9de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 9de Linieregiment | 9ème Régiment de Ligne | 9Li
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 6de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH A. Bouha
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Klein-Vorst
Commandopost te Klein-Vorst
Samenstelling I Bataljon
(Kapitein-commandant F. Kengen)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt M. Boogaerts)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Van Nerom)
3de Compagnie Fuseliers (Kapt A. Peel)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt J Godet)
II Bataljon
(Majoor R. Paternostre)
5de Compagnie Fuseliers (Lt M. De Pauw)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Mosbeux)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt W. Poncin)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt V. Van Laethem)
III Bataljon
(Majoor R. Segers)
9de Compagnie Fuseliers (Lt H. Linnekens)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Simeons)
11de Compagnie Fuseliers (Lt H. Lion)
12de Compagnie Mitrailleurs (Kapt J. Effinger)
IV Bataljon
(Majoor Théodore van Pottelsberghe
de la Potterie)
13de Compagnie Mitrailleurs (Lt G. Verniers)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (OLt L. Van Overeem)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt R. Harvengt)
Stafcompagnie
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein M. Dupont)
Peloton Verkenners (Onderluitenant A. Loosen)

Tijdens de mobilisatie

Als actief regiment wordt het 9Li op 25 augustus 1939 gemobiliseerd in het Klein Kasteeltje te Brussel bij fase A van het mobilisatieplan. De miliciens van de klassen 38 en 39 die op dat ogenblik onder de wapens zijn, worden vervoegd door de opgeroepen reservisten van de recent afgezwaaide klassen van het regiment. De beide schildwachten aan de poort van het Klein Kasteeltje, waaronder ook soldaat Karel Mertens, hebben het dan ook bijzonder druk met salueren door het aanhoudende komen en gaan in de kazerne.

Het regiment vertrekt zo snel mogelijk naar zijn oorlogskantonnement in een school te Sint-Agatha-Berchem. Drie dagen later wordt via de Ninoofsesteenweg naar Pamel gemarcheerd.
De eerste twee weken van mobilisatie worden te Pamel doorgebracht. Op 11 september 1939 verhuist het regiment naar Gooik en omliggende dorpen. De 6de divisie wordt er gebruikt om het westelijke uiteinde van de lijn Ninove-Waver te bemannen.

Eind november wordt het regiment een eerste keer naar het Albertkanaal gestuurd om de ondersector rond Eigenbilzen te bezetten. In maart 1940 volgt een rustperiode te Waterloo. Het regiment vertrekt daarna opnieuw naar de dekkingsstelling van het Albertkanaal en zet koers naar Tessenderlo. De linies worden er opnieuw bemand en de manschappen worden ingekwartierd bij burgers, in leegstaande huizen en in door het leger gebouwde houten barakken. De zware wapens worden ontplooid in de aangelegde loopgraven en stellingen en dag en nacht bewaakt door wachtdetachementen.

Kazerne Klein Kasteeltje te Brussel.

Op 10 mei bezet het 9Li nog steeds de centrale ondersector van Klein-Vorst binnen de sector toegewezen aan 6de infanteriedivisie wanneer in de vroege uurtjes het nieuws van de Duitse aanval vernomen wordt. De manschappen worden rond 02u30 uit hun kantonnementen gelicht en beginnen rondom 04u00 aan de mars naar het kanaal. In vele gevallen moeten de troepen een afstand van zo’n 5 Km afleggen tot aan de kanaaloever. Het duurt dan ook enige uren eer het regiment op post is.

Het regiment bemant een klassieke stelling op twee echelons, met het Iste en IIde bataljon in eerste lijn en het IIIde bataljon in steun. De zware wapens van het IVde bataljon zijn zoals gebruikelijk verdeeld:

  • het I/9Li heeft anderhalf peloton mitrailleurs en zeven C47 kanonnen in steun gekregen
  • het II/9Li ontving twee C47 kanonnen en een peloton mortieren
  • het III/9Li heeft een peloton mitrailleurs, vijf C47 kanonnen en een peloton mortieren als bijkomende steun
  • de laatste sectie mitrailleurs staat opgesteld in bunker H24

De stellingen aan de kanaaloever werden aangelegd tijdens de wintermaanden met veel zorg door het 18de Linieregiment en worden door de manschappen als bijzonder goed beoordeeld. De zware wapens van de 14de en 15de compagnies zijn verdeeld over de eerste drie bataljons waarbij zoals gebruikelijk elk bataljon één peloton is toegewezen.

Tijdens de vroege voormiddag raakt het nieuws verspreid dat het vliegveld van Schaffen gebombardeerd werd en het alarm deze keer wel menens is en de Duitsers ons land zijn binnengevallen.

Het peloton verkenners voert patrouilles uit aan noordelijke oever van het kanaal. Het wordt daarbij geholpen door het eskadron wielrijders van de 9de infanteriedivisie dat zijn drie pelotons langsheen het Kanaal van Dessel naar Kwaadmechelen heeft ontplooid.

De stellingen van het regiment worden overvlogen door hoog vliegende vijandelijke toestellen. Vanaf het middaguur beginnen de eerste vluchtelingen over de bruggen van het Albertkanaal te stromen. Het wordt erg al snel druk aan de bruggen. Talrijke Kempenaars willen weg van de naderende ellende en ook de eenheden van de dekkingstroepen tussen het Albertkanaal en de Nederlandse grens plooien zich terug en trekken over het kanaal naar het zuiden.

In de late namiddag worden de stellingen van het regiment voor de eerste keer van op lage hoogte gemitrailleerd. Drie Duitse gevechtsvliegtuigen scheren over de oevers van het Albertkanaal. De zware Maxim mitrailleuses trachten de vijandelijke aanvallers onder vuur te nemen. Eén toestel wordt neergehaald en stort neer nabij het station van Tessenderlo.

De 6de infanteriedivisie zal die nacht op post blijven. De stellingen worden voor telkens één uur bemand door 1/3 van de effectieven, terwijl de overigen mogen slapen. De manschappen zijn echter gespannen en van slapen komt weinig in huis.

De manschappen van het 9Li vangen steeds meer berichten op van wat aan de grens gebeurd is en worden daarbij bijzonder onrustig. Het regiment wacht verder instructies af terwijl het sporadisch wordt aangevallen door de Luftwaffe.

Intussen wordt in de ondersector van het 9Li druk gezocht naar vermeende Duitse parachutisten. Iedereen heeft er de mond van vol, maar er wordt niets of niemand gevonden.

De manschappen werken verder aan het verdiepen en verstevigen van hun stellingen. De luchtaanvallen hebben een diepe indruk achtergelaten en er wordt dan ook druk gegraven. Ook wordt voor de linies gewerkt aan het afmaaien van graan en het omkappen van struikgewas en bomen om het schootsveld vrij te maken. De bevoorrading loopt mank en kleine groepjes militairen gaan in de omliggende huizen op zoek naar voedsel.

Van een verdere verdediging van het Albertkanaal komt echter niets in huis. Rond het middaguur wordt het bevel wordt gegeven om de nodige voorbereidingen te starten voor een terugtocht naar de K.W. Stelling. De verkenners die zich nog op de noordelijke kanaaloever bevinden, worden binnen de linies gebracht. Met veel onbegrip en ontgoocheling starten de manschappen met het opladen van alle uitrusting. Niemand begrijpt waarom het Albertkanaal zo snel ontruimd wordt.

De kanaalbruggen te Meerhout en Kwaadmechelen vliegen omstreeks 19u00 de lucht in. Intussen maken de manschappen zich klaar. Heel wat materieel en bagage wordt bij gebrek aan transportmiddelen achtergelaten. Ook de blauwe zakken met de persoonlijke uitrusting blijven ter plekke.

De eenheden van het 9Li verlaten aan het eind van de dag hun stellingen en vormen de nodige marscolonnes voor de aftocht. De marsroute van het 9Li zal pal westwaarts lopen. Het regiment moet samen met de andere eenheden van de 6de infanteriedivisie posities innemen aan het uiterste noorden van de K.W. Stelling tussen Lier en Sint-Katelijne-Waver.

Het 9Li verplaast zich net zoals de meeste andere eenheden bij nacht. Overdag zouden de lange colonnes infanteristen immers al te makkelijk ontdekt worden door de vijandelijke vliegtuigen. De route loopt over Veerle, Averbode, Blauberg en Herselt tot in Westmeerbeek.

De K.W. Stelling kan niet in één nachtmars bereikt worden. Het regiment houdt dan ook halt om de volgende nacht af te wachten. De manschappen worden ondergebracht in de bossen tussen Westmeerbeek en Westerlo.

Rondom 16u00 passeert de colonne van de IV/6A in vliegende vaart het bivak van het IVde bataljon. De artilleristen komen uit Westerlo en zijn er van overtuigd dat de Duitsers reeds tot in deze gemeente doorgestoten zijn. De paardengespannen verdwijnen naar het westen.

Het peloton verkenners wordt veiligheidshalve uitgezonden naar Westerlo en het 3de peloton C47 kanonnen wordt ontplooid op de provinciebaan nabij de brug over de Nete. De Belgen worden er regelmatig overvlogen door de Luftwaffe, maar het komt niet tot een luchtaanval en te Westerlo worden ook al geen vijanden ontdekt.

Bij het vallen van de duisternis zet iedereen zich weer op weg. De 11de compagnie vormt samen met zes stuks C47 geschut de achterhoede. De tweede etappe van de mars loopt over Booischot en Heist-op-den-Berg richting Koningshooikt.

Na een tweede nachtmars komt het regiment aan op de K.W. Stelling. Het regiment wordt in twee echelons opgesteld in de ondersectorsector van Koningshooikt tot Lier. Het 9Li moet hier stelling innemen op de linkerflank van de 6de infanteriedivisie en sluit aan ten noorden van het 1Gr. De Grote Nete vormt de noordelijke grens van de ondersector:

  • het I/9Li met telkens één peloton van de 13de, 14de en 15de compagnies neemt Lisp en de noordrand van Lier in
  • het II/9Li bezet het centrum en de oostrand Lier en ontvangt versterking van de 13de compagnie en één peloton van de 14de compagnie
  • het III/9Li wordt naar het gebied tussen het Fort van Lier en net ten zuiden van de stad gestuurd en krijgt steun van de één peloton van de 13de compagnie en de rest van de 14de en 15de compagnies

Het regiment zet zich onmiddellijk aan het werk en tracht zo snel mogelijk een behoorlijke defensieve stelling aan te leggen. De bunkers en andere voorbereidde verdedigingswerken worden overgenomen. Het spookbeeld van de parachutisten blijft verder lopen en er worden dan ook de nodige patrouilles uitgestuurd.

Tijdens de voormiddag ontvangen de soldaten voor het eerst sinds de terugtocht van het Albertkanaal de nodige ravitaillering. Talrijke veldkeukens verdwenen immers bij de afmars aan het kanaal.

Te Lier heerst de grootste onrust. Overal worden spionnen vermoed en de bevolking is bijzonder wantrouwig tegenover de militairen. Het luchtalarm weerklinkt ook regelmatig.

Urbain de Wannemaker en Athur Steenbrugge te Gooik tijdens de mobilisatie.

Het regiment werkt nog steeds aan het uitdiepen van loopgraven en schuilplaatsen. Inmiddels wordt de stad Lier ontruimt. De politie en het stadsbestuur gaan er bijzonder snel van door zodat de stad ten prooi valt aan plunderende militairen en burgers. Het peloton verkenners stuurt een patrouille de stad in. Sergeant Huygebaert schiet met zijn machinepistool een plunderende artillerist neer en verwond ook een tweede militair. Er wordt bijzonder zwaar getild aan het incident.

De stellingen van het regiment worden rond de middag gewijzigd en naar het zuiden opgeschoven:

  • het II/9Li en III/9Li bezetten de zone van de stad tot het Fort van Lier
  • het I/9Li wordt op het tweede echelon geplaatst, tussen de frontlinie en de oostelijke oever van de Nete
  • de middelen van het IV/9Li worden herverdeeld; de commandopost van dit bataljon wordt opgesteld te Itterbeek

Net voor de ochtend worden de eerste stalen hekkens van de Cointetanti-tankversprerring gesloten. Het regiment graaft zich in.

Het 9Li blijft op post aan de K.W. Stelling. De laatste versperringen worden dichtgemaakt en vergrendeld rond 11u00. Iedereen is nu klaar voor de komst van de vijand.

Duitse verkenners worden een eerste keer gesignaleerd door de 9de en 10de compagnies. Majoor Segers laat rond 16u00 zijn mortieren het vuur openen op een vijandelijke patrouille.

Ook aan het Fort van Lier wordt twee uur later contact gemaakt met de vijand. Het 12de C47 kanon dat op dat ogenblik bemand wordt door korporaal Van Houcke en de soldaten Delbeke en Menseeren vuurt op een door de Duitsers aangevoerd PAK37 anti-tankkanon en schakelt de drie bemanningsleden uit. De opstelling van de Belgen is hiermee echter verraden en het duurt dan ook geen ogenblik eer de Duitse machinegeweren het vuur openen. Raymond Delbeke raakt gewond. Ook Achilles Van Hoecke, Odi Menseeren, Jean Van Bellingen en pelotonscommandant adjudant Hoschet worden getroffen. De Belgen trekken zich terug en worden op de hulppost van het III/9Li door dokter Smith verzorgd. Korporaal Van Hoecke wordt voor deze actie door kolonel Bouha tot sergeant bevorderd.

Elders verloopt het echter minder krijgshaftig. Majoor Van Pottelsberghe komt ter plaatse nadat hij vernomen heeft dat enkele militairen hun positie verlaten hebben. Het 12de C47 stuk wordt zonder bemanning aangetroffen en moet worden afgesleept door de tractor van het 9de stuk.

Het Groot Hoofdkwartier besluit de Belgische troepen terug te trekken op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde nadat de opperbevelhebber van de geallieerden, de Franse Generaal Gamelin, het bevel gegeven heeft tot de algemene aftocht naar het westen omwille van de Duitse doorbraak te Sedan.

Vanaf 04u00 worden de stellingen weer volledig bemand met het oog op mogelijke nieuwe contacten met de vijand. Terwijl in de verte vuur van automatische wapens gehoord wordt, blijft het voor de eigen linies rustig. Vanaf 16u00 start de Belgische artillerie met een aanhoudende beschieting van de Duitse kant van de K.W. Stelling.

Het 9Li vervoegt aan het eind van de dag de aftocht naar het westen. De zware wapens van de 13de en 14de compagnies blijven bij hun respectievelijke bataljons. De 15de compagnie zal een eigen colonne vormen.

Het regiment en zal tijdens de nacht van 16 op 17 mei de K.W. Stelling verlaten om ten noorden van Mechelen de Dijle over te steken en naar het Kanaal van Willebroek terug te trekken.

Het regiment bereikt Mechelen rondom 04u00 en zet na een oponthoud van zo’n twee uur aan de Dijle bruggen de tocht verder richting Willebroek.

Onderweg moeten de manschappen bij Duitse luchtaanvallen regelmatig van de weg de gracht in duiken. Bovendien worden de infanteristen regelmatig aan de kant geveegd door brutaal voorbijtrekkende artilleriecolonnes.

Te Willebroek worden de manschappen enige tijd ondergebracht in openbare gebouwen en leegstaande huizen. De Duitse opmars komt de troepen echter al snel storen. De Franse genie blaast rond 16u00 met een enorme hoeveelheid springstof de spoorwegbrug van Willebroek op. Het regent brokstukken en een twintigtal huizen worden door de drukgolf vernield. De spoorbrug zal pas in 1952 terug hersteld zijn.

Het 9Li maakt geen stellingen en houdt zich klaar voor de verdere aftocht. Rond 21u00 slagen de eerste Duitsers er in om met rubberbootjes het kanaal over te steken. In een vuurgevecht met de achterhoede van het regiment sneuvelt sergeant De Backer.

Het gros van het regiment vat de mars aan rondom 22u30. De nachtelijke etappe loopt over Lippelo naar Baasrode.

Het regiment steekt de Schelde over via de door de genie aangelegde pontonbrug van Baasrode en zet vervolgens de mars verder naar Dendermonde. De colonnes van het 9Li worden gestoord door militairen van het 3Li die van het Kanaal van Willebroek weggevlucht zijn. Kolonel Bouha laat enkele vluchters uitleveren aan de Rijkswacht.

De tocht verloopt vervolgens via Grembergen tot in Moerzeke. Hier volgt een klein oponthoud. Het regiment bereikt tenslotte Hamme en houdt halt.

Vanaf 22u00 worden de manschappen met autobussen en vrachtwagens opgehaald en vervoerd naar het Kanaal Gent-Terneuzen. De tractoren met de C47 kanonnen en de overige motorvoertuigen rijden op eigen kracht verder. De 6de en 7de compagnies moeten bij gebrek aan voldoende transportmiddelen de rest van de etappe te voet afleggen.

De vervoerde militairen worden in de loop van de nacht afgezet te Ertvelde en zoeken kantonnementen op.

De Belgische verdedigingslinie aan het Kanaal Gent-Terneuzen neemt haar definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde legerkorps met de 17de en 6de infanteriedivisies. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde legerkorps met de 13de en 11de infanteriedivisies.

De laaste militairen van het 9Li bereiken Ertvelde rondom 06u00. Er wordt gerust in afwachting van verdere bevelen.

Het 9Li zal tijdens de nacht van 19 op 20 mei koers zetten naar haar aangewezen posities rond Assenede.

Hoewel Assenede slechts 6 Km verderop ligt, zal de tocht toch ettelijke uren duren omwille van het drukke militaire verkeer op de westelijke oever van het kanaal. De colonnes worden onderweg gekruisd door grote groepen inwoners van Zelzate – de gemeente wordt manu militari ontruimd met het oog op de komende strijd.

Uiteindelijk bereiken de troepen hun nieuwe kantonnementen tussen 21u00 en 22u00.

Het 9Li wordt als reserve-eenheid ontplooid op het derde echelon van de divisie, net ten oosten van Assenede grosso modo tussen Triest en de Nederlandse grens. De twee andere infanterieregimenten van de 6de infanteriedivisie, het 1C en het 1Gr hebben intussen positie ingenomen langsheen de kanaaloever tussen Zelzate en Sas-van-Gent.

De bevoorrading blijft opnieuw uit en de manschappen gaan op zoek naar voedsel in de leegstaande huizen. In een kaasfabriek te Zelzate wordt de achtergelaten voorraad aangesproken. Intussen duelleert de Belgische en Duitse artillerie over het kanaal.

Nog tijdens de nacht van 20 op 21 breken de eerste artillerieduels uit over het kanaal. De Belgische kanonnen vuren tussen 01u00 en 04u00.

Tijdens de ochtend laat Kolonel Bouha enkele plunderaars arresteren te Assebroek. De plaatselijke bevolking wordt geëvacueerd op bevel van het leger.

De stafofficieren voeren verschillende inspectieronden uit.

Een C47 kanon wordt afgedeeld bij het naburige 1C.

Terwijl het in de namiddag langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen tot de eerste treffens komt, blijft het 9Li uit het strijdgewoel. Het regiment blijft opgesteld ten oosten van Assenede.

Tijdens de nacht van 21 op 22 mei beslist het Groot Hoofdkwartier om de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde te verlaten en binnen twee dagen op nieuwe stellingen te staan aan het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf.

Op 22 mei verloopt alles rustig binnen de ondersector van het regiment. Er valt geen bijzonder nieuws te rapen.

De 6de infanteriedivisie zal naar het Afleidingskanaal gestuurd worden. Het 9Li marcheert af om 21u00 en krijgt het dorp Kleit als bestemming.

Bij de afmars moet de 14de compagnie achterblijven omdat een van zijn pelotons niet tijdig klaar is met het vormen van de colonne. De compagnie sluit aan achter het III/9Li.

De mars naar het Afleidingskanaal van de Leie verloopt in hoofdzaak over onverharde wegen. Detachementen van de Rijkswacht bakenen de routes af.

Het 9Li marcheert tussen 04u00 en 05u00 door Eeklo. Vervolgens wordt het Afleidingskanaal van de Leie overgestoken en koers gezet richting Oostwinkel.

Het regiment wordt in reserve geplaatst terwijl de beide andere infanterieformaties, het 1C en het 1Gr zich ingraven van Balgerhoeke tot Veldekens. Het IVde bataljon van het 9Li houdt halt in de bossen van Over De Vaart. De 14de compagnie kantonneert te Kruipuit.

Rond 11u30 krijgen de manschappen het bevel om opnieuw stelling te nemen. De drie bataljons worden in een enkele lijn opgesteld achter het 1C en het 1Gr. De nieuwe linies zijn erg ongunstig gelegen voor een nieuwe verdediging. Het terrein in oneffen en bossen, struikgewas en huizen belemmeren het schootsveld.

De bruggen langsheen het kanaal worden die dag ondermijnd, maar de sasbrug te Balgerhoeke blijft onaangeroerd om het waterpeil op het kanaal niet te laten dalen. De Grenadiers verwachten dan ook dat de vijand hier een poging zal wagen om aan de overkant te komen en versterken zo snel mogelijk de ganse linie. De genie legt twee mijnstoppen aan op de toegangswegen naar de sasbrug.

Bij het 9Li blijft het verder rustig.

Ook de tweede dag aan het Afleidingskanaal verloopt in een relatieve kalmte. De manschappen werden aan hun nieuwe stellingen en worden af en toe overvlogen door vijandelijke toestellen. Rond 14u00 opent de Belgische artillerie voor de eerste keer het vuur.

Omdat het in de sector van de 6de infanteriedivisie nog steeds relatief rustig is en men in het zuiden dringend versterking nodig heeft aan de Leie, wordt besloten het 9Li naar het zuidelijk front te verplaatsen. Met uitzondering van het peloton C47 anti-tankkanonnen van Adjudant Borremans dat naar de naburige 17de divisie overgeheveld wordt, maakt het ganse regiment zich klaar voor de verplaatsing.

Het regiment wordt nog tijdens de nacht per spoor en over de baan naar Roeselare vervoerd. Het 1Gr zal later volgen, zodat van de 6de Infanteriedivisie nog alleen het 1C overblijft aan het Afleidingskanaal.

Het gros van de manschappen wordt met vrachtauto’s en autobussen verplaatst. Het verzamelpunt voor deze colonne bevindt zich te Kleit, op de baan van Maldegem naar Knesselare. De C47 kanonnen en andere motorvoertuigen van het regiment volgen de colonne. De paardenkarren worden op de trein geladen. De verplaatsing kan niet voltooid worden voor het alweer dag wordt en verloopt dan ook niet zonder incidenten. Bij een Duitse luchtaanval vallen enkele slachtoffers.

De Duitsers willen die zelfde namiddag nog een doorbraak forceren aan hun zonet veroverde bruggenhoofd rond Bissegem en het vliegveld van Wevel­gem. De bres in de Belgische linies is intussen al zo’n 4 Km breed en 3 Km diep en de 1ste infanteriedivisie (3Li, 4Li en 24Li) dreigt omsingeld te worden. Het 1Li moet de opening trachten de dichten en wordt snel naar de zuidrand van Kortrijk gestuurd. Omstreeks 18u00 slaagt het 1Li en het wielrijders­eskadron van de 1ste infanteriedivisie erin om de Duitse opmars te stuiten. Het 3Li is intussen zo goed als uitge­schakeld. Het 4Li trekt zich al vechtende terug. Het 24Li blijft rond Kortrijk heftige tegenstand bieden.

Het Belgische opperbevel stuurt de 10de Infanteriedivisie (3J, 5J, 6J) zo snel mogelijk naar de meest bedreigde sector tussen Sint-Katharina en Heule. De divisie gaat direct in stelling langs de lijn Lendelede, Rollegem-Kapelle en Ledegem. Het 9Li zal na aankomst eveneens naar het front gestuurd om de linkerflank van de Jagers te Voet te gaan vervoegen en er het 6J te gaan vervangen dat is afgestaan aan de 8ste Infanteriedivisie. Het regiment zal tussen Lendelede en Izegem post vatten.

De troepen worden uiteindelijk rond 06u00 afgezet aan het station van Roeselare. Vervolgens wordt doorgemarcheerd naar het kasteeldomein te Rumbeke. De staf vindt onderdak in het kasteel zelf. Intussen komt ook het treinstel met de bagagetros van het regiment aan te Roeselare.

Het 9Li neemt vanaf de late namiddag zijn nieuwe stellingen in rond Izegem. Het Iste en IIde bataljon gaan in lijn op de zuidelijke oever van het kanaal van Roeselare naar de Leie met het Iste bataljon op links te Izegem en het IIIde bataljon op rechts rondom Bosmolens. Het IIde bataljon bezet de kanaaloever tussen Kachtem en Izegem.

De C47 anti-tankkanonnen worden zoals gebruikelijk verspreid opgesteld onder de fuselierscompagnies. Het 11de stuk gaat in stelling nabij de Manegemstraat 13, op minder dan 100m van de Rijksweg aan de zuidrand van Izegem.

De II/17A komt aan om artilleriesteun te leveren. De infanteristen graven zich onmiddellijk in en trachten zo snel mogelijk hun geïmproviseerde verdedigingslinie uit te bouwen. Terwijl het front steeds dichterbij komt, werkt iedereen zo snel mogelijk verder.

De Duitsers maken contact met de stellingen van het 9Li en het komt al snel tot intense vuurgevechten. Rond 09u00 en 14u00 krijgen de posities rond Izegem twee belangrijke aanvallen te verwerken.

De vijand duikt rond 17u00 alweer op voor de stellingen van het regiment. De mortieren komen tussenbeide. Vijandelijke patrouilles blijven tijdens de vooravond de Belgische linies aftasten.

Nabij het gehucht Bosmolens wordt de richter van het stuk 11 van de 14de compagnie, korporaal Rik Meert, dodelijk getroffen wanneer hij uit eigen beweging zijn stelling verlaat om een mitrailleur te halen die in het open veld voor de linies achtergelaten werd. Het kanon van Meert staat op dat ogenblik opgesteld in de stellingen van de 11de compagnie.

Ook bij het 9de stuk valt een dode. Deze vuurmond staat opgesteld langsheen de Blekerijstraat aan de zuidrand van Izegem wanneer de stukoverste sergeant Jules Aurousseau dodelijk getroffen wordt in de borst.

Het naburige 8Li moet rond het middaguur terrein prijsgeven. De staf van het 8Li kan zich in verbinding stellen met het 9Li en verzoekt het regiment om een interventie. Kolonel Bouha kan echter niet meer doen dan zijn peloton verkenners naar de ondersector van het 8Li te sturen. Rond 16u00 wordt alsnog de 9de compagnie oostwaarts gestuurd om een tegenaanval te ondernemen naar de linies van het belaagde 8Li.

De compagnie wordt ondersteund door het 3de peloton C47 kanonnen en een peloton mitrailleurs. De 9de compagnie vordert naar Kruipendaarde en Lister en valt al snel onder vijandelijk vuur. Met veel moeite wordt de rand van de gemeente Ardooie bereikt. Bij deze actie sneuvelt onder meer sergeant Bastiaens, stukoverste van kanon nummer 192, het twaalfde stuk van de 14de compagnie.

De tegenaanval wordt vervolgens afgeblazen onder toenemende druk van de vijand. Het detachement trekt zich aan het eind van de dag terug naar de buurt van Armoede en Kachtem net ten noorden van Izegem.

Rond 21u00 wordt de kanaalbrug te Izegem door onze genie opgeblazen waardoor het 9Li nu in twee gesplitst is en de detachementen ten noorden en ten zuiden van het Kanaal van Roeselare naar de Leie niet langer met elkaar in verbinding staan. De beide groepen van het regiment krijgen het bevel om parallel met het kanaal richting Roeselare te trekken.

Het zuidelijke deel van 9de Linie begeeft zich naar Beveren langsheen de linkerflank van de nieuwe stelling die door 5J, 3J en 1Gr uitgebouwd wordt ten zuiden van Roeselare. Bij die terugtocht moet het 9Li een flink aantal slachtoffers incasseren. Nabij Rumbeke breken hevige gevechten uit tussen de Grenadiers en de Duitse troepen. Het tweede detachement van het regiment richt zich aanvankelijk op Hooglede en zal later op de avond eveneens Beveren vervoegen.

De manschappen van het 9Li die samengebracht kunnen worden, brengen de nacht in de buurt van Beveren door.

Tijdens de nacht begint het te regenen. De militairen van het 9Li vernemen even voor 06u00 dat er alweer nieuwe stellingen zullen moeten ingenomen worden. Iedereen maakt zich klaar voor het vertrek.

Het regiment verneemt rond 08u00 echter het nieuws van de capitulatie.

Om te voorkomen dat het vaandel in de handen van de vijand zou vallen, wordt het vlaggendoek verbrand terwijl het koperen kopstuk wordt begraven.

De Duitse troepen bereiken al snel de kantonnementen van het 9Li en manen de miliciens aan om naar huis te gaan. De officieren gebieden de manschappen aanvankelijk om te blijven, maar staan dan toch oogluikend toe dat de militairen er van onder trekken. Een belangrijk deel van de dienstplichtigen ontsnapt zo aan de krijgsgevangenschap.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen