8ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 8ste Linieregiment | 8ème Régiment de Ligne | 8Li
Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 9de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH V. Vermeulen
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Olen
Commandopost te Olen
Samenstelling I Bataljon (Majoor Buisseret) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Claes)
2de Compagnie Fuseliers (Kpt Michiels)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt C. Van Reusel)
4de Compagnie Mitrailleurs (Kpt Bosmans)
II Bataljon (Majoor Carlier) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt Lizen)
6de Compagnie Fuseliers (Lt Frappart)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Fichevet)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt De Mulder)
III Bataljon (Majoor Mahieux) 9de Compagnie Fuseliers (Kpt Ducamp)
10de Compagnie Fuseliers (Lt Wendelen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt Neefs)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Henrotin)
IV Bataljon (Commandant Paniels) 13de Compagnie Mitrailleurs (Kpt Carpiaux)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt Hache)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt Soudant)
Stafcompagnie (Luitenant Termolle)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein Meynsbrughen)
Peloton Verkenners (Adjudant KROLt Alexandre Decocq)

Tijdens de mobilisatie

Als infanterieregiment van het actieve leger wordt het 8Li reeds op 25 augustus 1939 gemobiliseerd in de Majoor Blairon kazerne van Turnhout.

Het regiment wordt op volle sterkte gebracht door de miliciens van de klassen 36, 37, 38 en 39 en blijft in zijn kwartier tot 15 september 1939. Vervolgens neemt het 8Li diverse kantonnementen in rondom Turnhout als onderdeel van de verdediging van het Verbindingskanaal Maas-Schelde.

Op 29 november 1939 trekt het regiment in twee etappes tot binnen de Versterkte Positie Antwerpen. De 9de Infanteriedivisie blijft hier tot 1 maart 1940 en wordt dan per trein overgebracht naar het Kamp van Beverlo voor een kampperiode van drie weken.

Op 27 maart verlaten de eenheden het kamp om hun definitieve posities aan de Dekkingsstelling van het Albertkanaal in te nemen. Het 8Li krijgt de ondersector Olen toegewezen. Ten westen van het regiment komt het 16de Linieregiment te liggen en ten oosten het 17de Linieregiment.

Op 10 mei bevindt het regiment zich rondom Olen aan het Albertkanaal wanneer kort na middernacht het alarm binnenkomt bij de 9de Infanteriedivisie.

De kantonnementen van de staf en het Iste bataljon bevinden zich te Olen zelf. Het IIde en het IIIde bataljon zijn gekantonneerd in Mandewijk. Het peloton verkenners is ingekwartierd te Hezewijk.

Een Maxim mitrailleur van het 8Li.

De manschappen verlaten na het alarm hun slaapplaatsen en marcheren richting kanaal. Ze nemen hun stellingen in achter de zuidelijke kanaaldijk tussen 04u00 en 05u00. Hierbij wordt een volgens het reglement klassieke verdedigingspositie op een dubbel echelon ingenomen. De belangrijke sluis van Olen bevindt zich in de ondersector van het regiment. Om dit overgangspunt te verdedigen beschikt het regiment ook over een steunpunt op de noordelijke oever.

Het peloton verkenners verlaat de Hezewijk rondom 01u30 en steekt het kanaal over om zijn voorpost te Lichtaart in te nemen. Van hier uit vertrekt Adjudant Decocq samen met een kleine ploeg verkenners naar het Verbindingskanaal Maas-Schelde om een bijkomende Officiersverkenning (Reconaissance Officier oftewel RO) te openen.

Reeds tijdens de eerste oorlogsdag wordt gestart met het vernielen van enkele bruggen over het Verbindingskanaal door de troepen die de Vooruitgeschoven Positie bemannen.

De dag verloopt relatief rustig bij het 8Li. Er is een druk verkeer van burgers die over de bruggen van het Albertkanaal naar het zuiden willen ontkomen. De stellingen van het regiment worden regelmatig overvlogen door de Luftwaffe, maar verder gebeurt er niets bijzonders.

Het regiment blijft zijn stellingen bezetten.

Op bevel van het Groot Hoofdkwartier wordt de Vooruitgeschoven Positie aan het in het noorden gelegen Verbindingskanaal Maas-Schelde ten dele opgegeven na er de voorziene vernielingen te hebben uitgevoerd. Alleen de 18de Infanteriedivisie zal voorlopig ter plekke blijven, maar alle andere eenheden trekken zich terug naar het zuiden en gebruiken hierbij ook de bruggen over het Albertkanaal in de ondersector Olen.

Eens deze eenheden over het Albertkanaal zijn, worden de bruggen in de ondersector van het 8Li allen vernietigd. Verder blijft het die dag rustig.

Om 00u10 meldt het hoofdkwartier van het 8Li aan zijn bataljonscommandanten dat Duitse parachutisten zijn geland te Noorderwijk, net ten zuiden van Olen. Het nieuws verspreid zich razendsnel onder de militairen van het 8Li en er ontstaat enige onlust.

Een gemotoriseerde colonne van het Franse 7de leger trekt voorbij en is op weg naar Turnhout om de 18de Infanteriedivisie bij te staan.

Er wordt vernomen dat de vijand verschillende luchtaanvallen heeft uitgevoerd op Kasterlee, Oostmalle en Turnhout.

De eerste infiltraties van Duitse troepen tussen het Verbindingskanaal Maas-Schelde en het Albertkanaal worden gemeld. Ook wordt vernomen dat de Duitse 30. Infanteriedivision een bruggenhoofd heeft kunnen slaan over het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen, ten oosten van Meerhout. De spanning stijgt en de manschappen wachten de invallers af. Het peloton verkenners verlaat zijn voorpost te Lichtaart en keert terug binnen de linies.

Het Groot Hoofdkwartier heeft intussen besloten om het ganse oostelijke deel van de Dekkingsstelling aan het Albertkanaal op te geven en het veldleger in alle haasten terug te trekken naar de K.W. Stelling.

Om 16u00 krijgt het regiment dan ook het bevel om zich terug te plooien. De eenheden dienen zich naar Koningshooikt te begeven en zullen het Albertkanaal verlaten alvorens de Duitsers in de ondersector Olen het Albertkanaal zullen bereiken. De aftocht moet onmiddellijk plaatsvinden. Kolonel Vermeulen beveelt om alle overtollige bagage en materieel achter te laten en de colonnes zo snel mogelijk te laten afmarcheren. Na een relatief korte etappe van een 25-tal kilometer bivakkeert het regiment tijdens de tweede helft van de nacht van 13 op 14 mei in het kasteelpark van Koningshooikt.

De ontplooiing van de Belgische troepen op de K.W. Stelling neemt hiermee vaste vorm aan. Tussen Lier en Rijmenam wordt het IIde legerkorps opgesteld met de 6de Infanteriedivisie en de 11de Infanteriedivisie aan het front en de 9de Infanteriedivisie in reserve. Tussen Rijmenam en Leuven ligt het VIde legerkorps met de 2de Infanteriedivisie en de 5de Infanteriedivisie in eerste lijn en de 10de Infanteriedivisie in reserve. De grens tussen de beide korpsen loopt langs de noordrand van Hever, door Rijmenam tot aan de anti-tankmuur.

Om 13u00 begeeft het regiment zich naar Walem. De 9de Infanteriedivisie zal in de omgeving stand-by blijven als onderdeel van de strategische reserve van het IIde Legerkorps. De mars duurt een viertal uren. De rest van de dag wordt besteed aan de installatie van de eenheden.

Om 05u00 krijgt het verkenningspeloton de opdracht om een patrouille uit te voeren in de richting van Koningshooikt om na te kijken waar de Duitsers ondertussen gebleven zijn. Het peloton keert terug om 11u55 na de vijand te hebben gelokaliseerd aan de rand van de dorpskern van Koningshooikt.

Tijdens de voormiddag krijgt de 9de Infanteriedivisie de opdracht om het Bruggenhoofd Mechelen te bezetten. Het bruggenhoofd werd tijdens de mobilisatie ontworpen en bestaat uit 24 bunkers en een reeks vooraf verkende stellingen die moeten toelaten om de K.W. Linie in de diepte te verdedigen en de belangrijke bruggen en wegen rond Mechelen af te schermen bij een eventuele vijandelijke doorbraak. Het regiment krijgt het bevel om het noordelijke deel van het Bruggenhoofd Mechelen te bezetten.

Het Iste bataljon zal stellingen bezetten langsheen de westkant van de spoorweg Brussel-Antwerpen, over een lengte van ongeveer 1.400m met de drie compagnies op een enkel echelon.

Het het IIde bataljon neemt defensieve posities in aan dezelfde spoorlijn ter hoogte van het fort van Walem, waar de bunkers worden door de mitrailleurssecties ingenomen.

Het IIIde bataljon blijft voorlopig in reserve. Om 21u00 wordt dit bataljon uitgestuurd naar nieuwe posities in bij de oude brug over de Rupel te Boom, gericht naar het noorden. Deze taak wordt uitgevoerd door de 10de compagnie van Onderluitenant de Rasse, versterkt door een sectie mitrailleurs en een C47 anti-tankkanon.

De 7de compagnie van Kapitein-commandant Fichevet wordt tijdens de voormiddag uitgestuurd naar de belangrijke spoorwegbrug over de Nete op de lijn Brussel-Antwerpen tussen Walem en Duffel.

Ten gevolge van de Duitse doorbraak over de Maas tussen Namen en Sedan hebben de geallieerde legers besloten dat het behouden van een defensieve linie doorheen centraal België niet langer mogelijk is. Aan het eind van de dag zal het Belgische leger starten met de terugtocht van de K.W. Stelling naar een nieuwe verdedigingslinie tussen Terneuzen, Gent en Oudenaarde. De troepen op de K.W. Stelling zullen deze verplaatsing in drie etappes moeten volbrengen en moeten uiterlijk op 19 mei ontplooid zijn op de nieuwe linie.

Kolonel Vermeulen krijgt rond opdracht om het regiment klaar te maken voor de aftocht. Het regiment zal in eerste instantie teruggetrokken worden naar de autosnelweg Brussel-Antwerpen te Willebroek. Van hier uit zullen alle infanteristen vervoerd worden door de Legerautogroepering naar de Bovenschelde waar de 9de Infanteriedivisie post zal vatten tussen Semmerzake en Asper. Er wordt aangeraden om slechts licht bepakt te vertrekken.

De voertuigen van het regiment en het peloton verkenners zullen de verplaatsing over de baan uitvoeren en krijgen twee dagen om het regiment bij te benen te Gavere.

Om middernacht wordt het regiment aan de autosnelweg Brussel-Antwerpen ingeladen in autobussen van de Legerautogroepering. De colonne vertrekt om 01u30 naar Asper ten zuiden van Gavere.

Het regiment arriveert te Gavere rondom 09u00. De mannen bivakkeren op de boerderijen en worden voorzien van eten door de burgers. De rest van de dag wordt gerust en worden de eenheden gereorganiseerd.

Om 11u00 krijgt het 8Li opdracht zijn nieuwe posities te bezetten:

  • Het I/8 betrekt tussen 14u en 15u zijn posities in 2de lijn ten westen van de Schelde over een front van 2000m. Om 17u vertrekken de eerste verkenningspatrouilles.
  • Het II/8 krijgt om 15u opdracht om posities in te nemen op de zuidflank van Bruggenhoofd Gent ter hoogte van Eke. De 5e en 7e compagnie worden in eerste lijn geplaatst, de 6e compagnie in 2de lijn.
  • Het III/8 betrekt om 16u zijn stellingen aan de Moerbeek. de 11de compagnie is op de rechterflank in contact met het 17e Li aan de brug van Gavere, de 9e compagnie is op de linkerflank in contact met II/8, de 10de compagnie bezet vooruitgeschoven stellingen.

Verbetering van de stellingen. Aanbrengen van prikkeldraadversperringen en de ombouw van de Moerbeek tot antitankgracht. Er wordt gewerkt aan de uitbouw van een bruggenhoofd ter hoogte van Semmerzake.

Om 17u wordt het peloton van Onderluitenant Mertens (I/8Li) in 4 gevechtsgroepen opgesplitst en lost eenheden van het 16Li af op de oosteroever van de Schelde ter hoogte van Gavere.

Om 18u is het II/8 in contact met de Ardeense Jagers op zijn linkerflank. Deze eenheid bezet Eke en de bocht in de Schelde.

De brug van Gavere wordt opgeblazen.

Om 13u45 komt de eenheid in contact met vijandige motorrijders. Het peloton Mertens krijgt opdracht om zich terug te plooien op de westoever van de Schelde.

Om 17u00 worden patrouilles uitgestuurd die Belgische troepen in Semmerzake en Duitse troepen in Bavegem rapporteren. De burgerbevolking wordt onder luchtaanvallen geëvacueerd.

Om 19u30 wordt een patrouille onder vuur genomen ter hoogte van Vurste-Ten Ede en te Sint -Amands. De bruggen over de Schelde worden opgeblazen.

Om 20u45 wordt het I/8 gealarmeerd omdat er zich iets afspeelt op zijn rechterflank. Om 22u00 wordt vastgesteld dat vijandige troepen reeds om 18u30 de Schelde in de bocht van Zingem hebben overgestoken.

Om 22u40 wordt de brug over de Moerbeek opgeblazen. Majoor Mahieux raakt gewond aan het hoofd.

Om 02u40 stuurt het I/8 patrouilles uit om op zoek te gaan naar de 10de compagnie van Commandant Claes die gisteren niet terugkeerde. Op één van zijn posten komen de patrouilles in contact met de Duitsers. Om 9u wordt er opnieuw een gevechtspatrouille uitgestuurd, die de Schelde te Gavere oversteekt. Deze keert om 13u onverricht ter zake terug.

Om 11u15 komt een gevechtsgroep van het 2de Jagers te Voet onder automatisch vuur op de weg van Semmerzake.

Om 21u00 worden Duitse tanks gesignaleerd door de vooruitgeschoven posten. Om 22u55 moet de 11e compagnie terugtrekken bij een aanval met ongever 15 pantservoertuigen. De Belgische artillerie neemt ze onder vuur en bombardeert eveneens Gavere.

Om 23u30 wordt het II/8 gealarmeerd. De Duitsers vallen de naburige posities aan. II/8 meldt explosies en branden in de buurt van Vurste en Gavere.

Om 05u35 vaardigt het commando een richtlijn uit om de paarden van de wagens ten allen tijde in het harnas klaar te houden met het oog op een onmiddellijke aftocht. Patrouilles worden uitgestuurd richting Gavere. Deze keren terug zonder de vijand gezien te hebben.

Om 18u15 krijgt het 8Li bevel zich klaar te houden voor de terugtocht. Om 20u wordt de bevel uitgevoerd en vertrekken de eenheden via de route Nazareth – Astene – Deinze – Zeveren – Tielt.

Om 21u00 blijkt echter dat het II/8Li nog steeds zijn posities niet heeft verlaten. Dit gebeurt pas vanaf 22u00.

Om 09u00 komen de troepen na een uitputtende nachtelijke mars aan te Tielt. Ze worden ondergebracht in geïsoleerde huizen en scholen langs de weg naar de Grote Markt.

Om 14u30 wordt Tielt aangevallen door Stuka-bommenwerpers. Hierbij sneuvelen bij het 8ste Linie 13 militairen en raken er 25 gewond.

Om 20u30 krijgt het peloton De Rasse van de 10de compagnie (III/8) het bevel om een achterwacht in te richten tegen vijandige infiltraties. Deze wordt geïnstalleerd ter hoogte van Grauwboom met twee C47 antitankkanonnen.

Om 04u30 bezet het I/8 van Majoor Buisseret posities ter hoogte van kilometerpaal 2,5 op de weg van Ginste naar Dentergem. Het II/8 van Majoor Carlier wordt tijdens de terugtocht vanuit de lucht aangevallen maar leidt geen verliezen. Het installeert zich te Dentergem.Het II/8 verlaat Tielt om 5u10 en trekt naar zijn posities tussen Dentergem en Oosterhoek langs de weg van Aarsele naar Dentergem, waar het om 8u30 arriveert.

Om 11u wordt de omgeving zwaar onder artillerievuur genomen. Een lege verblijfplaats van de 11e compagnie wordt hierbij volledig vernield.

I/8 en II/8 krijgen omstreeks 18u45 bevel om zich terug te trekken. Ze bezetten omstreeks 20u de kantonnementen. Het III/8 krijgt op zijn beurt bevel om terug te trekken. Het vertrekt om 22u30 naar zijn nieuwe posities ten zuiden van de weg Meulebeke-Noord-Heirendhoek.

Om middernacht verzamelt het II/8 zich aan de weg Dentergem-Meulebeke. Om 00u20 komt het bevel om Meulebeke te bezetten.

Het III/8 krijgt opdracht om de overgangen van het kanaal van Roeselare tussen mijlpaal 10.200 en 13.400 te bewaken. Het bereikt deze posities om 8u20. De 9de en 10de compagnie bezetten de brug van Kachtem, het 11de bezet drie steunpunten in tweede lijn. Het bataljon is in contact met het II/8 op zijn rechterflank en met het I/16 op zijn linkerflank.

Het I/8 vertrekt vanop zijn posities ten zuiden van Tielt richting Roeselare. Wanneer het om 06u00 aankomt te Meulebeke krijgt het als opdracht van het hoofdkwartier van de 9de divisie om het bos ter hoogte van het kruispunt ‘Het Veld’ te bezetten. Om 10u00 volgt een nieuw bevel om posities aan het kanaal van Roeselare te bezetten. Het bezet posities met van oost naar west de 5de, 7de en 6de compagnies.

Het II/8 probeert contact te krijgen met het 9Li dat zich ten zuiden van Rumbeke bevindt. Iets later trekt het 1ste Grenadiers door de linies om zich eveneens ten zuiden van Rumbeke in te graven.

Het I/8 krijgt tegelijkertijd bevel om zich op te splitsen in 2 groepen:

  • De eerste groepering bestaat uit het EM/I/8, de 1ste compagnie van Luitenant Savoir versterkt met een peloton mitrailleurs van de 4de en een van de 13de compagnie. Het neemt om 15u30 posities in het bos van Ingelmunster in.
  • De tweede groepering bestaat uit de 2de en de 3de compagnie, 2 pelotons mitrailleurs van de 4de en een 4,7 kanon van de 13de compagnie. Deze eenheid krijgt als opdracht om onmiddellijk het III/16 te versterken. De 2de compagnie werkt nauw samen met het III/16, terwijl de 3de compagnie opdracht krijgt om brug N°1 op de vijand te heroveren in de nacht van 25 op 26 mei 1940. Bij de voorbereiding tot deze aanval komen het middelste en linker peloton onder vuur te liggen en worden gedecimeerd. Enkel het rechter peloton bereikt het kanaal op een 600m van de brug maar moet zich terugtrekken. Commandant Van Reusel geraakt bij deze actie gewond en zal zes dagen later overlijden aan zijn verwondingen.

Om 03u45 worden patrouilles uitgestuurd richting Abele. Er wordt contact gemaakt met het 9Li dat front vormt tussen Izegem en Kortrijk.

In de voormiddag komt het regiment onder vuur te liggen.

Om 11u00 krijgen de 5de en 7de compagnies opdracht zich in het bos van Ingelmunster te verzamelen. De 6de compagnie blijft ter plaatse op wacht.

Om 11u30 krijgt de 11de compagnie opdracht om stelling te vormen in het bos ten noordwesten van Ingelmunster. Er worden drie steunpunten gevormd bestaande uit C47 antikanonnen, mitrailleurs en mortieren.

Het II/8 tracht nieuwe posities is te nemen aan de spoorlijn tussen Ingelmunster en Meulebeke. Dit verloopt zeer moeizaam omdat de eenheid constant wordt beschoten en regelmatig luchtaanvallen plaats hebben. Het bataljon wordt onder het bevel van het 16Li geplaatst. Laat in de avond arriveren de 11de en 9de compagnie die de frontlijn verlengen tot ongeveer 250m van het station van Meulebeke.

Tijdens de namiddag krijgt het I/8Li omstreeks 16u00 het bevel om zich te verplaatsen. Het bataljon valt twee uur later onder vijandelijk vuur te liggen maar slaagt er in om zich tegen 22u00 onder het bevel te plaatsen van het III/16Li.

Ondertussen worden de buitenwijken van Ingelmunster bezet door de Duitsers en onder vuur genomen door de Belgen. Het I/8Li krijgt het bevel zich op het 2de echelon van de Belgische linies op te stellen achter het III/16 Li en de stelling tot het uiterste te behouden.

Opgeluchte militairen van 8Li op 28 mei 1940.

Vanaf 08u30 komt de 1ste compagnie onder vuur te liggen door de vijand.

De bevelhebber van de compagnie meldt om 10u00 dat zijn militairen nog steeds stand houden, ondanks intens geweer- en mortiervuur. Een uur later wordt echter om dringende versterkingen gevraagd. De Duitsers proberen te infiltreren tot aan de grote baan, maar worden teruggedreven door mitrailleurvuur.

Om 11u10 komt het II/42Li aan om het regiment te ondersteunen. Tijdens de ontplooiing komt dit bataljon onder hevig artillerievuur te liggen en kort nadien trekt de eenheid terug naar het noorden. Hierbij wordt heel wat materieel achtergelaten. Te 12u30 trekt ook de 1ste compagnie zich terug naar het bos van Ardooie. De 5de compagnie moet zich eveneens terugplooien om nieuwe defensieve stellingen in te nemen. Kort na de middag rondom 14u00 geraakt het centrum van de compagnie omsingeld en moet het zich overgeven.

Op het front van het II/8Li houden de 5de en 7de compagnies hun posities zonder veel problemen. In de sector van de 9de en 11de compagnie wordt een patrouille uitgestuurd naar Ingelmunster. Deze patrouille treft daar een Duits detachement van 3 motorrijders aan en neemt hen onder vuur. Eén vijandelijke militair wordt dodelijk getroffen en een andere gewond aan het been en krijgsgevangen afgevoerd. De derde Duitser ontsnapt.

Omstreeks 07u00 voert de vijand een verrassingsaanval uit. De Belgen kunnen hun posities relatief goed behouden maar er vallen meerdere doden onder de manschappen van de beide compagnie. Er volgen huis-aan-huisgevechten waarbij de vijand enigszins wordt teruggedreven uit de stadskern. De Duitsers hergroeperen zich en voeren een tweede, zwaardere aanval uit. Hierbij slagen ze er in de hoofdstraat te bezetten.

Bij de 9de compagnie sneuvelen tijdens de gevechten één officier en 14 manschappen. De 11de compagnie dient 7 doden achter te laten: één officier en 6 manschappen. De Duitsers trachten verder op te rukken richting Ardooie, maar worden door een tegenaanval ten zuiden van dit dorp alweer kortstondig teruggedreven. Hierbij wordt door de Belgen een Duitse batterij buitgemaakt.

De rest van het regiment trekt zich om 13u00 terug richting Torhout en vat om 23u00 een definitieve aftocht richting Oostende aan.

De weinige restanten van het regiment vernemen op weg naar Oostende het nieuws van de capitulatie en houden halt om de komst van de Duitsers af te wachten.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen