslag van Onderluitenant Volkaerts, commandant van het Pl Vknr van 15Li die rond het middaguur een verkenning langs de dwarsstelling uitvoert, blijkt dat het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld en dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt. De verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li zijn nog intact. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is om 12u00 in elk geval nog intact bij de 4Div.

Om 12u50 beveelt het ILK de algehele aftocht naar Leuven.De eenheden van de 4Div krijgen het bevel tot terugtrekken echter niet door en blijven op de dwarsstelling tot 19u00. De 4Div wordt  echter niet overvleugeld om dat de vijand na het doorbreken van de dwarsstelling bij de 7Div naar het zuidwesten richting Tongeren en Hannuit zal oprukken

De reden voor het niet doorgeven van de orders naar de regimenten ligt bij het feit dat het HK van de divisie om 09u30 wordt gesplitst in een hoofdmoot (Voorwaarts HK onder bevel van LtGen de Graeve) die verplaatst wordt naar Ulbeek en een kleinere stafeenheid (Achterwaarts HK onder bevel van GenMaj Brabant ondersteund door Cdt Nannan en Lt Lousse) die achterblijft te Hoeselt om de terugtocht van de 4Div te bevelen. Dit Achterwaarts HK krijgt om 10u30 bezoek van Kapitein SBH Fievez, Chef bureau operaties van de Staf ILK, die meldt dat het HQ van het ILK naar Marlines wordt overgebracht. Hierop verlaat het Achterwaarts HK Hoeselt om 10u35 en plooit geleidelijk terug via Schalkhoven (11u25) en Vliermaal (12u00) waar via de CP van het Esk Cy 4Div voor de laatste keer contact gemaakt wordt met het Voorwaarts HK in Ulbeek. Het Achterwaarts HK bereikt Kortessem om 13u00 en vervoegt uiteindelijk Ulbeek tegen 17u30. Het Voorwaarts HK verliet intussen Ulbeek al om 15u00 en begaf zich richting Kosen (noord van Sint-Truiden) waar het om 17u00 toekomt en van waaruit verder doorgetrokken wordt naar Bevekom om 21u00.

De staf van het 15Li verspreid de orders tot de aftocht tussen 19u30 en 20u00.  De stafcompagnie krijgt om 20u00 het bevel om binnen het half uur Diepenbeek te verlaten en de aftocht naar Kortessem aan te vatten.  De verschillende eenheden van het 15Li verlaten hun posities met grote haast en geven talrijke anti-tankkanonnen, mortieren en mitrailleurs op. Het 15Li komt relatief ongehavend uit het gevecht aan het Albertkanaal op één incident na te Genk waarbij negen slachtoffers vallen.

Pl Vknr/15Li
Onderluitenant Volkaerts voert in de late voormiddag een verkenning langs de regimentsstelling uit en brengt om 12u00 verslag uit bij Lt Van Leuven, de inlichtingen officier van 15Li. Hieruit blijkt dat op 11 mei om 12u00 het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld, dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt en dat verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li intact zijn. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is in elk geval nog intact bij de 4Div.

Staf/15Li
De 4de infanteriedivisie trekt tijdens de nacht van 11 op 12 mei terug naar het westen. De eenheden steken de Gete over en nemen kantonnementen in tussen Halen en Waanrode.

Het 15Li wordt naar Waanrode bevolen.

Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zicht te blijven. De eenheden slagen er in om de orde min of meer te herstellen, maar tot overmaat van ramp is de Belgische genie bijzonder vroeg overgegaan tot het vernielen van de bruggen over de Herk en de Gete zodat onderweg alweer een belangrijk aantal voertuigen en zware wapens moet achtergelaten worden.

Ook het 15Li bezit slechts bijzonder weinig zwaar materiaal na de overtocht van de beide rivieren. Het divisiehoofdkwartier is intussen naar Bevekom verder gereden en heeft zich daar ontplooid om nieuwe orders op te maken voor de regimenten.  De divisie ontvangt vervolgens het bevel om door de K.W. Stelling te trekken en zich achter het Kanaal van Willebroek te gaan reorganiseren.

Staf/15Li
Na het vallen van de duisternis zet de divisie zich op nieuw op weg. Het 15Li bereikt via Molenbeek-Wersbeek, Sint-Joris-Winge en Linden de stad Leuven waar de bataljons tijdens de ochtend van 12 mei hun nieuwe kantonnementen tussen Kessel-Lo, Herent en Veltem-Beisem betrekken.

Staf/15Li
De volgende nachtelijke etappe verloopt tot net over het Kanaal van Willebroek. Het 15Li steekt gedurende de nacht van 13 op 14 mei te Vilvoorde het Kanaal van Willebroek over en kantonneert tussen Grimbergen en Strombeek-Bever. De troepen zullen hier halt houden tot de avond van 15 mei.

Miliciens van de klas 36 van het 7Li worden in augustus ’39 bij het 15Li gemobiliseerd.

Staf 15/Li
Gedurende de dag verneemt de regimentscommandant dat het 15Li tezamen met de rest van de 4Div naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd wordt. Het Bruggenhoofd Gent (TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkergordel ten zuiden van Gent. De bunkergordel bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. De 4Div komt als eerste grote eenheid toe in het Bruggenhoofd Gent en moet de bunkergordel beveiligen. Hierdoor zullen de infanterieregimenten van 4Div opgesteld worden in brede ondersectoren van Semmerzake tot Kwatrecht. De regimenten zullen na hun aankomst in het Bruggenhoofd Gent volgende ondersectoren bezetten:

  • 11Li – de sector Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de sector Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – Muntekouter tot en met Semmerzake.

Tijdens de nacht van 15 op 16 mei wordt de voetmars naar Gent aangevat.

De eerste elementen van 15Li arriveren al om 02u00 te Bottelare. Het gedeelte van 15Li dat in Melle toekwam wordt om 06u30 bij aankomst van het 11Li via Lemberge doorgestuurd naar Bottelare en Moortsele. Hier nemen de bataljons rustkantonnementen in om te herconditioneren na de lange mars.

Later op de dag verneemt de staf van 15Li dat het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) onverwacht het bevel heeft gegeven om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het Bruggenhoofd Gent wordt een scharnierpunt in deze nieuwe defensieve lijn en meerdere divisies worden vanaf de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. Deze verplaatsing zal volgens plan twee dagen duren, de eerste eenheden van deze divisies zullen pas in de nacht van 18 op 19 mei in het bruggenhoofd toekomen. De staf realiseert zich dat de ondersector Moortsele – Munte slechts een korte tijd ingenomen zal worden.

Staf/15Li
Geleidelijk aan nemen de bataljons van het 15Li, die zullen moeten instaan voor de verdediging van het Bruggenhoofd Gent, stellingen in tussen Moortsel en Munte. De ganse dag door werkt het 15Li verder om al zijn stellingen in orde te krijgen. De drie infanteriebataljons worden in lijn opgesteld van Landskouter over Oosterzele tot Asselkouter (Munte) Deze geraken uiteindelijk pas ’s avonds op punt.

I/15Li
Op de Asselkouter nabij Munte stellen soldaten van het I/15Li hun wapens op in de bunkers.

II/15Li
Te Oosterzele stelt het II/15Li drie compagnies op aan het kruispunt van de Wettersesteenweg met de Geraardsbergsesteenweg, versterkt door twee C47 anti-tankkanonnen.

III/15Li
Te Landskouter gaat het III/15Li in stelling op de zuidelijke rand van Landskouter en Gijzenzele, eveneens versterkt met drie C47 kanonnen.

IV/15Li
Het IV/15Li bemant de 2e lijn ter hoogte van de Potaardewijk echter zonder mortieren. De 15Cie van het IVde Bataljon heeft alle 76mm mortieren aan het Albertkanaal vernield achter gelaten omdat ze te zwaar waren om mee te transporteren en vooral omdat ze niet in de handen van de Duitsers zouden vallen.

Op zaterdag 18 mei begint de plaatselijke bevolking, voor zover ze nog niet vertrokken waren, massaal hun woningen te verlaten. Vrij kort na het verlaten van de huizen doen zich jammer genoeg reeds de eerste plunderingen voor van de verlaten woningen. Het 15Li rust uit en werkt aan het verstevigen van de stellingen in het Bruggenhoofd Gent.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. Het VIde Legerkorps heeft het bevel gekregen over de volledige zuidoostelijke zone van het Bruggenhoofd Gent op de boog tussen Semmerzake en Kwatrecht. Twee divisies moeten ingepast worden op de perimeter van het Bruggenhoofd. Volgende reorganisatie wordt doorgevoerd:

  • de 5Div neemt de sector Semmerzake-Munte over van het 7Li
  • de 4Div wordt gecentraliseerd in de sector Munte-Betsberg
  • de 2Div sluit de linies af door de sector Betsberg-Kwatrecht van het 11Li over te nemen.

De 4Div reorganiseert zijn sector tussen Betsberg exclusief en Munte. Het 15de Linie zal zich opstellen ten zuiden van de Betsberg en zal een gedeelte van de bunkers in Moortsele bezetten. Het 7de Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte. Het 11de Linie blijft als reserve achter de stelling van het 15de en 7de Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de verschillende grote wachten of voorposten.

Deze ontplooiing betekent dat de regimenten van de 4Div dichter bij elkaar zullen opgesteld worden tussen Munte en Bottelare. De nodige bevelen voor deze nieuwe verplaatsingen worden nog tijdens de late nacht van 18 op 19 mei verspreid.

Veiligheidshalve worden er drie Voorposten opgesteld voor de sector van de 4Div. Eén te Scheldewindeke dorp, één te Scheldewindeke aan het kruispunt Pelgrim en één te Oosterzele dorp. Deze voorposten zullen telkens bemand worden door een pelotons fuseliers en een T13 tankjager van de Cie C47/T13 4Div. In afwachting van de aankomst van deze pelotons wordt deze opdracht uitgevoerd door het verkenningspeloton van het 15Li.

Twee bataljons van het 15Li bezetten eveneens de schuilplaatsen in eerste linie van de nevenvallei van de molenbeek te Moortsele bij het Grootbos (bunker A31 aan boerderij Hoek Ter Hulst en A32 aan toenmalige tramlijnovergang met dezelfde straat). Zij worden hierbij versterkt door 5 antitankkanonnen C47mm. Het 7de Linie sluit aan bij het 15de Linie vanaf kasteel Rattepas.

De tucht bij het 15Li laat veel te wensen over. Het regiment heeft een vrij grote aanhang van zowel Vlaams-nationalisten als socialisten die elk om verschillende redenen tegen de oorlog gekant zijn. Er lopen geruchten in het regiment dat een aantal manschappen witte vlaggen bij hebben om zich bij de eerste gelegenheid aan de bezetter te kunnen overgeven.

Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de Infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 4de divisie tevreden met enkele artilleriebeschietingen. De commandopost van het regiment en van de divisie vallen daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

De 5de divisie bewaakt nog steeds de sector van Semmerzake tot Munte aan de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. De sector is zo’n 7 Km breed.

In de sector van de 4de divisie wordt die dag sporadisch contact gemaakt met de vijand. De grote wachten van Scheldewindeke en Oosterzele raken in schermutselingen met de Duitsers betrokken.

Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen die nacht het Bruggenhoofd Gent opgeven en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4de divisie, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet.

De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen. De Schelde moet overgestoken worden via de bruggen van Zwijnaarde en Schelderode en de divisie zal vervolgens achter de Leie in reserve geplaatst worden bij het VIde legerkorps.

De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en de divisie komt tijdens de voormiddag aan tussen Deinze en Nevele.

Het 15Li bezet de centrale ondersector van de divisie rondom Meigem:

  • het IIde en IIIde bataljon bemannen het eerste echelon
  • het Iste bataljon vormt het tweede echelon tussen Vinkt en Meigem
  • de commandopost van het regiment wordt ondergebracht op enige afstand van Kruiswege, waar een telefoonverbinding wordt gemaakt met de nabijgelegen staf van de II/8A die het regiment zal ondersteunen

De 4de Infanteriedivisie heeft zijn drie regimenten opgesteld tussen Deinze in het zuiden en Nevele in het noorden, op de westelijke oever van het Schipdonkkanaal. Het 7Li bezet de noordelijke ondersector, het 15Li de midden ondersector en het 11Li wordt in het zuiden opgesteld. De divisie heeft een problematische veldtocht achter de rug. Er zijn nog slechts 5.300 infanteristen in plaats van de normale 11.000 en de zware bewapening is herleid tot een overschotje. Er is nog maar een derde van de lichte mitrailleurs en anti-tankkanonnen C47. Zware mitrailleurs zijn er bijna niet meer, en alle mortieren zijn verloren gegaan.

Gedurende de dag wordt de regimentsstaf verplaatst naar een boerderij op 600m van het dorp Kruiswege. De ganse dag wordt gewerkt aan de voorbereidselen tot het komende gevecht. De Duitsers werpen pamfletten uit de lucht over de stellingen van het 15Li die de manschappen verder aanmanen om de oorlog te staken en de wapens neer te leggen. De toestand bij het regiment bereikt een kritiek punt wanneer een aantal manschappen verklaart niet te zullen vuren bij een Duitse aanval en zich zo snel mogelijk wil overgeven.

Aan het front ten noorden van Deinze ondernemen de Duitsers bijkomende pogingen om over het water te geraken. In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192ste infanterieregiment er in het Schipdonkkanaal ten zuiden van Meigem over te steken. De Duitsers ondervinden bijna geen tegenstand en het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over.

De 11de Compagnie legt omstreeks 07u20 als eerste de wapens neer en wordt snel gevolgd door de andere eenheden. Omstreeks 08u00 staakt het IIde Bataljon de strijd en reeds om 09u40 gaat de commandopost van het regiment er van door en worden alle troepen van het eerste echelon achtergelaten.

Officieren zien machteloos toe hoe de manschappen de wapens wegwerpen. Kapitein-commandant Locks wil met zijn 7de Compagnie nog de tegenaanval inzetten, maar wordt samen met een van zijn pelotonscommandanten, Luitenant Gaston Mutsaers, in verdachte omstandigheden neergeschoten. Er wordt vermoed dat de beide officieren door Belgische soldaten met opzet gedood werden.

Het dorp Nevele valt kort nadien. De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de Compagnie van dit regiment slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden.

Het III/11Li wordt eveneens omsingeld en ook het II/11Li geeft zich spontaan over. Het I/11Li tracht nog een tegenaanval uit te voeren, maar houdt halt wanneer de manschappen merken dat de Duitsers Belgische krijgsgevangenen gebruiken als levend schild. Om 10u35 zijn de Duitsers nog amper één kilometer van Vinkt verwijderd.

Tegen de avond ondernemen de Duitsers een eerste poging om Vinkt binnen te trekken. Daarbij plaatsen ze ongeveer 25 manschappen van de Medische Compagnie van het 15Li voor zich uit. De Belgische artillerie houdt echter niet op met vuren en een apotheker en sergeant worden gedood. De Duitsers gaan in dekking en de meeste andere Belgische gevangenen van het 15Li maken zich snel uit de voeten.

Die dag verliezen het 7Li, 11Li, 15Li en 8A samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie bestaat niet meer.

De staf kan zich uit het actiegebied terugtrekken en bereikt Ruiselede. Vervolgens worden de overgeblevenen te Ruddervoorde en Hertsberge zo goed mogelijk verzameld.

De veldtocht zit er zo goed als op voor de mannen van het 15Li. Zij die bij de nederlaag aan het Schipdonkkanaal ontsnapt zijn, of reeds van lang tevoren van hun eenheid verdwaalden, lopen doelloos rond in het Belgische achtergebied en worden samen met de rest van het leger ontwapend op 28 mei.

Staf/15Li
Het regiment wordt na de middag naar Stene bevolen, maar veel militairen zullen nooit dit bevel ontvangen.

Pl Vknr/15Li
Onderluitenant Volkaerts, chef van het peloton verkenners, is kunnen ontkomen en wordt op pad gestuurd om uit te vissen waar zijn peloton zich zou kunnen bevinden. Volkaerts meldt dat ondermeer te Kanegem, Schuiferskapelle, Waardamme en Veldekens gezocht werd en in dit laatste dorp nog enkele verkenners gevonden werden.

Staf/15Li
De weinige nog min of meer georganiseerde restanten van het 15Li die nog bij mekaar gebleven zijn, bevinden zich rond Stene nabij Oostende wanneer het nieuws van de capitulatie vernomen wordt.

Reisweg van de Rhenus 127 op 30 mei 1940 van Walsoorden tot Willemstad.

Krijgsgevangenen/15Li
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de gevangen militairen via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen.

Krijgsgevangenen/15Li

Transport van Belgische krijgsgevangenen per Rijnaak naar Duitsland.

Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een groot aantal van het 15Li. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 15Li telt 31 geïdentificeerde slachtoffers.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen